Yearly Archives: 2017

Snelle analyse

Rappe loop. Relatief eenvoudige posten, goed doorloopbaar bos (hoewel af en toe gemene doorntakken die mij probeerden pootje te haken), en scherp in mijn hoofd, dus is veel goed gegaan (ondanks een klein foutje her en der).

Prachtig weer, overigens: de lente lijkt begonnen. En dus had ik besloten een goede start te maken, en telkens een plan klaar te hebben voor het volgende been, voordat ik bij een post ging aankomen.

Driften

Maar nu even over de foutjes. Die bestonden vooral uit kleine koers-missertjes. Een klein beetje driften qua richting kostte me meer dan luttele seconden.

Neem de route van 1 naar 2. Plan: rand van het veld opzoeken en pal in het verlengde daarvan het middel-groen doorsteken, en vervolgens rechtdoor tot aan de post lopen, die in de punt van een vanuit het noorden (let op: de kaartfragmenten zijn geheroriënteerd, dus het noorden is in dit geval links) opkomende insnijding zou liggen. 5 graden afgeweken, verlaging gevonden, maar de verkeerde. Rondkijken….post! Maar wel 20 seconde verloren.


3 naar 4: weer 15 seconde verloren. Ik had natuurlijk beter moeten kijken en gele de open plekken in het wit moeten opzoeken, met de cultuurgrens als ‘aanvalspunt‘. Door het gebouw noordelijk van 4, waar ik veel te dichtbij uitkwam, wist ik welke kant op ik fout zat.


Hier ging eigenlijk niks mis, op weg van 7 naar 8, maar het groen rond 8 was zo dicht dat toen ik eenmaal het bosje in was, de enige optie was om de open plekken die er waren te volgen. Tevoren zorgvuldiger kijken had meters kunnen schelen, maar ook seconden gekost.

Veel posten gingen vervolgens als de gesmeerde bliksem, en dus is er pas over 15-16 weer wat opmerkelijks te zeggen. Een hele minuut verlies, omdat ik meende vanaf de oversteek van het pad rechtuit door te lopen, maar onbewust naar het oosten afboog, wat juist westelijk had moeten zijn. Het had er ook wel mee te maken dat veel open terrein inmiddels dicht begroeid was (twee jaar oude dennen dicht op elkaar maken wat lichtgeel was op de kaart ineens donkergroen in het echt), en ik de kaart niet 100% vertrouwde. Maar goed. de terreinplooien kwamen waar ik liep niet helemaal overeen met de kaart. Ik zocht het ‘einde van de verlaging’ maar die kwam maar niet. Belletje rinkelde, ik zag geen pad vlakbij, en concludeerde terecht dat ik te ver oostelijk liep. Het had me meer tijd kunnen kosten.

Dit kaartje is moeilijk te interpreteren. 17-18 was kort; ik liep er gewoon voorbij, links zoekend, niet rechts kijkend. Een stukje van niks, dat dan toch, al her-oriënterend, 25 seconde kost.

26-27: Hier lijkt het tijdverlies wel mee te vallen, maar hoe korter ik door het ‘wit met groene strepen’ had gelopen, hoe minder winkelhaken er in mijn broek hadden gezeten, en hoe minder kracht het had gekost om me door deze wildernis heen te worstelen. Kompas! Te zien is dat het half-open stukje net ten noorden van 26 te verleidelijk (of juist te dicht begroeid zoals wel meer ‘gele’ plekken op deze kaart?) was en me van mijn koers af heeft getrokken, die ik daarna niet meer gecorrigeerd heb.

28-29: Volslagen gedesoriënteerd was ik even toen ik het huisje zag staan, het minieme zwarte vierkantje op de kaart dat me niet was opgevallen. Het kostte vreemd genoeg 25 seconde voordat ik het thuis had gebracht.

Hier had een iets slimmere routekeuze via het noordelijke pad me directer naar post 30 geleid. Niet dat ik niet wist waar ik was, maar paden lopen nou eenmaal sneller dan bos. Kennelijk nog onder de indruk van het gestuntel van 28-29.

35-36: Bijna thuis. Nou ja, nog 3 posten te gaan, en de vermoeidheid begon me parten te spelen. Denkend dat ik rechts van het gele veldje (dat wel weer dichtgegroeid zou zijn, vol dennetjes) liep, koerste ik vanaf de noordoost hoek van èèn veldje in noordwestelijk richting. Alleen een ander veldje dan gedacht, en daardoor net naast de post. Dat kostte me 1 minuut, schat ik zo, voordat ik door had waar het mis was gegaan en welke kant ik op moest om 36 alsnog te vinden.


Aanvalspunten

Aanvalspunten waren er op zich genoeg. Maar ik was vooral bezig met de doorloopbaarheid, want al was het het geen dicht bos, er staken toch behoorlijk wat doorntakken uit de grond, en het was soms aardig opletten om geen blesserende misstappen te maken. Dus keek ik soms meer naar beneden dan om me heen. Tegelijkertijd leek de kaart regelmatig behoorlijk recht-toe-recht-aan, zodat er weinig risico’s waren om verkeerd te lopen. Dat deed ik dan ook niet echt, maar het kost telkens wel wat tijd als ik er een stukje naast zit, meestal ten gevolge van het onderschatten van de moeilijkheid. Laten we daarom eens kijken naar mijn inschatting of een been makkelijk was en of dat in werkelijkheid ook zo bleek te zijn.

Posten waar ik volgens mijzelf tijd verloor waren 2, 4, 8, 16, 18, 27, 29 en 36. Dat klopt ook best aardig met de splits hierboven. Volgens mij had ik in totaal tussen de 4 en 5 minuten sneller kunnen zijn.

Maar  volgens diezelfde grafiek was toch vooral 11-12 een verliespost. Je kan niet zeggen dat mijn route zo beroerd was, en ik een verkeerde koers liep; het ging vooral langzaam door het dichte gebladerte en de welig tierende braampartijen. Ik vraag me dan ook af welke zevenmijlslaarzen de andere lopers hadden dat ze hier zo rap doorheen bewogen. Of ik volgde toevallig het bramenspoor, ten koste van bijna 1 minuut looptijd.

Als ik wat objectiever kijk naar de resultaten, en ze in een tabelletje zet, waarbij ik het tijdverlies (volgens de Splitsbrowser formule) uitzet tegen de geschatte moeilijkheid van de post en de achteraf beoordeelde moeilijkheid (met name de post zelf; niet de route er naartoe) krijg ik het het volgende:

Tijdverlies per post. Het post nummer staat tussen haakjes; daar onder staat het tijdverlies in seconden. Rood en geel zijn verlies, blauw-paars en groen zijn winst. Op de horizontale as heb ik de posten gegroepeerd in makkelijk, gemiddeld en moeilijk, voor zover ik dat achteraf heb ingeschat. Verticaal geldt dezelfde indeling, maar dan voor mijn inschatting tijdens het lopen.

Als ik nou kijk naar het gemiddelde tijdverlies per nonant (vakje in een 3×3 veld) krijg ik

TIJDVERLIES [s]
moeilijkheid objectief
+ ++ +++
moeilijkheid
geschat
+++ 0 -2
++ 2 -3 10
+ 1 14 9

En dan valt op dat ik gemiddeld telkens 10-15 seconde per been verlies als ik de moeilijkheidsgraad tijdens het lopen lager inschatte dan hoe ik deze (objectief?) achteraf zou beoordelen. En dat  als ik gemiddelde tot moeilijke benen correct beoordeelde ik zelfs een paar seconden won, ten opzichte van makkelijke benen. Ik kan dus prima omgaan met de moeilijke benen van de omloop, tenzij ik ze onderschat. Dat is wel een interessante constatering! Hier ga ik de volgende keer mijn voordeel mee doen…

P.S. Routes vergelijken is altijd leuk. Bijvoorbeeld het verschil tussen mijn routes en die van Patrick de Bruycker op 2DRerun.

WOR6 – Volgende keer beter

Want de W.O.R. (de Woudlopers Oriëntatie Run) wordt elk jaar nóg beter! Maar mocht je enige dubbele betekenis in de titel lezen, dan heb je dat goed gezien: zelf bakten we er een potje van. En dus kan het bij ons de volgende keer ook alleen maar beter gaan.

Overmoedig (“resultaten uit het verleden…”, je kent het wel), niet alert, onterecht kat-in-‘t-bakkie gevoel omdat we eerder hier een WOR liepen, of gewoon pech? Of hadden de andere teams mijn eerdere verhalen over vorige edities goed gelezen, en waren ze té goed voorbereid op wat ging komen? Of hadden de Woudlopers er gewoon een schepje bovenop gedaan? We hadden zelf in elk geval meer fout dan ooit. Dat we sneller dan ooit waren, en als eerste team het antwoordblad met de CP-codes inleverden aan de finish, dat mocht niet baten voor de eindklassering.

Haastige spoed…

Vorig jaar vonden we ons zelf wat traag, gingen we als één van de laatste teams weg bij de start nadat we alle routes hadden voorbereid, en had een klein beetje minder tijdverlies onderweg ons meerdere plaatsen kunnen schelen. Dus zetten we de vaart er dit jaar in, liepen al snel aan kop, en hielden die positie lange tijd vast. Maar zonder het in de gaten te hebben stapelden de foutjes zich op, in de vorm van fout gevonden of genoteerde CP’s. Wat uiteindelijk resulteerde in 11 fouten, en een 7e plaats overall. Wel snel, niet goed.

Hieperde3,14159265358979p!

Deze editie was voor ons een soort jubileum: de 5e keer dat we meededen (nou ja, de 3e keer in deze bezetting). Vandaar onze teamnaam, waarbij 3,14159265358979 zich uiteraard laat uitspreken als π. Bijkomend voordeel is dat alle CP nummers achter elkaar zich in onze teamnaam bevinden (als je maar lang genoeg zoekt). Helaas staan er ook een paar valse CP nummers tussen, maar dat valt natuurlijk direct op. Zie je ze?

3.1415926535897932384626433832795028841971693993751058209749445923078164062862089986280348253421170679821480865132823066470938446095505822317253594081284811174502841027019385211055596446229489549303819644288109756659334461284756482337867831652712019091456485669234603486104543266482133936072602491412737245870066063155881748815209209628292540917153643678925903600113305305488204665213841469519415116094330572703657595919530921861173819326117931051185480744623799627495673518857527248912279381830119491298336733624406566430860213949463952247371907021798609437027705392171762931767523846748184676694051320005681271452635608277857713427577896091736371787214684409012249534301465495853710507922796892589235420199561121290219608640344181598136297747713099605187072113499999983729780499510597317328160963185950244594553469083026425223082533446850352619311881710100031378387528865875332083814206171776691473035982etc.

Lopen

Terwijl er weeralarmen worden afgegeven, sneeuw uit de lucht valt, en het bitter koud is, vertrekken we kleumend vanuit Eindhoven naar Lummen. Maar uiteindelijk zal het aan het weer niet liggen: tijdens de race blijft het nagenoeg droog, en met de kaarten in plastic hoesjes en gewapend met watervaste pennen, zijn de drie drupjes en een halve sneeuwvlok die onderweg vallen geen issue. Ook qua kleding komt alles goed; dunne handschoentjes als extra maatregel blijkt afdoende. En het hoofd koel -maar niet té- houden, is ook geen punt. Letterlijk dan.

Want enige stress ontstaat rond de start: hebben we nou gemist wat er te doen staat, of is het nog niet verteld?

De helft van elk team stelt zich op achter een touw als startlijn, de andere helft blijft bij de kaarten die per team in een plastic zak klaarliggen staan.

Als het startschot valt, vallen er 50 ballonnen uit een boom. Wow! In alle kleuren, waaronder ook rood. En om de één of andere reden zijn precies die meer waard (volgens onderstaand filmpje).

Lichte chaos direct na het startschot.

Ik probeer er heel hard aan te denken, zo hard dat Tijsbert, die in de chaos die ontstaat naar de ballonnen rent, het wel moet voelen, en die opzet slaagt want hij pakt een rode ballon, en daarmee meteen de code van CP-Z. Dat scheelt later weer 5 minuten zoeken, al hebben we op dat moment geen idee wat we er mee moeten.

 

Ook zit er een XXL t-shirt in de kaartentas, met daarop een route in de vorm van een W, van Woudlopers, vermoedelijk. Geinig als aandenken? Laten we hem goed opbergen, want vandaag -zo weten we uit ervaring- is er niets voor niets.

Denken

Wéten is iets anders dan in de praktijk brengen. Neem nou de aanwijzingen in het Roadbook. Als er staat Hoek omheining en we noteren het CP nummer op een boom, omdat dat nou net wat beter uit lijkt te komen met de peiling die we maakten vanaf het vorige punt, is dat niet bijster slim. Ook niet als we een CP op een dijkje noteren terwijl er Tussen bermen staat in de aanwijzing. En al helemaal niet als er staat Bij deze CP mag je Maximum 50 km/uur. Hoe kunnen we dan het CP noteren buiten de bebouwde kom noteren, en niet dat aan de andere kant van de paal? Toch lukt het.

Proeven

Briljante opdrachten zijn er weer, en gelukkig voeren we daarvan ook een paar goed uit. We proeven welke boom naar mosterd smaakt, en niet naar ketchup, azijn, of slasaus. We lopen de ‘W’ vorm op het bij de start verworven t-shirt, waarbij de lijnen de koersen aangeven en het roadbook de bijbehorende afstanden vermeld. We noteren deel-coördinaten op een tiental eiken, en zijn verbaasd dat er geen valse aanwijzing op een beuk zit.

We zoeken een hele tijd naar een kleinzoon van de duizend jarige eik maar vinden hem niet, tot we het opgeven en het domein verlaten en een informatiebord (Omgevingsplan stond er op de kaart, maar dat hadden we nog niet gelinkt aan deze opdracht) vinden, waarop de kleinzoon staat aangeduid. Die we daarmee alsnog vinden.

Op zoek naar de kleinzoon van de duizendjarige eik. “Omgevingsplan” stond er niet voor niets.

We speuren naar een aantal foto’s van klimtoestellen die weer een coördinaat opleveren. Leuk te vermelden dat we bijna lastig gaan rekenen om het coördinaat in meters op de schaal van de betreffende kaart om te zetten, iets van 1:6543, maar op tijd beseffen dat het Woudlopers-grid gewoon 10 cm op papier is en de coördinaten daarin zijn aangeduid, zodat zonder berekening de decimalen tienden van een decimeter zijn. Eitje!

Zien

Vroeger was niet alles anders.

We kijken door een periscoop en zien een getal een eind verderop. Dat daar het CP hangt en dat dat dus niet het kijktoestel zelf is zien we over het hoofd; een peiling vanaf het CP bordje verderop leidt langs het juiste pad, terwijl wij langs het verkeerde -parallelle- pad vanaf de periscoop lopen, en daardoor een foute aanwijzing noteren. Dat gaat ons later opbreken, want wij zijn nu in de veronderstelling dat CP30 7 gaat zijn.

 

We gebruiken oude kaarten, maar vergelijking met de huidige kaart leert dat niet alles het zelfde is (ik heb de gekleurde route hiernaast behoorlijk moeten vervormen om de overeenkomstige vorm op de oude kaart te laten volgen).

We zoeken vanaf een toren een punt aangeduid op een foto, dat een eind verderop lijkt te liggen, maar in feite pal voor de toren ligt. Ondanks de vele verrekijkers die klaar liggen is het lastig de ‘5’ op het bordje een paar honderd meter verderop te lezen. Dat zal niet elk team lukken. Des te blijer noteren we het verkeerde cijfer.

Voelen

Fout gaat het ook bij het tellen van knikkers en steentjes in een dichtgeknoopte binnenband naast een vijvertje. We tellen ze een paar keer, met verschillende resultaten, maar beslissen dat het er 15 zijn. Knikkers × steentjes = 45 zou het NGI symbool voor een kapelletje opleveren, 54 een kerk. Rondom de vijver staan een miniatuur kapelletje, een vuurtoren, een brug, een kerk en een wegkruis, allemaal met een ander CP nummer er bij. Wij noteren de kerk, waar het de kapel had moeten zijn. Verkeerd geteld.

We lopen een stuk over een nogal donker afgedrukte luchtfoto. Houvast houdend aan wat er nog wel op te zien is, en open plekje her en der, en iets wat lijkt op een in kroeshaar gekamde scheiding, vinden we alle CP’s die er op staan.

Lastig kaartje. Navigatie via zichtbare open plekken. Je ziet: de snelheid is laag.

We hebben geluk bij een punt dat wordt aangeduid met een aantal vertrekrichtingen en afstanden. Hoewel we ons laten misleiden doordat de paden een bocht maken, en we proberen peilingen te combineren tot een totaal-vector, zonder dat we de tussenliggende punten vanwege dichte begroeiing kunnen bereiken, vinden we tocht het juiste punt, met meer geluk dan wijsheid. Als we hadden gelezen dat het vertrekrichtingen waren die waren gegeven was het meteen duidelijk geweest. Lesje geleerd.

Ruiken

Instinkers zijn er ook dit jaar. Die hebben op ons het beoogde resultaat. In dat opzicht kan je zeggen dat we ze perfect uitvoeren, en opzet van de Woudlopers helemaal slaagt.

Het cirkeltje bij 22 passer je twee keer, ja!

We volgen een lijn op een blanco kaart. Het lijkt zo makkelijk, want alle bochtjes in paden staan er op. Dat we onderweg het CP 22 op een doodlopend pad tegenkomen doet geen belletje rinkelen. En dus tellen we het getal dat we voor de tweede keer passeren onderweg niet twee keer mee voor het gevraagde totaal van de getallen, voor opdracht Q.  Stom.

Wat is een “tweede laagste getal”? We weten het nog steeds niet. Ja, wel dat het 22 is en niet 20 (na analyse van de uitslagen), maar waarom? Onderweg tussen de punten O1 en O2 komen we 5 getallen tegen, waarvan 20 het één na laagste is in waarde. 22 hangt er niet bij. Of hebben we het verkeerd onthouden. Hingen er getallen hoog en laag aan de bomen? Het blijft een raadsel.

Mooi is de opdracht bij een informatiebord bij het Lancaster monument. Een plexiglas paneel, over het infobord gelegd, laat een aantal posities open, die samen een tekst met een koers en een afstand vormen. Alleen vinden we op de aangeduide plek niets, na lang zoeken. Zowel niet bij het maken van de projectie vanaf het CP U (het bordje op de foto), als vanaf het infobord bij het monument zelf. Het hing er wel, horen we achteraf, maar kennelijk hebben we niet lang genoeg gezocht. Van ons à propos gebracht, maken we een volgende fout: we zien onder het viaduct een ‘4’ als CP30 hangen, maar noteren toch de 7 die we eerder als aanwijzing vonden bij de periscoop. Niet bedenkend dat hier toch echt een 4 hangt, en we die eerdere opdracht wel eens fout konden hebben. Zonde.

Vervolgens is het comfortabel oriënteren: een gewone IOF kaart. Dat we nog even de 9 V-symbolen (voor putten) moeten zoeken op de kaart (en vervolgens in het bos) is een fluitje van een cent. Voorspoedig vinden we alles. Op deze kaart geen fouten. Op het gewraakte CP30 na.

Blazen

Later volgen nog meer leuke contrapties. Een blaastest, waarbij een van ons op een buis bij een boom blaast, en de ander 30 meter verderop, uit een buis uit de grond een gefluit moet horen. Alleen steken er op 5 plekken buizen uit de grond. Welke is het? Omdat er nog 3 teams aan het zoeken zijn is dat snel bepaald.

Een CP op een standbeeld voldoet aan alle verwachtingen. In het filmpje zagen we waar het beeld zou staan, en aan welke kant het CP moest hangen. Dan zou er ook vast wel een vals nummer aan de andere kant hangen, en dat zou dan meer voor de hand liggen dat te noteren. En voilá!

Een leuk onderdeel is onderstaande puzzel met bolletjes op de kaart. Met een beetje fantasie is het al te doen voordat je op het betreffende punt staat, maar soms moet je ook echt ter plaatse aangekomen zijn om te zien welk stukje detailkaart daar hoort.

De noord-pijl in elke cirkel maakt het relatief makkelijk. Dit keer kunnen we de detailkaart in de cirkel telkens gebruiken om te bepalen waar in cirkel het juiste CP nummer moet hangen, aangegeven met een pijltje. Want valse hangen er ook, aan de andere kant van de kruising bijvoorbeeld. Maar ook daar trappen we niet in.

Alleen CP46 vormt een verhaal apart. De juiste aanwijzing die op koers huppeldepup en zus en zoveel meter vanaf de uiteindelijke locatie van het CP bij de periscoop hing (en die we dus gemist hadden), vermeldde het CP nummer van CP46. Hadden we die wel gevonden, dan hadden we CP46, en een ommetje van bijna anderhalve kilometer, over kunnen slaan. En daar komt nog bij dat CP46 verdwenen blijkt, maar voordat we dat hebben geaccepteerd hebben we al een kwartier tevergeefs staan zoeken met nog 4 andere teams. Zonde van de kilometers en tijd.

Een schrale troost is dat CP46 daarom maar helemaal niet wordt meegerekend in de eindscore; wat overigens de meest rechtvaardige oplossing is vanuit de organisatie.

Maar verder zal ik niets meer verklappen over de puzzels en oplossingen, want hoe meer ik schrijf op mijn weblog over opeenvolgende Woudlopers Oriëntatie Runs, hoe beter de andere teams worden. Dat blijkt dan maar weer! Niet voor niets schieten de hits op mijn weblog omhoog in de week voor de WOR. Hulde aan de winnaars (en graag gedaan)! Volgend jaar komen we terug, dat is een ding dat zeker is…

WOR 2012 2013 2015 2016 2017 … 2018

Steep learning curve @JeneverCross

De Jenevercross op de Kesselse Heide luidt het begin in van een steile leercurve. Voor 2017. Wat valt er een hoop te verbeteren aan mijn oriëntatievaardigheden! Met de kennis zit het prima, maar het in de praktijk brengen daarvan, da’s nog een dingetje.

Klinkt makkelijker dan gezegd:

  1. langzamer lopen waar nodig (in plaats van vol gas de verkeerde kant op),
  2. wat vaker op mijn kompas kijken (in het donker; ook bij een bevroren duim),
  3. plan maken voor het volgende been (voordat ik het ontbrekende plan uitvoer),
  4. aanvalspunten, aanvalspunten, aanvalspunten.

“Gewoon doen” zou het devies zijn, vanaf de zijlijn. En dat is ook wel zo, maar er is iets wat me er van weerhoudt. Of liever gezegd: ik heb sterk de neiging me vol overgave op iets anders te werpen: snelheid. Na een foutje zegt mijn hele lichaam: inhalen, die verloren tijd!

En vanaf dat moment zijn de bovenstaande regeltjes low-priority. Eerst maar eens heel hard naar die post lopen, en dan ga ik zorgen dat ik met terugwerkende kracht ook daadwerkelijk op de juiste plaats ben. Best raar eigenlijk.

Neem nou post 2. Ik vond mezelf wat traag op weg naar 1 (terwijl ik de vierde tijd had vanaf de start naar 1 volgens de splits). Dus ging ik meteen na 1 gestempeld te hebben de kant op die ik had onthouden voor 2 na een snelle blik op de kaart. De richting klopte (ik weet altijd al voor ik bij een post kom welke richting de volgende op is) maar ik had beter het paadje kunnen volgen in plaats van er 15 meter naast te lopen door de struiken. Kortom, ik overtrad regel 3: geen plan, wel rennen.

Naar post 3 was op zich goed, maar ik verprutste het bij de post. Ik liep er redelijk direct naartoe, maar verwachtte nummer 203 want de hele route had opeenvolgende controlenummers, van 201 t/m 225, behalve de derde post, die niet 203 was en ook niet 230, maar eentje minder dan dat (als strafpunt voor de verwisseling van de cijfers) en dus 229 had gekregen. (Een vaag verhaal, maar dat was het ezelsbruggetje dat ik onderweg naar de start had besproken met Ralph, die voor het gemak zijn hele postomschrijvingstrook was vergeten mee te nemen. Ik had het nummer goed onthouden, maar dacht er even niet aan toen ik naar post 3 zocht, en toen ik 229 tegenkwam besloot ik dat ik de verkeerde post had gevonden. Aiaiaiai.)

Ondanks dat het niet zo slecht liep over de bevroren heide was het toch een stuk sneller om over paadjes te lopen. In potentie had ik een een stuk kortere route kunnen lopen als ik 4 direct gevonden had, maar ik miste hem, en was uiteindelijk evenveel, zo’n 310 meter, onderweg, ten opzichte van de route over de paadjes. Maar dan was ik wel een stuk sneller geweest. Kortom: ook weer door de haast regel 3 overtreden, en dat kreeg ik dubbel en dwars terug. Maar ik had me ook niet aan regel 1 en 2 gehouden: toen het er op aankwam keek ik niet goed op mijn kompas, en week te ver naar het westen af, waardoor ik de post miste. Wellicht hadden hoogtelijntjes me kunnen helpen, en in elk geval had ik beter de weg als stoplijn kunnen kiezen, door bewust meer naar het oosten afwijken, in plaats van per ongeluk naar het zuiden.

Op dat moment kwam wel de bezinning, en besloot ik beter bewust te oriënteren. Ik lag toen al op een 17e plaats (zonder het te weten, maar wel te vermoeden).

Naar post 5 volgde ik veel paden, met een goed aanvalspunt, en naar 6 liep ik nauwkeurig op kompaskoers. Maar bij 7 ging het weer enigszins fout. Juiste richting, tot ik er bijna was. Toen vergat ik mijn kompas, raakte van de koers, zag een weg lopen maar kon op afstand niet goed de richting er van zien, en herkende meerder plekken in het bos als open plek. Lastig punt ook. Regel 4 vergeten. Puur op kompas door het donker is geen garantie om de juiste koers te volgen. Dan moet je een plan hebben. Had ik niet.

Ik heb maar eens opgeteld waarmee ik hoeveel tijd ben verloren. De genoemde regels hebben natuurlijk wat overlap, maar de uitkomst is toch wel opvallend:

  • regel 2: De meeste tijd ben ik kwijtgeraakt door niet goed op mijn kompas te kijken: bijna 4 minuten. Nou heeft dat ook te maken met een ontbrekend back-up plan, want een beetje afwijking mag niet tot het missen van de post leiden, wat je zeker kan stellen door het kiezen van goede stoplijnen en meerdere tussen-aanvalspunten in te bouwen.
  • regel 3: Het niet maken van een plan en gewoon gaan lopen kostte bijna 2 minuten. Soms kan je prima onderweg het plan vormen, want als ik bij elke post 4 seconde verlies omdat ik mijn route bepaal kost dat ook 2 minuten bij 30 posten, maar misschien had ik dan ook de kompas-fouten niet gemaakt.
  • regel 1: Dan komt het ‘de tijd nemen’ bij de post: ook bijna 2 minuten, met name aan post 3 waar ik me in het controlenummer vergiste, en 4 en 12 waar ik vlak bij de post de mist in ging door niet de tijd te nemen.
  • regel 4: En ten slotte verloor ik nog bijna 1,5 minuut door geen goed aanvalspunt te hebben. Met name bij posten 4 en 7. Denkend: “ik zie hem wel staan als ik er ben” werkt soms wel in het donker, maar is soms ook een groot risico.

Het lastige is natuurlijk dat je wel eindeloos kan gaan lopen muggenziften bij elke van de 30 benen van zo’n route, maar als dat telkens 5 seconden kost, ben je al 2½ minuut verder. En of ik daar 7½ minder mee verlies is natuurlijk nog maar de vraag. Het gaat er dus niet om om elk been deze verzekeringspremie te betalen, maar om in een oogwenk te bepalen wanneer het wel loont en wanneer niet. Stukje ervaring, en stukje routine: een snelle blik op de kaart, om te bepalen of een snelle blik voldoende is, of dat ik beter 10 seconden kan uittrekken om een listig plan te smeden. En onderweg nog een paar tripple-checks of ik met niet van de kaart heb laten brengen… Want vaak pakt het genomen risico toch wel goed uit en loop ik strak op de post of.

Maar het is wel opvallend dat ik de meeste tijd had kunnen winnen door vaker en/of beter op mijn kompas te kijken, terwijl dat iets is wat toch nauwelijks extra tijd kost onderweg. Ware het niet dat mijn duim er halverwege bijna af was gevroren door een combinatie van koude en een te strak elastiek van mijn duim-kompas, zodat ik het ding maar om een andere vinger droeg, en hij daarmee -onzichtbaar- onder in plaats van boven op mijn kaart zat. Daar moet ik toch maar iets slims voor verzinnen de volgende keer, met een pols-kompas of zo bij extreem koud weer.

Anyway, terug naar de kaarten, want daarom lezen jullie dit artikeltje, toch? We gaan naar 11. Daar heb ik last van zinsbegoocheling. Richtingszin, wel te verstaan. De familie Pouppez-de-Kettenis had een doortrapt plan in de jaren ’20 van de vorige eeuw, en trok het lijnen-raster dat de paden vastlegde scheef ten opzichte van het noorden. Om mij een eeuw later van de wijs te brengen. En het is ze nog gelukt ook. Een snelle blik op de kaart (zo een die leert dat dit een makkelijk been is en ik gewoon hard moet lopen tot aan een pad op de rand van bos en hei) was genoeg om het gevoel te geven dat ik zo’n 45° graden aan moest houden. Één hersencel vond dat dat ten opzichte van de paden was (die ik vanaf post 10 helemaal niet kon zien, natuurlijk), maar twee andere cellen dachten dat ik ten opzichte van het noorden bedoelde. Dus liep ik koers 315° tot ik een ‘lijn’ zag en corrigeerde nog wat meer naar het noorden, tot ik 45° met het pad maakte. Volgens plan. In werkelijkheid pal de verkeerde kant op. Want het was een ander pad. Ze noemen het ook wel de klassiek 90° fout. Verwarring, desoriëntatie, en onbehagen. De naald van mijn kompas leek wel vastgeplakt terwijl ik mijn lichaam in de richting die de kaart aangaf draaide. Beginnersfoutje. Dat ik even later een eiland op liep (nota bene het enige in de wijde omgeving) en er over de dezelfde route weer af moest is me vergeven.

Er volgden een paar strakke benen, recht op de post af, paden gevolgd waar dat het beste was, en posten gevonden vanaf het voorziene aanvalspunt. Ik kan het dus wel! Wellicht daardoor was ik overmoedig bij het been van 15 naar 16. Of maakte ik weer de eerdere kompasfout, met mijn 45° declinatie? Moest noornoordwest, liep noordnoordoost, en kwam op een pad. Maar een ander pad dan ik dacht. Liep tot aan een kruispunt met een bos. ¼ bos en ¾ hei, volgens de kaart. En warempel, in het echt, in het donker, zag het er ook zo uit. Kijk maar eens goed naar de kaart . Ik heb het stukje hier onder uitvergroot. Het hoekje waar ik uitkwam (rechts, met het rode bolletje) is nèt een tikkeltje asymmetrisch, en oogt in het donker, als je met een half oog om je heen kijkt en met 1½ naar de kaart, net als het hoekje linksonder in het plaatje, als het zicht beperkt is in het schijnsel van een hoofdlampje. Dus ik dacht dat ik op het westelijke kruispunt liep terwijl ik op het oostelijke stond. Doorsteken, pal noord, tot de open plek. Hé, die is iets kleiner dan gedacht. Nou ja, bos groeit ook in het donker door, toch? Ik kom zo dadelijk op een pad. Ja, inderdaad! Nu een stukje pad volgen naar het oosten, tot er een zijpad komt, en dan in het verlengde daarvan naar de open plek. Simpel. Open plek? Ja, daar! Weer kleiner dan verwacht, maar dat was die vorige ook. Het zal wel een oude kaart zijn. Maar waar ben ik? Dat zijpad was er niet, dus waarom zou de open plek dan wel kloppen? Twijfel overheerst. Een pad! Ik ben te ver. Pad volgen, oost of west? Ik gok west. Bij de splitsing van het pad -tenslotte- weet ik waar ik ben, besef ik mijn fout, en kan ik er niets anders meer aan doen, dan deze fout niet nog eens maken.

Maar ik ben er bijna. Niet bij de finish, maar bij de kaartwissel: het grote moment dat ik mijn kaart om mag keren, en met een schone lei op de achterkant kan beginnen. Maar nog ééntje dan, op deze kant, naar post 18. Op zich geen fouten, alleen lag het noorden weer 45° gedraaid, en keek ik niet vaak genoeg op mijn kompas om het te merken. Als het me 15 seconden heeft gekost is het veel, maar toch zonde van de inspanning.

De direct volgende posten gingen allemaal prima. Geen fouten, geen tijd verloren. Kijk maar op de kaart.

Tot ik van 23 naar 24 ging lopen. Het plan was pal oost te vertrekken, tot bij de paadjes, dan over de open plek, rechts aanhouden, doorsteken naar het pad, en bij de splitsing rechts, schuin het bos in naar de post. Tot zo ver niks mis: ik had een plan!

Ik zag een pad, stak over, nog een pad, en daar achter een open plek. Niet heel open, maar ja, dat was die oude kaart waar ik het al eerder over had. Maar de open plek had niet echt een rechter kant waar ik door kon, en ineens zag ik een watertje. Warempel, ik zat compleet verkeerd. Toen toch maar eens rustig naar mijn kompas gekeken. Handig dingetje, af en toe. Had ik er eerder op gekeken, dan had ik post 24 ruim een minuut eerder op mijn naam kunnen zetten.

Post 25 was een eitje, en misschien wel mede daar door, en omdat ik er bijna was, sloeg ik het maken van het plan voor 26 over, en rende weliswaar aanvankelijk de goede kant op, maar vergat het aanvalspunt te kiezen. Meerdere routes, zowel die meer noordelijk, als die meer zuidelijk, waren beter geweest, want zekerder. Alsof iemand die paarse lijn op de kaart met een kwast op de hei zou hebben geschilderd, ging ik recht op het doel af, en miste dat faliekant omdat ik eigenlijk niet wist wat ik aan het doen was. Dat kostte me 25 seconden.

Dat ik vervolgens toch nog de allersnelste tijd vanaf 26 naar de finish neerzette is een doekje tegen het bloeden.

Maar de lezer -u dus- moet nu niet denken dat het niet leuk was, om te Jenvercrossen. Vier jaar geleden, in het zelfde gebied, op dezelfde kaart was ik ook al een beetje draaierig en af en toe de koers kwijt. En over weer een jaar of vier lees ik dit stukje van mezelf en verschijn lachend aan de start. Want drie maal is scheepsrecht…

Intussen namen we er nog ééntje, praatten over wat dit voor mooi jaar zou gaan zijn, hoeveel béter wij nog konden worden, en wisselden verheugenissen uit op volgende week: de W.O.R. 2017.