Category Archives: Verbeterpuntjes

Snelle analyse

Rappe loop. Relatief eenvoudige posten, goed doorloopbaar bos (hoewel af en toe gemene doorntakken die mij probeerden pootje te haken), en scherp in mijn hoofd, dus is veel goed gegaan (ondanks een klein foutje her en der).

Prachtig weer, overigens: de lente lijkt begonnen. En dus had ik besloten een goede start te maken, en telkens een plan klaar te hebben voor het volgende been, voordat ik bij een post ging aankomen.

Driften

Maar nu even over de foutjes. Die bestonden vooral uit kleine koers-missertjes. Een klein beetje driften qua richting kostte me meer dan luttele seconden.

Neem de route van 1 naar 2. Plan: rand van het veld opzoeken en pal in het verlengde daarvan het middel-groen doorsteken, en vervolgens rechtdoor tot aan de post lopen, die in de punt van een vanuit het noorden (let op: de kaartfragmenten zijn geheroriënteerd, dus het noorden is in dit geval links) opkomende insnijding zou liggen. 5 graden afgeweken, verlaging gevonden, maar de verkeerde. Rondkijken….post! Maar wel 20 seconde verloren.


3 naar 4: weer 15 seconde verloren. Ik had natuurlijk beter moeten kijken en gele de open plekken in het wit moeten opzoeken, met de cultuurgrens als ‘aanvalspunt‘. Door het gebouw noordelijk van 4, waar ik veel te dichtbij uitkwam, wist ik welke kant op ik fout zat.


Hier ging eigenlijk niks mis, op weg van 7 naar 8, maar het groen rond 8 was zo dicht dat toen ik eenmaal het bosje in was, de enige optie was om de open plekken die er waren te volgen. Tevoren zorgvuldiger kijken had meters kunnen schelen, maar ook seconden gekost.

Veel posten gingen vervolgens als de gesmeerde bliksem, en dus is er pas over 15-16 weer wat opmerkelijks te zeggen. Een hele minuut verlies, omdat ik meende vanaf de oversteek van het pad rechtuit door te lopen, maar onbewust naar het oosten afboog, wat juist westelijk had moeten zijn. Het had er ook wel mee te maken dat veel open terrein inmiddels dicht begroeid was (twee jaar oude dennen dicht op elkaar maken wat lichtgeel was op de kaart ineens donkergroen in het echt), en ik de kaart niet 100% vertrouwde. Maar goed. de terreinplooien kwamen waar ik liep niet helemaal overeen met de kaart. Ik zocht het ‘einde van de verlaging’ maar die kwam maar niet. Belletje rinkelde, ik zag geen pad vlakbij, en concludeerde terecht dat ik te ver oostelijk liep. Het had me meer tijd kunnen kosten.

Dit kaartje is moeilijk te interpreteren. 17-18 was kort; ik liep er gewoon voorbij, links zoekend, niet rechts kijkend. Een stukje van niks, dat dan toch, al her-oriënterend, 25 seconde kost.

26-27: Hier lijkt het tijdverlies wel mee te vallen, maar hoe korter ik door het ‘wit met groene strepen’ had gelopen, hoe minder winkelhaken er in mijn broek hadden gezeten, en hoe minder kracht het had gekost om me door deze wildernis heen te worstelen. Kompas! Te zien is dat het half-open stukje net ten noorden van 26 te verleidelijk (of juist te dicht begroeid zoals wel meer ‘gele’ plekken op deze kaart?) was en me van mijn koers af heeft getrokken, die ik daarna niet meer gecorrigeerd heb.

28-29: Volslagen gedesoriënteerd was ik even toen ik het huisje zag staan, het minieme zwarte vierkantje op de kaart dat me niet was opgevallen. Het kostte vreemd genoeg 25 seconde voordat ik het thuis had gebracht.

Hier had een iets slimmere routekeuze via het noordelijke pad me directer naar post 30 geleid. Niet dat ik niet wist waar ik was, maar paden lopen nou eenmaal sneller dan bos. Kennelijk nog onder de indruk van het gestuntel van 28-29.

35-36: Bijna thuis. Nou ja, nog 3 posten te gaan, en de vermoeidheid begon me parten te spelen. Denkend dat ik rechts van het gele veldje (dat wel weer dichtgegroeid zou zijn, vol dennetjes) liep, koerste ik vanaf de noordoost hoek van èèn veldje in noordwestelijk richting. Alleen een ander veldje dan gedacht, en daardoor net naast de post. Dat kostte me 1 minuut, schat ik zo, voordat ik door had waar het mis was gegaan en welke kant ik op moest om 36 alsnog te vinden.


Aanvalspunten

Aanvalspunten waren er op zich genoeg. Maar ik was vooral bezig met de doorloopbaarheid, want al was het het geen dicht bos, er staken toch behoorlijk wat doorntakken uit de grond, en het was soms aardig opletten om geen blesserende misstappen te maken. Dus keek ik soms meer naar beneden dan om me heen. Tegelijkertijd leek de kaart regelmatig behoorlijk recht-toe-recht-aan, zodat er weinig risico’s waren om verkeerd te lopen. Dat deed ik dan ook niet echt, maar het kost telkens wel wat tijd als ik er een stukje naast zit, meestal ten gevolge van het onderschatten van de moeilijkheid. Laten we daarom eens kijken naar mijn inschatting of een been makkelijk was en of dat in werkelijkheid ook zo bleek te zijn.

Posten waar ik volgens mijzelf tijd verloor waren 2, 4, 8, 16, 18, 27, 29 en 36. Dat klopt ook best aardig met de splits hierboven. Volgens mij had ik in totaal tussen de 4 en 5 minuten sneller kunnen zijn.

Maar  volgens diezelfde grafiek was toch vooral 11-12 een verliespost. Je kan niet zeggen dat mijn route zo beroerd was, en ik een verkeerde koers liep; het ging vooral langzaam door het dichte gebladerte en de welig tierende braampartijen. Ik vraag me dan ook af welke zevenmijlslaarzen de andere lopers hadden dat ze hier zo rap doorheen bewogen. Of ik volgde toevallig het bramenspoor, ten koste van bijna 1 minuut looptijd.

Als ik wat objectiever kijk naar de resultaten, en ze in een tabelletje zet, waarbij ik het tijdverlies (volgens de Splitsbrowser formule) uitzet tegen de geschatte moeilijkheid van de post en de achteraf beoordeelde moeilijkheid (met name de post zelf; niet de route er naartoe) krijg ik het het volgende:

Tijdverlies per post. Het post nummer staat tussen haakjes; daar onder staat het tijdverlies in seconden. Rood en geel zijn verlies, blauw-paars en groen zijn winst. Op de horizontale as heb ik de posten gegroepeerd in makkelijk, gemiddeld en moeilijk, voor zover ik dat achteraf heb ingeschat. Verticaal geldt dezelfde indeling, maar dan voor mijn inschatting tijdens het lopen.

Als ik nou kijk naar het gemiddelde tijdverlies per nonant (vakje in een 3×3 veld) krijg ik

TIJDVERLIES [s]
moeilijkheid objectief
+ ++ +++
moeilijkheid
geschat
+++ 0 -2
++ 2 -3 10
+ 1 14 9

En dan valt op dat ik gemiddeld telkens 10-15 seconde per been verlies als ik de moeilijkheidsgraad tijdens het lopen lager inschatte dan hoe ik deze (objectief?) achteraf zou beoordelen. En dat  als ik gemiddelde tot moeilijke benen correct beoordeelde ik zelfs een paar seconden won, ten opzichte van makkelijke benen. Ik kan dus prima omgaan met de moeilijke benen van de omloop, tenzij ik ze onderschat. Dat is wel een interessante constatering! Hier ga ik de volgende keer mijn voordeel mee doen…

P.S. Routes vergelijken is altijd leuk. Bijvoorbeeld het verschil tussen mijn routes en die van Patrick de Bruycker op 2DRerun.

Steep learning curve @JeneverCross

De Jenevercross op de Kesselse Heide luidt het begin in van een steile leercurve. Voor 2017. Wat valt er een hoop te verbeteren aan mijn oriëntatievaardigheden! Met de kennis zit het prima, maar het in de praktijk brengen daarvan, da’s nog een dingetje.

Klinkt makkelijker dan gezegd:

  1. langzamer lopen waar nodig (in plaats van vol gas de verkeerde kant op),
  2. wat vaker op mijn kompas kijken (in het donker; ook bij een bevroren duim),
  3. plan maken voor het volgende been (voordat ik het ontbrekende plan uitvoer),
  4. aanvalspunten, aanvalspunten, aanvalspunten.

“Gewoon doen” zou het devies zijn, vanaf de zijlijn. En dat is ook wel zo, maar er is iets wat me er van weerhoudt. Of liever gezegd: ik heb sterk de neiging me vol overgave op iets anders te werpen: snelheid. Na een foutje zegt mijn hele lichaam: inhalen, die verloren tijd!

En vanaf dat moment zijn de bovenstaande regeltjes low-priority. Eerst maar eens heel hard naar die post lopen, en dan ga ik zorgen dat ik met terugwerkende kracht ook daadwerkelijk op de juiste plaats ben. Best raar eigenlijk.

Neem nou post 2. Ik vond mezelf wat traag op weg naar 1 (terwijl ik de vierde tijd had vanaf de start naar 1 volgens de splits). Dus ging ik meteen na 1 gestempeld te hebben de kant op die ik had onthouden voor 2 na een snelle blik op de kaart. De richting klopte (ik weet altijd al voor ik bij een post kom welke richting de volgende op is) maar ik had beter het paadje kunnen volgen in plaats van er 15 meter naast te lopen door de struiken. Kortom, ik overtrad regel 3: geen plan, wel rennen.

Naar post 3 was op zich goed, maar ik verprutste het bij de post. Ik liep er redelijk direct naartoe, maar verwachtte nummer 203 want de hele route had opeenvolgende controlenummers, van 201 t/m 225, behalve de derde post, die niet 203 was en ook niet 230, maar eentje minder dan dat (als strafpunt voor de verwisseling van de cijfers) en dus 229 had gekregen. (Een vaag verhaal, maar dat was het ezelsbruggetje dat ik onderweg naar de start had besproken met Ralph, die voor het gemak zijn hele postomschrijvingstrook was vergeten mee te nemen. Ik had het nummer goed onthouden, maar dacht er even niet aan toen ik naar post 3 zocht, en toen ik 229 tegenkwam besloot ik dat ik de verkeerde post had gevonden. Aiaiaiai.)

Ondanks dat het niet zo slecht liep over de bevroren heide was het toch een stuk sneller om over paadjes te lopen. In potentie had ik een een stuk kortere route kunnen lopen als ik 4 direct gevonden had, maar ik miste hem, en was uiteindelijk evenveel, zo’n 310 meter, onderweg, ten opzichte van de route over de paadjes. Maar dan was ik wel een stuk sneller geweest. Kortom: ook weer door de haast regel 3 overtreden, en dat kreeg ik dubbel en dwars terug. Maar ik had me ook niet aan regel 1 en 2 gehouden: toen het er op aankwam keek ik niet goed op mijn kompas, en week te ver naar het westen af, waardoor ik de post miste. Wellicht hadden hoogtelijntjes me kunnen helpen, en in elk geval had ik beter de weg als stoplijn kunnen kiezen, door bewust meer naar het oosten afwijken, in plaats van per ongeluk naar het zuiden.

Op dat moment kwam wel de bezinning, en besloot ik beter bewust te oriënteren. Ik lag toen al op een 17e plaats (zonder het te weten, maar wel te vermoeden).

Naar post 5 volgde ik veel paden, met een goed aanvalspunt, en naar 6 liep ik nauwkeurig op kompaskoers. Maar bij 7 ging het weer enigszins fout. Juiste richting, tot ik er bijna was. Toen vergat ik mijn kompas, raakte van de koers, zag een weg lopen maar kon op afstand niet goed de richting er van zien, en herkende meerder plekken in het bos als open plek. Lastig punt ook. Regel 4 vergeten. Puur op kompas door het donker is geen garantie om de juiste koers te volgen. Dan moet je een plan hebben. Had ik niet.

Ik heb maar eens opgeteld waarmee ik hoeveel tijd ben verloren. De genoemde regels hebben natuurlijk wat overlap, maar de uitkomst is toch wel opvallend:

  • regel 2: De meeste tijd ben ik kwijtgeraakt door niet goed op mijn kompas te kijken: bijna 4 minuten. Nou heeft dat ook te maken met een ontbrekend back-up plan, want een beetje afwijking mag niet tot het missen van de post leiden, wat je zeker kan stellen door het kiezen van goede stoplijnen en meerdere tussen-aanvalspunten in te bouwen.
  • regel 3: Het niet maken van een plan en gewoon gaan lopen kostte bijna 2 minuten. Soms kan je prima onderweg het plan vormen, want als ik bij elke post 4 seconde verlies omdat ik mijn route bepaal kost dat ook 2 minuten bij 30 posten, maar misschien had ik dan ook de kompas-fouten niet gemaakt.
  • regel 1: Dan komt het ‘de tijd nemen’ bij de post: ook bijna 2 minuten, met name aan post 3 waar ik me in het controlenummer vergiste, en 4 en 12 waar ik vlak bij de post de mist in ging door niet de tijd te nemen.
  • regel 4: En ten slotte verloor ik nog bijna 1,5 minuut door geen goed aanvalspunt te hebben. Met name bij posten 4 en 7. Denkend: “ik zie hem wel staan als ik er ben” werkt soms wel in het donker, maar is soms ook een groot risico.

Het lastige is natuurlijk dat je wel eindeloos kan gaan lopen muggenziften bij elke van de 30 benen van zo’n route, maar als dat telkens 5 seconden kost, ben je al 2½ minuut verder. En of ik daar 7½ minder mee verlies is natuurlijk nog maar de vraag. Het gaat er dus niet om om elk been deze verzekeringspremie te betalen, maar om in een oogwenk te bepalen wanneer het wel loont en wanneer niet. Stukje ervaring, en stukje routine: een snelle blik op de kaart, om te bepalen of een snelle blik voldoende is, of dat ik beter 10 seconden kan uittrekken om een listig plan te smeden. En onderweg nog een paar tripple-checks of ik met niet van de kaart heb laten brengen… Want vaak pakt het genomen risico toch wel goed uit en loop ik strak op de post of.

Maar het is wel opvallend dat ik de meeste tijd had kunnen winnen door vaker en/of beter op mijn kompas te kijken, terwijl dat iets is wat toch nauwelijks extra tijd kost onderweg. Ware het niet dat mijn duim er halverwege bijna af was gevroren door een combinatie van koude en een te strak elastiek van mijn duim-kompas, zodat ik het ding maar om een andere vinger droeg, en hij daarmee -onzichtbaar- onder in plaats van boven op mijn kaart zat. Daar moet ik toch maar iets slims voor verzinnen de volgende keer, met een pols-kompas of zo bij extreem koud weer.

Anyway, terug naar de kaarten, want daarom lezen jullie dit artikeltje, toch? We gaan naar 11. Daar heb ik last van zinsbegoocheling. Richtingszin, wel te verstaan. De familie Pouppez-de-Kettenis had een doortrapt plan in de jaren ’20 van de vorige eeuw, en trok het lijnen-raster dat de paden vastlegde scheef ten opzichte van het noorden. Om mij een eeuw later van de wijs te brengen. En het is ze nog gelukt ook. Een snelle blik op de kaart (zo een die leert dat dit een makkelijk been is en ik gewoon hard moet lopen tot aan een pad op de rand van bos en hei) was genoeg om het gevoel te geven dat ik zo’n 45° graden aan moest houden. Één hersencel vond dat dat ten opzichte van de paden was (die ik vanaf post 10 helemaal niet kon zien, natuurlijk), maar twee andere cellen dachten dat ik ten opzichte van het noorden bedoelde. Dus liep ik koers 315° tot ik een ‘lijn’ zag en corrigeerde nog wat meer naar het noorden, tot ik 45° met het pad maakte. Volgens plan. In werkelijkheid pal de verkeerde kant op. Want het was een ander pad. Ze noemen het ook wel de klassiek 90° fout. Verwarring, desoriëntatie, en onbehagen. De naald van mijn kompas leek wel vastgeplakt terwijl ik mijn lichaam in de richting die de kaart aangaf draaide. Beginnersfoutje. Dat ik even later een eiland op liep (nota bene het enige in de wijde omgeving) en er over de dezelfde route weer af moest is me vergeven.

Er volgden een paar strakke benen, recht op de post af, paden gevolgd waar dat het beste was, en posten gevonden vanaf het voorziene aanvalspunt. Ik kan het dus wel! Wellicht daardoor was ik overmoedig bij het been van 15 naar 16. Of maakte ik weer de eerdere kompasfout, met mijn 45° declinatie? Moest noornoordwest, liep noordnoordoost, en kwam op een pad. Maar een ander pad dan ik dacht. Liep tot aan een kruispunt met een bos. ¼ bos en ¾ hei, volgens de kaart. En warempel, in het echt, in het donker, zag het er ook zo uit. Kijk maar eens goed naar de kaart . Ik heb het stukje hier onder uitvergroot. Het hoekje waar ik uitkwam (rechts, met het rode bolletje) is nèt een tikkeltje asymmetrisch, en oogt in het donker, als je met een half oog om je heen kijkt en met 1½ naar de kaart, net als het hoekje linksonder in het plaatje, als het zicht beperkt is in het schijnsel van een hoofdlampje. Dus ik dacht dat ik op het westelijke kruispunt liep terwijl ik op het oostelijke stond. Doorsteken, pal noord, tot de open plek. Hé, die is iets kleiner dan gedacht. Nou ja, bos groeit ook in het donker door, toch? Ik kom zo dadelijk op een pad. Ja, inderdaad! Nu een stukje pad volgen naar het oosten, tot er een zijpad komt, en dan in het verlengde daarvan naar de open plek. Simpel. Open plek? Ja, daar! Weer kleiner dan verwacht, maar dat was die vorige ook. Het zal wel een oude kaart zijn. Maar waar ben ik? Dat zijpad was er niet, dus waarom zou de open plek dan wel kloppen? Twijfel overheerst. Een pad! Ik ben te ver. Pad volgen, oost of west? Ik gok west. Bij de splitsing van het pad -tenslotte- weet ik waar ik ben, besef ik mijn fout, en kan ik er niets anders meer aan doen, dan deze fout niet nog eens maken.

Maar ik ben er bijna. Niet bij de finish, maar bij de kaartwissel: het grote moment dat ik mijn kaart om mag keren, en met een schone lei op de achterkant kan beginnen. Maar nog ééntje dan, op deze kant, naar post 18. Op zich geen fouten, alleen lag het noorden weer 45° gedraaid, en keek ik niet vaak genoeg op mijn kompas om het te merken. Als het me 15 seconden heeft gekost is het veel, maar toch zonde van de inspanning.

De direct volgende posten gingen allemaal prima. Geen fouten, geen tijd verloren. Kijk maar op de kaart.

Tot ik van 23 naar 24 ging lopen. Het plan was pal oost te vertrekken, tot bij de paadjes, dan over de open plek, rechts aanhouden, doorsteken naar het pad, en bij de splitsing rechts, schuin het bos in naar de post. Tot zo ver niks mis: ik had een plan!

Ik zag een pad, stak over, nog een pad, en daar achter een open plek. Niet heel open, maar ja, dat was die oude kaart waar ik het al eerder over had. Maar de open plek had niet echt een rechter kant waar ik door kon, en ineens zag ik een watertje. Warempel, ik zat compleet verkeerd. Toen toch maar eens rustig naar mijn kompas gekeken. Handig dingetje, af en toe. Had ik er eerder op gekeken, dan had ik post 24 ruim een minuut eerder op mijn naam kunnen zetten.

Post 25 was een eitje, en misschien wel mede daar door, en omdat ik er bijna was, sloeg ik het maken van het plan voor 26 over, en rende weliswaar aanvankelijk de goede kant op, maar vergat het aanvalspunt te kiezen. Meerdere routes, zowel die meer noordelijk, als die meer zuidelijk, waren beter geweest, want zekerder. Alsof iemand die paarse lijn op de kaart met een kwast op de hei zou hebben geschilderd, ging ik recht op het doel af, en miste dat faliekant omdat ik eigenlijk niet wist wat ik aan het doen was. Dat kostte me 25 seconden.

Dat ik vervolgens toch nog de allersnelste tijd vanaf 26 naar de finish neerzette is een doekje tegen het bloeden.

Maar de lezer -u dus- moet nu niet denken dat het niet leuk was, om te Jenvercrossen. Vier jaar geleden, in het zelfde gebied, op dezelfde kaart was ik ook al een beetje draaierig en af en toe de koers kwijt. En over weer een jaar of vier lees ik dit stukje van mezelf en verschijn lachend aan de start. Want drie maal is scheepsrecht…

Intussen namen we er nog ééntje, praatten over wat dit voor mooi jaar zou gaan zijn, hoeveel béter wij nog konden worden, en wisselden verheugenissen uit op volgende week: de W.O.R. 2017.

Hard door nat Gerhagen

Ger-her-hagen

Op 2 november 2012 wist ik niet dat ik bijna vier jaar laten weer door dat zelfde bos zou rennen als waar ik toen een tiental geocaches (multi’s, mysteries, traditionals) zocht met de Altijd Snelle Mystery Loggers. En ook op 31 juli 2016 duurde het tot bijna de finish tot ik door had waar ik was. Althans, dat dit het zelfde bos was, en dat de start van vandaag de lunch-locatie van weleer was. Ineens viel het kwartje van de uitzichttoren. Want, in tegenstelling tot menige oriëntatieloop de laatste tijd, wist ik deze keer nagenoeg voortdurend waar ik uithing. Met andere woorden: het ging weer goed!

Omdat oriënteren voor een groot deel tussen je oren plaats vindt, en ik nogal de neiging heb tot reflecteren, gaat het soms met ups en downs. Loop ik een paar keer goed, dan vier ik de teugels wat wat techniek betreft, om de volgende keren te constateren dat ik maar beter beter stappen kan tellen, regelmatiger kompas kan gebruiken, en nauwkeuriger kaartcontact kan houden. Om vervolgens te constateren dat ik wat harder door moet lopen en minder moet treuzelen met magneetnaalden, gevouwen kaarten, en getelde passen. Nu zit ik in de fase van het betere stappen tellen, en moet ik de volgende keer dus wat beter op de naald lopen en koers houden. Zo gaat dat. Lees maar verder.

Bandit

bandit

Maar voordat je verder leest kan je ook alvast een nieuw window openen en YouTube aanslingeren, want ik heb weer eens een filmpje gemaakt. Dit keer met een geleende TomTom Bandit 4LB00, om te kijken hoe geschikt die is voor Orienteering Headcam Video’s. Hij werkt uitstekend, minstens zo goed als mijn Contour Roam, maar daarover later meer.

Wedstrijd

Het leuke van vroeg starten is dat je niet door het platgetrapte spoort in het gras van lopers vóór je rent. Maar rond post 2 was er geen gras, en in eerste instantie ook geen post. Ik zag hem niet, al zie je op de kaart hier onder dat ik er vlak langs liep.

Ik denk zelfs dat je hem op 3:40 in het filmpje al gewoon ziet staan, en ik zag hem zelf ook, maar in de veronderstelling dat ik er nog niet was (ik zocht naar een greppel die ik als aanvalspunt wilde gebruiken) besloot ik in de gauwigheid dat ik nog verder moest lopen. Vreemde beslissing, die me anderhalve minuut zou kosten. Maar ik herpakte de wedstrijd weer, en nam me voor voorlopig geen fouten meer te maken. En voor een keer kwam dat voornemen ook uit, waardoor er over de daaropvolgende posten, tot en met 9, eigenlijk niet zo veel smeuïgs te vertellen valt.

20160730_Gerhagen_07Hoewel het natuurlijk ook interessant is als alles wel volgens plan verloopt, zoals mijn route van 6 naar 7. Ik koos er voor om aan de noordkant (rechts) van de moerassen te blijven, en gebruikte het pad als stoplijn. Om vandaar uit over de langgerekte heuvel te lopen, omdat die hoog, droog, en hard was vermoedelijk, en vanaf het uiteinde op het ook naar het westelijke punten van het achterste moeras te gaan, naar de post. En dat lukte perfect.

Deze moerassen had ik ‘overleefd’ maar onderweg naar 8 stonden sommige paden compleet blank. Een paar weken terug had ik verschrikkelijke blaren overgehouden aan een paar natte voeten, en ik hoopte dat dit keer te voorkomen. Maar ja…

De route van 9 naar 10 ging overigens niet zozeer fout, als wel was het een behoorlijk lastig been. De kortste route loopt ongetwijfeld dwars door het bos, maar een vergelijking met de route van Ralph (rood) en mijn route (blauw) over de paden, laat zien dat hoewel we overall toch ongeveer even hard liepen, doorsteken hier minuten extra kostte. Ik vond het ook lastig om in te schatten hoe het ‘witte’ bos er uit zou zien, omdat tegen de paden aan al het bos ondoorzichtig ‘groen’ was, en de doorloopbaarheid dus een onverantwoorde gok inhield.02-08-2016 22-31-09Maar het spectaculairst werd het vanaf het moment dat het pad in noordoostelijke richting naar 10 liep. Het begon nog redelijk, zij het dat het pad zo onherkenbaar was dat ik er in eerste instantie voorbij rende, maar al gauw stond ik tot mijn middel in het water. Vies bruin stilstaand water. Waardoorheen rennen niet meer mogelijk was, en waarbij door het opspattende water mijn kaart nat werd, zodat ik al gauw met de kaart boven mijn hoofd verder liep, balancerend om niet om te vallen en helemaal nat te worden. Ik bedacht dat het wel interessante beelden zou opleveren voor de video.

water2Intussen was het vrijwel onmogelijk om realistisch afstand in te schatten. Er was een hele flauwe bocht in het pad te zien, maar ik wilde doorlopen tot aan de ‘greppel’ die vanaf het pad naar de post zou moeten lopen. Alleen was die greppel net zo min te onderscheiden in het compleet onder water staande bos, als de beek die links van het pad zou hebben moeten lopen. Het hele bos was een beek of greppel, en ik had geen zin om op de tast te proberen waar ik nog een meter dieper zou wegzinken. Dus liep ik door tot waar het droger werd, besloot dat ik te ver was, heroriënteerde me, en liep pal op de post af. Alleen dan na 300 meter méér zwemmen dan via de kortste route.

20160730_Gerhagen_13Een paar posten verder had ik wat beter op mijn kompas moeten kijken. 02-08-2016 22-53-27Want in plaats van door het dichte bos zo snel mogelijk naar het zuiden, naar het dichtstbijzijnde pad te lopen, week ik bijna een kwart slag af naar het westen en liep parallel aan het pad in plaats van er recht op af. Dat was natuurlijk wel een beetje jammer. Twee hele minuten ploeterde ik door ruig bos vol greppels overdwars. Om nog een beetje vaart te houden liep ik af en toe parallel aan de greppeltjes, maar daarin zat nou net de fout: ik werd hierdoor naar het westen getrokken, zonder dat ik me er bewust van was. En zo kwam ik uit op het oost-west pad, in de veronderstelling dat ik oostelijk van de splitsing liep en het voetpad kennelijk had gemist, terwijl ik in werkelijkheid een stuk naar het westen was, en waardoor ik nota bene nog veder doorrende in westelijke richting. Gelukkig had ik na 10 seconde mijn fout door en keerde alsnog om.

Een leuke routekeuze was die van 15 naar 16. Nadat ik bij 15 nog een dikke minuut had verloren door hem niet te vinden, besloot ik even flink door te lopen, en gebruik te maken van extra snelheid van de paden. Op zich had de rode route naar 16 dwars door het bos nog wel snel kunnen zijn, en er zaten ook wat stukken ‘wit’ bos tussen, maar mijn ervaringen vandaag met dit bos waren niet zo denderend, met name qua snelheid, dat het pad me beter leek. En dat bleek te kloppen, want de verloren tijd van 15 werd bij 16 bijna compleet goed gemaakt.

Wat daarna volgde was een uitstekende finale, met soms een beetje geluk. Vlak voor 20160730_Gerhagen_19de finish lag nog een doolhof aan kleine paadjes, waarbij het veel tijd had kunnen kosten als ik verkeerd was gelopen. Maar door goed kaartcontact houden en een beroep op mijn richtingsgevoel (nee, geluk was er uiteraard niet bij!) verliep dit vlekkeloos, en mocht ik naar post 19 en de finish de snelste tijd van de dag noteren, volgens de splits.

Ik ben dik tevreden. Lekker gelopen, geen blaren, een paar goede routekeuzes, en als leermomentje voor de volgende keer: kompas gebruiken.

Video

Ik heb weer eens een video gemaakt vanuit mijn perspectief. Zoals ik er wel meer heb gepost op YouTube, met een Quickroute kaart via RGMapVideo er in gemonteerd, maar dit keer met een andere camera.

De TomTom Bandit is een leuke actioncamera van TomTom, die erg geschikt is voor Oriëntatielopen, omdat hij niet alleen in breedbeeld-, maar ook in normale beeldverhouding kan filmen, zodat je niet door een brievenbus naar de struiken kijkt, maar ook nog wat boven en onder ziet. Overigens kon mijn oude Contour Roam dat ook.

Hij valt op door zijn bedieningsgemak en veelzijdigheid. Hij heeft namelijk gescheiden start- en stop-knoppen, waardoor je blind de juiste actie kan uitvoeren, en niet per ongeluk stopt als je juist wilt starten. De knoppen zijn groot genoeg, maar worden niet per abuis ingedrukt door een passerende tak (zoals bij de Contour regelmatig gebeurde). Mooi is dat je hem met de smartphone kan instellen en een live-weergave kan gebruiken om hem recht te zetten (nou zat hij toch een beetje scheef op mijn hoofd; het zou mooi zijn als je de rotatie kon locken als hij eenmaal goed staat). Maar alle opname-formaat en -kwaliteits keuzes zijn ook via het kleine LCD scherm op de Bandit zelf te maken.

De batterij hield het lang genoeg uit. Dat was toen ik hem in de winter probeerde wel anders. Toen was hij na een half uur op. Ik denk vanwege de kou. Dat zou wel een verbeterpuntje kunnen zijn. Misschien lag dat aan dit exemplaar.

De Bandit’s beeld stabilisatie is best goed, en het centrum trilt niet, maar het laat een flinke steek vallen bij het corrigeren van rotaties, en laag-frequente bewegingen. Op zich niet verwonderlijk, want je moet dan voldoende grote marges hebben om stukken beeld weg te laten zodat wat overblijft geen zwarte randen heeft. Dat heeft mijn na-bewerkte resultaat dus wel (via de deshaker plugin van VirtualDub), omdat ik wat sterkere camera-bewegingen heb met de camera aan mijn hoofd, dan waarop de Bandit rekent. Door de loop-beweging kantelt het beeld ook behoorlijk van links naar rechts, en het lijkt of er in die richting geen stabilisatie door de Bandit wordt toegepast.

tomtom-bandit-3Als de Bandit meteen een stabiel beeld zou leveren zou dat heel veel werk en tijd schelen bij het maken van orienteering videos (en een hoop misselijkheid bij het bekijken).

Verder zat hij goed vast op mijn hoofd en schudde niet. Ik had een strakke, niet-elastische band om mijn hoofd, die ik een paar keer recht trok als hij wat omhoog wandelde en iets losser kwam te zitten, maar dit lijkt wel stabieler te werken dan een elastische band. Hij ik lekker klein, en zit aan de zijkant, waar hij minder tegen objecten aan stoot dan bijvoorbeeld een GoPro die bovenop zit en veel meer uitsteekt. En daardoor totaal ongeschikt is als action camera.

Jammer is wel dat de TomTom niet, als hij aan de zijkant zit, op en neer te richten is, met de meegeleverde klemmen. Alle houders zitten in een ‘vaste’ positie en kunnen niet roteren. Dat mis ik wel.

Het geluid is niet slecht. Ik kan mezelf redelijk goed verstaan tussen al het windgeruis en gehijg door, al zou het volume iets hoger mogen.

Wil deze camera echt heel makkelijk werken voor video’s met oriëntatiekaarten, dan zou de stabilisatie ook rotatie moeten aanpakken, en liefst ook grote laagfrequente bewegingen, en zou je via een (web?) interface eigen, ingescande kaarten moeten kunnen toevoegen (na kalibreren) en splits toevoegen (of laden van een website met uitslagen). De Bandit heeft immers al een ingebouwde GPS, kan met een hartslagband praten, en heeft een wifi-interface,  dus de infrastructuur voor een complete verwerking is er al. Het wachten is op de software. Ik heb vernomen dat er misschien een aangepaste beeldstabilisatie aankomt.

Als een halve sok…

…thuis zou zijn blijven liggen, had ik er nog maar anderhalf bij me gehad. Maar ik had een hele sok thuis gelaten, dus had er maar één om aan te trekken. En vanwege het warme weer was ik op mijn Birkenstocks hier heen gereden, en had dus ook geen stadssokken op zak. VJLopen op blote voeten dus. Nou ja, wel met mijn bijna nieuwe VJ Integrator High’s om mijn enkels, maar zonder sokken er in. Dat zou wat worden.

Vol goede moed naar de start. Alweer vergeten dat ik wat vergeten was. En focus op het vertrek. Goed kijken dit keer, met als bewust-onbekwaam aandachtspunt de fijne oriëntatie; want het oriënteren op de mm2 ging de laatste keer minder fijn.

20160710_Galbergen_01De eerste posten gingen dan ook uitstekend. Tot en met been 6 liep ik nog ongeveer gelijk met de nummer 3. En als ik niet op weg naar post 7 een foutje had gemaakt, was ik als 2e bij post 14 aangekomen. Maar dat pakte dus wat anders uit.

Op de kale vlakte waar ik bij mijn 2e oriëntatieloop ooit, “Nacht Galbergen” op 11 februari 2011, ook wat verdwaalde, ging het een beetje mis. Ik dacht 7dat post 7 (zie kaartje hier naast) een boom op een open plek omringd door zand zou zijn. Een hele herkenbare post dus. Maar ik zag in het voorbijgaan niets. Open plekken zijn nooit zo heel open. Her en der groen, heuveltjes, is die boom toch een bos? Afstand schatten uit de losse pols is ook lastig. De post lag niet helemaal in het open vlak, maar in een puntig stukje tussen stukken wit bos. En ik moest eerst nog tussen wat wittigs door om er te komen. Dus, zoal je hier onder kan zien, ging ik door dat wit heen; althans, door wat ik op dat moment dacht dat ‘dat wit’ was. 20160710_Galbergen_07Aan de andere kant aangekomen begon het te dagen. Ik was te ver, en zag precies waar ik liep. Terug door het witte groen, bijna recht op de post af, die verscholen zat in een piepklein stukje donkergroen – op de kaart. Anderhalve minuut kwijt! En eigenlijk voelde ik het al aankomen. Passen tellen, de volgende keer als ik hier ben…

Daarna ging het dus weer even uitstekend. Post na post zonder enige hapering. En eigenlijk liep ik naar 15 ook niet heel verkeerd, ik had de kortste route gekozen, 10% korter dan verder naar het noorden oosten doorlopen, en 15% korter dan de zuidelijke variant. Maar ja, ik liep langs een hek tussen twee akkers, die bij nader inzien 20cm onder water bleken te staan. Natte voeten! Maar nog erger: zonder sokken, dus verder soppen met weke huid om mijn hielen heen. En, o ja, ik liep een doodlopend paadje in vanaf de verharde weg20160710_Galbergen_15, dat niet op de kaart stond.

Voor de 2e keer vandaag: passen tellen, dan was dit niet gebeurd. Je zult zeggen: zag je dat slootje dan niet, die blauwe lijn op de kaart? Dat wist ik pas toen ik het zag, maar tot die tijd was het lastig om alle details in de tuinen waar ik langs liep af te scannen; wat olijfgroen is op deze kaart was in werkelijkheid een palet van huisjes, heggetjes, schuurtjes en tuinkabouters. Goed, dat scheelde 40 sec.

20160710_Galbergen_17Weer volgden een aantal succesvolle posten. Achteraf bijna bezien perfecte routekeuzes. Hoewel ik wel iets handiger naar 17 had kunnen lopen: zonder de 90-graden fout die ik later vandaag nog een keer zou maken.

20160710_Galbergen_21Maar zo rond post 20 sloeg de zonnesteek toe. Een kort stukje doorsteken? Of zou ik omlopen over het pad? Ik voelde vermoeidheid toeslaan en koos voor traag over onderbegroeing worstelen, in plaats van extra meters. Zie hoe ik recht op de post afliep! Niet verkeerd. Met het pad als stoplijn kon het ook qua afstand niet misgaan. Maar ik miste de post, dacht dat ik te ver naar het zuiden was uitgekomen, rende naar het noorden maar vond -uiteraard, want ik was er al voorbij- niets. Anderhalve minuut terug; maar niet in de tijd, helaas.

20160710_Galbergen_22Op weg naar 22 ging iets soortgelijks mis. Ik liep naar het westen, vond een pad met een splitsing, en, wetende waar ik was, volgde ik het pad naar het zuidoosten. Maar het paadje richting de post was zo slecht zichtbaar dat ik er voorbij rende, en pas later constateerde ik dat ik veel te ver was. Passen tellen dus. En een halve minuut sparen, als ik hier over 5 jaar weer kom.

20160710_Galbergen_28Mijn route van 27 naar 28 had misschien een paar procent korter gekund. Maar het viel vooral tegen hoe dichtbegroeid het groene bos ten westen van de weilanden waar ik langs liep was. Mijn inschatting was een passeerbaar grasveld: anders hadden er wel hekken met “dubbele streepjes” omheen gestaan. Maar vanwege de paarden die er liepen besloot ik toch maar buitenom te lopen.

Inmiddels begonnen de blaren redelijk irritant te worden. Natte voeten die inmiddels een kilometer of 9 op en neer schuurden waren waren steun in de rug. Hoe ver nog?

20160710_Galbergen_29Mijn keuze naar 29 was prima. De zuidelijke route was zonder twijfel een procent of 8 korter. Ik moest snel beslissen, en het duidelijke verschil met de andere, noordelijke route voelde even alsof er een instinker onder het gras zat.

De route naar 30 ging op zijn zachtst gezegd beter dan die naar 31. Kompas gebruiken! Dat had ik beter moeten doen. Maar ik zocht naar een open plek in het bos, zag ergens zon tussen de boomtoppen doorschijnen, en rende die kant uit. Een half pad, dat zou de smalle verbreding tussen de bomen kunnen zijn. 20160710_Galbergen_31Maar toen ik vlakbij een blaffende hond uitkwam concludeerde ik dat dat vast niet het kerkhof was waar ik tegenaan zou lopen, maar de tuinen ten zuiden daar van. Terug lopen naar het noorden. Op zich niet ver, maar omdat het een soort jungle was ter plaatse wel tijdrovend. Dik 2 minuten ploeteren.

20160710_Galbergen_32Gelukkig nog niets bij de laatste blunder van de dag: dezelfde 90-graden fout als eerder vandaag, maar dan met wat meer meters meer tot gevolg. Op onterecht richtingsgevoel rende ik zonder kompas het bos uit, koos het linker pad bij de (verkeerde) splitsing, en kwam op een verharde weg uit. Die had ik ook veracht. Ik sloeg linksaf, volgens plan, maar toen de weg een bocht bleek te maken in plaats van rechtuit te lopen, meende ik dat ik verder naar het noorden zat dan ik dacht. En het duurde pas tot de volgende bocht in de weg tot ik doorhad dat het compleet de verkeerde weg was. Met mijn kompas er bij was dit niet gebeurd. Alweer!

Maar daarmee was de kous af, wat betreft gestuntel. De laatste paar posten gingen vlot en zonder tegenspoed.

racejetM’n tweede normale oriëntatieloop dit jaar (de rest waren nacht-, avond-, en sprint-loopjes) was leerzaam: ik ga weer gewoon vertrouwen op mijn kompas (net een Silva Race Jet gekocht, want mijn vorige kompas had een hardnekkige luchtbel), en getelde passen (ook dit kompas heeft weer een do-it-yourself JG-geijkt passen-tel-schaalverdeling). Dat had me dit keer veel gescheeld. Maar misschien wel het belangrijkste verbeterpuntje voor de volgende keer: twee sokken…

Hulsthulst mispost

Je kan dus in Hulst, vrijwel binnen de vestingwerken, een halve marathon lopen. Dat, en dat het zomer is geworden, bleek vorige week zaterdag, tijdens de stadssprint.
Normaal gesproken zijn dat korte wedstrijdjes, en normaal gesproken ren je dan één keer helemaal voluit, en dat is het dan. En dat dacht ik dan ook, totdat ik na afloop mijn Emit-chip uit liet lezen, en er bovenaan een NOK prijkte. Niet OK. Of mijn Emit was defect, of ik had een foutje gemaakt. De ‘punchcard’ gaf uitsluitsel: ik had een post gemist. hulstIk was er wel geweest, maar vergat te ‘stempelen’, met de volgende post al in het vizier. Net als Piet Kleine bij de Elfstedentocht van 1997. Die finishte toen als vierde. Ik liep in Hulst de 3e tijd. (De splits heb ik wat aangepast en gedaan alsof ik wel een geldige wedstrijd heb gelopen, maar da’s natuurlijk niet de officiële uitslag.)

Maar goed, fout is fout. Dus er zaten maar twee dingen op: met hangend hoofd naar huis rijden en de rest van het weekend balen, of voor straf nog een rondje lopen. Nou, dan weet ik het wel: schoenen weer aan, en gaan. De start was al afgebroken, maar alle posten zouden nog blijven staan voor een Trol clubtraining, en toen ik Peter tegenkwam met de startposten in de achterbak kon ik mijn Emit herstarten, zij het 1 km voor de echte start. Wat natuurlijk niet uitmaakt, want ik liep de 2e ronde niet voor de prijzen, maar voor mezelf.

Kort

Leuk is het alvast om deze animatie te bekijken van mijn 1e en 2e ronde.

Om een lang verhaal kort te maken: het werkte. Ook al had ik me de ‘eerste ronde’ helemaal leeg gelopen, voor mijn lange-afstand conditie was dat zeg maar een tussensprint, en redelijk fris plakte ik er nog eens 10km achteraan, toch ook weer bijna het hele stuk volle bak. Alleen toen ik voor de 2e keer bij de finish-locatie aankwam, stonden er geen posten meer, maar gelukkig kon ik Peter, die net wegreed met de finishpaaltjes in de achterbak, inhalen en uitklokken. Het resultaat: tof wedstrijdje, lekker gelopen, 1 foutje op 66 posten, 20 km stadssprint, en zowel een 3e als een 4e plek (als ze allebei hadden meegeteld).

Lang

Om een kort verhaal lang te maken: hier volgt een analyse van de beide wedstrijden.

Maar allereerst even wat context: De eerste keer was ik fris, nog niet moe, en liep of mijn leven er van afhing, met het einde van de wereld ingecalculeerd direct na de finishpost, waar ik minuten lang voor Pampus heb liggen hijgen. De tweede keer, nog geen uur na de eerste start, begon ik met beginnende spierpijn al een kilometer vóór de eigenlijke start te rennen, verbaasd dat dat nog ging. Maar goed, 20 km is normaal gesproken een ontspannen afstand voor een stukje trimmen op zondagmorgen, dus alleen het explosieve karakter van de 1e ronde speelde mee, niet de afstand. Desondanks toch een tikkeltje moe.

Daar staat tegenover dat ik de 1e ronde een paar pijnlijke foutjes maakte. Niet alleen de vergeten post, maar ook een doodlopend pad, en een klim over een stadswalletje te veel. Ik had geen zin dat een 2e keer te herhalen. Mijn route zou dus wel wat sneller zijn.

Maar aan de andere kant: ik blijf nieuwsgierig naar wat de beste keuze zou zijn, in sommige gevallen. Waar ik de eerste keer twijfelde en linksom ging, ging ik de 2e natuurlijk rechtsom, of buitenom resp. binnendoor. Overheen of onderlangs.

Maar -eerlijk is eerlijk- eerlijk is het niet. Tenminste, als mijn 2e rondje meegeteld zou hebben in de uitslag. Want wie kent het parcours nou beter dan … iemand die het net zelf gelopen heeft. Dat scheelde ruim 600 meter. Voordeel van de 2e keer. Met andere woorden: ik liep de 2e keer voor spek en bonen mee, en dat drukt het fanatisme een beetje.

Race tegen mijzelf

31-05-2016 23-00-55Niet geheel volgens plan liep ik de 2e keer op weg naar nota bene de eerste post al om, maar voor de vorm zeg ik dat dat een experiment was. 6 seconde verlies valt best mee, terwijl ik een stuk lager tempo liep. Het was dus nauwelijks langer. En ondertussen wel een simpeler route: rechtdoor tot aan de kerk. En soms is eenvoudiger eenvoudigweg sneller, omdat je minder hoeft op te letten. Wel miste ik het mooie haventje in de 2e variant; maar dat had ik die dag al vaak genoeg gezien.

31-05-2016 23-13-34Op weg van post 2 naar 3 en van 3 naar 4 maakte ik de eerste keer de grootste fouten. Eerst liep ik het steegje naar 3 voorbij, en vervolgens miste ik de 31-05-2016 23-09-23afsluiting van het steegje op de kaart en liep een doodlopende straat in. Dat kwam me duur te staan: ruim 30 seconde. Hoewel ik moet toegeven dat de paarse route-lijn wel half over het afgesloten doorgangen heen getekend stond.

31-05-2016 23-21-14Toen kreeg ik de geest, en besloot van 4 naar 5 wat te experimenteren. Al leek rechtsom sneller, ik probeerde het de tweede keer linksom. Warempel maar 1 seconde verschil, en iets van 10 meter, hooguit.

31-05-2016 23-25-07En even later links- of rechtsom de kerk lopen leek ook al min of meer om het even. Ik had bijna langer staan twijfelen wat ik zou doen. Maar achteraf zie ik dat ik weliswaar 4 seconde sneller was, maar vooral omdat ik de 70 meter die rechtsom langer was kennelijk veel harder heb gelopen. Zonde…

31-05-2016 23-28-36Of dit dan: eerste keer rechtsom (consequent), tweede keer 4 sec. sneller en 40 meter korter. Dat scheelt flink energie.

31-05-2016 23-34-30Toen volgde een lang stuk. In eerste instantie geen interessante routekeuze tot aan post 9, maar vervolgens waren er twee mogelijkheden naar 10, die op de kaart een wereld van verschil maakten. Of niet? Ik twijfelde. De noordelijke route leek iets korter, of was dat gezichtsbedrog? Achteraf heb ik het nagemeten, maar het scheelde inderdaad maar hooguit 50 meter. En de noordelijke route was de kortste. Als handicap liep ik mijn 2e rondje van 9 naar 10 met post 9 in de hand, want dat had ik zo afgesproken met Peter; scheelde hem weer een verre omweg om deze ene post op te halen. Zonder post in mijn hand was ik misschien wel de gracht overgezwommen, waar het weer er prima naar was. Alleen het zwarte lijntje rond het blauwe water op de kaart weerhield mij: het mocht niet.

31-05-2016 23-49-36Natuurlijk waren er nog wel meer verschillen -her en der liep ik een paar seconde om-  maar de verschillende routes die in afstand toch aardig overkwamen zijn opvallender. De 10 seconde verlies in het kaartje hier onder was gewoon een kleine vergissing.31-05-2016 23-54-58

Een opvallende verschilletje is nog wel de variant van 19 naar 20. De eerste keer nam ik duidelijk de kortste route, 35 meter minder. Maar ik deed er wel 15 seconde langer over, omdat die dwars door het hoge gras en dwars over de hoge stadswal leidde, terwijl de omweg door de stadspoort, onder de wal door, gelijkvloers bleef. Veel sneller!

Maar het klapstuk was de route van 25 naar 26: weer de halve stad door, met drie opties: dwars door de stad door zig-zag wegen, binnen31-05-2016 23-58-15door maar langs de stadswallen, en buitenom. Het kortste was buitenom, wat zo’n 45 meter scheelde. Daarna de route langs de wallen, en dwars door de stad was dan weer 10 meter langer. Maar ja, mijn eerste poging, binnendoor langs de wallen, kwam me duur te staan. Want toen ik bij post 26 aankwam, zag ik 27 al staan, en liep meteen door. Was ik buitenom gelopen, dan had ik echt tot aan 26 moeten lopen, en hem zeker niet gemist. Tja, zo gaan die dingen soms.

Maar goed, was het wel in één keer goed gegaan, dan was dit verhaal er een als zoveel andere geweest. Wie loopt er nou twee keer het zelfde rondje?

Kortom

Ondanks een klein puntje van aandacht een erg geslaagde wedstrijd. Dit is wel het soort oriëntatieloop waar ik van houd. Geen gezoek in het struikgewas, maar lekker snel kaartlezen. En natuurlijk fantastisch dat zo iets kan in vestingstadje als Hulst. Wat mij betreft voor herhaling vatbaar.

Leermomentjes? Een paar keer had ik 10 tot 30 meter kunnen uitsparen door een iets kortere route te kiezen. Korter is niet altijd sneller, maar zeg dat het bij 5 posten 20 meter scheelde in mijn nadeel. Dat is samen 100 meter, zo’n 25 seconde met mijn tempo. Bij de andere posten maakte het niet uit, of heb ik de kortste route gekozen. Dan mag ik dus nog geen seconde per post extra spenderen aan beter kaartlezen om dit goed te maken. Ofwel, ik zorg dat ik beter, en dus ook langer, kaartlees, zonder daar tijd mee te verliezen, ofwel, ik doe het al best aardig, en haal daar geen winst meer uit. Ik kan me beter concentreren op het voorkomen van die ene, of twee, grote fouten, door juist wat beter op de kaart te kijken. Dat levert denk ik meer op.

Meetshoven Memory

Meetshoven is een flink eind rijden vanaf Eindhoven, maar toen ik zag dat Omega een Eilandmemorisatie organiseerde was de beslissing snel genomen: er heen!

Memorisatie is eigenlijk een basistechniek voor oriëntatielopers, maar in de praktijk vergeet ik het nog wel eens, ironisch genoeg. Eigenlijk gaat het niet eens zo zeer om het memoriseren zelf maar om de achterliggende methode, die ik vaker zou moeten toepassen.

Waar gaat dit over?

Memoriseren is onthouden: je kijkt naar de kaart, en zonder daar nóg eens op te kijken loop je naar het doel, gebruik makend van wat je op de kaart hebt gezien. De truc is het versimpelen van de kaart, waardoor je je juist op de essentiële kenmerken concentreert, die onthoudt, en vervolgens de route afloopt. Zonder op de kaart te kijken, en daaruit haal je dan extra tijdwinst. Hoe? Daar kom ik straks op.

Eilandmemorisatie is een type wedstrijd waarbij de route vast ligt, althans, zo vast als bij een normale oriëntatieloop -dus met een vaste volgorde volgens de postomschrijving- maar waarbij op een paar plaatsen in het terrein, de “eilanden”, en bij de start een vaste kaart geplaatst is, die je niet mee kan nemen. Je moet dus bij de start de route onthouden, maar ook -misschien nog wel belangrijker- de locaties van de kaarten, om op terug te vallen.

20160124_Meetshoven_memorisatie
Deze kaart hing bij de start (driehoek), en op nog 2 plaatsen (vierkantjes). (klik op de kaart om deze in zijn geheel te openen)

Typisch lukt het niet de hele route in 1 keer te onthouden. Dus je gaat slimme combinaties maken van posten, en loopt tussendoor langs een van de kaarten in het veld voor een update. In dit geval waren het maar 11 posten, maar da’s toch net te veel om in een volstrekt nieuw en onbekend stuk bos in één keer te onthouden.

Dus ik koos er voor om drie posten uit mijn hoofd te doen, dan langs de kaart in het midden van de kaart te lopen, en dan de rest in 1 of 2 etappes af te maken.

hoofdrouteIk versimpelde de kaart in mijn hoofd tot ongeveer dit:

Post 1 bijna over paden, grove schatting van het aantal passen, en het laatste stukje doorsteken.

Dan verder pal zuid, pad kruisen, zuidwest tot cultuurgrens: bam!

Doorlopen tot pad, rechtsaf, bij kruising met veel paden het westelijkste pad volgen tot open plek, en dan post 3 in het hoekje van het vrijstaande bos in het midden daar van.

Tenslotte over het pad om een “verboden terrein” (met hek?) heen, tot de verre hoek schuin links achter van het weiland.

Dat ging uitstekend, tot ik vanaf post 3 op zoek ging naar de kaart, maar die niet kon vinden. Na voor mijn gevoel veel te ver te hebben gelopen, ging ik de hoek om naar het oosten, en keek ik nog eens op mijn kompas, maar constateerde verbaasd dat ik niet naar het oosten liep -wat ik dacht te doen- maar naar het zuiden. Inconsistent.

Verdwaald!

Dat is lastig. Als je verdwaald bent en ook nog eens geen kaart hebt. Terug lopen naar het vorige punt zou wel lastig worden, want ik was immers ergens anders dan waar ik dacht dat ik was. Terug naar de start lopen was wel erg sneu, dus keek ik goed om me heen. Overal andere lopers, maar kennelijk allemaal op een andere route, want iedereen die ik zag had zelf een kaart in zijn handen (en liep dus niet deze zelfde memorisatieroute). Even een kaart lenen was uit den boze, want dat is natuurlijk niet volgens het spel.

Wat ik wist was dat de kaart in een zuidoosthoek hing van een weiland. Weilanden genoeg om me heen, en ook meerdere zuidoosthoeken, maar ik wist, of dacht te weten, dat ik te ver naar het westen was gelopen, dus ik moest is oostelijke richting. En warempel! Daar hingen een paar kaarten. Het had me wel 5 minuten gekost, maar ik was gered.

27-01-2016 00-40-55Nou blijkt dat het al eerder was misgegaan, want ik was na post twee de hoek om een pad in gelopen, waarvan ik onthouden had dat het naar het westen moest leiden, maar dat naar het zuiden liep. Vreemd vond ik dat. De fout zat hem er in dat ik in mijn versimpelde kaartbeeld in m’n hoofd het diagonale pad voor het gemak recht had getrokken, en meende dat dat naar het noorden ging, zodat ik de bocht om naar het westen moest. En toen ik op weg naar post 3 het weiland in liep, dacht ik af te slaan naar het zuiden, zodat ik ná 3 verder door naar het zuiden moest op weg naar de kaart. Maar ik liep juist dóór naar het westen. Mijn kompas had me kunnen helpen, maar ook voor meer verwarring kunnen zorgen.

De volgende keer…

… Zou ik beter moeten letten op de richting, koers en kompas. Nou ja, de volgende keer was nu, want er waren nog 8 posten en een tussen-finish te gaan. Meteen mezelf her-kalibreren. Het is een tikje lastiger dan ik dacht.

Een van de dingen die ik miste was overzicht. Ik had, zoals gebruikelijk, bij het bepalen van de route van de start naar post 1 de kaart gedraaid, georiënteerd. Handig voor dat been, maar voor alle volgende benen slaat dat natuurlijk nergens op. Dat is vast voor de helft debet aan mijn 90-graden fouten rond post 3. Bovendien is het draaien van de kaart leuk als je het per been doet, om snel de beste route te vinden, en intuïtiever van koers te veranderen, maar bij memorisatie is dat van ondergeschikt belang. Misschien kan je het wel doen en per been inprenten hoe de vorm van dat deel van de route er uit ziet, en wat je links en rechts laat liggen. Maar als je een fout maakt ben je verloren en mis je al gauw elke referentie.

Probeer dus het geheel te onthouden, de route die je wilt lopen op een kaart met het noorden boven, zodat je maar één beeld op je netvlies hoeft te branden, en zorg dat je, al lopend, een gevoel houdt voor waar het noorden is en waar je jezelf op die kaart, met het noorden boven, bevindt. En je hebt natuurlijk je kompas nog, voor dat noord-gevoel.

27-01-2016 00-53-18Met dit als uitgangspunt ging ik verder. Vanaf waar ik stond (het rode vierkant met de kaart) waren posten 4 t/m 9 relatief dichtbij en op erg herkenbare plaatsen. Ik onthield hun relatieve positie, en onmiskenbare kenmerken waarmee ik ze zou kunnen vinden. Een hoek van een veld, een bocht van een sloot, afstanden tot kruispunten, en hoe ik zou lopen, gebruik makend van paden en kruispunten. En al gauw werd duidelijk dat post 10 ook wel te doen moest zijn. 11 dan ook maar? 8 posten onthouden leek net wat veel, maar het was ook wel weer aantrekkelijk. De tegenslag van het begin alweer bijna vergeten besloot ik het er op te wagen.

27-01-2016 00-39-29Tot en met post 9 ging het vlekkeloos, maar toen ik op weg was naar 10 besefte ik dat ik alleen maar een globaal gevoel voor richting had en niet zo veel inschatting van afstand. Maar ik had onthouden ik vanaf een doorgang tussen huizen naar het noorden moetst, en dat 10 dan links, en 11 verderop rechts naast het pad moest liggen. En de huizen waren door het winterse kale bos wel te zien. Weliswaar niet via de kortste, maar wel via een effectieve en snelle route kwam ik tussen de huizen uit, en toen ik een doorgang zag ging ik er in. De bedoelde doorgang leek meer op een tuin vol onkruid, zodat ik iets wat toegankelijker maar naar later bleek een oprit van een huis in rende, achter een toevallige andere loper aan die kennelijk het zelfde had gedacht. Gelukkig liep de oprit als ware het een pad door het bos in, alleen lag de post nu niet links maar rechts van het pad. Die vond ik, maar ik kon me eigenlijk niet meer herinneren na 7 andere posten waar 11 nou stond.

Maar wat ik wel wist was dat de kaartenwissel/start vlakbij was, en dus rende ik door naar het noorden, keek daar nog een keer op de kaart, en kon, met maar 1 minuut verlies, via 11 alsnog de eerste etappe afmaken. Best efficiënt, die laatste kwinkslag via de start, al zeg ik het zelf.

 

Lijnenloop

De lijnenloop, met een kaart met alleen maar zwarte lijnen (of het nou paden, sloten, greppels of wallen waren maakte niet uit), was een eitje. Op een aantal plekken kon ik gewoon een stuk afsnijden, want ik kende na de memorisatieronde het bos al aardig, sommige posten waren het zelfde als daarnet, en met koersen en afstanden was er weinig twijfel mogelijk. Dat ging dan ook super, en volgens de splits lag ik, ondanks de vertraging in het 1e deel, na de lijnenloop nipt op kop.

27-01-2016 00-28-43IOF

Het laatste stuk was een IOF kaart. Gewoon, net als altijd. Hoewel dat ook niet slecht ging ben ik daar nog wel 3 minuten verloren op de nummer 1. Maar goed, toch nog tweede geworden is zeker niet verkeerd, en bovendien was de memorisatieronde weer geweldig om te doen. Dat zou best vaker onderdeel van een wedstrijd mogen zijn, of, zoals anderhalf jaar terug, de complete wedstrijd mogen volhouden. Geef je hersens er van langs. Heerlijk!

Strategie

Toch is het laatste woord over de beste strategie nog niet gezegd. En dan bedoel ik niet het verdelen van de route in tactische en behapbare delen, want dat is natuurlijk een peulenschilletje vergeleken met het onthouden van de kaart. Enerzijds is er het versimpelen van de kaart tot slechts het minimale om foutloos te kunnen oriënteren. Maar tegelijkertijd wil je niet bij de minste of geringste afwijking van de kaart lopen en -omdat je slechts een kruimelspoor hebt opgeslagen- dat met geen mogelijkheid meer kunnen corrigeren. Dus je moet net iets meer onthouden om de route-corridor heen. Al was het alleen al om de locaties van de “eilanden”, de kaarten in het veld, te kunnen duiden.

splits
De splits van de memorisatie etappe. Ik ben de dikke blauwe lijn. Het lijkt er op dat een stuk of 4 lopers tussen post 2 en 3 op de kaart zijn gaan kijken, een handjevol tussen 3 en 4, maar de meeste tussen 6 en 7. Een stuk of 5 lopers zijn tussen 10 en 11 langs de start-kaart gelopen, of ze hebben gewoon lang naar 11 gezocht.

Ik denk dat het het beste is om je een noord-georiënteerde kaart in te prenten. En te onthouden wat je op die kaart moet doen om van punt tot punt te raken. “Pad, afslag, noordoost, sloot, volgen tot bocht, post. West tot greppel, noord, talud volgen, pad, tweede afslag links, stukje noordwest, post.” Maar altijd met een beeld van de kaart er bij. Gaat het fout, dan weet je waar je bent ten opzichte van de omgeving.

Aan de andere kant zou je, als je geen fouten maakt, ook elk been afzonderlijk kunnen inprenten, met de koers “omhoog”, en onthouden wat je links en rechts laat liggen. Dat lijkt een eenvoudiger, 1-dimensionale verzameling te onthouden kenmerken, maar omdat de context van de kaart ontbreekt, denk ik dat dat toch een zwaardere opgave voor je geheugen is. En als je zo 5 posten wilt onthouden, vergeet je al snel het zoveelste zij-paadje, waardoor je alsnog de weg kwijt raakt. Los van het feit dat het bij elke post niet intuïtief is welke kant het volgende been op georiënteerd is. Ik blijf bij mijn eerste idee: noord boven. En dat perfectioneren, zodat ik 7 of 8 posten in één keer kan doen.

Trainen

De grote vraag is natuurlijk: hoe train ik dit? Op o-training.net staan in elk geval een aantal aardige oefeningen. Thuis op de kaart van nabijgelegen bos een route tekenen en die zonder kaart rennen is een optie, maar ik geloof dat mijn oriëntatiegevoel totaal anders werkt in een bekende omgeving, waar locaties een associatie oproepen en daardoor zoveel eenvoudiger te onthouden zijn. Het moet dus een onbekende omgeving zijn waar ik de kaart nog niet van ken. En die zijn er vlakbij niet echt, dus moet ik verder van huis. Alleen, zodra je een route verzint, is die door het tekenen daarvan misschien al weer te makkelijk onthouden. Maar ja, dat is eigenlijk ook memoriseren.

  • Pak op de parkeerplaats bij een onbekend bos een stafkaart, teken er een route op, leg de kaart in de auto, ga rennen, en als je terug komt check je of je het goed hebt gedaan, eventueel achteraf met GPS-horloge.

Wellicht valt het ook vanuit de Leunstoel te trainen. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen:

  • De ene dag een route verzinnen op een willekeurige kaart (kan ook een stadsplattegrond zijn), en die een dag later tekenen. Je moet dan eigenlijk wel twee kopieën van de kaart hebben. De vraag is een beetje of de tijdschaal van een dag representatief is voor het type geheugen (korte-termijn) dat je bij een memorisatiewedstrijd gebruikt.
  • Je zou ook een route op de kaart kunnen uitdenken, en die even later als vereenvoudigde looproute kunnen tekenen op een blanco stuk papier. Kijken of je alle afslagen en essentiële terreinkenmerken nog weet. Kloppen de afstanden en richtingen nog een beetje? En hoe ziet die kaart er uit als je het een dag later probeert? Ik zie al een leuk experiment opdoemen.

Mocht je na het lezen van dit artikel meer leuke ideeën, oefeningen, strategieën of tactieken te binnen schieten, dan kan je die hier onder uiteraard posten. Sterker nog, ik nodig je van harte uit om er eens even over na te denken en een reactie achter te laten. Ik ben benieuwd.

Rust, Richting en Regelmaat

…had ik vandaag niet, maar daar schortte het wel aan. Althans, bij de Jenevercross vanavond. Want ik heb wat af lopen blunderen. En toch, toch was het weer erg leuk!

Maar eerst even wat huishoudelijke informatie: mijn blog-kanaal is natuurlijk weer veel te lang stil geweest. 22 oktober was de laatste post van van het laatste jaar. Daar komt dit jaar verandering in. Niet dat de trouwe lezer meteen elke dag een uurtje vrij moet maken om oriëntatie- en andere spinsels te lezen, maar wie weet óm de dag? Er gebeurt voldoenden, als ik me tenminste niet alleen tot oriëntatieverslagen beperk. Dus: voortaan meer interessants wat mij bezig houdt op deze blog. Want ik doe natuurlijk alleen maar interessante dingen 😉

Terug naar de Jenevercross van 2 januari. Vanmorgen kreeg ik zin om te rennen, en vanavond stond ik dus aan de start. Iedereen was alweer binnen, leek het, dus rappa-rappa inschrijven, de MAMIL-suit aan (middle aged men in lycra), beenkappen om tegen de doorntakken, hoofdlamp op de kop, kompas om de duim, en vlug naar de start. Snel even rekken, licht uit, batterij leeg, andere accu aangesloten, en op pad. Waar was ik? In Zoersel, het gemeentepark, maar op de kaart was het niet direct duidelijk. Snel de kaart omdraaien, want het was een twee-zijdig exemplaar en ik keek naar de route van de 2e helft (voor de 3e helft is geen kaart nodig).

En daar ging het dus al mist. De RUST was er niet. Om 19:15 thuis, erwtensoep en griesmeelpudding maken, en om 19:40 in de auto zitten om nog voor 21:00 te kunnen starten is geen Zen-aanloopje op een hyper-geconcentreerd nachtloopje. Nee, das stress waardoor je met een volle kop aan de wedstrijd beging. Les 1: niet doen. Wel deelnemen natuurlijk, maar met een leeg hoofd dat alleen bezig is met oriënteren -en de routine van kaartlezen-voor-de-volgende-en-daaropvolgende-post waar het kan. RUST.

Dus liep ik te veel een slag in het rond, je juiste kant op, maar niet exact de juiste RICHTING. Les 2: zorg dat je plan klaar is voordat je het moet toepassen. De route doordacht bepalen, zodat je telkens meteen de juiste koers loopt. Volgende keer ga ik daar op trainen. 0 fouten. Nul. Hooguit wat vertraging. En als dat er in zit, dan pas versnellen. (Ik heb mijzelf dit eerder horen voornemen, maar dit keer is het Nieuwjaar.)

En die REGELMAAT? Dat betekent natuurlijk dat ik regelmatiger ga lopen. Als in: vaker. Vaker een oriënatieloop, want dan wordt ik vanzelf beter. Ik moet toch ook eens een NK kunnen winnen, al loop ik meestal in België. En als ik nou regelmatiger 4’33” per km zou lopen, zoals vanavond van post 14 naar 15, dan zou dat nog moeten lukken ook.

Proost, op het nieuwe jaar! Ik ga deze 3 voornemens laten uitkomen. Dat dacht ik bij het acheroverslaan van het traditionele jenevertje bij de finish. Het was weer een mooi evenement.

Eilandmemorisatie: scrabblewoord of uitdaging?

Ik zeg: uitdaging! Dit is inspannend, maar ook erg leuk om te doen. En confronterend, want je geheugen wordt sterk op de proef gesteld.

Waar gaat het over?

Gisteren, woensdagavond, organiseerde Hamok een Lenteloop. Omdat het terrein op zich vrij eenvoudig was, hadden ze er iets bijzonders van gemaakt. In plaats van een kaart aan de start uit te reiken met de route, kreeg je die slechts 1 minuut te zien. Op die kaart stonden weliswaar alle posten, maar dat waren er te veel om te onthouden. Ook stonden er 6 locaties aangegeven  post waar een moederkaart hing, zodat je onderweg nog wat op kon zoeken. Zoals hier onder:

20140521_Basvelden_blank

Overigens ga ik er even aan voorbij dat Peter, onze fantastische trainer, dit al een paar keer heeft gedaan bij de KOVZ training, maar ik elke keer daar van verhinderd was. Zodat ik nul ervaring had met memorisatie, maar die wel had kunnen hebben. Nou ja, niet helemaal nul, want ik heb bij de Midwinterrun 2013 wel iets soortgelijks gedaan, en dat ging lang niet slecht.

TactiekIMG_20140522_230632

De moederkaartlocaties waren tevoren al in te zien geweest, dus die kende ik. Beetje rondgekeken vanuit het CC tijdens de inschrijving, en ik had enig idee van afstand, en grootte van het terrein. Maar een kompas leek toch niet overbodig want alles stond er schots en scheef, en elk voetbalveld leek op elkaar. Ik stelde me zo voor dat ik een paar posten per keer uit mijn hoofd zou kunnen leren, maar hoeveel? Geen idee. Geen 29 in elk geval, en zoveel stonden er op de postomschrijvingsstrook. Ik besloot te kijken hoe ver ik kon komen, maar ik leek toch bij 4 te blijven steken, met één minuut memorisatietijd, misschien 5.

Onderweg naar de eerste van die paar posten bedacht ik dat ik had moeten plannen waar ik een moederkaart zou opzoeken. Mijn 4e en 5e post, 102 en 96, bevonden zich ‘onderaan’ op de kaart (de controlenummers waren van laag naar hoog, van noord naar zuid gerangschikt om het zoeken te vergemakkelijken), en daar stond een post op de kaart, herinnerde ik me. Dus zodra ik die zou passeren zou ik kijken wat er zou volgen. Klonk als een solide tactiek.

Na vier posten kwam ik inderdaad langs een kaart, en vier zou inderdaad een soort magisch getal blijken; misschien omdat ik niet meer posten per keer leek te kunnen onthouden, of omdat dat nu eenmaal gelukt was, en het al best pittig bleek.

In elk geval plande ik vanaf toen telkens als laatste punt van een serie een moederkaart. Het leek verstandiger na bijvoorbeeld 2 posten op een kaart te gaan kijken als die toch min of meer op mijn route lag, dan om er 6 trachten te onthouden, maar na 4 te constateren dat ik flink om moest lopen om alsnog de locatie van die 2 vergeten posten op te zoeken. Dus werden het steeds rijtjes van 5: 4 posten + 1 kaart.

22-05-2014 23-54-40
Eerste 4+1: vier posten en een kaart.

Gezien de openheid van het terrein leek het me niet nodig in al te veel detail naar de omgeving van de posten te kijken. Veelal keek ik naar een opvallend referentiepunt, en wat globaal de relatieve positie van de post was, om die makkelijk te kunnen onthouden, en ging er ik er van uit dat ik hem, eenmaal in de buurt, wel zou zien staan.

22-05-2014 23-57-23
Tweede 4+1. Even lopen zoeken naar 96.

Wat ik nog wel deed was kijken of er obstakels op de route zouden liggen, zoals hoge gesloten hekken, of verboden terreinen (zoals atletiekbanen met geestdriftige speerwerpers, of voetbalvelden met enthousiaste hooligans). Water ontbrak onderweg; ook om te drinken.

Analyse

22-05-2014 23-27-04
3e run: wat een 3+1 had moeten werden werd een 1+???+1.

De praktijk bleek wat weerbarstiger. Na twee soepel verlopen 4+1 runs, bleek ik me verkeken te hebben op de vindbaarheid, pardon, zichtbaarheid van post 34. Ik had het veldje onthouden, en dat de post op 2/3 van de lange zijde zou staan. Iets naast een stipje waarvan ik geen idee had wat het zou zijn. Maar daar aangekomen zag ik geen post. Verkeerde veld? Tot dan to had elke post op een zichtbare plaats gestaan.

23-05-2014 00-00-42
Run 4: 3+1.

Of toch niet? Nu ik er over nadenk stond 96 ook al achter een struik in een kuil, dus mijn gevoel klopte niet. Het kon best lastig zijn. Maar dat realiseerde ik me toen niet, en ik ging er van uit dat ik gewoon de postlocatie verkeerd had onthouden en op het verkeerde veld stond. Ik had immers alleen onthouden dat het een meest noordelijk veld was, maar er was nog een vrij noordelijk veldje bij de parking. Prompt liep ik zowaar een moederkaart voorbij, waar ik natuurlijk meteen had moeten gaan kijken, maar overtuigd dat het niet het ene veld was, moest het wel het andere zijn; in mijn hoofd althans. Parking over, zoeken, nog een post bekijken, tot de locatie van de moederkaart tot me doordrong. Kijken, toch weer naar mijn oorspronkelijke plek van 34 terug, maar nu ook achter de struiken gaan zoeken, nadat ik had gezien dat de post in het gebladerte stond. Inmiddels was ik bijna vier minuten verder.

Kennelijk onzeker over de gemiste post en de verloren tijd, besloot ik het wat voorzichtiger aan te doen: 3+1 onthouden, en dan weer verder zien. Niet heel tactisch, want de volgende post na 53 was 65, en die lag juist zuidelijk, terwijl mijn kaart noordelijk van 53 hing. Omlopen dus! Met een halve minuut verlies.

23-05-2014 00-03-09Met iets meer zelfvertrouwen besloot ik er weer 4, of zelfs 5 achter elkaar te gaan doen. Aanvankelijk voorspoedig verlopen -ik had zelfs de plek van 54, tussen te twee hekken onthouden bij een vorige passage- raakte ik na de 4e post de kluts kwijt. Ik weet zeker dat ik wist dat die helemaal in het oosten stond, bij een plukje lastig groen op de kaart, maar toch ben ik naar de dichtstbijzijnde kaart gelopen, die helemaal niet zo dichtbij bleek te hangen. Hop, daar gaat wéér een minuut!

23-05-2014 00-11-02Het gevolg was een nogal suf op-en-neer-tje van de kaart bij de tennisbanen naar 77, en via 73 weer terug naar diezelfde kaart. Al had ik alleen maar onthouden dat ik in de meest oostelijke hoek van het terrein moest zoeken, en was ik daarna via de kaart bij de tennisbanen naar 73 gelopen, dan was dat zoveel sneller geweest. Laat ik het maar toeschrijven aan de inspanning.

23-05-2014 00-11-21Dan volgt er een flink stuk, met weliswaar maar 2 posten (en een kaart op het eind), maar toch met wat gezoek, omdat ik de 2e post niet eens meer weet te vinden, en de kaart ga zoeken bij een veld waar deze niet hangt. Ik had me een huisje naast het voetbalveld herinnerd, maar dit bleek een minder veelzeggende dug-out-zonder-kaart. Ik moet me echt beter concentreren!

23-05-2014 00-11-33En dat lukt. 4+1 op rij is het resultaat. Eerst een hek vlakbij, dan tussen de westelijke tennisvelden, vervolgens een post die ik eerder heb gespot in een hoekje van een veld, en ten slotte en post tussen de struiken, vlakbij dezelfde kaart waar ik nog een keer terug ga komen. Maar dan maak ik weer de fout die ik al eerder maakte: ik merk niet op dat een van de posten lastig geplaatst is en meer aandacht vergt – die tussen de struiken. Komt goed, denk ik, dat zien we dan wel. Maar zonder kaart wordt dat simpelweg zoeken. Halve minuut, toedeledokie…

23-05-2014 00-11-52De finale bestaat uit nog 4+1 posten, waarbij de laatste +1 geen kaart is maar de route naar de finish. En die had ik al gespot op weg naar de start. Zuidoost punt van de atletiekbaan, noordhoek van ‘het schip’, hoek van de parking, en dan het perkje naast de kleedkamers bij het CC, waar ik al eerder langs ben gekomen.

Alsof ik alle eerder gemaakte fouten wil compenseren verloopt dat laatste stuk vlekkeloos. En volgens de splits nog best snel ook.

#controls t/m post kaartleestijd verloren op
moeilijke post
verloren door routekeuze memorisate
per post
4 4 0:01:00 0:00:15
4 8 0:00:59 0:00:30 0:00:15
1 9 0:01:02 0:03:40 0:00:20 0:01:02
3 12 0:01:19 0:01:00 0:00:26
4 16 0:01:04 0:00:16
2 18 0:00:56 0:01:00 0:00:28
2 20 0:00:37 0:00:45 0:00:40 0:00:19
4 24 0:01:17 0:00:25 0:00:19
4 28 0:00:39 0:00:10
28 0:08:53 0:05:20 0:03:00 0:00:19

Wat je onder ander ziet is dat ik ongeveer 15-20 seconde nodig heb per memorisatie. Het gaat niet beter als ik langer blijf kijken. Soms echter kost het tot wel 30 s per post. Die uitschieter naar 1 minuut komt doordat ik vervolgens de 2e post van de 2 niet vond. Ik denk dat als ik 6 posten per keer probeer te onthouden, het misschien per post wel gewoon even veel tijd kost. En ik dus niet eens zo heel veel tijd win door minder vaak naar de kaart te hoeven lopen. Hoewel ik daarvoor slechts 1 keer een halve minuut voor heb omgerend, een keer naar de kaart liep omdat ik een postpositie vergeten was, en de andere keren hing de moederkaart redelijk op de route.

Splits

23-05-2014 01-20-06
Splits positie: de hoeveelste tijd ik had, per post.

Soms was ik best snel. 18 van de 28 posten bij de snelste 4. Soms was ik ook de allerlangzaamste, maar dat heeft natuurlijk ook met het moment van kaartlezen te maken. Je ziet dat soort trends ook leuk terug in de splits-grafiek met mijzelf als referentie (de horizontale lijn door 0):

23-05-2014 01-23-15

Als alle lijnen omhoog gaan deed ik er langer over (en stond in het verkeerde bosje, of ik stond kaart te lezen), en waar de meeste lijnen omlaag gaan liep ik ofwel sneller dan iedereen, maar vermoedelijk keken zij daar op de kaart. Leuk om te constateren dat niet iedereen dezelfde aanpak heeft. Hoewel de vele ‘parallelle golven’ doen vermoeden dat veel mensen weliswaar dezelfde tactiek volgen, maar dat die anders is dan de mijne. Erg grappig om te zien.

Volgende keer beter

23-05-2014 00-17-40Stel dat ik nou eens meer dan 4 posten tegelijk kon onthouden, doordat ik het nu een keer eerder gedaan heb, maar ook door de techniek van het memoriseren te oefenen. Hou zou ik dan gelopen hebben? Dan zou ik bij de eerste run twee postjes meer meegepakt hebben, bijvoorbeeld. Na de 6e kwam ik weer pal langs een kaart. Wel had ik bij de lastige, 96, beter moeten onthouden waar die stond: niet in het veld maar net in het (witte) bos.

23-05-2014 00-18-07De volgende vijf waren ook niet heel moeilijk op zich. Weer goed kijken bij de lastige posten die niet direct te zien waren vanaf het open veld. En er zou weer kaart volgen, min of meer op de route naar 53.

23-05-2014 00-18-20Dan kreeg ik er 7 achter elkaar. Waarom 7? Omdat er onderweg eigenlijk geen kaart hing, zonder al te veel af te moeten wijken van de kortste weg. 6 kon ook, dan had ik een klein stukje terug moeten lopen na de laatste, maar ik had ook kunnen onthouden dat ik die vlak voor een van de kaarten, waarvan ik de locaties inmiddels redelijk uit mijn hoofd kende, misschien wel tegen zou komen.

23-05-2014 00-20-58Vervolgens zou dan een veilig stuk volgen, met 6 posten, en onderweg wel vier keer een moederkaart, zonder al te veel meters extra. Dat zou mooi uitkomen als de vermoeidheid zou toeslaan op het eind van de wedstrijd.

23-05-2014 00-21-09En ten slotte nog 4, plus de finish. Maar daarvan had ik al laten zien dat dat in 1 ruk kon.

Oefenen

Hoe train je nou zo iets? Het komt eigenlijk op drie dingen neer:

  • vóóruit lezen op de kaart zoals je normaal ook zou doen, maar alvast een paar benen vooruit plannen, en kaartleesmomenten inbouwen (noem het tactiek)
  • de kaart zodanig vereenvoudigen dat deze makkelijk te onthouden is en alleen de relevante details opgeslagen worden (noem het techniek)
  • de locatie van de posten en de eerstvolgende kaart, in de juiste volgorde, onthouden (noem het geheugen)

Als je die drie dingen weet te trainen heb je er in een normale oriëntatieloop ook profijt van. Misschien valt het thuis op de bank te trainen, door de ene dat punten op een kaart te zetten, die te onthouden, en de volgende dag ze op een kopie van die kaart in te tekenen. En -hoewel voor de geheugentraining eigenlijk overbodig- met de eerste kaart te vergelijken. Een oriëntatiekaart heb je daar eigenlijk niet eens voor nodig, en de schaal doet er evenmin toe. Het kan ook een Google map zijn van een onbekende stad, als het maar niet een bekend terrein is waar je anderszins allerlei associaties bij hebt (dus niet de kaart van Europa, of zo), want die heb je bij een willekeurige struik of heuvel of bocht in een pad bij een oriëntatieloop ook niet. Ik ga het proberen!

Leerpuntjes

Een paar tips voor een volgende Memorisatie:

  • Goed kijken welke posten lastiger zijn geplaatst (minder goed zichtbaar), en daar dan wat beter van de plaats onthouden. Dat zou zo maar 5 minuten hebben kunnen schelen, bijna 15%.
  • Routes checken op obstakels. Het ging nu niet fout, maar ik had zomaar voor een dicht hek of een brede sloot kunnen staan.
  • Slimmer plannen, en iets meer moeite doen om die ene post te onthouden waardoor ik zonde omlopen langs een kaart kom. 3 minuten winst op het totaal? Toch weer zo’n 10%.

 

City-O Turnhout

Bekijk de headcam-video op YouTube: (normale snelheid of 10 x versneld)

Het was mijn eerste stads-oriëntatie: de City-O Turnhout op 1 mei. Ik had al wel eens in een stedelijke omgeving gelopen, en ook wel eens in Turnhout, en ook wel eens door een binnenstad, maar dat was of een halve marathon geweest, of een nacht-oriëntatie op een campus terrein, en dan wat korter dan gebruikelijk. Nu eens 10 km door de stad, dwars door het centrum. Wat mee viel was dat het 1 mei was, een feestdag in België, en dus wat rustiger op straat.

City-O

Ik wist dan ook niet precies wat ik moest verwachten. Maar ik kon wel een paar dingen verzinnen:

  1. Veel discrete routekeuzes: meer bebouwing en minder bos, en dus geen twijfel tussen een pad of doorsteken.
  2. Het zou een snelle loop zijn. Veel harde ondergrond -dus geen spikes onder mijn voeten- maar vast ook wat zachte natuur. Twijfel over wat aan te trekken.
  3. Door de relatief hoge loopsnelheid is er minder tijd om kaart te lezen. Net als bij een sprint eigenlijk.
  4. Maar door het vlakke terrein zijn er weer meer verhardde stukken waar ik op de kaart kan kijken en niet op de ondergrond hoef te letten.
  5. Peter kennende (les 1: ken je baanlegger) zijn er veel benen tussen posten waarbij de -meestal- twee voor de hand liggende routes bijna even lang zijn.
  6. Ik ging mijn headcam opzetten, dus mocht ik niet door verboden sloten, over verboden muurtjes, of door verboden gaten kijken, want dan zou heel yOutube het zien.

Stop-watchDe kleine schaal van de kaart (1:5000) en de hoge loopsnelheid zorgen er voor dat wat op de kaart een groot verschil lijkt tussen verschillende routekeuzes, in de praktijk relatief weinig tijd scheelt. Daarmee is de winst in looptijd vanwege een marginaal betere routekeuze beperkt. Ik zou eens moeten uitrekenen hoeveel denktijd een centimeter op de kaart mag duren. Stel, ik loop 14 km/uur, dan kost 5 seconde stilstaan om kaart te lezen ongeveer 20 meter, en dat is, op een 1:4000 kaart, bijna 5 mm. Grofweg 1 seconde per mm. Als ik door beter kijken een centimeter op de kaart kan winnen, mag ik 10 seconde stilstaan. Dan is de tijdwinst wel weg, maar mijn hartslag ook weer gezakt. Aan de andere kant, te lang twijfelen om een paar kaart-millimeter te winnen, weegt niet altijd op tegen de winst.

08-05-2014 23-27-43
Voor het been van 7 naar 8 waren twee voor de hand liggende routes mogelijk. De groene is 50 m korter, wat 12 sec. scheelt bij 15 km/uur. Een hoop denktijd, overeenkomend met het cirkeltje rond 7. Goed kijken loonde hier zeker.

 

Anders wordt het als ik meer tijd aan kaartlezen besteed tijdens het lopen, en wellicht, ook als ik dóórloop bij het lezen toch 20% snelheid verlies. Dan mag ik plots 5 sec kaartlezen voor 1 mm winst. En mag ik best een minuut lang 12 in plaats van 15 km/uur rennen, om daarmee 50 meter te winnen, wat op een 1:5000 kaart een centimeter is. Een minuut lang wat rustiger lopen (er van uitgaande dat ik mijn ogen niet op de weg te houden), om een één centimeter kortere route te vinden, dat laat toch niemand liggen? Kortom, ik moet

  • leren goed kaart te lezen tijdens het rennen, en
  • geen excuses meer verzinnen om niet goed op de kaart te kijken (zoals: laat ik maar tempo maken, dan haal ik de verloren tijd wel in).

Hier rechts op het kaartje zie je het verschil tussen twee routes van 7 naar 8. Daar maakte het veel uit. De juiste keuze maken loonde daar zeker. 09-05-2014 00-08-21

Maar op andere stukken, zoals van 9 naar 10, scheelde het een stuk minder. Het verschil was daar 15 meter, en dus goed voor zo’n 3 seconde denktijd. Mijn route rechtsom was iets korter, maar als ik had getwijfeld was de winst al weer verdampt. Dan was snel beslissen, en misschien niet de allersnelste keuze maken, lonend. Op zich geldt dit altijd, maar toch is er een perceptueel verschil tussen een kaart met een grote en een kleine schaal. Wat veel lijkt op een 1:5000 kaart valt dus al snel in het niet. Maar op 1:10000 ligt dat toch weer anders, en maakt een mm verschil in afstand al weer twee keer zo veel uit in tijd.

(Over kaartschalen gesproken: zo heb ik laatst ook bedacht dat het handig is om, als ik een kaart, zoals die van de HTC-O-Run, aan het tekenen ben, de werkversie af te drukken op schaal 1:1785, omdat ik 56 halve passen per honderd meter (56 x mijn linker voet naar voren) zet. Eén pas wordt dan 1 mm op de kaart. Lekker makkelijk. Rennend zou dat 1:3125 worden, maar doorgaans ren ik niet bij het tekenen.)

Race

Maar nu over de wedstrijd zelf. Het ging best lekker. (Je kan op 2DReRun mijn route op de kaart bekijken.) Wat ik tevoren had bedacht klopte aardig: er was bar weinig tijd om na te denken. Meteen bij de start al was het haasten om de kaart te oriënteren (er was geen voor-start), en te kiezen tussen links- en rechtsom (wat nog geen 10 meter scheelde) play.  Niet struikelen over een stoeprand of een hekje betekent dat je niet continue naar de kaart kan staren tijdens het rennen. Maar tegelijkertijd was er wel veel detail op de kaart weergegeven, wat het lastig maakte goed te speuren naar (on)mogelijke doorgangen. 09-05-2014 00-23-18Soms maakte dat ene doorgangetje van nog geen mm breed op de kaart een tiental meters uit in het veld. Maar door de zoute zweetdruppels op mijn oogharen was dat lastig te zien.

Maar dat was niet wat me veel tijd kostte. Nee, dat was eerder dat ik van 2 naar 4 prompt 3 voorbij liep play. Die nog wel pal op de route lag. Dat kostte ruim twee minuten. En het zoeken naar 4, die in het veld volgens mij niet helemaal stond waar de kaart het aangaf, kostte nog eens een minuut play. Dat ik van 5 naar 6 niet de kortste route koos zal niet meer dan 15 sec hebben gescheeld, maar dat ik daar 10 sec over na heb lopen denken is wel jammer play.

Gelukkig ging het daarna vrij vlekkeloos. Bij 13 heb ik nog wel even moeten zoeken naar een doorgang in de micro-jungle, terwijl ik er ook gewoon even verderop doorheen had gekund play.

Even later bij de brug niet de allersnelste route gekozen, maar wel eentje waar ik flink tempo kon blijven houden play. En de posten daarop gingen ook redelijk vlekkeloos. Je kan opmerken dat ik, als ik eerder alert de kaart had bestudeerd, ik bij de twee eerdere passages onder de brug door vast had kunnen kijken hoe ik er op weg van 16 naar 17 het beste op had kunnen geraken. Maar dat had ik niet, en ik heb het volgens mij best aardig opgelost. Vanaf 19 naar 20 ging het wat trager, maar dat was dan ook pittig terrein, langs een ruwe akker met hoog gras en diepe kuilen play. Het postje stond alleen niet helemaal waar ik dacht dat het zou staan, ten opzichte van de electriciteitskast waarop ik me oriënteerde.

Sneller had ik niet naar 21 en 22 gekund (dat verwacht je niet in de stad: play), maar als ik beter had gekeken had ik wel het hek gezien op weg naar 23, en had ik de kade gevolgd. Maar gelukkig kwam ik er nog redelijk op tijd achter, waardoor ik hooguit 60 meter om liep. Om het goed te maken heb ik maar de laatste twee posten voluit gerend. En dat ging best hard: play.

Wijze lessen

Dus, de volgende keer:

  • bij kleine verschillen niet twijfelen (elke seconde is 1 millimeter op een 1:5000 kaart)
  • maar wel beter en vaker kaartlezen tijdens het lopen, dan maar 20% snelheid verliezen, maar wel de juiste route kiezen (4 x niet optimaal: 1:15)
  • en vooral meteen weglopen van de post zonder eerst te hoeven kijken op de kaart (2 x staan twijfelen: 0:30)
  • slimmer zoeken naar posten op lastige als struiken (3 x lopen speuren, 1:40)
  • en -heel belangrijk- geen posten voorbij lopen (1 x fout: 2:10).

Dat scheelt dan weer ruim 5 minuten, en vier of vijf plaatsen in de klassering. En ik ben nog eerder thuis ook!

Game over of next level?

Om het woord Game in de titel kracht bij te zetten heb ik twee animaties gemaakt: Roland vs. J-G tijdens de |Sprint| en |Long|

Het leek wel een razendsnel spel, deze oriëntatieloop. En dan heb ik het over het Criterium Régularité op en om Kamp Brasschaat. Een wedstrijd met éérst een Sprint, daarna een Labyrint, en ten slotte een normale, lange, oriëntatieloop. Flink wat kilometers, maar het was vooral de afwisseling die de ervaring compleet maakte.

Om met het labyrint te beginnen: dat had ik nog nooit eerder gedaan. Ik was er daarom wel een beetje zenuwachtig voor, toen ik bij de inschrijving hoorde dat dat een onderdeel was vandaag. Nervositeit was natuurlijk nergens voor nodig, want er kon niks mis gaan, maar ik wil het dan toch meteen góéd doen, en had nog geen idee wat er bij zou komen kijken.

Maar gelukkig, direct na de start nam de sprint me zo in beslag dat er niet één hersencel meer aan doolhoven dacht. De posten stonden in het begin vrij dicht op elkaar, zodat oriënteren en lopen multitasken werden. En dat is wel te zien op sommige plaatsen. Daar was ik duidelijk niet helemaal scherp. Grappig is dat ik dat pas achteraf, als ik naar de kaart met mijn route kijk, constateer, en dat het tijdens de race niet was opgevallen. Ik zal straks nog een korte opsomming geven van opvallende route-missers, en leermomentjes. Grappig was dat een aantal gebouwen voor de gelegenheid open waren, en ook als ‘passeerbaar’ op de kaart stonden. Ik kon het dus niet laten er ook doorheen te gaan, ook al was dat soms nergens voor nodig. Alleen bij het laatste, langwerpige, gebouw in de noordoost hoek pakte dat verkeerd uit. Ik hoopte er doorheen te kunnen, maar een van de lange wanden bleek dicht, wat ik pas zag toen ik er al voor gekozen had het gebouw westelijk te passeren. Dat werd omlopen.

Maar geen tijd om er over in te zitten, want daarna volgde het labyrint. Snel de kaart omdraaien, constateren dat er geen noord op stond, maar grappig genoeg was dat ook geen moment nodig. Zonder kompas, maar ook zonder de kaart fysiek te draaien, draaide ik die in mijn hoofd. Of zo. Ik weet het niet meer. Misschien draaide ik de kaart ook wel mee met de werkelijkheid. In elk geval was er een soort onbewust kompas in mijn hoofd (of was het het stralende zonnetje) waardoor mijn gevoel voor richting feilloos werkte. Slechts 1 keer liep ik 2 meter verkeerd. Maar dat mag geen naam hebben. Ik doorliep een steile leercurve, want op de eerste labyrint-post liep ik 12 seconden langzamer dan de snelste, op de tweede was ik zelf zelfs het rapst, maar toen begon de rest ook te leren, want de derde deed ik weer 1 sec langer, de vierde 10 sec, en de vijfde zelfs 18. Dat waren dus die 2 x 2 meters die ik om liep. Erg leuk om te doen. Ik kan me alleen voorstellen dat het een hels karwij is om het hele doolhof te bouwen met dranghekken en rood-wit lint.

Ten slotte kwam er een ‘gewone’ oriëntatieloop. Maar wel eentje met veel slootjes om over te springen, een heuse landingsbaan die we over moesten steken, en heel afwisselend open, hei, bos, velden, en niet te vergeten, flink wat doorntakken -waar ik ze niet verwacht had-, en een beekje dat me een natte voet opleverde (en 1 minuut winst op Roland die er omheen liep).

Vergeten passen te tellen, niet scherp, en dus dacht ik halverwege 2 dat ik al in het open stuk daar omheen liep, en ging zoeken. Toen ik hem vond bleek het post 1 te zijn, waar ik al was geweest.

Maar het was ook een grappige wedstrijd omdat ik meteen in het begin, bij de 2e post van het lange stuk, flink mist in ging en Roland me inhaalde, waardoor we de rest van de wedstrijd -gewaagd als we aan elkaar zijn- min of meer elkaar opjaagde en stuivertje wisselden qua positie. Soms liep ik sneller, en maakte vervolgens een fout, en dan weer liep Roland voorop. Dat leverde typische te-snel-beslismomenten op, maar hield ook weer de vaart er in. Netto leverde het misschien niet veel op, maar het zorgde wel voor een interessante dynamiek. Zeker omdat we eigenlijk telkens een eigen route kozen, en alleen zo nu en dan bij elkaar liepen, maar we kwamen elkaar vooral af en toe tegen bij een post. Met World-of-O’s 2DRerun Aut-O-analyse kan je mooi zien wat de verschillende routekeuzes op leverden. Klik hier om deze kaart te openen. Groen is waar ik sneller was dan de blauwe route (Roland) en waar rood was ik langzamer.

Maar het werkt volgens mij beter als je niet de hele route in één keer analyseert, maar in delen. Dat maakt de kaart ook leesbaarder. De link naar 2DRerun is interactief, dus probeer maar van alles uit. Trek alleen geen lering uit mijn routes naar 2 en 7 t/m 9, want dat leek nergens naar.

Fouten

Sprint

De verschillen tussen Roland’s en mijn route zijn hier weer goed te zien: Aut-O-analysis.

  • Aut-O-analysis van de sprint. Klik op de figuur voor meer. Leuk (of niet) om te zien dat kleine verschillen in routekeuze telkens een paar seconde schelen, maar dat een foutje (bij 5) meteen ruim een halve minuut kost.

    Mijn route naar 2 was niet de kortste. Het pakte niet slecht uit, maar waarom ik niet over het grote veld ben gelopen mag Joost weten.

  • Naar 5 maakte ik een fout, en liep te ver, naar het tweede heuveltje, zodat ik weer terug kon. Bovendien ging ik de kelder in, terwijl dat niet in de postomschrijving stond.
  • Van 15 naar 16 liep ik door het gebouw, maar ging de verkeerde ruimte, die zonder uitgang, in. Ik had al kunnen zien dat de ruimte daar naast wel open was.
  • Van 16 naar 17 was een klassieker. Op het eerste gezicht lijkt oost- of west-om niet uit te maken, maar het maakt wel degelijk verschil.

Lang

  • Op weg naar 2 vergat ik de afstand. Veel te vroeg meende ik de slinger in het pad te zien met de open plek links, en ging het veld in. Dat het terrein niet klopte, de vorm van het perceel, de paden die ik gepasseerd was, dat het pad waar ik vanaf kwam niet zo dicht op de weg liep, maar niet op de laatste plaats dat er geen post stond, weerhield me er niet van een paar minuten te besteden aan het zoeken en uiteindelijk uitkomen bij een post die ik al een paar minuten eerder had gevonden. Jammer.
  • Bij 6 meende ik post 160 te moeten vinden, zag 152 staan en besloot dat dat een ‘valse’ post was. Zocht, maar vond geen alternatief. Terwijl die 152 toch precies stond waar ik hem op de kaart verwachtte, de postomschrijving klopte, en andere lopers er in de tussentijd heen en vandaan liepen. Het duurde 3 minuten voordat ik goed op mijn controlestrook keek, en constateerde dat 160 inderdaad het juiste nummer was.
  • Naar 7 zag er lastig uit op de kaart. Toch bleef ik te snel lopen en koos geen zekere route. Stom. Dat gaat telkens fout. Bij oriënteren op reliëf moet ik echt heel goed kijken, een waterdicht plan maken en kaartcontact houden.
  • En dat geldt ook op weg naar 8. Toen ik die niet direct vond ging ik ook nog slordig her-oriënteren, zodat het prijsschieten werd met een kromme loop. Door toeval en veel tijd vond ik hem.
  • Op weg naar 14 liep ik te ver naar het westen. Ik zag het donkere groen op de kaart, wilde daar rechts van blijven, maar per abuis liep ik door een doorgang tussen twee andere velden. Zeul ik dat kompas nou al die tijd voor niets mee?
De aut-O-analysis heeft alleen wat moeite met de stukken waar ik behoorlijk fout ben gelopen. Als je op de figuur klikt kom je op een interactieve pagina, waar je ook een animatie kan starten van deze twee KOVZ lopers.

Aandachtspunten

Of hoe zal ik ze noemen? Want ik heb ze eerder gemaakt, en ze hebben aandacht, maar ik moet er nog even aan denken onderweg.

  • Aandacht vasthouden. En niet halverwege 2 denken dat ik er al ben, en een veld te vroeg gaan zoeken.
  • Geen overhaaste conclusies trekken. Andere post dan verwacht? Weet je het zeker? Kijk nog eens goed, voordat je 3 minuten zoekt naar iets dat je al had gevonden.
  • Als het lastig is op de kaart is het dat in het echt al helemaal. Vooral als de post ‘op reliëf’ geplaatst is. Vertraag en maak een solide aanvalsplan.
  • Houd bij splitsingen kompas in de gaten. Snot voor je ogen van het rennen is geen excuus.
  • Let op watertjes, of besluit bewust dat je er door- of overheen kan.
  • Tijdens sprint: vergewis je er van dat je een ‘passeerbaar’ gebouw ook weer uit kan.
  • Een sprint is te kort om fouten te maken. Kijk 1 sec langer en win er 10.

Zwarte Horst bij volle maan

uitslag_140214“Niet geheel tevreden” is een understatement. Maar als ik zeg dat er geluksposten tussen zaten doe ik onrecht aan de baanlegger, want aan de splits te zien was het toch wel mogelijk elke post direct te vinden. Hoewel soms de tweede tijd op een been 25% langer was dan de snelste, dus direct op de post af lopen was niet altijd triviaal. Maar ik was natuurlijk vooral teleurgesteld omdat ik, ondanks mijn voornemen na vorige week om gewoon geen fouten te maken, een paar keer hopeloos de mist in ging. Het kon beter.

Opmerkelijk was dat ik later, toen ik de posten 4 t/m 7 ging inhalen, ik er net zo lang over deed ongeveer, en minder meters aflegde, dan tijdens de race zelf, terwijl ik naderhand toch een stuk meer wandelde dan rende. Kortom, als ik tijdens de wedstrijd zelf wat meer of beter op de kaart had gekeken was ik daar in elk geval net zo snel geweest met minder inspanning. En als ik dat had doorgetrokken naar de rest van de wedstrijd, had me dat vast een hoop zoekwerk gescheeld, en dito verloren tijd.

Wat ging er mis?

Dat lijkt me duidelijk, als je soms 31’32″/km noteert, bijvoorbeeld op weg naar post 16. Tegen een 5’29″/km als snelste been. Maar goed, dat was dan ook de sprint naar de finish, waar ik inderdaad de snelste tijd van het deelnemersveld noteerde. Benen die goed gingen, qua oriënteren, haalde ik ook hooguit 6’00″/km tot 6’30″/km, met een enkele 5’30″/km er tussen. Het was dan ook pittig terrein, met modderige zandpaden vol kuilen en plassen, en bos waar de bosbouwer alles wat hij niet als geschaafde balk kon afvoeren ter plekken neer had gegooid. Overal stronken, takken, stammen, kuilen, en waar niet recent gekapt was stonden dennetjes van formaat kerstboom, of manshoge scheuten van iets anders die je al rennend geselden in het voorbijgaan. Ik wou soms dat ik een machete op zak had gehad.

16-02-2014 02-09-45
Relatieve splits laten goed zien hoe mijn resultaat zich verhoudt tot de rest, en ook wat de spreiding is op de verschillende tijden per post. Let op dat de verticale schaal zoals die hier is afgebeeld niet lineair is: naar boven staan de lijnen dichter op elkaar dan naar onderen; niemand kan meer dan 100% sneller zijn dan ik was. Wat overigens niks zegt over mijn snelheid.

Maar goed, het bos de schuld geven heeft geen zin, de baanlegger heeft altijd gelijk, en iedereen was het zelfde log beschoren, dus de uitdaging was onder de gegeven omstandigheden het wijst te oriënteren. Er blijven altijd geluksposten, maar bij de meeste kan je, als je achteraf met baanlegger Peter praat en hij overal wel een succesverzekerend aanvalspunt weet aan te wijzen, niet anders dan “Ja, natuurlijk!” denken.

Van post tot post

Even kort van post tot post (zie mijn route op de kaart)

  1. Naar 1: te snel vertrokken, althans, overmoedig, en vlak voor de post eentje van een andere omloop zien staan, inderdaad verder naar links dan gedacht, maar er toch heen gelopen. Bleek fout. Gebeurt vaker, en telkens ben ik dan extra tijd kwijt omdat ik de meters naar die andere post mijn richtingsgevoel heb laten varen. Je staat dan weliswaar bij een post, maar die staat dikwijls niet op jouw kaart, want hij is van een andere route, en dus zegt hij nog niks. Een valkuil waar ik nog een afweermechanisme voor moet ontwikkelen.
  2. 16-02-2014 02-21-19Achteraf perfect aangelopen, maar omdat hij pal achter een boom stond niet gezien. Fout is dat ik niet ben omgekeerd toen ik wist dat ik te ver was -omdat ik passen had geteld-, maar met veel tijdverlies ben gaan her-oriënteren. Wat overigens wel doelgericht en succesvol was.
  3. Vrijwel perfect gelopen, hoewel het sneller kon.
  4. Best goed, beetje te vaak op de kaart gekeken. Leren te kijken tijdens het lopen zonder snelheidsverlies.
  5. Op zich niet verkeerd. Vanwege het volgen van het paadje wist ik waar ik was. Alleen bleek er voor de inham op de kaart waar de post zou staan nog een inham te zijn. Bij nader inzien had ik als ik iets verder was gelopen de post vanaf het oostelijk gelegen pad zo kunnen zien.
  6. Uitstekend.
  7. Rare routekeuze, en slecht kompaswerk. Het groene bos tussen 6 en 7 bleek later prima doorloopbaar.
  8. Route over de paden was iets sneller geweest, en even lang als mijn doorsteek. Mijn laatste stuk naar de post meer geluk dan wijsheid gehad. Als ik nu naar de kaart kijk zie ik veel zekerder opties, langs lijnkenmerken op de kaart: paden, een zandvlakte, en hoogtelijnen.
  9. 16-02-2014 02-15-41
    Zowel met post 9, 13 als 23 had ik behoorlijke moeite. Van elke kant zag hij er toch telkens weer anders uit. En behalve de markante bomen op de kaart stonden er ook minder markante bomen in het veld. Ik had bovendien wat moeite het reliëf te plaatse te herkennen.

    Na een minuut was ik er vlak bij, maar uiteindelijk pas twee minuten later, via een omtrekkende beweging, zag ik hem ook daadwerkelijk staan. Ouderwets dwalen. Dit had ik kunnen zien aankomen. Volgens mij heb ik het bochtje in het pad gebruikt als aanvalpunt, maar ben 45 graden de verkeerde kant uit gelopen en miste hem zo.

  10. Slecht kompaswerk. Ik zag een andere loper, maar meende dat die te ver naar het westen liep. Toen die naar het oosten afboog draaide ik mee, nog verder naar het oosten. Ik zag een pad aan voor een heel ander pad. En vond post 11 ipv. 10. Dit had echt niet gehoeven, maar een verkeerde reactie op een andere loper is een bekende valkuil in mijn geval, vooral omdat ik me laat opjutten en geen tijd meer neem om kaart te lezen.
  11. Posten 11, 12 en 13 liepen heel gesmeerd, ook omdat Thomas van der Kleij een meter of 100 voor me liep en ik hem maar niet kon inhalen.
  12. Door de paden te volgen was ik zowaar op dit been nog sneller dan Thomas.
  13. Vanuit deze richting was de gewraakte post met controlenummer 105 goed te vinden.
  14. De route door het bos verliep goed. Reliëf gebruikt. Al had ik voor de veiligheid beter iets naar het noorden kunnen afwijken om de heuvel niet te missen.
  15. 16-02-2014 02-20-17Rampzalig. Ik besloot de langwerpige heuvel te volgen. Maar miste de insnijding, en kwam iets te ver uit. Heroriënteren was de enige uitweg, en om te weten waar ik was moest ik doorlopen naar het kruispunt, om vanaf daar passen te tellen.
  16. Een lastig been, maar met behulp van het reliëf niet onsuccesvol.
  17. Ik had het witte bos kunnen nemen op weg naar het pad, maar verder prima.
  18. Ploeteren door het houthakkerspuin. Geen-bos is stukken erger dan groen bos, hier. De bost leek een boom zuidelijker te staan dan op de kaart.
  19. Goed gedaan, al zeg ik het zelf. Hoogtelijnen gebruikt.
  20. Vanuit het westen of vanuit het zuiden naar de post lopen leek me om het even. De rug in het terrein was in beide gevallen een goede stoplijn.
  21. Hier volgde ik nadrukkelijk het reliëf, en dat werkte. Ik had inmiddels bijgeleerd van de eerder confrontatie met de open stukken in het terrein.
  22. Met het pad als opvanglijn, en het kruispuntje van paden als aanvalspunt, was dit een juiste route.
  23. 16-02-2014 02-22-35
    Niemand deed dit laatste stukje naar de finish kennelijk sneller.

    Dit leek weer nergens naar. Eerst door het zand en over de hei, om even later het pad waar ik vandaan kwam weer tegen te komen. Waarom was ik er niet gewoon overheen gelopen?
    Vervolgens weer recht op de post af, op kompas, maar iets te vroeg onzeker geworden en in het rond gaan zoeken. Beter was het geweest om de bocht in het slecht-zichtbare pad als aanvalspunt te nemen. Ik ben op zich snel genoeg om een paar meter om te lopen, en daardoor niet te verdwalen. Dat zou ik vaker moeten doen.

  24. Weer prima gedaan, vind ik zelf. Laatste stukje puur op reliëf: ruggetje gevolgd, en daarna de insnijding.
  25. Idem.
  26. Sprint naar de finish. Een half jaar terug stond er een Mercedes pal voor de laatste Emit; nu was het een hek.

Maar aan de overkant van de weg scheen al uitnodigend het Bavaria uithangbord van De Koperen Teut, waar mijn vrienden waren. Het blijft mooi, zo’n donker bos, en dan ondanks alle tegenslagen de weg terug toch nog vinden. Beetje als Kleinduimpje.

Verbeterpuntjes

  • Beter op de kaart kijken.
  • Omgaan met andere lopers, en mijn eigen race blijven lopen, zonder af te laten leiden, en op te laten jutten.
  • De kaart beter bekijken.
  • Afweermechanisme ontwikkelen tegen het verdwalen bij een post van een andere route, die toch als magneet werkt.
  • Beter kijken op de kaart.
  • De tijd nemen om op de kaart te kijken.

Kortom, het wordt tijd dat ik eens wat beter op de kaart kijk. Het punt is dat ik het op het moment zelf zonde van de tijd vind, even een snelle blik werp, en besluit op mijn kompas en getelde passen af te gaan. Soms komt dat verbazingwekkend goed uit, maar vaak, en zeker in het donker, gaat dat toch niet goed. Aanvalspunten, lijnkenmerken, opvanglijnen gebruiken is toch robuuster dan richting en afstand, des te meer in terrein waar snelheid en koers ernstig gehinderd worden door reliëf en vegetatie. Ik ben op zich snel genoeg om een paar meter om te lopen, en daardoor niet te verdwalen.

Ik denk vaak: “Ik loop die kant uit, en zie dan vast wel iets herkenbaars, een aanvalspunt of zo.” Terwijl ik dat beter andersom kan doen: eerst een aanvalspunt kiezen, en daar doelgericht heen gaan. Het is namelijk makkelijker in het veld te vinden wat je op de kaart ziet, dan op de kaart te vinden wat je in het veld ziet. Zie ook [The Cognitive Process of Being Lost, Crampton, 1988]. Dus is het zaak te weten waar je bent, en wat je zoekt. Op de bonnefooi is nooit goed. Toch maak ik regelmatig die fout. Ernstig.

ideale_route
Ik heb hier boven geprobeerd de route over de open heidevelden te tekenen zoals die me veilig lijkt. Overal gebruik makend van opvanglijnen en reliëf. Wat opvalt is dat het helemaal niet ver om is. Alleen kost het wat tijd om deze route uit te stippelen. Dat wordt dus de kunst: de discipline om de tijd te nemen om de juiste route te vinden. Maar als het goed is verdien ik dat lang en breed terug. Volgens mijn HERken ik al tijdens het lopen waar het lastig wordt, maar ONDERken ik dat alleen nog niet.

Ik ga het de volgende keer eens andersom benaderen. Snelheid alleen als mijn aanvalsplan er klaar voor is. Oftewel: op weg naar post 15 zoek ik een makkelijk stuk, een pad of zo, waar ik al lopend het plan voor de route naar 16 uitwerk, zodat ik direct na 15 de juiste kant op kan en weet wat me te doen staat. Zo niet, dan maar vertragen. Het plan mag ook zijn: zus en zo vertrekken, en onderweg naar 16 het definitieve aanvalspunt kiezen, maar dan ook alvast de route naar 17 bepalen.

Maar het moet zo zijn dat ik achteraf alleen nog maar de juiste route loop, misschien iets minder rap, maar dat komt dan in tweede instantie. Dit wordt mijn route naar de volgende “post”, met als controlenummer “foutloos”.

Wat deed ik fout in het donker?

Nachtoriëntatie was het eerste wat ik deed!

Of liever gezegd, wat deed ik goed? Een belabberde 17e plaats (van de 25 deelnemers in omloop 1) is natuurlijk niet om over naar huis te schrijven. Dat kan beter. Maar hoe? Tijd voor een analyse.

Er was niets dat niet goed was. De batterijen van mijn hoofdlamp waren opgeladen, m’n schoenen zaten prima, het weer was uitstekend en mijn kleding paste perfect bij de temperatuur, en mijn kompas wees precies naar het noorden. Ik was niet te vroeg en niet te laat, had geen blessures en was uitgerust. En ik had er zin in. Kortom, de omstandigheden waren uitstekend.

10-02-2014 23-51-47Het plan was simpel: geen fouten maken, iets meer paden volgen dan ik overdag zou doen, geen risico’s nemen, en ruim voor de finish de spint inzetten. Podiumplaats, zou je zeggen. De eerste post ging ook goed. Als 6e kwam ik daar aan. Maar bij de 2e, die op zich ook niet slecht ging, lag ik al 9e. Was doorsteken hier sneller geweest, door het groene bos? Of het stukje door het witte bos? Vermoedelijk heb ik wat seconden verloren de laatste meters naar post 2, waar mijn track rood gekleurd is (groen = snel, rood = langzaam). Maar ik vond hem wel in 1 keer. Maar een aantal anderen dus sneller kennelijk.

10-02-2014 23-24-50Je kan dit altijd mooi volgen met SplitsBrowser, door Position after leg te kiezen linksboven, en de naam te kiezen. Ik had dus een goede start, maar verknoeide veel op benen 2, 3 en 7. Ik maakte weer wat goed op benen 11, 12 en 17, maar niet genoeg.

10-02-2014 23-29-55Eigenlijk moet je, om mijn splits in context te plaatsen, ook naar de resultaten van anderen kijken, bijvoorbeeld door Percent behind te kiezen, Compare with Any runner, en dan mijn naam selecteren. Wat je dan goed ziet is de spreiding over ver verschillende lopers, en waar ik daar binnen scoor. Zo zie je hier boven bijvoorbeeld dat post 1 lastig was, maar 2 een stuk minder. 3 was weer wat lastiger, maar nog niets vergeleken bij 4, 6, 10 en 12. Alhoewel, als soms 1 loper (of een paar, als ze in een treintje liepen) een post niet snel kon vinden, maar alle anderen wel, zoals bij 6, hoeft die niet zo moeilijk te zijn geweest. Aan de andere kant, een post 7, waar iedereen relatief dicht bij elkaar lijkt te lopen, behalve ik dan, geeft een vertekend beeld: enerzijds omdat het been van 6 naar 7 relatief enorm lang was, en de verloren tijd bij de post dus relatief minder doet in de grafiek, en anderzijds omdat ik mezelf hier als referentie heb genomen, en de lijnen in de grafiek boven de mijn (die op 0%) dichter bij elkaar staan dan die er onder. Als iemand de twee keer zo snel liep komt op de -50% hoogte te staan, maar iemand die 2 keer zo langzaam liep op +100%. 10-02-2014 23-42-08Eigenlijk is het daarom beter om de spreiding te halen uit de vergelijking met de snelste loper per been. Alleen zie je dan weer niet snel hoe je eigen prestaties zich verhoudt tot de rest bij de lastige posten. Of ik laat de andere lopers even weg uit de figuur.

10-02-2014 23-47-02En dat laat ook meteen iets anders zien: in deze grafiek was het been van 6 naar 7 helemaal niet zo lang; dat was in de vorige vooral omdat ík er zo lang over deed. Maar goed, beide grafieken gebruikend zie je dat ik veel verloor op weg naar 3, 5, 7 en 8. En dat het op weg naar 1, 10, 12 vergeleken met de rest behoorlijk goed ging. Laat ik me dus concentreren op deze benen, en kijken waarom het zo liep.

Op weg naar post 3 10-02-2014 23-57-08gaan een aantal dingen mis. Ik kan het me nog goed herinneren. Eerst loop ik door het bos naar de strook gras. Beter was het zuidelijke pad, en je ziet dat ik snelheid verloor. Dan besluit ik toch weer door te steken, maar tel even geen passen. Middenin het bos kom ik een soort pad tegen dat niet op de kaart staat, en maak een haakse bocht, denkend dat ik al bij het volgende pad ben. Alleen klopt dan de rest van het kruispunt waar ik even later kom niet. Dat heb ik niet direct door, en ga ten noordoosten van de splitsing zoeken naar de post. Tot ik ontdek dat dat niet goed is, en ik nog een stuk verder moet lopen. In eerste instantie loop ik de juiste kant op, in het verlengde van het pad, naar post 3 toe. Maar besluit net iets te vroeg dat ik hem niet kan vinden, en ga me her-oriënteren met behulp van de splitsing. Terug naar het pad, en na passen tellen vanaf de kruising, en nieuwe poging, die wel raak is.  Met moeite worstel ik me dwars door het groen naar het zuidoostelijke pad. Alleen bedenk ik daar dat ik op deze manier niet precies weet waar ik ben. Beter had ik naar de splitsing kunnen lopen om een aanvalspunt te hebben. Gelukkig zit er een klein beetje reliëf in het perceel rond 4, en kan ik het donker groen gebruiken als stoplijn, al is het niet gemarkeerd als duidelijke cultuurgrens. Maar gelukkig lukt deze strategie. Maar dan, van 4 naar 5, weet ik niet precies waar ik ben op het pad. En het reliëf is hier gemeen (of de baanlegger is doortrapt), want er zijn twee ruggen die het pad kruisen. En op welke sta ik? Lastig in het donker. Eerst de zuidelijke proberen, maar dan zie ik de splitsing, en loop een stuk terug naar het noorden. Het was geen makkelijke post, maar ik had het mezelf minder lastig kunnen maken door direct naar de splitsing te lopen, or meteen op het reliëf te letten.

11-02-2014 00-09-50Dan krijg je posten 7 en 8. Ook dat ging niet goed. Vooral 7 is een drama. De weg er heen ging uitstekend, maar misschien juist omdat ik stevig doorrende (met als resultaat wat minder O2 in mijn brein), kom ik van een koude kermis thuis. Zo te zien loop ik in beginsel recht op de post af, mis hem net, en raak dan totaal verstrikt in de dichte dennenboompjes. Een open plek op de kaart zou mijn referentie moeten zijn, maar in het donker lijkt elk gat tussen de bomen op de open plek. Of is die open plek op de kaart van toen nu dichtgegroeid met jonge dennen? En is wat groen is nu juist beloopbaarder? Overal om me heen zie ik hoofdlampen schichten, maar nergens zie ik de post, noch waar de hoofdlampen nou precies heen gaan. En als ik naar mijn GPS track kijk had het ook geen nut er eentje te volgen, want ze waren allemaal alweer op weg van de post vandaan. Ten slotte vind ik hem dan ook, maar dat is meer een kwestie van statistiek; niet eens geluk.

Wellicht wijzer ga ik naar het pad, en besluit even geen risico’s te nemen. Maar hoe het komt dat ik het dwarspad mis, weet ik niet. Slechts door tellen heb ik door dat ik te ver ben. Ik zie links van de volgende kruising een jagersstoel staan, en sla af richting 8, waar nog twee lopers aan het zoeken zijn, aan de hoofdlampjes te zien. Gelukkig vind ik 8 eerder dan hen. Euforisch ren ik weer naar het pad, maar een 90 graden fout, denk naar het westen te lopen, en naar het noorden het pad in te slaan, maar ik vertrok in noordelijke richting en boog af naar het oosten. Tot ik de bekende jagersstoel weer tegenkom, en omkeer.

Daar zie ik Ralph voor me lopen. Min of meer tegelijk komen we bij 9 aan. En even later ook bij 10. Deze, en ook 11 en 12 vind ik -volgens SplitsBrowser- relatief snel. Door goed de paden te gebruiken, en de vegetatiegrenzen. Maar toch, als ik op de kaart kijk had het ook daar, net als bij 7, heel erg fout kunnen gaan. 11-02-2014 00-21-27Ook van die groene plekken zonder stippellijn er omheen, ten teken dat ze niet heel onderscheidbaar zijn. Hoe zou ik dat hebben kunnen doen met nog minder risico? Peilen en passen tellen? Dat was bij 7 mijn uitgangspunt geweest, en dat had niet gewerkt. Toch de grenzen van de groene vlekken volgen? In het donker blijft dat riskant. Of had ik gewoon pech bij 7, en was mijn aanpak, kompas – peilen- tellen- kijken, zo slecht nog niet? En is mijn grootste fout bij post 7 geweest dat ik 10 (!) minuten ben blijven proberen de post te vinden, terwijl ik veel eerder naar het dichtstbijzijnde kruispunt had moeten gaan, en nogmaals een kompaspeiling maken? En dat blijven herhalen?  Ik denk dat laatste. Nu ben ik hooguit 1 keer teruggegaan naar het pad, en verder blijven aanmodderen.

11-02-2014 00-27-30Aantoonbaar ging het vervolg een stuk beter. Geen significante fouten meer (al had ik via een kortere route van 13 naar 14 kunnen lopen, maar je kan ook stellen dat mijn aanvalsroute, over het kleine ruggetje vanaf de kruising zuidwestelijk van 14, juist heel veilig was). En ook in de Splits zie je dat het laatste deel best aardig ging. Wat je dan wel ziet is dat ook als ik geen grote fouten maak, andere lopers wel wat sneller lopen. Een van de dingen die me wel eens is opgevallen aan mijn GPS track en bijvoorbeeld die van Ralph, is dat ik altijd tussen de 7 en 9 % van de tijd langzamer dan 25’/km loop, vaak door even te vertragen en kaart te lezen, en bij een nachtloop zelfs rond de 10%, terwijl hij dat niet doet, en kan blijven rennen. Daar is dus wel het een en ander aan snelheid uit te halen. Bovendien kan ik her en der wat meters sparen door net iets slimmere routes te lopen. Die wellicht ook minder kaartleesmomenten bevatten, en minder omgevingschecks. 11-02-2014 00-39-39Zoals hier naast het stuk van post 16 naar post 17. Waarom ik een trappetje loop weet ik niet, als heeft het iets met een intuïtieve neiging om in de buurt van de paarse route-lijn te blijven te maken. Terwijl het achteraf sneller, maar ook veiliger was om de blauw lijn te volgen: net zo lang, maar nagenoeg zonder kaartlezen, omdat in de zuidpunt een T-splitsing lag, en vlak voor de post ook. Ik had vol gas met verstand op nul door kunnen lopen. Nu liep ik gemiddeld 5’19″/km op dat been, en dan had ik meer richting 4’30″/km kunnen lopen, wat op deze 600 meter afstand 30″ had gescheeld.

been
(naar post)
kaartlezen concentratie, kaartcontact routekeuze post gemist onveilige keuze
1 ok
2 00:15 ok
3 00:50 01:30 concentratie, post gemist
4 00:10 ok
5 00:20 00:10 routekeuze, twijfel halverwege
6 ok
7 09:00 post gemist, heroriënteren
8 01:30 concentratie
9 00:10 routekeuze
10 ok
11 ok
12 00:10 onveilige keuze
13 00:10 routekeuze
14 00:10 ok
15 ok
16 ok
17 00:25 routekeuze
18 00:10 ok
19 ok
finish 00:05 ok
Totaal: 00:50 02:20 01:05 10:30 00:20

Concluderend, wat doe ik de volgende keer beter?

  • Kaartcontact! Blijven passen tellen en koers bijhouden. Concentratie niet laten verslappen.
  • De moeilijke posten herkennen, en daar een zekerder aanvalspunt kiezen.
  • Bij verloren positie, snel een 2e, zekere, poging doen vanuit een bekend punt, en niet blijven zoeken. Rustig blijven, en een plan maken.
  • Na een post vaker snel terug gaan naar het pad.
  • Vooral in het donker geen 90° en 180° fouten maken, door vaker naar mijn kompas te kijken bij de post.
  • Sneller lopen waar het kan, en zorgen dat dat vaker kan.

Gelukkig kan ik het deze vrijdag weer proberen!

Verder is het nog leuk om naar een animatie van mijzelf en Ralph te kijken op de 2D-Rerun site: 2DRerunViewer.

Ultra-orienteering: 52 km rennen op kaart en kompas – Midwinterrun 2014

Na een spannende race van 52 km wonnen we de MWR’14. Alle posten gevonden, en slechts 3 foutjes onderweg.

Extreem lang, dat was het! En evenzozeer gewonnen! Ik ben wel een beetje trots. Met een combinatie van uithoudingsvermogen, goed kaartlezen, snelheid en heel weinig fouten maken bleken we de troeven in handen te hebben. O, ja, en natuurlijk door niet onverdienstelijk te schieten, want het was een soort Biathlon. Waar ik dàt vandaan heb weet ik niet, maar het zoeken en kaartlezen beheers ik vanuit jarenlang Geocaching en ook alweer een paar jaar Oriëntatielopen, en Jeroen loopt hele marathons (en ik soms naar België), dus we hadden de juiste skills in huis. Maar het was bovenal weer een geweldig leuke ervaring!

gewonnen

Survivalteam 3e De Bosraggers 1e Menno en Ruud 2e

Na de lol en het succes van vorig jaar was al duidelijk dat team Bosraggers zich zou inschrijven voor deze Midwinterrun, zodra de datum bekend was. Zo gezegd, zo gedaan. We lazen afgelopen week nog even het verslag van de vorige editie door, spraken de dag tevoren onze tactiek af, pakten onze spullen (vol geheime slimmigheidjes, net als elk ander team), en gingen de ochtend zelf om 5:50 de deur uit, op weg naar Lunteren. Dit keer niet met een lege benzinetank en zonder ontbijt, wat vorig jaar best onhandig was, toen alle pompstations dicht bleken. Als eersten kwamen we aan, maar al snel liep het vol met nerveuze lopers, die ook nog even snel hun uitrusting op orde moesten maken.

Start

opdracht1Toen om 8:15 de briefing begon werd duidelijk dat de opzet niet veranderd was. Al gingen we niet per bus op pad, maar zouden we gewoon starten waar we toen waren. Alleen toen het echte startschot viel, en elk team zijn enveloppe met kaarten voor de dag kreeg, prijkte daarin slechts een Topo25 legenda en een half kaartje van het dorp, met een aantal opdrachten. Voordat we deze correct hadden uitgevoerd mochten we niet weg; tot na 9:00 althans, en dan kreeg je meteen 30 strafminuten er bij. Na 8 minuten hadden we de juiste oplossingen, en gingen -als eersten- op pad, om roadbook, extra aanwijzing, en kaarten te verzamelen bij de gevonden kerken van de opdracht. L1

Dat was wel een beetje een teleurstelling: geen verwarmd klaslokaaltje zoals vorig jaar, om op ons gemak de ontbrekende punten in te tekenen op de kaart aan de hand van coördinaten in RD-, UTM-, en graden-minuten-seconden-notatie, maar een vochtige stoep of een bemost bankje op het kerkhof. Bijna 25 minuten hadden we nodig om de kaarten aan elkaar te passen, de relatieve hoek en schaal te bepalen, slechts 6 coördinaten in te tekenen, en de meest tactische volgorde te bepalen, er rekening mee houdend dat we van één punt, CP4, de coördinaten pas onderweg zouden vinden, en het vast niet tussen CP3 en CP5 zou liggen op de kaart. Te lang kostte dat! Maar daar kom ik op het end nog op terug. Eerst op pad…

Etappe 1

etappe 1
Het Roadbook van etappe 1.

Maar meteen bij CP1 ging het al mis. Vijf teams -we dachten dat we snel waren- stonden al te zoeken (en soms ook punten in te tekenen op de kaart) maar niemand leek iets te kunnen vinden. Wij ook niet. Na 5 minuten opgegeven, en doorgelopen naar punt CP2. Bij CP3 vonden we de locatie van CP4, die we meteen maar intekenden op de kaart, en die inderdaad pas tussen CP13 en CP14 bleek te liggen. Bij CP5 vonden we opnieuw geen blauw kaartje. Vervelend. Toch maar goed het roadbook lezen. En wat bleek: er stond “Noteer nummer (op afstand zichtbaar)”. In tegenstelling tot de andere punten waar duidelijk “Noteer CP nummer” bij stond. En dat viel nu pas op, na 5 minuten zoeken, en, erger nog, na hier ook bij CP1 helemaal overheen gelezen te hebben. We noteerden het nummer van de kilometerpaal van de spoorlijn, en bedachten dat er bij CP1 vast ook een bord of paal met nummer had gestaan. Zouden we terug gaan? Of er later nog langs lopen? Eerst maar verder, naar CP6.

Midwinterrun 2014 - A (25/01/2014)
(klik om de hele kaart te openen)
geroteerd
Hij was dus een beetje geroteerd. Gemeen? Ach, dat kan je verwachten. (klik om de hele kaart te openen)

Langs CP6 liepen we van de kaart af. De volgende, een Google Satellite luchtfoto, stond een paar graden geroteerd ten opzichte van de vorige kaart. Gemeen, maar we hadden het snel door. Globaal hadden we hem al georiënteerd op basis van de schaduwen van de bomen. Alleen liepen we vrolijk naar het punt links onder, om pas daar te beseffen dat dat het CP12 was waarvan tijdens de briefing verteld was dat het vervallen was. Stomstomstom. Maar op zich wel een mooi plekje…

De punten er na, CP9 en consorten, schijnbaar willekeurig genummerd, gingen zonder noemenswaardige problemen, maar onze voorsprong was verspeeld. Bij CP8, een hoogspanningsmast, werden we “betrapt” door een man met een jachtgeweer: wat we daar wel niet deden. Privé terrein, verboden toegang. Maar op onze route om er te komen stond geen bordje. Het was ook niet echt de standaard route. Na wat uitleg, en het besef dat het om niet zo veel mensen ging, liet hij ons verder gaan. Maar hij was er niet blij mee, ook omdat tijdens het gesprek 5 teams her en der uit de struiken kwamen springen. Er volgde een punt, CP13, op een soort heuvel die volgens de CP8kaart ook een kuil kon zijn. Topo25 geeft niet aan wat omhoog en wat omlaag is, zoals op een echte IOF oriëntatiekaart. Het bleek een kuil. Maar de vaart zat er weer aardig in, en in no-time vonden we CP14 en CP15.

Daarna leek het ons handig om alsnog CP1 langs te gaan. Leek op dat punt maar een kilometer heen en terug – in het echt iets meer vanwege ontbrekende spoorwegovergangen en een bloemkoolwijk.

"Even" langs CP1 om 20 punten te scoren.
“Even” langs CP1 om 20 punten te scoren.

Maar 10 minuten omlopen scheelden wel 30 strafminuten. Door naar CP17 en CP16. CP17 leek er niet te zijn. Er stond een hek, maar daar binnen leek het privé terrein, en na onze eerdere ontmoeting was dat niet direct het aangewezen speelveld. Gelukkig zagen we het nabijgelegen valse CP niet, dat volgens de kaart die we achteraf te zien kregen zo dichtbij lag dat andere, juiste CP’s, even ver bleken te hangen van het punt op de kaart, en we dus ook als “vals” haddenkunnen interpreteren. Het blijft soms een beetje “fuzzy”.

Zo weet je nog niet waar je bent!
(klik om de hele kaart te openen)

Dan maar door naar CP16, dat, na verkenning, heel duidelijk binnen het zelfde hek lag. En waar we zonder artikel 461 te passeren prima konden komen. Dat wierp een ander licht op CP17, dat inderdaad binnen het hek bleek te liggen, en wel zo dat wij het ook van buiten hadden kunnen zien hangen (en lezen, mits we een verrekijker hadden gehad). Het andere team dat met on naar CP17 had gezocht -en het ook niet leek te kunnen vinden- had het wel zien hangen en was via de andere kant omgelopen. Zo zie je maar.

wij
Team Bosraggers, na afloop, met luchtbuks. Het was een echte Ultra-oriëntatie-biathlon-challenge.

Als tweede kwamen we na CP18 bij de start, waar een verrassing wachtte: de schietbaan van SV Tyr werd inderdaad gebruikt, en met 5 luchtbuks kogeltjes zouden we evenzoveel doelen raken. Lastig, met een bonkend hart en gierende hartslag, maar we bleken er goed in! Ik schoot 49 uit 50 punten, waardoor dit maar 1 strafminuut opleverde.

Etappe 2

Het intekenen van de punten van etappe 2 ging sneller dan bij de eerste etappe, want binnen 20 minuten stonden we weer buiten. Dit keer hadden we dan ook een tafel tot onze beschikking. De combinatie-coördinaten met noord in RD en oost in dd°mm’ss”s waren iets lastiger vanwege de hoek tussen de noord-zuid meridianen van de twee stelsels (0.3° voor RD, maar bijvoorbeeld ruim 3.2° voor UTM ten opzichte van het ware noorden).

De tweede etappe.
(klik om de hele kaart te openen)
etappe 2
Het Roadbook van etappe 2.

De tweede etappe leek qua uitvoering op de eerste. De punten stonden al op de meest logische volgorde, alleen CP30, waarbij niet “Staat op de kaart” staat, blijkt, na intekenen, gelijk te zijn aan CP17. We vragen het team Chickenpower, de organisatoren, maar zij kijken wat verbaasd: “Natuurlijk blijven de kaartjes op dezelfde plek hangen, maar je kan de controlenummers van etappe 1 toch niet meer opnieuw inleveren.” Vreemd. Later blijkt dat er nog een CP30 is, dat wel op de kaart staat getekend, en dat het dus twee keer gegeven is, op totaal verschillende locaties, blijkt een fout. We nemen het zekere voor het onzekere, en gaan beide plekken af, ook die waar we al eerder waren, want dat het een vergissing is en geen /uitdaging/ horen we pas na de finish. Vreemde beslissing, want dat CP17 een “8” was wisten we al, en om dan nog een keer te gaan kijken…

Voordat het zover is lopen we nog langs CP22 t/m 24, met bij ééntje een relatief eenvoudige projectie, die we op passen en kompassen uitvoeren. Dan, bij CP25, wordt het weer lastiger. Een wirwar van paadjes, en twijfel welke het is. CP26 is nog lastiger, vooral omdat hij zo makkelijk is! Het CP kaartje hangt dusdanig in het zicht dat het wel vals moet zijn, zo denken we. Bovendien lopen er meer paden dan op de kaart staan. Terug, heen, rondje maken, double-check, maar we blijven bij het in-het-oog-springende kaartje. Moest wel kloppen.

Een “after-lunch” dipje? Drie posten achter elkaar waar we flink aan het klungelen zijn geweest. Vooral omdat er meer paadjes waren (en soms minder) dan op de kaart stonden. Telkens kwamen we in eerste instantie op de goede plek, maar klopte het patroon niet met de kaart.

De heuvel op naar de toren, tweede paadje linksaf in… nee, dat klopt niet, dat loopt in een rechte lijn van de toren of, en wij moeten er eentje eerder hebben. Dit lijkt wel die stippellijn op de kaart. Doorlopen tot de splitsing, iets noordelijker, maar dat matcht niet. Dan maar het westwaartse pad volgen om te zien waar dat uitkomt. Dat lijkt het westelijke kleine paadje onder de ‘a’ van Galgenberg te zijn, maar komt niet uit op het oorspronkelijke pad de heuvel op. Uiteindelijk vinden we het CP, maar de kaart klopt hier niet. En dan blijf je twijfelen of het niet een vals CP is, want weet team ChickenPower -aha, vandaar dat CP op alle kaartjes- dat ook? En bij CP28 gebeurt iets soortgelijks. Het beoogde en gezochte pad is vanuit het westen komend niet te herkennen, staat wel op de kaart, maar pas na veel zoeken vanuit de andere richting vinden we iets pad-achtigs met een CP-kaart.

CP29
Je ziet dat we lang hebben gezocht bij de klimboom midden op de open plek, bij het CP-bollejte, voordat we bij de bosrand waar het pad in het groen verdwijnt zijn gaan kijken en het CP-kaartje vonden.

Ook CP29 zorgt voor wat vragen. Op de kaart staat het overduidelijk midden op de open heide vlakte getekend, waar een schitterende klimboom staat. We klimmen er in, vinden niets, en noteren tenslotte een CP nummer op een boom aan de rand van de vlakte? Vals? Daar moeten we later maar achter komen. Twijfelen doen we zeker. Misschien daarom wel gaan we langs het overbodige CP30 om ook dat te noteren, terwijl we niet eens weten of dat er wel zal hangen. Team CP was zich kennelijk nog niet bewust dat er iets fout was, laat staan dat wij wisten wat er dan precies niet klopte.

Doen we eerst CP32 en dan CP31? Het kan net zo goed, qua route. En dat blijkt maar goed ook, constateren we ruim drie en een half uur later als we etappe 4 lopen. Want er vlakbij ligt nog een punt dat we, vanuit zuidelijke richting komend, vast eerder hadden gezien. Maar vanuit het westen komend vinden we het juiste CP32 bij een bankje. Da’s boffen. CP31 is al vanaf meters afstand te zien, want het is weer een nummer op een mast. Een nummer dat we een paar uur later niet vergeten zijn.

CP36Daarna wordt het weer even makkelijk. Een klein beetje twijfel bij CP35 -is het nu een bult of een kuil op de kaart?- want het blauwe kaartje hangt voor ons -enigszins wantrouwig afgestelde- gevoel veel te opvallend. Maar de locatie klopt, dus het zal wel goed zijn. Maar dan gaan we de mist in. CP36 lijkt de voordeur van een grote villa met oprijlaan, waar we niet kunnen komen. Maar de aardige mensen die er wonen hebben met riante cijfers hun huisnummer op het muurtje naaste de oprit gezet. Helaas blijkt dat we het CP een seconde te snel en een paar mm te laag hebben ingetekend, en het om een heel ander huis ging. En omdat het verkeerde nummer geen vals CP was kostte het geen 45 maar meteen 60 strafminuten. 

Hoe 1 seconde overeen komt met 60 minuten…

Dit zou onze eerste van drie fouten worden. Intussen zagen we niet veel andere teams meer. Na dit punt kwam er nog eentje achter ons aan, en zagen we verderop een team in een andere richting lopen, maar voor ons in elk geval niet veel meer. Dat maakte het meteen wel weer een stuk spannender. Zouden we deze positie weten vast te houden?

Bij CP38 constateerden we rap dat een PowerBar Shot gewoon een soort winegum is en makkelijk in het verkeerde keelgat schiet als je rent, en dat we het punt verkeerd hadden ingetekend. Vanwege de klassieke fout: het verkeerde van de drie grids op de betreffende kaart gebruikt. Maar het is snel hersteld, en binnen twee minuten vinden we het CP. Alleen een ontbrekende spoorwegovergang, en vijf loden luchtbukskogeltjes, staan nog tussen ons en etappe 3.

Etappe 3

Etappe 3 bestaat uit peilen en tellen. Passen en kompassen.
(klik om de hele kaart te openen)
niet_CP43
Groen: de juiste route. Rood: onze interpretatie. Terwijl juiste vooral de afstand van het eerste been vanaf CP42 lastig te schatten was vanwege de knik in de weg, maken we de grootste fout in de koers.

Als we echter de enveloppe van etappe drie openmaken nemen we een verkeerde beslissing. Inmiddels zijn er nog een paar teams het clubhuis binnen gekomen, maar dat zorgt niet voor tijdsdruk. Integendeel. We gaan op ons gemak kijken hoe we de peilingen op de beschikbare kaarten kunnen tekenen, rekenen de schalen om, en constateren dan pas dat het uiteindelijk veldwerk wordt. Maar, dat is het gekke, dan zijn we al ruim een kwartier verder. Het heeft wel enig nut gehad: nu staan de kompaskoersen vast exact op het blad met de bol-pijl route, weten we dat sommige punten op de satellietfoto afgebeeld staan, en, omdat we de eerste peiling van 210 meter tussen clubhuis en kruispunt kennen, kunnen we mooi exact onze paslengte lopend en rennend kalibreren. En dat blijkt goed te werken. Althans, bij de eerste paar punten. Zodra de weg tijdens een been van de peiling een knik maakt klopt de schatting niet meer, en bovendien staat er een boerderij op de line-of-sight zodat ook de peiling niet goed lukt. We schatten dat we ergens uit moeten komen, maken de 2e peiling naar CP43, en vinden daar niets. Als die eerste afstand nou eens te krap was ingeschat? (En dat was ook zo.) Dan moeten we nog iets verder naar het oosten. Weldra vinden we daar een CP, en volstrekt tevreden gaan we door naar CP44  en CP45. Omdat CP44 op de luchtfoto herkenbaar is controleren we de afstand en koers daarheen niet, en zijn ons nog steeds van geen fout bewust. Achteraf is het verschil zo duidelijk op de kaart te zien dat je niet snapt dat dit mis ging, zeker omdat de koers zo veel afwijkt. Omdraaien terugpeilen vanaf het knikpunt had zeker de fout kunnen voorkomen; maar ook zelfs misschien als we vanuit CP44 terug hadden gekeken. Misschien voelden we de hete adem van de achtervolgende teams in onze nekken.

etappe 3
Het Roadbook van etappe 3.

CP45 was makkelijk, CP46 weer een lastige vanwege ontbrekend zicht, en CP47, CP48 en CP48a waren weer eenvoudig. Maar wat we wel van onze tweede fout, en de verloren tijd bij CP47, leren, is dat we dit soort peilingen nauwkeuriger moeten uitvoeren, controleren, en misschien zelfs een echte dead reckoning berekening maken op de zakjapanner. Een aandachtspuntje…

Etappe 4

Met verkleumde vingers tekenen we nog een stuk of wat CP’s in op de kaart. M’n ultralightweight tekenbord komt weer uitstekend van pas.
etappe 4
Het Roadbook van etappe 4.

Dan steekt de wind op. Het wordt koud. Bij CP49, waar we de kaarten van de vierde en laatste etappe krijgen, is wel een (prehistorische) hut, maar het is veel te donker binnen om daar te tekenen. Een half uur lang zitten we met verkleumde vingers op een houten trappetje van een kippenhok, met iets verderop inmiddels nog twee volgende teams, die ook aan het intekenen zijn. Ook dit keer weer kaarten met afwijkende schalen, verschillende coördinatensystemen, onlogische volgordes, en ontbrekende indices bij sommige gridlijnen. En dus moet er weer gerekend, geconstrueerd en gepuzzeld worden. Onheilspellend is dat er van de twee opzettelijke witte plekken op de kaart, er maar eentje een CP ingetekend krijgt. Dat kan haast niet kloppen. Double-check.

Witte plekken op de kaart. Dan kan je nog zou nauwkeurig projecteren, maar het laat niet exact zien waar je moet zijn. Een vals CP dat er 30 meter naast ligt is dan snel voor waar aangenomen.
(klik om de hele kaart te openen)

Als we klaar zijn en weer op pad gaan vertrekt het volgende team vrijwel direct ook. Samen gaan we naar het volgende, nabijgelegen, CP55, maar op weg naar CP50, dat volgens ons toch echt een logische volgende bestemming is, gaan ze een andere kant op. Vreemd. Nou ja, via kale akkers en schrikdraad komen we bij CP51, een CP onder een afdakje, en na nog wat overklimbare hekken stranden we voor een hoog hek met prikkeldraad, tussen ons en CP52. Het kan niet de bedoeling zijn dat we daar over klimmen. Toch? Fout ingetekend? Ook niet. Dan maar doorlopen. Het volgend team even verderop verdwijnt opeens linksaf, waar kennelijk toch een doorgang is. We volgen, maar zien ze niet meer. Wel vinden we CP52, via een tourniquet.

De daaropvolgende aanwijzing ligt onder paal #15. Gelukkig weten we nog welke paal #14 is, en zo kunnen we er direct heen rennen. Daar staat dat CP54 op 86 meter en 168 graden ligt. Het andere team is weer bij ons, en roept hardop “186 meter”.  Ook goed. Wat zij willen. We noteren het CP nummer op 86 meter, roepen dat dat nog lang geen 186 meter is, en gaan vrolijk met ze mee naar de plek waar niets ligt, om na een minuut te besluiten dat we “het wel weten en verder gaan”. Zij zoeken nog even door, want het CP moet daar ergens zijn, want wij weten het immers. Na CP53, een kuil, en CP56, een boom, ook makkelijk, maken we onze derde, en tevens laatste fout van de dag. Een projectie over een lange afstand, 600 meter in dit geval, levert bij een onnauwkeurigheid van 2°, wat ook niet geheel ondenkbaar is, al een miswijzing van 20 meter op. Dat lijkt niet veel, maar achteraf blijkt dat daar elke 30 meter een vals CP hing, wat dus nauwelijks meetbaar is. Wij lopen prompt tegen het meest in het oog springende blauwe kaartje in de hoek van het veld aan, en gaan blij verder.

De laatste kaart, waarop het woord “finish” prijkt: eindelijk!
(klik om de hele kaart te openen)

Nog maar een paar te gaan, en we zijn op de terugweg. Een CP op een steil pad, op de kaart halverwege een helling (dat bijna onderaan blijkt te hangen), en eentje onder een boom in een zandgeul die ontbreekt op de kaart en alleen door passen tellen gevonden wordt, zorgen voor nog wat vertraging. Maar we vinden ze uiteindelijk. Over CP61, CP60 en CP62 valt niet veel te zeggen. Maar het wordt wel donker, en daarmee zijn de CP-kaartjes steeds lastiger te vinden. CP63 zorgt voor twijfel. Waren we daar niet al geweest? Hetzelfde CP controle getal, zou dat kloppen? Is dit een soort CP30-deja-vu? Of hebben we een fout gemaakt? Het blijkt het laatste, maar deze keer, in etappe 4, moet hij wel kloppen. We zijn te uitgeput om ons er nog druk om te maken. Bij CP64 komen de zaklampen tevoorschijn. CP65 wordt onder een paaltje gevonden (zou iemand anders deze spotten?), en voor CP67 moeten we een spoorlijn en een hek passeren. Het lijkt even zoeken, maar net op dat moment gaan de spoorbomen knipperen omdat er een trein aan komt, en zo vinden we het met gemak. Het hek bij 67 gaat gewoon open, terwijl we in de verte, zo rond CP63, een hoofdlampje uit het bos zien komen. Dat is nog bijna een kilometer achter ons, maar toch voelt het als opgejaagd, zodat we het laatste stuk tot de finish weer flink doorrennen.

Finish

Midwinterrun2014_klein
Bekijk onze complete route door op de afbeelding te klikken.

En zo komen we net voor 18:00 binnen, op de valreep zonder strafminuten. Want elke minuut dat we vòòr zes uur eindigen levert punt 1 bonus, maar elke minuut ná 6 kost 2 strafpunten. Tenslotte moeten we nog een keertje schieten, maar ook dat is weer allemaal raak.

Een paar teams waren al binnen, maar al gauw verschijnen uit het donker ook de meeste andere teams. Op zich opvallend, want ook met 2 strafpunten per minuut, levert elk gevonden CP 30 punten op, en mag dus 15 minuten kosten. 67 posten in 9½ uur betekent gemiddeld 7 per uur, en dus 8½ minuut per post. In dat tempo kan je dus nog gemiddeld 13×7 = bijna 100 punten scoren in dat laatste uur.

Maar daar was het op dit tijdstip, met zoveel kilometers in de benen vast niet meer om te doen. Een heerlijke warme dampende Chinees lonkte, en frisse biertjes. En zo sloten we met zijn allen, onder het houden van stoere verhalen over onze ontberingen, nagenietend van de mooie tocht, het evenement af. Nou ja, bijna, want er volgde nog een prijsuitreiking die me nog lang zal heugen.

De uitslag

Spannend! We hadden alle posten aangedaan, en waren net voor zessen binnen. Maar dat zegt niet veel. Die paar minuten voorsprong of achterstand op het eind betekenen namelijk bijna niets. Het gaat om de strafpunten voor niet gevonden, maar vooral valse en foutieve posten. Dat maakt het verschil. Kijk maar naar de uitslag hier onder. We kwamen 13 minuten voor de #2 binnen, Menno en Ruud, maar het verschil in de score is 181 punten, ruim “drie uur”. Zo gaat dat bij een Midwinterrun. Maar dat neemt niet weg dat de andere teams er vast net zo genoten hebben als wij! Wat ook te lezen valt in de verslagen van team  Horse and Brainpower en team Survival of de Crows.

Maar om een lang verhaal kort te maken: we hebben gewonnen!

big_32416434_0_1000-602[1]
De uitslag zoals die op de site van Chickenpower werd gepubliceerd. De kolom “plek: stand” is de tijd in minuten, inclusief strafminuten, ten opzichte van de deadline van 18:00. In de kolom ET1 zit ook de score van het schieten verwerkt.
Na een paar dagen werd ook de uitslag per team en per CP gepubliceerd door ChickenPower. En dat leent zich dan weer voor wat leuke statistische beschouwingen.

Om een gevoel te krijgen voor onze fouten: het verkeerde huisnummer was stom, want ruim 80% (van de 61% die het überhaupt vond) had deze wel goed. Maar de 2e fout, CP43, werd door 91% gemaakt, en het 3e CP dat we fout hadden, was zelfs door niemand goed beantwoord. Maar goed, de meeste teams haakten dan ook ongeveer na CP50 af. CP16 en CP27 daarentegen, die meer dan de helft van de teams fout deden, hadden we goed.
Opvallend is ook dat de teams die minder CP’s wisten te bezoeken, ook nog eens relatief meer fouten maakten. Er lijkt zelfs een verband te bestaan tussen de schiet-score. Zou de hele MWR een kwestie van goede ogen zijn?
Het ligt voor de hand dat de totaalscore beter (= lager) wordt, naarmate een team meer CP’s gevonden heeft. Er zijn meer factoren, maar die lijken ondergeschikt als je het zo bekijkt.
Er is geen relatie tussen de eindtijd en het aantal gevonden punten. Maar goed, iedereen mikte op omstreeks 18:00 binnenkomen, los van of ze alle CP’s gehad hadden.
Als je echter de gemiddelde tijd uitrekent dat elk team over één CP deed, valt op dat het relatieve aantal fouten ook toeneemt. Dat is vreemd. Of is het zo dat de iets langzamere teams vooral meer tijd kwijt zijn met lopen, maar niet langer of uitgebreider zoeken? Ze zouden juist daardoor iets beter kunnen scoren. Aan de andere kant, 1 minuut langer zoeken levert misschien 1 fout minder op, maar kost wel weer een uur op de hele route. En dat is ook wat een fout ongeveer kost.
Iets soortgelijks zie je terug in de relatie tussen het aantal gevonden CP’s en het aantal fouten. Wellicht betekent minder fouten dat je beter zoekt, en daarmee dus ook meer vindt, en sneller door kan naar het volgende punt. Alleen vind ik dat een enge redenering.
Wat voor de hand ligt, maar minder doorslaggevend blijkt dan je zou verwachten, is dat wie minder fouten maakt een betere (= lagere) totaalscore behaalt. Toch is het aantal gevonden CP’s van groter belang. Een fout CP staat grofweg gelijk aan twee CP’s minder vinden of aflopen. En omdat het gemiddeld aantal fouten (2.4) dat men maakte veel kleiner is dan het gemiddeld aantal gevonden posten (40), zie je dat minder duidelijk terug in het eindresultaat.

Conclusie

Het was weer een geweldige dag en tocht. Toch heel anders dan bijvoorbeeld de WOR (zie mijn verhalen van 2012 en 2013), maar ook dan de Midwinterrun van 2013. Er zat dit keer méér in:

  • meer kilometers met name,
  • maar ook de schietopdrachten,
  • de logicaopdracht bij de start,
  • meer in te tekenen CP’s.

Maar ook minder, zoals

  • minder sneeuw (nou, zeg, dat kan je toch plannen!? – het levert zulke mooie foto’s op)
  • geen water of andere avontuurlijke hindernis (en dus ook minder stoere verhalen voor later)
  • geen memorisatie-opdracht (van de gedachte er aan werd ik wel een tikkeltje nerveus)
  • geen actie-foto’s onderweg

Maar dat houdt het afwisselend en interessant. Alleen mistenwe  sommige elementen wel een beetje, wellicht ook omdat we daar op min of meer op gerekend hadden. Eerlijk gezegd hoeven er van de kilometers volgend jaar niet méér in te zitten.

 Analyse

Ik kan het nooit laten om achteraf nog eens te bekijken hoe het ging. Daarvoor droegen we een GPS-hardloop horloge en een tracklogger, die achteraf verteld wanneer we waar hoe hoe hard liepen en hoe hoog we zaten. Tijdens het lopen heb je er niets aan, maar dat zou ook niet leuk zijn. Hiermee kan ik na afloop onze route op de diverse kaarten plotten, bijvoorbeeld met OziExplorer of Mapsource, maar ik gebruik in dit geval liever QuickRoute. Zo kan ik makkelijk de tijden van de losse deeltrajecten bekijken, en zien hoe lang we hebben lopen dralen rond elk CP. En op die manier kom ik tot het volgende overzicht:

Tijdsverdeling

Ongeveer 1/3 van de tijd hebben we gerend (meestal rond de 5’15″/km, soms 30″/km sneller of langzamer), ook 1/3 stonden we stil, en de rest was een snelheid er tussen in, ofwel wandelend, ofwel zoeken naar een CP.

tijdverdeling
Hie zie je hoeveel tijd we waarmee bezig zijn geweest. De meeste tijd hebben we bewogen, en daar het meeste van hebben we gerend, maar dat was minder dan de helft van de duur van de tocht.

In de diagram hier boven valt wel op hoe ontzettend veel tijd we kwijt waren met intekenen op de kaart. Dat is echt iets dat veel sneller moet kunnen. Twee uur zoeken klinkt veel (ik heb de tijd bepaald dat we rond de CP’s bewogen), maar met 67 posten is dat minder dan 2 minuten per punt. Soms zagen we het CP-kaartje hangen in het voorbijgaan, maar soms kostte het meer dan 5 minuten.

Tempo

Uit het de snelheidsverdeling over de tijd kan je halen dat we ongeveer 1/3 hebben stilgestaan of langzaam hebben gelopen, 1/3 met een fors temp van 5 min/km hebben gelopen, en de rest iets daar tussenin. Bij een normale oriëntatieloop sta ik tussen 6 en 9 % stil. Maar nu moest er ingetekend worden, uiteraard.

snelheidshistogram
Histogram van onze snelheid, verdeeld in intervallen van 2 minuten. Elk balkje geeft de tijd weer zolang we een snelheid binnen dat interval liepen. De grote groene zegt dat we 31% van de tijd tussen 4:00 en 6:00 min/km liepen, en de rode dat we 33% van de tijd langzamer liepen dan 28 ‘/km.

Per etappe heb ik nog eens de tijd uitgesplitst die we bezig waren met tekenen, zoeken, en lopen. En de verloren tijd vanwege “externe factoren”. Wat overblijft is de tijd dat we liepen of renden, en dat levert, met onze afstand per etappe, een gemiddelde snelheid en temp op. Dat valt, zeker in de eerste etappe, zeker niet tegen. In de derde ging het een stuk trager, maar dat kwam vooral vanwege de extra moeilijkheidsgraad. Tevoren intekenen op de kaart betekent dat je de rest van de etappe dóór kan lopen, maar juist bij de peilingen was dat niet het geval.

 etappe intekenen
(min)
zoektijd
(min)
extra vertraging afstand gelopen
(km)
tijd gelopen tempo
(min/km)
snelheid
(km/u)
 1 8+25+3 26 5 minuten praten met de jagers rond CP8 en CP13 19.1 1:49  5’37”  10.7
 2 19+1 34 3 minuten zoeken naar een dubbel CP30 15.5 1:41  6’21”  9.4
 3 18 23 6.5 0:54  8’15”  7.3
 4 29+1 23 11.8 1:23  6’48”  8.8
 totaal 1:44 1:46 52.9 5:40  6’25”  9.4

Afstand

Als ik onze afstanden vergelijk met de “snelste” route (niet in vogelvlucht, maar wat we idealiter gelopen zouden hebben), zie je dat we vooral in etappe 1 de extra kilometers hebben gemaakt, en de rest is wat kruimelwerk vanwege zoeken en verkennen.

afstandverdeling
Verdeling van de afstand die we sneller dan 8 km/u liepen, en welke we langzamer liepen. We hebben bijna een hele marathon echt gerend. En daarbij nog eens 12.2 km gelopen. Waarvan de helft schat ik in kleine rondjes rond bomen en kruispunten.

Per etappe heb ik gekeken wat we verloren hebben. Als ik daar de substantiële stukken vanaf trek houd je het kruimelwerk over. En dat is ook niet gering.

 etappe gelopen afstand snelste afstand opmerking
 1 19.1 km 13.4 km 800 meter kostte het ommetje langs CP12 dat er helemaal niet was (wat we stiekem wisten), 200 meter bij CP7, en 2.8 km als we niet nog een keer langs CP1 waren gelopen (wat ook in 2 km had gekund achteraf). Twee kilometer hebben we dus geslingerd onderweg, zoekend naar blauwe kaartjes.
 2 15.5 km 12.2 km Als de de 8 van CP30 gewoon hadden ingevuld en niet nog eens zouden zijn gaan kijken, had dat 200 meter gescheeld. En nog 300 meter op het end, als we van onze kaart af waren gelopen en de noordelijker overweg hadden genomen. De overige 2.8 km zijn dus cirkelen en zoeken geweest, naar met name CP26 en CP27, en een kilometer bij de overige punten..
 3 6.5 km 5.8 km Ruim 600 meter hebben we extra gelopen op zoek naar CP46, een been van slechts 303 meter.
 4 11.8 km 11.5 km 600 meter hadden we kunnen besparen door op weg naar CP52 over het prikkeldraadhek te klimmen. En nog 200 meter elders. Dus deze etappe was helemaal volgens PAR.
 totaal 52.9 km 42.7 km

Je kan dus stellen dat we onderweg een kilometer of 5 meer hebben gelopen dan wanneer we de locatie van de kaartjes op voorhand hadden gekend, en bijna 6 kilometer vanwege foutjes en andere beslissingen die achteraf niet nodig waren geweest. Idealiter waren 53 km er maar 42 geweest, maar ja, als je 68 minuscule blauwe kaartjes aan de achterkant van bomen zoekt waarvan je op ±15 meter nauwkeurig de locatie kent, loop je 6.5 km in rondjes van 125 meter. Dan hebben we het toch niet slecht gedaan. En het is goed om bewust van te zijn als je zo’n run uitzet, hoeveel er aan loopafstand bij komt per CP, bovenop de snelste route.

Verbeterpuntjes

Volgend jaar nog beter? Dan moeten we minder tekentijd besteden, en slimmer intekenen. Veel fouten hebben we niet gemaakt bij het tekenen, maar toch een slordigheidje dat 60 strafpunten heeft gekost. Hoeveel meer fouten als we twee keer zo snel zouden hebben gewerkt? Ergens ligt een optimum, dus we moeten vooral slimmer de punten uitzetten.

En noteren waar een standaard CP en waar iets anders gevonden moet worden. Dat had ons het debacle bij CP1 bespaard.

Verder kunnen we projecties zonder dat er een kaart bij hoort beter gewoon lopen en niet peilen. Maar wel in segmenten werken als het niet in één keer kan, en goed bijhouden of uitrekenen waar we zijn.

Een CP30 is natuurlijk zonde. Daar hadden we nooit dubbel, of eigenlijk zelf drie maal, naar hoeven zoeken.

En we moeten nog wat beter de opmerkingen briefing verwerken. Schijnt een fout die meer teams maken, overigens.

Spullen

Omdat ik vast nog een keer ga meedoen, som ik mijn inventaris van dit keer op (zodat ik volgend jaar binnen 5 minuten mijn tas kan pakken):

  • hardloop-rugzak met daar in
    • een drinkwaterzak met 1.7 liter water
    • 2 Snickers
    • 2 muesli repen van AH, m
    • PowerBar Shot (10 winegums voor de prijs van 100)
    • PowerBar Hydro Gel (een lik appestroop)
    • lineaal
    • meetlint
    • rekenmachine
    • reserve potlood, stift en geodriehoek
    • thermo deken
    • ID
    • geld
    • EHBO spul als pleisters en tape
    • toiletpapier
    • nood-poncho (voor als het ging regenen)
    • ASML windjack (voor als het ging waaien)
    • Icebreaker mutsje (voor als het ging vriezen)
    • HH thermo-handschoenen (voor als het ging sneeuwen en we sneeuwballen moesten gooien)
    • Philips 3W LED zaklamp (voor als het donker werd)
    • telefoon (voor als het later werd)
    • GPS tracklogger

    en aan de buitenkant:

    • potlood aan een touwtje
    • fluitje (aan een touwtje)
    • geodriehoek met afgevijlde hoeken (aan een touwtje)
    • watervaste stift aan een zipper
    • rekenmachientje (aan een touwtje)
    • Recta peilkompas (aan een touwtje)
    • druivensuiker
  • plastic kaarthoes, met daarin
    • lichtgewicht plankje om kaarten vlak te houden
    • kaart-roemer (beperkt functioneel, want de schaal is arbitrair)
    • klemmetje om zaakje bij elkaar te houden
    • velletje voor aantekeningen, met omrekeningen graden/minuten/seconden per meter en omgekeerd, hoek UTM vs. RD, etc.
  • Silva duimkompas
  • Hardloophorloge
  • en om aan te trekken
    • Inov-8 ROCLITE 285 schoenen (zonder spikes maar met noppen)
    • Nike lange hardloopbroek
    • Moose sokken
    • Kraft thermo shirt met lange mouwen
    • Nike tuned fleece

     

Ten slotte kan je alle kaarten van ons team vinden op mijn Digital Orienteering Map Archive. En de route langs de “juiste” CP’s kan je hier op de site van Leo Slütter bekijken. En hierna? Misschien wel de N8-run.

Nogmaals de Bulten van Vierveld

uitslag_vierveldAnderhalf jaar terug moesten we nog 1 euro meenemen naar de start. Nu werden daar GPS trackers uitgedeeld voor de Elite lopers. Had ik me maar niet voor de Long Difficult (LD) in moeten schrijven; dan kon ik ook met zo’n ding rond rennen. Ik ben nog steeds benieuwd hoe ze er nu uit zien en hoe ze werken. GPS aan een GSM gesoldeerd? Data-uplink via SMS of GPRS of 4G? Het lijkt me op zich wel de toekomst, al is het niet-mogen-kijken tot de laatste is gestart wel onhandig.

Anyway, ik liep gewoon de Long Difficult omloop, omdat dat de langste afstand was. En misschien wel net zo pittig als de Heren Elite, al was de tegenstand vast minder straf. Maar dat maakte de route er niet minder leuk om. Anderhalf jaar terug was het reliëf hier ook al zo leuk. Toen gingen we zelfs twee keer helemaal berg op-berg af, en nu maar 1.

Ik merkte wel dat ik meer gevoel had voor het gebruiken van de hoogtelijnen. Hoewel ik mijn bekende neiging om, als ik op min of meer gelijke hoogte moest blijven, toch te gaan klimmen, weer ten toon spreidde. En dus te hoog uitkwam voor de volgende post, 17 in dit geval, wat natuurlijk verspilde energie was. Volgende keer toch beter op mezelf letten.

Ging het dan niet goed? Zeker wel. (Al doet de officiële uitslag het nog wat beter lijken dan het was, want volgens mijn eigen GPS was ik 4e en niet 2e, maar mijn EMIT vond kennelijk de eerste paar minuten niet zo interessant.) Maar toch een paar foutjes gemaakt, en van foutjes moet je leren, dus schrijf ik ze maar op.

29-12-2013 01-05-04

29-12-2013 01-13-51Op weg naar 1 begon ik goed, koos een veilige en snelle route, maar liet me 150 meter voor de post afleiden door andere posten en lopers, zodat de vaart er uit raakte. Ik had gewoon passen moeten tellen. Maar het bos bleek ook moeilijker te lopen dan het wit op de kaart suggereerde.

Naar 2 had ik een paar tiental meters kunnen besparen, maar da’s niet zo relevant. Eerder is het de vraag of ik van 3 naar vier niet beter had kunnen afdalen, over het pad gaan, en weer klimmen. Mijn snelheid op de steile flank valt vies tegen, bijna wandelen.

Van 5 naar 6 was het pech. Het open veld bleek stug hoog gras en moeras, waardoor de vaart er uit ging. Had ik niet kunnen weten. Van 7 naar 8 daarentegen was klimmen naar het pad vast sneller geweest dan over de hoogtelijn lopen.

29-12-2013 01-14-17Dan gaat het weer even goed, tot 10, waar ik prompt voorbij loop, omdat ik in de vaart het dal als heuvelrug zie. Ik heb geen bril nodig, maar dit gebied vol hoogtelijnen is op 1:10k toch wel heel erg klein afgedrukt. Alleen had ik met 5 seconden kijken een minuut klauteren uit kunnen sparen.

29-12-2013 01-14-37De route van 13 naar 14 gaat niet over rozen. Maar wel door een modderpoel die het hele pad zuid-westelijk van de plas omvat. Ik kies voor de zuid-oever van het meertje, maar besluit al na 20 meter dat ook dat niet opschiet. Impulsief loop ik vervolgens rond de noordkant. Had ik dat meteen gedaan, en had ik het pad in het bos gevolgd, dan was ik vast veel sneller geweest. Of ik had voor de modderpoel op het pad moeten kiezen, en natte voeten voor lief nemen.  Ook dat was sneller.

In de Splitsbrowser zie ik dat ik op weg van 14 naar 15 sneller had kunnen lopen, vermoedelijk door het pad te volgen, al vond ik mezelf best rap gaan door het bos. Maar op weg naar 16 kies ik voor een onverstandige route. Het vlakke veld, noordelijk van 16, trekt, en ik ren de heuvel die ik ook op weg naar 10 tegen kwam, op. Echter, het veld is nogal onregelmatig, en ik loop door een geul met grind die de vaart  remt. Dan wordt het klimmen naar 17, maar ik ga te hoog. Zonde. Gebeurt me vaker. Maar ja, misschien had ik de post weer niet zo snel gezien als ik van onder was gekomen.29-12-2013 01-14-56

Op weg naar 18 heb ik het gevoel te oostelijk te lopen, te ver naar links. Toch ren ik naar de post die ik zie staan. En dat blijkt inderdaad 19 te zijn. Goed dat ik mijn controlestrook op tijd bekijk! Terug naar 18 die gelukkig niet veel hoger staat. En weer naar 19, met een déjà vu.

Dan gaat het snel over de vlakte. Ik zie andere lopers, wat motiveert. Iets te vroeg zoek ik naar 22, en veel te vroeg naar 23, weer omdat ik daar anderen zie lopen. Niet doen! Let alleen op jezelf! En tel passen!

De laatste posten gaan als een zonnetje, allemaal scherp aangelopen en zonder fouten. Maar ja, ze zijn dan ook niet moeilijk meer.

Al met al ben ik 4 keer niet geconcentreerd genoeg geweest op mijn positie op de kaart, en heb daardoor dikwijls te vroeg naar de post gezocht (1, 15, 18, 22, 23). Heb ik 2 keer niet goed op de kaart gekeken en daardoor moeten zoeken naar de post (10, 23). En heb ik 5 keer niet zo’n handige route gekozen (naar 4, 8, 14, 15, 16). Genoeg ruimte voor verbetering dus. Mooi!

Drie dagen jeuk van de brandnetels

…maar dat was een keuze. Een routekeuze. Geen verkeerde, maar wel één die ik niet snel vergat. Wat prikken die planten, als ze tot je middel reiken!

Het wit op de kaart ten oosten van (18) zag groen van de brandnetels, en mijn benen rood.

En dan mag ik nog niet klagen, want rond post 1/38 groeide ook veel Urtica dioica, waar een gebaand pad doorheen liep, met dank aan de lopers die al om eerder gestart waren. Twee keer gebruik van gemaakt, tot de laatste keer dat ik van deze post weg liep, op weg naar de laatste post voor de finish.

 

Toen vond ik het iets te ver om en heb mijn eigen paadje gemaakt. Au! Maar dat is oriënteren: je eigen route volgen, en niet achter een ander aanhollen.

Al met al was het een erg leuke loop. Snelle baan, flink tempo goed kunnen vasthouden, soms best lange benen, enkele instinkers maar niet te veel, en pittige routekeuzes. Een paar keer ging het een beetje mis, maar omdat ik op weg naar de start de finish had zien liggen, en de laatste paar posten dus supersnel afwerkte, had ik achteraf een erg goed gevoel.

Maar van je fouten leer je, dus laat ik die ook maar even benoemen. En dat is niet zo moeilijk dit keer. Pak de splits-uitdraai er bij, en ze vallen direct op: posten 6, 21 en 31, waar ik  bijna de langzaamste loper was. Daar staat dan wel tegenover dat ik op de benen 15, 20, 24, 27, 40 en 41 de snelste was. Ik ga niet alle routekeuzes bespreken, maar het contrast tussen de hele snelle en extreme trage benen (vergeleken met de andere lopers, want er zijn altijd snellere en tragere benen in de route), is wel opvallend. Voor de complete route verwijs ik naar mijn Quickroute-kaart. (Merk op dat mijn GPS horloge soms wat meer zwalkt dan ik zelf.)

De weg van 5 naar 6 was simpel. Hekje onderweg, evenwichtige route-alternatieven, en een post op een hoek van een gebouwtje, een grijs vlakje op de kaart. Maar het hele gebouw stond er niet! Ik had beter kunnen weten, want op de kaart stond het hooguit een paar meter van het hek, nog vóór het pad, en in het echt stond daar helemaal geen gebouw.

Nu, zonder zout zweet in mijn ogen, zie ik dat het ook iets heel anders is op de kaart dan een gebouw: iets grijs maar zonder de karakteristieke zwarte lijn er omheen. Goed kijken de volgende keer, en passen tellen! Dan was ik nooit zo ver doorgelopen naar het westen, voorbij de post, en gaan dwalen. En had ik 50 seconden gewonnen!

Volgende foutje. Zeg maar FOUT! Van 20 naar 21. In eerste instantie liep ik er vrijwel recht op af, maar vlak bij de post had ik mijn kaart gevouwen, en meende over het westelijke been aan te komen lopen, naar 22. Dus toen ik de postzak van 21 zag staan keerde ik om, en ging naar 22 zoeken, verder naar het westen, via de weg aan de noordkant van het bos. 22 vond ik eerst niet, en als zoekend kwam ik weer terug bij 21 uit, vanwaaruit iemand anders naar de juiste 22 liep. En toen zag ik hem ook staan. Maar bij het ‘stempelen’ kwam ik er achter dat het nummer niet klopte, en pas toen besefte ik dat ik 21 had overgeslagen. Terug naar 21, voor de 3e keer, weer naar 22, ook voor de derde keer, en eindelijk door naar 23. Ik had me bijna 3 minuten zoeken kunnen besparen door iets geconcentreerder te zijn en iets vaker op de kaart te kijken. Scherp blijven!

 

En ten slotte is er die post 31, waar we met 3 man vanuit de verkeerde richting aan kwamen lopen, en eindeloos hebben lopen zoeken, hoewel we in eerste instantie vlak bij de post stonden. Hoe dit kon gebeuren? Geen idee, maar in een sprint omgeving lijken een paar mm op de kaart als gauw heel weinig, en is het verleidelijk gewoon even om je heen te kijken en te zoeken als je de post niet direct ziet staan terwijl je toch zeker weet vlak in de buurt te zijn. Maar al snel wordt dat toch iets langer zoeken, en kan je beter even goed op de kaart kijken. Zo gezegd, zo gedaan, en tot de gezamenlijk conclusie gekomen dat de post dichter bij het talud naast het rugbyveld stond dan bij het zuidoostelijker gelegen pad. Ook daar gaan zoeken, zonder succes, en uiteindelijk vond een van de drie de vlag, in een kuil, aan het eind van een smal paadje tussen de struiken, dat eigenlijk alleen vanuit het zuidoosten te zien was. Waren we vanuit die richting aan komen lopen (wat ook een reeële routekeuze vanaf 30 was geweest), dan had dat ook weer 2:40 gescheeld. Ook een kwestie van concentratie, en als het er op aan komt iets beter op de kaart te kijken. Moet te doen zijn.

Al met al klinkt het of ik zes en een halve minuut sneller had kunnen zijn, niet door harder te lopen, maar door minder te lopen, en vooral minder fouten te maken. Ik was er geen 1e mee geworden, maar ook geen 10e. Dat vraagt om een analyse:

Aftrekposten

Stel nou dat je de slechtste benen af mag trekken. Iedereen maakt wel eens een fout. Soms meer dan één. En als je nu wilt vergelijken hoe goed men is, niet hoe slecht, dan zou je voor kunnen stellen dat de benen met fouten niet meetellen. Het is wat delicaat om te selecteren wat een been met een fout is en wat gewoon een iets mindere routekeuze is, maar laten we zeggen dat als je 40% langer dan gemiddeld over een been doet, dat komt door een fout bij het zoeken naar de post. Met langer dan gemiddeld bedoel ik dat je zoveel langer over een been doet dan je, gezien je eigen eindtijd, over dat been zou hebben gedaan wanneer het verhoudingsgewijs een even groot deel van het totaal was als voor de snelste lopers. Wat Splitsbroser “Percentage behind” noemt, maar dan uitgedrukt in je eigen tijd.

Dat criterium heb ik op de uitslagen van deze loop toegepast. Iedere >40% fout heb ik afgetrokken van de totale tijd, en daar voor in de plaats de verhoudingsgewijs “snelste” tijd ingevuld. Het resultaat staat in de tabel hier onder:

1 00:33:45 H40 Frank BUYTAERT (-0)
2 00:34:10 H21 Tomas HENDRICKX (-0)
3 00:37:27 H45 Dirk JACOBS (-1)
4 00:38:39 H40 Jan-Gerard VAN D (-3)
5 00:39:18 H21 Petru GRAMA (-2)
6 00:39:20 H21 Jeroen VAN DER K (-0)
7 00:40:09 H21 Frederik MEYNEN (-2)
8 00:41:42 H45 Koen MEYNEN (-1)
9 00:42:14 D21 Greet OEYEN (-2)
10 00:42:39 H60 Roger HENDRICKX (-2)
11 00:43:16 H21 Toon PEETERS (-0)
12 00:43:28 H50 Michel WENS (-5)
13 00:44:12 H21 Winston FRANSSEN (-2)
14 00:45:14 H21 David DE BRUYN (-5)
15 00:45:34 H21 Wim BRIES (-3)
16 00:48:01 H35 Kris WYNEN (-5)
17 00:48:40 H35 Dolf LEPPENS (-3)
18 00:48:44 H40 Kris VAN GELDER (-1)
19 00:50:04 H40 Yves DE MITS (-2)
20 00:50:50 H45 Ed JANSSENS (-2)
21 00:52:56 D21 Igna HEYNS (-2)

Wat opvalt is dat de snelste lopers geen fouten maken. Namelijk nul. Je zou kunnen stellen dat ze heel regelmatig lopen. En wat ook opvalt is dat ik helemaal zo slecht nog niet liep, alleen een paar kapitale blunders maakte. Wat je ook kan interpreteren als perspectief voor verbetering. Als optimist.

Je kan natuurlijk twisten over de rekenmethode, de percentages die als fout-criterium gelden, en de interpretatie van wat fout is en wat niet. Je kan ook stellen dat een fout waardoor je een tijdje loopt te zoeken je ook voordeel oplevert omdat je intussen ook enigszins de kans krijgt uit te rusten. Zou zou je juist tactisch een been halverwege kunnen verprutsen om wat rust te krijgen, want achteraf valt die toch wel uit de score. En gewoon iedereen 1 of 2 benen aftrek gunnen gaat ook niet werken, want dan kiest iedereen natuurlijk de langste benen. Ga je zo iets introduceren, dan begeef je je al heel snel op extreem glad ijs.

Maar liever stel ik dat deze hele berekening misschien wel leuk is om wat van te leren, maar voor en oriëntatieloop onzin is, want het niet maken van fouten is gewoon onderdeel van het spel. Of de sport. Het is juist de kunst om alles goed te doen.

En bovenstaande exercitie laat zien dat ik me in die kunst nog wat kan verbeteren.

Je hebt fouten en je hebt fouten…

Sorry!

Soms, bewust van een risico dat je neemt, gaat er iets mis. Je wist dat het kon gebeuren, had weloverwogen een beslissing genomen op basis van verwachte kansen, maar de wind kromp toch in de vlaag terwijl je aan het zeilen was, of je zag de post op het kleine heuveltje toch niet zo snel staan en had beter via het pad aan kunnen komen lopen dan dwars over de hei. Eigen schuld, je weet het, je zal de volgende keer meer op zeker spelen, en ondertussen gewoon doorgaan.

Maar soms maak je een fout die je niet zag aankomen, en zelfs op dat moment ook niet opmerkt, totdat je er (veel) later mee wordt geconfronteerd. Totaal overvallen door de vergissing, niet bewust van enig risico, onachtzaamheid, of onregelmatigheid, schrik je als van een donderslag bij heldere hemel.

Dat laatste overkwam me vandaag. De donderslag dan; de fout was gisteren al gemaakt. Het was niet dat ik bij het uitlezen van mijn EMIT ontdekte een verkeerde post gecheckt te hebben (wat me twee keer eerder overkomen is), en ook niet dat ik mijn GPS-logger onderweg verloren had (wat me één keer eerder overkomen is); het was veel erger:

Ik had een post op de verkeerde plek gezet. Waardoor een aantal lopers hem niet kon vinden, en in eerste instantie gedeclasseerd werd. Onvergeeflijk.

Ik was zaterdagochtend vroeg gaan helpen met plaatsen van 17 van de controle-EMITs voor de 2e dag omlopen voor de KOVZ 3 Daagse van Brabant. Er zaten lastige bij, waar ik het vooraf geplaatste lintje niet direct vond; of waar ik twee keer checkte of het lintje wel hing waar volgens mij de post op de kaart stond. Alles klopte. En ik controleerde overal twee keer of het nummer van de EMIT wel juist was, en de postzak goed vast hing.

Tot aan de laatste die ik ging zetten. Aan de rand van de onderbegroeiïng, op de flank van het relïef, bij een duidelijke omgevallen boom. Ik was er kennelijk zo van overtuigd dat dit de plek was, vooral de vanuit de wijde omgeving te ziene markante resten van de omgevallen boom, dat ik helemaal niet meer het lintje heb gecheckt. Zo opvallend vond ik hem dat ik de post er zelfs achter heb gezet. Als je op de aangeduide plek staat moet je de post kunnen zien, en anders niet per se. Alleen de aangegeven plek moet duidelijk te vinden zijn.

Dat had ik beter niet kunnen doen: als hij er voor had gestaan had men hem wel gezien, althans, was de kans een stuk groter geweest, en de fout minder pijnlijk. Maar dat is natuurlijk niet waar het om gaat: hij stond op de verkeerde plek. En een omgevallen dode boom is geen boomstronk. (Wat is dan wel het symbool voor een dode omgevallen boom? Of voor een houtwal, zo’n langgerekte berg takken en stammen, door mensen gemaakt, en ook erg markant?) Maar het stomste was dat ik helemaal niet naar het lintje heb gezocht. Terwijl dat toch het makkelijkst was geweest, en zekerheid had gegeven dat iemand (met meer ervaring) de juiste plek had gevonden. Waarom ik niet heb gezocht? Omdat ik zo overtuigd was van mijn locatie, en geen enkel vermoeden had dat het niet zou kloppen. Maar dat is geen excuus; en dat is er ook niet. Louter een verklaring.

Duizendmaal excuses

Ik wil me dan ook verontschuldigen. Gelukkig kon de uitslag gecorrigeerd worden, door de twee benen, van en naar de misplaatste post, uit de tijdrekening voor de uitslag te verwijderen, zodat de verloren tijd voor iedereen niet meetelt. Dat is dan weer een groot voordeel van de elektronische tijdsregistratie met EMITs, met een klok in de loper-unit, waardoor alle tijden altijd kloppen, en niet afhankelijk zijn van synchronisatie van de klok in de controle units, zoals bij een ander veelgebruikt systeem.

“Failure is not an option”

Wat ik er van geleerd heb moge duidelijk zijn: altijd de posten bij het lintje plaatsen, tenzij dat overduidelijk verkeerd hangt. En dan nog alleen na overleg met de baanlegger, want de lintjes worden weggehangen én door iemand gecontroleerd, dus dat is al 2 tegen 1.

  1. ga naar de juiste locatie op de kaart
  2. zoek (en vind) het lintje
  3. check of je bij de juiste post staat
  4. check of de locatie van het lintje klopt met de postomschrijving
  5. plaats de post op een geschikte plek die aan voldoet aan alles
  6. verifieer het post-nummer (EMIT)
  7. verifieer of de postzak goed hangt en er niet af kan vallen

Maar vooral: neem de tijd, want alles moet voor 110% kloppen. Failure is not an option.

Kansberekening op de Zwarte Bergen

Kansberekening, dat is waar het deze keer om draaide (en niet alleen deze keer). Hoewel dat op zich gek klinkt, want je moet niet gokken, maar gewoon naar de post lopen. Als je niet zeker weet dat je goed zit doe je iets fout. Toch?

Maar ook dat is niet waar. Want hoe vaak denk je niet dat je goed zit, en klopt het toch niet? In je hoofd is de kans dat je zo naar de post loopt in die gevallen gewoon 100%, of 99% of zo iets; en staat er toch geen vlaggetje. En zou het niet zo zijn dat als je met honderd procent zekerheid naar de post rent, je er via de 90% route sneller was geweest? Misschien was de 80% route nog wel sneller. Als dat een halve minuut had gescheeld op de gemiddeld 3 minuten per post (dit keer), dan was dat ruim 15% snelheidswinst. Dan mag je er 1 op de 6 posten twee keer zo lang over doen omdat je een fout maakt, en nog heb je een betere eindtijd.

Met andere woorden, 100% zekerheid is niet het snelst. Maar wat dan wel?
Dat is die kansrekening uit de titel. Laten we deze loop eens onder de loep nemen. De hele route kan je zien in mijn DOMA archief, maar ik zal ook wat stukjes kaart in dit verslag opnemen.

Ik had al een tijdje niet meer georiënteerd. Wel gelopen, dus de conditie was oké, en de routine van het oriënteren ook (controlenummers en vervolgroutes checken vóór ik bij de post kwam), maar de feeling leek wat minder. Het voelde niet helemaal scherp.

Op zich goed om dat tevoren te beseffen, en bewust iets meer op zeker te spelen. Ik had de laatste paar keren ook wat verloren door fouten, dus zou het wel goed zijn er nu geen te maken. Altijd is dat beter, natuurlijk, maar je maakt ze uiteraard nooit met opzet.

Een methode om alvast succesvol te starten is niet-warmlopen. Zodat je niet de eerste paar honderd meter als een gek het bos in stuift om er achter te komen dat je bent vergeten kaart te lezen. En de eerste post missen (of er naar moeten zoeken) is een mentaal lidteken dat je de rest van de wedstrijd meedraagt. Zo houd ik ook vaak eerst even de paden aan, kijk om me heen hoe dichtbegroeid het bos dit seizoen is, en wen even aan de kaart. Kost een paar seconden die je later terugverdient.

En zo vond ik post 1 dan ook redelijk fluitend, hoewel hij best lastig was geplaatst. Maar bij 2 ging het ineens behoorlijk mis. Gewoon door niet goed op de kaart te kijken. Ik zag een strook gras richting post op de kaart, maar oriënteerde alleen grof, en zag dat post 2 op een open plek stond, ergens aan het end van de strook gras. Zonder nog een keer op de kaart te kijken, lag er in mijn hoofd een open plek in het verlengde van de strook gras; en in het echt lag die er ook, helaas. Maar daar was geen post. Ook niet op de kaart. Ik had de kans dat ik hem wel zou zien, en dat ik goed op de kaart had gekeken, te hoog ingeschat.

Uiteraard nam ik me voor dat dat vandaag niet meer zou gebeuren. Geen risico’s meer: gewoon de juiste koers lopen, en altijd zorgen dat ik weet waar ik ben. Maar dat lijkt tevoren wel eens makkelijker dan het ter plekke blijkt. Voorbeelden:

  • Van 5 naar 6, lijkt op de kaart eenvoudig. Vanuit het open veld (hobbelige heide: snel wegwezen) het open bos in, reliëf zoeken, en de post in de kuil achter de bult. Het bos bleek dichter begroeid, en alles was reliëf, dus de bult, noch de kuil, vielen direct op. Toch was dit geen onverantwoord risico.
  • Van 6 naar 7: ondanks het volgen van een aantal terreinkenmerken, enigszins gaan gokken en gemikt op de verkeerde pluk bomen. Toch niet volledig kaartcontact gehouden, hoewel dat in dit terrein wel nodig is.
  • Van 11 naar 12: Een post in een klassieke gribus van paadjes, heuveltjes en kuilen. Dan moeten alle alarmbellen af gaan. Zeker als die volgens de postomschrijving niet op een top maar in een inloper staat. Maar ik dacht hem wel even te gaan vinden, en heb 5 minuten lopen zoeken, voordat ik door had dat ik nog 50 meter verder moest zijn. Had ik makkelijk kunnen voorkomen.
  • Van 13 naar 14: Leek eenvoudig, maar zo’n lang stuk doorsteken in bos dat toch best dicht begroeid is (en niet zo wit als op de kaart) vraagt om narigheid, zeker als mijn geplande stoplijn een iets-dichter-bos is, lichtgroen op de kaart, maar zonder de stippellijn van de ‘herkenbare cultuurgrens’. En met het slechte zicht is reliëf niet zo’n eenvoudige leidraad. 20 meter voor de post herkende ik mijn inschattingsfout, koos eieren voor mijn geld, en zocht een herkenbaar punt op: het pad ten noorden. Om te refereren, rende ik naar de kruising ten oosten, zuidelijk naar het zijpad, en van daar uit, recht op de post af. Vond hem via een flinke omweg. Had ik meteen voor een herkenbaarder route gekozen, dan had me dat fors gescheeld. Achteraf.

Ik ben voor mezelf eens nagegaan hoe en wat…

post tijd afstand vogel- vlucht afstand route tempo vogel- vlucht tempo route relatieve afstand route- keuze veilig- heid succes geluk verloren tijd gewonnen tijd
1 03:01 454 580 06:38 05:12 27.80% 1 1 1 0    
2 02:54 207 408 14:01 07:06 97.20% -1 -1 -1 -1 01:15  
3 01:54 298 312 06:22 06:05 4.60% 1 0 1 1   00:30
4 02:40 426 508 06:15 05:15 19.10% 1 1 1 0    
5 01:47 281 335 06:20 05:19 19.30% 1 1 1 0    
6 01:11 164 178 07:14 06:37 9.10% 0 0 0 1 00:10 00:05
7 02:39 356 424 07:27 06:15 19.10% -1 1 0 -1 00:30  
8 01:44 295 313 05:52 05:32 6.00% 1 1 1 0    
9 01:06 160 217 06:51 05:04 35.00% 1 1 1 1   00:15
10 02:16 263 352 08:38 06:26 34.10% -1 1 1 0 00:30  
11 06:35 968 1,142 06:48 05:45 18.00% 0 1 1 0 00:20  
12 05:29 298 596 18:24 09:12 100.10% 1 -1 -1 -1 04:00  
13 04:56 761 875 06:28 05:38 15.00% 0 1 1 0    
14 03:37 211 522 17:07 06:55 147.10% -1 -1 -1 -1 02:10  
15 02:59 290 428 10:16 06:58 47.50% 0 0 1 0 00:20  
16 02:44 355 412 07:41 06:38 15.80% 1 1 1 1   00:15
17 03:25 579 665 05:54 05:08 15.00% 1 1 1 0    
18 02:22 380 428 06:14 05:31 12.70% 1 1 1 0    
19 01:43 229 245 07:30 07:00 7.00% 1 1 1 0    
20 01:04 107 138 09:59 07:42 29.70% 0 0 0 0 00:20  
21 01:15 187 201 06:41 06:12 7.60% 1 1 0 1   00:30
22 01:52 186 335 10:02 05:33 80.50% -1 1 -1 -1 00:50  
59:13 7453 9614 07:56
06:09 29.0% 10:25 01:35

Allereerst schat ik zo in dat ik 10:25 sneller had kunnen lopen, als ik geen fouten had gemaakt. Dat is meer dan het verschil tussen plaats 1 en 6! Niet harder lopen, dus, maar slimmer! Wat dan verder opvalt is dat ik vooral tijd verlies op de benen waar ik niet veilig heb gelopen (2, 7, 12, 14, 15, 20: 8:35 minuten), en maar een klein beetje op benen waar ik niet zo’n goede routekeuze heb gemaakt (6, 10, 11, 22: 1:50 minuten). Door her en der risico te nemen (minder veilig te lopen), maar wel geluk te hebben gehad (goed gegokt), heb ik 1:35 minuten gewonnen. Dat weegt dus zeker niet op tegen de verloren tijd door onveilig lopen. Kortom, veiligheid voor alles, en je wint!

Maar goed, na die post 14 ging alles best vlot en zonder fouten, alleen de finish leverde wat problemen. Verklaarbaar, maar niet vergeeflijk. Eerst de verklaring (of de excuses): Tevoren had ik gezien dat de finish via een lang lint vanaf de onverharde weg naar het CC liep. Dat de finish op mijn kaart niet daar getekend was leek me dan ook een vergissing. En bovendien had een of andere onverlaat zijn BMW pal voor de finishpost geparkeerd, althans, gezien vanuit de richting waaruit ik aan kwam lopen (wat tevens de richting van de voorlaatste post was). Ik zag dus alleen een lint lopen, in een richting waarin ik tevoren verwacht had dat de laatste post zou staan. Één en één is twee…

Iets verderop vond ik toch een post staan (wat de één-na-laatste post van de andere wedstrijd was; ik deed de dagomloop) en dacht te finishen. Inmiddels wandelend (want ik meende klaar te zijn, riep iemand (ik meen dat het Lieke was) dat het niet klopte, en ging ik alsnog terug naar de geparkeerde auto om daar echt te finishen.

De les voor de volgende keer is duidelijk: kijk goed tevoren hoe de finish in elkaar steekt. Meestal bevindt zich die vlak bij het CC, en is dat dus een kleine moeite. Het kan je kostbare seconden opleveren, in het laatste been, en dat is nou juist wat je achteraf het beste bij blijft. Ondanks mijn 6e plaats (van de 40 lopers) gaf dit minimale debacle op het eind me een ietwat zure nasmaak. En dat is natuurlijk zonde, na zo’n mooie loop.

Ik ben alleen wel benieuwd wanneer de splits online komen… http://helga-o.com/webres/splits/splitsbrowser.php?lauf=527 lijkt nog niet te bestaan. Tot die tijd kan ik mijn tijden en route vergelijken met die van Geert van den Burg, want hij heeft de zijne op zijn eigen DOMA/Quickroute server gepubliceerd. En ook leuk is deze vergelijking op 2DRerun.

 

Laatse nacht van het jaar: snel, kort, leuk, en een foutje of 3…

Drie weken na dato een stukje schrijven over een wedstrijd is op zich een hele opgave. Maar ik heb me voorgenomen over al mijn loopjes wat op papier te zetten, zo ook over het Vlaams Avondkampioenschap Hoge Rielen, te Lichtaart.

Wat al direct bij binnenkomst opviel was het cachet van de wedstrijd. Niet alleen omdat ik een ‘starttijd’ had gekregen (zoals iedereen) waardoor er wat druk op de ketel stond, maar ook omdat het een goed geoutilleerd etabilssement was, met douches en bar. En het viel op dat -ongebruikelijk voor een nachtoriëntatieloop- niet de helft van de lopers direct na binnenkomst weer vertrok; er zou dan ook nog een prijsuitreiking volgen.

Maar goed, wie dit leest heeft vast ook zelf meegelopen, dus laat ik niet te veel vertellen wat je al weet. Wat je niet weet, en wellicht wel wil weten -anders volg je deze blog niet- is wat ik er van bakte, en hoe de omloop was.

Die was kort. Althans, dat was mijn eerste gevoel. Doorgaans loop ik de langste afstand, maar ik dacht dat het er hier officiëler aan toe ging -het Avondkampioenschap- en hield me dus braaf aan mijn leeftijdscategorie. Maar kennelijk ligt een kort stuk me niet, en duurt het bij mijn langer om op stoom te komen, waardoor een lange omloop relatief gunstiger uitpakt. En ik werd er pas drie posten voor het eind van doordrongen dat het bijna klaar was, en zette pas toen de eindsprint in; wat eerder had gekund.

Zou het daar aan liggen, mijn eindsnelheid van 8’07″/km? Hemelsbreed. Als ik naar mijn werkelijke tempo kijk, 6’12″/km, zit daar best veel verschil tussen, wat niet anders te verklaren is dan dat ik niet zo goed gelopen heb. En ook mijn afstand was ruim 30% meer dan die in vogelvlucht.

Toch maar leren vliegen dan? Of iets beter kaartlezen? Doe dat laatste maar. Iets sneller misschien? Of iets langzamer lopen? Ik herinner me een uitspraak van iemand die zei dat je niet sneller moet lopen dan je kaart kan lezen. Dat klinkt als appels met peren vergelijk, maar het blijkt soms maar al te waar. Al lijkt tien seconden stilstaan om even een mooie snelle route te plannen veel, zo lang je stil staat, zo lijken diezelfde 10 seconden zo om als je een minuut om loopt omdat je niet zo slim keek.

Zo bijvoorbeeld op de route van 1 naar 2. Ik heb vast de kortste gelopen, maar dat donkergroene bos wat niet supersnel, en dat eerste stukje over het gras (geel, rechtsboven) was vast ook sneller dan mijn keuze. En misschien was dat paadje aan de linkerkant van het groen ook zo gek nog niet, omdat het vrij direct op de post uit lijkt te komen. Maar goed, ik was hier maar 20% langzamer dan de snelste.

Nee, neem dan mijn ‘bijzondere’ route van 3 naar 4 (waar ik wel 85% langer over deed dan de snelste): de keuze was niet slecht, maar er gebeurde iets geks: ik was nog niet bij de post, of ik begon te twijfelen aan de afstand. Terwijl dat grasveld net westelijk van 4, toch herkenbaar zou moeten zijn geweest. En de open plek, oostelijk van het pad ook. En waar blijft het passen tellen? Ik denk dat het daar mis ging, en ik, door het vertragende effect van het stukje doorsteken net nadat ik de weg was overgestoken na 3, minder afstand had afgelegd dan ik dacht. Slordig. Maar er zouden nog meer slordigheidjes volgen…

Ik kijk doorgaans, ter analyse, naar de splits van een wedstrijd. En dan, om te zien waar de zwakke plekken zaten, naar de grafiek Percent behind. Je ziet direct waar het dan mis ging. Of juist goed.

Om dit vervolgens in een perspectief te plaatsen gebruik ik optie Compare with: Any runner en selecteer mezelf als Any.

Het resultaat is een grafiek die mijzelf op de nul-lijn plaatst, en laat zien waar hoeveel ander lopers beter of slechter waren.

Een post die ik verprutste, maar waar veel meer moeite mee hadden, was kennelijk een lastige. Zoals 5, 7, 8, of 12.

Image

 

 

 

Maar met een 4, 6, of 9, waar ik ook niet zo goed heen liep, hadden weinig anderen veel moeite mee, dus da’s niet zo best.

9 vond ik trouwens ook wel lastig. Er was in dit deel van het bos behoorlijk gekapt. Daarvan weet je nooit of het op de kaart staat of niet. Vooral paden die door rooimachines zijn gemaakt zijn dan verraderlijk. Ik had het gevoel op zo’n pad te zijn geraakt, en te veel naar westen te zijn gelopen. Dus ging ik, toen ik op het pad bij post 9 uit kwam, naar het westen, op zoek naar het juiste reliëf. Dat kwam niet, maar wel een kruising, waardoor ik wist te ver naar het oosten te zitten. Terug naar het westen dus maar. Kennelijk, omdat veel daar sneller waren, was dit nogal een grove fout, en was er een veel zekerder manier om van 8 naar 9 te lopen.

Maar zes, da’s nog een heel ander verhaal. Ik weet nog goed hoe dat ging. Aanleiding was het verkeerd van post 5 weglopen (A), richting corrigeren, maar toch niet goed genoeg op het kompas kijken. Vervolgens zag ik lichten branden in een gebouw in de verte, met op weg daar heen een open plek, een grasveld. Terwijl ik dacht naar (B) te lopen, liep ik naar (C), maar omdat ik zo overtuigd was van mijn doel, en de open plek er vóór, keek ik niet op mijn kompas. Pas toen de kruising (D) een driesprong bleek en geen vierspring (E), en huisje (F) toch een stuk dichter bij deze kruising stond dan (G), begon de fout te dagen. Ik wast toen al aan mijn doorsteek begonnen van wat ik dacht dat de zuidmuur van (G) was naar (6). 

Achteraf een enorme fout, die ik al veel eerder had kunnen opmerken, door naar de overige kenmerken onderweg te kijken, en de kaart in de gaten te houden. Maar hier was ik typisch aan het grof oriënteren, en probeerde juist snelheid te maken met een relatief leeg hoofd. De tijdwinst die dat opleverde heb ik weer ruimschoots ingeleverd. Snelheid is niet alles! Hieronder nogmaals de twee huisjes waar ik langs liep (rode kaart, gele huisjes) en de twee die ik dacht te passeren (groene kaart, lila huisjes):

En ook 12 had ik wat slimmer kunnen belopen, denk ik. 65% langer over gedaan, vanwege wat gedrentel rond de post. Beter was doorsteken door het witte bos, direct na 11, en dan het pad volgen. Typisch geval van op de kaart eerst een route zoeken die vanaf 11 aardig de goede kant op leidt, maar niet een die gunstig voor 12 uitkomt. Misschien is het wel het beste om terug te redeneren: hoe kom ik waar ik moet zijn, en hoe kom ik daar waar ik makkelijk gaan gaan naar waar ik moet zijn. Kortom, eerst een aanvalspunt kiezen, en dan de snelste route daar heen bepalen. Klinkt logisch. Ga ik de volgende keer doen!

Maar toch, wat ik ook aan zelfkritiek opschrijf, 7 van de 11 is nou ook weer niet dramatisch slecht in een kampioenschap, dus kan ik weer tevreden terugdenken aan een mooi stukje oriënteren in het donker.

 

Mijn 2e O-verjaardag: Aqua View

Twee jaar geleden liep ik mijn eerste Oriëntatieloop! Nota bene ook in het donker.  En dit is dus mijn 2e O-verjaardag. Wat een sport!

De uitslag van mijn eerste oriëntatieloop ooit.

Intussen ben ik 31 “omlopen” verder, en een stuk ervarener (los van het feit dat mijn naam is gewijzigd, ik een nationaliteit heb gekregen, ik 5 jaar ouder ben geworden, en een club heb). Wat heet: ik ben nu ruim twee keer zo snel. Liep ik toen nog over paden, nu rag ik dwars door het bos. Liep ik toen prompt verkeerd toen ik een keer niet over een paadje ging, nu weet ik wel beter… of toch niet.

...en dit was twee jaar later.

Kijk eens naar mijn kaart. Wat doe ik daar nou, op weg van 6 naar 7? Een stukje sightseeing? In het donker? Er gebeurde iets heel geks in mijn hoofd, vermoedelijke omdat ik terug dacht aan die keer twee jaar geleden, en ik dat gevoel van verdwalen weer wilde oproepen. Vast.

Nee, ik was er niet helemaal bij. Ik liep naar 6, beetje om, maar laten we het maar op “een veilige aanvalspunt keuze” houden. Dacht toen dat ik bij 7 liep (een stuk noordelijker), met al die parallelle greppels, en daar vond ik, iets ten zuiden van het pad, een post. Dat bleek er eentje van de achterkant van de kaart te zijn, maar, zonder het nummer te checken, ging ik vrolijk, en een klein beetje gehaast, op weg naar het zuiden, naar waar ik meende 6 te gaan vinden. Dat 6 voor 7 kwam vergat ik gemakshalve. Ik weet zeker dat ik de kaart niet ondersteboven hield, maar de tafel van 1 kennelijk wel. Even later vond ik een open plek, daar in het zuiden. “Ben ik al zo ver? Dan ben ik 6 al voorbij!” In het minder begaanbare terrein, en vanwege een nogal afwijkende koers, was mijn gevoel voor afstand wat ontregeld. (1:4500 is ook zooooo’n moeilijke schaal.)

Gelukkig vond ik 6, maar toen pas zag ik dat daarna 7, in het noorden van de kaart, kwam. Een geluk bij een ongeluk, want voor het zelfde geld was ik doorgelopen naar 8, en had heel 7 gemist. Alleen had ik nog steeds niet door dat die eerdere post, die ik voor 7, tussen het donker groen met de greppels, had aangezien, helemaal niet de 7 was die ik moest hebben. Mijn richtingsgevoel, dat het kennelijk nog wel deed, stuurde me naar het noordoosten. En zo belandde ik bij een post die ook helemaal nog niet bij mijn route hoorde.

Achterkant kaart, controle strook, nummer zoeken, en ja, ik kon herleiden waar ik liep. Terug naar het westen, greppels tellen, en als een speer het bos in, op zoek naar de echte 7. Intussen had ik van 5 naar 6 een recordtijd neergezet: de langste, ruim 3,5 keer langer dan de snelste loper. En ook mijn ommetje van 6 naar 7 bleek niet om over naar huis te schrijven.

Ik heb altijd de neiging om -voor straf- na het maken van een fout enorm te gaan doorsteken om de verloren tijd in te halen. En ook nu baande ik me een weg tussen de ondoordringbare bomen door. En weer snap ik dat achteraf, want ik herinnerde me dat ik, toen ik de eerste keer in de buurt van 7 dacht te zijn (wat dus 6 was), best aardig door het bos kon lopen. Nu was het alsof ik me een weg dwars door de stapel kerstbomen die bij de supermarkt in december tegen de gevel staan probeerde te banen.

Met deze kerstgedachte in mijn hoofd nam mijn oriëntatievermogen weer eens met mij de vrije loop. Toen ik bij A aankwam (in het kaartje links) dacht ik het iets zuidelijker pad te bewandelen. Dat dat ineens op leek te houden deerde niet, ik vond een kruispunt (wat C bleek te zijn, maar ik voor B aan zag) en sloeg rechtsaf. “Zo’n kompasnaald is ook maar van ijzer”, moet ik gedacht hebben, en ik rende vrolijk een meter of honderd door, tot hij wel erg hardnekkig de andere kant op bleef wijzen. Het mag een wonder heten dat ik 8 vond. 9 liep ik vervolgens maar 10% voorbij, wat aardig klopt met de kaartschaal 1:4500 die ik telkens als 1:5000 las.

Maar gelukkig, een half uur ervaring is iets om op te bouwen, en 10, 11, 12, en helemaal 13 gingen verdraaid goed. Die laatste, en later ook 17, 21, en 23 zou ik als een van de snelsten belopen. De kaart werd omgedraaid, en het leek weer van voor af aan te beginnen (de nummers herstartten ook weer bij 1, wat dus eigenlijk 13 was). Zelfde hoek van het bos, als in het begin, maar, vanwege de duisternis, de sneeuw die er inmiddels bij was gevallen, en de kaart die als maar meedraaide, een totaal nieuwe ervaring. En ook het stemmetje in mijn hoofd “J-G, nu ga je het gewoon wel heel goed doen, zonder fouten”, gaf er een andere dimensie aan.

Op weg van 16 naar 17 zat Jeremy Genar me op de hielen, en dat zorgde voor de nodige peper op bepaalde plaatsen waardoor ik heel hard ging… en daarna heel hard naar de verkeerde post rende. Ik herinner me nog dat ik het vreemd vond dat hij boven het meertje langs liep. Ik zou wel even doorsteken, wat, ondanks het groene bos rond 5 best opschoot. En als ik vervolgens naar 6 was gelopen, was dat ook helemaal niet zo gek geweest, maar in het donker lijkt een 6 net een 9 -het is maar hoe je het bekijkt- en Jeremy was langs de noordkant gelopen (wat naar 9 nog minder onlogisch was dan naar 6), dus koerste ik ook op 9 af. Die vond ik, en, zoals ook in de 1e helft, kwam voor mij na 9 8.

Net op tijd, nou ja, ik was al halverwege het dennbomen-tegen-de-supermarkt-bos, viel het kwartje, en kreeg ik door dat je een 8 weliswaar ongestraft kan omkeren, maar een 6 niet. Hop, terug naar 6. En daarna naar 7. Ik vond dat donkergroene stukje bos waar ik omheen moest iets minder leuk, maar herinnerde me kennelijk niet dat ik daar een half uur geleden al dwars doorheen was gelopen; toen meende ik immers veel noordelijker op de kaart te lopen. Op zoek dus naar 7, dezelfde zeven die ik eerder ook al voor een 7 -een andere- had aangezien. Vond ik hem warempel! En 8, die had ik ook al eerder ontmoet. Waarna ik gelukkig de supermarkt meed, op weg naar een nummer 9, die, hoe kan het ook anders, ook al eerder mijn pad had gekruist.

Was ik net lekker logisch via de zuidkant naar een post gelopen waar ik niets moest zijn, nu liep  ik maar voor de afwisseling via de noordkant naar mijn zuidelijke bestemming. Je moet wel consequent blijven!

Maar kennelijk had ik mijn fout op tijd door, want -zo werkt dat bij mij, zoals je weet- ben ik vanaf dat moment voor straf alleen nog maar gaan doorsteken, op weg naar de finish. Die ik overigens, zonder verdere omwegen vond, maar uiteraard, en volgens de Splitsbrowser, niet in de snelste tijd.

Om één en ander goed te maken ben ik hier na nog even omloop 2 gaan doen. Dat was een stuk minder ver dan omloop 1 overnieuw, en dus heel verstandig, zeker omdat ik daarna nog de posten zou gaan binnenhalen.

Ik kijk in elk geval terug op weer een bijzondere, en onvergetelijke, nachtoriëntatieloop. Waarbij het een verrassend leuk gebied bleek te zijn met eindeloze mogelijkheden, die ik ook ten volste benut heb.

Als je vraagt wat ik geleerd heb deze keer?

  • Eerst denken, dan gaan rennen.
  • Blijf koel in je hoofd, ook als het 5 graden vriest en er sneeuw uit de lucht valt. Want van strafwerk ga je niet harder, laat staan sneller.
  • Twee jaar ervaring betekent nog niet dat je uit de losse pols kan oriënteren zonder postnummers te checken en bij te houden waar je bent.
  • In het donker zijn paden dikwijls sneller. Dat had ik twee jaar geleden al prima begrepen.
  • Het blijft een ontzettend leuk spelletje! Dit ga ik nog jaren volhouden: er valt nog genoeg te verbeteren.

Midwinterrun 2013: een marathon door de sneeuw

Het was weer een avontuur! De Chicken Power Midwinterrun 2013. Nauwelijks wetende wat ons te wachten stond, maar wel met temperaturen onder nul, een gure wind en sneeuwbuien in het vooruitzicht, vertrokken we om 5:59 uit Eindhoven. Samen met mijn loopmaat voor vandaag, Jeroen, en concurrent Patrick, reden we door een donkere, maar witte, wereld, naar Terschuur, een dorpje tussen Barneveld en Amersfoort. Min zes C buiten de auto, zenuwen binnen. Toch wel. Ondanks dat ik ruim een maand geleden nog aan de W.O.R. 2 had meegedaan.

Zou dit anders zijn? Het was ook een run, er moest ook geöriënteerd worden, en we liepen ook in teams van twee. Maar het was nu ruim 15 graden kouder, er lag een pak sneeuw, er ging nog meer vallen. Van Ferdy, de ontwerper van de W.O.R., had ik begrepen dat er er minder instinkers te verwachten waren. Maar wat is minder? En ik begreep dat er veel uitgebreider kaarttekenwerk nodig was. Maar wat is meer? En wat heb je daar voor nodig?

En ik had op de website een foto zien staan van iemand die door het water moest. Brrrr. Zou dat vereist zijn? Verijst in elk geval wel, vandaag.

Zo druk waren we bezig, dat we helemaal vergaten dat de muts binnen best af kon. Het intekenen van de ontbrekende CP’s kostte ongeveer een uur.

En het bleek anders! Per bus gingen we naar de start, geen idee waar dat was, op dat moment. Er werden onderweg wat mededelingen gedaan, maar, onvoorbereid, had ik die niet opgeschreven. Waar op had dat gemoeten? Volgende keer een notitieblokje mee. Bij het verlaten van de bus kregen we een enveloppe met een zevental kaarten. In kleur! Dat viel al weer mee. En allemaal 1:25000 topografische kaarten van het kadaster. Maar wel op een andere schaal uitgeprint en afgesneden. En er was een roadbook met zestig punten, waarvan de helft ook op de kaart stond, en de andere helft zelf ingetekend moest worden aan de hand van een RD-coordinaat, een projectie, of een lengte- en breedtegraad. Er was tijd in een lokaaltje om dit aan een tafel, en vooral verwarmd, te doen.

De schaduwen van de bomen, maar ook de gegeven projectie, laten zien hoe je de foto moet draaien om het noorden boven te krijgen. Vervolgens konden we hem in de topografische kaarten inpassen.

Niet alleen kaarten werden gebruikt: ook luchtfoto’s, en zelfs een oude kaart. Dat laatste was een leuke exercitie: één punt, CP 42, was op zowel de oude als de nieuwe kaart getekend, maar CP 43 alleen op de oude. In anderhalve eeuw is er nogal wat veranderd in het landschap, maar een aantal elementen zijn ook behouden gebleven. Zo ontstond een puzzel, maar uiteindelijk wisten we vrij zeker waar CP 43 op de moderne topografische kaart te plaatsen. En na wat speurwerk bleek dat de luchtfoto, zoals snel aan de richting van de schaduwen te zien was, geroteerd was. Leuk gedaan!

nieuwe kaart → oude kaart
(ga met je muis over het balkje om de kaart te wisselen)


Een uur later waren we klaar met intekenen. Een aantal teams waren al vertrokken, een paar waren nog bezig. Hebben we het wel goed gedaan? Een foutje is snel gemaakt, als een lengte-minuut op de kaart 5,4 cm is, en een breedte minuut 8,7 cm, en er doorheen een RD raster geprint is.

CP 1, 3 en 5 waren ten opzichte van elkaar als projecties gegeven. 2, 4 en 7 moesten we memoriseren, aan de hand van een kaart die even snel bij de START getoond werd. We kwamen in eerste instantie goed uit bij 5, maar vonden toch het valse punt.

Bij CP1 volgde een verrassing: we moesten een keuze maken tussen de volgende punten op kompaskoers zoeken, of memoriseren. We kozen voor memoriseren, en zochten ondertussen de andere punten op het kompas. Maar kennelijk was het idee dat we eerst CP 2, 4, 7 zouden zoeken, en dan CP 1, 3 en 5; of omgekeerd. Alles tegelijk in één keer zoeken leek lastig, maar we wisten niet beter, en deden dat dus gewoon. Alleen CP 4 was lastig te vinden. En toch bleek dat CP4 wel klopte, maar CP5, dat we daar vòòr hadden gevonden, niet. Achteraf hadden bijna alle teams dat punt fout. En we zijn er nota bene overheen gelopen, als je de track op onze kaart bekijkt! Maar de organisatie heeft altijd gelijk. Toen wisten we ook nog niet dat een gevonden controlenummer ’23’ per definitie fout was.

Enfin, naar later zou blijken, als een van de eerste teams gingen we verder met het reguliere deel van de tocht. De sporen in de sneeuw van wezens die er eerder waren geweest waren kennelijk van konijnen, hazen en reeën…

Ik had vandaag een goede neus voor blauwe kaartjes achter bomen, want ik vond ze verrassend snel. Later op de dag zou Jeroen ze ook zo snel gaan spotten, en dat maakte dat we vrijwel overal binnen no-time verder konden rennen. Het leek er dan ook op dat er vrijwel geen valse controle nummers geplaatst waren, want nergens zagen we twee kaartjes, en vrijwel alles hing binnen 20 meter van waar we het verwachtten. Het leek dus niet nodig om naar een ander nummer te zoeken als we eenmaal iets blauws gezien hadden. Maar dat bleek later onterecht.

Intussen liepen we vooral over wegen en paden, ook omdat de route dat voorschreef. Het was vrijwel nergens veel sneller om dwars door te steken, en daarmee was verdwalen ook geen optie. Af en toe een weiland of akker gingen we diagonaal over, maar met de sneeuw en vaak oneffen ondergrond, liep dat een stuk minder. Zeker toen we nog 4’30″/km probeerden te lopen.

Onderweg keken we steeds naar de voetafdrukken in de sneeuw. Hoeveel zouden er voor ons lopen? Geen idee, maar overal leken al wel mensen te zijn geweest, op loopschoenen. Best handig, die sneeuw. Toch leek het ook regelmatig of er naar het kaartje met het controlenummer helemaal geen voetsporen liepen. Zouden zoveel teams al die CP’s hebben overgeslagen of niet kunnen vinden? Toen wisten we nog niet dat we eigenlijk op kop liepen.

Naar CP 27 hebben we toch even moeten zoeken. De schaal van de kaart eventjes verkeerd geïnterpreteerd…

Intussen kwamen we langs het Kasteel van Renswoude, Fort Daatselaar, en liepen tot vlak boven Scherpenzeel. En zochten we 10 minuten naar een CP-nummer op het enige punt waar volgens het roadbook niets hoefde te worden opgeschreven, corrigeerden we een foutief ingetekend punt dat aanvankelijk midden een in een weiland leek te liggen, maar gewoon een hoekpunt van het fort bleek te zijn, zochten naar een CP op een plek die ik in passen verkeerd had uitgemeten (als de schaal van de kaart 70% van 1:10000 is moet je niet het gebruikelijke aantal passen met 0.7 vermenigvuldigen, maar er juist door delen, waardoor het 2 keer zo ver blijkt te liggen), aten we een Snickers, en hoorden we van de organisatie die de eerste controlestrook in nam, dat we redelijk vooraan liepen. Er liepen dus nog een paar teams voor ons?

De rare slingers die we maakten zijn om de CP’s te vinden.
Òf 35, òf 36 was genoeg geweest. Maar we vonden het zo leuk, dat we ze allebei hebben bezocht.

Toen niet, bleek, maar even later wel. Want het kwam niet door de sneeuw, die ineens hevig ging vallen, maar doordat we in de bus geen duidelijke aantekeningen hadden gemaakt, dat we zowel CP 36, als CP 38 aandeden, terwijl verteld was dat die het zelfde controlenummer hadden; beide bezoeken was dus niet nodig. Wisten wij veel. Bij de tweede van de twee kwamen we achter twee andere teams uit, die toen op kop bleken te lopen. Maar ja, Jeroen zag razendsnel en ongezien het kaartje, zodat we na CP 37 weer voorop lagen.

Het scheelde maar 1 kilometer: onze locatie van CP 40, en de jusite…

Tot we CP 40 gingen zoeken, precies één RD kwadrant noordelijk van de juiste plek. Inmiddels waren we al behoorlijk moe, en hadden besloten dwars door te steken over de velden, maar wel in wandeltempo. Op zich scheelde dat niets, want je kon over dat terrein toch niet hard rennen. Maar dat helpt niets, als daar niets te vinden is. We hadden snel de fout door, maar dat was al te laat. Het zou ruim 20 minuten kosten om terug te lopen, en dat zou 30 strafminuten schelen, wat we het niet waard vonden, ook vanwege de extra inspanning.

Bij CP 50 (dat na CP 40 en 39 kwam) waren de twee teams op kop al aan het zoeken. Aan de verkeerde kant van de beek, waar wij in eerste instantie ook het CP hadden ingetekend. Maar het scheelde niet veel, en de nauwkeurigheid is beperkt, zodat we, toen de andere twee teams het inmiddels hadden opgegeven, en verder waren gelopen, alsnog aan de zuidkant het CP vonden. Hadden we mooi weer 30 strafminuten goed gemaakt.

Wat daarna volgde was een spelletje met een beek. Zouden de CP’s aan de zuid- of aan de noordkant liggen? En is er wel of geen brug? En is het diep? En breed? Geen idee hadden we, zodat we maar de kortste route naar het volgende CP namen, en wel zouden zien. Dat bleek een goede beslissing. Er was een stuw, en iets verderop een bruggetje.

We hebben behoorlijk getwijfeld, of we de noord- of de zuid-oever zouden nemen. De waarheid bleek letterlijk in het midden te liggen.

Toen namen we nog een slimme beslissing: punt 45 lag weliswaar dichterbij een logische route dan 46, maar daar zouden we de aanwijzingen voor 47 en 48 gaan vinden, en 49 lag juist weer wat verder weg. Vermoedelijk -want de punten stonden al niet allemaal in de juiste volgorde wat betreft de kortste route- zouden die 47 en 48 meer richting 45 liggen. En dat bleek helemaal te kloppen. Via een rechte lijn renden we naar 46, vonden 47 op weg naar 45, en van daar uit 48 op de route naar 49 en 51. Mooi! Enige minpuntje was dat we 48 niet direct zagen, en juist toen ik het beekje vlakbij was overgestoken om te kijken of het CP-kaartje aan de achterkant van een boom aan de oever zat, vond Jeroen een ’23’. Nietsvermoedend, en opgelucht, noteerden wij die, al hing die wat ver van het nulpunt, en gingen verder. Nog maar 10 CP’s te gaan!

De oversteekplek.

Maar er was een dilemma: zouden we voor CP 53 aan de noord- of aan de zuidzijde van de Grote Barneveldse Beek moeten zijn? Er leek geen brug in de omgeving, dus we moesten kiezen. Een volgende aanwijzing stuurde ons in elk geval terug naar een bruggetje, voor CP 52, zodat we vermoedden dat we moesten oversteken. Het CP lag volgens onze peiling op de kaart aan de zuidkant van wat een oversteekplaats voor landbouwvoertuigen en/of jeeps leek te zijn: een constructie van balken over het water aan weerszijden van een verharde bestrating op de bodem van de rivier. Maar geen CP te vinden. Bijna hadden we het opgegeven, maar na lang zoeken op de oever zagen we dat de balken ‘schoongeveegd’ waren. Er was dus iemand overheen gegaan. Zou er dan toch…?

Koud water met een laagje ijs er op is tot daar aan toe, maar een natte broek en schoenen is niet lekker met dit weer.
Als je niet om wilt lopen moet je voor paard spelen.

En er stond iemand van de organisatie met een fototoestel aan de overkant. Vast ook niet voor niets. En dus trok ik mijn schoenen, sokken en broek uit, en liep door het ijskoude water. Pijnlijkst was nog mijn scheen die ik stootte tegen een ijsschots, en de sneeuw waar ik in stond aan de overzijde, maar op de terugweg langs de andere balk vond ik het CP! Hoera! Die hadden we. Maar wat nu? Omlopen, want Jeroen stond nog droog aan de overkant, en had geen trek in een koude beek. Ach wat, we zijn toch een team? Dus ik nam hem op mijn rug en liep zo naar de noordkant. Snel schoenen weer aan, en door naar de finish. We lagen op kop!

Zo vonden we ook de laatste paar punten. Nog net op tijd zag ik dat 56 gedefinieerd werd door de koers náár 57, en niet omgekeerd, zodat we ook daar scoorden. En toen ik me even omdraaide bij het oversteken van een greppel zag ik dat er behalve een ’23’ in de buurt van CP 56 (die ik al wat slecht vond kloppen met de kaart) ook een ’29’ hing, op de juiste plek, wat ook weer 45 strafminuten scheelde. Doordat we doorstaken door het weiland naar 58 liepen we bovendien recht op dat CP af, en vonden hem zo, want vanaf de weg had hij aan de overkant van een riviertje gehangen.

Alleen gingen we vlak voor het eind nog een keer de mist in: een peiling met een stompe hoek vanaf een hectometerpaaltje op de kaart (Of had het het paaltje in het echt moeten zijn? En aan welke kan van de weg dan wel?) wekte niet mijn vertrouwen, en ook Jeroen was er wel klaar mee, zodat we voor het laatste punt aannamen dat het wel het blauwe kaartje op de deur van het gebouw dat als start en finish dienst deed zou zijn. Bijna goed. Maar dat kostte ons toch nog even 45 strafminuten extra. Maar we waren er! Als aller eersten!

Onze aankomst in het Wedstrijdcentrum.

Al met al bleken de volgende teams pas 25 minuten later aan te komen. Zouden we dan ook nog eens gewonnen hebben. Pas toen hoorden we van de ’23’s, en dat het vorig jaar ’72’ was geweest dat de valse posten kenmerkte. En drieëntwintig kwam me best bekend voor. Inderdaad hadden we twee valse posten meer gezien en genoteerd dan het team dat na ons binnen kwam, wat neerkomt op 90 strafminuten, zodat zij uiteindelijk met 66 minuten voorsprong wonnen. De score kan je hier vinden, (of hier onder).

Maar wat een geweldige race! Lang gedacht dat we ergens middenin het veld liepen (het was mijn 2e, en Jeroen’s 1e oriënteringsrun), toen wat gedeprimeerd over ons foutje van 2 km, en vermoeid door de afstand, teruggezakt in temp, maar ten slotte na de dwaze oversteek, en de kennis voorop te lopen, weer helemaal fanatiek en vol goede moed, alsof het niks was. Nou ja, qua afstand was het dan ook maar gewoon een Hele Marathon, maar dan wel door de sneeuw, met hindernissen, en zonder je hoofd te verliezen.

Dit was weer een bijzondere ervaring, en de laatste zaterdag van januari komt zeker op de kalender van 2014 te staan. Met de ervaring van deze eerste keer wordt dat vast weer een succes:

  • Er zijn wel degelijk valse punten,
  • die dan vast niet allemaal ’23’ heten.
  • De volgorde van de CP’s is niet altijd de kortste route.
  • Er kan wel eens een Adventure race-element in zitten; iets met water.
  • De CP’s zitten niet altijd exact op de juiste plek (of hoe wij die interpreteerden),
  • maar ook de kaart kan natuurlijk een beetje afwijken, en terrein kan zijn aangepast; en de CP’s moeten onzichtbaar voor derden gehangen zijn om rippen te voorkomen;
  • je moet daarom niet te lang zoeken of er op het -volgens jou- juiste punt niet toch een controlenummer hangt, meestal hangt dat er niet,
  • maar die enkele keer dat het er wel hangt -en het andere punt dus vals is- kost het wel veel strafpunten. De juiste balans tussen vertrouwen en wantrouwen is delicaat.
  • Alle zelf ingetekende punten moet je controleren: van de 20 hadden we er 4 fout in eerste instantie, en 1 daarvan zelfs niet meer op tijd gecorrigeerd.
  • Om 6:00 ‘s morgens nog even proviand bij een benzinestation kopen kan wel eens lastig worden als die allemaal nog dicht blijken.

Ten slotte heb ik, meer voor mezelf als geheugensteuntje, mijn inventaris opgesomd:

  • hardloop-rugzak
    • met drinkwaterzak
    • potlood
    • watervaste stift aan en zipper (en ook de dop, want die ben ik 5 keer verloren)
    • zaklamp
    • telefoon (voor noodgevalen)
    • fluitje (hoewel de dop van de stift ook prima bleek te werken als fluit, toen ik de sneeuw er uit blies
    • thermo deken
    • ID
    • geld
    • EHBO spul als pleisters en tape
    • vaseline tegen de kou op gezicht en handen
  • plastic kaarthoes, met daarin
    • geodriehoek
    • lichtgewicht plankje om kaarten vlak te houden
    • kaart-roemer (beperkt functioneel, want de schaal is arbitrair)
    • klemmetje om zaakje bij elkaar te houden
    • velletje voor aantekeningen
    • rekenmachine (klein)
  • Recta peilkompas
  • Silva duimkompas
  • druivesuiker
  • 6 Snickers (op de valreep)
  • en om aan te trekken
    • Inov-8 Oroc 340 schoenen (met spikes; ook ideaal om de kids op de slee door de straat te trekken zonder zelf onderuit te gaan over een ijsplaat)
    • lange hardloopbroek
    • Moose sokken (met na 42 km ook een gat)
    • thermo shirt lange + korte mouwen over elkaar heen
    • Nike tuned fleece
    • Icebreaker mutsje
    • dunne thermo handschoenen
    • ASML windjack (als reserve)

Tenslotte nog een overzichtje van de roadbooks: