Tag Archives: WOR

Op zoek naar een speld in een Planetarium: WOR 7

6 = 7

Daar gaat-ie dan: ons zesde WOR verslag van de 7e WOR.

Altijd al een ruimtereis willen maken, en vandaag was het eindelijk zo ver!

Als een raket vliegt de tekst op papier. Want om inspiratie zit ik niet verlegen: de briljante ideeën worden door de Woudlopers op een presenteerblaadje aangereikt, en ik hoef ze alleen maar op te schrijven. Geniaal hoe ze elke keer weer van alles uit een terrein weten te halen, alle kwinkslagen op de kaart (en in het veld) weten te benutten, en elk leuk punt in de omgeving in de route weten op te nemen. En ik weet dat dat een hele uitdaging is, want voor de vorige club-training wilde ik ook wat leuks maken op de Grote Heide, maar dat viel nog niet mee. Lees de komende 35 kilometer [kaart] mee met ons avontuur:

Op naar Genk. Nou ja, naar Kattevenia, een stukje bos rond het Cosmodrome tussen Genk en Zutendaal. Kende ik de startlocatie niet ergens van? Ja, natuurlijk, ik heb ooit The Hitchhikers Guide to the Galaxy gelezen, dus dan ken je het heelal, en zeker de Krater, waar het onthaal was met koffie en warmte. En een beetje stress; want bij binnenkomst van team De Bosraggers 2.0 in deze overigens perfecte locatie zat iedereen al klaar met pen, papier, lineaal, geodriehoek, kaarthoekmeter, rekenmachine, en al wat je niet meer onderweg nodig zou kunnen hebben. En ik moet zeggen, na 5 eerdere WORren zat ook onze rugzak vol met potentieel nuttige attributen. Maar de briefing was kort; die hadden we immers al via YouTube ontvangen. Geen wijzigingen, geen vervallen CP’s, geen “CP5 is gelijk aan CP55” of iets dergelijks waardoor je vroeger of later een punt kan overslaan omdat je het antwoord al weet (of 2 keer fout noteert omdat je het denkt te weten). Kortom, het was net weer wat anders dan voorgaande keren, met wederom maximale voorpret die ons de hele voorafgaande week in de ban hield door een mysterieus filmpje met zin en onzin.

Op naar de Start

Waarbij Start met een hoofdletter wordt geschreven, want een WOR zonder spectaculaire start is er niet. Aardappelen uit een deodorant-gun en exploderende ballonnen vol opdrachten kenden we inmiddels, maar welke (Oer)knal zou er dit keer uit de hoge hoed komen? Wachtend onderaan de ski-helling (natuurlijk, die verwacht je hier meteen), terwijl bovenaan de heuvel de enveloppen met de kaarten hingen te wachten, genummerd aan een soort waslijn, hoorden we het gezoem van een drone, die langzaam over de toppen van de bomen kwam aanzweven.

Geplaatst door De Woudlopers op maandag 15 januari 2018

Er onder hing een buidel vol met o-wist-ik-het-maar. Even leek er iets niet te lukken, maar dat hoorde bij de spanningsopbouw, en toen uiteindelijk de last via een afstandsbediening werd losgelaten halverwege de heuvel, stormden de deelnemers naar boven om één van de neerdwarrelende snippers op te rapen. Welke kleur? We hadden tijdens de proloog bij wijze van huistaak al een blad met overvloedig veel informatie gekregen, waaronder een aantal getallen in verschillende kleuren. Zou net als vorig jaar de aanwijzing op het hoogstwaardige kleurtje papier weer de meest waardevolle informatie bevatten? “C = 30 meter”. En het stond bovendien op elk papiertje.

Deel 1

100 CP’s, dat was wat bij de briefing werd verteld. En het 1e roadbook dat we kregen ging tot en met 28, dus dat zou nog maar het topje van de ijsberg zijn. Maar goed, er zaten ook een twintigtal specials tussendoor, die niet 30, maar 45 minuten waard waren, dus dat maakt al 38. En het leek een aardige afstand, dus dat zou dóórlopen worden, om de hele tocht, alle CP’s, af te gaan. Of zou het dit jaar zo zijn dat je wel móést kiezen, om überhaupt nog binnen de absolute deadline van 17:00 binnen te komen? Dan zou het een heel andere race worden, niet op geen fouten maken, maar op tijd en met name op de inschatting welke opdrachten de minste tijd kosten. Laten we maar gewoon beginnen! Want we weten toch nog niet wat de 2e helft in gaat houden.

 

CP1: Alle teams stonden zo’n beetje rond en in een gigantisch kunstwerk de graden, pardon, de gaten te tellen in deze ijzeren blob getiteld “Corpus”. Surrealistisch, vooral in de nevel die er hing. Daarna volgden een paar redelijk standaard oriëntatieposten, met her en der een azimut-loop, oftewel het volgen van een koers van A naar B. Jammer als je er dan overheen leest dat je onderweg nog wat moet vinden, en gewoon op de kaart B bepaalt om daar vervolgens via een pad (om) heen te rennen, en op B aan te komen zonder deze info. Maar hier hadden we dan het geluk dat er nog 10 andere teams door het bos aan kwamen zetten, hoofdzakelijk uit de richting van deze extra info, zodat we die ook snel gevonden hadden. En de extra extra info, die werd ontsloten door de extra info, die hadden we dan weer zojuist bij B gespot, zodat we zonder netto verlies verder konden.

Een leuke opdracht was het herkennen van het hoogteprofiel van CP4 naar CP5. Welke van de 5 lijntjes klopt het best met de gelopen route (waarbij je de route pas in het veld leerde kennen, omdat dit niet op de kaart stond maar met lintjes was aangegeven; ja, aan alles is gedacht om leunstoeloriëntatie te voorkomen).

Weer volgden wat “standaard” CP’s, [kaart] met natuurlijk ook valse, op het eerste gezicht vergelijkbare -maar aantoonbaar incorrecte- locaties. De uitdaging was vooral niet uit te glijden over het glibberige houten vlonderpad dat we meerdere keren kruisten, en het halve team vloog dan ook in deze instinker (met een flinke blauwe plek als gevolg). Maar niet veel verderop werd het weer een tikje lastiger: CP C was een peiling, over … Oerknalmeters (Wat was dat ook alweer? O, ja, de meters van de briefjes van de oerknal die met een sisser afliep, bij de start.) en … Corpusgraden. Da’s natuurlijk 37°, dat weet iedereen. Misschien 37,5°, vanwege alle opwinding, maar dat maakt op 30 meter niet veel uit. En bovendien waren we al lang het aantal gaten van het kunstwerk bij CP1 vergeten… <achteraf>Zou dit onze 1e fout zijn?</achteraf> Opvallend was dat we nu eens het idee hadden helemaal voorop te lopen, zonder een ander team in de buurt, en dan weer, zoals bij CP C tussen de hoogspanningsmasten, met 6 teams op een kluitje stonden. Hoewel: de rest stond bij een andere paal dan wij te kijken. Allemaal op de verkeerde plaats, een andere peiling, met een lichte verhoging?

Even verderop, bij een tunneltje, waren we ineens weer alleen. In de tunnel een muurschildering, waarop 30, 31, 32 of 35 ‘dieren’ geteld dienden te worden, aan de rechterkant. Even verder lezend zouden we op de terugweg door deze tunnel aan de andere, pardon, aan de linkerkant, weer dieren moeten tellen, en dan zou het multiple-choice antwoord tussen de 29 en 35 moeten liggen. De waardes 33 en 34 waren dus geen optie. Laten we nou bij 2 keer hertellen precies op 35 uitkomen, inclusief de mensenvoet en een dood kevertje en een paar insectenogen dat om een hoekje gluurt. Da’s dus goed. Het daarop volgende stukje door een soort kinderboerderij via een pijlenroute met foto’s is niet heel spannend. Maar waar zijn alle andere teams? En trappen we in onopgemerkte instinkers? Alles lijkt goed te gaan.

Even later volgt een memorisatietocht. Voor wie niet weet wat dat is: zoals je vroeger zonder GPS door een vreemde stad liep zonder kaartje op zak, van stadsplattegrond naar stadsplattegrond. Dus kijken, onthouden, lopen, en hopen/zorgen dat je goed uitkomt, zodat je vanaf daar weer het vervolg van de route kan vinden. Maar daar zijn we goed in, dus dat lukt uitstekend. Hoewel het laatste punt best tricky is, met wat valse CP’s in de directe omgeving.

Het tij keert

Maar dan keert het tij, als we aan de z.g. Jupitertocht beginnen; alsof we voorafgaand een Jupilertocht hebben volbracht. In plaats van 172 graden lees ik 272, maar we vinden geen pad pal west. Even verderop weliswaar wel, maar dat kan toch niet kloppen? Moeten we dan op dat punt de bocht om? Of moeten we doorsteken vanuit waar we staan, en bij het eerste pad de hoek om? Kan ook niet kloppen. Als…dan…maar…misschien…tenzij…of toch niet? We doen maar wat. Het volgende CP staat gewoon op de kaart. Achterwaarts redeneren dan? Maar we weten niet waarvandaan we zouden moeten komen op die kruising. Twijfel.

Tot het kwartje valt: er staat 172°! Maar ook dat gaat snel mis: terwijl we volgens de Jupitertocht één kruispunt en een T-splitsing zouden moeten passeren en dan een paardenhindernis, komen we langs één kruispunt, dan een hindernis, gevolgd door een T. En verderop ligt nog een hindernis. Dan zullen wel wel dáárna linksaf moeten. Maar die tweede herbergt geen CP. Toch de vorige dan maar? Het klopt ergens niet. Gelukkig past de rest van de route weer wel zo’n beetje. Met knikkende knieën schijven we voor CP G het nummer op het verkeersbord op. #3eWvdBr

Daarna een azimut-loop: koers en afstand. Geen pad in de juiste richting, dus dan maar een ander pad volgend onder een hoek, afstand schatten, uit het hoofd twee keer de sinus van de helft van de gemaakte hoekfout dwarsuit lopen, en voilá: geen CP. Terug naar het pad, zoeken, dwalen, dolen, balen. Maar ten slotte, na een nieuwe peiling, vinden we een CP. Hopen dat het klopt. Dan weer doorsteken. Nog een keer een azimut, weer geen pad, en weer dezelfde fout. Dit keer meten we ook de hoek verkeerd. Via een riante omweg, en dankzij een aantal andere teams die ons inmiddels hebben ingehaald, vinden we het volgende punt. We zitten weer in het peloton…

Een lijnloop met foto’s volgt. Lijkt simpel, maar de Woudlopers zouden de Woudlopers niet zijn als ze ons niet linksom dan wel rechtsom een loer zouden proberen te draaien. De foto’s vinden we makkelijk, maar er staat dat we ze in ‘volgorde’ moeten spotten. Het bord komt in het echt voor het paaltje, maar het paaltje zou voor het bord moeten komen. Conclusie: ander paaltje, ander bord. Tijdens de huistaken-video zagen we twee gespiegelde carnavals-raketten. Hier zien we de zelfde staan als op de foto. Maar de route maakt nét even een zigzag, en komt er daarom niet langs. Instinker alert! Zigzag volgen, en er blijkt nóg zo’n raket te staan, ook ongespiegeld. Niet verwacht, wel volgens verwachting. Nog een paar puntjes tot de kaartenwissel, maar het is al 13:00 geweest! Dus of we alles gaan vinden binnen de tijd…?

Geocaches in de omgeving; het zijn er nogal wat.

Toch zijn de volgende punten te leuk om hier niet te melden. We identificeren een aantal foto’s in wederom een paardenspeeltuin. Vandaag geen knol gezien, maar het moet hier bij tijd een wijle wemelen van die beesten. We zoeken nu een zwart gat in een zwart gat op de kaart, vinden een jeneverbesstruik met daarin iets dat op een geocache-constructie lijkt (wat niet verbaasde, want zijn al eerder over twee caches gestruikeld), maar bij het zien van een uit zwart plastic gezaagde colafles-vorm voorzien van een met bordkrijt uitgedetailleerde poep en een klein kijkgaatje in het midden, besluiten we toch dat dit het gezochte zwarte gat is. Door een dynamo die even verderop ligt over een plank te rollen, wordt binnenin het gat een cijfer verlicht: dat is het CP nummer dat we zoeken! Briljant!

Even later ontmoeten we FT, het hangende broertje van ET, waarbij de laatste, ongetwijfeld het juiste CP, ons voor het dilemma plaats wat hier te noteren: de “3” die er als CP op staat, het aantal piepjes dat we horen (4) -want ET maakt ritmische extraterrestriäle geluiden-, de letter V (in morse code “…-“) die dan 5 levert, of toch 4, wat de ge-stapeltelde letterwaarde is van v, 22? We houden het op 3.

Bijna deel 2? Nee, nog niet. Eerst nog een zonsverduistering: noteer het cijfer op het paaltje waar je een volledige zonsverduistering ziet die gevormd wordt door een bord van een maan die een ander bord van een zon volledig bedekt als je, als persoon van 170 cm, bij dat paaltje gaat zitten. Een hele mond vol, maar toch binnen een halve minuut opgelost.

Vervolgens een azimut naar een Marsmannetje, een etalagepopje aan de bosrand met een mand vol mini-Marsen. ‘t Popje heeft wat we op aarde tietjes zouden noemen, maar er lopen op deze planeet ook kerels rond met rondere memmen. Dus laten we het genderneutraal houden: we zoeken een Marsmensje. Niets blijkt minder verstandig, want hoewel we terloops bedenken dat dit natuurlijk een Marsvrouwtje zou kunnen zijn, zoeken we toch niet verder. <achteraf>Stom, stom, stom.</achteraf>

En dan? Kurken schieten, middels een fietspomp met afgezaagde loop. Alles mis. Nou ja, per ongeluk is eentje raak. Dat betekent strafpunten: 15, want we zijn 5 minuten extra kwijt om CP S te zoeken, waarvan we anders de code, bij 6 of meer raak, hadden gekregen. Maar dan eindelijk… we krijgen de 2e set kaarten!

Deel 2

Dat staat er boven het frisse nieuwe roadbook. Gelukkig gaat dat tot CP63, en staan er ook nog eens 15 specials op, en staat de starlocatie ook op de kaarten, dus er komt niet een onverwacht deel 3. Maar ja, we hebben nog van alles uit de huistaken niet gezien, met andere woorden, er zit nog wat in het vat. Toch schrappen we geen punten. Dat zien we straks wel, of dat nodig is. En met nog zo veel punten te gaan, en 1645 punten te verdienen (wat in straftijd nog altijd bijna 9,5 uur aan minuten is), kunnen we beter doorgaan tot 16:59, als we de 17:00 maar niet passeren. Strategie!

Eindelijk komt de opdracht van de huistaak in zicht. Iets met een paal met gaten hadden we vernomen, en een route volgen om vervolgens op de landingszone, op het snijpunt van denkbeeldige lijnen tussen een paar markeringen, een CP te spotten. Maar eerst nog een ezelsroute. Daar weten we wel raad mee. Mis, dit keer niet. Loop heen, terug, heen, terug, en “onthoud de gevonden info”. We snijden een bocht af en lezen “-” als “min”. Dan is “-40 meter” west dus het zelfde als 40 meter oost. En zo komen we uit op 50→ 40→ 50← 30→ = 70→. Daar staat een letter D. Maar onderweg passeren we nog veel meer letters. Moeten we alles meenemen wat we passeren? Iets verderop, op een heuveltje, staat een paal met geletterde gaten, die ieder een doorkijkje bieden op een cijfer. En er hangt een opdracht: vorm een getal van de vier cijfers. Welke vier? We vonden maar 1 letter. En als we alle letters moesten nemen die we tegenkwamen waren het er wel 8, heen en weer lopend. Knarsende hersenen concluderen dat we eerst de letter op 50 meter van CP31 moeten nemen, dan die op 10 meter, dan op 50, en ten slotte die op 20 meter afstand. CHDF. Dat levert het juiste getal. En het blijkt achteraf nog te kloppen ook.

Ook de andere speciale opdrachten, zoals het snijpunt van de markeringen rond de landingszone, de “W” (een route in de vorm van een W; eigenlijk weer een azimut-route, maar dan in een kuil met allemaal heuvels zodat afstand schatten nogal een drama is), en de route die staat aangegeven op de luchtfoto.

Een deel van de luchtfoto, met onze route daarop. Het was wat zoeken bij CP32, de lantaarnpaal die we uiteindelijk veel zuidelijker vonden dan gedacht, en ten zuiden van 37 zoeken we naar een CP op een totaal verkeerd ingetekend coördinaat.

Dark side of the moon

Tot nu toe blijkt achteraf dat alles perfect ging. Op het Marsvrouwtje na. Maar alle punten die we verloren verloren we vanaf hier, vanaf pak ‘m beet 14:00. Alsof de stekker er opeens uit ging. Maar goed beschouwd was de stressfactor hier debet aan: we voelden ons opgejaagd en werden daardoor slordig. Door de tijd? Of vanwege peer-pressure? Het is wel heel toevallig dat dit precies het moment is dat we het -naar later zal blijken- winnende team tegenkomen, dus het is hun schuld dat ze wonnen, en niet de onze. Dat klinkt logischer.

Het snijpunt van de rode en blauwe lijn is een stuk minder eenduidig dan dat van de groene en de blauwe. Dat zou te denken moeten geven. De rode lijn was verkeerd getekend.

Neem nou de projectie vanuit twee punten (een kerk en een moskee, welke laatste toevallig toen we naar dit punt zochten in het rond begon te tetteren) onder twee verschillende richtingen: dat levert een snijpunt op. Des te haakser de twee lijnen, des te eenduidiger het snijpunt. Maten we gewoon één van de hoeken 10 graden verkeerd! Ja, dan kom je ergens anders uit. Weliswaar ook in de hoek van een veld -en ook daar vonden we een CP- maar niet het juiste.

Ook tekenen we een coördinaat verkeerd in: boven de luchtfoto staat weliswaar 1:6100, maar dat is de schaal van de kaart, wat niet wil zeggen dat de in te tekenen coördinaten en het (witte) raster in decameters zijn gegeven; dat heeft er niets mee te maken. De schaal is meters op de kaart versus meters in het echt. Pas als we ergens in the middle of nowhere staan (precies het midden, dat dan weer wel) checken we het punt nog een keer en tekenen het nu wel op de juiste plaats. Toevalligerwijs is dat nagenoeg het zelfde punt als de snijlijnen die we net verkeerd tekenden. Het zou voor het eerst zijn sinds de WOR, maar ook wel weer een aardige kwinkslag, als twee opdrachten de zelfde locatie, en dus het zelfde CP nummer zouden opleveren. En omdat het anders een aardig eind terug lopen is, en de tijd bovendien dringt, nemen we die mogelijkheid voor waar aan. Twee keer schijven we 30 op.

CP41 en CP48 slaan we over, want dat stond in een van de huistaken. Zie hier onder. Of moeten we achtenveertig lezen als acht en veertig? Een extra mail van de organisatie zegt van niet, dat we het echt als achtenveertig moeten lezen. En dus ook als “41”.

Dan volgt een stuk recht toe recht aan oriënteren, na een eenvoudige foto-pijlentocht. Kan niet mis gaan. Maar dat doet het wel, in een zone waar π keer zoveel paadjes lopen als op de kaart staan, tussen CP46 en CP47. We nemen een verkeerde pad, vinden een vals CP, maar hebben niets door. Dat levert dan de #2eWvdBr: op een oriëntatiekaart moet je oriënteren, zeker als het kat-in-‘t-bakkie lijkt. En als de omgeving anders is dan op de kaart is er altijd een vals CP in de buurt.

Nadat we een tijdje alleen hebben gelopen, komen we hier ineens nog 5 andere teams tegen, die allemaal zitten te puzzelen hoe ze de vrije routekeuze gaan invullen: twintig punten, verdeeld over een heel A4, die allemaal, in straftijd-termen rekenend, 10 minuten opleveren. Met nog 50 minuten te gaan zijn ze ruim de moeite waard om allemaal te proberen.

48? 41? 40? 8? 40? 1? WeLk PuNt MoEtEn We OvErSlAaN?

Dan gaat er iets cruciaals fout: we zijn het antwoordenblad kwijt, het gekleurde vel dat we bij aankomst moeten inleveren, met alle gevonden CP nummers. Het zat nog zo goed vast, aan een zipper, in een hoesje, met plakband versterkt. Terug, dwars door het bos, zo goed en zo kwaad de heenweg terug volgend. En warempel, daar ligt het, net voorbij het voorlaatste CP. Weer naar ons uiteindelijke doel gekeerd, vinden we daar bij wijze van legenda voor de Melkwegroute een collage van plastic melkflessen: een rode (rechtsaf), een blauwe (linksaf), een groene (“?”), en een gele (omkeren). En we hebben een serie gekleurde stippen gekregen, die dan samen met de kleur-legenda een route vormen. Eitje, lijkt het. Een aantal zijpaden onderweg zijn gemarkeerd als “geen pad”, dus we denken bovendien op het goede spoor te zitten. Tijdens de route moeten we bij het 5e, 10e  en laatste kruispunt een CP vinden.

Tot we bij een 5-sprong komen waar we een “?” actie meten uitvoeren. Dat zou vast wel eens “rechtdoor” kunnen betekenen, maar bij een vijfsprong is dat nou niet bepaald duidelijk. Betekent een “?” dat je op de n-de kruising het n-de pad moet nemen? Of is elke keuze goed en kom je altijd op het zelfde eindpunt uit? Achteraf is dit het moment dat de 3e Wet van de Bosraggers had moeten ontstaan: als iets bij een knooppuntenloop niet meer klopt, heb je waarschijnlijk een zijweg gemist, en er niet een te veel geteld. Die wet was eerder ook al van toepassing geweest vandaag. Maar we zoeken alle bomen af naar een aanwijzing voor het vraagteken, proberen van alles op de kaart, en besluiten dan ten slotte dat we, om wille van de tijd, maar één CP zullen laten liggen deze keer. Of twee. Intussen vragen we ons af wat alle gele en oranje sterren op deze kaart betekenen. Dienen ze gewoon als afleiding? Hier zullen vast geen valse CP’s liggen.

Wie weet wat de betekenis is van de oranje sterren onder op de kaart?

Maar ook dat blijkt niet waar, want ook hier maken we 1 keer een foutje. De één na laatste. En uiteraard hebben we laatste fout van de dag ook niet door als we die maken, evenals het gros van de overige teams: bijna bij de finish hangt een “kijktoestel”, een soort periscoop. Maar zo heet het niet. Waarom niet? Dat blijkt achteraf: een periscoop is om mee omhoog te kijken. Dat kan ook met dit toestel, maar dan had het wel periscoop geheten, en niet kijktoestel. “Noteer de hoogste waarde” luidt de opdracht. Met de nadruk op waarde, dus niet op de hoogte. Allemaal termen uit de huistaak, waarbij dozijn het meest waard is. Hadden we andersom door de periscoop gekeken, dan hadden we aan de kant van de lage spiegel gros zien staan, maar zoals gezegd had het gros dat gemist, en zo ook wij.

Kompel

We komen moe maar voldaan aan bij de start, tevens finish. Het teruggevonden antwoordenblad leveren we in, en ploffen neer met een bier. Het zou België niet zijn als ze niet iets speciaals hadden, dus drinken we een Kompel. Met een bord spaghetti, en nog een tweede, praten we vrolijk na over de tocht en alle ontberingen en ontgoochelingen. Het is prachtig weer geweest, en ook nu zitten we buiten, op een verwarmd terras. Heerlijk. Als de uitslag bekend wordt gemaakt blijken we 3e te zijn geworden. Helemaal niet slecht, want we hebben ook door dat we een paar belangrijke punten hebben laten liggen.

Maar met de 3 Wetten van de Bosraggers in de hand (de #1eWvdBr luidt: neem altijd drie pennen mee en lees alles minstens zo vaak, ook als je nog maar 1 pen over hebt omdat je de rest bent verloren), die we bij deze tocht toch wel bewezen hebben, denk ik dat we de volgende keer wel moeten winnen. Maar het allermooiste is natuurlijk om een hele dag vermaakt te worden met het leukste wat er bestaat: rennen door de wereld, met een kaart in de hand en het verstand op oneindig.

En zo te zien heeft iedereen zich vermaakt: op deze kaart op Strava kan je alle Flybys en de routes van iedereen die zijn GPS track online heeft gezet. Zo zie je maar dat er niet 1 route was, en iedereen eigen keuzes maakte. Jammer alleen dat de route van het winnende team er niet tussen staat…

En onze kaarten? Die kan je hier vinden.

Tot de volgende WOR 2012 2013 2015 2016 2017 2018 … 2019

Voor de getallenfetisjisetn:

Klik op het plaatje voor een leesbaarder, groter versie.

En wat zegt dat? Dat we niet in slecht gezelschap waren. Van de 8 fouten die we maakten werden er 6 door de meerderheid van de teams die deze CP’s bezochten ook fout gedaan:  83% (Marsvrouwtje), 50% (snijpunt van peilingen), 56% (“ga niet naar 41”), 53% & 60% (knooppuntenroute), en 59% (kijktoestel). De min of meer standaard oriëntatieposten die we misplaatsten daarentegen waren niet extreem lastig, met 27% (CP47) resp. 20% (CP56) fouten.

WOR6 – Volgende keer beter

Want de W.O.R. (de Woudlopers Oriëntatie Run) wordt elk jaar nóg beter! Maar mocht je enige dubbele betekenis in de titel lezen, dan heb je dat goed gezien: zelf bakten we er een potje van. En dus kan het bij ons de volgende keer ook alleen maar beter gaan.

Overmoedig (“resultaten uit het verleden…”, je kent het wel), niet alert, onterecht kat-in-‘t-bakkie gevoel omdat we eerder hier een WOR liepen, of gewoon pech? Of hadden de andere teams mijn eerdere verhalen over vorige edities goed gelezen, en waren ze té goed voorbereid op wat ging komen? Of hadden de Woudlopers er gewoon een schepje bovenop gedaan? We hadden zelf in elk geval meer fout dan ooit. Dat we sneller dan ooit waren, en als eerste team het antwoordblad met de CP-codes inleverden aan de finish, dat mocht niet baten voor de eindklassering.

Haastige spoed…

Vorig jaar vonden we ons zelf wat traag, gingen we als één van de laatste teams weg bij de start nadat we alle routes hadden voorbereid, en had een klein beetje minder tijdverlies onderweg ons meerdere plaatsen kunnen schelen. Dus zetten we de vaart er dit jaar in, liepen al snel aan kop, en hielden die positie lange tijd vast. Maar zonder het in de gaten te hebben stapelden de foutjes zich op, in de vorm van fout gevonden of genoteerde CP’s. Wat uiteindelijk resulteerde in 11 fouten, en een 7e plaats overall. Wel snel, niet goed.

Hieperde3,14159265358979p!

Deze editie was voor ons een soort jubileum: de 5e keer dat we meededen (nou ja, de 3e keer in deze bezetting). Vandaar onze teamnaam, waarbij 3,14159265358979 zich uiteraard laat uitspreken als π. Bijkomend voordeel is dat alle CP nummers achter elkaar zich in onze teamnaam bevinden (als je maar lang genoeg zoekt). Helaas staan er ook een paar valse CP nummers tussen, maar dat valt natuurlijk direct op. Zie je ze?

3.1415926535897932384626433832795028841971693993751058209749445923078164062862089986280348253421170679821480865132823066470938446095505822317253594081284811174502841027019385211055596446229489549303819644288109756659334461284756482337867831652712019091456485669234603486104543266482133936072602491412737245870066063155881748815209209628292540917153643678925903600113305305488204665213841469519415116094330572703657595919530921861173819326117931051185480744623799627495673518857527248912279381830119491298336733624406566430860213949463952247371907021798609437027705392171762931767523846748184676694051320005681271452635608277857713427577896091736371787214684409012249534301465495853710507922796892589235420199561121290219608640344181598136297747713099605187072113499999983729780499510597317328160963185950244594553469083026425223082533446850352619311881710100031378387528865875332083814206171776691473035982etc.

Lopen

Terwijl er weeralarmen worden afgegeven, sneeuw uit de lucht valt, en het bitter koud is, vertrekken we kleumend vanuit Eindhoven naar Lummen. Maar uiteindelijk zal het aan het weer niet liggen: tijdens de race blijft het nagenoeg droog, en met de kaarten in plastic hoesjes en gewapend met watervaste pennen, zijn de drie drupjes en een halve sneeuwvlok die onderweg vallen geen issue. Ook qua kleding komt alles goed; dunne handschoentjes als extra maatregel blijkt afdoende. En het hoofd koel -maar niet té- houden, is ook geen punt. Letterlijk dan.

Want enige stress ontstaat rond de start: hebben we nou gemist wat er te doen staat, of is het nog niet verteld?

De helft van elk team stelt zich op achter een touw als startlijn, de andere helft blijft bij de kaarten die per team in een plastic zak klaarliggen staan.

Als het startschot valt, vallen er 50 ballonnen uit een boom. Wow! In alle kleuren, waaronder ook rood. En om de één of andere reden zijn precies die meer waard (volgens onderstaand filmpje).

Lichte chaos direct na het startschot.

Ik probeer er heel hard aan te denken, zo hard dat Tijsbert, die in de chaos die ontstaat naar de ballonnen rent, het wel moet voelen, en die opzet slaagt want hij pakt een rode ballon, en daarmee meteen de code van CP-Z. Dat scheelt later weer 5 minuten zoeken, al hebben we op dat moment geen idee wat we er mee moeten.

 

Ook zit er een XXL t-shirt in de kaartentas, met daarop een route in de vorm van een W, van Woudlopers, vermoedelijk. Geinig als aandenken? Laten we hem goed opbergen, want vandaag -zo weten we uit ervaring- is er niets voor niets.

Denken

Wéten is iets anders dan in de praktijk brengen. Neem nou de aanwijzingen in het Roadbook. Als er staat Hoek omheining en we noteren het CP nummer op een boom, omdat dat nou net wat beter uit lijkt te komen met de peiling die we maakten vanaf het vorige punt, is dat niet bijster slim. Ook niet als we een CP op een dijkje noteren terwijl er Tussen bermen staat in de aanwijzing. En al helemaal niet als er staat Bij deze CP mag je Maximum 50 km/uur. Hoe kunnen we dan het CP noteren buiten de bebouwde kom noteren, en niet dat aan de andere kant van de paal? Toch lukt het.

Proeven

Briljante opdrachten zijn er weer, en gelukkig voeren we daarvan ook een paar goed uit. We proeven welke boom naar mosterd smaakt, en niet naar ketchup, azijn, of slasaus. We lopen de ‘W’ vorm op het bij de start verworven t-shirt, waarbij de lijnen de koersen aangeven en het roadbook de bijbehorende afstanden vermeld. We noteren deel-coördinaten op een tiental eiken, en zijn verbaasd dat er geen valse aanwijzing op een beuk zit.

We zoeken een hele tijd naar een kleinzoon van de duizend jarige eik maar vinden hem niet, tot we het opgeven en het domein verlaten en een informatiebord (Omgevingsplan stond er op de kaart, maar dat hadden we nog niet gelinkt aan deze opdracht) vinden, waarop de kleinzoon staat aangeduid. Die we daarmee alsnog vinden.

Op zoek naar de kleinzoon van de duizendjarige eik. “Omgevingsplan” stond er niet voor niets.

We speuren naar een aantal foto’s van klimtoestellen die weer een coördinaat opleveren. Leuk te vermelden dat we bijna lastig gaan rekenen om het coördinaat in meters op de schaal van de betreffende kaart om te zetten, iets van 1:6543, maar op tijd beseffen dat het Woudlopers-grid gewoon 10 cm op papier is en de coördinaten daarin zijn aangeduid, zodat zonder berekening de decimalen tienden van een decimeter zijn. Eitje!

Zien

Vroeger was niet alles anders.

We kijken door een periscoop en zien een getal een eind verderop. Dat daar het CP hangt en dat dat dus niet het kijktoestel zelf is zien we over het hoofd; een peiling vanaf het CP bordje verderop leidt langs het juiste pad, terwijl wij langs het verkeerde -parallelle- pad vanaf de periscoop lopen, en daardoor een foute aanwijzing noteren. Dat gaat ons later opbreken, want wij zijn nu in de veronderstelling dat CP30 7 gaat zijn.

 

We gebruiken oude kaarten, maar vergelijking met de huidige kaart leert dat niet alles het zelfde is (ik heb de gekleurde route hiernaast behoorlijk moeten vervormen om de overeenkomstige vorm op de oude kaart te laten volgen).

We zoeken vanaf een toren een punt aangeduid op een foto, dat een eind verderop lijkt te liggen, maar in feite pal voor de toren ligt. Ondanks de vele verrekijkers die klaar liggen is het lastig de ‘5’ op het bordje een paar honderd meter verderop te lezen. Dat zal niet elk team lukken. Des te blijer noteren we het verkeerde cijfer.

Voelen

Fout gaat het ook bij het tellen van knikkers en steentjes in een dichtgeknoopte binnenband naast een vijvertje. We tellen ze een paar keer, met verschillende resultaten, maar beslissen dat het er 15 zijn. Knikkers × steentjes = 45 zou het NGI symbool voor een kapelletje opleveren, 54 een kerk. Rondom de vijver staan een miniatuur kapelletje, een vuurtoren, een brug, een kerk en een wegkruis, allemaal met een ander CP nummer er bij. Wij noteren de kerk, waar het de kapel had moeten zijn. Verkeerd geteld.

We lopen een stuk over een nogal donker afgedrukte luchtfoto. Houvast houdend aan wat er nog wel op te zien is, en open plekje her en der, en iets wat lijkt op een in kroeshaar gekamde scheiding, vinden we alle CP’s die er op staan.

Lastig kaartje. Navigatie via zichtbare open plekken. Je ziet: de snelheid is laag.

We hebben geluk bij een punt dat wordt aangeduid met een aantal vertrekrichtingen en afstanden. Hoewel we ons laten misleiden doordat de paden een bocht maken, en we proberen peilingen te combineren tot een totaal-vector, zonder dat we de tussenliggende punten vanwege dichte begroeiing kunnen bereiken, vinden we tocht het juiste punt, met meer geluk dan wijsheid. Als we hadden gelezen dat het vertrekrichtingen waren die waren gegeven was het meteen duidelijk geweest. Lesje geleerd.

Ruiken

Instinkers zijn er ook dit jaar. Die hebben op ons het beoogde resultaat. In dat opzicht kan je zeggen dat we ze perfect uitvoeren, en opzet van de Woudlopers helemaal slaagt.

Het cirkeltje bij 22 passer je twee keer, ja!

We volgen een lijn op een blanco kaart. Het lijkt zo makkelijk, want alle bochtjes in paden staan er op. Dat we onderweg het CP 22 op een doodlopend pad tegenkomen doet geen belletje rinkelen. En dus tellen we het getal dat we voor de tweede keer passeren onderweg niet twee keer mee voor het gevraagde totaal van de getallen, voor opdracht Q.  Stom.

Wat is een “tweede laagste getal”? We weten het nog steeds niet. Ja, wel dat het 22 is en niet 20 (na analyse van de uitslagen), maar waarom? Onderweg tussen de punten O1 en O2 komen we 5 getallen tegen, waarvan 20 het één na laagste is in waarde. 22 hangt er niet bij. Of hebben we het verkeerd onthouden. Hingen er getallen hoog en laag aan de bomen? Het blijft een raadsel.

Mooi is de opdracht bij een informatiebord bij het Lancaster monument. Een plexiglas paneel, over het infobord gelegd, laat een aantal posities open, die samen een tekst met een koers en een afstand vormen. Alleen vinden we op de aangeduide plek niets, na lang zoeken. Zowel niet bij het maken van de projectie vanaf het CP U (het bordje op de foto), als vanaf het infobord bij het monument zelf. Het hing er wel, horen we achteraf, maar kennelijk hebben we niet lang genoeg gezocht. Van ons à propos gebracht, maken we een volgende fout: we zien onder het viaduct een ‘4’ als CP30 hangen, maar noteren toch de 7 die we eerder als aanwijzing vonden bij de periscoop. Niet bedenkend dat hier toch echt een 4 hangt, en we die eerdere opdracht wel eens fout konden hebben. Zonde.

Vervolgens is het comfortabel oriënteren: een gewone IOF kaart. Dat we nog even de 9 V-symbolen (voor putten) moeten zoeken op de kaart (en vervolgens in het bos) is een fluitje van een cent. Voorspoedig vinden we alles. Op deze kaart geen fouten. Op het gewraakte CP30 na.

Blazen

Later volgen nog meer leuke contrapties. Een blaastest, waarbij een van ons op een buis bij een boom blaast, en de ander 30 meter verderop, uit een buis uit de grond een gefluit moet horen. Alleen steken er op 5 plekken buizen uit de grond. Welke is het? Omdat er nog 3 teams aan het zoeken zijn is dat snel bepaald.

Een CP op een standbeeld voldoet aan alle verwachtingen. In het filmpje zagen we waar het beeld zou staan, en aan welke kant het CP moest hangen. Dan zou er ook vast wel een vals nummer aan de andere kant hangen, en dat zou dan meer voor de hand liggen dat te noteren. En voilá!

Een leuk onderdeel is onderstaande puzzel met bolletjes op de kaart. Met een beetje fantasie is het al te doen voordat je op het betreffende punt staat, maar soms moet je ook echt ter plaatse aangekomen zijn om te zien welk stukje detailkaart daar hoort.

De noord-pijl in elke cirkel maakt het relatief makkelijk. Dit keer kunnen we de detailkaart in de cirkel telkens gebruiken om te bepalen waar in cirkel het juiste CP nummer moet hangen, aangegeven met een pijltje. Want valse hangen er ook, aan de andere kant van de kruising bijvoorbeeld. Maar ook daar trappen we niet in.

Alleen CP46 vormt een verhaal apart. De juiste aanwijzing die op koers huppeldepup en zus en zoveel meter vanaf de uiteindelijke locatie van het CP bij de periscoop hing (en die we dus gemist hadden), vermeldde het CP nummer van CP46. Hadden we die wel gevonden, dan hadden we CP46, en een ommetje van bijna anderhalve kilometer, over kunnen slaan. En daar komt nog bij dat CP46 verdwenen blijkt, maar voordat we dat hebben geaccepteerd hebben we al een kwartier tevergeefs staan zoeken met nog 4 andere teams. Zonde van de kilometers en tijd.

Een schrale troost is dat CP46 daarom maar helemaal niet wordt meegerekend in de eindscore; wat overigens de meest rechtvaardige oplossing is vanuit de organisatie.

Maar verder zal ik niets meer verklappen over de puzzels en oplossingen, want hoe meer ik schrijf op mijn weblog over opeenvolgende Woudlopers Oriëntatie Runs, hoe beter de andere teams worden. Dat blijkt dan maar weer! Niet voor niets schieten de hits op mijn weblog omhoog in de week voor de WOR. Hulde aan de winnaars (en graag gedaan)! Volgend jaar komen we terug, dat is een ding dat zeker is…

WOR 2012 2013 2015 2016 2017 … 2018

WOR 5: Patatten knallen

Stop! Niet verder lezen!

Want dan komen jullie weer allemaal tips tegen voor volgend jaar. En ik heb de afgelopen paar jaar al al onze slimmigheden uit de doeken gedaan, tactieken besproken, en Woudlopers’ instinkers verraden, waardoor jullie zoveel beter werden, dat wij het dit jaar met een 5e plaats moesten stellen. Had ik dat dat niet gedaan, dan hadden we ongetwijfeld gewonnen…

natuurMaar daar gaat het natuurlijk niet in de eerste plaats om bij de WOR, de Woulopers Oriëntatie Run. Dit was alweer de 5e editie van dit onnavolgbare evenement. Met nóg meer inventieve constructies, zowel in het echt als op de kaart. En daarom draait het om de belevenis. Vergeet de uitslag: die is leuk als je wint. Dit was weer een volle dag oriëntatie-entertainment, inclusief voorpret en bier na.

Pang!

Het startschot klinkt. Een -tweede- “dikkopje” schiet naar de overkant van het kanaal (nadat de eerste er in is beland). Het bolletje ter grootte van een pingpongbal, maar dan wat zwaarder, landt in de bomen aan de overkant van het Kanaal Bocholt-Herentals.

Dit (het balletje) is het laatste CP van de route, oftewel, daar waar het terecht is gekomen kunnen we het laatste controlenummer vinden dat de score van de route bepaalt. Samen met nog 83 andere CP’s. worElk gemist of fout CP kost 30 strafminuten, sommige, de specials, zelfs nog een kwartier meer. Die zijn ook iets lastiger. Dit balletje hoort daar ook bij. Goed onthouden waar het is neergekomen is lastig, want direct na het startschot volgt het stressvolste deel van de dag: de route bepalen. Ieder van de 29 teams van 2 deelnemers heeft een enveloppe met een stuk of 8 kaarten gekregen, in tweevoud zelfs zodat we samen kunnen kaartlezen -wel zo leuk-, maar daarop is maar een deel van de CP’s aangegeven. Een aantal moeten we nog intekenen aan de hand van coördinaten, van aanwijzingen die we in de week tevoren hebben gekregen, en soms van gegevens die we pas onderweg gaan tegenkomen. Maar de kaarten vormen een soort slang. Ze sluiten op elkaar aan, overlappen soms gedeeltelijk, maar zijn veelal verschillend qua schaal en type, en dus is niet meteen het overzicht duidelijk. Daar moet aan gewerkt worden. We besluiten alles wat we al kunnen voorbereiden te markeren, uit te rekenen, en in te tekenen, en gaan dan op pad. plannenDe meeste teams zijn minder consciëntieus en zoeken het onderweg kennelijk wel uit, want ze zijn al in geen velden of wegen meer te bekennen.

We steken het kanaal over; er is toevallig een brug vlakbij. Eén van de Woudlopers heeft bij het startschot verklapt dat ze nog niet aan het ophangen van het laatste CP zijn toegekomen. Dat weten we, want het vloog zoëven nog boven het water. Zoeken zal niet zoveel zin hebben. Dus er valt niets te noteren, tenzij er het zelfde CP-nummer bij hangt als in het filmpje van de huistaak. Maar dat zal wel niet. Die slaan we dus over, en daar lopen we op het eind nog even langs. Kost hooguit 5 minuten extra. Toch?

Web

Het eerst volgende CP is een makkelijke, CP61 staat gewoon op de kaart. Maar dan volgt een stuk “Spinnenweb”. De legenda beschrijft de route, maar waar moeten we beginnen om bij CP57 te eindigen, en onderweg bovendien 60, 59 en 58 tegen te komen? Ik herinner me van de voorbereiding (googlemaps-googlemaps-en-nog-eens-googlemaps) dat het hier redelijk rechthoekig loop allemaal. Dus we komen uit het web bij CP60 op een pad dat haaks staat op het eerste pad vanaf CP57. En dat pad zal wel weer op de kaart staan zodat de teams die de route met de klok mee lopen verder kunnen. Het is een gok, maar we hebben geluk. We noteren een CP (is dat 60?), en even later hangt er een bordje op een zij-pad van ons pad “WOR: Dit is geen pad.”, zodat we weten dat we goed zitten. Dat is kennelijk nog onderdeel van het WEB. Even later weer een CP, dat zal dan wel 59 zijn. Rechts, rechts, links, CP58, rechts, links (kan ook niet anders), links, rechtdoor, links. (Zullen we een stukje afsnijden? Nee, toch maar niet, we bevinden ons toch al op glad ijs.) Rechts, rechts, en voilá, daar hangt een plastic spinnenweb zoals in de huistaak: CP57. Het heeft gewerkt.

13-01-2016 23-42-37
Brug in de vorm van de ‘S’, van symmetrisch. Puntsymmetrisch.

Bij CP56 is het een kaalslag van kapwerkzaamheden. Maar de CP’s schieten de grond uit: er zijn valse bij. CP56 ligt in het verlengde van het pad dat naar CP55 leidt, en zo bepalen we welke de juiste is. Minder nauwkeurig peilen en we hadden het fout gehad. CP55 en CP54 gaan van een leien dakje, en ook bij CP U hebben we gelukt. Daar hangt een foto van de vrijwel symmetrische brug waar we net overheen kwamen. Gelukkig hoeven we niet terug, want bij de tuidraad aan deze kant ligt het juiste CP: te zien aan de lichtval en de bunker in de verte aan de oever van het kanaal. En, uiteraard, hangt er bij de puntsymmetrisch identieke tui diametraal aan de overkant ook een -ander- CP.

13-01-2016 23-47-38Het volgende punt, CP53, is lastiger. Volgens de kaart op de bult tussen de drie palen, maar daar vinden we niets. Later blijkt dat het op een van de drie palen zelf hing, maar dat vonden we te ver uit het midden van de cirkel. Fair is dat dit punt voor ieder die er langs is gekomen goed is gerekend, gevonden of niet. (Om dit soort redenen, hoe dingen worden opgelost, steekt de WOR boven het maaiveld uit.)

CP52 t/m S zijn eigenlijk te eenvoudig om waar te zijn. Telkens zoeken we een addertje onder het gras. CP T is lastig als je de andere kant op loopt (“zoek T op de verbindingslijn tussen CP52 en CP53), maar verder is alles eenduidig. Bij CP S zoeken we een boom zoals op een foto is afgebeeld, maar ook die kan niet missen. Vreemd genoeg maken we bij CP50 wel een extreem stomme fout: we noteren 46 in plaats van 64. Alleen omdat het nummer op zijn kop stond? Dit zijn het soort foutjes dat niet had gehoeven. Zo lang de opdrachten maar moeilijk genoeg zijn blijven we scherp, maar als het te makkelijk wordt…

Q

Nee, da’s toch niet helemaal waar. Want bij CP Q gaan we de mist in. We hebben al meerdere CP’s gezien, op verschillende afstanden, dus dat wordt opletten. Q is de ‘Ezelspost’. Dat betekent dat we ons 2 keer aan dezelfde steen gaan stoten. Eerst 100 meter in richting 324°, dan 100 meter in de richting 144°, vervolgens 80 meter in de richting 326°, en dan achterwaarts 20 meter in de richting 326°. Eitje: de eerste twee koersen zijn tegengesteld, dus je komt weer terug bij Q, en dan lopen we ergens 80 meter heen en 20 meter terug.

Mis! Je moet niet achterwaarts met je neus in richting 326° lopen, maar je moet lopen in de richting 326°, met je neus waar je hem het liefst in steekt. Dat doen we dus fout. 80m-20m = 100m, en niet 60m. Fout nummer 2 vandaag. En het kost wat extra meters omdat we met onze alternatieve strategie een stukje terug moeten.

En of het nog niet genoeg is, tuinen we er bij het volgende CP, CP45, meteen weer in. Gaat lekker jongens. Afstand schatten is een kunst, als je over de hoog-pollige heide holt. En als je dan een verkeerde correctiefactor ten opzichte van vlak terrein hanteert, kom je verkeerd uit. Vol overtuiging noteren we 81 waar 57 had moeten staan. Alsof we het dóór hebben gaat vanaf dat moment alles op scherp. Strak passeren we elk CP, en noteren telkens het juiste nummer. CP P, dat we zelf hebben ingetekend, geeft aanvankelijk nog wat problemen omdat de liniaal kennelijk een tijdelijke offset van 1cm had, maar nu is hij weer op lengte, en dus tekenen we het punt vervolgens op de plek waar hij ook blijkt te hangen. Ik kan haast niets spannends vertellen over de volgende punten, behalve dan dat we CP37 wellicht beter later hadden kunnen doen, wanneer we bij CP16 zouden zijn aangekomen. Maar goed, zoals gezegd wilde het overzicht van de diverse kaarten vandaag niet helemaal doordringen.

Leuk bij CP38 en CP35 is dat het kaart uit 1991 blijkt, terwijl we nu in een volgende eeuw leven, en er in de tussentijd een man met een bijl langs is geweest. Wat eens bos was is nu kaal en wellicht geldt het omgekeerde ook. Dat bij het drukken van de kaart (links) bovendien de zwarte inkt net op was maakt het er ook niet makkelijker op.

Déjà-vu

Maar het volgende leuke punt bevindt zich tussen CP33 en CP32. We hebben CP N en CP M al ingetekend, maar gezien de opdracht (“CP N zit op 345° op exact 47m vanaf CP M”) kunnen we het beste eerst CP M bepalen. Dat blijkt het oostelijkste vervallen stenen bouwwerk te zijn. Iemand hoopte dat we het andere hutje zouden nemen. Want vanaf daar (uiteraard hangt er een CP bij beide hutjes) staat er zo’n beetje elke meter tussen 40m en 55m in de richting 345° een geel CP bordje. Passen tellen om de afstand op 2,5% nauwkeurig te schatten? Nah! En op diezelfde koers vanaf het oostelijke hutje -het juiste-  hangt er maar één, op inderdaad iets van 47 meter. Dat moet hem zijn. Leer mij de Woudlopers kennen.

Tot en met CP25 loopt alles eveneens gesmeerd. Tussentijds zoeken we op twee zelf-ingetekende punten (die er ook blijken te hangen, soms verdacht in het zicht) en flink aantal vaste posities op de kaart. Ook wat valse CP’s her en der, maar telkens op een aanwijsbaar verkeerde locatie. Ergens rond CP28 komen we het eerste team tegen dat met de klok mee loopt. Zouden wij ook al halverwege zijn? Geen idee hoe we er voor staan, want we hebben eerder nog niemand gezien.

14-01-2016 00-35-07Bij J moeten we een lollige Visgraat gebruiken. Maar als ik je vertel dat er binnen 15 meter een paar paadjes lopen zoals hier naast in rood geschetst, kan je je voorstellen dat het einde van deze “route” best onverwacht is. CP25 is, zoals gezegd, iets lastiger, maar vooral omdat we niet goed in het roadbook hebben gekeken, en minutenlang naar een CP nummer zoeken terwijl we het nummer op het bord van het fietsroutenetwerk moeten noteren. Tja… Intussen komen we steeds meer teams tegen, die dus ook over de helft zijn.

X1X2O, ja, X2 en X1 zijn ook niet triviaal, maar dat is onze eigen schuld. Als je de route niet in de aangegeven richting loopt mis je informatie die je eerder gekregen zou hebben, maar nu later pas krijgt. Binnen de cirkels X1 en X2 hangen namelijk vier CP nummers, op elke hoek van de kruising eentje. We noteren ze maar allemaal, zodat we later de juiste kunnen noteren en inleveren. Tot nu toe hebben we niet veel hoeven heen en weer lopen om het roadbook van achter naar voren af te werken.

Patatten

2016 01 09 WOR Lommel (212)Spoedig verdienen we deze twee ontbrekende extra aanwijzingen, als we succesvol Vlaamse friet maken. En dat is nog een hele operatie. Patat wordt gemaakt van aardappels. Niet zomaar aardappels, maar exemplaren van ten minste 5cm dikte. Die worden vervolgens met grote snelheid door een frietsnijder, een rastervormig netwerk van messen, gejast. Om het jassen te vergemakkelijken bevindt zicht vóór de snijder een royale trechter, maar om het weer te bemoeilijken wordt de aardappel van 10 meter afstand deze trechter in geschoten. knalTot zover de theorie. In de praktijk ziet dat er zo uit: (rechts). Om te schieten wordt een aardappel geladen in een frietschietpijp, die met perslucht op druk wordt gebracht. Mikken, kraan open, en vlam, de pieper wordt friet. Twee keer keurige rechte patatten, en een keer wat laffe chips, maar voldoende om een puntzak vol X’s te verdienen, zodat we X2 en X1 in retroperspectief alsnog kunnen vinden.

glasbakWe zijn nog niet klaar hier. Terwijl de vuurkorf vrolijk knettert identificeren we een harige schurk, door de juiste bril, baard, ogen, en kapsel te verzamelen, middels een stukje micro-oriëntiatie. Dit keer vinden we op die manier geen CP nummers, maar compositiefoto-onderdelen. En er is geen oriëntatiekaart, maar aanwijzingen als deze (hiernaast), die dan onherroepelijk naar de glasbak verwijzen. Of naar de dug-out, een hekje, of een Eva. Na vier aanwijzingen blijft er één harig sujet over, en de vijfde aanwijzing gebruiken we als verificatie, maar het blijkt te kloppen. Het persoonsidentificatienummer blijkt -heel toevallig- het controlegetal dat we zoeken voor CP Y.

robotfoto We eten een stuk ontbijtkoek, drinken wat uit onze rugzak, lebberen een cafeïne-jelletje naar binnen, maar zijn te ongedurig om te wachten tot onze frieten dubbel gebakken zijn, en gaan weer op pad.

Help, een slang!

DG_uitsnede
Klik hier boven om de “slang” te zien herrijzen.

In het voorfilmpje was er spraken van een spin, een dikkopje en een slang. En hier is hij dan, in de vorm van een zestal deelkaarten die schots en scheef afgedrukt staan. “Noord boven” is zóóó 2015. Maar goed, we kunnen uitstekend oriënteren, dus dit is geen enkel probleem. Het blijken recente kaarten, want wat gekapt lijkt is het ook echt. Geen fouten dan ook in deze serie. Waarom het een slang heet? Kijk maar op deze link.

Maar dan wordt het ineens andere koek, als we de normaal gekleurde kaart af lopen, en op de oro-kaart terecht komen: alleen hoogtelijnen. En dan ook nog eens in het lastigste stuk van de omgeving. Goed dat we CP37 (weet je nog?) niet ook nog hoeven te doen halverwege, want op de kaart blijven is al lastig genoeg.

Door de hoogtelijnen het reliëf niet meer zien

14-01-2016 01-39-25

14-01-2016 10-28-02
Klik hier voor de gehele kaart.

Op zich is zoveel reliëf en zoveel detail goed te doen, zou je zeggen -er valt tenminste wat te oriënteren-, maar als alles op elkaar lijkt, en vanwege de bomen het zicht ook maar beperkt is, ligt naast elke heuvel wel een kuil. En als je dan ook nog eens met een rode viltstift over de bruine hoogtelijnen hebt getekend, en -erger nog- over de dieptestreepjes die de richting van de lage kant van een hoogtelijn aangeven, dan loop je ineens naar een heuvel te zoeken terwijl je een kuil moet hebben.

Het gele streep-stip-stip lijntje is de kortste route.
Het gele streep-stip-stip lijntje is de kortste route. Maar het scheelt amper 500 meter met wat wij liepen, en is wel een stuk riskanter.

Dat kost tijd! Weer een don’t geleerd voor de volgende keer. Maar gelukkig vinden we uiteindelijk alle juiste CP’s in deze hoogtelijnenwildernis; je zou er bijna over struikelen. We zondigen even tegen de aangegeven volgorde, 18-16-17-15, maar ja, korter is korter. Achteraf zou je zeggen dat het nog korter had gekund als we de optimale route hadden gekozen, maar dat scheelt in vogelvlucht 500m, en dat is, met 6 minuten per km gemiddeld, een besparing van amper 4 minuten, terwijl het uitzoeken van de snelste route misschien nog wel langer had geduurd.

inprikken
Het was lastig geweest om zonder fouten van 14 via 37 op een andere kaart terug naar 16 te lopen.

En dan heb ik het risico dat we bij het opnieuw inprikken op de hoogtelijnen kaart zouden verdwalen of een fout maken, niet meegenomen. Kortom, het was wel goed zo.

 

 

 

Bird’s eye

Na de hoogtelijnen komen we op een luchtfoto terecht. Al doet die, in zwart-wit, nogal overjarig aan, de bomen op de luchtfoto staan er over het algemeen nog steeds, en het zand ligt er ook nog. Eigenlijk is dit nog wel makkelijker dan een IOF kaart.

Foutloos bereiken we elk punt. CP I hebben we bij de start al op de kaart getekend, en het wandelpaaltje aldaar is direct gespot.

Op-en-neer

uitkijktoren-lommel-10Tot we bij CP 8 komen. Dat is een toren van 73,7 meter hoog. We rennen enthousiast omhoog. Nou ja, de eerste 30 treden dan. Daarna wordt het lopen. Dan begint het hijgen, zuchten en steunen. En de laatste 5 trappen zijn afzien. Maar gelukkig zien we na 144 treden klimmen het CP direct hangen. Te makkelijk eigenlijk, zo in het zicht. Wat staat er in het roadbook? “Zie Infobord”. Verdorie, kunnen we weer naar beneden. Op dat bord staat een WOR-pijl bij de hoogte van de toren; boven dus, maar dat wisten we al. Omdat er ook een verrekijker bovenop staat, en we enige twijfel hadden bij CP I, of we daar wel het CP zochten of iets dat vanaf de toren te zien zou zijn, klimmen we nog een keer naar boven, maar niets dat ons op andere gedachten brengt. Weer beneden loop ik nog een keer langs het infobord, en dan valt op dat er niet uitkijktoren-lommel-0473,7 meter op staat, maar 73,5. Het CP moet dus 20cm lager dan het hoogste platform hangen. Voor de laatste keer klimmen we de 144 treden op -rennen lukt al lang niet meer- om te constateren dat er echt geen CP onder hangt. Later zal blijken dat we boven over leuning hadden moeten kijken, en dat er alsnog een CP zit, lager dan het platform, maar aan de buitenkant. Je zou kunnen stellen dat we voor niets drie keer de toren hebben beklommen, en een kwartier hebben verloren. Maar het uitzicht was prachtig.

15-01-2016 01-12-53
Waar moeten we zijn voor CP E? Zoek je mee?

Uitgeput vervolgen we de route. We stuntelen nog wat rond bij niet-bijster lastige foto-opdrachten onderweg van CP8 naar CP7, we vinden na enig zoekwerk ons CP E van een van de huistaken, we kruipen door twee tunneltjes onder de weg omdat het CP op de kaart midden boven het pad getekend staat, en we vragen ons nog eens af of we wel de snelste routervolgorde hebben gekozen. Toch kost het meer tijd om CP6 te vinden dan dat we daar over nadenken.  Iets zorgt voor tijdsdruk, want na dit succestraject maken we een paar fouten, zo zal blijken.

Tsjilp tsjilp

In de huistaak-video stond iets over vogeltjes en vooral geluiden. Een eend doet ‘kwaaak’ en een sijs zegt ‘tsjilp-tjilp-tsjilp’.vogels Dus als we op, aan, en onder bomen 10 vogeltjes met CP-nummers er bij zien, twijfelen we geen seconde om het nummer van het object dat tsjilpt te noteren. De rest van de beesten blijft stil. Denken we. Het zouden de Woudlopers niet zijn als er behalve een tsjilpende boomtak, ook een tsjilpende vogel zou zijn. En die hebben we aldus gemist.

Het volgende CP, CP5 kunnen we niet vinden. Het zou volgens het roadbook aan de “noordkant van de open plaats” moeten hangen, maar we vinden er niets. Ik weet nog steeds niet waar we hadden moeten zoeken, maar een aantal teams hebben het punt wel gevonden, dus het zal aan ons gelegen hebben.

Ten slotte volgt een stukje verzilveren van de voorbereiding. Met wat koersen en afstanden spurten we door een woonwijk, onderweg een paar CP’s noterend. De koersen vallen mooi samen met de straten, maar duidelijker wordt het nog als we de straatnaambordjes zien: die komen mooi overeen met de opdrachten in het roadbook. Het lijkt weer te makkelijk om waar te zijn, maar vergeet niet dat voor de meeste lopers dit stuk pas het begin is, en ze er dus nog in moesten komen.

Maar bij CP 1 zijn we er nog niet: de hele route zou begonnen zijn met het volgen van een dierenspoor. De muis wordt opgegeten door de kat, die door de wolf wordt verorberd, die door de jager met het ene been (weer uit het Youtube fragment) wordt geschoten. Het spoor van een jager met één been laat zich raden, ten minste, als je nog weet aan welk been de houten poot  zit. Maar dat weten we gelukkig nog. Dat de jager uiteindelijk door de beer wordt opgegeten mag de pret niet drukken. Wij moeten namelijk nog even langs CP V, het dikkopje dat bij wijze van startschot naar de overkant van het kanaal was geknald, en nu in een boom hangt. Aan de overkant, bij de finish, staan al een paar teams die klaar zijn, dus de eersten zijn wij niet. Nu maar hopen dat we niet te veel fouten hebben gemaakt. Want wat ik in dit verhaal heb beschreven als fouten, dat wisten we in het veld op het moment zelf natuurlijk niet, want anders hadden we het wel goed gedaan. Duh.

Petrus Blond

Spannend! De uitslag laat nog even op zich wachten, tot alle teams binnen zijn, en alle formulieren nagekeken, maar dat is niet erg, want er vloeit Petrus Blond uit de tap. En er is cola voor de liefhebber.

Maar dan komt de uitslag en blijkt dat we niet gewonnen hebben. Net 66 minuten te veel, of we hadden een paar foutjes minder moeten maken.

uitslag
De uitslag: er waren een paar posten die opvallend vaak fout werden uitgevoerd, zoals CP D (88%) en CP 8 (100%), maar ook CP 5 en CP Q had de meerderheid fout. Wij ook.

Ten slotte wil ik nog vermelden dat dit hele verhaal bij elkaar verzonnen is, want zo’n geweldig event, dat kan natuurlijk niet waar zijn. In elk geval klopt de richting waarin we gelopen hebben niet met het bovenstaande relaas 😉 Dus als je dit leest, vergeet alles snel, en steek er vooral niets van op voor de volgende keer. Het enige wat je hoeft te onthouden is dat wie slim is volgend jaar weer mee doet.

roadbook1
Het roadbook. De voorkant, althans.
roadbook2
En bij Woudlopers’ events moet je ook altijd naar de achterkant kijken. Het roadbook heeft er dus ook een.

WOR4: Het 3e avontuur!

Goed!

Geen verhaal over wat er fout ging: want bijna alles ging goed!

Wat zullen we nou krijgen? 2014 zonder WOR (da’s de Woudlopers Oriëntatie Run)? Een regelrechte ramp! Maar gelukkig duurde het in 2015 maar 9 dagen tot het zo ver was. 10 januari, 8:00, begon het feest, toen ik bij Tijsbert instapte en daarmee team Fiat Fiasco compleet maakte. Nee, niet team The Nerds Running from Hot to Her dit jaar (dat was in 2012 en 2013). Maar wel met evenveel zin in een nieuw avontuur.

De complete route zie je in mijn DOMA-archief kaart ; de losse kaarten hier kaarten. En onderaan deze pagina staat een link naar http://3drerun.worldofo.com/ waar je de route van een aantal deelnemers geanimeerd kan zien. Leuk!
14-01-2015 17-24-10
“Fiat Fiasco” heeft niets met auto’s te maken. Het staat voor Fysica In Abstractum (of Alcoholum) Tenere. Het fiasco slaat op een mislukte fiets met vier wielen en dito zadels die nooit gebouwd is. Maar dat was 25 jaar geleden.

Doorgewinterde vrienden zijn we (al was het met +13 graden °C geen winter te noemen), dus aan de samenwerking zou het niet liggen. Nergens aan eigenlijk. Het zou een geweldig project worden. Misschien een beetje conditiegebrek. Er was nog bijna een uur in de auto om Tijsbert te vertellen wat de Woudlopers in petto zouden kunnen hebben. En om een strategie te bedenken.

Maasmechelen, 9:00 : harde wind, storm bijna. Regen in de lucht. Natte straten. En een bowlingbaan. Met koffie, en langzamerhand steeds meer bosatleten in strakke pakken, gewapend met kompassen, liniaals, en watervaste pennen. Het gaat namelijk heel nat worden, denkt iedereen. Nee, koud is het niet, maar alle andere weersomstandigheden die het weercijfer tot onder de 3 laten zakken, trekken over.

9:45: De uitleg begint. Nieuwe regels, dubbelzinnige aanwijzingen, onbekende elementen. Zouden de beelden uit de Huistaak-in-Youtube-formaat op hun plek vallen? Het zou tot na tienen duren voordat de enveloppen met de kaarten open mogen gaan, en de gemoedelijke sfeer omslaat in een nerveus gelees, geteken, gemeet en gereken.

Een half uurtje later hebben we een plan. Tot in de puntjes, met alles wat we weten ingetekend op de kaarten en in het roadbook. Simpelweg omdat het 100% nat gaat worden en dan onderweg “even een stipje op een papieren kaart zetten” geen optie is. Maar dit keer is de gegeven volgorde van de checkpoints (CP’s) min of meer logisch, dus dat scheelt al een handelsreizigersprobleem (daar heb ik na mijn Sinterklaascache van afgelopen jaar ook even genoeg van). De helft van de teams blijkt al vertrokken als we opspringen en naar buiten rennen. Tactisch of sloom van ons?

Op pad

Het begint makkelijk. Tussen de eerste 2 CP’s in spotten we al meteen een valse. Ja, die zijn er ook. (Lees even het verslag van mijn 1e WOR, twee jaar geleden, waarin ik uitleg hoe zo iets in zijn werk gaat.) Maar het eerste deel van de Youtube opdracht eindigt waar een ander filmpje van een paar jaar geleden begon: ik had hier al eens aan een klassieke oriëntatieloop deelgenomen. Het blijf een indrukwekkend terrein…

Het derde, vierde en vijfde punt lijken ook al zó eenvoudig -zeg maar standaard oriëntatieposten- dat er een addertje onder het gras moet kruipen. Er volgt een peiling met vier afstanden en koersen. Maar met pen en papier bepalen we snel dat:

>> [35,45,40,350,35,270,65,165];fprintf('CP C ligt vanaf CP3 precies %0.1f meter naar het oosten en %0.1f naar het noorden!\n', ans(1:2:end)*[cos(d2r(ans(2:2:end)));sin(d2r(ans(2:2:end)))]')

CP C ligt vanaf CP3 precies 1.4 meter naar het oosten en -0.4 naar het noorden!

Vlakbij dus. Eigenlijk gewoon hetzelfde CP-bordje. Alleen, rondkijkend, blijkt er 10 meter verderop nog één te hangen. Één van de twee moet vals zijn, dus het is wel zaak de juiste te bepalen. Anders is de straf dubbel zo hoog.

Het volgende punt, CP D, is nog makkelijker. Ingetekend aan de hand van Woudlopers-coordinaten 685685-211835 lijkt het verdacht veel op een kruispunt met een CP op de hoek, en dus noteren we het CP op de hoek van het kruispunt. Amai, dat kost ons drie kwartier aan straf! Maar dat blijkt later pas bij het bekendmaken van de uitslag. Op het moment zelf, in het veld, geen haar op ons hoofd die er bij stilstaat, dus rennen we achter ons kapsel aan naar CP 4.

U ziet, ze staan wel op numerieke volgorde, maar dan in een vrolijke cijfer-letter mix waarbij de genummerde CP’s 30 strafminuten op kunnen leveren, en de geletterde 45, want die zijn speciaal, dus moeilijker. Er volgen in rap tempo drie nummers, een letter, en weer een nummer, en we zijn alweer van de kaart. Maar niet voordat we boven op de top van de Terril (bult puin uit de mijnbouwtijd) Foto540-FK7MENKBwaren geweest, daar bijna af waren geblazen, en 9 minuten verloren omdat we op de verkeerde plek zochten met een kaart uit de vorige eeuw. Dat hoort er bij. Er is iets meer bos bijgekomen, dus meenden we dat we noordelijker zaten toen we vanaf het uitzichtbultje langs de bosrand naar het westen liepen en zuidelijk van het pad zochten naar een CP dat noordelijk er van lag. Gelukkig was er tussen de vier andere teams die daar verkeerd liepen te zoeken 1 die het door had en hem wel vond. En wij even later ook…

Feest

Daarna begon het feest pas echt. De ene na de andere vondst -qua instinkers en originele opdrachten- werd gepareerd met een vondst van een CP. Meestal het juiste, zal blijken.

  • We liepen al een half uur lang rond met een lege ballon. Wat zou je met zo’n ding moeten doen? Tot je bij CP8 leest “OPBLAZEN”. Had je al die tijd het juiste controlenummer al op zak, zo bleek!
  • Als Woudlopers een punt bij een ‘standaard’ oriëntatiepost leggen is dat natuurlijk niet zo’n heel standaard punt. Dus zou CP9 niet bij een muurtje liggen, als er vlakbij niet nóg een stenen wandje was. Toch echt verschillend op de kaart, maar 1 op de 3 teams tuinde er maar mooi in.
  • Als er dan ergens een doolhof van meertjes is, kan het haast niet anders dan dat de route daar doorheen loopt. Natte voeten lijken onvermijdelijk, maar zwemmen gaat net weer wat te ver. Pas aan het eind van de route zouden we zo doorweekt zijn dat ook dat niet meer uitmaakt. Nu is het een leuke puzzel. Kennelijk maken we toch een foutje en staan ineens voor een hek. Natuurlijk, het verboden bouwterrein waarover de briefing repte. Stom, helemaal vergeten. Er omheen dan maar, en buiten de hekken om lopen we naar CP13 waar andere teams vanuit de tegenovergestelde richting arriveren. Het is dus ongeveer even lang.
  • Twijfel slaat toe als we het 7e paaltje vanaf CP13 zoeken, waar een buis in de grond moet zitten. Hoeveel buizen zouden ze verstopt hebben. Alsof we gek zijn noteren we alle informatie uit de buis bij het 6e paaltje, en even later ook die het 7e. Beide verwijzen gelukkig naar de zelfde locatie voor CP H.
  • Met het thema buizen nog vers in het geheugen, meldt CP H ons waar we CP I gaan vinden, met daar bij een foto van weer een buis met deksel. Dat kennen we nu wel. Uiteraard staan er bij CP I twee buizen, een korte en een lange, zodat we voor de zekerheid nog even naar CP H terug gaan om het te verifiëren. Volgens de uitslag had bijna de helft van de teams dat beter ook kunnen doen. En wij dan weer niet, want we hadden het al goed gegokt.
  • Onderweg langs CP15 t/m CP20 komen herinneringen aan Het Monster van Leksbergen op. Nu lichter qua licht, maar zwaarder qua natte blubberbende.
  • Bij CP20 moeten we het hek volgen tot aan CP K. Dat staat er. Maar waar heen? CP21, het daaropvolgende punt, ligt aan de andere kant van het het afgesloten terrein. Kan je daar misschien op twee manieren omheen? We besluiten de westelijk route te nemen. Onderweg vinden we achtereenvolgens aanwijzingen voor de koers en de afstand naar CP K. Maar je weet het nooit, die zouden er ook bij een noordwaarts vertrek kunnen hebben gehangen. Doen we het goed? We lopen op eieren…en door de doorntakken.
  • Bij CP21 (die op 2 kaarten staat, maar uiteraard pas op de 2e -de andere- nauwkeurig met pijl) maken we een peiling, naar een blauwe ton. Dat lijkt eenduidig, tot je ter plaatse drie dezelfde tonnen vindt met allemaal een CP L er op. Goed kaartlezen met als resultaat dat we tot nu toe, op die ene in het begin na, nog geen enkele denkfout hebben gemaakt.

Schiettent

Dan zijn we halverwege. Met een gezellig knetterend vuur in een korf worden we welkom geheten door de organisatoren, die een transformatorhuisje hebben getransformeerd tot schiettent. Zij zijn gehaaster dan wij, lijkt het, of ze proberen ons weer op weg te helpen voordat de volgende teams arriveren.

Foto720-JRNFXQEF Foto720-Y8UDM3M3
Nu is duidelijk waar de 6 loden luchtbukskogeltjes voor zijn die samen met de lege ballon in de kaartenmap zaten. Vier er van schieten een blikje omver, twee ketsen af op de muur. Maar genoeg raak kennelijk om de aanwijzingen te verdienen zonder welke CP P1 en P2 een loterij zouden blijken.

  • In een verduisterde schakelkast, die van binnen is opgeleukt met zwaai- en knipperlichten lezen we de opdracht voor CP M. neusAlle zintuigen worden benut vandaag. Maar de vraag is: wat is ajuin ook alweer? Want we moeten “het nummer op de boom het het ajuin spuitertje” vinden. Geen gelegenheid om op te zoeken dat het “een eetbare, uit laagjes bestaande bol is met een scherpe geur en pittige smaak, die in snippers of ringen gesneden wordt en warm of koud gebruikt wordt als groente of als smaakmaker in gerechten.” Wat dit is? “Een ui, zullen de meeste Nederlanders zeggen. Maar de Vlamingen zeggen ajuin. Het woord ajuin is ontleend aan het Franse oignon. Het Franse woord gaat op zijn beurt weer terug op de Latijnse vorm ūniōn. Ajuin verdrong in de 13e en 14e eeuw het Nederlandse woord look. Als benaming voor ui is look helemaal verdwenen, maar we zien het nog wel terug in woorden als knoflook en bieslook.Het woord ui is van oorsprong een Hollands-Utrechtse dialectvorm die ontstond uit de Middelnederlandse vorm uijen. Het woord uijen is weer een variant van ajuin, afkomstig uit de Brabantse, Zeeuwse en Vlaamse dialecten. Vanwege de -en aan het eind werd uijen door de sprekers na verloop van tijd als meervoudsvorm opgevat. In de 17e eeuw ontstond daarom het nieuwe enkelvoud ui. [bron]
    De geur van Ui dus. In een vak van 10×10 meter staan 10 bomen met ieder een CP. Ongewis of we zoeken naar ui, bieslook, knoflook, aluin, of zo iets, ruik ik ineens, midden tussen 2 bomen, een scherpe lucht. Komt het uit de grond als ik ergens op trap? Zo lijkt het. Het is de wind, want een boom vlakbij heeft een bordje met een “K”. Dat zullen we dan maar noteren. Of wacht, we zochten een nummer! Verder zoeken. En voilá, een boom met nog zo’n geur en een getal er op. Drie andere teams blijken verkouden, en twee noteren de K.
  • Als een speurhond die aan de peper heeft geroken, zo blijkt onze speurzin van de ajuin-ervaring helemaal van slag. Niet dat we geen CP 24 vinden, maar het blijkt een valse. Op de kaart op een open plek, noordelijk aan de voet van een neus, maar daar vinden we niets. Dus noteren we het getal midden op de neus. Zal weg goed zijn. Fout! We hadden iets verder moeten zoeken dan deze/onze neus lang is. Maar bij 70 punten een halve minuut langer zoeken voor de zekerheid, daar win je geen WOR mee, dus dit is een gecalculeerd risico, zullen we maar zeggen.
  • CP N is een open plek. Nou ja, een stukje is open, de rest is ooit begroeid geweest met ielige boompjes, die en masse zijn omgewaaid. Is dat nu open of niet? Tijsbert vindt van niet, maar ik baan me er een weg doorheen om te constateren dat ‘open’ slaat op de situatie van vóór de storm, maar ná de datum van de IOF en NGI kaarten, want nergens een ander CP te zien.
  • Dat duurt overigens een post of wat, dat we telkens moeten wisselen tussen een oude NGI kaart een een nog oudere IOF kaart. Tijd voor een kaartenhoes waar 8 bladen in passen, zonder te hoeven prutsen in de regen.

IOF ← → IGN (ga met je muis over het balkje om de kaart te wisselen)

  • Foto720-P6RM37ETRoflol. Midden in het bos staat een paspop met een kartonnen Kalasjnikov, met om zijn nek een bordje Berenjager. Dat de argeloze voorbijganger niet denkt dat hij met een heuse bordkartonnen guerillastrijder te maken heeft. Foto720-JRNFXQEFWe volgen het dierenspoor. Veel te veel pootafdrukken op bomen, dicht op elkaar -té makkelijk-. Dit moet een instinker zijn. We botsen op een levensgrote knuffel-aap aan een boom, die OE-OE-OE roept. Als we ons omdraaien zien we nog één klein, verstopt, pootafdrukje, met daar achter een beertje. Jawel, we zijn er wéér niet ingetrapt. Foto720-4JH3TNDLDe Volvo van Ferdy die een foto van ons heeft gemaakt verdwijnt net achter een heuveltje…
  • CP P1 en CP P2 zijn met de extra informatie uit de schiettent goed te doen. Anders hadden we niet geweten op welk van de vijf hoeken van het kruispunt het juiste CP hing. Onderweg van CP Q naar CP R zien we iets verdachts. Weer een buis uit de grond, met twee afgedichte openingen bovenin. Dopjes open. Niks te zien. Zaklamp pakken (die hadden we nodig volgend de verplichte paklijst, dus zou het logisch zijn die te gebruiken).  In het kijkgat schijnen. Door de andere opening kijken. Een letter! Een geocache! Daar hebben we nu niets aan. Door naar het volgende punt.
  • Steropdracht heet CP S. 6 peilingen maken vanaf het midden, zoeken, cijfers verzamelen, en warempel, het vormt een telefoonnummer. Roaming aanzetten, en een vriendelijke stem geeft ons het bijbehorende CP nummer. Eitje.
  • Dan komen we bij een trap. De aanwijzing zou boven staan. Boven staat dat de code beneden staat. Wie had dat gedacht?

Visafslag

  • Na een zoektocht bij een klaphek naar een nummer, begint de visgraat. Vis, afslag, snapt u wel? Het lijkt zo simpel. En dat vond 100% van de teams (die tot hier geraakten). Dezelfde 100 die een kruising met een mini-brinkje met 3 bomen voor 1 pad aanzagen en rechtdoor liepen en vervolgens een pad rechts lieten liggen. De juiste oplossing was linksaf te slaan bij het ‘2e pad’ van deze mini-brink en naar het zuiden te lopen. Dan was je bovendien een halve kilometer eerder bij het spoor. Wij waren dat niet.
  • Een verlaten spoorlijn. Of was hij niet verlaten? Het CP zat op een spoorbiels pal zuid van het vorige (valse) punt. Dus die was goed!

    Doordacht: Één foutje bij de W.O.R. leidt niet meteen tot een waterval aan strafpunten. Daarin onderscheiden de makers zich zeker.

    (Mooi niet! Maar ze hebben er ook voor gezorgd dat je door bij een instinker een fout te maken hierdoor ook niet automatisch bij het volgende CP nóg een fout maakt. Bijvoorbeeld door vanaf het valse CP een azimuth te leggen, want dan maak je het volgende CP automatisch ook fout, en dat is niet leuk. Zo lag er zowel zuidelijk vanaf het juiste als het valse CP een CP W met controlegetal 30.)
  • Soms weet ik het ook niet meer. Zoals bij CP X. Daar hangt een briefje op een boomstronk met opschrift “22 links”. Waarvandaan links? Dat hangt er maar net vanaf waar je vandaan komt. Maar pal daar onder hangt een pijl naar rechts. Althans, er hangt een pijl. Als ik niet weet wat links is weet ik ook niet of dat rechts is. Moet ik in de richting van de pijl kijken, en vanuit dat standpunt 22 meter linksaf gaan? We zoeken, maar daar hangt niets. Echter, 22 meter in de richting van de pijl wel. 22 meter in tegenovergestelde richting overigens ook. De ham-vraag is dan ook: wat dacht de Woudloper die dit verzon? Dan maar even logisch nadenken: “Als men direct ziet dat die pijl naar rechts wijst, dan is links de andere kant op.” En dat nummer vullen we dus in. Denk je dat het fout was?
  • Van elke fout die we maakten kan je stellen dat het ons de 1e plaats heeft gekost.

    Nee, het was goed. Maar CP 29 ging wel fout. Op de kaart een grote witte cirkel die hele kruising bedekt, zonder pijl. Maar wacht eens, in een andere hoek staat een ronde uitsnede “29” mét pijl. Die wijst naar het zuidelijke punt van de kruising. Dat nummer noteren we, maar wat we niet opmerken is dat de dennenboom-symbolen op de uitsnede gekanteld zijn, en dus ook de complete uitsnede. Instinker! En 45 minuten straftijd. Van de 60% van de deelnemers die hier überhaupt is geweest, heeft 58% het fout. We zijn dus weer in goed gezelschap, maar het kost ons wel de 1e plaats.
  • Briljant! CP Z1 mag er wezen. In het Youtube filmpje hebben we een vlaggencode ontcijferd. Iets met een “Luik 21”. En inderdaad, daar hangt een bordje met dat opschrift. Dat het niet richting Luik wijst valt niet direct op. Er naast staat een verlaten leger-object met een aantal luiken, met Romeinse cijfers er op. Laat er nou net een XXI bij zittten…
  • Even lijkt alles gesmeerd te lopen. Een niet-triviaal geplaatst CP Z2 dat we zelf ingetekend hebben wordt in no-time gespot. CP32 heeft wat complicaties, omdat er een nieuwe weg blijkt te zijn ontstaan in het bos. We snijden af, maar komen daardoor op een verwacht punt uit. Heroriënteren, en -hopla- ook gevonden.
  • Dat CP Z3 vergezeld is van een spoiler-foto lijkt wat overdreven, want we zien hem zo hangen: het bordje “Vakantiehuis Fabiola”. Maar wacht, op de foto wijst het de andere kant op. Het blijkt een ander bordje. We zijn voor geen gat te vangen.
  • Wat de dopjesroute is hadden we bij vertrek al door toen we een ketting met PET-fles dopjes bij de kaarten vonden. We noteren de volgorde, rood = rechtdoor, groen = links, blauw = rechts, en overwegen het plastic thuis te laten. Goed dat we dát niet deden. Want nu pas zien we dat we op de kruispunten waarvan de overeenkomstige dopjes van een Colson-bandje zijn voorzien, we een code moeten noteren. En die bandjes hadden we voor het gemak aanvankelijk over het hoofd gezien. Door het oog van de naald, en door de dop. Hoeveel valse posten hier verder hangen? Geen idee, maar we zien er diverse.
  • De oriëntatieposten die volgen zijn gesneden koek. Zo te zien zijn ze van een ‘gewone’ oriëntatieloop uit het verleden geleend. Niet instinkerig maar ook niet eenvoudig.

En dan zijn we er. Bijna. De kraan gaat open, het water stroomt met bakken uit de hemel. Alles wordt nat, maar dat geeft niet meer. Alleen de winegums -onze lunch- worden een beetje vies plakkerig. Maakt niet uit, we zien het eindstation al, toepasselijk aan het eind van een spoorlijn. Weliswaar niet het CC, maar we moeten ff bellen om onze eindtijd door te geven. Zouden we wel ontvangst hebben? We staan zo dicht op de GSM-mast… 15:28 wordt genoteerd. We zijn gewoon binnen de tijd binnen!

Uitslag

1,5 km lopen nog tot de bolwling. Spierpijn slaat toe. Zouden we de eersten zijn? Bij binnenkomst zit de mannelijke variant van team de Bospoezen al aan het  bier. Al drie kwartier, want dat rijmt. Zouden ze een special-opdracht meer fout hebben dan wij? Ach, wat doet het er toe? We doen mee voor de lol. Maar time flies when you’re having fun (en fruit flies like bananas), dus het feest is over voor je het weet. En dan? Als je wint heb je nog langer lol! Dus willen we winnen – omdat dat leuk is. De spanning is om te snijden. Nou ja, eigenlijk is het een gemoedelijk na-praten. Alle belevenissen komen weer bovendrijven. Met een grijns van oor tot oor vertelt iedereen waar ze denken dat ze de mist in gingen. Helemaal blij ben ik als de Leffe Blond op blijkt en er een Karmeliet Tripel voor mijn neus wordt gezet. Laat die uitslag maar komen. Als de teams van achter naar voren worden afgeroepen worden we tot en met de derde plaats niet genoemd…

Statistieken zijn interessant. Zo zie je dat best veel teams alle CP’s hebben afgelopen: 6 van de 20. En 2/3 van de team hebben 3/4 van de punten bezocht. Er zijn meer fouten gemaakt met specials dan met standaardposten. Niemand had meer dan 20% fout. Maar het laagste percentage fouten werd uitgerekend gemaakt door team Foutlopers.

Lang verhaal kort maken

Om een lang verhaal kort te maken: we hebben niet gewonnen. Balen? Nee, want alles klopte gewoon perfect: onze fouten waren gewoon echt fout. Daar was niets tegen in te brengen. En het was nog begrijpelijk ook, want gelukkig waren de fouten die we maakten ook gemaakt door 81% (CP24), 58% (CP29), 68% (CP D), en 100% (CP V) van de andere lopers. Dus we zijn niet helemaal gek. Zoals gezegd: we maakten 1 foutje te veel om te winnen. Of we hebben 18 seconde te lang gezocht per CP. Of we hadden 47 seconde sneller moeten lopen per kilometer. Dat klinkt dan weer als veel. Op de officiële site van de Woudlopers Oriëntatie Run kan je de uitslag vinden. Ik heb er nog wat kleurtjes aan toegevoegd:

‘Specials’, posten die 45 minuten straftijd opleveren. In de onderste rij zie je hoe de teams presteerden. ‘Incorrect’ is het aantal niet-juiste antwoorden, dus ook de gemiste punten. ‘Gevonden’ is het aantal CP’s waarvoor iets in ingevuld. ‘Fout’ is het aantal daarvan dat fout is, of het percentage van de fout ingevulde waardes.
De ‘standaardposten’ , de maar 30 minuten kosten bij een fout. De onderste rijen zijn weer het zelfde als in de vorige tabel. Maar interessanter zijn eigenlijk de rechter kolommen (ook die in de vorige tabel). Daar zie je welke posten het meest bezocht zijn, en welke veel fouten opleverden. Verder naar onderen worden CP’s meer overgeslagen, maar opvallend zijn daar tussendoor CP26, CP.J, CP.N en CP.S, die kennelijk uit de route lagen of te tijdrovend leken, en werden overgeslagen.
Van alle bezoekers gingen de mist in: 35% bij CP9, 44% bij CP.C, 45% bij CP.I, 50% bij Z2, 56% bij CP.O, 58% bij CP29 en CP.L, 68% bij CP.D en CP.K, 81% bij CP24, en de kroon spant CP.V, waar 100% van toeten noch blazen wist.

En dan wil ik jullie deze grafiek niet onthouden, die nogal contra-intuïtieve conclusies suggereert.

Had ik de percentages gevonden en foute CP’s, en de tijd per CP, tegen de score uitgezet, dan was er een voor de hand liggende trend te zien. Maar dit is veel leuker: Het blijkt dat als je meer tijd besteedt per post, je er minder vind (rood). De tijd gaat dus toch niet in het zoeken zitten, maar in de juist tijd er tussen. Dat de score oploopt (blauw) bij minder gevonden CP’s is triviaal. Maar het is wel bijzonder dat wie meer tijd neemt per punt, meer fouten maakt ;-). Dat verwacht je niet. Er is één duidelijk uitzondering, maar die bevestigt de regel, denk ik: de Foutlopers.

Foto540-SRWWABGTVolgend jaar weer? Zeker weten! Het was weer 28 km boordevol uitdaging onder barre omstandigheden. En het was voorbij voor we het wisten. Dus, Ferdy, Lisette, Ivo en Rob, bedankt voor dit avontuur, en begin maar vast met onnavolgbare gedachtenkronkels op de kaart zetten.

Het Roadbook:

RoadbookWOR2015_1 RoadbookWOR2015_2

Opnieuw beleven

Ook leuk: bekijk hier alle routes van de deelnemers. Zet de snelheid in [Replay Mode] op [50x], zet [AutoCenter] op [On] en klik rechtsboven op [Play]. Het duurt even voor er wat beweegt want niet iedereen begon meteen om 10:00 te lopen. Zet eventueel de [Tail] op [Max] en de [Time slider] op [On] om met de hand door de tijd te scrollen.

WOR3: wéér zo iets leuks!

Foto550-3XFJGCXW[1]Zaterdag 14 december ’13 liep ik samen met Mini voor de 2e keer de Woudlopers Orienteering Run, de WOR. Ondanks pittige tegenstanders in de mixed categorie werden we, ook tot onzer eigen verbazing, weer 1e. En nog opmerkelijker: overall scoren we de 2e plaats, voor menig heren team. Kortom, ons plannetje heeft gewerkt. En dat was: gewoon rustig alles goed doen. Bijna geen fouten, tactisch over de tijdslimiet gaan, en genieten. En dat alles lukte. Foto’s zie je hier. Rennen op het op puntje van je stoel. Dat is een Orienteering Run. Althans, als de Woudlopers hem organiseren. Weken voorpret, verheugen en voorbereiden zijn het gevolg. Zodra de datum bekend was heb ik meteen de hele dag uit de familie-kalender in de keuken geknipt om te voorkomen dat er ook maar iets anders tussen zou komen. Na de editie van vorig jaar (zie voor het verslag van de WOR2 mijn weblog) zijn we namelijk verknocht.

wor3_jg_p
De route van ons, “The Nerds Running from Hot to Her” (Mini en mijzelf), vergeleken met die van “PAIN” (Patrick de Bruycker en Inga Lehmann). Tot CP57 is het stuivertje wisselen, maar dan gaan wij terug om X4 te zoeken, en zij verder. We finishen opvallend genoeg met evenveel tijdverschil als deze actie gekost heeft.

De kunst is Uitgeslapen aan de start verschijnen, en toch alle Huistaken gemaakt, alle attributen gepakt, en alle kaarten in de omgeving mentaal ingeprent te hebben. En vast een gezellig biertje te drinken, want dat hoort a) bij het event, en b) komen we traditioneel de avond tevoren met het hele team bij elkaar om tijdens de loop niet eindeloos bij te hoeven praten. Want daar is geen tijd voor.

Eerst denken...
Geen tijd te verliezen! En dus eerst even rustig alles goed doorlezen.

Zodra het startschot gegeven wordt met een “En dan mogen nu de enveloppen opengemaakt worden…” gaat de tijd lopen, en de adrenaline stromen. Wat des te interessanter is, omdat je eigenlijk eerst even rustig de kaarten moet doornemen, op volgorde leggen, en alle bijzonderheden inprenten. Even als voorbeeld: Het ontbrekende, witte, stuk rechtsboven op deze kaart [link] in het begin, vorig jaar, hadden we ook op [deze] of [deze] kunnen zien staan, en zo zien dat er een meertje lag, waar je omheen kon. Maar ongeveer als laatste lopen we naar buiten, het klaslokaal waar we de briefing kregen, uit. Goed voorbereid dus. Thuis ook al met Google Streetview de watertoren op het terrein opgezocht. Wat kon ons gebeuren? Niets. Dat bleek, althans, voorlopig. De

watertoren
De schaduw verraadt de watertoren.

18-12-2013 12-13-56eerste 20 van de 97 opdrachten verliepen vlekkeloos. Dat was vorig jaar wel wat anders, toen de eerste meteen letterlijk de prullenmand in kon. Het is bijna jammer dat ik daar dan niets over kan schrijven. Nou ja, ik zal mijn best doen. En aan de hand van de kaarten die ik weer dankzij Quickroute en mijn Garmin Forerunner 305 heb gemaakt, is dat niet zo moeilijk.

18-12-2013 16-50-45
Klik op het overzichtskaartje om het kaarten archief te openen.

Het begon met een kaartje van het voormalige klooster, een recht-toe-recht-aan routebeschrijving (weliswaar in het Frans en achterwaarts gespeld), en posten op een kaart. Maar even later volgt een opdracht met een visgraattraject,  een omgekeerde routebeschrijving naar waar we al staan (die je natuurlijk ook in de juiste volgorde kan volgen, maar omgekeerd is uitdagender en korter), en een memorisatieopdracht. Gelukkig valt op de foto van iets onder een tunnel een klein getal op, dat er vast niet voor niets op staat. En dat blijkt, want dat iets hangt 8 keer in de tunnel, met op elk iets een ander controlenummer. Die was in de pocket. Inmiddels hebben we het gevoel dat veel teams achter ons lopen, maar het kan ook best andersom zijn. We raken er niet van van de kaart. fotozoekenEen foto-opdracht laat ons bomen herkennen, en dat doen we redelijk efficiënt, al verwachten we toch ergens in te stinken. Maar even later gaat het dan toch fout. Mini zegt nog “er staat DIKKE BOOM, is dat deze wel?”, maar ik ben eigenwijs, of zie geen andere door het bos, meet de omtrek op, doe die maal 20, en ga zoveel meter verderop een ander controlegetal vinden. Gelukkig hangt dat op dezelfde boom als we zouden hebben gevonden als we de omtrek van de juiste hadden genomen. Briljant! Zie maar eens twee bomen te vinden die evenveel meters uit elkaar staan als het verschil van hun diameter maal π gedeeld door 20. Dat lukt alleen Ferdy en kornuiten. Iets later, op weer een volgende kaart, slaat enige twijfel toe. We zoeken een een controlepost die “—20 meter” stroomopwaarts hangt, op de linkeroever. Is dat een min? Of zijn dat er drie? Moeten we dan stroomafwaarts? Daar ligt niets. Maar wel blijkt er zowel een nummer -stroomopwaarts- op de linker als de rechter oever te hangen. Was daar niet iets mee? Half Parijs heet niet voor niets Rive Gauche, en daar zal niet afwisselend het ene, danwel het andere stadsdeel mee bedoeld worden, afhankelijk van waar je heen loopt. De benaming is dus vast, maar welke is welke? Is de mensheid op zee ontstaan en stroomopwaarts gelopen, en heet dus de stroomopwaarts gezien de linker oever links? Of is de benaming pas ontstaan toen we van links en rechts spraken, geletterd waren geworden, en tevens lui zodat we ons met de stroom mee lieten voeren op ons vlot? Klinkt plausibeler, en na vandaag zal ik nooit meer vergeten dat dat de juiste redenering was.Foto550-OL6DZ3QF[1] Wel missen we een volgende post, #41, waar we eerst op de juiste plek staan, maar dan toch een ander nummer noteren omdat we het pad waar we op lopen niet op de kaart herkennen. Maar wel het talud dat er op staat, en de post kiezen die daar het dichtst bij staat. Lastig. Als je tevoren zou weten welke van de 97 controlenummers je fout zou noteren zou je er wel langer bij stil staan, maar als je 97 keer 2 minuten langer kijkt kom je niet voor donker thuis. natte voetenEr volgt nog een leuk stukje, waar we lintjes volgen en aanwijzingen verzamelen. Een interpretatiefout kan ons 2 maal 30 punten kosten, door een paar posten om te wisselen, maar die fout maken we niet. Even later is het tijd voor natte voeten: dwars door het moeras, tussen tokkelbanen en touwbruggen, die we overigens rechts laten liggen. Hier lopen we inmiddels weer tussen een aantal andere -snelle- teams. Het gaat goed. Iets verderop weer een leuk concept: posten met pijlen maar er staat niet welke welke is. Behalve dan teksten als “CP53 is de meest noordelijke”, “CP56 ligt op de lijn van CP52 naar CP54” en ga zo maar door. Snel ontcijferen, en vervolgens opzoeken, de volgorde maakt niet uit, maar de kortste is vast de snelste. Buiten adem vinden we het laatste punt, CP54, uit de serie, rennen door naar CP57 die weer eenvoudig lijkt, en lezen daar (pas) dat huistaak X4 volgt. Intekenen, en gaan, het lijkt simpel. Zie de kaart hier onder, het potloodstreepje. Maar nee, wacht!

Rechts de welke-is-welke posten, en links de eerste peiling van X4, en onze route terug naar de peiling tov CP56.
Rechts de welke-is-welke posten, en links de eerste peiling van X4, en onze route terug naar de peiling tov CP56.

De huistaken waren opdrachten die we thuis al konden voorbereiden, en die een offset, of projectie opleverden ten opzichte van een, thuis nog onbekend, punt. Huistaak X4 gaf een offset ten opzichte van CP56, waar we 7 minuten geleden stonden. Stom! Niet goed vooruit gelezen. Doordat we meteen de fout bij ons zelf legden dachten we er niet aan dat de opdracht wel eens fout kon zijn, ondanks dat X4 pas na CP57 in het roadbook stond vermeld. En dus liepen we terug, gingen zoeken in de achtertuinen waar we ten opzichte van CP56 uitkwamen, vonden niets, en keerden moedeloos terug naar CP57. X4 zouden we overslaan. Er waren verder geen deelnemers te zien. Iedereen was ons voor. Foto550-F4N8CBCQ[1]Achteraf bleek dat het dus een foutje was. Hoeveel teams zijn teruggegaan weet ik niet, maar 9 van de 21 hadden hem uiteindelijk wel goed. En wij hadden hem ook kunnen hebben, als we na CP57 alsnog langs het aanvankelijk berekende punt waren gelopen. Ach ja, dat hoort er bij. 19 minuten had het ons gekost. Met de straftijd*3 regel hadden we er 15 aan mogen besteden. Weer kwamen we langs het klooster, de startlocatie. Gelukkig waren daar nog een paar teams, maar het leeuwendeel was vast al veel verder. Hier begon het 2e deel van de tocht, en we waren precies 3 uur onderweg.

Vertrouwde O kaart.
Allen het zwarte inktpatroon deed het nog…

Er volgden een foto-opdacht (Woudlopers met pijlen volgen), een gewone oriëntatie kaart (gesneden koek, met greppels en kuilen), een daar-trappen-wij-niet-in instinker aan de linkerkant van een pad dat je achterwaarts diende af te lopen, een kaart met lauter paden, een slang (met een echte gespleten tong), en een Oro-kaart, waar alleen hoogtelijnen op stonden. Die laatste was nog knap lastig, omdat de vorm in grote lijnen herkenbaar was, maar op kleine schaal niet heel specifiek.

Slang, maar daar hoef je je natuurlijk niet aan te houden, als je ziet dat de paden soms kaarsrecht zijn, en je weet hoe groot je paslengte is..
Lastig stuk van 23 naar 24. Maar 26 deden we fout.

Het kostte een paar minuten, tot we CP24 hadden gevonden. CP25 was vervolgens een eitje, en CP26 ook, dachten we, maar die bleek achteraf fout. De holle weg omlaag de neus van de heuvel af was niet de geul die op de kaart stond. En dat verklaarde ook waarom CP27 zo veel verder lag dan we dachten. Lastig dingetje. Hierna kwamen we in een stroomversnelling. Peilingen en afstanden zijn makkelijk; ik ken mijn passen. Maar we werden wel moe. Een stuk ploeteren door de doorntakken, die er vanuit de lucht lang niet zo stekelig uitzagen, vergde zijn tol. Het kostte niet alleen tijd. Maar al met al schoot het toch lekker op, en we liepen weer volop tussen de andere teams, wat een stuk minder eenzaam voelde. Intussen dachten we dat we nog steeds alles goed deden, of dachten dat we dat deden, en zo keek ik ondoordacht door een buis, noteerde het nummer (dat op 30m afstand te zien was, en niet op 15m), maar vergat te lezen dat er ook een kijkrichting was, en uiteraard was er een ander nummer te vinden als je andersom door de buis keek. Die Woudlopers! Dit zou onze 4e fout van de dag worden. doorntakkenDe opdrachten hierna waren allemaal toch wat lastiger dan die tijdens de afgelopen anderhalf uur. Misschien met opzet, want op dit punt van de route zou iedereen wel moe zijn. Al lopend een RD-achtig coördinaat omzetten naar een ongebruikelijk geschaalde kaart is niet eenvoudig. En toch moest dat, en diverse projecties maken,  in de laatste paar opdrachten van de route, meerdere keren. Eentje ging er fout, op het pleintje tegenover het kerkhof, waar we voor het gemak voor een koerst van 45° diagonaal het plantsoen overstaken in plaats van de exacte koers te nemen, wat dan weer een paar meter, en 45 strafminuten scheelde. Twee van de slordige foutjes op het eind minder, en we waren nr. 1 geweest! lusjeNiet veel later kwamen we in het zicht van het klooster. Zouden we het laatste lusje overslaan en gewoon terug gaan? Ik keek Mini aan. Het antwoord was duidelijk. Natuurlijk niet! Hier lagen nog 165 punten te verdienen, en het zou misschien een kwartiertje extra kosten. Als de nood aan de man is gaat alles voorspoedig. We vonden alles, en nog rap ook, en kwamen moe maar voldaan het zaaltje binnen, waar iedereen alvast aan de Trappist zat, na te praten en na te genieten van de geweldige tocht. Het was dan ook weer fantastisch weer geweest, en de Woudlopers hadden ons met talloze uitdagende opdrachten en spannende routes flink bezig gehouden. Foto550-3AOSYBLY[1] De prijsuitreiking was spannend, en even dachten we dat we gediskwalificeerd waren, want we werden maar niet opgenoemd. Tot de nummer 2 bekend werd, en wij dat bleken te zijn. Ongelooflijk, maar waar. Dat vormde toch wel de kroon op een uiterst geslaagde dag. Ik houd altijd wel van een beetje statistiek, op basis van de uitslag.uitslag

  • Vorig jaar waren we het laatste team dat binnen kwam. Nu volgden er nog 3.
  • Het snelste team was 43 minuten voor de eindtijd binnen, terwijl wij daar 25 minuten overheen gingen. Dat scheelt een dik uur.
  • De 20 minuten die we kwijt waren om terug te gaan en X4 te zoeken waren de punten die het op had geleverd als we X4 gevonden hadden niet waard. Want het had ons immers 60 strafpunten gescheeld, en hooguit 45 bonus opgeleverd. Verkeerde beslissing.
  • Maar de 15 minuten, en dus 45 punten straftijd, die we aan CP61, X7, X8 en X9 besteedden, hebben ons netto 165-45=120 punten opgeleverd.
  • Twee teams hadden minder dan onze 3 standaard posten fout (of gemist). Maar niemand had alles goed. De overige teams hadden er 6 of meer niet goed.
  • Niet goed waren CP39, de dikke boom op zekere afstand van de kruising, die 29% fout had, CP41, een boom aan een talud, waar 81% de mist in ging, en CP26, een put bovenaan een helling, die 76% fout had. CP61, die 76% fout had, hadden we wonderwel goed. Kortom, onze fouten waren niet uit de lucht komen vallen.
  • 2 specials hadden we niet goed: J, de buis, waar we verkeerd om doorheen keken was door 81% fout beantwoord, en O, de projectie vanaf de ingang van het kerkhof, was voor 76% een instinker. Dat we X4 niet goed hadden zie ik door de vingers, want de opgave klopte daar niet (en 57% had hem dan ook fout).
  • Mooi dat we X en X7 goed hadden, welke beide voor 91% van de lopers te lastig bleken. 18 van de 35 specials werd door minder dan de helft goed beantwoord. Ze waren over het algemeen dus niet eenvoudig. Dan is twee foutjes best acceptabel.
PaperArtist_2013-12-22_01-15-19
De grote fles 7 PK bier die we hebben gewonnen hebben we dezelfde avond nog soldaat gemaakt. En dat smaakte! Hadden we ook wel een beetje verdiend vonden we zelf.