Monthly Archives: October 2011

Wijzen is onbeleefd

“Waar?” “Daar!”, en zij wees in de richting van het zuiden.
“Hoe ver?” “Twee uur gaans.” En hij ging op pad, met zijn gezicht naar de zon. Na precies twee uur zette hij zijn rugzakje neer, pakte er een appel uit, beet er een flinke hap uit, en ging op zoek.
Na ruim een uur gaf hij het op, pakte zijn rugzak weer op, hing hem over zijn schouders, en liep terug. Weer twee uur later kwam hij bij het bankje aan waar zij nog steeds op zat. “Die speld ben je kwijt. Ik zou maar een nieuwe gaan kopen.” En zonder verder wat te zeggen, liep hij terug naar zijn hooiberg.

Beetje sneu natuurlijk, maar je snapt wel waar het aan lag; “twee uur gaans” is natuurlijk wat vaag, en een beetje wijzen naar het zuiden, wat op zich een exacte richting is met onze huidige kennis, klinkt niet echt als een richtingsbepaling met meerdere decimalen.
Nee, we hebben tegenwoordig moderne middelen. Op korte afstanden voldoen een peilkompas en passen tellen (hoewel dat laatste natuurlijk ook in de tijd van de Neanderthalers werkte; maar ze wisten nog niet wat een meter was), en op de langere hebben we bijvoorbeeld GPS-en die een absolute plaatsbepaling leveren.

Wijzen

En zo zou je kunnen zeggen dat wijzen onbeleefd is, net als mensen met een kluitje het riet in sturen, van het kastje naar de muur, en het bos in zonder kompas of GPS en goede aanwijzingen en kaarten. Toch is wijzen heel handig, en dikwijls de beste optie. Wil je weten hoe je naar het station loopt? Je wordt niet blij als die behulpzame dame op straat je een coördinaat geeft, met wat letters en nog meer cijfers: 31 U 670765 5702726.  “Daar heen, vijf minuutjes lopen” wil je horen!

oeufIets moeilijker wordt het als je een vlaggetje of doosje moet vinden, dat een eind verderop ligt, en niet zo makkelijk herkenbaar is als een station, van 300 meter afstand. Laten we het concreter maken: je wilt vanuit N 51° 25.854 E 005° 29.263 precies 1013 meter lopen, onder een hoek van 47° met het noorden. Dan kan het nog mis gaan omdat ik niet zei of je het noorden links of rechts of laat liggen, maar ik had N 51° 26.227 E 005° 29.902 voor ogen. Twee opties: je weet waar je bent (hoop je), op de kaart, en je hebt een gradenboog en schaalverdeling, zodat je kan uitpeilen op papier waar je doel ligt, er even van uit gaande dat je dat vervolgens ook in het echt kan vinden, of je hebt een goed kompas en een absolute stapgrootte, en je loopt er zo ongeveer als hier, in een rechte lijn naartoe. O, ja, je kan ook nog een projectie maken op je GPS, als je die hebt.

Als jet het goed doet, zit je er hooguit 8.85 [m] naast, want dat is de halve afstand tussen twee graden, op die 1013 meter afstand. Niet helemaal niks. Had ik 47,0° gezegd, dan wist je het nog zekerder: op minder dan een meter nauwkeurig. Of niet, want hoe nauwkeurig kan je precies 47 graden uitpeilen, of hoe lang kan je precies met de naald van je kompas op het streepje 313 lopen? En klopt mijn 47 wel, want die heb ik ook maar ooit, wellicht met dezelfde middelen, opgemeten.

Over dit soort dingen gaat dit artikeltje ongeveer. Lees verder!

Koersen

Ik moet altijd even nadenken, wat het verschil is tussen de Engelse termen bearing, course, en heading, en ook tussen het Nederlandse peiling en koers; een mooi woord voor heading kennen we niet, of het moets voorliggende koers” zijn. Dus herhaal ik het hier even, dan onthoud ik het zelf vast beter.

Een peiling is de richting naar een punt. Op ieder moment. Op het kompas is het de richting van het punt waar je heen wilt, afgelezen als de nul van de kompasroos naar het noorden wijst. Dus als een punt zich pas oostelijk van je bevindt loopt de lijn naar dat punt vanuit het midden van de roos over de 90 heen. Als je dat punt peilt lees je 90° af: de peiling, of eng.:bearing. Loop je een stukje naar het noorden, dan verschuift de peiling naar een groter hoek (in dit voorbeeld).

De koers (eng.:course) is de lijn die je wilt volgen om ergens te komen. Dat lijkt het zelfde, maar de koers verandert in eerste instantie niet als je beweegt, en afwijkt van de koers. De peiling naar je doel verandert, en je ligt niet meer op koers”, maar de koers blijft onveranderd. Tot je besluit en nieuwe koers te varen, lopen, vliegen, om bij het doel te komen. Dat mag, maar dat doe je niet meteen, want dikwijls is die koers niet voor niets gekozen. Als je een lijn op de kaart tekent, of denkt, is dat de koers. En die hoeft niet altijd direct naar het doel te lopen, bijvoorbeeld omdat daar een berg, een meertje of een eiland tussen ligt. Kortom, vaak is de koers slim gekozen, en niet de kortste, maar wel de snelste weg naar het doel. Met andere woorden, vaak wil je terug naar de koers als je er van afwijkt, en verleg je niet meteen zomaar de koers. Was je vanaf het begin af aan op koers gebleven, dan was de koers wat het kompas al die tijd aan had gewezen.

Tenslotte het Engelse heading (mocht je een mooie Nederlandse term hier voor kennen, onder aan deze pagina is ruimte voor commentaar): eigenlijk is dat waar je neus heen wijst, of je een boot, een vliegtuig, of een loper bent. Heeft dus niets met koers en peiling te maken, maar als je vooruit gaat, en een doel voor ogen hebt, komen ze vaak toch wel in de buurt. Het is de kompasrichting die overeenkomt met je eigen voorkant. Echter, niet altijd ga je ook die kant uit. Een vliegtuig met zijwind, een boot die verlijert, een loper met een scheve neus, allemaal gaan ze een ander kant uit dan waar hun neus heen wijst. Geen probleem als je weet wat de afwijking is.

Duidelijk?

Kompas

Ik heb al een paar keer “kompas” gezegd. Handig ding. In essentie is het een apparaatje met een wijzer, een pijl, een naald, die gemagnetiseerd is, en waarvan de magnetische zuidpool van een markering, een pijl of een kleur, is voorzien, die naar de Noordpool wijst, mits deze naald vrij kan draaien. Van alles wordt toegevoegd, vloeistof, spiegels, lenzen, om het kompas nog bruikbaarder te maken, maar de magnetische naald is essentieel. Doorgaans is er nog een roos, met een graden-verdeling die meedraait met de naald, of een schaalverdeling die stilstaat, waar de naald een waarde op aanwijst. Zo kan je ook nauwkeurig in andere richtingen dan het noorden of het zuiden gaan.

Meer…

Op dit moment ben ik even uitgeschreven. Maar er komt meer.

Links

Deze links wil ik alvast niet onthouden:

  • Als je nauwkeurig een peiling wilt maken, en de koers en afstand wilt bepalen vanuit je huidige positie naar een ander punt, gebruik makend van de coördinaten van start- en eindpunt, gebruik dan dit online tool.
  • Wil je juist een projectie maken, uitgaande van je huidige coördinaten, en de hoek en afstand naar het doel, gebruik dan deze link.
Omloop Jan-Gerard

Tweede KOVZ OL training 2011: waar moet je het zoeken?

Deze zaterdag, 15 oktober, precies een maand na de vorige training, vond de 2e KOVZ OL-training plaats. Dit keer in de Bestse Bossen, startend bij Joe Mann. Daarmee was het verzamelpunt in elk geval een stuk makkelijker te vinden. Maar de training werd er niet voorspelbaarder op, en dat was mooi!
Een origineel stukje werk van Peter Bleyens, die dit keer voor elke loper een eigen route had gemaakt: op de kaart die ik kreeg stond dan ook, in het bekende magenta, mijn eigen naam! En ieder ander had zo zijn persoonlijke kaart.

Omloop Jan-Gerard
mijn eigen persoonlijke route

De kaart voerde langs 13 controleposten, letter-pons-tangen dit keer, maar voor iedereen in een andere volgorde; zo konder er 622702080 lopers meedoen, met ieders route een eigen lengte, gerangschikt naar niveau.

Maar dat was nog niet alles: de posten stonden niet op de kaart. Ook niet een beetje. “Hoe je ze dan kon vinden?”, vraag je je af. Simpel: wat wel op de kaart stond was de te volgen route, heel precies ingetekend, zoals je die ook zou lopen als je de genoemde posten aan zou doen als je wist waar ze lagen. En vervolgens, door slim te redeneren -“Waarou zou hij hier nou van het pad zijn gegaan? Omdat er wat ligt, toevallig?”- kon je achterhalen waar een post zou moeten zijn, in combinatie met de bekende control-description sheet de we allemaal vooraf gekregen hadden. Stond daar bijvoorbeeld dat de volgende post op een heuveltje moest liggen, dan kon je dat weiland overslaan met zoeken, en pas bij het relief in het terrein gaan zoeken.

En dat was juist de opzet van de training: het stoplicht principe, groen – oranje – rood, ruw orienteren – zorgvuldiger – fijn orienteren. Na een paar posten herkende je dat goed op de ingetekende kaart.

Dat was althans de theorie. In de praktijk was het soms nog best lastig om het onderscheid te maken tussen “de lijn van de snelste route richting de volgende post”, dwars door bos tussen twee paadjes, en “fijn-orienteren van het pad naar de vlag”, als je al vlakbij was. Zeker op het end ben ik daardoor in eerste instantie twee posten voorbij gelopen, en, vooral omdat ik de indruk had dat ik al lang niets meer was tegengekomen, ben ik teruggekeerd om ze te gaan zoeken. Wat terecht bleek.

Hollen en Stilstaan
Hollen en Stilstaan

En dit is het resultaat, waarop het geel van het stoplicht alleen ontbreekt, maar groen en rood duidelijk te zien zijn, als “hollen” en “stilstaan”. Zo’n beetje.

Achteraf had mijn route wel wat langer gemogen. Ik was, na A3, de eerste die terug was op de parking (alleen stond mijn laatste punt niet op de kaart, dus kon ik die nooit vinden). Wellicht met de 21 km van vorige week nog -conditioneel gezien- in de benen, had ik wat extra lucht onderweg om te blijven sprinten. Dat wordt dus een mooi seizoen, als ik dat vast kan houden. Maar omdat er nog tijd genoeg was kon ik er een paar km aanvast plakken om de posten in te gaan halen, dan hoefde Peter dat niet allemaal zelf te gaan doen. Overigens nog best een klus, want als je vanuit de andere richting komt zien de verstopplekken er totaal anders uit en kon ik helemaal opnieuw gaan zoeken.

Ik kijk alweer uit naar de volgende training: Memoriseren en Visualiseren. Als dat maar goed gaat…

Snelheidsprofiel

Helemaal gaan voor het halve werk: Halve Marathon Eindhoven 2011

Nou ja, halve werk, ik vind eenentwintigduizendvijfennegentig meter toch al een behoorlijk stuk. Een langer stuk heb ik zelden gerend. Morgen wordt weer zo’n gelegenheid: de Halve Marathon van Eindhoven (er is ook een Hele, trouwens, maar die is twee keer het zelfde rondje).
Dit keer wil ik hem onder de anderhalf uur gaan lopen. Dat is me in elk geval nog nooit gelukt. Vorig jaar een keer geprobeerd, maar toen halverwege tot de conclusie gekomen dat ik 14.1 km/h niet langer volhield, en teruggezakt, naar uiteindelijk iets van 1 uur 34 minuten. Wat scheelt het? Toch ruim 10 seconden per kilometer. Morgen dus moet ik gemiddeld minder dan 4 minuut 16 lopen per kilometer. Ja, ik heb alles uitgerekend.
Uit mijn onderzoek van eerdere uitslagen is gebleken dat de snelle lopers doorgaans een hele vlakke tijd lopen, de snelste zelfs steeds sneller gaan, terwijl de lopers achteraan alsmaar langzamer gaan. Ik concludeer daar uit dat de beste strategie is om zo constant mogelijk te lopen. Ik ga daarom een schema volgen dat begint op 1:30′ te mikken, en hooguit twee seconde per km sneller is, om iets van marge op te bouwen voor het eind.
Maar hoe houd je dat bij? Doorgaans neem ik mijn GPS mee onderweg, die me vertelt hoe ver het nog is, hoe veel ik al heb gelopen, hoe lang, mijn gemiddelde snelheid, wat de geschatte aankomsttijd is, en hoe lang dat nog gaat duren. Oh, ja, ook de huidige snelheid, maar daar zit typisch ±2 km/h ruis op bij lage snelheden, dus die is niet echt bruikbaar. Echter, ik heb besloten dit keer zonder ballast te gaan lopen, dus de GPS blijft thuis. Blijft over de bordjes langs de route. Volgens de Marathonorganisatie staan die er elke km. Lastig is wel dat de kilometer aanduidingen op de officiele marathon-kaart niet helemaal kloppen, en dus de tussentijden niet op de seconde nauwkeurig zullen zijn. Zouden ze in het echt wel op de juiste plek staan? Het wordt dus een beetje gokken. We zullen zien.
Maar mentaal ga ik er in elk geval helemaal voor. Ik heb me die 1:30′ voorgenomen, en ik ga hem lopen ook. Voldoende drinken onderweg, maar vooral tevoren, en vooraan starten. Dat zijn de aanwijzingen van mijn fysio, die me van een lastige blessure af heeft geholpen, maar die me ook met het trainen min of meer gecoached heeft. Echt geweldig! Hij zou ook nog ergens langs het parcours staan, dus ik ben hem ook wel verschuldigd dat ik mijn tijd haal. Jeroen Wilken is zijn naam, en ik kan hem iedereen aanraden die, in elk geval met hardlopen, een blessure heeft.
Maar ja, of ik iets van de mensen langs het parcours zie weet ik niet. Want ik sprak gisteren met iemand die vertelde dat normaal gesproken de hersenen 20% van het energieverbruik van je lichaam voor zijn rekening nemen. Laat dat 500 kcal zijn op een dag. Nou verbruik ik met mijn gewicht op een halve marathon ook iets van 2000 kcal, las ik ergens, dus niet denken is een kwart daar van. Nou zal dit niet zo zwart-wit zijn, maar het zegt wel wat.
Kortom, helemaal gaan voor de halve marathon is verstand op nul. Niet zeuren, maar lopen.

Achteraf: 1:30’49”

Net te langzaam! 1:30:49 was mijn tijd, officieel. Horloge liep iets langzamer dan de MyLaps klok, maar dat maakt het niet goed. Een sprintje de laatste km wist het ook niet goed te maken. Het ontbreken van kilometeraanduidingen langs het parcours, vanaf een km of 8, zou een verklaring kunnen zijn, maar ik had natuulijk zelf ook strepen op de weg kunnen verven. Behalve “Henk, nog even, bijna halverwege” en “Fred, harder, man!” had er ook kunnen staan “16 km” of zo. Of ik had beter zelf mijn kaartje met tussenafstanden in de gaten kunnen houden. Of een GPS meenemen, zoals alle voorgaande jaren. Nee, het enige excuus is dat ik niet hard genoeg gelopen heb. Beetje reserve inbouwen volgende keer. Op 1:28 lopen als je 1:30 wilt finishen. Zo iets. Niet te lang over piekeren; rennen is zo simpel.
Maar gelukkig vond ik nog een man of 10 na afloop die wilden helpen deze miserie te vergeten, en we zijn enthousiast aan het bier geschoten. Heer-lijk, na een week zonder alcohol en ander pils. En zo liep het toch nog goed af.

1:30′

1:30’Zo kan je het ook zien. Optimist! Mijn snelste tijd ooit. We zijn weer een dag verder, en ik kijk er anders tegenaan dan gisteren. Ik had zelfs nog wat over om er een eindsprint uit te persen.  Even zakte het tempo kennelijk wat in, tussen 10km en 15km, waar de kilometer-aanduiding begonnen te ontbreken, maar daarna kwam ik weer een stuk terug met een hogere snelheid. Alleen was het net niet genoeg voor 1:29’59”.
1:30’49″Dat is het geworden. Niet helemaal volgens mijn tabelletje: . En dat was, achteraf gezien, vooral teleurstellend gezien de voorbereidingen: alles plannen, zelfs op een kaartje uitmeten waar de kilometerpunten wel zouden moeten liggen, tijden uitrekenen, en in eerste instantie strak aan mijn schema vasthouden. .
Geklaag jegens de organisatie is enerzijds terecht: veel mensen misten de km borden, en volgens mensen van de marathon organisatie zelf hadden de borden van de hele verplaatst moeten worden zodra de halve van start ging, en was dat vervolgens niet gebeurd. Maar goed, je maakt je wel afhankelijk als je daar op vaart. Ik had dus beter een ander tabelletje kunnen maken, dat uitgaat, voor de 2e helft, van de afstanden van de hele marathon, tot aan de finish. Dus 1 t/m 10 km, en vervolgens 32 t/m 42. Met iets aangepaste tijden. Zoals deze: . Of ik moet volgend jaar met een pot verf aan de slag. Wie weet. Of komt de GPS weer terug komend jaar? Ik vond het wel ontspannen zonder, maar ja, boven de 1:30′ lopen terwijl je er onder wilt eindigen is sowieso iets te ontspannen…