Monthly Archives: November 2011

Oostelbeersche Heide

Het seizoen is weer begonnen! En ik heb er zin in. Zo veel zelfs dat ik een aantal collega’s enthousiast heb gemaakt, om een keer mee te doen, maar natuurlijk ook om vaker dan eens te gaan oriëntatielopen. Dat eerste is gelukt, dat tweede hopelijk ook. En laten er meer volgen.

Helemaal fit was ik niet gestart. Niet alleen omdat ik 20 km op de fiets tegen de wind in naar de start was gereden, maar ook omdat ik alweer een tijdje niet had gerend. Direct na de start liep ik tegen een tak, wat een zeer oog opleverde. Volgende keer een veiligheidsbril op?

De rode lijn is hoe ik heb gelopen, maar wat "fout" was. De groene lijn is ofwel ook mijn route, waar het de juiste (volgens mij) was, ofwel de route die ik beter had kunnen volgen.

Op weg naar de 4e post liep ik hopeloos te verdwalen. Er bleken wel meer moeite mee te hebben, maar het is toch zonde. Zeker als het drie pogingen met her-oriënteren kost. Dan had ik het net zo goed de 1e keer meteen goed kunnen doen.

Dat was post 4. Naar 5 ging prima, maar op weg naar 6 heb ik wel een hele lange route gekozen. Daar staat wel tegenover dat het prima doorliep over de paden, en ik geen tijd met zoeken heb verloren, maar de rechte lijn was toch sneller geweest, zeker omdat er een goede stoplijn achter 6 lag in de vorm van het open terrein.

Een paar posten ging het goed, tot ik op weg van 8 naar 9 een 90°-fout maakte. En hopeloos van de kaart af liep. Even zag ik een jagersstoel die ik ook op de kaart herkende, maar dat bleek een andere te zijn. Kostbare minuten tikten voorbij.

Nadat ik weer op het juiste spoor, en vooral op de kaart, dacht te lopen, kwam ik op een gegeven moment Ralph tegen, en vertelde hem van mijn buiten-de-kaart avontuur. Des te verbaasder was ik toen hij zei dat we er op dat moment net af waren: ik had nog steeds niet de juiste plek op de kaart gevonden.

Vanaf dat moment nam ik geen risico’s meer. Ik besefte dat ik niet scherp genoeg was om geen fouten te maken, en dan kan je ze maar beter vermijden. Maar het was al geschied: ik was moe geworden van de extra kilometers, en dan kom je in een vicueuze spiraal. Zo gingen er nog een paar dingetjes fout, en kwam ik redelijk uitgeteld bij de finish aan. Maar zo te zien wel opgelucht dat ik hem, zonder enige post te missen, had gehaald.

Toch een interessante loop. Vooral een pittige, vond ik, want sommige posten waren echt goed verstopt in de natuurlijke schuilplaatsen die het terrein bood. Het leek wel geocaching. Tel daar bij heel veel micro-relief en een overvolle kaart, en ik zie al snel door de bomen het bos niet meer. Maar aan de andere kant was het ook wel een nieuwe uitdaging: op een kaart zo vol controleposten en relief-lijntjes uiteindelijk alles vinden. Zodat ik toch voldaan in de enorme tent die de organisatie geregeld had terugkeerde.

Wat heb ik geleerd? Dat ik moet inschatten welke risico’s veilig zijn en welke niet. Want eigenlijk zie ik tevoren al vaak dat een post lastig gaat worden. Dikwijls gok ik er dan op dat het ter plekke wel duidelijk wordt, en ik de post zie staan. Soms heb ik dan geluk, maar ook vaak blijkt het slecht uit te pakken. En dat betekent dat ik toch vaak tevoren het juiste gevoel heb, of het lastig wordt of niet, maar niet altijd passend reageer. Dat kan beter.

Naderhand volgde nog een kleine challenge om de uitslagen uit de Helga-laptop te krijgen, want er was iets mis gegaan. Maar uiteindelijk is dat, met hulp van wat Matlab, gelukt, wat weer een hoop inzicht opleverde in de gebruikte appratuur en programmatuur. Ook leuk, en leerzaam. Volgende keer maar eens zelf achter de secretariaat-tafel gaan zitten.

Eindelijk weer een nacht-OL

Eindelijk weer eens een nacht-OL gelopen. Leuk dat het was! Een stuk beter dan vorige week, ging het, en dat scheelt. Eigenlijk maar een enkele kleine foutjes gemaakt, maar allemaal acceptabel. Niet echt vanwege verkeerde route-keuzes.

Het begon met wat twijfels. Ik had met Ralph afgesproken om mee te rijden, maar ik voelde me verre van lekker. Niet alleen omdat ik wat te zwaar gelunched had. Maar, niet zeuren, was het devies, en als ik eenmaal aan het lopen ben ligt mijn focus helemaal daar op.

Koud was het wel, dus met een thermo, een sport-fleece, en een ASML-windjack, op pad. Geem moment heb ik het, al lopend, koud gehad, maar warm ook niet. Opvallend was dat mijn jack wel helemaal nat was aan de binnenkant na afloop, dus genoeg is er wel gezweet. En wat ik aan had was precies goed.

Materiaal

Even was ik zenuwachtig of ik wel de juiste spullen bij me had. Kleding bleek OK. Had ik een bril tegen de uitstekende takken op moeten doen? Vermoedelijk was die meteen beslagen in de mist. Overdag maar eens proberen. Maar belangrijker in het donker, hoe kan het ook anders, is het licht.

Een hoofdlampje leek me handig voor het lezen van de kaart. Fel genoeg om mee te kijken waar ik liep was dat lampje van Xenos, van 3 euro, niet. Maar met de mist gaf het toch een hinderlijke waas voor mijn ogen, dus verplaatste ik het lampje van mijn voorhoofd naar mijn hals. Maar daar bleek het niet handig, want de bundel scheen meer op mijn borst dan op de kaart. Volgende keer zal ik hem aan moeten passen zodat hij meer naar voren schijnt; zo kan een kaart-lamp wel heel handig zijn.

Want mijn andere lamp, een Philips SFL7380, met een 3W Luxeon LED, die normaal iets van 60 lumen geeft bij 3.8V voeding, doet het op 3 lithium batterijen toch een stuk krachtiger, met een voeding van zo’n 4.8V. Zo fel dat je verblind bent als je direct op de kaart schijnt. Maar om mijn weg te vinden was hij zeker niet verkeerd. Alleen heb je geen handen vrij om kaart te lezen. En zit hij de EMIT in de weg, die ik ook in de niet-kaart-en-kompas hand heb. Da’s alles. Maar het heeft zo wel zijn voordelen:

  • In de mist is een lamp verder van je ogen een stuk aangenamer, want je kijkt niet tegen de reflectie van de verstrooiing van de bundel aan.
  • Je kan makkelijk heen en weer schijnen, op zoek naar een reflectie van een post. Sneller dan je met je hoofd kan draaien.
  • Als je een reflector zoekt kan je altijd nog de zaklamp bij je ogen in de buurt houden, om een betere reflectie te krijgen.
  • Je kan de bundel naast de kaart richten; met een hoofdlamp schijnt die altijd waar je kijkt.

Kortom, een zaklamp is zo gek nog niet. Maar toch ga ik het eens proberen met een hoofdlampje, zodra de made-in-China Cree XM-L T6 die ik een maand geleden besteld heb, binnen is. 12oo lumen! Als ik de specs moet geloven.

Donker is makkelijk

Je kan hier leuk zien hoe mijn route zich verhield tot die van de anderen. Zo zie je dat ik naar post 2 en 20 bijzonder langzaam was, want iedereen was sneller, maar op weg naar 6, 10, en 11 weer relatief snel (de andere lijntjes liggen onder mij). Posten 6, 10, 11, 12, en 18 waren lastig, maar heb ik zo te zien best snel gevonden.

En dat meen ik serieus. Net als ik autorijden in het donker aangenaam vind, omdat je alleen ziet wat je moet zien, zie je bij een OL in het donker ook bepaalde details makkelijker, zoals de reflector op de post. Het gaat dus meer om het plannen van de route, dan het zoeken naar de posten zelf, en volgens mij is dat ook meer het idee achter orientatielopen.

Aan de andere kant, je kan wel makkelijk achter anderen aanlopen. Volgens mij zie je ook in de splits-grafieken, dat er meer groepjes ontstaan: kijk maar eens naar de “Race graph” in de Splitsbrowser. Vooral het zoeken naar de post. Opeens zie je een lampje in de verte stilstaan, omlaag richten, en plotseling omdraaien en weglopen. Aha, daar moet je dus zijn. Ralph vertelde me dat hij vroeger vaak zelfs zijn lamp uit deed vlak bij de post, en pas weer aan als hij weer weg was, om anderen niet te veel te helpen. Is het flauw, om hier gebruik van te maken? Welnee, iedereen zou het doen. Maar eenmaal in een groepje bij elkaar raak je de volgers niet zo makkelijk weer kwijt. Ben je slecht in zoeken, dan heb je voordeel, maar vind je makkelijker de posten dan anderen, dan werkt het tegen je.

Kaart

(klik op de kaart om naar een grotere kaart te gaan)

Ik ga niet de hele route in detail beschrijven, en mijn beslispuntjes uitleggen. Kijk zelf maar naar de kaart van mijn route. Er zijn wel een paar punten waar ik wat sneller had kunnen zijn. De route naar 1, de vergissing bij 2, de omweg naar 4, klein foutje bij 9, en net na 15, en het zoeken naar 17. Verder ging alles redelijk ideaal.

Het eerste stuk was even wennen. Vooral aan de mist. Geklungel met mijn lampjes, te weinig handen, en een gevoel van tijdsdruk waardoor het eigenlijk wat minder efficiënt werd.

Daarna ging alles eigenlijk heel soepel. Niet alleen ik maakte gebruik van andere lampen, anderen hebben duidelijk profijt gehad van mijn af-en-toe snelle post-vondsten. Vaak bleek het sneller om over de paden te lopen, behalve dan het lange stuk naar post 4, waar we (dat stuk kwam ik Ralph tegen, en we liepen even hard) denk ik beter door kunnen steken naar de open plek net oostelijk van het pad. Het was immers goed doorloopbaar bos (volgens de kaart).

Ondanks de lampen om me heen overal zelf gezocht, behalve op weg naar 12. Daar liep zo’n kluit lopers om me heen, dat iedereen achter de voorste aan rende. Leek wel veilig. Achteraf was het westelijke pad denk ik toch te beste optie geweest, alleen riskant hoe ver je moest doorlopen voordat je het oostwaarts het bos in moest naar de post.

Maar wat me vooral opviel was de vele tijd die ik stilstond. Als ik gemiddeld tussen de 4,5 en 7,5 min/km loop, en het gemiddelde over de hele loop op bijna 12 min/km uitkomt, dan sta ik de halve tijd stil. En bij de posten heb ik 21 minuten binnen de 45 meter van het punt gedraald, wat ook vooral kaartlezen is. Kortom, als ik wat wil verbeteren, zal ik, behalve beter kaartlezen, vooral korter moeten kaartlezen. Dat kan nog een uitdaging worden. Een handiger lampje is één, maar lezen tijdens het lopen, en minder vaak lezen -beter onthouden- is nog belangrijker.

20% van de tijd stond ik de kaart te lezen. En even lang liep ik langzamer. Daar valt nog een hoop te verbeteren.

Ik denk dat vooral daar veel te halen valt. Dat wordt dus een aandachtspuntje voor de volgende keer.

GPS trackloggertje kwijt

Mijn ene GPS-tracker heb ik uitgeleend (de iGotU; die ligt al een half jaar in Den Haag) en de andere ligt ergens op de Oostelbeerscheheide. Hij weet waar hij is – ik niet. Verloren onderweg. Zonde. Het was wel mijn favoriete, de Qstarz BT-1000X. Wat doe je er aan? Ik heb zoveel rare routes gelopen tijdens de OL daar, en ben op plekken geweest die ik me niet meer kan herinneren (omdat ik niet wist waar ik precies was), dat ik hem nooit meer terug kan vinden. Bovendien was de helft van het terrein bedekt met losse herfstbladeren, en de andere bestond uit los zand, zodat hij ongetwijfeld ergens onder ligt.  De enige oplossing is een nieuwe bestellen. Bij www.snelwebshop.nl dan maar weer?

Zo gezegd, zo gedaan. Want het is toch wel erg leuk om je route achteraf te kunnen bekijken.