Category Archives: Wedstrijd

Cherrypicking om Twickel

‘Onderschat’ is een understatement. Áfzien was het. Maar te doen. En ook mooi. Maar een overdaad aan CP’s en overmaat aan kilometers. Gebrek aan tijd hoor je ons niet over klagen, met nog ruim 2 minuten over tot het moment du disqualification. Had het langer geduurd, dan hadden we langer af moeten zien. Dat we tientallen punten moesten overslaan wegens tijdgebrek deert niet, want alle anderen sloegen meer over. En dus gingen we met de eerste prijs naar huis. Kort samengevat.

Aan het begin van etappe 1 wisten we het nog niet. Dat “CP 213 was vervallen”, zoals ons bij de briefing werd meegedeeld, en waar hartelijk om werd gelachen, bleek geen grap, en hoewel niet elk nummer bleek te bestaan, nummerden de CP’s wel degelijk van 1 t/m 235. Het was dan ook niet te doen om overal langs te lopen, tenzij je ze al wist te hangen en binnen een paar seconden de nummers kon noteren. Maar omdat we soms toch wel een paar minuten liepen te zoeken, en bovendien niet alles vonden, werd het aan het eind van etappe 1 toch echt cherrypicking, en moesten we de iets afgelegener punten overslaan om de deadline voor deze etappe niet meer dan een uur te overschrijven. 1 uur was het maximum, om diskwalificatie te voorkomen.

Dat was toch wel even slikken. Normaal gesproken lukt het ons prima om alle CP’s af te lopen binnen de tijd. Maar vorig jaar, ook bij deze wedstrijd, was het op het eind van etappe 2 ook al kritisch. Alleen bleek toen dat de CP’s van etappe 3, de laatste etappe, zo dicht bij elkaar lagen dat we bijna een uur over hadden op het eind. En we dus beter wat straftijd, maar wel een flink aantal extra CP’s, bij etappe 2 hadden kunnen meepakken. En dit jaar? Geen idee. Maar etappe 1 is al krap, en we slaan wat punten over. Blijkt etappe 2 al helemaal niet te doen. Misschien met een dik uur extra was het gelukt, als we etappe 1 hadden ingekort. Maar ook etappe 3 is krap, en eigenlijk hebben we overal punten moeten laten liggen. Hadden we beter in etappe 1 wat kunnen overslaan en in 3 extra meenemen, zodat in elk geval de straftijd van etappe 1 minder was geweest bij een gelijk totaal aantal punten? Tja, dat denk je dan achteraf pas.

Etappe 1

De race start met een puzzeltje. Morse code, cijfers, het coördinaat van de eerste kaartwissel, tevens beging van etappe 2. Het punt staat al op de kaart getekend, maar die kaart krijg je pas als je het juiste coördinaat hebt laten zien. Morse code is voor ongeoefenden best lastig. Gelukkig zit de zaal daar vol mee. Na een keer of honderd het riedeltje piepjes gehoord te hebben begint het systeem te dagen, hoe je hier naar moet luisteren, en als het dan lukt is het ook in 1 keer goed. De truc lijkt: luisteren of een teken met een lange of een korte piep begint, en dan het aantal lange piepjes tellen; de korte gaan te snel. Dan krijgen we de kaarten. Intekenen, snelste route bepalen, en gaan!

Het is meteen al flink zoeken bij de eerste 3 punten. Een ingetekend punt onder een spoorbrug (CP84) is zo lastig te vinden, terwijl we met 10 teams staan te zoeken, dat we heel blij zijn als we überhaupt een nummer zien. Blijkt het achteraf vals te zijn.

Een tijdje loopt het daarna lekker, al moeten we lang zoeken bij CP99, waar tegenwoordig een snelweg loopt. Het is wat gissen hoe de oude weg liep, zoals die op de kaart uit 1938 staat.

Tot aan het 16e CP schiet het dan weer lekker op, maar dan komen we de eerste (niet) tegen die we niet kunnen vinden. Toch een flinke tijd lopen speuren, en hoewel we eventjes alle andere teams achter ons hadden gelaten, voegen die zich ook bij ons. Achteraf is dat punt gewoon weg of hangt verkeerd, want helemaal niemand heeft het gevonden (en 2 teams hebben een vals nummer genoteerd). Maar ja, dat is retrospectief. Op het moment dat er niets wordt gespot is het frustrerend, en steekt dat tussen de spaken van het wiel dat zo lekker liep. Zo’n gevoel kan je de hele dag achtervolgen.

Of niet. Want, nadat we een behoorlijk aantal punten weer soepeltjes vonden, blijkt dat etappe 1 toch wat lang is, en we punten moeten laten liggen. Het gevoel dat we CP107 niet hebben gespot wordt langzamerhand overschaduwd door een heel andere gedachte: zonde dat we zo lang hebben lopen zoeken. Daar was helemaal geen tijd voor.

Soms moet er wel wat langer gezocht worden, als we net een paar honderd meter uitgeweken zijn naar een wat afgelegen punt. Twijfel bij CP224 dat aan de waterlijn moet hangen, maar misschien is de waterpoel opgedroogd waardoor het 10 meter scheelt. En CP206 hangt dan weer verder dan gedacht. Samen met het team dat 2e wordt lopen we daar een tijd tussen de muggen te zoeken. Wij vinden hem uiteindelijk, omdat ik hen ineens weg zag lopen, en daarom loop naar waar zij net vertrekken. Blijkt dat dat was omdat ze het lang genoeg hadden vinden duren, en het punt ongevonden achter zich lieten. Geluk.

Er zijn van die dingen die ik achteraf niet begrijp. Zo noteerden we bij CP201 een vals nummer. (Overigens noteerde iedereen daar een fout getal, dus de vraag is waar het dan aan lag.) Volgens het roadbook zou de info er voor bij CP195 hebben gehangen. Zoiets kan ik me ook herinneren. Ergens aan de weg naar het zuiden vonden we dacht ik iets. Maar het vreemdst is nog het punt waar we vanaf CP198 naar zochten. Ook daar stond op het kaartje een projectie voor een ander punt. We hebben daar op iets van 175 meter, 180 graden (volgens de kaart met mijn GPS track; ik heb geen aantekening kunnen vinden), lopen zoeken naar een kaartje aan een pad. Best lang. We zijn het enige team dat CP198 überhaupt vond, dus ik kan het ook niet aan iemand anders vragen. Maar waar hebben we naar lopen zoeken? Op het roadbook staat geen enkel punt waar CP198 naar zou verwijzen. Alsof we een zonnesteek hebben opgelopen. Waarom? Of stond er toch iets op dat kaartje, onbedoeld? Wie zal het zeggen.

Maar dan komt het grote overslaan. De tijd dringt. En dus laten we 6 punten liggen, en houden we het bij nog 2 (CP231, door 2 teams gevonden, en CP205, door helemaal niemand gevonden) na kort zoeken voor gezien.

Bijna een uur over de (zachte) deadline komen we -met de nodige strafminuten- 3 valse CP’s, 3 niet gevonden, en 6 punten overgeslagen, bij de kaartwissel. Altijd grappig hoe je na verlaten wildernis ineens op een overvol terras staat vol bierdrinkende dagjesmensen. Minder grappig dat we in de stress zitten vanwege de tijd. En het is me ook nog steeds een onaangenaam raadsel waarom CP136 fout blijkt te zijn. Maar daar zullen meer teams zich over verbazen, want iedereen had dat punt fout, blijkt.

Etappe 2

Met de nodige achterstand qua tijd beginnen we aan etappe 2. Het zijn ontzettend veel punten. Het lijkt handiger om tegen de klok in te lopen en aan het eind wat punten te laten liggen. Maar of dat de juiste strategie is moet nog blijken. Het begint in elk geval niet goed. Patrick gaat door zijn enkel, en we doen even rustig aan. Niet rustig genoeg om het juiste CP36 te noteren, dat tricky blijkt vanwege de grote weg die na 1961 (de datum van de kaart) is aangelegd en waardoor alles er nu anders uitziet. Het is een punt ergens aan wat toen een recht pad was, halverwege het één of ander. We zijn wederom in goed gezelschap, want meer teams noteren het foute dan het goede nummer.

Één puntje (CP44) kunnen we niet vinden, en vijf andere onderweg slaan we over vanwege de tijd, voordat we het roer omgooien. We besluiten een lus langs 12 punten, die nog minstens 6 km aan de route had toegevoegd, rechts te laten liggen. Meer het kost wel weer ruim 1,5 km, een discussie met een watermolenaar omdat we over een drijvend ponton rennen dat kennelijk niet als oversteekplek over het watertje bedoeld is, en enige momenten van verdwaaldheid omdat we tussen twee kaarten in lopen, voordat we weer op het rechte pad komen. We pakken nog 5 CP’s mee (waarvan er 1 vervallen blijkt) voordat we terug komen bij het alsmaar drukker wordende terras aan de rand van Delden. Ideaal, zo’n Garmin Fenix 6 met draadloze betaaloptie, want anders zonder cash geen 2 ijskoude cola. En nu wel!

Etappe 3

De laatste etappe begint om 15:45 met een eerste punt dat we niet vinden, wat de verhouding van wel-tegen niet-gescoorde punten op de eerste kaart van deze etappe op 10 tegen 12 brengt. Het is nog tricky om de watermolenaar van de vorige etappe te ontlopen bij CP158, maar we slagen er toch in.

Paars is niet gevonden, rood is niet gezocht.

Bij de tweede kaart van de laatste etappe voelen we iets meer lucht, en scoren 12 CP’s (terwijl we er 3 laten liggen), maar het is toch nog redelijk opschieten. Een schatting van de resterende kilometers en resterende minuten lijkt te laten zien dat we het nét aan gaan redden. De harde deadline is om 17:30, dus we hebben 7 kwartier voor deze laatste 12 km. Maar dat laat niet veel tijd over om punten te zoeken, als je bedenkt dat we over de eerste 38 km zo’n 6:15 uur hebben gedaan. Dat is dan exclusief intekenen; dat kost ook anderhalf uur bij elkaar, op de hele dag.

Dan, eindelijk, lopen we de laatste kaart op. Moe van de kilometers, dorstig van de warmte, pijnlijk van het lopen. Het is nog zo’n 2,5 km gaans, maar we hebben nog maar een half uur de tijd. En geen minuut meer, want de zachte deadline is dan net ingegaan. 10 CP’s: dat is wel de moeite waard. Zouden we ze allemaal nog vinden? Ergens bij een vijvertje zoeken we een paar minuten: niets. Één team vond dat punt wel, dus het was er. Maar het komt nu op minuten aan of we nog op tijd zullen zijn. En daarom lijkt het goed uit te komen dat we CP126 zien hangen, ergens voordat we CP127 tegenkomen waar de aanwijzing naar CP126 zou moeten staan. Ik tel alvast de passen en de afstand klopt met de projectie die niet veel later bij CP127 als opdracht op het CP-kaartje staat. Des te vreemder als dit punt achteraf toch fout blijkt. Maar goed, nu geen tijd om daar over te piekeren: dóórlopen! Dwars door de brandnetels naar CP83 (die we niet kunnen vinden); maar de pijn, of is het jeuk, geeft genoeg adrenaline om nog even vol te houden tot de finish. Met nog 2 minuten over, op een route van bijna 51 km, en 9 uur onderweg: “op de valreep” is geen understatement.

Bovendien hebben we 8 van de tien foto’s van de fotospeurtocht die door de route verweven was in het voorbijgaan gespot. Eentje fout, die van dat hek dat we drie varianten tegenkwamen, en waarbij we telkens keken of er toch niet óók een CP op hing, maar kennelijk net de juiste niet hebben gezien. Wat maakt het uit?

Epiloog

Een voldaan gevoel. Want we hebben toch maar weer de 1e prijs in de wacht gesleept. Door een combinatie van lekker doorlopen, slim plannen, en op de juiste momenten wat punten overslaan. Al had het niet veel uitgemaakt waar op de route we dat deden, want alle drie de etappes hadden een overmatig aantal CP’s en kilometers. Het werd dus een beetje cherry picking onderweg, al hadden we dat in het begin nog niet door. We hadden nog iets meer low-hanging fruit kunnen scoren op het eind en de 2e etappe als we minder tijd tijdens etappe 1 hadden gezocht naar die punten die we niet vonden.

Afgezien van de afstand en het aantal punten wisten we een beetje wat er verwacht kon worden. Prima kaarten, de bekende uitdaging van een kaart uit een ver verleden, een geroteerde luchtfoto die nogal donker is afgedrukt. Af en toe wat puzzelen om te vinden hoe de kaarten aan elkaar passen en welke graden bij welke grid-lijn horen. Leuk! Dit keer geen onmogelijke UTM intekenpunten. Wel een luchtfoto met een schaalaanduiding die voor geen (100) meter klopt.

Voldoende CP’s om te kunnen winnen. Spannendst was de uitslag bij die MidwinterRun een paar jaar geleden toen we ruim binnen de tijd terug waren, en het om het kleinste aantal fouten ging, niet zo zeer om de tijd. Maar dit keer was het een kwestie van kilometers maken en onderweg zoveel mogelijk nummertjes noteren. De uitdaging was om de juiste punten te laten liggen, en net binnen de tijd terug te zijn. Want, behalve het grootste aantal CP’s noteerden we ook het grootste aantal valse. Dat hoort er dan kennelijk bij. Terwijl ik wel vond dat de punten goed op de juiste plek hingen; die die we wél vonden dan.

Het was weer een geweldig dagje buitenspelen, dat, omdat we vlakbij hadden gekampeerd, ook nog eens heel ontspannen begon. Ideetje voor volgend jaar om op naast een tentenveldje te starten, en de avond tevoren bij een kampvuur spannende verhalen over valse checkpoints te vertellen? We zijn er vast weer bij…

Blauw: gevonden (bij CP61 en foto 7 waren we de enige).
Oranje: fout (4 daar van is door niemand correct gevonden).
Paars: door ons niet gevonden (6, waarvan 2 door niemand gevonden).
Rood: hebben we niet naar gezocht (waarvan 8 door niemand gevonden).
Geel: hadden we fout (waarvan 2 door iedereen fout ingevuld).

Vestingsprint

Vanwege het miezerweer was het uitgestorven op straat (en waren de verplichte fluoriserende hesjes misschien niet nodig), maar de toeristen vormden dan ook niet de obstakels die het NK in Naarden tot een sprint van niveau maakten. Het is ook niet altijd direct even duidelijk wat de vorm gaat zijn die je gaat aantreffen als je tijdens het rennen in de gauwigheid op de kaart probeert te zien of iets een berg of een dal, tussen alle lijntjes van hoogte, begroeiing, bebouwing, en routemarkeringen.

Links een stukje van de kaart gevisualiseerd met LIDAR data van AHN4, rechts de O-kaart met de route van omloop 1.

We waren hier 4 jaar geleden geweest bij een wedstrijd, en wisten wat te verwachten: vele korte hoogtemeters over steile stadswallen, en onoverzichtelijk begroeide labyrinten met listige hoekjes om posten te plaatsen. Maar goed, zoals altijd is het voor iedereen dezelfde uitdaging, en naarmate er meer fouten te maken zijn is het onderscheidend vermogen van de race ook groter, en komt het minder aan op ‘gewoon heel hard rennen’. Leuk dus.

Naar post 1.

Soms kwam het aan op de juiste routekeuze qua afstand, maar vaak genoeg ging het meer om beloopbaarheid en het gemak om de post snel te zien staan in het terrein. Dat eerste is dan weer makkelijker objectief na te meten, en daar laat ik hier daarom wat voorbeelden van zien.

Het begon al meteen bij de start. Twee opties, linksom en rechtsom. Er was een kort moment om op de kaart te kijken, want de start was gelegen aan het begin van een dijkje dat tussen de stadswallen door leidde. Mijn eerste indruk was dat rechtsom korter was. Maar toen ik het ‘tunneltje’ uit kwam leek links me misschien toch wel sneller, want dat oogde opener en meer in de richting van waar ik aankwam. Maar in een flits besloot ik toch bij het oorspronkelijke plan te blijven, en dat was maar goed ook, want rechtsom was ruim 10% korter. Op zich wel vreemd dat de route naar post 2 weer het zelfde stuk terug leidde, maar dat doet er niet toe.

Een volgende op het oog lastige keuze was van post 5 naar 6. Twee totaal verschillende routes. Ik liep rechtsom, wat een paar meter scheelde zo te zien, maar in dit geval denk ik dat de post sneller was gespot als ik linksom was gelopen. Bovendien zaten daar minder scherpe bochten in, en ontbraken de gladde trappetjes, waardoor dat wellicht iets sneller was.


Dan de keuze van 9 naar 10. Genoeg tijd om op de kaart te kijken en er over na te denken. Ik twijfelde tussen de rode route linksom en en blauwe rechtsom. Een route tussendoor, 25 meter korter, heb ik niet overwogen. Dat zou misschien 10 seconden hebben gescheeld, maar achteraf was de gekozen route veel makkelijker te lopen dan tussendoor door de (onbekende) begroeiing het talud op lopen. En dan is het verstandiger om voor zekerheid te kiezen. Goed gekozen dus, vind ik.


Van 12 naar 13 was een snelle beslissing. Ik wist dat het pad tussendoor, beneden, snel liep, en dat het kronkelpaadje over de wallen rechtsom niet heel snel was. Het bleek ook 40 meter langer. De listigheid zat toch wel in de post zelf die tussen veel groen stond. Het pakte goed uit. Maar er was niet veel tijd op het end om alvast te kijken wat de route van 13 naar 14 zou worden omdat ik vooral moest opletten waar ik liep door het hoge gras.


Een snelle keuze, die gelukkig niet heel veel uitmaakte. Alhoewel… Ik besloot linksom te lopen, en hoewel het ‘maar’ 12 meter langer was, was het vooral de beloopbaarheid die van belang was. Ik had besloten de helling af te glijden naar het gebouw (op het kaartje links van post 13), maar dat ging minder snel dan gedacht. En vervolgens miste ik net de doorgang in het heggetje bij post 14 waardoor ik daar een stukje omheen moest lopen. Dat was niet gebeurd bij de benadering rechtsom, dus zowel korter, als sneller was, want dan had ik direct na een klimmetje van hooguit een meter of 2 van post 13 weg kunnen lopen over een pad.

Van 15 naar 16 was vooral vaart maken. Het zou evenveel klimmen zijn, linksom en rechtsom, met rechtsom misschien een glooiender stijging de stadswallen op, maar linksom weer 20 meter terreinwinst. Ik denk dat het grootste verschil zat in de benadering van de post zelf. Ik zag gelukkig toen ik aan kwam lopen (via de route linksom) dat de kuil waar de post onderin stond alleen vanuit de van mij uit gezien verre kant te benaderen was, dus rende ik er al direct omheen. Maar dat was niet te zien op de kaart. En ook hier was het verschil tussen de routes hooguit 5%. Twijfelen kost meer tijd.


Om vervolgens van17 naar 18 te lopen zag ik twee mogelijkheden, en om de een of andere reden de derde over het hoofd. Ik koos de minst slechte, ik denk vooral omdat het paadje aan het eind van de route linksom dat de stadswal af leidde wat voorbij de post uitkwam. Waardoor het langer leek. Achteraf, toen ik weer omhoog de wal op moest naar 19, bleek afsnijden daar voor de hand liggender dan gedacht, en dan zie je dat de groen route middendoor bijna 20 meter korter is dan de rode rechtsom, die ik had gekozen. Daarentegen liep het wel lekker door over de paden.

Ten slotte het laatste sprintje naar de finish, vanaf post 20. Gelijk spel, maar rechtsom was minder bochtig.


Als je dan alles bij elkaar neemt zat het grote verschil niet in de keuze van de kortste routes, want doorgaans waren die min of meer gelijk, maar eerder in de beloopbaarheid (een steil talud met begroeiing kost relatief veel tijd), en de zekerheid om de post direct te vinden. En vooral dat laatste heb ik mijn tijd op verloren, denk ik.

En dan met name van 10 naar 11: waar de snelste het net onder de 40 seconden liep, had ik 2:15 nodig met het uitkammen van de omgeving, omdat ik hem in eerste instantie, terwijl ik vlakbij was, niet zag staan, en er omheen omhoog liep, weer omlaag, toch weer omhoog, en alsnog aan de andere kant omlaag. Zonde van de tijd, en een aanzienlijk deel van de 3 1/2 minuut die ik achter de nummer 1 eindigde.

En verder waren er nog een paar posten die ik qua uitvoering wat sneller had kunnen doen, zoals omhoog naar 2 (door het gras tot het pad), omlaag naar 3 (ook door het gras de helling af glijden), en op het eind waar ik de post net niet zag staan aan de verkeerde kant van een boom (postomschrijving!).

Een handige voorbereiding, heb ik geleerd, is alvast snel naar de postomschrijving te kijken in de 2 minuten voor de start die je daar voor hebt, en vaststellen dat alle posten bij hoeken van muurtjes in binnenhoeken staan. En dat betekent bij een vesting: aan de lage kant, onderin. Dan had ik sneller kunnen bedenken aan welke kant ik had moeten zoeken.

Al met al voor de volgende keer: met iets beter op de kaart kijken en de postomschrijving kan ik veel tijd winnen bij het sneller vinden van de post, en als een post lastig lijkt op de kaart (5, 7 en 11) dan is dat in het echt ook meestal zo, en kunnen een paar seconden voorbereiding (lees: kaartlezen) er een paar tiental schelen in het resultaat.

Midwinterrun 2022

Dit is een braindump. Het is nu anderhalve maand later, dus ik moet nog flink graven in de grijze cellen om deze dag weer boven water te krijgen. En tegelijkertijd kan ik vrij veel nog letterlijk voor me zien. Ik zou zo weer de zelfde route kunnen lopen, zonder kaart. Althans, dat denk ik. Het zou wel een grappige test zijn om dat ook te proberen. Een Midwinterrun vergeet je niet zomaar. Dat is altijd een feest.

Gewaagd, korte broek in de winter?

Het ene jaar zijn we te laat, het andere jaar is de tank onderweg er heen bijna leeg, maar dit jaar is er niets mis met onze aankomst. Het lijkt er eerder op dat we te vroeg zijn, en nog even moeten kleumen in de auto. Want de start is nog behoorlijk Covid-proof georganiseerd: geen gezellige hutje-mutje-koffie-met-cake in een schuur om de pre-start-stress nog wat op te voeren door te kijken naar en zelf mee te doen aan het in allerijl in de ren-rugzak proppen van geodriehoeken, rekenmachines, energierepen, en watervaste pennen. Maar de half overdekte briefing, maakt dat het net niet al te koud is. De lucht van versgezaagd vuren verraadt dat hier wellicht een maand geleden nog geen dak stond. Het is fris vandaag, er staat wind, maar het is geen keihard winterweer. Dat maakt het niet makkelijker om te beslissen wat aan te doen, want je weet eigenlijk dat het in de loop van de dag nog wel eens kan veranderen, zowel plus als min. Ik ga in korte broek, voor het plus-geval, en Patrick rekent op min, in het lang. Dan weet altijd minstens het halve team de eindstreep te halen.

Logiquiz

Wat je ook altijd weet is dat je nooit weet wat je te wachten staat. Dat het ver gaat zijn, weer een hele dag lopen, dat er blauwe kaartjes gezocht moeten worden, dat die meestal wel ongeveer op de juiste plek hangen, dat er altijd een paar weg kunnen zijn, of toch op een andere plek hangen, dat weet je ook. Maar het is knap hoe de organisatie, Chickenpower, elke keer weer iets onverwachts weet te presenteren als openingsopdracht.

Dit keer is het onverwachte een envelop met maar 1 enkele kaart er in. Waar een heleboel punten op staan, dat dan weer wel. Maar de meeste zonder enige CP aanduiding. Meer punten zijn het in elk geval dan in het roadbook vermeld staan. “Kom, het zal wel een score-loop zijn”, denken we, en we gaan onverdroten op weg naar dichtstbijzijnde punt. Vervolgens vinden we daar inderdaad een CP-kaartje. Ik roep het nummer naar Patrick. Maar waar moet hij het noteren? (Hij hanteert vandaag het roadbook en noteert de nummers.) Dit punt heeft geen CP waar het bij hoort, het is er gewoon.

En dan pas lezen we verder. De 16 CP’s van deze eerste etappe vormen een soort logiquiz. En we concluderen dan ook dat we niet langs alle punten hoeven te lopen. Ter plaatse staan we een minuut of tien te puzzelen en bepalen een strategie. Terwijl de eerste teams die bij de start direct aan het puzzelen zijn geslagen in plaats van er als chicken zonder kop vandoor te gaan, aan komen lopen, gaan wij door naar het volgende punt waar iets te vinden zou moeten zijn. Als je de koppositie hebt moet je die vasthouden, toch?

Desalniettemin verloopt het stroef. Van enkele CP’s was de afstand gegeven tot een bepaald ander CP. Klinkt simpel: liniaal pakken en meten. Maar het scheelt maar één mm op de kaart of het een juist of verkeerd punt is; dat is wat 20 cm papier doet (het heet hygroexpansie) als het 0,5% rekt omdat het van 30% naar 80% luchtvochtigheid gaat, van binnen in een droge envelop naar buiten in een mistig bos. Dus als de papieren kaart ook maar een beetje vochtig wordt klopt de schaal niet meer helemaal en zit je er gauw naast. Hadden we toch maar warm en droog bij de start onze punten bepaald zoals de rest deed… We lopen 10 minuten te zoeken waar niets te vinden is.

Ook is er een puntje dat volgens de kaart op een smalle strook heide zou moeten liggen. We zoeken daar met nog een aantal teams. Het is een wonder dat we het CP vinden, want het hangt helemaal niet op de strook hei; het zal qua coördinaten wel kloppen, maar niet qua kenmerken op de kaart. En dat hadden we eigenlijk ook wel kunnen weten, hoewel meestal dat soort grappen alleen voorkomt met een kaart waarop expliciet een oudere datum gedrukt staat.

Het een-na-laatste punt van de etappe is ook een groepsgebeuren. Iedereen is er van overtuigd dat het hier ergens te vinden moet zijn, want er zijn wel 10 andere team hier. Dit was de andere optie 1307 meter vanaf CP125, dat punt waarbij de vochtige kaart ons parten speelde. Dat zij twee punten, volgens ons. Maar helaas blijkt dat niet te kloppen (leren we achteraf). Ik denk dat we wel 10 minuten hebben lopen zoeken, ook omdat de andere teams hier liepen in dezelfde overtuiging. Maar er was niet eens een vals CP kaartje. Een team heeft het juiste nummer gevonden, vermoedelijk elders.

Gratis tijd

De volgende etappe is een puzzel op zich. We krijgen wat gratis tijd om naar het daaropvolgende punt te lopen. De tijd wordt namelijk opgenomen, en van de eindtijd afgetrokken, en dan weer bij de deadlines opgeteld. Maar je mag er ook weer niet te lang over doen, op straffe van uitsluiting. Het is prima te doen, een mooie gelegenheid om even op adem te komen.

Want daarna gaat het weer vol van start. De opdracht is een punt te vinden op een topo kaartje zonder noord-lijnen, met de extra moeilijkheid het startpunt, waar we staan, niet op de kaart staat. Strategie? Doe maar wat! Maar kijk goed of je iets ziet dat op de kaart kan staan. En dat lukt best aardig, want we zien twee open stroken in het bos, en ergens twee paadjes die parallel vlak bij elkaar uit komen. En op beide kruispunten een blauw kaartje, en dus minstens één vals CP; dan moeten we wel goed zitten.

Vanaf daar is het een klein stukje naar het punt (de blauwe cirkel) waar we (als eerste team dat daar aankomt) een stapel kaarten krijgen, voor het volgende stuk van de route.

Puzzelen

De bekende puzzel volgt: het zoeken naar hoe de kaarten aansluiten en wat de beste route langs de volgende punten gaat zijn. En dan maar het plan afwerken. Soms is het wat meer zoeken, soms wat minder. Her en der een peiling met een afstand en een koers. Dat zijn de lastigste. De beste tactiek is meestal afhankelijk van de gevraagde afstand (onder de 100 meter kan je beter gewoon het kompas gebruiken en passen tellen), en de beschikbaarheid van een kaart (als je langere afstanden probeert ‘te tellen’ zit je er gauw naast op ruw terrein). Ik had nog speciaal mijn kompas gekalibreerd, thuis, in de straat, om een systematische fout van bijna 4 graden weg te werken. Maar soms is het bijna onmogelijk om het goed te doen, zoals bij CP26a dat een behoorlijk lange peiling is vanaf CP24, in een richting die van de kaart af gaat, over een bochtig pad. De afstand met passen tellen geeft een fout van 5-10% procent, wat dus een meter of 50 fout kan zijn op een peiling van 500 meter. Een graad fout betekent dat je 10 meter naast zit. En met een enigszins bochtig pad is dat ook niet te doen. Dit is dus prijsschieten, en als we dan ook nog een CP vinden waar we het ongeveer verwachten, is snel een vals genoteerd. Gelukkig bleek dit achteraf het juiste te zijn, maar overtuigend was het niet. En juist waar we wel redelijk overtuigd waren, een kortere peiling met weliswaar nul komma nul zicht en een route tussen dichte dennen door, maar toch zorgvuldig uitgevoerd, hebben we een valse te pakken gehad: CP25. Achteraf zou dat heel goed kunnen verklaren waarom we de volgende peiling, naar CP26, zoveel moeite hebben. Die vinden we uiteindelijk, maar niet helemaal waar we verwacht hadden. Logisch, als je het verkeerde uitgangspunt (het valse CP25) hebt genomen. Persoonlijk vind ik dat minder elegant, om fouten met valse CP’s te laten stapelen. Je kan het ook omdraaien, en zeggen dat we dan CP25 maar vanaf het uiteindelijk gevonden CP26 hadden moeten double checken. Maar zo werkt het niet.

Een punt verderop komt een onaangename verrassing. Lijkt het. CP36a wordt omschreven bij CP27, maar ligt ergens waar we en half uur terug waren. Moeten we helemaal op en neer? Gelukkig blijkt dat bij het aan elkaar passen van de volgende kaarten de route een lus maakt, en we vanzelf hier in de buurt zullen komen.

Het gaat dus goed. We hebben 1 punt niet kunnen vinden, maar verder lijkt alles correct. Misschien vanwege enige overmoed, of juist gehaast doordat er een paar andere teams aansluiten, maken we een foutje.

Dit was de gebruikte kaart. Het pad dat er nu loopt een stukje oostelijker. We namen ten onrechte aan dat ons pad overeenkwam met dat op de kaart.
Veel teams noteerden “13”, wat aan een slagboom hing 50 meter westelijk.

Een kruispunt op een (overduidelijk) oude kaart ligt niet meer waar het lag, en we noteren een vals nummer waar nu een splitsing ligt. Kan gebeuren. Hadden we beter moeten checken. Maar zoals gezegd herinner ik me dat we toen wat onrustig liepen te lopen. Misschien omdat we al voelden aankomen dat we CP31 niet zouden vinden? Ik ben er van overtuigd dat het kaartje weg was of op de verkeerde plek hing. Maar we zullen het nooit weten.

Wat ik me ook herinner is dat de vermoeidheid begon toe te slaan. En dat er een lang stuk lopen kwam, met her en der wat reliëf. En dat het puur geluk was dat ik een blok hout ondersteboven schopte waar een CP kaartje onder bleek te liggen. Hoogst ongebruikelijk. Wat dan ook een rol speelt is dat we CP36a, waarvoor we dachten zo’n gigantisch stuk terug te moeten lopen, niet konden vinden. Toch verkeerd genoteerd? Even terug om het kaartje te checken was in elk geval geen optie. Maar gezien de uitslag, waar niemand, op vreemd genoeg 1 team na, hem niet kon vinden terwijl dit toch echt op de route lag, zal hij wel op gegeven moment weg zijn geweest. Of ergens anders dan vermeld hebben gehangen. Je weet het niet. De “6” die er op moet hebben gestaan is overigens wel een aantal keer gevonden als “vals” CP20, in het begin van etappe 3. Dus ik denk dat hij er toen nog wel degelijk hing, maar daarna is verdwenen.

Hoogtekrabbels

Maar met veel meters in de benen en enigszins murw mochten we weer ervaring hoe de mensen bij het Kadaster over hoogtelijnen denken: niet, ze denken er niet over na. Ze zien dat het wat omhoog gaat, en tekenen vrolijke driehoekjes op de kaart. Dat er iets van glooiing is, voor het idee. Je moet niet verwachten dat het overeenkomt met het werkelijke reliëf, maar het staat verder wel interessant. En wat me dan nog het meest verbaast is dat er dwars door die ‘suggestie van vorm’ ook nog echte hoogtelijnen lopen. Maar elke poging om die twee op zich vergelijkbare concepten met elkaar in overeenstemming te brengen ontbreekt. Alsof je op een weerkaartje isothermen in °C en °F tekent, en dat die elkaar dan ergens snijden! Om een lang verhaal kort te maken: we zoeken een CP tussen twee heuvelruggen in, maar het blijkt op de top te liggen. Wat een wonder dat we het vervolgens vinden!

Isohypsen: de gele lijnen (topo kaart), de zwarte driehoekjes (dezelfde topo kaart!), en de gekleurde achtergrond (AHN3) lijken van verschillende planeten te komen, maar de paden en percelen komen wel overeen.

Deel 2

Het vorige stuk mag met recht het eerste deel van de tocht heten. Gekenmerkt door relatieve eenzaamheid in het bos. Want het tweede deel is daarentegen lekker druk. Dat komt door de opzet: drie verschillende kaarten op het zelfde terrein. Een luchtfoto, een topo-kaart, en een AHN3 Lidar scan.

We beginnen met de luchtfoto, wat op zich makkelijk zou moeten zijn. Maar dat valt tegen, of juist omdat het zo makkelijk lijkt worden we iets te laconiek. Een vals nummer wordt genoteerd bij CP50. En even later kunnen we een CP in het geheel niet vinden. Wel een overduidelijk vals kaartje, maar ondanks 2 keer opnieuw peilen en passen tellen vanaf CP48 lukt het niet. We blijken niet de enigen. Maar toch is dit altijd leuk oriënteren, want zo’n luchtfoto is meestal redelijk recent en klopt goed. Hooguit staat hij op zijn kop en is er geen schaal vermeld, maar dat wordt gecompenseerd door alle overige details.

MWR22 10 (29/01/2022)

Dan komt de topo-kaart. Al snel blijkt dat niet alleen het reliëf met een de Franse slag is getekend, ook de overgangen van bos naar duin en hei zijn op zijn best een artist-impression te noemen. Of de rupsbandvoertuigen van ons leger dat hier zo nu en dan komt oefenen hebben een half bos spoorloos doen verdwijnen. Ongetwijfeld is dit onderdeel van de uitdaging. Als we CP58 niet fout zouden hebben zou er niks aan zijn. Ik vermoed overigens dat we hier eerst het juiste getal noteerden, maar omdat dat naar mijn mening te ver van de bosrand hing hebben we een beter passend, maar score-technisch minder juist nummer opgeschreven. Pech.

Tenslotte komt een AHN kaart. Heerlijk. AHN wordt elke 5 jaar vernieuwd, en je ziet er werkelijk alles op. De laser scant in de winter door de kale bomen heen, en zelfs dennen verstoren het beeld niet noemenswaardig. De enige hindernis vormen de markers op de kaart die de CP locaties aangeven, en het zicht op de kaart belemmeren. Nou ja, als dat het ergste is… Toch lijkt het eenvoudiger dan het is. Want maken een fout, zal achteraf blijken. Noteerden we een vals CP? Dat was dan min of meer bewust. Op de plek die de marker op de kaart aangeeft kunnen we niets vinden. Onze fout? Want 6 andere teams hebben hem wel gespot. Vlakbij hangt een ander CP kaartje, dat we ook al zagen hangen bij de vorige deel-etappe. Maar ja, niet waar de kaart aangeeft. In de overtuiging dat de organisatie een foutje heeft gemaakt, noteren we dat.

Het westelijke punt levert wat problemen op omdat we het kaartje daar niet vinden, maar even verderop wel eentje.

De uitslag leidt tot een verrassende ontknoping: het juiste antwoord bleek wel genoteerd op de backup-lijst op mijn pols, maar 44 is kennelijk ten gevolge van miscommunicatie 64 geworden.

Laatste loodjes, tactisch verlengen

Dan zit het er bijna op, al komt er nog een grande finale. Er rest nog een uur, en 3 kaarten, met in totaal 15 CP’s. Goed voor 7½ uur wedstrijdtijd, als je het zo bekijkt. Een duidelijk gevalletje ‘straftijd=bonustijd’, want als we er anderhalf keer zo lang over doen en dus een half uur uitlopen kost dat misschien wel 1½  uur straftijd (de klok loopt drie keer zo snel na de deadline), maar levert 2½ uur aan CP-punten op, dus winnen we er netto alsnog een uur mee. De kortste route is snel bepaald, alleen is het jammer dat iemand precies dat wat wij wilden doen met een hek dacht te voorkomen. We hebben een paar principes, maar dat je niet door een kale akker waar het mais al geoogst is of door een leeg weiland zonder vee zou mogen lopen hoort daar niet bij. Daar hoort dan weer wel bij dat je bordjes ‘natuurreservaat, niet betreden’ respecteert, dus dat doen we. Als je vanaf de andere kant komend alsnog zonder zo’n bordje te passeren aan de achterkant van dat zelfde hek kan uitkomen, dan werkt dat natuurlijk niet heel stimulerend voor een volgende keer, maar voor nu hebben we een schoon geweten als we, schijnbaar tegen de richting in, een aantal andere teams tegenkomen.

Rood is een “open” hek. Er omheen loopt een pad.

Toch is het nu wel echt zwaar aan het worden. Het eten is bijna op, het water blijkt precies goed ingeschat, maar blaren en andere ongemakken drukken de pret. We zijn nog net fris genoeg van geest om de twee valse nummers bij CP87 te negeren, om met een kleine overschrijding van slechts 8 minuten de finishlijn te passeren, en op de valreep het nummer op het CP-kaartje achterop de zaagmachine (?!) te noteren. Hoe kom je er op?

Prima geregeld: een hotdog en een sportdrankje om zittend in de achterbak op te peuzelen bij het verkleden. En om de uitslag af te wachten. Want dat is leuk: er is heel snel gerekend, de tussen-antwoorden zijn al in de loop van de dag genoteerd, en niet veel later mogen we het eremetaal bij wijze van spreken in ontvangst nemen. Ondanks de niet-gevonden en vals genoteerde CP’s hebben we toch gewonnen. Maar ik denk vooral terug aan weer een erg goed opgezette en verrassende race. Elk jaar gaat het niveau omhoog, en we mogen blij zijn dat we dat weten bij te houden.

Achteraf

Ik kan het nooit laten om achteraf nog eens naar de score te kijken, en ik ben altijd benieuwd welke fouten we hebben gemaakt. Om het volgend jaar nog beter te doen? Nee, mee om de puzzelstukjes op hun plek te laten vallen, en een excuus te verzinnen voor verkeert genoteerde getallen en niet gespotte blauwe kaartjes. Dus lees vooral niet verder; wat nu volgt is meer voor mijzelf.

CP137: We hadden wat beter moeten meten, en gewoon even kijken of er een kaartje hing op het andere punt dat op 1307 meter van CP125 hing. We kamen er (achteraf) pal langs gelopen.

Was dit de 17 van CP137, die we op de verkeerde plek zochten, of was het CP40, dat later onder een houtblok was beland?

CP25: Dit was een peiling, een lastige, bijna niet te doen zonder GPS; die zou de volgende keer weer fout kunnen gaan, als er een vals CP zou hangen.

CP29: Op oude kaarten moet je bedacht zijn op gewijzigde situaties. Ten onrechte namen we aan dat het rechte pad op de kaart nu wat bochtiger was geworden, maar het was een heel nieuw pad.

CP31: We zijn er nog steeds van overtuigd dat die niet op de juiste plek hing, of dat de juiste was verdwenen. We hebben het kaartje “13” wel zien hangen maar uiteraard niet genoteerd.

CP36a: Opvallend genoeg is deze door 1 team wel gevonden. Petje af!

CP46: Dit CP was klaarblijkelijk verdwenen.

CP50: Hier hebben we ons, op de luchtfoto, vergist in de (parallelle) paden en een vals CP genoteerd. Toen we daar bij de volgende deel-etappe op de topo-kaart weer langs kwamen was dat ook wel duidelijk, maar toen hadden we de vorige controlestrook al ingeleverd.

CP58: Hier hebben we meerdere valse CP’s gezien, maar we hebben ons vergist in de afstand van grens van het bos en het zand. Het juiste CP hing meer op de top van de heuvel, denk ik.

CP69: Verkeerd doorgegeven of opgeschreven.

Laat ik me dit keer eens niet uitlaten over strategieën en statistieken aan de hand van de score-tabel. Maar het is wel eens aardig om te kijken naar de verkeerd genoteerde nummers. Dan valt op dat er (vermoedelijk) best veel schrijffouten worden gemaakt. 56 wordt 65, en omgekeerd; 45 wordt 46, 69 wordt 67, 26 wordt 25, en 44 wordt 64. Zonde. Maar iedereen maakt kennelijk dergelijke fouten.

Wij een paar CP’s hing duidelijk een valse: CP20 (6), CP24 (73), CP25 (35), CP29 (73), CP51 werd vaak voor CP43 aangezien, CP50 (21), CP58 (1), bovendien werd vaak CP69 als CP58 genoteerd (terwijl er nota bene “CP69” op stond), CP74 (49; hier moest je de priktang gebruiken, niet het CP nummer van CP49 noteren), CP75 (41; weer de priktang gebruiken), CP80 (2), en ten slotte CP87 (63). Er zijn dus aardig wat valse CP’s geplaatst, en misschien nog wel meer dan ik zo heb kunnen vinden.

the WORX (OMG edition)

Het begon 10 jaar geleden, in 2012, toen we voor het eerst van de WOR hoorden. En sindsdien heb ik geen editie gemist. De WOR is toch wel de bijzonderste oriëntatieloop die ik ken. Al zeg ik al jaren dat ik ook zo iets ga organiseren in de bossen rond 040, de alsmaar groeiende hoogte van de lat weerhoudt me er van. Toch heb ik dit keer een kleine bijdrage geleverd, want deze 10e WOR begon met mijn een hersenspinsel van twee weken terug, dat vervolgens de andere teams bezighield.

Met zoveel animo (56 team in ongeëvenaard) is het rap inschrijven, en dus had ik betaald voor ik een teamnaam had verzonnen. Dus mailde Woudloper Ferdy me twee weken geleden of hij dan maar ‘team zonder naam’ moest noteren? Nee, dat zou wat flauw zijn; maak er maar

10-n+m + ☉+13-10 + ☾:↔

van, mailde ik. En zo stond iedereen vlak voor de briefing deze boodschap te ontcijferen. Als je het antwoord weet is het makkelijk. Tien zonder n maar met m spreek je uit als Team. ☉ is het astronomische symbool voor de zon, en dertien met tien er af is der, dus samen: zonder. En maan gespiegeld ↔ levert naam. We heten dus gewoon Team zonder naam, zoals Ferdy al suggereerde. Dat belooft wat voor de rest van de dag. Bij de vorige editie toen we “Team het Valsche Ceepee” heetten kregen we ook al diverse koekjes van eigen deeg te verwerken.

Het 10e gebod

En dat luidde: “De laatsten zullen de eersten zijn zei god; wie dat gelooft die is goed zot.” Althans, aldus de Filmtrailer, die de laatste jaren een standaard onderdeel is van de WOR. Elk jaar anders, dit jaar met Bijbelse fragmenten, die CP’s, coördinaten, aanwijzingen, en een hoop misleiding bevatten. 2 kantjes noteren we, met onbenullige -maar misschien o zo essentiële- details, geboden, Wikipedia uittreksels, Belgische bedevaartsoorden, snorlengtes, ezelspasjes, getallen, omgeknakte bomen, mirakels, en kleuren van kledingstukken. En ook 10 geboden. Als de laatsten de eersten zullen zijn kunnen we beter maar niet te veel ons best doen om op kop te lopen. De strategie van 7 jaar geleden volgen, achteraan beginnen en iedereen inhalen? Of gewoon als laatste binnenkomen, en alle straftijd benutten? Je weet het niet.

Ons 11e gebod is in elk geval: zo min mogelijk fouten maken. Liefst geen, maar da’s niet te doen. En wat is fout en wat is goed? Het begint alvast met dat we niet weten of we echt de laatsten zullen moeten zijn. Wie het hek achter zich sluit, heeft geen koude rug. Zo.

11e gebod? geen fouten maken? maar wat is nu fout? dubbelzinnige twijfel: moeten we de laatsten zijn

Start

Dit is een bijzonder goed gevulde editie: meer dan 50 teams van 2 staan op gepaste afstand te trappelen op de parking. We lopen in rotten van 2 naar een speeltuin en nemen plaats achter twee lijnen, terwijl een Woudloper via een prachtig galmende megafoon vanuit de hemel een aanwijzing geeft: één teamlid vangt een snipper papier, we krijgen een overeenkomstig foto-vel, en zoeken in het speeltuintje naar overeenkomstige cijfers. Chaos (zoals het heelal begon lang voordat het scheppingsverhaal was bedacht), omdat ruim 100 man als dollen door elkaar rennen om de juiste code te verzamelen om echt te mogen beginnen.

En als dat gelukt is wordt het niet veel rustiger, want de eerste paar CP’s bevinden zich vlakbij, zodat er nog steeds groepjes ontstaan. Althans waar wij, midden in het deelnemersveld, ons bevinden. Rennen levert niet veel op, dat betekent alleen maar dat je als eerste begint met een CP zoeken, om als het eenmaal gespot is, weer met de kudde tegelijk op pad te gaan naar het volgende. We hebben van alles dat van pas komt uit het voorfilmpje uit ons hoofd geleerd, maar zo te zien hadden we ook screenshots kunnen uitprinten in full-color. Of niet. Alles loopt ook gesmeerd vanuit de grijze massa.

Dat er onderweg tijdens een op slapstick-tempo vertoonde wandeling van een bedevaartganger in bruine pij een kleine boodschap wordt achtergelaten tegen een boom is ons niet ontgaan, en achter de betreffende boom hangt inderdaad daadwerkelijk een aanwijzing: 3. Een bordje “verboden toegang” herinnert aan het 4e gebod “Lopen door verboden gebied; pas op er is een (wolf) camera die u ziet.”; maar we vinden niets. Eerste punt gemist? Of te veel achterdocht?

Dat zelfde speelt ook parten bij een fototocht, met een foto-vel met aan de ene kant foto’s van paden die we wel moeten nemen, en aan de andere kant die we juist niet moeten volgen; het blijft knagen: hebben we niets gemist? Maar het lijkt allemaal te kloppen. Nou weet je het nooit bij de Woudlopers: pas achteraf, als de score bekend wordt gemaakt, leer je wat goed was maar fout leek. Eigenlijk elk jaar slagen we er (net) in de complete route te lopen, maar blijkt een vol overtuiging genoteerd CP nummer volkomen fout.

-Ik schrijf dit terwijl de uitslag net bekend is, maar de details nog niet: 5 foute CP’s, maar welke?-

Bij een zogenaamde sterloop (alles in het thema van de dag), lijkt het eventjes lastig. Want het is te makkelijk. Een paar koersen en peilingen, en wel 30 mensen om ons heen in het bos in een straal van 100 meter, allemaal op zoek naar aanwijzingen in de vorm van getallen om de formule CP15=(Adam+Rib+Eva-Slang)*Appel+Erfzonde te bepalen. Jammer dat we als laatste Appel=0 vinden, dat had 4 peilingen en 10 minuten gescheeld. Maar dat kostte nog minder tijd dan CP22, waar een snelle blik genoeg had moeten zijn om te zien dat de richtingen één uur, IV uur, 19:00, en 22 uur, elk 50 meter gaans, een vierkant zouden opleveren, zodat we twee keer op het zelfde punt zouden staan. De bel gaat rinkelen als we onderweg (net als zo veel andere teams) een stempel op de arm zetten met de tekst “Ezel”. Ineens weet je weer dat dit de Woudlopersrun is…

Go west (where the skies are blue)

Maar dat levert soms ook euforische momenten op, bijvoorbeeld bij CP18, waar een cartoon van de 3 Koningen hangt, die ‘volgens de meest recente kaarten’ (die uit het jaar nul) nog ’50 meter verderop’ moeten zijn. Komend vanaf CP17 (waar iedereen logischerwijze vandaan komt) is dat naar het oosten. Maar 50 meter verderop hangt vele te opvallend een ster met een nummer aan een boom. Wat is hier de instinker? Natuurlijk! De wijzen kwamen uit het oosten, dus 50 meter verderop is westwaarts. Vol trots noteren we daar het juiste CP.

Wel wordt er even getwijfeld als we verderop bij CP25 drie pijlen vinden, die allemaal naar Rome wijzen. Nou ja, 2 naar Rome (met ** en ***) en 1 naar ome (met *). Is dat fout? Of is dat juiste de makkelijkste route? (Proloog: *=moeilijk, **=moeilijker, ***=moeilijkst) We hebben vanmorgen alvast de stoute schoenen aangetrokken en kiezen voor moeilijk. Blijkt de kortste route, want met een ander team dat voor *** ging checken we dat we onderweg het zelfde CP vonden. Goed dus.

Piemeltje

En dan komen we bij het punt dat vermoedelijk fout was (maar ook dat zal ik wel eens fout kunnen hebben). Halverwege een vennetje (je moet tot aan de kloten door het ijskoude water om er te komen) drijft Mozes in een rieten mandje. Blij dat ik het CP nummer (30) kan lezen, keer ik direct om naar de droge wal. Uiteraard zonder te checken of deze vleeskleurige plastic plaspop oorspronkelijk verkocht werd met zachtroze dan wel lichtblauw rompertje: was geen Miriam? Want we horen achteraf zat zus hier ook ergens ronddreef. Amai, en nog een vernikkeld onderlijf ook!

Wel hebben we onthouden (opgeschreven) wie van Sem & Seb uit het filmpje links of rechts liep en welk nummertje ze droegen. En links = rechts uiteraard. Of niet? Want bij de volgende moeten wee een selfie van Judas reconstrueren genomen tijdens het Laatste Avondmaal, en bij een selfie zie je altijd een spiegelbeeld van de daadwerkelijke foto op het scherm (probeer maar eens zelf). Dus moeten de gevonden cijfertjes achterstevoren worden gezet? En het roadbook spreekt van “de Apostelen EN Judas” dus er is nog een extra persoon? Of was hij een van de 12? Geen idee, niet goed opgelet vroeger. Zouden we dan toch bij dit laatste CP van het eerste deel van de route de fout maken? We zullen zien. Wat ik al wel kan verklappen is dat we tot nu toe precies 1 CP fout hadden. Welke, dat blijft gissen.

En als je denk dat je er bijna bent, bij het einde van de eerste etappe, dan blijkt er toch nog een verrassing te komen. Hoewel niet heel lastig, want het roadbook vermeldt duidelijk dat we niet bij de rode pijl moeten zoeken, maar bij de locatie aangeduid door de rode pijl, die op een bord met een plattegrond blijkt te hangen. En daar dan een projectie maken. Drie opties dus als je alle foute meerekent, het enige lastige is dat op de plek waar we dus denken te moeten zijn we in eerste instantie niets kunnen vinden. Beetje beter zoeken… (en twijfelen of we toch wel het juiste punt genoteerd hebben).

Mikpunt

Tijd voor lunch. Nou ja, een soort van. De huid niet verkopen voor de beer geschoten is, zeggen ze wel eens. Met potentieel een stuk of 3 fouten, of CP’s waar we over twijfelden, is het oppassen geblazen. En juist hier, op het centrale veld waar we gestart zijn, nu even verpozen, en straks weer terug zullen komen, zijn wat eenvoudige punten te verdienen. Maar die blijken toch niet zo eenvoudig te zijn. Een pluche beer overgooien is niet heel lastig, maar wel als de werper aan een stevig rubberen elastiek vast zit. Staat de vanger verder, dan verdienen we meer punten. We kiezen een beetje veilig, voor 20 “minuten”. Lukt prima. Dan de 30. Maar het spiergeheugen werkt te goed en de beer landt in het 20 “minuten” vak; een duik er naartoe helpt niet, en zo verspelen we 10 minuten. Ach, het zal toch niet op tien minuten aankomen op het eind?

Dan de tweede proef: speren werpen naar een grote houten beer. Lastiger dan gedacht, van de 8 gaan er 4 naast, en dus halen we niet de vereiste 5 punten om een CP cadeau te krijgen. Misschien kost het ons straks maar 5 minuten extra op dat gemiste CP in het veld langs te lopen. Geen tijd om bij de pakken neer te zitten: we krijgen een nieuw pak kaarten en terwijl we een powerbar naar binnen werken maken we ons plan op voor deel 2 van de dag.

Het langste deel

Alleen al het roadbook van het tweede deel van de dag is bijna dubbel zo lang als het eerste. We zijn ruim 2 uur onderweg geweest, en hebben nog amper 4 uur de tijd. En het aantal kaarten mag er ook wezen. Maar gelukkig begint het met een paar eenduidige oriëntatie CP’s. Een stukje navigeren op een “Hemelfoto”, een reguliere O kaart, een Oro-hydro (met alleen maar hoogtelijnen en water). Maar toch ook wel weer wat uitdagingen onderweg, waarbij meestal goed gebruik is gemaakt van de eigenaardigheden van het terrein.

Neem de “putten”, waar we niet de meest noordelijke zoeken, niet de meest zuidelijke, en ook niet de meest westelijke. Dan zal het wel de meest oostelijke zijn, zou je denken, alvast met een kruisvorm in het achterhoofd. Mis: het is die in het midden (uiteraard met in elke andere kuil een vals CP).

En vervolgens een projectie door het bos, naar een punt buiten de kaart (dus je kan het niet intekenen; tenzij je zo slim bent als Patrick en Ralph die de overlap zagen en dat punt op een andere kaart intekenden). Je kwam dan ongeveer uit op een ander pad, met een hele rij V-tjes op de kaart, putten in de grond. In elke hing een andere van de 10-WOR-geboden, en we moesten een specifieke tekst vinden. Het kost bijna 10 minuten om alle putten te vinden en tenslotte vast te stellen dat we er in het begin vlakbij zaten, maar ééntje over het hoofd hebben gezien, kennelijk.

Twijfel was er bij een buitenzwemmeertje waar twee PVC contrapties stonden. Dat je de buizen met water moest vullen was direct duidelijk. Maar welke? De aanwijzing was Water in wijn te veranderen, dus moesten we de blauwe vul-emmer gebruiken bij ene buis, of de rode (blauwe wijn ken ik niet)? Of maakte dat niet uit? Je kon met enige goede wil ook de ene buis met de andere emmer vullen en omgekeerd. En dan stond er ook nog in het roadbook “slechts 1 opstelling doen”. We hebben wel eens 333 genoteerd toen er 3 dezelfde opstellingen naast elkaar stonden; dat was toen fout. Is dit dus een hint, een aanwijzing, een miswijzing, of een opmerking om drukte hier te voorkomen?

Zoveel verwarring dat we bijna vergeten de tekst bij het volgende punt juist te interpreteren: een verhaal over Johannes de Doper en een beer. Laten we nu net tussen de kaarten een tekening van een beer gevonden hebben, zodat we, met de andere teams die hier ook rondzwerven, het papiertje in het water houden en een glazige 4 zien verschijnen. Dat is, zo is te lezen, CP53. Scheelt straks weer tijd.

Tijdens de oro-hydro etappe (makkelijk: de reliëf kenmerken zijn hier in het winterse bos al op afstand te spotten) verzwik ik mijn enkel. Au! Dat hoorde niet bij de uitdagingen. Gelukkig lukt rennen weer na een minuut of 5, en kunnen we onverminderd hard verder. Hier is het overigens druk in het bos, veel andere teams lopen in de buurt. Wat ineens verandert even later als we, omdat we CP53 (met de natte beer) kunnen overslaan, dwars doorsteken. Doorsteken is altijd leuk: omdat je het gevoel hebt dat je tijd wint ten opzichte van de omlopers, en omdat het toch altijd weer een verrassing is waar je uit gaat komen. Dat laatste zou het niet moeten zijn, met het kompas in de hand en ook nog wat strak gevolgde kenmerken op de kaart. Maar “een stenen tafel”? Die is nergens te zien. En, zoals gezegd, ook geen andere teams meer in de buurt die wellicht de positie zouden kunnen verraden. Bij stenen tafel denk ik aan een loodzware betonnen picknickbank, dus die is niet te missen. En het duurt vijf minuten en vele omzwervingen tot we een kleitablet vinden bij een boom precies waar we uitkwamen na de doorsteek. Weer wat geleerd: het afsnijden an sich was prima, maar omdat we daardoor enige twijfel hadden over de locatie werd het zoeken naar de speld in de hooiberg een wat globalere scan van de omgeving, en zo duurde het toch wat langer.

Maar goed, de stenen tafel bleek een tableau met Romeinse cijfers die een koers en afstand gaven, en concept dat ons ook de volgende 5 punten in de greep hield. Het viel dan weer alles mee, qua puzzelniveau; want na het lezen van de “officiële” regels voor Romeinse getallen op Wikipedia -wat ik naar aanleiding van de filmtrailer vooraf had gedaan- had ik wel wat speels toegepaste varianten verwacht. Met IƆ in plaats van D, (en wist je dat CCCIƆƆƆ voor 105 staat?) of een irreguliere vooraftrekking als VIIIX (=2)? Misschien een idee voor een geocache?

De meeste andere teams liepen na CP52 via CP53, en voerden daar de opdracht met de beer uit. Wij konden CP53 overslaan en doorsteken, maar of nou zo veel tjid scheelde?

Anyway, het overslaan van de natte beer (de 4 hadden we al bij het buitenzwembad zichtbaar gemaakt) was niet zo succesvol, zou dat ook niet veel goeds betekenen voor het volgende CP dat we laten liggen omdat we de “kleine boodschap” al tussen CP10 en CP11 vonden? Het antwoord is negatief (niet als in een dubbele ontkenning), maar daarentegen juist het daaropvolgende punt gaat vanwege valse efficiëntie fout -al weten we dat pas achteraf-. Voor wie nu helemaal de draad kwijt is: het eerste van de 10 WOR geboden luidt: “Denk niet dat je alles weet ofzo, gevangen word je hier sowieso”.

De hele dag wordt je heen en weer geslingerd tussen “die extra moeite hadden we niet hoeven doen want het antwoord lag voor de hand” (de Ezelsroute bij CP22) en “goed dat we verder dan de gemiddelde neuslengte hebben gekeken” (zoals bij CP17 met de Wijzen uit het oosten). Als je het denkt te weten is het niet goed, en omgekeerd. Om dat nog maar eens kracht bij te zetten -en ook een beetje vanwege de tijd die begint te dringen- skippen we het laatste stuk van wat weer een ezelsroute (dat dier dat zich twee keer aan dezelfde steen stoot) lijkt: kruispuntjes, linksaf, rechtsaf, om na 1 km weer uit te komen bij hetzelfde hek met een kerststalletje als waar we begonnen? We noteren na ¾ van de route hetzelfde CP nummer en zetten koers naar het daaropvolgende CP. Drie minuten gewonnen. We moeten immers nog langs dat CP dat we niet hebben verdiend met het speerwerpen. Waar we wel twijfelen is bij CP65: er staat niets over een oriëntatieroutepaaltje maar een CP kaartje vinden we ook niet. Zou dat wel goed zijn? We hadden eerder op de route ook zo’n paaltje moeten noteren, maar toen stond het in het roadbook. Kost dit ons straftijd, of kost het meer tijd als we te lang blijven twijfelen? We zullen zien…

Altijd leuk, zo’n omgekeerde peiling. De helft liep aanvankelijk de verkeerde kant op.

Niets is gewoon standaard bij de WOR. Want nu volgt een bolletje-pijltje route met de opmerking dat de kruispunten niet in volgorde staan. Toch komen we de één na de ander in de gegeven volgorde tegen, en gaan alle addertje-onder-het-gras-alarmbellen rinkelen. Totdat we twee kruisingen vinden die wel heel erg op elkaar lijken, met als enige verschil dat bij de ene een CP ligt en bij de andere niet – en nog wat details. Tevreden stellen we vast dat bij beide kruispunten op het zelfde hoekje een CP hangt, en noteren het juiste. Da’s eigenlijk de enige manier om bij de WOR zeker te weten dat je goed zit: als je ziet dat fout fout is. En dan de laatste 200 m die er niet meer toe doen afsnijden.

Ga ik hier over elk punt waar we twijfelden schrijven? Dan wordt het wel een erg lang verhaal. Want nadat we een jagersstoel met CP vonden en een CP bij een peiling daarvandaan, zien we iets verderop een tweede (valse?) jagersstoel en ook een hiervandaan gepeild (vals?) CP. Dan een lintjesroute, over een lastig te bepalen afstand slingerend door het bos: dapetsreetehnaatotretemgitrednethcadrednohnavdnatsfaneerevoetuorsejtniletrawzleegedglov, maar is dat lijkt nog net vóór het eerste pad te liggen; moeten we nou de route volgen tot het eerste pad, of minstens de afstand en dan tot het eerstvolgende pad? We gokken het eerste.

Voorlopig is dat het laatste potentieel foute CP, want er volgt dik uur hardcore oriënteren met kaarten, peilingen en memorisatieposten. En da’s nodig ook, want de tijd loopt door, en de deadline nadert. We hebben nog een half uur voor het laatste stukje, dat de bedevaartroute is gedoopt. Er volgt chaos, altijd leuk op het eind (moe, murw, met minder minuten en dus een verhoogd stressniveau), maar dan slaat het noodlot toe.

De insteek is simpel: je vindt iets, een plaatsnaam, zoekt die op op een lijst opdrachten, en voert die uit. Zo kom je weer bij een plaatsnaam, en ga zo maar door, onderweg CP nummers noterend: 6 in totaal, en iets minder dan een half uur te gaan. Maar bij het maken van een peiling met koers 380 gaat het beeld op zwart. In paniek rennen wij, en een paar andere teams, in een noordnoordoostelijke richting, wat niet helemaal lukt vanwege een hek. Speurend naar een vogelhuisje aan een berk dwalen we alsmaar verder uit de richting. Niets. Driehonderdtachtig is ook wel een rare koers, maar als 360 een rondje is, is 380 gewoon het zelfde als -700, en dat is best een mooi rond getal. Ware het niet dat niets niets blijft. Stel dat het gewoon 38 had moeten zijn. We gaan het bos in, komen er weer uit, lopen terug richting de weg, volgen die terwijl we de berm afspeuren (na het vogelhuisje zouden we “tot over de straat” moeten gaan). Uiteindelijk, na een aanvullende hint, kunnen we de route weer oppikken. Briljante vondsten alvorens als allerlaatste te kunnen finishen zijn nog de “witte lijn” langs de weg die we zoveelhonderd meter moeten volgen (en die bij een kruising de bocht om gaat, en wij dus ook), en de koers die we moeten lopen langs de weg over een berekende afstand (koers: dus niet de weg volgen de bocht om maar gewoon rechtdoor tussen de struiken in de berm). Las je net “laatsten”? Zeker wel, want het 10e gebod luidde “De laatsten zullen de eersten zijn zei GOD; wie dat gelooft die is goed zot.” En zo zijn we zeker van een podiumplaats, want iedereen staat buiten bij de finish met een kop hete soep en smos met dan wel zonder hesp van het Laatste Avondmaal te genieten als we op de valreep binnen komen, de genoteerde nummers op het officiële antwoordenblad overschrijven, inleveren, en aanvallen op de soep.

Het is alweer over. Het gaat veel te snel! Elke keer weer, en niet omdat we geen enkele WOR die ik me kan herinneren tijd over hebben gehad, behalve de vierde, maar omdat er gewoon veel te veel leuks te beleven valt op zo’n tocht. Zou het daarom zijn dat ik me alles nog in alle details kan herinneren? Nou ja, niet alle details. Want dan zou ik precies weten wat we goed en fout hadden gedaan, maar dat is in dit geval nog even spannend. De uitslag (Covid-19 maatregel) komt later aangezien er geen officiële samenkomst met prijsuitreiking is. Dus begin ik maar gewoon mijn verslag te schrijven, zonder de vals genoteerde CP’s te kennen.

We hadden best wat twijfelpunten. Ik schat een stuk of 6, waarvan de helft uiteindelijk fout blijkt, en dan zijn er ook altijd nog een twee of drie vol overtuiging genoteerde nummers waar we achteraf logischerwijs in een onverwacht briljante val zijn getrapt. Ra ra, welke zijn dat dit keer?

Dan komt de uitslag, op woensdag, die een bijzondere wending neemt. Dat we slechts 1 punt in de eerste etappe fout hadden wisten we, dat was bij de finish al verteld. En het vermoeden klopte, dat dat het zusje van Mozes in het rieten mandje midden in het ven was. En warempel, in de tweede etappe maakte geen ander team minder fouten: 4. Inderdaad, juist daar waar we dachten slim te zijn, en de kerststalroute (virtueel per ezel) inkortten omdat we dachten dat we wel bij dezelfde kruising uit zouden komen en er weer een ezel in het spel was, dus het zelfde getal noteerde, precies daar bleek assumption the mother of all f*ckups.

En die andere 3 fouten? Die zijn een beetje gek. Kennelijk verkeerd overgeschreven (bij CP75 hadden we ieder 22 genoteerd, maar klaarblijkelijk 27 op het ingeleverde antwoordenblad, en bij CP66 hadden we zo te zien 62 ingeleverd waar we 72 noteerden). En bij CP94 schreven we 1 waar 21 had moeten staan, maar dat stond ook fout op ons eigen notitieblaadje. Nog nooit meer schrijffouten gemaakt dan oriëntatie- en puzzelfouten; en daarmee anderhalf uur straftijd moeten incasseren, wat ongeveer 1 minuut per CP is, of een kwart van de totale race van 6 uur. Volgend jaar met bril?

Maar het positieve is dat we al die andere instinkers, oriëntatieuitdagingen, en dubbelzinnigheden met succes overleefden, en een topdag beleefden. Volgen jaar weer!

De uitslag, maar dan met kleurtjes. De lastige posten waren CP19 (de Wijzen), CP28 (piemeltje), CP39 (de 4 putten), CP62 (ezelsroute II), en CP98 (de peiling was rechtdoor). En in mindere mate CP31 (fotopuzzel Laatste Avondmaal), CP40 (de 10 putten), CP75 (een pad te ver), CP72 (projectie vanaf verkeerde toren), CP73 (lastige peiling naar ver gelegen struik), CP81 (blinde peilingen), en CP85 (de verkeerde elektriciteitsmast). Gokken was toegestaan (geen nummer is evenveel strafminuten als een fout nummer), en dat is dan ook grif gedaan, waardoor ik niet precies in de tabel kan aangeven welke posten fout waren of niet bezocht; een paar teams zijn wat minder rood dan het lijkt.

Dan, ten slotte, nog even over de titel van dit verhaal (want anders gaat het net als onze teamnaam bij de lopers stress bij de lezers opleveren): WORX = Woudlopers Oriëntatie Run 10. Rare jongens, die Eindhovenaren.

Buffelen door de Ardennen: Hermarathon ’21

Met afstand de langste oriëntatieloop die ik ooit deed. Zwaar ook. De Midwinterrun was wel eens langer, maar dat was toch minder stijl, en een stuk lichter terrein. Daar waren paden. Hier in de Ardennen niet. Het gejakker dwars door ruw terrein, struikgewas en dennentakken eist zijn tol. Da’s echt vermoeiender dan wanneer je je voeten gewoon op iets vlaks kan neerzetten, zonder elk moment te vrezen een enkel te verstuiken of onderuit te gaan. Maar wat een verademing: zo’n IOF kaart die klopt tot in elk detail, en posten die precies hangen waar ze op de kaart staan ingetekend. Da’s dan weer wat anders dan de Orienteering Challenges eerder dit jaar. En niet dat gefiets, zoals bij Adventure Races. Dus eigenlijk was dit een feestje.

Ik heb samen met mede-KOVZ-er Garnt gelopen. Niet gepland, maar we konden elkaar maar niet kwijt raken. En we hadden om dezelfde kaart gevraagd (met een identieke butterfly, dus dezelfde volgorde van de drie kleine lusjes in de route; er zijn 6 varianten). En het was ook wel zo leuk om samen te lopen. Aan de andere kant, bijna 8 uur afzien in een omgeving die, als je de andere deelnemers niet meer ziet, voelt als the middle of nowhere, en dat dan in je eentje: dat moet ook wel een aparte ervaring zijn. De laatste tijd heb ik eigenlijk altijd in tweetallen aan een wedstrijd meegedaan. En samen lopen voelt dan ook logischer dan ‘al die andere eenlingen’.  Maar goed, dat slaat nergens op; met een kaart in de hand loop je nooit verloren.

Starten in het donker

Als we starten is het net na vijven ‘s nachts. En dus is het nog pikdonker, op het schijnsel van ieder’s hoofdlamp na. Van post 1 naar post 2 is al meteen interessant. Je kan lager blijven en de flanken volgen, maar dat is weer wat om en je hebt niet veel houvast. Wij kiezen voor een oostelijke route die wat meer klimt maar ook wat meer pad zou moeten volgen. Maar ja, we kennen het gebied niet, en dan zal blijken wat nog vele malen vastgesteld moet worden: paden zijn soms volstrekt onherkenbaar, en open plekken lijken wel een pad. En al helemaal in deze Bermuda Triangle, halverwege het been van 1 naar 2. Dat kost ons vooral tijd omdat we zoeken naar het juiste spoor.

Wij zijn de blauwe lijn. Dit zijn niet van alle lopers de GPS tracks. Er waren een stuk of 10 die een tracker hadden meegekregen.
Wat ook zal blijken is dat donker groen ook echt donker groen is, dus het is ook zaak om in het wit of lichtgroen te blijven. In het kaartje hiernaast zie je best veel verschillende varianten, en ze blijken ongeveer even lang te zijn. Behalve dan dat de ene loper een stuk harder gaat dan de andere, gemiddeld. Niet vanwege de routekeuze, lijkt het. We lopen dan ook met een man of 5 rond bij post 2. En tot en met post 4 is het een groepsgebeuren. Maar daarna zien we eigenlijk niemand meer, tot aan de butterfly-post. Een paar ontmoetingen in het bos, en dan weer grote leegte. En zo blijft het daarna tot aan de drankpost, tevens start en finish. Wat happen koek, waterzak bijvullen, even overleggen over de te vervolgen route, en daar gaan we weer.

Je ziet dat hier hele diverse varianten mogelijk waren. Omdat de lopers fysiek ook nogal sterk verschillen is het lastig om op basis van de tijden af te leiden wat de beste routekeuze was. Wij hebben geprobeerd niet al te veel hoogtemeters te maken en de contouren van de heuvel te volgen. En waar mogelijk een paadje.

Halverwege

Bizar, we hebben er dan een halve marathon op zitten, en zijn pas min of meer halverwege. Het zwaarste moet nog komen. Dan gaan de kilometers tellen, zijn de benen al zwaar, en beginnen de eerste irritaties, pijntjes, blaartjes, ongemakken. Niet aan denken, gewoon doorgaan. En dat betekent meteen een flinke klim, want de finish ligt onderaan in het dal en de kaart loopt vanaf daar eigenlijk alleen maar omhoog. Buffelen. Wel leuk dat er op dit been heel veel keuzes zijn. Ik denk dat we best een slimme route uitgestippeld hebben, met zo min mogelijk dubbele hoogtemeters (stijgen, dalen en opnieuw stijgen). Hoewel het op het laatste stukje naar 26 nog niet iets handiger had gekund. Maar we proberen toch, wat er dan aan paadjes loopt in het gebied, te benutten.

De snelste loper, die gewoon een gigantisch veel hoger tempo haalt, loopt ook nog eens volgens de kortste route, terwijl ik het idee heb dat ik er meer baat bij heb enigszins paden te volgen. Het is ook best een kunst om precies de juiste lijn te volgen als die niet als zodanig herkenbaar is. Maar misschien kan het, want de kaart is echt heel goed getekend, en elk open plekje, plukje groen, greppeltje, staat juist getekend. Het is alleen zaak alles ook te zien. Hij is daar kennelijk heel goed in; wij gaan voor iets meer zekerheid.

Alleen is het tempo er behoorlijk uit de tweede helft. Het is meer lopen dan rennen. Gewoon, vanwege vermoeidheid. Soms een déjà-vu gevoel als nogmaals langs posten komen waar we de eerste ronde ook al waren. Maar omdat je dan van een andere kant komt zijn ze niet altijd veel makkelijker voor de 2e keer te vinden. het midden van de vlinderpost, waar we 4 keer moesten zijn, hebben we ook telkens flink naar moeten zoeken.

Bij de laatste paar posten proberen we wat harder door te lopen en zo veel mogelijk te rennen, geholpen door de motiverende geur van de finish, maar het wordt fysiek steeds lastiger. Die laatste loodjes maken je ook niet scherper in het oriënteren. Maar uiteindelijk lukt het. We zijn nergens (behalve dan bij de tweede passage van de bermuda triangle) verkeerd gelopen, hooguit soms een beetje om.

Dus als we bij de finish post de SI inleggen mogen we tevreden zijn. En voldaan. En uitgeput. Alles tegelijk. Uitpuffen met een bierre artisanale, in het zonnetje. Wat wil je nog meer? Dat was weer een prachtige ervaring. Volgend jaar weer?

Tips

Je hebt eigenlijk niet veel meer nodig dan bij een normale nacht-oriëntatieloop: een kompas, een hoofdlamp (reken even uit hoeveel uur licht je nodig hebt, en in het donkere bos is tot het einde van de schemer geen luxe), trail- of orienteering schoenen, en wat proviand. Ik had een liter water in mijn rugzak, en een bidon klaarstaan bij de drankpost. Wat energy-repen voor onderweg, elk uur een snack, helpt ook om vrolijk te blijven. Een horloge is fijn voor enig gevoel voor tijd, en een GPS-tracker is natuurlijk leuk voor later.

Verder moet je goed kunnen oriënteren, het is niet eenvoudiger dan een “normale” oriëntatieloop, zo is me gebleken. De benen zijn langer, maar de posten staan nog net zo goed in afgelegen terrein. Iets vaker op een heuveltje dan in een kuil (zoals in het vlakke Vlaanderen of Nederland wel vaak gebeurt), dus je ziet de post soms al van verder, maar dat ligt ook aan de dichtheid van de begroeiing.

De afstand is zodanig lang dat je over een bere-sterke conditie moet beschikken om de hele afstand -ook bergop- te rennen, dus we hebben behoorlijk veel gestapt. Soms was dat ook nodig om kaart-contact te houden, en was er anders, bij een hoger tempo, meer tijd verloren gegaan met (her-)oriënteren.

Op een dergelijk lange loop is de kans dat er wat mis gaat navenant groter, dus neem een klein EHBO-setje mee, een fluitje, een nood-deken en een telefoon. Pijntjes en blaren kan je maar beter negeren, die lijken onvermijdelijk. De tekentang komt pas achteraf van pas. Neem wel wat cash mee zodat je meteen na de finish een bier kan kopen en niet eerst naar de auto hoeft te lopen…

GPS

Dit was voor de eerste keer dat we live via GPS te volgen waren. Ik had zelf mijn Garmin in Track Me mode gezet, waardoor er automatisch bij de start een bericht naar het thuisfront ging met een hyperlink waarmee mijn live-positie op de kaart te zien was. Uiteraard wist mijn horloge niet wat de route zou zijn, dus dat zag er enigszins uit als een Brownse beweging. Maar wetende dat de totale afstand iets van een hele marathon zou zijn, was wel ongeveer in te schatten hoe ver ik was en nog moest gaan.

Garnt had een GPS-tracker geloot, en van de organisatie meegekregen. Ook zijn route was live te volgen (via Loggator), inclusief de voorliggende route en posten, en later terug te zien, ook op WorldOfO. En daar kan je dan weer allerlei analyses op de gelopen routes los laten. Ik heb dat dan ook gebruikt voor de kaartjes hier boven in deze blog. Niet alle deelnemers zie je daar, maar omdat ik eigenlijk het hele stuk samen met Garnt liep, is zijn route (de korenblauwe) gelijk aan de mijne.

Mijn eerste Auenland Adventure Race

Een veelzeggende titel, want onderweg zat ik me af te vragen of dit tevens de laatste ging zijn. Maar nu, een week later en weer enigszins bijgekomen, hoop, en denk ik, van niet. Onderweg ging ik kapot, niet zo zeer van de inspanning en uitputting, maar vanwege een knieblessure, waardoor ik me knarsetandend in moest houden op de fiets, toch al niet mijn sterkste punt. Dat ik aanpikte bij Patrick, via zijn trek-elastiek, heeft me zeker geholpen, maar mocht uiteindelijk toch niet baten. Dus kozen we eieren voor ons geld, en maakten in de loop van de tweede fietsetappe rechtsomkeert, om in elk geval de rest van de race, met minder fietskilometers, af te kunnen maken. Ik blijf er bij dat dat een verstandig besluit was, maar leuk was het niet, en makkelijk ook niet. Als je dan meer dan drie uur voor de deadline al neerploft op de finish smaakt dat biertje niet zoals het zou moeten. Wel naar revanche: ik kom nog eens terug… Een reconstructie:

Woudlopers

Auenland“, een naam die jaren terug al viel toen ik met Filip zat na te praten na afloop van de WOR. Ik had toen nog geen idee wat een Adventure race was, maar het scheen leuk te zijn, en 24 uur achter elkaar sporten met kaarten klonk wel uitdagend. Ik heb de naam van deze race nog een aantal keer gehoord, en ik heb ook een keer of 4 meegedaan aan een adventure race, sindsdien. Het was altijd leuk – en ook elke keer zwaarder dan gedacht. Maar toch telkens succesvol. Nu kwam ik, ergens in november, in gesprek met Tammo (voor alle namen in dit verhaal moet je maar naar de uitslagen kijken, dan kan je vinden wie ik bedoel), die ik al van 30 jaar geleden kende, en wiens zonnepanelen nu mijn huis van stroom voorzien; en het kwam op het onderwerp Auenland. Wéér die naam: dit keer moest ik er aan meedoen. Patrick was er wel voor in, en via de achterdeur van het DARS NK schreven we in. Twee weken voor de start sprong het licht op groen en zou het doorgaan. Ik had ooit een 32 uurs race in de Harz gedaan, dit zou dus ook wel lukken. De hamstringblessure was over, de ½ Marathon van de week was alweer bijna twee maanden vaste prik, en ik voelde mij er meer dan klaar voor, conditioneel. Dat fietsen, dat zou wel goed komen.

Met wat aanpassingen aan de fiets, een ternauwernood opgeladen hoofdlampaccu en op de valreep geplakte achterband, 23 candy bars in de rugzak, een negatieve corona test op zak, en een weersvooruitzicht dat op miraculeuze wijze van 4 liter per m² per uur naar 0 was omgeklapt, gingen we van start. Nogal nonchalant overigens, nadat we onlangs nog de MWR en vHnH hadden gewonnen.

QR

Het scannen van een QR tag onderweg met de smartphone.

[vrijdag 18:50] Dat dit een ongewone adventure race zou worden was al snel duidelijk. En dan bedoel ik niet omdat dit de eerste keer was dat de CP’s zouden moeten worden gescand met een iOrienteering app op de smartphone middels in het veld geplaatste QR-codes, maar vooral vanwege de 50 rechtopstaande PVC pijpjes in het startvak. Een snelle blik: er ligt een pingpongballetje onderin. En er zitten gaten in de pijp geboord. Bij welke geocache heb ik dat eerder gezien? Creatieve plannen: blazen door de gaatjes, zuigen aan de bovenkant, de watervoorraad uitstorten in de pijp? Het wordt een kaarthoes die binnenstebuitengekeerd als emmer dienst doet en zich laat vullen in de naast de start-camping gelegen beek. En binnen een minuut hebben we het aldus verkregen balletje omgeruild voor het pak kaarten voor de race.

[19:01] We tekenen alles in (er staan een aantal coördinaten in het roadbook), plannen de looproute voor de 1e etappe, en gaan op pad. Wie hier vaker is geweest kent de beek en weet dat je er gewoon doorheen kan, wij lopen via een kleine stuw even verderop. Mooi weer, het is nog licht want immers pas 19:15, en een route zonder fouten. Toch zijn veel teams al sneller weg, wellicht omdat ze minder ver vooruit hebben gewerkt in de routeplanning. Alle puntjes van de loop-etappe vinden we, redelijk met gemak. Alleen verzwik ik mijn enkel als ik over een heel suf greppeltje spring. Ik weet inmiddels uit ervaring goed genoeg dat er dit keer niet veel aan de hand gaat zijn, hooguit wordt die wat stijf na afloop. En dat ‘na afloop’ is pas over 23 uur. Komt goed.

Wel zijn we eventjes misleid door een oud rood-wit lint. “Dat hangt er al minstens een jaar, dat hoort niet bij deze race”, zeg ik nog. Maar het blijkt er wel bij te horen: kennelijk is de route vorig jaar al uitgezet, maar vanwege Corona een jaar uitgesteld, zonder de CP-lintjes weg te halen. De knijpers en QR-codes zijn wel redelijk recent geplaatst. Maar toch is het wennen, en ik geloof niet dat het mijn favoriete methode gaat zijn. Telkens de telefoon pakken, ontgrendelen, app openen, scannen, uitzetten, opbergen. Een SI is veel fijner, die kan niet kapot, mag nat worden, en hoeft niet tevoren in de vliegtuigstand met de GPS uit gezet te worden. Overigens viel het me wel mee dat de telefoon na afloop nog 80% batterij over had, dus wat dat betreft was er ruim voldoende marge. Maar het is gewoon onhandig. En het voegt wat mij betreft niet veel toe.

[20:28] Anyway, we komen ongeschonden aan bij de start, waarna de eerste fietsetappe begint. Het is nog steeds licht, want de langste dag was ongeveer een week geleden. Snel op de fiets. Meteen flink klimmen. En dat voelt niet goed. Beetje pijn aan mijn rechter knie, en al gauw ook aan de linker. Dat beperkt de maximale kracht enigszins. Patrick heeft een sleep-elastiek, en dat verlicht het enigszins, maar comfortabel is het niet. Dit jaar mogen we niet door de bossen, vanwege droogte en/of Letterzetters, dus gaat de route vooral tussen de velden door. De hoogtemeters zijn er niet minder om. En paadjes met hoog gras tussen akkers en velden zijn ook behoorlijk pittig. Langzaam valt de duisternis, de hoofdlampen gaan aan, en in de verte zien we de rode knipperlichtjes bovenop de windturbines die boven de heuvels uitsteken. Het is mooi, maar ik bijt wel op mijn tandvlees, want de knieën werken niet mee. Aftellen tot het beging van de volgende etappe, dan mogen we weer lopen. Iets eerder overigens ook al, als we naar een CP moeten door hoog gras, langs een kleine bossage. Een bewoner van een nabijgelegen is wat minder enthousiast met al het nachtelijke bezoek, ook al lopen we gewoon door een stuk niemandsland. “I don’t want to see amy more of you people here”, roept ze. “So we are not the first tonight?”, antwoord ik. “No, you’re not!” bitst ze terug. En zo weten we dat we goed zitten. Het CP volgt even later. Via de andere kant van het bosje lopen we terug naar de fiets. En wéér moeten we trappen.

Eindelijk

[zaterdag 01:05] Eindelijk zijn we op het TA, waar de MTB wordt achtergelaten, de voorraad repen in de loop-rugzak aangevuld, en de globale loop-route bepaald. Onderweg komen de details wel. Ik navigeer te voet, Patrick op de fiets. Een mooie verdeling. We vinden elk punt direct. Via de kortste route, ook dat. Misschien niet altijd de snelste route trouwens, want het gras blijkt in veel weides hoger dan twee kontjes. Één keer loop ik verkeerd, kennelijk iets minder scherp. Het is dan ook al een uur of half drie ‘s nachts. Vervolgens besluit ik dat het handiger is om twee CP’s om te wisselen. Dat zou minder klimmen zijn. Maar achteraf is dat nog maar de vraag.

Drie alternatieven: de route bovenlangs was die van ons, de andere twee zijn iets langer, maar kosten iets minder hoogtemeters. Het is allemaal redelijk om het even. Loopsnelheid is denk ik de belangrijkste factor.

Het is in elk geval een minder conventionele route, door braambossen en moerassen. Afzien. En de kilometers beginnen in de benen te zakken. Een stukje zitten in een kano zou wel lekker zijn.

Onze route (blauw) was 600-700 meter korter dan de voor-de-hand liggende alternatieven die van CP25, via CP26, naar CP27 gingen. Het was dus korter om via CP27 naar CP26 te lopen. Daar staat tegenover dat we onszelf een klim van 25 meter hadden kunnen besparen, terwijl juist de mindere hoogtemeters de reden waren om een andere volgorde te kiezen. CP26 lag toch wat hoger dan ik gepland had. Maar nog korter was het om vanaf CP26 recht omlaag te lopen (zoals wij daar omhoog gingen) en dan naar CP27 te gaan.

Gaap

[03:50] Dat is dan ook de volgende discipline. We peddelen er lustig op los, stroomopwaarts. We komen de teams die voor ons liggen alweer tegen, die zijn al aan het traject met de stroom mee begonnen. Het is overigens wel schitterend, om in het holst van de nacht -een uur of vier is het dan- over een kalm riviertje te peddelen, terwijl de damp van het relatief warme water opstijgt en de bundel van de felle hoofdlamp als een massaloze kegel heen en weer zwaait bij elke beweging van het hoofd. Je zou er haast van in slaap gewiegd worden.

Hoe groter de stroomsnelheid, hoe langer je er over doet, ook al heb je de helft van de afstand stroom mee. Maar niet de helft van de tijd.

Dat is dan ook wat gebeurt, en ik dommel af en toe weg, tot Patrick er helemaal klaar mee is en mij ook een van zijn cafeïnepillejtes leent; een dubbele espresso zit er om deze tijd op deze plaats ook niet echt in. Wakker worden bij de diverse watervallen en passages wil niet zo goed lukken, de enige uitbundige activiteit van mijn lichaam is luidruchtig klappertanden vanwege de kou. Kanoën is inspannend, maar het grootste deel van je lichaam zit ongemakkelijk stil. Inmiddels is het bos om ons heen overgegaan in de bewoonde wereld (of voeren we daar al de hele tijd tussendoor maar zagen we het niet?) en bevinden we ons middenin Marburg. Toch voel ik me als op een andere planeet. Zere knieën van het opgevouwen zitten in de kano na het fietsen, een enkel die langzaam opzwelt, een zuur gevoel bij de minder fortuinlijke CP-volgorde-wissel in de loop-etappe, al met al geen triomf-gevoel. Aftellen tot de 24 uur om zijn is ook al geen goed idee, want er gaat nog veel, heel veel komen, en van wat er komt heb ik nog geen idee. Maar de kat-in’t-bakkie gedachte is -volkomen terecht overigens- in geen velden of wegen meer te bekennen. Wat me troost is dat er hierna weer een loop-etappe volgt en we nog even niet op de fiets hoeven. Onding.

Met toenemende stroomsnelheid neemt de benodigde tijd om op en neer te varen dramatisch toe. Bij 1-2 km/u valt het overigens nog gigantisch mee.

Eerder dan verwacht wordt de kano ingeruild. Niet gepland, maar impulsief ingegeven als we een andere kano nabij een passage in de struiken zien liggen. Natuurlijk! We moeten nog 4 CP’s oppikken stroomafwaarts van hier, maar daarna moeten we tegen de stroom in terug, want het TA (transition area: daar waar je de fiets achterlaat en overstapt op een ander vervoermiddel, of omgekeerd) ligt nog iets stroomopwaarts van Marburg. En dan is lopen wellicht geen gekke optie. Het staat nergens in de reglementen dat je, ook al heb je een kano tot je beschikking, je de “laatste meters” naar het CP niet te voet mag afleggen. (Het ontbreken van de kleine lettertjes heeft ons al vaker op een tactisch voordeel gezet; dat we “niet over een roadblock heen” mochten in 2015, bijvoorbeeld.) Meestal is dat ook niet gunstig; lopen kost meer energie, al kan het sneller zijn. Maar tegen de stroom in is dat een ander verhaal. Het is namelijk niet zo dat de tijd die je stroomafwaarts wint één-op-één kan wegstrepen tegen het verlies stroomopwaarts. Ga maar na: als je even hard peddelt als de rivier stroomt, ben je wel in de helft van de tijd met de richting van de stroming mee waar je wilde zijn, maar over de terugweg doe je oneindig lang. Er is één ‘maar’: stel nou dat de CP’s aan de waterkant van de pijlers van de bruggen hangen, of aan een pijler in het midden van de rivier. Dan kunnen we er te voet simpelweg niet komen en wordt het zwemmen. Dat risico nemen we op de koop toe. Alleen al het vooruitzicht om even de benen te kunnen strekken gedurende het komende uur.

Lopen, als zombies, maar toch met hernieuwde energie. In een tempo van niks, met 8 km/u gemiddeld, maar toch een tikkeltje sneller dan de 6 km/u die we met de kano haalden stroomopwaarts, en 7 km/u stroomafwaarts. Het verschil is marginaal, maar het is gewoon lekker om iets met de beentjes te doen, die zijn daar beter voor gemaakt. Al zullen we de komende vier uur ook nog een flink stuk moeten lopen…

[07:29] Terug bij het TA toch wat twijfel. Mocht dit wel, geen kano gebruiken? We melden het in elk geval even aan de organisatie, dan kunnen ze zien wat ze er mee doen. Veel voordeel heeft het niet opgeleverd, da’s wel duidelijk, maar we zijn tenminste wakker en opgewarmd.

Nat

Organisator ARH houdt het hoofd boven water.

Niet voor lang overigens. De volgende opdracht is geen etappe, het is een verplicht onderdeel: de rivier over zwemmen. De kou valt wel mee, het is meer het gehannes. Alles in de droogzak proppen, shirt uit, over zwemmen, ontdekken dat de kaart nog aan de andere kant ligt en terug zwemmen, en opnieuw naar de overkant. Een niet al te moeilijke foto-speurtocht brengt ons op het topje van de stad, in een burcht. De weg omlaag naar het volgende CP leert dat de gegeven stadsplattegrond voor auto’s bedoeld is en alle voetpaden en trappetjes en steegjes ontbeert zodat we geen idee meer hebben waar we precies zijn. En dat blijkt een flinke hindernis bij de rest van deze etappe door het stadje Marburg. Want regelmatig lopen we een niet-getekend paadje in dat te vroeg ons pad kruist. Apart is het wel: druipend van de zwem-overtocht, met een fietshelm met hoofdlamp op het hoofd, door een stad rennen die langzaam volloopt met winkelend publiek. Om minder op te vallen bestellen we een broodje en een ijskoude cola bij een bakkertje. Die cola hadden we trouwens nog te goed, na de Harz drie jaar geleden, toen we watertandend en vastbesloten onszelf op een frisje te trakteren naar een etablissement renden dat bij nader inzien al jaren gesloten bleek. Eindelijk…

[10:05] Nog één keer overzwemmen, klaarmaken voor de volgende etappe, route bepalen, en op de fiets springen. Het lijkt simpel, en de eerste 500 meter ben ik in juich-stemming want mijn knieën doen het weer. Maar afkloppen moet op ongelakt hout en niet op een aluminium frame, waardoor ik me even later weer loop te verbijten. “Dit gaat echt niet goed”, denk ik, zeker niet met 50 km steile hellingen in het vooruitzicht. Dit wordt de zwaarste etappe, en het is niet voor niets dat ze er 4 uur rekenen, vol hellingen waar je omhoog amper sneller fiets dan loopt. De knieschijven willen niet meer. Ik houd het amper een uur vol, en dan, met pijn in het hart, stel ik voor om om te keren. Patrick noemt het een moedig besluit, maar kan de teleurstelling ook niet verkroppen. De handdoek in de ring gooien gaat altijd met een grondig balen gepaard. Hier zijn we niet voor naar het Sauerland afgereisd, hier hebben we geen 145 km door het terrein geploeterd, en 16 uur afgezien.

Maar alleen omdat we nog niet klaar zijn, en we de resterende tijd nog zo goed mogelijk kunnen zien te besteden, en het ergens ook wel een heel verstandig besluit lijkt, is het enigszins acceptabel.

Niet dat het vervolgens gesneden koek is. We zijn twee bergruggen verwijderd van het eindpunt van de ze etappe, en dat betekent dat er nog steeds flink geklommen moet worden. Maar twee keer stijgen met een eindpunt in zicht gaat er wel beter in dan nog negen hellingen.

[12:17] En zo komt het dat we bloedeloos maar met veel zweet en tranen vrijwel tegelijk met de nummers 1 van de race (die 22 km meer gefietst hebben en 385 m extra geklommen hebben dan wij) bij het Kletterwald aankomen. Ze schrikken even ons daar te zien (“zouden zij echt zo slecht oriënteren en wij zo hard fietsen?”) maar we menen ze snel uit die boze droom te moeten helpen. Het klimbos is een soort vakantie. Even geen inspanning, maar een beetje spelen tussen de boomtoppen. Er kan niets mis gaan, de tijd tijd doet er ook niet zo veel toe (voor ons), en de voornaamste vertraging komt van gezinnen die vóór ons het zelfde klimparcours volgen maar dan in slow-motion. Dit is trouwens wel het eerste klimbos waar ik tijdens een flying fox de bocht om ben gegaan; bedoeld, maar niet subtiel.

Beest

[13:51] Dit stukje buitenspelen is nog niet afgelopen of het volgende begint weer. Andere koek. Ik heb wat goed te maken, voor mijn gejeremieer op de fiets. Dus loop ik de run-bike etappe, en Patrick fietst. Dat mag, dat kan, en dat blijkt helemaal niet zo’n tactloze beslissing. Want al zou je zeggen dat het sneller is om beide een deel te fietsen en een deel te lopen (50/50 meestal, want de fiets moet het hele traject afleggen, en de benenwagen dus ook), blijkt dat tegen te vallen. Op- en afstappen kost best veel tijd, steil klimmen met de fiets is niet sneller dan te voet, en zo komt het dat er nagenoeg even lang over doen als de kopers. Oké, ik loop me ook wel een beetje uit te sloven, maar daar voel ik me alleen maar beter van. Dit is afzien met een doel, het voelt heerlijk. Her en der een klein oriëntatiefoutje, dat hoort er bij; ook daarin volgt het andere team ons gedwee. Alsof het een doel is de would-be-tegenstander extra af te matten.

[15:33] Hoe jammer dat hier een eind aan komt. Er moet voor een laatste keer gefietst worden. Gelukkig wel bergaf, aanvankelijk, maar toch ook weer met een flinke klim. Piepend en krakend bereiken we de eindstreep. Een laatste sprint, en het is zo ver. Het zit er op.

Onwerkelijk, alsof we niet echt hebben meegedaan. Met nog ruim drie uur óver, maar ook 7 overgeslagen punten, is het grote glas Weizenbier op het terras naast de finish wel dorstlessend, maar smaakt het minder verdiend. Had er dan meer in gezeten? Tja, achteraf hadden we natuurlijk een stuk rustiger kunnen fietsen en had ik het misschien langer uitgehouden. Of hadden we bergop kunnen wandelen, en er af rollen, maar dan haal je misschien met moeite een gemiddelde van 10 km/uur, met het risico dat de run-bike etappe een stuk minder soepel was gegaan. Kortom, we zullen het nooit weten, tenzij we het gewoon nog een keer proberen. En zo klinkt het bij de volgende -want er komen er meer- halve liters: “Op de volgende keer!”.

Later

De foto’s zijn trouwens gemaakt door Larissa Rand die zelf ook oriënteert.

Soms moet je er even afstand van nemen. Om terug te kunnen denken aan een fantastisch mooi event. Prachtige omgeving, weer dat alleszins meeviel, goede sfeer. En een uitdagend parcours, leuk oriënteren, vlekkeloos georganiseerd, verrassende elementen, prima kaarten. De change-of-scene halverwege, met een etappe dwars door het winkelend publiek in de stad, na het overzwemmen van de rivier, maakt dat er op een lange dat als deze alleen maar nog meer gebeurd lijkt. Mooie dingen.  

Déjà vu Mosbeek

Mijn eerste Orienteering Challenge liep ik onder de teamnaam “de Nerds Running from Hot to Her”. En dus wat het natuurlijk een no-brainer toen er dit jaar (voor de eerste keer) de Van Hot Naar Her Run werd georganiseerd: meedoen! Niet in de laatste plaats omdat ik heel nieuwsgierig was welke interpretatie Michel, Vincent en Wouter aan dit concept zouden geven. Maar al vóór de start was de eerste déjà vu aldus een feit.

Op de site van Leo Slutter valt te lezen dat iets dergelijks 30 jaar geleden al bestond in Nederland, en hij heeft zijn stempel gedrukt op de ontwikkeling van nu met name de Midwinterrun en de N8-run. Dat waren, tot afgelopen weekend dus, eigenlijk de enige dergelijke evenementen in Nederland. Met andere organisaties (de N8 was oorspronkelijk wel van Leo’s hand), maar met toch behoorlijk karakteristieke gemeenschappelijke kenmerken:

  • een vrije route, lopend af te leggen langs zo veel mogelijk punten, in een bepaalde tijd
  • oriënteren aan de hand van diverse (typen) kaarten
  • strafpunten voor gemiste of foute punten, en voor het overschrijden van deadlines

En die basisregels blijken ook één op één overgenomen door de Van Hot Naar Her Run. Inclusief de letterlijke tekst van grote delen van het reglement en puntentelling. Maar dat maakt niet uit, dat is wel zo duidelijk. Inmiddels weet ik wel dat de bonusminuten niet nog eens van de tijd af gaan, en de strafminuten er niet bij komen, maar dat dat gewoon de enige telling is: één minuut eerder dan de deadline is gewoon een minuut sneller gelopen, en elke minuut er na kost je er twee. Een gemist punt kost 30 minuten, en een foutief CP nummer kost 60. En een gemiste tussentijdse deadline kost ook een minuut per minuut, maar dat kan dus ook nog eens optellen aan het eind van de race. Met drie tijdslimieten gedurende de race zijn alle extra minuten in de eerste etappe dure minuten, mits je die later niet in weet te halen. En dat vereist dus wat extra strategische planningen. Zoals ook bij menige Midwinterrun.

Relaxed vroeg

Ook het starttijdstip is onverminderd vroeg, maar omdat Twente voor ons wel wat verder van huis ligt, besluiten we de nacht tevoren in een tentje nabij de startlocatie door te brengen. Niets spannends aan, zou je zeggen, maar er blijkt noodweer op komst. Bij vertrek uit Eindhoven rijden we door een ongelooflijk gordijn van water, maar gelukkig halen we de buien in, en verloopt de rest van de reis naar de Achterhoek droog. Maar ja, met zuidwesten wind komen de wolken toch langzaamaan onze kant. op. Uiteindelijk trekt het helse onweer pas over bij de eerste ochtendgloren, maar de tent houdt het, en als we opstaan zijn alleen het gras en de tent nat. We hebben geluk. Koffie zetten, douchen, en op naar de start, amper een kilometer verderop. Nog nooit zo relaxed begonnen…

Een gezellig weerzien met bekende gezichten van onder andere de MWR en de N8. Maar iedereen lijkt toch wel een beetje zenuwachtig, ongewis over de rest van het programma. Welke verrassingen zouden volgen? Hoe loopt de route, hoe ziet de dag er uit, wat voor opdrachten zullen het zijn, hoe zijn de punten ‘verstopt’?

Dan de briefing. Uit de losse pols verschuift Michel, die het woord doet, het starttijdstip een kwartiertje. En er worden wat CP’s opgelezen die vervallen. Kennelijk zijn de inzichten met het naderen van het startschot gewijzigd. De eerste deadline lijkt op zich best ruim, maar we hebben natuurlijk geen idee wat ons te doen staat en hoe de overige etappes er uit zien.

Het zijn er in elk geval drie, met inderdaad strafpunten voor het overschrijden van de deadlines. Elke minuut te laat bij de eerste, is ook een minuut minder die we hebben voor de tweede, en de derde. Wel, misschien zijn er wel minder punten te vinden in de derde etappe, en kunnen we beter een paar punten meer in de eerste pakken, als die minder tijd kosten. Maar ja, wat de beste keuze is, dat weet je pas achteraf. We krijgen namelijk -niet ongebruikelijk- nu alleen de kaarten voor etappe 1.

Etappe 1

Het startschot heeft altijd iets Monty-Pythonesks: veel teams stuiven verschillende richtingen op, en gaan ergens zitten om de envelop open te maken, en de rest kijkt vertwijfelt om zich heen waar een handige plek is om de kaarten te pakken en diverse punten in te tekenen die nog niet op de kaart staan, maar waarvan de coördinaten gegeven zijn. Wat de beste strategie is, eerst tekenen, dan in één keer rennend overal heen, of gaandeweg intekenen als we in de buurt zijn, en alvast direct een voorsprongetje pakken bij de start, daar heb ik het al vaker over gehad. Omdat dit een nieuwe loop is lijkt het sowieso het slimst om eerst eens te kijken en een inschatting te maken van de route en de opdrachten. Maar het blijkt redelijk in lijn met de MWR: zo’n één-op-de-tien punten moeten we intekenen met gegeven coördinaten, en één-op-de-vijf is een peiling vanaf een voorgaand punt. Dat moet geen probleem zijn. Wat wel nieuw is is het fotoblad: een stuk of 12 foto’s die onderweg te zien zijn, altijd vlakbij een CP van de route, en bij elke foto moeten we ook een CP nummer noteren. Is dat dan het nummer van het CP dat er bij ligt? Of heeft zo’n foto een eigen kaartje? We zullen wel zien.

Niet als eerste, maar ook niet als laatste, vertrekt team Bolt. Eerst even opwarmen, dan geleidelijk in een hoger tempo. Heuvel op, heuvel af, het is hier allerminst vlak. De kaartjes met de CP nummers blijken aardig beschut opgehangen, en de derde die we zoeken kunnen we dan ook al meteen niet vinden (CP79). Er komen nog meer teams aan, en uiteindelijk staan we met 16 man een hele bomenopstand binnenstebuiten te keren. We roepen dat we hem hebben, en rennen door, na dik 5 minuten zoeken. Alleen maar om de andere teams in verwarring te brengen, want we hebben helemaal niets gevonden. Zou dat de rest van de dag ook zo gaan? We kennen nog niet alle steken van deze nieuwe organisatie, maar we zijn lerende…

En warempel, twee punten later kunnen we alweer een CP (5) niet vinden. Dit keer eentje die we zelf hebben mogen intekenen op de kaart, maar die ook na een doublecheck toch echt daar moet zijn. Of wacht: we zien hier ook één van de foto’s die we zoeken, en daar hangt wel een CP aan vast. Iets te ver naar het noordwesten voor het nabijgelegen CP, maar toch. Dus misschien is er bij een foto wel maar 1 CP te vinden, en gaat het er gewoon om dat bij het juiste CP te noteren. Dat moet het wel zijn, want inmiddels een dozijn andere deelnemers lijkt ook het CP hier niet te kunnen vinden. We gaan door naar de volgende.

Een paar ‘standaard’ punten, een paar peilingen, en dan een hoge uitzichtmast. In Duitsland, want we zitten vlak bij de grens hier, en nu dus ook er over. Een foto van de top herkennen we van het plaatjesvel. Ook daar hangt een CP kaartje bij, precies op de plek waar op de kaart er ook één zou moeten hangen (CP18). Dat die bij de foto hoort staat wel vast, en het is ook de aangeduide locatie op de kaart, dus dat moet wel goed zijn. We checken het nog even, maar we hebben geen aanwijzing over het hoofd gezien over de hoogte van de CP’s. Ik herinner met nog een Woudlopersrun, waarbij op een informatiebord stond dat de betreffende uitzichttoren -zeg- 100 meter hoog was, en er een aanwijzing hing dat het CP zich op 99 meter hoogte zou moeten bevinden. Dat hing dus een meter onder het bovenste platform. Hadden we kunnen weten, toen. Nu geen verdere aanwijzingen, dus overtuigd noteren we het zelfde nummer 2 keer. Zouden we dat bij die vorige foto dan ook maar doen?

Ondanks al deze twijfel onderweg zit de vaart er goed in. En wat we vinden, vinden we vol overtuiging. Neem dat ene punt waar we een peiling maken, en op nagenoeg de juiste afstand, maar ook, op dezelfde lijn maar duidelijk te vér, een tweede CP-kaartje vinden. Het valse CP, heuveltje af vanaf het het startpunt van de peiling, bevestigt nog eens dat de organisatoren de denkwijze van de Midwinterrun hebben overgenomen. Heuvel-af loop je gauw te ver als je paslengtes telt, en omhoog zal het omgekeerd zijn, zo redeneren ze. Goed om te weten.

Wel is het af en toe flink zoeken naar de CP’s die niet direct in het oog springen. Die hangen soms goed verstopt, op plekken waar je er gauw overheen kijkt. Is dat leuk? Ik vind van niet. De uitdaging is oriënteren, routes kiezen, kaartlezen, en tactisch plannen, maar niet naar spelden in hooibergen zoeken. De enige 2 redenen die ik kan bedenken om CP’s te verstoppen is om te voorkomen dat voorbijgangers die niet meedoen ze vinden en meenemen, en voorbijgangers die wel meedoen ze meepakken terwijl ze er toevallig langs komen op goed geluk maar eigenlijk ergens anders wilden zoeken. En daarvoor hoef je niet zó goed voor paashaas te spelen.

Anyway, na een lang stuk komen we bij een zandverstuiving met een aantal peilingen. Lastig, maar als je de tijd neemt is het goed te doen. Jaren terug heb ik hier een hele ochtend met de kids lopen dollen, naar boven rennend, en omlaag glijdend. Nu was de uitdaging om ondanks het hoogteverschil en de hellingen al peilend een weg te vinden tussen een veelheid aan CP’s, zowel valse als echte. Net als bij de Midwinterrun. Zeker zullen we pas weten dat we alles goed hadden bij het horen van de einduitslag, maar dat is pas veel later. Nu realiseren we ons vooral dat de tijd best wel dringt en de eerste deadline ras nadert.

Ook herkenbaar, maar altijd weer leuk, is het stuk op de volgende kaart, uit een oude topografische atlas van -volgens Topotijdreis.nl– negentienhonderdenvijf. Er klopt weinig hout meer van, maar wel net voldoende om de CP’s te kunnen vinden. Het is goed opletten bij de grafheuveltjes, waar dan ook meerdere -veelal valse- CP’s blijken te hangen. Het is ook goed opletten op het laatste stukje van de etappe, als we ontdekken dat we een paar punten nog niet hadden ingetekend, en we daar dus al voorbij zijn gelopen. Scherp blijven, jongens!

Maar na een prachtig kronkelpad langs de Mosbeek komen we aan bij het einde van etappe 1, waar we de volgende kaarten krijgen uitgereikt. Het is er druk, want we zijn maar ternauwernood binnen de eerste deadline gebleven. En dat geldt voor mee teams. Het kan haast niet anders of een flink aantal heeft een aantal CP’s moeten laten liggen. Wij zijn ook bijna buiten adem om het nog net te halen.

Er slaat lichte paniek toe, als een paar CP’s zijn gegeven in Universal Transverse Mercator coördinaten, terwijl het grid op de kaarten die we hebben gekregen alleen maar Rijksdriehoekscöordinaten toont; ook een soort UTM, maar met Amersfoort als middelpunt. Ik weet even niet uit mijn hoofd wat het verschil in azimuth is. UTM kent 60 zones, dus dat is 6 graden oosterlengte per zone. En dus maximaal 3 graden afwijking van het UTM grid ten opzichte van het ware noorden. Voor RD is dat minder, hooguit 2 graden, want Nederland is een graad of 4 breed. Maar we zitten redelijk ver naar het oosten, en 3+2 = 5, dus afhankelijk van waar onze UTM zone haar middellijn heeft kan het behoorlijk scheef lopen. Wel weten we dat de LSD (least significant digits) van UTM zowel als RD één meter voorstellen, dus als we de offset van de twee bepalen uit een punt op de kaart (of in het roadbook) waarvan we zowel RD als UTM kennen, kunnen we bij benadering alles omrekenen. Zou het zo flauw zijn, of zouden we ergens uit kunnen afleiden wat de hoek is? Achteraf is dat niet moeilijk, en zoek ik op dat het verschil 2,8 graden is, oftewel 49 meter per kilometer. Maar op dat moment zoeken we naarstig naar een tweede punt met dubbele coördinaten zodat we de correctie kunnen bepalen. Dat blijkt er wel te zijn, namelijk het startpunt, maar daar kunnen we dan weer niets mee. (Daarvan blijkt achteraf dat het UTM coordinaat helemaal niet klopt en bijna een km van ‘hetzelfde’ punt in RD notatie ligt; zal wel een vergissing zijn.)

Of wacht, zou de organisatie niet hebben geweten dat het verschil zo groot is? Dat kan natuurlijk ook. In dat geval hebben ze gewoon de coördinaten een stukje opgeschoven, maar niet gedraaid, en als zodanig genoteerd. Dat betekent dat ze (hopelijk) niet via software de locaties hebben bepaald, maar gewoon in RD, en alleen een extra moeilijkheid hebben toegevoegd door bij elke easting en northing een waarde op te tellen. We proberen het uit, bij het intekenen, en inderdaad komen de aldus ingetekende punten aardig uit op de kaart, bij wegen, paden, hoeken en kruisingen. Niet helemaal, maar het lijkt goed genoeg. Een stukje reverse engineering van de organisatoren, en we kunnen verder.

Toch zal later blijken dat een paar punten heel lastig te vinden zijn, en eentje kunnen we helemaal niet vinden. En achteraf snap ik waarom. Het blijkt namelijk toch niet zo gegaan te zijn als ik hier boven beschreef. Als je de gegeven UTM coordinaten invoert in een programma en op de kaart plot blijkt dat dat veel beter overeenkomt met de CP’s dan met de handmatige offset methode. Bij CP61, dat we niet vonden, is de fout wel 35 meter. De UTM coordinaten kloppen dus wel, maar er was geen reële manier om dat onderweg correct om te rekenen naar het grid van de kaarten die we hadden gekregen.

Etappe 2

Wat volgt is een lange etappe, met flinke afstanden tussen de waypoints. We hebben nogal moeite met de peilingen, maar dat zal wel aan ons liggen. En aan de andere teams die in grote getale rondzwerven rond de gepeilde punten. En toch is het even later weer uitgestorven, waar is iedereen gebleven? Kennelijk dusdanig in de war van de plotselinge desolaatheid loop ik glashard de verkeerde kant op, moeten we heroriënteren, lopen bijna vast in een modderige wei, en staan schijnbaar eindeloos te zoeken naar een CP dat toch echt verder ligt dan zou moeten. Tijd voor een test: waar Patrick het schouderhoge gras van een verlaten wei verkiest meen ik dat de verharde weg er omheen zonder twijfel sneller is. Hij wint weliswaar de verwedde winegum maar ook ik spot onderweg een van de gezochte speurtocht-foto’s. Ook wat waard.

Dan komen we op een plek die misschien wel de mooiste locatie voor een CP was geweest deze tocht. Geniaal plekje, alleen met natte voeten te bereiken, vergeven van de muggen, bestaande uit een groene jungle waarin drie eilandjes van duidelijk te onderscheiden …. groene jungle. Precies op de locatie waar we het CP hebben ingetekend hangt niets. En dat klopt ook want we hebben ons op de kaart 1 vakje verteld. Dat wil zeggen: het gezochte CP hangt precies 1000 meter oostelijker.

Na nog een stuk of wat omzwervingen, naderen we het einde van deze etappe. Maar omdat de deadline nog net iets harder nadert, en we, niet wetende wat er allemaal nog gaat komen, geen strafpunten hopen te moeten incasseren die, doordruppelend naar de laatste etappe, effectief verdubbelen, besluiten we twee punten over te slaan. Een derde CP slaan we onbewust over, eentje kunnen we niet vinden, en we noteren een valse. Waardoor we, toch wel enigszins vanwege tijdgebrek, deze etappe afsluiten met 5 punten in de min.

Die valse trouwens, dat was een klassiek gevalletje nonchalance. Want op zo’n 500 meter van het kaartwisselpunt lopen we achter een paar andere teams (met dezelfde deadline in hun hoofd) langs een bankje met elektrische-fiets-toeristen, die, behulpzaam als ze denken te zijn, driftig staan te wijzen op het CP-kaartje. Dat dat verdacht opvallend in het zicht hangt maakt ons even niet uit; de klok tikt door, het zal wel goed zijn.

Etappe 3

De laatste etappe lijkt nog behoorlijk lang, met veel punten, op een grote kaart. Maar het A3-formaat misleidt, want de schaal is ook riant. Het gebied is schitterend, en we komen op plekken waar we niet horen te zijn. Maar dat is onze eigen fout, want een stuk of 5 CP’s zijn vervallen, en dat betekent dat je daar, mits je niet over het hoofd ziet dat dat bij de start duidelijk verteld is, behoorlijk lang kan zoeken naar kaartjes die er niet hangen. Maar we zijn niet voor 1 gat te vangen, laat staan voor 1 km, en zo voegen we ons weer spoedig bij de meute. Want dat mag gezegd worden: de tussentijdse deadlines zorgen voor een gezellig compact deelnemersveld op meerdere punten in de race. Via beekdalen, weides, moerassen, meertjes, en lanen, belanden we zelfs bij een verlaten villa in het bos.

Dan voelt het weer even vreemd aan dat juist daar niemand anders loopt te zoeken, wat achteraf logisch is gezien onze alternatieve route langs geannuleerde posten verder naar het oosten, waarbij de overige -oplettender- teams op een meer westelijke route al lang langs dit punt zijn gelopen. Dat vind ik altijd wel leuk: een CP-punten wolk in plaats van een lineairdere slang, zodat er een handelsreizigersprobleem valt op te lossen. Als je naast de optimale volgorde en route ook nog een optimale selectie moet maken is de complexiteit van de uitdaging helemaal compleet, maar het blijkt toch al snel dat deze derde en laatste etappe een relatief korte exercitie gaat worden. De ‘tactisch overgeslagen punten’ van etappe 2 hadden we beter wel mee kunnen pakken, want van het doordruppelen van de strafminuten blijkt geen sprake.

Een flink stuk lopen we samen met team “Moeten we hier zijn” want wij weten hen, en zij weten ons onderweg niet van ons resp. zich af te schudden. Blijkt dat Patrick samen met hen volgend jaar de Adventure Race Holland gaat lopen, een 55-uurs race in maart 2022. Ik wordt jaloers en meld me aan als reserve, niet wetende wat me te wachten staat; ik heb in elk geval de motivatie. Maar dat komt later, nu eerst even deze race afmaken.

Niet moeilijk, we vinden nog een foto, wat CP’s, en een kortere route door de velden. Nou ja, ‘door’? Je loopt niet dwars door een akker als daar gewas groeit, dan loop je langs de rand. Een weide met of zonder vee mag, maar op eigen  risico. Privé terrein is uitgesloten, mits duidelijk aangegeven of overduidelijk. Of met toestemming, uiteraard. En er blijven altijd grijze gebieden. Nood breekt wet. Kortom, wat ik hier opschrijf, daar heb je niets aan, vergeet het; volg je eigen geweten, want het maakt niet uit of iemand het ziet of niet. Maar genoeg gemijmerd, we moeten dóórlopen; er is een mini-wedstrijd ontstaan tussen teams Druksticks, Moeten we hier zijn, en BOLT. Uiteraard zonder te weten hoeveel CP’s gemist, overgeslagen, niet gevonden of fout zijn, maar voor de vorm wordt het toch een soort eindsprint.

Finish

Eerst bijkomen van ruim 37 km rennen door de Twentse heuvels. Dan routekeuzes vergelijken, “konden jullie CP x ook niet vinden?”, dat soort praat. Ouderwets gezellig, zittend op 1,5 meter afstand.

En we maken de balans op: een goed geslaagde Orienteering Challenge (zoals ik dit soort run placht te noemen). Niet veel later zal blijken dat we gewonnen hebben. Maar er zijn altijd wat dingetjes die we kunnen verbeteren.

  • Het was lastig om een inschatting van de tijd te maken, want al wisten we het aantal CP’s per etappe vanaf het begin omdat we het complete roadbook bij de start kregen, het was niet bekend hoe ver de punten in de verschillende etappes van elkaar zouden liggen. En juist daarom bleek dat etappe 3 een eitje was en we de punten van etappe 2 beter niet hadden kunnen overslaan. Niets aan te doen. Maar we hadden iets meer risico kunnen nemen.
  • We moeten wel wat scherper zijn met het bijhouden van vervallen punten (aangeven in het roadbook, én op de kaart) en beter onderling communiceren wat het volgende punt gaat zijn waar we heen lopen. Dat scheelt een heleboel tijd.
  • Het werkt goed om op de kaarten aan te geen van waar naar waar we gaan lopen, en daarnaast een lijstje bij te houden met deze punten in volgorde. En extra alert te zijn bij punten die op meerdere kaarten staan.
  • Nooit luisteren naar argeloze voorbijgangers die behulpzaam denken te zijn.
  • En natuurlijk even dubbel te checken of we een punt niet in het verkeerde kwadrant intekenen, dat scheelt een mooie omweg.
Wij zijn team 15, helemaal links.

Kijkend naar de score-tabel valt wat ons resultaat betreft op:

  • CP5 dat we niet konden vinden is maar door 30% van de teams gespot. Kennelijk was dat punt goed verstopt, want ik denk dat iedereen hier langs is gekomen. Maar het was wel een intekenpunt, en die worden wat vaker overgeslagen.
  • CP18, het CP dat exact op dezelfde plek hing als de uitzichttoren, hadden we fout. Omdat we toen nog dachten dat een foto-CP wellicht het zelfde nummer zou hebben als het kaart-CP als dat op dezelfde plek lag.
  • CP79, aan het eind van een haag in een wei, heeft niemand kunnen vinden. Wellicht hing dat er niet (meer).
  • CP49, dat door 85% van de teams is overgeslagen, zijn we simpelweg vergeten. We konden dat stukje op 2 kaarten navigeren, en we hadden het maar op een van de twee ingetekend. Stom.
  • CP59 en CP68 hebben we vanwege de deadline overgeslagen, net als meer dan de helft van de teams.
  • CP61, aan een lange groene strook in een bos, konden we niet vinden. 25% van de teams is daar wel in geslaagd.
  • CP66, waar we het valse CP noteerden, vanwege sympathieke voorbijgangers.
  • Twee foto’s zijn we niet tegengekomen: 4 en 9.
  • Daarentegen hadden we een aantal CP’s wel die heel veel teams oversloegen: CP15, CP32, CP36, CP61, CP70 en CP73. En we hebben een paar foute CP’s weten ver vermijden die kennelijk nogal tricky waren: CP35 (bij de grafheuvels waar heel veel valse CP’s hingen), CP89 (een projectie langs een recht pad) en CP101 (een projectie naar de overkant van een meertje).

Geslaagd

Ik vind dat de van Hot naar Her organisatie er uitstekend in geslaagd is een loop van niveau uit te zetten. Dit is zeker voor herhaling vatbaar. Hopelijk weten ze volgend jaar weer zo’n mooi gebied uit te zoeken als dit. Een CP-kaartje kan altijd verdwijnen, dat gebeurt wel vaker. Een paar tips (maar wie ben ik om hier wat van te zeggen?):

  • De RD-UTM omrekening verdient geen schoonheidsprijs. Het was niet mogelijk om deze punten op de juiste plek op de kaart te tekenen zonder niet-toegestane hulpmiddelen.
  • Bij een peiling over een meertje heen is het bijna niet te doen om zonder kaart de juiste afstand te bepalen. Iemand die stiekem een GPS gebruikt is dan wel heel erg in het voordeel. Of je moet een driehoeksmeting doen met een peilkompas, maar dat vergt veel rekenwerk en een cosinustabel in het hoofd.
  • Het is wel erg verwarrend dat het CP bij een foto soms op exact dezelfde plek hing als een ander CP op de kaart. Zelfde plek = beide goed.
  • De deadlines kwamen verhoudingsgewijs niet overeen met de benodigde tijd, dan kan je geen reële planning maken, en wordt het gokken.

Maar we hebben genoten van de omgeving, de route, het weer en de uitdagingen. Volgend jaar weer?

 

 

ForestLab: 1.5 m = 1.0 CPM

[Ik schrijf dit maandag 26 april, 52 uur na de start] Spannend: er is nog geen uitslag! Het kan dus nog van alles worden. Dat is het gevolg van de opzet van deze FieldLab variant: de Chickenpower MidWinterRun 2021, in Corona-proof setting. Wat overigens uitmuntend gelukt is. Stel je een covid-teststraat voor, waar je in de auto in de rij staat. Om de twee minuten wordt er geen wattenstaafje in een gehemelte geduwd, maar een envelop met kaarten in de hand van de bijrijder; en de instructies omvatten geen huisarrest, maar een parkeerplaats-quarantaine, waar je pas uit mag als je een vlaggensemafoorboodschap hebt ontcijferd die op een mobiel wegafzettingsdisplay wordt getoond en daarmee het coördinaat van CP1 hebt achterhaald. Hierdoor vertrekken alle teams op minstens anderhalve hectometer afstand van elkaar, en de rest van de dag komen we dan ook niet dichter dan op in-de-verte-zicht-afstand van de overige deelnemers. De daadwerkelijke healthcheck bestaat uit zo’n 30 tot 40 km hardlopen, die je dan ook alleen overleeft als je kerngezond bent. Dus ook dat zit wel goed. Kortom: dit micro-evenement met hooguit 50 deelnemers staat model voor hoe je wél in deze tijd een wedstrijdje buitenspelen kan organiseren. Complimenten! En vandaar ook de titel van deze blog: in het verlengde van de FieldLab events, maar dan in het bos.

Race tegen de klok met de klok mee

Het lijkt goed te beginnen: we hebben heel snel het startcoördinaat op papier. Op 1 cijfer na. Geen significant cijfer (het laatste decimaal van noord; dus hooguit 5 meter afwijking), maar omdat we dit coördinaat als antwoord bij CP1 moeten invullen (en het dus tot op het laatste cijfer moet kloppen) raken we in verwarring: wat moet het zijn? Volgens de seinvlaggentabel zijn A t/m I de cijfers 1 t/m 9, betekent J dat er letters volgen, en staat de letter K voor het cijfer 0. En een andere combinatie zegt dat er cijfers volgen. We lezen “#17851J_471575_”. Of is de J toch een 0 in dit geval, omdat die na de I=9 komt? Logisch, op zich, maar niet volgens de legenda die we ook in de envelop vonden. Is het wel goed dan? (score: -1)

En we raken nog meer van het padje als we lezen dat we het CP nummer van de start (dat
gelijk is aan dat op de finish) moeten noteren, maar we nergens iets vinden. Overal zoeken, minstens tien minuten het hele erf (de start-parking is tussen 3 stallen op een boerenerf) afspeuren naar een blauwe kaartje met de code. Zonder succes. Nee, dat begint niet goed. (-2)

Dan maar naar CP 1. We noteren het coördinaat (gokkend dat J wel 0 zal zijn) en maken een schetsje van de kaart die op het raam van een verlaten caravan hangt. Dat levert 4 CP’s op, die we rap vinden. Hoewel er eentje niet gevonden wordt waar we hem verwachten. CP2 zou namelijk op de hoek van een open plek moeten hangen, zuidelijk van een kruising, en de open plek is dichtgegroeid maar het kaartje hangt net voorbij de kruising. Ik vind dit typisch een MWR instink-punt: één CP op de juiste plek op de kaart, en ééntje op de plek die nu lijkt op hoe de kaart er destijds uitzag. Dat is maar al te vaak nu nét de uitdaging bij deze wedstrijd. Maar goed, we hebben nog vers een potentiële gemiste CP1, start- en finish code in het achterhoofd, en hebben geen zin om nog meer tijd te verliezen. Er hangt geen kaartje waar we dat zouden verwachten, dus het zal wel geen vals CP zijn, hopen we. (-½) Een half? Ja, een half, want het kan fout zijn, het kan goed zijn.

Een paar projecties, nauwkeurig peilen, het vinden van een paar valse CP’s in het midden van een enorme kuil (en gelukkig ook -daar zijn we van overtuigd- het juiste) verder, komt er een klassiek tricky puntje: een azimuth met afstand vanuit de kuil, uitkomend ergens verderop bovenaan de helling. Hoogteverschil meten en Pythagoras toepassen? Of de hellingshoek meten en delen door de cosinus daar van? Te omslachtig. En bij een helling van 15 graden (zo iets is het) scheelt dat nog geen 4% over het pad en hemelsbreed. Hoewel, 4% op bijna 200 meter is dan weer zo’n 8 meter verschil. En passen tellen om de afstand te meten werkt leuk, doorgaans, maar bergop is het niet te doen om een constante pas-afstand aan te houden en wordt het dus gokken. Dus we proberen zo goed mogelijk te compenseren, want je schat al snel de afstand groter in dan die is. Even voorbij waar we uitkomen hangt een kaartje. Tegen beter weten in (want verder dan gedacht) noteren we dat nummer. Nog iets verderop hangt echter een tweede kaartje, en weer wat verder een derde. Tja… zou zoals vorig jaar vóór het juiste CP altijd een valse hangen? Maar dat zou dan weer erg voorspelbaar zijn, zeker nadat ik dat vorig jaar zo uitgebreid in mijn blog had opgeschreven; dus dat zal het wel niet zijn. De middelste van de 3 is ook wel weer logisch: niet te ver, en niet te dichtbij. Twijfel, maar we houden vast aan de eerste inschatting. Als ik mijn GPS track bekijk (nu, thuis, achteraf) lijkt dat ook wel te kloppen: 181 meter, wat 125 CPM was. En dan moet je bedenken dat 1 ChickenPowerMeter = 1,5 meter, dus 125 CPM = 187,5 m. Dan is 181 meter (op zo’n afstand, met een helling) best goed. Geen idee hoe ver de andere punten hingen, maar vast meer dan 15 meter. (-½)

Goed of fout?

Tot nu toe is de score van de rode cijfertjes die ik heb geteld -4. Oftewel, wat we wellicht fout hebben. Een halve fout tellend voor de misschienen. Maar gelukkig maken we dat goed door vanaf nu vlijmscherp te oriënteren, en gewoon alles te vinden wat er te vinden valt. CP11 t/m CP25 staan op een gewone stafkaart, weliswaar eentje uit 1980, maar we vermijden behendig alle daaraan gerelateerde instinkers, ontbrekende paden, nieuwbouwwijken, en verplante hagen, en ik denk met foutloos resultaat. Maar dat horen we pas op de dag van de uitslag, maandagavond.

Leuk is tussendoor de transparante overlay die we op een plattegrondje moeten leggen dat ergens in het wild hangt. Knap hoe de organisatie een kaart in het bos heeft gevonden met een rode stip “u bent nu hier” op een plek waar we dan juist níét zijn. Maar wij zijn niet voor een gat te vangen en vinden het Gat van Zus (waar CP19 hangt).

Lama’s

Ik weet niet wat je normaal gesproken krijgt als je een kudde lama’s en een cohort kippen kruist, maar vandaag leverde dat voor ons CP27 t/m CP35 op. En we kruisten ze wel 4 keer ondertussen. Prachtig gebied overigens. Maar het lopen, peilen, inmeten, en zoeken kostte wel 70 minuten, al met al. Dat is nog niets vergeleken met de 20 minuten die we nodig hadden om CP40 te vinden. En de tijd ging nu inmiddels tellen, want we waren op de helft van de te vinden punten, maar op 2/3e van onze tijd. Dóórlopen dus, om op tijd voor de deadline binnen te zijn!

Handdoek

Het is altijd lastig om te bepalen wanneer je de handdoek in de ring gooit. Het lijkt een relatief eenvoudig punt, iets van de rand van een open plek. Maar ter plekke blijkt de open plek al jaren begroeid, en de rand is een vage overgang van loof- naar naaldbos. De locatie ligt dwars van een kruispunt van twee paden, maar de paden lopen min of meer parallel, en de kruising is daarom nogal uitgerekt. Verder geen enkel bruikbaar referentiepunt. Na 5 minuten zoeken vinden we niets. Dit is geen gestructureerde aanpak. We lopen terug naar het pad. Patrick peilt vanaf de kruising en loopt haaks het bos in, ik loop vanaf een iets verder gelegen kruispunt onder een andere hoek naar waar we het CP verwachten, en waar we elkaar tegenkomen hopen we het CP te vinden. Maar ook dat levert niets op. We zijn dan al tien minuten bezig. Tel daar bij de tijd die het kostte om überhaupt hier heen te lopen (het lag niet echt op de lijn tussen het vorige en volgende CP), en het is al niet meer de moeite. Maar ja, als je een kwartier hebt geïnvesteerd kan je alsnog in één minuut die dertig minuten verdienen door hem wél te vinden. Met die gedachte en een flinke dosis geluk vinden we ineens het kaartje, en zijn alle twijfels vergeten. Het gaat weer over de weg die vóór ons ligt.

Een doorsteek van de ene naar de andere kaart, van CP37 naar CP38, ging zó goed dat we spot-on uitkwamen bij het bankje midden op de hei, waar een CP hing. En ook daarna ging het rap. Een enorme kuil in het zand, flank op, flank af, hoogtemeters genoeg, en mooie zoektochten. Maar vooralsnog zonder een foutje. Althans, die indruk hebben we. Soms kost het zoeken wel de nodige tijd, als CP’s op de grond tussen heide liggen, of hoog in bomen waar je ze niet verwacht, en dus ook niet direct kijkt. Na een paar van die punten heb je door dat je je blik niet alleen moet verbreden, maar ook verdiepen.

Maar de hoogtemeters maken ook moe. Zeker als we besluiten ook nog even CP52 mee te pakken dat redelijk uit de richting ligt. Althans, uit onze richting, want misschien, of eigenlijk waarschijnlijk, was er wel een snellere volgorde en combinatie van punten. En een blik op het horloge laat zien dat deze Midwinterrun 2021 een nieuwe dimensie krijgt ten opzichte van vorige edities, en we vrijwel zeker een aantal punten links zullen moeten laten liggen. Of rechts, als je het noorden van de kaart boven houdt. En dan valt ook op dat we nu veel meer teams tegenkomen dan in het begin. Er zijn er bij die we in de tegenovergestelde richting zien lopen. Het zou namelijk zo maar kunnen dat mét de klok mee lopen -wat wij doen- minder strategisch is dan er tegen in. Omdat je dan meer punten in het begin, dicht bij elkaar scoort, en wat meer kilometers spaart met de punten die je op het eind laat liggen.

Ik zal hier het aan het eind van dit verhaal nog eens op terug komen, want ik ben wel benieuwd. Maar nu even dóórrennen, want er is geen tijd te verliezen.

Geknoei

Bij CP50 knoeien we wat, en raken bijna 10 minuten kwijt. Maar omdat we zo blij zijn dat we de luchtfoto met CP51 (en daarmee ook CP48) weten te lokaliseren, besteden we 40 minuten om naar die twee punten te lopen en ze te zoeken. (-2) Waarom “-2”? Omdat we in die tijd wel 4 andere punten hadden kunnen scoren. Maar de absolute tijdnood was nog niet helemaal doorgedrongen. We dachten het nog wel te gaan redden. Pas toen we weer min of meer terugliepen langs CP50, en besloten CP51 te laten voor wat die was, werd echt duidelijk dat het een race tegen de klok werd, en we in de straftijd (2 minuten extra per gepasseerde minuut, dus elke minuut lopen kost er 3 qua score) zouden moeten gaan lopen om er het maximale uit te halen. Dat betekent hooguit 10 minuten besteden per CP (dat 0:30 oplevert), om er netto wat aan over te kunnen houden.

Nog 40 minuten te gaan voor 30 minuten per CP (want de straftijd is nog niet ingegaan). Plus hooguit 28 minuten met 10 minuten per CP. En er zijn nog 13 CP’s te gaan. Dat gaat nooit lukken, dat realiseren we ons ook. Dus dan maar kiezen voorde makkelijk te scoren punten. Dat zijn die die al op de kaart staan. En nog een paar, als die makkelijk blijken. Blijken? Ja, er zitten een aantal veldopdrachten bij, waarvoor je onderweg de aanwijzingen vindt. Maar alleen al de 8 standaard punten, dat wordt op zichzelf al krap. Aan de andere kant, de veldopdrachten kunnen wel eens oppikkertjes blijken, die op de route liggen.

Van de vier veldopdrachten doen we er twee. Best verrassend, en dus leuk om te doen. Dit stukje natuur is militair oefenterrein (vaak herkenbaar aan de Dixi’s die je in the middle of nowhere ziet staan) en de percelen zijn van letters voorzien. We moeten op de noordelijkste hoeken zijn van percelen D en H. Met trial and error vinden we de perceeltjes, maar de noordelijke hoeken blijken wel steeds aan de andere kant te liggen. Dat kost wat kruim. Een volgende veldopdracht -een snijpunt van lijnen- levert een locatie op die weer een paar honderd meter terug is, en gezien de beperkte tijd is dat geen optie. Nu hebben we al twee punten overgeslagen. (-2)

AHN

Dat staat voor Actueel Hoogtebestand Nederland, en daar van zijn (online) kaarten te vinden die elke kuiltje en bultje laten zien. Echt formidabel, als je bijvoorbeeld een oriëntatiekaart wilt maken. En ook als je wilt oriënteren. Het verbaast dan ook dat een CP, dat duidelijk in derde noordelijke punt van een zigzaggende greppel moet liggen, in de 2e zuidelijke punt hangt. Dat kan niet kloppen, en moet wel vals zijn. Waarom zou je die anders zo overduidelijk verkeerd hangen? Maar in sommige aspecten, zoals deze, blijkt de organisatie onnavolgbaar. Waarom? Ik gok dat het een fout is en dat we goed zitten. Nog 20 minuten om ons te melden bij de finish, en dus geen tijd om langer te zoeken. (-½)

We lopen nog langs CP70, maar ter plaatse is het zo onduidelijk waar die zou moeten hangen dat we die laten voor wat het is, en alleen nog CP66 meenemen. Misschien ligt veldopdracht 69 op de route ‘naar huis’, misschien ook niet. CP68 en CP71 doen dat in elk geval niet, en die slaan we over. (-4)

Het is effectiever om het start- en finish CP te noteren. Eigenlijk kon het ook niet anders, en waren we tot het inzicht gekomen dat dat CP nummer, waar we zo lang naar hadden lopen zoeken, iets alternatiefs moest zijn: het hing, of liever gezegd, lag, geheel corona-proof in de auto, in de vorm van de briefing. Dus voordat we het antwoordenblad inleverden zochten we in allerijl door de papieren die we daar hadden achtergelaten. En warempel: onzorgvuldig lezen kan je een uur kosten. Er stond “… hieronder het voorbeeld van een CP. Dit is tevens het start CP.” Een geniepig zinnetje, maar nu valt het kwartje. Ik noteer: (+2) Wel hebben we gelukkig nog 2 minuten over, wat op de krap 8 uur die er beschikbaar was geen hele ruime marge is. Maar wel voldoende om niet onherroepelijk gediskwalificeerd te raken. Strak getimed…

Debriefing

Anders dan anders is er nu geen prijsuitreiking. Wel een heerlijk pakket met snacks om aan te sterken. Want we hebben toch weer bijna een marathon gerend, zo’n 40 km, en de nodige breinbrekers doorstaan. Niet moeiteloos, tot halverwege ons zorgen makend over de gemiste dan wel foute CP’s in het begin, en vanaf halverwege in de stress om de sneller dan verwacht naderende deadline.

En omdat de uitslag nog op zich laat wachten is het nog twee dagen spannend wat we er van hebben gebakken. Grote kans dat we nog meer dan de verwachtte 8½ CP fout of gemist hebben, waarbij ‘fout’ zwaarder telt dan ‘gemist’. Het is dus heel spannend.

Teams

[Dit schrijf ik achteraf, na de online Teams-meeting die een mooie afsluiting vormt en waarbij de puzzelstukjes op hun plaats vallen.]

Aftellend van achter naar voren blijkt onze naam, BOLT, maar niet te vallen. Dat is goed. En als die pas helemaal op het eind wordt genoemd is dat goed nieuws: we hebben gewonnen. Als team is BOLT al jaren bij elkaar, en hebben we meerdere keren de winst mogen noteren. Als teamnaam is het weer wat nieuws want we schrijven elk jaar onder een andere naam in. BOLT slaat op de regio waar we vandaan komen, Eindhoven, iets met licht en flitsen, en er is ook een of andere sprinter die zich zo noemt, dus dat vonden we wel toepasselijk. Lekker compact ook.

Maar goed, even evalueren. Klopte het nou wat we dachten te hebben gepresteerd? Het ging wel lekker, we hadden een hele tijd geen enkel ander team gezien, maar dat kon ook komen omdat we niet de handigste richting rond liepen. Toch wat punten gemist op het eind, en vast ook een aantal fouten.

In totaal blijken we bijna zeven en een half uur voorsprong te hebben op de nummer 2. Terwijl we 18 minuten later binnen kwamen. Het zit hem dus in het grotere aantal gevonden of juiste CP’s. En dan blijkt dat ik er eigenlijk niet ver naast zat. (Ik telde hier boven -8½.) De punten die we niet hadden gescoord zijn het vervallen CP39 (dat niemand heeft), CP53 dat in het verre noordoosten van de kaart lag en we vanwege de afstand hebben overgeslagen, CP63 dat het resultaat van een veldopdracht was waarvoor we een stuk terug hadden moeten lopen, en de punten 68 t/m 71 die we wegens tijdgebrek helemaal op het eind hebben laten liggen. De mogelijke fouten blijken allemaal alsnog goed te zijn, alleen CP26 is op wonderbaarlijke wijze niet goed. Onverwacht. Maar goed kijkend naar het roadbook is dat wel logisch: daar staat “Noteer lantaarnpaalnummer” en wij schreven het nummer van het (valse!) CP kaartje daar op, dat misschien zelfs aan diezelfde lantaarnpaal hing. En ik kan het alleen maar een goede grap vinden. Hadden we maar scherp moeten blijven.

Al met al een succesvolle en erg vermakelijke Midwinterrun. Heerlijk om in deze tijd van allerhande beperkingen aan zo iets leuks te kunnen deelnemen. Het was weer genieten, om een halve dag in verwarring en desoriëntatie rond te dolen.

Scoren

Ik zou nog even terugkomen op de vraag of met de klok mee of tegen de klok in lopen nou slimmer was of niet. Daar spelen een paar dingen:

  • De verdeling van de CP’s over de race is niet altijd gelijkmatig. Als je tijd genoeg hebt maakt dat niet uit, maar als je noodgedwongen CP’s zal moeten laten liggen, doorgaans op het eind, dan is de vraag waar je het beste kan beginnen: daar waar de CP’s het dichts bij elkaar liggen; die zijn dan alvast in the pocket. Maar daar kan je vaak tevoren niets over zeggen, als de kaarten tenminste nog niet allemaal zijn uitgereikt. Neem bijvoorbeeld de Van Hot Naar Her run 2021
  • Vaak kom je een aantal aanwijzingen voor CP’s onderweg tegen. Het kan zomaar zijn dat je soms een stukje ‘terug’ moet, wat tegen de richting lopend in je voordeel kan zijn. Neem de Midwinterrun 2018. Maar goed, typisch kan je dat tevoren niet weten, dus dat is meer een gok dan wijsheid.
  • Ben je sneller dan de rest, dan biedt het andere teams voordeel jou te volgen. Rustig aan, eerst alles intekenen, en wat verder naar achteren starten, biedt juist voordeel dat andere teams voor je CP’s verraden, wat weer tijd scheelt. Maar om het gevolgd worden tegen te gaan kan het, als snel team, dus gunstig zijn tegen de voor-de-hand-liggende richting in te lopen.
  • Soms zijn de punten gewoon op een logische volgorde genummerd, en staan ze ook als zodanig in het roadbook. Dan scheelt het enige kans op fouten als je gewoon die volgorde aanhoudt. Maar het kan natuurlijk ook dat de organisatie zelf niet de slimste volgorde heeft gekozen, en dan is afwijken alsnog voordelig. Zie de Auenland 2021, bijvoorbeeld.
  • Vaak is de logische richting bepaald door tussentijdse deadlines. Dan hoef je hier niet eens over na te denken: er is dan meestal maar één mogelijkheid; hooguit kan je bij een lus binnen een etappe wat variëren.

In dit geval maakte het niet zo veel uit. Er zaten wat lange benen tussen, met weinig CP’s per kilometer, maar als je het geheel bekijkt wast het niet veel beter om andersom te lopen.

De eerste paar uur vonden we duidelijk meer CP’s dan de laatste. Ik ben er even van uit gegaan dat we meer tijd hadden gehad, en dus alle punten hadden kunnen aandoen, met een inschatting van de afstand en de tijd die dat had gekost. De richting waarin we liepen was dus zo gek nog niet. Maar goed, je kan ook stellen dat op het eind de vaart er wat uit raakte en we daardoor minder CP’s per uur scoorden.
Toch, als je de CP’s per kilometer bekijkt, was met de klok mee ook de handigste richting. Maar in plaats van punten laten liggen op het eind, hadden we beter in het midden wat punten kunnen overslaan. Tussen km 20 en km 35 was en stuk minder te halen dan in het begin en het eind.

En qua route? Dan het het wel iets gescheeld. Weliswaar een totaal andere route, maar als we goed hadden gekeken naar de verschillende kaarten (die we deze keer allemaal tegelijk bij de start al hadden gekregen in 1 envelop) en de punten allemaal hadden ingetekend, dan was opgevallen dat de eerste 11 CP’s, met de peilingen en het memorisatie-kaartje, vlakbij de laatste CP’s lagen. En dan hadden we beter de volgorde 71-68-66-69-1-3-5-2-4-L-F-M-P-10-T-70-67, en zo verder tegen de klok in gelopen, dan de 1 t/m 10 serie en verder met de klok mee. Het verschil? Hemelsbreed gemeten ongeveer 1,5 km. Maar ja, de extra tijd om dat uit te zoeken was misschien wel meer dan de 8 minuten geweest die we er mee hadden uitgespaard.

Nee, het was beter geweest als we eerder hadden beseft dat dit een tactische race zou worden en we in tijdnood punten zouden moeten overslaan: dan hadden we CP50 en 51 overgeslagen, maar in ruil daar voor CP77, 69, 68, 63 en 71 meegenomen. Dát scheelt pas een uur!

Altijd fijn om nog wat te kunnen verbeteren: op naar volgend jaar!

Volgens het boekje: MWR’20

Perfect

2020: een Chickenpower Midwinterrun volgens het boekje. Alle CP’s hingen op de juiste plek, alles klopte, het zat perfect in elkaar. Of hadden wij onze dag, en liep het gewoon gesmeerd? Liepen wij gesmeerd? Ik kan niet zeggen dat we als team geen ervaring hebben. Na de laatste paar Midwinterruns zou het eigenlijk wel gek zijn als we niet zouden winnen. Alhoewel… Ik schrijf nu al 6 jaar een uitgebreid verhaal, waarvan 5 keer als winnaar, en je zou zeggen dat de andere deelnemers nu hebben kunnen lezen hoe je -in theorie althans- bovenop het podium terechtkomt. Maar helaas, de nummer 2 zat 2½ uur achter ons, en de #3 ruim 7 uur. Ik zal dit jaar wat tips geven, zodat de spanning de volgende keer weer te snijden is. Los van de vraag of 2½ uur eigenlijk niet best spannend is.

Was het dat dan niet? Natuurlijk wel. Elk jaar worden we bij de start verrast door een nieuw element. En er wordt telkens aan de opzet gesleuteld, en dat is leuk. Dit jaar, om te voorkomen dat sommige teams zoals vorig jaar de kaart van het gebied alvast uit hun hoofd zouden kunnen leren, was de startlocatie nog onbekend tot 6:45 op de ochtend van de race. Vanaf dat tijdstip kon je op carpoolplek Stroe de aanwijzingen ophalen over de werkelijke startlocatie: een taveerne in Elspeet. Maar dan?

Proloog

Na het startschot, om 8:30, dat is voorafgegaan door een reeks flauwe en minder flauwe opmerkingen over teams en teamnamen, kunnen we nog niet aan etappe 1 beginnen: eerst een “proloog”. Om het veld uit elkaar te trekken. Verward gaat iedereen op pad, want er hangen op de op de kaart aangegeven locaties geen blauwe CP-nummers. Wat dan wel? Dat zullen we later horen. Maar de regel is: “zodra je de proloog beëindigt kan je niet meer terug”. Dus eerst de vragen, dan de antwoorden, dat gaat nu even niet.

Ik kan bijzonder slecht tegen dit soort opdrachten. Ik wil een kaart die klopt met punten die kloppen, en weten wat ik daar moet doen. En juist daarom is dit leuk; uit m’n comfort zone. Iets anders, improviseren, twijfelen, onzekerheid, en dóórgaan. Dus we komen uit bij een liggende boomstam naast een rood-wit lint, en verderop nog een boom die in drieën is gezaagd, en ook twee badkuipen, eentje met een groene bal er in en een andere met een blauwe. Wat zouden ze vragen? Of moeten we misschien close-up foto’s herkennen straks? Of de oriëntatie bepalen van een kaartje met objecten, of luisteren naar een geluid? Op een volgend punt staat een benzinepomp, met een theehuis met huisnummer, een lantaarnpaal, de prijs van diesel, een paar keien, diverse putdeksels en wat paaltjes langs de weg. Verderop een fietsknooppuntenbord, meerdere lantaarnpalen, verkeersborden, bankjes, en nog meer paaltjes. En zo gaat het 7 punten lang door. We noteren alles, vermoedelijk veel te veel, maar vermoedelijk ook nèt niet dat waar het om gaat. Op goed geluk melden we ons voor de afsluiting van de proloog. Dat kan op 2 plekken op de kaart: midden in het centrum, of bij de startlocatie, die ook weer dichtbij de eerste punten van etappe 1 ligt. Één ding is zeker: we kunnen niet meer terug om wat te checken.

Wij noteerden het nummer van de lantaarnpaal bij de pijl, en das een andere dan die bij “1224”.

Gelukkig hebben we bijna alles opgeschreven wat gevraagd wordt, behalve het aantal ‘diamantpaaltjes’ bij het één na laatste punt. Het blijkt een meerkeuze-quiz, met 4 opties per vraag, en fout-gokken kost 60 strafminuten, dus met ¾ kans op het verkeerde antwoord is dat niet verstandig. Dan is niets invullen met de zekerheid van 30 strafpunten de verstandigste keuze. Je ziet aan de uitslag achteraf dat meer teams die verstandige keuze maakten; of ze zijn helemaal niet op een aantal punten geweest, dat kan ook. De scores lopen gigantisch uiteen, kan je zien, met sommige teams die niets goed hadden, maar wel 5 fout, tot anderen die voor de zekerheid maar 7 keer niets invulden. Wij sloegen 1 vraag over, en noteerden twee keer een fout antwoord. Dat is niet veel beter. Bij de omgezaagde bomen stond geen “1” of “2” als antwoord (was dat stapeltje van drie stammetjes dan niet gewoon 1 boom, en deed het überhaupt mee?) dus zou het wel 4 zijn. Maar kennelijk was die ene boom ofwel te ver van het punt op de kaart (lastig, zonder referentiepunten), of die was omgewaaid en niet omgezaagd. Geen idee. We twijfelden daar al, dus kan het goed fout zijn geweest. En op een ander punt noteerden we het nummer van een andere lantaarnpaal dan bedoeld was: niet “3” maar “2. Achteraf stond het punt op de (oude) kaart inderdaad tegenover het westelijkste gebouw dat er toen stond, en nu stonden er wat meer, nieuwere, gebouwen, waardoor we ons lieten misleiden. Dat was een prima opdracht, hoewel maar 2 van de 24 teams dit goed hadden; tricky vraag, maar het klopte wel. En zo gaan we, zonder het te weten, met 2½ uur aan strafminuten de eigenlijke race in.

Overigens, toen we de start verlieten kregen we behalve de oncomfortabele memorisatieopdracht nóg een verrassing mee: een ei. Rauw. Breekbaar. “Heb je later nodig, goed bewaren.” Dat deden we dus maar, tussen reservekledingstukken in ons rugzakje. Tot zo ver lijkt die nog heel.

Etappe 1

Normaal gesproken is onze tactiek: alles intekenen op de kaart, zodra je die krijgt. Om twee redenen. Ten eerste wil je niet achteraf ontdekken dat CP10 -dat zou zomaar kunnen- tussen punten CP2 en CP3 lag, terwijl je al bij CP9 een heel stuk verderop bent. En ten tweede is het tactischer bij het zoeken naar CP’s om achter andere teams aan te lopen dan hen de weg te wijzen. Dus dat doen we nu ook, maar we zijn desalniettemin als eersten weg na de proloog. Richting de oorspronkelijke start, want dat lijkt de kortste route te vormen langs alle CP’s. Hoewel er ook aanwijzingen voor de nog te bepalen locatie van andere CP’s onderweg gevonden worden, zodat je nooit weet of het handig is wat je doet of niet. Maar het blijkt allemaal redelijk goed uit te komen.

Punten liggen precies waar we ze verwachten. De kaarten zijn soms overduidelijk niet meer accuraat, maar er staat dan ook op dat ze over de datum zijn, en afgaand op wat nog wel klopt, weten we de valse van de juiste CP’s te onderscheiden. Er is verteld dat punten op de kaart 15 meter mogen afwijken, en ingetekende punten, of opdrachten met peilingen vanaf andere locaties, wel 30 meter. En als we een vals CP tegenkomen bij een azimut-loopje is dat meestal een punt dat op een meter of honderd ligt van het referentiepunt, terwijl het juiste CP op iets van 130 meter zou moeten hangen. Wat dan ook doorgaans klopt. Het valt ook op dat het valse CP -als dat er hangt- vaak direct in het zicht hangt, en het juiste juist aan de achterkant van een boom. Maar het blijft een kwestie van goed kijken, nauwkeurig peilen, en (gekalibreerde) passen tellen.

“Goed peilen”, dat is wel een dingetje overigens. Twee weken geleden, bij de Woudlopersrun, ging het daar twee keer op mis, wat ons een podiumplaats kostte. Telkens peilde ik 5-10 graden te ver naar rechts. Nou dacht ik dat ik dat juist had opgelost door de magneet (wie verzint zo iets) van mijn waterzak-slangetje af te halen, omdat dat het aardmagnetisch veld verstoorde. Maar kennelijk was dat niet voldoende. Nu verdacht ik mijn pen, die ik aan mijn mouw vast had gespeld. Maar mijn kompas (handig ding om magneetvelden te meten) reageerde hier totaal niet op, toen ik het uitprobeerde de avond tevoren. Of wacht: wat is dat? Hij reageert wel. Maar niet op mijn pen. Blijkt vervolgens dat de veiligheidsspelden aan het elastiek aan de pen de boosdoener zijn. Zo zie je maar weer. Het komt heel nauw met de uitrusting. Maar nu, tijdens een testje met full gear, komt een proef-peiling van mijn eigen straat precies goed uit, en ben ik klaar voor de MWR. Tip!

Terug naar etappe 1, die vlekkeloos verloopt. Op één foutje na: we worstelen in de haast wat met inmeten en uitrekenen. Tot drie keer toe tekenen we CP1 op de verkeerde plek. Uiteindelijk, moe van het rekenen en intypen op de calculator, beredeneren we waar die zou moeten liggen met wat hoofdsommetjes, en warempel, we komen mooi uit op een kruispunt. Daar hangt een blauw kaartje, we noteren het nummer en rennen verder. Dat blijkt dus achteraf een vals CP te zijn. Slordig van ons.

Niet dat we dat dan doorhebben, uiteraard, en terwijl we constateren dat het allemaal juist heel soepel en vlot verloopt, komen we bij een punt “onder maaiveld”. Een buis onder het pad, en daar bovenop een delegatie van de organisatie die foto’s staat te maken. Hier zal dus wel iets te doen zijn. Het ei halen we tevoorschijn. Ergens komt een blacklight vandaan, en op het ei blijkt een RD coördinaat te staan. Dáár was dat dus voor nodig. Leuk gevonden. Gelukkig is het nog heel, en anders was het puzzelen om de cijfertjes op de scherven van de eierschaal in de juiste volgorde te krijgen. Of gewoon achter een ander team aanlopen, mocht dat niet lukken, want hier staan we niet als enige. Leuk weetje overigens: de onzichtbare UV inkt wordt zichtbaar onder invloed van warm zuur mensenzweet.

  

Etappe 2

Tot zo ver etappe 1. De tweede is korter. Een rondje door een bos, met als voornaamste uitdaging dat er nogal wat gekapt is, dan wel dichtgegroeid. Maar zonder één enkele fout, en zonder lang zoeken naar de diverse punten, keren we terug. Zijn we al halverwege? Dat kan toch haast niet?

Even lijkt het een korte race te worden, maar dan constateren we dat we de enveloppe voor etappe 4 hebben gekregen in plaats van die van 3, en wisselen deze om.

Etappe 3

Dit wordt een puzzeltje, zoals we dat gewend zijn van team ChickenPower: een aantal nieuwere en oudere kaarten, luchtfoto’s, AHN kaarten, fragmentjes, en witte plekken. Probeer het maar aan elkaar te passen. Het noorden is niet altijd “boven”. En de schaal is niet altijd gelijk. Maar door gewoon goed te kijken waar wegen doorlopen, waar grid-lijnen met coördinaten met gelijke nummers zijn, en waar vormen overeenkomen, passen we alles rap aan elkaar. Nu nog even 4 locaties intekenen, en we kunnen op pad. Het intekenen gaat een stuk makkelijker als je met een snack op een bankje zit dan al lopend, dus dat doen we doorgaans indien mogelijk in een comfortabele houding. Fijn dat het niet regent vandaag.

Ook bij deze etappe vinden we eigenlijk alles onmiddellijk. Soms na eerst een vals CP gezien te hebben, maar telkens herkennen we dat ook als zodanig. Denken we. En ook weer zonder fouten komen we aan bij de start van de laatste etappe. Daar lukt het ons echter voor de eerste keer vandaag niet om het blauwe kaartje te spotten. Wel 10 minuten lang keren we het bos binnenstebuiten, figuurlijk dan, voordat de organisatie ter plaatse met de mede-organisatie belt, en er achter komt dat het CP nog niet is opgehangen. We krijgen het getal dan maar mondeling. Er blijkt ergens een klein misverstand en akkefietje met de boswachter te zijn; de reden dat we -achteraf- geen 30 punten met CP21 scoren.

Etappe 4

Door het foutje met de enveloppen weten we al wel dat dat een lange wordt, althans, met veel punten. Ze blijken wel relatief dicht bij elkaar te hangen. Allereerst belanden we weer in Elspeet, bij een boerderijtje dat er een eeuw geleden al stond, getekend op een kaart van toen. De wegen kloppen nog aardig, dus dat is niet moeilijk. De volgende punten hangen in een mooi oud, open bos, en ook daar laten we ons niet foppen door valse CP’s die op foute afstanden en hoeken van hun referentiepunt hangen. Geen probleem meer, na de experimenten met mijn kompas en het verwijderen van desoriënterend ijzerwerk. Even is er wat twijfel, als we CP45, waar we niet vanuit het noorden heen mogen lopen, dan maar vanuit het oosten benaderen, wat niet in mindere mate op een erf lijkt. Maar goed, het kaartje hangt er, dus het zal wel kloppen. Nog een paar kaartjes hangen op minder voor de hand liggende plaatsen, zoals CP44 dat behalve wij maar 5 andere teams weten te spotten, maar desalniettemin kost het telkens weinig tijd om vals van echt te onderscheiden.

We lopen nog een keer door het centrum van Elspeet, door achterommetjes en steegjes, en de uitdaging is meer om de kortste route te vinden via een kaart die die doorgangetjes niet kent. Één foutje maken we nog, bij CP57. Dat staat getekend op een AHN reliëf afbeelding, in het verlengde van een steegje. Op de afbeelding stopt het steegje, en het CP ligt iets verder aan het noordelijke eind van een andere steeg. We lopen om een schuurtje heen, en vinden het gezochte steegje, met aan het eind inderdaad het CP. Tot zo ver lijkt er niets aan de hand. We lopen terug het steegje uit naar het zuiden, maar dat lijkt niet naar CP59 te leiden, dus keren we om. Nu blijkt het zojuist doodlopend gewaande steegje alsnog dóór te lopen, wat alleen maar goed uitkomt, want we moeten verder. Maar helaas, dat betekent wel dat het een ander steegje is dan gedacht, en dus ook dat het een ander CP was: een vals CP dat wij noteerden. Maar dat zijn we dan allang vergeten en we zijn blij dat we de route naar ons volgende punt hebben gevonden.

Overigens, wat een goede aanpak was, was dat we bij het begin van deze vierde etappe een lijst hebben gemaakt met de checkpoints in de volgorde waarin we ze willen doen. Want die is niet monotoon oplopend. Alles ligt door elkaar. Ja, je kan ze wel in numerieke volgorde aflopen, maar dan kom je op een flink groter aantal kilometers uit. Ik zie op Strava dat één team dat ook geprobeerd heeft, maar dat heeft ze niet op het podium gebracht. Integendeel.

We beseffen dat we er bijna zijn. Nog een paar punten. Een leuke vondst is het CP dat bij een tokkelbaan hangt. De omschrijving luidt dat “het checkmarkt maximaal 52 meter in richting 274° te vinden” is. Inderdaad zakt het schoteltje aan de kabel omlaag, en dus hangt het een stuk verderop. Leuk bedacht. Een projectie vanaf daar, naar een ander CP, is nog even lastig. Een dicht stuk bos ontneemt het zicht en hindert de loop, zodat we ergens uitkomen waar we een vals CP verwachten. Maar een tweede keer op en neer lopen naar de tokkelbaan, leert dat ons oorspronkelijke punt toch klopt. We checken niet meer of er op diezelfde koers vanaf het omlaag gegleden schoteltje een vals CP hangt. Vast wel…

Nog twee punten te gaan. Overal hangen ook valse punten, en overal zijn die overduidelijk vals. Maar wat ons nog wel het meest in twijfel brengt is de tijd. Een Midwinterrun hoort achterlijk ver te zijn, veel lang te duren, pas te eindigen als het al schemert, zoveel punten te hebben dat je de deadline wel moet passeren om ze allemaal te scoren, en pas te finishen als je het punt van uitputting al lang en breed gepasseerd bent. Wat is hier mis? Het is pas 15:29 als we ons laatste antwoordenformulier inleveren. Hier komt vast nog een epiloog achteraan, die we niet hadden voorzien. Maar helaas, het zit er echt alweer op. Dit was het voor vandaag. We kunnen ontspannen, met een vers getapt biertje.

Nou ja, ontspannen… de juiste strategie zou dit jaar wel eens heel anders kunnen uitpakken. Want nu er tijd genoeg is zijn er vast nog veel meer teams die alle punten hebben gevonden, en er hoeft er maar eentje te zijn die een fout minder heeft gemaakt dan wij, en hooguit 59 minuten later binnenkomt, die daarmee beter scoort. Het zou zo maar kunnen, denken we. Dus is het nog behoorlijk spannend, terwijl langzaam alle deelnemers binnendruppelen en tenslotte het bami- en nasi-buffet wordt aangeroerd. (Dat niet alle eieren overigens de tocht hebben overleefd is dan wel duidelijk, gezien de hoeveelheid Foeyonghai.)

De spanning neemt langzaam af bij het voorlezen van de uitslag, want “C.V. Vanachternaarvorenenvanlinksnaarrechts” (C.V. staat voor Checkpoint Vinders) wordt maar niet genoemd, en dus kan dat niet veel slechts betekenen. Tenslotte blijken we toch geen foutje te veel te hebben gemaakt, en ook geen punt te weinig gevonden. En zijn we voor de zoveelste keer op rij ongeslagen uit de strijd gekomen.

Dik tevreden. Slechts twee foutjes tijdens het oriënteren is toch geen slechte score. Weliswaar de twee waarvan we op dat moment geen idee hadden dat we die niet goed hadden, maar toch… En de twee foute antwoorden bij de proloog, daar kan je over twisten, maar dat was ook best een lastig -en dus leuk- onderdeel.

Anders

Toch was het een andere Midwinterrun dan anders.

Allereerst waren de regels wat anders. De strafpunten voor het overschrijden van de deadlines waren immens: 6 minuten straf per minuut te laat. Dat betekent dat tactisch nog een paar extra punten pakken ten koste van enige straftijd eigenlijk niet loonde. De race stopt wat stipter. Maar ik vond dat het finishen in het donker, of op zijn minst in de schemer, wel iets heeft, en eigenlijk wel bij een MWR hoort. Het gevoel dat je alleen door een verlaten landschap rent,en nog loopt af te zien terwijl iedereen binnen zit bij een warm vuurtje…

Daarmee was de race ook een stuk korter. Want in de beperktere tijd (waren we niet ooit tot 17:30 op pad?) kan je ook minder afstand afleggen. Geen 56 km dit jaar. Bijna 20 km minder. We hebben een stuk minder diep hoeven gaan.

En ergens vind ik dat ook wel een beetje jammer. Er horen dingen mis te gaan, we horen te twijfelen of we wel het juiste punt hebben. Er hoort een aanzwellende tijdsnood te zijn op het eind, de angst de absolute deadline niet te halen, en de opwinding om toch nog dat ene extra CP mee te pakken, terwijl het eigenlijk niet meer kan. Maar dat het dan toch nog lukt…

Begrijp me niet verkeerd: ik schreef voorgaande keren dat het onmenselijk ver was, onmogelijke opdrachten, onbruikbare kaarten. Maar, hé, het is de Midwinterrun. Dat hóórt zo. Dat was gewoon de klaagzang van een afgematte deelnemer, geen aanklacht tegen de run. Wat is er nou fijner dan enorm afzien en het er dan tóch nog goed afbrengen?

Tijd

Tijd is altijd relatief bij de MWR. Al varieert dat ook nog wel van jaar tot jaar. Een verschil van 2½ uur tussen twee teams komt neer op:

  • 5 gemiste CP’s, die elk 30 minuten zouden opleveren
  • 2,5 valse CP’s of andere fouten, die elk 60 strafminuten kosten
  • 25 extra CP’s vinden in die 150 minuten extra lopen (met gemiddeld 10 CP’s per uur), als die er zouden zijn geweest
  • 25 minuten over de laatste deadline heen gaan
  • 7:30 minuut over de eerste en alle volgende deadlines heen gaan

Die twee-en-een-half uur stelt dus weinig voor, en als we 3 foutjes meer hadden gemaakt, was deze voorsprong als sneeuw voor de zon verdwenen. Gelukkig maakten we maar 2 fouten op de hele race, afgezien van de proloog, maar dat zou dan dus een ruime verdubbeling zijn geweest, en toch scheelt het niet veel. Aan de andere kant: als er meer CP’s waren geweest en we dus niet zo vroeg klaar hadden hoeven zijn, hadden we zoveel extra punten kunnen vinden dat de voorsprong ruimschoots verdubbeld was. En dus kan je zeggen dat de uitslag best sterk afhangt van de opzet van de wedstrijd: of er tijd is om alle punten te doen, of niet.

En dus was het zaak vooral geen fouten te maken, en ondertussen veel CP’s af te gaan. Maar dat is natuurlijk een open deur. Toch was dat eerste deze race wel belangrijker dan anders. Waarbij het lastige is dat je dat tevoren niet weet, omdat bij de start, of eigenlijk tot aanvang van de laatste etappe, niet bekend is hoeveel punten en kilometers er nog gaan komen. Dus wat dat betreft is het gokken. Het blijft een mix van snel lopen, niet te lang bezig zijn per CP, en geen fouten maken.

Maar net als bij een marathon, waar blijkt uit de statistiek dat het klopt dat de betere lopers een constant tempo aanhouden, en dat als je een contant tempo weet aan te houden, je beter loopt, zo kan je hier ook kijken naar wat de betere teams doen, om zelf ook beter te worden.

Het eerste dat opvalt is dat tijd er niet toe doet. Nou ja, nauwelijks. Dat had ik al eerder genoemd, maar je ziet het onder aan de tabel: het verschil in zuivere tijd tussen alle teams is veel minder dan het verschil in de totaal-scores. Het onderscheid wordt gemaakt in het aantal juiste CP’s.

Dus regel 1: gebruik alle tijd die je hebt. Maar voorkom dat je over tussentijdse deadlines gaat. De teams die deze limieten aantikten eindigden redelijk achteraan, want met de 6:1 strafregel (en effectief 20:1 als je alle deadlines daarmee overschrijdt) gaat dat heel hard.

Verder zie je, in de onderste vijf rijen van de tabel, dat vrij veel teams, op de voorste paar na, veel van de speciale punten laten liggen. Dat is zonde. Die liggen vaak op de route tussen de punten die al op de kaart staan. Het kost vaak niet zo veel werk om ze op de kaart te zetten. Oefen er thuis een keer mee. Pak een kaart van vorig jaar en ga er mee aan de slag. Een beetje routine helpt. En zo snel maak je er geen fout mee. Het aantal fouten in de punten die al op de kaart stonden is 5,3%, tegen 3,9% voor de te maken projecties. Soms heb je daar helemaal geen kaart voor nodig, en kan je gewoon in het veld door passen te tellen en een azimut te schieten het punt bepalen. Van de veldopdrachten, meestal peilingen over 100-150 meter, gaat ook maar 8,6% fout. Coördinaten intekenen daarentegen is met 19% wel een foutgevoelige discipline. Kennelijk. Maar dan nog is 19% × 60 strafminuten nog twee keer beter dan (100% – 19% = 81%) × 30 strafminuten. Nóg beter is natuurlijk het in één keer goed te doen.

Regel 2: schat in welke specials op de route liggen, en teken die op de kaart. En sla de veldopdrachten (peilingen) niet over. Laat eerder een paar verder weg gelegen punten liggen. En bedenk dat je bij het intekenen en uitrekenen weer uitrust om daarna extra hard te kunnen lopen.

Regel 3: maak geen fouten. Je ziet heel duidelijk een trend in de tabel, de teams die relatief minder fouten maken eindigen hoger. Vaak bezoeken ze meer punten, en waar gehakt wordt vallen spaanders, dus wellicht ook meer fouten in absolute zin, maar relatief is het foutpercentage lager. Een manier om minder fouten te maken is bedacht zijn op de valse CP’s. Die hangen typisch meer in het zicht, en op plekken waar het voor de hand ligt een vergissing te begaan. Zoals bij een azimut in het veld, waar we dikwijls na 100 meter de juiste koers gelopen te hebben, een vals CP vonden, terwijl het juiste op 130 meter zou moeten hangen. Of op twee verschillende hoekpunten van een kruising, waarbij het stipje op de kaart duidelijk één van de twee aanwijst. Of een bosrand met twee hoeken, waarbij de eerste die je tegenkomt niet de juiste is.

Oriënteren

Maar de beste tip voor wie dit leest en volgend jaar weer mee wil doen: leer beter oriënteren! De loopsnelheid, daar ligt het niet aan. Dat heb ik wel gezien aan al die andere fitte lopers. En we waren ook niet als snelste klaar met intekenen bij het begin van de etappes. Maar we hadden kennelijk wel de snelste routes en liepen overal meteen goed heen. En dat heet oriënteren. Ik hoorde ooit iemand praten over “die valsspelers, die tijdens het lopen kaartlezen zonder stil te staan”. Precies, dat moet je leren. Dat helpt.

En typisch verder kijken dan je neus lang is. Vooral als overduidelijk is dat de kaart niet meer klopt met de werkelijkheid. Ga dan af op wat nog wel overeenkomt. Vergeet niet dat de organisatie bij de voorbereiding het terrein afspeurt naar instinkers; dat zou ik ook doen als ik zo’n wedstrijd zou organiseren. De meeste valse CP’s vonden we ook. Altijd goed om te beseffen dat je goed zit, als je weet dat je niet fout zit. Op CP1 na, dan.

      

Wil je een keer je oriëntatieskills trainen, kom dan eens naar een oriëntatieloopwedstrijd van de NOLB in Nederland of OV in België. De kaarten zijn dan typisch perfect en up-to-date, en de punten zijn 3 keer gecontroleerd, dus daar zal het dan niet aan liggen.

Maar ik moet zeggen, dit jaar was de Midwinterrun ook van hoge kwaliteit, en klopten alle CP’s. En dat is knap, voor zoveel posten in combinatie met het beschikbare kaartmateriaal.

WOR9 “Flikken”

Geen vakantie

Als je één ding zeker weet over de WOR is dat het altijd een complete verrassing is wat er gaat gebeuren. Voorbereiden gaat niet. Ja, je kan tevoren je spullen pakken, wat energy-snacks voor onderweg kopen, en kijken of je een regenjack mee moet nemen, maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Veel deelnemers denken dat het nuttig is om mijn verslagen van vorige jaren door te lezen (wat ik kan zien aan een piek in mijn server-logs), maar dat is natuurlijk zinloos. Want het is elke keer anders. Dat maakt de WOR uniek. Dit vind je nergens anders. Ik zou er in elk geval mijn vakantie voor afzeggen.

Zaterdagmorgen. We komen aan op een enorme parking. Pakken ons tasje, en groeten de andere teams die hier in lycra pakjes en met Decathlon trail-rugzakjes de doorgang van het draaihek zoeken. Bij een soort strandpaviljoen worden we via de achterdeur naar binnen gelaten, met de mededeling dat we er niet meer uit mogen. In gedachten galmt het geluid van de zware stalen deur die achter ons in het slot valt, ware het de aankomst op Alcatraz.

Op water en brood…

Water en brood liggen klaar. Voor elk team een minuscuul tafeltje. Als ik even later aan mijn Erwin, mijn teamgenoot, vastgeketend zit met ene paar handboeien beseffen we dat het menis is. We kunnen niet meer terug: de komende 6½ uur zullen we geboeid worden door De Woudlopers. Ik weet nu al zeker dat verveling bij deze detentie niet aan de orde zal zijn.

Het thema is wel duidelijk. We zijn gevangen boeven, die het middels een aantal proeves kunnen schoppen tot superflik. Althans, dat wordt ons toegesnauwd. We zullen ons best moeten doen. Maar hoe?

De bekende elementen ontbreken: geen roadbook met aanwijzingen (in een overwegend logische volgorde), geen stapel kaarten, geen luchtfoto’s. Zelfs geen uitleg dit keer over geen uitleg over de deadline en de daarmee samenhangende puntentelling. Slechts één opdrachtenblad, voor een Break-Out Run.

Geboeid

Het startschot valt en we stuntelen naar buiten, wennend aan de boeien die toch wel een loop-hindernis vormen. Een ander obstakel is dat niet meteen duidelijk is wat we moeten doen. Ja, er hangen een tiental mini-postzakjes en gekleurde linten, waar we er vier van moeten vinden binnen 110 meter van het gebouw. Een aantal hangt duidelijk op een grotere afstand. Nou ja, “duidelijk”? We gaan toch nog eens terug om passen te tellen voor de twijfelgevallen. De andere teams lopen ook kriskras rond. Maar de afstand goed bepalen is lastig, want het is ook maar de vraag wat precies onder “het gebouw” valt. Als we de vier dichtstbijzijnde punten bepaald hebben (de rest zal wel verder dan 110 m liggen) rekenen we de som er van uit: 20. Maar er staat nog iets: dat we van drie specifieke kleuren het cijfer moeten noteren. Moeten we daar ook de som van bepalen? Die lijken niet allemaal binnen de 110 meter te vallen, of net wel. Na een minuut of 12 horen we dat de “4” een “3” had moeten zijn en dat we dus veel te moeilijk aan het denken zijn. Gewoon de drie cijfers van onze kleuren noteren, en gaan. Veel teams zijn hierdoor in verwarring geraakt, maar aan flink aantal heeft al eerder de 3-vs-4 vergissing gehoord en is al ruimschoots verder.

Een paar CP’s later mogen de boeien af, en krijgen we een envelop met kaarten en eindelijk het roadbook. Er staat “hier niets achterlaten” dus we nemen de handboeien mee; veel teams gooien ze in een bak die daar voor klaar staat. Maar ik heb geleerd dat je gewoon moet doen wat er staat, en niet wat voor de hand ligt. Dat blijkt later een goede beslissing, als we bij een CP het aantal schakeltjes van de handboei-ketting moeten tellen en noteren.

Gerelateerde afbeeldingNa wat doorsteken, oriëntatieposten zoeken, en instinkers vermijden, blijk ik mijn duimkompas kwijt te zijn. Mijn eerste, mooie, trouwe, kleurrijke duimkompas (dat tevens model stond voor de cursor die je ziet als je op deze site surft)! Kwijt! Weg! Ik ga terug. Meedoen is belangrijker dan winnen; we kunnen wel een paar minuten verspelen. Maar ik kan het niet vinden. Ik besluit na afloop van de race wel op zoek te gaan.

Een aantal posten verder zien we een tissue-dispenser in het bos hangen. Wat gek, waar zou dat voor dienen? Is dit een afwerkplek? Overigens hangt het ook vol met opvallende vogelhuisjes, opvallend vaak in de buurt van een CP. Maar het lijkt toeval, want ze hangen ook op ander plekken, niet alleen bij de juiste -of valse- CP’s.

Instinker

Dan komen we bij de post die onze eerste fout van de dag zal blijken te zijn. Bij een boom hangt een opdracht. De boom vinden we makkelijk, de opdracht vinden we nog makkelijker, de instinker vindt ons, de juiste uitkomst vinden niet en de foute antwoorden vinden we in overvloed. Het lijkt heel simpel: ga twee bomen naar voren, dan nog twee naar voren, dan vier terug (dan ben je dus weer waar je begon), dan weer 7 naar voren, en dan weer twee terug. Even rekenen: 2 + 2 – 4 + 7 – 2 = 5 bomen naar voren. Dat lijkt zo makkelijk, maar aan het laantje staan aan twee kanten bomen. Soms links en rechts pal tegenover elkaar, soms versprongen. Al onze aandacht richt zich er op of het passeren van twee bomen pal tegenover elkaar als één of als twee bomen voorwaarts telt. We proberen beide varianten, en ook nog enkel de bomen links of juist rechts tellend; de opdracht hing links dus dat licht dan meer voor de hand. Na lang beraad, met nog 5 andere teams overigens, concluderen we dat er één optie overblijft, ook omdat bij de andere opties geen CP nummer hangt. Dat moet dus wel kloppen. Lees verder voor het juiste antwoord (dat slechts 5% van de deelnemers noteerde).

Een volgend CP maakt melding van een oude eik, ene Norbert. Norbert wordt verbeeld als een soort totempaal met een haardos van knoestige takken. We moeten zijn levenspartner vinden, en wel op koers ditendat en afstand zusenzo. In de line-of-sight staat een gebouw, en de afstand is ook wat groot, dus we maken een peiling op de kaart. Da’s wel zo nauwkeurig. Alleen ter plekke blijkt de situatie wat minder eenduidig dan op de kaart, en er hangen meerdere CP’s. Twijfel, want niets is eenduidig uiteraard. Een CP aan een Els zal het niet zien. Eentje aan een Eik hangt niet op de juiste hoek, maar er hangt wel een vrouwennaam achterop. Zou dat dan de levenspartner van Norbert zijn? Ook staat er nog zo’n totempaal daar. Geen idee of dat eikenhout is, maar hij lijkt wel weer veel op de vorige Norbert. Maar hij heet Jim volgens het briefje achterop. Is er ook homoflora? We gokken van wel. Goed! Waar 68% het verkeerde antwoord opschreef.

Goed kijken

Een leuke opdracht hier is het zoeken van een aantal CP’s aan de hand van een themakaart van het parkje. Niet op schaal, niet isomorf, maar wel specifiek genoeg om de punten te bepalen. Dat gaat lukken. Lastiger blijk het interpreteren van een opdracht waarbij we door een kijker in een bepaalde richting moeten kijken en noteren wat we dan kunnen zien. Er doorheen kijkend zien we twee cijfers: een beetje omhoog hangt een 8 in een boom, en in de kijker zelf is een 7 geplakt. Maar die kunnen we altijd door de kijker zien, en de 8 alleen als we in de juiste richting kijken. Het moet dus de 8 zijn, althans, zo lezen we het “als-dan”. Dat hadden we anders moeten interpreteren. Wat waarschijnlijk ook gebeurd was als niet de kijker, waarvan -horen we later- de kantel-vrijheid naar boven was begrensd zodat je de 8 niet had moeten kunnen zien, inmiddels door eerdere teams geforceerd was en nu wel op de 8 gericht kon worden. Denken we. Net als ruim de helft van de teams.

Bij een volgend CP moeten we op de stompe hoeken van een vijf-puntige ster nummers noteren. Niet lastig, maar we gaan nog een keer terug omdat we wat twijfelen bij wat we noteerden. Geen idee of hier ook nog valse punten hingen, maar we deden hier niets fout. 1/3e  van de teams maakte hier een fout, dus ik denk dat er wel valse nummers waren geplaatst.

Dan een rondje rond het hondenlosloopterrein. Ieder een kant om; halverwege ontmoeten we elkaar, en de volgende opdracht. Twijfel wat we moeten doen met de liniaal die bij de start van het rondje aan een touwtje hing. Was die nodig? Er waren twee posten die boeiend heten: die waarbij we de schakels van de handboeien moesten tellen, en nu dus wellicht de lengte van de schakels moeten meten? Of zo iets? Geen idee. We zullen er spoedig achter komen.

Zwemdok

De hint die we vonden halverwege verwijst naar een punt op een soort dammetje op de kaart. Dat helemaal geen dammetje blijkt, maar de afscheiding van een zwemdok. Da’s een soort peuterbad in het meertje De Plas, begrensd door een boeienlijn. Aha, de andere boeien. Via een touw trekken we de boei die midden op de lijn drijft naar ons toe, noteren het CP, en maken een peiling, want daar wordt bij CP27 naar gevraagd. Uiteraard vanaf de oorspronkelijke plek van de boei, niet vanaf de kant waar we hem heen trokken. 

Tweederde van de teams doet dat goed. Er lag overigens ook een boei aan de andere kant van het dok; niet het juiste CP. Maar het is altijd wel sympathiek van de Woudlopers dat een correct uitgevoerde peiling vanaf dat foute punt wel de juiste waarde voor het volgende CP levert. Één fout leidt nooit automatisch tot een tweede. Ik mag dat wel.

Buitenspelen. Dat is het al de hele dag, maar er zitten altijd van die onnavolgbare onderdelen in de WOR, die niet onvermeld mogen blijven. Met de knalpijpen van het Patatten Knallen van WOR 5 schieten we op een paar etalagepoppen-benen en winnen daarmee CP83. We mikken op het rechter been, want dat was te zien in het voorfilmpje, dat typisch elk jaar voor een hilarische proloog zorgt.

Een ander leuke onderdeel is het eierworpbluffen. Willen we 10, 20 of 30 minuten bonus verdienen (of nul)? Dan kiezen we een afstand (verder is meer minuten), en het halve team moet een ei vangen dat de andere helft toewerpt. Heel laf kiezen we 20 minuten. Twee meter meer, en we hadden op het podium gestaan (maar dat weten we dan uiteraard nog niet). Of waren we twee plaatsen lager geëindigd als we gemist hadden. Hierna krijgen we de kaarten voor de rest van de tocht, en meteen kondigt zich de volgende twijfel aan. Onzekerheid is een key-factor bij de WOR; stress gegarandeerd. Want we moeten naar het geodetisch punt. Ook dat was genoemd tijdens het voorfilmpje, maar geen enkele bel gaat rinkelen waar dat punt te vinden is. Dus lopen we schaapachtig achter een paar andere teams aan die tegelijkertijd naar buiten lopen voor de volgende etappe, en zij denken het zelfde en lopen achteromkijkend voor ons uit. Wonder boven wonder komen we bij een kaartje uit waarop ‘geodetisch punt’ staat. Puur geluk…

IJkpunt

Peilinkje maken, afstandje meten, oranje bakentje spotten. Gesneden koek. Behalve dat alles zich aan de overkant van De Plas bevindt, en de rechte lijn er heen natte voeten oplevert. We rennen in een boog naar het doel van de peiling, noteren het nummer, en rennen door. We vinden een ‘schat’ met gouden chocolademunten, nemen er volgens opdracht twee mee (lekker!), en spotten een oranje baken. Duidelijk niet dat baken dat te zien was vanaf de overkant, en dus lopen we nog een tiental meter verder naar het juiste baken. Verder kijken dan de neus lang is hebben we nog onthouden van een vorige WOR.

Schokkend

Een klein hoogtepunt is de elektrische stoel die we vinden. Met 10 man bewonderen we het ding, doen allemaal of we het gat met de tekst “hier kijken” niet zien, en gaan op de stoel zitten. Er komt geen geluid uit de luidspreker. Vreemd? We hebben al lang in het gat gekeken waar een lampje aan gaat als je op de stoel gaat zitten, zodat je de “3” kan zien. Maar we spelen het spel nog even mee; en suggereren de vingers nat te maken bij het knijpen in de contacten aan de armleuning, zodat de speaker misschien wel wat zegt. Maar het enige dat te horen is laat zich nog het beste vertalen als *&^%@$#&^%$! omdat met natte vingers de elektrische optater toch wel spectaculair is. De kreet noteren we dan maar achterop het antwoordenblad; omdat dat de opdracht is. Voorop schrijven we de 3 en rennen verder.

 

De houthakker

Vijf plaatjes onderweg leveren een robotfoto en een volgend CP. Een peiling over een zandbult zorgt ook niet voor problemen. Maar het spotten van een geluidje in het bos wel. Daar zou CP37 zicht moeten bevinden, maar met nog vijf andere teams lukt het ons niet dat te spotten. Dat zou kunnen komen doordat vijftig meter verderop iemand uitgerekend op dit moment meent bomen te moeten gaan staan zagen met een oorverdovende motorzaag. We geven het maar op. Met dit gejank gaan we niets vinden. En we rennen door. Onderweg CP’s aan de hand van een luchtfoto noterend.

De achter(uit)volging

Een paar CP’s aan een route die we in het voorfilmpje achterwaarts gefilmd hebben gezien leveren evenmin een probleem op. Gewoon goed kaartlezen. Dat kunnen we. Geen enkele fout daarmee gemaakt de hele dag. En zo belanden we op de achterzijde van het roadbook. Zijn we halverwege? Qua fouten zijn we in elk geval ruim over de helft. Nog 1 te gaan.

Oroënteren

Het voorliggende traject is gegeven op een oro-hydro kaart (waarop alleen hoogtelijnen en water getekend staan, geen paden of vegetatie). En dat dat daarop volgt op een transparant, met louter paden en vegetatie. En omdat we dat vrij snel doorhebben kunnen we een slimmere route pakken, en die bovendien op een ‘complete’ kaart uitvoeren. Ik vind dat we goed bezig zijn. We komen onderweg nog langs een paar plekken die ik me herinner van De Vermiste Boordschutter, een paar weken geleden. Niet dat dat enig voordeel oplevert, maar het is wel toevallig. Waar ik toen in het donker twee uur een perceel afzocht naar 10 seinvlaggen rennen we er nu in 2 minuten doorheen. Het enige CP dat ik toen al spotte blijkt er nog steeds te hangen, maar gelukkig lopen we daar alsnog langs en lezen wat ik al wist: het CP nummer is 10, en “W.O. is West Om”. Maar dat zet wel aan het denken, omdat het er zo expliciet staat. Erwin vraagt me wat dat inhoudt, en al uitleggend realiseer ik me dat ik een foutje maakte. Een gelijkzijdige driehoek met één been naar het noorden is niet symmetrisch! En dus gaan we nog een tweede keer langs CP51, het CP dat heel toevallig naar ons team is genoemd. Nu noteren we het correcte antwoord.

Bloedspoor

Tijd voor wat afwisseling, want eigenlijk zijn oriëntatiekaarten tijdens een WOR maar saai. Het bloedspoor leidt ons over allerlei dijkjes waarvan we ons telkens afvragen waar ze voor dienen. De aanwijzingen onderweg betekenen ‘volgen’, ‘splitsing’ of ‘terug’. Met enig trial and error vinden we de juiste route, want ‘splitsing’ kan ook rechtdoor betekenen, maar ‘terug’ is onverbiddelijk. Elke zoveelste splitsing is een CP.

De achtervolging

Probleemloos belanden we op het volgende traject. De achtervolging. Koersen, aanwijzingen, etcetera. Bij het NGI symbool ‘molen’ moeten we van het pad af een azimut lopen. Eerst die molen vinden, waar we aanvankelijk voorbij rennen. Als we hem vinden maken we een peiling, passeren een vals CP, maar belanden dan aan een berm bij een stuk of 4 bordjes, die een graad of 5° uit elkaar hangen vanaf de molen gezien. Om de twijfel te beslechten rent Erwin terug naar de molen, steekt een wit vel in de lucht, en ik kan zo de  exacte peiling schieten. Het noordelijk CP ligt spot-on. Denk ik. Dat noteren we. En ook dat plaatst ons naast het podium. Want het blijkt een graad of 5 te ver naar rechts te hangen. Ik was er zo zeker van. Achteraf hebben we ook de peiling naar de overkant van het geodetisch punt bij De Plas fout. En ook daar zaten wij 5° te ver naar rechts. Het ligt kennelijk aan mij, of aan mijn peilkunsten. Want ik heb nog speciaal voor de WOR het magneetje van mijn camelback-drinkslang gehaald omdat die aantoonbaar voor een kompas-afwijking zorgde. Maar bij elkaar kosten deze twee foute peilingen ons wel een vol uur aan strafpunten. Dat gaat de volgende keer niet gebeuren, zeg ik.

Ons fotografisch geheugen bewijst goede diensten als we aan het eind van de route de ‘verdachte’ vinden. Weer een robotfoto, maar deze lijkt niet op de vorige. Met andere woorden: dit is hem dus niet. Ik grap nog dat ‘deze kop niet op 1,75m hangt’, de lengte van de verdachte volgens het signalement. En inderdaad, elders hangt er nog eentje, en dit keer wel op de juiste hoogte, die bovendien stukken beter lijkt op het gezochte sujet. Klopt ook nog eens beter met de azimut en vooral afstand vanaf het eind van de molenroute, maar omdat we daar te noordelijk uitkwamen, kwamen we hier ook een pad te vroeg uit bij de verkeerde robotfoto. Hoe zat dat ook alweer met het opstapelen van fouten?

Visgraat

We “spelen” wel anderhalf uur in dit gebied, met verschillende routetechnieken.

Maar goed, na de oriëntatiekaarten belanden we nu wel van de ene onzekerheid in de andere. Wat zou jij doen? Het voorfilmpje liet en man in het zwart zien die een vis aan een boom nagelt, en terwijl hij naar de kop wijst zegt: “het venijn zit niet in de staart maar hier”. Aan een boom in het bos hangt die vis, staart omlaag. Er op is een visgraat-route getekend. Onderaan een rondje “67”, het CP nummer van de start van het visspoor. Maar daar hangt dan weer geen CP getal dat we kunnen noteren. Bovenaan de route op de vis staat verder niets, behalve dat CP70 op 110 meter (alles is altijd 110 m vandaag) van het laatste zijpad ligt. Maar dat is dus de kop. Daar zit het venijn. Niet in de staart. Maar het einde er van zou ik de “staart” van de route noemen, en je begint meestal bij de kop. Dus wat is nou wat? Of moeten we de route achterstevoren interpreteren?

Daar komen we snel genoeg achter. Gewoon lopen, en zijpaden tellen. Gelukkig is een viersprong ook een viersprong met twee zij-graatjes aan hoofd-graat en een driesprong heeft één zij-graat, zodat we snel genoeg ontdekken dat de route bij de staart start en bij de kop eindigt. Daar moet het venijn zitten. Maar daar zou dus ook het CP nummer van CP67 moeten zitten, en daarom gaan we nog een keer terug. Weer 5 minuten zoeken, weer zonder resultaat. Dat zal dan toch wel bij de kop te vinden zijn, dus de staart van de route. Maar ook daar vinden we geen CP67. Het gaat niet zo lekker.

Nofotofinish

Onze routes op detailkaarten kan je in mijn Doma-archief inzien.

Dan een azimutloop, richting en afstand. Op ¾ van de route ontdekken we dat we onderweg twee foto’s hebben gemist. Terug. We vinden de eerste, maar de tweede foto blijft spoorloos. Een kwartier zoeken later besluiten we dan maar dat we hier ook niet zullen scoren. Al drie punten niet kunnen noteren vandaag. Maar als opsteker kan er weer een stukje geöriënteerd worden. Met kaarten! Een slangetje, smalle strookjes, kris-kras uitgeknipt, het noorden gaat alle kanten op. Daar hebben we geen moeite mee. Alles wordt direct aangelopen. We halen alle teams weer in die minder lang liepen te dralen bij de verdwenen CP’s. 

Goud

En zo komen we lekker bijtijds aan bij de start. Of finish. Hoe je het bekijkt. Maar het is voor ons op dat moment nog geen van beide, want, zoals we in het roadbook al konden zien, liggen er nog 7 CP’s in het verschiet. De eerste is makkelijk: lever de twee chocolademunten in en je krijgt CP79. Toch kan maar iets meer dan de helft van de teams dat doen. De rest heeft gesnoept!

Twitter

Er waren ook teams die net als wij de vogelhuisjes hadden opgemerkt, maar die die vervolgens ook nog eens hadden genoteerd. Dat hadden wij ook beter kunnen doen. Maar dan wel inclusief de vorm en andere kenmerken, want alleen de kleur was niet genoeg geweest. Immers, de laatste CP’s bestaan uit het herkennen van zwart-wit foto’s van vogelhuisjes op punten op de kaart. We weten alleen nog het tissue-dispensertje te hangen, en gaan daarom alle plekjes op de kaart af. Tenslotte trekken we nog een eindsprintje door een hoeveelheid braamstruiken (terwijl we ons afvragen of dat echt de snelste route is), en dan is de finish toch echt de finish. 

Tactisch laten liggen

Of niet? Intussen hebben we gezien dat CP67, die van de start van de visgraat, op een van de kaarten, de z.g. overzichtskaart, stond. En was dat wel op de plek waar wij ook zochten, of is dat toch een kruispunt verderop? 30 minuten kunnen we verdienen, als we teruggaan. Het is hooguit 10 minuten rennen. Maar ja, het is dan 15:45, dus we hebben nog 15 minuten tot de 3:1 regel ingaat, wat inhoudt dat elke minuut drie strafpunten kost. Dus om nog winst te halen uit deze actie moeten we om 16:05 terug zijn. Nee, dat heeft geen zin. We gooien de handdoek in de ring, leveren de scorekaart in (die nog even snel moet worden ingevuld; na alle natte scoreformulieren van vorig jaar vond de organisatie dat de maat vol was en kregen we nu de velletjes pas na aankomst), en ploffen neer. Met een welverdiende Duvel.

Kompas

Wacht! Nee, ik ga mijn kompas nog zoeken, dat ergens, niet zo ver hier vandaan, op een bospad ligt. Maar gelukkig kom ik nog net een Woudloper tegen die vertelt dat iemand hem heeft gevonden, en aan mij geeft. Hoera! Mijn dag kan niet meer stuk. En zo loopt alles toch nog goed af.

Epiloog

En de score? We blijken dit keer 4e geworden. Plekje gestegen ten opzichte van vorig jaar. Vier foutjes, en vier ontbrekende punten, vierde plek. Dat vieren we! Kon het beter? Natuurlijk. Maar er is altijd een balans. Hoe lang blijf je zoeken naar punten die er niet zijn? Ik denk dat wij net iets te volhardend zijn; andere teams houden het eerder voor niet-gezien. Hoewel we bij het “geluid” juist wat langer hadden moeten zoeken achteraf (of was dat CP toch verdwenen?). Maar die ene foto was ook echt weg, en bij de start van de visgraat had een CP moeten hangen dat er niet meer was. Daar hebben we bij elkaar een kwartier op verspeeld.

Het oriënteren ging in elk geval perfect. Het maken van peilingen daarentegen ging twee keer hopeloos fout, met telkens een afwijking naar rechts. Bij de kijker redeneerden we anders dan bedoeld (dat voorkom je niet, denk ik), en bij de ezelspost maakten we gewoon een stomme fout.

Bomen

Die boom, tja… Er stond twee vooruit, en nog twee, vier terug, 7 vooruit, en 2 terug.

Dat is dus niet:Maar:Als je er achteraf over nadenkt is het zo logisch. Als 95% het fout doet is het gewoon een geniale opdracht.

Leuk

Klik op het kaartje om alle routes op Strava te openen.

Steeds meer deelnemers zetten hun GPS track op Strava, en dat levert een leuke animatie als je de routes “afspeelt”:

En de totale uitslag? Ik heb er weer een kleurrijk tabelletje van gemaakt, dat je hier onder kan vinden.

Klik op de tabel voor een leesbaar formaat. De overduidelijk gegokte CP’s heb ik als niet-gevonden gemarkeerd.

Kort

Een kort bericht over kortste routes. Hoewel ik onderweg liep te twijfelen en het gevoel had dat ik niet altijd de verstandigste keuze maakte, lijkt dat achteraf wel mee te vallen. Mijn opties waren, op ééntje na dan waar ik gewoon niet goed had gekeken, de kortste, en met de significante verschillen in afstand vermoedelijk ook de snelste. Dat ik niet de snelste tijd liep lag eerder aan loopsnelheid en wat gebrek aan gretigheid onderweg. Later meer daar over.

Routekeuzes

Het was leuk dat reeds het eerste been meteen al begon met een beslissing: het rondje rond de kerk linksom of rechtsom maken. Linksom (rood) is 13 meter korter dan rechtsom (groen). En eigenlijk ook, als je vanuit de start het veld rond de kerk op loopt, het meest voor de hand liggend. Het zou aardig zijn geweest als vanwege de heg vóór post 1 de route rechtsom korter was. Ik liep linksom.

Overigens stond de eerste post achter een struik, waar je dus omheen moest, maar was de post -als je via de linker route kwam aanlopen- al wel te zien door een gaat in de haag, waar je ook makkelijk door had gekund. Ik ben ómgelopen, want volgens de kaart was doorsteken verboden, maar ik zou als wedstrijdorganisatie een rood-wit lintje hebben gespannen. Er stond verderop een controleur, maar die kon dit punt niet zien. De kat werd zo enigszins op het spek gebonden.
Ook naar post twee waren er meerdere opties. Wederom is linksom (groen) het kortst. De route middendoor (blauw) is verrassend, maar omdat je om een -volgens de kaart- niet-passeerbare haag heen moet, is dat ook de langste. Overigens heb ik wel mensen door een gat deze haag zien lopen. Maar ook dan nog was het niet korter dan de route linksom, die ik koos.
Om van 5 naar 6 te lopen waren er ook verschillende varianten denkbaar. De blauwe variant is een aparte, omdat je eerste ven terug moet, maar valt af vanwege de lengte. Ik nam de rode route, ook linksom. Wederom om deze heg waar anderen doorheen liepen. Rechtsom was minder bochtig, maar toch ruim 31 meter langer, en bovendien kom je minder gunstig bij post 6 aan; je zou het steegje voorbij kunnen lopen.
Van post 9 naar 10 was er weer een tweetal keuzes. Op de kaart blijken ze precies even lang te zijn. Ik liep linksom, omdat ik dacht dat dat korter was vanwege de diverse diagonale oversteken, maar rechtsom zou nog wel eens iets sneller kunnen zijn geweest omdat het een minder bochtig parcours is. Ook wel weer saaier. Wat wel scheelt is dat er vlak voor post 10 op de blauwe route een chicane-hek stond dat flink vertraagde, maar dat kon je weer niet op de kaart zien.


Goed fout

Naar post 11 maakte ik echter een fout: ik liep linksom (op zich is de rode route korter dan de paarse) maar keek niet goed op de kaart en dacht dat ik weer het zelfde hek door moest als op mijn route naar post 10 toe. Dus ik liep om, vertraagde weer bij het hek, en rende zo de allerlangste variant. Stom. Dat kostte me bij elkaar zeker 10 seconden, misschien meer.

Gretig

Ik merk dat ik wat voorzichtig liep. Niet qua plaatsing van voeten of zo, maar wat betreft aanlopen van de posten. Ik had bij post 5 prima over het muurtje gemogen, maar ik liep er omheen. Kost toch weer 5 seconden.

Het zelfde tussen 10 en 11, maar daar kostte het me nog meer tijd. 

Bij 12 liep ik om het heggetje heen terwijl de post er midden in stond, en ik er ook bij had gekund vanuit de richting waar ik vandaan kwam. Maar goed, de postomschrijving vermeldde: oostzijde boom, dus ging ik er van uit dat hij daar ook zou staan.

  En bij post 16 liep ik ook weer terug om een laag muurtje, waar ik volgens de kaart ook gewoon overheen had gemogen. Het was geen dikke zwarte lijn, maar een dunne met bolletjes, oftewel een passeerbaar stenen muurtje. Toch ook weer een paar seconden kwijt.

Misschien komt het allemaal vanwege post 1, waar ik net op tijd zag dat ik juist niet de heg mocht, en daarom de rest van de wedstrijd (niet alleen omdat er controleurs stonden her en der) voorzichtig liep om me aan de regels te houden. Sneller ómlopen dan inhouden en op de kaart kijken of ik iets wel of niet mag passeren.

Dat neemt niet weg dat ik bij post 15 gewoon 20 seconden heb lopen zoeken naar de post, wat uiteraard een foutje was. Niet goed gekeken.

Samengevat: de routekeuzes gingen goed, het denkwerk als ik iets meer tijd heb is uitstekend, maar de snelle beslissingen moet ik wat meer aandacht aan schenken. En vooral de details rond de post zou ik toch al tevoren beter kunnen bestuderen als ik onderweg er heen ben, zodat ik niet op het laatst verrast ben door obstakels, en weet waar ik wel en niet over/door mag. Lesje voor de volgende keer.

Om Of Op?

Vorige week rende ik over de prachtige flanken van de Posbank. Oud woud. Statige stammen waar je het bos nog doorheen kan zien. Heerlijk. En het ging weer snel. Zo snel dat er soms nauwelijks tijd was om over de route na te denken; af te wegen, of ik om de heuvels loop om hoogtemeters uit te sparen, of over de toppen, om loopafstand te beperken. Het kan allebei, en niet altijd wint de ene keus het van de andere.

foto: Geers/Mulder

Toevallig las ik vandaag een stukje van Luc Cloostermans, uit zijn Handboek: “Een wedstrijd lopen om te winnen“. Over routekeuzes. Over veilige herkenningspunten en aanvalsstrategiën. Hoe waar dat allemaal ook is, dat was vorige week vrijwel allemaal niet van toepassing, omdat de Posbankloop een oriëntatieloop over paden is. Kaartcontact houden is eenvoudig, en aanvalspunten zijn hier tijdverspilling. Het gaat puur om het kiezen van het snelste pad, en het dóórlopen. Vooral vanwege dat laatste is er weinig tijd onderweg voor beschouwingen, en loont het om nu vast een plan te maken voor de volgende keer. Met als belangrijkste vraag: loop ik om de heuvels of de heuvels op?

Om

Klimmen kost snelheid. Zoals ik vorig jaar al eens uit mijn GPS track had afgeleid, kost klimmen tempo. En dus tijd. Dalen levert wel wat extra snelheid op, maar te steil afdalen gaat minder snel dan vlak lopen of een beetje dalen, en dalen levert minder winst dan stijgen kost. Hoogtemeters zijn bovendien vermoeiend. Het kost kracht, ook bij een lager tempo. En de energie die je kan verstoken is beperkt, ook als je een top conditie hebt; vroeg of laat lever je wat in. Dus extra hoogtemeters zijn dubbel zuur: ze vertragen op zowel de korte als de lange termijn. Omlopen is dus gunstig. Maar uiteraard tot op zekere hoogte, want een langere afstand kost ook meer tijd.

Op

Omlopen kost tijd. Bovendien ligt het tempo hoger dan bij een klim en daling, en bij hogere snelheid neemt de loop-efficiëntie af. Luchtweerstand neemt kwadratisch toe met de snelheid, maar zó hard loop je doorgaans ook weer niet. Het heeft meer met de fysiologie van de mens te maken. Bovendien gaat kaartlezen minder makkelijk als je hard loopt. Met hetzelfde vermogen steil klimmend kan je stukken beter de volgende te volgen route bepalen dan vlak of licht dalend vooruit spurtend. En dat is bij een oriëntatieloop doorslaggevend.

Of

Kortom: het draait om de juiste afweging maken. Dat moet op gevoel, tijdens het lopen. Je kijkt naar de kaart, ziet de hoogtelijnen op de kortste route, en maakt een inschatting van het hoogteprofiel van dat traject. En dan ga je op zoek naar alternatieven: is er een andere, vermoedelijk iets langere route, die minder klimt en daalt? Die is er vrijwel altijd, daar zorgt de baanlegger wel voor (om het interessant te maken). Maar is het de moeite waard om om te lopen? Die afweging maak je zelden objectief. Vermoeide benen laten je hersenen opzien tegen nóg een klim, maar ook een mentale bias kan de keuze beïnvloeden: tevoren hadden we het over hoogtemeters en slimme keuzes gehad, in de auto op weg naar het Noorden, en dus had ik in mijn hoofd gezet dat het belangrijk was om slim te plannen, dus te kijken naar vlakkere alternatieven. En vermoedelijk vooral daardoor koos ik dit keer nagenoeg steevast voor de om-route en niet voor die er op.

Was dat verstandig?

Functie

Vergelijken met anderen is lastig. De nummer drie kwam bijna 12 minuten ná mij binnen, en de nummer één, Wodi, was bijna 7 minuten sneller. Dat zijn geen verschillen door louter andere keuzes, dat is loopsnelheid. Hooguit zou ik relatieve verschillen kunnen bepalen, maar a) er zijn geen splits beschikbaar, dus ik kan niet per post kijken wat het verschil is, en b) ik weet niet welke routes zij kozen. Ik moet het dus met slechts mijn eigen data doen. Nou is dat op zich wel weer makkelijker omdat ik op de paden ben gebleven. Geen loophinder, alleen helling die er toe deed, en misschien een beetje verhard of onverhard.

Je zou het bijna niet zeggen, maar deze parabool is de beste parabool die past met de gemeten snelheden en hellingen. Een andere vorm zou evenwel ook kunnen.

Ik begin daarom met het bepalen van mijn loopsnelheid als functie van de helling. Net als ik vorig jaar deed.  Er komt een ietwat andersvormige kromme uit, maar ik ben ook in een iets andere vorm uiteraard.

Vervolgens ga ik kijken welke alternatieve routes ik had kunnen kiezen. Er was op een aantal plaatsen een kortere weg dan de mijne, maar dan wel met meer hoogtemeters, zowel op als neer. Dat doe ik met Mapsourse, en Topo Benelux kaarten waar ook de paadjes op staan. Online kan ik voor de twee routes de hoogte bepalen aan de hand van satellietgegevens. Ik gebruik daarvoor gpsvisualizer.

Voor beide routes, die die ik liep, en die die ik had kunnen lopen, reken ik, aan de hand van de hoogteprofielen en mijn zojuist bepaalde hellingsafhankelijke snelheid, het tempo uit dat ik zou kunnen lopen, en daarmee bepaal ik de totale tijd. Dat doe ik per alternatieve keuze, en zo hoop ik tot een inzicht te komen dat me de volgende keer beter laat kiezen.

    \[ tijd = \int_{start}^{finish} tempo(helling(x)) dx \]

Keuzes

Er waren een aantal keuze-momenten. Per alternatieve route laat ik, vooral omdat het kan, een kaart zien met in cyaan aangegeven de voor de hand liggende alternatieve route.  Zoals je hier naast ziet. Dit is het stukje kaart van de start naar post 1. Er was een meer westelijke route; die nam ik, en dat dat kennelijk de meest logische optie was werd bevestigd door twee fotografen die zich hier hadden opgesteld. Maar misschien stond er ook wel iemand met een camera bij de meer oostelijk gelegen route. Van dit alternatief heb ik de direct te bepalen voor- danwel nadelen bepaald. Maar in dit geval waren die er niet echt. Beide routes lijken op één meter na even lang, en klimmen beide 20 meter. Je ziet dat ook goed in de onderstaande figuur:

Ik laat steeds vier grafiekjes zien. Linksboven zie je de routes (met het noorden naar boven georiënteerd. Daaronder, links, zie je het hoogteprofiel. In dit geval is duidelijk dat de blauwe -mijn- route eerst wat sterker stijgt, en op weg naar de post vlakker loopt. Terwijl het rode alternatief pas op het eind sterk stijgt. Uiteraard beginnen ze beide op dezelfde hoogte en eindigen ze op dezelfde hoogte. Maar omdat nu toevallig beide even lang zijn valt ook het eind van de twee lijnen samen. Rechtsboven zie je de helling uitgezet tegen de afstand. Blauw lijkt eventjes iets steiler, iets dat ik op de kaart niet direct zag; daar leek zelfs de alternatieve route iets steiler plaatselijk. Dat mijn route wat steiler was zie je ook terug in de grafiek rechtsonder: het tempo, uitgezet tegen de looptijd. Hoe hoger de lijn, hoe lager het tempo (méér minuten per kilometer. Maar wat ik in het begin inlever wil ik later weer terug. Relatief dan. Eigenlijk een saaie keuze, nu de twee opties zo overeen komen.

Dan, op weg naar post 2, dient zich weer zo’n twijfel-alternatief aan: het blijkt 32 meter langer te zijn, en een meter meer te stijgen. Met name vanwege de extra afstand bereken ik 11 seconden extra, voor deze alternatieve route. Vooral omdat op de kaart het alternatief over een hogere bergrug leek te gaan, koos ik voor mijn gelopen route. Een verstandige keuze.

 


Dan ga ik op weg naar post 3. Daar had ik achteraf beter het alternatief kunnen kiezen. Dat is 78 m korter, en de klim blijkt toch vrij minimaal te zijn. De hoogtelijnen op de kaart zien er een stuk dramatischer uit dan in het echt. Het leek me handig om om de heuvel heen te lopen, maar vanwege de kleine stijginkjes in mijn route (de blauwe lijn in de grafiek hier onder) is de totale klim maar 1 meter minder dan bij de rode route. Mijn algoritme schat op basis van mijn loopsnelheid die dat dat ik hier 21 seconden verloor. Dat zou je eigenlijk niet verwachten op zo’n kort stukje.


Van post 3 naar post 4 waren er twee mogelijkheden: eentje bovenlangs door de heuvels, en eentje over het fietspad door het dal. Dat laatste loopt natuurlijk sneller, maar is langer. Al blijkt dat dat maar 70 meter scheelt. Opvallender is nog dat het hoogteverschil nagenoeg niet uit blijkt te maken: 28 of 27 meter klimmen. Je kan je toch aardig verkijken als je een snelle blik op de kaart werpt. En dus is ook hier het verschil in afstand doorslaggevend.


De volgende keuze dient zich meteen aan: ga ik weer over de heuvel, of loop ik door het dal. Het is lastig om te zien hoe hoe hoog post 5 precies ligt in de insnijding ligt. Het verschil in afstand: 115 meter. Het verschil in klim: 3 meter. En ik verlies niet zoveel tijd met klimmen als het omlopen kost. Dus achteraf had ik ook hier beter de kortste route kunnen kiezen, en bijna 35 seconden winnen.


Twee keer kiezen hier: direct na de post boven blijven of omlaag naar de weg. Dat is een simpele keuze, want de route over de weg is 35 meter korter, en scheelt een klim van 5 meter: 13 seconden winst.

De tweede keuze lijkt significanter. Tussen de open velden door blijkt 10 meter langer (ik zag aanvankelijk de rand van de akker aan voor een pad, maar er is een hek getekend), en bovendien is het hoogteprofiel van mijn (blauwe) route minder gunstig dan dat van de rode. Blauw pakt nog even een topje mee op het eind, en daalt in het begin twee diepere dalen in. Maar doordat die dalingen niet te steil zijn loop ik daar weer iets harde, en zo valt mijn tijdverlies nog mee: 5 seconden.


6→7 Dit zal het meest besproken been van de route zijn. Hier speelt meer dan alleen de kortste route of de hoogtemeters. Er lijken in eerste instantie veel mogelijkheden te zijn, maar eigenlijk zijn het er maar 2: over de weg, vlak, snel, of door de vallei, korter, maar met zo’n 102 meter dalen en stijgen.  Uiteraard was de andere route ook niet zonder enig reliëf, maar wel een stuk minder. Of lijkt dat maar zo? Als ik alle losse stijg- en daal-meters bij elkaar tel kom ik ook op 68 uit. En behalve dat het stijgen extra tijd kost, kan het dalen ook weer snelheidswinst opleveren, als het niet al te steil is. Maar ik herinner me van vorig jaar dat de afdaling hier best pittig is, met af en toe een soort traptreden op het zandpad, die niet heel erg lekker doorlopen.

Maar goed, laat ik nog even naar de afstand kijken. En dat verbaast me: de route door de vallei is zelfs langer dan de omweg. Het scheelt zo’n 115 meter. Dat zou betekenen dat het een overduidelijk voordeel is voor de route er omheen, over de verharde weg. En dat kan ik me nou weer niet voorstellen van Dirk Zwikker, de baanlegger van de race. Waarom zou hij een been plannen waarbij de geasfalteerde route gunstiger is dan de mooie route door wat juist zo’n karakteristiek stukje van dit gebied is? Dat kan haast niet kloppen.

En wat me onderweg al was opgevallen, dat de route dwars door de vallei wat raar aansloot op de paden naar post 7, blijkt achteraf niet te kloppen, en dat maakt nou juist het doorslaggevende verschil: er is hier wel een direct pad, waardoor de doorsteek-route ineens 270 meter korter is in werkelijkheid dan die die de paden volgt. Je kan kennelijk via het grasveldje dat je hier onder op het kaartje ziet doorsteken vanaf de weg naar het pad. Het veld is een parkeerplaats, geen wei. Had ik dat kunnen weten? Ik vind van niet. Het is een paden-loop, en er stond bovendien op de kaart vermeld dat niet alle hekken getekend staan, dus dat er op de kaart geen hek rond het veld stond, wilde niet zeggen dat ik er ook door kon. Strikt genomen was hier volgens de kaart geen verbinding. En was deze route dus (met mijn hellingsafhankelijke snelheid) zo’n 50 seconden langzamer. Ik deed er goed aan om de route over de weg te kiezen.

Al loopt er geen pad (op de kaart), het scheen achteraf dat ik de magenta route kan kunnen nemen. Die is 270 meter korter dan de cyaan route. Dan was dit alternatief ineens wel korter dan omlopen over de weg.


Even later kwam er weer een afstand-hoogte afweging, zij het zowel met minder horizontale als verticale meters op het spel. Ik had hier 15 seconden kunnen besparen door de alternatieve route te kiezen, vooral omdat die ruim 55 meter korter was. Het verschil in stijging was namelijk, met zo’n 5 meter, niet doorslaggevend.


We zijn nu bijna bij de finish beland. Een laatste twijfelpuntje, waar ik eerlijk gezegd niet echt bij stil stond. Vooral niet omdat ik voor de alternatieve route nog een stukje terug moest lopen waar ik net vandaan kwam. Dat voelt nooit logisch. Vanwege dat stukje was het alternatief bovendien 15 meter langer, met 3 meter extra klimmen. Peanuts, hooguit 5 seconden verschil. Da’s niet te moeite om bij stil te staan, en dus werd het doorlopen.


Samengevat

Ik koos voor minder stijging, ten koste van extra afstand. In totaal had ik 130 meter kunnen uitsparen, waarbij ik 45 meter extra had moeten klimmen. Ze zeggen wel dat elke 600 hoogtemeters een uur kosten, maar dat is wandelend. Laat het rennend de helft zijn. Dat zou betekenen dat elke 100 meter klim overeenkomt met 5 minuten rennen, grofweg 1.2 km over een vlakke weg.  Dan zouden die 45 hoogtemeters extra me dus 550 meter moeten schelen. En het scheelde me maar 130 meter.

Echter, als ik naar mijn berekende tijdverschillen kijk kom ik in totaal op 15 seconden besparing uit met de alternatieve routekeuzes. Met andere woorden: die 45 hoogtemeters kosten minder dan “ze zeggen“. Wellicht omdat de extra stijging ook extra daling met zich mee brengt, en dan loop je juist weer harder. Bovendien valt me op dat mijn loopsnelheid minder afhankelijk is van de helling dan wat er in de literatuur te vinden is. Ook daardoor kan het komen dat de route over de toppen en dalen voor mij gunstiger zou zijn. Voor de grap heb ik het eens uitgerekend met de afhankelijkheid die in Het Geheim van Hardlopen wordt genoemd, en dan lijkt de vlakkere route juist weer 15 seconden sneller. Maar ja, dat is dan weer niet mijn snelheidskarakteristiek.

Dus wat heb ik geleerd? De volgende keer kies ik de kortste route. Misschien iets vaker de tanden op elkaar en doorbijten bergop, maar dan ben ik wel het snelst bij de finish. Zo simpel is het. Ik ga het volgend jaar uitproberen. Het antwoord op de titel luidt dus: OP!

Miwditnerurn Teewduiznedengetnien

Waarin het Klompen Oriëntatie Team Zuid de weg kwijt raakt, weer terugvindt, door het oog van de naald kruipt, minder blauw ziet op straat, de sambal niet kan vinden, en toch wint.

[2013] [2014] [2015] [2016] [2018] [WOR] [Orienteering Challenges]

Aftellen tot de briefing en de start.

Opwinding over wat weer een top-dag lijkt te gaan worden -de weersvoorspellingen worden alsmaar droger en warmen en helderder- houdt me de halve nacht uit mijn slaap. Alles staat klaar om een vliegende start te maken, alleen het knopje van de wekker staat kennelijk in de verkeerde stand, zodat ik me een half uur verslaap. Als er dan ook nog maar voor 15 km benzine in de tank blijkt te zitten, én alle pompstations in Eindhoven vóór zevenen dicht blijken, is de race al begonnen voordat de start nog maar in zicht is. Krap tien minuten voor het startschot arriveren we uiteindelijk in Leersum, of althans bij de kampeerboerderij waar de start en finish van deze voor mij 6e Chickenpower Midwinterrun zullen zijn. Iedereen zit al in de startblokken, mét een kop koffie.

Zomaar een CP.

Bij de briefing worden steevast een paar vervallen CP’s voorgelezen, bijzondere regels aangekondigd, en extra opdrachten gegeven (“zoek ergens in de 2500 ha die jullie vandaag op een onbekende route van 50 km gaan doorkruisen een ANWB paddenstoel met nummer 21043”). Dan zijn er nog 5 minuten om allemaal tegelijk naar de WC te gaan, en uiteindelijk om 8:30 gaan we op pad. Of we krijgen althans een kaart met de route. Of eigenlijk: we krijgen 4 halve kaarten en vage luchtfoto’s met een aantal punten waarbij het halve team de ene punten niet binnen 10 meter mag naderen en het andere team de andere niet. Zoek het maar uit.

De opzet van etappe 1 is niet meteen duidelijk.

10 minuten zijn we bezig te begrijpen wat de bedoeling is en een plan te smeden, taken te verdelen, en op pad te gaan. De eerste punten liggen ongeveer op één route, dus daar lopen we min of meer samen langs, zonder dat de ene te dicht bij de CP’s van de ander komt. De kaarten en luchtfoto’s vullen elkaar aan zodat we elkaar toch nodig hebben tussendoor. Terloops zien we tot onze verrassing alvast paddenstoel 21043 staan (maar wat het coördinaat daarvan is denken we later wel uit te vogelen).

Eigenlijk was ik van plan dit verhaal in stukjes te hakken, die door elkaar te husselen, en in een willekeurige volgorde op deze pagina te plaatsen. Misschien met nummertjes er bij, om het nog een beetje vindbaar te maken, maar ik elk geven een puzzelopdracht er van te maken zodat de lezer -jij dus- even het zelfde gevoel krijgt als wij deze dag: wat nu, waar moeten we heen, welke kaart lopen we op, waar past de volgende kaart hier aan vast, wat is de slimste post om hierna te zoeken? Maar ja, dan was je vast al na drie alinea’s afgehaakt. Lees dus lekker chronologisch verder…

De rode lijn is het roadblock waar we niet over mogen tijdens etappe 1. Bij het CP op het schiereiland krijgt Patrick de opdracht een punt ten noorden van deze lijn te zoeken. En dus loopt hij met mij mee, want ik moet toch al 3 punten ten noorden van het water bezoeken.

De route van Patrick lijkt korter op de kaart, tot hij onderweg een aanwijzing krijgt voor een te projecteren punt, dat zich op de andere oever van een ven bevindt, en belangrijker: aan de andere kant van een roadblock, een verboden-te-passeren lijn. We lopen samen óm, want ik moet ook aan de andere kant zijn. (Bij de epiloog blijkt dat de teams die het roadblock wel overstaken alsnog geen strafpunten krijgen, en wij voor niets 1,5 km om liepen.) Het is lastig oriënteren om een kruispunt te vinden midden in een bos op een luchtfoto waar paden eigenlijk niet zichtbaar op zijn, maar met passen en meten en passen meten lukt het. Patrick heeft de luxe van een kaart, en is daarmee een stuk eerder op ons rendez-vous. We overleggen even en plannen het vervolg, voordat onze wegen zich daar weer scheiden, en ik zoek een CP dat niet op de kaart staat. Nou ja, het CP staat eigenlijk wel op de kaart, maar de kaart zelf staat er niet op. Of het is een onontgonnen stukje Nederland dat aan het Kadastrale Alziend Oog en Google Streetview is ontsnapt, óf het is op slinkse wijze door een van de PowerChickens verdoezeld met digitale tipp-ex. In dat laatste geval hadden ze beter het stukje kaart nog even kunnen behouden tijdens het ophangen van het CP-kaartje, want dat hangt volstrekt verkeerd, bij een kruispunt 300 meter verderop. Zes andere teams lopen ook ruim 5 minuten te zoeken naar iets dat er niet is. Niet daar.

Wat bij de groene pijl zou moeten hangen vind ik uiteindelijk bij de rode, 350 m verderop.

Ik besluit het op te geven, loop richting Patrick die al die tijd op ons rendez-vous staat te wachten, noteer daar het CP nummer dat waarschijnlijk had moeten hangen waar ik nét was, en help hem dan een punt te vinden dat hij niet zag; dat vinden we uiteindelijk op de juiste plek. Samen gaan we naar een volgend punt van hem. Even dachten we dat het achteraf handiger was geweest om ieder voor zich te zoeken en pas op het eind van deze etappe elkaar weer te ontmoeten, maar met de tussentijdse onvindbaarheden is het achterhoofd is het maar goed dat we soms even samenwerken, kaarten combineren, overleggen en bovenal elkaars voortgang kennen. Een peiling die volgt leidt echter weer tot niets. Of hebben we de peiling op het CP-kaartje verkeerd gelezen? We noteerden “136 m 134”, maar daar is helemaal niets te vinden. Veel te lang zoeken we tot ik uiteindelijk mijn volgende punt opzoek, met de info over waar we de volgende kaart gaan krijgen: weer een donkere luchtfoto. Maar ik herken nog nét dat ik bij een meertje moet zijn; onderweg er heen nog een CP, en Patrick moet er ook nog 1, dus we besluiten dat hij ook naar het meertje komt om etappe 1 met één niet-gevonden, en één vals CP af te sluiten. Saillant detail: dat punt dat we niet vonden, vond maar 1/5e van alle teams, en 80% noteert daar nota bene een vals CP. Het valse CP dat we noteerden werd ook door 2/3e van de andere teams voor echt aangezien. Uitgerekend het punt dat hij (wij samen eigenlijk) niet vond zal wel verwijzen naar wat ongetwijfeld het gezamenlijke eindpunt van deze etappe is. Met de deadline inmiddels achter ons is het hoog tijd dat de rest van de dag aan gaat breken. Maar deze eerste etappe verliep allerminst vlekkeloos. En we zijn de deadline 27 minuten gepasseerd. Geen goed begin. En haast maken de rest van de tocht om tijd in te lopen heeft eigenlijk altijd een averechts effect, want dan maak je fouten.

Intekenen van het merendeel van etape 2 kost veel tijd. Met verkleumde vingers en verkrampte hurken gaan we na drie kwartier weer op pad. Ik trek een zakje pinda’s open terwijl ik me afvraag waarom we zo lang bezig zijn geweest, en dan nog niet eens de hele route hebben gepland. De antwoorden die boven komen borrelen zijn

  • Omdat de kaarten niet allemaal aan elkaar aansluiten.
  • Omdat  niet direct van alle grid lijnen te zien is bij welke coördinatenstelsels ze horen en we dit via aangrenzende kaarten moeten afleiden.
  • Omdat de volgorde van de punten in het roadbook niet direct overeenkomt met de kortste of snelste route, en het dus een hele puzzel is om zonder om te lopen overal langs te gaan.
  • Omdat het niet zo lekker tekenen is, gehurkt in de wind en de kou.
  • Omdat nog niet van elk punt bekend is waar het ligt, en we eerst gegevens in het veld moeten ophalen.

Maar iedereen zit met dezelfde handicaps, en dat blijkt ook wel uit de einduitslag als je ziet dat veel van de puntjes die net wat extra voorbereiding of denkwerk vergen überhaupt nauwelijks zijn bezocht. Wij gaan voor goud, dus pakken alles mee. Denken we.

Rond het punt dat we projecteren vanaf CP15 zoeken we een minuut of tien zonder het CP te vinden.

We lopen weer wat in en passeren een paar teams, vinden CP’s, en voeren een extra opdracht uit: een peiling. Eerst met kompas en gekalibreerde passen tellen, dan, als we niets vinden, met geodriehoek een kaart. We komen precies uit waar we peilend en tellen waren geland, en zoeken daar rond omheen verder. Net als 5 andere teams. Gezamenlijk beslissen we na een minuut of tien dat de post er niet (meer) hangt of niet daar hangt. Dit is al de tweede schier eindeloze zoektocht die we zonder succes afbreken. Een enorme flap vakantieparkplattegrond gebruiken we precies één keer om een CP te lokaliseren, de rest gaat op de topo kaart. Afwisselend zelf ingetekende punten en vooraf geprinte punten. Allemaal vinden we ze direct. Vooral de CP’s die op logische plekken hangen, bomen op de hoek van een kruising, zijn aangenaam, want logisch. Die “ergens op een bosrand in een flauwe bocht” zijn minder onze favoriet, vooral omdat we dan zijn overgeleverd aan de willekeur van wie ze heeft opgehangen. Daarom ook is bij een IOF oriëntatieloop de eis dat een post op een op de kaart en in het veld herkenbaar punt moet staan. Dat kan een letterlijk punt zijn, zoals een voorwerp, maar ook een kruising van lijnkenmerken, een hoek, uiteinde of een scherpe bocht, . En als hij op of bij een reliëfvorm staat, dan moet dat opnieuw een herkenbare, in de postomschrijving gespecificeerde, plek zijn, zoals een top, een duidelijke flank of voet met een gespecificeerde windrichting er bij. Zo weet je altijd waar precies je moet zoeken, als je eenmaal op de juiste plek bent. Maar vandaag gelden er geen IOF regels: soms staat de C voor speld, en de P voor hooiberg (en een enkele keer zelfs andersom). Maar voorlopig zitten we weer onszelf dwars, door punten over het hoofd te zien omdat we niet altijd de verschillend geschaalde kaarten aan elkaar weten te passen, met een aantal extra meters als gevolg. Dát is wél leuk.

Zoals je ziet zijn we best wel vaak de Amerongse Berg over gelopen. Niet heel effectief. Het zal door de hoogte komen.

Door dan maar wat harder te lopen lopen we dat wel weer in. Het is dan ook heel rustig wat andere teams betreft als we bij het “wagenwiel” naast de Amerongse Berg aankomen. Het klimmen heeft zijn tol geëist, en de benen voelen moe. Energy Bar er in en hopen dat die door de zwaartekracht naar de juiste ledematen zakt, want de spijsvertering delft het onderspit als het om de energieverdeling gaat, en de hersens krijgen wat extra’s toebedeeld om ons via de snelste route naar de diverse punten te loodsen. Het is een soort puntenwolk die niet direct een kortste route kent, en bovendien proberen we zo min mogelijk hoogtelijnen te kruisen. Je zal er maar over één struikelen… Berg op, bocht om, breed pad kruisen, vierde pad -voor de open plek- links: één…twee…drie…open plek. Zou die brandgang het vierde pad zijn? Het lijkt meer het weerbarstige spoor van een bomenrooier te zijn. We volgen het over de juiste afstand, maar vinden geen CP. Dan maar richting top van de heuvel, waar volgens het kaartje iets herkenbaars zou moeten staan, om een peiling te maken. Maar op de flank loopt een pad in een mooie glooiende kromme lijn, en dat is niet wat er op de kaart staat. Hier klopt iets niet. We zoeken nog wat in de rondte, maar vinden geen CP. Heroriënteren betekent hier op zoek gaan naar een pad dat duidelijk wel matcht met de kaart. Vanaf daar gaan we verder met de volgende CP’s want die vinden we wel, op een cirkel rond het topje, die kennelijk van ná de publicatiedatum van de kaart is. En na een rondje gelopen te hebben, met wat genoteerde nummers, komen we uit waar we net ook waren, maar nu zien we wel het blauwe kaartje achter een boom. Klaar! Op naar een volgend CP, dat in het dal ligt, maar niet voordat we onderweg nog een vals, maar ook juist CP nummer vinden. Uiteraard noteren we het laatste.

Bij CP 61 zijn we eindelijk uit het hooggebergte afgedaald, staand onderaan de heuvelrug aan de rand van een weiland, en de concentratie erytropoëtine is weer naar dusdanig normale waardes gezakt dat we normaal kunnen denken. Of het is gewoon dat onze oren “plop” hebben gezegd? Want ineens horen we een kwartje vallen: we hebben wat aanwijzingen gemist bij puntjes waar we net, hoog vlakbij de top van de de berg, waren. Een snelle berekening: 3 CP’s gemist, 3 x 30 minuten misgelopen, anderhalf uur de tijd om 1 km extra te lopen en terloops de Amerongse Berg nog een keer op te klimmen. Moet lukken. Op dat moment gaan we er nog van uit dat we alles binnen de tijdslimiet lopen, en 1 minuut dus één minuut is.

Achteraf gezien was de 2e beklimming van de Amerongse Berg en het Wagenwiel niet zo tactisch. Want omdat we daarmee twee deadlines overschrijden kost het per klok-minuut niet 1 maar 3 score-minuten. En dan leveren de 25 minuten die we hebben besteed voor 3 CP’s nog maar een kwartiertje op. Bijna niet de moeite. In een race met meerdere deadlines is elke minuut aan het begin van de dag erg kostbaar, omdat die meervoudig meetelt. Tenzij je gewoon binnen de deadlines blijft. Omdat je nooit weet wat er allemaal nog gaat komen bij de volgende kaart-posten (je hebt aan het begin van de dag geen roadbooks of kaarten van de latere etappes) blijft het één grote gok. Vorige jaren waren we immers altijd op tijd bij tussentijdse deadlines.

Best een tricky punt, CP44. Het 45° paadje lijkt op de kaart bij het CP uit te komen, maar in werkelijkheid maakt het een knikje en komt uit op het kruispunt net westelijk. Daar zochten we aanvankelijk het CP.

Mooi is het wel, daar rond de top. Oud bos. Hoge bomen, ver uit elkaar. Een oranje-bruin tapijt van herfstbladeren, goed geconserveerd door het koude weer. Genieten. Overal andere teams, die allerlei kanten op lopen. Zijn zij ook de weg kwijt door de wanorde van CP’s (en vooral hun nummering)? Of hebben ze een al dan niet strategischer volgorde gekozen? Als klap op de vuurpijl noteren we ook nog eens een vals CP: toen we over de top kwamen zagen we een CP hangen, en schreven het nummer op. Later, bij de projectie vanaf CP37 (die waar het draaien rond het wagenwiel een uur geleden begon), menen we dat die projectie ongeveer op de top uitkomt, en schrijven dan ook het eerder genoteerde nummer op. En dat blijkt fout

We dalen nog één keer af. Omlaag loopt het een lekker tempo. Laten we dwars over een weiland doorsteken. Blaffende honden bevestigen dat we goed zitten, want op de kaart staat ‘dierenasiel’. Andere teams lopen om, of slaan dit hele punt over. De deadline nadert, en dat betekent een verdichting van de teams in de ruimte. Samen met een aantal anderen stellen we vast dan een CP nummer op de verkeerde kruising hangt. Wat achteraf toch blijkt te kloppen. Maar dan kiezen zij de kortste route naar het tussenpunt, en wij besluiten nog 4 extra bestemming af te gaan. Die we allemaal moeiteloos vinden. Het gaat goed! Alleen tikt de tijd wel door. En het is altijd een vreemde gewaarwording als je net nog andere teams om je heen had, en prompt een half uur lang niemand meer ziet. Klopt dat wel?

Betrekkelijk standaard posten volgen, een ingetekend punt ligt precies waar het het verwachten, maar een ander punt, CP62, waarvoor we de gegevens, een peiling in dit geval, op CP39 vinden, is weer een leermomentje. Enerzijds omdat voor de zoveelste keer ik een stuk meer naar rechts uit kom dan Patrick, wat achteraf komt door aantrekkingskracht van de magneet die mijn drinkwaterzakslangetje o-zo-handig aan mijn rugzakje vastklikt op mijn kompas, anderzijds omdat nogmaals blijkt dat een peiling bij de Midwinterrun vaak uitkomt op een heuveltje dat op de kaart getekend staat. Terwijl we meestal koersen tot een meter of 200 peilen met een kompas en vervolgens passen tellen. Dat werkt doorgaans prima, maar vandaag even niet. Maar goed, we vinden het CP, omdat het heuveltje niet alleen op de kaart opvalt, maar ook in het echt een markant plekje is.

Een hele andere omgeving, en een hele andere opdracht. Ik vind het leuk.

Een verlaten restaurant. Of een rustige dag. Of geen barbeque-weer. Maar op de nagenoeg verlaten parking staat een MWR busje en krijgen we een opdracht voor etappe 3. Wat zou het zijn? Dat een ander team vraagt of het kan dat bij 1 punt meerdere CP nummers horen gaat het ene oor in maar het zelfde oor ook weer uit. Was het het andere oor uit gegaan, dan was het vast door mijn hoofd heen gegaan dat dat een mogelijk scenario zou zijn, dadelijk. Maar dat doet het niet, zodat we bij de foto-opdracht die volgt teleurgesteld één foto overhouden. Navraag bij een hondenbezitter die meent hier bekend te zijn levert niets op. De enige mogelijkheid waar de weg op de foto overeenkomt met de kaart blijft een gok, en een foute gok is duur. Nou ja, het zou ons 60 minuten straftijd opleveren, maar niets invullen kost ook 30. Toch besluiten we niet om er nog eens langs te lopen, want er is nog iets: we móéten binnen een uur terug zijn voor deze opdracht. Geen idee of er anders gewoon een 2 minuten penalty volgt of algehele diskwalificatie, maar al secondes aftellend arriveren we bij het busje, en het tellen stopt pas bij 3. Met de hakken over de sloot door naar de laatste etappe.

Nog twee andere teams zitten punten in te tekenen, terwijl het inmiddels flink is afgekoeld en al begint te schemeren; de rest is al op pad naar de finish. Teleurgesteld zien we dat CP71, dat we tijdens de fototocht op de kaart zagen staan en waar we (tactisch?) alvast zijn gaan kijken, blijkt te zijn vervallen. Verder is het een mieterse puzzel om de resterende kaarten aan elkaar te passen. Er is geen overlap, een luchtfoto is geroteerd, de finish staat er niet op, en er zijn verschillende coördinatensystemen door elkaar heen gebruikt, terwijl aan de lijnen niet te zien is wat bij RD behoort en wat geografische coördinaten zijn, of dat de lijn gewoon de rand van de kaart is. Intussen proberen we ook nog te schatten waar de ANWB paddenstoel ligt, uitgedrukt in een of ander coördinatensysteem. We doen een poging, maar die blijkt achteraf té onnauwkeurig te zijn omdat we geen kaart met grid van de start kunnen vinden, en we lopen ook die 60 bonusminuten mis. Hier maken we toch een strategische fout: we tekenen bijna alle punten in, bepalen de snelste route, maar rekenen niet na hoe lang dat gaat duren, en hoeveel tijd we nog hebben. Voor ons gevoel moet het nét te doen zijn, als alles mee zit.

Best een uitdaging om op deze kaart de weg te vinden. Achteraf blijkt dat CP82 op nóg een kaart stond, en eigenlijk alleen als bruggetje hoefde te dienen om de andere twee kaarten aan elkaar te koppelen. Maar desalniettemin deden we het gewoon met deze luchtfoto, best een strakke route.

Dat zit het in eerste instantie ook. Op een veel te donker afgedrukte luchtfoto die ook nog eens onder een hoek met het noorden is genomen, vinden we wonderwel onze weg én de CP’s. We weten dan nog niet dat we een vals CP hebben genoteerd middels een onderweg gevonden aanwijzing (177 m, 270°), door op 162 meter een nummertje te vinden, in plaats van die verderop bij het hek van een tennisbaan op 190 meter; al zou ik de valse ook hebben gespot, ik zou op basis van de afstand niet hebben geweten wat de juiste was (hooguit omdat je een zandduin op moest, en dat al gauw een overschatting van de afstand oplevert, zou het verste punt wel het bedoelde punt zijn). Maar dan houdt ons geluk op.

We hebben hier lang gezocht, maar niets gevonden. In totaal hebben we in de eerste etappes 2 punten niet kunnen vinden, en in de laatste 4, terwijl we wel op de juiste plek waren. Drie valse CP’s noteerden we. En 9 CP’s slaan we over vanwege tijdgebrek.

Een puntje dat we op een markant doodlopend uiteinde van een pad tekenden -dat moet wel goed zijn- ligt er niet. Snel opnieuw uitrekenen en tekenen brengt ons ergens anders, maar niet de juiste plek. We geven het op. Vanaf een volgend CP, het laatste dat we zullen vinden vandaag, maken we een peiling, weer met kompas en passen tellen, maar vinden niets. Terug, nog een keer tellen, nog een keer peilen, nog een keer de aanwijzing lezen. 10 minuten zoeken we: niets. Weer dóór naar de volgende, en intussen weer 2 CP’s gemist, omdat we tijd kwijt zijn met zoeken waardoor we een punt verderop moeten skippen, én we hier niets vinden. En ook dat volgende punt zien we niet hangen onder een boomtak. Het schemert, het is 16:50. En zoals het aangegeven staat op de kaart moet het CP een fractie noordelijk van een bosschage te vinden zijn. Wij hebben geen GPS op zak om vast te kunnen stellen dat het bos fout staat getekend op de kaart. Tenslotte zien we een CP niet hangen dat op een splitsing van paden getekend staat, maar verderop aan een boompje schijnt te hangen. En dan is de tijd om.

Er rest niets dan zo snel mogelijk terug te gaan. Elke minuut telt nu dubbel, dus lopen we ook op dubbele snelheid terug naar de finish/start. Via een kleine omweg, omdat het gebouw niet op de kaart staat, en we op ons gevoel af moeten gaan. Immers, het gejoel van de andere teams die al gearriveerd zijn is verstomd omdat iedereen zijn adem in houdt terwijl ze zich afvragen of wij wel levend het bos uit zullen komen. Of op zijn minst vóór de absolute deadline van 17:30. Anders is het einde oefening. Gaan we het halen?

Op het nippertje, als je 10 minuten een nippertje mag noemen. En op een race van 8 1/2 uur mag je dat. Anders lagen we uit de race. Wie had dat gedacht? Van een hele dag mountainbikepaadjes zonder fiets, naar 49 km rennen voor niets? Maar het was niet voor niets. Want we hadden een mooie dag lopen bosraggen door prachtige natuur, rennend puzzelen en peilen, zoeken en vinden. En bovendien zijn we nog net bínnen de tijd, en winnen we voor de 5e keer op rij (in 2017 deed ik niet mee) de Midwinterrun. Je zou kunnen zeggen dat ik me aan mijn suggestie van vorig jaar heb gehouden: zo’n voorsprong pakken in het begin dat we wat punten op het eind kunnen laten liggen, omdat de nummer 2 toen 8 “uur” achter ons is geëindigd. Dit jaar is het verschil nog maar 3:40, dus we hebben het efficiënter gedaan. Nee, als dat opzet was, was het een risicovolle -maar geslaagde gok-, want onderschat je medespelers nooit. Maar als je het verhaal leest zie je dat dat geen vooropgezet plan was, we een aantal minder scherpe foutjes hebben gemaakt, qua valse CP’s en intekenfouten, uitstekend hebben georiënteerd, maar slecht hebben gelezen en gepland. En dan toch winnen, aan het eind van dit prachtige dagje challenge-oriënteren. Dus ondanks onszelf was het weer een feestje. Na de prijsuitreiking praten we nog een tijdje na met de organisatoren van Chickenpower. Wat er allemaal komt kijken bij de organisatie, hoe je als loper ervaart wat de routelegger bedoeld heeft, wat de Midwinterrun nou zo uniek maakt, en wat er beter zou kunnen. Persoonlijk zou ik minder willen hoeven zoeken naar CP nummers, als ik op de juiste plek ben, zodat de uitdaging meer zit in het oriënteren, intekenen en projecteren, kaarten interpreteren en navigeren, en niet in het dwalen en dralen rond een kruispunt, bosrand, of groep bomen op zoek naar een blauw kaartje dat overal op, onder, in of aan kan hangen zonder dat dat wat toevoegt. Je kan zeggen: dat hoort óók bij het spel, maar dat is dan minder míjn spel. Als voorbeeld van hoe dat anders zou kunnen denk ik dan aan de aanwijzingen in het roadbook van de WOR; er zijn nog steeds foute CP’s, echter die scoor je niet door een vind-fout maar door een zoek-fout. En boven op de berg hete chocomel met slagroom en een scheut rum, lijkt me ook lekker; kan je daarna weer lekker hard afzien.

Analyse

Nog even kijken naar de statistieken:

Op zich valt het aantal gevonden valse CP’s wel mee; er zijn vooral veel punten helemaal níét gevonden.

Het is een beetje het zelfde plaatje als elk jaar: de tijd en de afstand die je loopt doen er niet toe; je moet gewoon zo veel mogelijk juiste CP nummers noteren. En laat dát nou net datgene zijn waar we goed in zijn. Met zo’n 6 minuten de tijd per CP (89 CP’s in 10 uur) kost elk punt minder tijd dan de straf voor een gemist punt, zelfs de punten in de eerste etappe (30 minuten / 5 = 7:30).

Hoezo, wat heeft de etappe er mee te maken? En in de laatste etappe telt het overschrijden van de deadline je toch juist meer dan in de eerste? Simpel: in theorie loop je een verloren minuut in etappe 1 niet meer 1. Dus als je daarmee de deadline passeert van etappe 1, en ook van etappe 2 en 4, dan telt die verloren minuut dus 1+1+2=4 keer zo zwaar. Maar dan nog is dat ene punt, mits het minder dan 7:30 heeft gekost om er heen te lopen en het te zoeken, en eventueel in te tekenen, lucratief.

Dat levert op zich wel een leuk inzicht voor de tactiek: als je in het begin van de dag een deadline zou kunnen gaan overschrijden zou je misschien wel beter een punt kunnen overslaan dan op het eind van de dag. Maar helaas heb je in het begin van de race nog geen flauw idee wat er nog gaat komen, en dus of je vervolgens alle deadlines gaat passeren, of dat je op het eind ineens tijd over blijkt te hebben. En we hebben gezien dat je beter zoveel mogelijk punten kan bezoeken ten koste van wat straftijd, dus, ook omdat de winnaar bij de Midwinterrun eigenlijk nooit tijd over houdt, is het handiger om tussentijdse deadlines nooit te overschrijden. En de laatste uitloop maximaal te benutten.

We hadden dus beter in etappe 1 wat punten kunnen laten liggen. Om nog wat meer tijd in de laatste etappe over te houden om daar meer punten te scoren. Nu weten we dat voor de volgende keer.

Het percentage gevonden CP’s per categorie (kaart, coördinaat, projectie, veldopdracht), per team.

Ook is het aardig om te zien wat de andere teams met de specials doen. Je ziet dat wij het hoogste percentage punten vonden, in elke categorie. Vooral de in te tekenen coördinaten worden overgeslagen, maar ook erg veel van de veldopdrachten. Wie een coördinaat intekent vindt dit punt overigens meestal ook. Maar het is wel apart dat de veldopdrachten voor bijna een kwart van de keren fout gaan: er wordt een vals CP genoteerd. Ligt dat aan de moeilijkheid van de opdracht -meestal een peiling over een paar 100-200 meter- of worden daar extra veel valse CP-kaartjes gehangen?

Ten slotte nog de totale route (klik op de kaart):

En het is ook leuk om op Strava een flink aantal van de routes van de deelnemers te zien en te vergelijken. Elk jaar weer zetten meer Midwinterrunners hun GPS tracks online.

Alles WOR nat… (WOR8-’19)

Dit jaar een nieuwe discipline: vloeibare kaarten en CP’s noteren op papierpulp. Want het was op 12 januari 2019 nat, druilerig, miezerend, vanwege afwisselend motregen, dikke druppels die uit de bomen vielen, en zo nu en dan nattigheid die tijdens een momentje schuilen uit mijn haar op het laatste droge stukje kaart viel. De beproefde tactiek van direct het gele antwoordenblad invullen (en tegelijkertijd een back-up noteren) werkte niet, want binnen no-time was het gele velletje, ondanks ons plastic beschermhoesje, maar vanwege natuurkunde’s immer plagerige capillaire werking, doornat, waardoor een watervaste stift het effect kreeg van een aquarelpenseel, en een potlood dat van een guts. Artistiek ongetwijfeld garant voor een creatief effect, maar erg onpraktisch als je -leesbaar- CP’s wilt noteren.

Was dat erg? Helemaal niet! Het was weer een onnavolgbare Woudlopers Oriëntatie Run, deze 8e. En dan maakt een beetje water niets uit. Dankzij onze kaarthoesjes bleven de kaarten, hoewel nattig, prima in vorm, en CP’s noteren op ons eigen watervaste papier met een gepatenteerde rite-in-da-rain pen gaat ook prima. Kortom, het was weer een heerlijk dagje buitenspelen. Je zou kunnen stellen dat door het regenweer deze WOR niet gauw vergeten wordt, maar dat slaat natuurlijk nergens op, omdat de organiserende Woudlopers wel voor deze onvergetelijkheid zorgen. Bij welk ander evenement zoek je een beer in Death Valley, scoor je punten met darten naar bewegende hoedjes, jaag je op stripfiguren rond een vuurplaats in het bos, volg je het spoor van een manke indiaan, en word je bij de start verrast door een rokende indiaan op een paard, die zijn OEW-OEW-OEW geluiden middels Google-translate vertaalt in de opdracht voor de eerste 4 CP’s?

Dus rollend van het lachen stormen we allemaal in de richting waar Sitting Bull (je weet wel, die van de Zwartvoet indianen) vandaan kwam, om de terloops tijdens de massa-wandeling naar de werkelijke start aangewezen grensbakens terug te veroveren, en hun nummers te noteren. Om zo 4 CP’s, en dus 120 minuten tijd te verdienen.

Voorbeeld van een CP.

(Even wat uitleg voor de kijkers die nu pas inschakelen en midden in de uitzending vallen: De WOR is een oriëntatie-scoreloop waarbij onderweg de juiste nummers genoteerd moeten worden, die soms gewoon te vinden zijn door op de juiste plek te zoeken, of middels bijzondere opdrachten te verkrijgen zijn. Soms is ‘de juiste plek’ een kwestie van goed kaartlezen, maar dikwijls van ‘correct interpreteren’ of slim handelen. Een gemist of fout CP-nummer levert 30 minuten straftijd, en elke minuut na de deadline van 16:00 binnenkomen levert 2 extra straf op. Dat alles wordt bij de verlopen tijd vanaf de start geteld. Binnen 6 uur wordt idealiter 30-35 km afgelegd en worden zo’n 85 CP’s gevonden.)

Terug naar de race: er volgen een aantal oriëntatieopdrachten aan de hand van de eerste kaart. Veel er van, net als de opdrachten die later op de dag zullen volgen, zijn gerelateerd aan het thema van deze WOR: Het Wilde Westen. Het gebied is voor de gelegenheid omgedoopt in The High Riels, we komen cowboys en indianen tegen, beren kruisen ons pad, pijlen worden geschoten, kortom, aan alles is gedacht. Zo ook de eerst volgende opdrachten.

Niet heel lastig, maar wel een kwestie van goed lezen. Vaak hangen er meerdere CP-nummers in de omgeving, maar wie goed oplet, zoals wij, schrijft overal het juiste getal op. Het is een opwarmertje voor de rest van de dag: rond een hekwerk van 10x10m hangen 4 CP’s, maar de pijl op de kaart wijst de juiste kant aan; later blijken er op meer plekken dubbele CP’s te hangen, waarbij een pijl of een windrichting het bedoelde exemplaar aanduidt. Of dit voorbeeld: we komen bij een paal met symbooltjes, van rups tot trommel en van maan tot katapult, allemaal aanduidingen van de tientallen jeugdverblijf-barakken op het terrein, en deze symbooltjes horen bij nummers, en die moeten we weer gebruiken. En zo maakt dat een bruggetje naar een andere opdracht die later op de dag volgt. Een beetje zoals ik de afgelopen tien jaar voor mijn finale-sint-geocache essentiële aanwijzingen en methodes heb verwerkt in eerdere geocaches uit dit zelfde project. Niemand kan zo zeggen dat hij er niet klaar voor is.

CP13

Maar dan beginnen de bloopers. What’s in a number? CP13, we bakken er niets van. Rond een veld hangen de 4 Daltons, en voor wie ze niet kan vinden, evenzoveel verwijzingen naar hun locaties. Bovendien hebben ze elk een letter, die vanaf het midden van het veld te zien is. En er hangen verspreid aanwijzingen waar het bijbehorende CP te vinden is: een koers, een afstand, een middelpunt (“snijpunt AB/CD”), en een hint (“onder het kapelletje”). Je zou zeggen dat dit na het maken van GC33W5K gesneden koek is, maar we verwisselen enkele aanwijzingen voor de bijbehorende Dalton met die voor het CP, en komen verkeerd uit. Ook missen we de grote D en nemen de snijlijn van de bijbehorende Dalton waardoor we bij een barak uitkomen in plaats van midden op het veld. Maar de uiteindelijke fout is dat we door de overvloed aan informatie missen dat de koers die vanaf het CP is en niet naar het CP. Klassiek.

Gezelligheid is er weer als we, inmiddels nat van de regen, op het Startterrein terugkomen voor een aantal opdrachten die CP-punten opleveren of gegevens voor volgende CP’s. Zó veel, het lijkt wel een kermis. Er staat een veld vol pylonen voor een opdracht die een beetje lijkt op oefening van Go4Orienteering; een paspop gelijk Texas Jack uit het het voorfilmpje; een drietal ‘magische dozen’ met in ieder een niet zichtbaar maar wel voelbaar cijfer zes of negen, en op de buitenkant ‘CP25’ en drie puntjes ‘…’ (is het 666 of 999 of een combinatie); en een doos met daar in een lampje dat gaat branden door een dynamo over een plank te rollen waardoor een plaatje zichtbaar wordt: een kompas dat naar het zuiden wijst naast een lijn met aan de andere kant een maan, en de tekst ‘halverwege’ ; en ook nog een ‘getal onder een brug’ en een CP met een kapelletje. We noteren alles wat we zien. Nou ja, bijna, want ik sla wel het velletje bovenop één van de dozen om -net als in het voorfilmpje- maar vergeet de lezen of onthouden wat er staat. Stress…

Grom

We gaan weer op pad, denkende alles te weten wat we moeten weten, en dat wat we niet begrijpen zal in het veld wel duidelijk worden. We hebben ook weer nieuwe kaarten gekregen die we -bijna droog- in hoesjes steken. Over CP17 staat niets op de kaart (denken we), dus die zal wel vervallen zijn. De tekst in het roadbook is met tippex weggewerkt. De paar teams om ons heen denken het zelfde. De beer uit het filmpje, die een kaartje CP17 vasthoudt, zijn we dan alweer helemaal vergeten. En al blijkt er één getekende kaart met een beer er op te zijn, die valt ons niet op. Geen CP17 voor ons, wel 30 strafminuten.

Alles loopt nog gesmeerd, denken we. Een soort schatkaart (mét beer) lijkt geen geheimen te kennen, en we noteren de cijfers die we straks voor het openen van een schatkist met cijferslot nodig hebben. We slaan een I naar A loop over (‘ezelsloop’, twee keer dezelfde steen, ook omdat je achtereenvolgens 30 meter in alle 8 de windstreken moet afleggen) en noteren meteen het juiste CP, horen even later een jammerende Squaw in een struik het signalement geven van belager met een gebruinde kartonnen huid (hij zou naakt moeten zijn volgens de aanwijzingen, maar we rekenen even later een minuscuul lendelapje toch goed; het CP blijkt in elk geval te kloppen achteraf), en noteren iets verderop het CP getal bij het NGI symbool voor een kapelletje, omdat we dat als aanwijzing op de kermis bij het Startterrein vonden.

Maan ’71

Rest nog het mysterie van de maan ten oosten van de lijn met het kompas dat naar het zuiden wijst. Althans, dat denken we. Maan? Ja, maan, want dat is het symbool van barak 32, en dus zoeken we daar halverwege de oostelijke muur (de maan stond rechts van een kompas dat met de noordzijde van de naald naar het zuiden wijst (en de Noordpool is een zuidpool), dus moet het oostelijk van maan zijn), en warempel: een meter of 20 verderop op de middelloodlijn van de muur hangt een CP. Moet wel goed zijn; blijkt later fout. We hadden niet door dat ‘kompas’ ook een symbool in de lijst barakken is.

Een CP met een spiegeltje onder een brug (staat daar nou 25 of 52 in spiegelschrift?) en een infobord zorgen niet voor problemen. Daarentegen ’70’ lezen, aan Erwin doorgeven, en zelf geen ’71’ opschrijven wel. Maar het spoor van Zwartvoetindiaal Pinkelpoot -die op zijn rechtervoet hinkelt- volgen dan weer niet; de linker-voet afdrukken leiden naar een vals CP.

Enfin, even later staan we weer op het Startterrein voor een pijtjesgooiopdracht en nieuwe kaarten. We hebben geen idee dat we dan al 5 fouten hebben gemaakt. Hooguit vermoeden we er 1 of 2, als we twijfelen of het nu 70 of 71 was (handig, zo’n back-up briefje, maar vervolgens weet je niet welk van de twee getallen nou klopt), en omdat we bij AB/CD een kaartje Louky Luke vonden en niet Lucky Luke. Wat natuurlijk fout is, dat hebben wij ook wel door, maar een alternatief en tijd om dat te zoeken hebben we niet. Het zou wel eens een tactische race kunnen worden, en dan heb je vanwege de 1:3 regel geen 30 minuten per CP maar 10.

Bonanza

Het was natuurlijk wachten tot deze vergeten maar in het voorfilmpje opgegraven TV-serie van vóór mijn tijd -waar ik nooit van gehoord zou hebben als ze niet ten tonele was gevoerd in Brusselmans’ roman ‘Guggenheimer wast witter’- op zou duiken in het verhaal van WOR 8. Dat moment is nu. Maar wat moeten we er mee? In de vier hoeken van een groot bord hangen evenzoveel karakters, Adam, Joe, Hoss en Ben. En de mededeling dat als je een indiaan tegen komt, je verkeerd bent gelopen. Voor de rest markeren de cowboys kruispunten, en om kruispunt 4, 10 en 15 is het te doen: daar hangt een CP. Maar welke (anti-)held is welke richting? Geen idee. We verzinnen van alles, maar niets lijkt logisch. Staan de 2 links op het bord voor linksaf, en de rechter 2 voor rechts? Dat klopt bij de 1e kruising, maar niet bij de 2e. Na veel trial and error (het begint op het veld met de Daltons te lijken) en een aantal indianen gezien te hebben, blijven er niet veel mogelijkheden over. Pragmatisch besluiten we dat dat het wel zal zijn: al doende leert men. En zo vinden we de 3 CP’s op de gegeven kruispunten. Het lijkt te kloppen, maar zeker zijn we er niet van. Want dikwijls heeft alles bij de Woudlopers een reden, al zie je die vaak niet direct.

Zeker wetend dat we niets over het hoofd hebben gezien maar ongewis wat, breken we ons het hoofd er niet over en vervolgend de tocht. Redelijk klaar met alle multi-interpretabele opdrachten volgt er nu gelukkig een stuk recht-toe-recht-aan oriënteren. Luchtfoto’s en kaarten.

Een correctie bij CP39 kost nog 5 minuten, als we op de kaart zien dat de pijl naar een andere hoek van het gebouw wees dan waar we in eerste instantie het CP noteerden. En we lopen een azimuth van CP40 naar CP41, terwijl we die waarde al met een andere opdracht, het darten, verdiend hadden. De scherpte is er even uit. Oriënteren gaat vandaag goed, nadenken en (vooruit) lezen niet. Dat blijkt: op het volgende kaartje staan een aantal ovaaltjes. Die vinden we. Op elke plek hangt een memorisatiekaart met een volgend punt; maar omdat we de volgende kaart al hebben gekregen kunnen we die punten ook intekenen. Memorisatie blijkt op iets anders te slaan, waar we pas later achter zullen komen. Eerst nog een keer terug omdat we pardoes een van de ovaaltjes, de meest westelijke, hebben overgeslagen.

WOR8 2019 6/8 (12/01/2019)

Bij het eerste memorisatie-CP wordt het probleem duidelijk: bij welke van de CP’s op onze antwoordkaart moeten we dát nummer invullen? Het roadbook spreekt van Postkoets, Fort Lauerdale, Ponderosa, Tipi en Reservaat. Laat dat nou net een omschrijving zijn geweest van de plekken waar de ovaaltjes stonden, en van 3 er van weten of vermoeden we ook welke dat moeten zijn geweest, maar van 2 hebben we geen idee. Dus kunnen we nóg een keer terug het vorige perceel in. Over ezelspost gesproken.

Maar op het eind van de rit hebben we wel alle gegevens juist, en kunnen we verder met de bolletje-pijl route. Daar valt nog wat in te korten, blijkt, als we twee keer het zelfde kruispunt moeten passeren met elke keer een te noteren CP (‘het CP bevindt zich telkens aan de linker binnenhoek’); we sparen ons een minimaal lusje lopen uit.

Dan volgt een route langs een beek die ‘van Teksas naar Alizona’ loopt; de Rechteroever is per definitie rechts met de stroom mee gezien, en ook daar noteren we het juiste CP.

Eigenlijk is het dan alleen nog maar een strijd tegen de regen en natte navigatiematerialen. De volgende 24 oriëntatiepunten zijn niet heel eenvoudig, maar híér zijn we ten minste goed in. Gelukkig zijn er onderweg ook nog wat uitdagingen. Er moet een peiling gemaakt worden aan de hand van de info die je tijdens een lange azimuthloop tegenkomt, bij het Startterrein moeten we een code doorseinen via een slang, en indien juist verstaan krijgen we CP 81, we moeten een kruispeiling maken van vier andere CP’s (wat niet moeilijk is, maar wat we pas zien als we er al voorbij zijn gelopen, dus moeten we weer terug), en we zoeken een CP dat in het voorfilmpje is aangegeven op een kaart door middel van een brandvlek (waarvan we de locatie gelukkig omschreven hebben in onze aantekeningen van de huistaak).

Wel lopen we lang te zoeken naar CP 63. Niet dat we daar niets kunnen vinden (er hangt een CP bij de groene pijl, in de inloper), maar we vinden vlakbij (rode pijl) nóg een CP nummer naast een kuil, terwijl het echte CP volgens roadbook en kaart in een inzinking te vinden zou moeten zijn. Die inzinking vinden we, maar daar hangt dan weer geen CP nummer. En met ook valse CP’s in de buurt moet je het natuurlijk wel zeker weten. Uiteindelijk maken we de juiste gok. Het is dan rond 15:00, nog een uur te gaan, en nog 21 CP’s. We maken voort.

Het langst doen we over CP 69 waar we ons moeten zien te herinneren wat de kleding van Texas Jack was. Bijna alles hebben we goed, alleen de grijze afritsbroek blijkt een grijze pantalon te zijn. Hoed, riem en vest weten we nog wel te reconstrueren. Helaas is het resultaat, alles bij elkaar genomen, fout. (We hadden natuurlijk in theorie bij de laatste passage van het Startterrein nog en keer naar de paspop met Jack’s kleding kunnen gaan kijken en het antwoord dan pas noteren; maar toen we daar om 5 voor 4 passeerden was alles en iedereen inclusief Jack vast al verdwenen.)

Het is 16:00 als we langs de finish komen. Maar dan zijn we er nog niet, want CP 78 t/m 85 wachten nog. Het kost 8 keer 30 minuten als we ze overslaan (ook al hebben we het getal voor CP 81 al gekregen, maar dat vergeten we dan even voor het gemak), en tegelijkertijd telt elke minuut na 16:00 driedubbel; en dus hebben we maximaal 10 minuten per CP. Tactisch is het dus het slimst als we nog een eindje lopen, want we vinden er vast meer dan 1 per 10 minuten. De opdracht luidt nu de juiste foto bij het juiste punt te vinden. Het zijn meer foto’s dan punten, dus eentje overslaan en de resterende foto invullen heeft niet veel zin; al is dat voor CP 81 wel erg aantrekkelijk. Blijkt de foto bij CP81 die we vinden een ander getal op te leveren dan we hadden verdiend met de slang-opdracht op het Startterrein, dus ofwel we hebben het verkeerde getal opgeschreven, of we hebben die opdracht niet goed uitgevoerd, maar we vullen uiteindelijk gewoon in wat we vinden in het veld; niet in de laatste plaats omdat we ons pas na de finish realiseren dat we de waarde voor CP 81 al gekregen hadden en er dus in theorie niet heen hoefden te lopen. Dat we zo iets vergeten overkomt ons opvallend genoeg al de hele dag: een verbeterpuntje.

Maar uiteindelijk is het dan zo ver: we bereiken het cafetaria, de finish, het eindpunt, en een droog dak boven ons hoofd, waar we voor het eerst die dag iets op een droog papiertje kunnen noteren. Dit keer zijn er geen tegenstrijdige notities, want de 2e helft van de dag hebben we überhaupt geen dubbele notities meer gemaakt vanwege nat papier. Om 16:28 leveren we ons gele antwoordenblad in.

Het zit er op! Nee, het is helaas alweer afgelopen! Wat een heerlijk dagje buitenspelen. Ongelooflijk hoeveel creativiteit de Woudlopers ook dit jaar weer aan de dag hebben gelegd om ons 37 km lang te vermaken, kilometers die daardoor zó voorbij vlogen. We hebben ons geen moment verveeld. Tijdens het wachten op de einduitslag glijdt de spaghetti soepel naar binnen, en een tweede bord ook. In spanning wachten we de resultaten af. Team na team wordt opgenoemd, zonder dat de naam Het Valsche Ceepee valt. Tot de 5e plaats aan de beurt is: dat zijn wij. Erg goed, voor een eerste keer in deze team-bezetting. We zijn dik tevreden.

Retrospectief

Het kan altijd beter. Maar dit keer waren het wel uitsluitend de iets complexere puzzelopdrachten die fout gingen. Dus voor de volgende keer gaan we in plaats van binnenstormen op locatie met cowboyhoeden á la wild wild west, helemaal zen van start en dan:

  • r-u-s-t-i-g de opdrachten lezen en als we het niet snappen out-of-the-box denken (13, 23, 25)
  • tevoren het roadbook doorlezen (44-48, 76)
  • alles wat we noteren drie keer checken (12)
  • eerder gevonden of verkregen CP nummers direct bij de antwoorden noteren (17, 41, 81)
  • geen dingen zien die er niet zijn (25)
  • harder lopen en sneller schrijven (zodat er meer tijd is om te lummelen bij de lastige opdrachten)
  • minder tijd lummelen bij lastige opdrachten
  • oefenen met lezen, schrijven, kaarten organiseren, CP’s noteren, etc op de bodem van het zwembad

En dan winnen we.

Ten slotte…

De roadbooks vind je hier:

En de uitslag, in JGeo-format:

Klik op de tabel om deze groter te openen.

Een paar dingen vallen op: als we, afgezien van de foute CP’s, geen tijd verloren hadden omdat we iets oversloegen, niet wisten wat er precies moest gebeuren, of direct op de juiste plek hadden gezocht, had dat (CP14: 10 minuten. CP23: 6 minuten, CP29: 7, CP39: 5, memorisatie: 14, CP63: 5, CP76: 2) al met al bijna 50 minuten, en dus met straftijd ruim 105 minuten, gescheeld. Precies het verschil in tijd met de nummer 1.

En van de 6 fouten die we maakten had minstens een kwart tot 85% an de deelnemers het fout, of 2/3 het punt overgeslagen. We bevinden ons dus in goed gezelschap. En we hadden 18 CP’s die meer dan 1/4e van de deelnemers fout had gewoon correct genoteerd. Er zit dus nog meer in het vat voor volgend jaar. Nog een jaar de tijd om uit te slapen… Ik kijk er nu al weer naar uit.

Alle kaarten kan je vinden in mijn Quikcroute/DOMA archief. En op Strava kan je weer de sporen van de krioelende mieren volgen door de High Riels.

ATC18 – race tegen de klok

‘n Weekje of 2 terug bij de KOVZ training vroeg Gar Oome of ik meedeed aan de All Terrain Challenge. “Nee” was het antwoord, maar toen bleek dat het niet op 15 maar op 22 september zou zijn, zag ik mogelijkheden; alleen geen teammaat. Maar daar had hij wel een oplossing voor, want Geert van den Burg, je weet wel, van HiddenMonsterGames, zocht nog iemand. De volgende avond was de inschrijving rond. Op Het Nippertje, want het was 4 minuten voor de deadline (onthoud dat getal!), en bovendien onze kersverse teamnaam.

Zaterdag, 08:15: team Op het Nippertje is ruim op tijd compleet bij Op Noord, een sportieve locatie in het noorden van Eindhoven. Fietsen checken, teamfoto maken, inventaris doorlopen: het verloopt allemaal alsof we het al heel vaak hadden gedaan. Dit zou mijn 3e Adventure Race worden. Maar wat betreft deze All Terrain Challenge had ik 0 ervaring.

Geen gekke dingen worden verteld tijdens de briefing. Dat er geSUPt moet worden wisten we al. De afstanden van de onderdelen blijken een beetje aangepast, maar daar kan je toch pas goed mee gaan rekenen in een verder gevorderd stadium van de race.

Het starschot laat ons door een heus opblaasbaar finishportaal lopen. Profi! Half rondje atletiekbaan, envelop met kaarten en ons startnummer, 52, pakken, nog een half baantje, en op tijd rond om nog een vrij tafeltje te bemachtigen op het terras van OpNoord om de checkpoints in te tekenen. Dit keer: alle punten, want er staat nog niets op de kaarten, behalve een RD grid. Het hele spectrum heb ik voorbij zien komen inmiddels: kaarten waar alle locaties al ingetekend stonden, zoals bij the hARz, kaarten waar je een deel krijgt en de helft aan de hand van aanwijzingen onderweg zelf moet in uitpeilen, zoals de MWR,  en dit is de andere kant van het spectrum. Maar wel met precies 1:25000 kaarten, waar het 1km RD grid duidelijk op stond, zodat onze roemer het prima doet. Ik noem de twee maal twee laatste cijfers van kwadrant op, gevolgd door de twee maal twee eerste cijfers van het decimale deel, en Geert tekent het in, waarna ik vanuit een ooghoek een double-check doe of plek en de omschrijving kloppen. Twintig minuten later zijn alle snelste routes bepaald en de kaarten in plastic ingepakt. En kan het fietsen beginnen.

Aanvankelijk over enigszins bekend terrein. We fietsen een stukje over mijn woon-werk fietspad, bestormen een stormbaan van touw en hout (wat ik overigens niet elke dag doe), en komen bij de kano’s aan, op een plek waar ik ooit een geocache vond. Het monteren van de MTB’s op de kano lijkt recht-toe-recht-aan, met touw en spanbandjes, maar wordt een fiasco. Het begint er al mee dat ze niet door de openingen tussen de damwanden passen, waardoor de kano direct na tewaterlating er weer uit moet. Maar dan blijkt mijn stuur in het water te steken, wat natuurlijk enorm afremt. Bovendien schept mijn kaarthouder soms een golf, en -bij demontage er van om toch wat weerstand te besparen- valt de span-moer ook nog eens in het water. Fietsen opnieuw in de kano leggen? Kost te veel tijd. Aanmodderen? Kost ook tijd. Maar op het water de zaak verbouwen klinkt als meer risico dus we varen verder met handicap.

De puntjes onderweg zijn niet al te eenvoudig, vooral omdat er soms geen enkel referentiepunt is op de wal waar het CP zich zal bevinden langs de eindeloze bomenrijen. Behalve dan de andere kano’s die voor ons zijn afgemeerd, maar die hebben de zelfde oriëntatiebeperking, dus liggen dikwijls net zo verkeerd als wij, waardoor we vaker dan eens veel te vroeg aan wal gaan om de punchen. Tot overmaat van ramp verliezen we ook nog eens een kompas ergens tussen de struiken op een oever. Er volgt een discussie over tactiek. Het halve team denkt dat het verstandiger is om 2 punten te schrappen, om wille van de tijd. De andere helft wil daar nog niet aan. Maar bindt in. En dat blijkt achteraf verstandig. Ergens midden in het veld van deelnemers bereiken we het volgende wisselpunt: de Step-run etappe kan beginnen.

We zijn dan vlak bij Oirschot. “De route” (althans, die die volgens ons het snelste is met een step) gaat richting de Mortelen en terug, over asfaltwegen, zandpaden, en door weilanden. Steppen door weilanden is niet altijd even handig, blijkt. Maar gelukkig wordt de helft van de route lopend afgelegd. Het lijkt onmogelijk om als er ééntje loopt dit in minder dan de tijd die de hele route lopend zou kosten af te leggen, maar dat is het niet: door steeds te wisselen loopt en stept ieder even ver, maar omdat steppen (3’25″/km ) sneller gaat dan lopen (4’30″/km), wordt er minder lang gestept dan gerend. En worden de 16,6 kilometers in minder dan 1:15 uur afgelegd. Zou de ene de hele weg steppen terwijl de ander rent, dan zou die eerste 18 minuten eerder aankomen. Maar door het afwisselen dus is dat maar de helft van de winst, en de andere helft? Die tijd ligt de step te wachten in de berm tot hij wordt opgepakt door de zojuist gepasseerde loper. Vat je het nog?

Maar aan al het gereken en geren komt een eind, en, aan het aantal fietsen bij de wisselpost te zien, zijn we wat verder naar voren geschoven in het deelnemersveld. Beetje jammer dat iemand hardhandig de fietsen heeft omgedraaid en de mijne op zijn derailleur heeft neergelegd waardoor de ketting er af ligt en de achteras los zit. We spelen twee minuten voor fietsenmaker, en kunnen dan weer op pad: de tweede MTB etappe.

Die begint soepel, al heeft het steppen en rennen wel energie gekost. Maar na een lange eenzame rit stuiten we op een CP waar het druk is; kennelijk kost dit punt veel tijd. De aanwijzing is “liggende boom” en die zijn er in meervoud daar. Hij moet niet al te ver van de hoek van een kruispunt liggen, en dat blijven er maar een stuk of twee over. Maar bij geen van beide hangt een lintje, en er is ook geen knijptang te vinden. Wel een hoopje zaagsel van een familie boktorren. Of zijn dat de kattenbakkorrels waar in de briefing over gerept is die bij (verdwenen) CP’s zouden moeten liggen? We zijn niet zeker, maar na 4 minuten zoeken (wéér die vier), kiezen we eieren voor ons geld, net als de andere teams, en gaan gaan op weg naar het volgende wisselpunt. Dat moet niet moeilijk te vinden zijn, er loopt een weg recht op af.

Maar het is geen weg: het is een Zandpad (met een hoofdletter). Van dat mulle droge zand waar niet doorheen te fietsen is. Via de berm, via flanken van akkers, via bospaadjes en via heide ploeteren we voort. 4 kilometer waar we bijna 22 minuten over doen. Een stukbijtertje. Vloekend en tierend bereiken we ons doel: een meertje.

Ik wist niet eens dat daar een meertje lag. Het moet een of andere kunstmatige plas zijn; er lopt een zandstrand als oever rondom. Er liggen sup‘s klaar in één van de hoeken. Één van ons, Geert, pakt een sup, een dikke lichtgewicht surfplank, en peddelt er op staand naar de volgende hoek. Ik ren daar heen, en los een puzzeltje op, waarna ik het antwoord naar Geert roep die de controlestrook stempelt met de prikker op de drijvende ton die overeenkomt met de kleur die bij het gevonden antwoord hoort. Althans, dat is de bedoeling. De 3e en 4e hoek van het meertje schotelen eenvoudige vragen voor, zoals wat de eerste letters van onze achternamen zijn (handig te weten hoe je team-maat heet), en wat het verschil is tussen twee plaatjes (een roze laars, maar ik kan slechts kiezen uit alleen maar andere multiple-choice kleuren), maar de 2e hoek waar we als eerste arriveren heeft het over ‘(geboortedatum + leeftijd – 2) / 20 – teamnummer’ en nog wat. Lekker vaag. Wat zouden ze als datum in gedachten hebben? De dag? Of het jaar? Of dd-mm-yyy? Of jaar-maan-dag? Ik gok het laatste, want dan komt er voor iedereen het zelfde uit, aangezien hier alleen om het eerste cijfer van het antwoord wordt gevraagd. Blijkt nog te kloppen ook achteraf, of misschien waren alle knijpers op de vier tonnetjes in elke hoek van het water wel dezelfde, en waren het bezigheidstherapeutische strikvragen. Wie weet? Geen tijd nu om het te checken.

Als het sup/run-rondje er op zit moet er nog een pijltje worden geblazen, maar dat gaat eenvoudig; 3 keer missen kost overigens als straf 50 meter rennen in een richting waar we even later toch heen moeten, dus dat hadden we net zo goed meteen kunnen doen en het blazen laten zitten, maar het is toch leuk om dat even gedaan te hebben. Als ontspanning vóór de oriëntatie-etappen. Een kolfje naar mijn hand. Hopelijk goed geplaatste CP’s op moeilijke plekken die veel fijn-oriënteren vergen, zodat we met ervaring winst kunnen pakken.

Maar helaas, de eerste post hangt al op de verkeerde plek. Drieëneenhalve minuut gaan verloren terwijl we met nog 3 andere teams op de juiste plek zoeken, wel een knijper van het vaste oriëntatienetwerk van de nabij gelegen Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne vinden, maar niet het 50 meter verderop gelegen punt dat bij deze race hoort. Tot team Dutch Adventure 2 er ineens als een haas vandoor gaat, en daarmee de locatie van het door hen gespotte punt verraadt. Waarvoor dank. Er volgen wat scherpe oriëntatie-acties, via kortste dan wel snelste routes (bos loopt stukken beter dan zand) tot ik ineens door mijn enkel zwik. Au! Is hij kapot, houdt het hier op? Strompelen… Maar na een minuut rennen we weer. Storm in een glas water. Althans, voor dit moment.

De helft van het team die eerder op de dag geen punt wilde laten liggen stelt nu zelf voor om er twee over te slaan. Want we zijn over de helft van het uur dat we voor deze etappe hadden ingecalculeerd, en zijn nog niet op het verste punt. De beslissing is snel genomen. We pakken nog één CP dat toch op de route ligt en gaan terug. We hadden in elk geval de meest tactische volgorde gekozen, blijkt.

Terug bij de fietsen, aan het meertje, blijkt dat we nog iets meer dan 75 minuten hebben voor een fietstocht van wat achteraf 26 km zal blijken. Moet te doen zijn, zou je zo zeggen. De 7 punten liggen niet pal aan de doorgaande weg, en ook niet altijd pal aan een pad. Maar het lijkt allemaal net te halen. Dus we gaan op de pedalen staan en crossen naar het zuidwesten. Kop in de wind. De punten laten zich makkelijk vinden, tot we ineens ergens bij een pas geëgde akker uitkomen waar niets lijkt te zijn. Geen doorkomen aan op de fiets. Te voet dan maar. Maar dat eist zijn tol. Kramp schiet er in. Blijkt dat er toch een paadje was via de andere kant, want een ander team arriveert hier per fiets en is even snel weer weg, terwijl wij terug rennen. De prijs is 6 minuten vertraging. Maar dat stond niet op de kaart.

Inmiddels begint de tijd te dringen. We hebben nog 25 minuten tot de deadline. Het volgende CP vinden we direct, en daarna is het alleen nog maar asfalt tot de finish. Niet in de laatste plaats omdat we besloten hebben nóg een punt over te slaan, namelijk dezelfde locatie als het eerste punt van de kano-etappe waar we toen best wat tijd kwijt waren, en dat per fiets helemaal niet handig te bereiken is.  Het zou net moeten lukken – als we tenminste op volle snelheid doorfietsen. Maar ja, 8 uur trappen, peddelen, steppen, rennen, zweten, vallen, opstaan en weer doorgaan, vergen hun tol, en de benen zijn zuur. Kramp schiet er telkens bijna in, en de scherpte is toch echt verdwenen. Een allerlaatste punt op weg naar het eind lijkt nog de moeite waard: het lintje zien we al van verre, maar het kost toch nog 30 seconden, omdat de knijper verstopt onder een bruggetje hangt.

De laatste bocht, en we zijn er, net op tijd. Of toch niet? Het blijkt exact 18:00:00 te zijn als we nog een rondje over een opblaasbare stormbaan moeten. Had ik niet op gerekend. Schijn je te weten als je hier eerder aan hebt meegedaan. Het onding is spekglad geworden (had ik al verteld dat het als prachtige dag begon maar de laatste 2 uur heeft geregend?), en ik kom de helling zelf niet op nadat ik Geert er overheen heb geduwd. Maar ik wordt geholpen door de volgende deelneemster die er aan komt, en ik trek haar dan weer naar boven als dank. Zo komen we er wel.

Maar helaas wel 4 minuten te laat. En dat blijken dure minuten. Want elke minuut is een minpunt, net als elk CP een pluspunt was. Met 34 punten in 8 uur is dat bijna een uur verloren in 4 minuten. Beetje jammer. Op zo’n moment ga je zitten denken waar we 4 minuten hadden kunnen besparen. Bij bij het zoeken naar dat CP dat er niet meer bleek te zijn? Bij dat punt dat op de verkeerde plek hing? Bij het akkertje waar geen pad leek te zijn? Als mijn ketting er niet af was geraakt? Als ik niet door mijn enkel was gegaan? Als het stoplicht niet op rood had gestaan, als…? Maar daar is nu niets aan te doen. Op punten blijken we 4e te zijn, de straftijd niet meegerekend. Dus het was best een succesvolle race, en de volgende keer, met een tikkeltje meer ervaring, worden én de fietsen wat handiger op de kano geladen, én houden we iets meer marge op het eind over. Op de toekomst!

Kortom: het was weer een mooi dagje buitenspelen!

Activiteit Tijd Afstand Snelheid
Fietsen 2:28:24 48,752 19.7 km/h
Kano etappe 1:41:10 9,353 5.5 km/h
Step-Run 1:14:34 16,638  4’28″/km
Oriëntatie etappe 1:02:12 9,613  6’29″/km
Suppen 0:19:09
Special tasks 0:09:37
Kaart intekenen en route plannen 0:25:35
Wissels 0:28:57
Zoeken 0:13:56
Totaal 86,815

Het is wel grappig om naar de statistieken te kijken. Ik heb hier onder het aantal lopers dat een wisselpunt bereikte uitgezet tegen de tijd. Het laatste wisselpunt overigens komt er niet zo overzichtelijk uit naar voren omdat daar veel tijden ontbreken; dat zijn de turquoise lijntjes rechts. Wat opvalt is natuurlijk dat de finish zich rond 18:00 concentreert, en dat de meeste lopers dan wel binnen zijn (of nog net niet). En ook dat er bijna precies halverwege de race, om 14:00, een groot aantal deelnemers bij het step/run→MTB wisselpunt aankomt, dat ook in het roadbook zo’n beetje halverwege stond aangegeven. Kennelijk ook een ijkpunt. Maar vervolgens loopt het veld enorm uit elkaar in de daaropvolgende etappe, en komt men tussen 15:00 en 16:30 aan bij het sup-meertje. De laatsten zijn daar rond de tijd dat de eerste fietsers er alweer vertrekken. Maar toch wordt de spreiding bij dat wisselpunt alweer compacter. Logisch, eigenlijk, want de deadline van 18:00 is -en daar zijn wij op nogal confronterende wijze achter gekomen- nogal hard.

Het aantal lopers per 3 minuten, dat de kano in stapt (groen), en weer uit (rood), klaar is met step-run (blauw), aankomt bij het sup-meer (magenta), dan zijn de tussentijden van suppen en lopen wat door elkaar geraakt (cyaan en geel lopen wat door elkaar en leveren iets groenigs op), en de finish (oranje).

Je kan ook nog wat leuke dingen aan de scoretabel hier onder zien (als je die even uitvergroot).

Een ding dat opvalt is dat vooral in de laatste MTB-etappe en de oriëntatie-etappe veel punten worden overgeslagen. Een inschatting van wat haalbaar is wordt kennelijk nog niet veel eerder gemaakt. Alhoewel, als je naar de kano-etappe kijkt worden al vanaf 1/4 van het deelnemersveld de twee punten die niet echt op de route lagen overgeslagen, door meer dan 60% resp. 70% van de teams. En ook het derde step-run punt laat 60% liggen. De tweede MTB etappe wordt een stuk vollediger bezocht. Maar 3/4 van de teams pakt maar 1 of 2 puntjes van de oriëntatieetappe -het leukste onderdeel- mee. Suppen doet bijna iedereen. En wij zijn dan weer de enigen die het punt in de laatste MTB etappe waar we ook al geweest waren bij de kano etappe overslaan, omdat het net te ver van de route lag, gezien de tijd die we hadden (of dachten te hebben).

Ik heb een schatting gemaakt van hoe lang ieder team er over gedaan zou hebben als ze alle punten zouden hebben bezocht. Door de tijd per CP van de beste 10 teams te berekenen uit de tijd per etappe gedeeld door het aantal CP’s, en dat te vermenigvuldigen met het aantal gemiste CP’s per team, en dat dan weer bij hun etappe-tijd te tellen.  Het resultaat staat in de 7e kolom hier boven. Behalve voor de eerste etappe lijkt dat best een aardige schatting op te leveren: de eerste etappe bestond voor ongeveer de helft uit punten intekenen, en dat deed iedereen. Over de hele wedstrijd kost elk CP ongeveer 13 tot 16 minuten (voor de teams die minstens ¾ van alle CP’s vonden).

Wat je dan ziet is dat juist in de etappes waar de tijd per punt relatief lang is, de kano en de step-run etappe, weinig punten worden overgeslagen, terwijl men bij het oriënteren, met weinig tijd per punt, er veel links laat liggen. Maar tegelijkertijd moet je bedenken dat er bij de kano-route niet echt veel te besparen was, want op 2 punten na was het een rechte lijn over het Beatrixkanaal en Wilhelminakanaal.

Maar dat neemt niet weg dat wij beter twee punten in de laatste MTB etappe hadden kunnen laten liggen, en twee punten meer in de oriëntatie etappe hadden kunnen pakken, wat ons 19’30” had gekost, maar 27’50″had opgeleverd, waardoor we 4 minuten vóór de deadline waren binnengekomen in plaats van er na, en dan hadden we misschien ook nog CP1 van etappe 6 kunnen doen. Wat ons op een overtuigende vierde plek had gebracht, met dezelfde inspanning. Tja, zo zie je maar weer dat je je alles achteraf altijd beter weet: De Beste Stuurlui Zijn Weer Thuis.

En anders hebben we de foto’s nog…

Balen in Noviomagus

Niets is zo zuur als een post missen of een verkeerde post checken. Zonder het in de gaten te hebben. Vandaag (17 juni) was het weer eens zo ver. In plaats van 71 check ik 37, die een meter of 20 verderop stond. Ik kom een trap op rennen, zie op de kaart dat hij ergens in een hoekje van een muurtje moet staan, links, en daar blijkt ook een post te staan, zodat ik die punch met mijn SI en direct door ren naar de volgende. Zonder het controle nummer te controleren. Het resultaat: diskwalificatie achteraf. Ik had er niet op gerekend.

Zo iets kost dan altijd een dag lang een slecht humeur. Ik weet inmiddels dat daar niet veel aan te doen is. Het is me nu 3 of 4 keer overkomen (en nog een keer of wat door een defecte EMIT, maar dat is minder erg).

18.06.2017 Balendijk – Lommel Bij post 2 kwam ik Annelot en Seger tegen, en vergat prompt zelf de post te punchen.
10.05.2017 Memorial Jacky Sallaerts – Lenteloop
MOL ZILVERMEER
Defecte EMIT: 1 post niet opgeslagen. Tweede omloop die ik liep die avond, zonder backup-card.
30.12.2016 Sylvester5-2016 – Meeuwen-Gruitrode EMIT batterij zelf vervangen, maar werkte nog niet.
29.12.2016 Sylvester5-2016 – Ravels De batterij van mijn EMIT was na 6 jaar leeg.
21.05.2016 Stads-O – Hulst Ik zag de post, maar was alweer met de volgende bezig en vergat te punchen. Lees hier.
11.12.2015 Avondcriterium KEIHEUVEL – BALEN De verkeerde post. Oriëntatiefout, en het postnummer niet gecontroleerd. Blog.
02.09.2012 Regionale Hoge Vijvers – ARENDONK Mijn eerste fout, na 1½ jaar oriëntatie. Hierna zou ik dat noooit meer verkeerd doen, nam ik me voor. Blog.

En bij dat rijtje kan dus nu worden toegevoegd:

17.06.2018 NK Sprint Nijmegen – Nijmegen Verkeerde post gepunched, 20 meter verderop, zonder het door te hebben.

Je kan het niet goed maken. Althans: je kan er wat van leren (maar dat zou ik nu inmiddels wel gedaan moeten hebben), maar het kwaad is geschied. De les van vandaag: ook bij een stad-sprint alle controlenummertjes checken. Maar goed, het komt altijd op secondes aan (ik wordt meestal 2e op het NK, op iets van 10 seconden achterstand), en dan mag je dus 0,5 sec per keer verliezen dat je even het nummer checkt. Best weinig. Tijdens het lopen doen, zonder ook maar iets te vertragen. Da’s ‘t devies.

Een andere remedie is nóg een keer lopen. Weliswaar voor spek en bonen, maar het is ten minste iets. Natuurlijk gaat het de 2e keer sneller, want echt kaartlezen is er niet bij. Maar je dóét tenminste iets. Deed ik ook in Hulst twee jaar geleden.

En dan kan je de boel nog van je af schrijven. Dat is wat ik nu aan het doen ben. Terloops zet ik mijn route in Quickroute, upload deze naar mijn Doma digitale kaarten archief, en bekijk op 2DRerun de routekeuzes. Ook dat biedt enige troost. Want ik zie dat ik overal nagenoeg de snelste route heb gekozen. Da’s dan wel weer aardig. Daar ligt het niet aan. Daar zit hem dus ook niet het verschil in met Roland: hij liep route 1, dezelfde als ik liep, in bijna 1 minuut minder; maar niet korter.

Laat ik dan maar de routekeuzes van omloop 1 bespreken. Dat was de route die ik liep (want ik had me voor de Elite categorie ingeschreven, niet voor Heren 45 waar ik eigenlijk in hoor, maar waar de concurrentie minde is).

1 → 2

De route van de start naar 1 was triviaal. maar van 1 naar 2 is er wel een keuze. De kortste was op het eerste gezicht niet direct duidelijk. Ik koos de rode variant. Die blijkt 15 meter korter te zijn, maar misschien doe je daar met 4 bochten meer dan de groene toch net iets langer over.


3 → 4

Dan van 3 naar 4. Ik koos de blauwe route, in eerste instantie. Later liep ik nog een keer rechtsom (paars) maar dat ik dus langer. En het aantal trappen is ongeveer het zelfde.

4 → 5

Van 4 naar 5 was misschien wel het been met de meest opvallende varianten. Linksom kon je direct een lange trap op, die nogal uit de richting voerde en minder intuïtief leek. Daarna was het vlak tot aan de post (die je bovendien direct kon zien staan; dat had mijn redding kunnen zijn). De andere variant rechtsom (en een nog kortere door een soort tunnel) was nauwelijks langer maar had de trap op het eind. En daar ging het bij mij mis: ik las de kaart en onthield: “De post staat bovenaan de trap links”. Ik liep de trap op, keek naar links, en pakte de eerste de beste post. Bleek er 20 meter verderop nog 1 te staan, maar toen was ik al weer gefocust op post 6.


7 → 8

Van 7 naar 8, dat was een leuke. Twee varianten, even lang, maar achteraf was de variant rechtsom sneller omdat je dan de post al zag staan. Dat was overigens niet makkelijk te voorzien; meer een bijkomstigheid. Bij mij ging het mis omdat ik linksom liep en daar het verkeerde

Valt er nog wat meer van te leren? Roland en ik maakten niet overal dezelfde keuze. Maar het lijkt er op dat het niets scheelde in afstand. Toen ik voor een tweede keer liep heb ik wat varianten geprobeerd, maar die waren dus ook niet korter. Ik liep wel ruim 1:40 sneller de 2e keer dan de 1e. Was dat het verschil in wel of niet kaartlezen? De 2e keer memoriseerde ik de route. Maar als je naar de splits kijkt valt dat ook wel mee: 20 sec bij post 1, 50 sec bij post 8 en 20 sec bij post 13, dat waren de posten waar ik fouten maakte, en dat bijna het verschil tussen mijn 2 pogingen. Dus de posten die ik foutloos liep liep ik even snel terwijl ik op de kaart keek. Ik moet dus gewoon geen fouten maken: geen foute posten aanlopen en geen posten fout aanlopen. Da’s alles, en dan win ik volgend jaar heel misschien dit NK. We zullen zien. Een beetje meer ervaring kan geen kwaad, want ik heb dit jaar wel erg weinig sprintjes gelopen tot nu toe. Wel een 95 km.

8 → 9

Van 8 naar 9 waren er twee mogelijkheden, maar het was eigenlijk overduidelijk welke de kortste was.


10 → 11

Hier waren er vrij veel mogelijkheden. Toch zou je als je hier naar kijkt niet direct zeggen dat de paarse route, langs het water en dan tussen de muurtjes door een stukje terug, zo veel langer is dan de andere varianten. Ik koos voor de rode, kortste route.


11 → 12

In eerste instantie liep ik hier de rode route. De blauwe lijkt bijna even lang op papier, maar is iets korter. Alleen heeft de rode minder bochten. De paarse kwam dan weer beter op de post aanlopen. Maar omdat het daar vol geparkeerde auto’s stond (wat je op de kaart overigens niet kan zien) maakte dat in de praktijk niet uit.

 


13 → 14

Het moge duidelijk zijn dat de route linksom de voorkeur heeft. Veel korter. Ik vraag me af waarom ik deze hier eigenlijk laat zien.


14 → 15

Ik heb ze allebei geprobeerd. Eerst rechtsom, want dat leek me korter, en daarna een keer linksom. Dat laatste bleek toch een stuk langzamer aan de splits te zien.

15 → 16

Ook hier lag de kortste route, linksom, nogal voor de hand. Daardoor werd dit een beetje een saai been. Ook de post, die achter een invalidenlift verstopt stond, en alleen heen-en-terug via een opgang met een hek te bereiken was, was niet echt inspirerend.


Leermomentjes

Dus voor de volgende keer: stevig trainen op snelheid, zodat ik onderweg tijd heb om beter op de kaart te kijken. De snelheid an sich is goed, maar ik heb drie keer een paar tiental seconden verloren door foutjes die ik makkelijk had kunnen voorkomen. De routekeuzes waren prima qua kortste afstand, maar niet altijd qua foutgevoeligheid en minste bochten. Ik weet wat me te doen staat: vaker een Sprint lopen en meer ervaring opbouwen.

The hARz -or- The Day That Started As Friday And Ended As Sunday

Start reading, and let yourself be carried away with this thrilling adventure which begun on the way back from the Midwinter Run 2018 somewhere on the motorway A50 and ended on a podium in the German town of Thale at the end of the hARz Adventure Race 2018. Whoops, now I’ve spoiled the plot. Just pretend you missed that; since, at that moment of this story, I didn’t have the faintest idea either that it would end that well.

Klik hier voor de Nederlandse versie van dit heroïsche vehaal.

the Gunshot (Sat, 4:00 AM)

Sleep drunk? No way, merely saturated with adrenaline I guess, because I didn’t really sleep. Slowly, my eyesight recovers when I am no longer staring straight into 179 night-piercing headlights around me in the starting pen, but I only see back sides of people, running up the slope of the hill. The sky is still pitch-dark at the start, and that’s why everyone starts with a sort of white electric sun on his forehead. The first lap is a vertical one, stretches about 6 km, and begins with a mass start at 4:00 AM on a Saturday morning, in the former East German town of Thale, which is still in deep sleep. It lies in the northern lowland of the Harz, but is almost swallowed by the steep ridges of the mountains, which shoot up immediateley behind the park where the start takes place.

It is always a wonderful sight, such a swarm of lights piercing the dark, dancing over a single-track which connects the numerous hairpin curves, like beads on a string. There’s no need to read the map because there’s only one way up, and if you are going for a 32-hours race, you don’t need to be in front of the rest at the start; better to distribute your energy evenly over the 240 km that have yet to come. Well, the first one we’ve had by now. But where we intended to turn right, the human caterpillar keeps the left track. We think for about ¼ of a second… and then follow the crowd. So does everyone behind us, by the way. Well, what difference does it make? Start-1-2-3-4-start, or start-4-3-2-1-start is almost the same. Not running alone has its advantages too. A moment later, we find the the first checkpoint, CP number 4.

No looking for blue labels like at the Midwinterrun, here at The hARz, but chipping with an SI, a SportIdent race-bib. That’s nice and easy, as we do not have to write down anything. On to the next point. Like ants swarming onto a pile of food, 180 Adventure Racers try to make their way to the summit. CP 1 is at the top, and along the way up there are CP 3 and CP 2.

Adventure Race

What the hell is an ‘Adventure Race’ you probably wonder? An AR is a competition which mainly consists of mountain biking and running, and possibly some canoeing, or stepping, archery, or other disciplines. The maximum time is fixed, and in most cases that’s quite long. It might be 8 hours, but also 24, 72, or 32 hours like in the case of The hARz 2018. The more CP’s you find before closing time, the higher your score. Some points are mandatory, others are optional. “Finding” is a big word, it’s not about searching, but about the road between the points. And quite often, that’s missing. Or you have to determine that for yourself. And that is what it has in common with an orienteering run: map reading and deciding for the fastest route. And when you start running out of time, you also need to determine a strategy for which points you skip, to score still as much as possible. Meanwhile, there are more rules, but you will find out about them during the course of this story. Let’s get back to the race …


We deviate from our originally planned route, because everyone is going that way. If you only have 32 hours, you do not have that long to think. That’s what we should have done in advance. That is: at 10:30 PM the day before. Well, not really the day before, since -you remember- I hadn’t slept. When we received the maps at 10:30 PM, an A1-size sheet with on both sides routes, maps, assignments, and the roadbook , we immediately started Tomtomming; and so did all other teams. In an orienteering run you get the map the moment you start, also at the WOR or MWR, but in an AR you get it just a bit earlier.

roadbook (klik voor een grotere afbeelding)

So you can already get stressed pretty much before the start. And when it comes to 240 km of routes, it’s no problem to be busy with a marker and a ruler to determine the shortest routes until 2:00 AM, when normal people sleep, and the local night-nozems on their mopeds, who were initially driving circles around our campers on the parking lot behind the abandoned steel mill of Thale, like they have been doing for the past 50 years, have gone to bed for a long time, or at least have run out of their two-stroke-fuel-with-mixing-lubrication. An then to borrow a roll of boeklon (adhesive foil for covering paper) from the camper next to us, the one of WoDi and WoUt, to seal our map. As if it would rain. Still, sleeping from 2:00 to 3:30 PM would have been quite nice. But the subcutaneous tension defeats the sleep.

Thinking… I don’t know what I’m doing here. I could just bail out. This is not obligatory. The countdown to this unfathomable adventure, which will last infinitely, which’ length is beyond comprehension, which will undoubtedly lead to all kinds of aches and injuries, this countdown has already started, but the launch can still be called off. Just like that. However, luckily I’m too much of a coward to stop now. Calmly I let this train close in on me. Instead of sheep, I count CPs. And ponder without worrying. Double espresso will not be needed to get up, as, when I open my eyes, I hear how the alarmclock begins to beep. Shoving some oatmeal in, filling water bottles, provisions and everything else, and off we go to the start.

 

That’s the dream that is no dream, that’s what goes through my mind once we passed CP1 on the top of the hill, just behind a sort of castle, some 230 meters above the start. After the other 3 CPs it is now time to descend back to the bikes that we left at the start, and thus begin with stage 2. Headlights on, on our bikes, and while we cross the town -not to return there for the next 31 hours- we take a sip from the bottle with sports drink. Because now it will go fast. The next 56 km of stage 2 will bring along 1500 meters of altitude meters. And up it goes! Steep! Lowest gear. No lower gear than that … until suddenly, the chain jumps off the wrong side of the largest blade. I come to a sudden standstill with a lot of grinding and cracking noises. We put back on the chain. Greasy hands are not an issue, but an unreliable derailleur all the more. Bad luck for me! That bastard makes noises that were not there before. And we are just on our way … only 230 km to go. Or is this already the point of return? Is that what I do secretly hope? Leaving the race via a back door, blaming the material and odds? What am I doing here? Thoughts…

How it all started

January this year, after winning the Midwinter run, Patrick gave me a lift back home to Eindhoven. And, while I was still enjoying that win, when he asked “What about a 32-hour race?” I thought “Why not?”. And, even worse, I thought that out loud. Exactly the right timing, my friend. No way back for me; but it was still 3 months away, so there was plenty of time for training, I thought. While I am good at sleeping too little, 32 hours of being awake would not be the issue.

I did some running like I always do, checked the tires of my MTB once, and did not think too much about this awful plan. But, as April 21st got closer, my changing thoughts about it followed each other in an exponential pace. It started with:

  1. Does a full weekend away from home for this race fit into my agenda?
  2. Could I stay awake and keep moving around for so long?
  3. Is this fun to do anyway?

If you are going to do something that you do not have the slightest idea about what it exactly implies, you can easily worry about not too relevant things. And because you probably realise that yourself, it even helps to relax. But that changes when you put a thermometer in there: three weeks ago Patrick and I would go cycling together. As a  training. And we would go running through the Peel area. We would start at 4:00 AM to make it quite well resemble The hARz Adventure Race; at least, the start of it. I had not cycled all winter (okay, to work, and back), and returned home with quite some saddle pain. The list of ‘issues’ had changed spontaneously.

  1. How can I avoid having to stand on my pedals after 100 km because I can not sit on my saddle anymore?
  2. What on earth do I have to take with me to keep going for 32 hours, when after six hours on two snickers, a white chocolate bar, a muesli bar and a bag of wine gums I am starving?
  3. Will I really do this in 3 weeks from now? By the way, where is the Harz actually?

You see, the worries are becoming more relevant. Staying awake does not seem to be a relevant issue anymore. And whether it’s fun? That’s also no longer a question now; we’ll just do it. But how? Maybe a soft cushion on my saddle might help a bit.
And a pile of energy-rich food. Here on the left you see my stock for the first half of the race. And the formidable super-energy cake baked by Annelot herself (because that was baked fresh the evening before we left for the race) is even missing on the picture. 250 kCal of consumable energy per hour? Seems to me like a good rule-of-thumb. A snickers or half a chocolate bar is then just enough. But a standard granola bar does not suffice. We will see. Let’s pack some extra stuff.

But, hey, let’s get back to the slope where we are now no longer standing still, while the other participants pass by. Because I am not really a good cyclist. However, I gracefully reject the towing rope that Patrick has on the back of his bike to pull me uphill; that’s below my pride. So I pedal what I can. Up, endless up. Only by the time we have to switch once more back to the lowest gear (this time very cautiously, because I do not want to risk jamming the whole transmission) I realise that we have had a nice descend in between .

Endless is relative after all

With all that mesmerizing and worrying about how I ended up in this incredible adventure, it turns out that time flies. “Endless” is just relative after all.

A path to the left, which a few hours ago (I will not say ‘last night’ because the night hasn’t ended yet) we wanted to take (looking at only the map), seems to be closed by vegetation, and so we go right, together with a few other teams. Steep down, nice rush, easy. When I step off my bike to remove a branch from my rear wheel, I suddenly smell something burning. The disc of my rear brake squealed a half circle in the flesh of my calf, because I had clamped the rear wheel between my legs to hold my bike while pulling out that branch. Of course! The energy with which I have just overcome the last hill, has flown back into that steel disc on my rear axle. And this warmth is more than enough to decompose the hair on my calves into something smelly. Do I hear someone laughing at me? I’m really not an experienced cyclist, apparently … But look at the bright side now: it’s getting light.

Light

I did a test back home. My headlight, a Chinese Cree XML-T6 from dx.com, managed to keep shining for 3 hours at its maximum brightness. I think, however, that one night is a bit longer than that. Just counting the time, and I get at 12 hours darkness during the race. So I ordered an extra batterypack. Again from China. Not so smart. It did not arrive on time in Eindhoven. Via Tinytronics.nl I buy 6 lithium cells, those huge 18650 ones (true 3400 mAh from Panasonic, instead of Trust-, Ultra-, or Fandyfire rip-off’s that say “3500 mAh”, but that don’t live up to that , not even half of it). And that worked: now I got 9 hours of light. A lot of light. I put a freezer box around it, added a voltmeter to it so I know how much power there’s left, put some cables on it, and it’s ready.

But finished it’s only the Friday morning before the race, so until then it’s a pretty high uncertainty factor and stress item on my list.

  1. Do I have enough light, and do I have it in time?
  2. Can I survive the home-build map holder when I accidentally make a head-first roll over my handle bar?
  3. How does my back survive my backpack?

Ad 2: I had -DIY-king that I am- hacked something nice: a sturdy swiveling map holder out of aluminum pipe in front of my handle bar that would not vibrate when going downhill.

Version 1.0

But it would also give not-so-nice injuries and fractures if I would tip over my handle bar.

So I modified that quickly in a flexible crumple zone, made out of aluminum strip.

Version 2.0. With crumple zone.

(The design is not quite finished yet: there is still a flexing of around 60 Hz, so it does not read so well on bumpy paths.

But with some modal analysis and some damping, I will soon come up with an optimised version 3.0.)

And Ad 3: Wednesday night before the race I went to run a bit with a backpack full of food and water, which resulted in a lower back with some scraped open blisters. Bloody thing! If that happened after 5 km, what will be left of me after running a marathon distance with it? The bottom of the backpack appears to have a somewhat sharp, hard edge, exactly where I have two hard, sharp bones. Inventiveness required. Where the recipe of Monty Python’s Flying Circus mainly boils down to making absurd combinations of two essentially normal things, the symbiosis of an item on the list with mandatory equipment for the race and a hard edge of the backpack provides the solution: I sewed my long-sleeved thermo shirt with some basic stitches onto the breathable mesh of the backpack, as a soft perspiration-permeable cushion. Two at one blow (although Wiesbaden is the home of The Valiant Little Tailor who spoke that fierce statement according to a Mr. Grimm -or was it his brother?- and which was later exaggerated as something with seven flies, is not located in de Harz), that is what I achieved, because that was how this, although redundant, but nevertheless still obligatory, warm shirt, was now utilised: as a comfort zone .

The shoes will not be an issue. I put complete trust in my pair of blue Inov-8 Roclite 305’s. Terribly robust and comfortable. A lot of grip and with my feet nicely close to the ground. Water may flow in, but out again too.

And, as H hour approaches, you see that I am mostly concerned about my equipment. Because that is what I can (or could) control. And the race itself? It will be quite a challenge, but I tell myself that you can not really train for a 32-hour race of over 240 km. Other than being a little fit, having a good sleep the days before, and being in a relaxed mood. Then I will be fine. So -how ironic- I’m tinkering and packing and fiddling and hobbying  till too late in the evenings, and therefore I have to finish some essential things only at the last moment. But, when everything is finally ready late Thursday night, I grab a beer and get an excellent night’s sleep. The last one … until Sunday night, as you will see.

“Getting in the race”

But enough dreaming for now, about light among other things. Because it is actually light now. The day is starting: it suddenly appears to be a normal race. All displaced thoughts have been replaced. My top-3 of issues is now:

  1. Do my gears keep up?
  2. Do we keep up for 29½ hours?
  3. When can we start running again? Because I want to.

We stop at the next CP under a bridge, and by bending I align my derailleur pad (just learned that it how it’s called). I’m careful not to bend it too far, because then it breaks. But as a result, I no longer shift from 2nd to 12th gear (out of 11), but just from 1 to 11. As it should be. The last noises and ticking, Patrick resolves by tuning it a bit on the handle bar. That’s 1 worry less.

The second? If we cycle on a flat section and we have a chat with another team, it turns out that they think the same. That is normal, apparently. It is that long and that far, you should not think too much about it. Just let yourself fall through it, is how they undergo it. Strange enough, that sounds like a warm bath to me in one way or another. Just like before the race my thought that 240 km in 32 hours means less than 8 km/h (and I run faster than that, let alone cycling), seemed comforting. Unnoticed, I regained all self-confidence. That is what is called “getting in the race”.

And the third point? No idea, because I am not the navigator at this moment, while on the bike; Patrick taking care of that. So in terms of our route I feel like dark in broad daylight. I did not memorize the map that well yesterday. Sleep deprivation is not the best stimulus for your memory. Suffering, on the other hand, is, because I remember very well that when the end of this stage came closer, a climb of almost 300 meters height suddenly appeared, and a moment after another one of 100. Just before the climb, organizer Winfried was enjoying the view of the exhausted teams passing by, without any regrets. On our gums we trudge uphill, but then finally our bikes can be dropped down, our water reserve replenished, the sanitary facilities filled, and a tune whistled. Because we are at TA1, which means the first transition area (and there is Winfried again). The next stage is called a hike .

Hike (Sat, 9:15 AM)

Different muscles, new strength. On my bike, my legs felt like pudding, because stage 2 ended with a climb up to the highest tip of the ski area that appeared to be there, but when you walk, apparently you use different fibers that have not acidified yet.

Funny, that only the ‘t’ as in ‘traveling’ makes the difference between here and there.

We note that there are not many other teams running here, and also that there were only a few bikes around TA1. Would we be in the forefront despite of my chain problems? Actually, that does not really matter now; there can happen a lot, and let’s first make sure we get up to halfway the race.

  1. How do we get from TA1 to the obligatory part of this route ?
  2. Did we bring enough water and food for 6 hours hiking?
  3. Should we walk or run this hike?

Looking at this top-3, things are going quite well. Those are not worries, those are solvable issues. So we whistle a tune. ♫ Along the trail we march and sing, ♬ march and sing, ♪ march and sing ♫ and thus we hurtle down the slope, via the edge of a hill in order not to lose too much altitude that we will have to climb again, along the east of the town of Sankt Andreasberg. Issue # 1 has already been solved at the TA, when the organization told us that we are in this case allowed cross the yellow road, which separates the TA from the rest of the route. Normally this is not allowed for large ( yellow and orange) roads, unless a passable section is indicated by red brackets on the map.

 This sometimes creates a puzzle out of planning the route. For example at the very last stage, but we’ll come to that later. We find a shortcut that results in fewer meters and altitude variation. Downhill and flat parts we run, uphill we walk. After the village, once in the beautiful nature reserve, the birds take over the whistling from us. It feels like we have done quite a lot already (and indeed this is the case), but it is only half past nine in the morning. It’s as if we’re having a jet lag; the watch-time differs from our perception. We overtake another team, “Wissenschaft Quedlinburg” I resolve afterwards, finished in 3rd place last year. But with their walking poles they overtake us later on when going uphill. And we change places repeatedly. Because the path is blocked by trees, we deviate somewhat from the track at some point, eventually loosing it, and a bit further than we expected we get back on the meandering forest road. And so we pass by CP10 without noticing it, just like the German team with whom we happily chat during this hike. Only 500 meters later we realise our mistake, turn around, find the CP, in an obvious place next to an unoverlookable bench; but by then three other teams have passed us. It appears to be less lonely than we thought. Wissenschaft turns around a bit later, and then their position is behind us again. The landscape is now phenomenal: a kind of high peat with pine trees, draped over hills. The clear blue sky slowly fills with veil clouds, which pleasantly dim the blistering sun. Then we arrive at a reservoir lake. Delicious cold water. (We spot Winfried again in the distance; I thought I only had a GPS logger in my backpack, but it seems like he can track us in some way.)

It looks like a scene from the Hobbit. Something with a ring of 240 km …

The landscape around the lake looks apocalyptic: bare light gray skeletons of dead pine trees border the banks. We wonder what has happened here, while eating a snickers. Later on, we walk again along a straight canal, like in the beginning of this route: the Rehberger Graben . Water from the hills is led to the lake, and via similar channels again along a number of water mills, where it used to be used as an energy source from the 17th century onward. An additional advantage of this cultural-historical artifact is that it runs particularly level. Tempo +1. Still, the pace has dropped a bit. Overwhelmed by the heat, despite applying sunscreen, and dehydrated? Would there be a restaurant there? We dream about an ice cold cola. But the building turns out to be closed and abandoned. How disappointing! But we will continue. More teams pop up here, some going in the opposite direction. Would it matter much? With three teams we head the same way, changing positions all the time. And along the way we talk about their previous adventure race experiences (which I do not have, but Patrick does). At a CP just before Sankt Andreasberg, when we are almost back at the start, there is some doubt about the correctness of the map. Another CP leads us down into a deep valley below the village. Where we then have to climb out again of course. The shape of the terrain forces us to make a considerable climb and inevitable descend. We do our best to keep a leveled track, but the last climb back up the ski slope cannot be avoided. We need some recovering when we are back in TA1, at our bikes. With – finally – the deserved cold Coke.

Rolling (Sat, 2:50 PM)

A kind of tranquility has come over us; something like “this is going well”. Which is very true when we roll down the ski hump. We float down over a kind of grass-piste, at a nice pace, quite easily. Yes, we know that after descending one has to climb. But surprisingly, climbing goes with the same ease as when we had just started. Unexpected fresh legs. I am still amazed at how well The Human Body appears to be able to recover from physical strain. The muscles for walking appeared to be undisturbed after cycling, but the bruised muscles for biking had almost completely restored after walking. I do think that the tight regime of hourly energy-bars and continuous drinking do help. But the body also clearly understands what is expected of it and cooperates loyally. Cool. The top-3 of that moment is:

  1. It is getting warmer and warmer. Are we drinking enough?
  2. We are ahead of our schedule. Does that mean that additionally we have to do the bonus stage at the end? That is quite some extra distance.
  3. Did we really choose the smartest route at stage 1, or would S-4-3-1-2-S have been shorter?

If you do not continue, there will be no end

But is this also what you, dear reader, think now? Or are you wondering if you’re not yet halfway through this story? Because occasionally it is a bit lengthy indeed. Well, I will tell you this: at this point, we are not yet halfway along the route, and not even halfway through time. It will take another five hours before we are halfway at all. In other words: the finish is still far, far away. And that’s exactly what I’m trying to convey here. So sympathize. And read on, because if you do not continue, there will be no end.

Canoeing holiday (Sat, 3:55 PM)

In the meantime we won’t win a race with commonplaces, so we continue cycling to TA2, along the water just south of the dam. We leave one of the bikes, strap the other one onto the canoe, and have our inventory checked by the organization. There is a mandatory list of attributes that we must bring, including a warm sweater (or a kind of soft pillow at the bottom of my backpack), a whistle ♫ and a break-light . We have it all, so we pass the test and are allowed to continue, so we start paddling over the lake with a light headwind. The coolness of the water feels good. It looks like a short vacation during this stage 5. Actually it is one! Who else will see all the most beautiful spots in the Harz area in only 32 hours? This is the Harz for Japanese, but without a camera. Flash.

Stage 5b is unannounced: carry canoe for 500 meters. And bring a bicycle too. And as quick as possible. But then the fun starts: from the one AR that I have ever done before, I found that the best part: the Run-Bike stage.

A bit of an explanation: with a team of 2 you go 1 route with 1 bike. Not a tandem, nor going together on the one bike; that’s not allowed. So one of the two is the leap, and has to walk. But it is leapfrog, because after a few hundred meters you suddenly find a familiar bike in the verge, you jump onto it, and pass your teammate while cycling, after which it’s your turn to throw the bike back into the verge. The challenge is not to lose each other out of sight at a junction, so continuous communication about the route is essential. I like it. We do over 15 km of his outdoor game just within 2 hours; the total climb is about 600 m. (So that’s 15+6=21 km with the 100m ↑ = 1km → rule) Sometimes cycling is no option, and Patrick – what a king! – carries the MTB up on his shoulders, or carries it over entire trees. The landscape around the lake is beautiful, and the lightning fast alternations of running and cycling keep us mentally razor-sharp.

Cycling again (Sat, 6:50 PM)

That changes quickly when we start biking again. The road uphill climbs monotonously from the lake, with almost 10% slope, along an almost 5 km long road to a top. What initially starts with having pleasant fresh legs and feeling quite awake, eventually becomes a state of half-sleep. All urgency disappears, partly under the influence of the rosy evening sun. And at the end of the climb, at the CP, with a view over the lake, we sit down on a bench for 120 seconds. Then suddenly some mental alarm goes off. We must continue! Twilight sets in, time to wake up again. We are no longer ahead of our schedule. The cards have apparently been shuffled again (and we have been playing a bit longer in the hills around the lake).

  1. Would we still have enough time left for the final bonus stage?
  2. It suddenly is getting colder; do we have enough clothes with us for a cold night? Fortunately, I still have a warm ‘cushion’ on my backpack.
  3. If we go slower than expected, do we have enough light (as in: battery charge) for the orienteering stage, which I run on a different battery pack than the one on my bike?

It takes a while before I realise that the night will not last longer if it takes us longer. Contrary to ourselves, the sun turns it rounds without getting tired. And the later we start the orienteering stage, the less battery power we will need.

But it is getting dark quickly now. Almost as quickly as we roll down the slope, chilled by the wind that evaporates the moisture on our sweaty skin. Fantastic how an eagle flies just a bit in front of us, just above the road. What huge wings, we think about him; what huge speed, he thinks about us. The next CP we find at dusk, but the one after that it’s really dark. Although it is close to a road, at least on the map, it is actually 30 meters above, on a rock. But that does not appear to be true either: this is a CP with a large Woudropers aspect. We find a bearing and distance. Peering along the needle of our compass, an increasing loud buzz arises just in front of us, which seems to come from the direction of a few red and green lights. Which in turn approach us too: they are attached to a drone, which is filming us. Does each team get their personal video afterwards, or is the camera team coincidentally on our heels? No time to think about it, because we have to go to the designated point on the other side of the valley. The bearing seems not by the least correct, but the description of our target, “Bergmannsbaude”, leaves no doubt. This stage all CP’s are located “slightly” higher than the road. What a “fun” theme (haha). So we go climbing a few dozen meters of stairs here. Back at the bikes we realise that we had better towed them up there in the first place, because the obvious continuation of our path continues from the Baude. Uphill.

Later this stage, another higher-than-high mast will follow, towering 20 stairs above the treetops. From the top of the tower (of course the SI of this CP is not below, what would you think?), we we can see in the distance  a pair of MTB headlights. That must be other teams. Who else cycles through the woods at 10:45 PM here? But they are far enough away not to make us feel rushed. Only the temperature makes us go fast, because despite a windjack, it is feeling quite cold now. The last kilometers to the start of the compass-orienteering stage pass quickly; they lead us downward, and thus we feel quite fit when we arrive at TA4.

The bag of provisions that we have handed over before the start, and that we can get here at TA4, either before or after stage 8, make us doubt for a moment what to do, because if we collect it now, we will have to carry everything while on foot during the next section. But since there is still enough food in our backpacks and on the bikes for 16 km running, we decide not to collect the bag now. Besides, at this TA there are hotdogs, cocktail nuts, crisps, peanuts, biscuits and bananas. So we stuff ourselves with an energy buffer, shoot an arrow in the bullseye of a target (special task; hitting the board saves 10 minutes of penalty), and we fill the water bags, take our compass and go. What could go wrong?

  1. We should excel at this discipline, so that puts some extra mental pressure on us. Can we cope with this extra tension on our shoulders? Oh, oh, how exciting this is!
  2. As time flies, the bonus stage is probably no longer in reach, but is the final orienteering stage still completely doable?
  3. How cold will it get during this clear-sky night?

Bearings (Sun, 0:00 AM)

While planning the routes in advance last night, apparently we were less sharp than now, because we did not notice that, according to the roadbook, a number of CPs are located near high voltage pylons. And those are usually quite accurately placed 250 meters apart. Which would make locating the checkpoints a whistle of a dime, were it not for my sightings that seemed to be always  5° too far clockwise. We appear each time too far “to the right”. That’s not too bad in the open field, where you can still see the CPs from 50 meters away thanks to the generous reflectors attached, but on the way from CP34 to CP35 it turns out to be disastrous. Look at our GPS track on the map below. Initially, we head spot on, but because it becomes quite a jungle halfway, we start following a more passable firebreak, and we arrive too far north. We follow a stream, which is shown on map in the tiny circle, in southern direction, but we find no CP. Thinking that we were already too far, we head back to the previous known point, try again, but now deliberately head a bit too far to the north, so that we know for certain that we have to follow the stream to the south. And now we succeed, albeit with half an hour delay, to score the CP. Afterwards, it is clear that we were pretty close by at the first attempt. This is clearly a thing to improve. And I still thought that we would score above average here. Bummer.

For now: first CP37, then CP36. The black dashes on the map, a railroad, are a robust stop line, so we aim for that. There is a waiting booth next to the railroad. With a reflector and an SI station. It would not …? That must be the shelter / Schutz are from CP36. Would that assignment be that transparent? That seems quite unlikely. Why would they first send us to a rather difficult point in a circle on the map (CP36) where nothing recognizable could be seen, and then direct us via a winding path (the red dotted line) to a very recognizable point on the map? Moreover: if you walk back from CP37 you would look directly at the guardhouse and in the night you can not miss the reflector that’s hanging on it. Anyone who starts looking for CP36 first has bad luck and loses a lot of time; while those who first aim for CP37 win the lottery with two fingers up their nose.

And a lottery it is at CP37 too. The CP should be near “a fallen tree”. And there are more than enough of them there. With somewhat more luck than wisdom, we find the needle in the proverbial haystack, and can go back to the start, TA4. Fast like lightning. We run the whole stretch.

Supercookies

The TA is suddenly 10 times more crowded than when we were here 3½ hours ago. Food, and food, and more food. Pasta, sausages, nuts. Everything tastes equally good. Because we are almost at ¾ of the race, with only 8½ hours to go, an amount of food equal to the 1st half would be heavily overdone. And I mean literally heavy. We brought half our ration at the start of the 1st half, and handed in half of it for the 2nd half of the race. So a hand full of bars and sweets is left behind. I will never know how the muesli-choco bars of Albert Heijn taste, and the chocolate-orange bars of Decathlon also lose it against a pack of dry sausages and the unbeatable energy cake baked by my daughter herself.

Autopilot (Sun, 3:35 AM)

More on autopilot than anything else we keep cycling towards the daylight. Occasionally sleepy, then awake again. Mainly because of the hours and hours without sleep and the endlessness. Lumbermen are no longer men with a red checkered blouse and an ax over their shoulder. No, not even with a chainsaw and a beard and a foolish hat. They sit on heavy machines that pick the trees from the ground and cut them in lumber on the spot. At least, that’s what I suspect.

Continuing is simply a matter of not stopping.

What I do know for sure is that they leave knee-deep tire tracks with a fist-deep profile of ridges that shake you through and through if you try to ride over them with your MTB, while you unsuccessfully try to keep the speed high and not to swear. The latter can not be avoided when somewhat later the map does out to be incorrect at some point. But can the map help it if someone has cut some extra roads out of this timber plantation? I would do so too, given the extortionate prices for wood at the hardware store. Money doesn’t  grow here from the trees, it is the trees!

But anyway, this gives us the chance to make up for the errors with the compass bearings, and to show off our orienteering skills, because soon we regain our route and hit the next CP, because we quickly deduce where we are, based on the contour lines on the map. What is it we do not know now?

  1. Did we make the right choice with the CP at the station? Or was it fake? It seemed just too easy. On the other hand, this is not a WOR.
  2. How will the temperature develop As long as we keep moving, is it okay, or do I have to detach my thermo shirt from my backpack and wear it?
  3. Do we keep the Sandman from our back, or will sleep overwhelm us, like it did with so many teams at TA4, who were napping against each other under their emergency blankets?

The sun is rising for the second time today. That is quite a confusing experience. Our feeling for time has completely dissolved. The recollection of the hours on this last bike stage are now more like a sort of time-lapse video in my memory. Some brief flashes of notable moments with noting in between.

Eating, till the cow comes home

Chronology is missing. We eat until the cow comes home, and drink the bottles empty. Endlessly many trees are the witnesses. I flip over when my front wheel gets stuck suddenly in the weak clay of a dam in a ditch. The wrinkle zone of my map holder on my handle bar works perfectly: the map is now in a totally bent position, but I myself do not have a scratch. We continue as if unperturbed. We make a turn at every intersection. No valley that isn’t followed by a hill. But suddenly, there is a village again. Friedrichsbrunn seems abandoned. Who would be here at a quarter past six in the morning?

Morning-O (Sun, 6:15 AM)

The answer is obvious when we report to TA5. There haven’t been many teams here yet. I guess there are twenty bikes, at most. The first team has been out on the next stage for 5 hours now, and they haven’t reported back yet, we hear from the organisation. If we take too long, it will be tight to arrive at the finish in time, let alone to do some of the bonus stage. 12:00, at noon, is the deadline. We estimate that we needed 45 minutes for the road back to Thale, to the finish in the Bergtheater. So we have exactly 5 hours left for 30 km of orienteering. I joke: that’s like a complete Woudlopers Orientation Run. But then in less time, with more elevation.

We do this on a shoestring. Carefully planned routes avoid unnecessary elevations. Walking an extra kilometer is equivalent to climbing 100 meters. Descending usually goes without penatly, if not too steep; than it may even give a speed gain. But something tells me that we do not walk on the Infinite Stairs of MC Escher, and you’ll net descend as much as you’ll climb when you end where you started: at our bikes. So there is no other option than to maintain altitude where possible. The fastest line between two points is in any case a straight line in terms of height profiles. Almost. We are doing well, points succeed each other quickly. We do not make a single mistake. And yet…

  1. Do we have enough time? We had already decided that 4 of the CPs of this stage do cost a lot of vertical distance. But it makes no sense to leave regular CPs in favor of bonus CPs. For the final score at least. But if the teams ahead of us needed at least 5 hours…?
  2. That bonus stage, there is no need to do it, if we do not even check all regular CPs. And it is not reachable anymore, given the time left. So after this stage, there is only 8 km of cycling, not 56. That’s a comforting prospect.
  3. Is 30 km running anyway not a bit too much at this stage of the race?

Because it’s me now who is doing the map reading, I remember many more details than from the bike stage. But, my dear readers, let me spare you the details. Want to hear how the caffeine gel tasted? Or the muesli-lemon bar? That there was a pebble in my shoe? That after 2 minutes we took off the windbreakers, because it suddenly became a lot warmer? That we had not met anyone since the start of this stage? That one of us at a given moment was literally sleepwalking? But that after an almost vertical descent to cross a valley with a creek that was quickly over? No, I guess you do not want to hear all of that. I’ll reel forward just as fast until it becomes exciting again.

»FFWD (Sun, 8:45 AM)

This is the time when I normally ride my bike to work, and when the better ideas of the day arise. Or rather, the subconsciously matured ideas of the night submerge to the surface of consciousness. So they do now . We start counting: 2:30 hours to go, each CP we reached in roughly 30 minutes, and we still have 3 CPs to go, and then the track back to the TA. That leaves some space for more points. If we can still make it to one of those points that we skipped in the first place because they would cost excessive altimeters, that might just fit. Provided we increase our pace a bit. But if it does not work, then we may arrive at the finish too late. Every 10 minutes after 12:00, starting at 12:01, will cost us one CP. So if we do not make it, this extra effort is wasted, and even worse, if we will only arrive at 12:11, the penalty is again larger. It’s a gamble. But it is a sensible estimate. And an exciting one! Nothing ventured, nothing gained. We decide to postpone the decision until CP50: there we’ll decide whether we first go along CP48, or directly via CP49 and CP51 to the TA.

Cool! Suddenly all sleepiness has evaporated. Suddenly no caffeine is needed. All of a sudden, a heap of energy has emerged. We are even running uphill now, crossing right through the green forest until CP50, and there we only need a few seconds to finally decide: We go for it!

While running, we sped to the north. Suddenly there are other teams there too. They come from all directions. But we ignore them. We have our own plan. I do not mention the observation that the path runs down a river. Descending means climbing too. I know that Patrick is a little less backing the decision to go for CP48 than I do. And I tell myself that we will be at the top at CP48 within half an hour. Descending and climbing more meters was not part of the plan. We go all the way, to get there quickly, and indeed, after 25 minutes the CP is checked. We hit CP49 within schedule too. But CP51 is on a summit. So one last climb, now with some other teams surrounding us. With all soured muscles it is almost impossible to scramble over the immense boulders around the top, looking for the SI unit at this CP. This is without doubt the best hidden point of the entire race. But Patrick spots it, and then it’s done. This already feels like finishing, and we still have an hour and a half left.

Yet we do not want to waste time. The interesting thing about those races is that you have no idea who your competition is at that moment, and what their position is. All those other teams that swarm around here may have checked more or fewer points. The only influence you have is to go as fast as possible yourself. And no matter how tough it seems after more than 30 hours of non-stop sporting, it is a relatively simple task. Simple is good. Nothing hurts now.

Final sprint (Sun, 10:45 AM)

Back at the TA, we quickly jump on the bikes. We head in a different direction than the other teams. We think we have found a smarter route that leads only downhill. Let them cycle the shortcut, uphill. We speed downwards. Ehhh … why does our track suddenly go up? That was not the plan!

Turns out that reading elevation lines is sometimes a bit too farfetched after 31 intense hours. Pushing the bike by hand, we conquer the last slope.  Horizontal at last. But not much later we go down again: what a speed! A last hill to the Hexentanzplatz, and roaring with effort, we climb the last obstacle. But what does it matter, we are there! We drop our bike, run into the arena shaped theater, and check our SI for the last time.
Muscle pain comes later, as we can still walk down the stairs, to the podium in depth. There is organizer Winfried again, to hand us a medal. We did it! Unimaginable. (Sunday morning 11:17)

Then everything starts to hurt. All muscles simultaneously. Especially when picking up the bike, bending over to loosen shoelaces, or getting up from a bench. But that’s an hour later, when our thirst is quenched with ein großes Weißbier, and a Pommes with maybe ein bisschen zu viel Mayo. Well, we deserved it. And there is room again for those thoughts, that thinking that never stops:

  1. Could we have scored even more points in those last 45 minutes that were left?
  2. Did we or did we not choose the best route for that last descent?
  3. Was this it? It will not be true that I ever want to do this again, I hope? Aiaiai …

Thinking about everything, feeling satisfied, and proud, about could beer, that you recover on your way, that we had no major problems, no injuries, a lot of sport drinks, endless energy bars , whether there was a false CP at that station, the whole shebang mixed together. The last thought I remember is that the sun is burning in my face, and then I realise that we are now with the camper at the base where the prize ceremony will take place, in the sun, and that we have slept for 2 hours. Slept! The first time since Friday morning! But time to get up, as there will be food in fifteen minutes. Lots. I do not get enough of it, permanently feeling hungry this event. Eagerly everyone else is filling their plates too, especially with meat. And then it’s time for the prize ceremony.

The surprise of the race

Winfried is not a man of few words when there’s a lot of audience, But indeed, one can not end a 32-hour race within half a minute, with a quick prize-giving. Once it’s time for the Pro-2, our category, a shock strikes me when “31 hours 17” is called. Didn’t we return at 11:17? That can not be true. But it is! Like stung by a bee we jump up (where that strength suddenly comes from?) and walk to the podium. A bronze medal, who would have guessed that? I enjoy it with disbelief. We finished directly behind the other Dutch Adventure team. We still owe them a roll boeklon. It was worth it!

I would love to be drinking beers in the sun for hours, to celebrate it. But the very last section is a tough one, perhaps the toughest of all: driving back home for another six hours. Let’s hope that Patrick does not ask me for joining on a 72-hour race, because this is not the moment that I can decline anything…

Epilogue

Will I do this again? Definitely. Next week? No! It is impairing. At a short orienteering race, the Wednesday after my legs give up sooner than normal. During the first days of the week after, I’m not in the mood for writing this story. But at the same time: the thought that we have accomplished this, that we can perform top-sport for 32 hours, that the body has a gigantic resilience, those things give a tremendous confidence, and thinking of our unimaginable result gives tremendous energy. This unique experience is definitely more than worth the effort.

I can not resist analyzing stage 1. And guess what? Our sequence of points was no longer than the alternative, so there was nothing wrong with that afterwards.

Try to determine the shortest route from the start along (1), (2), (3) and (4), and back to start.

And once the full result is published on the site of The hARz you can also expect an analysis of the results, teams, CPs , and stages. But at the moment I think I have written enough. That should of course not take longer than the race itself …

Do you want to stay informed of updates? Then leave your email address here on the right side, and you will receive an email if I write something new.

 

The hARz -of- De Dag Die Begon Als Vrijdag En Eindigde Als Zondag

Lees verder, en laat je meevoeren met dit zinderende avontuur, dat begon op de terugweg van de Midwinterrun 2018 ergens op de A50 en eindigde op het podium in het Duitse plaatsje Thale na afloop van The hARz Adventure Race 2018. Oeps, nou heb ik de afloop al verklapt. Maar doe maar even alsof je dat nog niet weet, want ik had ook geen flauw vermoeden dat het zo goed zou gaan, toen we hier aan begonnen.

Click here for the English version of this epic story.

the Starting Shot (za, 4:00)

Slaapdronken? Nee, zat van de adrenaline denk ik, want geslapen heb ik niet, komt het zicht langzaam terug als ik alleen nog maar achterkanten van mensen zie, de berg op rennend, en niet langer recht in 179 kneiter-felle hoofdlampen om me heen kijkend in het startvak. Want de hemel is nog pikdonker bij de start, als iedereen met een witte zon op zijn voorhoofd van start gaat. De eerste etappe is een verticale, gaat zo’n 6 km duren, en begint met een massastart om 4:00 op zaterdagmorgen, in het verder in diepe slaap gehulde voormalig Oost-Duitse stadje Thale. Het ligt in het noordelijke laagland van de Harz, maar wordt bijna verzwolgen door de steile flanken van het gebergte, die direct achter het park waar de start plaats vindt omhoog schieten.

Het is altijd mooi, zo’n zwerm lampjes die de duisternis doorsnijdt. Dansend over een single-track die de haarspeldbochten aaneen rijgt. Kaartlezen hoeft bijna niet, want er is maar 1 weg omhoog, en als je 32 uur gaat racen hoef je niet direct voorop te lopen; beter de krachten flinterdun uit te smeren over de 240 km die nog gaan komen. Nou ja, de eerste hebben we al gehad. Maar waar we dachten rechtsaf te slaan, houdt de menselijke rups het linker pad aan. We denken ¼ seconde na, en volgen. Iedereen achter ons ook trouwens. Ach, wat maakt het uit? Start-1-2-3-4-start, of start-4-3-2-1-start is bijna het zelfde. Niet in je eentje lopen heeft ook voordelen. Even later is het eerste CP, nummer 4, gevonden.

Niet zoeken naar blauwe kaartjes zoals bij de Midwinterrun bij The hARz, maar chippen met een SI, een SportIdent race-bib. Lekker makkelijk, we hoeven niets te noteren. Door naar het volgende punt. Als mieren op pad naar zoetigheid in de keuken ploeteren 180 Adventure Racers zich via inmiddels verschillende routes een weg naar boven. Boven ligt CP 1, onderweg daar heen liggen CP 3 en CP 2.

Adventure Race

‘Adventure Race’ vraag je je af, wat is dat? Een AR is een wedstrijd die voornamelijk uit mountainbiken en hardlopen bestaat, en ook wat kanoën, of steppen, boogschieten, of andere disciplines. De maximale tijd ligt vast, en is meestal behoorlijk lang. Kan 8 uur zijn, maar ook 24, 72, of 32 zoals in dit geval. Hoe meer punten je in die tijd vindt, hoe hoger de score. Sommige punten zijn verplicht, andere optioneel. ‘Vinden’ is een groot woord, het gaat niet om het zoeken, maar om de weg tussen de punten. En die is er vaak niet. Of die moet je zelf bepalen. En dat is wat het gemeen heeft met een oriëntatieloop: kaartlezen en de snelste route bepalen. En als de tijd begint te dringen, moet je ook een strategie bepalen welke punten je overslaat, om toch zo veel mogelijk te scoren. En er zijn nog meer regels, maar die kom je gaandeweg dit verhaal wel tegen. Terug naar de race…

We wijken toch van onze oorspronkelijk geplande route af, omdat iedereen zo loopt. Als je maar 32 uur hebt, heb je geen tijd om lang na te denken. Dat hadden we dan eerder moeten doen. Eerder is in dit geval: om 22:30 de vorige dag. Nou ja, ook niet echt de vorige dag, want -weet je nog- ik had niet geslapen. Toen we om 22:30 de kaart kregen, een A1-formaat flap met aan 2 kanten routes, kaartjes, opdrachten, en het roadbook, gingen we, net als alle andere teams, meteen aan het tomtommen. Bij een oriëntatieloop krijg je de kaart op het moment dat je start, bij de WOR of MWR ook, maar bij een AR krijg je die net wat eerder.

roadbook (klik voor een grotere afbeelding)

Zodat je vast lekker kan stressen voor de start. En als het om 240 km aan routes gaat is het geen enkel probleem om tot 2:00, wanneer normale mensen slapen, en de plaatselijke nacht-nozems op hun brommers, die eerst nog langs ons campertje op de parking achter de verlaten staalfabriek van Thale rondjes reden zoals ze dat 50 jaar gelden ook al deden, al lang naar bed zijn of in elk geval door hun tweetakt-met-mengsmering heen zijn, in de weer te zijn met stift en lineaal om de kortste routes te bepalen. Om daarna bij de camper naast ons, die van WoDi en WoUt, een rol boeklon te lenen en de kaart te vereewigen. Alsof het zou gaan regenen. En van 2:00 tot 3:30 slapen zou wel erg lekker zijn geweest. Maar de onderhuidse spanning wint het van slaap.

Ik weet niet zo goed waar ik aan begin. Ik kan het ook gewoon laten. Dit hoeft niet. Het aftellen tot dit onvoorstelbare avontuur, dat oneindig gaat duren, niet te bevatten ver gaat zijn, en ongetwijfeld tot allerlei pijntjes en blessures gaat leiden, is al wel gestart, maar de lancering kan nog worden afgeblazen. Just like that. Ik kan het niet bevatten. Toch ben ik gelukkig te laf om te stoppen. Ik laat de trein kalmpjes op mij af razen. In plaats van schaapjes tel ik CP’s. En peins zonder piekeren. Dubbele espresso is overbodig bij het opstaan. En klaarwakker hoor ik dan ook hoe de wekker begint te piepen. Havermout naar binnen slobberen, bidons vullen, proviand en al het andere mee, en op naar de start.

Dat is de droom die geen droom is, die nog een keer door mijn hoofd gaat als we CP1 hebben gehad op het topje van de heuvel, achter een soort burcht, 230 meter boven het startpunt. Na de andere 3 CP’s is het nu tijd om weer af te dalen naar de fietsen die nog bij de start staan, en zo aan etappe 2 te beginnen. Licht aan, we springen op de fiets, en terwijl we het stadje uit crossen, om er de komende 31 uur niet terug te keren, nemen we een slok uit de bidon met sportdrank. Want nu zal het er hard aan toe gaan. De komende 56 km van etappe 2 brengen meteen ook 1500 hoogtemeters met zich mee. En omhoog gaat het! Steil! Laagste verzet. Lager gaat niet… en ineens toch wel, de ketting schiet aan de verkeerde kant van het grootste blad af. Met een hoop geknars en gekraak kom ik tot stilstand. Ketting wordt teruggelegd. Vieze handen boeien niet, maar een onbetrouwbaar derailleur des te meer. Heb ik weer! Het kreng maakt allemaal geluiden die er eerst niet waren. En we zijn pas net onderweg… nog maar 230 km te gaan. Of is het hier, op dit punt, al over? Hoop ik daar stiekem op? De race verlaten via een achterdeur, en de schuld kunnen geven aan materiaal en overmacht? Wat doe ik hier?

Hoe het begon

Na het winnen van de Midwinterrun kon ik met Patrick, mijn race-maat, mee terug rijden naar Eindhoven. En uiteraard zat ik naast mijn stoel (ja, ik kon meerijden, dus hoefde niet naast mijn schoeisel te lopen), dus toen hij vroeg “Wat dacht je van een 32-uurs race?” dacht ik “Waarom ook niet?”. En, erger nog, dat zei ik ook. Precies de juiste timing, vriend. No way back, maar het was nog 3 maanden weg, dus tijd zat om te trainen. Of zo. Ik ben goed in te weinig slapen, dus 32 uur wakker zijn, dat zou wel lukken.

Ik rende een beetje, pompte mijn banden een keer op, en dacht er niet te veel aan. Naarmate 21 april dichterbij komt volgden de wisselende states-of-mind elkaar in exponentieel tempo op. Het begon met:

  1. Past een heel weekend weg om te racen in mijn agenda?
  2. Zou ik zo lang wakker kunnen blijven én bewegen?
  3. Is dit leuk?

Als je iets gaat doen waarvan je geen flauw benul hebt wat het precies inhoudt, kan je je prima druk maken om niet al te relevante dingen. Maar omdat je je dat zelf ook wel realiseert, is het best ontspannen. Het verandert pas als je de thermometer er eens in steekt: drie weken geleden zouden we samen een rondje gaan fietsen. En rennen, door de Peel. Ik had de hele winter niet gefietst (ja, naar mijn werk, en terug), en kwam beurs gebutst met zadelpijn thuis. Het rijtje ‘dingetjes’ was spontaan veranderd.

  1. Hoe voorkom ik dat ik na 100km op mijn trappers moet blijven staan omdat ik niet meer op mijn zadel kan zitten?
  2. Wat moet ik in ‘s hemelsnaam allemaal meenemen om het 32 uur vol te houden, als ik na 6 uur al niet genoeg heb aan twee snickers, een witte chocoladereep, een mueslireep en een zak winegums?
  3. Wat doet het weer over 3 weken? Waar ligt de Harz eigenlijk?

Je ziet, de kopzorgen worden al wat relevanter. Wakker blijven lijkt geen issue in het vooruitzicht meer. En of het leuk gaat zijn? Da’s ook geen vraag meer -het antwoord daar gelaten-; we doen het gewoon. Misschien helpt een zacht hoesje voor over mijn zadel al een stukje.

Wat er allemaal mee moet? Hier links zie je mijn mondvoorraad voor de eerste helft van de tocht. En dan heb ik de formidabele door Annelot zelf gebakken super-energie-koek er nog niet bij liggen, want die hoort natuurlijk vers te zijn. 250 kCal per uur? Lijkt me een mooie norm. Een snickers of halve chocoladereep volstaat dan net. Maar een standaard mueslireep haalt dat niet. We zullen zien.
Maar nu even terug naar die helling waar we inmiddels niet meer stilstaan, terwijl de andere deelnemers voorbij klimmen. Want ik ben geen fietser. Patrick wel, maar zijn sleepkoord gebruiken om me omhoog te laten trekken is mijn eer te na. Dus ik trap wat ik kan. Omhoog. Eindeloos lijkt het. Pas tegen de tijd dat we opnieuw moeten terugschakelen naar het laagste verzet (nu heel voorzichtig, want ik wil niet riskeren de hele transmissie bij een tweede vastloper helemaal naar zijn mallemoer te trappen) realiseer ik me dat we ook al een aardig stuk hebben gedaald tussendoor.

Eindeloos is ook maar betrekkelijk

Met al dat gedroom en gepieker over hoe ik in dit avontuur ben verzeild blijkt dat tijd toch kan vliegen. “Eindeloos” is misschien ook maar betrekkelijk.

(klik voor een grotere kaart)

Een pad linksaf waar we een paar uur geleden (ik zal niet meer ‘gisteravond’ zeggen) op de kaart in dachten te willen lijkt dichtgegroeid, en dus gaan we met een paar andere teams rechtsaf. Steil omlaag, lekker rutschen. Als ik even van mijn fiets stap op een tak uit het achterwiel te halen ruik ik ineens een brandlucht. De schijf van mijn achterrem schroeit een halve cirkel in het vlees van mijn kuit, doordat ik het achterwiel even tussen mijn benen geklemd had vanwege die tak. Natuurlijk! De energie waarmee ik net de berghelling onder me vandaan heb getrapt, is teruggevloeid in dat stalen schijfje op mijn achteras. En deze warmte is meer dan genoeg om het haar op mijn kuiten te ontleden tot iets minder welriekends. Hoor ik iemand mij uitlachen? Ik ben echt geen fietser… Maar één lichtpuntje: het wordt al licht.

Licht

Ik deed thuis een testje. Mijn hoofdlamp, een Chinese Cree XML-T6 van dx.com, bleef op maximale helderheid 3 uur branden. Volgens mij duurt een nacht langer dan dat. Even rekenen, en ik kwam uit op 12 uur duisternis tijdens de route. Ik bestelde een extra accu. Weer in China. Niet slim. Die kwam dus niet op tijd. Via Tinytronics.nl koop ik 6 lithium cellen, van die 18650 joekels (echte 3400 mAh van Panasonic, in plaats van Trust-, Ultra-, of Fandyfire rip-off’s waar wel “3500 mAh” op staat, maar waar dat bij lange na niet in zit, nog niet eens de helft). En dat werkte: 9 uur licht. Veel licht. Diepvriesdoosje er omheen, voltmetertje er in zodat ik ook weet hoeveel pep ze nog hebben, snoertje er aan, en ik zit snor.

Maar dat is pas de vrijdagochtend voor de race af, dus tot die tijd staat dat best hoog op mijn lijstje.

  1. Heb ik op tijd genoeg licht?
  2. Overleef ik mijn kaarthouder bij een koprol over het stuur?
  3. Hoe overleeft mijn rug m’n rugzak?

Ad 2: ik had -knutselkoning die ik ben- wat moois in elkaar gehackt: een lekker stevige draaibare kaarthouder van aluminium pijp vóór op mijn stuur die niet zou trillen bij het downhillen.

Versie 1.0

Maar ook best wel vieze wondjes en botbreukjes zou opleveren als ik voorover zou klappen op mijn stuur.

Dus butste ik die nog snel even om in een flexibele kreukelzone van aluminium strip waar ook nog een kaart op past.

Versie 2.0. Met kreukelzone.

(Het ontwerp is trouwens nog niet helemaal af: er zit nog een rammeltje van rond de 60 Hz in, waardoor het bij hobbelpaden niet zo lekker kaartleest.

Maar met wat modale analyses en wat demping kom ik binnenkort met een geoptimaliseerde versie 3.0.)

En Ad 3: woensdagavond tevoren was ik met een rugzak vol proviand en water een stukje gaan rennen, met als gevolg een tot bloedens opengeschuurde onderrug. Als dat al na 5 km gebeurt, wat blijft er van mij over na een marathonafstand? De onderkant van de rugzak blijkt een wat scherpe, harde rand te hebben, precies waar ik twee harde, scherpe botjes heb zitten. Inventiviteit vereist. Waar Monty Python’s Flying Circus het vooral moet hebben van absurde combinaties van normale dingen, zo levert hier de symbiose van de lijst met verplichte uitrusting en een hard randje de oplossing: ik naai onderweg in de camper naar het oosten mijn lange-mouwen thermoshirt met wat rijgsteekjes vast aan het ademende gaas van het rugzakje, als een zacht transpiratie-doorlatend kussentje. Twee vliegen in één klap (al ligt Wiesbaden, de woonplaats van het Dappere Snijdertje dat die gevleugelde uitspraak deed die later via ene meneer Grimm -of zijn broer; daar wil ik vanaf wezen- de literatuurgeschiedenis in ging als iets met zeven vliegen, niet in de Harz), dat was wat ik bereikte, want zo werd het, met dit weer overbodige, maar toch reglementair verplichte warme shirt, toch nog nuttig gebruikt: als comfort zone.

En, naarmate het uur U nadert, ziet U dat ik me vooral druk maak om de uitrusting. Omdat ik die in de hand heb (of kan hebben). En de race? Zal een hele kluif worden, maar ik houd mezelf voor dat je voor een 32-uurs wedstrijd over 240 km niet kan trainen. Beetje fit zijn, lekker uitgeslapen en lekker ontspannen aan beginnen, en dat komt wel goed.

Aan de schoenen zal het niet liggen. Ik vertrouw volledig op mijn blauwe Inov-8 Roclite 305’s. Monsterlijk lekker en robuust. Veel grip en met de voet lekker vlak op de grond. Water loopt er in maar ook weer uit.

Dus ben ik tot veel te laat in de avonden aan het knutselen en inpakken, en moeten er op het laatste moment nog wat essentiële dingen af. Lekker bezig. Maar, als alles dan donderdagavond laat eindelijk klaar is, pak ik een biertje en een uitstekende nacht slaap. De laatste…tot zondagavond, zoals zal blijken (geldt zowel voor dat biertje als de slaap).

“In de race komen”

Maar nu is het weer even klaar met dromen, en genoeg over licht. Het ís licht. De dag begint: het lijkt ineens wel een normale wedstrijd. Alle ontheemde gedachten zijn vergeten. Mijn top-3 is nu vooral actueel:

  1. Houd mijn versnelling het vol?
  2. Houden wij het nog 29½ uur vol?
  3. Wanneer mogen we weer gaan rennen? Want daar heb ik zin in.

We stoppen bij het volgende CP onder een bruggetje, en daarna buig ik mijn derailleurpad (net geleerd dat dat zo heet) recht. Niet te ver buigen, dan breekt hij. Maar dit maakt wel dat ik niet meer van 2 t/m 12 (van de 11) schakel maar gewoon van 1 t/m 11. Het laatste getik haalt Patrick er uit door wat op het stuur af te stellen. 1 zorg minder.

De tweede? Als we een vlak stuk fietsen en wat met een ander team kletsen blijkt dat zij het zelfde denken. Dat is dus normaal. Het is zo lang en zo ver, daar moet je niet te veel over nadenken. Laat je er gewoon doorheen vallen. Dat klinkt op de een of andere manier als een warm bad. Net zoals tevoren mijn gedachte dat 240 km in 32 uur minder dan 8 km/u betekent (en ik ren sneller dan dat, en wiel- al helemaal), vertrouwenwekkend scheen. Ongemerkt is al het zelfvertrouwen terug. Dat heet “in de race komen”.

En het derde puntje? Geen idee, want ik lees bij dit stuk op de fiets geen kaart; dat doet Patrick. Dus wat de route betreft tast ik op klaarlichte dag in het duister. Zo goed heb ik de kaart gisteren niet weten te memoriseren. Slaapdeprivatie is niet de beste stimulans voor het geheugen. Afzien wel, daarentegen, want ik weet nog heel goed dat toen het eind van de etappe in zicht kwam, er ineens een klim van bijna 300 meter hoogteverschil opdoemde, en even later nog eentje van 100. Net voor de klim staat organisator Winfried zonder leedvermaak te genieten van de afgepeigerde teams die passeren. Op het tandvlees ploeteren we naar boven, maar dan kan eindelijk de fiets worden neergegooid, het water bijgevuld, het porselein volgebaggerd en een wijsje worden gefloten. Want we zijn bij TA1, wat staat voor het eerste transition area (en daar is Winfried weer), en de volgende etappe heet hike.

Hike (za, 9:15)

Andere spieren, nieuwe kracht. Op de fiets voelden de benen nog als pap, want etappe 2 sloot af met een klim naar het hoogste puntje van het skigebied dat hier blijkt te liggen, maar lopend gebruik je kennelijk andere vezels die nog niet verzuurd zijn. Het valt bovendien op dat er nog niet veel andere teams lopen, en er stonden ook al zo weinig fietsen rond TA1. Zouden we ondanks kettingpech toch redelijk voorop liggen? Eigenlijk kan ons dat nu niet zo veel schelen; er kan nog zo veel gebeuren, en laten we eerst maar eens zorgen dat we de helft van de race halen.

  1. Hoe komen we vanaf TA1 bij het obligate stuk van deze route?
  2. Hebben we genoeg water en eten bij ons voor 6 uur lopen?
  3. Zouden we deze hike moeten stappen of rennen?

Naar deze top-3 kijkend, gaat alles uitstekend. Dit zijn geen zorgen, dit zijn oplosbare vragen. We fluiten niet voor niets een wijsje. ♫ De paden op de lanen in ♬ vooruit met flinke pas ♫ en zo denderen we de piste af, via een flank van een heuvel om niet te veel hoogtemeters te verliezen die we straks weer moeten klimmen, achterlangs het stadje Sankt Andreasberg. Zorg #1 is eigenlijk al weggenomen bij het TA, toen de organisatie vertelde dat we in het plaatsje zelf de gele weg, die het TA scheidt van de rest van de route, voor deze keer wel mogen kruisen. Normaal gesproken mag dat bij grote (gele en oranje) wegen niet,

tenzij het met haakjes is aangegeven. Dat maakt het plannen van de route soms best een puzzel. Bijvoorbeeld bij de allerlaatste etappe, maar dat zien we dan wel. Maar hoewel dat gisteravond bij de briefing nog voor verwarring zorgde, is deze hindernis vanuit de organisatie geslecht: de gele weg gebruiken tussen de bebouwing mag hier, al vinden we ook een shortcut die minder meters en hoogteverschil oplevert. Bergaf en vlakke stukken rennen we, bergop gaat lopend. Na het dorp, eenmaal in het prachtige natuurgebied, nemen de vogels het fluiten over. Gevoelsmatig hebben we al een heel stuk achter de rug (en dit is ook zo) maar het is nog pas half tien. Het voelt als een jetlag. We halen rennend een ander team in, “Wissenschaft Quedlinburg” zoek ik achteraf op, vorig jaar 3e. Maar met hun loopstokken wokken ze ons later weer regelmatig voorbij, bergop. Omdat het paadje versperd wordt door bomen wijken we wat af van de koers, raken het pad kwijt, en komen wat verder op de slingerende bosweg dan gedacht. Zo lopen we CP10 straal voorbij, net als het Duitse tweetal waarmee we vrolijk verder keuvelen. Pas 500 meter later realiseren we onze onoplettendheid, keren om, vinden het CP alsnog, op een overduidelijk plek naast een niet te missen bankje, maar dan zijn drie andere teams ons alweer gepasseerd. Het is hier minder eenzaam dan gedacht. Wissenschaft keert later om, en loopt dan weer achter ons. Het landschap is intussen fenomenaal: een soort hoge venen met dennenbomen, gedrapeerd over heuvels. De helder blauwe lucht vult zich langzaam met sluierbewolking, wat de zinderende zon aangenaam dimt. Dan komen we bij een stuwmeer. Heerlijk koud water. (In de verte staat Winfried, jawel. Ik heb alleen een GPS logger in mijn rugzak, maar volgens mij kan hij ons op de één of andere manier tracken.)

Het lijkt wel een scene uit de Hobbit. Iets met een ring van 240 km…

Het landschap rond het meer oogt apocalyptisch: kale lichtgrijze skeletten van dode dennenbomen omzomen de oevers. Wat is hier gebeurd, vragen we ons af terwijl we een snickers eten. Later lopen we weer langs een kaarsrecht kanaaltje, zoals ook in het begin van de route: de Rehberger Graben. Water uit de heuvels wordt naar het meer geleid, en via soortgelijke kanaaltjes weer langs een aantal watermolens, waar het vanaf de 17e eeuw werd gebruikt als energiebron. Bijkomend voordeel van dit cultuurhistorische artefact is dat het bijzonder vlak loopt. Tempo’tje +1. Toch raakt de fut er een beetje uit. Overwelmd door de warmte, ingesmeerd met zonnecrème of niet, en uitgedroogd? Ligt daar een restaurantje? Eenstemmig prevelen we “cola”. Maar de zaak blijkt dicht en verlaten. Dat valt tegen! Maar we gaan door.

Meer teams hier, sommige gaan tegen onze richting in. Maakt het veel uit? Met drie teams die wel dezelfde kant op lopen is het stuivertje wisselen. En onderweg praten we honderduit over eerdere adventure race ervaringen (die ik niet heb). Bij een CP vlak voor Sankt Andreasberg, als we bijna terug zijn, is er wat twijfel over juistheid van de kaart. Een volgend CP trekt ons een diep dal in onder het dorp. Waar we vervolgens weer uit moeten klimmen. De routepunten maken flink stijgen en dalen onvermijdelijk. We doen ons best op hoogte te blijven, maar de laatste klim de skipiste op is niet te omzeilen. Beetje bijkomen als we weer in TA1 zijn bij de fietsen. Met -eindelijk- de verdiende cola.

Rollen (za, 14:50)

(klik voor een grotere kaart)

Een soort kalmte heeft ons overmeesterd; iets van “dit loopt wel goed af”. Wat helemaal klopt als we naar beneden rollen, de ski-bult af. Over een soort gras-piste rossen we omlaag, in een flink tempo, zonder enige moeite. Dat na dalen klimmen komt weten we nu inmiddels wel. En dat klimmen, dat gaat ineens weer alsof we zojuist pas zijn gestart; onverwacht frisse benen. Ik ben nog steeds verbaasd hoe goed De Mensch zich blijkt te kunnen herstellen van een krachtinspanning. De loop-spieren bleken na het fietsen ongedeerd, maar de beurse fiets-spieren zijn weer helemaal hersteld na het lopen. Ik denk wel dat het strakke regime van uurlijks repen eten en continu drinken helpt. Maar ook het lichaam snapt kennelijk wat er van verwacht wordt en werkt coöperatief mee. Tof. De top-3 van dat moment is:

  1. Het wordt toch warmer en warmer. Drinken we genoeg?
  2. We liggen voor op schema. Betekent dat dat we op het end óók nog de bonus-etappe moeten doen? Da’s wel vér.
  3. Hadden we nou echt wel de slimste route bij etappe 1 gekozen, of was S-4-3-1-2-S korter geweest?

Als je niet verder gaat, komt er geen eind aan

Maar is dat ook wat jij, beste lezer, nu denkt? Of vraag je je af of je nou niet eindelijk eens halverwege dit verhaal bent? Want het wordt af en toe wel een beetje langdradig. Nou, ik zal je wat vertellen: we zijn hier nog eens niet halverwege de route, en ook niet halverwege de tijd. Ja zeker, het duurt nu nog vijf uur voordat we überhaupt halverwege zijn. Met andere woorden: de finish is nog eindeloos ver weg. En dat is precies wat ik hier probeer over te brengen. Dus: leef mee. En lees verder, want als je niet verder gaat, komt er geen eind aan.

Kanovakantie (za, 15:55)

Intussen winnen wij geen race met tegeltjeswijsheden, en dus rijden we hard door naar TA2, aan het water ten zuiden van de stuwdam. Één fiets wegleggen, de andere op de kano binden, en de inventaris laten checken door de organisatie. Er is namelijk een verplicht lijstje attributen dat mee moet, waaronder een warme trui (oftewel een zacht kussentje onder aan mijn rugzak), een fluitje ♫ en een break-light. Alles is aanwezig, we mogen door, en we peddelen tegen een licht windje in het meer over. De koelte van het water voelt weldadig. Het lijkt wel eventjes vakantie tijdens etappe 5. En eigenlijk is het dat ook! Wie ziet er nou in 32 uur alle mooiste plekjes van het gebied? Dit is de Harz voor Japanners, maar dan zonder camera. Flits.

Etappe 5b is onaangekondigd: 500 meter sjouwen met een kano. En een fiets. En ook nog zo snel mogelijk. En dan begint het feest: van die ene Adventure Race die ik ooit eerder heb gedaan vond ik dat het leukste onderdeel: de Run-Bike etappe.

(klik voor een grotere kaart)

Even wat uitleg: met een team van 2 leg je 1 etappe af, met één fiets. Geen tandem, en ook niet met z’n tweeën op de fiets; dat mag niet. Één van de twee is dus het haasje, en moet lopen. Maar het is wel haasje-over, want na pak-weg driehonderd meter ligt daar ineens een fiets in de berm. Daar spring je op, rutscht er vandoor, scheurt je maat een eind voorbij, waarna je de fiets weer in de berm smijt. De uitdaging is om elkaar niet bij een splitsing uit het zicht te verliezen en kwijt te raken, dus communicatie over de route is essentieel. Ik vind het leuk. We doen over 15 km buitenspelen net geen 2 uur; de totale klim is iets van 600 m. Soms gaat fietsen niet, en draagt Patrick -wat een koning!- de MTB op zijn nek omhoog, of klautert hij er mee over complete bomen heen. Het landschap rond het meer is prachtig, en de bliksemsnelle afwisselingen van rennen en fietsen houdt ons mentaal vlijmscherp.

∞ fietsen (za, 18:50)

Dát verandert snel als we weer gaan fietsen. Eentonig de berg op vanaf het meer, bijna 10% helling, bijna 5 km lang. Wat aanvankelijk begint met een aangename roes -frisse benen, weet je nog- wordt uiteindelijk een toestand van half-slaap. Alle urgentie verdwijnt, mede onder invloed van de rozig-makende avondzon. En aan het eind van de klim, bij het CP, met uitzicht over het meer, ploffen we welgeteld 120 seconden neer op een bankje. Maar dan gaat ineens de mentale wekker. We moeten door! De schemer valt, tijd om weer wakker te worden. We liggen niet meer vóór op ons schema. De kaarten zijn kennelijk opnieuw geschud (en we hebben een tikje langer in de heuvels bij het meer lopen spelen).

  1. Zouden we nog wel genoeg tijd over hebben voor de -laatste- bonusetappe?
  2. Het wordt ineens kouder; hebben we wel genoeg kleding bij ons voor de nacht? Ik heb gelukkig nog een ‘kussentje’ achter de hand.
  3. Als het langzamer gaat dan gedacht, hebben we dan wel genoeg licht (lees: accu-lading) voor de oriëntatie etappe, die ik op een aparte batterij loop die niet aan mijn fiets hangt?

Het duurt even voordat ik me realiseer dat de nacht niet langer duurt wanneer wij er langer over doen. De zon draait in tegenstelling tot wijzelf rondjes zonder moe te worden. En hoe later we aan de oriëntatie-etappe beginnen, des te minder stroom we nodig hebben.

(klik voor een grotere kaart)

Maar het wordt nu wel snel donker. Net zo snel als wij de helling af scheuren, flink afgekoeld door de rijwind die het vocht op de bezwete huid laat verdampen. Fantastisch hoe een adelaar een stukje vlak voor ons uit vliegt, schuin boven de fietsen. Wát een vleugels, denken wij over hem; wát een snelheid, denkt hij over ons. Het volgende CP vinden we nog net bij schemerlicht, maar bij het daarop volgende is het toch echt donker. Hoewel het vlak bij een weg ligt, althans, op de kaart, blijkt het 30 meter meter hoger op een rots te zijn gelegen. Maar ook dat blijkt niet te kloppen: we hebben hier een CP met een hoog Woudlopers-gehalte te pakken. We vinden een aanwijzing met een koers en afstand: een projectie. Turend langs het peilkompas doemt een steeds luider gezoem voor ons op, wat uit de richting lijkt te komen van een paar rode en groene lampjes. Die op hun beurt weer op ons af komen: ze zitten vast aan een drone, die ons even komt filmen. Krijgt elk team zijn persoonlijke video naderhand, of zit het camerateam ons toevallig op de hielen? Geen tijd om over na te denken, want we moeten naar het uitgepeilde punt op de andere flank van het dal. De peiling klopt voor geen meter, maar de beschrijving, “Bergmannsbaude”, laat geen twijfel. Deze etappe liggen alle CP’s “iets” hoger dan de weg. Wat een “leuk” thema (haha). Dus ook hier een paar tiental meter trappen op. Even later, weer beneden bij de fiets, zien we dat we die beter meteen mee omhoog hadden kunnen zeulen, want het logische vervolgpad loopt vanaf het Baude verder. En zo klimmen we voor de tweede keer de trappen op.

Later deze etappe zal nog een baas-boven-bazige zendmast volgen, met 20 trappen boven de boomtoppen uit-tronend. In de verte zien we vanaf het topje van de toren (natuurlijk hangt de SI van dit CP niet beneden, wat denk je zelf?) een paar MTB koplampen. Dat moeten wel andere teams zijn. Wie anders fietst hier om 22:45 door de bossen? Maar ze zijn ver genoeg weg om ons niet opgejaagd te laten voelen. Alleen de temperatuur maakt dat we gauw verder gaan, want ondanks een windjack is het fris hier boven. De laatste kilometers naar de start van de kompas-oriëntatie etappe vliegen voorbij; ze gaan dan ook omlaag, en we komen fit aan in TA4.


De zak proviand die we tevoren hebben ingeleverd, en hier kunnen terugkrijgen, naar keuze vóór of na etappe 8, laten we nog even voor wat die is, want anders moet de inhoud te voet mee gedragen worden op het volgende traject. Er zit nog wel genoeg voer in de rugzak en op de fiets voor de komende 16 km rennen. Bovendien is dit het TA met broodjes worst, borrelnoten, chips, tuc’s, pinda’s, koek en bananen. Dus we schranzen een energie-buffer naar binnen, schieten tussendoor een pijl in de roos van een schietschijf (scheelt weer 10 straf-minuten), en vullen de waterzakken. Kompas mee en lopen. Wat kan er mis gaan?

  1. Hier zouden we goed in moeten zijn, dus dat legt wat extra mentale druk. Kunnen we deze extra spanning die op onze schouders rust wel aan? O, o, wat spannend!
  2. De tijd vliegt, de bonus-etappe zit er wellicht niet meer in, maar lukt de oriëntatie etappe überhaupt nog wel helemaal?
  3. Wat doet de kou deze heldere nacht?

Koersen (zo, 0:00)

Bij het tevoren uitstippelen van de routes hebben we al wat voorbereiding gedaan en de kompaskoeren ingetekend, maar kennelijk waren we toen minder scherp dan nu, want het was toen niet opgevallen dat een aantal CP’s volgens hun omschrijving bij hoogspanningsmasten liggen. En die palen staan doorgaans vrij nauwkeurig op 250 meter uit elkaar. Dat maakt het een eitje, ware het niet dat ik telkens een 5° ruimere koers peil dan zou moeten. We zitten telkens te ver “naar rechts”. Da’s niet zo erg in het open veld, waar je de CP’s toch wel ziet liggen vanaf 50 meter afstand dank zij de riante reflectors, maar op weg van CP34 naar naar CP35 blijkt dat funest. Aanvankelijk lopen we er scherp op af, maar omdat het een redelijke jungle wordt halverwege en we een wat begaanbaarder brandgang volgen, komen we té noordelijk uit. We volgen een stroompje, dat op kaart staat, maar zien geen CP. Denkend dat we er al voorbij zijn lopen we maar terug naar het referentiepunt, CP34, en proberen het opnieuw, maar wijken nu met opzet wat te ver naar het noorden af, zodat we zeker weten dat we de beek naar het zuiden moeten volgen. En zo lukt het, zij het met een dik half uur vertraging, het CP te scoren. Achteraf verraadt de GPS track dat we er in eerste instantie vlak bij waren. Dit is nog wel een dingetje om te trainen. En ik dacht nog wel dat we hier bovengemiddeld zouden scoren. Dompertje.

(klik voor een grotere kaart) Je ziet ons dramatisch verkeerd lopen van CP34 naar CP35. Twee pogingen hebben we nodig.

Eerst maar CP37, en dan 36. De streepjes, een spoorlijn, zijn een robuuste stoplijn, dus daar mikken we op. Aan de spoorlijn staat een wachthokje. Met een reflector en een SI-station. Het zal toch niet…? Dat moet wel de shelter / Schutz zijn van CP36. Zou die opdracht dan zo doorzichtig zijn? Dat kan haast niet. Waarom sturen ze ons eerst naar een redelijk lastig punt in een cirkel op de kaart waar niets herkenbaars getekend is, om ons vervolgens via een slingerend pad (de rode stippellijn) naar een juist uiterst herkenbaar punt op de kaart te dirigeren? Bovendien: als je vanaf CP37 terug komt lopen kijk je pal tegen het wachthuisje aan en in de nacht kan je dan de reflector die er aan hangt niet missen. Wie eerst naar CP36 gaat lopen zoeken heeft pech en verliest veel tijd; wie eerst CP37 aandoet wint met twee vingers in de neus de loterij.

TA4, daar waar slaperigen slapen, en hongerigen hongeren -pardon- eten. Je kan er ook schieten, maar dan weer geen everzwijn. Verderop in het dorp wel Spanferkel, trouwens. Maar dan weer niet om deze tijd. Wat moet je met deze info?

Een loterij is het overigens wel bij CP37. We moeten bij een omgevallen boom zijn. En daar ligger er daar meer dan genoeg van. Met iets meer geluk dan wijsheid vinden we de speld in de spreekwoordelijke hooiberg, en kunnen dan als de wiedeweerga terug naar de start, TA4. Het hele stuk rennen we.

Het TA is ineens 10 keer drukker bevolkt dan toen we hier 3½ uur terug waren.

Superkoek

Nog wat eten, en eten, en eten. Pasta, worstjes, nootjes. Alles smaakt even lekker. Omdat we al bijna op ¾ van de wedstrijd zitten, met nog maar 8½ uur te gaan, is inladen van een hoeveelheid eten gelijk aan die van de 1e helft zwaar overdreven. En dan bedoel ik letterlijk zwaar. Dus een hand vol repen blijft achter. Zo zal ik nooit weten hoe de muesli-choco bars van AH smaken, en de choco-sinaasappel repen van Decathlon verliezen het ook van de droge worst en de onovertroffen door m’n dochter zelf gebakken energie-koek.

Autopilot (zo, 3:35)

Meer op de automatische piloot dan iets ander trappen we de uren weg tot het daglicht. Af en toe slaperig, dan weer wakker. Maar vooral murw door de uren en uren zonder slaap en de eindeloosheid. Bosbouwers zijn geen mannen meer met een rood geruite blouse en een bijl over de schouder.

Doorgaan is gewoon een kwestie van niet stoppen

Nee, ook niet met een motorzaag en een baard en een maf hoedje op. Ze zitten in loodzware machines die de bomen uit de grond plukken en ter plekke in planken zagen. Althans, dat vermoed ik. Wat ik wel zeker weet is dat ze knie-diepe bandensporen achterlaten met een vuist-diep profiel van ribbels die door merg en been gaan als je er met je MTB overheen probeert te rijden, tevergeefs proberend de snelheid hoog te houden en niet te vloeken. Dat laatste is niet te vermijden als de kaart niet blijkt te kloppen op een gegeven moment. Maar kan de kaart er wat aan doen als iemand wat extra wegen heeft gezaagd uit deze houtplantage? Zou ik ook doen, gezien de woekerprijzen voor timmerhout bij de bouwmarkt. Het geld groeit hier niet áán de bomen, het zíjn de bomen!

(klik voor een grotere kaart)

Maar enfin, dit geeft de kans weer even de misser met de kompaskoersen daarstraks goed te maken, en onze oriëntatieskills te laten zien, want weldra herpakken we de route en pakken het volgende CP als we rap weten te herleiden waar we staan aan de hand van de hoogtelijnen op de kaart. Wat we niet weten?

  1. Klopt dat CP bij het stationnetje wel? Dat ging te makkelijk. Aan de andere kant: dit is geen WOR.
  2. Wat doet de temperatuur? Zo lang we in beweging blijven gaat het wel goed, of moet ik toch mijn thermo van mijn rugzak lostrekken?
  3. Houden we Klaas Vaak achter ons, of zal de slaap ons overmeesteren, zoals zoveel teams bij TA4, die onder nood-dekens op bankjes tegen elkaar aan lagen te ronken?

De zon komt voor de tweede maal op vandaag. Dat is toch wel een verwarrende ervaring. Gevoel voor tijd is helemaal verdwenen. De herinnering aan de uren op de fiets tot aan de laatste oriëntatie etappe zitten nu meer als een time-lapse video in mijn geheugen: snelle flarden flitsen schichtig voorbij.

Vreten, tot we een ons wegen

Chronologie ontbreekt. We eten tot we een ons wegen, en drinken de bidons lichter. Eindeloos veel bomen zijn de getuigen. Ik vlieg terloops een keertje over de kop als mijn voorwiel in de slappe klei van een dammetje over een greppeltje blijft steken. De kreukelzone van mijn kaarthouder op m’n stuur werkt perfect: de kaart staat nu in een totaal verbogen stand, maar ik heb geen schrammetje. Onverstoorbaar gaan we door. Elk kruispunt gaan we een bocht om. Geen dal of er volgt wel een heuvel. Maar ineens is daar weer een plaatsje. Friedrichsbrunn ligt er verlaten bij. Wie komt hier nu om kwart over zes in de morgen?

Ochtend-O (zo, 6:15)

Het antwoord is duidelijk als we ons bij TA5 melden. Hier zijn nog niet veel teams geweest. Een twintigtal fietsen schat ik, meer niet. Één team is al 5 uur bezig met de volgende etappe, en ze zijn nog niet terug, horen we. Als wij er ook zo lang over doen wordt het krap om op tijd bij de finish aan te komen, laat staan om nog wat van de bonus etappe te kunnen doen. 12:00 is de deadline. We schatten drie kwartier nodig te hebben voor de weg terug naar Thale, naar de finish in het Bergtheater. Dus we hebben nu nog precies 5 uur de tijd voor 30 km oriëntatielopen. Ik grap: da’s een hele Woudlopers Oriëntatie Run. Maar dan in minder tijd, met meer hoogtemeters.

Dit is een kolfje naar mijn hand. Zorgvuldig geplande routes vermijden overbodige hoogtemeters. Één kilometer omlopen staat gelijk aan 100 meter stijgen. Dalen gaat doorgaans wel ongestraft, mits niet te steil; het levert zelfs snelheidswinst. Maar iets zegt me dat we niet op De Oneindige Trap van M.C. Escher lopen, en je netto even veel daalt als stijgt als je eindigt waar je begint: bij de fiets. Dus er zit niets anders op dan hoogte te houden waar het kan. De snelste lijn tussen twee punten is in elk geval qua hoogteprofiel een rechte lijn. Bijna, dan. We doen het goed, punten volgen elkaar snel op. Geen foutje maken we. En toch…

  1. Hebben we genoeg tijd? We hadden al besloten dat 4 van de CP’s van deze etappe wel héél veel hoogtemeters kosten. Maar het heeft geen zin om reguliere CP’s te laten liggen ten gunste van bonus CP’s. Voor de eindscore althans. Maar als die teams voor ons al minstens 5 uur nodig hadden…?
  2. Die bonus, die hoeft niet meer, als we toch niet alle reguliere CP’s hebben. Die kan ook niet meer, gezien de tijd. Dus hierna nog 8 km fietsen, geen 56. Dat vooruitzicht scheelt.
  3. Is 30 km hardlopen überhaupt niet een tikkeltje veel in deze fase van de wedstrijd?

Omdat ik hier weer het kaartlezen voor mijn rekening neem, weet ik me nog veel meer details te herinneren dan van de fietsetappe. Maar laat ik mijn lezers de details besparen. Wil je horen hoe de cafeïne-gel smaakte? Of de muesli-citroen reep? Waar we het over hadden? Dat er een steentje in mijn schoen zat? Dat we al na een paar minuten de windjacks uittrokken, omdat het ineens een stuk warmer was geworden? Dat we al die tijd verder niemand tegen kwamen? Dat één van ons op een gegeven moment letterlijk aan het slaapwandelen was. Maar dat dat na een bijna verticale afdaling om een vallei met een beek over te steken heel snel over was? Nee, dat wil je toch allemaal niet weten? Ik spoel even snel vooruit tot het weer spannend wordt.

»FFWD (zo, 8:45)

Dit is het tijdstip dat ik normaal gesproken op de fiets zit naar m’n werk, en de betere ideeën van de dag ontstaan. Of liever gezegd, de onderbewust gerijpte ideeën van de nacht een weg naar het oppervlak van het bewustzijn vinden. Zo ook nu. We beginnen aldus te rekenen: nog 2:30 te gaan, per CP hebben we telkens 30 minuten gelopen, en we moeten er nog 3, en dan terug naar het TA. Dat laat nog wat ruimte. Als we nou toch nog één van die punten die we in eerste instantie lieten liggen omdat die buitensporig veel extra hoogtemeters kosten zouden meepakken, dan zou dat nét passen. Mits we het tempo opvoeren. Maar als het nou niet lukt, dan komen we te laat aan. Elke 10 minuten na 12:00, te beginnen bij 12:01, kost ons een CP. Dus als we het niet halen is deze exercitie voor niets, en als het tegenzit en we komen pas om 12:11 binnen, dan zijn we zelfs duurder uit. Het is een gok. Maar wel een verstandige gok. En een spannende! Niet geschoten, altijd mis. We besluiten de beslissing nog eventjes uit te stellen tot CP50: daar zullen we kiezen of we eerst langs CP48 gaan, of direct via CP49 n CP51 naar het TA.

(klik voor een grotere kaart) CP45 t/m CP47 liggen niet vér uit elkaar, maar je struikelt er over al die onhandige hoogtelijnen, waardoor het effectief zo’n vier kilometer langer is dan het lijkt in vogelvlucht.

Cool plan! Ineens is alle slaap verdwenen. Ineens is er geen cafeïne meer nodig. Ineens is er een bak energie aangeboord en trekken we alle registers open. We rennen weer omhoog, steken dwars door het groen naar CP50, en hebben maar een paar tellen nodig om definitief te besluiten: We doen het!

In looppas spurten we naar het noorden. Ineens zijn daar ook weer andere teams. Ze komen uit alle richtingen. We negeren ze. Wij hebben ons eigen plan. Dat het pad langs een rivier omlaag loopt benoem ik maar even niet. Die daling moeten we ook weer klimmen. Ik weet dat Patrick iets minder achter de beslissing staat om CP48 mee te nemen dan ik. En ik houd mezelf voor dat we wel binnen het half uur op de top bij CP48 staan, hoewel méér meters dalen en stijgen niet in het plan zat. Alles zetten we op alles, om er snel te komen, en inderdaad, na 25 minuten is het CP gevonden. Even lang doen we over CP49. Maar CP51 ligt weer op een topje.

Nog één laatste klim, nu met overal andere teams om ons heen. Het is met alle verzuurde spieren bijna niet te doen om over de immense keien rond de top te klauteren, op zoek naar de SI-unit bij dit CP. Dit is zonder twijfel het best verstopte punt van de hele race. Maar Patrick ziet hem hangen, en dan is het klaar. Dit voelt al als finishen, en we hebben nog anderhalf uur de tijd.

Toch willen we geen tijd verliezen. Het leuke van dit soort races is dat je geen idee hebt wie op dat moment je tegenstanders zijn, en hoe die er voor staan. Al die andere teams die hier rondzwermen hebben misschien wel meer of minder punten gevonden. De enige invloed die je er op hebt is zelf zo snel mogelijk te gaan. En hoe pittig dat ook lijkt na ruim 30 uur non-stop sporten, het is een betrekkelijk simpele opdracht. Simpel is goed. Niets doet nu nog pijn.

Eindsprint (zo, 10:45)

(klik voor een grotere kaart)

Terug bij het TA. Snel op de fiets. Andere kant op dan de andere teams. Wij hebben een slimmere route gevonden, die alleen maar omlaag gaat. Laat hen maar de kortere weg fietsen, bergop. Wij rutschen omlaag. Ehhh… waarom gaat ons pad omhoog? Dat was niet de afspraak.

Blijkt dat hoogtelijnen lezen soms net wat te veel gevraagd is na 31 uur. Met de fiets aan de hand akkeren we voor de laatste keer een helling op. Ploeteren. En doorgaan. Maar niet veel later gaan we alweer naar beneden: wat een snelheid! Een laatste heuveltje over naar de Hexentanzplatz, brullend van de inspanning trappen we het asfalt onder onze wielen vandaan. Maar wat zou het, we zijn er! Fiets laten vallen, het theater in rennen, SI voor het laatst inleggen, en uitlezen.
Spierpijn komt later wel, nu kunnen we nog trap-af lopen, naar het podium in de diepte. Daar staat organisator Winfried weer, om ons eigenhandig een medaille om te hangen. Het is gelukt! On-voor-stel-baar. (zondagmorgen 11:17)

Dan doet alles pijn. Alle spieren tegelijk. Vooral bij het oprapen van de fiets, bukken om veters los te maken, opstaan van een bankje. Maar ja, we zijn dan ook alweer een uur verder, wanneer het vochttekort is aangevuld met ein großes Weißbier, en daarbij een Pommes met ein bisschen zu viel mayo. Verdiend, zou ik zeggen. Dan komen die gedachten weer, dat denken dat nooit stopt:

  1. Zouden we nou nog meer punten hebben kunnen scoren in die laatste 45 minuten?
  2. Hebben we die laatste afdaling nou wel of niet goed gekozen?
  3. Was dit het nu? Het zal toch niet waar zijn dat ik dit ooit nog een keer wil doen? Aiaiai…

Denken aan van alles, voldaan, trots, dat het best mee viel (haha), bier, dat je onderweg herstelt, dat we geen grote problemen hebben gehad, geen blessures, aan sportdrank, eindeloos veel energy bars, en of er nou een vals CP hing bij het stationnetje, stromende bergbeekjes, gevulde koeken, lammetjes, blauwe zwaailichten, de hele mikmak door elkaar. De laatste gedachte is dat de zon in mijn gezicht brandt, en dan realiseer ik me dat we inmiddels met het campertje bij het honk staan waar de prijsuitreiking weldra plaatsvindt, in het zonnetje, en dat we zomaar 2 uur geslapen hebben. De eerste sinds vrijdagmorgen! Over een kwartier is er eten. Ik krijg niet genoeg van eten, permanent honger dit event. Gretig schept iedereen zijn bord vol, vooral vlees. En dan is het zo ver, de prijsuitreiking.

De verrassing van de race

Winfried is geen man van weinig woorden als er veel mensen luisteren. Maar ja, een race van 32 uur sluit je niet in een halve minuut af met een snel prijsuitreikinkje. Als het onderdeel Pro-2, onze categorie, aan de buurt is gaat er een schok door me heen als er “31 uur 17” genoemd wordt. Waren wij niet om 11:17 binnen gekomen? Dat kan niet waar zijn. Dat is het wel. Als door een bij gestoken springen we op (waar die kracht ineens vandaan komt?) en lopen naar het podium. Een bronzen medaille, wie had dat gedacht? Vol ongeloof geniet ik er van. Direct achter het andere team Dutch Adventure geëindigd. We zijn ze nog een rol boeklon schuldig. Die was het waard!

Graag zou ik nog uren in het zonnetje hier bier drinken om het te vieren. Maar de allerallerallerlaatste etappe is een zware, misschien we de zwaarste van allemaal: nog zes uur naar huis rijden. Nu maar hopen dat Patrick me niet onderweg vraagt voor een 72-uurs wedstrijd, want dit is niet het moment dat ik daar weerstand tegen kan bieden…

Epiloog

Doe ik dit nog een keer? Vast. Volgende week? Nee! Het is slopend. Bij een kort oriëntatieloopje de woensdag er na haken de benen eerder af dan normaal. De eerste dagen van de week heb ik wel zin, maar geen fut om dit verhaal te schrijven. Maar tegelijkertijd: het idee dat we dit volbracht hebben, dat je 32 uur kan top-sporten, dat het lichaam een gigantische veerkracht heeft, dat geeft een enorm zelfvertrouwen, en denken aan ons onvoorstelbare resultaat geeft een enorme energie. Deze unieke ervaring is de moeite meer dan waard.

Ik kan het niet laten nog even naar etappe 1 te kijken. En wat blijkt? Onze volgorde was niet langer dan het alternatief, dus daar was achteraf niets mis mee.

Probeer zelf maar eens de kortste route vanaf de start langs (1), (2), (3) en (4), en terug naar start te bepalen.

En zodra de volledige uitslag op de site van The hARz staat kan je ook nog een analyse van de resultaten, teams, CP’s, en etappes verwachten. Maar op dit moment vind ik dat ik wel genoeg geschreven heb. Het moet natuurlijk niet langer duren dan de race zelf…

Wil je op de hoogte blijven van updates? Laat dan hier rechts even je email adres achter, en je krijgt mail als ik iets nieuws schrijf.

de Posbankloop: veel succes!

Winnen is makkelijker dan meedoen

Al Jaren wilde ik een keer meedoen aan de Posbankloop (de oriëntatieloop, niet het rondje achter elkaar aan hollen met dezelfde naam later in het jaar). Maar telkens paste het niet in de agenda’s. Nu ook niet helemaal, met een week werk in San Jose (CA) voor de boeg, maar met wat wrikken viel het tussen de andere weekendprogrammaonderdelen te wurmen. Eindelijk…

Wat maakt de Posbankoriëntatieloop dan zo interessant, vraag je je af? Het is een van de weinige wedstrijden op Nederlandse bodem met significant reliëf. Niet van die heuveltjes die leuk zijn om je op te oriënteren, maar echte kuitenbijters die je dwingen goed op de kaart te kijken bij het kiezen van de slimste route, om niet zozeer kilometers, maar vooral hoogtemeters uit te sparen. Met zoveel stijg- en daalbewegingen leent dit zich vervolgens uitsteken voor een analyse van hoe ik liep, en of het beter had gekund. Want op zich was het weliswaar goed genoeg (ik won de wedstrijd), maar na het lezen van dit schrijven weten alle tegenstanders de volgende keer ook hoe het moet.

Het begon met het bekijken van een oude kaart van het gebied. Ik was hier nog nooit geweest, maar digitaal kan je je alvast voorbereiden door de kaarten van eerdere wedstrijden te bekijken, maar ook bijvoorbeeld door eens een ANH2 reliëfkaart op te zoeken, om een idee te krijgen van de topologie. Zo viel me op dat de Posbank in feite een soort half weggespoelde zandflank is, met een typische boom-structuur van geulen die van boven naar beneden lopen, en zich telkens samenvoegen tot bredere en diepere geulen. Deze kennis helpt wel om het hoogtelijnen patroon vorm te geven in je hoofd.

Bij de Posbank loop is het niet toegestaan van de paden af te gaan, omdat ze door Nationaal Park Veluwezoom heen loopt. Dat betekent dat je doorgaans maar een beperkt aantal routekeuzes hebt. De kortste is meestal wel snel te identificeren, maar het is dan de vraag of dat ook de snelste is. Loopt een route die misschien iets langer is over de hele lengte geleidelijk omhoog, maar gaat de kortere eerst omlaag, en daarna noodgedwongen verder omhoog, dan is dat niet altijd sneller. Omhoog loopt iets langzamer dan vlak, en omlaag loopt weliswaar weer iets sneller, maar niet zoveel dat het elkaar opheft. En als het afdalen te steil gaat, wordt het zelfs weer langzamer dan vlak vooruit.

Laten we eens inzoomen op een paar interessante keuzes. Nou ja, eigenlijk op alle benen waar wat te kiezen viel, want veel waren keuzevrij, dat wil zeggen, er was daar, met het gegeven dat je niet van de paden af mocht, maar 1 reële mogelijkheid.

Maar het begon al meteen goed. Tijdens de route naar post 1 had ik mooi de tijd om wat vooruit te werken, zodat ik tot post 5 min of meer in mijn hoofd had zitten wat ik ging doen, voor ik goed en wel van de verharde weg af was. En van 1 naar 2 waren er meerdere opties.

Het lijkt soms visueel bedrog, als je iets voorbij een post moet lopen om er te komen, terwijl een andere route weliswaar meer slingert, maar wel in de buurt van de post in sterkere mate in de richting van de paarse lijn loopt (de lijn tussen de cirkels 1 en 2 in dit geval): dan lijkt de route die meer in de richting van de post ook daar aankomt korter. maar met de rechter optie op het kaartje hier naast leek het alsof ik wat meer zou moeten stijgen en dalen bij de zigzag in het pad, maar achteraf zie ik dat ik juist een flinke klim had op het eind die de alternatieve route niet had. Het verschil in afstand echter was 54 meter, in mijn voordeel, en dat maakt die 6 meter extra klimmen meer dan goed.


Door met been 5-6. Ik besloot om de rechter route te volgen omdat die minder hoogtemeters leek te maken. Als was het best lastig om te bepalen (zonder de tijd te nemen om stil te staan en eens goed naar de kaart te kijken om lijntjes te tellen). Het leek in elk geval een simpeler route, met minder keuzes (en potentiele fouten). Niets bleek minder waar, want toen ik het pad naar links pakte bleek dat toch sterker te stijgen dan ik dacht, en ook liet nadat ik weer rechtsaf was geslagen, het volgende pad aan mijn rechterkant wel erg lang op zich wachten. Achteraf zie ik dat ik een -best duidelijk- pad heb gevolgd dat niet op de kaart stond; geen vee-pad in elk geval.

Als je nu het hoogteprofiel analyseert lijkt het er op dat de blauwe route een stuk minder stijgt. Maar hij daalt toch ook wel een flink stuk. Rekenend kom ik op 2 meter minder klim en 4 hoogtemeters minder. En de afstand? Ik had 16 meter uitgespaard. Daar win je geen wedstrijd mee.

Als je op dezelfde punten vertrekt en aankomt, is het aantal extra hoogtemeters altijd het dubbele van de extra klim in meters. Toeval blijkt logisch.

Dan 6 naar 7: de noordelijke route lijkt in eerste instantie korter. En dat is die ook. De 16 meter die ik net uitspaarde liep ik hier dan weer langer. maar daar staan 8 meter minder klimmen tegenover. Dat is wel 16 meter omlopen waard, denk ik.

Vanaf post 9 liep Dirk Goossens vlak achter mij aan. Ik probeerde hem van me af te schudden, maar zoals zo vaak, is het, als de ander geen fouten maakt, een voordeel om iemand te volgen, met oriënteren. Tot we onderweg van 11 naar 12 een fout maakten. Ik liep voorop, maar vlak voor post 12 zag ik een pad dat van links de helling af kwam, en naar rechts weer op liep.

Tot nu toe klopten alle paden op de kaart uitstekend; nergens ontbrak wat of liep wat te veel (hoewel, was ik dat pad tussen 5 en 6 alweer vergeten?) dus ging ik er van uit dat hier 12 zou moeten staan. Er was wel een kuiltje (zoals er moest liggen volgens de postomschrijving) in deze hoek, maar dat was wel een erg minimale, en een symbool op de postomschrijving moet ook altijd op de kaart staan, anders mag deze niet gebruikt worden. Dus ik had beter kunnen weten, maar omdat Dirk even later ook liep te zoeken op deze kruising, gaf ik het niet te snel op. Anderhalve minuut kostte deze vergissing me.

Maar was dit ook de kortste route, of had ik beter het meer zuidelijk gelegen pad kunnen kiezen? Het antwoord luidt overduidelijk: neen, driewerf neen! Dat andere pad was 69 meter om, en bovendien zou ik weer 8 meter hebben moeten klimmen in plaats van monotoon naar de post te dalen. Daar staat wel tegenover dat ik in anderhalve minuut wel 150 meter om had kunnen lopen, als ik daardoor niet op de verkeerde plek naar een post had lopen zoeken. Maar ja, achteraf valt de appel altijd minder ver van de boom.

Conclusie: ik heb lekker gelopen, en best aardige keuzes gemaakt. En in dit schitterende terrein was het een feestje om te mogen oriënteren. En het mooiste van alles? Napraten in het huiskamer CC bij Dirk Zwikker, met een door Sadie zelf gebakken plak energy-kruidkoek. Wat een onvergetelijk evenement!

 

 

 

Rap door donker Ravenstein

Een klein stadssprintje door het vestingstadje Ravenstein: zo opende de Interland 2018 met een prachtig visitekaartje voor een internationaal publiek. Over gladde kasseien, langs een molen, een kinderopvang, langs grachtjes, een kasteeltje, hofjes, en stadswallen. Kortom, een typisch Hollands tafereeltje.

Voor een één-op-drieduizend kaartje waren de doorgangetjes en vooral de niet-doorgangetjes toch nog behoorlijk pietepeuterig, en ik heb dan ook dikwijls een onpasseerbaar steegje over het hoofd gezien. Nou ja, ik bedoel: aangezien voor een passeerbare doorgang. Op dit moment van schrijven zijn de uitslagen nog niet online, dus het kan nog relatief meevallen, maar ik denk dat ik toch wel wat kostbare seconden heb verloren door niet de kortste route te pakken. Laten we eens kijken:

 

Maar dit is de kaart, zonder mijn route er op. Met route kan je hem hier vinden, in mijn Quickroute archief. En dan vallen wat dingen op. Op de site http://3drerun.worldofo.com/2d/courseplanning.php kan je mooi vergelijke wat de lengte van de verschillende varianten was geweest. Dat zullen we dus een doen.

Naar post 1 liep ik niet verkeerd (linksom). Maar met hooguit 15 m verschil was lang nadenken geen optie. Al was denk ik de route rechtsom wellicht toch een fractie sneller omdat er minder bochten en aandachtspunten in zaten.


Van 3 naar 4 verspeelde ik bijna 100 m door eerst rechtsom te gaan (paarse route), dan tussen de gebouwen (in het midden) door te willen via de route van 296 m, maar te ontdekken dat dat niet kon, en toen maar linksom verder te lopen over de groene route van 355 m. Direct rechtsom was maar 293 m geweest (dus sneller dan mijn oorspronkelijke tussendoor variant, maar helemaal het kortst was direct linksom over het gras, met 355 m. Toch apart, hoe ik zo’n groot verschil in eerste instantie helemaal gemist had. Dat is dan toch de aantrekkingskracht van de rode lijn op de kaart, waar ik [eerder over schreef] in 2018.


Van 4 naar 5, linksom of rechtsom, het maakt niets uit.

Maar van 5 naar 6 was rechtsom, buiten de grachten langs, dik 20 m korter. Bijna de moeite waard, maar ook niet heel relevant.


Van 6 naar 7 waren er twee denkbare varianten, maar ook hier was het verschil niet groot. En naar 8 en 9, op zich geen kort been met wel wat aandachtspuntjes, al helemaal niet; daar was maar één optie.

Van 9 naar 10 waren er weer keuzes te maken. Al lang de (groene) route linksom het meest voor de hand. En die nam ik ook.

Maar van 10 naar 11 en naar 12 was het weer recht-toe-recht-aan, de weg volgen. Geen varianten.


Van 12 naar 13 kon je nog even twijfelen wat korter was. Linksom was een fractie korter, maar je moest wel een trappetje af. Ook daar viel niet veel winst te behalen.


Al met al was het een leuk loopje. Maar het aantal keuzes was toch wel wat beperkt. Eigenlijk was alleen het been 3-4 echt interessant, en dan misschien vooral omdat ik daar zo de mist in ging. Bij de andere benen waar wat te kiezen viel was ofwel de meest evidente route duidelijk korter dan het alternatief, ofwel maakte het maar 15-20 m uit. Nou was 13 keer 20 meter ook 260 meter, en dus ongeveer een minuut op het totaal. En ik heb wel eens met minder dan een vijfde daar van een NK Sprint verloren.

Ik kon er in elk geval geen genoeg van krijgen, en ben ondanks de regen nog voor een tweede ronde gegaan. Er waren nog kaarten van omloop 3 over, en die scheen wat anders te zijn dan 2, die erg op 1 zou lijken, dus plakte ik er nog een 2,2 km (in vogelvlucht) aan vast.