Monthly Archives: April 2012

Met magnetisch kompas naar Polen

Naar noord- of zuid-Polen, vraag je je af? Naar midden Polen gaat de reis; naar Poznan om precies te zijn. Als een van de de twee teams van finalisten mogen we de laatste ronde in Poznan zelf spelen: http://codebreakers.eu/.

Ik heb nog gekeken of daar toevallig de komende dagen een O-loop gehouden wordt, maar helaas. Het blijft bij Geocaches loggen, voor zover er gezocht gaat worden. En codes kraken, de reden waarvoor we naar Polen gaan. Maar ik neem voor de zekerheid toch maar mijn kompas mee.

Ook belangrijk (als je een stuk gelopen hebt bijvoorbeeld): het recept voor Keiserschmarrn

Ik heb er even naar moeten zoeken, maar ik heb het teruggevonden: Het goddelijke recept voor Keiserschmarrn (misschien wel als zodanig ervaren omdat bij -15 op in een berghut na op één dag twee topjes opgeklauterd te zijn met toerski’s aan), dat we op 2445 meter kregen van een Helga in de keuken van de Wiesbadener Hütte. Het is in het Duitsch, maar zo hoort dat ook denk ik bij dit gerecht.

  • Butter (1/2 voll Pfanne)
  • 2 Eier
  • 4 El. Mehl
  • Milch
  • Teig nicht zu dick u. nicht zu dünn.
  • Teig in heisses Fett geben
  • Wenn fest ist, umdrehen.
  • Mit Zucker bestreuen 2-3 El, und in grosse Stü schneiden.
  • 2-3 min Min. noch im Fett lassen.
  • Pfanne mo Deckel.

Kan het niet allemaal ontcijferen, maar ik denk dat het er op neer komt dat je wat dikker pannekoekenbeslag maakt, en vooral veel, heel veel boter gebruikt, en de suiker mee laat bakken, zodat het wat karamellig wordt. Met dank aan Heemsch die Helga aan heeft durven spreken of anderszins het recept heeft weten te ontfutselen.

Echter, als ik op internet zoek vind ik toch een wat ander recept. De eieren worden gesplits, en de eiwitten worden lost van de rest van het deeg/beslag stijf geklutst, en tenslotte pas met de rest gemengd. Ook zie ik vaak gewelde rozijnen terugkomen (al dan niet in rum). Maar het toevoegen van de suiker als de rest al gebakken is, waardoor het aan de buitenkant zit en karameliseert, vind ik toch wel uniek, en volgens mij erg lekker. We gaan het vanavond proberen.

Aangepast recept

Ik ben wat gaan experimenteren met de ingrediënten. Uiteindelijk ben ik uitgekomen op onderstaande hoeveelheden:

  • 1/2 liter melk
  • 4 eierdooiers (gesplits)
  • 250 gram bloem
  • 1 eeltlepel suiker
  • 1 hand vol gewelde rozijnen
  • 1 theelepel custardpoeder

Dit met de mixer gemengd. Vervolgens heb ik

  • 4 eiwitten

stijf geklopt en tenslotte door de rest van het beslag gespateld. In een pan met

  • voldoende hete boter

heb ik een laag van ongeveer 1 cm dik beslag in 3 minuten gebakken op matig vuur. Bovenop was het nog vloeibaar. Dit omgekeerd (gaat stuk, wordt knoeien, maar dat is niet erg), nog 3 minuten bakken, en vervolgens in ruwe stukken gescheurd. Toen

  • klontje boter, en
  • 2 eetlepels suiker

toegevoegd, en op hoog vuur, onder voortdurend schudden en spatelen, de suiker laten karameliseren. Maar doe dit kort en snel, anders worden de stukken deeg droog en te hard.

De eerste Schmarr werd beter dan de laatste; de laatste heb ik wat te lang(zaam) gebakken en was wat droger en harder. Het lekkerst zijn ze als ze van binnen nog wat zacht aanvoelen.

KOVZ training april 2012: Zelf de kaart tekenen

Zoals elke maand, tegenwoordig, was er ook nu weer een KOVZ training. En ik heb in de Bossen rond Joe Mann zeker wat geleerd vandaag.

We zijn zelf een kaart gaan tekenen en lopen. Althans, Peter had een kaart gemaakt, gewoon, zoals een normale O-kaart er uit ziet, met een omloop met 18 posten er op, maar die kregen we niet mee. Wel kregen we een A4-tje calque papier en een potlood, en zoveel tijd als we nodig dachten te hebben om de kaart over te tekenen.

En met die zelf-getekende kaart zijn we gaan lopen. Dat was het idee. Een kaart met minimale, en niet altijd even duidelijke en correcte details er op. Want je voelt de tijd dringen tijdens het overtekenen.

Dit was de kaart die we te zien kregen. Gelukkig lagen de posten nog op redelijk overzichtelijke plekken. Bij het overtrekken komt het vanzelf wel goed met de schaal, maar als je moet oriënteren op reliëf in plaats van paden, greppels en cultuurgrenzen wordt het toch lastiger om de juiste details over te nemen. Je ziet dat ik mijn eigen legenda ben gaan bedenken: donker bos werd gestreept, open terrein kreeg een

En dat is juist de kunst: laat weg wat je niet nodig hebt (of denkt te hebben) en teken alleen wat relevant is. Maar daarin zit, met weliswaar het risico dat je, als je verdwaalt bent, ook geen herkenningspunten meer hebt buiten de route, ook de kracht: grof- en fijn orienteren gebeurt als vanzelf, op basis van de routekeuze die je bewust of onbewust tijdens het tekenen van de kaart al hebt gemaakt.

En dit was wat ik belangrijk vond, en waarmee ik dacht alle posten wel te kunnen vinden. Op een paar plaatsen had ik al het aantal dubbele passen er bij gezet. Dat was tijdens het lopen wel prettig, maar of het netto tijd opleverde weet ik niet. Meten tijdens het lopen kan ook en kost over het geheel minder tijd.

Ik had dan ook vooral de paden getekend waar ik over ging lopen, met her en der een kortstukje zijweg om aan te geven dat ik een kruising moest nemen of juist passeren. En pas bij de post had ik detail als greppels, cultuurgrenzen, bos-type en relief ingetekend. Dat werkte best goed, en gaf tegelijkertijd op de lange stukken verder van de posten vandaan meer rust, want er was toch niets bijzonders om op te letten.

Wel heb ik meer dan anders passen lopen tellen, omdat er weinig andere betrouwbare details op mijn vereenvoudigde kaart stonden om de afstand te schatten. Doordat ik vooral routes over paden had gekozen kwam dat bijzonder goed uit, en klopte mijn pas-afstand behoorlijk goed.

En, omdat ik net zo goed meteen de optimale routekeuzes kon maken tijdens het tekenen, had ik op de kaart de post-cirkels al verbonden door lijnen over mijn geplande route in plaats van vogelvlucht-lijnen. Ook dat maakte het lopen in het veld een stuk makkelijker.

Daar staat tegenover dat ik wel behoorlijk laat vertrok, een aantal minuten na Roland en Olaf. Maar, of het kwam omdat ik de verkeerde post 2 heb gespot, ik was op wonderbaarlijke wijze als eerste terug bij de parkeerplaats. Kennelijk had deze tactiek gewerkt.

Post 2 gemist? Ja, voor het allereerst in mijn O-geschiedenis (van 442 dagen op de kop af), heb ik een verkeerde post geklokt. Nummer 2. In de vooronderstelling dat het wel een fout van mijzelf bij het overnemen van de kaart was, zag ik een post, en prikte hem. Dat hij aan de verkeerde kant van het pad lag, veel te dicht na de kruising kwam, en het veel verder naar de volgende kruising was dan op de kaart, deed er niet meer toe. Iets in mijn rekende er niet op dat er een nog meer posten zouden hangen dan die van onze omloop. Even niet op de alternatieve route van Nellie gerekend. Het blijft intrigerend om te zien hoe de perceptie van het brein met inconsistente informatie omgaat.

Een vergelijking tussen de getekende kaart en mijn gelopen route kan je hier, in mijn Doma Archief vinden. Je ziet dat ik niet overal de getekende paden heb gevolgd. Her en der bleek het bos zo open dat het zonde was niet door te steken. En ook omdat ik zo nu en dan het pad aan de andere kant van het perceel al kon zien, zodat ik vrij zeker was niet te verdwalen. Maar in dat opzicht kon ik een kortere route kiezen, over het algemeen, dan ik nu deed. Ik speelde vrij veel op zeker, en de volgende keer kan ik wat meer risico nemen, blijkt.

Maar juist daarom ben ik erg benieuwd naar de andere kaarten, of het daar ook mee was gelukt. Of dat het overtekenen zo persoonlijk is dat dat alleen met een eigen kaart lukt.

| kaart | JG | Olaf | Roland | Ralph | Nelly | (klik op de namen om de betreffende kaart aan/uit te zetten)

Confronterend nadeel van een camera op je hoofd…

Dat is natuurlijk pijnlijk: zien dat je iets wel gezien hebt maar niet gekeken (als in: gehoord maar niet geluisterd). Het is me overkomen. Ik wist niet wat ik zag toen ik laatst mijn headcam video van 19 januari, op de kaart Pijnven noord, aan het bekijken was. Ik herinner me dat ik daar bij post 2 hopeloos lang heb lopen zoeken. Ik was niet verdwaald, ik wist precies waar ik was, maar ik zag de wit-oranje postzak niet. En dan ga je zoeken, want misschien staat hij verkeerd. Of zit ik er zelf net naast. Wel een minuut of 3:20 heb ik rondjes gelopen. Je kan het op de kaart goed zien: Quickroute. Ik kwam van uit het oosten aanlopen, sneed een stukje af, en zo te zien, vlak voordat ik bij de post was, draaide ik naar links. Om dan te gaan rondfladderen. En uiteindelijk, nadat vanuit de tegenovergestelde richting naar de post was gelopen, zag ik de vlag. Tot zo ver het acceptabele stuk van het verhaal.

Maar kijk nu eens naar het onderstaande fragment:

Ik loop op de post af, in mijn ooghoek is hij even zichtbaar, rechts in beeld, wanneer het filmpje even stop, en ik loop er stomweg voorbij! Wat een blunder! Een beetje Sven Kramer die op de Olympische Spelen van 2010 de verkeerde baan nam. Alleen dan zonder coach die ik de schuld kan geven.En weer was het de camera die het pijnlijk hard vastlegde.

Dus nu dient de vraag zich aan: film ik de volgende keer weer, of laat ik het hier bij? Nou ja, de rest maakt het toch wel de moeite waard om terug te kijken.

De Bulten van Vierveld

Pittig, zo’n berg. Dat ben ik niet gewend. Af en toe een zandhoop, dat ken ik wel, maar dit was andere koek. Maar daarom niet minder leuk!

Bovendien heb ik naar eigen zeggen en in alle bescheidenheid fantastisch gelopen. Slechts 1’35” achter de nummer vier, en daarmee 7e, en 12’57” achter de nummer 1. Da’s niet verkeerd, op een totaal van 66’58”. Maar ik heb dan ook geen noemenswaardige fouten gemaakt, behalve dat ik dacht dat over de top van de berg sneller was dan er omheen, onderweg van 15 naar 16.

Wel een hoop werk, zo’n orienteringsloop. Het begint natuurlijk bij de kalender, waar je een wedstrijd in de buurt uitzoekt, vervolgens een carpool-afspraak maken, kijken of er nog geocaches onderweg of in de buurt liggen, spullen pakken, GPS-en opladen, nieuwe schaalverdeling op mijn duimkompas plakken (1:10000 volgens de website, maar het was 1 april, dus bij de start bleek ik 1:7500 te moeten hebben; puntje jammer), route plannen, kijken of er omleidingen zijn (of niet), en vroeg opstaan. Vervolgens naar de start rijden, inschrijven, een euro op zak steken voor toegang tot het domein, postomschrijving meenemen, verkleden, hartslagband om doen, trui uittrekken (geniaal, Hans, anders was het veel te heet geweest), en camera op mijn hoofd zetten.

Klaar? Bijna. Eerst naar de start lopen, stukje warmdraaien, GPS-logger resetten, wachten tot de start vrij is, kaart pakken, camera starten, GPS starten, EMIT inleggen, en gaan.

Waarom is de start (het driehoekje op de kaart) altijd een eindje voorbij de eerste EMIT die de tijd registreert? En staat er op dat punt weer geen EMIT?

Waar heen? Dat staat op de kaart. Maar het is altijd even zoeken waar ik ben, en wat waar is. Telkens vraag ik me weer af waarom de start niet de start is, maar het een x-aantal meters lopen is naar het driehoekje op de kaart, terwijl daar geen EMIT-control staat. Gevoel voor de schaal krijgen is ook zo iets. En het terrein? Is het droog of zacht? Is zand mul of zijn paden in het voordeel? Woekert hier braam, brandnetel of prikkeldraad?

Veel meer hoef je tijdens de wedstrijd zelf niet te doen, behalve zo hard mogelijk gaan over de snelste route. En direct de posten vinden. En niet vallen, geen attributen verliezen, geen takken in je oog krijgen, geen fouten maken, goed risico’s inschatten, en genieten van de natuur die op volle snelheid aan je voorbijtrekt.

Tot je aan de finish komt. Even nog een eindsprint met Hans er uit persen, en dan uithijgen, GPS-horloge stoppen, camera uitzetten, teruglopen, EMIT uit laten lezen, uitslagen bekijken, biertje kopen, douchen en verkleden, nog een trappist, napraten, routes vergelijken, vrienden maken, leren. En passant een paar schoenen kopen bij A3, en een achteruitkijkspiegel-O-post-zak.

Thuis pak je je tas uit, gooit je spullen in de was, opent de Splitsbrowser pagina van het event, slaat de .csv file op voor later, copieert de regel met splits, leest je GPS uit met TraingCenter of GPSbabel, combineert met een Matlab scriptje de .tcx of .gpx file met de splits-regel zodat de tussentijden er in komen te staan, scant de kaart, combineert beide in Quickroute, calibreert de kaart, speelt wat met de instellingen, uploadt het resultaat naar je DOMA-server, laad de GPS-en op voor de volgende keer, sluit je camera aan, zet de .mov files op je PC, exporteert de route-gegevens uit Quickroute, past de RGMapVideo .ini files aan, synchroniseert de GPS- en film starttijden, start de conversie, en wacht 1 dag tot het resultaat af is. Intussen haal je die ene teek uit je lijf die mee is gelift, zet tijd, afstand, en hartslag op Attackpoint, en drinkt nog wat om de vochtbalans te herstellen. Maar daarna heb je ook wat:

En nog een dag later ben je er achter hoe je het filmpje, èn het geluid, op 4x de snelheid kan afspelen zodat het nog leuk te bekijken is.

Leermomenten

Ook vandaag heb ik weer het een en ander geleerd, ondanks dat, of misschien juist omdat, het behoorlijk goed ging.

  • Op hoogtelijnen letten: de punten waar ik veel tijd verloor waren dit keer niet bij het zoeken naar posten, maar op het gebruik van de hoogteverschillen onderweg. Beter op de kaart kijken kost tijd, maar verdient zich terug als ik had gezien dat van 16 naar 17 een pad weliswaar om leek, maar op dezelfde hoogte als de post uitkwam. Of op weg naar 16 had een ommetje om de top me hoogtemeters en steile flanken gescheeld. Om op de kaart, maar sneller in tijd. En op weg naar 15 had ik beter in het bos, maar op hoogte kunnen blijven, dan omhoog lopen naar het pad, en weer dalen naar de post. Of op weg van 5 naar 6 had de helling me direct naar de post kunnen leiden. Opletten dus! Maar goed, dit was mijn eerst loop met echt reliëf.
  • Niet laten afleiden door het moois in de natuur, maar focus op de route en het terrein.
  • Laat je opjutten door andere lopers, dat houdt de vaart er in. Maar alleen als je zeker weet dat je goed loopt.
  • Goed schoeisel kan helpen, zeker op heuvels als deze.
  • Conditie blijft belangrijk, vooral aan het eind, en bergop. Hoe train je dat in Eindhoven? Gebouw 8 op-en-neer?
  • Wat is mijn stijgsnelheid? Kan ik beter slalommen bergop (en af?!) of is de kortste route de snelste? Er zal wel een omslagpunt zijn (zo las ik ooit in the Scientific Journal of Orienteering).
  • Blijf vooruit lezen. Deed ik dit keer meestal wel, maar het moet gewoon routine worden.
  • Waarom staan de controls altijd andersom met hoe ik met mijn EMIT aan kom lopen? Anders vastpakken?
  • Prikkeldraad kan je overheen of onderdoor, als dat mag van de kaart. Dus niet te lang over nadenken, gewoon gaan.
  • Zorg dat als je een camera draagt, die goed zit en niet constant rammelt. Dat geeft zo’n onrustig beeld achteraf.
  • Een specifieke schaalverdeling op het kompas is leuk, maar dan moet de schaal wel kloppen. Een in-‘t-veld-verwisselbare-schaal zou idealer zijn. Maar mijn superlijm-op-duim-schaal op mijn andere hand bewees des te meer diensten.

Toch ben ik dik tevreden. Op naar de volgende O-loop!