Category Archives: Uncategorized

Volgens het boekje: MWR’20

Perfect

2020: een Chickenpower Midwinterrun volgens het boekje. Alle CP’s hingen op de juiste plek, alles klopte, het zat perfect in elkaar. Of hadden wij onze dag, en liep het gewoon gesmeerd? Liepen wij gesmeerd? Ik kan niet zeggen dat we als team geen ervaring hebben. Na de laatste paar Midwinterruns zou het eigenlijk wel gek zijn als we niet zouden winnen. Alhoewel… Ik schrijf nu al 6 jaar een uitgebreid verhaal, waarvan 5 keer als winnaar, en je zou zeggen dat de andere deelnemers nu hebben kunnen lezen hoe je -in theorie althans- bovenop het podium terechtkomt. Maar helaas, de nummer 2 zat 2½ uur achter ons, en de #3 ruim 7 uur. Ik zal dit jaar wat tips geven, zodat de spanning de volgende keer weer te snijden is. Los van de vraag of 2½ uur eigenlijk niet best spannend is.

Was het dat dan niet? Natuurlijk wel. Elk jaar worden we bij de start verrast door een nieuw element. En er wordt telkens aan de opzet gesleuteld, en dat is leuk. Dit jaar, om te voorkomen dat sommige teams zoals vorig jaar de kaart van het gebied alvast uit hun hoofd zouden kunnen leren, was de startlocatie nog onbekend tot 6:45 op de ochtend van de race. Vanaf dat tijdstip kon je op carpoolplek Stroe de aanwijzingen ophalen over de werkelijke startlocatie: een taveerne in Elspeet. Maar dan?

Proloog

Na het startschot, om 8:30, dat is voorafgegaan door een reeks flauwe en minder flauwe opmerkingen over teams en teamnamen, kunnen we nog niet aan etappe 1 beginnen: eerst een “proloog”. Om het veld uit elkaar te trekken. Verward gaat iedereen op pad, want er hangen op de op de kaart aangegeven locaties geen blauwe CP-nummers. Wat dan wel? Dat zullen we later horen. Maar de regel is: “zodra je de proloog beëindigt kan je niet meer terug”. Dus eerst de vragen, dan de antwoorden, dat gaat nu even niet.

Ik kan bijzonder slecht tegen dit soort opdrachten. Ik wil een kaart die klopt met punten die kloppen, en weten wat ik daar moet doen. En juist daarom is dit leuk; uit m’n comfort zone. Iets anders, improviseren, twijfelen, onzekerheid, en dóórgaan. Dus we komen uit bij een liggende boomstam naast een rood-wit lint, en verderop nog een boom die in drieën is gezaagd, en ook twee badkuipen, eentje met een groene bal er in en een andere met een blauwe. Wat zouden ze vragen? Of moeten we misschien close-up foto’s herkennen straks? Of de oriëntatie bepalen van een kaartje met objecten, of luisteren naar een geluid? Op een volgend punt staat een benzinepomp, met een theehuis met huisnummer, een lantaarnpaal, de prijs van diesel, een paar keien, diverse putdeksels en wat paaltjes langs de weg. Verderop een fietsknooppuntenbord, meerdere lantaarnpalen, verkeersborden, bankjes, en nog meer paaltjes. En zo gaat het 7 punten lang door. We noteren alles, vermoedelijk veel te veel, maar vermoedelijk ook nèt niet dat waar het om gaat. Op goed geluk melden we ons voor de afsluiting van de proloog. Dat kan op 2 plekken op de kaart: midden in het centrum, of bij de startlocatie, die ook weer dichtbij de eerste punten van etappe 1 ligt. Één ding is zeker: we kunnen niet meer terug om wat te checken.

Wij noteerden het nummer van de lantaarnpaal bij de pijl, en das een andere dan die bij “1224”.

Gelukkig hebben we bijna alles opgeschreven wat gevraagd wordt, behalve het aantal ‘diamantpaaltjes’ bij het één na laatste punt. Het blijkt een meerkeuze-quiz, met 4 opties per vraag, en fout-gokken kost 60 strafminuten, dus met ¾ kans op het verkeerde antwoord is dat niet verstandig. Dan is niets invullen met de zekerheid van 30 strafpunten de verstandigste keuze. Je ziet aan de uitslag achteraf dat meer teams die verstandige keuze maakten; of ze zijn helemaal niet op een aantal punten geweest, dat kan ook. De scores lopen gigantisch uiteen, kan je zien, met sommige teams die niets goed hadden, maar wel 5 fout, tot anderen die voor de zekerheid maar 7 keer niets invulden. Wij sloegen 1 vraag over, en noteerden twee keer een fout antwoord. Dat is niet veel beter. Bij de omgezaagde bomen stond geen “1” of “2” als antwoord (was dat stapeltje van drie stammetjes dan niet gewoon 1 boom, en deed het überhaupt mee?) dus zou het wel 4 zijn. Maar kennelijk was die ene boom ofwel te ver van het punt op de kaart (lastig, zonder referentiepunten), of die was omgewaaid en niet omgezaagd. Geen idee. We twijfelden daar al, dus kan het goed fout zijn geweest. En op een ander punt noteerden we het nummer van een andere lantaarnpaal dan bedoeld was: niet “3” maar “2. Achteraf stond het punt op de (oude) kaart inderdaad tegenover het westelijkste gebouw dat er toen stond, en nu stonden er wat meer, nieuwere, gebouwen, waardoor we ons lieten misleiden. Dat was een prima opdracht, hoewel maar 2 van de 24 teams dit goed hadden; tricky vraag, maar het klopte wel. En zo gaan we, zonder het te weten, met 2½ uur aan strafminuten de eigenlijke race in.

Overigens, toen we de start verlieten kregen we behalve de oncomfortabele memorisatieopdracht nóg een verrassing mee: een ei. Rauw. Breekbaar. “Heb je later nodig, goed bewaren.” Dat deden we dus maar, tussen reservekledingstukken in ons rugzakje. Tot zo ver lijkt die nog heel.

Etappe 1

Normaal gesproken is onze tactiek: alles intekenen op de kaart, zodra je die krijgt. Om twee redenen. Ten eerste wil je niet achteraf ontdekken dat CP10 -dat zou zomaar kunnen- tussen punten CP2 en CP3 lag, terwijl je al bij CP9 een heel stuk verderop bent. En ten tweede is het tactischer bij het zoeken naar CP’s om achter andere teams aan te lopen dan hen de weg te wijzen. Dus dat doen we nu ook, maar we zijn desalniettemin als eersten weg na de proloog. Richting de oorspronkelijke start, want dat lijkt de kortste route te vormen langs alle CP’s. Hoewel er ook aanwijzingen voor de nog te bepalen locatie van andere CP’s onderweg gevonden worden, zodat je nooit weet of het handig is wat je doet of niet. Maar het blijkt allemaal redelijk goed uit te komen.

Punten liggen precies waar we ze verwachten. De kaarten zijn soms overduidelijk niet meer accuraat, maar er staat dan ook op dat ze over de datum zijn, en afgaand op wat nog wel klopt, weten we de valse van de juiste CP’s te onderscheiden. Er is verteld dat punten op de kaart 15 meter mogen afwijken, en ingetekende punten, of opdrachten met peilingen vanaf andere locaties, wel 30 meter. En als we een vals CP tegenkomen bij een azimut-loopje is dat meestal een punt dat op een meter of honderd ligt van het referentiepunt, terwijl het juiste CP op iets van 130 meter zou moeten hangen. Wat dan ook doorgaans klopt. Het valt ook op dat het valse CP -als dat er hangt- vaak direct in het zicht hangt, en het juiste juist aan de achterkant van een boom. Maar het blijft een kwestie van goed kijken, nauwkeurig peilen, en (gekalibreerde) passen tellen.

“Goed peilen”, dat is wel een dingetje overigens. Twee weken geleden, bij de Woudlopersrun, ging het daar twee keer op mis, wat ons een podiumplaats kostte. Telkens peilde ik 5-10 graden te ver naar rechts. Nou dacht ik dat ik dat juist had opgelost door de magneet (wie verzint zo iets) van mijn waterzak-slangetje af te halen, omdat dat het aardmagnetisch veld verstoorde. Maar kennelijk was dat niet voldoende. Nu verdacht ik mijn pen, die ik aan mijn mouw vast had gespeld. Maar mijn kompas (handig ding om magneetvelden te meten) reageerde hier totaal niet op, toen ik het uitprobeerde de avond tevoren. Of wacht: wat is dat? Hij reageert wel. Maar niet op mijn pen. Blijkt vervolgens dat de veiligheidsspelden aan het elastiek aan de pen de boosdoener zijn. Zo zie je maar weer. Het komt heel nauw met de uitrusting. Maar nu, tijdens een testje met full gear, komt een proef-peiling van mijn eigen straat precies goed uit, en ben ik klaar voor de MWR. Tip!

Terug naar etappe 1, die vlekkeloos verloopt. Op één foutje na: we worstelen in de haast wat met inmeten en uitrekenen. Tot drie keer toe tekenen we CP1 op de verkeerde plek. Uiteindelijk, moe van het rekenen en intypen op de calculator, beredeneren we waar die zou moeten liggen met wat hoofdsommetjes, en warempel, we komen mooi uit op een kruispunt. Daar hangt een blauw kaartje, we noteren het nummer en rennen verder. Dat blijkt dus achteraf een vals CP te zijn. Slordig van ons.

Niet dat we dat dan doorhebben, uiteraard, en terwijl we constateren dat het allemaal juist heel soepel en vlot verloopt, komen we bij een punt “onder maaiveld”. Een buis onder het pad, en daar bovenop een delegatie van de organisatie die foto’s staat te maken. Hier zal dus wel iets te doen zijn. Het ei halen we tevoorschijn. Ergens komt een blacklight vandaan, en op het ei blijkt een RD coördinaat te staan. Dáár was dat dus voor nodig. Leuk gevonden. Gelukkig is het nog heel, en anders was het puzzelen om de cijfertjes op de scherven van de eierschaal in de juiste volgorde te krijgen. Of gewoon achter een ander team aanlopen, mocht dat niet lukken, want hier staan we niet als enige. Leuk weetje overigens: de onzichtbare UV inkt wordt zichtbaar onder invloed van warm zuur mensenzweet.

  

Etappe 2

Tot zo ver etappe 1. De tweede is korter. Een rondje door een bos, met als voornaamste uitdaging dat er nogal wat gekapt is, dan wel dichtgegroeid. Maar zonder één enkele fout, en zonder lang zoeken naar de diverse punten, keren we terug. Zijn we al halverwege? Dat kan toch haast niet?

Even lijkt het een korte race te worden, maar dan constateren we dat we de enveloppe voor etappe 4 hebben gekregen in plaats van die van 3, en wisselen deze om.

Etappe 3

Dit wordt een puzzeltje, zoals we dat gewend zijn van team ChickenPower: een aantal nieuwere en oudere kaarten, luchtfoto’s, AHN kaarten, fragmentjes, en witte plekken. Probeer het maar aan elkaar te passen. Het noorden is niet altijd “boven”. En de schaal is niet altijd gelijk. Maar door gewoon goed te kijken waar wegen doorlopen, waar grid-lijnen met coördinaten met gelijke nummers zijn, en waar vormen overeenkomen, passen we alles rap aan elkaar. Nu nog even 4 locaties intekenen, en we kunnen op pad. Het intekenen gaat een stuk makkelijker als je met een snack op een bankje zit dan al lopend, dus dat doen we doorgaans indien mogelijk in een comfortabele houding. Fijn dat het niet regent vandaag.

Ook bij deze etappe vinden we eigenlijk alles onmiddellijk. Soms na eerst een vals CP gezien te hebben, maar telkens herkennen we dat ook als zodanig. Denken we. En ook weer zonder fouten komen we aan bij de start van de laatste etappe. Daar lukt het ons echter voor de eerste keer vandaag niet om het blauwe kaartje te spotten. Wel 10 minuten lang keren we het bos binnenstebuiten, figuurlijk dan, voordat de organisatie ter plaatse met de mede-organisatie belt, en er achter komt dat het CP nog niet is opgehangen. We krijgen het getal dan maar mondeling. Er blijkt ergens een klein misverstand en akkefietje met de boswachter te zijn; de reden dat we -achteraf- geen 30 punten met CP21 scoren.

Etappe 4

Door het foutje met de enveloppen weten we al wel dat dat een lange wordt, althans, met veel punten. Ze blijken wel relatief dicht bij elkaar te hangen. Allereerst belanden we weer in Elspeet, bij een boerderijtje dat er een eeuw geleden al stond, getekend op een kaart van toen. De wegen kloppen nog aardig, dus dat is niet moeilijk. De volgende punten hangen in een mooi oud, open bos, en ook daar laten we ons niet foppen door valse CP’s die op foute afstanden en hoeken van hun referentiepunt hangen. Geen probleem meer, na de experimenten met mijn kompas en het verwijderen van desoriënterend ijzerwerk. Even is er wat twijfel, als we CP45, waar we niet vanuit het noorden heen mogen lopen, dan maar vanuit het oosten benaderen, wat niet in mindere mate op een erf lijkt. Maar goed, het kaartje hangt er, dus het zal wel kloppen. Nog een paar kaartjes hangen op minder voor de hand liggende plaatsen, zoals CP44 dat behalve wij maar 5 andere teams weten te spotten, maar desalniettemin kost het telkens weinig tijd om vals van echt te onderscheiden.

We lopen nog een keer door het centrum van Elspeet, door achterommetjes en steegjes, en de uitdaging is meer om de kortste route te vinden via een kaart die die doorgangetjes niet kent. Één foutje maken we nog, bij CP57. Dat staat getekend op een AHN reliëf afbeelding, in het verlengde van een steegje. Op de afbeelding stopt het steegje, en het CP ligt iets verder aan het noordelijke eind van een andere steeg. We lopen om een schuurtje heen, en vinden het gezochte steegje, met aan het eind inderdaad het CP. Tot zo ver lijkt er niets aan de hand. We lopen terug het steegje uit naar het zuiden, maar dat lijkt niet naar CP59 te leiden, dus keren we om. Nu blijkt het zojuist doodlopend gewaande steegje alsnog dóór te lopen, wat alleen maar goed uitkomt, want we moeten verder. Maar helaas, dat betekent wel dat het een ander steegje is dan gedacht, en dus ook dat het een ander CP was: een vals CP dat wij noteerden. Maar dat zijn we dan allang vergeten en we zijn blij dat we de route naar ons volgende punt hebben gevonden.

Overigens, wat een goede aanpak was, was dat we bij het begin van deze vierde etappe een lijst hebben gemaakt met de checkpoints in de volgorde waarin we ze willen doen. Want die is niet monotoon oplopend. Alles ligt door elkaar. Ja, je kan ze wel in numerieke volgorde aflopen, maar dan kom je op een flink groter aantal kilometers uit. Ik zie op Strava dat één team dat ook geprobeerd heeft, maar dat heeft ze niet op het podium gebracht. Integendeel.

We beseffen dat we er bijna zijn. Nog een paar punten. Een leuke vondst is het CP dat bij een tokkelbaan hangt. De omschrijving luidt dat “het checkmarkt maximaal 52 meter in richting 274° te vinden” is. Inderdaad zakt het schoteltje aan de kabel omlaag, en dus hangt het een stuk verderop. Leuk bedacht. Een projectie vanaf daar, naar een ander CP, is nog even lastig. Een dicht stuk bos ontneemt het zicht en hindert de loop, zodat we ergens uitkomen waar we een vals CP verwachten. Maar een tweede keer op en neer lopen naar de tokkelbaan, leert dat ons oorspronkelijke punt toch klopt. We checken niet meer of er op diezelfde koers vanaf het omlaag gegleden schoteltje een vals CP hangt. Vast wel…

Nog twee punten te gaan. Overal hangen ook valse punten, en overal zijn die overduidelijk vals. Maar wat ons nog wel het meest in twijfel brengt is de tijd. Een Midwinterrun hoort achterlijk ver te zijn, veel lang te duren, pas te eindigen als het al schemert, zoveel punten te hebben dat je de deadline wel moet passeren om ze allemaal te scoren, en pas te finishen als je het punt van uitputting al lang en breed gepasseerd bent. Wat is hier mis? Het is pas 15:29 als we ons laatste antwoordenformulier inleveren. Hier komt vast nog een epiloog achteraan, die we niet hadden voorzien. Maar helaas, het zit er echt alweer op. Dit was het voor vandaag. We kunnen ontspannen, met een vers getapt biertje.

Nou ja, ontspannen… de juiste strategie zou dit jaar wel eens heel anders kunnen uitpakken. Want nu er tijd genoeg is zijn er vast nog veel meer teams die alle punten hebben gevonden, en er hoeft er maar eentje te zijn die een fout minder heeft gemaakt dan wij, en hooguit 59 minuten later binnenkomt, die daarmee beter scoort. Het zou zo maar kunnen, denken we. Dus is het nog behoorlijk spannend, terwijl langzaam alle deelnemers binnendruppelen en tenslotte het bami- en nasi-buffet wordt aangeroerd. (Dat niet alle eieren overigens de tocht hebben overleefd is dan wel duidelijk, gezien de hoeveelheid Foeyonghai.)

De spanning neemt langzaam af bij het voorlezen van de uitslag, want “C.V. Vanachternaarvorenenvanlinksnaarrechts” (C.V. staat voor Checkpoint Vinders) wordt maar niet genoemd, en dus kan dat niet veel slechts betekenen. Tenslotte blijken we toch geen foutje te veel te hebben gemaakt, en ook geen punt te weinig gevonden. En zijn we voor de zoveelste keer op rij ongeslagen uit de strijd gekomen.

Dik tevreden. Slechts twee foutjes tijdens het oriënteren is toch geen slechte score. Weliswaar de twee waarvan we op dat moment geen idee hadden dat we die niet goed hadden, maar toch… En de twee foute antwoorden bij de proloog, daar kan je over twisten, maar dat was ook best een lastig -en dus leuk- onderdeel.

Anders

Toch was het een andere Midwinterrun dan anders.

Allereerst waren de regels wat anders. De strafpunten voor het overschrijden van de deadlines waren immens: 6 minuten straf per minuut te laat. Dat betekent dat tactisch nog een paar extra punten pakken ten koste van enige straftijd eigenlijk niet loonde. De race stopt wat stipter. Maar ik vond dat het finishen in het donker, of op zijn minst in de schemer, wel iets heeft, en eigenlijk wel bij een MWR hoort. Het gevoel dat je alleen door een verlaten landschap rent,en nog loopt af te zien terwijl iedereen binnen zit bij een warm vuurtje…

Daarmee was de race ook een stuk korter. Want in de beperktere tijd (waren we niet ooit tot 17:30 op pad?) kan je ook minder afstand afleggen. Geen 56 km dit jaar. Bijna 20 km minder. We hebben een stuk minder diep hoeven gaan.

En ergens vind ik dat ook wel een beetje jammer. Er horen dingen mis te gaan, we horen te twijfelen of we wel het juiste punt hebben. Er hoort een aanzwellende tijdsnood te zijn op het eind, de angst de absolute deadline niet te halen, en de opwinding om toch nog dat ene extra CP mee te pakken, terwijl het eigenlijk niet meer kan. Maar dat het dan toch nog lukt…

Begrijp me niet verkeerd: ik schreef voorgaande keren dat het onmenselijk ver was, onmogelijke opdrachten, onbruikbare kaarten. Maar, hé, het is de Midwinterrun. Dat hóórt zo. Dat was gewoon de klaagzang van een afgematte deelnemer, geen aanklacht tegen de run. Wat is er nou fijner dan enorm afzien en het er dan tóch nog goed afbrengen?

Tijd

Tijd is altijd relatief bij de MWR. Al varieert dat ook nog wel van jaar tot jaar. Een verschil van 2½ uur tussen twee teams komt neer op:

  • 5 gemiste CP’s, die elk 30 minuten zouden opleveren
  • 2,5 valse CP’s of andere fouten, die elk 60 strafminuten kosten
  • 25 extra CP’s vinden in die 150 minuten extra lopen (met gemiddeld 10 CP’s per uur), als die er zouden zijn geweest
  • 25 minuten over de laatste deadline heen gaan
  • 7:30 minuut over de eerste en alle volgende deadlines heen gaan

Die twee-en-een-half uur stelt dus weinig voor, en als we 3 foutjes meer hadden gemaakt, was deze voorsprong als sneeuw voor de zon verdwenen. Gelukkig maakten we maar 2 fouten op de hele race, afgezien van de proloog, maar dat zou dan dus een ruime verdubbeling zijn geweest, en toch scheelt het niet veel. Aan de andere kant: als er meer CP’s waren geweest en we dus niet zo vroeg klaar hadden hoeven zijn, hadden we zoveel extra punten kunnen vinden dat de voorsprong ruimschoots verdubbeld was. En dus kan je zeggen dat de uitslag best sterk afhangt van de opzet van de wedstrijd: of er tijd is om alle punten te doen, of niet.

En dus was het zaak vooral geen fouten te maken, en ondertussen veel CP’s af te gaan. Maar dat is natuurlijk een open deur. Toch was dat eerste deze race wel belangrijker dan anders. Waarbij het lastige is dat je dat tevoren niet weet, omdat bij de start, of eigenlijk tot aanvang van de laatste etappe, niet bekend is hoeveel punten en kilometers er nog gaan komen. Dus wat dat betreft is het gokken. Het blijft een mix van snel lopen, niet te lang bezig zijn per CP, en geen fouten maken.

Maar net als bij een marathon, waar blijkt uit de statistiek dat het klopt dat de betere lopers een constant tempo aanhouden, en dat als je een contant tempo weet aan te houden, je beter loopt, zo kan je hier ook kijken naar wat de betere teams doen, om zelf ook beter te worden.

Het eerste dat opvalt is dat tijd er niet toe doet. Nou ja, nauwelijks. Dat had ik al eerder genoemd, maar je ziet het onder aan de tabel: het verschil in zuivere tijd tussen alle teams is veel minder dan het verschil in de totaal-scores. Het onderscheid wordt gemaakt in het aantal juiste CP’s.

Dus regel 1: gebruik alle tijd die je hebt. Maar voorkom dat je over tussentijdse deadlines gaat. De teams die deze limieten aantikten eindigden redelijk achteraan, want met de 6:1 strafregel (en effectief 20:1 als je alle deadlines daarmee overschrijdt) gaat dat heel hard.

Verder zie je, in de onderste vijf rijen van de tabel, dat vrij veel teams, op de voorste paar na, veel van de speciale punten laten liggen. Dat is zonde. Die liggen vaak op de route tussen de punten die al op de kaart staan. Het kost vaak niet zo veel werk om ze op de kaart te zetten. Oefen er thuis een keer mee. Pak een kaart van vorig jaar en ga er mee aan de slag. Een beetje routine helpt. En zo snel maak je er geen fout mee. Het aantal fouten in de punten die al op de kaart stonden is 5,3%, tegen 3,9% voor de te maken projecties. Soms heb je daar helemaal geen kaart voor nodig, en kan je gewoon in het veld door passen te tellen en een azimut te schieten het punt bepalen. Van de veldopdrachten, meestal peilingen over 100-150 meter, gaat ook maar 8,6% fout. Coördinaten intekenen daarentegen is met 19% wel een foutgevoelige discipline. Kennelijk. Maar dan nog is 19% × 60 strafminuten nog twee keer beter dan (100% – 19% = 81%) × 30 strafminuten. Nóg beter is natuurlijk het in één keer goed te doen.

Regel 2: schat in welke specials op de route liggen, en teken die op de kaart. En sla de veldopdrachten (peilingen) niet over. Laat eerder een paar verder weg gelegen punten liggen. En bedenk dat je bij het intekenen en uitrekenen weer uitrust om daarna extra hard te kunnen lopen.

Regel 3: maak geen fouten. Je ziet heel duidelijk een trend in de tabel, de teams die relatief minder fouten maken eindigen hoger. Vaak bezoeken ze meer punten, en waar gehakt wordt vallen spaanders, dus wellicht ook meer fouten in absolute zin, maar relatief is het foutpercentage lager. Een manier om minder fouten te maken is bedacht zijn op de valse CP’s. Die hangen typisch meer in het zicht, en op plekken waar het voor de hand ligt een vergissing te begaan. Zoals bij een azimut in het veld, waar we dikwijls na 100 meter de juiste koers gelopen te hebben, een vals CP vonden, terwijl het juiste op 130 meter zou moeten hangen. Of op twee verschillende hoekpunten van een kruising, waarbij het stipje op de kaart duidelijk één van de twee aanwijst. Of een bosrand met twee hoeken, waarbij de eerste die je tegenkomt niet de juiste is.

Oriënteren

Maar de beste tip voor wie dit leest en volgend jaar weer mee wil doen: leer beter oriënteren! De loopsnelheid, daar ligt het niet aan. Dat heb ik wel gezien aan al die andere fitte lopers. En we waren ook niet als snelste klaar met intekenen bij het begin van de etappes. Maar we hadden kennelijk wel de snelste routes en liepen overal meteen goed heen. En dat heet oriënteren. Ik hoorde ooit iemand praten over “die valsspelers, die tijdens het lopen kaartlezen zonder stil te staan”. Precies, dat moet je leren. Dat helpt.

En typisch verder kijken dan je neus lang is. Vooral als overduidelijk is dat de kaart niet meer klopt met de werkelijkheid. Ga dan af op wat nog wel overeenkomt. Vergeet niet dat de organisatie bij de voorbereiding het terrein afspeurt naar instinkers; dat zou ik ook doen als ik zo’n wedstrijd zou organiseren. De meeste valse CP’s vonden we ook. Altijd goed om te beseffen dat je goed zit, als je weet dat je niet fout zit. Op CP1 na, dan.

      

Wil je een keer je oriëntatieskills trainen, kom dan eens naar een oriëntatieloopwedstrijd van de NOLB in Nederland of OV in België. De kaarten zijn dan typisch perfect en up-to-date, en de punten zijn 3 keer gecontroleerd, dus daar zal het dan niet aan liggen.

Maar ik moet zeggen, dit jaar was de Midwinterrun ook van hoge kwaliteit, en klopten alle CP’s. En dat is knap, voor zoveel posten in combinatie met het beschikbare kaartmateriaal.

The hARz -of- De Dag Die Begon Als Vrijdag En Eindigde Als Zondag

Lees verder, en laat je meevoeren met dit zinderende avontuur, dat begon op de terugweg van de Midwinterrun 2018 ergens op de A50 en eindigde op het podium in het Duitse plaatsje Thale na afloop van The hARz Adventure Race 2018. Oeps, nou heb ik de afloop al verklapt. Maar doe maar even alsof je dat nog niet weet, want ik had ook geen flauw vermoeden dat het zo goed zou gaan, toen we hier aan begonnen.

Click here for the English version of this epic story.

the Starting Shot (za, 4:00)

Slaapdronken? Nee, zat van de adrenaline denk ik, want geslapen heb ik niet, komt het zicht langzaam terug als ik alleen nog maar achterkanten van mensen zie, de berg op rennend, en niet langer recht in 179 kneiter-felle hoofdlampen om me heen kijkend in het startvak. Want de hemel is nog pikdonker bij de start, als iedereen met een witte zon op zijn voorhoofd van start gaat. De eerste etappe is een verticale, gaat zo’n 6 km duren, en begint met een massastart om 4:00 op zaterdagmorgen, in het verder in diepe slaap gehulde voormalig Oost-Duitse stadje Thale. Het ligt in het noordelijke laagland van de Harz, maar wordt bijna verzwolgen door de steile flanken van het gebergte, die direct achter het park waar de start plaats vindt omhoog schieten.

Het is altijd mooi, zo’n zwerm lampjes die de duisternis doorsnijdt. Dansend over een single-track die de haarspeldbochten aaneen rijgt. Kaartlezen hoeft bijna niet, want er is maar 1 weg omhoog, en als je 32 uur gaat racen hoef je niet direct voorop te lopen; beter de krachten flinterdun uit te smeren over de 240 km die nog gaan komen. Nou ja, de eerste hebben we al gehad. Maar waar we dachten rechtsaf te slaan, houdt de menselijke rups het linker pad aan. We denken ¼ seconde na, en volgen. Iedereen achter ons ook trouwens. Ach, wat maakt het uit? Start-1-2-3-4-start, of start-4-3-2-1-start is bijna het zelfde. Niet in je eentje lopen heeft ook voordelen. Even later is het eerste CP, nummer 4, gevonden.

Niet zoeken naar blauwe kaartjes zoals bij de Midwinterrun bij The hARz, maar chippen met een SI, een SportIdent race-bib. Lekker makkelijk, we hoeven niets te noteren. Door naar het volgende punt. Als mieren op pad naar zoetigheid in de keuken ploeteren 180 Adventure Racers zich via inmiddels verschillende routes een weg naar boven. Boven ligt CP 1, onderweg daar heen liggen CP 3 en CP 2.

Adventure Race

‘Adventure Race’ vraag je je af, wat is dat? Een AR is een wedstrijd die voornamelijk uit mountainbiken en hardlopen bestaat, en ook wat kanoën, of steppen, boogschieten, of andere disciplines. De maximale tijd ligt vast, en is meestal behoorlijk lang. Kan 8 uur zijn, maar ook 24, 72, of 32 zoals in dit geval. Hoe meer punten je in die tijd vindt, hoe hoger de score. Sommige punten zijn verplicht, andere optioneel. ‘Vinden’ is een groot woord, het gaat niet om het zoeken, maar om de weg tussen de punten. En die is er vaak niet. Of die moet je zelf bepalen. En dat is wat het gemeen heeft met een oriëntatieloop: kaartlezen en de snelste route bepalen. En als de tijd begint te dringen, moet je ook een strategie bepalen welke punten je overslaat, om toch zo veel mogelijk te scoren. En er zijn nog meer regels, maar die kom je gaandeweg dit verhaal wel tegen. Terug naar de race…

We wijken toch van onze oorspronkelijk geplande route af, omdat iedereen zo loopt. Als je maar 32 uur hebt, heb je geen tijd om lang na te denken. Dat hadden we dan eerder moeten doen. Eerder is in dit geval: om 22:30 de vorige dag. Nou ja, ook niet echt de vorige dag, want -weet je nog- ik had niet geslapen. Toen we om 22:30 de kaart kregen, een A1-formaat flap met aan 2 kanten routes, kaartjes, opdrachten, en het roadbook, gingen we, net als alle andere teams, meteen aan het tomtommen. Bij een oriëntatieloop krijg je de kaart op het moment dat je start, bij de WOR of MWR ook, maar bij een AR krijg je die net wat eerder.

roadbook (klik voor een grotere afbeelding)

Zodat je vast lekker kan stressen voor de start. En als het om 240 km aan routes gaat is het geen enkel probleem om tot 2:00, wanneer normale mensen slapen, en de plaatselijke nacht-nozems op hun brommers, die eerst nog langs ons campertje op de parking achter de verlaten staalfabriek van Thale rondjes reden zoals ze dat 50 jaar gelden ook al deden, al lang naar bed zijn of in elk geval door hun tweetakt-met-mengsmering heen zijn, in de weer te zijn met stift en lineaal om de kortste routes te bepalen. Om daarna bij de camper naast ons, die van WoDi en WoUt, een rol boeklon te lenen en de kaart te vereewigen. Alsof het zou gaan regenen. En van 2:00 tot 3:30 slapen zou wel erg lekker zijn geweest. Maar de onderhuidse spanning wint het van slaap.

Ik weet niet zo goed waar ik aan begin. Ik kan het ook gewoon laten. Dit hoeft niet. Het aftellen tot dit onvoorstelbare avontuur, dat oneindig gaat duren, niet te bevatten ver gaat zijn, en ongetwijfeld tot allerlei pijntjes en blessures gaat leiden, is al wel gestart, maar de lancering kan nog worden afgeblazen. Just like that. Ik kan het niet bevatten. Toch ben ik gelukkig te laf om te stoppen. Ik laat de trein kalmpjes op mij af razen. In plaats van schaapjes tel ik CP’s. En peins zonder piekeren. Dubbele espresso is overbodig bij het opstaan. En klaarwakker hoor ik dan ook hoe de wekker begint te piepen. Havermout naar binnen slobberen, bidons vullen, proviand en al het andere mee, en op naar de start.

Dat is de droom die geen droom is, die nog een keer door mijn hoofd gaat als we CP1 hebben gehad op het topje van de heuvel, achter een soort burcht, 230 meter boven het startpunt. Na de andere 3 CP’s is het nu tijd om weer af te dalen naar de fietsen die nog bij de start staan, en zo aan etappe 2 te beginnen. Licht aan, we springen op de fiets, en terwijl we het stadje uit crossen, om er de komende 31 uur niet terug te keren, nemen we een slok uit de bidon met sportdrank. Want nu zal het er hard aan toe gaan. De komende 56 km van etappe 2 brengen meteen ook 1500 hoogtemeters met zich mee. En omhoog gaat het! Steil! Laagste verzet. Lager gaat niet… en ineens toch wel, de ketting schiet aan de verkeerde kant van het grootste blad af. Met een hoop geknars en gekraak kom ik tot stilstand. Ketting wordt teruggelegd. Vieze handen boeien niet, maar een onbetrouwbaar derailleur des te meer. Heb ik weer! Het kreng maakt allemaal geluiden die er eerst niet waren. En we zijn pas net onderweg… nog maar 230 km te gaan. Of is het hier, op dit punt, al over? Hoop ik daar stiekem op? De race verlaten via een achterdeur, en de schuld kunnen geven aan materiaal en overmacht? Wat doe ik hier?

Hoe het begon

Na het winnen van de Midwinterrun kon ik met Patrick, mijn race-maat, mee terug rijden naar Eindhoven. En uiteraard zat ik naast mijn stoel (ja, ik kon meerijden, dus hoefde niet naast mijn schoeisel te lopen), dus toen hij vroeg “Wat dacht je van een 32-uurs race?” dacht ik “Waarom ook niet?”. En, erger nog, dat zei ik ook. Precies de juiste timing, vriend. No way back, maar het was nog 3 maanden weg, dus tijd zat om te trainen. Of zo. Ik ben goed in te weinig slapen, dus 32 uur wakker zijn, dat zou wel lukken.

Ik rende een beetje, pompte mijn banden een keer op, en dacht er niet te veel aan. Naarmate 21 april dichterbij komt volgden de wisselende states-of-mind elkaar in exponentieel tempo op. Het begon met:

  1. Past een heel weekend weg om te racen in mijn agenda?
  2. Zou ik zo lang wakker kunnen blijven én bewegen?
  3. Is dit leuk?

Als je iets gaat doen waarvan je geen flauw benul hebt wat het precies inhoudt, kan je je prima druk maken om niet al te relevante dingen. Maar omdat je je dat zelf ook wel realiseert, is het best ontspannen. Het verandert pas als je de thermometer er eens in steekt: drie weken geleden zouden we samen een rondje gaan fietsen. En rennen, door de Peel. Ik had de hele winter niet gefietst (ja, naar mijn werk, en terug), en kwam beurs gebutst met zadelpijn thuis. Het rijtje ‘dingetjes’ was spontaan veranderd.

  1. Hoe voorkom ik dat ik na 100km op mijn trappers moet blijven staan omdat ik niet meer op mijn zadel kan zitten?
  2. Wat moet ik in ‘s hemelsnaam allemaal meenemen om het 32 uur vol te houden, als ik na 6 uur al niet genoeg heb aan twee snickers, een witte chocoladereep, een mueslireep en een zak winegums?
  3. Wat doet het weer over 3 weken? Waar ligt de Harz eigenlijk?

Je ziet, de kopzorgen worden al wat relevanter. Wakker blijven lijkt geen issue in het vooruitzicht meer. En of het leuk gaat zijn? Da’s ook geen vraag meer -het antwoord daar gelaten-; we doen het gewoon. Misschien helpt een zacht hoesje voor over mijn zadel al een stukje.

Wat er allemaal mee moet? Hier links zie je mijn mondvoorraad voor de eerste helft van de tocht. En dan heb ik de formidabele door Annelot zelf gebakken super-energie-koek er nog niet bij liggen, want die hoort natuurlijk vers te zijn. 250 kCal per uur? Lijkt me een mooie norm. Een snickers of halve chocoladereep volstaat dan net. Maar een standaard mueslireep haalt dat niet. We zullen zien.
Maar nu even terug naar die helling waar we inmiddels niet meer stilstaan, terwijl de andere deelnemers voorbij klimmen. Want ik ben geen fietser. Patrick wel, maar zijn sleepkoord gebruiken om me omhoog te laten trekken is mijn eer te na. Dus ik trap wat ik kan. Omhoog. Eindeloos lijkt het. Pas tegen de tijd dat we opnieuw moeten terugschakelen naar het laagste verzet (nu heel voorzichtig, want ik wil niet riskeren de hele transmissie bij een tweede vastloper helemaal naar zijn mallemoer te trappen) realiseer ik me dat we ook al een aardig stuk hebben gedaald tussendoor.

Eindeloos is ook maar betrekkelijk

Met al dat gedroom en gepieker over hoe ik in dit avontuur ben verzeild blijkt dat tijd toch kan vliegen. “Eindeloos” is misschien ook maar betrekkelijk.

(klik voor een grotere kaart)

Een pad linksaf waar we een paar uur geleden (ik zal niet meer ‘gisteravond’ zeggen) op de kaart in dachten te willen lijkt dichtgegroeid, en dus gaan we met een paar andere teams rechtsaf. Steil omlaag, lekker rutschen. Als ik even van mijn fiets stap op een tak uit het achterwiel te halen ruik ik ineens een brandlucht. De schijf van mijn achterrem schroeit een halve cirkel in het vlees van mijn kuit, doordat ik het achterwiel even tussen mijn benen geklemd had vanwege die tak. Natuurlijk! De energie waarmee ik net de berghelling onder me vandaan heb getrapt, is teruggevloeid in dat stalen schijfje op mijn achteras. En deze warmte is meer dan genoeg om het haar op mijn kuiten te ontleden tot iets minder welriekends. Hoor ik iemand mij uitlachen? Ik ben echt geen fietser… Maar één lichtpuntje: het wordt al licht.

Licht

Ik deed thuis een testje. Mijn hoofdlamp, een Chinese Cree XML-T6 van dx.com, bleef op maximale helderheid 3 uur branden. Volgens mij duurt een nacht langer dan dat. Even rekenen, en ik kwam uit op 12 uur duisternis tijdens de route. Ik bestelde een extra accu. Weer in China. Niet slim. Die kwam dus niet op tijd. Via Tinytronics.nl koop ik 6 lithium cellen, van die 18650 joekels (echte 3400 mAh van Panasonic, in plaats van Trust-, Ultra-, of Fandyfire rip-off’s waar wel “3500 mAh” op staat, maar waar dat bij lange na niet in zit, nog niet eens de helft). En dat werkte: 9 uur licht. Veel licht. Diepvriesdoosje er omheen, voltmetertje er in zodat ik ook weet hoeveel pep ze nog hebben, snoertje er aan, en ik zit snor.

Maar dat is pas de vrijdagochtend voor de race af, dus tot die tijd staat dat best hoog op mijn lijstje.

  1. Heb ik op tijd genoeg licht?
  2. Overleef ik mijn kaarthouder bij een koprol over het stuur?
  3. Hoe overleeft mijn rug m’n rugzak?

Ad 2: ik had -knutselkoning die ik ben- wat moois in elkaar gehackt: een lekker stevige draaibare kaarthouder van aluminium pijp vóór op mijn stuur die niet zou trillen bij het downhillen.

Versie 1.0

Maar ook best wel vieze wondjes en botbreukjes zou opleveren als ik voorover zou klappen op mijn stuur.

Dus butste ik die nog snel even om in een flexibele kreukelzone van aluminium strip waar ook nog een kaart op past.

Versie 2.0. Met kreukelzone.

(Het ontwerp is trouwens nog niet helemaal af: er zit nog een rammeltje van rond de 60 Hz in, waardoor het bij hobbelpaden niet zo lekker kaartleest.

Maar met wat modale analyses en wat demping kom ik binnenkort met een geoptimaliseerde versie 3.0.)

En Ad 3: woensdagavond tevoren was ik met een rugzak vol proviand en water een stukje gaan rennen, met als gevolg een tot bloedens opengeschuurde onderrug. Als dat al na 5 km gebeurt, wat blijft er van mij over na een marathonafstand? De onderkant van de rugzak blijkt een wat scherpe, harde rand te hebben, precies waar ik twee harde, scherpe botjes heb zitten. Inventiviteit vereist. Waar Monty Python’s Flying Circus het vooral moet hebben van absurde combinaties van normale dingen, zo levert hier de symbiose van de lijst met verplichte uitrusting en een hard randje de oplossing: ik naai onderweg in de camper naar het oosten mijn lange-mouwen thermoshirt met wat rijgsteekjes vast aan het ademende gaas van het rugzakje, als een zacht transpiratie-doorlatend kussentje. Twee vliegen in één klap (al ligt Wiesbaden, de woonplaats van het Dappere Snijdertje dat die gevleugelde uitspraak deed die later via ene meneer Grimm -of zijn broer; daar wil ik vanaf wezen- de literatuurgeschiedenis in ging als iets met zeven vliegen, niet in de Harz), dat was wat ik bereikte, want zo werd het, met dit weer overbodige, maar toch reglementair verplichte warme shirt, toch nog nuttig gebruikt: als comfort zone.

En, naarmate het uur U nadert, ziet U dat ik me vooral druk maak om de uitrusting. Omdat ik die in de hand heb (of kan hebben). En de race? Zal een hele kluif worden, maar ik houd mezelf voor dat je voor een 32-uurs wedstrijd over 240 km niet kan trainen. Beetje fit zijn, lekker uitgeslapen en lekker ontspannen aan beginnen, en dat komt wel goed.

Aan de schoenen zal het niet liggen. Ik vertrouw volledig op mijn blauwe Inov-8 Roclite 305’s. Monsterlijk lekker en robuust. Veel grip en met de voet lekker vlak op de grond. Water loopt er in maar ook weer uit.

Dus ben ik tot veel te laat in de avonden aan het knutselen en inpakken, en moeten er op het laatste moment nog wat essentiële dingen af. Lekker bezig. Maar, als alles dan donderdagavond laat eindelijk klaar is, pak ik een biertje en een uitstekende nacht slaap. De laatste…tot zondagavond, zoals zal blijken (geldt zowel voor dat biertje als de slaap).

“In de race komen”

Maar nu is het weer even klaar met dromen, en genoeg over licht. Het ís licht. De dag begint: het lijkt ineens wel een normale wedstrijd. Alle ontheemde gedachten zijn vergeten. Mijn top-3 is nu vooral actueel:

  1. Houd mijn versnelling het vol?
  2. Houden wij het nog 29½ uur vol?
  3. Wanneer mogen we weer gaan rennen? Want daar heb ik zin in.

We stoppen bij het volgende CP onder een bruggetje, en daarna buig ik mijn derailleurpad (net geleerd dat dat zo heet) recht. Niet te ver buigen, dan breekt hij. Maar dit maakt wel dat ik niet meer van 2 t/m 12 (van de 11) schakel maar gewoon van 1 t/m 11. Het laatste getik haalt Patrick er uit door wat op het stuur af te stellen. 1 zorg minder.

De tweede? Als we een vlak stuk fietsen en wat met een ander team kletsen blijkt dat zij het zelfde denken. Dat is dus normaal. Het is zo lang en zo ver, daar moet je niet te veel over nadenken. Laat je er gewoon doorheen vallen. Dat klinkt op de een of andere manier als een warm bad. Net zoals tevoren mijn gedachte dat 240 km in 32 uur minder dan 8 km/u betekent (en ik ren sneller dan dat, en wiel- al helemaal), vertrouwenwekkend scheen. Ongemerkt is al het zelfvertrouwen terug. Dat heet “in de race komen”.

En het derde puntje? Geen idee, want ik lees bij dit stuk op de fiets geen kaart; dat doet Patrick. Dus wat de route betreft tast ik op klaarlichte dag in het duister. Zo goed heb ik de kaart gisteren niet weten te memoriseren. Slaapdeprivatie is niet de beste stimulans voor het geheugen. Afzien wel, daarentegen, want ik weet nog heel goed dat toen het eind van de etappe in zicht kwam, er ineens een klim van bijna 300 meter hoogteverschil opdoemde, en even later nog eentje van 100. Net voor de klim staat organisator Winfried zonder leedvermaak te genieten van de afgepeigerde teams die passeren. Op het tandvlees ploeteren we naar boven, maar dan kan eindelijk de fiets worden neergegooid, het water bijgevuld, het porselein volgebaggerd en een wijsje worden gefloten. Want we zijn bij TA1, wat staat voor het eerste transition area (en daar is Winfried weer), en de volgende etappe heet hike.

Hike (za, 9:15)

Andere spieren, nieuwe kracht. Op de fiets voelden de benen nog als pap, want etappe 2 sloot af met een klim naar het hoogste puntje van het skigebied dat hier blijkt te liggen, maar lopend gebruik je kennelijk andere vezels die nog niet verzuurd zijn. Het valt bovendien op dat er nog niet veel andere teams lopen, en er stonden ook al zo weinig fietsen rond TA1. Zouden we ondanks kettingpech toch redelijk voorop liggen? Eigenlijk kan ons dat nu niet zo veel schelen; er kan nog zo veel gebeuren, en laten we eerst maar eens zorgen dat we de helft van de race halen.

  1. Hoe komen we vanaf TA1 bij het obligate stuk van deze route?
  2. Hebben we genoeg water en eten bij ons voor 6 uur lopen?
  3. Zouden we deze hike moeten stappen of rennen?

Naar deze top-3 kijkend, gaat alles uitstekend. Dit zijn geen zorgen, dit zijn oplosbare vragen. We fluiten niet voor niets een wijsje. ♫ De paden op de lanen in ♬ vooruit met flinke pas ♫ en zo denderen we de piste af, via een flank van een heuvel om niet te veel hoogtemeters te verliezen die we straks weer moeten klimmen, achterlangs het stadje Sankt Andreasberg. Zorg #1 is eigenlijk al weggenomen bij het TA, toen de organisatie vertelde dat we in het plaatsje zelf de gele weg, die het TA scheidt van de rest van de route, voor deze keer wel mogen kruisen. Normaal gesproken mag dat bij grote (gele en oranje) wegen niet,

tenzij het met haakjes is aangegeven. Dat maakt het plannen van de route soms best een puzzel. Bijvoorbeeld bij de allerlaatste etappe, maar dat zien we dan wel. Maar hoewel dat gisteravond bij de briefing nog voor verwarring zorgde, is deze hindernis vanuit de organisatie geslecht: de gele weg gebruiken tussen de bebouwing mag hier, al vinden we ook een shortcut die minder meters en hoogteverschil oplevert. Bergaf en vlakke stukken rennen we, bergop gaat lopend. Na het dorp, eenmaal in het prachtige natuurgebied, nemen de vogels het fluiten over. Gevoelsmatig hebben we al een heel stuk achter de rug (en dit is ook zo) maar het is nog pas half tien. Het voelt als een jetlag. We halen rennend een ander team in, “Wissenschaft Quedlinburg” zoek ik achteraf op, vorig jaar 3e. Maar met hun loopstokken wokken ze ons later weer regelmatig voorbij, bergop. Omdat het paadje versperd wordt door bomen wijken we wat af van de koers, raken het pad kwijt, en komen wat verder op de slingerende bosweg dan gedacht. Zo lopen we CP10 straal voorbij, net als het Duitse tweetal waarmee we vrolijk verder keuvelen. Pas 500 meter later realiseren we onze onoplettendheid, keren om, vinden het CP alsnog, op een overduidelijk plek naast een niet te missen bankje, maar dan zijn drie andere teams ons alweer gepasseerd. Het is hier minder eenzaam dan gedacht. Wissenschaft keert later om, en loopt dan weer achter ons. Het landschap is intussen fenomenaal: een soort hoge venen met dennenbomen, gedrapeerd over heuvels. De helder blauwe lucht vult zich langzaam met sluierbewolking, wat de zinderende zon aangenaam dimt. Dan komen we bij een stuwmeer. Heerlijk koud water. (In de verte staat Winfried, jawel. Ik heb alleen een GPS logger in mijn rugzak, maar volgens mij kan hij ons op de één of andere manier tracken.)

Het lijkt wel een scene uit de Hobbit. Iets met een ring van 240 km…

Het landschap rond het meer oogt apocalyptisch: kale lichtgrijze skeletten van dode dennenbomen omzomen de oevers. Wat is hier gebeurd, vragen we ons af terwijl we een snickers eten. Later lopen we weer langs een kaarsrecht kanaaltje, zoals ook in het begin van de route: de Rehberger Graben. Water uit de heuvels wordt naar het meer geleid, en via soortgelijke kanaaltjes weer langs een aantal watermolens, waar het vanaf de 17e eeuw werd gebruikt als energiebron. Bijkomend voordeel van dit cultuurhistorische artefact is dat het bijzonder vlak loopt. Tempo’tje +1. Toch raakt de fut er een beetje uit. Overwelmd door de warmte, ingesmeerd met zonnecrème of niet, en uitgedroogd? Ligt daar een restaurantje? Eenstemmig prevelen we “cola”. Maar de zaak blijkt dicht en verlaten. Dat valt tegen! Maar we gaan door.

Meer teams hier, sommige gaan tegen onze richting in. Maakt het veel uit? Met drie teams die wel dezelfde kant op lopen is het stuivertje wisselen. En onderweg praten we honderduit over eerdere adventure race ervaringen (die ik niet heb). Bij een CP vlak voor Sankt Andreasberg, als we bijna terug zijn, is er wat twijfel over juistheid van de kaart. Een volgend CP trekt ons een diep dal in onder het dorp. Waar we vervolgens weer uit moeten klimmen. De routepunten maken flink stijgen en dalen onvermijdelijk. We doen ons best op hoogte te blijven, maar de laatste klim de skipiste op is niet te omzeilen. Beetje bijkomen als we weer in TA1 zijn bij de fietsen. Met -eindelijk- de verdiende cola.

Rollen (za, 14:50)

(klik voor een grotere kaart)

Een soort kalmte heeft ons overmeesterd; iets van “dit loopt wel goed af”. Wat helemaal klopt als we naar beneden rollen, de ski-bult af. Over een soort gras-piste rossen we omlaag, in een flink tempo, zonder enige moeite. Dat na dalen klimmen komt weten we nu inmiddels wel. En dat klimmen, dat gaat ineens weer alsof we zojuist pas zijn gestart; onverwacht frisse benen. Ik ben nog steeds verbaasd hoe goed De Mensch zich blijkt te kunnen herstellen van een krachtinspanning. De loop-spieren bleken na het fietsen ongedeerd, maar de beurse fiets-spieren zijn weer helemaal hersteld na het lopen. Ik denk wel dat het strakke regime van uurlijks repen eten en continu drinken helpt. Maar ook het lichaam snapt kennelijk wat er van verwacht wordt en werkt coöperatief mee. Tof. De top-3 van dat moment is:

  1. Het wordt toch warmer en warmer. Drinken we genoeg?
  2. We liggen voor op schema. Betekent dat dat we op het end óók nog de bonus-etappe moeten doen? Da’s wel vér.
  3. Hadden we nou echt wel de slimste route bij etappe 1 gekozen, of was S-4-3-1-2-S korter geweest?

Als je niet verder gaat, komt er geen eind aan

Maar is dat ook wat jij, beste lezer, nu denkt? Of vraag je je af of je nou niet eindelijk eens halverwege dit verhaal bent? Want het wordt af en toe wel een beetje langdradig. Nou, ik zal je wat vertellen: we zijn hier nog eens niet halverwege de route, en ook niet halverwege de tijd. Ja zeker, het duurt nu nog vijf uur voordat we überhaupt halverwege zijn. Met andere woorden: de finish is nog eindeloos ver weg. En dat is precies wat ik hier probeer over te brengen. Dus: leef mee. En lees verder, want als je niet verder gaat, komt er geen eind aan.

Kanovakantie (za, 15:55)

Intussen winnen wij geen race met tegeltjeswijsheden, en dus rijden we hard door naar TA2, aan het water ten zuiden van de stuwdam. Één fiets wegleggen, de andere op de kano binden, en de inventaris laten checken door de organisatie. Er is namelijk een verplicht lijstje attributen dat mee moet, waaronder een warme trui (oftewel een zacht kussentje onder aan mijn rugzak), een fluitje ♫ en een break-light. Alles is aanwezig, we mogen door, en we peddelen tegen een licht windje in het meer over. De koelte van het water voelt weldadig. Het lijkt wel eventjes vakantie tijdens etappe 5. En eigenlijk is het dat ook! Wie ziet er nou in 32 uur alle mooiste plekjes van het gebied? Dit is de Harz voor Japanners, maar dan zonder camera. Flits.

Etappe 5b is onaangekondigd: 500 meter sjouwen met een kano. En een fiets. En ook nog zo snel mogelijk. En dan begint het feest: van die ene Adventure Race die ik ooit eerder heb gedaan vond ik dat het leukste onderdeel: de Run-Bike etappe.

(klik voor een grotere kaart)

Even wat uitleg: met een team van 2 leg je 1 etappe af, met één fiets. Geen tandem, en ook niet met z’n tweeën op de fiets; dat mag niet. Één van de twee is dus het haasje, en moet lopen. Maar het is wel haasje-over, want na pak-weg driehonderd meter ligt daar ineens een fiets in de berm. Daar spring je op, rutscht er vandoor, scheurt je maat een eind voorbij, waarna je de fiets weer in de berm smijt. De uitdaging is om elkaar niet bij een splitsing uit het zicht te verliezen en kwijt te raken, dus communicatie over de route is essentieel. Ik vind het leuk. We doen over 15 km buitenspelen net geen 2 uur; de totale klim is iets van 600 m. Soms gaat fietsen niet, en draagt Patrick -wat een koning!- de MTB op zijn nek omhoog, of klautert hij er mee over complete bomen heen. Het landschap rond het meer is prachtig, en de bliksemsnelle afwisselingen van rennen en fietsen houdt ons mentaal vlijmscherp.

∞ fietsen (za, 18:50)

Dát verandert snel als we weer gaan fietsen. Eentonig de berg op vanaf het meer, bijna 10% helling, bijna 5 km lang. Wat aanvankelijk begint met een aangename roes -frisse benen, weet je nog- wordt uiteindelijk een toestand van half-slaap. Alle urgentie verdwijnt, mede onder invloed van de rozig-makende avondzon. En aan het eind van de klim, bij het CP, met uitzicht over het meer, ploffen we welgeteld 120 seconden neer op een bankje. Maar dan gaat ineens de mentale wekker. We moeten door! De schemer valt, tijd om weer wakker te worden. We liggen niet meer vóór op ons schema. De kaarten zijn kennelijk opnieuw geschud (en we hebben een tikje langer in de heuvels bij het meer lopen spelen).

  1. Zouden we nog wel genoeg tijd over hebben voor de -laatste- bonusetappe?
  2. Het wordt ineens kouder; hebben we wel genoeg kleding bij ons voor de nacht? Ik heb gelukkig nog een ‘kussentje’ achter de hand.
  3. Als het langzamer gaat dan gedacht, hebben we dan wel genoeg licht (lees: accu-lading) voor de oriëntatie etappe, die ik op een aparte batterij loop die niet aan mijn fiets hangt?

Het duurt even voordat ik me realiseer dat de nacht niet langer duurt wanneer wij er langer over doen. De zon draait in tegenstelling tot wijzelf rondjes zonder moe te worden. En hoe later we aan de oriëntatie-etappe beginnen, des te minder stroom we nodig hebben.

(klik voor een grotere kaart)

Maar het wordt nu wel snel donker. Net zo snel als wij de helling af scheuren, flink afgekoeld door de rijwind die het vocht op de bezwete huid laat verdampen. Fantastisch hoe een adelaar een stukje vlak voor ons uit vliegt, schuin boven de fietsen. Wát een vleugels, denken wij over hem; wát een snelheid, denkt hij over ons. Het volgende CP vinden we nog net bij schemerlicht, maar bij het daarop volgende is het toch echt donker. Hoewel het vlak bij een weg ligt, althans, op de kaart, blijkt het 30 meter meter hoger op een rots te zijn gelegen. Maar ook dat blijkt niet te kloppen: we hebben hier een CP met een hoog Woudlopers-gehalte te pakken. We vinden een aanwijzing met een koers en afstand: een projectie. Turend langs het peilkompas doemt een steeds luider gezoem voor ons op, wat uit de richting lijkt te komen van een paar rode en groene lampjes. Die op hun beurt weer op ons af komen: ze zitten vast aan een drone, die ons even komt filmen. Krijgt elk team zijn persoonlijke video naderhand, of zit het camerateam ons toevallig op de hielen? Geen tijd om over na te denken, want we moeten naar het uitgepeilde punt op de andere flank van het dal. De peiling klopt voor geen meter, maar de beschrijving, “Bergmannsbaude”, laat geen twijfel. Deze etappe liggen alle CP’s “iets” hoger dan de weg. Wat een “leuk” thema (haha). Dus ook hier een paar tiental meter trappen op. Even later, weer beneden bij de fiets, zien we dat we die beter meteen mee omhoog hadden kunnen zeulen, want het logische vervolgpad loopt vanaf het Baude verder. En zo klimmen we voor de tweede keer de trappen op.

Later deze etappe zal nog een baas-boven-bazige zendmast volgen, met 20 trappen boven de boomtoppen uit-tronend. In de verte zien we vanaf het topje van de toren (natuurlijk hangt de SI van dit CP niet beneden, wat denk je zelf?) een paar MTB koplampen. Dat moeten wel andere teams zijn. Wie anders fietst hier om 22:45 door de bossen? Maar ze zijn ver genoeg weg om ons niet opgejaagd te laten voelen. Alleen de temperatuur maakt dat we gauw verder gaan, want ondanks een windjack is het fris hier boven. De laatste kilometers naar de start van de kompas-oriëntatie etappe vliegen voorbij; ze gaan dan ook omlaag, en we komen fit aan in TA4.


De zak proviand die we tevoren hebben ingeleverd, en hier kunnen terugkrijgen, naar keuze vóór of na etappe 8, laten we nog even voor wat die is, want anders moet de inhoud te voet mee gedragen worden op het volgende traject. Er zit nog wel genoeg voer in de rugzak en op de fiets voor de komende 16 km rennen. Bovendien is dit het TA met broodjes worst, borrelnoten, chips, tuc’s, pinda’s, koek en bananen. Dus we schranzen een energie-buffer naar binnen, schieten tussendoor een pijl in de roos van een schietschijf (scheelt weer 10 straf-minuten), en vullen de waterzakken. Kompas mee en lopen. Wat kan er mis gaan?

  1. Hier zouden we goed in moeten zijn, dus dat legt wat extra mentale druk. Kunnen we deze extra spanning die op onze schouders rust wel aan? O, o, wat spannend!
  2. De tijd vliegt, de bonus-etappe zit er wellicht niet meer in, maar lukt de oriëntatie etappe überhaupt nog wel helemaal?
  3. Wat doet de kou deze heldere nacht?

Koersen (zo, 0:00)

Bij het tevoren uitstippelen van de routes hebben we al wat voorbereiding gedaan en de kompaskoeren ingetekend, maar kennelijk waren we toen minder scherp dan nu, want het was toen niet opgevallen dat een aantal CP’s volgens hun omschrijving bij hoogspanningsmasten liggen. En die palen staan doorgaans vrij nauwkeurig op 250 meter uit elkaar. Dat maakt het een eitje, ware het niet dat ik telkens een 5° ruimere koers peil dan zou moeten. We zitten telkens te ver “naar rechts”. Da’s niet zo erg in het open veld, waar je de CP’s toch wel ziet liggen vanaf 50 meter afstand dank zij de riante reflectors, maar op weg van CP34 naar naar CP35 blijkt dat funest. Aanvankelijk lopen we er scherp op af, maar omdat het een redelijke jungle wordt halverwege en we een wat begaanbaarder brandgang volgen, komen we té noordelijk uit. We volgen een stroompje, dat op kaart staat, maar zien geen CP. Denkend dat we er al voorbij zijn lopen we maar terug naar het referentiepunt, CP34, en proberen het opnieuw, maar wijken nu met opzet wat te ver naar het noorden af, zodat we zeker weten dat we de beek naar het zuiden moeten volgen. En zo lukt het, zij het met een dik half uur vertraging, het CP te scoren. Achteraf verraadt de GPS track dat we er in eerste instantie vlak bij waren. Dit is nog wel een dingetje om te trainen. En ik dacht nog wel dat we hier bovengemiddeld zouden scoren. Dompertje.

(klik voor een grotere kaart) Je ziet ons dramatisch verkeerd lopen van CP34 naar CP35. Twee pogingen hebben we nodig.

Eerst maar CP37, en dan 36. De streepjes, een spoorlijn, zijn een robuuste stoplijn, dus daar mikken we op. Aan de spoorlijn staat een wachthokje. Met een reflector en een SI-station. Het zal toch niet…? Dat moet wel de shelter / Schutz zijn van CP36. Zou die opdracht dan zo doorzichtig zijn? Dat kan haast niet. Waarom sturen ze ons eerst naar een redelijk lastig punt in een cirkel op de kaart waar niets herkenbaars getekend is, om ons vervolgens via een slingerend pad (de rode stippellijn) naar een juist uiterst herkenbaar punt op de kaart te dirigeren? Bovendien: als je vanaf CP37 terug komt lopen kijk je pal tegen het wachthuisje aan en in de nacht kan je dan de reflector die er aan hangt niet missen. Wie eerst naar CP36 gaat lopen zoeken heeft pech en verliest veel tijd; wie eerst CP37 aandoet wint met twee vingers in de neus de loterij.

TA4, daar waar slaperigen slapen, en hongerigen hongeren -pardon- eten. Je kan er ook schieten, maar dan weer geen everzwijn. Verderop in het dorp wel Spanferkel, trouwens. Maar dan weer niet om deze tijd. Wat moet je met deze info?

Een loterij is het overigens wel bij CP37. We moeten bij een omgevallen boom zijn. En daar ligger er daar meer dan genoeg van. Met iets meer geluk dan wijsheid vinden we de speld in de spreekwoordelijke hooiberg, en kunnen dan als de wiedeweerga terug naar de start, TA4. Het hele stuk rennen we.

Het TA is ineens 10 keer drukker bevolkt dan toen we hier 3½ uur terug waren.

Superkoek

Nog wat eten, en eten, en eten. Pasta, worstjes, nootjes. Alles smaakt even lekker. Omdat we al bijna op ¾ van de wedstrijd zitten, met nog maar 8½ uur te gaan, is inladen van een hoeveelheid eten gelijk aan die van de 1e helft zwaar overdreven. En dan bedoel ik letterlijk zwaar. Dus een hand vol repen blijft achter. Zo zal ik nooit weten hoe de muesli-choco bars van AH smaken, en de choco-sinaasappel repen van Decathlon verliezen het ook van de droge worst en de onovertroffen door m’n dochter zelf gebakken energie-koek.

Autopilot (zo, 3:35)

Meer op de automatische piloot dan iets ander trappen we de uren weg tot het daglicht. Af en toe slaperig, dan weer wakker. Maar vooral murw door de uren en uren zonder slaap en de eindeloosheid. Bosbouwers zijn geen mannen meer met een rood geruite blouse en een bijl over de schouder.

Doorgaan is gewoon een kwestie van niet stoppen

Nee, ook niet met een motorzaag en een baard en een maf hoedje op. Ze zitten in loodzware machines die de bomen uit de grond plukken en ter plekke in planken zagen. Althans, dat vermoed ik. Wat ik wel zeker weet is dat ze knie-diepe bandensporen achterlaten met een vuist-diep profiel van ribbels die door merg en been gaan als je er met je MTB overheen probeert te rijden, tevergeefs proberend de snelheid hoog te houden en niet te vloeken. Dat laatste is niet te vermijden als de kaart niet blijkt te kloppen op een gegeven moment. Maar kan de kaart er wat aan doen als iemand wat extra wegen heeft gezaagd uit deze houtplantage? Zou ik ook doen, gezien de woekerprijzen voor timmerhout bij de bouwmarkt. Het geld groeit hier niet áán de bomen, het zíjn de bomen!

(klik voor een grotere kaart)

Maar enfin, dit geeft de kans weer even de misser met de kompaskoersen daarstraks goed te maken, en onze oriëntatieskills te laten zien, want weldra herpakken we de route en pakken het volgende CP als we rap weten te herleiden waar we staan aan de hand van de hoogtelijnen op de kaart. Wat we niet weten?

  1. Klopt dat CP bij het stationnetje wel? Dat ging te makkelijk. Aan de andere kant: dit is geen WOR.
  2. Wat doet de temperatuur? Zo lang we in beweging blijven gaat het wel goed, of moet ik toch mijn thermo van mijn rugzak lostrekken?
  3. Houden we Klaas Vaak achter ons, of zal de slaap ons overmeesteren, zoals zoveel teams bij TA4, die onder nood-dekens op bankjes tegen elkaar aan lagen te ronken?

De zon komt voor de tweede maal op vandaag. Dat is toch wel een verwarrende ervaring. Gevoel voor tijd is helemaal verdwenen. De herinnering aan de uren op de fiets tot aan de laatste oriëntatie etappe zitten nu meer als een time-lapse video in mijn geheugen: snelle flarden flitsen schichtig voorbij.

Vreten, tot we een ons wegen

Chronologie ontbreekt. We eten tot we een ons wegen, en drinken de bidons lichter. Eindeloos veel bomen zijn de getuigen. Ik vlieg terloops een keertje over de kop als mijn voorwiel in de slappe klei van een dammetje over een greppeltje blijft steken. De kreukelzone van mijn kaarthouder op m’n stuur werkt perfect: de kaart staat nu in een totaal verbogen stand, maar ik heb geen schrammetje. Onverstoorbaar gaan we door. Elk kruispunt gaan we een bocht om. Geen dal of er volgt wel een heuvel. Maar ineens is daar weer een plaatsje. Friedrichsbrunn ligt er verlaten bij. Wie komt hier nu om kwart over zes in de morgen?

Ochtend-O (zo, 6:15)

Het antwoord is duidelijk als we ons bij TA5 melden. Hier zijn nog niet veel teams geweest. Een twintigtal fietsen schat ik, meer niet. Één team is al 5 uur bezig met de volgende etappe, en ze zijn nog niet terug, horen we. Als wij er ook zo lang over doen wordt het krap om op tijd bij de finish aan te komen, laat staan om nog wat van de bonus etappe te kunnen doen. 12:00 is de deadline. We schatten drie kwartier nodig te hebben voor de weg terug naar Thale, naar de finish in het Bergtheater. Dus we hebben nu nog precies 5 uur de tijd voor 30 km oriëntatielopen. Ik grap: da’s een hele Woudlopers Oriëntatie Run. Maar dan in minder tijd, met meer hoogtemeters.

Dit is een kolfje naar mijn hand. Zorgvuldig geplande routes vermijden overbodige hoogtemeters. Één kilometer omlopen staat gelijk aan 100 meter stijgen. Dalen gaat doorgaans wel ongestraft, mits niet te steil; het levert zelfs snelheidswinst. Maar iets zegt me dat we niet op De Oneindige Trap van M.C. Escher lopen, en je netto even veel daalt als stijgt als je eindigt waar je begint: bij de fiets. Dus er zit niets anders op dan hoogte te houden waar het kan. De snelste lijn tussen twee punten is in elk geval qua hoogteprofiel een rechte lijn. Bijna, dan. We doen het goed, punten volgen elkaar snel op. Geen foutje maken we. En toch…

  1. Hebben we genoeg tijd? We hadden al besloten dat 4 van de CP’s van deze etappe wel héél veel hoogtemeters kosten. Maar het heeft geen zin om reguliere CP’s te laten liggen ten gunste van bonus CP’s. Voor de eindscore althans. Maar als die teams voor ons al minstens 5 uur nodig hadden…?
  2. Die bonus, die hoeft niet meer, als we toch niet alle reguliere CP’s hebben. Die kan ook niet meer, gezien de tijd. Dus hierna nog 8 km fietsen, geen 56. Dat vooruitzicht scheelt.
  3. Is 30 km hardlopen überhaupt niet een tikkeltje veel in deze fase van de wedstrijd?

Omdat ik hier weer het kaartlezen voor mijn rekening neem, weet ik me nog veel meer details te herinneren dan van de fietsetappe. Maar laat ik mijn lezers de details besparen. Wil je horen hoe de cafeïne-gel smaakte? Of de muesli-citroen reep? Waar we het over hadden? Dat er een steentje in mijn schoen zat? Dat we al na een paar minuten de windjacks uittrokken, omdat het ineens een stuk warmer was geworden? Dat we al die tijd verder niemand tegen kwamen? Dat één van ons op een gegeven moment letterlijk aan het slaapwandelen was. Maar dat dat na een bijna verticale afdaling om een vallei met een beek over te steken heel snel over was? Nee, dat wil je toch allemaal niet weten? Ik spoel even snel vooruit tot het weer spannend wordt.

»FFWD (zo, 8:45)

Dit is het tijdstip dat ik normaal gesproken op de fiets zit naar m’n werk, en de betere ideeën van de dag ontstaan. Of liever gezegd, de onderbewust gerijpte ideeën van de nacht een weg naar het oppervlak van het bewustzijn vinden. Zo ook nu. We beginnen aldus te rekenen: nog 2:30 te gaan, per CP hebben we telkens 30 minuten gelopen, en we moeten er nog 3, en dan terug naar het TA. Dat laat nog wat ruimte. Als we nou toch nog één van die punten die we in eerste instantie lieten liggen omdat die buitensporig veel extra hoogtemeters kosten zouden meepakken, dan zou dat nét passen. Mits we het tempo opvoeren. Maar als het nou niet lukt, dan komen we te laat aan. Elke 10 minuten na 12:00, te beginnen bij 12:01, kost ons een CP. Dus als we het niet halen is deze exercitie voor niets, en als het tegenzit en we komen pas om 12:11 binnen, dan zijn we zelfs duurder uit. Het is een gok. Maar wel een verstandige gok. En een spannende! Niet geschoten, altijd mis. We besluiten de beslissing nog eventjes uit te stellen tot CP50: daar zullen we kiezen of we eerst langs CP48 gaan, of direct via CP49 n CP51 naar het TA.

(klik voor een grotere kaart) CP45 t/m CP47 liggen niet vér uit elkaar, maar je struikelt er over al die onhandige hoogtelijnen, waardoor het effectief zo’n vier kilometer langer is dan het lijkt in vogelvlucht.

Cool plan! Ineens is alle slaap verdwenen. Ineens is er geen cafeïne meer nodig. Ineens is er een bak energie aangeboord en trekken we alle registers open. We rennen weer omhoog, steken dwars door het groen naar CP50, en hebben maar een paar tellen nodig om definitief te besluiten: We doen het!

In looppas spurten we naar het noorden. Ineens zijn daar ook weer andere teams. Ze komen uit alle richtingen. We negeren ze. Wij hebben ons eigen plan. Dat het pad langs een rivier omlaag loopt benoem ik maar even niet. Die daling moeten we ook weer klimmen. Ik weet dat Patrick iets minder achter de beslissing staat om CP48 mee te nemen dan ik. En ik houd mezelf voor dat we wel binnen het half uur op de top bij CP48 staan, hoewel méér meters dalen en stijgen niet in het plan zat. Alles zetten we op alles, om er snel te komen, en inderdaad, na 25 minuten is het CP gevonden. Even lang doen we over CP49. Maar CP51 ligt weer op een topje.

Nog één laatste klim, nu met overal andere teams om ons heen. Het is met alle verzuurde spieren bijna niet te doen om over de immense keien rond de top te klauteren, op zoek naar de SI-unit bij dit CP. Dit is zonder twijfel het best verstopte punt van de hele race. Maar Patrick ziet hem hangen, en dan is het klaar. Dit voelt al als finishen, en we hebben nog anderhalf uur de tijd.

Toch willen we geen tijd verliezen. Het leuke van dit soort races is dat je geen idee hebt wie op dat moment je tegenstanders zijn, en hoe die er voor staan. Al die andere teams die hier rondzwermen hebben misschien wel meer of minder punten gevonden. De enige invloed die je er op hebt is zelf zo snel mogelijk te gaan. En hoe pittig dat ook lijkt na ruim 30 uur non-stop sporten, het is een betrekkelijk simpele opdracht. Simpel is goed. Niets doet nu nog pijn.

Eindsprint (zo, 10:45)

(klik voor een grotere kaart)

Terug bij het TA. Snel op de fiets. Andere kant op dan de andere teams. Wij hebben een slimmere route gevonden, die alleen maar omlaag gaat. Laat hen maar de kortere weg fietsen, bergop. Wij rutschen omlaag. Ehhh… waarom gaat ons pad omhoog? Dat was niet de afspraak.

Blijkt dat hoogtelijnen lezen soms net wat te veel gevraagd is na 31 uur. Met de fiets aan de hand akkeren we voor de laatste keer een helling op. Ploeteren. En doorgaan. Maar niet veel later gaan we alweer naar beneden: wat een snelheid! Een laatste heuveltje over naar de Hexentanzplatz, brullend van de inspanning trappen we het asfalt onder onze wielen vandaan. Maar wat zou het, we zijn er! Fiets laten vallen, het theater in rennen, SI voor het laatst inleggen, en uitlezen.
Spierpijn komt later wel, nu kunnen we nog trap-af lopen, naar het podium in de diepte. Daar staat organisator Winfried weer, om ons eigenhandig een medaille om te hangen. Het is gelukt! On-voor-stel-baar. (zondagmorgen 11:17)

Dan doet alles pijn. Alle spieren tegelijk. Vooral bij het oprapen van de fiets, bukken om veters los te maken, opstaan van een bankje. Maar ja, we zijn dan ook alweer een uur verder, wanneer het vochttekort is aangevuld met ein großes Weißbier, en daarbij een Pommes met ein bisschen zu viel mayo. Verdiend, zou ik zeggen. Dan komen die gedachten weer, dat denken dat nooit stopt:

  1. Zouden we nou nog meer punten hebben kunnen scoren in die laatste 45 minuten?
  2. Hebben we die laatste afdaling nou wel of niet goed gekozen?
  3. Was dit het nu? Het zal toch niet waar zijn dat ik dit ooit nog een keer wil doen? Aiaiai…

Denken aan van alles, voldaan, trots, dat het best mee viel (haha), bier, dat je onderweg herstelt, dat we geen grote problemen hebben gehad, geen blessures, aan sportdrank, eindeloos veel energy bars, en of er nou een vals CP hing bij het stationnetje, stromende bergbeekjes, gevulde koeken, lammetjes, blauwe zwaailichten, de hele mikmak door elkaar. De laatste gedachte is dat de zon in mijn gezicht brandt, en dan realiseer ik me dat we inmiddels met het campertje bij het honk staan waar de prijsuitreiking weldra plaatsvindt, in het zonnetje, en dat we zomaar 2 uur geslapen hebben. De eerste sinds vrijdagmorgen! Over een kwartier is er eten. Ik krijg niet genoeg van eten, permanent honger dit event. Gretig schept iedereen zijn bord vol, vooral vlees. En dan is het zo ver, de prijsuitreiking.

De verrassing van de race

Winfried is geen man van weinig woorden als er veel mensen luisteren. Maar ja, een race van 32 uur sluit je niet in een halve minuut af met een snel prijsuitreikinkje. Als het onderdeel Pro-2, onze categorie, aan de buurt is gaat er een schok door me heen als er “31 uur 17” genoemd wordt. Waren wij niet om 11:17 binnen gekomen? Dat kan niet waar zijn. Dat is het wel. Als door een bij gestoken springen we op (waar die kracht ineens vandaan komt?) en lopen naar het podium. Een bronzen medaille, wie had dat gedacht? Vol ongeloof geniet ik er van. Direct achter het andere team Dutch Adventure geëindigd. We zijn ze nog een rol boeklon schuldig. Die was het waard!

Graag zou ik nog uren in het zonnetje hier bier drinken om het te vieren. Maar de allerallerallerlaatste etappe is een zware, misschien we de zwaarste van allemaal: nog zes uur naar huis rijden. Nu maar hopen dat Patrick me niet onderweg vraagt voor een 72-uurs wedstrijd, want dit is niet het moment dat ik daar weerstand tegen kan bieden…

Epiloog

Doe ik dit nog een keer? Vast. Volgende week? Nee! Het is slopend. Bij een kort oriëntatieloopje de woensdag er na haken de benen eerder af dan normaal. De eerste dagen van de week heb ik wel zin, maar geen fut om dit verhaal te schrijven. Maar tegelijkertijd: het idee dat we dit volbracht hebben, dat je 32 uur kan top-sporten, dat het lichaam een gigantische veerkracht heeft, dat geeft een enorm zelfvertrouwen, en denken aan ons onvoorstelbare resultaat geeft een enorme energie. Deze unieke ervaring is de moeite meer dan waard.

Ik kan het niet laten nog even naar etappe 1 te kijken. En wat blijkt? Onze volgorde was niet langer dan het alternatief, dus daar was achteraf niets mis mee.

Probeer zelf maar eens de kortste route vanaf de start langs (1), (2), (3) en (4), en terug naar start te bepalen.

En zodra de volledige uitslag op de site van The hARz staat kan je ook nog een analyse van de resultaten, teams, CP’s, en etappes verwachten. Maar op dit moment vind ik dat ik wel genoeg geschreven heb. Het moet natuurlijk niet langer duren dan de race zelf…

Wil je op de hoogte blijven van updates? Laat dan hier rechts even je email adres achter, en je krijgt mail als ik iets nieuws schrijf.

Lente op het Herperduin

Best goed gelopen, als zeg ik het zelf. Snelste Nederlander bij de Heren-21 (ja, zo jong ben ik; moet me sinds vandaag ook voortaan identificeren als ik bier koop bij de supermarkt). En het voelde als lente. Heerlijk temperatuurtje; zo warm dat na de finish het shirt uit moest om het niet te begeven van de hitte.

Afbeeldingsresultaat voor suunistuspeliDe tweede loop overigens met mijn eigen SI (SportIdent timing chip). En eentje met een nummer dat ik nooit ga vergeten, want toen ik vorig jaar een bubbel in mijn duimkompas had en een nieuwe bestelde bij OL-shop Conrad, en ook meteen het OL-Würfelspiel “SUUNISTUSPELI” in mijn winkelmandje stopte, bedacht ik dat ik om de verzendkosten per item te drukken, het tijd was voor een eigen SI en zag dat je zelf de ID daar van kon kiezen bij bepaalde types. Toen was de keus snel gemaakt, als staat de “Air”-functie in Nederland zelden aan bij wedstrijden. Maar ach, met 8160972, oftewel 8-mijn-geboortedatum, loop ik toch een stuk sneller door het bos… Oeps, nou blijkt dat hele leeftijdsverhaal hier boven uit mijn duim gezogen. En dat terwijl je een SI doorgaans om de wijsvinger draagt.

De race

Aparte start. Ik had nog niet eerder meegemaakt dat je eerst de timing chip inlegde (en de tijd ging lopen) en je pas daarna de kaart kon pakken. Maakt op zich niets uit, maar het leverde een fractie van een seconde verwarring. Meestal gaat het andersom.

Het eerste been was meteen door dicht struikgewas en kreupelhout. Zou dit tekenend terrein worden voor de hele route? Dan wordt omlopen vaker aantrekkelijk. De snelheid door groen (rood hier naast) is ruimschoots minder dan de helft van de route over paden (groen hier naast; kan je het nog volgen?). Desalniettemin was doorsteken nog steeds sneller, al had ik beter iets eerder ten westen op het pad kunnen uitkomen.

De volgende posten gingen soepeltjes, maar van 6 naar 7 verloor ik even mijn scherpte. Ik dacht dat ik al wat verder naar het zuiden liep toen ik het pad (in het midden van dit kaartje) overstak, hield het donker groene bosje links van me (wat een ander groen bosje bleek) en kwam uit op de rand van een heuveltje met dichter bos, waar ik de post vermoedde. Maar die stond daar niet.

Ik liep de vet-gedrukte route, maar dacht de gestippelde route te lopen, een stukje verder naar het zuiden.

Terug naar het vorige pad (volgens het boekje: bij verdwaaldheid terug naar het laatste bekende punt) was geen optie dus dan maar verder westelijk naar het volgende pad. Vreemd genoeg maakte ik ook nog eerst een 90-graden fout en liep naar het noorden in plaats van westen. Maar met een verlies van 2 minuten vond ik uiteindelijk de post, nét voor twee andere lopers, die geluk hadden dat ik daar was op dat moment.

De rest liep op rolletjes, waarbij ik wel moet opmerken dat het een geluk was dat het schrikdraad tussen 10 en 11 uit stond, want ik klapte, omdat ik ze totaal niet gezien had, dubbel over de draden naast het paadje. Maar in plaats van dat ik er overheen rolde, wat me weer wat meters gescheeld had, liep ik er toch maar netjes om heen, door het klaphek.

Bij de volgende posten ging vermoeidheid een rol spelen, want het was geen licht terrein, met alle boomstammen en takken, maar omdat er wat meer lopers in de buurt waren, hield ik de vaart er in. Peer-pressure.

Overigens wel opvallend: ik had de andere kaarten niet gezien, maar als je achteraf op Strava kijkt naar alle Flyby’s, dan valt op dat de verschillende routes wel heel erg samenvallen. Misschien stonden de posten een tikkeltje anders, maar het lijkt er op dat de kortere omlopen gewoon de langste zijn met wat shortcuts. En ik altijd maar moeite doen om geen benen samen te laten vallen als ik banen leg.

Lekker wedstrijdje was het. Mijn eerste “normale oriëntatieloop” van dit jaar, na alle lange orienteering challenges.

Eilandmemorisatie: scrabblewoord of uitdaging?

Ik zeg: uitdaging! Dit is inspannend, maar ook erg leuk om te doen. En confronterend, want je geheugen wordt sterk op de proef gesteld.

Waar gaat het over?

Gisteren, woensdagavond, organiseerde Hamok een Lenteloop. Omdat het terrein op zich vrij eenvoudig was, hadden ze er iets bijzonders van gemaakt. In plaats van een kaart aan de start uit te reiken met de route, kreeg je die slechts 1 minuut te zien. Op die kaart stonden weliswaar alle posten, maar dat waren er te veel om te onthouden. Ook stonden er 6 locaties aangegeven  post waar een moederkaart hing, zodat je onderweg nog wat op kon zoeken. Zoals hier onder:

20140521_Basvelden_blank

Overigens ga ik er even aan voorbij dat Peter, onze fantastische trainer, dit al een paar keer heeft gedaan bij de KOVZ training, maar ik elke keer daar van verhinderd was. Zodat ik nul ervaring had met memorisatie, maar die wel had kunnen hebben. Nou ja, niet helemaal nul, want ik heb bij de Midwinterrun 2013 wel iets soortgelijks gedaan, en dat ging lang niet slecht.

TactiekIMG_20140522_230632

De moederkaartlocaties waren tevoren al in te zien geweest, dus die kende ik. Beetje rondgekeken vanuit het CC tijdens de inschrijving, en ik had enig idee van afstand, en grootte van het terrein. Maar een kompas leek toch niet overbodig want alles stond er schots en scheef, en elk voetbalveld leek op elkaar. Ik stelde me zo voor dat ik een paar posten per keer uit mijn hoofd zou kunnen leren, maar hoeveel? Geen idee. Geen 29 in elk geval, en zoveel stonden er op de postomschrijvingsstrook. Ik besloot te kijken hoe ver ik kon komen, maar ik leek toch bij 4 te blijven steken, met één minuut memorisatietijd, misschien 5.

Onderweg naar de eerste van die paar posten bedacht ik dat ik had moeten plannen waar ik een moederkaart zou opzoeken. Mijn 4e en 5e post, 102 en 96, bevonden zich ‘onderaan’ op de kaart (de controlenummers waren van laag naar hoog, van noord naar zuid gerangschikt om het zoeken te vergemakkelijken), en daar stond een post op de kaart, herinnerde ik me. Dus zodra ik die zou passeren zou ik kijken wat er zou volgen. Klonk als een solide tactiek.

Na vier posten kwam ik inderdaad langs een kaart, en vier zou inderdaad een soort magisch getal blijken; misschien omdat ik niet meer posten per keer leek te kunnen onthouden, of omdat dat nu eenmaal gelukt was, en het al best pittig bleek.

In elk geval plande ik vanaf toen telkens als laatste punt van een serie een moederkaart. Het leek verstandiger na bijvoorbeeld 2 posten op een kaart te gaan kijken als die toch min of meer op mijn route lag, dan om er 6 trachten te onthouden, maar na 4 te constateren dat ik flink om moest lopen om alsnog de locatie van die 2 vergeten posten op te zoeken. Dus werden het steeds rijtjes van 5: 4 posten + 1 kaart.

22-05-2014 23-54-40
Eerste 4+1: vier posten en een kaart.

Gezien de openheid van het terrein leek het me niet nodig in al te veel detail naar de omgeving van de posten te kijken. Veelal keek ik naar een opvallend referentiepunt, en wat globaal de relatieve positie van de post was, om die makkelijk te kunnen onthouden, en ging er ik er van uit dat ik hem, eenmaal in de buurt, wel zou zien staan.

22-05-2014 23-57-23
Tweede 4+1. Even lopen zoeken naar 96.

Wat ik nog wel deed was kijken of er obstakels op de route zouden liggen, zoals hoge gesloten hekken, of verboden terreinen (zoals atletiekbanen met geestdriftige speerwerpers, of voetbalvelden met enthousiaste hooligans). Water ontbrak onderweg; ook om te drinken.

Analyse

22-05-2014 23-27-04
3e run: wat een 3+1 had moeten werden werd een 1+???+1.

De praktijk bleek wat weerbarstiger. Na twee soepel verlopen 4+1 runs, bleek ik me verkeken te hebben op de vindbaarheid, pardon, zichtbaarheid van post 34. Ik had het veldje onthouden, en dat de post op 2/3 van de lange zijde zou staan. Iets naast een stipje waarvan ik geen idee had wat het zou zijn. Maar daar aangekomen zag ik geen post. Verkeerde veld? Tot dan to had elke post op een zichtbare plaats gestaan.

23-05-2014 00-00-42
Run 4: 3+1.

Of toch niet? Nu ik er over nadenk stond 96 ook al achter een struik in een kuil, dus mijn gevoel klopte niet. Het kon best lastig zijn. Maar dat realiseerde ik me toen niet, en ik ging er van uit dat ik gewoon de postlocatie verkeerd had onthouden en op het verkeerde veld stond. Ik had immers alleen onthouden dat het een meest noordelijk veld was, maar er was nog een vrij noordelijk veldje bij de parking. Prompt liep ik zowaar een moederkaart voorbij, waar ik natuurlijk meteen had moeten gaan kijken, maar overtuigd dat het niet het ene veld was, moest het wel het andere zijn; in mijn hoofd althans. Parking over, zoeken, nog een post bekijken, tot de locatie van de moederkaart tot me doordrong. Kijken, toch weer naar mijn oorspronkelijke plek van 34 terug, maar nu ook achter de struiken gaan zoeken, nadat ik had gezien dat de post in het gebladerte stond. Inmiddels was ik bijna vier minuten verder.

Kennelijk onzeker over de gemiste post en de verloren tijd, besloot ik het wat voorzichtiger aan te doen: 3+1 onthouden, en dan weer verder zien. Niet heel tactisch, want de volgende post na 53 was 65, en die lag juist zuidelijk, terwijl mijn kaart noordelijk van 53 hing. Omlopen dus! Met een halve minuut verlies.

23-05-2014 00-03-09Met iets meer zelfvertrouwen besloot ik er weer 4, of zelfs 5 achter elkaar te gaan doen. Aanvankelijk voorspoedig verlopen -ik had zelfs de plek van 54, tussen te twee hekken onthouden bij een vorige passage- raakte ik na de 4e post de kluts kwijt. Ik weet zeker dat ik wist dat die helemaal in het oosten stond, bij een plukje lastig groen op de kaart, maar toch ben ik naar de dichtstbijzijnde kaart gelopen, die helemaal niet zo dichtbij bleek te hangen. Hop, daar gaat wéér een minuut!

23-05-2014 00-11-02Het gevolg was een nogal suf op-en-neer-tje van de kaart bij de tennisbanen naar 77, en via 73 weer terug naar diezelfde kaart. Al had ik alleen maar onthouden dat ik in de meest oostelijke hoek van het terrein moest zoeken, en was ik daarna via de kaart bij de tennisbanen naar 73 gelopen, dan was dat zoveel sneller geweest. Laat ik het maar toeschrijven aan de inspanning.

23-05-2014 00-11-21Dan volgt er een flink stuk, met weliswaar maar 2 posten (en een kaart op het eind), maar toch met wat gezoek, omdat ik de 2e post niet eens meer weet te vinden, en de kaart ga zoeken bij een veld waar deze niet hangt. Ik had me een huisje naast het voetbalveld herinnerd, maar dit bleek een minder veelzeggende dug-out-zonder-kaart. Ik moet me echt beter concentreren!

23-05-2014 00-11-33En dat lukt. 4+1 op rij is het resultaat. Eerst een hek vlakbij, dan tussen de westelijke tennisvelden, vervolgens een post die ik eerder heb gespot in een hoekje van een veld, en ten slotte en post tussen de struiken, vlakbij dezelfde kaart waar ik nog een keer terug ga komen. Maar dan maak ik weer de fout die ik al eerder maakte: ik merk niet op dat een van de posten lastig geplaatst is en meer aandacht vergt – die tussen de struiken. Komt goed, denk ik, dat zien we dan wel. Maar zonder kaart wordt dat simpelweg zoeken. Halve minuut, toedeledokie…

23-05-2014 00-11-52De finale bestaat uit nog 4+1 posten, waarbij de laatste +1 geen kaart is maar de route naar de finish. En die had ik al gespot op weg naar de start. Zuidoost punt van de atletiekbaan, noordhoek van ‘het schip’, hoek van de parking, en dan het perkje naast de kleedkamers bij het CC, waar ik al eerder langs ben gekomen.

Alsof ik alle eerder gemaakte fouten wil compenseren verloopt dat laatste stuk vlekkeloos. En volgens de splits nog best snel ook.

#controls t/m post kaartleestijd verloren op
moeilijke post
verloren door routekeuze memorisate
per post
4 4 0:01:00 0:00:15
4 8 0:00:59 0:00:30 0:00:15
1 9 0:01:02 0:03:40 0:00:20 0:01:02
3 12 0:01:19 0:01:00 0:00:26
4 16 0:01:04 0:00:16
2 18 0:00:56 0:01:00 0:00:28
2 20 0:00:37 0:00:45 0:00:40 0:00:19
4 24 0:01:17 0:00:25 0:00:19
4 28 0:00:39 0:00:10
28 0:08:53 0:05:20 0:03:00 0:00:19

Wat je onder ander ziet is dat ik ongeveer 15-20 seconde nodig heb per memorisatie. Het gaat niet beter als ik langer blijf kijken. Soms echter kost het tot wel 30 s per post. Die uitschieter naar 1 minuut komt doordat ik vervolgens de 2e post van de 2 niet vond. Ik denk dat als ik 6 posten per keer probeer te onthouden, het misschien per post wel gewoon even veel tijd kost. En ik dus niet eens zo heel veel tijd win door minder vaak naar de kaart te hoeven lopen. Hoewel ik daarvoor slechts 1 keer een halve minuut voor heb omgerend, een keer naar de kaart liep omdat ik een postpositie vergeten was, en de andere keren hing de moederkaart redelijk op de route.

Splits

23-05-2014 01-20-06
Splits positie: de hoeveelste tijd ik had, per post.

Soms was ik best snel. 18 van de 28 posten bij de snelste 4. Soms was ik ook de allerlangzaamste, maar dat heeft natuurlijk ook met het moment van kaartlezen te maken. Je ziet dat soort trends ook leuk terug in de splits-grafiek met mijzelf als referentie (de horizontale lijn door 0):

23-05-2014 01-23-15

Als alle lijnen omhoog gaan deed ik er langer over (en stond in het verkeerde bosje, of ik stond kaart te lezen), en waar de meeste lijnen omlaag gaan liep ik ofwel sneller dan iedereen, maar vermoedelijk keken zij daar op de kaart. Leuk om te constateren dat niet iedereen dezelfde aanpak heeft. Hoewel de vele ‘parallelle golven’ doen vermoeden dat veel mensen weliswaar dezelfde tactiek volgen, maar dat die anders is dan de mijne. Erg grappig om te zien.

Volgende keer beter

23-05-2014 00-17-40Stel dat ik nou eens meer dan 4 posten tegelijk kon onthouden, doordat ik het nu een keer eerder gedaan heb, maar ook door de techniek van het memoriseren te oefenen. Hou zou ik dan gelopen hebben? Dan zou ik bij de eerste run twee postjes meer meegepakt hebben, bijvoorbeeld. Na de 6e kwam ik weer pal langs een kaart. Wel had ik bij de lastige, 96, beter moeten onthouden waar die stond: niet in het veld maar net in het (witte) bos.

23-05-2014 00-18-07De volgende vijf waren ook niet heel moeilijk op zich. Weer goed kijken bij de lastige posten die niet direct te zien waren vanaf het open veld. En er zou weer kaart volgen, min of meer op de route naar 53.

23-05-2014 00-18-20Dan kreeg ik er 7 achter elkaar. Waarom 7? Omdat er onderweg eigenlijk geen kaart hing, zonder al te veel af te moeten wijken van de kortste weg. 6 kon ook, dan had ik een klein stukje terug moeten lopen na de laatste, maar ik had ook kunnen onthouden dat ik die vlak voor een van de kaarten, waarvan ik de locaties inmiddels redelijk uit mijn hoofd kende, misschien wel tegen zou komen.

23-05-2014 00-20-58Vervolgens zou dan een veilig stuk volgen, met 6 posten, en onderweg wel vier keer een moederkaart, zonder al te veel meters extra. Dat zou mooi uitkomen als de vermoeidheid zou toeslaan op het eind van de wedstrijd.

23-05-2014 00-21-09En ten slotte nog 4, plus de finish. Maar daarvan had ik al laten zien dat dat in 1 ruk kon.

Oefenen

Hoe train je nou zo iets? Het komt eigenlijk op drie dingen neer:

  • vóóruit lezen op de kaart zoals je normaal ook zou doen, maar alvast een paar benen vooruit plannen, en kaartleesmomenten inbouwen (noem het tactiek)
  • de kaart zodanig vereenvoudigen dat deze makkelijk te onthouden is en alleen de relevante details opgeslagen worden (noem het techniek)
  • de locatie van de posten en de eerstvolgende kaart, in de juiste volgorde, onthouden (noem het geheugen)

Als je die drie dingen weet te trainen heb je er in een normale oriëntatieloop ook profijt van. Misschien valt het thuis op de bank te trainen, door de ene dat punten op een kaart te zetten, die te onthouden, en de volgende dag ze op een kopie van die kaart in te tekenen. En -hoewel voor de geheugentraining eigenlijk overbodig- met de eerste kaart te vergelijken. Een oriëntatiekaart heb je daar eigenlijk niet eens voor nodig, en de schaal doet er evenmin toe. Het kan ook een Google map zijn van een onbekende stad, als het maar niet een bekend terrein is waar je anderszins allerlei associaties bij hebt (dus niet de kaart van Europa, of zo), want die heb je bij een willekeurige struik of heuvel of bocht in een pad bij een oriëntatieloop ook niet. Ik ga het proberen!

Leerpuntjes

Een paar tips voor een volgende Memorisatie:

  • Goed kijken welke posten lastiger zijn geplaatst (minder goed zichtbaar), en daar dan wat beter van de plaats onthouden. Dat zou zo maar 5 minuten hebben kunnen schelen, bijna 15%.
  • Routes checken op obstakels. Het ging nu niet fout, maar ik had zomaar voor een dicht hek of een brede sloot kunnen staan.
  • Slimmer plannen, en iets meer moeite doen om die ene post te onthouden waardoor ik zonde omlopen langs een kaart kom. 3 minuten winst op het totaal? Toch weer zo’n 10%.

 

Nogmaals de Bulten van Vierveld

uitslag_vierveldAnderhalf jaar terug moesten we nog 1 euro meenemen naar de start. Nu werden daar GPS trackers uitgedeeld voor de Elite lopers. Had ik me maar niet voor de Long Difficult (LD) in moeten schrijven; dan kon ik ook met zo’n ding rond rennen. Ik ben nog steeds benieuwd hoe ze er nu uit zien en hoe ze werken. GPS aan een GSM gesoldeerd? Data-uplink via SMS of GPRS of 4G? Het lijkt me op zich wel de toekomst, al is het niet-mogen-kijken tot de laatste is gestart wel onhandig.

Anyway, ik liep gewoon de Long Difficult omloop, omdat dat de langste afstand was. En misschien wel net zo pittig als de Heren Elite, al was de tegenstand vast minder straf. Maar dat maakte de route er niet minder leuk om. Anderhalf jaar terug was het reliëf hier ook al zo leuk. Toen gingen we zelfs twee keer helemaal berg op-berg af, en nu maar 1.

Ik merkte wel dat ik meer gevoel had voor het gebruiken van de hoogtelijnen. Hoewel ik mijn bekende neiging om, als ik op min of meer gelijke hoogte moest blijven, toch te gaan klimmen, weer ten toon spreidde. En dus te hoog uitkwam voor de volgende post, 17 in dit geval, wat natuurlijk verspilde energie was. Volgende keer toch beter op mezelf letten.

Ging het dan niet goed? Zeker wel. (Al doet de officiële uitslag het nog wat beter lijken dan het was, want volgens mijn eigen GPS was ik 4e en niet 2e, maar mijn EMIT vond kennelijk de eerste paar minuten niet zo interessant.) Maar toch een paar foutjes gemaakt, en van foutjes moet je leren, dus schrijf ik ze maar op.

29-12-2013 01-05-04

29-12-2013 01-13-51Op weg naar 1 begon ik goed, koos een veilige en snelle route, maar liet me 150 meter voor de post afleiden door andere posten en lopers, zodat de vaart er uit raakte. Ik had gewoon passen moeten tellen. Maar het bos bleek ook moeilijker te lopen dan het wit op de kaart suggereerde.

Naar 2 had ik een paar tiental meters kunnen besparen, maar da’s niet zo relevant. Eerder is het de vraag of ik van 3 naar vier niet beter had kunnen afdalen, over het pad gaan, en weer klimmen. Mijn snelheid op de steile flank valt vies tegen, bijna wandelen.

Van 5 naar 6 was het pech. Het open veld bleek stug hoog gras en moeras, waardoor de vaart er uit ging. Had ik niet kunnen weten. Van 7 naar 8 daarentegen was klimmen naar het pad vast sneller geweest dan over de hoogtelijn lopen.

29-12-2013 01-14-17Dan gaat het weer even goed, tot 10, waar ik prompt voorbij loop, omdat ik in de vaart het dal als heuvelrug zie. Ik heb geen bril nodig, maar dit gebied vol hoogtelijnen is op 1:10k toch wel heel erg klein afgedrukt. Alleen had ik met 5 seconden kijken een minuut klauteren uit kunnen sparen.

29-12-2013 01-14-37De route van 13 naar 14 gaat niet over rozen. Maar wel door een modderpoel die het hele pad zuid-westelijk van de plas omvat. Ik kies voor de zuid-oever van het meertje, maar besluit al na 20 meter dat ook dat niet opschiet. Impulsief loop ik vervolgens rond de noordkant. Had ik dat meteen gedaan, en had ik het pad in het bos gevolgd, dan was ik vast veel sneller geweest. Of ik had voor de modderpoel op het pad moeten kiezen, en natte voeten voor lief nemen.  Ook dat was sneller.

In de Splitsbrowser zie ik dat ik op weg van 14 naar 15 sneller had kunnen lopen, vermoedelijk door het pad te volgen, al vond ik mezelf best rap gaan door het bos. Maar op weg naar 16 kies ik voor een onverstandige route. Het vlakke veld, noordelijk van 16, trekt, en ik ren de heuvel die ik ook op weg naar 10 tegen kwam, op. Echter, het veld is nogal onregelmatig, en ik loop door een geul met grind die de vaart  remt. Dan wordt het klimmen naar 17, maar ik ga te hoog. Zonde. Gebeurt me vaker. Maar ja, misschien had ik de post weer niet zo snel gezien als ik van onder was gekomen.29-12-2013 01-14-56

Op weg naar 18 heb ik het gevoel te oostelijk te lopen, te ver naar links. Toch ren ik naar de post die ik zie staan. En dat blijkt inderdaad 19 te zijn. Goed dat ik mijn controlestrook op tijd bekijk! Terug naar 18 die gelukkig niet veel hoger staat. En weer naar 19, met een déjà vu.

Dan gaat het snel over de vlakte. Ik zie andere lopers, wat motiveert. Iets te vroeg zoek ik naar 22, en veel te vroeg naar 23, weer omdat ik daar anderen zie lopen. Niet doen! Let alleen op jezelf! En tel passen!

De laatste posten gaan als een zonnetje, allemaal scherp aangelopen en zonder fouten. Maar ja, ze zijn dan ook niet moeilijk meer.

Al met al ben ik 4 keer niet geconcentreerd genoeg geweest op mijn positie op de kaart, en heb daardoor dikwijls te vroeg naar de post gezocht (1, 15, 18, 22, 23). Heb ik 2 keer niet goed op de kaart gekeken en daardoor moeten zoeken naar de post (10, 23). En heb ik 5 keer niet zo’n handige route gekozen (naar 4, 8, 14, 15, 16). Genoeg ruimte voor verbetering dus. Mooi!

Ook belangrijk (als je een stuk gelopen hebt bijvoorbeeld): het recept voor Keiserschmarrn

Ik heb er even naar moeten zoeken, maar ik heb het teruggevonden: Het goddelijke recept voor Keiserschmarrn (misschien wel als zodanig ervaren omdat bij -15 op in een berghut na op één dag twee topjes opgeklauterd te zijn met toerski’s aan), dat we op 2445 meter kregen van een Helga in de keuken van de Wiesbadener Hütte. Het is in het Duitsch, maar zo hoort dat ook denk ik bij dit gerecht.

  • Butter (1/2 voll Pfanne)
  • 2 Eier
  • 4 El. Mehl
  • Milch
  • Teig nicht zu dick u. nicht zu dünn.
  • Teig in heisses Fett geben
  • Wenn fest ist, umdrehen.
  • Mit Zucker bestreuen 2-3 El, und in grosse Stü schneiden.
  • 2-3 min Min. noch im Fett lassen.
  • Pfanne mo Deckel.

Kan het niet allemaal ontcijferen, maar ik denk dat het er op neer komt dat je wat dikker pannekoekenbeslag maakt, en vooral veel, heel veel boter gebruikt, en de suiker mee laat bakken, zodat het wat karamellig wordt. Met dank aan Heemsch die Helga aan heeft durven spreken of anderszins het recept heeft weten te ontfutselen.

Echter, als ik op internet zoek vind ik toch een wat ander recept. De eieren worden gesplits, en de eiwitten worden lost van de rest van het deeg/beslag stijf geklutst, en tenslotte pas met de rest gemengd. Ook zie ik vaak gewelde rozijnen terugkomen (al dan niet in rum). Maar het toevoegen van de suiker als de rest al gebakken is, waardoor het aan de buitenkant zit en karameliseert, vind ik toch wel uniek, en volgens mij erg lekker. We gaan het vanavond proberen.

Aangepast recept

Ik ben wat gaan experimenteren met de ingrediënten. Uiteindelijk ben ik uitgekomen op onderstaande hoeveelheden:

  • 1/2 liter melk
  • 4 eierdooiers (gesplits)
  • 250 gram bloem
  • 1 eeltlepel suiker
  • 1 hand vol gewelde rozijnen
  • 1 theelepel custardpoeder

Dit met de mixer gemengd. Vervolgens heb ik

  • 4 eiwitten

stijf geklopt en tenslotte door de rest van het beslag gespateld. In een pan met

  • voldoende hete boter

heb ik een laag van ongeveer 1 cm dik beslag in 3 minuten gebakken op matig vuur. Bovenop was het nog vloeibaar. Dit omgekeerd (gaat stuk, wordt knoeien, maar dat is niet erg), nog 3 minuten bakken, en vervolgens in ruwe stukken gescheurd. Toen

  • klontje boter, en
  • 2 eetlepels suiker

toegevoegd, en op hoog vuur, onder voortdurend schudden en spatelen, de suiker laten karameliseren. Maar doe dit kort en snel, anders worden de stukken deeg droog en te hard.

De eerste Schmarr werd beter dan de laatste; de laatste heb ik wat te lang(zaam) gebakken en was wat droger en harder. Het lekkerst zijn ze als ze van binnen nog wat zacht aanvoelen.

De nieuwe KOVZ Nieuwsbrief

KOVZ Nieuwsbrief #6 is binnen! Met leuk nieuws.

  • De Klompen OL is niet meer tegelijk met de Marathon in Eindhoven, op 9 oktober, maar staat nu op 13 november gepland. En is staat meer op de agenda:
    • 13 nov: Klompen OL [Oostelbeersche heide]
    • 29 dec: Sylvester [Boshoverheide]
    • 3 feb ’12: nacht OL [Grote Cirkel; waar is dat?]
    • 13 mei ’12: [Oostappense heide]
    • 14 okt ’12: Klompen OL (maar die valt dan wel samen met de Marathon in Eindhoven, altijd de 2e zondag van oktober) [Brouwhuisse heide]
    • 30 dec ’12: Sylvester [Zwarte Bergen]
  • Er staat een link op naar mijn JG-O site. Deze dus.
  • Er komen OL-trainingen in de omgeving van Eindhoven. Geweldig! Hij staat op de kalender, en ik heb me meteen bij A3 aangemeld.

Ik vond de vorige nieuwsbrieven wat lastig te vinden, en daarom volgen hier de links:

[2: okt ’10] [3: dec ’10] [4: feb ’11] [5: apr ’11] [6: jun ’11]

http://www.orienteering.nl/kaarten/oostelbeers.htm