Monthly Archives: May 2012

Oriënteringslopen of Oriëntatielopen?

PlOts bOtste Ondergetekende Onlangs Onverwacht Op Onderstaande Overweging:

Is het Oriënteringslopen of Oriëntatielopen?

Ik dacht altijd het eerste, maar ik kwam een flyer tegen, ik denk van de NOLB, waarop in rood-witte sierletters Oriënteringslopen staat. Prompt heb ik de titel van mijn weblog aangepast. Toch zat het nog niet lekker. Ik heb deze vraag dus maar op het I-OL.nl forum gepost. Er ontstond meteen een discussie. Nu, een paar maanden later, is deze wel uitgedenderd.

Koen schrijft:

Nederland gebruikt oriënteringslopen, België oriëntatielopen. Zelf geef ik ook de voorkeur aan de tweede. […]

Oriëntering zie ik vooral bij Defensie, geen idee waar die verschillen ooit ontstaan zijn!

In het Engels is het duidelijk; daar heet het orienteering (wat ook makkelijker typt, zonder ümlaut). Maar ook in Zweden en Noorwegen heet het orientering, zij het met één “e”. Op zich klinkt het dan logisch als het Nederlandse woord in navolging daarvan “oriëntering” zou zijn.

Maar ja, een woord is een woord, en het kan vele oorsprongen hebben. (Zo zal het je verbazen -dat deed het mij althans- waar de uitdrukking “dat is toch baanleggerij van lik-me-vestje” vandaan komt.) Misschien moeten we het daar zoeken.

Clemens schrijft:

In de beginjaren van de NOLB heeft het oriëntatielopen geheten. Ik ben geen specialist maar als ik het me goed herinner is oriëntatielopen niet correct Nederlands en heeft iemand uit de beginjaren van de NOLB dit destijds gewijzigd. OL is afgeleid van het werkwoord oriënteren.

Dat geeft houvast. Er is maar één werkwoord oriënteren. Maar tegelijkertijd zijn er wel twee zelfstandig (of zijn het zelfstandige?) naamwoorden  aan verbonden: oriëntatie en oriëntering. Dat maakt het lastig. En als je er dan weer een werkwoord van maakt door er -lopen achter te plakken, heb je dus twee mogelijkheden, oriënteringslopen en oriëntatielopen.

Als je de diverse online woordenboeken er op na sla (een mooi overzicht van diverse bronnen krijg je via www.encyclo.nl voor orientering en orientatie), zie je beide woorden oriëntering en oriëntatie voorkomen, maar net als op de site van de Nederlandse Taalunie, komt wel oriëntatieloop voor, maar niet oriënteringsloop. Terwijl de NOLB nu juist officieel de “Nederlandse Oriënteringsloop Bond” heet (en toch beide woorden op haar site regelmatig voorkomen, net als bij de andere verenigingen, trouwens).

De betekenis van de woorden oriëntering en oriëntatie is echter een beetje verschillend, volgens de woordenboeken:

  • oriëntering is het draaien of richten van iets, een rotatie uitvoeren (bijvoorbeeld het oriënteren van de kaart mbv. een kompas tov. het landschap); het zich-oriënteren; dus het doen
  • oriëntatie is het vermogen tot plaatsbepaling ten opzichte van de omgeving; de plaatsbepaling; het georiënteerd zijn

Maar heel duidelijk is het onderscheid niet. Beide woorden kunnen op zowel de relatieve plaatsbepaling, als de relatieve richting slaan. Zou het verschil dan zitten in de betekenis uitgang van het woord? Andere woorden die een vergelijkbare -tatie/-tering variant kennen zijn:

  • argumentatie/argumentering
  • facilitatie/facilitering
  • fragmentatie/fragmentering
  • implementatie/implementering
  • interpretatie/interpretering
  • limitatie/limitering
  • reglementatie/reglementering

Echter, deze hebben allemaal in beide gevallen dezelfde betekenis, waarbij moet worden opgemerkt dat de -tatie variant verreweg het meeste voorkomt. Een paar woorden hebben echter een verschillende betekenis afhankelijk van de uitgang:

In meer of mindere mate kan je hier, net als in orientatie/orientering, een zijn en een doen in zien. Maar het blijft een grijs gebied. Het helpt dus niet erg om naar andere woord-uitgangen te kijken.

Als je het zo leest doen we aan oriëntering, we bepalen onze plaats, en onderweg doen we af en toe aan oriëntering van de kaart of ons zelf. Dat laatste dan bij de minder bedrevenen (waaronder ik zelf) veelal stilstaand, waardoor oriënteringslopen dan even wat minder voorkomt (maar daar wordt aan gewerkt).

Het doel is daarentegen wel de oriëntatie van onszelf. Als je het goed doet ben je niet aan het oriënteren, maar houd je de oriëntatie van start tot de finish vast. En gaat het behalve om kunnen hardlopen ook om het vermogen tot plaatsbepaling: oriëntatie.

Oriëntatie is meer de essentie van de sport dan oriëntering.

Pragmatisch kan je stellen dat het er om gaat dat men weet wat er bedoeld wordt. En ik denk, net als Alfred op het forum, dat het Nederlandse oriënt/erings/atie/lopen al een stuk eenduidiger is dan het Engelse orienteering (zonder lopen). Dus waar hebben we het over? We mogen toch zelf bepalen hoe het heet wat we doen?

Het moois is nog Walters observatie:

Op Vlaams niveau (VVO) spreken we over “Vlaams Verbond voor Oriënteringssporten” terwijl dit op het nationale niveau (BVOS) “Belgisch Verbond voor Oriëntatiesporten” is.

In België hebben ze dus gewoon officieel de keus! Of promoveer je van oriëntatie- naar oriënteringsloper zodra je op nationaal niveau gaat presteren? Is oriëntering die zwarte band onder de oriëntatie?

Ten slotte kan je je afvragen wat wij als lopers nou eigenlijk zijn: Oriënteerders, Oriëntatielopers, Oriënteringslopers of Oriënteurs? Ik houd het bij Oriënteurs. Gewoon, omdat ik dat een mooi woord vind. En omdat het korter is dan hic-qui-scit-accedere-ad-propositum.

Eén keer, en je bent verkocht… (zo werkt het:)

Houd je van …

  • buiten bezig zijn
  • een intellectuele uitdaging
  • hardlopen
  • buiten de bekende paden denken
  • kaartlezen
  • bijzondere sporten
  • keuzes maken
  • gecalculeerde risico’s nemen
  • een amicale sfeer
  • ben je niet bang om vies te worden
  • ben je niet bang om te verdwalen

Probeer dan eens een Oriënteringsloop

  • dat kan vrijblijvend
  • het is goedkoop
  • je hebt weinig materiaal nodig (loopschoenen, -kleding en een kompas)
  • je hoeft geen lid te zijn
  • het gaat (in het begin) niet om snelheid
  • je kan individueel of samen meedoen
  • er is altijd iemand te vinden die uitleg wil geven

Hoe dat werkt?

  • Neem contact op
  • Doe mee aan een wedstrijd [NL] [B] of training
  • Je schrijft je ter plekke in
  • Zorg voor enige basiskennis
  • en enig basismateriaal (loopschoenen, -kleding en een kompas)
  • Je huurt een EMIT of SI voor de tijdregistratie
  • Soms kan je een kompas lenen/huren

En dan verder?

Na de 1e keer ben je verkocht, dan

  • wil je vaker meedoen
  • word je lid van een club
  • schaf je wat speciaal materiaal aan
  • vergroot je je kennis van de kaart en symbolen
  • ga je vaker trainen, alleen of met anderen
  • analyseer je je resultaten, met GPS, met anderen
  • verbeter je je techniek, qua routekeuze, routine, risico’s inschatten en beperken, looptechniek in divers terrein
  • begin je een weblog over je ervaringen

Kortom, volg dit eenvoudige stappenplan, en wissel je huidige sport in voor deze onbetwiste favoriet: Oriënteringslopen!

Alle posten tegelijk (en toch niet vals spelen)

Een stukje hobbywerk, dat alles met oriëntering te maken heeft: ik heb mijn laatste headcam-video genomen, en met een scriptje alle posten aan elkaar geplakt, van 10 seconde voor de geregistreerde tijd tot er na. Het resultaat kan je hier op YouTube bekijken. Klik vooral op de HD optie om het in hoge resolutie te zien, anders zijn de verschillende schermpjes wel erg klein.

Wat opvalt

Wat me opvalt is dat ik regelmatig bij de post snel nog even op de kaart en de postomschrijving lijst kijk, om zeker te weten dat het de juiste is. Dat kan natuurlijk beter vooraf.

Wel heb ik doorgaans al gekeken in welke riching verder te lopen, maar soms is die bij een laatste draai voor de post, omdat die net anders stond dan ik verwachtte, even zoeken welke kant dat op is.

En soms staat de EMIT reader gewoon zo gedraaid dat mijn hand-deel verkeerd om zit. Zouden anderen hem in de andere hand dragen? Dat kan natuurlijk. Maar als ik tegelijkertijd ook nog even op de postomschrijving kijk, en ondertussen hannes met de EMIT die niet past, omdat ik niet kijk wat ik doe, is dat dubbel zonde van de tijd.

Het lijkt niet veel, maar als ik elke post 10 seconde verlies is dat 270 seconde over alle fragmenten, en dat is 4½ minuut bij elkaar. Toch behoorlijk.

Niet vaak klok ik zonder totstilstand te komen. Dat moet toch sneller kunnen. Toch maar eens op trainen!

Code

De Matlab code die ik heb gebruikt kan je ook vast heel eenvoudig in andere talen of zelfs shell scripts omschrijven. Alleen was voor mij dit de snelste optie.

vidname = 't:\mapvid120515_oostappense_heide.mp4';
 
splits = '01:24 03:51 05:35 07:33 10:52 12:49 15:00 18:07 28:16 29:59 31:55 33:34 37:44 39:17 41:36 44:48 45:40 48:30 55:27 57:32 64:54 66:05 69:02 73:42 74:50 76:16 76:37'
 
times = (strvcat(split(['00:00 ' splits],' '))-'0')*[600 60 0 10 1]';
 
ts = -10;
dt = 20;
%%
mkdir('temp');
for ii = 1:length(times)
system(['c:\localdata\bin\FFmpeg\ffmpeg.exe -ss ' datestr(max([0 (times(ii)+ts)/60/60/24]),'HH:MM:SS') ' -i ' vidname ' -t ' datestr(dt/60/60/24,'HH:MM:SS') ' temp\frame_' sprintf('%0.2d',ii) '_%03d.jpg']);
end
 
%%
mkdir('temp2');
for ii = 1:1:length(dir('temp\frame_01_*.jpg'))
system(['c:\localdata\bin\ImageMagick\montage.exe temp\frame_*_' sprintf('%0.3d',ii) '.jpg -geometry 427x240+0+0 -tile 5x6 -background black temp2\mosaic_' sprintf('%0.3d',ii) '.jpg']);
end
 
%%
system('c:\localdata\bin\FFmpeg\ffmpeg -f image2 -i temp2\mosaic_%03d.jpg video.avi');

Lastige kaart: Don Bosco

Lenteloop Don Bosco, K.O.L.
23 mei 2012, Hechtel-EkselSplitsbrowser Kaart

Omloop 1, 6200 m, 8’40″/km
Resultaat: 30/72
0:53:49, 8909 m, 6’02″/km

Terwijl ik zelfs nog 2 jaar aan de Don Boscostraat heb gewoond, kwam de kaart me niet bekend voor. En elke post weer. Heel veel detail, hoogtelijntjes (en het was zelfs nog een 1:7.500 schaal, waarover later meer), open, opener, openst terrein, zand dat heide was en heide dat zand of erger bleek, één en al verwarring.

Toch vind ik een 30e plaats van de 72 niet slecht, maar het had beter gekund. En dat blijkt wel als je naar de splits kijkt.

Zo werd ik op weg naar post 2 voorbij gelopen door Kris van Gelder (zie Splitsbrowser). Ik kon de post niet vinden, hij liep er recht op af. Vervolgens liep ik hem af en toe voorbij, met gemiddeld 1’00″/km als ik de post direct vond, maar uiteindelijk deed ik 4’11” langer over de hele route. Op de totale 9 km had ik dus 9 minuten sneller kunnen zijn, had ik net zo geweldig kaart kunnen lezen als Kris.

Waar ik harder ging en recht op de post af, liep ik 1'00 sneller dan Kris. Maar toch was hij overall 4'11"sneller, want hij maakte geen fouten. Dat moet ik de volgende keer dus ook zo doen. Simpel. En dan maar een keer niet zo hard rennen.

Maar ik verloor dus 13 minuten door mijn belabberde kaartleeskunsten. Als je het zo bekijkt.

En dat is leuk! Wat dat geeft aan dat er nog een hoop te verbeteren valt. Was ik 13 minuten sneller, dan was ik gelijk geëindigd met Wouter Hus, die van post 13 t/m 16 vlak voor en achter me liep. Dat had dus gekund. Was ik zomaar 12e geworden! Alleen moet ik dan wat beter naar de kaart kijken. Als ik nou eens wat rustiger liep, maar dan zonder fouten… Op zich lukt kaartlezen onderweg wel beter dan in het begin. Als je naar mijn snelheids-histogram kijkt loop ik nog maar hooguit 10% van de tijd stil te staan. Hoewel dat toch ook nog ruim 5 minuten is. Waarvan misschien wel een derde in het EMIT-ten bij de posten gaat zitten, denk ik, met 30 posten, 3 seconde per post, anderhalve minuut. Blijft 3,5 minuut over aan stilstaan en mezelf oriënteren. Toch nog aardig wat eigenlijk. Want kennelijk had ik die tijd nodig om terug te vinden waar ik was, anders had stilstaan geen zin.

En dat is mijn verbeterpuntje voor de volgende keer: gewoon zo langzaam lopen dat ik precies weet waar ik ben, voor zover er geen stoplijn is, en gewoon geen fouten maak. Nul.

Ik hoopte dat er een kabouter uit de bosjes zou springen die “Joehoe, hier staat hij” zou roepen.

Kan dat? Ik denk het wel, in zekere zin, want de keren dat ik verkeerd liep wist ik eigenlijk wel dat ik op hete kolen liep, op goed geluk, op intuïtie, op eieren. En hoopte dat die post heel toevallig voor mijn neus zou verschijnen, ik ineens weer zou weten waar ik was, er een kabouter uit de bosjes zou springen die “Joehoe, hier staat hij” zou roepen. En soms gebeurde dat ook, waardoor ik een volgende keer weer hoopvol de mist in ging.

Maar er waren nog wat dingetjes. Toen ik begon met oriënteren had ik een voorliefde voor kompaspeilingen en afstandmetingen, passen tellen. Later leerde ik dat het interpreteren van de kaart beter en/of sneller werkte. En ergens is dat ook zo, want als de kaart up-to-date is is het waarschijnlijker dat wat er op de kaart staat ook in het veld te vinden is, en dat de onderlingen positie van kenmerken aardig klopt, dan dat de exacte positie en afstand perfect overeenkomen met de werkelijkheid. Puur op kompas lopen kan bedrogen uitkomen, en passen tellen is altijd al geen exacte afstandsmeting. Aan de andere kant, ik vond hier mee best veel posten in één keer, waar ik nu nog wel eens misloop.

Zo dus startte ik op de kaart, liep een weg te vroeg in, en besloot weer passen te gaan tellen en goed op mijn kompas te letten. Vervolgens vergat ik dat deze kaart geen 1:10.000 was maar 1:7.500, terwijl mijn mm-naar-passen schaalverdeling die ik aan de punt van mijn kompas had geplakt geheel volgens de VVO-website aankondiging nog op 32 linkervoeten per 100 meter stond, oftewel 1:10.000. Dus ik liep 30% te ver door, kwam daar na de zijweg achter, en kon weer terug. Bovendien bleek het bruine lijntje dat ik voor een pad aan zag geen pad, maar een heuvelrug met daarnaast een greppel. Tja.

Wat is dit voor lijn? Het is geen weg in elk geval. Het lijkt het symbool van een combinatie van een aarden wal

en een kuil . In elk geval liep ik er voorbij. En bij een greppel vraag ik me ook regelmatig af wat het voorstelt op de kaart. Er zijn handige overzichtjes te vinden, die eigenlijk in m’n hoofd zouten moeten zitten.

Toch maar geen passen tellen (of beter opletten), redeneerde ik gefrustreerd, en ik probeerde post 2 te vinden door naar het juiste relief te zoeken. Wat hopeloos mis ging. Onderweg naar 3 liep ik nog even in 7 sloten tegelijk (of waren het maar 5 blauwe lijntjes, die tot aan mijn knieën kwamen?). Maar daarna ging het een paar posten vlekkeloos. En niet alleen omdat er meer lopers waren in de buurt, want ik die wist ik een tijdje achter me te houden.

Tot het zanderig werd. Dat was de grote valkuil vandaag. Vlaktes met heel veel relief, en verschillende tinten geel op de kaart. Daar heb ik me toch wel stevig op verkeken. Ik zou daarom voor eens en voor altijd willen onthouden welke kleur wat is, want een eerdere loop liep ik tegen het zelfde aan. Echter, de verschillende tinten zijn niet eenvoudig terug te vinden in legenda’s.

Ik denk dat de IOF beschrijving -terecht- nog het duidelijkst is in het beschrijven van de drie tinten: 100% geel, 50% geel, en 50% geel met 12.5% zwart er over.

Dit is dus gras, weide, open terrein. Kan het ook een kale akker zijn?

Dit klinkt wat lastiger te omschrijven, maar op de open zandvlaktes waren stukken licht begroeid. Een beetje mos, maar ik denk, aan de omschrijving te zien, dat heide hier ook onder valt.

Dit zijn de echte kale zandvlaktes, zonder begroeiïng. Wat er dan zo’n beetje zo uitziet als je ze over elkaar print. Dat is denk ik dat bruinige zand op de kaart hier boven.

Op deze site wordt die laatste ook sandy ground genoemd. En hier vind ik dan nog een vierde tint, licht geel 50% met donker gele (100%) stippen: semi open land. Wat dat dan weer is?Misschien bedoelen ze deze:

En ook op deze Australische site kan je een paar goede voorbeelden (A) en (B) vinden van vergelijkingen van terrein.

Enfin, ik weet nu wat wat is. Nu is het de kunst dat ook zo te herkennen in het veld. Alleen blijft me het gevoel bekruipen dat de kaartenmaker wel eens in een ander seizoen, met een andere bril op, zijn aantekeningen kan hebben gemaakt, dus dat het redelijk fuzzy is of alles ook echt zo overkomt als op de kaart staat.

Ook leuk: zelf trainen met kaart en kompas

Kaart
Quickroute kaart
Gisteren ging ik een rondje hardlopen, en besloot er een O-training van te maken. Ik printte een 1:25.000 Topografische kaart uit (van vòòr de verbreding van de rondweg), naam mijn kompas mee, en mijn GPS-horloge, en ging op pad.

Ik was twee weken terug op een OpenOrienteeringMap kaart gaan lopen, maar daar miste ik toch wel de hoogtelijnen. Voordeel is dat deze kaarten veel beter up-to-date zijn dan die van het Kadaster, maar toch mis je bepaalde kenmerken, zoals reliëf.

OpenOrienteeringMap
Top25 Kadasterkaart

Vandaag dus de Topografische kaart. 1:25.000 is even wennen ten opzichte van 1:10.000 oriënterings kaarten, maar het is goed te doen. Behalve dan dat sommige terreinen ineens omringd bleken met hoog prikkeldraad, paadjes dichtgegroeid waren of juist in de tussentijd waren ontstaan, en een aantal Galloway runderen niet op mijn kaart maar wel op mijn pad stonden.

Het klinkt simpel: rennen op een kaart in een gebied dat je toch al kent, maar juist doordat ik tevoren ‘posten’ had ingetekend, en ik de kaart meedraaide met het been naar de volgende post, was ik mijn ingebouwde oriëntatie kwijt en liep ik als tijdens een oriënteringsloop op kaart en kompas. Daardoor was de ervaring vrij compleet. Zelfs de tijdsdruk voelde ik om de een of andere reden.

En dat is mooi, want dan kan ik dit grapje nog een paar keer herhalen, in de toekomst, in het zelfde gebied. Maar dan met in mijn achterhoofd dat de kaart niet overal even goed klopt. En dat de schaal wat afwijkt van wat ik verwachtte, want zekere in het noord-oost kwadrant heb ik behoorlijk lopen zoeken naar dat ene kruispunt dat overal leek te kunnen liggen.

Stress op de Oostappense Heide

Gejeremiëer KaartHeadcam Video op YouTubeSplitsbrowser

Het heeft even geduurd voordat ik mijn blogje over de laatste loop op de Oostappense Heide had bijgewerkt, maar dat heeft een reden. En die is onderdeel van het verhaal. Was ik meteen gaan typen, dan was het een klaagzang geworden.

Want het ging niet lekker, dacht ik. Tot ik de Splits zag, en opviel dat ik de eerste helft tussen plaats afwisselend tussen plaats 3 en 6 liep. Helemaal niet verkeerd, bij 24 lopers!

De Splits waren echter nog niet meteen beschikbaar, zodat ik twee dagen in mineur was. Door een last-minute update van omloop 1 waren de Ocad file, de Helga file, de postomschrijving, de kaart, en de gelopen route niet meer helemaal het zelfde. En dan raakt de PC van de wap, zodat de online-uitslagen van omloop 1 niet meer werkten. Wat wel werkt is de gecorrigeerde Splitsbrowser file op mijn eigen servertje; en daar werd ik weer blij van. Nou ja, ten dele.

Wat niet werkte was mijn hoofd. In de 2e helft van de koers. Twee aanleidingen, één redenen:

  • Ik raakte in de war omdat de postnummers in ‘t veld niet klopten met de postomschrijving. En ging tot twee keer terug (zie ook het wedstrijdverslag). Gebrek aan concentratie was het gevolg.
  • Ik onderschatte de posten die ik de dag er voor zelf had uitgezet, en liep juist dáár verkeerd. Terwijl ik daar het gevoel had dat ik het juist goed moest doen. Frustratie en onzekerheid volgden.

Stress

En de reden dat het niet lekker liep was toen stress. Een effect waar je wel vaker over leest, en de reden waarom je altijd moet zorgen dat je gegarandeerd de 1e post probleemloos vindt (lees Luc Cloostermans). Maar de 9e en 19e zijn dus ook cruciaal, zo blijkt.

Stress? Ja, een gevoel dat ik haast heb. Tijd gebrek. Klinkt triviaal, in een wedstrijd, en ook is een dosis spanning essentieel. Maar niet als dat tot een te sterk gevoel leidt dat je iets hebt goed te maken, te compenseren. Door bijvoorbeeld stukjes af te snijden.

Afsnijden om het afsnijden, niet omdat het sneller is.

Juist omdat je dat toch al moet doen, als het sneller is ten minste, in een O-loop, kan je alleen maar meer afsnijden als dat extra risico inhoudt. Of je gaat afsnijden om het afsnijden, niet omdat het sneller is. En niet op de kaart kijken, omdat je gokt “dat het wel klopt”, en niet-kijken ietwat tijd scheelt. Of kaartcontact verliezen, omdat je denkt straks wel weer te herkennen waar je bent. En dat alles omdat je tijd in wilt halen. Of er althans een piepklein kansje is dat het tijd scheelt.

 

Niet doen, dus! Niet in de stress schieten. En zorgen dat, als dat gebeurt -en dat zal toch wel, want dat verander je niet zo maar-, je er wijs mee omgaat. Dus ondanks de spanning, tijd blijven nemen voor dingen die je anders ook zou doen. Je kan niet inlopen door de juiste route te verwaarlozen. Hooguit door harder te rennen waar dat kan (wat dan weer zuurstof en dus scherpte kost – dus het kan ook tegen je werken). En misschien door verstandige risico’s te nemen. Maar daarin zit hem juist de crux: schat je de risico’s wel goed in als je gestressed bent?

Ik denk het niet. Ik denk dat ik, onder druk, juist even voor rust moet kiezen, niet door langzamer te gaan, maar door op zeker te spelen. Die verloren tijd is jammer, maar loop ik niet meer in. Als ik er niet nog meer tijd door verlies is dat de grootste winst. En het is vaak al twijfelachtig of doorsteken tijd oplevert; dan kan ik beter even flink doorlopen op het pad, en zo een gegarandeerd aanvalspunt voor de volgende post benutten.

Tot zo ver de verbeterpuntjes van deze loop. Hoe ging het in het veld?

De wedstrijd

Het eenvoudigst is gewoon deze Headcam video te bekijken. Want ik heb weer met een camera op mijn hoofd gelopen. En dit is het resultaat van een Contour Roam, een Garmin Foretrex 305, Quickroute, RGMapVideo, en een halve dag rekentijd. Oordeel zelf.

Leg 1 ging er meteen fel tegenaan: 4’22″/km. En leg 2, dwars overal doorheen, was met 5’34″/km ook niet slecht. Leg 3 liep ik wat te ver, vreemd genoeg, nadat ik er aanvankelijk recht op af was gelopen. Leg 5 en 6 verdeed ik wat tijd met kaartlezen.

En bij leg 7 had ik veel beter het pad kunnen nemen, maar, ietwat overmoedig, ging ik door het veld met 1 meter hoog gras. Op het been naar 8 liep ik eerst achter Frank Buytaert, denk ik, aan, maar dat hiel ik toch niet vol. Daarna kwam het lange been naar 9, dat met 5’45″/km nog best rap ging, maar met 34.1% extra afgelegde afstand ten opzichte van de rechte lijn, was het geen geweldige prestatie; het was ook de 16e tijd in de splits. Hier begon ik toch al wat stomme dingen te doen, en hield geen goed kaartcontact. Ik meende al te weten waar de post stond, en dat ging dus fout.

Vanaf dat moment gingen dingen minder goed. Naar 10 viel nog mee, maar naar 11 toe kon ik de post niet goed vinden, en ging te vroeg al vertragen. Beter had ik het pad en de weg kunnen volgen. Legs 12 en 13 waren op zich goed, en ook redelijk snel, maar bij post 13 raakte ik in verwarring. Het post-nummer klopte niet, en ik heb bijna een minuut stilgestaan, speurend naar een andere heuvel met vlag, en kijkend op de kaart mijn positie toch echt wel klopte. Tot andere lopers aankwamen, en opmerkten dat er een post ontbrak in de nummering en alles 1 regel wat opgeschoven. Die laatste opmerking bleef bij mij niet hangen.

Legs 14 t/m 17 gingen weer aardig, maar post 18 had ik de dag tevoren weer zelf neergezet, en dus kon ik hem niet meer vinden. Zou ik hem te goed verstopt hebben? Ik denk dat ik hem gewoon heb onderschat. Leg 19 ging het fout. Een groot aantal lopers liep zo’n beetje samen van 18 naar 19, wat voor extra snelheid zorgde, maar ik ontdekte bij 19 opnieuw dat de nummering niet klopte. In plaats van in te zien dat dat voor alle laatste posten gold, ging ik er van uit dat de anderen het fout hadden, ik me mee had laten nemen naar de verkeerde post, en mijn post 19 elders stond. Zou dit dan al 20 zijn?

Pas na 5 minuten zoeken en dwalen was ik er zeker van dat deze 19 toch de juiste was. Maar toen was de vaart er al uit. Met 8’51″/km naar 20. En ook de route naar 21 was belabberd. Ik verloor kaartcontact, vertelde me bij het bijhouden van de paden die ik was gekruisd, telde geen passen meer, en concludeerde voortijdig dat ik door het donkergroene bos liep, terwijl het het groen-gearceerde perceel was. Waardoor ik na een doorsteek bij 22 belandde, in plaats van 21. De nummering was wel weer juist, maar dit was toch niet de bedoeling. Dus herorienteren, en op weg naar de echte 21. De 22 terugvinden was daarna eenvoudig, op een stuk prikkeldraad na.

Met wat goed te maken, ging ik op tempo 4’58” op weg naar post 23. Dat kostte me echter zoveel extra zuurstof en hartslag, dat m’n routekeuze naar 24 op zijn zachtst gezegd belabberd was. En naar 26 raakte ik van slag van iemand die nogal opgewonden stond te roepen dat de post verkeerd stond, waardoor ik ook ging zoeken. Hij stond gewoon 30 meter verderop, net als op de kaart. Het eindsprintje over de laatste 70 meter naar de finish kon niet veel meer goed maken.

Maar als ik uit de leermomenten mijn conclusies trek, en hier de volgende keer ook wat mee doe, was het een zeer productieve race.