All posts by Jan-Gerard

Kort

Een kort bericht over kortste routes. Hoewel ik onderweg liep te twijfelen en het gevoel had dat ik niet altijd de verstandigste keuze maakte, lijkt dat achteraf wel mee te vallen. Mijn opties waren, op ééntje na dan waar ik gewoon niet goed had gekeken, de kortste, en met de significante verschillen in afstand vermoedelijk ook de snelste. Dat ik niet de snelste tijd liep lag eerder aan loopsnelheid en wat gebrek aan gretigheid onderweg. Later meer daar over.

Routekeuzes

Het was leuk dat reeds het eerste been meteen al begon met een beslissing: het rondje rond de kerk linksom of rechtsom maken. Linksom (rood) is 13 meter korter dan rechtsom (groen). En eigenlijk ook, als je vanuit de start het veld rond de kerk op loopt, het meest voor de hand liggend. Het zou aardig zijn geweest als vanwege de heg vóór post 1 de route rechtsom korter was. Ik liep linksom.

Overigens stond de eerste post achter een struik, waar je dus omheen moest, maar was de post -als je via de linker route kwam aanlopen- al wel te zien door een gaat in de haag, waar je ook makkelijk door had gekund. Ik ben ómgelopen, want volgens de kaart was doorsteken verboden, maar ik zou als wedstrijdorganisatie een rood-wit lintje hebben gespannen. Er stond verderop een controleur, maar die kon dit punt niet zien. De kat werd zo enigszins op het spek gebonden.
Ook naar post twee waren er meerdere opties. Wederom is linksom (groen) het kortst. De route middendoor (blauw) is verrassend, maar omdat je om een -volgens de kaart- niet-passeerbare haag heen moet, is dat ook de langste. Overigens heb ik wel mensen door een gat deze haag zien lopen. Maar ook dan nog was het niet korter dan de route linksom, die ik koos.
Om van 5 naar 6 te lopen waren er ook verschillende varianten denkbaar. De blauwe variant is een aparte, omdat je eerste ven terug moet, maar valt af vanwege de lengte. Ik nam de rode route, ook linksom. Wederom om deze heg waar anderen doorheen liepen. Rechtsom was minder bochtig, maar toch ruim 31 meter langer, en bovendien kom je minder gunstig bij post 6 aan; je zou het steegje voorbij kunnen lopen.
Van post 9 naar 10 was er weer een tweetal keuzes. Op de kaart blijken ze precies even lang te zijn. Ik liep linksom, omdat ik dacht dat dat korter was vanwege de diverse diagonale oversteken, maar rechtsom zou nog wel eens iets sneller kunnen zijn geweest omdat het een minder bochtig parcours is. Ook wel weer saaier. Wat wel scheelt is dat er vlak voor post 10 op de blauwe route een chicane-hek stond dat flink vertraagde, maar dat kon je weer niet op de kaart zien.


Goed fout

Naar post 11 maakte ik echter een fout: ik liep linksom (op zich is de rode route korter dan de paarse) maar keek niet goed op de kaart en dacht dat ik weer het zelfde hek door moest als op mijn route naar post 10 toe. Dus ik liep om, vertraagde weer bij het hek, en rende zo de allerlangste variant. Stom. Dat kostte me bij elkaar zeker 10 seconden, misschien meer.

Gretig

Ik merk dat ik wat voorzichtig liep. Niet qua plaatsing van voeten of zo, maar wat betreft aanlopen van de posten. Ik had bij post 5 prima over het muurtje gemogen, maar ik liep er omheen. Kost toch weer 5 seconden.

Het zelfde tussen 10 en 11, maar daar kostte het me nog meer tijd. 

Bij 12 liep ik om het heggetje heen terwijl de post er midden in stond, en ik er ook bij had gekund vanuit de richting waar ik vandaan kwam. Maar goed, de postomschrijving vermeldde: oostzijde boom, dus ging ik er van uit dat hij daar ook zou staan.

  En bij post 16 liep ik ook weer terug om een laag muurtje, waar ik volgens de kaart ook gewoon overheen had gemogen. Het was geen dikke zwarte lijn, maar een dunne met bolletjes, oftewel een passeerbaar stenen muurtje. Toch ook weer een paar seconden kwijt.

Misschien komt het allemaal vanwege post 1, waar ik net op tijd zag dat ik juist niet de heg mocht, en daarom de rest van de wedstrijd (niet alleen omdat er controleurs stonden her en der) voorzichtig liep om me aan de regels te houden. Sneller ómlopen dan inhouden en op de kaart kijken of ik iets wel of niet mag passeren.

Dat neemt niet weg dat ik bij post 15 gewoon 20 seconden heb lopen zoeken naar de post, wat uiteraard een foutje was. Niet goed gekeken.

Samengevat: de routekeuzes gingen goed, het denkwerk als ik iets meer tijd heb is uitstekend, maar de snelle beslissingen moet ik wat meer aandacht aan schenken. En vooral de details rond de post zou ik toch al tevoren beter kunnen bestuderen als ik onderweg er heen ben, zodat ik niet op het laatst verrast ben door obstakels, en weet waar ik wel en niet over/door mag. Lesje voor de volgende keer.

Banen op 1 mei

Niets is wat het lijkt in Turnhout. Een stadssprint van 8,8 km? Uitdagende routes in een woonwijk? Oriëntatieloop op het schoolplein? Het kan allemaal. Maar het is wel een hele puzzel.

Mij viel de eer ten deel om namens Trol, de Vlaamse club waar ik sinds dit jaar lid van ben, de banen te leggen voor de traditionele Stads-Oriëntatieloop op 1 mei. Banen op de Dag van de Arbeid. Het speelveld lag al vast: Noordoost Turnhout binnen de ring. Ik kon me niet herinneren dat daar recent een wedstrijd is gehouden; voor mij was het nieuw terrein althans.

In deze blog zal ik schrijven hoe ik te werk ben gegaan, wat mijn overwegingen zijn geweest, en welke routekeuzes er voor de lopers waren. Met de “oplossingen” er bij.

Verkenning

Vijf weken geleden ben ik het terrein gaan verkennen. In eerste instantie op Google als plattegrond en als luchtfoto. Opvallend is dat er niet zo veel kleine straatjes lopen in dit gebied, dat het enigszins bochtig is op de kaart, en dat er in het middengebied vrij veel groen is. Bovendien liggen er aan de flanken van het gebied een aantal scholen en wat plantsoenen die het stadse karakter wat kunnen doorbreken. Maar helaas bleek bij een inspectie in het veld, later die week, dat de groene vlaktes in het midden allemaal afgesloten zijn, privé, en dat een groot stuk was omgetoverd in een bouwterrein waar we niet doorheen kunnen. Wat blijft er dan over? Drie geschikte terreinen in de zuidoost hoek, de noordpunt, en de westzijde van de kaart. En zo bepaalde ik mijn aanpak: drie zones voor fijn-oriëntatie, met daar tussenin lange benen die ik zo mogelijk interessant zou maken door meerdere routekeuzes te laten ontstaan. Dat vergt zorgvuldig gekozen postlocaties vóór en ná de lange benen, maar omdat die toch al de verbinding vormen met fijn-oriëntatiezones is dat geen probleem: locaties genoeg. Wat maakt een lang been doorgaans uitdagend? De beslismomenten; onderweg en aan het begin. Dat betekent dat het niet meteen overduidelijk in één oogopslag te zien moet zijn wat de kortste route is. Maar omdat de kortste route niet altijd de snelste route is, ook over verhardde wegen, kan het soms zo zijn dat de iets langere route, vanwege een simpeler verloop (minder bochten) of minder risico (geen doorgangen waar je voorbij kan lopen) de slimste optie is.

Ik keek vooral naar paren van posten waarbij er meerdere routekeuzes (vaak 2 of 3) waren, en plaatste de posten zo dat de mogelijkheden -voor mij althans- even lang leken. Nameten op de kaart leerde dat er dan altijd een verschil in lengte was. Dat stelt de objectieve blik van de oriënteur op de proef om zo tientallen meters te winnen. En met zo’n 30 posten betekent dat mogelijk minuten verschil in de eindtijd.  Zo zou ik het doen.

De start en finish  zouden bij de Regenboogschool in het zuidoosten zijn. Het leukst leek het me om met een stukje fijn-oriëntatie te beginnen direct na de start, en ook af te sluiten met een aantal korte benen tot aan de finish, met wat desoriënterende draaien er in. En een sprintje naar de finishpost op het eind. Zodat de laatste paar posten overeenkomen met hoe ik me zelf het liefst een oriëntatieloop herinner. Dat wat blijft hangen.

Puzzelen

Tussendoor kwam een vlucht naar San Francisco als welkom tijdslot om eens rustig allerlei varianten te tekenen. Ware het niet dat de KLM een oude 747 inzette dit keer en er geen 240V laptop power aan boord was, zodat het al na een paar uur papierwerk werd. Maar dat bleek zo gek nog niet, want om subjectief even-lange routes te ontwerpen moet je toch de kaart draaien in de richting van het been. Voor de 7 routes van de verschillende afstanden begon ik telkens van scratch af aan, om niet de omlopen korter dan #1, de langste, klonen van deze langste te laten worden, maar dan met weggelaten stukken. Het was wat meer werk zo, maar ook voor elke categorie een route op zich die de moeite waard was.

De ingrediënten had ik, de leuke postlocaties en verbindingen, maar het totaalplaatje klopte nog niet. Twee keer ben ik van voren af aan begonnen, voortbordurend op eerdere ideeën maar met andere volgordes, looprichtingen, start- en finishlocaties. Tot er een resultaat lag dat mijn goedkeuring weg kon dragen. Er ging een review sessie overheen, want je ziet altijd wat over het hoofd, maar het meeste hield stand.

Stress

Een stads-O zal dikwijls wat onverwachte obstakels met zich meebrengen. Letterlijk! Zo ook dit keer. De dag tevoren bij het posten uitzetten hadden we het al aan de stok met een bewoner die geen post voor zijn huis duldde, ook al stond die op openbaar terrein, en ondanks dat de voorzitter van de vereniging van eigenaren van de betreffende flat het wel goed vond, hebben we hem toch elders geplaatst. In dit geval was het geen probleem, want het terrein had maar één toegang en uitgang, dus scheelde het voor de lopers een aantal meters, maar bleven de route-opties gelijk. Waarom ik hem daar dan in deze cul-de-sac had gepland? Omdat daardoor de verschillende opties (ten onrechte) gelijkwaardiger leken. De kaarten aanpassen leek niet nodig; een affiche bij de start, de lopers informeren, en de verplaatste post midden voor de ingang van het terrein plaatsen weerhield een paar lopers er toch niet van alsnog op de oorspronkelijke locatie te gaan zoeken. 

Maar een groter probleem vormden de gesloten hekken op de dag zelf. Om 8:00, toen de voorlopers van start gingen, zaten een aantal hekken, waaronder deze op de route van vrijwel alle lopers, nog op slot. Terwijl afgesproken was dat ze open zouden gaan. Maar gelukkig was het een kwestie van geduld, en enkele telefoontjes, tot (bijna) alles de toestand zoals weergegeven op de kaart aannam. Één hek bleef (ogenschijnlijk) dicht, al bleek dat ook halverwege de wedstrijd geopend. Het blijft lastig om dit compleet eerlijk af te handelen. Wat dat betreft is het gelukkig dat dit geen kampioenschap was, want dan zou dat wel een onderwerp van discussie hebben gevormd over de geldigheid van de race.

Al met al lijkt dit iets waar bijna niets aan te doen is. De afspraken kunnen nog zo goed zijn geweest. De enige echt zekere opties is al dit soort terreinen te vermijden, maar dan zou er in dit geval weinig interessants meer over zijn geweest.

Routekeuzes

Het leest denk ik het prettigst als ik per omloop door de interessante benen heen loop. Hoewel, met het woord interessante doe ik de benen die weliswaar geen dubbele of driedubbele keuze laten te kort; ook in een stads-O kan een (lang) been dat qua wegkeuze triviaal lijkt in uitvoering uitdagend zijn doordat je goed moet kijken waar je loopt, dat je niet dat ene paadje mist of die doorgang, je de juiste trap neemt, en niet achter de verkeerde struik zoekt. Elke seconde telt.

Omloop 1

Omlopen 1, 3 en 4 kregen na een eerste kort been een lange naar het noorden. Vanaf het bruggetje, maar ook vanaf de fietscrossbaan, was het het kortst om de oostelijke route te pakken, richting de randweg. Omdat eerst naar het noorden lopen dichter  de paarse lijn op de kaart volgt denk ik dat veel lopers daarvoor hebben gekozen. In dit geval niet de kortste route. Maar het scheelt minder dan ik had gedacht.
Direct hierna volgde nog een lang been. Hoe je bij post 3 wegliep maakte niet uit, maar wel of je vervolgens links of rechts om liep: rechtsom was 75m korter. Tenzij je het gat in de heg miste en de haag ten zuiden van het speeltuintje moest volgen om er om heen te geraken. Dan was linksom weer korter. Alles heeft zijn prijs.
Vervolgens kwam er een lastig stukje, waarbij het even goed kaart lezen was. Het lijkt een kort been, maar omdat post 6 in een doodlopend steegje stond moest er een flink stuk omgelopen worden. Er was wat discussie of een post aan het eind van zo’n steegje wel zo interessant is; je loopt er immers in en weer uit, en hebt grote kans andere lopers tegen te komen. Maar ja, het is geen loop door het bos, en dus weegt het voordeel om iemand van een post af te zien komen een stuk minder zwaar. Je vindt hem immers toch wel. Maar had ik hem niet in het eind van het steegje geplaatst maar op de hoek, dan had niemand naar de groene route tussen de huizen door gekeken, en was die mogelijkheid niet opgevallen, waarmee het een betrekkelijk saai been zou zijn geworden. Het was hier dus vooral functioneel om de post zo te plaatsen als ik deed.
Ook hier zijn meerdere opties mogelijk, waarbij niet in één oogopslag de kortste te zien is. maar ook hier blijkt bij nameten het verschil nogal klein, wat achteraf gezien deze keuze niet zo interessant maakt. Loop je 5 min/km, dan kost het verschil van 18 meter zo’n 5 seconden. Loopsnelheid (het terrein) telt dan harder mee. En ook dan zijn de routes linksom sneller, en niet alleen korter, waarbij de blauwe nog een lastige knik maakt, en de paarse als favoriet uit de bus komt.
Dit is wel een leuke: doordat de groene route rechtsom er in resulteert dat je een stukje “terug” moet op het eind lijkt die langer maar is korter. En ook het “tegendraads” vertrekken (paars) is korter dan gewoon linksom de blauwe route. Helaas kan ik aan splits niet zien wie wat koos, en er zit ook opvallend weinig variatie in de tijden, dus ik denk dat de meeste lopers inderdaad rechtsom liepen.
Dan, na wat rondjes door het park achter het Paterspand, van 12 naar 13: het is misschien verleidelijk om rechtsom te lopen, omdat je dan in de richting van de volgende post vertrekt, maar de groene route linksom is toch duidelijk korter.
Van post 13 naar 14 laat zien dat twee totaal verschillende routes even lang kunnen blijken te zijn. Dat was op het oog ook de bedoeling, maar meestal blijkt het bij nameten dat eentje toch korter is. Nu dus niet. Maar de route linksom gaat wel wat meer bochten om en loopt bij de atletiekbaan door het groen, wat voor enige vertraging kan zorgen. Aan de andere kant: als je nog niet hebt gekeken waar precies post 14 staat is linksom wel veiliger, en kan je bij de rechtsom-variant net aan de verkeerde kant van het hek uitkomen.
Naar post 15 zijn er ook weer twee mogelijkheden. En ook hier blijken ze redelijk vergelijkbaar in lengte. Dat is dan als baanlegger toch weer jammer. Als loper moet je in zo’n geval vooral niet te lang twijfelen, vooral omdat je bij post 14 al direct moet kiezen of je de ene of de andere kant op gaat. Elke seconde die je staat na te denken is er één verloren want het maakt toch niet uit.
Het is een tikkeltje korter om hier linksom te lopen. Maar daar staat tegenover dat de route rechtsom een stuk simpeler is, en minder obstakels kruist.
De route de andere kant op daarentegen is wel redelijk wat meters korter via de noordelijke route (blauw) over de speelplaats van de school. Zo viel er 20 meter te winnen.
Na een paar eenvoudiger posten volgt een lang been. Maar het zal iedereen duidelijk zijn geweest dat de route linksom het kortst was. het scheelt ruim 50 meter. Doordat de route rechtsom eerst een stukje terug loopt zullen ook niet veel lopers in de verleiding zijn gekomen om die te kiezen. Aan de andere kant: het veldje waar de post stond naderde je wel van een gunstiger richting rechtsom. Om het groen heenlopen (aan het eind van de rode route) kostte een meter of 30 extra, en dan scheelt niet niet zo veel meer.
Bij post 24 kon de oplettende loper een metertje schelen, ware het niet dat het hek waar de groen route doorheen gaat in eerste instantie dicht stond. Het hek kon wel open, maar dat was niet direct te zien. Het is niet duidelijk hoeveel lopers hier gebruik van hebben gemaakt. Zonder die opening was de blauwe route korter.

Na een aantal betrekkelijk eenvoudige benen waar je wel goed moest opletten, omdat de posten wat verdekter stonden tussen gebouwen en parken, en er veel hekjes waren onderweg en smalle doorgangen, kwamen er nog wat keuzes.  Maar naar 30 was het wel duidelijk wat de kortste weg was. Je zou bijna gaan denken dat er een addertje onder het gras zat.


Naar 31 zou je ook rechtsom hebben kunnen lopen, maar ook dat ligt niet erg voor de hand. De splits lijken dat te bevestigen.


Ten slotte waren er nog twee opties om naar 32 te lopen.  Maar kennelijk heb ik ook daar de afstanden iets te goed verdeeld en de post “halverwege” geplaatst, want het maakt in de praktijk qua afstand niet uit.

Het laatste stukje tot aan de finish is weer even goed opletten om de voorlaatste post (30) in de half-overdekte fietsenstalling niet voorbij te lopen.

 Er is geen lint naar de finish. Je zal hier niet verdwalen. Wel heb je keuze om vlak langs het gebouw aan de binnenkant van de haag te lopen (korter) of iets ruimer buitenom, waarbij je meer snelheid kan maken en houden op de hoek.

Tot zo ver omloop 1.


Omloop 2

Omloop 2 begon nogal anders dan de andere routes. De eerste benen maakten meteen een rondje rond de school van het CC, en leidden daarna naar een post een stuk zuidelijker. Dat levert wel iets interessants op. Ga je terug langs de start (het lijkt wel Monopoly) of loop je verder rond? Het eerste blijkt 30 meter korter. Toch denk ik dat op het eerste gezicht de route linksom meer voor de hand ligt.

Even later, na een paar betrekkelijk triviale keuzes, volgt een been met 2 opties. Maar het scheelt nauwelijks. De kortste route, linksom, heeft een paar nauwe doorgangetjes en wat meer groen, maar is verharder. Dat zijn dingen die er meer toe doen dan die paar meter. Geen tijd om te twijfelen.
Het volgende lange been lijkt op 7 -> 8 van omloop 1, maar begint en eindigt net een tikje anders. Nu is de route rechtsom wat korter, en bovendien eenvoudiger. Dit zelfde been komt in meer omlopen voor, met net een ander begin en/of eindpunt. De ene variant is wat gelijkwaardiger dan de andere. Het is vooral een been om de afstand te overbruggen tussen de verschillende interessante hoeken van de kaart.

Vaak zie je dat er dan een ‘diagonaal been’ wordt gemaakt, dat een hoek van 40-50° maakt met de wegen of paden, maar dat leverde hier juist minder keuzes op.

Hier waren twee mogelijkheden van 9 naar 10. Het scheelt toch best een stukje.

Wat de keuze van 12 naar 13 interessant maakt is dat je direct na de post meteen de keuze moet maken. En dat de route rechtsom wat om lijkt te lopen omdat je eerst terug moet, en ook van achteren bij de volgende post aankomt. Maar in de praktijk is de route linksom veel langer. 


Van 14 naar 14 zijn er ook twee opties. Maar nu achteraf zie ik dat ze veel te veel op elkaar lijken. Het maakt eigenlijk niet uit welke weg je kiest. Dan zou ik zeggen: rechtsom. Want dat is veel eenvoudiger en hoef je minder bij na te denken. Tenzij je het doorgangetje vlak bij de post voorbij loopt…
Hier was wel een significante keuze te maken. In feite moet je de kortste route bepalen vanaf het moment dat je het hek om het terrein van post 17 verlaat. Dat geeft een ander perspectief dan vanaf de post 17 zelf. En vanaf daar lijken de twee routes min of meer even lang. Alleen is het stuk linksom in werkelijkheid zo’n 40 meter langer.

Helaas bleek het hek dat deze linker route passeert op een gegeven moment dicht te staan (zat niet op slot), en later stond het open. Waardoor de paarse aanvankelijke nóg gunstiger was.
Het lange been van 21 naar 22 hoefde je niet lang over na te denken. Linksom is korter. Maar het was misschien ook een leukere route om te lopen. En elk geval was het een rustiger straat.

Als ik in plaats van post 22 er eentje in het groenstrookje aan de zuidkant van het parkeerterrein bij de molen (het zelfde als waar 22 staat) had gezet, was het wellicht een spannender keuze. Maar ja, als ze even lang worden maakt het weer niet uit.


Om de school heen, of er onderdoor? Het scheelt niet eens zo heel veel. Maar voor de snelheid was rechtsom toch gunstiger. De route linksom gaat door het moeilijk doorloopbare groen. Zou je daar omheen zijn gelopen, dan was alle afstandswinst weer verdampt.
Om van 24 naar 25 te komen waren eer meerdere opties. De snelste (maar niet de korste) was er voorbij lopen over de stoep en dan een stukje terug. Voordeel van de routes linksom is dat je de post eerder ziet, wat ook weer een paar seconden kan schelen.

Of je op een kort been als dit überhaupt de tijd hebt om over zo iets na te denken is maar de vraag.
Vanaf 26 naar de één-na-laatste post is het niet ver meer. Beide opties, buiten het hek om of om het gebouw en binnendoor, komen bij elkaar in de buurt. Beide opties vergen veel kaartdetail, met name het spotten van de post zelf. De route buitenom laat je van de open kant de fietsenstalling in kijken, waardoor je de post eerder ziet. 

Omloop 3

Deze omloop start bijna net zoals omloop 1, met een kleine variatie. Hier is de route rechtsom iets duidelijker de kortste.
Ook bij het volgende been is de keuze snel gemaakt. Maar omdat post 3 en 4 in één lijn liggen kan linksom perceptueel nog wel interessant lijken.

Om van 4 naar 5 te komen zijn er weer twee opties. Ondanks dat de route rechtsom korter is, is die linksom vermoedelijk sneller, omdat je niet tussen de smalle heggetjes door hoeft en onder de overkapping door in de zuidoost hoek van het gebouwtje.

Ik zelf ben altijd iets té blij als ik een kortere route vind en heb de neiging daar voor te kiezen, ondanks mogelijke vertragingen. Ik weet niet hoe anderen daar op reageren, maar de euforie van de gevonden shortcut laat me ook weer harder lopen.


Daar is weer dit lange been dat in bijna elke lange route voorkomt, met telkens en kleine variatie. Ook nu zijn de beide keuzes weer even lang. Hoewel voor mijn gevoel de route linksom korter is, omdat die in eerste instantie dichter bij de lijn naar de post loopt.

Omloop 4 had een gelijkvormige keuze, maar dan wat korter. Eigenlijk was dit een been om de lange afstand naar het gebied helemaal in het noorden te overbruggen. Door deze benen in tweeën te splitsen werden ze interessanter, minder recht-toe-recht-aan. 
Zoals post 8 geplaatst is is het geen optie om ‘buitenom’ te lopen over de grote straat, zoals bij omloop 1 het geval was. Alleen is er de keuze tussen een S-bocht (rechtsom vertrekken en linksom aankomen) of een aanvankelijk teruglopende route. De S-bocht oogt in mijn ervaring dikwijls langer, maar is dat in dit geval niet.
Het moge duidelijk zijn dat het van 10 naar 11 niet duidelijk is welke route korter is. Maar de route rechtsom lijkt iets gunstiger, tot je ziet dat je eerst de opening tussen de gebouwen door moet (waar de “10” staat). En vanaf daar zou ik dan weer de linker route pakken, die iets directer naar het doel lijkt te leiden.
Om van 11 naar 12 te komen is linksom lopen toch wel veel korter.
Het loont hier even goed te kijken waar je allemaal wel en niet kan lopen. Het verschil linksom/rechtsom is niet heel groot, maar rechtdoor lopen pakt in elk geval uiteindelijk ongunstig uit.

De route terug naar het veld is in dit geval wel korter via de speelplaats dan via de parkeerplaats. Het is ook een leukere route. Maar het vergt iets meer kijken waar je loopt.
Afhankelijk van de stand van de hekken, zoals eerder al besproken, kan de route rechtsom nog extra lang uitpakken. Vaak is het gunstiger om terug te lopen via een bekende weg (van 14 maar 15 naar 16) om een terrein te verlaten, dan een iets korter alternatief. In dit geval blijkt dat alternatief ook nog langer. Bij 17 is het even opletten: er staat nóg een post, in de ander hoek.
Helaas was het veld in het midden veranderd in een bouwplaats. Als dit passeerbaar was geweest waren veel routes er mooier op geworden.
Het oversteken van het schoolterrein kon op veel verschillende manieren. Niet allemaal even lang, maar ook niet heel verschillend. Wederom zit het onderscheid in de snelheid van de te volgen routes, en de complexiteit van de oriëntatiepunten onderweg. De paarse route, die overal tussendoor gaat, is het lastigst te volgen, maar het kortst. Toch zou ik de blauwe adviseren.
Buitenom of binnendoor? Binnendoor is het kortst, al moet je vanaf post 22 een klein stukje de ‘verkeerde’ kant op lopen om de heg heen.

Omloop 4

Omloop 4 begint een beetje als de langere routes, maar post 2 ligt een stuk minder ver. De keuze is vergelijkbaar. De alternatieven ontlopen elkaar niet veel.

 


Het is toch duidelijk korter om hier rechtsom te lopen. De volgende post stond op een leuk braakliggend terreintje, wat ik altijd een leuke vondst vind tijdens zo’n stads OL: even gebruik te moeten maken van hoogtelijnen. Het is wel altijd een risico: er kan zomaar een graafmachine of kiepauto verschijnen, en je moet meteen de kaart aanpassen.
Van 3 naar 4 was er geen (reële) keuze. Ik heb dan ook geen alternatief getekend. Je kon natuurlijk wel gewoon verkeerd lopen.
Ook hier weer meerdere opties. De paarse lijn loopt van de kaart af, en is niet echt een realistisch alternatief; en bovendien het langst. De route tussen de bungalowtjes bij post 4 door is toch weer het langst, ondanks dat je voor de groene route eerst nog een stuk langs het veld naar het open hek moet lopen. Overigens had je hier wel over het hek gemogen, zoals het getekend is, maar het was toch ook weer niet zo’n heel laag hek, en er omheen was wellicht het snelst.

Dit been kwam ook al in omloop 3 voor, van post 7 naar 8. Hier is het van 5 naar 6, maar ik heb het plaatse van omloop 3 geleend. Toen schreef ik:

“Zoals post 8 geplaatst is is het geen optie om ‘buitenom’ te lopen over de grote straat, zoals bij omloop 1 het geval was. Alleen is er de keuze tussen een S-bocht (rechtsom vertrekken en linksom aankomen) of een aanvankelijk teruglopende route. De S-bocht oogt in mijn ervaring dikwijls langer, maar is dat in dit geval niet.”


Om van 9 naar 10 te lopen zijn er twee opties. En ik veronderstel dat de paarse route linksom nog best vaak gekozen is. Er zit namelijk best veel spreiding op de splits, terwijl je hier niet echt de post kon missen.

Dit was dan weer het zelfde been als 10-11 van omloop 3. Toevallig even lang ook.

“Maar de route rechtsom lijkt iets gunstiger, tot je ziet dat je eerst de opening tussen de gebouwen door moet (waar de “10” staat). En vanaf daar zou ik dan weer de linker route pakken, die iets directer naar het doel lijkt te leiden.”


Het been van 10 naar 11 was het zelfde als dat van 14 naar 15 van omloop 1.

En ook hier maakte het niet veel uit of je linksom of rechtsom liep. Wat afstand betreft.

“Dan zou ik zeggen: rechtsom. Want dat is veel eenvoudiger en hoef je minder bij na te denken. Tenzij je het doorgangetje vlak bij de post voorbij loopt…” schreef ik daar.
Er zijn nu ineens een aantal mogelijkheden om van 12 naar 13 te komen. De verschillen rechtsom zijn niet groot, al is de route linksom wel een stuk langer. Ik denk dat de routes rechtsom ook meer voor de hand liggen.

Soms hadden we wellicht hekken met opzet dicht moeten laten.
Ook hier twee varianten, maar zonder noemenswaardig onderscheid. In beide gevallen moet je een trappetje op. Ik kan me voorstellen dat linksom, groen, iets sneller is.
De groene route, linksom, is korter. Bovendien, omdat het rechtsom over een parkeerterrein gaat, dat wel eens best vol auto’s kan staan, is die wellicht bochtiger, en trager in de praktijk. Hij ligt denk ik wel meer voor de hand als je snel op de kaart kijkt. Maar is minder snel.
Het  laatste stukje, van 22 naar 23, is het zelfde als 26 naar 27 van omloop 2. Ik schreef:
“Vanaf 26 naar de één-na-laatste post is het niet ver meer. Beide opties, buiten het hek om of om het gebouw en binnendoor, komen bij elkaar in de buurt. Beide opties vergen veel kaartdetail, met name het spotten van de post zelf. De route buitenom laat je van de open kant de fietsenstalling in kijken, waardoor je de post eerder ziet.”

Omloop 5

De eerste paar benen van omloop 5 hadden wat minder keuzes dan die van de langere routes. Dat is op zich jammer. Maar het komt ook wel doordat de benen korter zijn bij de kortere routes, terwijl de schaal van de bebouwing het zelfde is, de gebouwen even groot blijven, en de kruispunten even ver uit elkaar liggen.

Maar van 8 naar 9 waren er wel twee opties. Een stukje terug lopen vanaf 8 levert een simpeler route op, waarbij geen weg gezocht hoeft te worden door het parkje achter het Paterspand.
Om dan van 17 naar 18 te komen zijn er weer twee opties, maar het onderscheid is niet zo interessant. Maar ik laat hem hier zien om te tonen dat het uitmaakt of je een zigzag track volgt of een enkele knik: de zigzag bespaart elk kruispunt een oversteek en pakt telkens een binnenbocht, terwijl de buitenom-route telkens een weg moet oversteken. Het verschil wordt groter naar mate er meer huizenblokken en kruispunten zijn. Aan de andere kant, het kost misschien elke keer wat snelheid om een bocht om te gaan.
Van 18 naar 19 valt er wel weer wat te kiezen, al ontloopt het elkaar niet veel. Het gaat weer meer om de loopsnelheid en het snelle beslissen dan om de afstand. Ik denk echter dat de kortste route, de blauwe, net wat trager is vanwege de bochten en het zoeken naar de doorgang door het groen.
Als 22 niet achter het heggetje had gestaan was rechtsom korter geweest, buitenom. Sneller? Da’s de vraag, want linksom loopt overal over verharde ondergrond, en rechtsom meer door het groen. Maar ja, dat heggetje…

Het  laatste stukje, van 23 naar 24, is het zelfde als 26 naar 27 van omloop 2. Ik schreef:
“Vanaf 26 naar de één-na-laatste post is het niet ver meer. Beide opties, buiten het hek om of om het gebouw en binnendoor, komen bij elkaar in de buurt. Beide opties vergen veel kaartdetail, met name het spotten van de post zelf. De route buitenom laat je van de open kant de fietsenstalling in kijken, waardoor je de post eerder ziet.”

Omloop 6

Omloop zes had wat minder varianten om uit te kiezen dan de eerder getoonde routes. Voor 1 naar 2 echter lijkt het verschil tussen linksom en rechtsom kleiner dan het blijkt te zijn. Ik zie in de splits hele grote variatie in de relatieve tijden van de lopers, dus ik denk dat er ook beide routes gevolgd zijn.
Hier konden de lopers weer kiezen. De hekken stonden allemaal open hier. Linksom had wat minder obstakels.
Het been van 13 naar 14 zat ook in omloop 5, als been van 17 naar 18. Weinig verschil hier.
Dit was een van de lastigste benen van deze omloop. Veel keuze, verschillende resultaten. Vooral ook omdat je meteen bij vertrek vanaf post 19 moet kijken aan welke kant van het hek post 20 staat.

In zo’n geval kan de postomschrijving snel uitsluitsel geven, vooral het symbool wáár hij precies staat. Het symbool in de binnenhoek van het hek laat in combinatie met de kaart duidelijk zien waar je moet zijn.

Ik had wel voor een iets eenvoudiger beschrijving kunnen kiezen. In plaats van “binnenkant zuidwest hoek van samenkomt van gebouw en hek”, was “binnenkant zuidwest hoek open veld” wellicht duidelijker. Bovendien is de “Y” in combinatie met twee objecten die niet beide een lijnobject zijn geen geldig symbool; maar de hoek was wel goed, en dat was bepalend voor de locatie.
Het  laatste stukje, van 21 naar 22, is het zelfde als 26 naar 27 van omloop 2. Ik schreef:
“Vanaf 26 naar de één-na-laatste post is het niet ver meer. Beide opties, buiten het hek om of om het gebouw en binnendoor, komen bij elkaar in de buurt. Beide opties vergen veel kaartdetail, met name het spotten van de post zelf. De route buitenom laat je van de open kant de fietsenstalling in kijken, waardoor je de post eerder ziet.”

Na denken

Na deze analyse ben ik zelf tot een paar inzichten gekomen.

Ik had de posten vaak zo gezet dat het op het oog benen opleverde die even lang leken. Vooralsnog in de veronderstelling dat dat vast bij lange na niet zou kloppen. Maar nameten leerde me dat ‘op het oog’ halverwege vaak ook verrassend nauwkeurig ‘in het echt’ halverwege is. En als je dat té vaak doet bij de routes die je maakt, weten de lopers dat ook en nemen ze niet meer de moeite de beste keuze te bepalen, want JG zal wel wéér de post zo hebben gezet dat het toch niets uitmaakt. Of nauwelijks, zodat 4 seconden (stilstaand) kaartlezen ook 10 meter besparing moet opleveren om het waard te zijn.

Maar bij bepaalde benen leek het ook eenvoudig op het oog een punt halverwege te bepalen, maar maakte het ineens wel veel uit. Dat zette me aan het denken. Wat bepaalt nu of ons gevoel voor afstand (op papier) zich laat misleiden of niet? Ik ben wat gaan kijken naar de verschillende benen.

Lastige keuzes

Van sommige vormen (de route loopt van ronde stip naar ronde stip) is meteen duidelijk welke kant om het kortst is, maar van andere is het minder duidelijk. Dat zijn interessantere vormen in deze context.

Als de alternatieven voor een been min of meer symmetrisch zijn is het snel duidelijk wat de kortste optie is. Als de beide alternatieven ongeveer dezelfde kant op gaan is vrij snel te zien welke korter is, en heb ik dus ook bij het banen leggen iets te gelijke opties gecreëerd. Juist bij vormen met een stukje ‘de verkeerde kant op’ wordt het misleidend. Of als er een ‘geheime’ route bestaat via kleine paadjes of doorkruisbare gebouwen waarvoor je even goed op de kaart moet kijken. Of als er een korte route bestaat die afgesloten blijkt als je goed kijkt.

Een been met een lastige keuze is er een waarbij er meerdere alternatieve te lopen routes zijn, waarbij niet meteen duidelijk is welke de kortste is, en waarbij er toch een aanzienlijk verschil bestaat tussen de alternatieven in afstand, loopsnelheid, complexiteit, of risico. Een extra moeilijkheidsgraad vormen fijne details, doodlopende routes, fijne details, of alternatieven die al meteen bij de vertrekpost een andere kant op gaan.

Maar behalve benen met lastige keuzes kunnen er nog meer interessante onderdelen bij een stads-OL voorkomen, zoals benen met veel richtingsveranderingen onderweg. De keuze is op voorhand eenvoudig, maar de uitdaging ligt dan in het houden van de gekozen route. Dat is bovendien misschien nog wel onderhoudender voor de loper, om een lang been niet als té láng te ervaren.

Evaluatie

Behalve deze gedetailleerde analyse van de routes heb ik afloop ook veel deelnemers gesproken, omdat ik benieuwd was naar de meningen van lopers, om er zo meer van te leren voor een volgende keer dat ik banen leg in een dergelijke omgeving. Tot mijn grote vreugde kreeg ik vooral enthousiaste reacties, de meeste lopers vinden de route-opties zoals ik ze bood leuk en uitdagend. Ook de afwisseling van dan weer lange benen en dan weer veel posten vlak bij elkaar -precies zoals ik bedoeld had- werd herkend en gewaardeerd.

Twee lopers beklaagden zich dat ze iemand tegenkwamen in een doodlopende steeg. Op zich begrijp ik dat. Ik heb geprobeerd uit te leggen dat die daar stond om de routekeuze naar die post toe wat lastiger te maken, en de minder korter variant er heen gunstiger uit te verf te laten komen. Van anderen kreeg ik de feedback dat bij een stads-OL dit soort posten, waar lopers naar de post anderen die er vandaan komen kruisen, wel degelijk toegestaan zijn. En ook dat benen van verschillende omlopen die dezelfde 2 posten verbinden, maar in tegenovergestelde volgorde, in zo’n wedstrijd toegestaan zijn. Het is géén bos.

Van meerder kanten hoorde ik ‘geklaag’ over lopers die aan de verkeerde kant van een hek stonden. Maar dat was dan wel een klacht aan het adres van de eigen alertheid. Dus men vindt dergelijke instinkers er juist wél bij horen. Balen alleen als je er dan ook daadwerkelijk in stinkt. Zou ik ook hebben.

Op zich had men liever wat minder van de lange benen gezien, maar als je dan halverwege een post zet “om het wat te breken” beperkt dat meteen weer de routekeuzes. Het was jammer dat we het grote veld in het midden van de kaart hebben moeten arceren met de paarse kleur, omdat hier een bouwterrein was ontsprongen. Dat had wat lange benen op een interessantere manier kunnen breken. Dat er nog wel een pad stond getekend ‘onder’ deze arcering maakt niet uit: het hele stuk was gearceerd, en dan mag je er niet door. Indien het pad wel begaanbaar was geweest hadden we daar de arcering (en een strookje er omheen) open geknipt.

Verder wil ik iedereen bedanken die heeft meegeholpen deze wedstrijd tot een succes te maken. Het leggen van de banen is natuurlijk maar het topje van de ijsberg. En met name Peter ‘Pekki’ Bleyens heeft achter de schermen het leeuwendeel aan werk verricht: hij heeft de moederkaart getekend, voor alle toestemmingen gezorgd, afspraken over openstellen van hekken gemaakt, en voor dag en dauw posten gezet.

Om Of Op?

Vorige week rende ik over de prachtige flanken van de Posbank. Oud woud. Statige stammen waar je het bos nog doorheen kan zien. Heerlijk. En het ging weer snel. Zo snel dat er soms nauwelijks tijd was om over de route na te denken; af te wegen, of ik om de heuvels loop om hoogtemeters uit te sparen, of over de toppen, om loopafstand te beperken. Het kan allebei, en niet altijd wint de ene keus het van de andere.

foto: Geers/Mulder

Toevallig las ik vandaag een stukje van Luc Cloostermans, uit zijn Handboek: “Een wedstrijd lopen om te winnen“. Over routekeuzes. Over veilige herkenningspunten en aanvalsstrategiën. Hoe waar dat allemaal ook is, dat was vorige week vrijwel allemaal niet van toepassing, omdat de Posbankloop een oriëntatieloop over paden is. Kaartcontact houden is eenvoudig, en aanvalspunten zijn hier tijdverspilling. Het gaat puur om het kiezen van het snelste pad, en het dóórlopen. Vooral vanwege dat laatste is er weinig tijd onderweg voor beschouwingen, en loont het om nu vast een plan te maken voor de volgende keer. Met als belangrijkste vraag: loop ik om de heuvels of de heuvels op?

Om

Klimmen kost snelheid. Zoals ik vorig jaar al eens uit mijn GPS track had afgeleid, kost klimmen tempo. En dus tijd. Dalen levert wel wat extra snelheid op, maar te steil afdalen gaat minder snel dan vlak lopen of een beetje dalen, en dalen levert minder winst dan stijgen kost. Hoogtemeters zijn bovendien vermoeiend. Het kost kracht, ook bij een lager tempo. En de energie die je kan verstoken is beperkt, ook als je een top conditie hebt; vroeg of laat lever je wat in. Dus extra hoogtemeters zijn dubbel zuur: ze vertragen op zowel de korte als de lange termijn. Omlopen is dus gunstig. Maar uiteraard tot op zekere hoogte, want een langere afstand kost ook meer tijd.

Op

Omlopen kost tijd. Bovendien ligt het tempo hoger dan bij een klim en daling, en bij hogere snelheid neemt de loop-efficiëntie af. Luchtweerstand neemt kwadratisch toe met de snelheid, maar zó hard loop je doorgaans ook weer niet. Het heeft meer met de fysiologie van de mens te maken. Bovendien gaat kaartlezen minder makkelijk als je hard loopt. Met hetzelfde vermogen steil klimmend kan je stukken beter de volgende te volgen route bepalen dan vlak of licht dalend vooruit spurtend. En dat is bij een oriëntatieloop doorslaggevend.

Of

Kortom: het draait om de juiste afweging maken. Dat moet op gevoel, tijdens het lopen. Je kijkt naar de kaart, ziet de hoogtelijnen op de kortste route, en maakt een inschatting van het hoogteprofiel van dat traject. En dan ga je op zoek naar alternatieven: is er een andere, vermoedelijk iets langere route, die minder klimt en daalt? Die is er vrijwel altijd, daar zorgt de baanlegger wel voor (om het interessant te maken). Maar is het de moeite waard om om te lopen? Die afweging maak je zelden objectief. Vermoeide benen laten je hersenen opzien tegen nóg een klim, maar ook een mentale bias kan de keuze beïnvloeden: tevoren hadden we het over hoogtemeters en slimme keuzes gehad, in de auto op weg naar het Noorden, en dus had ik in mijn hoofd gezet dat het belangrijk was om slim te plannen, dus te kijken naar vlakkere alternatieven. En vermoedelijk vooral daardoor koos ik dit keer nagenoeg steevast voor de om-route en niet voor die er op.

Was dat verstandig?

Functie

Vergelijken met anderen is lastig. De nummer drie kwam bijna 12 minuten ná mij binnen, en de nummer één, Wodi, was bijna 7 minuten sneller. Dat zijn geen verschillen door louter andere keuzes, dat is loopsnelheid. Hooguit zou ik relatieve verschillen kunnen bepalen, maar a) er zijn geen splits beschikbaar, dus ik kan niet per post kijken wat het verschil is, en b) ik weet niet welke routes zij kozen. Ik moet het dus met slechts mijn eigen data doen. Nou is dat op zich wel weer makkelijker omdat ik op de paden ben gebleven. Geen loophinder, alleen helling die er toe deed, en misschien een beetje verhard of onverhard.

Je zou het bijna niet zeggen, maar deze parabool is de beste parabool die past met de gemeten snelheden en hellingen. Een andere vorm zou evenwel ook kunnen.

Ik begin daarom met het bepalen van mijn loopsnelheid als functie van de helling. Net als ik vorig jaar deed.  Er komt een ietwat andersvormige kromme uit, maar ik ben ook in een iets andere vorm uiteraard.

Vervolgens ga ik kijken welke alternatieve routes ik had kunnen kiezen. Er was op een aantal plaatsen een kortere weg dan de mijne, maar dan wel met meer hoogtemeters, zowel op als neer. Dat doe ik met Mapsourse, en Topo Benelux kaarten waar ook de paadjes op staan. Online kan ik voor de twee routes de hoogte bepalen aan de hand van satellietgegevens. Ik gebruik daarvoor gpsvisualizer.

Voor beide routes, die die ik liep, en die die ik had kunnen lopen, reken ik, aan de hand van de hoogteprofielen en mijn zojuist bepaalde hellingsafhankelijke snelheid, het tempo uit dat ik zou kunnen lopen, en daarmee bepaal ik de totale tijd. Dat doe ik per alternatieve keuze, en zo hoop ik tot een inzicht te komen dat me de volgende keer beter laat kiezen.

    \[ tijd = \int_{start}^{finish} tempo(helling(x)) dx \]

Keuzes

Er waren een aantal keuze-momenten. Per alternatieve route laat ik, vooral omdat het kan, een kaart zien met in cyaan aangegeven de voor de hand liggende alternatieve route.  Zoals je hier naast ziet. Dit is het stukje kaart van de start naar post 1. Er was een meer westelijke route; die nam ik, en dat dat kennelijk de meest logische optie was werd bevestigd door twee fotografen die zich hier hadden opgesteld. Maar misschien stond er ook wel iemand met een camera bij de meer oostelijk gelegen route. Van dit alternatief heb ik de direct te bepalen voor- danwel nadelen bepaald. Maar in dit geval waren die er niet echt. Beide routes lijken op één meter na even lang, en klimmen beide 20 meter. Je ziet dat ook goed in de onderstaande figuur:

Ik laat steeds vier grafiekjes zien. Linksboven zie je de routes (met het noorden naar boven georiënteerd. Daaronder, links, zie je het hoogteprofiel. In dit geval is duidelijk dat de blauwe -mijn- route eerst wat sterker stijgt, en op weg naar de post vlakker loopt. Terwijl het rode alternatief pas op het eind sterk stijgt. Uiteraard beginnen ze beide op dezelfde hoogte en eindigen ze op dezelfde hoogte. Maar omdat nu toevallig beide even lang zijn valt ook het eind van de twee lijnen samen. Rechtsboven zie je de helling uitgezet tegen de afstand. Blauw lijkt eventjes iets steiler, iets dat ik op de kaart niet direct zag; daar leek zelfs de alternatieve route iets steiler plaatselijk. Dat mijn route wat steiler was zie je ook terug in de grafiek rechtsonder: het tempo, uitgezet tegen de looptijd. Hoe hoger de lijn, hoe lager het tempo (méér minuten per kilometer. Maar wat ik in het begin inlever wil ik later weer terug. Relatief dan. Eigenlijk een saaie keuze, nu de twee opties zo overeen komen.

Dan, op weg naar post 2, dient zich weer zo’n twijfel-alternatief aan: het blijkt 32 meter langer te zijn, en een meter meer te stijgen. Met name vanwege de extra afstand bereken ik 11 seconden extra, voor deze alternatieve route. Vooral omdat op de kaart het alternatief over een hogere bergrug leek te gaan, koos ik voor mijn gelopen route. Een verstandige keuze.

 


Dan ga ik op weg naar post 3. Daar had ik achteraf beter het alternatief kunnen kiezen. Dat is 78 m korter, en de klim blijkt toch vrij minimaal te zijn. De hoogtelijnen op de kaart zien er een stuk dramatischer uit dan in het echt. Het leek me handig om om de heuvel heen te lopen, maar vanwege de kleine stijginkjes in mijn route (de blauwe lijn in de grafiek hier onder) is de totale klim maar 1 meter minder dan bij de rode route. Mijn algoritme schat op basis van mijn loopsnelheid die dat dat ik hier 21 seconden verloor. Dat zou je eigenlijk niet verwachten op zo’n kort stukje.


Van post 3 naar post 4 waren er twee mogelijkheden: eentje bovenlangs door de heuvels, en eentje over het fietspad door het dal. Dat laatste loopt natuurlijk sneller, maar is langer. Al blijkt dat dat maar 70 meter scheelt. Opvallender is nog dat het hoogteverschil nagenoeg niet uit blijkt te maken: 28 of 27 meter klimmen. Je kan je toch aardig verkijken als je een snelle blik op de kaart werpt. En dus is ook hier het verschil in afstand doorslaggevend.


De volgende keuze dient zich meteen aan: ga ik weer over de heuvel, of loop ik door het dal. Het is lastig om te zien hoe hoe hoog post 5 precies ligt in de insnijding ligt. Het verschil in afstand: 115 meter. Het verschil in klim: 3 meter. En ik verlies niet zoveel tijd met klimmen als het omlopen kost. Dus achteraf had ik ook hier beter de kortste route kunnen kiezen, en bijna 35 seconden winnen.


Twee keer kiezen hier: direct na de post boven blijven of omlaag naar de weg. Dat is een simpele keuze, want de route over de weg is 35 meter korter, en scheelt een klim van 5 meter: 13 seconden winst.

De tweede keuze lijkt significanter. Tussen de open velden door blijkt 10 meter langer (ik zag aanvankelijk de rand van de akker aan voor een pad, maar er is een hek getekend), en bovendien is het hoogteprofiel van mijn (blauwe) route minder gunstig dan dat van de rode. Blauw pakt nog even een topje mee op het eind, en daalt in het begin twee diepere dalen in. Maar doordat die dalingen niet te steil zijn loop ik daar weer iets harde, en zo valt mijn tijdverlies nog mee: 5 seconden.


6→7 Dit zal het meest besproken been van de route zijn. Hier speelt meer dan alleen de kortste route of de hoogtemeters. Er lijken in eerste instantie veel mogelijkheden te zijn, maar eigenlijk zijn het er maar 2: over de weg, vlak, snel, of door de vallei, korter, maar met zo’n 102 meter dalen en stijgen.  Uiteraard was de andere route ook niet zonder enig reliëf, maar wel een stuk minder. Of lijkt dat maar zo? Als ik alle losse stijg- en daal-meters bij elkaar tel kom ik ook op 68 uit. En behalve dat het stijgen extra tijd kost, kan het dalen ook weer snelheidswinst opleveren, als het niet al te steil is. Maar ik herinner me van vorig jaar dat de afdaling hier best pittig is, met af en toe een soort traptreden op het zandpad, die niet heel erg lekker doorlopen.

Maar goed, laat ik nog even naar de afstand kijken. En dat verbaast me: de route door de vallei is zelfs langer dan de omweg. Het scheelt zo’n 115 meter. Dat zou betekenen dat het een overduidelijk voordeel is voor de route er omheen, over de verharde weg. En dat kan ik me nou weer niet voorstellen van Dirk Zwikker, de baanlegger van de race. Waarom zou hij een been plannen waarbij de geasfalteerde route gunstiger is dan de mooie route door wat juist zo’n karakteristiek stukje van dit gebied is? Dat kan haast niet kloppen.

En wat me onderweg al was opgevallen, dat de route dwars door de vallei wat raar aansloot op de paden naar post 7, blijkt achteraf niet te kloppen, en dat maakt nou juist het doorslaggevende verschil: er is hier wel een direct pad, waardoor de doorsteek-route ineens 270 meter korter is in werkelijkheid dan die die de paden volgt. Je kan kennelijk via het grasveldje dat je hier onder op het kaartje ziet doorsteken vanaf de weg naar het pad. Het veld is een parkeerplaats, geen wei. Had ik dat kunnen weten? Ik vind van niet. Het is een paden-loop, en er stond bovendien op de kaart vermeld dat niet alle hekken getekend staan, dus dat er op de kaart geen hek rond het veld stond, wilde niet zeggen dat ik er ook door kon. Strikt genomen was hier volgens de kaart geen verbinding. En was deze route dus (met mijn hellingsafhankelijke snelheid) zo’n 50 seconden langzamer. Ik deed er goed aan om de route over de weg te kiezen.

Al loopt er geen pad (op de kaart), het scheen achteraf dat ik de magenta route kan kunnen nemen. Die is 270 meter korter dan de cyaan route. Dan was dit alternatief ineens wel korter dan omlopen over de weg.


Even later kwam er weer een afstand-hoogte afweging, zij het zowel met minder horizontale als verticale meters op het spel. Ik had hier 15 seconden kunnen besparen door de alternatieve route te kiezen, vooral omdat die ruim 55 meter korter was. Het verschil in stijging was namelijk, met zo’n 5 meter, niet doorslaggevend.


We zijn nu bijna bij de finish beland. Een laatste twijfelpuntje, waar ik eerlijk gezegd niet echt bij stil stond. Vooral niet omdat ik voor de alternatieve route nog een stukje terug moest lopen waar ik net vandaan kwam. Dat voelt nooit logisch. Vanwege dat stukje was het alternatief bovendien 15 meter langer, met 3 meter extra klimmen. Peanuts, hooguit 5 seconden verschil. Da’s niet te moeite om bij stil te staan, en dus werd het doorlopen.


Samengevat

Ik koos voor minder stijging, ten koste van extra afstand. In totaal had ik 130 meter kunnen uitsparen, waarbij ik 45 meter extra had moeten klimmen. Ze zeggen wel dat elke 600 hoogtemeters een uur kosten, maar dat is wandelend. Laat het rennend de helft zijn. Dat zou betekenen dat elke 100 meter klim overeenkomt met 5 minuten rennen, grofweg 1.2 km over een vlakke weg.  Dan zouden die 45 hoogtemeters extra me dus 550 meter moeten schelen. En het scheelde me maar 130 meter.

Echter, als ik naar mijn berekende tijdverschillen kijk kom ik in totaal op 15 seconden besparing uit met de alternatieve routekeuzes. Met andere woorden: die 45 hoogtemeters kosten minder dan “ze zeggen“. Wellicht omdat de extra stijging ook extra daling met zich mee brengt, en dan loop je juist weer harder. Bovendien valt me op dat mijn loopsnelheid minder afhankelijk is van de helling dan wat er in de literatuur te vinden is. Ook daardoor kan het komen dat de route over de toppen en dalen voor mij gunstiger zou zijn. Voor de grap heb ik het eens uitgerekend met de afhankelijkheid die in Het Geheim van Hardlopen wordt genoemd, en dan lijkt de vlakkere route juist weer 15 seconden sneller. Maar ja, dat is dan weer niet mijn snelheidskarakteristiek.

Dus wat heb ik geleerd? De volgende keer kies ik de kortste route. Misschien iets vaker de tanden op elkaar en doorbijten bergop, maar dan ben ik wel het snelst bij de finish. Zo simpel is het. Ik ga het volgend jaar uitproberen. Het antwoord op de titel luidt dus: OP!

Miwditnerurn Teewduiznedengetnien

Waarin het Klompen Oriëntatie Team Zuid de weg kwijt raakt, weer terugvindt, door het oog van de naald kruipt, minder blauw ziet op straat, de sambal niet kan vinden, en toch wint.

[2013] [2014] [2015] [2016] [2018] [WOR] [Orienteering Challenges]

Aftellen tot de briefing en de start.

Opwinding over wat weer een top-dag lijkt te gaan worden -de weersvoorspellingen worden alsmaar droger en warmen en helderder- houdt me de halve nacht uit mijn slaap. Alles staat klaar om een vliegende start te maken, alleen het knopje van de wekker staat kennelijk in de verkeerde stand, zodat ik me een half uur verslaap. Als er dan ook nog maar voor 15 km benzine in de tank blijkt te zitten, én alle pompstations in Eindhoven vóór zevenen dicht blijken, is de race al begonnen voordat de start nog maar in zicht is. Krap tien minuten voor het startschot arriveren we uiteindelijk in Leersum, of althans bij de kampeerboerderij waar de start en finish van deze voor mij 6e Chickenpower Midwinterrun zullen zijn. Iedereen zit al in de startblokken, mét een kop koffie.

Zomaar een CP.

Bij de briefing worden steevast een paar vervallen CP’s voorgelezen, bijzondere regels aangekondigd, en extra opdrachten gegeven (“zoek ergens in de 2500 ha die jullie vandaag op een onbekende route van 50 km gaan doorkruisen een ANWB paddenstoel met nummer 21043”). Dan zijn er nog 5 minuten om allemaal tegelijk naar de WC te gaan, en uiteindelijk om 8:30 gaan we op pad. Of we krijgen althans een kaart met de route. Of eigenlijk: we krijgen 4 halve kaarten en vage luchtfoto’s met een aantal punten waarbij het halve team de ene punten niet binnen 10 meter mag naderen en het andere team de andere niet. Zoek het maar uit.

De opzet van etappe 1 is niet meteen duidelijk.

10 minuten zijn we bezig te begrijpen wat de bedoeling is en een plan te smeden, taken te verdelen, en op pad te gaan. De eerste punten liggen ongeveer op één route, dus daar lopen we min of meer samen langs, zonder dat de ene te dicht bij de CP’s van de ander komt. De kaarten en luchtfoto’s vullen elkaar aan zodat we elkaar toch nodig hebben tussendoor. Terloops zien we tot onze verrassing alvast paddenstoel 21043 staan (maar wat het coördinaat daarvan is denken we later wel uit te vogelen).

Eigenlijk was ik van plan dit verhaal in stukjes te hakken, die door elkaar te husselen, en in een willekeurige volgorde op deze pagina te plaatsen. Misschien met nummertjes er bij, om het nog een beetje vindbaar te maken, maar ik elk geven een puzzelopdracht er van te maken zodat de lezer -jij dus- even het zelfde gevoel krijgt als wij deze dag: wat nu, waar moeten we heen, welke kaart lopen we op, waar past de volgende kaart hier aan vast, wat is de slimste post om hierna te zoeken? Maar ja, dan was je vast al na drie alinea’s afgehaakt. Lees dus lekker chronologisch verder…

De rode lijn is het roadblock waar we niet over mogen tijdens etappe 1. Bij het CP op het schiereiland krijgt Patrick de opdracht een punt ten noorden van deze lijn te zoeken. En dus loopt hij met mij mee, want ik moet toch al 3 punten ten noorden van het water bezoeken.

De route van Patrick lijkt korter op de kaart, tot hij onderweg een aanwijzing krijgt voor een te projecteren punt, dat zich op de andere oever van een ven bevindt, en belangrijker: aan de andere kant van een roadblock, een verboden-te-passeren lijn. We lopen samen óm, want ik moet ook aan de andere kant zijn. (Bij de epiloog blijkt dat de teams die het roadblock wel overstaken alsnog geen strafpunten krijgen, en wij voor niets 1,5 km om liepen.) Het is lastig oriënteren om een kruispunt te vinden midden in een bos op een luchtfoto waar paden eigenlijk niet zichtbaar op zijn, maar met passen en meten en passen meten lukt het. Patrick heeft de luxe van een kaart, en is daarmee een stuk eerder op ons rendez-vous. We overleggen even en plannen het vervolg, voordat onze wegen zich daar weer scheiden, en ik zoek een CP dat niet op de kaart staat. Nou ja, het CP staat eigenlijk wel op de kaart, maar de kaart zelf staat er niet op. Of het is een onontgonnen stukje Nederland dat aan het Kadastrale Alziend Oog en Google Streetview is ontsnapt, óf het is op slinkse wijze door een van de PowerChickens verdoezeld met digitale tipp-ex. In dat laatste geval hadden ze beter het stukje kaart nog even kunnen behouden tijdens het ophangen van het CP-kaartje, want dat hangt volstrekt verkeerd, bij een kruispunt 300 meter verderop. Zes andere teams lopen ook ruim 5 minuten te zoeken naar iets dat er niet is. Niet daar.

Wat bij de groene pijl zou moeten hangen vind ik uiteindelijk bij de rode, 350 m verderop.

Ik besluit het op te geven, loop richting Patrick die al die tijd op ons rendez-vous staat te wachten, noteer daar het CP nummer dat waarschijnlijk had moeten hangen waar ik nét was, en help hem dan een punt te vinden dat hij niet zag; dat vinden we uiteindelijk op de juiste plek. Samen gaan we naar een volgend punt van hem. Even dachten we dat het achteraf handiger was geweest om ieder voor zich te zoeken en pas op het eind van deze etappe elkaar weer te ontmoeten, maar met de tussentijdse onvindbaarheden is het achterhoofd is het maar goed dat we soms even samenwerken, kaarten combineren, overleggen en bovenal elkaars voortgang kennen. Een peiling die volgt leidt echter weer tot niets. Of hebben we de peiling op het CP-kaartje verkeerd gelezen? We noteerden “136 m 134”, maar daar is helemaal niets te vinden. Veel te lang zoeken we tot ik uiteindelijk mijn volgende punt opzoek, met de info over waar we de volgende kaart gaan krijgen: weer een donkere luchtfoto. Maar ik herken nog nét dat ik bij een meertje moet zijn; onderweg er heen nog een CP, en Patrick moet er ook nog 1, dus we besluiten dat hij ook naar het meertje komt om etappe 1 met één niet-gevonden, en één vals CP af te sluiten. Saillant detail: dat punt dat we niet vonden, vond maar 1/5e van alle teams, en 80% noteert daar nota bene een vals CP. Het valse CP dat we noteerden werd ook door 2/3e van de andere teams voor echt aangezien. Uitgerekend het punt dat hij (wij samen eigenlijk) niet vond zal wel verwijzen naar wat ongetwijfeld het gezamenlijke eindpunt van deze etappe is. Met de deadline inmiddels achter ons is het hoog tijd dat de rest van de dag aan gaat breken. Maar deze eerste etappe verliep allerminst vlekkeloos. En we zijn de deadline 27 minuten gepasseerd. Geen goed begin. En haast maken de rest van de tocht om tijd in te lopen heeft eigenlijk altijd een averechts effect, want dan maak je fouten.

Intekenen van het merendeel van etape 2 kost veel tijd. Met verkleumde vingers en verkrampte hurken gaan we na drie kwartier weer op pad. Ik trek een zakje pinda’s open terwijl ik me afvraag waarom we zo lang bezig zijn geweest, en dan nog niet eens de hele route hebben gepland. De antwoorden die boven komen borrelen zijn

  • Omdat de kaarten niet allemaal aan elkaar aansluiten.
  • Omdat  niet direct van alle grid lijnen te zien is bij welke coördinatenstelsels ze horen en we dit via aangrenzende kaarten moeten afleiden.
  • Omdat de volgorde van de punten in het roadbook niet direct overeenkomt met de kortste of snelste route, en het dus een hele puzzel is om zonder om te lopen overal langs te gaan.
  • Omdat het niet zo lekker tekenen is, gehurkt in de wind en de kou.
  • Omdat nog niet van elk punt bekend is waar het ligt, en we eerst gegevens in het veld moeten ophalen.

Maar iedereen zit met dezelfde handicaps, en dat blijkt ook wel uit de einduitslag als je ziet dat veel van de puntjes die net wat extra voorbereiding of denkwerk vergen überhaupt nauwelijks zijn bezocht. Wij gaan voor goud, dus pakken alles mee. Denken we.

Rond het punt dat we projecteren vanaf CP15 zoeken we een minuut of tien zonder het CP te vinden.

We lopen weer wat in en passeren een paar teams, vinden CP’s, en voeren een extra opdracht uit: een peiling. Eerst met kompas en gekalibreerde passen tellen, dan, als we niets vinden, met geodriehoek een kaart. We komen precies uit waar we peilend en tellen waren geland, en zoeken daar rond omheen verder. Net als 5 andere teams. Gezamenlijk beslissen we na een minuut of tien dat de post er niet (meer) hangt of niet daar hangt. Dit is al de tweede schier eindeloze zoektocht die we zonder succes afbreken. Een enorme flap vakantieparkplattegrond gebruiken we precies één keer om een CP te lokaliseren, de rest gaat op de topo kaart. Afwisselend zelf ingetekende punten en vooraf geprinte punten. Allemaal vinden we ze direct. Vooral de CP’s die op logische plekken hangen, bomen op de hoek van een kruising, zijn aangenaam, want logisch. Die “ergens op een bosrand in een flauwe bocht” zijn minder onze favoriet, vooral omdat we dan zijn overgeleverd aan de willekeur van wie ze heeft opgehangen. Daarom ook is bij een IOF oriëntatieloop de eis dat een post op een op de kaart en in het veld herkenbaar punt moet staan. Dat kan een letterlijk punt zijn, zoals een voorwerp, maar ook een kruising van lijnkenmerken, een hoek, uiteinde of een scherpe bocht, . En als hij op of bij een reliëfvorm staat, dan moet dat opnieuw een herkenbare, in de postomschrijving gespecificeerde, plek zijn, zoals een top, een duidelijke flank of voet met een gespecificeerde windrichting er bij. Zo weet je altijd waar precies je moet zoeken, als je eenmaal op de juiste plek bent. Maar vandaag gelden er geen IOF regels: soms staat de C voor speld, en de P voor hooiberg (en een enkele keer zelfs andersom). Maar voorlopig zitten we weer onszelf dwars, door punten over het hoofd te zien omdat we niet altijd de verschillend geschaalde kaarten aan elkaar weten te passen, met een aantal extra meters als gevolg. Dát is wél leuk.

Zoals je ziet zijn we best wel vaak de Amerongse Berg over gelopen. Niet heel effectief. Het zal door de hoogte komen.

Door dan maar wat harder te lopen lopen we dat wel weer in. Het is dan ook heel rustig wat andere teams betreft als we bij het “wagenwiel” naast de Amerongse Berg aankomen. Het klimmen heeft zijn tol geëist, en de benen voelen moe. Energy Bar er in en hopen dat die door de zwaartekracht naar de juiste ledematen zakt, want de spijsvertering delft het onderspit als het om de energieverdeling gaat, en de hersens krijgen wat extra’s toebedeeld om ons via de snelste route naar de diverse punten te loodsen. Het is een soort puntenwolk die niet direct een kortste route kent, en bovendien proberen we zo min mogelijk hoogtelijnen te kruisen. Je zal er maar over één struikelen… Berg op, bocht om, breed pad kruisen, vierde pad -voor de open plek- links: één…twee…drie…open plek. Zou die brandgang het vierde pad zijn? Het lijkt meer het weerbarstige spoor van een bomenrooier te zijn. We volgen het over de juiste afstand, maar vinden geen CP. Dan maar richting top van de heuvel, waar volgens het kaartje iets herkenbaars zou moeten staan, om een peiling te maken. Maar op de flank loopt een pad in een mooie glooiende kromme lijn, en dat is niet wat er op de kaart staat. Hier klopt iets niet. We zoeken nog wat in de rondte, maar vinden geen CP. Heroriënteren betekent hier op zoek gaan naar een pad dat duidelijk wel matcht met de kaart. Vanaf daar gaan we verder met de volgende CP’s want die vinden we wel, op een cirkel rond het topje, die kennelijk van ná de publicatiedatum van de kaart is. En na een rondje gelopen te hebben, met wat genoteerde nummers, komen we uit waar we net ook waren, maar nu zien we wel het blauwe kaartje achter een boom. Klaar! Op naar een volgend CP, dat in het dal ligt, maar niet voordat we onderweg nog een vals, maar ook juist CP nummer vinden. Uiteraard noteren we het laatste.

Bij CP 61 zijn we eindelijk uit het hooggebergte afgedaald, staand onderaan de heuvelrug aan de rand van een weiland, en de concentratie erytropoëtine is weer naar dusdanig normale waardes gezakt dat we normaal kunnen denken. Of het is gewoon dat onze oren “plop” hebben gezegd? Want ineens horen we een kwartje vallen: we hebben wat aanwijzingen gemist bij puntjes waar we net, hoog vlakbij de top van de de berg, waren. Een snelle berekening: 3 CP’s gemist, 3 x 30 minuten misgelopen, anderhalf uur de tijd om 1 km extra te lopen en terloops de Amerongse Berg nog een keer op te klimmen. Moet lukken. Op dat moment gaan we er nog van uit dat we alles binnen de tijdslimiet lopen, en 1 minuut dus één minuut is.

Achteraf gezien was de 2e beklimming van de Amerongse Berg en het Wagenwiel niet zo tactisch. Want omdat we daarmee twee deadlines overschrijden kost het per klok-minuut niet 1 maar 3 score-minuten. En dan leveren de 25 minuten die we hebben besteed voor 3 CP’s nog maar een kwartiertje op. Bijna niet de moeite. In een race met meerdere deadlines is elke minuut aan het begin van de dag erg kostbaar, omdat die meervoudig meetelt. Tenzij je gewoon binnen de deadlines blijft. Omdat je nooit weet wat er allemaal nog gaat komen bij de volgende kaart-posten (je hebt aan het begin van de dag geen roadbooks of kaarten van de latere etappes) blijft het één grote gok. Vorige jaren waren we immers altijd op tijd bij tussentijdse deadlines.

Best een tricky punt, CP44. Het 45° paadje lijkt op de kaart bij het CP uit te komen, maar in werkelijkheid maakt het een knikje en komt uit op het kruispunt net westelijk. Daar zochten we aanvankelijk het CP.

Mooi is het wel, daar rond de top. Oud bos. Hoge bomen, ver uit elkaar. Een oranje-bruin tapijt van herfstbladeren, goed geconserveerd door het koude weer. Genieten. Overal andere teams, die allerlei kanten op lopen. Zijn zij ook de weg kwijt door de wanorde van CP’s (en vooral hun nummering)? Of hebben ze een al dan niet strategischer volgorde gekozen? Als klap op de vuurpijl noteren we ook nog eens een vals CP: toen we over de top kwamen zagen we een CP hangen, en schreven het nummer op. Later, bij de projectie vanaf CP37 (die waar het draaien rond het wagenwiel een uur geleden begon), menen we dat die projectie ongeveer op de top uitkomt, en schrijven dan ook het eerder genoteerde nummer op. En dat blijkt fout

We dalen nog één keer af. Omlaag loopt het een lekker tempo. Laten we dwars over een weiland doorsteken. Blaffende honden bevestigen dat we goed zitten, want op de kaart staat ‘dierenasiel’. Andere teams lopen om, of slaan dit hele punt over. De deadline nadert, en dat betekent een verdichting van de teams in de ruimte. Samen met een aantal anderen stellen we vast dan een CP nummer op de verkeerde kruising hangt. Wat achteraf toch blijkt te kloppen. Maar dan kiezen zij de kortste route naar het tussenpunt, en wij besluiten nog 4 extra bestemming af te gaan. Die we allemaal moeiteloos vinden. Het gaat goed! Alleen tikt de tijd wel door. En het is altijd een vreemde gewaarwording als je net nog andere teams om je heen had, en prompt een half uur lang niemand meer ziet. Klopt dat wel?

Betrekkelijk standaard posten volgen, een ingetekend punt ligt precies waar het het verwachten, maar een ander punt, CP62, waarvoor we de gegevens, een peiling in dit geval, op CP39 vinden, is weer een leermomentje. Enerzijds omdat voor de zoveelste keer ik een stuk meer naar rechts uit kom dan Patrick, wat achteraf komt door aantrekkingskracht van de magneet die mijn drinkwaterzakslangetje o-zo-handig aan mijn rugzakje vastklikt op mijn kompas, anderzijds omdat nogmaals blijkt dat een peiling bij de Midwinterrun vaak uitkomt op een heuveltje dat op de kaart getekend staat. Terwijl we meestal koersen tot een meter of 200 peilen met een kompas en vervolgens passen tellen. Dat werkt doorgaans prima, maar vandaag even niet. Maar goed, we vinden het CP, omdat het heuveltje niet alleen op de kaart opvalt, maar ook in het echt een markant plekje is.

Een hele andere omgeving, en een hele andere opdracht. Ik vind het leuk.

Een verlaten restaurant. Of een rustige dag. Of geen barbeque-weer. Maar op de nagenoeg verlaten parking staat een MWR busje en krijgen we een opdracht voor etappe 3. Wat zou het zijn? Dat een ander team vraagt of het kan dat bij 1 punt meerdere CP nummers horen gaat het ene oor in maar het zelfde oor ook weer uit. Was het het andere oor uit gegaan, dan was het vast door mijn hoofd heen gegaan dat dat een mogelijk scenario zou zijn, dadelijk. Maar dat doet het niet, zodat we bij de foto-opdracht die volgt teleurgesteld één foto overhouden. Navraag bij een hondenbezitter die meent hier bekend te zijn levert niets op. De enige mogelijkheid waar de weg op de foto overeenkomt met de kaart blijft een gok, en een foute gok is duur. Nou ja, het zou ons 60 minuten straftijd opleveren, maar niets invullen kost ook 30. Toch besluiten we niet om er nog eens langs te lopen, want er is nog iets: we móéten binnen een uur terug zijn voor deze opdracht. Geen idee of er anders gewoon een 2 minuten penalty volgt of algehele diskwalificatie, maar al secondes aftellend arriveren we bij het busje, en het tellen stopt pas bij 3. Met de hakken over de sloot door naar de laatste etappe.

Nog twee andere teams zitten punten in te tekenen, terwijl het inmiddels flink is afgekoeld en al begint te schemeren; de rest is al op pad naar de finish. Teleurgesteld zien we dat CP71, dat we tijdens de fototocht op de kaart zagen staan en waar we (tactisch?) alvast zijn gaan kijken, blijkt te zijn vervallen. Verder is het een mieterse puzzel om de resterende kaarten aan elkaar te passen. Er is geen overlap, een luchtfoto is geroteerd, de finish staat er niet op, en er zijn verschillende coördinatensystemen door elkaar heen gebruikt, terwijl aan de lijnen niet te zien is wat bij RD behoort en wat geografische coördinaten zijn, of dat de lijn gewoon de rand van de kaart is. Intussen proberen we ook nog te schatten waar de ANWB paddenstoel ligt, uitgedrukt in een of ander coördinatensysteem. We doen een poging, maar die blijkt achteraf té onnauwkeurig te zijn omdat we geen kaart met grid van de start kunnen vinden, en we lopen ook die 60 bonusminuten mis. Hier maken we toch een strategische fout: we tekenen bijna alle punten in, bepalen de snelste route, maar rekenen niet na hoe lang dat gaat duren, en hoeveel tijd we nog hebben. Voor ons gevoel moet het nét te doen zijn, als alles mee zit.

Best een uitdaging om op deze kaart de weg te vinden. Achteraf blijkt dat CP82 op nóg een kaart stond, en eigenlijk alleen als bruggetje hoefde te dienen om de andere twee kaarten aan elkaar te koppelen. Maar desalniettemin deden we het gewoon met deze luchtfoto, best een strakke route.

Dat zit het in eerste instantie ook. Op een veel te donker afgedrukte luchtfoto die ook nog eens onder een hoek met het noorden is genomen, vinden we wonderwel onze weg én de CP’s. We weten dan nog niet dat we een vals CP hebben genoteerd middels een onderweg gevonden aanwijzing (177 m, 270°), door op 162 meter een nummertje te vinden, in plaats van die verderop bij het hek van een tennisbaan op 190 meter; al zou ik de valse ook hebben gespot, ik zou op basis van de afstand niet hebben geweten wat de juiste was (hooguit omdat je een zandduin op moest, en dat al gauw een overschatting van de afstand oplevert, zou het verste punt wel het bedoelde punt zijn). Maar dan houdt ons geluk op.

We hebben hier lang gezocht, maar niets gevonden. In totaal hebben we in de eerste etappes 2 punten niet kunnen vinden, en in de laatste 4, terwijl we wel op de juiste plek waren. Drie valse CP’s noteerden we. En 9 CP’s slaan we over vanwege tijdgebrek.

Een puntje dat we op een markant doodlopend uiteinde van een pad tekenden -dat moet wel goed zijn- ligt er niet. Snel opnieuw uitrekenen en tekenen brengt ons ergens anders, maar niet de juiste plek. We geven het op. Vanaf een volgend CP, het laatste dat we zullen vinden vandaag, maken we een peiling, weer met kompas en passen tellen, maar vinden niets. Terug, nog een keer tellen, nog een keer peilen, nog een keer de aanwijzing lezen. 10 minuten zoeken we: niets. Weer dóór naar de volgende, en intussen weer 2 CP’s gemist, omdat we tijd kwijt zijn met zoeken waardoor we een punt verderop moeten skippen, én we hier niets vinden. En ook dat volgende punt zien we niet hangen onder een boomtak. Het schemert, het is 16:50. En zoals het aangegeven staat op de kaart moet het CP een fractie noordelijk van een bosschage te vinden zijn. Wij hebben geen GPS op zak om vast te kunnen stellen dat het bos fout staat getekend op de kaart. Tenslotte zien we een CP niet hangen dat op een splitsing van paden getekend staat, maar verderop aan een boompje schijnt te hangen. En dan is de tijd om.

Er rest niets dan zo snel mogelijk terug te gaan. Elke minuut telt nu dubbel, dus lopen we ook op dubbele snelheid terug naar de finish/start. Via een kleine omweg, omdat het gebouw niet op de kaart staat, en we op ons gevoel af moeten gaan. Immers, het gejoel van de andere teams die al gearriveerd zijn is verstomd omdat iedereen zijn adem in houdt terwijl ze zich afvragen of wij wel levend het bos uit zullen komen. Of op zijn minst vóór de absolute deadline van 17:30. Anders is het einde oefening. Gaan we het halen?

Op het nippertje, als je 10 minuten een nippertje mag noemen. En op een race van 8 1/2 uur mag je dat. Anders lagen we uit de race. Wie had dat gedacht? Van een hele dag mountainbikepaadjes zonder fiets, naar 49 km rennen voor niets? Maar het was niet voor niets. Want we hadden een mooie dag lopen bosraggen door prachtige natuur, rennend puzzelen en peilen, zoeken en vinden. En bovendien zijn we nog net bínnen de tijd, en winnen we voor de 5e keer op rij (in 2017 deed ik niet mee) de Midwinterrun. Je zou kunnen zeggen dat ik me aan mijn suggestie van vorig jaar heb gehouden: zo’n voorsprong pakken in het begin dat we wat punten op het eind kunnen laten liggen, omdat de nummer 2 toen 8 “uur” achter ons is geëindigd. Dit jaar is het verschil nog maar 3:40, dus we hebben het efficiënter gedaan. Nee, als dat opzet was, was het een risicovolle -maar geslaagde gok-, want onderschat je medespelers nooit. Maar als je het verhaal leest zie je dat dat geen vooropgezet plan was, we een aantal minder scherpe foutjes hebben gemaakt, qua valse CP’s en intekenfouten, uitstekend hebben georiënteerd, maar slecht hebben gelezen en gepland. En dan toch winnen, aan het eind van dit prachtige dagje challenge-oriënteren. Dus ondanks onszelf was het weer een feestje. Na de prijsuitreiking praten we nog een tijdje na met de organisatoren van Chickenpower. Wat er allemaal komt kijken bij de organisatie, hoe je als loper ervaart wat de routelegger bedoeld heeft, wat de Midwinterrun nou zo uniek maakt, en wat er beter zou kunnen. Persoonlijk zou ik minder willen hoeven zoeken naar CP nummers, als ik op de juiste plek ben, zodat de uitdaging meer zit in het oriënteren, intekenen en projecteren, kaarten interpreteren en navigeren, en niet in het dwalen en dralen rond een kruispunt, bosrand, of groep bomen op zoek naar een blauw kaartje dat overal op, onder, in of aan kan hangen zonder dat dat wat toevoegt. Je kan zeggen: dat hoort óók bij het spel, maar dat is dan minder míjn spel. Als voorbeeld van hoe dat anders zou kunnen denk ik dan aan de aanwijzingen in het roadbook van de WOR; er zijn nog steeds foute CP’s, echter die scoor je niet door een vind-fout maar door een zoek-fout. En boven op de berg hete chocomel met slagroom en een scheut rum, lijkt me ook lekker; kan je daarna weer lekker hard afzien.

Analyse

Nog even kijken naar de statistieken:

Op zich valt het aantal gevonden valse CP’s wel mee; er zijn vooral veel punten helemaal níét gevonden.

Het is een beetje het zelfde plaatje als elk jaar: de tijd en de afstand die je loopt doen er niet toe; je moet gewoon zo veel mogelijk juiste CP nummers noteren. En laat dát nou net datgene zijn waar we goed in zijn. Met zo’n 6 minuten de tijd per CP (89 CP’s in 10 uur) kost elk punt minder tijd dan de straf voor een gemist punt, zelfs de punten in de eerste etappe (30 minuten / 5 = 7:30).

Hoezo, wat heeft de etappe er mee te maken? En in de laatste etappe telt het overschrijden van de deadline je toch juist meer dan in de eerste? Simpel: in theorie loop je een verloren minuut in etappe 1 niet meer 1. Dus als je daarmee de deadline passeert van etappe 1, en ook van etappe 2 en 4, dan telt die verloren minuut dus 1+1+2=4 keer zo zwaar. Maar dan nog is dat ene punt, mits het minder dan 7:30 heeft gekost om er heen te lopen en het te zoeken, en eventueel in te tekenen, lucratief.

Dat levert op zich wel een leuk inzicht voor de tactiek: als je in het begin van de dag een deadline zou kunnen gaan overschrijden zou je misschien wel beter een punt kunnen overslaan dan op het eind van de dag. Maar helaas heb je in het begin van de race nog geen flauw idee wat er nog gaat komen, en dus of je vervolgens alle deadlines gaat passeren, of dat je op het eind ineens tijd over blijkt te hebben. En we hebben gezien dat je beter zoveel mogelijk punten kan bezoeken ten koste van wat straftijd, dus, ook omdat de winnaar bij de Midwinterrun eigenlijk nooit tijd over houdt, is het handiger om tussentijdse deadlines nooit te overschrijden. En de laatste uitloop maximaal te benutten.

We hadden dus beter in etappe 1 wat punten kunnen laten liggen. Om nog wat meer tijd in de laatste etappe over te houden om daar meer punten te scoren. Nu weten we dat voor de volgende keer.

Het percentage gevonden CP’s per categorie (kaart, coördinaat, projectie, veldopdracht), per team.

Ook is het aardig om te zien wat de andere teams met de specials doen. Je ziet dat wij het hoogste percentage punten vonden, in elke categorie. Vooral de in te tekenen coördinaten worden overgeslagen, maar ook erg veel van de veldopdrachten. Wie een coördinaat intekent vindt dit punt overigens meestal ook. Maar het is wel apart dat de veldopdrachten voor bijna een kwart van de keren fout gaan: er wordt een vals CP genoteerd. Ligt dat aan de moeilijkheid van de opdracht -meestal een peiling over een paar 100-200 meter- of worden daar extra veel valse CP-kaartjes gehangen?

Ten slotte nog de totale route (klik op de kaart):

En het is ook leuk om op Strava een flink aantal van de routes van de deelnemers te zien en te vergelijken. Elk jaar weer zetten meer Midwinterrunners hun GPS tracks online.

Alles WOR nat… (WOR8-’19)

Dit jaar een nieuwe discipline: vloeibare kaarten en CP’s noteren op papierpulp. Want het was op 12 januari 2019 nat, druilerig, miezerend, vanwege afwisselend motregen, dikke druppels die uit de bomen vielen, en zo nu en dan nattigheid die tijdens een momentje schuilen uit mijn haar op het laatste droge stukje kaart viel. De beproefde tactiek van direct het gele antwoordenblad invullen (en tegelijkertijd een back-up noteren) werkte niet, want binnen no-time was het gele velletje, ondanks ons plastic beschermhoesje, maar vanwege natuurkunde’s immer plagerige capillaire werking, doornat, waardoor een watervaste stift het effect kreeg van een aquarelpenseel, en een potlood dat van een guts. Artistiek ongetwijfeld garant voor een creatief effect, maar erg onpraktisch als je -leesbaar- CP’s wilt noteren.

Was dat erg? Helemaal niet! Het was weer een onnavolgbare Woudlopers Oriëntatie Run, deze 8e. En dan maakt een beetje water niets uit. Dankzij onze kaarthoesjes bleven de kaarten, hoewel nattig, prima in vorm, en CP’s noteren op ons eigen watervaste papier met een gepatenteerde rite-in-da-rain pen gaat ook prima. Kortom, het was weer een heerlijk dagje buitenspelen. Je zou kunnen stellen dat door het regenweer deze WOR niet gauw vergeten wordt, maar dat slaat natuurlijk nergens op, omdat de organiserende Woudlopers wel voor deze onvergetelijkheid zorgen. Bij welk ander evenement zoek je een beer in Death Valley, scoor je punten met darten naar bewegende hoedjes, jaag je op stripfiguren rond een vuurplaats in het bos, volg je het spoor van een manke indiaan, en word je bij de start verrast door een rokende indiaan op een paard, die zijn OEW-OEW-OEW geluiden middels Google-translate vertaalt in de opdracht voor de eerste 4 CP’s?

Dus rollend van het lachen stormen we allemaal in de richting waar Sitting Bull (je weet wel, die van de Zwartvoet indianen) vandaan kwam, om de terloops tijdens de massa-wandeling naar de werkelijke start aangewezen grensbakens terug te veroveren, en hun nummers te noteren. Om zo 4 CP’s, en dus 120 minuten tijd te verdienen.

Voorbeeld van een CP.

(Even wat uitleg voor de kijkers die nu pas inschakelen en midden in de uitzending vallen: De WOR is een oriëntatie-scoreloop waarbij onderweg de juiste nummers genoteerd moeten worden, die soms gewoon te vinden zijn door op de juiste plek te zoeken, of middels bijzondere opdrachten te verkrijgen zijn. Soms is ‘de juiste plek’ een kwestie van goed kaartlezen, maar dikwijls van ‘correct interpreteren’ of slim handelen. Een gemist of fout CP-nummer levert 30 minuten straftijd, en elke minuut na de deadline van 16:00 binnenkomen levert 2 extra straf op. Dat alles wordt bij de verlopen tijd vanaf de start geteld. Binnen 6 uur wordt idealiter 30-35 km afgelegd en worden zo’n 85 CP’s gevonden.)

Terug naar de race: er volgen een aantal oriëntatieopdrachten aan de hand van de eerste kaart. Veel er van, net als de opdrachten die later op de dag zullen volgen, zijn gerelateerd aan het thema van deze WOR: Het Wilde Westen. Het gebied is voor de gelegenheid omgedoopt in The High Riels, we komen cowboys en indianen tegen, beren kruisen ons pad, pijlen worden geschoten, kortom, aan alles is gedacht. Zo ook de eerst volgende opdrachten.

Niet heel lastig, maar wel een kwestie van goed lezen. Vaak hangen er meerdere CP-nummers in de omgeving, maar wie goed oplet, zoals wij, schrijft overal het juiste getal op. Het is een opwarmertje voor de rest van de dag: rond een hekwerk van 10x10m hangen 4 CP’s, maar de pijl op de kaart wijst de juiste kant aan; later blijken er op meer plekken dubbele CP’s te hangen, waarbij een pijl of een windrichting het bedoelde exemplaar aanduidt. Of dit voorbeeld: we komen bij een paal met symbooltjes, van rups tot trommel en van maan tot katapult, allemaal aanduidingen van de tientallen jeugdverblijf-barakken op het terrein, en deze symbooltjes horen bij nummers, en die moeten we weer gebruiken. En zo maakt dat een bruggetje naar een andere opdracht die later op de dag volgt. Een beetje zoals ik de afgelopen tien jaar voor mijn finale-sint-geocache essentiële aanwijzingen en methodes heb verwerkt in eerdere geocaches uit dit zelfde project. Niemand kan zo zeggen dat hij er niet klaar voor is.

CP13

Maar dan beginnen de bloopers. What’s in a number? CP13, we bakken er niets van. Rond een veld hangen de 4 Daltons, en voor wie ze niet kan vinden, evenzoveel verwijzingen naar hun locaties. Bovendien hebben ze elk een letter, die vanaf het midden van het veld te zien is. En er hangen verspreid aanwijzingen waar het bijbehorende CP te vinden is: een koers, een afstand, een middelpunt (“snijpunt AB/CD”), en een hint (“onder het kapelletje”). Je zou zeggen dat dit na het maken van GC33W5K gesneden koek is, maar we verwisselen enkele aanwijzingen voor de bijbehorende Dalton met die voor het CP, en komen verkeerd uit. Ook missen we de grote D en nemen de snijlijn van de bijbehorende Dalton waardoor we bij een barak uitkomen in plaats van midden op het veld. Maar de uiteindelijke fout is dat we door de overvloed aan informatie missen dat de koers die vanaf het CP is en niet naar het CP. Klassiek.

Gezelligheid is er weer als we, inmiddels nat van de regen, op het Startterrein terugkomen voor een aantal opdrachten die CP-punten opleveren of gegevens voor volgende CP’s. Zó veel, het lijkt wel een kermis. Er staat een veld vol pylonen voor een opdracht die een beetje lijkt op oefening van Go4Orienteering; een paspop gelijk Texas Jack uit het het voorfilmpje; een drietal ‘magische dozen’ met in ieder een niet zichtbaar maar wel voelbaar cijfer zes of negen, en op de buitenkant ‘CP25’ en drie puntjes ‘…’ (is het 666 of 999 of een combinatie); en een doos met daar in een lampje dat gaat branden door een dynamo over een plank te rollen waardoor een plaatje zichtbaar wordt: een kompas dat naar het zuiden wijst naast een lijn met aan de andere kant een maan, en de tekst ‘halverwege’ ; en ook nog een ‘getal onder een brug’ en een CP met een kapelletje. We noteren alles wat we zien. Nou ja, bijna, want ik sla wel het velletje bovenop één van de dozen om -net als in het voorfilmpje- maar vergeet de lezen of onthouden wat er staat. Stress…

Grom

We gaan weer op pad, denkende alles te weten wat we moeten weten, en dat wat we niet begrijpen zal in het veld wel duidelijk worden. We hebben ook weer nieuwe kaarten gekregen die we -bijna droog- in hoesjes steken. Over CP17 staat niets op de kaart (denken we), dus die zal wel vervallen zijn. De tekst in het roadbook is met tippex weggewerkt. De paar teams om ons heen denken het zelfde. De beer uit het filmpje, die een kaartje CP17 vasthoudt, zijn we dan alweer helemaal vergeten. En al blijkt er één getekende kaart met een beer er op te zijn, die valt ons niet op. Geen CP17 voor ons, wel 30 strafminuten.

Alles loopt nog gesmeerd, denken we. Een soort schatkaart (mét beer) lijkt geen geheimen te kennen, en we noteren de cijfers die we straks voor het openen van een schatkist met cijferslot nodig hebben. We slaan een I naar A loop over (‘ezelsloop’, twee keer dezelfde steen, ook omdat je achtereenvolgens 30 meter in alle 8 de windstreken moet afleggen) en noteren meteen het juiste CP, horen even later een jammerende Squaw in een struik het signalement geven van belager met een gebruinde kartonnen huid (hij zou naakt moeten zijn volgens de aanwijzingen, maar we rekenen even later een minuscuul lendelapje toch goed; het CP blijkt in elk geval te kloppen achteraf), en noteren iets verderop het CP getal bij het NGI symbool voor een kapelletje, omdat we dat als aanwijzing op de kermis bij het Startterrein vonden.

Maan ’71

Rest nog het mysterie van de maan ten oosten van de lijn met het kompas dat naar het zuiden wijst. Althans, dat denken we. Maan? Ja, maan, want dat is het symbool van barak 32, en dus zoeken we daar halverwege de oostelijke muur (de maan stond rechts van een kompas dat met de noordzijde van de naald naar het zuiden wijst (en de Noordpool is een zuidpool), dus moet het oostelijk van maan zijn), en warempel: een meter of 20 verderop op de middelloodlijn van de muur hangt een CP. Moet wel goed zijn; blijkt later fout. We hadden niet door dat ‘kompas’ ook een symbool in de lijst barakken is.

Een CP met een spiegeltje onder een brug (staat daar nou 25 of 52 in spiegelschrift?) en een infobord zorgen niet voor problemen. Daarentegen ’70’ lezen, aan Erwin doorgeven, en zelf geen ’71’ opschrijven wel. Maar het spoor van Zwartvoetindiaal Pinkelpoot -die op zijn rechtervoet hinkelt- volgen dan weer niet; de linker-voet afdrukken leiden naar een vals CP.

Enfin, even later staan we weer op het Startterrein voor een pijtjesgooiopdracht en nieuwe kaarten. We hebben geen idee dat we dan al 5 fouten hebben gemaakt. Hooguit vermoeden we er 1 of 2, als we twijfelen of het nu 70 of 71 was (handig, zo’n back-up briefje, maar vervolgens weet je niet welk van de twee getallen nou klopt), en omdat we bij AB/CD een kaartje Louky Luke vonden en niet Lucky Luke. Wat natuurlijk fout is, dat hebben wij ook wel door, maar een alternatief en tijd om dat te zoeken hebben we niet. Het zou wel eens een tactische race kunnen worden, en dan heb je vanwege de 1:3 regel geen 30 minuten per CP maar 10.

Bonanza

Het was natuurlijk wachten tot deze vergeten maar in het voorfilmpje opgegraven TV-serie van vóór mijn tijd -waar ik nooit van gehoord zou hebben als ze niet ten tonele was gevoerd in Brusselmans’ roman ‘Guggenheimer wast witter’- op zou duiken in het verhaal van WOR 8. Dat moment is nu. Maar wat moeten we er mee? In de vier hoeken van een groot bord hangen evenzoveel karakters, Adam, Joe, Hoss en Ben. En de mededeling dat als je een indiaan tegen komt, je verkeerd bent gelopen. Voor de rest markeren de cowboys kruispunten, en om kruispunt 4, 10 en 15 is het te doen: daar hangt een CP. Maar welke (anti-)held is welke richting? Geen idee. We verzinnen van alles, maar niets lijkt logisch. Staan de 2 links op het bord voor linksaf, en de rechter 2 voor rechts? Dat klopt bij de 1e kruising, maar niet bij de 2e. Na veel trial and error (het begint op het veld met de Daltons te lijken) en een aantal indianen gezien te hebben, blijven er niet veel mogelijkheden over. Pragmatisch besluiten we dat dat het wel zal zijn: al doende leert men. En zo vinden we de 3 CP’s op de gegeven kruispunten. Het lijkt te kloppen, maar zeker zijn we er niet van. Want dikwijls heeft alles bij de Woudlopers een reden, al zie je die vaak niet direct.

Zeker wetend dat we niets over het hoofd hebben gezien maar ongewis wat, breken we ons het hoofd er niet over en vervolgend de tocht. Redelijk klaar met alle multi-interpretabele opdrachten volgt er nu gelukkig een stuk recht-toe-recht-aan oriënteren. Luchtfoto’s en kaarten.

Een correctie bij CP39 kost nog 5 minuten, als we op de kaart zien dat de pijl naar een andere hoek van het gebouw wees dan waar we in eerste instantie het CP noteerden. En we lopen een azimuth van CP40 naar CP41, terwijl we die waarde al met een andere opdracht, het darten, verdiend hadden. De scherpte is er even uit. Oriënteren gaat vandaag goed, nadenken en (vooruit) lezen niet. Dat blijkt: op het volgende kaartje staan een aantal ovaaltjes. Die vinden we. Op elke plek hangt een memorisatiekaart met een volgend punt; maar omdat we de volgende kaart al hebben gekregen kunnen we die punten ook intekenen. Memorisatie blijkt op iets anders te slaan, waar we pas later achter zullen komen. Eerst nog een keer terug omdat we pardoes een van de ovaaltjes, de meest westelijke, hebben overgeslagen.

WOR8 2019 6/8 (12/01/2019)

Bij het eerste memorisatie-CP wordt het probleem duidelijk: bij welke van de CP’s op onze antwoordkaart moeten we dát nummer invullen? Het roadbook spreekt van Postkoets, Fort Lauerdale, Ponderosa, Tipi en Reservaat. Laat dat nou net een omschrijving zijn geweest van de plekken waar de ovaaltjes stonden, en van 3 er van weten of vermoeden we ook welke dat moeten zijn geweest, maar van 2 hebben we geen idee. Dus kunnen we nóg een keer terug het vorige perceel in. Over ezelspost gesproken.

Maar op het eind van de rit hebben we wel alle gegevens juist, en kunnen we verder met de bolletje-pijl route. Daar valt nog wat in te korten, blijkt, als we twee keer het zelfde kruispunt moeten passeren met elke keer een te noteren CP (‘het CP bevindt zich telkens aan de linker binnenhoek’); we sparen ons een minimaal lusje lopen uit.

Dan volgt een route langs een beek die ‘van Teksas naar Alizona’ loopt; de Rechteroever is per definitie rechts met de stroom mee gezien, en ook daar noteren we het juiste CP.

Eigenlijk is het dan alleen nog maar een strijd tegen de regen en natte navigatiematerialen. De volgende 24 oriëntatiepunten zijn niet heel eenvoudig, maar híér zijn we ten minste goed in. Gelukkig zijn er onderweg ook nog wat uitdagingen. Er moet een peiling gemaakt worden aan de hand van de info die je tijdens een lange azimuthloop tegenkomt, bij het Startterrein moeten we een code doorseinen via een slang, en indien juist verstaan krijgen we CP 81, we moeten een kruispeiling maken van vier andere CP’s (wat niet moeilijk is, maar wat we pas zien als we er al voorbij zijn gelopen, dus moeten we weer terug), en we zoeken een CP dat in het voorfilmpje is aangegeven op een kaart door middel van een brandvlek (waarvan we de locatie gelukkig omschreven hebben in onze aantekeningen van de huistaak).

Wel lopen we lang te zoeken naar CP 63. Niet dat we daar niets kunnen vinden (er hangt een CP bij de groene pijl, in de inloper), maar we vinden vlakbij (rode pijl) nóg een CP nummer naast een kuil, terwijl het echte CP volgens roadbook en kaart in een inzinking te vinden zou moeten zijn. Die inzinking vinden we, maar daar hangt dan weer geen CP nummer. En met ook valse CP’s in de buurt moet je het natuurlijk wel zeker weten. Uiteindelijk maken we de juiste gok. Het is dan rond 15:00, nog een uur te gaan, en nog 21 CP’s. We maken voort.

Het langst doen we over CP 69 waar we ons moeten zien te herinneren wat de kleding van Texas Jack was. Bijna alles hebben we goed, alleen de grijze afritsbroek blijkt een grijze pantalon te zijn. Hoed, riem en vest weten we nog wel te reconstrueren. Helaas is het resultaat, alles bij elkaar genomen, fout. (We hadden natuurlijk in theorie bij de laatste passage van het Startterrein nog en keer naar de paspop met Jack’s kleding kunnen gaan kijken en het antwoord dan pas noteren; maar toen we daar om 5 voor 4 passeerden was alles en iedereen inclusief Jack vast al verdwenen.)

Het is 16:00 als we langs de finish komen. Maar dan zijn we er nog niet, want CP 78 t/m 85 wachten nog. Het kost 8 keer 30 minuten als we ze overslaan (ook al hebben we het getal voor CP 81 al gekregen, maar dat vergeten we dan even voor het gemak), en tegelijkertijd telt elke minuut na 16:00 driedubbel; en dus hebben we maximaal 10 minuten per CP. Tactisch is het dus het slimst als we nog een eindje lopen, want we vinden er vast meer dan 1 per 10 minuten. De opdracht luidt nu de juiste foto bij het juiste punt te vinden. Het zijn meer foto’s dan punten, dus eentje overslaan en de resterende foto invullen heeft niet veel zin; al is dat voor CP 81 wel erg aantrekkelijk. Blijkt de foto bij CP81 die we vinden een ander getal op te leveren dan we hadden verdiend met de slang-opdracht op het Startterrein, dus ofwel we hebben het verkeerde getal opgeschreven, of we hebben die opdracht niet goed uitgevoerd, maar we vullen uiteindelijk gewoon in wat we vinden in het veld; niet in de laatste plaats omdat we ons pas na de finish realiseren dat we de waarde voor CP 81 al gekregen hadden en er dus in theorie niet heen hoefden te lopen. Dat we zo iets vergeten overkomt ons opvallend genoeg al de hele dag: een verbeterpuntje.

Maar uiteindelijk is het dan zo ver: we bereiken het cafetaria, de finish, het eindpunt, en een droog dak boven ons hoofd, waar we voor het eerst die dag iets op een droog papiertje kunnen noteren. Dit keer zijn er geen tegenstrijdige notities, want de 2e helft van de dag hebben we überhaupt geen dubbele notities meer gemaakt vanwege nat papier. Om 16:28 leveren we ons gele antwoordenblad in.

Het zit er op! Nee, het is helaas alweer afgelopen! Wat een heerlijk dagje buitenspelen. Ongelooflijk hoeveel creativiteit de Woudlopers ook dit jaar weer aan de dag hebben gelegd om ons 37 km lang te vermaken, kilometers die daardoor zó voorbij vlogen. We hebben ons geen moment verveeld. Tijdens het wachten op de einduitslag glijdt de spaghetti soepel naar binnen, en een tweede bord ook. In spanning wachten we de resultaten af. Team na team wordt opgenoemd, zonder dat de naam Het Valsche Ceepee valt. Tot de 5e plaats aan de beurt is: dat zijn wij. Erg goed, voor een eerste keer in deze team-bezetting. We zijn dik tevreden.

Retrospectief

Het kan altijd beter. Maar dit keer waren het wel uitsluitend de iets complexere puzzelopdrachten die fout gingen. Dus voor de volgende keer gaan we in plaats van binnenstormen op locatie met cowboyhoeden á la wild wild west, helemaal zen van start en dan:

  • r-u-s-t-i-g de opdrachten lezen en als we het niet snappen out-of-the-box denken (13, 23, 25)
  • tevoren het roadbook doorlezen (44-48, 76)
  • alles wat we noteren drie keer checken (12)
  • eerder gevonden of verkregen CP nummers direct bij de antwoorden noteren (17, 41, 81)
  • geen dingen zien die er niet zijn (25)
  • harder lopen en sneller schrijven (zodat er meer tijd is om te lummelen bij de lastige opdrachten)
  • minder tijd lummelen bij lastige opdrachten
  • oefenen met lezen, schrijven, kaarten organiseren, CP’s noteren, etc op de bodem van het zwembad

En dan winnen we.

Ten slotte…

De roadbooks vind je hier:

En de uitslag, in JGeo-format:

Klik op de tabel om deze groter te openen.

Een paar dingen vallen op: als we, afgezien van de foute CP’s, geen tijd verloren hadden omdat we iets oversloegen, niet wisten wat er precies moest gebeuren, of direct op de juiste plek hadden gezocht, had dat (CP14: 10 minuten. CP23: 6 minuten, CP29: 7, CP39: 5, memorisatie: 14, CP63: 5, CP76: 2) al met al bijna 50 minuten, en dus met straftijd ruim 105 minuten, gescheeld. Precies het verschil in tijd met de nummer 1.

En van de 6 fouten die we maakten had minstens een kwart tot 85% an de deelnemers het fout, of 2/3 het punt overgeslagen. We bevinden ons dus in goed gezelschap. En we hadden 18 CP’s die meer dan 1/4e van de deelnemers fout had gewoon correct genoteerd. Er zit dus nog meer in het vat voor volgend jaar. Nog een jaar de tijd om uit te slapen… Ik kijk er nu al weer naar uit.

Alle kaarten kan je vinden in mijn Quikcroute/DOMA archief. En op Strava kan je weer de sporen van de krioelende mieren volgen door de High Riels.

Alles over de Qstarz BT-Q1000XT GPS-logger

Jaren terug kocht ik een GPS logger: zo’n klein apparaatje dat niet helpt om te weten waar je bent maar wel om terug te vinden waar je was. Mits je voldoende goed wist waar je was en vervolgens de weg naar huis en de PC hebt weten te vinden.

In dit verhaal: “Stuk”, over hoe een defecte Qstarz te repareren, “Vol” over de juiste instellingen voor een lange race, en “Leeg” over het uitlezen van de logger als de originele software daar faalt.

Aanleiding was dat ik had gelezen dat je geen GPS met scherm mocht gebruiken bij oriëntatiewedstrijden, maar dat ik wel wilde weten waar ik had gelopen en hoe snel. Dus geen Garmin met kaarten, in de hand, maar ook geen GPS om de pols die een kruimelspoor laat zien, en formeel ook geen hardloophorloge waarop je de afgelegde meters kan zien. Hoewel ik nog geen wedstrijd heb meegemaakt waar dat laatste niet werd toegestaan, en nog geen situatie heb meegemaakt waar het kijken op mijn horloge voordeel had opgeleverd. Maar goed. Ik kocht een tracklogger.

Er zijn overigens wel meer voordelen ten opzichte van een hardloophorloge met GPS, en de belangrijkste daarvan is de levensduur van de batterij en de capaciteit van het geheugen. Er is simpelweg geen horloge dat daar aan kan tippen. Noem maar eens een ander apparaat dat 32 uur continue elke seconde een locatie kan opslaan zonder tussentijds uitlezen en opladen. Heb je dat nodig dan? Ja, ik wel. Soms.

Dus, omdat ik niet kon kiezen en de verschillen wilde onderzoeken kocht ik …

Twee GPS trackers

Aanvankelijk was ik niet enthousiast, en schreef ik een paar maanden later:

GPS trackers vallen tegen

Maar dat kwam doordat ik nog niet de specifieke voor- en nadelen realiseerde. Een GPS hardloophorloge gebruik je voor trainingen en wedstrijden van hooguit een paar uur, voor de routineuze loopjes waarbij je snel je tracks wilt downloaden, uploaden, en analyseren. Het moet vooral praktisch zijn; liefst zet je horloge de handel direct op Strava zodra er WiFi in de buurt is. En ik heb, zoals gezegd, nog geen wedstrijd meegemaakt waar mijn TomTom Multi-sport Cardio of mijn Garmin Forerunner 305 verboden was.

En voor de langere wedstrijden, zoals Adventure Races en Orienteering Challenges van 8 uur of langer, is een GPS logger ideaal vanwege zijn uithoudingsvermogen en formaat, en daarbij is bij die lange afstanden -veelal over paden- de sub-meter-nauwkeurigheid minder belangrijk voor het analyseren van de tracks in Quickroute dan voor korte urban sprints. Dus voor elke toepassing heb ik het ideale apparaat. Min of meer.

Stuk

Naar tevredenheid gebruikte ik de dingen waar ze voor bedoeld waren, naar mijn mening, tot er wat stuk ging. Als eerste begaf de iGotU het. Dat was dat witte apparaatje. Niets meer. Geen verbinding met de PC, niet meer laden, geen garantie. Nou was ik daar toch al het minste over te spreken wat betreft nauwkeurigheid, maar het was een handig ding om na een dagje skiles van de kinderen te zien waar ze allemaal geweest waren. Maar toen de Qstarz er mee ophield was ik meer van mijn stuk gebracht. Hij was niet meteen helemaal dood, maar wilde niet meer opladen en communiceren met de PC. Openmaken en kijken wat er in zit is al sinds jongs af aan een hobby van me, maar ik vond het euvel zelf niet meteen en ook online schoot men niet te hulp toen ik mijn verhaal deed op Circuitsonline.

Probleem

Het probleem van het niet-opladen was betrekkelijk: de accu is de Qstarz BT Q1000xt is gelijk aan een Nokia BL-6C, en laat die nou net in mijn prehistorische Nokia 2700 Classic passen, zodat ik de accu ook buiten de GPS logger om kan opladen. Maar zonder uitlezing heb je er nog niet veel aan. Tijd voor wat meer expertise. Laat ik nou toevallig de beschikking hebben over een 2e Qstarz van het zelfde type omdat ik m’n vader er jaren eerdere een cadeau had gedaan om zijn fotoverzameling te geo-taggen. En door de signalen op de printbanen van de twee, de werkende en de defecte, te vergelijken kan ik vaststellen waar een essentiële afwijking zit. Het blijkt eenvoudiger dan gedacht. Even voorbij de ingang van de USB-voedingssignalen valt de spanning weg. Een minuscuul onderdeel, ter grootte van een zandkorrel (een of ander SMD-component) onderbreekt de stroomkring waardoor er niet meer opgeladen wordt, en -vreemd genoeg- ook niet meer met de PC gepraat als de logger daarop wordt aangesloten. En het uitlezen van het geheugen van de logger gaat niet via bluetooth, helaas. Dus het probleem moet wel verholpen worden, of het gadget kan het raam uit.

Weer vergelijk ik de twee loggers, maar nu door het betreffende component op het werkende exemplaar door te meten. Hij lijkt een weerstand van 0 Ω te zijn. Dat kan maar een paar dingen betekenen. Of het is een shunt weerstand die gebruikt wordt om de laadstroom te meten (maar dat lijkt me in dit geval vrij nutteloos), of het is een draadbrug die als discreet component is uitgevoerd omdat er niet genoeg ruimte of lagen in de PCB printsporen beschikbaar waren (maar gezien de ruime plaatsing van de onderdelen is dat ook niet aannemelijk), of het is een zekering. En dat laatste ligt nog wel het meest voor de hand. En ook waarom dan juist dat onderdeel in de kapotte logger defect is.

En ik heb zo mijn hypothese hoe dat komt: in de goede oude tijd, vroegâh, za’k maar zeggen, waren er nog geen USB laders die 2 A of meer uitspuugden. 500mA, daar hield het mee op, netjes gereguleerd door de USB host in de PC. Maar nu USB de de facto standaard is voor het opladen van phones en tablets, is die limiet opgerekt. Mijn GPS logger verwacht dat niet, en gaat uit van een externe begrenzing bij het laden van de interne accu. Maar als de stroom nu ineens niet meer begrensd wordt en de accu kan trekken wat die wil, brandt de zekering door. Want kennelijk heeft wel iemand bedacht dat onbegrensde stromen niet goed zijn.

De vervangende zekering zit met twee draadjes op het printje gesoldeerd omdat dat in de toekomst makkelijker te vervangen is, en bovendien de nieuwe zekering helemaal niet paste op de oorspronkelijk plek. Maar het werkt wel.

Oplossing

Dus, nu was het defect en de oorzaak daarvan gevonden. De oplossing is simpelweg de doorgebrande zekering vervangen door een draadje, en gaan met die banaan. Of wacht, misschien zit die zekering er niet voor niets. Ik stop er een nieuwe in.

Dat werkte een maand, en toen was het oorspronkelijke probleem terug. Nogmaals openen van de GPS logger leerde dat de nieuwe zekering van 500 mA ook doorgebrand was. Oplossing 2 werd dan ook iets geavanceerder dan oplossing 1: een iets vrijgeviger zekering van 750 mA, en een sticker op de GPS logger dat hij niet aan een lader mag die meer dan 500 mA kan leveren. En zo doet hij het inmiddels al weer een jaar of 2.

Beknopte instructies indien logger niet laadt of praat:

  1. Verwerf een SMD weerstand van 500 mA of 1 A (bijvoorbeeld).
  2. Verwijder accu, en pruts behuizing open met behulp van een plectrum oid. De bovenkant moet naar buiten gebogen worden om de klem-palletjes los te maken.
  3. Soldeer twee korte flexible dunne draadjes aan de zekering.
  4. Soldeer de andere kanten van de draadjes aan de uiteinden van de minuscule zekering op de printplaat, zoals in de foto’s hier boven. Het is niet nodig de defecte zekering los te solderen, want die doet het toch niet meer. En de nieuwe heeft ook geen polariteit, dus hij kan ook niet verkeerd om zitten.
  5. Zorg dat de nieuwe zekering niet in de weg zit bij het dichtmaken van de GPS logger.
  6. Laad de logger op en ga er vervolgens 32 uur mee rennen. Stel vast dat het apparaat het langer volhoudt dan jij zelf.

Vol

Toen mijn logger het weer deed was het tijd om het geheugen te vullen. En dat lukte aardig, maar ik wist niet wanneer het precies vol zou zijn. Terwijl ik testte hoe lang de accu mee ging, onderzocht ik meteen ook maar hoeveel datapunten hij kon opslaan. En dit is wat ik vond:

Datapunten

Er kunnen standaard maximaal 230000 punten worden opgeslagen. Maar dat is wel afhankelijk van welke gegevens er bewaard worden. Met de bijgeleverde software Qtravel kan je een aantal gegevens weglaten of toevoegen. Het grappige is overigens dat je niet alles kan instellen, maar als je met een ander programma de gelogde gegevens aanpast, dat dan wel weer door Qtravel wordt weergegeven. Een ander programmaatje is bijvoorbeeld  MTKutillity voor Android, of BT747, maar daarover later meer. Laten we niet afdwalen. Waar het om gaat is dat als je minder gegevens per gelogde positie opslaat, er simpelweg meer punten in het geheugen passen.

Als je je tot een minimum wilt beperken, en je snelheid en koers wel uit de posities en de tijd kan berekenen, heb je alleen tijd (6 bytes), lengte- (8) en breedtegraad (8), en hoogte (4), en dan is er nog een fix mode waarde (2), samen goed voor 28 bytes per punt. Daar kunnen dan ongeveer 330000 van worden opgeslagen, wat neerkomt op ongeveer 8 MB geheugen. Daar lach je nu om, met de huidige prijs van SD kaartjes; maar 10 jaar terug toen dit ding op de markt kwam was dat eigenlijk ook niet veel. Waarom ze er niet meer in hebben gestopt?

Let overigens op dat de diverse programma’s geen weet blijken te hebben van de grootte van het daadwerkelijke geheugen. Als de logger vol is (bij 58 bytes per punt) zegt BT747 “Memory used: 158993 pts (54%)”, terwijl er ergens anders staat “160059 records estimated”, wat niet consistent is. En intussen roept MTKutility per datapunt “58 bytes, max 72315 records”. Alleen die 160000 klopt ongeveer. En zo kom ik op 8 MB voor deze logger.

Gelogde gegevens

Het geheugen gebruik wat betreft track-opslag is vrij goed te voorspellen. Online kan je vinden hoeveel bytes elk punt vergt, bijvoorbeeld hier. En een app als MTKutillity of een programma als BT747 laat ook zien hoeveel bytes elk punt kost, terwijl je deze instellingen maakt. Maar voor wie het liever met de hand uitrekent heb ik de belangrijkste signalen hier onder opgesomd:

naam bytes  omschrijving
 UTC 6  datum en tijd (afgerond op hele secondes)
 VALID 2  GPS status
 LATITUDE 8  breedtegraad
 LONGITUDE 8  lengtegraad
 HEIGHT 4  hoogte [m]
 SPEED 4  snelheid [km/h]
 TRACK 4  koers [graden]
 NSAT 2  aantal satellieten (zichtbaar, en gebruikt)
 MILLISECOND 2  tijd, achter de komma
 DISTANCE 8  afstand tussen punten

De tabel geeft aan per gelogd stukje informatie hoeveel bytes het in beslag neemt. Één byte is 8 bits, een bit is een één of een nul, en een nul is niks. Maar een byte wel en neemt op een chip uit de tijd dat de Qstarz BT-1000XT werd ontworpen iets van 1 triljoenste vierkante meter in. Het hele geheugen past dus op een een vijfde van een vierkante millimeter. Anyway, als je opslagruimte wilt besparen kan je de gelogde gegevens tot een minimum beperken: sla alleen de tijd, locatie, en hoogte op, dus UTC + LATITUDE + LONGITUDE + HEIGHT als de GPS een fix signaal heeft. De snelheid, helling, afstand en koers kan je dan uit deze vier gegevens afleiden.

Afgeleide gegevens

Is dat net zo nauwkeurig? Dat heb ik ook onderzocht. Als je de snelheid uitrekent op basis van de locatie (graden uit de logger heb ik eerst omgezet in UTM coördinaten, en daaruit heb ik de afstand tussen opeenvolgende punten berekend) en het tijdsinterval, komt er een redelijk signaal uit, dat aardig overeenkomt met de snelheid die de logger zelf heeft weggeschreven. Alleen is de blauwe lijn in de grafiek een stuk strakker dan de rode, de berekende. Kennelijk weet de GPS zijn snelheid beter dan zijn locatie. Of wacht: de locatie wordt maar in een beperkt aantal decimalen -cijfers achter de komma- opgeslagen. Misschien ligt het daar aan? Een regel uit de log bevat 51.322957,N,5.476575,E en dat betekent dat er tot op een miljoenste van een graad wordt gerekend. Op onze breedtegraad is dat 6.5 cm in de lengte en 11 cm in de lengterichting. Wat bij een interval van 1 sec neer komt op ongeveer 0.4 km/h. De ruis in de grafiek lijkt meer dan dat. Sterker nog, de standaarddeviatie van het verschil tussen gemeten en berekende snelheid is 1.4 km/h. Dus één van beide zit er naast. Opvallend genoeg is de door de GPS gemeten snelheid dikwijls lager dan de berekende snelheid, méér dan je op basis van de nauwkeurigheid van de graden-representatie zou verwachten. Een andere test, waarbij ik kijk naar de gelogd afstand tussen de punten, laat zien dat het dáár niet aan ligt; de door Pythagoras berekende afstand tussen elk paar punten is met een afwijking van hooguit 0.1 m, de verklaarbare afwijking, gelijk aan de door de GPS gelogde. Mijn conclusie is daarom dat de variatie in de tijd zit. Jitter op de regelmaat van de klok. Ik zou dat kunnen onderzoeken als ik ook de millisecondes van elk sample zou laten opslaan; het is me ook al opgevallen dat ik als ik de waarde van ‘fix every… ms’ op bijvoorbeeld 200 zet in plaats van 1000 (kan via BT747), er meerdere punten met dezelfde timestamp worden bewaard; het is dus niet zo dat er precies elke seconde iets gebeurt in het ding, het kan best vaker zijn, óf onregelmatiger. Je kan op die manier trouwens ook een BT-1000EX maken van de 1000XT, door hem op “fix every 100ms” te zetten, en “log every 1.0m”, en je krijgt bij snelheden boven 10 m/s een datapunt met een frequentie van 10 Hz. Maar ik vind het wel goed zo. Afhankelijk van waar ik de gegevens voor ga gebruiken zal ik de gemeten snelheid al dan niet opslaan, door de logger tevoren te configureren.

En de richting? Ook daar heb ik naar gekeken. Uit de vector van elk paar opgeslagen punten kan ik de richting berekenen(atan(dy/dx)) en die vergelijk met de gelogd koers, krijg je wat je ziet in deze grafiek:

Dat lijkt aardig te kloppen, qua trend, maar er zitten ook veel afwijkingen in. Idealiter zou het een strakke rechte lijn zijn (zoals de groene onderbroken lijn aangeeft) maar dat is dus niet zo. Alleen is het hier prima te verklaren uit de resolutie van de opgeslagen locatie waardes -het beperkte aantal cijfers achter de komma-. Bij lage snelheden zijn de afstanden tussen de punten relatief klein ten opzichte van de discretisatiestappen. En dat kan een enorme afwijking bij die punten opleveren voor de berekende koers.

Dus, moet je nou wél of niet de snelheid, koers en afstand opslaan? Het antwoord is simpel: waar ga je de gegevens voor gebruiken? Om de afhankelijkheid van de loopsnelheid ten opzichte van de helling van het terrein te bepalen, of om te kijken hoeveel effect een bochtig parcours heeft op het looptempo? Dan zou ik deze drie SPEED, TRACK en DISTANCE loggen. Om de route gevolgde op de kaart te plotten, en gewoon te zien waar je liep en hoe hard en hoe hoog, dan is tijd en locatie plus hoogte genoeg om alles met voldoende nauwkeurigheid uit te halen. Wat in elk geval niet werkt is uit de snelheid en richting de gelopen route bepalen, want dan kom je door opgestapelde afrondingsfouten heel ergens anders uit. Dus de locatie moet altijd onderdeel van de gelogde gegevens zijn.

Accu levensduur

Maar over het algemeen is het geheugen niet de beperkende factor, tenzij je een maand vakantie in één keer wilt loggen. Doorgaans is de batterij eerder leeg. De bijgeleverde batterij van het merk Helix (HX-N3650A-G) houdt het tussen de 34 en 38 uur vol; in de loop van de jaren gaat hij wat achteruit, wat te verwachten is. Een nieuwere Nokia BL-6C, uitwisselbaar, houdt het bijna 43 uur vol. Genoeg voor een bizar lange adventure race. Ik vroeg me alleen af of het nog uit maakt hoe vaak hij logt. Want allereerst kost het beschrijven van flash geheugen wat energie, dus hoe meer er gelogd wordt, hoe sneller de batterij leeg is, en ten tweede zou hij wel een in een slaapstand kunnen gaan tussen de punten in, als ik het update interval langer maak. Dus dat heb ik getest.

log interval
[s]
batterij levensduur opgeslagen punten
 1 37:35 135262
5 36:43 26443
10 37:32 13626

Accelerometer

De batterij gaat dus niet langer mee als je minder punten opslaat. Maar er is nog een andere mogelijkheid: selectief opslaan. De logger heeft een zogenaamde accelerometer, een versnellingsopnemer. Die kan de GPS wakker maken als hij beweging detecteert, nadat het apparaatje eerder in een slaapstand was gegaan omdat de snelheid onder een bepaalde waarde was gekomen gedurende een zekere tijd. Zo wordt én de batterij gespaard, én het aantal nutteloze datapunten beperkt. Een testje leerde dat hij op die manier een krappe 7 dagen kon loggen op 1 acculading (mits er niet te veel bewogen wordt, want dan moet het ding gewoon aan het werk).

Toch werkt de accelerometer een beetje vreemd, is mijn bevinding. Een paar keer loopt er een meting van ruim een uur terwijl de GPS min of meer stil staat. Maar meestal is dan wel de ontvangst slecht en schiet de positie heen en weer. Het lijkt er op dat hij op basis van de GPS detecteert dat hij beweegt (ten gevolge van ruis) en dus niet stil lijkt te staan. Maar als hij dan stilstand detecteert gaat hij inderdaad in slaap modus gaat, tot de accelerometer weer wat ziet gebeuren. Maar het duurt soms 12 seconden om een weer een GPS fix te krijgen, soms wat korter, soms langer. Maar meestal klopt het aardig. Een paar keer is het 1e punt dat wordt opgeslagen één km verderop, omdat dan de GPS error nog groot is. Maar dat kan je redelijk wegfilteren. Je mist in elk geval erg weinig punten met de accelerometer aan, en als het voorlaatst punt niet te lang geleden is gaat de positionering ook vloeiend over in de de volgende track omdat dan de GPS locatie nog nauwkeurig is. Dus dat principe werkt goed om accu te sparen, en vooral om geheugen vrij te houden.

Toepassingen en instellingen

Ik houd zelf de volgende instellingen aan voor de verschillende toepassingen:

 toepassing  maximale tijd / afstand  afstand ≥  tijd ≥  snelheid ≥  accelerometer
Oriëntatieloop  95 uur / 340 km  1 m  1 sec  0  off
Adventure race  95 uur / 685 km  2 m  1 sec  0  off
Week skiën  190 uur / 685 km  2 m  2 sec  3 km/h  on
Zomervakantie met auto  39 dagen / 6800 km  20 m  10 sec  5 km/h  on
Analyse (incl. extra data)  54 uur  / 190 km  1 m  1 sec  0  off

Ik ben in de tabel uitgegaan van een dataset met UTC, LATITUDE, LONGITUDE, HEIGHT (in totaal 26 bytes) en voor een Analyse daarnaast nog VALID, SPEED, TRACK, DISTANCE, MILLISECOND (in totaal 46 bytes).

Leeg

Een enkele keer gaat er iets fout. Ik heb wel eens na een activiteit bij het inlezen van de track in QTravel de melding gekregen dat er helemaal niets te downloaden viel. Dat is heel onthutsend; ga je die race van 32 uur nog een keer overdoen omdat de tracklog ontbreekt? Dat kan toch niet? Mijn vermoeden was dat de gegevens wel opgeslagen waren maar dat de software ze niet meer kon lezen.

En dat bleek te kloppen. Kennelijk stond er ergens een bitje verkeerd waardoor de bijgeleverde software geen kaas meer kon maken van de data. Maar er zijn alternatieven, zoals de eerder genoemde BT747 of diverse Anddroid apps. Mijn favoriet op de PC is BT747 vanwege de veelzijdigheid -maar je kan ook weer verdwalen in het aantal opties-, terwijl MTKutility op de smartphone wel weer erg handig is om onderweg tijdens een vakantie een tracklog op te slaan voor als het geheugen onverhoopt vol loopt.

Met BT747 is het me tot nu toe altijd gelukt om alles dat opgeslagen was terug te halen en op te slaan voor verdere bewerking.

QTravel

Dit is de bijgeleverde software, die je ook los kan downloaden. Alleen heb je een product-key nodig om het te gebruiken, dus zonder een Qstarz logger heb je er niet veel aan. Het is wel de enige mogelijkheid die ik heb gevonden om een schema in te stellen van hoe laat tot hoe laat en op welke dagen van de week de logger actief moet zijn. Maar om alle logging opties in te kunnen stellen heb je weer andere, zoals onderstaande, software nodig.

BT747

Een handig PC tool om alle instellingen aan te passen en data over te halen en op te slaan. Bij mij werkt op Win7-64 de 64 bit versie niet; alleen de 32 bit versie is in staat verbinding te maken met de GPS logger.

MTKutility

Er zijn meerdere Android apps om met een MTK tracklogger als de Qstarz BT-1000XT te praten, maar mijn ervaring is dat ze niet allemaal even stabiel werken. En deze app werkt bij mij perfect om de instellingen te wijzigen, en de data over te halen. Installatie via Google Play Store.

GPSbabel

GPSbabel is het Zwitsers zakmes voor verwerking van GPS data, en het kan ook direct met een aantal apparaten praten. Ik heb eens onderstaande batch file geschreven die eerst opzoekt via welke COM poort de GPS logger is verbonden en dan een track inleest en opslaat. Zo maak ik mijzelf overbodig, en heb ik meer tijd om te lopen. Wel heb ik eerst een versie van devcon.exe en sed.exe, en natuurlijk gpsbabel.exe geinstalleerd. Allemaal makkelijk online te vinden.

@echo off
bin\devcon find * | bin\sed -n "s/.*GPS.*(COM\(.*\))/set gpsport=\1/p" > %temp%/gpsport.cmd
call %temp%/gpsport.cmd
echo GPS verbonden met %gpsport%.

rem Windows datum format doet er toe! Moet staan op dd-MM-yyyy
rem set trackdatum_=%date:~10,4%%date:~7,2%%date:~4,2%
set trackdatum_=%date:~6,4%%date:~3,2%%date:~0,2%
set trackdatum=
set /p trackdatum= Wat is de datum (in formaat YYYYMMDD; default %trackdatum_%)?
if "%trackdatum%"=="" set trackdatum=%trackdatum_%
set /p loper= Wat is je naam (zonder spaties)?
set /p omloop= Hoe heet de omloop (zonder spaties)?
set datadirectory=
set datadirectory_=\tracks
set /p datadirectory= Waar wil je de files opslaan (%datadirectory_%)?
if "%datadirectory%"=="" set datadirectory=%datadirectory_%

set gpsfile= %datadirectory%\%trackdatum%_%omloop%_%loper%.gpx
echo Opslaan GPS data in %gpsfile%; even geduld...

@echo on
bin\gpsbabel\gpsbabel.exe -t -i mtk,csv= -f COM%gpsport% -x nuketypes,routes,waypoints -x track,start=%trackdatum%000000,stop=%trackdatum%235959,title=%loper%^#%%Y%%m%%d -o gpx -F %gpsfile%

Meer…

Dit is een levend document. Vermoedelijk ga ik hier nog een en ander bij schrijven en verbeteren. Dus als je geïnteresseerd bent, houd deze pagina dan in de gaten. Je kan je aanmelden voor updates per email via onderstaande link:


 

En mocht je aanvullingen of verbeteringen hebben, schroom niet om die hier onder via een opmerking achter te laten, of neem direct contact met mij op.

Science rules (engineering op de fiets)

Een tijd geleden heb ik al eens verteld over de kaarthouder die ik heb gemaakt voor op mijn mountainbike. Dat was in mijn verhaaltje over the hARz adventure race. Ik was zelf aan het knutselen geslagen, niet om geld te besparen, maar om iets te maken dat helemaal aan mijn wensen zou voldoen. En dat waren:

  • draaibaar: ik wil als oriënteur mijn kaart kunnen draaien zodat de voorliggende koers naar voren wijst
  • stevigheid: een constructie die niet afbreekt bij een val
  • flexibiliteit: een constructie geen verwondingen oplevert bij een val
  • stabiliteit: niet trillen bij een hobbelpad
  • niet magnetisch: zodat mijn kompas niet verstoord wordt als ik het op de kaart houdt
  • demontabel: de kaarthouder moet van de fiets af kunnen, en de plank waar ik de kaart op bevestig moet eenvoudig van de houder kunnen worden genomen zodat ik die bij een loop-etappe los mee kan nemen
  • lichtgewicht: logisch
  • automatisch met het noorden meedraaiend zodat de kaart altijd vanzelf goed georiënteerd is

De één na laatste wens is niet helemaal uitgekomen, en de laatste was niet helemaal reëel. Ik heb het wel geprobeerd, en ik had zowaar een elektronisch kompas met een motortje gekoppeld en een setpoint volger gebouwd, maar echt praktisch was dat nou ook weer niet. Aan de overige eisen is aardig voldaan.

Versie 1.0. Dodelijk stevig.

In eerste instantie was de constructie veel te stevig. De aluminium koker zou bij een over-de-kop-val voor lelijke verwondingen hebben gezorgd. Dus die is het nooit geworden. Trillen deed hij niet. Maar ja…

Versie 2.0. Deze heb ik getest in de Harz.

Versie 2.0 was flexibeler, en lichter bovendien. Een spiraalveer onder het kaartbord met een instelbare schroef om de voorspanning te regelen zorgde voor een soepele, maar gecontroleerde draaibaarheid. Maar na de proefrit in de Harz vond ik toch dat hij wat te veel trilde op hobbelige paadjes. Het was lastig de kaart te lezen tijdens het rijden, en het maakte een irritant rammel-geluid.

Als je naar de constructie zie je ook wel wat er mis is: zijn sterkte, dat hij zo slap is dat hij bij een val meegeeft, is meteen ook zijn zwakte, waardoor hij sterk trilt. Een plat plaatvormig object, zoals een aluminium strip, is sterk ín zijn vlak, maar flexibel úít het vlak. Denk maar aan een velletje papier. Daar kan je best hard aan trekken, maar vouwen gaat des te makkelijker.

Versie 2.0, trilt volgens een simulatie op 60 Hz (zonder kaartplank en kaart).

Ik heb een simulatie gemaakt van de kaarthouder. Weliswaar zonder kaartplank en kaart er op, waardoor hij in de computer een stuk lichter is dan in werkelijkheid, maar het geeft wel duidelijk aan wat de slappe beweging is. Ik heb hier Comsol voor gebruikt, een zogenaamd multi-physics FEM of eindige-elementen pakket, dat de constructie opdeelt in allemaal eenvoudig te behappen vier-hoekige stukjes metaal en zo iets complex als deze constructie van gebogen strips kan analyseren en vertellen wat en hoe er getrild wordt. En nog veel meer, zoals hoe goed het warmte geleidt, hoeveel inductiestromen het aardmagnetisch veld er in opwekt als ik de bocht om ga, noem maar op, maar het was me nu even om het trillen te doen. Dan vraag je het pakket de eigenmodes uit te rekenen, en dan krijg de de trillingen terug en hun frequenties, waarin het voorwerp gaat bewegen als je er een klap op geeft. Dat zijn er overigens oneindig veel, denk maar aan de snaar van een gitaar die ook allerlei boventonen heeft, maar de eerste is meestal, ook hier, de overheersende.

Als ik in het model wel de kaartplank en kaart had meegenomen was de 60 Hz die ik met de computer vond wel een stuk lager geworden. Ik heb met de versnellingsopnemer in mijn telefoon gemeten dat ik last had van 25 Hz. Dat zou goed kunnen kloppen. Maar hoe verbeter ik dat nou, zonder de hele houder veel zwaarder te maken, zonder de hele constructie aan te passen, en zonder hem weer zo solide te maken dat hij niet meer makkelijk meegeeft bij een val er bovenop?

En dat is nou juist het leuke van een computersimulatie: ja kan heel makkelijk iets aanpassen en zien wat het effect er van is. Maar eerst moet je wel een oplossingsrichting kiezen, want de computer doet niet zomaar iets briljants uit zichzelf.

Als je een velletje papier rechtop op tafel zet, en de onderkant vasthoudt, valt het om, of althans, het buigt dubbel en valt slap neer. Maar als je er een koker van rolt (en vastplakt) kan je die rechtop neerzetten. Of je maakt er een scherpe vouw in; kan je ook rechtop zetten. Waarom? Omdat het vel niet alleen nog maar een plat vlak is. Zo iets heeft de kaarthouder ook nodig. Als je er over nadenkt was het al een soort koker: een lus van alu strip. Maar die papieren koker kan je nog steeds plat samendrukken, dus in die richting is hij niet zo stijf. Voor de kaarthouder geldt: niet meer de strips alleen in een lus buigen, maar ook in een andere richting. Dwars er op. En dan krijg je zo iets als hier naast afgebeeld: een kaarthouder met een twist. De achterkant buigt makkelijk voorwaarts, maar is zijwaarts stijf, en de voorkant is getordeerd en buigt daardoor weer niet makkelijk voorwaarts. Samen is het een stuk steviger.

Het idee was duidelijk. Vervolgens ben ik deze twist gaan modelleren. Want voordat ik mijn kaarthouder ging omsmeden wilde ik wel zeker weten dat het ook echt veel ging helpen. Ik het was natuurlijk niet de bedoeling dat ik door de ene richting stijver te maken, een slapte in een andere zou creëren waardoor mijn kaart nog steeds, zij het in een andere richting, heen en weer zou zwiepen.

Het resultaat was verbluffend. Door simpelweg de strip te verdraaien ging de 1e resonantie-frequentie van 60 Hz naar 110 Hz. De oorspronkelijke laagste mode-shape, de voorwaartse trilling, ging zelfs omhoog naar 175 Hz. Dit was héél effectief.

Was dit het beste wat ik er van kon maken? Ik ben nog gaan kijken wat er zou gebeuren bij een andere twist-hoek. Alles van 0 tot 80 graden verdraaiing heeft Comsol voor me doorgerekend, en het optimum lag bij 70 graden. Bijna haaks dus, maar nét niet.

Dit was bovendien vrij makkelijk te realiseren in het echt. Ik schroefde de strips los, met een tweetal tangen pakte ik ze vast, net boven en onder de plek van de gewenste twist, en draaide eenvoudig een wokkel in de strips. Ik boorde een gaatje in het kokertje onderaan de houder, die het geheel aan mijn stuur vasthield, en klaar was ik.

Versie 3.0. Trilt praktisch niet meer.

Hier is de twist van de voorste strips goed te zien.

Een praktijktest heeft laten zien dat inderdaad de trilling nagenoeg verdwenen is. Met de frequentie die omhoog gaat, gaat meestal de amplitude van de trilling omlaag, als de trillingsenergie gelijk blijft. Maar het gaat mij niet om de energie, maar om hoeveel je er van ziet als je kaart probeert te lezen. Prima dus.


Maar nu dient zich de volgende verbetering aan: hoe haal ik makkelijk mijn kaartplank met één hand van de houder af als de fiets overdwars op een kano geladen moet worden bijvoorbeeld; zodat hij niet door het water schept. Maar daarover vertel ik jullie een volgende keer.

Het dal van de berg

Ik heb me wel eens afgevraagd hoeveel invloed helling heeft op mijn loopsnelheid. Je kan daar allerlei tabellen en grafieken voor vinden op internet.

De grafiek hier boven komt uit het artikel Pace and Critical Gradient for Hill Runners: An Analysis of Race Records, van Anthony Kay, gepubliceerd in het Journal of Quantitative Analysis in Sports 8(4), January 2012, en schat hoe de loopsnelheid varieert met de helling (van een elite-oriënteur). Het snelst loopt die bij een helling omlaag van 10% (“-0.1” op de horizontale as). De verticale as is in seconde per meter gegeven, en daar dus iets van 0.15 s/m = 2’30″/km, wat veel sneller is dan ik loop. In Het Geheim van Hardlopen van Hans van Dijk en Ron van Megen staat ook een tabel (die ook online te vinden is). Die heeft meer een parabool-vorm en vlakt niet af bij steile hellingen, en lijkt me daardoor in die gebieden minder geschikt.

Die afvlakkende trend is toch aardig te herkennen in de onderstaande grafiek van mijn loopsnelheid als functie van de helling, tijdens de Posbankloop dit jaar.

Echter, de variatie van mijn snelheid lijkt een stuk kleiner bij alle verschillende hellingspercentages dan die in de literatuur. En eerlijk gezegd geloof ik ook niet helemaal dat ik met 10 km/h een helling van 50% op loop.

Het verschil zit hem dan denk ik ook in het filter dat ik heb toegepast op de datapunten: ik heb bij elke helling alleen de snelste helft van de meetpunten gepakt, om daarmee de momenten met lagere snelheden, waar ik kaart aan het lezen was, richting liep te bepalen, een post zocht, er uit te filteren. En dat kan wel goed zijn voor de vlakke stukken, omdat dat de kaartleesmomenten waren bijvoorbeeld, maar dat zou wel eens niet kunnen kloppen voor de steilere stukken waar ik me meer met het lopen bezig hield. En dan is het filter nogal verraderlijk.

De de vorm van de grafiek lijkt te kloppen, maar de waardes niet. Ik kom hier nog wel eens op terug, als ik meer gegevens heb.

ATC18 – race tegen de klok

‘n Weekje of 2 terug bij de KOVZ training vroeg Gar Oomen of ik meedeed aan de All Terrain Challenge. “Nee” was het antwoord, maar toen bleek dat het niet op 15 maar op 22 september zou zijn, zag ik mogelijkheden; alleen geen teammaat. Maar daar had hij wel een oplossing voor, want Geert van den Burg, je weet wel, van HiddenMonsterGames, zocht nog iemand. De volgende avond was de inschrijving rond. Op Het Nippertje, want het was 4 minuten voor de deadline (onthoud dat getal!), en bovendien onze kersverse teamnaam.

Zaterdag, 08:15: team Op het Nippertje is ruim op tijd compleet bij Op Noord, een sportieve locatie in het noorden van Eindhoven. Fietsen checken, teamfoto maken, inventaris doorlopen: het verloopt allemaal alsof we het al heel vaak hadden gedaan. Dit zou mijn 3e Adventure Race worden. Maar wat betreft deze All Terrain Challenge had ik 0 ervaring.

Geen gekke dingen worden verteld tijdens de briefing. Dat er geSUPt moet worden wisten we al. De afstanden van de onderdelen blijken een beetje aangepast, maar daar kan je toch pas goed mee gaan rekenen in een verder gevorderd stadium van de race.

Het starschot laat ons door een heus opblaasbaar finishportaal lopen. Profi! Half rondje atletiekbaan, envelop met kaarten en ons startnummer, 52, pakken, nog een half baantje, en op tijd rond om nog een vrij tafeltje te bemachtigen op het terras van OpNoord om de checkpoints in te tekenen. Dit keer: alle punten, want er staat nog niets op de kaarten, behalve een RD grid. Het hele spectrum heb ik voorbij zien komen inmiddels: kaarten waar alle locaties al ingetekend stonden, zoals bij the hARz, kaarten waar je een deel krijgt en de helft aan de hand van aanwijzingen onderweg zelf moet in uitpeilen, zoals de MWR,  en dit is de andere kant van het spectrum. Maar wel met precies 1:25000 kaarten, waar het 1km RD grid duidelijk op stond, zodat onze roemer het prima doet. Ik noem de twee maal twee laatste cijfers van kwadrant op, gevolgd door de twee maal twee eerste cijfers van het decimale deel, en Geert tekent het in, waarna ik vanuit een ooghoek een double-check doe of plek en de omschrijving kloppen. Twintig minuten later zijn alle snelste routes bepaald en de kaarten in plastic ingepakt. En kan het fietsen beginnen.

Aanvankelijk over enigszins bekend terrein. We fietsen een stukje over mijn woon-werk fietspad, bestormen een stormbaan van touw en hout (wat ik overigens niet elke dag doe), en komen bij de kano’s aan, op een plek waar ik ooit een geocache vond. Het monteren van de MTB’s op de kano lijkt recht-toe-recht-aan, met touw en spanbandjes, maar wordt een fiasco. Het begint er al mee dat ze niet door de openingen tussen de damwanden passen, waardoor de kano direct na tewaterlating er weer uit moet. Maar dan blijkt mijn stuur in het water te steken, wat natuurlijk enorm afremt. Bovendien schept mijn kaarthouder soms een golf, en -bij demontage er van om toch wat weerstand te besparen- valt de span-moer ook nog eens in het water. Fietsen opnieuw in de kano leggen? Kost te veel tijd. Aanmodderen? Kost ook tijd. Maar op het water de zaak verbouwen klinkt als meer risico dus we varen verder met handicap.

De puntjes onderweg zijn niet al te eenvoudig, vooral omdat er soms geen enkel referentiepunt is op de wal waar het CP zich zal bevinden langs de eindeloze bomenrijen. Behalve dan de andere kano’s die voor ons zijn afgemeerd, maar die hebben de zelfde oriëntatiebeperking, dus liggen dikwijls net zo verkeerd als wij, waardoor we vaker dan eens veel te vroeg aan wal gaan om de punchen. Tot overmaat van ramp verliezen we ook nog eens een kompas ergens tussen de struiken op een oever. Er volgt een discussie over tactiek. Het halve team denkt dat het verstandiger is om 2 punten te schrappen, om wille van de tijd. De andere helft wil daar nog niet aan. Maar bindt in. En dat blijkt achteraf verstandig. Ergens midden in het veld van deelnemers bereiken we het volgende wisselpunt: de Step-run etappe kan beginnen.

We zijn dan vlak bij Oirschot. “De route” (althans, die die volgens ons het snelste is met een step) gaat richting de Mortelen en terug, over asfaltwegen, zandpaden, en door weilanden. Steppen door weilanden is niet altijd even handig, blijkt. Maar gelukkig wordt de helft van de route lopend afgelegd. Het lijkt onmogelijk om als er ééntje loopt dit in minder dan de tijd die de hele route lopend zou kosten af te leggen, maar dat is het niet: door steeds te wisselen loopt en stept ieder even ver, maar omdat steppen (3’25″/km ) sneller gaat dan lopen (4’30″/km), wordt er minder lang gestept dan gerend. En worden de 16,6 kilometers in minder dan 1:15 uur afgelegd. Zou de ene de hele weg steppen terwijl de ander rent, dan zou die eerste 18 minuten eerder aankomen. Maar door het afwisselen dus is dat maar de helft van de winst, en de andere helft? Die tijd ligt de step te wachten in de berm tot hij wordt opgepakt door de zojuist gepasseerde loper. Vat je het nog?

Maar aan al het gereken en geren komt een eind, en, aan het aantal fietsen bij de wisselpost te zien, zijn we wat verder naar voren geschoven in het deelnemersveld. Beetje jammer dat iemand hardhandig de fietsen heeft omgedraaid en de mijne op zijn derailleur heeft neergelegd waardoor de ketting er af ligt en de achteras los zit. We spelen twee minuten voor fietsenmaker, en kunnen dan weer op pad: de tweede MTB etappe.

Die begint soepel, al heeft het steppen en rennen wel energie gekost. Maar na een lange eenzame rit stuiten we op een CP waar het druk is; kennelijk kost dit punt veel tijd. De aanwijzing is “liggende boom” en die zijn er in meervoud daar. Hij moet niet al te ver van de hoek van een kruispunt liggen, en dat blijven er maar een stuk of twee over. Maar bij geen van beide hangt een lintje, en er is ook geen knijptang te vinden. Wel een hoopje zaagsel van een familie boktorren. Of zijn dat de kattenbakkorrels waar in de briefing over gerept is die bij (verdwenen) CP’s zouden moeten liggen? We zijn niet zeker, maar na 4 minuten zoeken (wéér die vier), kiezen we eieren voor ons geld, net als de andere teams, en gaan gaan op weg naar het volgende wisselpunt. Dat moet niet moeilijk te vinden zijn, er loopt een weg recht op af.

Maar het is geen weg: het is een Zandpad (met een hoofdletter). Van dat mulle droge zand waar niet doorheen te fietsen is. Via de berm, via flanken van akkers, via bospaadjes en via heide ploeteren we voort. 4 kilometer waar we bijna 22 minuten over doen. Een stukbijtertje. Vloekend en tierend bereiken we ons doel: een meertje.

Ik wist niet eens dat daar een meertje lag. Het moet een of andere kunstmatige plas zijn; er lopt een zandstrand als oever rondom. Er liggen sup‘s klaar in één van de hoeken. Één van ons, Geert, pakt een sup, een dikke lichtgewicht surfplank, en peddelt er op staand naar de volgende hoek. Ik ren daar heen, en los een puzzeltje op, waarna ik het antwoord naar Geert roep die de controlestrook stempelt met de prikker op de drijvende ton die overeenkomt met de kleur die bij het gevonden antwoord hoort. Althans, dat is de bedoeling. De 3e en 4e hoek van het meertje schotelen eenvoudige vragen voor, zoals wat de eerste letters van onze achternamen zijn (handig te weten hoe je team-maat heet), en wat het verschil is tussen twee plaatjes (een roze laars, maar ik kan slechts kiezen uit alleen maar andere multiple-choice kleuren), maar de 2e hoek waar we als eerste arriveren heeft het over ‘(geboortedatum + leeftijd – 2) / 20 – teamnummer’ en nog wat. Lekker vaag. Wat zouden ze als datum in gedachten hebben? De dag? Of het jaar? Of dd-mm-yyy? Of jaar-maan-dag? Ik gok het laatste, want dan komt er voor iedereen het zelfde uit, aangezien hier alleen om het eerste cijfer van het antwoord wordt gevraagd. Blijkt nog te kloppen ook achteraf, of misschien waren alle knijpers op de vier tonnetjes in elke hoek van het water wel dezelfde, en waren het bezigheidstherapeutische strikvragen. Wie weet? Geen tijd nu om het te checken.

Als het sup/run-rondje er op zit moet er nog een pijltje worden geblazen, maar dat gaat eenvoudig; 3 keer missen kost overigens als straf 50 meter rennen in een richting waar we even later toch heen moeten, dus dat hadden we net zo goed meteen kunnen doen en het blazen laten zitten, maar het is toch leuk om dat even gedaan te hebben. Als ontspanning vóór de oriëntatie-etappen. Een kolfje naar mijn hand. Hopelijk goed geplaatste CP’s op moeilijke plekken die veel fijn-oriënteren vergen, zodat we met ervaring winst kunnen pakken.

Maar helaas, de eerste post hangt al op de verkeerde plek. Drieëneenhalve minuut gaan verloren terwijl we met nog 3 andere teams op de juiste plek zoeken, wel een knijper van het vaste oriëntatienetwerk van de nabij gelegen Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne vinden, maar niet het 50 meter verderop gelegen punt dat bij deze race hoort. Tot team Dutch Adventure 2 er ineens als een haas vandoor gaat, en daarmee de locatie van het door hen gespotte punt verraadt. Waarvoor dank. Er volgen wat scherpe oriëntatie-acties, via kortste dan wel snelste routes (bos loopt stukken beter dan zand) tot ik ineens door mijn enkel zwik. Au! Is hij kapot, houdt het hier op? Strompelen… Maar na een minuut rennen we weer. Storm in een glas water. Althans, voor dit moment.

De helft van het team die eerder op de dag geen punt wilde laten liggen stelt nu zelf voor om er twee over te slaan. Want we zijn over de helft van het uur dat we voor deze etappe hadden ingecalculeerd, en zijn nog niet op het verste punt. De beslissing is snel genomen. We pakken nog één CP dat toch op de route ligt en gaan terug. We hadden in elk geval de meest tactische volgorde gekozen, blijkt.

Terug bij de fietsen, aan het meertje, blijkt dat we nog iets meer dan 75 minuten hebben voor een fietstocht van wat achteraf 26 km zal blijken. Moet te doen zijn, zou je zo zeggen. De 7 punten liggen niet pal aan de doorgaande weg, en ook niet altijd pal aan een pad. Maar het lijkt allemaal net te halen. Dus we gaan op de pedalen staan en crossen naar het zuidwesten. Kop in de wind. De punten laten zich makkelijk vinden, tot we ineens ergens bij een pas geëgde akker uitkomen waar niets lijkt te zijn. Geen doorkomen aan op de fiets. Te voet dan maar. Maar dat eist zijn tol. Kramp schiet er in. Blijkt dat er toch een paadje was via de andere kant, want een ander team arriveert hier per fiets en is even snel weer weg, terwijl wij terug rennen. De prijs is 6 minuten vertraging. Maar dat stond niet op de kaart.

Inmiddels begint de tijd te dringen. We hebben nog 25 minuten tot de deadline. Het volgende CP vinden we direct, en daarna is het alleen nog maar asfalt tot de finish. Niet in de laatste plaats omdat we besloten hebben nóg een punt over te slaan, namelijk dezelfde locatie als het eerste punt van de kano-etappe waar we toen best wat tijd kwijt waren, en dat per fiets helemaal niet handig te bereiken is.  Het zou net moeten lukken – als we tenminste op volle snelheid doorfietsen. Maar ja, 8 uur trappen, peddelen, steppen, rennen, zweten, vallen, opstaan en weer doorgaan, vergen hun tol, en de benen zijn zuur. Kramp schiet er telkens bijna in, en de scherpte is toch echt verdwenen. Een allerlaatste punt op weg naar het eind lijkt nog de moeite waard: het lintje zien we al van verre, maar het kost toch nog 30 seconden, omdat de knijper verstopt onder een bruggetje hangt.

De laatste bocht, en we zijn er, net op tijd. Of toch niet? Het blijkt exact 18:00:00 te zijn als we nog een rondje over een opblaasbare stormbaan moeten. Had ik niet op gerekend. Schijn je te weten als je hier eerder aan hebt meegedaan. Het onding is spekglad geworden (had ik al verteld dat het als prachtige dag begon maar de laatste 2 uur heeft geregend?), en ik kom de helling zelf niet op nadat ik Geert er overheen heb geduwd. Maar ik wordt geholpen door de volgende deelneemster die er aan komt, en ik trek haar dan weer naar boven als dank. Zo komen we er wel.

Maar helaas wel 4 minuten te laat. En dat blijken dure minuten. Want elke minuut is een minpunt, net als elk CP een pluspunt was. Met 34 punten in 8 uur is dat bijna een uur verloren in 4 minuten. Beetje jammer. Op zo’n moment ga je zitten denken waar we 4 minuten hadden kunnen besparen. Bij bij het zoeken naar dat CP dat er niet meer bleek te zijn? Bij dat punt dat op de verkeerde plek hing? Bij het akkertje waar geen pad leek te zijn? Als mijn ketting er niet af was geraakt? Als ik niet door mijn enkel was gegaan? Als het stoplicht niet op rood had gestaan, als…? Maar daar is nu niets aan te doen. Op punten blijken we 4e te zijn, de straftijd niet meegerekend. Dus het was best een succesvolle race, en de volgende keer, met een tikkeltje meer ervaring, worden én de fietsen wat handiger op de kano geladen, én houden we iets meer marge op het eind over. Op de toekomst!

Kortom: het was weer een mooi dagje buitenspelen!

Activiteit Tijd Afstand Snelheid
Fietsen 2:28:24 48,752 19.7 km/h
Kano etappe 1:41:10 9,353 5.5 km/h
Step-Run 1:14:34 16,638  4’28″/km
Oriëntatie etappe 1:02:12 9,613  6’29″/km
Suppen 0:19:09
Special tasks 0:09:37
Kaart intekenen en route plannen 0:25:35
Wissels 0:28:57
Zoeken 0:13:56
Totaal 86,815

 

 

Het is wel grappig om naar de statistieken te kijken. Ik heb hier onder het aantal lopers dat een wisselpunt bereikte uitgezet tegen de tijd. Het laatste wisselpunt overigens komt er niet zo overzichtelijk uit naar voren omdat daar veel tijden ontbreken; dat zijn de turquoise lijntjes rechts. Wat opvalt is natuurlijk dat de finish zich rond 18:00 concentreert, en dat de meeste lopers dan wel binnen zijn (of nog net niet). En ook dat er bijna precies halverwege de race, om 14:00, een groot aantal deelnemers bij het step/run→MTB wisselpunt aankomt, dat ook in het roadbook zo’n beetje halverwege stond aangegeven. Kennelijk ook een ijkpunt. Maar vervolgens loopt het veld enorm uit elkaar in de daaropvolgende etappe, en komt men tussen 15:00 en 16:30 aan bij het sup-meertje. De laatsten zijn daar rond de tijd dat de eerste fietsers er alweer vertrekken. Maar toch wordt de spreiding bij dat wisselpunt alweer compacter. Logisch, eigenlijk, want de deadline van 18:00 is -en daar zijn wij op nogal confronterende wijze achter gekomen- nogal hard.

Het aantal lopers per 3 minuten, dat de kano in stapt (groen), en weer uit (rood), klaar is met step-run (blauw), aankomt bij het sup-meer (magenta), dan zijn de tussentijden van suppen en lopen wat door elkaar geraakt (cyaan en geel lopen wat door elkaar en leveren iets groenigs op), en de finish (oranje).

Je kan ook nog wat leuke dingen aan de scoretabel hier onder zien (als je die even uitvergroot).

Een ding dat opvalt is dat vooral in de laatste MTB-etappe en de oriëntatie-etappe veel punten worden overgeslagen. Een inschatting van wat haalbaar is wordt kennelijk nog niet veel eerder gemaakt. Alhoewel, als je naar de kano-etappe kijkt worden al vanaf 1/4 van het deelnemersveld de twee punten die niet echt op de route lagen overgeslagen, door meer dan 60% resp. 70% van de teams. En ook het derde step-run punt laat 60% liggen. De tweede MTB etappe wordt een stuk vollediger bezocht. Maar 3/4 van de teams pakt maar 1 of 2 puntjes van de oriëntatieetappe -het leukste onderdeel- mee. Suppen doet bijna iedereen. En wij zijn dan weer de enigen die het punt in de laatste MTB etappe waar we ook al geweest waren bij de kano etappe overslaan, omdat het net te ver van de route lag, gezien de tijd die we hadden (of dachten te hebben).

Ik heb een schatting gemaakt van hoe lang ieder team er over gedaan zou hebben als ze alle punten zouden hebben bezocht. Door de tijd per CP van de beste 10 teams te berekenen uit de tijd per etappe gedeeld door het aantal CP’s, en dat te vermenigvuldigen met het aantal gemiste CP’s per team, en dat dan weer bij hun etappe-tijd te tellen.  Het resultaat staat in de 7e kolom hier boven. Behalve voor de eerste etappe lijkt dat best een aardige schatting op te leveren: de eerste etappe bestond voor ongeveer de helft uit punten intekenen, en dat deed iedereen. Over de hele wedstrijd kost elk CP ongeveer 13 tot 16 minuten (voor de teams die minstens ¾ van alle CP’s vonden).

Wat je dan ziet is dat juist in de etappes waar de tijd per punt relatief lang is, de kano en de step-run etappe, weinig punten worden overgeslagen, terwijl men bij het oriënteren, met weinig tijd per punt, er veel links laat liggen. Maar tegelijkertijd moet je bedenken dat er bij de kano-route niet echt veel te besparen was, want op 2 punten na was het een rechte lijn over het Beatrixkanaal en Wilhelminakanaal.

Maar dat neemt niet weg dat wij beter twee punten in de laatste MTB etappe hadden kunnen laten liggen, en twee punten meer in de oriëntatie etappe hadden kunnen pakken, wat ons 19’30” had gekost, maar 27’50″had opgeleverd, waardoor we 4 minuten vóór de deadline waren binnengekomen in plaats van er na, en dan hadden we misschien ook nog CP1 van etappe 6 kunnen doen. Wat ons op een overtuigende vierde plek had gebracht, met dezelfde inspanning. Tja, zo zie je maar weer dat je je alles achteraf altijd beter weet: De Beste Stuurlui Zijn Weer Thuis.

En anders hebben we de foto’s nog…

Balen in Noviomagus

Niets is zo zuur als een post missen of een verkeerde post checken. Zonder het in de gaten te hebben. Vandaag (17 juni) was het weer eens zo ver. In plaats van 71 check ik 37, die een meter of 20 verderop stond. Ik kom een trap op rennen, zie op de kaart dat hij ergens in een hoekje van een muurtje moet staan, links, en daar blijkt ook een post te staan, zodat ik die punch met mijn SI en direct door ren naar de volgende. Zonder het controle nummer te controleren. Het resultaat: diskwalificatie achteraf. Ik had er niet op gerekend.

Zo iets kost dan altijd een dag lang een slecht humeur. Ik weet inmiddels dat daar niet veel aan te doen is. Het is me nu 3 of 4 keer overkomen (en nog een keer of wat door een defecte EMIT, maar dat is minder erg).

18.06.2017 Balendijk – Lommel Bij post 2 kwam ik Annelot en Seger tegen, en vergat prompt zelf de post te punchen.
10.05.2017 Memorial Jacky Sallaerts – Lenteloop
MOL ZILVERMEER
Defecte EMIT: 1 post niet opgeslagen. Tweede omloop die ik liep die avond, zonder backup-card.
30.12.2016 Sylvester5-2016 – Meeuwen-Gruitrode EMIT batterij zelf vervangen, maar werkte nog niet.
29.12.2016 Sylvester5-2016 – Ravels De batterij van mijn EMIT was na 6 jaar leeg.
21.05.2016 Stads-O – Hulst Ik zag de post, maar was alweer met de volgende bezig en vergat te punchen. Lees hier.
11.12.2015 Avondcriterium KEIHEUVEL – BALEN De verkeerde post. Oriëntatiefout, en het postnummer niet gecontroleerd. Blog.
02.09.2012 Regionale Hoge Vijvers – ARENDONK Mijn eerste fout, na 1½ jaar oriëntatie. Hierna zou ik dat noooit meer verkeerd doen, nam ik me voor. Blog.

En bij dat rijtje kan dus nu worden toegevoegd:

17.06.2018 NK Sprint Nijmegen – Nijmegen Verkeerde post gepunched, 20 meter verderop, zonder het door te hebben.

Je kan het niet goed maken. Althans: je kan er wat van leren (maar dat zou ik nu inmiddels wel gedaan moeten hebben), maar het kwaad is geschied. De les van vandaag: ook bij een stad-sprint alle controlenummertjes checken. Maar goed, het komt altijd op secondes aan (ik wordt meestal 2e op het NK, op iets van 10 seconden achterstand), en dan mag je dus 0,5 sec per keer verliezen dat je even het nummer checkt. Best weinig. Tijdens het lopen doen, zonder ook maar iets te vertragen. Da’s ‘t devies.

Een andere remedie is nóg een keer lopen. Weliswaar voor spek en bonen, maar het is ten minste iets. Natuurlijk gaat het de 2e keer sneller, want echt kaartlezen is er niet bij. Maar je dóét tenminste iets. Deed ik ook in Hulst twee jaar geleden.

En dan kan je de boel nog van je af schrijven. Dat is wat ik nu aan het doen ben. Terloops zet ik mijn route in Quickroute, upload deze naar mijn Doma digitale kaarten archief, en bekijk op 2DRerun de routekeuzes. Ook dat biedt enige troost. Want ik zie dat ik overal nagenoeg de snelste route heb gekozen. Da’s dan wel weer aardig. Daar ligt het niet aan. Daar zit hem dus ook niet het verschil in met Roland: hij liep route 1, dezelfde als ik liep, in bijna 1 minuut minder; maar niet korter.

Laat ik dan maar de routekeuzes van omloop 1 bespreken. Dat was de route die ik liep (want ik had me voor de Elite categorie ingeschreven, niet voor Heren 45 waar ik eigenlijk in hoor, maar waar de concurrentie minde is).

1 → 2

De route van de start naar 1 was triviaal. maar van 1 naar 2 is er wel een keuze. De kortste was op het eerste gezicht niet direct duidelijk. Ik koos de rode variant. Die blijkt 15 meter korter te zijn, maar misschien doe je daar met 4 bochten meer dan de groene toch net iets langer over.


3 → 4

Dan van 3 naar 4. Ik koos de blauwe route, in eerste instantie. Later liep ik nog een keer rechtsom (paars) maar dat ik dus langer. En het aantal trappen is ongeveer het zelfde.

4 → 5

Van 4 naar 5 was misschien wel het been met de meest opvallende varianten. Linksom kon je direct een lange trap op, die nogal uit de richting voerde en minder intuïtief leek. Daarna was het vlak tot aan de post (die je bovendien direct kon zien staan; dat had mijn redding kunnen zijn). De andere variant rechtsom (en een nog kortere door een soort tunnel) was nauwelijks langer maar had de trap op het eind. En daar ging het bij mij mis: ik las de kaart en onthield: “De post staat bovenaan de trap links”. Ik liep de trap op, keek naar links, en pakte de eerste de beste post. Bleek er 20 meter verderop nog 1 te staan, maar toen was ik al weer gefocust op post 6.


7 → 8

Van 7 naar 8, dat was een leuke. Twee varianten, even lang, maar achteraf was de variant rechtsom sneller omdat je dan de post al zag staan. Dat was overigens niet makkelijk te voorzien; meer een bijkomstigheid. Bij mij ging het mis omdat ik linksom liep en daar het verkeerde

Valt er nog wat meer van te leren? Roland en ik maakten niet overal dezelfde keuze. Maar het lijkt er op dat het niets scheelde in afstand. Toen ik voor een tweede keer liep heb ik wat varianten geprobeerd, maar die waren dus ook niet korter. Ik liep wel ruim 1:40 sneller de 2e keer dan de 1e. Was dat het verschil in wel of niet kaartlezen? De 2e keer memoriseerde ik de route. Maar als je naar de splits kijkt valt dat ook wel mee: 20 sec bij post 1, 50 sec bij post 8 en 20 sec bij post 13, dat waren de posten waar ik fouten maakte, en dat bijna het verschil tussen mijn 2 pogingen. Dus de posten die ik foutloos liep liep ik even snel terwijl ik op de kaart keek. Ik moet dus gewoon geen fouten maken: geen foute posten aanlopen en geen posten fout aanlopen. Da’s alles, en dan win ik volgend jaar heel misschien dit NK. We zullen zien. Een beetje meer ervaring kan geen kwaad, want ik heb dit jaar wel erg weinig sprintjes gelopen tot nu toe. Wel een 95 km.

8 → 9

Van 8 naar 9 waren er twee mogelijkheden, maar het was eigenlijk overduidelijk welke de kortste was.


10 → 11

Hier waren er vrij veel mogelijkheden. Toch zou je als je hier naar kijkt niet direct zeggen dat de paarse route, langs het water en dan tussen de muurtjes door een stukje terug, zo veel langer is dan de andere varianten. Ik koos voor de rode, kortste route.


11 → 12

In eerste instantie liep ik hier de rode route. De blauwe lijkt bijna even lang op papier, maar is iets korter. Alleen heeft de rode minder bochten. De paarse kwam dan weer beter op de post aanlopen. Maar omdat het daar vol geparkeerde auto’s stond (wat je op de kaart overigens niet kan zien) maakte dat in de praktijk niet uit.

 


13 → 14

Het moge duidelijk zijn dat de route linksom de voorkeur heeft. Veel korter. Ik vraag me af waarom ik deze hier eigenlijk laat zien.


14 → 15

Ik heb ze allebei geprobeerd. Eerst rechtsom, want dat leek me korter, en daarna een keer linksom. Dat laatste bleek toch een stuk langzamer aan de splits te zien.

15 → 16

Ook hier lag de kortste route, linksom, nogal voor de hand. Daardoor werd dit een beetje een saai been. Ook de post, die achter een invalidenlift verstopt stond, en alleen heen-en-terug via een opgang met een hek te bereiken was, was niet echt inspirerend.


Leermomentjes

Dus voor de volgende keer: stevig trainen op snelheid, zodat ik onderweg tijd heb om beter op de kaart te kijken. De snelheid an sich is goed, maar ik heb drie keer een paar tiental seconden verloren door foutjes die ik makkelijk had kunnen voorkomen. De routekeuzes waren prima qua kortste afstand, maar niet altijd qua foutgevoeligheid en minste bochten. Ik weet wat me te doen staat: vaker een Sprint lopen en meer ervaring opbouwen.

The hARz -or- The Day That Started As Friday And Ended As Sunday

Start reading, and let yourself be carried away with this thrilling adventure which begun on the way back from the Midwinter Run 2018 somewhere on the motorway A50 and ended on a podium in the German town of Thale at the end of the hARz Adventure Race 2018. Whoops, now I’ve spoiled the plot. Just pretend you missed that; since, at that moment of this story, I didn’t have the faintest idea either that it would end that well.

Klik hier voor de Nederlandse versie van dit heroïsche vehaal.

the Gunshot (Sat, 4:00 AM)

Sleep drunk? No way, merely saturated with adrenaline I guess, because I didn’t really sleep. Slowly, my eyesight recovers when I am no longer staring straight into 179 night-piercing headlights around me in the starting pen, but I only see back sides of people, running up the slope of the hill. The sky is still pitch-dark at the start, and that’s why everyone starts with a sort of white electric sun on his forehead. The first lap is a vertical one, stretches about 6 km, and begins with a mass start at 4:00 AM on a Saturday morning, in the former East German town of Thale, which is still in deep sleep. It lies in the northern lowland of the Harz, but is almost swallowed by the steep ridges of the mountains, which shoot up immediateley behind the park where the start takes place.

It is always a wonderful sight, such a swarm of lights piercing the dark, dancing over a single-track which connects the numerous hairpin curves, like beads on a string. There’s no need to read the map because there’s only one way up, and if you are going for a 32-hours race, you don’t need to be in front of the rest at the start; better to distribute your energy evenly over the 240 km that have yet to come. Well, the first one we’ve had by now. But where we intended to turn right, the human caterpillar keeps the left track. We think for about ¼ of a second… and then follow the crowd. So does everyone behind us, by the way. Well, what difference does it make? Start-1-2-3-4-start, or start-4-3-2-1-start is almost the same. Not running alone has its advantages too. A moment later, we find the the first checkpoint, CP number 4.

No looking for blue labels like at the Midwinterrun, here at The hARz, but chipping with an SI, a SportIdent race-bib. That’s nice and easy, as we do not have to write down anything. On to the next point. Like ants swarming onto a pile of food, 180 Adventure Racers try to make their way to the summit. CP 1 is at the top, and along the way up there are CP 3 and CP 2.

Adventure Race

What the hell is an ‘Adventure Race’ you probably wonder? An AR is a competition which mainly consists of mountain biking and running, and possibly some canoeing, or stepping, archery, or other disciplines. The maximum time is fixed, and in most cases that’s quite long. It might be 8 hours, but also 24, 72, or 32 hours like in the case of The hARz 2018. The more CP’s you find before closing time, the higher your score. Some points are mandatory, others are optional. “Finding” is a big word, it’s not about searching, but about the road between the points. And quite often, that’s missing. Or you have to determine that for yourself. And that is what it has in common with an orienteering run: map reading and deciding for the fastest route. And when you start running out of time, you also need to determine a strategy for which points you skip, to score still as much as possible. Meanwhile, there are more rules, but you will find out about them during the course of this story. Let’s get back to the race …


We deviate from our originally planned route, because everyone is going that way. If you only have 32 hours, you do not have that long to think. That’s what we should have done in advance. That is: at 10:30 PM the day before. Well, not really the day before, since -you remember- I hadn’t slept. When we received the maps at 10:30 PM, an A1-size sheet with on both sides routes, maps, assignments, and the roadbook , we immediately started Tomtomming; and so did all other teams. In an orienteering run you get the map the moment you start, also at the WOR or MWR, but in an AR you get it just a bit earlier.

roadbook (klik voor een grotere afbeelding)

So you can already get stressed pretty much before the start. And when it comes to 240 km of routes, it’s no problem to be busy with a marker and a ruler to determine the shortest routes until 2:00 AM, when normal people sleep, and the local night-nozems on their mopeds, who were initially driving circles around our campers on the parking lot behind the abandoned steel mill of Thale, like they have been doing for the past 50 years, have gone to bed for a long time, or at least have run out of their two-stroke-fuel-with-mixing-lubrication. An then to borrow a roll of boeklon (adhesive foil for covering paper) from the camper next to us, the one of WoDi and WoUt, to seal our map. As if it would rain. Still, sleeping from 2:00 to 3:30 PM would have been quite nice. But the subcutaneous tension defeats the sleep.

Thinking… I don’t know what I’m doing here. I could just bail out. This is not obligatory. The countdown to this unfathomable adventure, which will last infinitely, which’ length is beyond comprehension, which will undoubtedly lead to all kinds of aches and injuries, this countdown has already started, but the launch can still be called off. Just like that. However, luckily I’m too much of a coward to stop now. Calmly I let this train close in on me. Instead of sheep, I count CPs. And ponder without worrying. Double espresso will not be needed to get up, as, when I open my eyes, I hear how the alarmclock begins to beep. Shoving some oatmeal in, filling water bottles, provisions and everything else, and off we go to the start.

 

That’s the dream that is no dream, that’s what goes through my mind once we passed CP1 on the top of the hill, just behind a sort of castle, some 230 meters above the start. After the other 3 CPs it is now time to descend back to the bikes that we left at the start, and thus begin with stage 2. Headlights on, on our bikes, and while we cross the town -not to return there for the next 31 hours- we take a sip from the bottle with sports drink. Because now it will go fast. The next 56 km of stage 2 will bring along 1500 meters of altitude meters. And up it goes! Steep! Lowest gear. No lower gear than that … until suddenly, the chain jumps off the wrong side of the largest blade. I come to a sudden standstill with a lot of grinding and cracking noises. We put back on the chain. Greasy hands are not an issue, but an unreliable derailleur all the more. Bad luck for me! That bastard makes noises that were not there before. And we are just on our way … only 230 km to go. Or is this already the point of return? Is that what I do secretly hope? Leaving the race via a back door, blaming the material and odds? What am I doing here? Thoughts…

How it all started

January this year, after winning the Midwinter run, Patrick gave me a lift back home to Eindhoven. And, while I was still enjoying that win, when he asked “What about a 32-hour race?” I thought “Why not?”. And, even worse, I thought that out loud. Exactly the right timing, my friend. No way back for me; but it was still 3 months away, so there was plenty of time for training, I thought. While I am good at sleeping too little, 32 hours of being awake would not be the issue.

I did some running like I always do, checked the tires of my MTB once, and did not think too much about this awful plan. But, as April 21st got closer, my changing thoughts about it followed each other in an exponential pace. It started with:

  1. Does a full weekend away from home for this race fit into my agenda?
  2. Could I stay awake and keep moving around for so long?
  3. Is this fun to do anyway?

If you are going to do something that you do not have the slightest idea about what it exactly implies, you can easily worry about not too relevant things. And because you probably realise that yourself, it even helps to relax. But that changes when you put a thermometer in there: three weeks ago Patrick and I would go cycling together. As a  training. And we would go running through the Peel area. We would start at 4:00 AM to make it quite well resemble The hARz Adventure Race; at least, the start of it. I had not cycled all winter (okay, to work, and back), and returned home with quite some saddle pain. The list of ‘issues’ had changed spontaneously.

  1. How can I avoid having to stand on my pedals after 100 km because I can not sit on my saddle anymore?
  2. What on earth do I have to take with me to keep going for 32 hours, when after six hours on two snickers, a white chocolate bar, a muesli bar and a bag of wine gums I am starving?
  3. Will I really do this in 3 weeks from now? By the way, where is the Harz actually?

You see, the worries are becoming more relevant. Staying awake does not seem to be a relevant issue anymore. And whether it’s fun? That’s also no longer a question now; we’ll just do it. But how? Maybe a soft cushion on my saddle might help a bit.
And a pile of energy-rich food. Here on the left you see my stock for the first half of the race. And the formidable super-energy cake baked by Annelot herself (because that was baked fresh the evening before we left for the race) is even missing on the picture. 250 kCal of consumable energy per hour? Seems to me like a good rule-of-thumb. A snickers or half a chocolate bar is then just enough. But a standard granola bar does not suffice. We will see. Let’s pack some extra stuff.

But, hey, let’s get back to the slope where we are now no longer standing still, while the other participants pass by. Because I am not really a good cyclist. However, I gracefully reject the towing rope that Patrick has on the back of his bike to pull me uphill; that’s below my pride. So I pedal what I can. Up, endless up. Only by the time we have to switch once more back to the lowest gear (this time very cautiously, because I do not want to risk jamming the whole transmission) I realise that we have had a nice descend in between .

Endless is relative after all

With all that mesmerizing and worrying about how I ended up in this incredible adventure, it turns out that time flies. “Endless” is just relative after all.

A path to the left, which a few hours ago (I will not say ‘last night’ because the night hasn’t ended yet) we wanted to take (looking at only the map), seems to be closed by vegetation, and so we go right, together with a few other teams. Steep down, nice rush, easy. When I step off my bike to remove a branch from my rear wheel, I suddenly smell something burning. The disc of my rear brake squealed a half circle in the flesh of my calf, because I had clamped the rear wheel between my legs to hold my bike while pulling out that branch. Of course! The energy with which I have just overcome the last hill, has flown back into that steel disc on my rear axle. And this warmth is more than enough to decompose the hair on my calves into something smelly. Do I hear someone laughing at me? I’m really not an experienced cyclist, apparently … But look at the bright side now: it’s getting light.

Light

I did a test back home. My headlight, a Chinese Cree XML-T6 from dx.com, managed to keep shining for 3 hours at its maximum brightness. I think, however, that one night is a bit longer than that. Just counting the time, and I get at 12 hours darkness during the race. So I ordered an extra batterypack. Again from China. Not so smart. It did not arrive on time in Eindhoven. Via Tinytronics.nl I buy 6 lithium cells, those huge 18650 ones (true 3400 mAh from Panasonic, instead of Trust-, Ultra-, or Fandyfire rip-off’s that say “3500 mAh”, but that don’t live up to that , not even half of it). And that worked: now I got 9 hours of light. A lot of light. I put a freezer box around it, added a voltmeter to it so I know how much power there’s left, put some cables on it, and it’s ready.

But finished it’s only the Friday morning before the race, so until then it’s a pretty high uncertainty factor and stress item on my list.

  1. Do I have enough light, and do I have it in time?
  2. Can I survive the home-build map holder when I accidentally make a head-first roll over my handle bar?
  3. How does my back survive my backpack?

Ad 2: I had -DIY-king that I am- hacked something nice: a sturdy swiveling map holder out of aluminum pipe in front of my handle bar that would not vibrate when going downhill.

Version 1.0

But it would also give not-so-nice injuries and fractures if I would tip over my handle bar.

So I modified that quickly in a flexible crumple zone, made out of aluminum strip.

Version 2.0. With crumple zone.

(The design is not quite finished yet: there is still a flexing of around 60 Hz, so it does not read so well on bumpy paths.

But with some modal analysis and some damping, I will soon come up with an optimised version 3.0.)

And Ad 3: Wednesday night before the race I went to run a bit with a backpack full of food and water, which resulted in a lower back with some scraped open blisters. Bloody thing! If that happened after 5 km, what will be left of me after running a marathon distance with it? The bottom of the backpack appears to have a somewhat sharp, hard edge, exactly where I have two hard, sharp bones. Inventiveness required. Where the recipe of Monty Python’s Flying Circus mainly boils down to making absurd combinations of two essentially normal things, the symbiosis of an item on the list with mandatory equipment for the race and a hard edge of the backpack provides the solution: I sewed my long-sleeved thermo shirt with some basic stitches onto the breathable mesh of the backpack, as a soft perspiration-permeable cushion. Two at one blow (although Wiesbaden is the home of The Valiant Little Tailor who spoke that fierce statement according to a Mr. Grimm -or was it his brother?- and which was later exaggerated as something with seven flies, is not located in de Harz), that is what I achieved, because that was how this, although redundant, but nevertheless still obligatory, warm shirt, was now utilised: as a comfort zone .

The shoes will not be an issue. I put complete trust in my pair of blue Inov-8 Roclite 305’s. Terribly robust and comfortable. A lot of grip and with my feet nicely close to the ground. Water may flow in, but out again too.

And, as H hour approaches, you see that I am mostly concerned about my equipment. Because that is what I can (or could) control. And the race itself? It will be quite a challenge, but I tell myself that you can not really train for a 32-hour race of over 240 km. Other than being a little fit, having a good sleep the days before, and being in a relaxed mood. Then I will be fine. So -how ironic- I’m tinkering and packing and fiddling and hobbying  till too late in the evenings, and therefore I have to finish some essential things only at the last moment. But, when everything is finally ready late Thursday night, I grab a beer and get an excellent night’s sleep. The last one … until Sunday night, as you will see.

“Getting in the race”

But enough dreaming for now, about light among other things. Because it is actually light now. The day is starting: it suddenly appears to be a normal race. All displaced thoughts have been replaced. My top-3 of issues is now:

  1. Do my gears keep up?
  2. Do we keep up for 29½ hours?
  3. When can we start running again? Because I want to.

We stop at the next CP under a bridge, and by bending I align my derailleur pad (just learned that it how it’s called). I’m careful not to bend it too far, because then it breaks. But as a result, I no longer shift from 2nd to 12th gear (out of 11), but just from 1 to 11. As it should be. The last noises and ticking, Patrick resolves by tuning it a bit on the handle bar. That’s 1 worry less.

The second? If we cycle on a flat section and we have a chat with another team, it turns out that they think the same. That is normal, apparently. It is that long and that far, you should not think too much about it. Just let yourself fall through it, is how they undergo it. Strange enough, that sounds like a warm bath to me in one way or another. Just like before the race my thought that 240 km in 32 hours means less than 8 km/h (and I run faster than that, let alone cycling), seemed comforting. Unnoticed, I regained all self-confidence. That is what is called “getting in the race”.

And the third point? No idea, because I am not the navigator at this moment, while on the bike; Patrick taking care of that. So in terms of our route I feel like dark in broad daylight. I did not memorize the map that well yesterday. Sleep deprivation is not the best stimulus for your memory. Suffering, on the other hand, is, because I remember very well that when the end of this stage came closer, a climb of almost 300 meters height suddenly appeared, and a moment after another one of 100. Just before the climb, organizer Winfried was enjoying the view of the exhausted teams passing by, without any regrets. On our gums we trudge uphill, but then finally our bikes can be dropped down, our water reserve replenished, the sanitary facilities filled, and a tune whistled. Because we are at TA1, which means the first transition area (and there is Winfried again). The next stage is called a hike .

Hike (Sat, 9:15 AM)

Different muscles, new strength. On my bike, my legs felt like pudding, because stage 2 ended with a climb up to the highest tip of the ski area that appeared to be there, but when you walk, apparently you use different fibers that have not acidified yet.

Funny, that only the ‘t’ as in ‘traveling’ makes the difference between here and there.

We note that there are not many other teams running here, and also that there were only a few bikes around TA1. Would we be in the forefront despite of my chain problems? Actually, that does not really matter now; there can happen a lot, and let’s first make sure we get up to halfway the race.

  1. How do we get from TA1 to the obligatory part of this route ?
  2. Did we bring enough water and food for 6 hours hiking?
  3. Should we walk or run this hike?

Looking at this top-3, things are going quite well. Those are not worries, those are solvable issues. So we whistle a tune. ♫ Along the trail we march and sing, ♬ march and sing, ♪ march and sing ♫ and thus we hurtle down the slope, via the edge of a hill in order not to lose too much altitude that we will have to climb again, along the east of the town of Sankt Andreasberg. Issue # 1 has already been solved at the TA, when the organization told us that we are in this case allowed cross the yellow road, which separates the TA from the rest of the route. Normally this is not allowed for large ( yellow and orange) roads, unless a passable section is indicated by red brackets on the map.

 This sometimes creates a puzzle out of planning the route. For example at the very last stage, but we’ll come to that later. We find a shortcut that results in fewer meters and altitude variation. Downhill and flat parts we run, uphill we walk. After the village, once in the beautiful nature reserve, the birds take over the whistling from us. It feels like we have done quite a lot already (and indeed this is the case), but it is only half past nine in the morning. It’s as if we’re having a jet lag; the watch-time differs from our perception. We overtake another team, “Wissenschaft Quedlinburg” I resolve afterwards, finished in 3rd place last year. But with their walking poles they overtake us later on when going uphill. And we change places repeatedly. Because the path is blocked by trees, we deviate somewhat from the track at some point, eventually loosing it, and a bit further than we expected we get back on the meandering forest road. And so we pass by CP10 without noticing it, just like the German team with whom we happily chat during this hike. Only 500 meters later we realise our mistake, turn around, find the CP, in an obvious place next to an unoverlookable bench; but by then three other teams have passed us. It appears to be less lonely than we thought. Wissenschaft turns around a bit later, and then their position is behind us again. The landscape is now phenomenal: a kind of high peat with pine trees, draped over hills. The clear blue sky slowly fills with veil clouds, which pleasantly dim the blistering sun. Then we arrive at a reservoir lake. Delicious cold water. (We spot Winfried again in the distance; I thought I only had a GPS logger in my backpack, but it seems like he can track us in some way.)

It looks like a scene from the Hobbit. Something with a ring of 240 km …

The landscape around the lake looks apocalyptic: bare light gray skeletons of dead pine trees border the banks. We wonder what has happened here, while eating a snickers. Later on, we walk again along a straight canal, like in the beginning of this route: the Rehberger Graben . Water from the hills is led to the lake, and via similar channels again along a number of water mills, where it used to be used as an energy source from the 17th century onward. An additional advantage of this cultural-historical artifact is that it runs particularly level. Tempo +1. Still, the pace has dropped a bit. Overwhelmed by the heat, despite applying sunscreen, and dehydrated? Would there be a restaurant there? We dream about an ice cold cola. But the building turns out to be closed and abandoned. How disappointing! But we will continue. More teams pop up here, some going in the opposite direction. Would it matter much? With three teams we head the same way, changing positions all the time. And along the way we talk about their previous adventure race experiences (which I do not have, but Patrick does). At a CP just before Sankt Andreasberg, when we are almost back at the start, there is some doubt about the correctness of the map. Another CP leads us down into a deep valley below the village. Where we then have to climb out again of course. The shape of the terrain forces us to make a considerable climb and inevitable descend. We do our best to keep a leveled track, but the last climb back up the ski slope cannot be avoided. We need some recovering when we are back in TA1, at our bikes. With – finally – the deserved cold Coke.

Rolling (Sat, 2:50 PM)

A kind of tranquility has come over us; something like “this is going well”. Which is very true when we roll down the ski hump. We float down over a kind of grass-piste, at a nice pace, quite easily. Yes, we know that after descending one has to climb. But surprisingly, climbing goes with the same ease as when we had just started. Unexpected fresh legs. I am still amazed at how well The Human Body appears to be able to recover from physical strain. The muscles for walking appeared to be undisturbed after cycling, but the bruised muscles for biking had almost completely restored after walking. I do think that the tight regime of hourly energy-bars and continuous drinking do help. But the body also clearly understands what is expected of it and cooperates loyally. Cool. The top-3 of that moment is:

  1. It is getting warmer and warmer. Are we drinking enough?
  2. We are ahead of our schedule. Does that mean that additionally we have to do the bonus stage at the end? That is quite some extra distance.
  3. Did we really choose the smartest route at stage 1, or would S-4-3-1-2-S have been shorter?

If you do not continue, there will be no end

But is this also what you, dear reader, think now? Or are you wondering if you’re not yet halfway through this story? Because occasionally it is a bit lengthy indeed. Well, I will tell you this: at this point, we are not yet halfway along the route, and not even halfway through time. It will take another five hours before we are halfway at all. In other words: the finish is still far, far away. And that’s exactly what I’m trying to convey here. So sympathize. And read on, because if you do not continue, there will be no end.

Canoeing holiday (Sat, 3:55 PM)

In the meantime we won’t win a race with commonplaces, so we continue cycling to TA2, along the water just south of the dam. We leave one of the bikes, strap the other one onto the canoe, and have our inventory checked by the organization. There is a mandatory list of attributes that we must bring, including a warm sweater (or a kind of soft pillow at the bottom of my backpack), a whistle ♫ and a break-light . We have it all, so we pass the test and are allowed to continue, so we start paddling over the lake with a light headwind. The coolness of the water feels good. It looks like a short vacation during this stage 5. Actually it is one! Who else will see all the most beautiful spots in the Harz area in only 32 hours? This is the Harz for Japanese, but without a camera. Flash.

Stage 5b is unannounced: carry canoe for 500 meters. And bring a bicycle too. And as quick as possible. But then the fun starts: from the one AR that I have ever done before, I found that the best part: the Run-Bike stage.

A bit of an explanation: with a team of 2 you go 1 route with 1 bike. Not a tandem, nor going together on the one bike; that’s not allowed. So one of the two is the leap, and has to walk. But it is leapfrog, because after a few hundred meters you suddenly find a familiar bike in the verge, you jump onto it, and pass your teammate while cycling, after which it’s your turn to throw the bike back into the verge. The challenge is not to lose each other out of sight at a junction, so continuous communication about the route is essential. I like it. We do over 15 km of his outdoor game just within 2 hours; the total climb is about 600 m. (So that’s 15+6=21 km with the 100m ↑ = 1km → rule) Sometimes cycling is no option, and Patrick – what a king! – carries the MTB up on his shoulders, or carries it over entire trees. The landscape around the lake is beautiful, and the lightning fast alternations of running and cycling keep us mentally razor-sharp.

Cycling again (Sat, 6:50 PM)

That changes quickly when we start biking again. The road uphill climbs monotonously from the lake, with almost 10% slope, along an almost 5 km long road to a top. What initially starts with having pleasant fresh legs and feeling quite awake, eventually becomes a state of half-sleep. All urgency disappears, partly under the influence of the rosy evening sun. And at the end of the climb, at the CP, with a view over the lake, we sit down on a bench for 120 seconds. Then suddenly some mental alarm goes off. We must continue! Twilight sets in, time to wake up again. We are no longer ahead of our schedule. The cards have apparently been shuffled again (and we have been playing a bit longer in the hills around the lake).

  1. Would we still have enough time left for the final bonus stage?
  2. It suddenly is getting colder; do we have enough clothes with us for a cold night? Fortunately, I still have a warm ‘cushion’ on my backpack.
  3. If we go slower than expected, do we have enough light (as in: battery charge) for the orienteering stage, which I run on a different battery pack than the one on my bike?

It takes a while before I realise that the night will not last longer if it takes us longer. Contrary to ourselves, the sun turns it rounds without getting tired. And the later we start the orienteering stage, the less battery power we will need.

But it is getting dark quickly now. Almost as quickly as we roll down the slope, chilled by the wind that evaporates the moisture on our sweaty skin. Fantastic how an eagle flies just a bit in front of us, just above the road. What huge wings, we think about him; what huge speed, he thinks about us. The next CP we find at dusk, but the one after that it’s really dark. Although it is close to a road, at least on the map, it is actually 30 meters above, on a rock. But that does not appear to be true either: this is a CP with a large Woudropers aspect. We find a bearing and distance. Peering along the needle of our compass, an increasing loud buzz arises just in front of us, which seems to come from the direction of a few red and green lights. Which in turn approach us too: they are attached to a drone, which is filming us. Does each team get their personal video afterwards, or is the camera team coincidentally on our heels? No time to think about it, because we have to go to the designated point on the other side of the valley. The bearing seems not by the least correct, but the description of our target, “Bergmannsbaude”, leaves no doubt. This stage all CP’s are located “slightly” higher than the road. What a “fun” theme (haha). So we go climbing a few dozen meters of stairs here. Back at the bikes we realise that we had better towed them up there in the first place, because the obvious continuation of our path continues from the Baude. Uphill.

Later this stage, another higher-than-high mast will follow, towering 20 stairs above the treetops. From the top of the tower (of course the SI of this CP is not below, what would you think?), we we can see in the distance  a pair of MTB headlights. That must be other teams. Who else cycles through the woods at 10:45 PM here? But they are far enough away not to make us feel rushed. Only the temperature makes us go fast, because despite a windjack, it is feeling quite cold now. The last kilometers to the start of the compass-orienteering stage pass quickly; they lead us downward, and thus we feel quite fit when we arrive at TA4.

The bag of provisions that we have handed over before the start, and that we can get here at TA4, either before or after stage 8, make us doubt for a moment what to do, because if we collect it now, we will have to carry everything while on foot during the next section. But since there is still enough food in our backpacks and on the bikes for 16 km running, we decide not to collect the bag now. Besides, at this TA there are hotdogs, cocktail nuts, crisps, peanuts, biscuits and bananas. So we stuff ourselves with an energy buffer, shoot an arrow in the bullseye of a target (special task; hitting the board saves 10 minutes of penalty), and we fill the water bags, take our compass and go. What could go wrong?

  1. We should excel at this discipline, so that puts some extra mental pressure on us. Can we cope with this extra tension on our shoulders? Oh, oh, how exciting this is!
  2. As time flies, the bonus stage is probably no longer in reach, but is the final orienteering stage still completely doable?
  3. How cold will it get during this clear-sky night?

Bearings (Sun, 0:00 AM)

While planning the routes in advance last night, apparently we were less sharp than now, because we did not notice that, according to the roadbook, a number of CPs are located near high voltage pylons. And those are usually quite accurately placed 250 meters apart. Which would make locating the checkpoints a whistle of a dime, were it not for my sightings that seemed to be always  5° too far clockwise. We appear each time too far “to the right”. That’s not too bad in the open field, where you can still see the CPs from 50 meters away thanks to the generous reflectors attached, but on the way from CP34 to CP35 it turns out to be disastrous. Look at our GPS track on the map below. Initially, we head spot on, but because it becomes quite a jungle halfway, we start following a more passable firebreak, and we arrive too far north. We follow a stream, which is shown on map in the tiny circle, in southern direction, but we find no CP. Thinking that we were already too far, we head back to the previous known point, try again, but now deliberately head a bit too far to the north, so that we know for certain that we have to follow the stream to the south. And now we succeed, albeit with half an hour delay, to score the CP. Afterwards, it is clear that we were pretty close by at the first attempt. This is clearly a thing to improve. And I still thought that we would score above average here. Bummer.

For now: first CP37, then CP36. The black dashes on the map, a railroad, are a robust stop line, so we aim for that. There is a waiting booth next to the railroad. With a reflector and an SI station. It would not …? That must be the shelter / Schutz are from CP36. Would that assignment be that transparent? That seems quite unlikely. Why would they first send us to a rather difficult point in a circle on the map (CP36) where nothing recognizable could be seen, and then direct us via a winding path (the red dotted line) to a very recognizable point on the map? Moreover: if you walk back from CP37 you would look directly at the guardhouse and in the night you can not miss the reflector that’s hanging on it. Anyone who starts looking for CP36 first has bad luck and loses a lot of time; while those who first aim for CP37 win the lottery with two fingers up their nose.

And a lottery it is at CP37 too. The CP should be near “a fallen tree”. And there are more than enough of them there. With somewhat more luck than wisdom, we find the needle in the proverbial haystack, and can go back to the start, TA4. Fast like lightning. We run the whole stretch.

Supercookies

The TA is suddenly 10 times more crowded than when we were here 3½ hours ago. Food, and food, and more food. Pasta, sausages, nuts. Everything tastes equally good. Because we are almost at ¾ of the race, with only 8½ hours to go, an amount of food equal to the 1st half would be heavily overdone. And I mean literally heavy. We brought half our ration at the start of the 1st half, and handed in half of it for the 2nd half of the race. So a hand full of bars and sweets is left behind. I will never know how the muesli-choco bars of Albert Heijn taste, and the chocolate-orange bars of Decathlon also lose it against a pack of dry sausages and the unbeatable energy cake baked by my daughter herself.

Autopilot (Sun, 3:35 AM)

More on autopilot than anything else we keep cycling towards the daylight. Occasionally sleepy, then awake again. Mainly because of the hours and hours without sleep and the endlessness. Lumbermen are no longer men with a red checkered blouse and an ax over their shoulder. No, not even with a chainsaw and a beard and a foolish hat. They sit on heavy machines that pick the trees from the ground and cut them in lumber on the spot. At least, that’s what I suspect.

Continuing is simply a matter of not stopping.

What I do know for sure is that they leave knee-deep tire tracks with a fist-deep profile of ridges that shake you through and through if you try to ride over them with your MTB, while you unsuccessfully try to keep the speed high and not to swear. The latter can not be avoided when somewhat later the map does out to be incorrect at some point. But can the map help it if someone has cut some extra roads out of this timber plantation? I would do so too, given the extortionate prices for wood at the hardware store. Money doesn’t  grow here from the trees, it is the trees!

But anyway, this gives us the chance to make up for the errors with the compass bearings, and to show off our orienteering skills, because soon we regain our route and hit the next CP, because we quickly deduce where we are, based on the contour lines on the map. What is it we do not know now?

  1. Did we make the right choice with the CP at the station? Or was it fake? It seemed just too easy. On the other hand, this is not a WOR.
  2. How will the temperature develop As long as we keep moving, is it okay, or do I have to detach my thermo shirt from my backpack and wear it?
  3. Do we keep the Sandman from our back, or will sleep overwhelm us, like it did with so many teams at TA4, who were napping against each other under their emergency blankets?

The sun is rising for the second time today. That is quite a confusing experience. Our feeling for time has completely dissolved. The recollection of the hours on this last bike stage are now more like a sort of time-lapse video in my memory. Some brief flashes of notable moments with noting in between.

Eating, till the cow comes home

Chronology is missing. We eat until the cow comes home, and drink the bottles empty. Endlessly many trees are the witnesses. I flip over when my front wheel gets stuck suddenly in the weak clay of a dam in a ditch. The wrinkle zone of my map holder on my handle bar works perfectly: the map is now in a totally bent position, but I myself do not have a scratch. We continue as if unperturbed. We make a turn at every intersection. No valley that isn’t followed by a hill. But suddenly, there is a village again. Friedrichsbrunn seems abandoned. Who would be here at a quarter past six in the morning?

Morning-O (Sun, 6:15 AM)

The answer is obvious when we report to TA5. There haven’t been many teams here yet. I guess there are twenty bikes, at most. The first team has been out on the next stage for 5 hours now, and they haven’t reported back yet, we hear from the organisation. If we take too long, it will be tight to arrive at the finish in time, let alone to do some of the bonus stage. 12:00, at noon, is the deadline. We estimate that we needed 45 minutes for the road back to Thale, to the finish in the Bergtheater. So we have exactly 5 hours left for 30 km of orienteering. I joke: that’s like a complete Woudlopers Orientation Run. But then in less time, with more elevation.

We do this on a shoestring. Carefully planned routes avoid unnecessary elevations. Walking an extra kilometer is equivalent to climbing 100 meters. Descending usually goes without penatly, if not too steep; than it may even give a speed gain. But something tells me that we do not walk on the Infinite Stairs of MC Escher, and you’ll net descend as much as you’ll climb when you end where you started: at our bikes. So there is no other option than to maintain altitude where possible. The fastest line between two points is in any case a straight line in terms of height profiles. Almost. We are doing well, points succeed each other quickly. We do not make a single mistake. And yet…

  1. Do we have enough time? We had already decided that 4 of the CPs of this stage do cost a lot of vertical distance. But it makes no sense to leave regular CPs in favor of bonus CPs. For the final score at least. But if the teams ahead of us needed at least 5 hours…?
  2. That bonus stage, there is no need to do it, if we do not even check all regular CPs. And it is not reachable anymore, given the time left. So after this stage, there is only 8 km of cycling, not 56. That’s a comforting prospect.
  3. Is 30 km running anyway not a bit too much at this stage of the race?

Because it’s me now who is doing the map reading, I remember many more details than from the bike stage. But, my dear readers, let me spare you the details. Want to hear how the caffeine gel tasted? Or the muesli-lemon bar? That there was a pebble in my shoe? That after 2 minutes we took off the windbreakers, because it suddenly became a lot warmer? That we had not met anyone since the start of this stage? That one of us at a given moment was literally sleepwalking? But that after an almost vertical descent to cross a valley with a creek that was quickly over? No, I guess you do not want to hear all of that. I’ll reel forward just as fast until it becomes exciting again.

»FFWD (Sun, 8:45 AM)

This is the time when I normally ride my bike to work, and when the better ideas of the day arise. Or rather, the subconsciously matured ideas of the night submerge to the surface of consciousness. So they do now . We start counting: 2:30 hours to go, each CP we reached in roughly 30 minutes, and we still have 3 CPs to go, and then the track back to the TA. That leaves some space for more points. If we can still make it to one of those points that we skipped in the first place because they would cost excessive altimeters, that might just fit. Provided we increase our pace a bit. But if it does not work, then we may arrive at the finish too late. Every 10 minutes after 12:00, starting at 12:01, will cost us one CP. So if we do not make it, this extra effort is wasted, and even worse, if we will only arrive at 12:11, the penalty is again larger. It’s a gamble. But it is a sensible estimate. And an exciting one! Nothing ventured, nothing gained. We decide to postpone the decision until CP50: there we’ll decide whether we first go along CP48, or directly via CP49 and CP51 to the TA.

Cool! Suddenly all sleepiness has evaporated. Suddenly no caffeine is needed. All of a sudden, a heap of energy has emerged. We are even running uphill now, crossing right through the green forest until CP50, and there we only need a few seconds to finally decide: We go for it!

While running, we sped to the north. Suddenly there are other teams there too. They come from all directions. But we ignore them. We have our own plan. I do not mention the observation that the path runs down a river. Descending means climbing too. I know that Patrick is a little less backing the decision to go for CP48 than I do. And I tell myself that we will be at the top at CP48 within half an hour. Descending and climbing more meters was not part of the plan. We go all the way, to get there quickly, and indeed, after 25 minutes the CP is checked. We hit CP49 within schedule too. But CP51 is on a summit. So one last climb, now with some other teams surrounding us. With all soured muscles it is almost impossible to scramble over the immense boulders around the top, looking for the SI unit at this CP. This is without doubt the best hidden point of the entire race. But Patrick spots it, and then it’s done. This already feels like finishing, and we still have an hour and a half left.

Yet we do not want to waste time. The interesting thing about those races is that you have no idea who your competition is at that moment, and what their position is. All those other teams that swarm around here may have checked more or fewer points. The only influence you have is to go as fast as possible yourself. And no matter how tough it seems after more than 30 hours of non-stop sporting, it is a relatively simple task. Simple is good. Nothing hurts now.

Final sprint (Sun, 10:45 AM)

Back at the TA, we quickly jump on the bikes. We head in a different direction than the other teams. We think we have found a smarter route that leads only downhill. Let them cycle the shortcut, uphill. We speed downwards. Ehhh … why does our track suddenly go up? That was not the plan!

Turns out that reading elevation lines is sometimes a bit too farfetched after 31 intense hours. Pushing the bike by hand, we conquer the last slope.  Horizontal at last. But not much later we go down again: what a speed! A last hill to the Hexentanzplatz, and roaring with effort, we climb the last obstacle. But what does it matter, we are there! We drop our bike, run into the arena shaped theater, and check our SI for the last time.
Muscle pain comes later, as we can still walk down the stairs, to the podium in depth. There is organizer Winfried again, to hand us a medal. We did it! Unimaginable. (Sunday morning 11:17)

Then everything starts to hurt. All muscles simultaneously. Especially when picking up the bike, bending over to loosen shoelaces, or getting up from a bench. But that’s an hour later, when our thirst is quenched with ein großes Weißbier, and a Pommes with maybe ein bisschen zu viel Mayo. Well, we deserved it. And there is room again for those thoughts, that thinking that never stops:

  1. Could we have scored even more points in those last 45 minutes that were left?
  2. Did we or did we not choose the best route for that last descent?
  3. Was this it? It will not be true that I ever want to do this again, I hope? Aiaiai …

Thinking about everything, feeling satisfied, and proud, about could beer, that you recover on your way, that we had no major problems, no injuries, a lot of sport drinks, endless energy bars , whether there was a false CP at that station, the whole shebang mixed together. The last thought I remember is that the sun is burning in my face, and then I realise that we are now with the camper at the base where the prize ceremony will take place, in the sun, and that we have slept for 2 hours. Slept! The first time since Friday morning! But time to get up, as there will be food in fifteen minutes. Lots. I do not get enough of it, permanently feeling hungry this event. Eagerly everyone else is filling their plates too, especially with meat. And then it’s time for the prize ceremony.

The surprise of the race

Winfried is not a man of few words when there’s a lot of audience, But indeed, one can not end a 32-hour race within half a minute, with a quick prize-giving. Once it’s time for the Pro-2, our category, a shock strikes me when “31 hours 17” is called. Didn’t we return at 11:17? That can not be true. But it is! Like stung by a bee we jump up (where that strength suddenly comes from?) and walk to the podium. A bronze medal, who would have guessed that? I enjoy it with disbelief. We finished directly behind the other Dutch Adventure team. We still owe them a roll boeklon. It was worth it!

I would love to be drinking beers in the sun for hours, to celebrate it. But the very last section is a tough one, perhaps the toughest of all: driving back home for another six hours. Let’s hope that Patrick does not ask me for joining on a 72-hour race, because this is not the moment that I can decline anything…

Epilogue

Will I do this again? Definitely. Next week? No! It is impairing. At a short orienteering race, the Wednesday after my legs give up sooner than normal. During the first days of the week after, I’m not in the mood for writing this story. But at the same time: the thought that we have accomplished this, that we can perform top-sport for 32 hours, that the body has a gigantic resilience, those things give a tremendous confidence, and thinking of our unimaginable result gives tremendous energy. This unique experience is definitely more than worth the effort.

I can not resist analyzing stage 1. And guess what? Our sequence of points was no longer than the alternative, so there was nothing wrong with that afterwards.

Try to determine the shortest route from the start along (1), (2), (3) and (4), and back to start.

And once the full result is published on the site of The hARz you can also expect an analysis of the results, teams, CPs , and stages. But at the moment I think I have written enough. That should of course not take longer than the race itself …

Do you want to stay informed of updates? Then leave your email address here on the right side, and you will receive an email if I write something new.

 

The hARz -of- De Dag Die Begon Als Vrijdag En Eindigde Als Zondag

Lees verder, en laat je meevoeren met dit zinderende avontuur, dat begon op de terugweg van de Midwinterrun 2018 ergens op de A50 en eindigde op het podium in het Duitse plaatsje Thale na afloop van The hARz Adventure Race 2018. Oeps, nou heb ik de afloop al verklapt. Maar doe maar even alsof je dat nog niet weet, want ik had ook geen flauw vermoeden dat het zo goed zou gaan, toen we hier aan begonnen.

Click here for the English version of this epic story.

the Starting Shot (za, 4:00)

Slaapdronken? Nee, zat van de adrenaline denk ik, want geslapen heb ik niet, komt het zicht langzaam terug als ik alleen nog maar achterkanten van mensen zie, de berg op rennend, en niet langer recht in 179 kneiter-felle hoofdlampen om me heen kijkend in het startvak. Want de hemel is nog pikdonker bij de start, als iedereen met een witte zon op zijn voorhoofd van start gaat. De eerste etappe is een verticale, gaat zo’n 6 km duren, en begint met een massastart om 4:00 op zaterdagmorgen, in het verder in diepe slaap gehulde voormalig Oost-Duitse stadje Thale. Het ligt in het noordelijke laagland van de Harz, maar wordt bijna verzwolgen door de steile flanken van het gebergte, die direct achter het park waar de start plaats vindt omhoog schieten.

Het is altijd mooi, zo’n zwerm lampjes die de duisternis doorsnijdt. Dansend over een single-track die de haarspeldbochten aaneen rijgt. Kaartlezen hoeft bijna niet, want er is maar 1 weg omhoog, en als je 32 uur gaat racen hoef je niet direct voorop te lopen; beter de krachten flinterdun uit te smeren over de 240 km die nog gaan komen. Nou ja, de eerste hebben we al gehad. Maar waar we dachten rechtsaf te slaan, houdt de menselijke rups het linker pad aan. We denken ¼ seconde na, en volgen. Iedereen achter ons ook trouwens. Ach, wat maakt het uit? Start-1-2-3-4-start, of start-4-3-2-1-start is bijna het zelfde. Niet in je eentje lopen heeft ook voordelen. Even later is het eerste CP, nummer 4, gevonden.

Niet zoeken naar blauwe kaartjes zoals bij de Midwinterrun bij The hARz, maar chippen met een SI, een SportIdent race-bib. Lekker makkelijk, we hoeven niets te noteren. Door naar het volgende punt. Als mieren op pad naar zoetigheid in de keuken ploeteren 180 Adventure Racers zich via inmiddels verschillende routes een weg naar boven. Boven ligt CP 1, onderweg daar heen liggen CP 3 en CP 2.

Adventure Race

‘Adventure Race’ vraag je je af, wat is dat? Een AR is een wedstrijd die voornamelijk uit mountainbiken en hardlopen bestaat, en ook wat kanoën, of steppen, boogschieten, of andere disciplines. De maximale tijd ligt vast, en is meestal behoorlijk lang. Kan 8 uur zijn, maar ook 24, 72, of 32 zoals in dit geval. Hoe meer punten je in die tijd vindt, hoe hoger de score. Sommige punten zijn verplicht, andere optioneel. ‘Vinden’ is een groot woord, het gaat niet om het zoeken, maar om de weg tussen de punten. En die is er vaak niet. Of die moet je zelf bepalen. En dat is wat het gemeen heeft met een oriëntatieloop: kaartlezen en de snelste route bepalen. En als de tijd begint te dringen, moet je ook een strategie bepalen welke punten je overslaat, om toch zo veel mogelijk te scoren. En er zijn nog meer regels, maar die kom je gaandeweg dit verhaal wel tegen. Terug naar de race…

We wijken toch van onze oorspronkelijk geplande route af, omdat iedereen zo loopt. Als je maar 32 uur hebt, heb je geen tijd om lang na te denken. Dat hadden we dan eerder moeten doen. Eerder is in dit geval: om 22:30 de vorige dag. Nou ja, ook niet echt de vorige dag, want -weet je nog- ik had niet geslapen. Toen we om 22:30 de kaart kregen, een A1-formaat flap met aan 2 kanten routes, kaartjes, opdrachten, en het roadbook, gingen we, net als alle andere teams, meteen aan het tomtommen. Bij een oriëntatieloop krijg je de kaart op het moment dat je start, bij de WOR of MWR ook, maar bij een AR krijg je die net wat eerder.

roadbook (klik voor een grotere afbeelding)

Zodat je vast lekker kan stressen voor de start. En als het om 240 km aan routes gaat is het geen enkel probleem om tot 2:00, wanneer normale mensen slapen, en de plaatselijke nacht-nozems op hun brommers, die eerst nog langs ons campertje op de parking achter de verlaten staalfabriek van Thale rondjes reden zoals ze dat 50 jaar gelden ook al deden, al lang naar bed zijn of in elk geval door hun tweetakt-met-mengsmering heen zijn, in de weer te zijn met stift en lineaal om de kortste routes te bepalen. Om daarna bij de camper naast ons, die van WoDi en WoUt, een rol boeklon te lenen en de kaart te vereewigen. Alsof het zou gaan regenen. En van 2:00 tot 3:30 slapen zou wel erg lekker zijn geweest. Maar de onderhuidse spanning wint het van slaap.

Ik weet niet zo goed waar ik aan begin. Ik kan het ook gewoon laten. Dit hoeft niet. Het aftellen tot dit onvoorstelbare avontuur, dat oneindig gaat duren, niet te bevatten ver gaat zijn, en ongetwijfeld tot allerlei pijntjes en blessures gaat leiden, is al wel gestart, maar de lancering kan nog worden afgeblazen. Just like that. Ik kan het niet bevatten. Toch ben ik gelukkig te laf om te stoppen. Ik laat de trein kalmpjes op mij af razen. In plaats van schaapjes tel ik CP’s. En peins zonder piekeren. Dubbele espresso is overbodig bij het opstaan. En klaarwakker hoor ik dan ook hoe de wekker begint te piepen. Havermout naar binnen slobberen, bidons vullen, proviand en al het andere mee, en op naar de start.

Dat is de droom die geen droom is, die nog een keer door mijn hoofd gaat als we CP1 hebben gehad op het topje van de heuvel, achter een soort burcht, 230 meter boven het startpunt. Na de andere 3 CP’s is het nu tijd om weer af te dalen naar de fietsen die nog bij de start staan, en zo aan etappe 2 te beginnen. Licht aan, we springen op de fiets, en terwijl we het stadje uit crossen, om er de komende 31 uur niet terug te keren, nemen we een slok uit de bidon met sportdrank. Want nu zal het er hard aan toe gaan. De komende 56 km van etappe 2 brengen meteen ook 1500 hoogtemeters met zich mee. En omhoog gaat het! Steil! Laagste verzet. Lager gaat niet… en ineens toch wel, de ketting schiet aan de verkeerde kant van het grootste blad af. Met een hoop geknars en gekraak kom ik tot stilstand. Ketting wordt teruggelegd. Vieze handen boeien niet, maar een onbetrouwbaar derailleur des te meer. Heb ik weer! Het kreng maakt allemaal geluiden die er eerst niet waren. En we zijn pas net onderweg… nog maar 230 km te gaan. Of is het hier, op dit punt, al over? Hoop ik daar stiekem op? De race verlaten via een achterdeur, en de schuld kunnen geven aan materiaal en overmacht? Wat doe ik hier?

Hoe het begon

Na het winnen van de Midwinterrun kon ik met Patrick, mijn race-maat, mee terug rijden naar Eindhoven. En uiteraard zat ik naast mijn stoel (ja, ik kon meerijden, dus hoefde niet naast mijn schoeisel te lopen), dus toen hij vroeg “Wat dacht je van een 32-uurs race?” dacht ik “Waarom ook niet?”. En, erger nog, dat zei ik ook. Precies de juiste timing, vriend. No way back, maar het was nog 3 maanden weg, dus tijd zat om te trainen. Of zo. Ik ben goed in te weinig slapen, dus 32 uur wakker zijn, dat zou wel lukken.

Ik rende een beetje, pompte mijn banden een keer op, en dacht er niet te veel aan. Naarmate 21 april dichterbij komt volgden de wisselende states-of-mind elkaar in exponentieel tempo op. Het begon met:

  1. Past een heel weekend weg om te racen in mijn agenda?
  2. Zou ik zo lang wakker kunnen blijven én bewegen?
  3. Is dit leuk?

Als je iets gaat doen waarvan je geen flauw benul hebt wat het precies inhoudt, kan je je prima druk maken om niet al te relevante dingen. Maar omdat je je dat zelf ook wel realiseert, is het best ontspannen. Het verandert pas als je de thermometer er eens in steekt: drie weken geleden zouden we samen een rondje gaan fietsen. En rennen, door de Peel. Ik had de hele winter niet gefietst (ja, naar mijn werk, en terug), en kwam beurs gebutst met zadelpijn thuis. Het rijtje ‘dingetjes’ was spontaan veranderd.

  1. Hoe voorkom ik dat ik na 100km op mijn trappers moet blijven staan omdat ik niet meer op mijn zadel kan zitten?
  2. Wat moet ik in ‘s hemelsnaam allemaal meenemen om het 32 uur vol te houden, als ik na 6 uur al niet genoeg heb aan twee snickers, een witte chocoladereep, een mueslireep en een zak winegums?
  3. Wat doet het weer over 3 weken? Waar ligt de Harz eigenlijk?

Je ziet, de kopzorgen worden al wat relevanter. Wakker blijven lijkt geen issue in het vooruitzicht meer. En of het leuk gaat zijn? Da’s ook geen vraag meer -het antwoord daar gelaten-; we doen het gewoon. Misschien helpt een zacht hoesje voor over mijn zadel al een stukje.

Wat er allemaal mee moet? Hier links zie je mijn mondvoorraad voor de eerste helft van de tocht. En dan heb ik de formidabele door Annelot zelf gebakken super-energie-koek er nog niet bij liggen, want die hoort natuurlijk vers te zijn. 250 kCal per uur? Lijkt me een mooie norm. Een snickers of halve chocoladereep volstaat dan net. Maar een standaard mueslireep haalt dat niet. We zullen zien.
Maar nu even terug naar die helling waar we inmiddels niet meer stilstaan, terwijl de andere deelnemers voorbij klimmen. Want ik ben geen fietser. Patrick wel, maar zijn sleepkoord gebruiken om me omhoog te laten trekken is mijn eer te na. Dus ik trap wat ik kan. Omhoog. Eindeloos lijkt het. Pas tegen de tijd dat we opnieuw moeten terugschakelen naar het laagste verzet (nu heel voorzichtig, want ik wil niet riskeren de hele transmissie bij een tweede vastloper helemaal naar zijn mallemoer te trappen) realiseer ik me dat we ook al een aardig stuk hebben gedaald tussendoor.

Eindeloos is ook maar betrekkelijk

Met al dat gedroom en gepieker over hoe ik in dit avontuur ben verzeild blijkt dat tijd toch kan vliegen. “Eindeloos” is misschien ook maar betrekkelijk.

(klik voor een grotere kaart)

Een pad linksaf waar we een paar uur geleden (ik zal niet meer ‘gisteravond’ zeggen) op de kaart in dachten te willen lijkt dichtgegroeid, en dus gaan we met een paar andere teams rechtsaf. Steil omlaag, lekker rutschen. Als ik even van mijn fiets stap op een tak uit het achterwiel te halen ruik ik ineens een brandlucht. De schijf van mijn achterrem schroeit een halve cirkel in het vlees van mijn kuit, doordat ik het achterwiel even tussen mijn benen geklemd had vanwege die tak. Natuurlijk! De energie waarmee ik net de berghelling onder me vandaan heb getrapt, is teruggevloeid in dat stalen schijfje op mijn achteras. En deze warmte is meer dan genoeg om het haar op mijn kuiten te ontleden tot iets minder welriekends. Hoor ik iemand mij uitlachen? Ik ben echt geen fietser… Maar één lichtpuntje: het wordt al licht.

Licht

Ik deed thuis een testje. Mijn hoofdlamp, een Chinese Cree XML-T6 van dx.com, bleef op maximale helderheid 3 uur branden. Volgens mij duurt een nacht langer dan dat. Even rekenen, en ik kwam uit op 12 uur duisternis tijdens de route. Ik bestelde een extra accu. Weer in China. Niet slim. Die kwam dus niet op tijd. Via Tinytronics.nl koop ik 6 lithium cellen, van die 18650 joekels (echte 3400 mAh van Panasonic, in plaats van Trust-, Ultra-, of Fandyfire rip-off’s waar wel “3500 mAh” op staat, maar waar dat bij lange na niet in zit, nog niet eens de helft). En dat werkte: 9 uur licht. Veel licht. Diepvriesdoosje er omheen, voltmetertje er in zodat ik ook weet hoeveel pep ze nog hebben, snoertje er aan, en ik zit snor.

Maar dat is pas de vrijdagochtend voor de race af, dus tot die tijd staat dat best hoog op mijn lijstje.

  1. Heb ik op tijd genoeg licht?
  2. Overleef ik mijn kaarthouder bij een koprol over het stuur?
  3. Hoe overleeft mijn rug m’n rugzak?

Ad 2: ik had -knutselkoning die ik ben- wat moois in elkaar gehackt: een lekker stevige draaibare kaarthouder van aluminium pijp vóór op mijn stuur die niet zou trillen bij het downhillen.

Versie 1.0

Maar ook best wel vieze wondjes en botbreukjes zou opleveren als ik voorover zou klappen op mijn stuur.

Dus butste ik die nog snel even om in een flexibele kreukelzone van aluminium strip waar ook nog een kaart op past.

Versie 2.0. Met kreukelzone.

(Het ontwerp is trouwens nog niet helemaal af: er zit nog een rammeltje van rond de 60 Hz in, waardoor het bij hobbelpaden niet zo lekker kaartleest.

Maar met wat modale analyses en wat demping kom ik binnenkort met een geoptimaliseerde versie 3.0.)

En Ad 3: woensdagavond tevoren was ik met een rugzak vol proviand en water een stukje gaan rennen, met als gevolg een tot bloedens opengeschuurde onderrug. Als dat al na 5 km gebeurt, wat blijft er van mij over na een marathonafstand? De onderkant van de rugzak blijkt een wat scherpe, harde rand te hebben, precies waar ik twee harde, scherpe botjes heb zitten. Inventiviteit vereist. Waar Monty Python’s Flying Circus het vooral moet hebben van absurde combinaties van normale dingen, zo levert hier de symbiose van de lijst met verplichte uitrusting en een hard randje de oplossing: ik naai onderweg in de camper naar het oosten mijn lange-mouwen thermoshirt met wat rijgsteekjes vast aan het ademende gaas van het rugzakje, als een zacht transpiratie-doorlatend kussentje. Twee vliegen in één klap (al ligt Wiesbaden, de woonplaats van het Dappere Snijdertje dat die gevleugelde uitspraak deed die later via ene meneer Grimm -of zijn broer; daar wil ik vanaf wezen- de literatuurgeschiedenis in ging als iets met zeven vliegen, niet in de Harz), dat was wat ik bereikte, want zo werd het, met dit weer overbodige, maar toch reglementair verplichte warme shirt, toch nog nuttig gebruikt: als comfort zone.

En, naarmate het uur U nadert, ziet U dat ik me vooral druk maak om de uitrusting. Omdat ik die in de hand heb (of kan hebben). En de race? Zal een hele kluif worden, maar ik houd mezelf voor dat je voor een 32-uurs wedstrijd over 240 km niet kan trainen. Beetje fit zijn, lekker uitgeslapen en lekker ontspannen aan beginnen, en dat komt wel goed.

Aan de schoenen zal het niet liggen. Ik vertrouw volledig op mijn blauwe Inov-8 Roclite 305’s. Monsterlijk lekker en robuust. Veel grip en met de voet lekker vlak op de grond. Water loopt er in maar ook weer uit.

Dus ben ik tot veel te laat in de avonden aan het knutselen en inpakken, en moeten er op het laatste moment nog wat essentiële dingen af. Lekker bezig. Maar, als alles dan donderdagavond laat eindelijk klaar is, pak ik een biertje en een uitstekende nacht slaap. De laatste…tot zondagavond, zoals zal blijken (geldt zowel voor dat biertje als de slaap).

“In de race komen”

Maar nu is het weer even klaar met dromen, en genoeg over licht. Het ís licht. De dag begint: het lijkt ineens wel een normale wedstrijd. Alle ontheemde gedachten zijn vergeten. Mijn top-3 is nu vooral actueel:

  1. Houd mijn versnelling het vol?
  2. Houden wij het nog 29½ uur vol?
  3. Wanneer mogen we weer gaan rennen? Want daar heb ik zin in.

We stoppen bij het volgende CP onder een bruggetje, en daarna buig ik mijn derailleurpad (net geleerd dat dat zo heet) recht. Niet te ver buigen, dan breekt hij. Maar dit maakt wel dat ik niet meer van 2 t/m 12 (van de 11) schakel maar gewoon van 1 t/m 11. Het laatste getik haalt Patrick er uit door wat op het stuur af te stellen. 1 zorg minder.

De tweede? Als we een vlak stuk fietsen en wat met een ander team kletsen blijkt dat zij het zelfde denken. Dat is dus normaal. Het is zo lang en zo ver, daar moet je niet te veel over nadenken. Laat je er gewoon doorheen vallen. Dat klinkt op de een of andere manier als een warm bad. Net zoals tevoren mijn gedachte dat 240 km in 32 uur minder dan 8 km/u betekent (en ik ren sneller dan dat, en wiel- al helemaal), vertrouwenwekkend scheen. Ongemerkt is al het zelfvertrouwen terug. Dat heet “in de race komen”.

En het derde puntje? Geen idee, want ik lees bij dit stuk op de fiets geen kaart; dat doet Patrick. Dus wat de route betreft tast ik op klaarlichte dag in het duister. Zo goed heb ik de kaart gisteren niet weten te memoriseren. Slaapdeprivatie is niet de beste stimulans voor het geheugen. Afzien wel, daarentegen, want ik weet nog heel goed dat toen het eind van de etappe in zicht kwam, er ineens een klim van bijna 300 meter hoogteverschil opdoemde, en even later nog eentje van 100. Net voor de klim staat organisator Winfried zonder leedvermaak te genieten van de afgepeigerde teams die passeren. Op het tandvlees ploeteren we naar boven, maar dan kan eindelijk de fiets worden neergegooid, het water bijgevuld, het porselein volgebaggerd en een wijsje worden gefloten. Want we zijn bij TA1, wat staat voor het eerste transition area (en daar is Winfried weer), en de volgende etappe heet hike.

Hike (za, 9:15)

Andere spieren, nieuwe kracht. Op de fiets voelden de benen nog als pap, want etappe 2 sloot af met een klim naar het hoogste puntje van het skigebied dat hier blijkt te liggen, maar lopend gebruik je kennelijk andere vezels die nog niet verzuurd zijn. Het valt bovendien op dat er nog niet veel andere teams lopen, en er stonden ook al zo weinig fietsen rond TA1. Zouden we ondanks kettingpech toch redelijk voorop liggen? Eigenlijk kan ons dat nu niet zo veel schelen; er kan nog zo veel gebeuren, en laten we eerst maar eens zorgen dat we de helft van de race halen.

  1. Hoe komen we vanaf TA1 bij het obligate stuk van deze route?
  2. Hebben we genoeg water en eten bij ons voor 6 uur lopen?
  3. Zouden we deze hike moeten stappen of rennen?

Naar deze top-3 kijkend, gaat alles uitstekend. Dit zijn geen zorgen, dit zijn oplosbare vragen. We fluiten niet voor niets een wijsje. ♫ De paden op de lanen in ♬ vooruit met flinke pas ♫ en zo denderen we de piste af, via een flank van een heuvel om niet te veel hoogtemeters te verliezen die we straks weer moeten klimmen, achterlangs het stadje Sankt Andreasberg. Zorg #1 is eigenlijk al weggenomen bij het TA, toen de organisatie vertelde dat we in het plaatsje zelf de gele weg, die het TA scheidt van de rest van de route, voor deze keer wel mogen kruisen. Normaal gesproken mag dat bij grote (gele en oranje) wegen niet,

tenzij het met haakjes is aangegeven. Dat maakt het plannen van de route soms best een puzzel. Bijvoorbeeld bij de allerlaatste etappe, maar dat zien we dan wel. Maar hoewel dat gisteravond bij de briefing nog voor verwarring zorgde, is deze hindernis vanuit de organisatie geslecht: de gele weg gebruiken tussen de bebouwing mag hier, al vinden we ook een shortcut die minder meters en hoogteverschil oplevert. Bergaf en vlakke stukken rennen we, bergop gaat lopend. Na het dorp, eenmaal in het prachtige natuurgebied, nemen de vogels het fluiten over. Gevoelsmatig hebben we al een heel stuk achter de rug (en dit is ook zo) maar het is nog pas half tien. Het voelt als een jetlag. We halen rennend een ander team in, “Wissenschaft Quedlinburg” zoek ik achteraf op, vorig jaar 3e. Maar met hun loopstokken wokken ze ons later weer regelmatig voorbij, bergop. Omdat het paadje versperd wordt door bomen wijken we wat af van de koers, raken het pad kwijt, en komen wat verder op de slingerende bosweg dan gedacht. Zo lopen we CP10 straal voorbij, net als het Duitse tweetal waarmee we vrolijk verder keuvelen. Pas 500 meter later realiseren we onze onoplettendheid, keren om, vinden het CP alsnog, op een overduidelijk plek naast een niet te missen bankje, maar dan zijn drie andere teams ons alweer gepasseerd. Het is hier minder eenzaam dan gedacht. Wissenschaft keert later om, en loopt dan weer achter ons. Het landschap is intussen fenomenaal: een soort hoge venen met dennenbomen, gedrapeerd over heuvels. De helder blauwe lucht vult zich langzaam met sluierbewolking, wat de zinderende zon aangenaam dimt. Dan komen we bij een stuwmeer. Heerlijk koud water. (In de verte staat Winfried, jawel. Ik heb alleen een GPS logger in mijn rugzak, maar volgens mij kan hij ons op de één of andere manier tracken.)

Het lijkt wel een scene uit de Hobbit. Iets met een ring van 240 km…

Het landschap rond het meer oogt apocalyptisch: kale lichtgrijze skeletten van dode dennenbomen omzomen de oevers. Wat is hier gebeurd, vragen we ons af terwijl we een snickers eten. Later lopen we weer langs een kaarsrecht kanaaltje, zoals ook in het begin van de route: de Rehberger Graben. Water uit de heuvels wordt naar het meer geleid, en via soortgelijke kanaaltjes weer langs een aantal watermolens, waar het vanaf de 17e eeuw werd gebruikt als energiebron. Bijkomend voordeel van dit cultuurhistorische artefact is dat het bijzonder vlak loopt. Tempo’tje +1. Toch raakt de fut er een beetje uit. Overwelmd door de warmte, ingesmeerd met zonnecrème of niet, en uitgedroogd? Ligt daar een restaurantje? Eenstemmig prevelen we “cola”. Maar de zaak blijkt dicht en verlaten. Dat valt tegen! Maar we gaan door.

Meer teams hier, sommige gaan tegen onze richting in. Maakt het veel uit? Met drie teams die wel dezelfde kant op lopen is het stuivertje wisselen. En onderweg praten we honderduit over eerdere adventure race ervaringen (die ik niet heb). Bij een CP vlak voor Sankt Andreasberg, als we bijna terug zijn, is er wat twijfel over juistheid van de kaart. Een volgend CP trekt ons een diep dal in onder het dorp. Waar we vervolgens weer uit moeten klimmen. De routepunten maken flink stijgen en dalen onvermijdelijk. We doen ons best op hoogte te blijven, maar de laatste klim de skipiste op is niet te omzeilen. Beetje bijkomen als we weer in TA1 zijn bij de fietsen. Met -eindelijk- de verdiende cola.

Rollen (za, 14:50)

(klik voor een grotere kaart)

Een soort kalmte heeft ons overmeesterd; iets van “dit loopt wel goed af”. Wat helemaal klopt als we naar beneden rollen, de ski-bult af. Over een soort gras-piste rossen we omlaag, in een flink tempo, zonder enige moeite. Dat na dalen klimmen komt weten we nu inmiddels wel. En dat klimmen, dat gaat ineens weer alsof we zojuist pas zijn gestart; onverwacht frisse benen. Ik ben nog steeds verbaasd hoe goed De Mensch zich blijkt te kunnen herstellen van een krachtinspanning. De loop-spieren bleken na het fietsen ongedeerd, maar de beurse fiets-spieren zijn weer helemaal hersteld na het lopen. Ik denk wel dat het strakke regime van uurlijks repen eten en continu drinken helpt. Maar ook het lichaam snapt kennelijk wat er van verwacht wordt en werkt coöperatief mee. Tof. De top-3 van dat moment is:

  1. Het wordt toch warmer en warmer. Drinken we genoeg?
  2. We liggen voor op schema. Betekent dat dat we op het end óók nog de bonus-etappe moeten doen? Da’s wel vér.
  3. Hadden we nou echt wel de slimste route bij etappe 1 gekozen, of was S-4-3-1-2-S korter geweest?

Als je niet verder gaat, komt er geen eind aan

Maar is dat ook wat jij, beste lezer, nu denkt? Of vraag je je af of je nou niet eindelijk eens halverwege dit verhaal bent? Want het wordt af en toe wel een beetje langdradig. Nou, ik zal je wat vertellen: we zijn hier nog eens niet halverwege de route, en ook niet halverwege de tijd. Ja zeker, het duurt nu nog vijf uur voordat we überhaupt halverwege zijn. Met andere woorden: de finish is nog eindeloos ver weg. En dat is precies wat ik hier probeer over te brengen. Dus: leef mee. En lees verder, want als je niet verder gaat, komt er geen eind aan.

Kanovakantie (za, 15:55)

Intussen winnen wij geen race met tegeltjeswijsheden, en dus rijden we hard door naar TA2, aan het water ten zuiden van de stuwdam. Één fiets wegleggen, de andere op de kano binden, en de inventaris laten checken door de organisatie. Er is namelijk een verplicht lijstje attributen dat mee moet, waaronder een warme trui (oftewel een zacht kussentje onder aan mijn rugzak), een fluitje ♫ en een break-light. Alles is aanwezig, we mogen door, en we peddelen tegen een licht windje in het meer over. De koelte van het water voelt weldadig. Het lijkt wel eventjes vakantie tijdens etappe 5. En eigenlijk is het dat ook! Wie ziet er nou in 32 uur alle mooiste plekjes van het gebied? Dit is de Harz voor Japanners, maar dan zonder camera. Flits.

Etappe 5b is onaangekondigd: 500 meter sjouwen met een kano. En een fiets. En ook nog zo snel mogelijk. En dan begint het feest: van die ene Adventure Race die ik ooit eerder heb gedaan vond ik dat het leukste onderdeel: de Run-Bike etappe.

(klik voor een grotere kaart)

Even wat uitleg: met een team van 2 leg je 1 etappe af, met één fiets. Geen tandem, en ook niet met z’n tweeën op de fiets; dat mag niet. Één van de twee is dus het haasje, en moet lopen. Maar het is wel haasje-over, want na pak-weg driehonderd meter ligt daar ineens een fiets in de berm. Daar spring je op, rutscht er vandoor, scheurt je maat een eind voorbij, waarna je de fiets weer in de berm smijt. De uitdaging is om elkaar niet bij een splitsing uit het zicht te verliezen en kwijt te raken, dus communicatie over de route is essentieel. Ik vind het leuk. We doen over 15 km buitenspelen net geen 2 uur; de totale klim is iets van 600 m. Soms gaat fietsen niet, en draagt Patrick -wat een koning!- de MTB op zijn nek omhoog, of klautert hij er mee over complete bomen heen. Het landschap rond het meer is prachtig, en de bliksemsnelle afwisselingen van rennen en fietsen houdt ons mentaal vlijmscherp.

∞ fietsen (za, 18:50)

Dát verandert snel als we weer gaan fietsen. Eentonig de berg op vanaf het meer, bijna 10% helling, bijna 5 km lang. Wat aanvankelijk begint met een aangename roes -frisse benen, weet je nog- wordt uiteindelijk een toestand van half-slaap. Alle urgentie verdwijnt, mede onder invloed van de rozig-makende avondzon. En aan het eind van de klim, bij het CP, met uitzicht over het meer, ploffen we welgeteld 120 seconden neer op een bankje. Maar dan gaat ineens de mentale wekker. We moeten door! De schemer valt, tijd om weer wakker te worden. We liggen niet meer vóór op ons schema. De kaarten zijn kennelijk opnieuw geschud (en we hebben een tikje langer in de heuvels bij het meer lopen spelen).

  1. Zouden we nog wel genoeg tijd over hebben voor de -laatste- bonusetappe?
  2. Het wordt ineens kouder; hebben we wel genoeg kleding bij ons voor de nacht? Ik heb gelukkig nog een ‘kussentje’ achter de hand.
  3. Als het langzamer gaat dan gedacht, hebben we dan wel genoeg licht (lees: accu-lading) voor de oriëntatie etappe, die ik op een aparte batterij loop die niet aan mijn fiets hangt?

Het duurt even voordat ik me realiseer dat de nacht niet langer duurt wanneer wij er langer over doen. De zon draait in tegenstelling tot wijzelf rondjes zonder moe te worden. En hoe later we aan de oriëntatie-etappe beginnen, des te minder stroom we nodig hebben.

(klik voor een grotere kaart)

Maar het wordt nu wel snel donker. Net zo snel als wij de helling af scheuren, flink afgekoeld door de rijwind die het vocht op de bezwete huid laat verdampen. Fantastisch hoe een adelaar een stukje vlak voor ons uit vliegt, schuin boven de fietsen. Wát een vleugels, denken wij over hem; wát een snelheid, denkt hij over ons. Het volgende CP vinden we nog net bij schemerlicht, maar bij het daarop volgende is het toch echt donker. Hoewel het vlak bij een weg ligt, althans, op de kaart, blijkt het 30 meter meter hoger op een rots te zijn gelegen. Maar ook dat blijkt niet te kloppen: we hebben hier een CP met een hoog Woudlopers-gehalte te pakken. We vinden een aanwijzing met een koers en afstand: een projectie. Turend langs het peilkompas doemt een steeds luider gezoem voor ons op, wat uit de richting lijkt te komen van een paar rode en groene lampjes. Die op hun beurt weer op ons af komen: ze zitten vast aan een drone, die ons even komt filmen. Krijgt elk team zijn persoonlijke video naderhand, of zit het camerateam ons toevallig op de hielen? Geen tijd om over na te denken, want we moeten naar het uitgepeilde punt op de andere flank van het dal. De peiling klopt voor geen meter, maar de beschrijving, “Bergmannsbaude”, laat geen twijfel. Deze etappe liggen alle CP’s “iets” hoger dan de weg. Wat een “leuk” thema (haha). Dus ook hier een paar tiental meter trappen op. Even later, weer beneden bij de fiets, zien we dat we die beter meteen mee omhoog hadden kunnen zeulen, want het logische vervolgpad loopt vanaf het Baude verder. En zo klimmen we voor de tweede keer de trappen op.

Later deze etappe zal nog een baas-boven-bazige zendmast volgen, met 20 trappen boven de boomtoppen uit-tronend. In de verte zien we vanaf het topje van de toren (natuurlijk hangt de SI van dit CP niet beneden, wat denk je zelf?) een paar MTB koplampen. Dat moeten wel andere teams zijn. Wie anders fietst hier om 22:45 door de bossen? Maar ze zijn ver genoeg weg om ons niet opgejaagd te laten voelen. Alleen de temperatuur maakt dat we gauw verder gaan, want ondanks een windjack is het fris hier boven. De laatste kilometers naar de start van de kompas-oriëntatie etappe vliegen voorbij; ze gaan dan ook omlaag, en we komen fit aan in TA4.


De zak proviand die we tevoren hebben ingeleverd, en hier kunnen terugkrijgen, naar keuze vóór of na etappe 8, laten we nog even voor wat die is, want anders moet de inhoud te voet mee gedragen worden op het volgende traject. Er zit nog wel genoeg voer in de rugzak en op de fiets voor de komende 16 km rennen. Bovendien is dit het TA met broodjes worst, borrelnoten, chips, tuc’s, pinda’s, koek en bananen. Dus we schranzen een energie-buffer naar binnen, schieten tussendoor een pijl in de roos van een schietschijf (scheelt weer 10 straf-minuten), en vullen de waterzakken. Kompas mee en lopen. Wat kan er mis gaan?

  1. Hier zouden we goed in moeten zijn, dus dat legt wat extra mentale druk. Kunnen we deze extra spanning die op onze schouders rust wel aan? O, o, wat spannend!
  2. De tijd vliegt, de bonus-etappe zit er wellicht niet meer in, maar lukt de oriëntatie etappe überhaupt nog wel helemaal?
  3. Wat doet de kou deze heldere nacht?

Koersen (zo, 0:00)

Bij het tevoren uitstippelen van de routes hebben we al wat voorbereiding gedaan en de kompaskoeren ingetekend, maar kennelijk waren we toen minder scherp dan nu, want het was toen niet opgevallen dat een aantal CP’s volgens hun omschrijving bij hoogspanningsmasten liggen. En die palen staan doorgaans vrij nauwkeurig op 250 meter uit elkaar. Dat maakt het een eitje, ware het niet dat ik telkens een 5° ruimere koers peil dan zou moeten. We zitten telkens te ver “naar rechts”. Da’s niet zo erg in het open veld, waar je de CP’s toch wel ziet liggen vanaf 50 meter afstand dank zij de riante reflectors, maar op weg van CP34 naar naar CP35 blijkt dat funest. Aanvankelijk lopen we er scherp op af, maar omdat het een redelijke jungle wordt halverwege en we een wat begaanbaarder brandgang volgen, komen we té noordelijk uit. We volgen een stroompje, dat op kaart staat, maar zien geen CP. Denkend dat we er al voorbij zijn lopen we maar terug naar het referentiepunt, CP34, en proberen het opnieuw, maar wijken nu met opzet wat te ver naar het noorden af, zodat we zeker weten dat we de beek naar het zuiden moeten volgen. En zo lukt het, zij het met een dik half uur vertraging, het CP te scoren. Achteraf verraadt de GPS track dat we er in eerste instantie vlak bij waren. Dit is nog wel een dingetje om te trainen. En ik dacht nog wel dat we hier bovengemiddeld zouden scoren. Dompertje.

(klik voor een grotere kaart) Je ziet ons dramatisch verkeerd lopen van CP34 naar CP35. Twee pogingen hebben we nodig.

Eerst maar CP37, en dan 36. De streepjes, een spoorlijn, zijn een robuuste stoplijn, dus daar mikken we op. Aan de spoorlijn staat een wachthokje. Met een reflector en een SI-station. Het zal toch niet…? Dat moet wel de shelter / Schutz zijn van CP36. Zou die opdracht dan zo doorzichtig zijn? Dat kan haast niet. Waarom sturen ze ons eerst naar een redelijk lastig punt in een cirkel op de kaart waar niets herkenbaars getekend is, om ons vervolgens via een slingerend pad (de rode stippellijn) naar een juist uiterst herkenbaar punt op de kaart te dirigeren? Bovendien: als je vanaf CP37 terug komt lopen kijk je pal tegen het wachthuisje aan en in de nacht kan je dan de reflector die er aan hangt niet missen. Wie eerst naar CP36 gaat lopen zoeken heeft pech en verliest veel tijd; wie eerst CP37 aandoet wint met twee vingers in de neus de loterij.

TA4, daar waar slaperigen slapen, en hongerigen hongeren -pardon- eten. Je kan er ook schieten, maar dan weer geen everzwijn. Verderop in het dorp wel Spanferkel, trouwens. Maar dan weer niet om deze tijd. Wat moet je met deze info?

Een loterij is het overigens wel bij CP37. We moeten bij een omgevallen boom zijn. En daar ligger er daar meer dan genoeg van. Met iets meer geluk dan wijsheid vinden we de speld in de spreekwoordelijke hooiberg, en kunnen dan als de wiedeweerga terug naar de start, TA4. Het hele stuk rennen we.

Het TA is ineens 10 keer drukker bevolkt dan toen we hier 3½ uur terug waren.

Superkoek

Nog wat eten, en eten, en eten. Pasta, worstjes, nootjes. Alles smaakt even lekker. Omdat we al bijna op ¾ van de wedstrijd zitten, met nog maar 8½ uur te gaan, is inladen van een hoeveelheid eten gelijk aan die van de 1e helft zwaar overdreven. En dan bedoel ik letterlijk zwaar. Dus een hand vol repen blijft achter. Zo zal ik nooit weten hoe de muesli-choco bars van AH smaken, en de choco-sinaasappel repen van Decathlon verliezen het ook van de droge worst en de onovertroffen door m’n dochter zelf gebakken energie-koek.

Autopilot (zo, 3:35)

Meer op de automatische piloot dan iets ander trappen we de uren weg tot het daglicht. Af en toe slaperig, dan weer wakker. Maar vooral murw door de uren en uren zonder slaap en de eindeloosheid. Bosbouwers zijn geen mannen meer met een rood geruite blouse en een bijl over de schouder.

Doorgaan is gewoon een kwestie van niet stoppen

Nee, ook niet met een motorzaag en een baard en een maf hoedje op. Ze zitten in loodzware machines die de bomen uit de grond plukken en ter plekke in planken zagen. Althans, dat vermoed ik. Wat ik wel zeker weet is dat ze knie-diepe bandensporen achterlaten met een vuist-diep profiel van ribbels die door merg en been gaan als je er met je MTB overheen probeert te rijden, tevergeefs proberend de snelheid hoog te houden en niet te vloeken. Dat laatste is niet te vermijden als de kaart niet blijkt te kloppen op een gegeven moment. Maar kan de kaart er wat aan doen als iemand wat extra wegen heeft gezaagd uit deze houtplantage? Zou ik ook doen, gezien de woekerprijzen voor timmerhout bij de bouwmarkt. Het geld groeit hier niet áán de bomen, het zíjn de bomen!

(klik voor een grotere kaart)

Maar enfin, dit geeft de kans weer even de misser met de kompaskoersen daarstraks goed te maken, en onze oriëntatieskills te laten zien, want weldra herpakken we de route en pakken het volgende CP als we rap weten te herleiden waar we staan aan de hand van de hoogtelijnen op de kaart. Wat we niet weten?

  1. Klopt dat CP bij het stationnetje wel? Dat ging te makkelijk. Aan de andere kant: dit is geen WOR.
  2. Wat doet de temperatuur? Zo lang we in beweging blijven gaat het wel goed, of moet ik toch mijn thermo van mijn rugzak lostrekken?
  3. Houden we Klaas Vaak achter ons, of zal de slaap ons overmeesteren, zoals zoveel teams bij TA4, die onder nood-dekens op bankjes tegen elkaar aan lagen te ronken?

De zon komt voor de tweede maal op vandaag. Dat is toch wel een verwarrende ervaring. Gevoel voor tijd is helemaal verdwenen. De herinnering aan de uren op de fiets tot aan de laatste oriëntatie etappe zitten nu meer als een time-lapse video in mijn geheugen: snelle flarden flitsen schichtig voorbij.

Vreten, tot we een ons wegen

Chronologie ontbreekt. We eten tot we een ons wegen, en drinken de bidons lichter. Eindeloos veel bomen zijn de getuigen. Ik vlieg terloops een keertje over de kop als mijn voorwiel in de slappe klei van een dammetje over een greppeltje blijft steken. De kreukelzone van mijn kaarthouder op m’n stuur werkt perfect: de kaart staat nu in een totaal verbogen stand, maar ik heb geen schrammetje. Onverstoorbaar gaan we door. Elk kruispunt gaan we een bocht om. Geen dal of er volgt wel een heuvel. Maar ineens is daar weer een plaatsje. Friedrichsbrunn ligt er verlaten bij. Wie komt hier nu om kwart over zes in de morgen?

Ochtend-O (zo, 6:15)

Het antwoord is duidelijk als we ons bij TA5 melden. Hier zijn nog niet veel teams geweest. Een twintigtal fietsen schat ik, meer niet. Één team is al 5 uur bezig met de volgende etappe, en ze zijn nog niet terug, horen we. Als wij er ook zo lang over doen wordt het krap om op tijd bij de finish aan te komen, laat staan om nog wat van de bonus etappe te kunnen doen. 12:00 is de deadline. We schatten drie kwartier nodig te hebben voor de weg terug naar Thale, naar de finish in het Bergtheater. Dus we hebben nu nog precies 5 uur de tijd voor 30 km oriëntatielopen. Ik grap: da’s een hele Woudlopers Oriëntatie Run. Maar dan in minder tijd, met meer hoogtemeters.

Dit is een kolfje naar mijn hand. Zorgvuldig geplande routes vermijden overbodige hoogtemeters. Één kilometer omlopen staat gelijk aan 100 meter stijgen. Dalen gaat doorgaans wel ongestraft, mits niet te steil; het levert zelfs snelheidswinst. Maar iets zegt me dat we niet op De Oneindige Trap van M.C. Escher lopen, en je netto even veel daalt als stijgt als je eindigt waar je begint: bij de fiets. Dus er zit niets anders op dan hoogte te houden waar het kan. De snelste lijn tussen twee punten is in elk geval qua hoogteprofiel een rechte lijn. Bijna, dan. We doen het goed, punten volgen elkaar snel op. Geen foutje maken we. En toch…

  1. Hebben we genoeg tijd? We hadden al besloten dat 4 van de CP’s van deze etappe wel héél veel hoogtemeters kosten. Maar het heeft geen zin om reguliere CP’s te laten liggen ten gunste van bonus CP’s. Voor de eindscore althans. Maar als die teams voor ons al minstens 5 uur nodig hadden…?
  2. Die bonus, die hoeft niet meer, als we toch niet alle reguliere CP’s hebben. Die kan ook niet meer, gezien de tijd. Dus hierna nog 8 km fietsen, geen 56. Dat vooruitzicht scheelt.
  3. Is 30 km hardlopen überhaupt niet een tikkeltje veel in deze fase van de wedstrijd?

Omdat ik hier weer het kaartlezen voor mijn rekening neem, weet ik me nog veel meer details te herinneren dan van de fietsetappe. Maar laat ik mijn lezers de details besparen. Wil je horen hoe de cafeïne-gel smaakte? Of de muesli-citroen reep? Waar we het over hadden? Dat er een steentje in mijn schoen zat? Dat we al na een paar minuten de windjacks uittrokken, omdat het ineens een stuk warmer was geworden? Dat we al die tijd verder niemand tegen kwamen? Dat één van ons op een gegeven moment letterlijk aan het slaapwandelen was. Maar dat dat na een bijna verticale afdaling om een vallei met een beek over te steken heel snel over was? Nee, dat wil je toch allemaal niet weten? Ik spoel even snel vooruit tot het weer spannend wordt.

»FFWD (zo, 8:45)

Dit is het tijdstip dat ik normaal gesproken op de fiets zit naar m’n werk, en de betere ideeën van de dag ontstaan. Of liever gezegd, de onderbewust gerijpte ideeën van de nacht een weg naar het oppervlak van het bewustzijn vinden. Zo ook nu. We beginnen aldus te rekenen: nog 2:30 te gaan, per CP hebben we telkens 30 minuten gelopen, en we moeten er nog 3, en dan terug naar het TA. Dat laat nog wat ruimte. Als we nou toch nog één van die punten die we in eerste instantie lieten liggen omdat die buitensporig veel extra hoogtemeters kosten zouden meepakken, dan zou dat nét passen. Mits we het tempo opvoeren. Maar als het nou niet lukt, dan komen we te laat aan. Elke 10 minuten na 12:00, te beginnen bij 12:01, kost ons een CP. Dus als we het niet halen is deze exercitie voor niets, en als het tegenzit en we komen pas om 12:11 binnen, dan zijn we zelfs duurder uit. Het is een gok. Maar wel een verstandige gok. En een spannende! Niet geschoten, altijd mis. We besluiten de beslissing nog eventjes uit te stellen tot CP50: daar zullen we kiezen of we eerst langs CP48 gaan, of direct via CP49 n CP51 naar het TA.

(klik voor een grotere kaart) CP45 t/m CP47 liggen niet vér uit elkaar, maar je struikelt er over al die onhandige hoogtelijnen, waardoor het effectief zo’n vier kilometer langer is dan het lijkt in vogelvlucht.

Cool plan! Ineens is alle slaap verdwenen. Ineens is er geen cafeïne meer nodig. Ineens is er een bak energie aangeboord en trekken we alle registers open. We rennen weer omhoog, steken dwars door het groen naar CP50, en hebben maar een paar tellen nodig om definitief te besluiten: We doen het!

In looppas spurten we naar het noorden. Ineens zijn daar ook weer andere teams. Ze komen uit alle richtingen. We negeren ze. Wij hebben ons eigen plan. Dat het pad langs een rivier omlaag loopt benoem ik maar even niet. Die daling moeten we ook weer klimmen. Ik weet dat Patrick iets minder achter de beslissing staat om CP48 mee te nemen dan ik. En ik houd mezelf voor dat we wel binnen het half uur op de top bij CP48 staan, hoewel méér meters dalen en stijgen niet in het plan zat. Alles zetten we op alles, om er snel te komen, en inderdaad, na 25 minuten is het CP gevonden. Even lang doen we over CP49. Maar CP51 ligt weer op een topje.

Nog één laatste klim, nu met overal andere teams om ons heen. Het is met alle verzuurde spieren bijna niet te doen om over de immense keien rond de top te klauteren, op zoek naar de SI-unit bij dit CP. Dit is zonder twijfel het best verstopte punt van de hele race. Maar Patrick ziet hem hangen, en dan is het klaar. Dit voelt al als finishen, en we hebben nog anderhalf uur de tijd.

Toch willen we geen tijd verliezen. Het leuke van dit soort races is dat je geen idee hebt wie op dat moment je tegenstanders zijn, en hoe die er voor staan. Al die andere teams die hier rondzwermen hebben misschien wel meer of minder punten gevonden. De enige invloed die je er op hebt is zelf zo snel mogelijk te gaan. En hoe pittig dat ook lijkt na ruim 30 uur non-stop sporten, het is een betrekkelijk simpele opdracht. Simpel is goed. Niets doet nu nog pijn.

Eindsprint (zo, 10:45)

(klik voor een grotere kaart)

Terug bij het TA. Snel op de fiets. Andere kant op dan de andere teams. Wij hebben een slimmere route gevonden, die alleen maar omlaag gaat. Laat hen maar de kortere weg fietsen, bergop. Wij rutschen omlaag. Ehhh… waarom gaat ons pad omhoog? Dat was niet de afspraak.

Blijkt dat hoogtelijnen lezen soms net wat te veel gevraagd is na 31 uur. Met de fiets aan de hand akkeren we voor de laatste keer een helling op. Ploeteren. En doorgaan. Maar niet veel later gaan we alweer naar beneden: wat een snelheid! Een laatste heuveltje over naar de Hexentanzplatz, brullend van de inspanning trappen we het asfalt onder onze wielen vandaan. Maar wat zou het, we zijn er! Fiets laten vallen, het theater in rennen, SI voor het laatst inleggen, en uitlezen.
Spierpijn komt later wel, nu kunnen we nog trap-af lopen, naar het podium in de diepte. Daar staat organisator Winfried weer, om ons eigenhandig een medaille om te hangen. Het is gelukt! On-voor-stel-baar. (zondagmorgen 11:17)

Dan doet alles pijn. Alle spieren tegelijk. Vooral bij het oprapen van de fiets, bukken om veters los te maken, opstaan van een bankje. Maar ja, we zijn dan ook alweer een uur verder, wanneer het vochttekort is aangevuld met ein großes Weißbier, en daarbij een Pommes met ein bisschen zu viel mayo. Verdiend, zou ik zeggen. Dan komen die gedachten weer, dat denken dat nooit stopt:

  1. Zouden we nou nog meer punten hebben kunnen scoren in die laatste 45 minuten?
  2. Hebben we die laatste afdaling nou wel of niet goed gekozen?
  3. Was dit het nu? Het zal toch niet waar zijn dat ik dit ooit nog een keer wil doen? Aiaiai…

Denken aan van alles, voldaan, trots, dat het best mee viel (haha), bier, dat je onderweg herstelt, dat we geen grote problemen hebben gehad, geen blessures, aan sportdrank, eindeloos veel energy bars, en of er nou een vals CP hing bij het stationnetje, stromende bergbeekjes, gevulde koeken, lammetjes, blauwe zwaailichten, de hele mikmak door elkaar. De laatste gedachte is dat de zon in mijn gezicht brandt, en dan realiseer ik me dat we inmiddels met het campertje bij het honk staan waar de prijsuitreiking weldra plaatsvindt, in het zonnetje, en dat we zomaar 2 uur geslapen hebben. De eerste sinds vrijdagmorgen! Over een kwartier is er eten. Ik krijg niet genoeg van eten, permanent honger dit event. Gretig schept iedereen zijn bord vol, vooral vlees. En dan is het zo ver, de prijsuitreiking.

De verrassing van de race

Winfried is geen man van weinig woorden als er veel mensen luisteren. Maar ja, een race van 32 uur sluit je niet in een halve minuut af met een snel prijsuitreikinkje. Als het onderdeel Pro-2, onze categorie, aan de buurt is gaat er een schok door me heen als er “31 uur 17” genoemd wordt. Waren wij niet om 11:17 binnen gekomen? Dat kan niet waar zijn. Dat is het wel. Als door een bij gestoken springen we op (waar die kracht ineens vandaan komt?) en lopen naar het podium. Een bronzen medaille, wie had dat gedacht? Vol ongeloof geniet ik er van. Direct achter het andere team Dutch Adventure geëindigd. We zijn ze nog een rol boeklon schuldig. Die was het waard!

Graag zou ik nog uren in het zonnetje hier bier drinken om het te vieren. Maar de allerallerallerlaatste etappe is een zware, misschien we de zwaarste van allemaal: nog zes uur naar huis rijden. Nu maar hopen dat Patrick me niet onderweg vraagt voor een 72-uurs wedstrijd, want dit is niet het moment dat ik daar weerstand tegen kan bieden…

Epiloog

Doe ik dit nog een keer? Vast. Volgende week? Nee! Het is slopend. Bij een kort oriëntatieloopje de woensdag er na haken de benen eerder af dan normaal. De eerste dagen van de week heb ik wel zin, maar geen fut om dit verhaal te schrijven. Maar tegelijkertijd: het idee dat we dit volbracht hebben, dat je 32 uur kan top-sporten, dat het lichaam een gigantische veerkracht heeft, dat geeft een enorm zelfvertrouwen, en denken aan ons onvoorstelbare resultaat geeft een enorme energie. Deze unieke ervaring is de moeite meer dan waard.

Ik kan het niet laten nog even naar etappe 1 te kijken. En wat blijkt? Onze volgorde was niet langer dan het alternatief, dus daar was achteraf niets mis mee.

Probeer zelf maar eens de kortste route vanaf de start langs (1), (2), (3) en (4), en terug naar start te bepalen.

En zodra de volledige uitslag op de site van The hARz staat kan je ook nog een analyse van de resultaten, teams, CP’s, en etappes verwachten. Maar op dit moment vind ik dat ik wel genoeg geschreven heb. Het moet natuurlijk niet langer duren dan de race zelf…

Wil je op de hoogte blijven van updates? Laat dan hier rechts even je email adres achter, en je krijgt mail als ik iets nieuws schrijf.

de Posbankloop: veel succes!

Winnen is makkelijker dan meedoen

Al Jaren wilde ik een keer meedoen aan de Posbankloop (de oriëntatieloop, niet het rondje achter elkaar aan hollen met dezelfde naam later in het jaar). Maar telkens paste het niet in de agenda’s. Nu ook niet helemaal, met een week werk in San Jose (CA) voor de boeg, maar met wat wrikken viel het tussen de andere weekendprogrammaonderdelen te wurmen. Eindelijk…

Wat maakt de Posbankoriëntatieloop dan zo interessant, vraag je je af? Het is een van de weinige wedstrijden op Nederlandse bodem met significant reliëf. Niet van die heuveltjes die leuk zijn om je op te oriënteren, maar echte kuitenbijters die je dwingen goed op de kaart te kijken bij het kiezen van de slimste route, om niet zozeer kilometers, maar vooral hoogtemeters uit te sparen. Met zoveel stijg- en daalbewegingen leent dit zich vervolgens uitsteken voor een analyse van hoe ik liep, en of het beter had gekund. Want op zich was het weliswaar goed genoeg (ik won de wedstrijd), maar na het lezen van dit schrijven weten alle tegenstanders de volgende keer ook hoe het moet.

Het begon met het bekijken van een oude kaart van het gebied. Ik was hier nog nooit geweest, maar digitaal kan je je alvast voorbereiden door de kaarten van eerdere wedstrijden te bekijken, maar ook bijvoorbeeld door eens een ANH2 reliëfkaart op te zoeken, om een idee te krijgen van de topologie. Zo viel me op dat de Posbank in feite een soort half weggespoelde zandflank is, met een typische boom-structuur van geulen die van boven naar beneden lopen, en zich telkens samenvoegen tot bredere en diepere geulen. Deze kennis helpt wel om het hoogtelijnen patroon vorm te geven in je hoofd.

Bij de Posbank loop is het niet toegestaan van de paden af te gaan, omdat ze door Nationaal Park Veluwezoom heen loopt. Dat betekent dat je doorgaans maar een beperkt aantal routekeuzes hebt. De kortste is meestal wel snel te identificeren, maar het is dan de vraag of dat ook de snelste is. Loopt een route die misschien iets langer is over de hele lengte geleidelijk omhoog, maar gaat de kortere eerst omlaag, en daarna noodgedwongen verder omhoog, dan is dat niet altijd sneller. Omhoog loopt iets langzamer dan vlak, en omlaag loopt weliswaar weer iets sneller, maar niet zoveel dat het elkaar opheft. En als het afdalen te steil gaat, wordt het zelfs weer langzamer dan vlak vooruit.

Laten we eens inzoomen op een paar interessante keuzes. Nou ja, eigenlijk op alle benen waar wat te kiezen viel, want veel waren keuzevrij, dat wil zeggen, er was daar, met het gegeven dat je niet van de paden af mocht, maar 1 reële mogelijkheid.

Maar het begon al meteen goed. Tijdens de route naar post 1 had ik mooi de tijd om wat vooruit te werken, zodat ik tot post 5 min of meer in mijn hoofd had zitten wat ik ging doen, voor ik goed en wel van de verharde weg af was. En van 1 naar 2 waren er meerdere opties.

Het lijkt soms visueel bedrog, als je iets voorbij een post moet lopen om er te komen, terwijl een andere route weliswaar meer slingert, maar wel in de buurt van de post in sterkere mate in de richting van de paarse lijn loopt (de lijn tussen de cirkels 1 en 2 in dit geval): dan lijkt de route die meer in de richting van de post ook daar aankomt korter. maar met de rechter optie op het kaartje hier naast leek het alsof ik wat meer zou moeten stijgen en dalen bij de zigzag in het pad, maar achteraf zie ik dat ik juist een flinke klim had op het eind die de alternatieve route niet had. Het verschil in afstand echter was 54 meter, in mijn voordeel, en dat maakt die 6 meter extra klimmen meer dan goed.


Door met been 5-6. Ik besloot om de rechter route te volgen omdat die minder hoogtemeters leek te maken. Als was het best lastig om te bepalen (zonder de tijd te nemen om stil te staan en eens goed naar de kaart te kijken om lijntjes te tellen). Het leek in elk geval een simpeler route, met minder keuzes (en potentiele fouten). Niets bleek minder waar, want toen ik het pad naar links pakte bleek dat toch sterker te stijgen dan ik dacht, en ook liet nadat ik weer rechtsaf was geslagen, het volgende pad aan mijn rechterkant wel erg lang op zich wachten. Achteraf zie ik dat ik een -best duidelijk- pad heb gevolgd dat niet op de kaart stond; geen vee-pad in elk geval.

Als je nu het hoogteprofiel analyseert lijkt het er op dat de blauwe route een stuk minder stijgt. Maar hij daalt toch ook wel een flink stuk. Rekenend kom ik op 2 meter minder klim en 4 hoogtemeters minder. En de afstand? Ik had 16 meter uitgespaard. Daar win je geen wedstrijd mee.

Als je op dezelfde punten vertrekt en aankomt, is het aantal extra hoogtemeters altijd het dubbele van de extra klim in meters. Toeval blijkt logisch.

Dan 6 naar 7: de noordelijke route lijkt in eerste instantie korter. En dat is die ook. De 16 meter die ik net uitspaarde liep ik hier dan weer langer. maar daar staan 8 meter minder klimmen tegenover. Dat is wel 16 meter omlopen waard, denk ik.

Vanaf post 9 liep Dirk Goossens vlak achter mij aan. Ik probeerde hem van me af te schudden, maar zoals zo vaak, is het, als de ander geen fouten maakt, een voordeel om iemand te volgen, met oriënteren. Tot we onderweg van 11 naar 12 een fout maakten. Ik liep voorop, maar vlak voor post 12 zag ik een pad dat van links de helling af kwam, en naar rechts weer op liep.

Tot nu toe klopten alle paden op de kaart uitstekend; nergens ontbrak wat of liep wat te veel (hoewel, was ik dat pad tussen 5 en 6 alweer vergeten?) dus ging ik er van uit dat hier 12 zou moeten staan. Er was wel een kuiltje (zoals er moest liggen volgens de postomschrijving) in deze hoek, maar dat was wel een erg minimale, en een symbool op de postomschrijving moet ook altijd op de kaart staan, anders mag deze niet gebruikt worden. Dus ik had beter kunnen weten, maar omdat Dirk even later ook liep te zoeken op deze kruising, gaf ik het niet te snel op. Anderhalve minuut kostte deze vergissing me.

Maar was dit ook de kortste route, of had ik beter het meer zuidelijk gelegen pad kunnen kiezen? Het antwoord luidt overduidelijk: neen, driewerf neen! Dat andere pad was 69 meter om, en bovendien zou ik weer 8 meter hebben moeten klimmen in plaats van monotoon naar de post te dalen. Daar staat wel tegenover dat ik in anderhalve minuut wel 150 meter om had kunnen lopen, als ik daardoor niet op de verkeerde plek naar een post had lopen zoeken. Maar ja, achteraf valt de appel altijd minder ver van de boom.

Conclusie: ik heb lekker gelopen, en best aardige keuzes gemaakt. En in dit schitterende terrein was het een feestje om te mogen oriënteren. En het mooiste van alles? Napraten in het huiskamer CC bij Dirk Zwikker, met een door Sadie zelf gebakken plak energy-kruidkoek. Wat een onvergetelijk evenement!

 

 

 

Lente op het Herperduin

Best goed gelopen, als zeg ik het zelf. Snelste Nederlander bij de Heren-21 (ja, zo jong ben ik; moet me sinds vandaag ook voortaan identificeren als ik bier koop bij de supermarkt). En het voelde als lente. Heerlijk temperatuurtje; zo warm dat na de finish het shirt uit moest om het niet te begeven van de hitte.

Afbeeldingsresultaat voor suunistuspeliDe tweede loop overigens met mijn eigen SI (SportIdent timing chip). En eentje met een nummer dat ik nooit ga vergeten, want toen ik vorig jaar een bubbel in mijn duimkompas had en een nieuwe bestelde bij OL-shop Conrad, en ook meteen het OL-Würfelspiel “SUUNISTUSPELI” in mijn winkelmandje stopte, bedacht ik dat ik om de verzendkosten per item te drukken, het tijd was voor een eigen SI en zag dat je zelf de ID daar van kon kiezen bij bepaalde types. Toen was de keus snel gemaakt, als staat de “Air”-functie in Nederland zelden aan bij wedstrijden. Maar ach, met 8160972, oftewel 8-mijn-geboortedatum, loop ik toch een stuk sneller door het bos… Oeps, nou blijkt dat hele leeftijdsverhaal hier boven uit mijn duim gezogen. En dat terwijl je een SI doorgaans om de wijsvinger draagt.

De race

Aparte start. Ik had nog niet eerder meegemaakt dat je eerst de timing chip inlegde (en de tijd ging lopen) en je pas daarna de kaart kon pakken. Maakt op zich niets uit, maar het leverde een fractie van een seconde verwarring. Meestal gaat het andersom.

Het eerste been was meteen door dicht struikgewas en kreupelhout. Zou dit tekenend terrein worden voor de hele route? Dan wordt omlopen vaker aantrekkelijk. De snelheid door groen (rood hier naast) is ruimschoots minder dan de helft van de route over paden (groen hier naast; kan je het nog volgen?). Desalniettemin was doorsteken nog steeds sneller, al had ik beter iets eerder ten westen op het pad kunnen uitkomen.

De volgende posten gingen soepeltjes, maar van 6 naar 7 verloor ik even mijn scherpte. Ik dacht dat ik al wat verder naar het zuiden liep toen ik het pad (in het midden van dit kaartje) overstak, hield het donker groene bosje links van me (wat een ander groen bosje bleek) en kwam uit op de rand van een heuveltje met dichter bos, waar ik de post vermoedde. Maar die stond daar niet.

Ik liep de vet-gedrukte route, maar dacht de gestippelde route te lopen, een stukje verder naar het zuiden.

Terug naar het vorige pad (volgens het boekje: bij verdwaaldheid terug naar het laatste bekende punt) was geen optie dus dan maar verder westelijk naar het volgende pad. Vreemd genoeg maakte ik ook nog eerst een 90-graden fout en liep naar het noorden in plaats van westen. Maar met een verlies van 2 minuten vond ik uiteindelijk de post, nét voor twee andere lopers, die geluk hadden dat ik daar was op dat moment.

De rest liep op rolletjes, waarbij ik wel moet opmerken dat het een geluk was dat het schrikdraad tussen 10 en 11 uit stond, want ik klapte, omdat ik ze totaal niet gezien had, dubbel over de draden naast het paadje. Maar in plaats van dat ik er overheen rolde, wat me weer wat meters gescheeld had, liep ik er toch maar netjes om heen, door het klaphek.

Bij de volgende posten ging vermoeidheid een rol spelen, want het was geen licht terrein, met alle boomstammen en takken, maar omdat er wat meer lopers in de buurt waren, hield ik de vaart er in. Peer-pressure.

Overigens wel opvallend: ik had de andere kaarten niet gezien, maar als je achteraf op Strava kijkt naar alle Flyby’s, dan valt op dat de verschillende routes wel heel erg samenvallen. Misschien stonden de posten een tikkeltje anders, maar het lijkt er op dat de kortere omlopen gewoon de langste zijn met wat shortcuts. En ik altijd maar moeite doen om geen benen samen te laten vallen als ik banen leg.

Lekker wedstrijdje was het. Mijn eerste “normale oriëntatieloop” van dit jaar, na alle lange orienteering challenges.

Rap door donker Ravenstein

Een klein stadssprintje door het vestingstadje Ravenstein: zo opende de Interland 2018 met een prachtig visitekaartje voor een internationaal publiek. Over gladde kasseien, langs een molen, een kinderopvang, langs grachtjes, een kasteeltje, hofjes, en stadswallen. Kortom, een typisch Hollands tafereeltje.

Voor een één-op-drieduizend kaartje waren de doorgangetjes en vooral de niet-doorgangetjes toch nog behoorlijk pietepeuterig, en ik heb dan ook dikwijls een onpasseerbaar steegje over het hoofd gezien. Nou ja, ik bedoel: aangezien voor een passeerbare doorgang. Op dit moment van schrijven zijn de uitslagen nog niet online, dus het kan nog relatief meevallen, maar ik denk dat ik toch wel wat kostbare seconden heb verloren door niet de kortste route te pakken. Laten we eens kijken:

 

Maar dit is de kaart, zonder mijn route er op. Met route kan je hem hier vinden, in mijn Quickroute archief. En dan vallen wat dingen op. Op de site //3drerun.worldofo.com/2d/courseplanning.php kan je mooi vergelijke wat de lengte van de verschillende varianten was geweest. Dat zullen we dus een doen.

Naar post 1 liep ik niet verkeerd (linksom). Maar met hooguit 15 m verschil was lang nadenken geen optie. Al was denk ik de route rechtsom wellicht toch een fractie sneller omdat er minder bochten en aandachtspunten in zaten.


Van 3 naar 4 verspeelde ik bijna 100 m door eerst rechtsom te gaan (paarse route), dan tussen de gebouwen (in het midden) door te willen via de route van 296 m, maar te ontdekken dat dat niet kon, en toen maar linksom verder te lopen over de groene route van 355 m. Direct rechtsom was maar 293 m geweest (dus sneller dan mijn oorspronkelijke tussendoor variant, maar helemaal het kortst was direct linksom over het gras, met 355 m. Toch apart, hoe ik zo’n groot verschil in eerste instantie helemaal gemist had. Dat is dan toch de aantrekkingskracht van de rode lijn op de kaart, waar ik [eerder over schreef] in 2018.


Van 4 naar 5, linksom of rechtsom, het maakt niets uit.

Maar van 5 naar 6 was rechtsom, buiten de grachten langs, dik 20 m korter. Bijna de moeite waard, maar ook niet heel relevant.


Van 6 naar 7 waren er twee denkbare varianten, maar ook hier was het verschil niet groot. En naar 8 en 9, op zich geen kort been met wel wat aandachtspuntjes, al helemaal niet; daar was maar één optie.

Van 9 naar 10 waren er weer keuzes te maken. Al lang de (groene) route linksom het meest voor de hand. En die nam ik ook.

Maar van 10 naar 11 en naar 12 was het weer recht-toe-recht-aan, de weg volgen. Geen varianten.


Van 12 naar 13 kon je nog even twijfelen wat korter was. Linksom was een fractie korter, maar je moest wel een trappetje af. Ook daar viel niet veel winst te behalen.


Al met al was het een leuk loopje. Maar het aantal keuzes was toch wel wat beperkt. Eigenlijk was alleen het been 3-4 echt interessant, en dan misschien vooral omdat ik daar zo de mist in ging. Bij de andere benen waar wat te kiezen viel was ofwel de meest evidente route duidelijk korter dan het alternatief, ofwel maakte het maar 15-20 m uit. Nou was 13 keer 20 meter ook 260 meter, en dus ongeveer een minuut op het totaal. En ik heb wel eens met minder dan een vijfde daar van een NK Sprint verloren.

Ik kon er in elk geval geen genoeg van krijgen, en ben ondanks de regen nog voor een tweede ronde gegaan. Er waren nog kaarten van omloop 3 over, en die scheen wat anders te zijn dan 2, die erg op 1 zou lijken, dus plakte ik er nog een 2,2 km (in vogelvlucht) aan vast.

MWR2018

Gecontroleerde chaos: de MidWinterRun 2018

Anders dan anders, dat geldt toch wel elke keer opnieuw voor de Chickenpower Midwinterrun. De afstand, de start, de proloog, eigenlijk is het hele programma een verrassing. Op één dingetje na, dan (maar dat lees je op het eind).

Na een jaar overgeslagen te hebben doe ik dit jaar weer mee. In een nieuw doch beproefd team: het is weliswaar de eerste keer dat ik met Tijsbert de CPMWR loop, maar we hebben wel al vaker de WOR gelopen samen. Omdat naar het scheen de Midwinterrun wat korter was geworden, qua tijd maar ook qua afstand, zag hij het wel zitten. En ikzelf ben ook wel blij dat het geen 55+ km meer is.

Althans… Vorig jaar, hoorde ik, was het iets van 35 km: ongeveer de Woudlopers Oriëntatie Run. Da’s goed te doen. Zou het dit jaar weer zo iets zijn? Afstand is één, maar tijd is twee. Één ding is zeker: het zal minder lang duren. Want was twee jaar terug de deadline nog om 18:00, sinds vorig jaar is het 16:00 vanaf wanneer de straftijd ingaat (met maximaal 1 uur respijt en anders uitsluiting). Geen duisternis op het eind, en twee uur minder tijd, dus ongetwijfeld ook minder kilometers.

(Voor wie dit leest en het scoremechanisme niet kent: het team met de minste minuten op de klok wint de race; elke minuut na 16:00 telt dubbel. Een niet-genoteerd CP -checkpoint of controlepost- kost 30 minuten, een verkeerd genoteerd CP kost 60. En de tussentijdse deadlines, 11:00 en 14:30, kosten ook een extra minuut bij overschrijding.)

Proloog

We komen rond 7:30 aan in Lunteren waar het nog donker is. De meeste deelnemers zijn er al, en zitten zich met een kop koffie op te laden. De helft denkt te weten wat te kunnen verwachten, maar er zijn ook een aantal debutanten. Als rond 8:00 iedereen er is volgt een korte briefing. Een paar CP’s vervallen, en CP15 zit minstens 4 meter hoger dan CP14. De teams worden gesplitst. Geen verdere uitleg. De ene groep vertrekt eerst, lopend achter een Chickenpower organisator aan, de andere wacht tot ongeveer 8:35. Waar we heen gaan? Geen idee. Onderweg spotten we een bordje Gorssel. Oh. En even later bij een molen hangt Ermelo. Alweer oh. Waar slaat dit op? Wat moeten we er mee doen? Een paar straten verder hangt Borculo en ook Exel lopen we voorbij. Langzaamaan begint iedereen dingen op te schrijven. Het getal op de dichtstbijzijnde lantaarnpaal, het huisnummer er tegenover, de kleur van de markiezen van de snackbar aan de overkant, dat soort dingen. Denk ik. Ik maak een schetsje van de route die we lopen met waar ongeveer welke plaatsnaam hangt.  Na Otterlo, Vorden, en Garderen volgt Lunteren. Nou ja, dat staat op het station waar we dan pal voor staan, op het bordje staat Station. Na tien minuten arriveert de tweede groep. En dan krijgen we, om 8:55 inmiddels, de eerste opdracht en gaat het echt beginnen.

Millisecondenwerk

De eerste opdracht bevat 6 vragen, en een kaart met een tabel.

N 5 2 0 5 _ _ _ E 5 3 7 _ _ _

Als we het juiste coördinaat hebben laten zien krijgen we de rest van de opdrachten. De vragen blijken over de route te gaan, maar laten we nou net niet het aantal meters tussen Garderen en Station, en tussen Otterlo en Exel hebben uitgeteld. De rest weten we, of denken we te weten. We lopen, net als de meeste andere teams, een deel van de mysterieuze wandeling terug en gaan passen tellen om de gevraagde afstanden te bepalen. Gelukkig weten we nog waar de bordjes hangen. Maar het coördinaat dat we als antwoord hebben gevonden is fout. Nog een poging voordat we de vervolgopdracht krijgen. En elke poging kost 10 strafminuten.

Het zal wel aan de afstanden liggen. Tegels tellen dan maar, dat is nauwkeuriger. Maar ook dat klopt gewoon met de eerste schatting. Gokken we nog een keer? Elke foute gok kost weer 10 strafminuten. Terug bij de molen besluiten we dat we het bordje daar aan de oostkant passeerden, niet aan de zuidkant. Tja, dat scheelt. Niet als eerste, maar ook niet als laatste verlaten we het station. Enige vertraging, heel toepasselijk. De proloog zit er bijna op.

Afhankelijk van wat je met de gevonden cijfers doet kom je ergens anders uit. Wij checkten eerst de minst logische optie.

Maar als we dan de volgende opdracht krijgen slaat de verwarring toe: een luchtfoto van het centrum. N5205109E00537112 kan natuurlijk op verschillende manieren gelezen worden. Ndd°mm.mmm' Eddd°mm.mmm', maar ook Ndd°mm'ss.s" Eddd°mm'ss.s" of zelfs Ndd.ddddd° Eddd.ddddd° als je niet aan een eventuele decimale punt kan zien wat er bedoeld wordt. Het is natuurlijk geen UTM, RD, Lambert of Stafcoördinaten.  Notaties, notaties, notaties. Maar met één blik op de kaart is er natuurlijk maar één logische variant: Ndd°mm'ss.s" Eddd°mm'ss.s", want dat komt overeen met het grid op de kaart. Die variant gebruiken we dus niet, en we rekenen wat we interpreteren als milliminuten om in boogsecondes, om vervolgens op een compleet verkeerde plek te gaan zoeken. Nog niet helemaal wakker? ¿Más café, por favor? En waar is iedereen, trouwens?

Het is dan ook geen verrassing als we uiteindelijk op het juiste punt de haast voltallige groep overige deelnemers in en om de kiosk midden op de Lunterse dorpsbrink aantreffen, inmiddels reeds driftig bezig met de volgende opdracht. Zij wel.

Etappe 1

In de kiosk staan een aantal kaarten opgesteld, met daarop een aantal CP’s aangegeven, tussen hier en de start van etappe 2. De kaarten blijven er staan er tot 10:00, en we kunnen ze niet meenemen. Maar het is al 9:45, dus het moet in 1 keer goed gaan. Driftig maakt iedereen aantekeningen, want een kaart om deze punten op in te tekenen hebben we niet gekregen. Maar dat is ook niet nodig, we onthouden het wel, met behulp van wat globale schetsjes.

Als we voor etappe 1 een kaart hadden meegekregen, had die er zo ongeveer uitgezien.

De Koepel

Afbeeldingsresultaat voor lunteren de koepel

Het blijkt te werken, want zonder problemen vinden we ze allemaal. Niet via de allerkortste route, en bij CP8 en CP11 moeten we even zoeken. Met een ander team spreken we af elkaar in te lichten als we het CP daar vinden, maar omdat we, het blauwe kaartje eenmaal gespot, al een stuk verderop staan, er nog meer teams rondom aan het zoeken zijn, en zij nu weer net niet te zien zijn, lopen we maar door, zonder kwade opzet. Ik geloof dat ze dat niet leuk vonden. Zo gaat het soms. Er zijn nog bijna geen andere teams als we bij CP14 aankomen, het eind van deze etappe. Even wat twijfel, want ik dacht dat het CP nog vóór de plek waar de paden samen komen zou hangen, en niet onder een bankje in Uitkijktoren De Koepel, maar we wagen het er op dat dat laatste toch goed zal zijn (er schijnt overigens ook een vals CP te hangen). En nog belangrijker: CP15 vinden we bovenin de toren (die duidelijk meer dan 4 meter hoog is, dus dat klopt met de briefing), waarna we de materialen voor etappe 2 krijgen. Hoog en droog.

Etappe 2

Deel 1 van het roadbook van etappe 2.

Terwijl het elegante torentje langzaam volloopt met lopers, die allemaal in een van de vele hoekjes op de drie etages met hun kaarten in de weer gaan, beginnen ook wij te rekenen en te meten, te passen en te plannen. Verschillende kaarten, een aantal luchtfoto’s en vooral een roadbook vol coördinaten en peilingen vragen behoorlijk wat tijd om een doordacht plan op te stellen. Want terwijl 21 punten al op de kaart staan, moeten we er 6 met de hand op de juiste locatie intekenen, en zullen we voor nog eens 8 onderweg de gegevens tegenkomen, zodat we die dan pas kunnen bepalen. En de grote vraag is natuurlijk: waar zouden die ongeveer kunnen liggen, zodat we niet al te veel heen maar vooral terug moeten lopen.

De rode lijnen zijn de twee gegeven richtingen, en op het snijpunt zou CP22 liggen. Hulplijnen door CP21 en CP24 waren noodzakelijk om dit nauwkeurig te kunnen bepalen.

Heen, en toch weer weer. Het kon niet beter.

Voorbeeld: hoewel volgens het roadbook de informatie voor CP23 zich op CP21 bevindt (klinkt logisch, en omdat we daar lezen “174050 456207” ligt CP23 noordoostelijk van CP21), hebben we eerst CP24 nodig om de ligging van CP22 te bepalen. Moeten we dan weer terug? Of is de nummering gewoon arbitrair gekozen? Het blijkt het eerste: bij CP24 vinden we inderdaad twee koersen voor CP22. Die zou op 73° vanaf CP21 liggen, en op 241° van CP24, wat op zich redelijk bizar lijkt omdat de vectoren 73° en 241° slechts een hoek van 12° maken en het snijpunt daardoor al gauw enorm onnauwkeurig is (één graad fout in beide projecties en je zit er zo 30 meter naast), en dat ook nog eens uit de looprichting is, want CP25 ligt weer een eind naar het noordoosten. Maar goed, met nauwkeurig tekenen komen we een heel eind, en vinden we CP22 vrijwel direct; opmerkelijk, want het zoekgebied was toch al gauw 250 m2 groot. Ik hoop alleen niet dat met dit mazzeltje onze portie geluk voor vandaag verspeeld is.

Chaos

Sommige heuveltjes heeft het Kadaster aardig weten te treffen met hun “zwarte haaientanden”. Maar bij andere zandduinen hadden ze behoorlijk zand in hun ogen.

Via een draaihek komen we even later in een mooi ruig terrein. Het lijkt wel een natuurgebied. Er lopen zelfs (wilde?) koeien rond. We komen bij een stuk schrikdraad uit, dus lopen we maar óm de wei heen. Wat schetst onze verbazing? De koeien staan aan onze kant van het hek, buiten de wei, en we moeten er overheen springen om er úít te komen. Enfin, er volgt een lange chaotische tocht tussen punten die redelijk willekeurig over het gebied verdeeld lijken. De numerieke volgorde aanhouden is niet handig, zo veel is wel duidelijk. Al was het alleen al omdat de gegevens voor een vorig punt soms pas bij een volgend punt te vinden zijn. Maar dat geldt ook omgekeerd, zodat ‘tegen de richting in’ lopen ook geen zin heeft. Er is een kortste route te verzinnen, maar dat werkt alleen als je tevoren al alle punten kent, en dat is niet het geval. Dus we maken een schatting wat waar uit zou kunnen komen, zoals alle teams zullen moeten doen. Wij gaan met de klok mee rond. En ik denk dat onze keuze achteraf nog niet zo gek was.

Chaos op de hei. Alles wijst naar alles. Waar moeten we beginnen? Aanvankelijk weten we natuurlijk niet waar de pijlen heen wijzen. Ze geven in dit plaatje alleen aan welk punt van welk ander punt afhangt. Klik hier voor de hele kaart met de route die we liepen.

Nou ja, er zitten wel wat gekke moves tussen. Zoals ons bezoekje aan CP30. Vol overgave raggen we door het mulle zand, over spekgladde bemoste vlaktes en hellingen (en glijden meerder keren slapstick-achtig uit), en door ruige bossen. Als we op het aangeven punt CP30 op de kaart aankomen (helemaal in het noordoosten van de kaart) vinden we daar het zelfde als op CP37: niets, weer geen blauw kaartje, niets te vinden. Da’s wel erg toevallig. Zou het aan ons liggen? Of hangen er geen CP’s in deze uithoek (“Wie loopt er nou zo ver”)? We hebben ook al een tijd geen andere deelnemers meer gezien. Of hebben we per ongeluk het roadbook van 2017 gekregen?

Nee hoor. CP30 bestaat gewoon niet. Het staat alleen op de kaart getekend om als uitgangspunt voor de projectie naar CP33 te dienen, maar het staat niet als zelfstandig CP in het roadbook of op het antwoordenblad. Stom van ons; maar punten scoren zit ons in het bloed. “Maar hadden ze die truc van dat extra hulppuntje niet ook bij CP22 kunnen gebruiken om daar een wat meer haaks snijpunt te krijgen?” schiet door ons hoofd. Het ommetje langs CP30 heeft wel een kwartier gekost. En CP37, dat andere punt waar geen kaartje hing? Dat kon achteraf niemand vinden. Hebben we toch dik 10 minuten naar lopen zoeken.

Verschillende routekeuzes: paars is zoals we liepen (7,9 km in vogelvlucht), groen is de kortste route (6,5 km) van dit Traveling Salesman Problem, rood is op volgorde van CP nummer (11,6 km), geel de kortste route linksom (7,2 km) rekening houdend met de afhankelijkheden, en die is net zo lang als de cyaan route rechtsom. Het ontloopt elkaar dus allemaal niet eens zo veel.

Onderweg komen we nog meer leuke opdrachten tegen. Zoals bij CP39: “Doe alsof de hoogspanningsmast die je ziet op 243° het noorden is; dan ligt CP50 ten opzichte van CP27 op 179 meter afstand in de richting 306°”. En ergens komen we een omgekeerde projectie tegen waar de koers naar waar we dan staan wordt uitgedrukt in een richting vanaf een nog te bepalen punt. Ook is het even opletten dat de aanwijzing bij CP42 niet de koers vanaf daar naar CP46 vermeldt, maar die daar heen vanaf CP48. Maar we zijn scherp, heel scherp.

Als CP36 niet te vinden lijkt pakken we eerst CP33. En dat blijkt een uitstekend aanvalspunt voor CP36, dat we vervolgens alsnog vinden.

En soms is het ook lastig oriënteren, zoals bij CP38. Die is erg leuk geplaatst, op een soort colletje, waarvan er vlakbij nog 2 zijn die ook wel qua ligging en omgeving op het gezochte punt lijken. De verschillen zijn slechts details. Maar omdat we het juiste punt, c.q. het blauwe kaartje, niet ontdekken gaan we eerst maar naar CP33. Dat lijkt lastiger, maar blijkt eenvoudiger. Er staan geen paadjes op de kaart, maar over het algemeen hangen de CPMWR-kaartjes wel in de buurt van een paadje of kruispunt. En inderdaad, het reliëf volgend aan de hand van wat op de kaart staat, komen we er precies op uit, naast een kruispuntje. En dan, vanaf daar, blijkt het ineens heel eenvoudig om met behulp van het kompas CP38 te vinden.

Tweede deel van het roadbook van etappe 2.

Tot op dat punt aan toe blijkt -achteraf- dat we nog geen enkele fout hebben gemaakt. Nul. We moesten eens weten… Dat we tot dan toe geen fout hadden gemaakt zou goed zijn geweest voor het zelfvertrouwen. Maar de zin “tot op dat punt aan toe” in mijn verhaal betekent dat het volgend punt wel fout zou gaan. Dát hadden we moeten weten! Één kruispunt op de kaart, twee in het echt: daar klopt iets niet. Maar we vinden niets beters, en noteren het gevonden -valse- CP nummer. Ketsjing: 60 minuten straf. Schrale troost achteraf is dat maar een kwart van de teams dat punt goed heeft. Kennelijk een lastige.

CP45 vinden we terwijl we 43 zoeken. En aanvankelijk denken we ook nog dat het CP43 is.

Het is wel leuk dat we vanaf dat moment überhaupt weer andere teams zien om ons heen. Dat helpt ook om CP45 te vinden. CP45? Daarvoor moeten we eerst nog de aanwijzing bij CP42 ophalen, waar we nog helemaal niet zijn. Maar ja, dat weten we natuurlijk niet, want op de CP’s staat alleen het controlegetal, niet bij welk CP dat hoort. Maar de plek klopt niet. Meer vertwijfeling op gezichten aldaar. Toch nog verder zoeken, want we zijn op dat moment op zoek naar CP43.

Soms heeft intekenen niet zo veel zin. Als je een kompaskoers van amper honderd meter moet lopen kan je beter je kompas gebruiken en passen tellen dan een stipje op de kaart tekenen en gaan zoeken. En met die methode wagen we aldus een tweede poging. Het heeft al met al een kwartiertje extra gekost, maar we hebben nu wel het juiste CP gevonden. En het leukste is: als we later bij CP42 de aanwijzing voor de locatie van CP45 lezen, en die vervolgens intekenen, is dat exact de plek waar we dachten een vals punt voor CP43 te vinden. Laten we nou net dat valse nummer op een kladje genoteerd hebben, mocht dat ooit nog van pas komen. Twee vliegen in 1 klap! CP45 kunnen we afvinken zonder er alsnog heen te gaan.

Chaotisch verloop van etappe 2.

En zo lukt eigenlijk alles wonderwel rond Het middelpunt van Nederland (niet te verwarren met het zwaartepunt dat een flink stuk verderop ligt).

Hier lag een CP. Later zouden we er nog een vinden, op de plek waar deze pijl heen wees.

Maar intussen begint de tijd wel te dringen. Er zijn twee tussentijdse deadlines vandaag, en overschrijding er van kost 1 strafminuut per minuut. Maar we hebben uiteindelijk alle punten van de 2e etappe gevonden, op dat ene punt na dat niemand lijkt te hebben gespot. Het is erg grappig om te zien hoe alle teams, met een totaal verschillende route, deze 2e etappe hebben volbracht. Op Strava kan je de routes van wie een GPS bij zich had om de track te loggen, en deze online heeft gezet, mooi combineren. Zie hier onder:

Etappe 3

Voor de derde en laatste etappe hebben we nog anderhalf uur. Dat lijkt genoeg om de 3,5 km terug naar het station in Lunteren af te leggen, maar uiteraard zijn er nog allerlei opdrachten tussendoor. En het roadbook staat weer vol met coördinaten, peilingen, en verwijzingen tussen CP’s. We beginnen weer met intekenen. Inmiddels zijn we er achter dat het handiger is om niet de secondes van een Geografisch coördinaat om te rekenen in centimeters, en dan vanaf de, eveneens nog te bepalen nul-minuten-lijn (want de kaart toont lijnen bij arbitraire minuten, zoals N52 05'44") te meten, maar om het verschil in minuten te nemen tussen wat we zoeken en op de kaart staat, en dat met de opgemeten cm-per-minuut schaal te vermenigvuldigen. Scheelt werk en tijd. En fouten.

Roadbook van de 3e etappe.

Leuk is dat het nu behoorlijk druk is. Iedereen heeft krap-aan de etappe-deadline gehaald en zit her en der om ons heen de volgende punten en de route te bepalen. Wat me ergens ook weer verbaast, want als je naar de uitslag kijkt, zie je dat nog niet eens 1/5e van de teams de intekenpunten heeft bezocht. Kennelijk kost alleen de snelste route bepalen ook al veel tijd.

Niet als laatste gaan we op pad. Niet als enigen noteren we bij CP55 het valse CP nummer. Niet dat er niemand niet op pad gaat, maar er is wel niemand die het juiste CP55 noteert. Ook dat geeft te denken. Ik denk achteraf dat dat wat verder naar het zuiden hing. Maar ja, zoals gezegd: de tijd dringt, en dat is de oorzaak van ons 2e foutje van vandaag.

De zandafgraving in het midden is bijna dieper dan de berg die er omheen ligt hoog is. Fascinerende techniek, Lidar. Zoek eens op “AHN2” als je meer wilt zien.

Als een zwerm sprinkhanen grazen we de CP-weide af.

Met zes teams tegelijk hollen we vanaf CP56 de rimboe in naar CP57, in de zandafgraving. Braamtakken overal. Een directe koers lopen lukt voor geen meter, maar we vinden het CP wel. Op naar de volgende. Die doorsteek hadden we beter niet kunnen maken. Wat een jungle! Het is hoogst merkwaardig dat mensen kennelijk de moeite nemen om over deze wirwar van doorntakken heen te klauteren om hun huisvuil te dumpen in de natuur, maar het ligt vol met plastic en andere troep. Of was deze kuil ooit een vuilstort? Anyway, het is maar goed dat er meer teams zijn, want anders hadden we lang naar CP60 staan zoeken. Soms heb je elkaar nodig… Zij hebben weer voordeel van ons als we CP58 spotten, even later. Wat overigens niet heel relaxed gaat, want we moeten dwars over een terrein waar Jan en Alleman hun politiehonden lopen te trainen. De kuil echoot van al het geblaf, dat overal vandaan lijkt te komen. Heel apart. Hun bazen vinden ons vast weer raar: allemaal volwassen mensen die ineens uit de struiken komen hollen om er even verderop weer in te verdwijnen.

Ook de 3e etappe ziet er chaotisch uit, met alle punten die weer van andere punten afhangen.

Op veel plekken moet gepeild worden, van onder naar boven in de kuil, of omgekeerd. Zo druk zijn we in de weer, dat we bij CP64 het valse nummer noteren (15° uit de koers) en CP66 gewoon overslaan. Waarom we niet eerst naar het noorden gaan om de CP’s aldaar op te pikken? Ik denk ook iets van concentratieverlies. We hebben dan ook al bijna een Hele Marathon op de teller staan.

Goed te zien is dat we voor CP67 (bovenaan dit kaartje, onder de W van Witte Wieven) op het verkeerde punt zochten. We tekenden het RD coördinaat op de juiste plek, maar omdat er daar wat meer kruispunten te vinden waren dan de kaart liet zien, hadden we de verkeerde te pakken. Helaas hing daar een vals CP. En we waren nog wel zo blij überhaupt iets te vinden…

Maar er zijn in de bovenhoek op de kaart nog 5 CP’s, dus 150 minuten te scoren. Of gaan we de straftijd-zone in, en zijn het er maar 75 (omdat dan elke minuut zoeken dubbel telt, en dus elk CP effectief maar voor de helft)? Desalniettemin lijkt het de moeite waard, ook omdat we nog niet weten dat CP69 lastig gaat worden, en al helemaal CP67, dat we nog even snel op RD X=172736 Y=457191 moeten intekenen. In een gebied waar véél meer paden lopen dan op de kaart staan is het lastig om niet op de verkeerde plek te zoeken, en als we dan na 10 minuten iets vinden, noteren we blij ons laatste valse CP-nummer van de dag.

Terug, via het overgeslagen CP66, naar het zuiden, voor de laatste loodjes. En als een van de laatste teams, zoals je hier -wederom via Strava- kan zien. We komen niemand meer tegen het laatste half uur, tot eindelijk het eindstation in zicht komt. We zijn er! Dit was het dan…

Finish

Afbeeldingsresultaat voor station lunteren

We zijn de deadline (strategisch) gepasseerd, dus we verwachtten geen finishlint en ballonnen en juichend publiek meer, maar voor het station van Lunteren treffen we toch een onverwachte situatie aan: een keuzemoment. Er zijn twee opties.

  1. Het is voorbij. Over. Klaar. De tijd van binnenkomst is onze eindtijd (en dus krijgen we ongeveer 37 strafminuten omdat het 16:37 is).
  2. We lopen nog een extra kompaskoersenloop van 4 CP’s, vermoedelijk richting de startlocatie, en krijgen 20 minuten respijt op de deadline. Onderweg kunnen we bovendien nog 4 x 30 minuten verdienen (of verliezen, als we foute CP’s noteren; maar dat laatste gaat uiteraard niet gebeuren, we maken geen fouten).

De keuze is snel gemaakt. Stel, het kost 10 minuten extra, dan besparen we sowieso netto 20 strafminuten (2×20 omdat de deadline 20 minuten opschuift – 2×10 omdat het 10 minuten extra gaat duren voor we finishen = 20 minuten besparing), en we kunnen ook nog eens 120 bonusminuten scoren. Wie wil dat nou niet?

Het koersje van deze epiloog blijkt extreem eenvoudig, ook omdat het dezelfde route van de proloog blijkt, maar dan achterstevoren. Achterstevoren staan dan ook de in te vullen CP’s op de route, dus van 4 omlaag naar 1. Dat is de enige instinker, daar moet je even op letten. Voor de rest is het een peulenschil om de Lunterse straten te volgen via achtereenvolgens de koersen 170m@348°, 190m@278°, 249m@15°, 168m@267°, 65m@348°, 117m@36° en 152m@55°. In tien minuten verdienen we 140 punten! En we zijn bovendien eerder op de eindlocatie, want omdat de wedstrijd nog even doorloopt, doen we dit parcoursje rennend.

De uitslag

Verrassend genoeg hoeven we niet af te sluiten met een potje luchtbuksschieten bij S.V. Tyr, zoals vier jaar geleden, maar kunnen we meteen aan het bier met erwtensoep en roggebrood. Dat hebben we wel verdiend. Het begint door te dringen dat we wel eens heel hoog zouden kunnen eindigen, want het lijkt er op dat we de enigen zijn die alle CP’s hebben genoteerd. Alleen is het de vraag hoeveel valse we hebben meegepakt zonder het in de gaten te hebben. Spannend! Ik moet de rest van mijn team er van overtuigen om toch te blijven wachten op de uitslag, want Tijsbert wil al gaan. En dat wachten blijft niet onbeloond: we winnen de XVe Chickenpower Midwinterrun.  Met nota bene 7:52 uur voorsprong op het tweede team. En daarmee ben ik aangekomen op die ene factor die al die jaren niet veranderd is aan de CPMWR: de winnaars. Maar die zijn maar wat blij dat al het andere telkens weer anders is aan de MWR: het is elke keer weer een verrassing wat ons te wachten staat. En dat maakt het nou zo enorm leuk iedere keer om mee te doen.

Overpeinzingen

Het was weer een prachtige wedstrijd. Uitzonderlijk warm voor een Midwinterrun. Al moet ik zeggen dat sneeuw tijdens de race (nu twee keer meegemaakt) toch ook zijn charme heeft. En al die regen van twee jaar terug maakt die editie ook op een bepaalde manier onvergetelijk.

Al was dat snijpunt van de twee nagenoeg parallelle koersen nogal tricky, dat een CP-kaartje verdwenen is kan je de organisatie niet echt aanrekenen. En dat de kaart niet altijd klopt met de werkelijkheid, dat is onderdeel van het spel; de Topo-kaarten van het Kadaster lopen nou eenmaal een beetje achter de feiten aan en ze zijn nooit echt goed met diepte zien geweest daar. Dat weet je, daar houd je rekening mee. (Goed te weten dat bij de MWR de punten met GPS-coordinaten worden gemeten en op de kaart gezet, en dus weliswaar op de juiste plaats hangen, maar dus niet per se op de elementen die op de kaart staan; anders dan bij een IOF oriëntatieloop.) Maar al met al klopte alles dit keer buitengewoon goed.

Dat de deelnemers van statistieken houden blijkt niet alleen uit de vele lezers van deze blog (vooral in de week voor en na een WOR of MWR), maar ook uit de grafieken die bij het bekend maken van de uitslag direct werden getoond. Leuk! Dat 1/3 van de teams niet kiest voor de kompaskoersenroute op het eind bijvoorbeeld, is best opmerkelijk. En het is leuk om te zien welke CP’s wel en niet bezocht of fout genoteerd zijn.

Dat soort dingen. Het levert een levendig napraten op. Ik zal dus ook mijn duit in het zakje doen met de inmiddels bekende gekleurde uitslag-tabel.

Klik op het plaatje voor een grotere versie. Je ziet dat onze foutjes (bovenste rood-groene rij) de CP’s betreffen die wel meer teams fout noteerden. En dat de eindscore vooral wordt bepaald door de CP’s en niet door de netto tijd.

Ik ben nog benieuwd naar welke punten nou worden overgeslagen. De voorgetekende punten, daar gaan de meeste teams wel naar op zoek. Maar de specials?

Bezocht Fout
Stond in het roadbook. Maak een projectie met koersen en/of afstanden. 18 % 4 %
Stond in het roadbook. Intekenen aan de hand van coördinaten. 27 % 17 %
Gevonden in het veld. Maak een projectie met koersen en/of afstanden. 29 % 23 %
Gevonden in het veld. Intekenen aan de hand van coördinaten. 21 % 25 %

Het is allereerst opvallend hoeveel teams deze extra punten laten liggen. Driekwart van de teams slaat ze gemiddeld over. Terwijl het gaat om bijna de helft van het totaal aantal CP’s. Maar goed, bijna de helft van de teams heeft minder dan de helft van alle CP’s gevonden.

Het maken van projecties in het veld blijkt nog relatief populair. Dat komt denk ik doordat je die gewoon kan uitvoeren met kompas en passen tellen; daar komt geen kaart en gradenboog aan te pas. Want de projecties die in het roadbook staan aangegeven zijn veruit het minst populair; de geodriehoek blijkt eng. Coördinaten intekenen in het veld daarentegen blijkt een stuk minder aantrekkelijk dan wanneer ze al bij de start van een etappe zijn gegeven. Comfortabel zittend rekent ook makkelijker. En de punten die aan de hand van coördinaten in het roadbook zijn ingetekend leiden een stuk minder vaak naar een vals CP dan de punten die in het veld door middel van een projectie of koers zijn aangelopen. Maar het opvallendst is dat wie de moeite neemt om een projectie te maken aan de hand van een opdracht in het roadbook, daar kennelijk zoveel moeite voor heeft gedaan dat het ook exact klopt en gevonden wordt, want daar is uiteindelijk slechts 4% van fout.

Zwermende Midwinterrunners…

En de valse CP’s? Welke waren dat? Ik weet het niet zeker, maar aan de uitslag te zien waren het er best een aantal: ik vermoed CP 14, 19, 32, 40, 55, 62, 64 en 67. Maar het kunnen er natuurlijk veel meer geweest zijn, waar dan weer niemand in getrapt is. Van de valse CP’s die ik kan identificeren zijn er 3 normale punten (die al op de kaart stonden), 2 coördinaten uit het roadbook en 1 in het veld, en 2 projecties in het veld. Kortom, bij de specials is bijna twee keer zo vaak een vals CP in de omgeving te vinden dan bij de normale punten. Of dat klopt? Ik hoor van de mannen van Chickenpower dat bovenstaand lijstje wel zo’n beetje alle valse punten bevat. Nou ja, op 17 en 50 na. En 14 en 19 waren niet vals. Maar het aantal klopte wel ongeveer.

Voor volgend jaar

Het was tussen de 5 en 10 °C. Daarom was een korte mouwen thermo-tje en een dun  fleece daar over ruim voldoende. Ik had mijn blauwe Inov-8 Rocklite 305’s aan. Tips voor de volgende keer zijn weer de kaartroemer gebruiken, tevoren oefenen met rekenen (zeker als we weer een onregelmatig seconden-grid krijgen), aantekeningen maken onderweg (valse CP’s, gevonden opdrachten, etc.), bij het begin van de etappe alvast de volgorde noteren om niets te vergen (en niets te veel te doen; check even welke punten op de kaart niet op het antwoordenblad staan). En, ook belangrijk: water drinken. Want ik kwam weer over de eindstreep met nog bijna een liter in mijn rugzakje. Lekker nuttig. Elk uur wat eten deed ik wel, en dat was maar goed ook. Want het bleek toch bijna 48 km wat we renden, en dat doe je niet op alleen een volle buik bij de start. Nu even uitrusten tot volgend jaar.

En overwegen om dan gewoon wat punten over te slaan omdat we toch 7:51 uur kunnen laten liggen ten opzichte van de nummer twee? No way, dan zouden misschien wat missen van de ongetwijfeld wederom prachtige tocht. We wíllen overal geweest zijn.

[2013] [2014] [2015] [2016] [WOR] [Orienteering Challenges]


Kom later nog een keer terug op deze pagina als ik foto’s heb toegevoegd.

Op zoek naar een speld in een Planetarium: WOR 7

6 = 7

Daar gaat-ie dan: ons zesde WOR verslag van de 7e WOR.

Altijd al een ruimtereis willen maken, en vandaag was het eindelijk zo ver!

Als een raket vliegt de tekst op papier. Want om inspiratie zit ik niet verlegen: de briljante ideeën worden door de Woudlopers op een presenteerblaadje aangereikt, en ik hoef ze alleen maar op te schrijven. Geniaal hoe ze elke keer weer van alles uit een terrein weten te halen, alle kwinkslagen op de kaart (en in het veld) weten te benutten, en elk leuk punt in de omgeving in de route weten op te nemen. En ik weet dat dat een hele uitdaging is, want voor de vorige club-training wilde ik ook wat leuks maken op de Grote Heide, maar dat viel nog niet mee. Lees de komende 35 kilometer [kaart] mee met ons avontuur:

Op naar Genk. Nou ja, naar Kattevenia, een stukje bos rond het Cosmodrome tussen Genk en Zutendaal. Kende ik de startlocatie niet ergens van? Ja, natuurlijk, ik heb ooit The Hitchhikers Guide to the Galaxy gelezen, dus dan ken je het heelal, en zeker de Krater, waar het onthaal was met koffie en warmte. En een beetje stress; want bij binnenkomst van team De Bosraggers 2.0 in deze overigens perfecte locatie zat iedereen al klaar met pen, papier, lineaal, geodriehoek, kaarthoekmeter, rekenmachine, en al wat je niet meer onderweg nodig zou kunnen hebben. En ik moet zeggen, na 5 eerdere WORren zat ook onze rugzak vol met potentieel nuttige attributen. Maar de briefing was kort; die hadden we immers al via YouTube ontvangen. Geen wijzigingen, geen vervallen CP’s, geen “CP5 is gelijk aan CP55” of iets dergelijks waardoor je vroeger of later een punt kan overslaan omdat je het antwoord al weet (of 2 keer fout noteert omdat je het denkt te weten). Kortom, het was net weer wat anders dan voorgaande keren, met wederom maximale voorpret die ons de hele voorafgaande week in de ban hield door een mysterieus filmpje met zin en onzin.

Op naar de Start

Waarbij Start met een hoofdletter wordt geschreven, want een WOR zonder spectaculaire start is er niet. Aardappelen uit een deodorant-gun en exploderende ballonnen vol opdrachten kenden we inmiddels, maar welke (Oer)knal zou er dit keer uit de hoge hoed komen? Wachtend onderaan de ski-helling (natuurlijk, die verwacht je hier meteen), terwijl bovenaan de heuvel de enveloppen met de kaarten hingen te wachten, genummerd aan een soort waslijn, hoorden we het gezoem van een drone, die langzaam over de toppen van de bomen kwam aanzweven.

Geplaatst door De Woudlopers op maandag 15 januari 2018

Er onder hing een buidel vol met o-wist-ik-het-maar. Even leek er iets niet te lukken, maar dat hoorde bij de spanningsopbouw, en toen uiteindelijk de last via een afstandsbediening werd losgelaten halverwege de heuvel, stormden de deelnemers naar boven om één van de neerdwarrelende snippers op te rapen. Welke kleur? We hadden tijdens de proloog bij wijze van huistaak al een blad met overvloedig veel informatie gekregen, waaronder een aantal getallen in verschillende kleuren. Zou net als vorig jaar de aanwijzing op het hoogstwaardige kleurtje papier weer de meest waardevolle informatie bevatten? “C = 30 meter”. En het stond bovendien op elk papiertje.

Deel 1

100 CP’s, dat was wat bij de briefing werd verteld. En het 1e roadbook dat we kregen ging tot en met 28, dus dat zou nog maar het topje van de ijsberg zijn. Maar goed, er zaten ook een twintigtal specials tussendoor, die niet 30, maar 45 minuten waard waren, dus dat maakt al 38. En het leek een aardige afstand, dus dat zou dóórlopen worden, om de hele tocht, alle CP’s, af te gaan. Of zou het dit jaar zo zijn dat je wel móést kiezen, om überhaupt nog binnen de absolute deadline van 17:00 binnen te komen? Dan zou het een heel andere race worden, niet op geen fouten maken, maar op tijd en met name op de inschatting welke opdrachten de minste tijd kosten. Laten we maar gewoon beginnen! Want we weten toch nog niet wat de 2e helft in gaat houden.

 

CP1: Alle teams stonden zo’n beetje rond en in een gigantisch kunstwerk de graden, pardon, de gaten te tellen in deze ijzeren blob getiteld “Corpus”. Surrealistisch, vooral in de nevel die er hing. Daarna volgden een paar redelijk standaard oriëntatieposten, met her en der een azimut-loop, oftewel het volgen van een koers van A naar B. Jammer als je er dan overheen leest dat je onderweg nog wat moet vinden, en gewoon op de kaart B bepaalt om daar vervolgens via een pad (om) heen te rennen, en op B aan te komen zonder deze info. Maar hier hadden we dan het geluk dat er nog 10 andere teams door het bos aan kwamen zetten, hoofdzakelijk uit de richting van deze extra info, zodat we die ook snel gevonden hadden. En de extra extra info, die werd ontsloten door de extra info, die hadden we dan weer zojuist bij B gespot, zodat we zonder netto verlies verder konden.

Een leuke opdracht was het herkennen van het hoogteprofiel van CP4 naar CP5. Welke van de 5 lijntjes klopt het best met de gelopen route (waarbij je de route pas in het veld leerde kennen, omdat dit niet op de kaart stond maar met lintjes was aangegeven; ja, aan alles is gedacht om leunstoeloriëntatie te voorkomen).

Weer volgden wat “standaard” CP’s, [kaart] met natuurlijk ook valse, op het eerste gezicht vergelijkbare -maar aantoonbaar incorrecte- locaties. De uitdaging was vooral niet uit te glijden over het glibberige houten vlonderpad dat we meerdere keren kruisten, en het halve team vloog dan ook in deze instinker (met een flinke blauwe plek als gevolg). Maar niet veel verderop werd het weer een tikje lastiger: CP C was een peiling, over … Oerknalmeters (Wat was dat ook alweer? O, ja, de meters van de briefjes van de oerknal die met een sisser afliep, bij de start.) en … Corpusgraden. Da’s natuurlijk 37°, dat weet iedereen. Misschien 37,5°, vanwege alle opwinding, maar dat maakt op 30 meter niet veel uit. En bovendien waren we al lang het aantal gaten van het kunstwerk bij CP1 vergeten… <achteraf>Zou dit onze 1e fout zijn?</achteraf> Opvallend was dat we nu eens het idee hadden helemaal voorop te lopen, zonder een ander team in de buurt, en dan weer, zoals bij CP C tussen de hoogspanningsmasten, met 6 teams op een kluitje stonden. Hoewel: de rest stond bij een andere paal dan wij te kijken. Allemaal op de verkeerde plaats, een andere peiling, met een lichte verhoging?

Even verderop, bij een tunneltje, waren we ineens weer alleen. In de tunnel een muurschildering, waarop 30, 31, 32 of 35 ‘dieren’ geteld dienden te worden, aan de rechterkant. Even verder lezend zouden we op de terugweg door deze tunnel aan de andere, pardon, aan de linkerkant, weer dieren moeten tellen, en dan zou het multiple-choice antwoord tussen de 29 en 35 moeten liggen. De waardes 33 en 34 waren dus geen optie. Laten we nou bij 2 keer hertellen precies op 35 uitkomen, inclusief de mensenvoet en een dood kevertje en een paar insectenogen dat om een hoekje gluurt. Da’s dus goed. Het daarop volgende stukje door een soort kinderboerderij via een pijlenroute met foto’s is niet heel spannend. Maar waar zijn alle andere teams? En trappen we in onopgemerkte instinkers? Alles lijkt goed te gaan.

Even later volgt een memorisatietocht. Voor wie niet weet wat dat is: zoals je vroeger zonder GPS door een vreemde stad liep zonder kaartje op zak, van stadsplattegrond naar stadsplattegrond. Dus kijken, onthouden, lopen, en hopen/zorgen dat je goed uitkomt, zodat je vanaf daar weer het vervolg van de route kan vinden. Maar daar zijn we goed in, dus dat lukt uitstekend. Hoewel het laatste punt best tricky is, met wat valse CP’s in de directe omgeving.

Het tij keert

Maar dan keert het tij, als we aan de z.g. Jupitertocht beginnen; alsof we voorafgaand een Jupilertocht hebben volbracht. In plaats van 172 graden lees ik 272, maar we vinden geen pad pal west. Even verderop weliswaar wel, maar dat kan toch niet kloppen? Moeten we dan op dat punt de bocht om? Of moeten we doorsteken vanuit waar we staan, en bij het eerste pad de hoek om? Kan ook niet kloppen. Als…dan…maar…misschien…tenzij…of toch niet? We doen maar wat. Het volgende CP staat gewoon op de kaart. Achterwaarts redeneren dan? Maar we weten niet waarvandaan we zouden moeten komen op die kruising. Twijfel.

Tot het kwartje valt: er staat 172°! Maar ook dat gaat snel mis: terwijl we volgens de Jupitertocht één kruispunt en een T-splitsing zouden moeten passeren en dan een paardenhindernis, komen we langs één kruispunt, dan een hindernis, gevolgd door een T. En verderop ligt nog een hindernis. Dan zullen wel wel dáárna linksaf moeten. Maar die tweede herbergt geen CP. Toch de vorige dan maar? Het klopt ergens niet. Gelukkig past de rest van de route weer wel zo’n beetje. Met knikkende knieën schijven we voor CP G het nummer op het verkeersbord op. #3eWvdBr

Daarna een azimut-loop: koers en afstand. Geen pad in de juiste richting, dus dan maar een ander pad volgend onder een hoek, afstand schatten, uit het hoofd twee keer de sinus van de helft van de gemaakte hoekfout dwarsuit lopen, en voilá: geen CP. Terug naar het pad, zoeken, dwalen, dolen, balen. Maar ten slotte, na een nieuwe peiling, vinden we een CP. Hopen dat het klopt. Dan weer doorsteken. Nog een keer een azimut, weer geen pad, en weer dezelfde fout. Dit keer meten we ook de hoek verkeerd. Via een riante omweg, en dankzij een aantal andere teams die ons inmiddels hebben ingehaald, vinden we het volgende punt. We zitten weer in het peloton…

Een lijnloop met foto’s volgt. Lijkt simpel, maar de Woudlopers zouden de Woudlopers niet zijn als ze ons niet linksom dan wel rechtsom een loer zouden proberen te draaien. De foto’s vinden we makkelijk, maar er staat dat we ze in ‘volgorde’ moeten spotten. Het bord komt in het echt voor het paaltje, maar het paaltje zou voor het bord moeten komen. Conclusie: ander paaltje, ander bord. Tijdens de huistaken-video zagen we twee gespiegelde carnavals-raketten. Hier zien we de zelfde staan als op de foto. Maar de route maakt nét even een zigzag, en komt er daarom niet langs. Instinker alert! Zigzag volgen, en er blijkt nóg zo’n raket te staan, ook ongespiegeld. Niet verwacht, wel volgens verwachting. Nog een paar puntjes tot de kaartenwissel, maar het is al 13:00 geweest! Dus of we alles gaan vinden binnen de tijd…?

Geocaches in de omgeving; het zijn er nogal wat.

Toch zijn de volgende punten te leuk om hier niet te melden. We identificeren een aantal foto’s in wederom een paardenspeeltuin. Vandaag geen knol gezien, maar het moet hier bij tijd een wijle wemelen van die beesten. We zoeken nu een zwart gat in een zwart gat op de kaart, vinden een jeneverbesstruik met daarin iets dat op een geocache-constructie lijkt (wat niet verbaasde, want zijn al eerder over twee caches gestruikeld), maar bij het zien van een uit zwart plastic gezaagde colafles-vorm voorzien van een met bordkrijt uitgedetailleerde poep en een klein kijkgaatje in het midden, besluiten we toch dat dit het gezochte zwarte gat is. Door een dynamo die even verderop ligt over een plank te rollen, wordt binnenin het gat een cijfer verlicht: dat is het CP nummer dat we zoeken! Briljant!

Even later ontmoeten we FT, het hangende broertje van ET, waarbij de laatste, ongetwijfeld het juiste CP, ons voor het dilemma plaats wat hier te noteren: de “3” die er als CP op staat, het aantal piepjes dat we horen (4) -want ET maakt ritmische extraterrestriäle geluiden-, de letter V (in morse code “…-“) die dan 5 levert, of toch 4, wat de ge-stapeltelde letterwaarde is van v, 22? We houden het op 3.

Bijna deel 2? Nee, nog niet. Eerst nog een zonsverduistering: noteer het cijfer op het paaltje waar je een volledige zonsverduistering ziet die gevormd wordt door een bord van een maan die een ander bord van een zon volledig bedekt als je, als persoon van 170 cm, bij dat paaltje gaat zitten. Een hele mond vol, maar toch binnen een halve minuut opgelost.

Vervolgens een azimut naar een Marsmannetje, een etalagepopje aan de bosrand met een mand vol mini-Marsen. ‘t Popje heeft wat we op aarde tietjes zouden noemen, maar er lopen op deze planeet ook kerels rond met rondere memmen. Dus laten we het genderneutraal houden: we zoeken een Marsmensje. Niets blijkt minder verstandig, want hoewel we terloops bedenken dat dit natuurlijk een Marsvrouwtje zou kunnen zijn, zoeken we toch niet verder. <achteraf>Stom, stom, stom.</achteraf>

En dan? Kurken schieten, middels een fietspomp met afgezaagde loop. Alles mis. Nou ja, per ongeluk is eentje raak. Dat betekent strafpunten: 15, want we zijn 5 minuten extra kwijt om CP S te zoeken, waarvan we anders de code, bij 6 of meer raak, hadden gekregen. Maar dan eindelijk… we krijgen de 2e set kaarten!

Deel 2

Dat staat er boven het frisse nieuwe roadbook. Gelukkig gaat dat tot CP63, en staan er ook nog eens 15 specials op, en staat de starlocatie ook op de kaarten, dus er komt niet een onverwacht deel 3. Maar ja, we hebben nog van alles uit de huistaken niet gezien, met andere woorden, er zit nog wat in het vat. Toch schrappen we geen punten. Dat zien we straks wel, of dat nodig is. En met nog zo veel punten te gaan, en 1645 punten te verdienen (wat in straftijd nog altijd bijna 9,5 uur aan minuten is), kunnen we beter doorgaan tot 16:59, als we de 17:00 maar niet passeren. Strategie!

Eindelijk komt de opdracht van de huistaak in zicht. Iets met een paal met gaten hadden we vernomen, en een route volgen om vervolgens op de landingszone, op het snijpunt van denkbeeldige lijnen tussen een paar markeringen, een CP te spotten. Maar eerst nog een ezelsroute. Daar weten we wel raad mee. Mis, dit keer niet. Loop heen, terug, heen, terug, en “onthoud de gevonden info”. We snijden een bocht af en lezen “-” als “min”. Dan is “-40 meter” west dus het zelfde als 40 meter oost. En zo komen we uit op 50→ 40→ 50← 30→ = 70→. Daar staat een letter D. Maar onderweg passeren we nog veel meer letters. Moeten we alles meenemen wat we passeren? Iets verderop, op een heuveltje, staat een paal met geletterde gaten, die ieder een doorkijkje bieden op een cijfer. En er hangt een opdracht: vorm een getal van de vier cijfers. Welke vier? We vonden maar 1 letter. En als we alle letters moesten nemen die we tegenkwamen waren het er wel 8, heen en weer lopend. Knarsende hersenen concluderen dat we eerst de letter op 50 meter van CP31 moeten nemen, dan die op 10 meter, dan op 50, en ten slotte die op 20 meter afstand. CHDF. Dat levert het juiste getal. En het blijkt achteraf nog te kloppen ook.

Ook de andere speciale opdrachten, zoals het snijpunt van de markeringen rond de landingszone, de “W” (een route in de vorm van een W; eigenlijk weer een azimut-route, maar dan in een kuil met allemaal heuvels zodat afstand schatten nogal een drama is), en de route die staat aangegeven op de luchtfoto.

Een deel van de luchtfoto, met onze route daarop. Het was wat zoeken bij CP32, de lantaarnpaal die we uiteindelijk veel zuidelijker vonden dan gedacht, en ten zuiden van 37 zoeken we naar een CP op een totaal verkeerd ingetekend coördinaat.

Dark side of the moon

Tot nu toe blijkt achteraf dat alles perfect ging. Op het Marsvrouwtje na. Maar alle punten die we verloren verloren we vanaf hier, vanaf pak ‘m beet 14:00. Alsof de stekker er opeens uit ging. Maar goed beschouwd was de stressfactor hier debet aan: we voelden ons opgejaagd en werden daardoor slordig. Door de tijd? Of vanwege peer-pressure? Het is wel heel toevallig dat dit precies het moment is dat we het -naar later zal blijken- winnende team tegenkomen, dus het is hun schuld dat ze wonnen, en niet de onze. Dat klinkt logischer.

Het snijpunt van de rode en blauwe lijn is een stuk minder eenduidig dan dat van de groene en de blauwe. Dat zou te denken moeten geven. De rode lijn was verkeerd getekend.

Neem nou de projectie vanuit twee punten (een kerk en een moskee, welke laatste toevallig toen we naar dit punt zochten in het rond begon te tetteren) onder twee verschillende richtingen: dat levert een snijpunt op. Des te haakser de twee lijnen, des te eenduidiger het snijpunt. Maten we gewoon één van de hoeken 10 graden verkeerd! Ja, dan kom je ergens anders uit. Weliswaar ook in de hoek van een veld -en ook daar vonden we een CP- maar niet het juiste.

Ook tekenen we een coördinaat verkeerd in: boven de luchtfoto staat weliswaar 1:6100, maar dat is de schaal van de kaart, wat niet wil zeggen dat de in te tekenen coördinaten en het (witte) raster in decameters zijn gegeven; dat heeft er niets mee te maken. De schaal is meters op de kaart versus meters in het echt. Pas als we ergens in the middle of nowhere staan (precies het midden, dat dan weer wel) checken we het punt nog een keer en tekenen het nu wel op de juiste plaats. Toevalligerwijs is dat nagenoeg het zelfde punt als de snijlijnen die we net verkeerd tekenden. Het zou voor het eerst zijn sinds de WOR, maar ook wel weer een aardige kwinkslag, als twee opdrachten de zelfde locatie, en dus het zelfde CP nummer zouden opleveren. En omdat het anders een aardig eind terug lopen is, en de tijd bovendien dringt, nemen we die mogelijkheid voor waar aan. Twee keer schijven we 30 op.

CP41 en CP48 slaan we over, want dat stond in een van de huistaken. Zie hier onder. Of moeten we achtenveertig lezen als acht en veertig? Een extra mail van de organisatie zegt van niet, dat we het echt als achtenveertig moeten lezen. En dus ook als “41”.

Dan volgt een stuk recht toe recht aan oriënteren, na een eenvoudige foto-pijlentocht. Kan niet mis gaan. Maar dat doet het wel, in een zone waar π keer zoveel paadjes lopen als op de kaart staan, tussen CP46 en CP47. We nemen een verkeerde pad, vinden een vals CP, maar hebben niets door. Dat levert dan de #2eWvdBr: op een oriëntatiekaart moet je oriënteren, zeker als het kat-in-‘t-bakkie lijkt. En als de omgeving anders is dan op de kaart is er altijd een vals CP in de buurt.

Nadat we een tijdje alleen hebben gelopen, komen we hier ineens nog 5 andere teams tegen, die allemaal zitten te puzzelen hoe ze de vrije routekeuze gaan invullen: twintig punten, verdeeld over een heel A4, die allemaal, in straftijd-termen rekenend, 10 minuten opleveren. Met nog 50 minuten te gaan zijn ze ruim de moeite waard om allemaal te proberen.

48? 41? 40? 8? 40? 1? WeLk PuNt MoEtEn We OvErSlAaN?

Dan gaat er iets cruciaals fout: we zijn het antwoordenblad kwijt, het gekleurde vel dat we bij aankomst moeten inleveren, met alle gevonden CP nummers. Het zat nog zo goed vast, aan een zipper, in een hoesje, met plakband versterkt. Terug, dwars door het bos, zo goed en zo kwaad de heenweg terug volgend. En warempel, daar ligt het, net voorbij het voorlaatste CP. Weer naar ons uiteindelijke doel gekeerd, vinden we daar bij wijze van legenda voor de Melkwegroute een collage van plastic melkflessen: een rode (rechtsaf), een blauwe (linksaf), een groene (“?”), en een gele (omkeren). En we hebben een serie gekleurde stippen gekregen, die dan samen met de kleur-legenda een route vormen. Eitje, lijkt het. Een aantal zijpaden onderweg zijn gemarkeerd als “geen pad”, dus we denken bovendien op het goede spoor te zitten. Tijdens de route moeten we bij het 5e, 10e  en laatste kruispunt een CP vinden.

Tot we bij een 5-sprong komen waar we een “?” actie meten uitvoeren. Dat zou vast wel eens “rechtdoor” kunnen betekenen, maar bij een vijfsprong is dat nou niet bepaald duidelijk. Betekent een “?” dat je op de n-de kruising het n-de pad moet nemen? Of is elke keuze goed en kom je altijd op het zelfde eindpunt uit? Achteraf is dit het moment dat de 3e Wet van de Bosraggers had moeten ontstaan: als iets bij een knooppuntenloop niet meer klopt, heb je waarschijnlijk een zijweg gemist, en er niet een te veel geteld. Die wet was eerder ook al van toepassing geweest vandaag. Maar we zoeken alle bomen af naar een aanwijzing voor het vraagteken, proberen van alles op de kaart, en besluiten dan ten slotte dat we, om wille van de tijd, maar één CP zullen laten liggen deze keer. Of twee. Intussen vragen we ons af wat alle gele en oranje sterren op deze kaart betekenen. Dienen ze gewoon als afleiding? Hier zullen vast geen valse CP’s liggen.

Wie weet wat de betekenis is van de oranje sterren onder op de kaart?

Maar ook dat blijkt niet waar, want ook hier maken we 1 keer een foutje. De één na laatste. En uiteraard hebben we laatste fout van de dag ook niet door als we die maken, evenals het gros van de overige teams: bijna bij de finish hangt een “kijktoestel”, een soort periscoop. Maar zo heet het niet. Waarom niet? Dat blijkt achteraf: een periscoop is om mee omhoog te kijken. Dat kan ook met dit toestel, maar dan had het wel periscoop geheten, en niet kijktoestel. “Noteer de hoogste waarde” luidt de opdracht. Met de nadruk op waarde, dus niet op de hoogte. Allemaal termen uit de huistaak, waarbij dozijn het meest waard is. Hadden we andersom door de periscoop gekeken, dan hadden we aan de kant van de lage spiegel gros zien staan, maar zoals gezegd had het gros dat gemist, en zo ook wij.

Kompel

We komen moe maar voldaan aan bij de start, tevens finish. Het teruggevonden antwoordenblad leveren we in, en ploffen neer met een bier. Het zou België niet zijn als ze niet iets speciaals hadden, dus drinken we een Kompel. Met een bord spaghetti, en nog een tweede, praten we vrolijk na over de tocht en alle ontberingen en ontgoochelingen. Het is prachtig weer geweest, en ook nu zitten we buiten, op een verwarmd terras. Heerlijk. Als de uitslag bekend wordt gemaakt blijken we 3e te zijn geworden. Helemaal niet slecht, want we hebben ook door dat we een paar belangrijke punten hebben laten liggen.

Maar met de 3 Wetten van de Bosraggers in de hand (de #1eWvdBr luidt: neem altijd drie pennen mee en lees alles minstens zo vaak, ook als je nog maar 1 pen over hebt omdat je de rest bent verloren), die we bij deze tocht toch wel bewezen hebben, denk ik dat we de volgende keer wel moeten winnen. Maar het allermooiste is natuurlijk om een hele dag vermaakt te worden met het leukste wat er bestaat: rennen door de wereld, met een kaart in de hand en het verstand op oneindig.

En zo te zien heeft iedereen zich vermaakt: op deze kaart op Strava kan je alle Flybys en de routes van iedereen die zijn GPS track online heeft gezet. Zo zie je maar dat er niet 1 route was, en iedereen eigen keuzes maakte. Jammer alleen dat de route van het winnende team er niet tussen staat…

En onze kaarten? Die kan je hier vinden.

Tot de volgende WOR 2012 2013 2015 2016 2017 2018 … 2019

Voor de getallenfetisjisetn:

Klik op het plaatje voor een leesbaarder, groter versie.

En wat zegt dat? Dat we niet in slecht gezelschap waren. Van de 8 fouten die we maakten werden er 6 door de meerderheid van de teams die deze CP’s bezochten ook fout gedaan:  83% (Marsvrouwtje), 50% (snijpunt van peilingen), 56% (“ga niet naar 41”), 53% & 60% (knooppuntenroute), en 59% (kijktoestel). De min of meer standaard oriëntatieposten die we misplaatsten daarentegen waren niet extreem lastig, met 27% (CP47) resp. 20% (CP56) fouten.

Vooruitdenken = terugdenken

Een jaar of 2 geleden liet ik mijn schoenen staan in Lommel. Bij recreatiepark de Vossemeren. Dat was na de Lenteloop aldaar, een oriëntatiewedstrijd tussen de vakantiebungalowtjes, waarbij ik uit puur enthousiasme vergat dat ik op mijn nette schoenen na het werk was gekomen, en mijn natte (tussen de wedstrijden door viel een klein hoosbuitje) oriëntatiepantoffels aan had gehouden. Ook toen liep ik twee rondes; Lentelopen zijn kort en ik loop liever lang.

Dit keer viel het een beetje tegen. Niet het lopen – dat ging weer uitstekend – maar de uitdagendheid van de routes. Het waren een beetje standaard aesculaapjes: van links naar rechts van een denkbeeldige rechte lijn, met een voorspelbaar verloop en eigenlijk geen routekeuzes die er toe deden. Volgens mij was dat de vorige keer anders. Maar toch ben ik benieuwd naar de paar twijfelgevalletjes. Vandaar deze blog.

Ik beperk me even tot omloop 1. Via //3drerun.worldofo.com/2d/courseplanning.php heb ik mijn kaart geupload, en een paar benen met varianten ingetekend, en zo kan je mooi de verschillen zien.

3→4

Het valt buiten beeld, maar het water loop nog een stuk naar rechts door op het kaartje hier naast. En daardoor waren er maar twee opties: omlopen en direct naar de volgende post. Op zich wel een leuke constatering dat “omlopen” nog 5 meter korter is dan meteen richting de volgende post gaan. Maar ja, 5 meter is geen wereld van verschil.

9→10

Dit lijkt niet direct veel uit te maken, maar mijn route linksom blijkt toch ruim 30 m korter dan rechtsom. Vermoedelijk omdat de paarse vogelvlucht-lijn op de kaart wat meer naar rechts lijkt te lopen ten opzichte van het bovenste meertje lijkt het of de groene route niet veel langer is, maar hier is het verschil toch wel significant.

11→12

Dacht ik hier met mijn route rechtsom meters te besparen, bleek het er maar eentje te zijn. En omdat ik vanaf de kant kwam waarvandaan ik kwam liep ik ook nog eens in eerste instantie de verkeerde kant op weg vanaf 12 richting 13.

22→23

Ten slotte is er nog maar één been de moeite waard te bespreken, en dat was dan ook de routekeuze die naderhand bij een biertje ter sprake kwam met de andere lopers: 22 naar 23. Op het eerste gezicht zouden dat nog wel de nodige meters verschil kunnen zijn, maar nameten is enigszins ontgoochelend.

Ik liep de rode route, die exact even lang blijkt als de paarse, langs de andere kant van het vennetje. Hoewel ik de donkerblauwe nog korter had ingeschat, en twijfelde of de groene niet even lang zou zijn. Maar dat blijkt dus niet het geval. Ik liep gewoon de kortste weg.

Natuurlijk moet je wel opmerken dat de afstand niet het enige criterium is of iets de snelste route zou zijn. Het terrein (zand, bos of verharde paden), reliëf (vlak asfalt of glooiende wallekanten van de vennen, maar ook de eenvoud van de route speelt een rol: of je onderweg moet kijken waar je bent of dat je gewoon als een kip zonder kop het over het pad kan raggen. Ik denk dat daarom de paarse route wint, als het om de beste keuze gaat.

Maar ja, met zo weinig meters verschil blijft het een beetje geneuzel in de marge. Het mooist vind ik het altijd als een ogenschijnlijk kortste weg flink langer blijkt dan een minder voor de hand liggend alternatief: Baanlegging met een hoog Mindf*ck gehalte.

Lollige details

Klik op de kaart om uit te vergroten.

Ik kon het niet laten om wat aantekeningen te maken voor de volgende wedstrijd in Ham centrum. Want ik reed woensdag naar het zuiden met nog wat cognitieve bagage van de vorige keer, maar desalniettemin vielen er weer wat dingetjes op die ik niet direct op de kaart had ontdekt. En die wel relevant waren.

Wat je altijd al wilde weten over Ham maar nooit durfde te vragen…

Één van de ontelbare concepten van oriëntatielopen is dat je geen voordeel moet hebben als je de kaart (dat wil zeggen in oriënteursjargon: het wedstrijdgebied) kent, want op de kaart moet alles staan dat je moet weten om de beste route te kiezen. En dus besloot ik deze kennis niet voor me te houden, maar gewoon op mijn blog te zetten. Bijkomend voordeel: de volgende Lenteloop hier schieten de hits op mijn blog omhoog, want iedereen wil even zijn geheugen opfrissen. En terecht.

Dit stukje is nadrukkelijk geen kritiek op de baanlegger, kaartenmaker of organisator: de kaart is uitstekend. Het gaat om het belichten van een aantal interessante details.

Fopstenen

Maar laat ik beginnen met misschien wel het gekste dat me ooit is overkomen bij een wedstrijd: ik kwam aanrennen bij een watertje, vlak na post 1. Een slootje van een meter of twee breed, misschien net iets meer. Net wel of net niet te breed om overheen te springen, maar omdat er een keurig rijtje stapstenen in leek te liggen, alsof het een beekje was van 10 cm diep waar het water tussen de keien door kabbelde, zette ik niet eens af, maar mikte mijn schoenzool op de platte bovenkant van zo’n kei. Wááááát? Hij zakt weg, onder water. De volgende voet valt niet meer te stoppen en probeert de rest van mijn gewicht -plus de kracht benodigd voor het afremmen van de neerwaartse versnelling die mijn bovenhelft inmiddels heeft ingezet- af te zetten op nog zo’n steen. Nog steeds verbaasd voel ik ook deze onder mij wegzakken. Daarna lukt het niet meer een volgende te bereiken, maar ik ben dan ook bijna op de andere oever. Snel klauter ik op de kant en spurt verder op zompende schoenen, mezelf nauwelijks tijd gunnend om verbaasd te zijn over deze 26-april-grap.

Later hoor ik dat het blokken steenwol zijn, overgewaaid van een nabijgelegen fabriek. En dat ze er al jaren liggen. Nóg een reden om je eerst goed te verdiepen in de lokale omstandigheden voordat je je EMIT inlegt bij een start.

Doorgangen

De vorige keer waren me al een paar doorgangen opgevallen. Zo kon je ten oosten van de tennisbanen bij het passeren van noord naar zuid of omgekeerd, binnen het buitenste hek door lopen, door twee smalle doorgangetjes. Toen zag ik niet direct of dat wel of niet mogelijk was, en was ik er al omheen voor ik goed kon kijken, maar dit keer, juist omdat ik me dat nog herinnerde, heb ik dat stukje afgesneden. Het scheelt misschien 5 seconden, maar wie het kleine niet eert….

Een riantere besparing kan dit doorgangetje opleveren:

Ook deze herinnerde ik me van de vorige keer, maar nu hoorde ik inderdaad dat iemand het paadje over het hoofd had gezien en er omheen was gelopen. De dienstdoend hovenier had hem in het echt ook mooi verstopt, maar op de kaart staat hij wel duidelijk.


De vraag was hier wel even of je nou wel of niet kon passeren. Vanaf de post links onder op dit kaartje richting rechtsboven kom je een donkergroen lijntje tegen (bij de groene pijl). Passeerbaar of niet? Misschien wel niet zo heel donkergroen, en er zitten als je heel goed kijkt ook wat gaatjes in. In het echt blijkt het een haag vol open plekken te zijn. Passeerbaar dus. Maar de heg net westelijk van de meest rechtse post op deze kaart, bij de gele pijl? Die lijkt niet passeerbaar, maar op de diverse routes van andere lopers lijkt het of je er gewoon doorheen kan. Dat is zo’n dingetje om eens te checken als je nog eens in Ham komt. Hoewel, als het volgens de kaart niet mag doet de situatie ter plaatse er officieel niet toe. Zo zijn de regels.
Maar deze dan: in het hek links op de kaart zit een opening. Na mijn post (ook getekend, een beetje een Tantaluspost die je al lang zag staan -achter een hek- maar die alleen met een stukje omlopen te bereiken was, mikte ik op deze doorgang. Maar het bleek een afsluitbaar -en nog erger: afgesloten- hek te zijn. En ook al staat het als doorgang op de kaart, een manshoog stalen hekwerk wint het doorgaans toch van mijn atletische gestel. En dus werd het omlopen; vermoedelijk voor alle deelnemers.

Hier is het even goed kijken. Ik weet niet of je hier vanaf de bocht in de weg links via het grasveldje in het bos rechtsonder terecht kan komen. Het lijkt er wel op, maar het doorgangetje is wel heel smal. En zijn die zwarte lijnen nou net zo dik als die die privé terrein markeren. Dit was geen routekeuze voor mij in elk geval, maar wel een opvallend dingetje op de kaart.
Dit stukje was dan weer wel relevant. Een van de posten stond links-midden op deze kaart, tussen het hek en de donkergroene haag. Vanaf daar moest ik verder naar het oosten. Hek noord-zuid getekende hek loopt door, en het donkergroen in de niet-passeerbaar tint, sluit daarop aan. Zo zag het er in de gauwigheid ook uit, dus besloot ik terug en om te lopen. Maar Strava liet zien (bij andere lopers) dat het wel degelijk te passeren was, en als ik zo kijk is het alleen maar “extreem lastig bos” met een hoogtelijn er in, in plaats van een donkergroene verboden-groen strook met een dikke donkergroen lijn. Het kon dus wel. Maar dat zie ik nu pas op een 300dpi close-up van de kaart. Volgende keer weet ik beter…
En dan is het nog goed om te weten dat de muurtjes rond het gemeentehuis dusdanig laag zijn dat je er overheen kan springen, maar ook dat je er dus overheen mag ‘stempelen’ als je vanaf de buitenkant bij de EMIT kan die er binnen staat (of omgekeerd). Maar dit is echt zo’n twijfelgeval: loop je vlak langs het gebouw, met allemaal haakse bochtjes een smalle strookjes tussen muren en hagen, of ga je er in volle vaart met soepele ruime bochten omheen? Ik denk dat het laatste best lonend kan zijn.

Alle voorbereiding en antecedentenonderzoek ten spijt kan er natuurlijk ook zomaar wat veranderen in de loop van de jaren. Waar in 2015 nog een pad was (dat ik toen overigens niet heb kunnen vinden), is dit jaar niets meer te vinden. Zo te zien heeft iemand een stukje openbaar groen bij zijn tuin getrokken, en dat smalle doorgangetje en passant geannexeerd. Zie hier onder:

2015: 2017:

Uit nieuwsgierigheid, omdat ik twee jaar terug tijdens de wedstrijd tevergeefs heb lopen zoeken, reed ik vandaag op weg naar de start via dit pleintje, en stelde vast wat de kaart nu ook bevestigt.

“U rijdt naar het CC en slaat iets eerder rechtsaf. Mag dat?” Ik zeg: zo lang je het maar op je blog met iedereen deelt is het prima.

Zoekspelletje

Ik heb, om er nog wat uitdaging aan toe te voegen, allemaal uitsnedes gemaakt van de kaart, zodat je zelf mag zoeken waar deze in het grote geheel passen. En als je daar mee klaar bent, zoek dan vast eens online naar de kaart van de High Tech Campus in Eindhoven, en probeer alle sneaky doorgangen te vinden voor de HTC-O-Run over twee maanden.

JG-Ham : 3-1

Nee, geen uit-wedstrijd tegen FC Ham, Schinken Boys of MHMM, maar ik heb twee routes gelopen bi jde Lenteloop Ham, waarbij 1 keer 3e, en 1 keer 1e (omloop 1 resp. 2). Stevig doorgerend, toch wat kleine foutjes (goed voor bij elkaar anderhalve minuut; niet het verschil tussen een 2e en 3e plaats), maar laten we naar de routekeuzes in het “stads” gedeelte kijken.

Omloop 1

19-20

Niet veel verschil. Ik liep hier rechtsom, wat een meter of 10 scheelde. Het voordeel van de linksom variant was vermoedelijk weer dat je de post al kon zien staan van een afstand, en dat je vanaf 19 in de richting kon vertrekken waarin je toch al je neus had wijzen toen je er aankwam.

20-21

Het lijkt een vrij triviale keuze om rechtsom te gaan (A), maar toch is linksom net wat korter. Al moet je over die paar meter niet te lang nadenken, want dan loont het al niet meer. Ik koos variant (B).

21-22

Dit is een achteraf meer besproken keuze: terwijl rechtsom (B) op het eerste gezicht bijna net zo lang lijkt als (A), scheelt het ruim 60 meter in het voordeel van (A). Toch hadden -voor zover ik gehoord heb- de meeste lopers voor (B) gekozen. Maar ik niet.Leuk is dat als je het zo bekijkt, van 21 naar 22, de blauwe variant (C) allerminst logisch lijkt, terwijl bij de route 20-21 dat juist een reële variant leek om dit blokje huizen te passeren. Het is dus vaak maar hoe je het bekijkt.

24-25

Van 24 naar 25 was een no-brainer. Niet nadenken. Meer tijd kostte het om de struikjes rond het gebouw te ontwijken en de scherpe bochten te maken. Zodat wellicht een iets ruimere route op volle snelheid nog wel sneller was.

25-26

De uitdaging zat er hier vooral in om direct te zien dat post 26 in aan oostkant van het hek stond. Dat had ik niet door en liep de -op zich- kortere route rechtsom, maar kan vanwege het hek niet bij de post, waardoor mijn route met 50 meter werd verlengd, en zo 38 meter langer werd dan de groene variant.

Verder zaten er in omloop 1 niet veel bespreekbare routekeuzes.

Omloop 2

12-13

Hier bleek uiteindelijk geen keus, want het hek ten zuidoosten van het voetbalveld was dicht. Ik heb niet gevoeld, maar ik zag een slot zitten en besloot -net als vermoedelijk iedereen- eieren voor mijn geld te kiezen.

14-15

Het maakt ook hier allemaal niet heel veel uit. Ik denk dat de middelste twee routes (A) en (D) het meest voor de hand lagen. Ik heb even de tijd gehad om tussen de rode en paarse variant te twijfelen. Maar het was om het even.

15-16

Dit is wel een interessante. Als je het nameet is de rode variant (A) vele korter. Ik twijfelde tussen deze en de groene (B). De blauwe (C) leek me sowieso een omweg: eerst linksom afwijken, en dan nog eens rechtsom, dat kan nooit goed zijn. Ik koos de groene (B), achteraf met ruim 50 meter extra veruit de langste variant. Dat geeft te denken.

 

22-23

Ik koos voor variant (A), de rode. Omdat het me zowel korter (was niet zo; 30 meter langer zelfs) als sneller leek. Dat laatste kan wel kloppen, want ik kon vanaf 22 in de zelfde richting doorlopen als waarin ik aankwam, en er zaten een stuk minder bochten in. Maar (B) was achteraf denk ik net wat sneller geweest. Zo zie je maar weer dat gevoelsmatig afstanden meten niet altijd even nauwkeurig werkt.

Maar ik heb ook nog een variant van de route linksom toegevoegd (paars) met iets ruimere bochten (stel dat er geparkeerde auto’s staan) en met een extra bocht in de speeltuin bij 23, om het mulle zand te ontwijken. Dan is die ineens weer langer dan (A).

Overpeinzingen

Hoe zou je dat nou kunnen trainen? Zoals je al eerder zag bij de keuzes 20-21-22 (omloop 1) hangt het er soms van af hoe je de kaart bekijkt, en hoe een been van de route er verder uitziet. Een boogje linksom of rechtsom lijkt vaak efficiënter dan een S-bocht. En vaak lijkt het voordeliger om min of meer de vogelvlucht route te volgen, ook als slingert die weer meer dan een ruime boog er omheen. Toch zijn de routes in het plaatje links in essentie allemaal even lang.

De juiste keuze zit hem vaak in de details. Veel bochten vertraagt, maar geeft wel telkens de kans een paar meter af te snijden (in een stadse omgeving). En een paar keer een obstakel ontwijken kost weer bijna ongemerkt de nodige meters extra.

Maar vooral leuk zijn de keuzes zoals bij 21-22 (omloop 1) waar op het eerste gezicht de ene route korter lijkt, maar de andere korter blijkt. Als je dat als baanlegger goed in de vingers hebt kan je voor verrassende uitkomsten zorgen. Ik denk door vaak achteraf te kijken wat de verschillen in afstanden zijn, je als loper ook een beter gevoel kan opbouwen voor de juiste keuzes. En daarmee is //3drerun.worldofo.com/2d/courseplanning.php niet alleen handig voor course planners, maar evenzeer voor jou en mij.

Al met al was het weer een leuke wedstrijd. Of 2 eigenlijk. Er afwisselend vanwege de combinatie bos en stad. (Zie voor het bos-gedeelte mijn Doma kaarten archief: Omloop 1 en Omloop 2).

En die “1”-tjes in de uitslagen? Toen ik binnen kwam na de eerste route waren de twee snellere jongens er nog niet, of hadden ze hun EMIT nog niet uitgelezen, dus heb ik even mogen genieten van een voorlopig prijken bovenaan de uitslag.