Tag Archives: Routekeuzes

Vooruitdenken = terugdenken

Een jaar of 2 geleden liet ik mijn schoenen staan in Lommel. Bij recreatiepark de Vossemeren. Dat was na de Lenteloop aldaar, een oriëntatiewedstrijd tussen de vakantiebungalowtjes, waarbij ik uit puur enthousiasme vergat dat ik op mijn nette schoenen na het werk was gekomen, en mijn natte (tussen de wedstrijden door viel een klein hoosbuitje) oriëntatiepantoffels aan had gehouden. Ook toen liep ik twee rondes; Lentelopen zijn kort en ik loop liever lang.

Dit keer viel het een beetje tegen. Niet het lopen – dat ging weer uitstekend – maar de uitdagendheid van de routes. Het waren een beetje standaard aesculaapjes: van links naar rechts van een denkbeeldige rechte lijn, met een voorspelbaar verloop en eigenlijk geen routekeuzes die er toe deden. Volgens mij was dat de vorige keer anders. Maar toch ben ik benieuwd naar de paar twijfelgevalletjes. Vandaar deze blog.

Ik beperk me even tot omloop 1. Via http://3drerun.worldofo.com/2d/courseplanning.php heb ik mijn kaart geupload, en een paar benen met varianten ingetekend, en zo kan je mooi de verschillen zien.

3→4

Het valt buiten beeld, maar het water loop nog een stuk naar rechts door op het kaartje hier naast. En daardoor waren er maar twee opties: omlopen en direct naar de volgende post. Op zich wel een leuke constatering dat “omlopen” nog 5 meter korter is dan meteen richting de volgende post gaan. Maar ja, 5 meter is geen wereld van verschil.

9→10

Dit lijkt niet direct veel uit te maken, maar mijn route linksom blijkt toch ruim 30 m korter dan rechtsom. Vermoedelijk omdat de paarse vogelvlucht-lijn op de kaart wat meer naar rechts lijkt te lopen ten opzichte van het bovenste meertje lijkt het of de groene route niet veel langer is, maar hier is het verschil toch wel significant.

11→12

Dacht ik hier met mijn route rechtsom meters te besparen, bleek het er maar eentje te zijn. En omdat ik vanaf de kant kwam waarvandaan ik kwam liep ik ook nog eens in eerste instantie de verkeerde kant op weg vanaf 12 richting 13.

22→23

Ten slotte is er nog maar één been de moeite waard te bespreken, en dat was dan ook de routekeuze die naderhand bij een biertje ter sprake kwam met de andere lopers: 22 naar 23. Op het eerste gezicht zouden dat nog wel de nodige meters verschil kunnen zijn, maar nameten is enigszins ontgoochelend.

Ik liep de rode route, die exact even lang blijkt als de paarse, langs de andere kant van het vennetje. Hoewel ik de donkerblauwe nog korter had ingeschat, en twijfelde of de groene niet even lang zou zijn. Maar dat blijkt dus niet het geval. Ik liep gewoon de kortste weg.

Natuurlijk moet je wel opmerken dat de afstand niet het enige criterium is of iets de snelste route zou zijn. Het terrein (zand, bos of verharde paden), reliëf (vlak asfalt of glooiende wallekanten van de vennen, maar ook de eenvoud van de route speelt een rol: of je onderweg moet kijken waar je bent of dat je gewoon als een kip zonder kop het over het pad kan raggen. Ik denk dat daarom de paarse route wint, als het om de beste keuze gaat.

Maar ja, met zo weinig meters verschil blijft het een beetje geneuzel in de marge. Het mooist vind ik het altijd als een ogenschijnlijk kortste weg flink langer blijkt dan een minder voor de hand liggend alternatief: Baanlegging met een hoog Mindf*ck gehalte.

JG-Ham : 3-1

Nee, geen uit-wedstrijd tegen FC Ham, Schinken Boys of MHMM, maar ik heb twee routes gelopen bi jde Lenteloop Ham, waarbij 1 keer 3e, en 1 keer 1e (omloop 1 resp. 2). Stevig doorgerend, toch wat kleine foutjes (goed voor bij elkaar anderhalve minuut; niet het verschil tussen een 2e en 3e plaats), maar laten we naar de routekeuzes in het “stads” gedeelte kijken.

Omloop 1

19-20

Niet veel verschil. Ik liep hier rechtsom, wat een meter of 10 scheelde. Het voordeel van de linksom variant was vermoedelijk weer dat je de post al kon zien staan van een afstand, en dat je vanaf 19 in de richting kon vertrekken waarin je toch al je neus had wijzen toen je er aankwam.

20-21

Het lijkt een vrij triviale keuze om rechtsom te gaan (A), maar toch is linksom net wat korter. Al moet je over die paar meter niet te lang nadenken, want dan loont het al niet meer. Ik koos variant (B).

21-22

Dit is een achteraf meer besproken keuze: terwijl rechtsom (B) op het eerste gezicht bijna net zo lang lijkt als (A), scheelt het ruim 60 meter in het voordeel van (A). Toch hadden -voor zover ik gehoord heb- de meeste lopers voor (B) gekozen. Maar ik niet.Leuk is dat als je het zo bekijkt, van 21 naar 22, de blauwe variant (C) allerminst logisch lijkt, terwijl bij de route 20-21 dat juist een reële variant leek om dit blokje huizen te passeren. Het is dus vaak maar hoe je het bekijkt.

24-25

Van 24 naar 25 was een no-brainer. Niet nadenken. Meer tijd kostte het om de struikjes rond het gebouw te ontwijken en de scherpe bochten te maken. Zodat wellicht een iets ruimere route op volle snelheid nog wel sneller was.

25-26

De uitdaging zat er hier vooral in om direct te zien dat post 26 in aan oostkant van het hek stond. Dat had ik niet door en liep de -op zich- kortere route rechtsom, maar kan vanwege het hek niet bij de post, waardoor mijn route met 50 meter werd verlengd, en zo 38 meter langer werd dan de groene variant.

Verder zaten er in omloop 1 niet veel bespreekbare routekeuzes.

Omloop 2

12-13

Hier bleek uiteindelijk geen keus, want het hek ten zuidoosten van het voetbalveld was dicht. Ik heb niet gevoeld, maar ik zag een slot zitten en besloot -net als vermoedelijk iedereen- eieren voor mijn geld te kiezen.

14-15

Het maakt ook hier allemaal niet heel veel uit. Ik denk dat de middelste twee routes (A) en (D) het meest voor de hand lagen. Ik heb even de tijd gehad om tussen de rode en paarse variant te twijfelen. Maar het was om het even.

15-16

Dit is wel een interessante. Als je het nameet is de rode variant (A) vele korter. Ik twijfelde tussen deze en de groene (B). De blauwe (C) leek me sowieso een omweg: eerst linksom afwijken, en dan nog eens rechtsom, dat kan nooit goed zijn. Ik koos de groene (B), achteraf met ruim 50 meter extra veruit de langste variant. Dat geeft te denken.

 

22-23

Ik koos voor variant (A), de rode. Omdat het me zowel korter (was niet zo; 30 meter langer zelfs) als sneller leek. Dat laatste kan wel kloppen, want ik kon vanaf 22 in de zelfde richting doorlopen als waarin ik aankwam, en er zaten een stuk minder bochten in. Maar (B) was achteraf denk ik net wat sneller geweest. Zo zie je maar weer dat gevoelsmatig afstanden meten niet altijd even nauwkeurig werkt.

Maar ik heb ook nog een variant van de route linksom toegevoegd (paars) met iets ruimere bochten (stel dat er geparkeerde auto’s staan) en met een extra bocht in de speeltuin bij 23, om het mulle zand te ontwijken. Dan is die ineens weer langer dan (A).

Overpeinzingen

Hoe zou je dat nou kunnen trainen? Zoals je al eerder zag bij de keuzes 20-21-22 (omloop 1) hangt het er soms van af hoe je de kaart bekijkt, en hoe een been van de route er verder uitziet. Een boogje linksom of rechtsom lijkt vaak efficiënter dan een S-bocht. En vaak lijkt het voordeliger om min of meer de vogelvlucht route te volgen, ook als slingert die weer meer dan een ruime boog er omheen. Toch zijn de routes in het plaatje links in essentie allemaal even lang.

De juiste keuze zit hem vaak in de details. Veel bochten vertraagt, maar geeft wel telkens de kans een paar meter af te snijden (in een stadse omgeving). En een paar keer een obstakel ontwijken kost weer bijna ongemerkt de nodige meters extra.

Maar vooral leuk zijn de keuzes zoals bij 21-22 (omloop 1) waar op het eerste gezicht de ene route korter lijkt, maar de andere korter blijkt. Als je dat als baanlegger goed in de vingers hebt kan je voor verrassende uitkomsten zorgen. Ik denk door vaak achteraf te kijken wat de verschillen in afstanden zijn, je als loper ook een beter gevoel kan opbouwen voor de juiste keuzes. En daarmee is http://3drerun.worldofo.com/2d/courseplanning.php niet alleen handig voor course planners, maar evenzeer voor jou en mij.

Al met al was het weer een leuke wedstrijd. Of 2 eigenlijk. Er afwisselend vanwege de combinatie bos en stad. (Zie voor het bos-gedeelte mijn Doma kaarten archief: Omloop 1 en Omloop 2).

En die “1”-tjes in de uitslagen? Toen ik binnen kwam na de eerste route waren de twee snellere jongens er nog niet, of hadden ze hun EMIT nog niet uitgelezen, dus heb ik even mogen genieten van een voorlopig prijken bovenaan de uitslag.

Een keertje winnen is ook leuk!

Paascross Baeckelandt: 7,6 km over hei en door bos, op 2e paasdag. Geen eieren te vinden in het bos (wél bij de finish overigens), maar wel 29, pardon, 28 postjes op de route van mijn omloop 2. “Omloop 2?” zul je vragen? Inderdaad, ik liep een keertje voor de afwisseling de juiste afstand voor mijn leeftijdscategorie (want meestal kies ik voor de langste route, ongeacht leeftijd), omdat Annelot mee was gekomen naar Leopoldsburg, en ze, nadat we samen ‘haar’ omloop 7 hadden gelopen, een uurtje op mijn zou wachten tijdens mijn wedstrijd.

En dat ik haar niet langer dan nodig wilde laten wachten was een goede stok achter de deur voor mij om keihard te lopen. En dat heeft me (Pasen!) geen windeieren gelegd. Want ik won! Een minuut sneller dan de nummer 2 nog wel. Hoe deed ik dat?

Geen fouten maken?

Dat zou je zeggen. Maar naar post 10 liep ik toch een beetje verloren, wat me denk ik 45 seconde kostte. Geen dramatisch verlies, maar het liet me wel weer even zien dat als ik geen goed plan had, het flink mis kon gaan.

Ik koos na 9 een richting, recht naar 10, dacht die wel te zullen vinden, maar het bos was duidelijk groener dan op de kaart, en de herkenningspunten waren niet zo evident. Dus raakte ik van de koers toen ik eenmaal het open veld had verlaten, en liep er langs. Gelukkig zag ik het kronkelpaadje en wist welke kant op ik fout zat.

Het betere plan (voor de volgende keer)? Iets westelijk aanhouden (meer naar rechts), het kronkelpaadje in bij de hoek van het hek, en nagenoeg recht op de post af lopen, met de knik in het pad als aanvalspunt.

De snelste route kiezen?

Dat zou je zeggen. Maar als ik mijn kaart rustig bekijk achteraf had ik wel her en der wat anders kunnen kiezen: vaak zag ik een paadje over het hoofd dat misschien wel een iets langere, maar meestal een snellere weg had opgeleverd. Of niet?

Een stukje meten en rekenen: over het pad zou het stuk dat ik parallel aan de gele lijn hier naast liep 480 meter zijn geweest, terwijl ik 450 meter liep door het bos. Het was dus nauwelijks korter, maar wel een stuk langzamer. Had ik de snelheid die ik op het eerste stukje waar ik wel over het pad liep had, volgehouden over de gele route, dan had ik die in 40 seconde minder gelopen dan ik deed. Omlopen was dus beter. OK, ik had iets strakker op de 1 af kunnen lopen, maar dat zijn niet de meters. Die zitten vooral in de bochtjes en slingers in mijn route door het bos, bomen en greppels ontwijkend. Niet doorsteken dus!

Zou de gele lijn hier sneller zijn geweest? Het eerste stukje, direct na post 3, had ik het hele pad niet eens overwogen. Daar had het misschien wat snelheid gescheeld. En het noordelijke stukje? Daar was mijn route denk ik sneller, vooral omdat ik zo veel nauwkeuriger op de post af liep, en dus nauwelijks hoefde te vertragen om de post te vinden.

Dit lijkt met de trage doorsteek bij post 1 in het achterhoofd misschien weer een goede alternatieve kandidaat voor een gunstige route over een langer pad. Maar de gele route is 80 meter langer. Daar liep ik op dat moment (met mijn snelheid over de stukken pad die ik volgde) ruim 20 seconde over. Precies evenveel als ik deed over het stukje heide dat de gelopen route van 10 naar 11 langer over niet-paden ging dan de gele route. Kortom, geel was hooguit even snel, maar het was geen seconde twijfelen waard. Laat ik dat nou ook niet hebben gedaan.

Ten slotte dit been, van 16 naar 17: Was de westelijke route met iets meer paadjes sneller? Gezien de rare slingers en de onderbegroeiing in het hoekje waar de grachtjes bij elkaar komen denk ik dat het niet veel sneller was, en de gele lijn is een meter of 80 langer dan mijn koers. Wat ik wel beter had kunnen doen is de bocht om het zuidelijke grachtje niet zo krap afsnijden en over de heide lopen, maar gewoon het pad (de fel groene markering) volgen. 10 meter langer, maar vanwege de hoge snelheid (heb ik net uitgerekend) wel 5 seconde sneller. Maar ja, het uitrekenen kostte me dan wel weer meer dan die 5 seconden.

Eigenlijk heb ik, behalve op weg naar post 1, nergens een mindere routekeuze gemaakt. De hele kaart kan je overigens hier vinden.

Hard lopen?

Natuurlijk, maar niet té, want wel zorgen dat ik zuurstof over hield om een plan te maken én dat uit te voeren. Toen ik halverwege het gevoel kreeg dat het betrekkelijk foutloos ging gaf dat wel de kick om maximaal door te lopen, met grote passen over de heide die volgde vanaf post 16.

Maar de mooiste actie was wel mijn sprong op volle snelheid de sloot in tussen post 26 en 27: die lagen opvallend dicht bij elkaar, met een klein blauw addertje onder het gras. Snel kijken, goed kijken: geen zwart lijntje om het oostelijke stuk van deze gracht, en dus: Passeren Toegestaan. Vieze natte voeten in deze stinksloot, maar wel een halve minuut tijdwinst.

Balans

Kortom, in vind dat ik het wel een keer verdiend heb. De juiste balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. De juiste beslissingen waar nodig, en niet twijfelen waar het er ook niet toe doet. Kom maar op met de volgende wedstrijd…

Snelle analyse

Rappe loop. Relatief eenvoudige posten, goed doorloopbaar bos (hoewel af en toe gemene doorntakken die mij probeerden pootje te haken), en scherp in mijn hoofd, dus is veel goed gegaan (ondanks een klein foutje her en der).

Prachtig weer, overigens: de lente lijkt begonnen. En dus had ik besloten een goede start te maken, en telkens een plan klaar te hebben voor het volgende been, voordat ik bij een post ging aankomen.

Driften

Maar nu even over de foutjes. Die bestonden vooral uit kleine koers-missertjes. Een klein beetje driften qua richting kostte me meer dan luttele seconden.

Neem de route van 1 naar 2. Plan: rand van het veld opzoeken en pal in het verlengde daarvan het middel-groen doorsteken, en vervolgens rechtdoor tot aan de post lopen, die in de punt van een vanuit het noorden (let op: de kaartfragmenten zijn geheroriënteerd, dus het noorden is in dit geval links) opkomende insnijding zou liggen. 5 graden afgeweken, verlaging gevonden, maar de verkeerde. Rondkijken….post! Maar wel 20 seconde verloren.


3 naar 4: weer 15 seconde verloren. Ik had natuurlijk beter moeten kijken en gele de open plekken in het wit moeten opzoeken, met de cultuurgrens als ‘aanvalspunt‘. Door het gebouw noordelijk van 4, waar ik veel te dichtbij uitkwam, wist ik welke kant op ik fout zat.


Hier ging eigenlijk niks mis, op weg van 7 naar 8, maar het groen rond 8 was zo dicht dat toen ik eenmaal het bosje in was, de enige optie was om de open plekken die er waren te volgen. Tevoren zorgvuldiger kijken had meters kunnen schelen, maar ook seconden gekost.

Veel posten gingen vervolgens als de gesmeerde bliksem, en dus is er pas over 15-16 weer wat opmerkelijks te zeggen. Een hele minuut verlies, omdat ik meende vanaf de oversteek van het pad rechtuit door te lopen, maar onbewust naar het oosten afboog, wat juist westelijk had moeten zijn. Het had er ook wel mee te maken dat veel open terrein inmiddels dicht begroeid was (twee jaar oude dennen dicht op elkaar maken wat lichtgeel was op de kaart ineens donkergroen in het echt), en ik de kaart niet 100% vertrouwde. Maar goed. de terreinplooien kwamen waar ik liep niet helemaal overeen met de kaart. Ik zocht het ‘einde van de verlaging’ maar die kwam maar niet. Belletje rinkelde, ik zag geen pad vlakbij, en concludeerde terecht dat ik te ver oostelijk liep. Het had me meer tijd kunnen kosten.

Dit kaartje is moeilijk te interpreteren. 17-18 was kort; ik liep er gewoon voorbij, links zoekend, niet rechts kijkend. Een stukje van niks, dat dan toch, al her-oriënterend, 25 seconde kost.

26-27: Hier lijkt het tijdverlies wel mee te vallen, maar hoe korter ik door het ‘wit met groene strepen’ had gelopen, hoe minder winkelhaken er in mijn broek hadden gezeten, en hoe minder kracht het had gekost om me door deze wildernis heen te worstelen. Kompas! Te zien is dat het half-open stukje net ten noorden van 26 te verleidelijk (of juist te dicht begroeid zoals wel meer ‘gele’ plekken op deze kaart?) was en me van mijn koers af heeft getrokken, die ik daarna niet meer gecorrigeerd heb.

28-29: Volslagen gedesoriënteerd was ik even toen ik het huisje zag staan, het minieme zwarte vierkantje op de kaart dat me niet was opgevallen. Het kostte vreemd genoeg 25 seconde voordat ik het thuis had gebracht.

Hier had een iets slimmere routekeuze via het noordelijke pad me directer naar post 30 geleid. Niet dat ik niet wist waar ik was, maar paden lopen nou eenmaal sneller dan bos. Kennelijk nog onder de indruk van het gestuntel van 28-29.

35-36: Bijna thuis. Nou ja, nog 3 posten te gaan, en de vermoeidheid begon me parten te spelen. Denkend dat ik rechts van het gele veldje (dat wel weer dichtgegroeid zou zijn, vol dennetjes) liep, koerste ik vanaf de noordoost hoek van èèn veldje in noordwestelijk richting. Alleen een ander veldje dan gedacht, en daardoor net naast de post. Dat kostte me 1 minuut, schat ik zo, voordat ik door had waar het mis was gegaan en welke kant ik op moest om 36 alsnog te vinden.


Aanvalspunten

Aanvalspunten waren er op zich genoeg. Maar ik was vooral bezig met de doorloopbaarheid, want al was het het geen dicht bos, er staken toch behoorlijk wat doorntakken uit de grond, en het was soms aardig opletten om geen blesserende misstappen te maken. Dus keek ik soms meer naar beneden dan om me heen. Tegelijkertijd leek de kaart regelmatig behoorlijk recht-toe-recht-aan, zodat er weinig risico’s waren om verkeerd te lopen. Dat deed ik dan ook niet echt, maar het kost telkens wel wat tijd als ik er een stukje naast zit, meestal ten gevolge van het onderschatten van de moeilijkheid. Laten we daarom eens kijken naar mijn inschatting of een been makkelijk was en of dat in werkelijkheid ook zo bleek te zijn.

Posten waar ik volgens mijzelf tijd verloor waren 2, 4, 8, 16, 18, 27, 29 en 36. Dat klopt ook best aardig met de splits hierboven. Volgens mij had ik in totaal tussen de 4 en 5 minuten sneller kunnen zijn.

Maar  volgens diezelfde grafiek was toch vooral 11-12 een verliespost. Je kan niet zeggen dat mijn route zo beroerd was, en ik een verkeerde koers liep; het ging vooral langzaam door het dichte gebladerte en de welig tierende braampartijen. Ik vraag me dan ook af welke zevenmijlslaarzen de andere lopers hadden dat ze hier zo rap doorheen bewogen. Of ik volgde toevallig het bramenspoor, ten koste van bijna 1 minuut looptijd.

Als ik wat objectiever kijk naar de resultaten, en ze in een tabelletje zet, waarbij ik het tijdverlies (volgens de Splitsbrowser formule) uitzet tegen de geschatte moeilijkheid van de post en de achteraf beoordeelde moeilijkheid (met name de post zelf; niet de route er naartoe) krijg ik het het volgende:

Tijdverlies per post. Het post nummer staat tussen haakjes; daar onder staat het tijdverlies in seconden. Rood en geel zijn verlies, blauw-paars en groen zijn winst. Op de horizontale as heb ik de posten gegroepeerd in makkelijk, gemiddeld en moeilijk, voor zover ik dat achteraf heb ingeschat. Verticaal geldt dezelfde indeling, maar dan voor mijn inschatting tijdens het lopen.

Als ik nou kijk naar het gemiddelde tijdverlies per nonant (vakje in een 3×3 veld) krijg ik

TIJDVERLIES [s]
moeilijkheid objectief
+ ++ +++
moeilijkheid
geschat
+++ 0 -2
++ 2 -3 10
+ 1 14 9

En dan valt op dat ik gemiddeld telkens 10-15 seconde per been verlies als ik de moeilijkheidsgraad tijdens het lopen lager inschatte dan hoe ik deze (objectief?) achteraf zou beoordelen. En dat  als ik gemiddelde tot moeilijke benen correct beoordeelde ik zelfs een paar seconden won, ten opzichte van makkelijke benen. Ik kan dus prima omgaan met de moeilijke benen van de omloop, tenzij ik ze onderschat. Dat is wel een interessante constatering! Hier ga ik de volgende keer mijn voordeel mee doen…

P.S. Routes vergelijken is altijd leuk. Bijvoorbeeld het verschil tussen mijn routes en die van Patrick de Bruycker op 2DRerun.

Steep learning curve @JeneverCross

De Jenevercross op de Kesselse Heide luidt het begin in van een steile leercurve. Voor 2017. Wat valt er een hoop te verbeteren aan mijn oriëntatievaardigheden! Met de kennis zit het prima, maar het in de praktijk brengen daarvan, da’s nog een dingetje.

Klinkt makkelijker dan gezegd:

  1. langzamer lopen waar nodig (in plaats van vol gas de verkeerde kant op),
  2. wat vaker op mijn kompas kijken (in het donker; ook bij een bevroren duim),
  3. plan maken voor het volgende been (voordat ik het ontbrekende plan uitvoer),
  4. aanvalspunten, aanvalspunten, aanvalspunten.

“Gewoon doen” zou het devies zijn, vanaf de zijlijn. En dat is ook wel zo, maar er is iets wat me er van weerhoudt. Of liever gezegd: ik heb sterk de neiging me vol overgave op iets anders te werpen: snelheid. Na een foutje zegt mijn hele lichaam: inhalen, die verloren tijd!

En vanaf dat moment zijn de bovenstaande regeltjes low-priority. Eerst maar eens heel hard naar die post lopen, en dan ga ik zorgen dat ik met terugwerkende kracht ook daadwerkelijk op de juiste plaats ben. Best raar eigenlijk.

Neem nou post 2. Ik vond mezelf wat traag op weg naar 1 (terwijl ik de vierde tijd had vanaf de start naar 1 volgens de splits). Dus ging ik meteen na 1 gestempeld te hebben de kant op die ik had onthouden voor 2 na een snelle blik op de kaart. De richting klopte (ik weet altijd al voor ik bij een post kom welke richting de volgende op is) maar ik had beter het paadje kunnen volgen in plaats van er 15 meter naast te lopen door de struiken. Kortom, ik overtrad regel 3: geen plan, wel rennen.

Naar post 3 was op zich goed, maar ik verprutste het bij de post. Ik liep er redelijk direct naartoe, maar verwachtte nummer 203 want de hele route had opeenvolgende controlenummers, van 201 t/m 225, behalve de derde post, die niet 203 was en ook niet 230, maar eentje minder dan dat (als strafpunt voor de verwisseling van de cijfers) en dus 229 had gekregen. (Een vaag verhaal, maar dat was het ezelsbruggetje dat ik onderweg naar de start had besproken met Ralph, die voor het gemak zijn hele postomschrijvingstrook was vergeten mee te nemen. Ik had het nummer goed onthouden, maar dacht er even niet aan toen ik naar post 3 zocht, en toen ik 229 tegenkwam besloot ik dat ik de verkeerde post had gevonden. Aiaiaiai.)

Ondanks dat het niet zo slecht liep over de bevroren heide was het toch een stuk sneller om over paadjes te lopen. In potentie had ik een een stuk kortere route kunnen lopen als ik 4 direct gevonden had, maar ik miste hem, en was uiteindelijk evenveel, zo’n 310 meter, onderweg, ten opzichte van de route over de paadjes. Maar dan was ik wel een stuk sneller geweest. Kortom: ook weer door de haast regel 3 overtreden, en dat kreeg ik dubbel en dwars terug. Maar ik had me ook niet aan regel 1 en 2 gehouden: toen het er op aankwam keek ik niet goed op mijn kompas, en week te ver naar het westen af, waardoor ik de post miste. Wellicht hadden hoogtelijntjes me kunnen helpen, en in elk geval had ik beter de weg als stoplijn kunnen kiezen, door bewust meer naar het oosten afwijken, in plaats van per ongeluk naar het zuiden.

Op dat moment kwam wel de bezinning, en besloot ik beter bewust te oriënteren. Ik lag toen al op een 17e plaats (zonder het te weten, maar wel te vermoeden).

Naar post 5 volgde ik veel paden, met een goed aanvalspunt, en naar 6 liep ik nauwkeurig op kompaskoers. Maar bij 7 ging het weer enigszins fout. Juiste richting, tot ik er bijna was. Toen vergat ik mijn kompas, raakte van de koers, zag een weg lopen maar kon op afstand niet goed de richting er van zien, en herkende meerder plekken in het bos als open plek. Lastig punt ook. Regel 4 vergeten. Puur op kompas door het donker is geen garantie om de juiste koers te volgen. Dan moet je een plan hebben. Had ik niet.

Ik heb maar eens opgeteld waarmee ik hoeveel tijd ben verloren. De genoemde regels hebben natuurlijk wat overlap, maar de uitkomst is toch wel opvallend:

  • regel 2: De meeste tijd ben ik kwijtgeraakt door niet goed op mijn kompas te kijken: bijna 4 minuten. Nou heeft dat ook te maken met een ontbrekend back-up plan, want een beetje afwijking mag niet tot het missen van de post leiden, wat je zeker kan stellen door het kiezen van goede stoplijnen en meerdere tussen-aanvalspunten in te bouwen.
  • regel 3: Het niet maken van een plan en gewoon gaan lopen kostte bijna 2 minuten. Soms kan je prima onderweg het plan vormen, want als ik bij elke post 4 seconde verlies omdat ik mijn route bepaal kost dat ook 2 minuten bij 30 posten, maar misschien had ik dan ook de kompas-fouten niet gemaakt.
  • regel 1: Dan komt het ‘de tijd nemen’ bij de post: ook bijna 2 minuten, met name aan post 3 waar ik me in het controlenummer vergiste, en 4 en 12 waar ik vlak bij de post de mist in ging door niet de tijd te nemen.
  • regel 4: En ten slotte verloor ik nog bijna 1,5 minuut door geen goed aanvalspunt te hebben. Met name bij posten 4 en 7. Denkend: “ik zie hem wel staan als ik er ben” werkt soms wel in het donker, maar is soms ook een groot risico.

Het lastige is natuurlijk dat je wel eindeloos kan gaan lopen muggenziften bij elke van de 30 benen van zo’n route, maar als dat telkens 5 seconden kost, ben je al 2½ minuut verder. En of ik daar 7½ minder mee verlies is natuurlijk nog maar de vraag. Het gaat er dus niet om om elk been deze verzekeringspremie te betalen, maar om in een oogwenk te bepalen wanneer het wel loont en wanneer niet. Stukje ervaring, en stukje routine: een snelle blik op de kaart, om te bepalen of een snelle blik voldoende is, of dat ik beter 10 seconden kan uittrekken om een listig plan te smeden. En onderweg nog een paar tripple-checks of ik met niet van de kaart heb laten brengen… Want vaak pakt het genomen risico toch wel goed uit en loop ik strak op de post of.

Maar het is wel opvallend dat ik de meeste tijd had kunnen winnen door vaker en/of beter op mijn kompas te kijken, terwijl dat iets is wat toch nauwelijks extra tijd kost onderweg. Ware het niet dat mijn duim er halverwege bijna af was gevroren door een combinatie van koude en een te strak elastiek van mijn duim-kompas, zodat ik het ding maar om een andere vinger droeg, en hij daarmee -onzichtbaar- onder in plaats van boven op mijn kaart zat. Daar moet ik toch maar iets slims voor verzinnen de volgende keer, met een pols-kompas of zo bij extreem koud weer.

Anyway, terug naar de kaarten, want daarom lezen jullie dit artikeltje, toch? We gaan naar 11. Daar heb ik last van zinsbegoocheling. Richtingszin, wel te verstaan. De familie Pouppez-de-Kettenis had een doortrapt plan in de jaren ’20 van de vorige eeuw, en trok het lijnen-raster dat de paden vastlegde scheef ten opzichte van het noorden. Om mij een eeuw later van de wijs te brengen. En het is ze nog gelukt ook. Een snelle blik op de kaart (zo een die leert dat dit een makkelijk been is en ik gewoon hard moet lopen tot aan een pad op de rand van bos en hei) was genoeg om het gevoel te geven dat ik zo’n 45° graden aan moest houden. Één hersencel vond dat dat ten opzichte van de paden was (die ik vanaf post 10 helemaal niet kon zien, natuurlijk), maar twee andere cellen dachten dat ik ten opzichte van het noorden bedoelde. Dus liep ik koers 315° tot ik een ‘lijn’ zag en corrigeerde nog wat meer naar het noorden, tot ik 45° met het pad maakte. Volgens plan. In werkelijkheid pal de verkeerde kant op. Want het was een ander pad. Ze noemen het ook wel de klassiek 90° fout. Verwarring, desoriëntatie, en onbehagen. De naald van mijn kompas leek wel vastgeplakt terwijl ik mijn lichaam in de richting die de kaart aangaf draaide. Beginnersfoutje. Dat ik even later een eiland op liep (nota bene het enige in de wijde omgeving) en er over de dezelfde route weer af moest is me vergeven.

Er volgden een paar strakke benen, recht op de post af, paden gevolgd waar dat het beste was, en posten gevonden vanaf het voorziene aanvalspunt. Ik kan het dus wel! Wellicht daardoor was ik overmoedig bij het been van 15 naar 16. Of maakte ik weer de eerdere kompasfout, met mijn 45° declinatie? Moest noornoordwest, liep noordnoordoost, en kwam op een pad. Maar een ander pad dan ik dacht. Liep tot aan een kruispunt met een bos. ¼ bos en ¾ hei, volgens de kaart. En warempel, in het echt, in het donker, zag het er ook zo uit. Kijk maar eens goed naar de kaart . Ik heb het stukje hier onder uitvergroot. Het hoekje waar ik uitkwam (rechts, met het rode bolletje) is nèt een tikkeltje asymmetrisch, en oogt in het donker, als je met een half oog om je heen kijkt en met 1½ naar de kaart, net als het hoekje linksonder in het plaatje, als het zicht beperkt is in het schijnsel van een hoofdlampje. Dus ik dacht dat ik op het westelijke kruispunt liep terwijl ik op het oostelijke stond. Doorsteken, pal noord, tot de open plek. Hé, die is iets kleiner dan gedacht. Nou ja, bos groeit ook in het donker door, toch? Ik kom zo dadelijk op een pad. Ja, inderdaad! Nu een stukje pad volgen naar het oosten, tot er een zijpad komt, en dan in het verlengde daarvan naar de open plek. Simpel. Open plek? Ja, daar! Weer kleiner dan verwacht, maar dat was die vorige ook. Het zal wel een oude kaart zijn. Maar waar ben ik? Dat zijpad was er niet, dus waarom zou de open plek dan wel kloppen? Twijfel overheerst. Een pad! Ik ben te ver. Pad volgen, oost of west? Ik gok west. Bij de splitsing van het pad -tenslotte- weet ik waar ik ben, besef ik mijn fout, en kan ik er niets anders meer aan doen, dan deze fout niet nog eens maken.

Maar ik ben er bijna. Niet bij de finish, maar bij de kaartwissel: het grote moment dat ik mijn kaart om mag keren, en met een schone lei op de achterkant kan beginnen. Maar nog ééntje dan, op deze kant, naar post 18. Op zich geen fouten, alleen lag het noorden weer 45° gedraaid, en keek ik niet vaak genoeg op mijn kompas om het te merken. Als het me 15 seconden heeft gekost is het veel, maar toch zonde van de inspanning.

De direct volgende posten gingen allemaal prima. Geen fouten, geen tijd verloren. Kijk maar op de kaart.

Tot ik van 23 naar 24 ging lopen. Het plan was pal oost te vertrekken, tot bij de paadjes, dan over de open plek, rechts aanhouden, doorsteken naar het pad, en bij de splitsing rechts, schuin het bos in naar de post. Tot zo ver niks mis: ik had een plan!

Ik zag een pad, stak over, nog een pad, en daar achter een open plek. Niet heel open, maar ja, dat was die oude kaart waar ik het al eerder over had. Maar de open plek had niet echt een rechter kant waar ik door kon, en ineens zag ik een watertje. Warempel, ik zat compleet verkeerd. Toen toch maar eens rustig naar mijn kompas gekeken. Handig dingetje, af en toe. Had ik er eerder op gekeken, dan had ik post 24 ruim een minuut eerder op mijn naam kunnen zetten.

Post 25 was een eitje, en misschien wel mede daar door, en omdat ik er bijna was, sloeg ik het maken van het plan voor 26 over, en rende weliswaar aanvankelijk de goede kant op, maar vergat het aanvalspunt te kiezen. Meerdere routes, zowel die meer noordelijk, als die meer zuidelijk, waren beter geweest, want zekerder. Alsof iemand die paarse lijn op de kaart met een kwast op de hei zou hebben geschilderd, ging ik recht op het doel af, en miste dat faliekant omdat ik eigenlijk niet wist wat ik aan het doen was. Dat kostte me 25 seconden.

Dat ik vervolgens toch nog de allersnelste tijd vanaf 26 naar de finish neerzette is een doekje tegen het bloeden.

Maar de lezer -u dus- moet nu niet denken dat het niet leuk was, om te Jenvercrossen. Vier jaar geleden, in het zelfde gebied, op dezelfde kaart was ik ook al een beetje draaierig en af en toe de koers kwijt. En over weer een jaar of vier lees ik dit stukje van mezelf en verschijn lachend aan de start. Want drie maal is scheepsrecht…

Intussen namen we er nog ééntje, praatten over wat dit voor mooi jaar zou gaan zijn, hoeveel béter wij nog konden worden, en wisselden verheugenissen uit op volgende week: de W.O.R. 2017.

Hard door nat Gerhagen

Ger-her-hagen

Op 2 november 2012 wist ik niet dat ik bijna vier jaar laten weer door dat zelfde bos zou rennen als waar ik toen een tiental geocaches (multi’s, mysteries, traditionals) zocht met de Altijd Snelle Mystery Loggers. En ook op 31 juli 2016 duurde het tot bijna de finish tot ik door had waar ik was. Althans, dat dit het zelfde bos was, en dat de start van vandaag de lunch-locatie van weleer was. Ineens viel het kwartje van de uitzichttoren. Want, in tegenstelling tot menige oriëntatieloop de laatste tijd, wist ik deze keer nagenoeg voortdurend waar ik uithing. Met andere woorden: het ging weer goed!

Omdat oriënteren voor een groot deel tussen je oren plaats vindt, en ik nogal de neiging heb tot reflecteren, gaat het soms met ups en downs. Loop ik een paar keer goed, dan vier ik de teugels wat wat techniek betreft, om de volgende keren te constateren dat ik maar beter beter stappen kan tellen, regelmatiger kompas kan gebruiken, en nauwkeuriger kaartcontact kan houden. Om vervolgens te constateren dat ik wat harder door moet lopen en minder moet treuzelen met magneetnaalden, gevouwen kaarten, en getelde passen. Nu zit ik in de fase van het betere stappen tellen, en moet ik de volgende keer dus wat beter op de naald lopen en koers houden. Zo gaat dat. Lees maar verder.

Bandit

bandit

Maar voordat je verder leest kan je ook alvast een nieuw window openen en YouTube aanslingeren, want ik heb weer eens een filmpje gemaakt. Dit keer met een geleende TomTom Bandit 4LB00, om te kijken hoe geschikt die is voor Orienteering Headcam Video’s. Hij werkt uitstekend, minstens zo goed als mijn Contour Roam, maar daarover later meer.

Wedstrijd

Het leuke van vroeg starten is dat je niet door het platgetrapte spoort in het gras van lopers vóór je rent. Maar rond post 2 was er geen gras, en in eerste instantie ook geen post. Ik zag hem niet, al zie je op de kaart hier onder dat ik er vlak langs liep.

Ik denk zelfs dat je hem op 3:40 in het filmpje al gewoon ziet staan, en ik zag hem zelf ook, maar in de veronderstelling dat ik er nog niet was (ik zocht naar een greppel die ik als aanvalspunt wilde gebruiken) besloot ik in de gauwigheid dat ik nog verder moest lopen. Vreemde beslissing, die me anderhalve minuut zou kosten. Maar ik herpakte de wedstrijd weer, en nam me voor voorlopig geen fouten meer te maken. En voor een keer kwam dat voornemen ook uit, waardoor er over de daaropvolgende posten, tot en met 9, eigenlijk niet zo veel smeuïgs te vertellen valt.

20160730_Gerhagen_07Hoewel het natuurlijk ook interessant is als alles wel volgens plan verloopt, zoals mijn route van 6 naar 7. Ik koos er voor om aan de noordkant (rechts) van de moerassen te blijven, en gebruikte het pad als stoplijn. Om vandaar uit over de langgerekte heuvel te lopen, omdat die hoog, droog, en hard was vermoedelijk, en vanaf het uiteinde op het ook naar het westelijke punten van het achterste moeras te gaan, naar de post. En dat lukte perfect.

Deze moerassen had ik ‘overleefd’ maar onderweg naar 8 stonden sommige paden compleet blank. Een paar weken terug had ik verschrikkelijke blaren overgehouden aan een paar natte voeten, en ik hoopte dat dit keer te voorkomen. Maar ja…

De route van 9 naar 10 ging overigens niet zozeer fout, als wel was het een behoorlijk lastig been. De kortste route loopt ongetwijfeld dwars door het bos, maar een vergelijking met de route van Ralph (rood) en mijn route (blauw) over de paden, laat zien dat hoewel we overall toch ongeveer even hard liepen, doorsteken hier minuten extra kostte. Ik vond het ook lastig om in te schatten hoe het ‘witte’ bos er uit zou zien, omdat tegen de paden aan al het bos ondoorzichtig ‘groen’ was, en de doorloopbaarheid dus een onverantwoorde gok inhield.02-08-2016 22-31-09Maar het spectaculairst werd het vanaf het moment dat het pad in noordoostelijke richting naar 10 liep. Het begon nog redelijk, zij het dat het pad zo onherkenbaar was dat ik er in eerste instantie voorbij rende, maar al gauw stond ik tot mijn middel in het water. Vies bruin stilstaand water. Waardoorheen rennen niet meer mogelijk was, en waarbij door het opspattende water mijn kaart nat werd, zodat ik al gauw met de kaart boven mijn hoofd verder liep, balancerend om niet om te vallen en helemaal nat te worden. Ik bedacht dat het wel interessante beelden zou opleveren voor de video.

water2Intussen was het vrijwel onmogelijk om realistisch afstand in te schatten. Er was een hele flauwe bocht in het pad te zien, maar ik wilde doorlopen tot aan de ‘greppel’ die vanaf het pad naar de post zou moeten lopen. Alleen was die greppel net zo min te onderscheiden in het compleet onder water staande bos, als de beek die links van het pad zou hebben moeten lopen. Het hele bos was een beek of greppel, en ik had geen zin om op de tast te proberen waar ik nog een meter dieper zou wegzinken. Dus liep ik door tot waar het droger werd, besloot dat ik te ver was, heroriënteerde me, en liep pal op de post af. Alleen dan na 300 meter méér zwemmen dan via de kortste route.

20160730_Gerhagen_13Een paar posten verder had ik wat beter op mijn kompas moeten kijken. 02-08-2016 22-53-27Want in plaats van door het dichte bos zo snel mogelijk naar het zuiden, naar het dichtstbijzijnde pad te lopen, week ik bijna een kwart slag af naar het westen en liep parallel aan het pad in plaats van er recht op af. Dat was natuurlijk wel een beetje jammer. Twee hele minuten ploeterde ik door ruig bos vol greppels overdwars. Om nog een beetje vaart te houden liep ik af en toe parallel aan de greppeltjes, maar daarin zat nou net de fout: ik werd hierdoor naar het westen getrokken, zonder dat ik me er bewust van was. En zo kwam ik uit op het oost-west pad, in de veronderstelling dat ik oostelijk van de splitsing liep en het voetpad kennelijk had gemist, terwijl ik in werkelijkheid een stuk naar het westen was, en waardoor ik nota bene nog veder doorrende in westelijke richting. Gelukkig had ik na 10 seconde mijn fout door en keerde alsnog om.

Een leuke routekeuze was die van 15 naar 16. Nadat ik bij 15 nog een dikke minuut had verloren door hem niet te vinden, besloot ik even flink door te lopen, en gebruik te maken van extra snelheid van de paden. Op zich had de rode route naar 16 dwars door het bos nog wel snel kunnen zijn, en er zaten ook wat stukken ‘wit’ bos tussen, maar mijn ervaringen vandaag met dit bos waren niet zo denderend, met name qua snelheid, dat het pad me beter leek. En dat bleek te kloppen, want de verloren tijd van 15 werd bij 16 bijna compleet goed gemaakt.

Wat daarna volgde was een uitstekende finale, met soms een beetje geluk. Vlak voor 20160730_Gerhagen_19de finish lag nog een doolhof aan kleine paadjes, waarbij het veel tijd had kunnen kosten als ik verkeerd was gelopen. Maar door goed kaartcontact houden en een beroep op mijn richtingsgevoel (nee, geluk was er uiteraard niet bij!) verliep dit vlekkeloos, en mocht ik naar post 19 en de finish de snelste tijd van de dag noteren, volgens de splits.

Ik ben dik tevreden. Lekker gelopen, geen blaren, een paar goede routekeuzes, en als leermomentje voor de volgende keer: kompas gebruiken.

Video

Ik heb weer eens een video gemaakt vanuit mijn perspectief. Zoals ik er wel meer heb gepost op YouTube, met een Quickroute kaart via RGMapVideo er in gemonteerd, maar dit keer met een andere camera.

De TomTom Bandit is een leuke actioncamera van TomTom, die erg geschikt is voor Oriëntatielopen, omdat hij niet alleen in breedbeeld-, maar ook in normale beeldverhouding kan filmen, zodat je niet door een brievenbus naar de struiken kijkt, maar ook nog wat boven en onder ziet. Overigens kon mijn oude Contour Roam dat ook.

Hij valt op door zijn bedieningsgemak en veelzijdigheid. Hij heeft namelijk gescheiden start- en stop-knoppen, waardoor je blind de juiste actie kan uitvoeren, en niet per ongeluk stopt als je juist wilt starten. De knoppen zijn groot genoeg, maar worden niet per abuis ingedrukt door een passerende tak (zoals bij de Contour regelmatig gebeurde). Mooi is dat je hem met de smartphone kan instellen en een live-weergave kan gebruiken om hem recht te zetten (nou zat hij toch een beetje scheef op mijn hoofd; het zou mooi zijn als je de rotatie kon locken als hij eenmaal goed staat). Maar alle opname-formaat en -kwaliteits keuzes zijn ook via het kleine LCD scherm op de Bandit zelf te maken.

De batterij hield het lang genoeg uit. Dat was toen ik hem in de winter probeerde wel anders. Toen was hij na een half uur op. Ik denk vanwege de kou. Dat zou wel een verbeterpuntje kunnen zijn. Misschien lag dat aan dit exemplaar.

De Bandit’s beeld stabilisatie is best goed, en het centrum trilt niet, maar het laat een flinke steek vallen bij het corrigeren van rotaties, en laag-frequente bewegingen. Op zich niet verwonderlijk, want je moet dan voldoende grote marges hebben om stukken beeld weg te laten zodat wat overblijft geen zwarte randen heeft. Dat heeft mijn na-bewerkte resultaat dus wel (via de deshaker plugin van VirtualDub), omdat ik wat sterkere camera-bewegingen heb met de camera aan mijn hoofd, dan waarop de Bandit rekent. Door de loop-beweging kantelt het beeld ook behoorlijk van links naar rechts, en het lijkt of er in die richting geen stabilisatie door de Bandit wordt toegepast.

tomtom-bandit-3Als de Bandit meteen een stabiel beeld zou leveren zou dat heel veel werk en tijd schelen bij het maken van orienteering videos (en een hoop misselijkheid bij het bekijken).

Verder zat hij goed vast op mijn hoofd en schudde niet. Ik had een strakke, niet-elastische band om mijn hoofd, die ik een paar keer recht trok als hij wat omhoog wandelde en iets losser kwam te zitten, maar dit lijkt wel stabieler te werken dan een elastische band. Hij ik lekker klein, en zit aan de zijkant, waar hij minder tegen objecten aan stoot dan bijvoorbeeld een GoPro die bovenop zit en veel meer uitsteekt. En daardoor totaal ongeschikt is als action camera.

Jammer is wel dat de TomTom niet, als hij aan de zijkant zit, op en neer te richten is, met de meegeleverde klemmen. Alle houders zitten in een ‘vaste’ positie en kunnen niet roteren. Dat mis ik wel.

Het geluid is niet slecht. Ik kan mezelf redelijk goed verstaan tussen al het windgeruis en gehijg door, al zou het volume iets hoger mogen.

Wil deze camera echt heel makkelijk werken voor video’s met oriëntatiekaarten, dan zou de stabilisatie ook rotatie moeten aanpakken, en liefst ook grote laagfrequente bewegingen, en zou je via een (web?) interface eigen, ingescande kaarten moeten kunnen toevoegen (na kalibreren) en splits toevoegen (of laden van een website met uitslagen). De Bandit heeft immers al een ingebouwde GPS, kan met een hartslagband praten, en heeft een wifi-interface,  dus de infrastructuur voor een complete verwerking is er al. Het wachten is op de software. Ik heb vernomen dat er misschien een aangepaste beeldstabilisatie aankomt.

Als een halve sok…

…thuis zou zijn blijven liggen, had ik er nog maar anderhalf bij me gehad. Maar ik had een hele sok thuis gelaten, dus had er maar één om aan te trekken. En vanwege het warme weer was ik op mijn Birkenstocks hier heen gereden, en had dus ook geen stadssokken op zak. VJLopen op blote voeten dus. Nou ja, wel met mijn bijna nieuwe VJ Integrator High’s om mijn enkels, maar zonder sokken er in. Dat zou wat worden.

Vol goede moed naar de start. Alweer vergeten dat ik wat vergeten was. En focus op het vertrek. Goed kijken dit keer, met als bewust-onbekwaam aandachtspunt de fijne oriëntatie; want het oriënteren op de mm2 ging de laatste keer minder fijn.

20160710_Galbergen_01De eerste posten gingen dan ook uitstekend. Tot en met been 6 liep ik nog ongeveer gelijk met de nummer 3. En als ik niet op weg naar post 7 een foutje had gemaakt, was ik als 2e bij post 14 aangekomen. Maar dat pakte dus wat anders uit.

Op de kale vlakte waar ik bij mijn 2e oriëntatieloop ooit, “Nacht Galbergen” op 11 februari 2011, ook wat verdwaalde, ging het een beetje mis. Ik dacht 7dat post 7 (zie kaartje hier naast) een boom op een open plek omringd door zand zou zijn. Een hele herkenbare post dus. Maar ik zag in het voorbijgaan niets. Open plekken zijn nooit zo heel open. Her en der groen, heuveltjes, is die boom toch een bos? Afstand schatten uit de losse pols is ook lastig. De post lag niet helemaal in het open vlak, maar in een puntig stukje tussen stukken wit bos. En ik moest eerst nog tussen wat wittigs door om er te komen. Dus, zoal je hier onder kan zien, ging ik door dat wit heen; althans, door wat ik op dat moment dacht dat ‘dat wit’ was. 20160710_Galbergen_07Aan de andere kant aangekomen begon het te dagen. Ik was te ver, en zag precies waar ik liep. Terug door het witte groen, bijna recht op de post af, die verscholen zat in een piepklein stukje donkergroen – op de kaart. Anderhalve minuut kwijt! En eigenlijk voelde ik het al aankomen. Passen tellen, de volgende keer als ik hier ben…

Daarna ging het dus weer even uitstekend. Post na post zonder enige hapering. En eigenlijk liep ik naar 15 ook niet heel verkeerd, ik had de kortste route gekozen, 10% korter dan verder naar het noorden oosten doorlopen, en 15% korter dan de zuidelijke variant. Maar ja, ik liep langs een hek tussen twee akkers, die bij nader inzien 20cm onder water bleken te staan. Natte voeten! Maar nog erger: zonder sokken, dus verder soppen met weke huid om mijn hielen heen. En, o ja, ik liep een doodlopend paadje in vanaf de verharde weg20160710_Galbergen_15, dat niet op de kaart stond.

Voor de 2e keer vandaag: passen tellen, dan was dit niet gebeurd. Je zult zeggen: zag je dat slootje dan niet, die blauwe lijn op de kaart? Dat wist ik pas toen ik het zag, maar tot die tijd was het lastig om alle details in de tuinen waar ik langs liep af te scannen; wat olijfgroen is op deze kaart was in werkelijkheid een palet van huisjes, heggetjes, schuurtjes en tuinkabouters. Goed, dat scheelde 40 sec.

20160710_Galbergen_17Weer volgden een aantal succesvolle posten. Achteraf bijna bezien perfecte routekeuzes. Hoewel ik wel iets handiger naar 17 had kunnen lopen: zonder de 90-graden fout die ik later vandaag nog een keer zou maken.

20160710_Galbergen_21Maar zo rond post 20 sloeg de zonnesteek toe. Een kort stukje doorsteken? Of zou ik omlopen over het pad? Ik voelde vermoeidheid toeslaan en koos voor traag over onderbegroeing worstelen, in plaats van extra meters. Zie hoe ik recht op de post afliep! Niet verkeerd. Met het pad als stoplijn kon het ook qua afstand niet misgaan. Maar ik miste de post, dacht dat ik te ver naar het zuiden was uitgekomen, rende naar het noorden maar vond -uiteraard, want ik was er al voorbij- niets. Anderhalve minuut terug; maar niet in de tijd, helaas.

20160710_Galbergen_22Op weg naar 22 ging iets soortgelijks mis. Ik liep naar het westen, vond een pad met een splitsing, en, wetende waar ik was, volgde ik het pad naar het zuidoosten. Maar het paadje richting de post was zo slecht zichtbaar dat ik er voorbij rende, en pas later constateerde ik dat ik veel te ver was. Passen tellen dus. En een halve minuut sparen, als ik hier over 5 jaar weer kom.

20160710_Galbergen_28Mijn route van 27 naar 28 had misschien een paar procent korter gekund. Maar het viel vooral tegen hoe dichtbegroeid het groene bos ten westen van de weilanden waar ik langs liep was. Mijn inschatting was een passeerbaar grasveld: anders hadden er wel hekken met “dubbele streepjes” omheen gestaan. Maar vanwege de paarden die er liepen besloot ik toch maar buitenom te lopen.

Inmiddels begonnen de blaren redelijk irritant te worden. Natte voeten die inmiddels een kilometer of 9 op en neer schuurden waren waren steun in de rug. Hoe ver nog?

20160710_Galbergen_29Mijn keuze naar 29 was prima. De zuidelijke route was zonder twijfel een procent of 8 korter. Ik moest snel beslissen, en het duidelijke verschil met de andere, noordelijke route voelde even alsof er een instinker onder het gras zat.

De route naar 30 ging op zijn zachtst gezegd beter dan die naar 31. Kompas gebruiken! Dat had ik beter moeten doen. Maar ik zocht naar een open plek in het bos, zag ergens zon tussen de boomtoppen doorschijnen, en rende die kant uit. Een half pad, dat zou de smalle verbreding tussen de bomen kunnen zijn. 20160710_Galbergen_31Maar toen ik vlakbij een blaffende hond uitkwam concludeerde ik dat dat vast niet het kerkhof was waar ik tegenaan zou lopen, maar de tuinen ten zuiden daar van. Terug lopen naar het noorden. Op zich niet ver, maar omdat het een soort jungle was ter plaatse wel tijdrovend. Dik 2 minuten ploeteren.

20160710_Galbergen_32Gelukkig nog niets bij de laatste blunder van de dag: dezelfde 90-graden fout als eerder vandaag, maar dan met wat meer meters meer tot gevolg. Op onterecht richtingsgevoel rende ik zonder kompas het bos uit, koos het linker pad bij de (verkeerde) splitsing, en kwam op een verharde weg uit. Die had ik ook veracht. Ik sloeg linksaf, volgens plan, maar toen de weg een bocht bleek te maken in plaats van rechtuit te lopen, meende ik dat ik verder naar het noorden zat dan ik dacht. En het duurde pas tot de volgende bocht in de weg tot ik doorhad dat het compleet de verkeerde weg was. Met mijn kompas er bij was dit niet gebeurd. Alweer!

Maar daarmee was de kous af, wat betreft gestuntel. De laatste paar posten gingen vlot en zonder tegenspoed.

racejetM’n tweede normale oriëntatieloop dit jaar (de rest waren nacht-, avond-, en sprint-loopjes) was leerzaam: ik ga weer gewoon vertrouwen op mijn kompas (net een Silva Race Jet gekocht, want mijn vorige kompas had een hardnekkige luchtbel), en getelde passen (ook dit kompas heeft weer een do-it-yourself JG-geijkt passen-tel-schaalverdeling). Dat had me dit keer veel gescheeld. Maar misschien wel het belangrijkste verbeterpuntje voor de volgende keer: twee sokken…

Hulsthulst mispost

Je kan dus in Hulst, vrijwel binnen de vestingwerken, een halve marathon lopen. Dat, en dat het zomer is geworden, bleek vorige week zaterdag, tijdens de stadssprint.
Normaal gesproken zijn dat korte wedstrijdjes, en normaal gesproken ren je dan één keer helemaal voluit, en dat is het dan. En dat dacht ik dan ook, totdat ik na afloop mijn Emit-chip uit liet lezen, en er bovenaan een NOK prijkte. Niet OK. Of mijn Emit was defect, of ik had een foutje gemaakt. De ‘punchcard’ gaf uitsluitsel: ik had een post gemist. hulstIk was er wel geweest, maar vergat te ‘stempelen’, met de volgende post al in het vizier. Net als Piet Kleine bij de Elfstedentocht van 1997. Die finishte toen als vierde. Ik liep in Hulst de 3e tijd. (De splits heb ik wat aangepast en gedaan alsof ik wel een geldige wedstrijd heb gelopen, maar da’s natuurlijk niet de officiële uitslag.)

Maar goed, fout is fout. Dus er zaten maar twee dingen op: met hangend hoofd naar huis rijden en de rest van het weekend balen, of voor straf nog een rondje lopen. Nou, dan weet ik het wel: schoenen weer aan, en gaan. De start was al afgebroken, maar alle posten zouden nog blijven staan voor een Trol clubtraining, en toen ik Peter tegenkwam met de startposten in de achterbak kon ik mijn Emit herstarten, zij het 1 km voor de echte start. Wat natuurlijk niet uitmaakt, want ik liep de 2e ronde niet voor de prijzen, maar voor mezelf.

Kort

Leuk is het alvast om deze animatie te bekijken van mijn 1e en 2e ronde.

Om een lang verhaal kort te maken: het werkte. Ook al had ik me de ‘eerste ronde’ helemaal leeg gelopen, voor mijn lange-afstand conditie was dat zeg maar een tussensprint, en redelijk fris plakte ik er nog eens 10km achteraan, toch ook weer bijna het hele stuk volle bak. Alleen toen ik voor de 2e keer bij de finish-locatie aankwam, stonden er geen posten meer, maar gelukkig kon ik Peter, die net wegreed met de finishpaaltjes in de achterbak, inhalen en uitklokken. Het resultaat: tof wedstrijdje, lekker gelopen, 1 foutje op 66 posten, 20 km stadssprint, en zowel een 3e als een 4e plek (als ze allebei hadden meegeteld).

Lang

Om een kort verhaal lang te maken: hier volgt een analyse van de beide wedstrijden.

Maar allereerst even wat context: De eerste keer was ik fris, nog niet moe, en liep of mijn leven er van afhing, met het einde van de wereld ingecalculeerd direct na de finishpost, waar ik minuten lang voor Pampus heb liggen hijgen. De tweede keer, nog geen uur na de eerste start, begon ik met beginnende spierpijn al een kilometer vóór de eigenlijke start te rennen, verbaasd dat dat nog ging. Maar goed, 20 km is normaal gesproken een ontspannen afstand voor een stukje trimmen op zondagmorgen, dus alleen het explosieve karakter van de 1e ronde speelde mee, niet de afstand. Desondanks toch een tikkeltje moe.

Daar staat tegenover dat ik de 1e ronde een paar pijnlijke foutjes maakte. Niet alleen de vergeten post, maar ook een doodlopend pad, en een klim over een stadswalletje te veel. Ik had geen zin dat een 2e keer te herhalen. Mijn route zou dus wel wat sneller zijn.

Maar aan de andere kant: ik blijf nieuwsgierig naar wat de beste keuze zou zijn, in sommige gevallen. Waar ik de eerste keer twijfelde en linksom ging, ging ik de 2e natuurlijk rechtsom, of buitenom resp. binnendoor. Overheen of onderlangs.

Maar -eerlijk is eerlijk- eerlijk is het niet. Tenminste, als mijn 2e rondje meegeteld zou hebben in de uitslag. Want wie kent het parcours nou beter dan … iemand die het net zelf gelopen heeft. Dat scheelde ruim 600 meter. Voordeel van de 2e keer. Met andere woorden: ik liep de 2e keer voor spek en bonen mee, en dat drukt het fanatisme een beetje.

Race tegen mijzelf

31-05-2016 23-00-55Niet geheel volgens plan liep ik de 2e keer op weg naar nota bene de eerste post al om, maar voor de vorm zeg ik dat dat een experiment was. 6 seconde verlies valt best mee, terwijl ik een stuk lager tempo liep. Het was dus nauwelijks langer. En ondertussen wel een simpeler route: rechtdoor tot aan de kerk. En soms is eenvoudiger eenvoudigweg sneller, omdat je minder hoeft op te letten. Wel miste ik het mooie haventje in de 2e variant; maar dat had ik die dag al vaak genoeg gezien.

31-05-2016 23-13-34Op weg van post 2 naar 3 en van 3 naar 4 maakte ik de eerste keer de grootste fouten. Eerst liep ik het steegje naar 3 voorbij, en vervolgens miste ik de 31-05-2016 23-09-23afsluiting van het steegje op de kaart en liep een doodlopende straat in. Dat kwam me duur te staan: ruim 30 seconde. Hoewel ik moet toegeven dat de paarse route-lijn wel half over het afgesloten doorgangen heen getekend stond.

31-05-2016 23-21-14Toen kreeg ik de geest, en besloot van 4 naar 5 wat te experimenteren. Al leek rechtsom sneller, ik probeerde het de tweede keer linksom. Warempel maar 1 seconde verschil, en iets van 10 meter, hooguit.

31-05-2016 23-25-07En even later links- of rechtsom de kerk lopen leek ook al min of meer om het even. Ik had bijna langer staan twijfelen wat ik zou doen. Maar achteraf zie ik dat ik weliswaar 4 seconde sneller was, maar vooral omdat ik de 70 meter die rechtsom langer was kennelijk veel harder heb gelopen. Zonde…

31-05-2016 23-28-36Of dit dan: eerste keer rechtsom (consequent), tweede keer 4 sec. sneller en 40 meter korter. Dat scheelt flink energie.

31-05-2016 23-34-30Toen volgde een lang stuk. In eerste instantie geen interessante routekeuze tot aan post 9, maar vervolgens waren er twee mogelijkheden naar 10, die op de kaart een wereld van verschil maakten. Of niet? Ik twijfelde. De noordelijke route leek iets korter, of was dat gezichtsbedrog? Achteraf heb ik het nagemeten, maar het scheelde inderdaad maar hooguit 50 meter. En de noordelijke route was de kortste. Als handicap liep ik mijn 2e rondje van 9 naar 10 met post 9 in de hand, want dat had ik zo afgesproken met Peter; scheelde hem weer een verre omweg om deze ene post op te halen. Zonder post in mijn hand was ik misschien wel de gracht overgezwommen, waar het weer er prima naar was. Alleen het zwarte lijntje rond het blauwe water op de kaart weerhield mij: het mocht niet.

31-05-2016 23-49-36Natuurlijk waren er nog wel meer verschillen -her en der liep ik een paar seconde om-  maar de verschillende routes die in afstand toch aardig overkwamen zijn opvallender. De 10 seconde verlies in het kaartje hier onder was gewoon een kleine vergissing.31-05-2016 23-54-58

Een opvallende verschilletje is nog wel de variant van 19 naar 20. De eerste keer nam ik duidelijk de kortste route, 35 meter minder. Maar ik deed er wel 15 seconde langer over, omdat die dwars door het hoge gras en dwars over de hoge stadswal leidde, terwijl de omweg door de stadspoort, onder de wal door, gelijkvloers bleef. Veel sneller!

Maar het klapstuk was de route van 25 naar 26: weer de halve stad door, met drie opties: dwars door de stad door zig-zag wegen, binnen31-05-2016 23-58-15door maar langs de stadswallen, en buitenom. Het kortste was buitenom, wat zo’n 45 meter scheelde. Daarna de route langs de wallen, en dwars door de stad was dan weer 10 meter langer. Maar ja, mijn eerste poging, binnendoor langs de wallen, kwam me duur te staan. Want toen ik bij post 26 aankwam, zag ik 27 al staan, en liep meteen door. Was ik buitenom gelopen, dan had ik echt tot aan 26 moeten lopen, en hem zeker niet gemist. Tja, zo gaan die dingen soms.

Maar goed, was het wel in één keer goed gegaan, dan was dit verhaal er een als zoveel andere geweest. Wie loopt er nou twee keer het zelfde rondje?

Kortom

Ondanks een klein puntje van aandacht een erg geslaagde wedstrijd. Dit is wel het soort oriëntatieloop waar ik van houd. Geen gezoek in het struikgewas, maar lekker snel kaartlezen. En natuurlijk fantastisch dat zo iets kan in vestingstadje als Hulst. Wat mij betreft voor herhaling vatbaar.

Leermomentjes? Een paar keer had ik 10 tot 30 meter kunnen uitsparen door een iets kortere route te kiezen. Korter is niet altijd sneller, maar zeg dat het bij 5 posten 20 meter scheelde in mijn nadeel. Dat is samen 100 meter, zo’n 25 seconde met mijn tempo. Bij de andere posten maakte het niet uit, of heb ik de kortste route gekozen. Dan mag ik dus nog geen seconde per post extra spenderen aan beter kaartlezen om dit goed te maken. Ofwel, ik zorg dat ik beter, en dus ook langer, kaartlees, zonder daar tijd mee te verliezen, ofwel, ik doe het al best aardig, en haal daar geen winst meer uit. Ik kan me beter concentreren op het voorkomen van die ene, of twee, grote fouten, door juist wat beter op de kaart te kijken. Dat levert denk ik meer op.