Tag Archives: challenge

N8-run 2024

O-CREW, sponsor van de N8-run.

Midden in de nacht het ijskoude water van de Astense Aa oversteken om te ontdekken dat aan de overkant een metersgroot reflecterend cijfer tegen een boom hangt? Of vanaf een Zwart Gat midden in het volle maan-verlichte bos 5 peilingen maken om daar een 5×5 cm blauw kaartje te vinden? Of op het belknopje van een vogelhuis drukken waardoor een laserbundel door de duisternis een boom aanwijst waar een CP hangt? Of op een slangetje blazen waardoor een boogschutter komt bovendrijven in een ondergelopen weiland? En dat ondersteund door topografische-, oriëntatieloop- en LIDAR-hoogte kaarten. Dat is de N8-run. 7 uur lang.

Sterrenbeelden

Dit jaar was er een thema: Sterrenbeelden. En het fijne van een thema is dat je er enerzijds allerhande losse opdrachten mee aan elkaar kan praten, en anderzijds dat het een rijke bron van inspiratie kan zijn. Zodat we van de in onze ogen standaard oriëntatieopdrachten een consistent verhaal konden maken, maar ook nieuwe thema-gerelateerde uitdagingen verzonnen waar we anders vast niet op gekomen waren. Maar het hoofd-thema bleef natuurlijk: N8 … nacht … donker … en CP’s die juist gebruik maken van de duisternis, die overdag niet eens mogelijk zouden zijn. Dat is één van de dingen die de N8-run anders maakt dan een WOR of MWR of VHnH race. Én natuurlijk het feit dat over het algemeen oriënteren in het donker een stukje lastiger is dan overdag, en de loopsnelheid lager ligt. Niet voor niets is de Midwinterrun dikwijls een kilometer of 35-50, in 8-9 uur, en de N8-run (dit keer) 22 km in 7 maximaal uur.

Iedereen luistert aandachtig naar de briefing, waar alles wat essentieel is om te weten wordt verteld.

Dat was dan ook één van de wijzigingen ten opzichte van vorig jaar: de afstand. Ons doel is (en was) dat meerdere teams nét binnen de tijd de complete route, alle punten, kunnen doen, maar in 2022 kwam het snelste team niet verder dan 75% van de CP’s. We hadden de route onderschat. Daar komt bij dat we dit jaar de route lineair hebben gemaakt: met andere woorden, de CP’s staan in een min of meer logisch volgorde in het roadbook en op de kaart. Dat was de vorige keer wel anders, toen de nummering van noord naar zuid was en de punten ook veel meer een wolk vormden. De opzet was toen dat iedereen zijn eigen route zou kiezen omdat er niet direct één optimale route was, en er dus niet achter elkaar aan gelopen zou worden. Maar het gevolg was dat veel teams eindeloos (een half uur of zo) aan het plannen waren voordat ze op pad gingen. En dan hadden we nog niet eens intekenpunten (die niet op de kaart staan maar waarvan bijvoorbeeld coördinaten of koers en afstand gegeven zijn) in onze route opgenomen.

‘s Nachts is het kouder dan overdag, en in de winter kan het wel eens rond het vriespunt zijn. Als je rent krijg je het warm, maar dus niet als je stilstaat, om te puzzelen of te rekenen met kaartschalen en koersen en coördinaten, om die om te zetten in punten op de kaart. Dus, was onze gedachte, dat doen we niet. Er hoeft niet gerekend en ingetekend te worden. Alles staat op de kaart, of is op een of andere manier snel te bepalen. Bij de vorige editie bijvoorbeeld door een kruis te tekenen door vier CP’s, en een vijfde CP lag vervolgens op het snijpunt. Dit jaar een andere invulling, maar met dezelfde opzet. En dat is kennelijk beter gelukt dan de vorige keer, want een minuut of tien nadat de meeste team hun kaart hadden gekregen waren ze ook op pad. Opzet geslaagd. De varianten in de routes van de teams ontstonden vooral doordat de iets minder snelle teams noodzakelijkerwijs stukken moesten afsnijden en inkorten om binnen de deadlines te blijven.

Proloog

Dit is een voorbeeld van een eerste kaartje. Drie CP’s staan er op, maar het heeft alleen zin om naar B te gaan want van de overige weet je niet bij welk vakje ze horen.

We willen weer de teams uit elkaar trekken na de start, zodat het geen polonaise langs CP’s wordt, zeker als die in een min of meer vaste volgorde liggen. Dus, na de briefing (lekker warm binnen bij café-zaal Ons Jantje in Ommel) en het startschot, maken alle teams hun envelopje open, waar, naast twee minimale zaklampjes en batterijen, ook een kaartje van het centrum van Ommel in zit. Nou ja, Ommel is één en al centrum; buiten de 6 straten rond het pleintje houdt het op. Maar er zijn een paar kruip-door-sluip-door paadjes waardoor je op verschillende manieren rond kan gaan. En na lang puzzelen hadden we vier exact even lange routes langs 5 punten gevonden, waarbij de volgorde van de punten niet uitmaakte. Nou ja, we hadden vooral de punten in de vorm van lantaarnpalen gevonden die aan de eis van even lange routes voldeden. ▷ABCDE◎, ▷BACDE◎, ▷ABCED◎ en ▷BACED◎. En dan kan je ze natuurlijk ook in omgekeerde volgorde doen. Zo waren er 8 varianten, en elk team kreeg er daar willekeurig een van. Het gevolg: geplande chaos.

Bij B hangt die kaartje, dat je vertelt wat C en F zijn. En je wist nog van het het eerste kaartje dat er in het noorden ook nog een punt hang. Eerst naar F of eerst naar C?

Om te voorkomen dat je gewoon de kortste route op de kaart zou lopen, want de lussen ABC en CDE overlapten deels, stond op elk kaartje nog niet de volledige route aangegeven: in het veld (=dorp) hingen kaartjes met de overige punten. En om te voorkomen dat je het eerste en het tweede deel van de route kon combineren, was pas op het middelste, centrale punt C, aangegeven waar de overige punten te knippen op de controlekaart. Dan moet ik nog iets uitleggen, voor wie er niet bij was: iedereen kreeg een controlekaart met 10 vakjes, terwijl er maar vijf CP’s waren, en bij elk CP hing een kniptang die een specifiek patroon maakte. Alleen het juiste patroon in het juiste vakje telde goed, dus je moest zowel weten waar in het dorp je moest zijn, en waar op de kaart je dan moest knippen.

Vervolgens hangt bij C een kaartje dat vertelt wat de overige punten zijn, J en G. Maar waar dat is staat er niet op. Maar wacht: de locatie van J stond al op de eerste kaart.
En ten slotte hangt bij J een kaartje dat de locatie van G laat zien.

Beide stukjes informatie waren deels onderweg en deels tevoren te vinden. Het klinkt na lastiger dan het is, maar dat gold ook voor de deelnemers. Eenmaal op weg werd het snel duidelijk. Vanwege deze opzet was het wel zo dat een per ongeluk fout geknipt CP niet achteraf te corrigeren was, anders kon iedereen sjoemelen met de punten en prikken zonder te weten waar.

Na tien minuten meldt het eerste team zich weer. Gemiddeld deed men er 15 minuten over, en een enkel team had 22 minuten nodig. Daarmee heeft het uit-elkaar-trekken van het startveld gewerkt. Elk team krijgt een envelop met kaarten en andere attributen voor etappe 1, en sommigen gaan al na een snelle blik op pad, anderen hebben meer tijd nodig en bereiden de hele etappe voor.

Zelfgemaakte kniptang met zo veel gaatjes dat je elk gewenst patroon kan ‘programmeren’, zoals het Evoluon.

Etappe 1

Er zijn minder prettige plekken te bedenken om de eerste etappe te plannen. Het weer zat ook mee deze nacht.

CP2 Etappe 1 begint simpel qua route, maar iets minder simpel qua eerste opdracht. Op de bomen langs de weg zitten punaises met gekleurde reflectors, in een bepaalde volgorde. In eerste instantie lijkt het willekeurig, maar al gauw blijken het groepjes van vier, waarbij de eerste drie rood, groen en blauw in willekeurige volgordes voorbijkomen, maar elke vierde reflector is wit. En dus is dat het juiste antwoord als verderop, na 27 bomen, gevraagd wordt naar wat de volgende kleur zou hebben moeten zijn. Zo moeilijk is het nou ook weer niet, want 92% heeft het goed.

Bij de daarop volgende punten worden enkel wat schrijffouten gemaakt. Zonde. Waarmee ik niet wil zeggen dat dat mij nooit is overkomen.

De route voert al snel langs een kunstmatig meanderend beekje.

CP6 is leuk, zeker als we achteraf horen dat de helft van de teams de Astense Aa is overgestoken, een beekje dat weliswaar niet heel diep is, maar toch zeker voor natte schoenen en broek zorgt. Aan de overkant, op een meter of 40 afstand, hangen aan drie bomen drie metersgrote reflecterende cijfers, die ook van de droge-voeten kant te lezen waren. Twee teams peilen een andere boom, twee noteren de hint ‘rood’, en de rest heeft het goed.

Overigens was dit een van de eerste punten waar de ‘horoscoop’ uit de email van de afgelopen week van pas kwam. Daarin stonden naast heel veel onzinnige mededelingen een paar lievelingskleuren van sterrenbeelden, en wat plekken waar sterrenbeelden zich graag ophielden. De leeuw met symbool ♌︎ zou graag op de top van een heuvel staan (hint bij CP’s die op heuveltopjes hingen) en zo was de kleur van de stier ♉︎ bijvoorbeeld rood. De aanwijzing bij CP6, ♉︎, sloeg op de kleur van het reflecterende cijfer.

CP7 is wellicht nog leuker, zeker zo vlak na CP6. Iedereen kwam vanuit het westen aanlopen langs het beekje. Aan de boom op de kaart hangt een kaartje met een koers vanaf de code naar hier. Het lijkt zo logisch dat dat niet de koers van hier naar de te noteren code is, maar pal in het zicht met de looprichting mee hangt weer een levensgroot cijfer aan een boom aan de overkant. Dat is dus snel genoteerd. Té snel. Door 78% van de team. 5 teams noteren het correcte antwoord, een kleine 8 op een boom die pal de andere kant op staat. Dat soort CP’s maken het verschil: hard lopen en toch scherp blijven.

CP8 , ook een lastige peiling, maar zonder kwade opzet, wordt door 60% goed uitgevoerd. We wilden eerst op elke boom van het rijtje van 4 een kaartje hangen, maar met maar 4° verschil was dat bijna niet te doen, zeker niet voor wie niet de lokale magnetische declinatie, momenteel bijna +3°, op zijn kompas heeft ingesteld of hier rekening mee houdt.

CP9 is bedoeld om teams die de eerste etappe zouden inkorten toch met een extra punt te belonen, maar wordt door bijna iedereen bezocht. En als ik kijk naar wie de rest van de punten van deze etappe heeft gedaan heeft niemand iets ingekort. Hooguit dit punt, dat een beetje uit de richting ligt, wordt door een paar overgeslagen.

CP10 zorgt niet voor problemen. De hint “bomen” slaat op het straatnaambordje met het CP: de straat heet “Berken”. Verder geen boom te zien.

Een paar CP’s staan aangegeven op een stuk kaart dat met behulp van het AHN4 is gemaakt. Het is fantastisch hoeveel details van het terrein hierop te zien zijn.

CP12 is een huzarenstukje geweest om te maken. Tot aan z’n middel is Patrick meermaals het water in gegaan om het CP te perfectioneren. Via een buisje aan een boom, een ingegraven slang onder de grond en een leiding onder water, blaas je lucht in een fles en het water er uit, en komt deze boven drijven in een grote poel, een ondergelopen stuk bos.

Op de fles in reflecterend tape een symbool “boogschutter”, wat we een duidelijk te onderscheiden sterrenbeeld vonden. Hier is dus de “horoscoop” noodzakelijk, om te weten welk symbool dat is. Wie de email niet had bestudeerd kon hem na de start nog ophalen ergens in Ommel, tijdens de proloog. Maar iedereen had al een vermoeden dat dit belangrijk was, gelukkig. Hebben we als N8-run organisatie toevallig een reputatie opgebouwd?

Het CP werkte in elk geval perfect. Voor het idee gaan de credits naar GCYZB4, en ik heb het eerder toegepast bij GC3Z3PX. Misschien moet je voor een volgende N8-run maar eens GC7F6BT gaan zoeken, als voorbereiding? Je weet maar nooit…

CP13 is kennelijk gemeen, ook al vonden we nog dat we zo duidelijk waren geweest, door te schrijven dat het de oostelijke kuil betreft. Een vals CP-kaartje 10 meter er naast, in de westelijke kuil, blijkt voor 44% van de teams aantrekkelijker.

CP16 Soms kom je een punt tegen in het veld waar je iets mee móét doen. Een slootje staat op de topografische kaart. Met er schuin tegenover aan de andere kant van het pad nog een slootje. Dat is dus goed te lokaliseren. Er naast staat een opvallende tweestammige berk waar we een CP kaartje aan hangen. Maar wat blijkt? Vijftig meter terug staat óók een 2-stammige berk, óók naast een slootje. Niet op de kaart, maar lopers die speuren naar de boom met de hint komen die wel als eerste tegen, naast dus een slootje. Het is vrijwel onmogelijk om hier geen vals CP te hangen, als dit er zó voor gemaakt is. Vier teams bevestigen dat.

CP17 Vorig jaar, bij de vorige N8-run, hebben we een avond lang staan klooien om een laserbundel op te hangen en naar de overkant van een vennetje te richten op een boom. Niemand weet dat, want daar is vanwege de toen ietwat onderschatte lengte van de route en de uithoek van het ven in kwestie niemand geweest. Hergebruiken dus. Een verbeterde versie dit keer die heel precies af te stellen is. Dat blijkt overigens nog best een uitdaging om bij daglicht te doen. Haast niet te zien, die rode spot aan de overkant van de beek. Soms passeert er een wolk voor de zon en is er vaag iets te ontwaren op een omhoog gehouden wit papiertje. Het lukt uiteindelijk om de bundel op de geplande boom te mikken en de laser met een vogelhuisje te verhullen. De opdracht zelf blijkt ‘s nachts een stuk minder moeilijk uitvoerbaar, want slechts 2 teams noteren een CP code van een boom waar de laser níét op schijnt. Ik heb spijt dat ik niet zelf heb gezien hoe iedereen hier in de weer is geweest. Dat was vast heel leuk. Het vogelhuisje met de drukknop hing aan de ene kant van de -hier overigens behoorlijk diepe en brede- beek, en de bomen stonden aan de andere.

CP18 heeft een verhaal. Iedereen (op 1 team na) heeft hem genoteerd, niemand maakt een fout. Maar ook hier was ik graag ter plaatse geweest. De crux zit in de foto die in de email zat waar Patrick ondersteboven een CP onder de boom hangt. Van ten minste één team weet ik dat ze meteen in de beek zijn gesprongen om er onder te kijken. Misschien wel meer teams die ons voorpretje realiteit hebben gemaakt. Het CP kaartje hangt -weten jullie inmiddels allemaal- bovenop de boom. Midden boven de beek.

CP20-23 Op de route komen we een natuurbegraafplaats tegen, die eigenlijk de hele doorgang naar het bos (Galgenberg heet het gebied; best een onwelgevallig grapje) verspert. Maar anders zou de route over een kilometerslange weg langs megastallen te leiden. Die lucht willen we jullie niet aandoen. Om iedereen zonder ongepast gestruin tussen de paden door het begraafterrein te leiden hebben we een oleaat gemaakt: een lijntje in de vorm van de route, met alle details om precies te kunne navigeren, zoals bochtjes en splitsingen. Dit hoeft niet moeilijk te zijn. Onderweg nog 2 CP’s bij gekleurde reflecterende punaises om de tijd te doden.

De volgende punten zijn uitsnedes uit de IOF kaart van Galgenberg. Allemaal langs dezelfde MTB route, maar dat is niet te zien op de topografische kaart waar de cirkeltjes in staan. Best uitdagend om te lopen en toch bij te houden waar je bent, als je in het donker slingerend een route volgt die niet op de kaart staat. De crux is de gekruiste paden te tellen om kaartcontact te houden, en af en toe op je kompas te kijken.

Het was nog even spannend of de CP’s stand zouden houden de week tevoren, maar de houthakkers die met lompe machines bomen rooiden rukten gelukkig niet te snel op. Maar bij het ophalen van de kaartjes een paar dagen later zag het er al heen anders uit.

CP25 Onderweg bij de O-kaartje is er één vals CP, in een kuil ten noorden van het pad, terwijl de hint toch echt van westzijde en op heuvel rept. Maar ja, je weet natuurlijk nooit waar je een vals CP kan verwachten, en om overal heel kritisch te zijn, daar is geen tijd voor. Ik ken het dilemma… Dit valse CP wordt dus ook soms genoteerd.

CP29 was superleuk om op te hangen. En spannend. Want terwijl ik de laatste van de 90 glow-in-the-dark sticks aan een tak hang komt het eerste team al aanzetten. Een kwartier of zo eerder dan verwacht. Ik ben net op de valreep klaar. Dat hadden we niet verwacht.

Dit is niet op een foto te vatten, maar als je ogen aan het donker zijn gewend hangt het bos vol met een overweldigend aan tal gekleurde lichtgevende ringen.

Dit CP is vooral als leuk bedoeld, maar tijdens het ophangen zit er een duiveltje op mijn schouder die influistert behalve 16 blauwe lichtgevende rondjes (tussen de 72 rode, oranje, gele en groene) er ééntje aan een doodlopend paadje verderop te hangen. In de opdracht staat namelijk “tel de blauwe rondjes in de lus“. En jawel, 7 teams denken dat deze appendix bij de lus hoort. En zo maakt ook dit CP onderscheid.

CP30 Dit is een klassieke instinker. Een peiling naar het volgende CP, niet eens zo heel ver. Maar het pad dat aanvankelijk de opgegeven koers volgt buigt af. Wat ook op de kaart te zien is. Het juiste CP kaartje hangt op de koers van de peiling, terwijl een valse aan het afgebogen pad hangt. Een foutscore van 76% is het gevolg. Wie dit niet goed deed hoeft zich dus niet te schamen.

CP31 Wat ten slotte bedoeld was als een simpele opdracht blijkt ook maar voor 60% van de teams zo eenvoudig te zijn: het hek van het waterwinstation maakt een paar scherpe en flauwe knikken. Pas bij de derde knik blijkt dat zo’n flauwe knik als in het begin voorbij kwam ook mee te tellen, want daar hangt een CP kaartje. En ik denk dat veel deelnemers zich dat daar pas realiseren. Of niet. Bij het vierde knikje, minder scherp nog dan de eerste 3, hangt een vals CP, dat 8 keer wordt genoteerd. 6 teams slaan de hele opdracht over, zo vlak voor het kaartwisselpunt waar een pan warme worsten voor hotdogs staat te pruttelen. Geen tijd meer.

Etappe 1.

Wat opvalt is dat vrijwel iedereen de hele etappe heeft gedaan. Hooguit zijn een stuk of 10 teams een aantal punten op het eind voorbijgelopen omdat ze de deadline moesten halen. Dat wil niet zeggen dat deze etappe geen onderscheid heeft gemaakt voor de uitslag. Het verschil in score zit in deze etappe vooral in de tijd: tussen zo’n 2 uur en 3½ uur. Dat heeft enkele strafpunten opgeleverd voor een paar teams vanwege de deadline, maar het grootste effect is dat er voor wie langer over de 1e deed, gewoon veel minder tijd over is voor de tweede etappe. Het aantal CP’s per minuut was overigens voor beide etappes min of meer gelijk, als ik de statistiek bekijk. Zo hoort het ook.

De grote micro-oriëntatie spelshow

Behalve de worstjes is er nog meer te halen bij het wisselpunt. Uiteraard de envelop met de materialen voor etappe 2, maar ook bonuspunten. Op de valreep -ik zal jullie de besognes besparen- hebben we een spel opgetuigd. Per ronde kan je 60 maximaal punten verdienen, maar elke seconde die je er over doet gaat er weer af. Aftrek is er niet, maar meedoen kost wel tijd. Binnen die tijd moet je met een zelfgeknutselde chip-reader een matrix van oranje pylonnen in de juiste volgorde af gaan. De juiste volgorde staat op een kaartje. De reader controleert de volgorde en de tijd. En elke ronde wordt moeilijker. De meeste teams verdienen rond de 30 punten in de eerste ronden, een paar tussen de 0 en 20 in de tweede, en in de derde ronde hooguit een paar. Het is in elk geval leuk om te doen. De beste tactiek blijkt de volgorde uit het hoofd te leren en dan heel snel te lopen; hiermee slaagt 1 team er in om de eerste ronde in 7 seconden te doen. Heel knap. En het doet een beroep op je richtingsgevoel, zeker in het donker. Er zijn teams die alle rondes bij elkaar 53 punten hebben verdiend. En dat in een paar minuten.

Etappe 2

Na de hotdog is het tijd voor etappe 2. Wat opvalt is dat vooral de latere teams best lang bezig zijn om de hele route voor etappe 2 voor te bereiden, terwijl ze bij lange na niet meer genoeg tijd hebben om alle punten te doen. Etappe 2 is ongeveer net zo lang als etappe 1 qua afstand, maar met iets meer CP’s onderweg. Maar als je bedenkt dat men aan etappe 1 rond 19:20 begon, en om 21:25 het eerste team deze etappe afrondde (na 2:03), met nog tot uiterlijk 2:00 te gaan (dus 4:35 uur), dan is het wel een stuk krapper voor de teams die pas om 1 minuut voor 23:00 (de deadline) binnenkomen en die dus nog maar 3:00 de tijd hebben. Dat is een keuze. Inkorten is bij etappe 2 trouwens nog makkelijker en voor de hand liggender gemaakt dan bij etappe 1, niet geheel onopzettelijk.

CP33 De route begint met een stukje tekst. Vooruitlezen helpt. Passen tellen van het verkeersbord tot aan de inmiddels bekende beek moet te doen zijn, en dan evenveel passen verderop hangt een CP. Driekwart neem de moeite (of de rest kan hem niet vinden in de haast). Eigenlijk zou het pas leuk worden bij CP33, waar je wéér dat aantal passen moet lopen, maar waar ook een vals CP hangt. Ware het niet dat beide CP’s verkeerd terecht zijn gekomen bij het uitzetten van de race, en bij een andere, volgende, bomenopstand hangen dan bedoeld. Niemand vindt natuurlijk het juiste punt. En we rekenen dit punt CP dan ook niet mee in de uitslag. Ook niet het per abuis genoteerde valse. Gelukkig was het geen locatie waar je eindeloos kon blijven zoeken, omdat het aan een weg was en het aantal bomen daar beperkt. We hopen maar dat de teams hier niet te veel tijd verloren hebben met zoeken. De hinder was voor iedereen gelijk, want het volgende stuk van de route is weer door iedereen bezocht.

CP34 Dit punt hangt aan een te missen (want het staat niet op de kaart) zijpaadje van de bolletje-pijltje route (bekend van auto-rally’s en de WOR), maar niemand mist dit en iedereen noteert het juiste CP. En het valse kaartje dat we bij CP35 op hebben gehangen, een weg verder dan het juiste pad, hadden we net zo goed weg kunnen laten, want niemand tuint er in. Ik neem voor een volgende N8-run dat een visgraat of strippenkaart ook bij iedereen bekend is.

CP37 Even verderop begint de reflectortrail, inmiddels een bekend onderdeel van de N8-run. De vorige keer heeft die voor nogal wat verdwalers gezorgd, omdat men weliswaar het kruimelspoor van oplichtende punaises prima kon volgen, maar men aan het eind bij god niet wist waar men uitgekomen was. Om niet in herhaling te vallen hebben we dit keer een wat kleiner en gedefinieerder gebied gekozen, met aan alle kanten wegen als opvanglijn. (Dat wil niet zeggen dat het de volgende N8-run weer zo makkelijk wordt.) Bijna iedereen vindt alle 3 de CP’s onderweg.

CP45 Vanaf CP40 (op de gewone kaart) tot CP45 loopt een corridor (of slang): een smalle strook kaart in een stuk dat op de grote kaart is uitgewist. En de slang volgt niet altijd de paden, dus soms zul je moeten doorsteken in de juiste richting, tot je weer iets van een pad tegenkomt. Of je moet gokken wat er in het weggelaten stuk kaart gebeurt. Nou was dat niet zo heel moeilijk, maar toch… Het laatste punt van de slang, daar hangt dit keer ook een vals CP. Niet op de plek aangegeven op de kaart, en ook niet op een punt dat met de hint overeenkomt, dus je kan weten dat het vals is. 33% noteert hier niet het juiste punt. Misschien omdat het kaartje meer in het zicht hangt? Of omdat het vóór het juiste punt komt? Gemiddeld zijn teams zo rond de 40 minuten bezig met de 6 punten van de corridor.

CP47-CP53 Hierna volgt een stuk memorisatie. Het is duidelijk dat hier minder dan de helft van de teams aan toe komt. De opdracht is eenvoudig: weer is een stuk bos uitgewist op de kaart die iedereen heeft meegekregen. Gebruik de kaart die hier aan een boom hangt. Die is opgehangen op het eerste punt van de serie van CP46 t/m CP53. Hierop staan CP47 t/m CP53 getekend. En ook CP54 en CP55, waar geen punten te verdienen zijn, maar waar nóg een kaart met de memorisatiepunten hangt, voor wie het even niet meer weet. Deze laatste twee locaties zijn makkelijk te vinden, een bankje in de zuidwest hoek van het bos, bij de weg en een weiland, resp. een hoek van een hek bij de weg in het zuidoosten. Dus daar kom je altijd wel. Zo groot is het gebied nu ook weer niet. De tussenliggende punten kan je onthouden, of aantekeningen maken, of een complete kaart overtrekken. Wat jij het snelste vindt. Gemiddeld duurt dit stukje van de route 40 minuten. Valse punten zijn er niet.

CP56 staat weer op de kaart. “Niet brommen” slaat op het bordje op een boom. In Ommel houden ze van motorcross. En waar het niet verboden, is ook dóór het bos. Overal eigenlijk. Bij het uitzetten van de route hangt continue het geronk van motoren in de lucht. Er ligt ergens een speciale motorcrossbaan (tegen de natuurbegraafplaats aan), maar om daar te komen moet je een stukje crossen…. door het bos. Er liggen her en der ook plastic vaten met dubieuze inhoud. Maar die hoor je dan weer niet. Anyway, hier ligt ook een Zwart Gat; in de vorm van een MTB routepaaltje, in het midden van het sterrenstelsel. Wel even zoeken, want de locatie van het paaltje staat niet op de kaart, alleen de peiling vanaf het midden van de ster naar CP56. Eenmaal het midden gevonden, zijn er vanaf daar 6 peilingen langs paden bij deze viersprong. (Bij een tweesprong kan je 3 kanten op; dus bij een viersprong 5. Of 6 in dit geval.) Ook geen valse CP’s, goed te doen, maar het kost wel 25 minuten gemiddeld. We hopen dat hier de teams elkaar een beetje tegenkomen, om de eenzaamheid in het donker te verdrijven.

CP65 en CP67 Dan volgen er nog een paar relatief standaard oriëntatieposten, die gewoon netjes op de kaart staan. Niet iedereen kon ze vinden, maar de volgende dag hingen ze er toch echt allemaal, op de juiste plek. Alleen CP65 en CP67 zijn iets lastiger te bepalen, en zijn dan ook maar door 15% resp. 8% van de teams bezocht. Maar het is dan vermoedelijk ook al laat in de nacht en de tijd dringt om op tijd voor de laatste deadline terug te zijn. Om deze twee extra punten te vinden moet je een transparant met sterrenbeelden, in de vorm van lijnen en cirkels, op de kaart leggen, waarbij de meeste cirkels overeenkomen met CP’s op de kaart. Ééntje niet, en dat is het gezochte extra punt, dat bij dat sterrenbeeld hoort. We hebben makkelijke punten gekozen: een hele grote heuvel, en een hele grote kuil. Niet iedereen heeft ze weten te vinden.

CP71 Vanaf CP69 passeert weer meer dan de helft van het deelnemersveld. Misschien hebben ze CP69 en CP70 al tijdens de reflectortrail bezocht? Geen idee. Maar CP71 is ietsjes lastiger, en er hangt ook een vals kaartje, dat door 1 team als juist wordt aangezien. Anders zou het er uiteraard voor niks hebben gehangen.

CP73 blijkt een stukbijtertje. Of deze is gewoon te moeilijk. Niemand noteert namelijk de juiste code. Er lijkt 188 te staan. De ietwat cryptische hint “Zwart gat, of niet?” mag niet baten. Het is zwart, en er zijn wel degelijk gaten. Maar niet allemaal. Niemand ziet aldus het licht.

Zonder tegenlicht staat er 188.
Maar dat zijn geen gaten, alleen kuiltjes. En zeg nou eerlijk, zo is het toch veel beter te lezen?

CP74 Gelukkig worden er bij CP74 meer punten gescoord. In een “kerstboom” hangen 3 sterretjes. Niets bijzonders. Maar geen CP? De aanwijzing “het staat IN de 3 sterren geschreven” wordt goed geïnterpreteerd.

Maar er blijkt inderdaad iets IN de sterren geschreven.
In daglicht is er niets te zien.

Een rekensommetje volgt, “-2”, “37”, en “11+”, daar kan je alleen maar 11+37-2 van maken, en dus is het juiste antwoord 46.

CP75 Het antwoord van CP75 heeft iedereen al de hele tijd bij zich, zonder het te weten. Maar vermoedelijk heeft niemand een UV-lamp op zak, en dus is het ook niet te lezen. Tot je bij CP75 aankomt en aan een paal een set blacklights vindt, en daarmee het roadbook afleest. Uiteraard werkt dit alleen ‘s nachts. Toch weer een andere invulling dan we hier vorig jaar aan gaven. Het moet niet voorspelbaar worden. Toch kan ik er geen 75 van maken, wat een van de teams wel lukte.

CP76 ten slotte is er nog CP76. In het dorp, vlak voor de finish, staat een kunstwerk waar we met de nodige fantasie 16 “sterren” in kunnen herkennen. In het donker is het iets lastiger tellen dan overdag.

Score

Het is goed te zien dat er in etappe 2 een groot verschil is tussen het aantal gevonden punten per team, en de score. Dat was ook wel te verwachten. Je ziet hier dan ook de snellere teams zowel meer punten per minuut scoorden (onderste rij in de tabel), als meer CP’s, waardoor het aantal punten (blauwe rij) wel heel sterk verschilt per team.

Etappe 2.

Het is leuk om de tijden per etappe te zien. We vroegen de deelnemers bij bepaalde CP’s in het roadbook de tijd te noteren. Soms, als ze een hele afwijkende volgorde aanhielden, konden we daar later geen kaas van maken, maar in een aantal gevallen geeft het een goed beeld. Opvallend is dat het eerste stuk best veel tijd lijkt te kosten, maar dat is wel inclusief het pylonnen-spel, route plannen, en hotdog eten. De reflectortrail duurde toch nog 25 minuten gemiddeld, maar kon zo te zien ook in recordtijden van 11 minuten. De slang en de memorisatie kosten pakweg 40 minuten, en de ster bijna 30. De sterrenbeelden en overige punten gingen best snel, terwijl ze niet altijd heel makkelijk waren, maar ik denk dat veel teams de sterrenbeelden al bij de kaartwissel hadden ingetekend. Ten slotte was het nog even lopen naar de finish, met toch nog wat onverwachte lastigheden met lampjes en speciale puzzels. Die hadden we trouwens met opzet aan het eind gehangen, zodat iedereen deze in onze ogen leuke punten mee zou maken.

Finished!

En dan zit het er op. Voor de deelnemers, en bijna voor ons. Als een gek voeren we de antwoordenbladen in om zo snel mogelijk een uitslag te hebben. Want het is 1:54 als het laatste team, Dutchables Mixed, binnenkomt, die tactisch alle tijd die er was benut hebben. Met gemiddeld 5:55 (in hun geval) hebben ze na de deadline toch 4 extra CP’s kunnen vinden, wat 120 punten oplevert en dus meer is dan de 72 strafpunten voor de tijd. Maar gelukkig staan de meeste teams net voor 1:30 bij de tafel, en kunnen we dus alvast de score uitwerken. Om 2:10 is hij er dan, de -voorlopige- uitslag, en kan de prijsuitreiking beginnen.

De teams hebben het fantastisch gedaan, dat valt direct op. Maar liefst 6 teams hebben nagenoeg alle punten gedaan. Dat was ook onze opzet. Maar het blijft enorm knap.

De uitslag kan je hier vinden.

Naast een -ook in het donker- door de afgrijselijke kleur niet-te-missen trofee is er een uitvoerig getest all-weather potlood voor de 1-2-3 winnaars, en voor de nummers 1 en 2 in beide categorieën ook een postomschrijvinghouder (handig bij oriëntatielopen) van onze sponsor.

Het was een lange nacht, en er is nog een lange rit naar huis voor veel teams. Dat is het grote voordeel van zelf organiseren. Maar we kijken uit naar de volgende oriëntatie-challenge. Wie organiseert hem?

En, misschien meer voor ons zelf, maar ook een beetje voor wie een soortgelijk event wil opzetten, kijk ik even naar de haalbare afstanden en tijden.

afstand (ideaal)afstand (gelopen)CP’sbezochttijd
N8-run 20241.3 + 11.7 + 13.6
= 26.6 km
31 km80100%06:15nacht
N8-run 202230.5 km35 km?9775%06:30nacht
N8-run 202018 km20.1 km49100%04:30nacht
N8-run 201425 km30.5 km45100%06:00nacht
MWR 202342 km ?46 km65100% 07:00dag
vHnH 202265 km ?50.5 km15370%08:30dag
MWR 201547 km59.2 km57100%09:30dag
WOR 201526 km29 km71100%06:30dag
WOR 201832 km35.3 km98100%06:30dag
Gegevens van ons zelf (MWR, vHnR, WOR, en N8-runs ’14 en ’20). De gegevens van onze eigen N8-runs zijn afgeleid van de schattingen van de winnende teams.

Over het algemeen wordt er 10-15% meer gelopen dan de ideale afstand, soms zelfs 30% meer. Er is vrij veel spreiding tussen het aantal CP’s per km: 1½ tot 3 (bij de laatste N8-run). De variatie in het aantal minuten per CP is nog veel groter: tussen 4 en 10 (waarbij ik realistisch te behalen aantal heb genomen). Als ik het gemiddelde neem, kom ik min of meer hier op uit:

  • ‘s Nachts moet je ongeveer 20 – 25% meer tijd rekenen dan bij een loop overdag, voor het zelfde aantal CP’s en kilometers.
  • De loopsnelheid ‘s nachts is ongeveer 8’30 – 11’30 per km (snelle tijden voor 20 km, langzamere voor >50 km).
  • Reken daar bovenop op ongeveer 1:15 – 1:40 minuut per CP.
  • Er zit vrij veel spreiding op, maar dat komt ook doordat sommige runs vrij veel tijd vergen om de CP’s in te tekenen kosten, vergeleken met andere.
  • Bij deze N8-run 2024 kom je aardig uit met 10’00/km en 0:01:30 per CP, inclusief route plannen. Er hoefde relatief weinig ingetekend te worden.
Het totaalovezicht. De snelste teams maken niet per se de minste fouten.

Paf staan 2.0 (en 8 geven)

Dit was een hele bijzondere WOR. Ik wilde de kans niet voorbij laten gaan mijn kinderen Annelot en Seger ook eens kennis te laten maken met wat ik al jaren als het oriëntatie hoogtepunt van het jaar bestempel. Annelot in een team met hartsvriendin Sophie, en Seger met mij. Ondoorgrondelijke teamnamen zoals altijd: De Barbie Girls, en De Modderbikkels. Zoek er niet te veel achter, dat doen wij wel voor je tijdens de race zelf.

het oriëntatie hoogtepunt van het jaar

Als Modderbikkels (dit jaar geen teamnaam in de vorm van een puzzelrebus) sleepten we bovendien ook nog eens de 3e prijs binnen bij de herenteams. Wie had dat kunnen denken? Ik sta paf.

En terwijl je zou zeggen dat ik na 10 WORren toch wel alles gezien zou hebben van de hoed en de rand, stond ik ook weer paf van de verrassende vondsten dit jaar die deze orienteering challenge naar een hoger plan tilden. Ik zou bijna gaan denken dat alle voorkennis van voorgaande edities in het nadeel werkt, want als er erg veel in de oude doos zit is het verleidelijk om niet out-of-the box te denken.

Filmpje

Het begon al met het interpreteren van het inmiddels traditionele pre-proloog filmpje dat meer verwarring zaaide dan informatie gaf. De lijst met de benodigde attributen, de startlocatie, en de starttijd daar gelaten, was het een hoop informatie die voor 99% uit bomen bestond, en 1% bos. Dus noteerde ik wat betreft die ene procent:

  • Dat de volgorde van de kleuren van de letters van de title “groen – oranje – groen – grijs – grijs – grijs” was.
  • Dat er eerst een Broeder Jacob voorbij kwam, vervolgens een Helga met 2 bermbommen, weer twee keer Jacob, één Helga, één Jacob vooruit, en ten slotte een Jacob die achteruit liep.
  • Dat de klokken van het Broeder Jacob lied Bim-Bam-Bom luiden. En dat hij van Trappistenbier houdt terwijl hij in de Abdij van Averbode woont.
  • Dat Helga Duits is, houdt van ambeteren, Keuls Water, een saboteur is, en tegen wringt.
  • Dat er 54 miniatuursoldaatjes figureerden in de video, met genummerde vlaggetjes, en dat nummer 20 twee keer voorkwam. En dat UK oostelijk van USA ligt. En waar de poppetjes precies ten opzichte van elkaar stonden. En de juiste kleuren er bij. Je weet maar nooit.

Waar het om ging was de bermbommen blauwe paaltjes zijn. En dat de aanwijzing van Broeder Jacob nuttig is. En dat Helga naar odeklonje ruikt. De soldaatjes stelden achteraf de teams voor, niet de CP’s, want een paar ontbrekende soldaatnummers kwam overeen met afgemelde teams. Verder niet relevant. Maar zo’n huistaak brengt je wel altijd in de stemming en zet je op scherp. Voor wat dat waard is.

Een tweede filmpje, amper een etmaal voor de start, was overigens wel relevant, want het toonde een CP dat ‘verhangen’ was. Goed te weten waar te zoeken.

Koud

Met spanning volgden we de week tevoren de weersvoorspelling. Zou het echt hard gaan vriezen? Of zou de dooi net op tijd komen? Het zou in elk geval droog blijven. Maar dat leek in eerste instantie niet uit te komen, want toen we van huis gingen om half acht regende het in Eindhoven; pas bij Retie werd het droog. O, wat ben ik blij dat het dat de rest van de dag bleef, want niets zo erg als klamme kaarten die niet in hoesjes willen, waar je pen zich ingraaft bij het schrijven, die uitrekken, verpulveren, of scheuren. Nee, het viel alleszins mee met het weer. Het was een perfecte dag voor een WOR. Al binnen het uur gingen handschoenen en jas uit.

Kort verhaal

Tijdens de briefing wordt ons op het hart gedrukt alle bevelen vandaag braaf op te volgen, en dus stellen we ons vervolgens gedwee op in rotten van 4, waarna het gevormde peloton in marstempo Vader -pardon- Broeder Jacob zingt. We vergeten bijna naar rechts te kijken waar Woudloper Ivo, verkleed als broeder, een bordje met een aanwijzing voorbij draagt. Noteren! Als we even later halt houden volgt het bevel het schietwerktuig te monteren: een klik-klik balpen met veertje, dat in losse onderdelen in onze kitzak zit, tussen de overige essentiële benodigdheden voor de dag, zoals een condoom, een kralenketting, een ballon, een rood filter, een army-tag, en een overheadsheet met wat krabbels. We weten evenmin wat we zonder zouden moeten …. als met.

Maar alles valt gedurende de dag op zijn plek, want vanaf het startschot is alles maar dan ook werkelijk alles van essentieel belang, in tegenstelling tot het pre-proloog filmpje. Niets staat er voor niets, blijkt niet zelden achteraf.

Eigenlijk gaan alle opdrachten vlekkeloos (behalve dat Seger’s watervaste stift lekt). Alleen kan ik geen cijfer op de opgeblazen ballon ontdekken, maar qua vorm lijkt die nog het meeste op een nul, dus dat zal wel goed zijn. Enige twijfel bij twee bordjes maar met de aanwijzing ‘einde pad’ lijkt ook dat duidelijk. Leuke opdrachten, maar we hebben door dat er naast doorboorde schietgaten ook blinde zitten die we dus niet moeten tellen, dat de BH van Helga (een bekende naam de O-wereld) naar eau de cologne ruikt, dat de geur van petroleum niet per se betekent dat het een instinker betreft, dat T terug betekent als RD rechtdoor is, dat de duikboot vanwege vorst boven water is gebleven… Of niet. In elk geval zijn we na drie van de zes uur aan het eind van de voorzijde van het roadbook, en daarmee halverwege de run, zowel qua tijd als aantal CP’s.

Na etappe 1 volgt etappe 2, maar niet voordat we de schietopdracht hebben uitgevoerd, die vast onderdeel is van de WOR. Het is fijn dat we niet zo veel hoeven in te tekenen, en dus kunnen we snel ook weer aan de volgende en laatste etappe beginnen, nadat we de volgorde van de kaarten en aandachtspunten op ons roadbook hebben genoteerd. Toch is er niet iets minder tijd voor de 2e helft, dus is het plan punten die veel tijd kosten in de praktijk over te slaan. Welke dat zijn zien we onderweg wel.

Dat overslaan volgt al snel. Om CP 52 en 53 te bepalen moeten we 6 nummers vinden, maar het is daar zo drassig en moerassig en onbegaanbaar dat we na 1 gevonden en 1 onvindbaar getal de pijp aan Maarten geven, en eieren voor ons geld kiezen. Verstandig, of hebben we ons knollen voor citroenen laten verkopen? Hiermee blijkt ook de informatie voor CP 55 te ontbreken, waardoor we daar grote kans lopen een vals nummer te noteren. En in de briefing is verteld dat in de tweede helft van de run gokken, dus verkeerde ofwel valse nummers noteren, op 30 minuten straftijd komt te staan. Niet doen dus.

(Of zouden valse nummers geen straftijd opleveren, alleen niet bestaande nummers? We hebben wel meer niet goed begrepen, zoals dat de straftijd na de deadline 15 minuten per minuut zou zijn; meer teams dachten er zo over.)

Het wordt lang. Ik kan het wel aan, maar ik heb met Seger te doen. We hebben samen wel eens 13 km gerend, maar we zitten inmiddels op meer dan 20, en uiteindelijk finishen we met bijna 29 km in de benen. Dat is geen kattenpis. Het wordt koud, het schemert al een beetje, en de tijd dringt. Op het verste punt van de route besluiten we terug te gaan – volgens de route langs alle overige CP’s. Het lijkt er dus op dat we alles gaan doen! Niet te geloven. Wie had dat verwacht?

Maar het wordt wel krap, en we gaan punten overslaan. Een ingetekend punt, verdiend bij de puzzel bij de kaartwissel, kunnen we niet vinden, de Stapproef (hier over later meer) wordt een onbevredigende gok, en de memorisatie-opdracht laten we ook maar achterwege, alles om voor 16:00 terug te zijn en bovendien binnen de deadline het antwoordenblad in te vullen. Het is jammer dat we de strafscore voor de deadline verkeerd hebben begrepen, want met 5 of 10 minuten extra hadden we die 5 CP’s extra kunnen vinden.

Maar alles is vergeven en vergeven als we ons opwarmen en vullen met soep en broodjes, wachtend op de uitleg en uitslag. De uitleg is ontnuchterend, als we horen wat er allemaal achter de briljante opdrachten zat waar we achteraf ingestonken bleken, maar de uitreiking van de prijzen is een sensatie. Als we bij het aftellen nog niet bij de laatste 10 blijken te zitten, is de opwinding bij elk opgenoemd team richting de winnaar des te groter, tot we na de 4e plek aan de beurt zijn. Seger en ik hebben het podium gehaald! Wauw! Ik ben apetrots.

Is het een oleaat of lopen we er recht op af?

Om een kort verhaal lang te maken…

Wat is interessanter? Wat wil je hier lezen? Wat er allemaal goed ging? Of wat we fout deden? Nou? … Dacht ik het niet. Hier komt ‘ie dan, de lijst met (vermoedelijke) missers. Ferdy gaf weer een mooie uitleg van alle bijzonderheden, zichtbaar glunderend om vernuftigheden als CP32 en CP86. Niet alleen was dat het zelfde punt, dus als je goed had opgelet in deel 1 kon je dat CP in deel 2 overslaan en meteen noteren, maar vooral: de opdracht luidde in deel 1 om hier met een schop een vijftal scheppen zand uit te graven, en de aanwijzing is deel 2 was “bij put”. Deze put was nou net tijdens etappe 1 gevormd: een ‘wereldprimeur’ volgens de opperwoudloper, dat tijdens de race het terrein wordt gecorrigeerd om te matchen met de kaart.

  • CP10: ik zag het minuscule ‘1’-tje niet staan op de op te blazen ballon. Ik had hem natuurlijk uitgebreid door Seger moeten laten bestuderen, die heeft veel betere ogen. Eigenwijs besloot ik dat de ballon op een ‘0’ leek.
  • CP12: ik vermoed dat we de verkeerde ‘nagel aan de doodskist’ noteerden. In de opdracht was die zwart (of wit), op de gevonden boom heb ik daar totaal niet op gelet. We kwamen wel valse punten tegen, op een onjuiste afstand. Misschien hadden we deze dus wel gewoon goed.
  • CP25: een hele grote ’10’ hing een stuk in een bevroren moeras, terwijl tijdens de briefing bovendien was vermeld dat dit CP 40 meter ‘eerder’ zou hangen dan op de kaart. Achteraf blijkt dat er iets voorbij de tien nog een kaartje hing, maar vanwege de mededeling en de gesteldheid van het terrein met de vorst gingen we er van uit dat de 10 een noodgreep was en wel zou kloppen.
  • CP26: dat was een hele mooie: het punt werd gegeven door het snijpunt van de 3 ‘sluipschutters’ op de kaart, die alle drie het CP zouden raken. Ter plekke 3 kaartjes (waarvan we er maar 2 zagen). De aan het eind van het pad noteerden we (volgens de aanwijzing). Misschien zaten er 3 kogelgaten in, misschien niet. Het is me niet opgevallen, en wellicht was het dus niet de juiste.
  • CP27: een aantal plankjes rook sterk naar petroleum, daarvan telden we de cijfers op om het CP antwoord te vormen. Ongewis of ze allemaal binnen de gegeven straal hingen, daar hebben we niet meer op gelet. Dus wellicht 1 te veel geteld. Wederom: alles wat in de opdrachten staat heeft een betekenis.
  • CP41: de duikboot leek ons door de barre weersomstandigheden een onmogelijke contraptie, en dus namen we genoegen met een hengel met daar aan een bordje met een CP nummer; dat had vast onder water moeten bungelen. Mis, blijkt achteraf: er stond een bordje ‘verboden te vissen’ dus de hengel was fout, en er liep een touw door een wak in het ijs met daaraan een duikboot (en een elastiek om deze terug onder het ijs te trekken). Maar dat is me helemaal niet opgevallen.

Vijf van deze 6 waren fout, maar welke? Verder schoten we bij de schietproef niet 6 maar 5 pijltjes in de roos, waarmee we 10 minuten bonus verloren, en hebben we bij het inleveren van het 1e antwoordenblad niet gesalueerd naar de officier, wat wellicht voor een onbekende aftrek heeft gezorgd.

Deel 2 verliep ook niet vlekkeloos. Al snel hadden we besloten om de ‘onderduikadressen’ van CP52-53 over te slaan, ons later pas bij CP54 realiserend dat we die daar ook nodig hadden gehad. Even gezocht, maar tevergeefs, ook omdat foute antwoorden in etappe 2 met 30 minuten bestraft zouden worden. En achteraf maar goed ook, want ik weet zeker dat we het 7e ‘onderduikadres’ niet zouden hebben meegeteld omdat we voor CP52+53 alleen 6 van de 7 punten zouden hebben gezocht.

  • CP54, waar de opdracht luidde het kapotje uit de kitzak met 100 gram water te vullen, had ongetwijfeld strafpunten geleverd, voor elke gram afwijking. Ware het niet dat achteraf deze meting niet meer meetelde voor de wedstrijd. En we hadden nog zo goed mogelijk het gewicht gematcht aan dat van een reep chocolade die we mee brachten. Beter te licht (hooguit 100 gram te weinig) dan te zwaar.
  • CP57-65: ging op zich goed, maar we misten 2 van de 4 ‘bermbommen’, paaltjes langs een te volgend lijn-route. Niet getreurd, we kwamen de Miserable Fat Belgium Basterds tegen die ook een paaltje gemist hadden, en een win-win ruil volgde. Iedereen blij.
  • …Om vervolgens samen in CP69 te stinken! Hoe briljant. In een ovaal op de kaart, waarin alle opdrachten tegenovergesteld uitgevoerd dienen te worden, vinden we weliswaar alle CP’s (wat is het tegenovergestelde van ‘A’, als ‘RA’ voor linksaf staat, en ‘LA’ voor rechtsaf?), maar bedenken niet dat er bij de opdracht ‘druk op de belknop’ getrokken dient te worden om het CP nummer te bekomen. Wat niet helpt is dat we de draadloze bel (met CP nummer) eerder vinden dan de belknop, en dus alleen het knopje nog zoeken ter bevestiging van ons foute vermoeden.
  • CP87: niet echt fout, maar niet gevonden. Onder druk van de klok hebben we niet langer dan 30 seconden gezocht. De fout was hier dat we verstaan hadden dat we 15 strafminuten per minuut na 16:00 zouden krijgen, in plaats van 3.
  • CP88: ik noteerde 1 in plaats van 2. Ook weer onder tijdsdruk. Misschien was het ook wel het verkeerde kaartje. Ik laat het aan jou als lezer over om te kiezen of het CP op 40, 50, of 110 meter noord van het startpunt zou hebben gehangen. De opdracht was:
    “Vertrek in richting 340°. We marcheren 20 meter vooruit. Dan 5 meter terug en daarna nog eens 15 meter terug. Ha, Ha, Ha. Voorts 20 meter vooruit. Ga nadien 30 meter 340°. Ga tenslotte 30 meter achteruit op 340°. Daar is CP88 aan je rechterzijde.” Toen ik op 110 meter niets vond noteerde ik het CP op 50 meter.
  • Toen was de tijd om. Geen tijd meer voor CP90, een memorisatie route met één CP nummer te verdienen, en CP91, een opdracht waarvoor je alle memorisatie punten af moest gaan. Stipt om 16:00 leverden we het 2e antwoordenblad in.

Toch zou het zonde zijn om niet te vermelden wat we niet fout deden, maar desalniettemin WORwaardig was.

  • CP1: Als je alleen items op eiken moet tellen moet je die op de berken negeren. En dat deden we.
  • CP2-4: Een pijlen-route als Pinochio in 2023: Jacobus spreekt de waarheid, en Helga liegt.
  • CP22: Met het rood-filter uit de kitzak was de veelkleurige opdracht goed te lezen; een variant op het rode licht bij de N8-run.
  • De geurende BH’s (CP35), de niet-doorboorde kogelgaten (CP28), CP34 op een halve afstand, CP37 uit het voor-filmpje, CP39 dat was vervallen, CP41 met een belknopje, allemaal leuke opdrachten die gewoon goed gingen.
  • CP42-44: gekleurde kraaltjes aan een snoer, die de opdrachten op de kruispunten geven. We waren even misleid, maar gelukkig hadden we alles wat we onderweg tegenkwamen, ook vermoedelijke valse punten, genoteerd. Een km te veel gerend, hooguit.
  • CP84-85: we hebben toch even lopen zoeken op alle kaarten, tot we bedachten dat die op de army-tag stonden die we braaf om de nek hebben gehangen bij de start.
  • En voor zover ik kan inschatten deden we alle oriëntatiepunten en peilingen goed. Maar dat moet nog blijken als de einduitslag per CP krijgen.
  • En de timing was natuurlijk onverbeterlijk: op de minuut nauwkeurig alle antwoorden inleveren. Het had niet strakker gekund.

Dit was weer een WOR die op knappen stond, zo vol van leuke originele opdrachten. Geen mogelijkheid is onbenut om de lopers op het verkeerde been te zetten. Een fris minimum aan intekenpunten, en een route die qua afstand precies klopte met de tijd. Als je zelf ooit zo iets georganiseerd hebt weet je hoe lastig dat is om goed te plannen, en het vooral niet te lang -of te moeilijk- te maken. Er kwam van alles terug uit voorgaande edities, maar toch net weer anders ingepast en uitgevoerd, zodat we wel wisten dát we ongetwijfeld dingen fout zouden doen, maar nooit wát. Het thema was “Geef Acht”. Wij geven een 10.

Zó, het oriëntatiehoogtepunt van 2024 hebben we vast gehad; laat 2025 maar komen.

Zodra de eindscore per CP binnen is schrijf ik hier nog wat bij.

II x X = XX

-over de 20e Midwinterrun, mijn 10e, en de 2e ooit niet gewonnen-

Soms is schrijven een therapeutische bezigheid, lekker frustraties van me af kloppen op het toetsenbord en omwille van de afleiding eindeloos kleurrijke kaartjes maken, allemaal onder het mom van zelfreflectie en leren van je fouten.

Leer ik er wat van? Het lijkt er niet op, want wat ooit eerder mis ging ging ook nu weer fout, en iets méér zelfs. Maar het bijltje ergens bij neergooien is niet mijn sterkste kant, wat ook wel weer bleek bij de run zelf. Ik denk dat we met 45,6 km de langste afstand liepen van alle teams, hetgeen ook de meeste CP’s (= punten) opleverde en ruimschoots compenseerde voor het flinke aantal valse CP’s (=strafpunten) dat we meepakten. Maar het verzamelen van de hoogste score kon niet voorkomen dat we achteraf verrast werden met een diskwalificatie. Gelukkig achteraf, want tot en met de finish hadden we geen flauw benul van enige onreglementairiteit, en was het volop genieten van de omgeving, de opdrachten, de uitdagingen, en positieve verrassingen. En ondanks de DSQ heb ook nog steeds een goed gevoel bij de race, want de combinatie van onze snelheid en uithouding, het tempo van oriëntatie, plannen en zoeken, en het omgaan met pech bij de geluksfactoren, zeg maar onze sterke kanten, dat zat er allemaal in. Een paar aanwijsbare verbeteringen, daar kan echt wat mee gedaan worden; daarentegen de keuze die onbewust leidde tot diskwalificatie, die zouden we in een vergelijkbaar geval weer zo maken, dus daar valt niets aan te veranderen.

Laten we maar eens gaan kijken waar we strafpunten rechts, en kilometers links hadden kunnen laten liggen. Allereerst aan de hand van het verhaal van de dag. Gevolgd door een overzicht van de highlights en lowlights, en ten slotte een antwoord op de vraag die Harry me na afloop stelde, wat ik nou leuk en minder leuk vond van deze editie.

Plan

Het intekenen van 3 gegeven coördinaten, de voorwaarde dit jaar om te mogen starten, hebben we zo snel gedaan dat we als eersten buiten staan, in de bijna-vrieskou, voor de deur van het buurthuis midden in het centrum van Vorden. Maar dan? Geen kaart krijgen we mee, maar wel een lijstje met CP’s en aanwijzingen. Start-stress slaat toe. Één punt is duidelijk, 155 voet (46 meter) vanaf de NO hoek van de start richting de toren. Maar de rest? Hoe vliegen we dit aan? We kennen Vorden niet. We moeten een plan maken, maar gebaseerd waarop? Er hangt hier geen dorpsplattegrond. En de genoemde muziekkiosk staat niet -op z’n Brabantsch- midden op het dorpsplein. Wel een kerktoren, waar we niet moeten zijn, maar die we nodig hebben voor een snijlijn met een ander toren. We hadden natuurlijk een koers 290° kunnen volgen tot we die andere op 9° zouden zien liggen, maar we zien een wegwijzer “Top”. Dat hoort ook bij een punt. Laten we daar eerst heen gaan, enigszins wanhopig. Dat de overige teams ook als nerveuze bijen om ons heen zwermen, die wel enig gevoel voor richting lijken te hebben, maakt ons niet rustiger.

De meeste opdrachten zijn koersen vanaf vooralsnog onbekende punten. Nou is een molen wel zo’n groot ding dat 306 meter overdreven nauwkeurig lijkt. Bedoelen ze vanaf het midden van de molen, of het uiterste uitsteeksel?

Het blijkt wel een goede ingeving: bij Top hangt namelijk een plattegrond (maar met weinig detail). Wat we er uit halen is dat er een watertje loopt (daar zal dan ook wel een Peppelbrug liggen) en dat de molens in het westen van het dorp staan. Straatnamen staan niet op deze kaart, dus dat wordt gissen.

Maar gelukkig komen de Vordenaren mondjesmaat uit hun holletjes en kunnen we onderweg aan bakkergangers en hondenbezitters wat vragen stellen. Toch valt het tegen hoe goed ze over het algemeen de straatnamen hier kennen; het zijn er immers niet zo veel. De andere kerk wordt gevonden, de molens ook. De molenaar weet te vertellen dat er ooit nog een derde molen stond, meer naar het noordoosten; daar zal dan wel de Molenstraat liggen, want die blijkt niet hier. De kiosk is minder bekend. En het Verzetsplein, dat is al zó lang geleden… Niemand kent het. We vinden een CP (lantaarnpaal) naast iets van een 1940-1945 monument, maar dat is de peiling tevens lantaarnpaal vanaf de muziekkiosk. Geen ander CP nummer dat bij het monument zou moeten horen. Dat zal dus wel elders staan. Omdat we een -achteraf- verkeerd tijdstip van de deadline van deze etappe in ons hoofd hebben zitten, en we nog 6 CP’s moeten zoeken voor die tijd, laten we het voor wat het is. We hebben er al ruim 7 km op zitten voor de eerste 10 CP’s, en we hebben nog maar 6½ uur over. Het had overigens idealiter in ongeveer de helft gekund als we alle locaties hadden weten te liggen.

Het gaat tot noch toe nog niet heel soepel, en we hebben meer tijd stilgestaan dan gelopen. Zonder plan. Kon beter. Eventjes achterover leunen, niet de eersten willen zijn, en kijken naar de samenhang van de opdracht, dat had overall tijd gescheeld. En dan zouden we vast ook niet dat laatste punt vergeten te noteren: het huisnummer van het station van Vorden. Maar daar komen we later pas achter.

Dit is toch wel een van de leukste opdrachten, en eentje die karakteristiek voor de Midwinterrun is. De frustraties en chaos horen er helemaal bij, weten we na al die jaren, en dat zal ook niet verdwijnen. Omdat dit soort opdrachten elk jaar weer anders zijn, valt er niet te oefenen. En dat is maar goed ook.

Maar ook de rest van deze etappe is leuk. Bij het stationsgebouw hangen 3 kaarten, allemaal van een ander landelijk stationnetje in Nederland, dat aan een oost-west georiënteerd spoor staat. Het is dus niet direct duidelijk op welke kaart we staan. Op elk van de drie kaarten staan verder een stuk of 8 CP’s ingetekend. Het is niet de bedoeling een schets te maken; je moet ze memoriseren. Een tactiek is dat ieder van ons er 4 onthoudt. Omdat de CP-nummers nogal omslachtige 4-cijfercodes zijn noteren we wel de volgorde van de CP’s zoals we die gaan tegenkomen; dat mag wel.

Een paar dingen gaan mis. En daar komen we pas aan het eind van de etappe achter, als we de het antwoordenblad willen inleveren. Want het memoriseren van de punten zelf is geen

probleem.

  • We herinneren ons wel dat een van de CP’s vervallen is (zie briefing), maar vergeten dat één van de overgebleven CP’s verplaatst is. Blijkt dat punt nu net te liggen op de plek van het vervallen CP. Dat kan geen toeval zijn. We moeten dus terug, besluiten we aan het eind van de etappe.
  • We komen er achter dat we geen antwoordenblad hebben gekregen om in te leveren en in te vullen. Dat schijnt bij het station te zijn uitgedeeld, maar niet aan ons. Nog een reden om terug naar het station te lopen.
  • En we hebben het huisnummer van het station niet genoteerd. Dat scheelt ook weer een half uur bij de eindscore.

Al met al lopen we 1,9 km extra, op en neer van het eind van de etappe terug naar het station, en terug. Onze koppositie zijn we weer kwijt. Maar omdat de deadline van deze etappe een uur later blijkt dan we in ons hoofd hadden zitten, hebben we alleen kilometers en tijd, maar geen punten verloren.

Oleaat

De volgende etappe is een lijnloop, ofwel oleaat. Op schaal, en met een noordpijl gelukkig, dus we weten precies hoe deze te volgen. De enige complicatie is dat er ook nog 4 CP’s getekend staan die niet aan de lijn liggen, dus moeten we op (vermoedelijke) kruispunten van de route afwijken en een peiling maken naar deze bonuspunten. Maar echt lastig lijkt het niet. Ons vermoeden dat dit al lastig genoeg is en er vast geen valse CP’s hangen komt bedrogen uit.

Puzzelen

Etappe 3 begint op een oude kaart, van omstreeks 1940. Sommige stukken zijn herkenbaar, maar andere delen zijn gewijzigd. En we moeten ook een CP intekenen aan de hand van coördinaten. Het is de vraag hoe goed dat punt, aan een pad midden in het bos, nu nog herkenbaar is. We vinden een CP en hopen dat het inderdaad CP23 is.

Deze etappe bevat nog meer gissingen. Maar we verliezen vooral tijd als we een stukje verderop vergeten op te merken dat in het roadbook staat dat bij CP28 informatie voor CP31 te vinden is. En daar komen we pas bij CP32 achter. Als we dan ook nog een shortcut terug naar CP28 kiezen die in een achtertuin blijkt dood te lopen, en we alsnog een omweg moeten maken, blijkt het een dure vergissing. Maar we houden het tempo er in, en herwinnen onze aansluiting bij de voorste teams, al lopen we niet meer voorop. En de extra 1,4 km die we lopen hadden we ons ook kunnen besparen.

Wel is het zonnetje intussen doorgebroken, en dat komt de stemming ten goede. Zo zeer zelfs dat het helemaal niet opvalt dat we pal langs dezelfde Peppelbrug in Vorden lopen als tijdens etappe 1. Onze fout van daarnet is hersteld: dan moet je vóóruit kijken, niet terug.

50 → 51 of 51 ← 46 ?

Het klinkt zo logisch: CP51 komt na CP50. Niet alle CP’s liggen altijd in numerieke volgorde, maar er zat toch wel een duidelijk systeem in. Nu staan we voor de keuze of het eind van de etappe CP51 in de buurt van CP50 zal liggen (waar een aanwijzing te vinden zal zijn volgens het roadbook), of in de buurt van CP46 (waar ook een aanwijzing voor een volgend punt is).

21→22→23→30→24→26→25→27→28→31→29→32→33→34→35→37→36→38→39→40

We verwachten dat het eind van de etappe, CP51, wel ergens net van de kaart in de buurt van CP50 zal liggen. En dus gaan we van CP40 eerst via CP43, CP46, en CP49 naar CP50. Dat is het plan. Het is een speculatie. Een paar andere teams lopen van CP40 direct naar CP50. We gokken verkeerd. Bij CP46 hangt een peiling naar CP51, en die blijkt daar vlakbij te zijn. Dat betekent dat we voor CP49 (en met een aanwijzing daar ook CP45), en CP50 (en een peiling naar CP48) terug moeten. Ook dat levert een extra omweg van een kilometer op. Was dat nou nodig? De enige aanwijzing was misschien dat de peiling voor CP51 bij CP46 te vinden was volgens het roadbook, maar ja, dat is ook geen garantie dat die aanwijzing naar een punt vlakbij zal leiden. Denkende aan de Midwinterrun van vorig jaar, CP32 als ik het me goed herinner.

Het verschil tussen de gele (onze) en de groene route is gelukkig maar 1 kilometer.

Laatste ronde

De laatste etappe is het zwaarst, maar meer vanwege de vermoeidheid die toeslaat. Dingen beginnen pijn te doen als we de 35 km passeren en er nog zeker 10 moeten. Voor de afwisseling hangt het eerste CP van deze finale op een eilandje waar je hurkend op een surfplank heen kan peddelen omdat het vanaf de kant (ondanks, of juist vanwege, een goedkoop monoculair van Aliexpress dat ik ‘toevallig’ bij me had) niet leesbaar is. Verdere complicaties zijn er op zich niet echt, maar een aantal CP kaartjes blijkt wel lastig vindbaar. Kost wat tijd, maar ook wel weer een gelegenheid om uit te rusten. Wat ook tijd kost is het besluiten wat de kortste route is langs de laatste paar CP’s. En dat we een weg in gaan waarvan je op de kaart niet ziet dat het vanaf een bepaald punt privé terrein is; de bewoners weten dat overigens wel, en maken dat ook duidelijk kenbaar. Via een omweg komen we uiteindelijk voor de 2e keer vandaag langs de zelfde vogelkijkhut. Het CP nummer hebben we toen al genoteerd, maar tegelijk met het antwoordenblad ingeleverd bij de kaartwissel. Met nog 20 meter te gaan denk ik alvast aan waar het kaartje zojuist hing: en wellicht dáárdoor schiet het CP nummer me alsnog te binnen: “45”. Had ik dat eerder bedacht, dan had ons dat 1,4 km gescheeld.

De zwarte cirkel is de finish. Zoek de kortste route vanaf CP62. Hint: dit is een oude kaart, dus je weet niet waar nu de bruggen over het water te vinden zijn.

Als er geen bruggetje was geweest halverwege was de rode route nog wat korter geweest dan onze route (de groene, hier onder), maar in elk geval was onze keuze 300 meter korter dan de blauwe route die (volgens Strava) veel andere teams namen. Ik denk dat niet veel lopers wisten dat er een brug lag ten noorden van CP66 op de oude kaart. Maar terwijl we van CP68 naar CP66 lopen weet een vrouw met hond ons te vertellen dat we niet terug hoeven naar het westen om om de beek heen te lopen, omdat er volgens haar een nieuwe brug ligt. Dat scheelt weer. Anders was de rode route hier onder wellicht toch tactischer geweest.

Er blijken twee bruggen bij gekomen te zijn. Handig om te weten.

En even later zijn we weer terug in Vorden, nu voor het laatste CP, en niet lang daarna de finish. Dit keer hoeven we voor de verandering (volgens het roadbook) eens geen CP nummer aldaar te noteren, alleen het antwoordenblad in te leveren.

We zijn tevreden, we zijn als één van de eerste teams terug, en het is ontspannen napraten met de andere teams die stuk voor stuk binnendruppelen. Zere ledematen laten ondanks de ruim 9 km die we ‘te veel’ liepen niet meer van zich horen terwijl we aanvallen op de boerenkool, hutspot, worsten en gehaktballen. Winterkost als beloning voor een prachtige barre tocht met vorst en zon en veel uitdagends onderweg. Lekker.

Als een donderslag bij heldere hemel horen we dat ons een diskwalificatie boven het hoofd hangt, vanwege het passeren van een roadblock. Natuurlijk hadden we het roadblock gezien op de kaart, en zijn we daar ten noorden en ten oosten van gebleven. Maar het blijkt (als je naar onze GPS track kijkt) dat we er met één been eventjes overheen zijn geweest, precies waar de witte vlek op de luchtfoto de oever van het beekje waar we langs liepen verhult. Niet dat we dat zo duidelijk hadden kunnen zien ter plaatse, maar de GPS-track liegt niet, en we zijn inderdaad pal over de rode lijn gelopen. En dan is het logisch dat je achteraf wordt uitgesloten. Anders is het hek van de dam en houdt de volgende keer niemand zich nog aan de regels.

Ik zou, als het de bedoeling was niet langs de beek te lopen, het roadblock hebben getekend als een lijn dwars over de beek, niet parallel aan de beek. Maar mits je kon zien wat schuil ging achter de witte vlek was wel duidelijk dat de lijn door het water liep, en de zuidoever dus verboden gebied was.

Vermits het passeren van roadblock nooit is toegestaan hebben we ons er, toch wel enigszins teleurgesteld, bij neergelegd dat we ondanks onze prima score buiten het klassement zijn gevallen, evenals 6 andere teams.

Wat goed ging

Zelfreflectie: Na aanvankelijk een wat chaotische start in de binnenstad van Vorden herpakten we de draad, en kwamen als eerste aan bij het eind van etappe 1. Helaas moesten we weer terug naar station Vorden om het antwoordenblad op te halen en 2 CP’s onderweg.

Planning: Om niet over de deadline van etappe 1 te gaan waren we zo verstandig één van de CP’s in Vorden te laten liggen. We waren nét op tijd, ware het niet dat we ons een uur hadden vergist en dus ook 60 minuten later hadden kunnen arriveren. Maar dat kwam goed uit omdat we nog terug moesten naar het station voor voor bovengenoemde CP’s.

Peilingen: We maakten dikwijls de juiste keuze bij het uitvoeren van peilingen, door op de langere afstanden de kaart of luchtfoto’s te gebruiken om de stoplijn te bepalen (als er geen witte vlek op de kaart stond), en op de kortere passen te tellen. Toch gaat het wel eens mis…

Hard lopen: Dat deden we zeker. Telkens als we weer door slordigheid of verkeerd gokken achterop raakten wisten we ons spoedig weer bij de kopgroep te voegen. Het tempo zat er tot het eind lekker in. Relatief dan.

Alles intekenen: Van voorgaande edities hebben we geleerd: je wint door alle CP’s mee te pakken, en dus niets niet in te tekenen. Even rekenen, meten, peilen, en extra opdrachten uitvoeren (al moet je er een km voor terug) loont altijd de moeite. Dus ook dit jaar was dat de kern van onze strategie. Ook die kilometer terug lopen.

Info op CP…: Nadat we tot twee keer toe een opmerking in het roadbook over het hoofd hadden gezien hebben we ons de hele rest van de tocht geen derde keer meer aan dezelfde steen gestoten. Bijzonderheden markeren op roadbook en antwoordenblad is goud waard.

CP’s onthouden: Als je ergens langs komt en je zou daar later ook nog wel eens moeten kunnen zijn, dan is het handig het nummer dat er op staat te noteren. En niet als antwoordenblad in te leveren. Doe je dat niet, dan moet je het onthouden. Zaak is wel om het genoteerde tijdig te herinneren, en het niet pas 20 meter voordat je voor de tweede keer ergens aankomt te binnen te laten schieten, want dan had je net zo goed die anderhalve kilometer niet hoeven om te lopen.

Routekeuze: Soms weet je niet wat de handigste route gaat zijn. Omdat je niet weet of ergens een brug is, of bijvoorbeeld of CP51 bij CP50 of CP46 in de buurt gaat liggen. Mooi is het dan wel om achteraf te zien dat als je niet verkeerd had gegokt, je de kortste route had gehad.

CP’s vinden: Menigmaal waren we eerder weg dan andere teams op een CP, omdat we het kaartje snel spotten. Ik had zelf op een gegeven moment de blauwe rechthoekjes zodanig ingebrand op mijn netvlies staan -in gedachten- dat ik ze overal zag waar ik keek. (Of de energy bar die ik net op had was zodanig lang over de datum dat hij hallucinerend bleek.)

Omgaan met het publiek: Vrienden hebben we gemaakt bij de plaatselijke bevolking. Of het nu een molenaar was, een man met hond, of een boer over wiens erf we kwamen, we hebben het altijd hoffelijk gehouden en zijn in alle gevallen als vrienden uit elkaar gegaan. Soms wat wijzer over de gezochte bestemming.

Omgaan met teleurstellingen: Ondanks de diskwalificatie hielden we op de reis naar huis de stemming er goed in met de gedachte dat we met een flink ruimere voorsprong op nummer 2 geëindigd waren dan dat passeren van het roadblock had opgeleverd, hooguit 600 meter.

Vooruitziende blik: Het is ook best knap dat de meerderheid van de foute CP’s die we noteerden door de meerderheid van de teams werden genoteerd, iets wat je pas achteraf had kunnen weten.

… en wat niet zo goed ging

Lezen: (de blauwe kaartjes en andere info). Twee keer hebben we (ik denk ik; Patrick noteerde) verkeerd gelezen. Op het bruggetje “de Peppelbrug” bij CP4231 las ik 1841. Twee keer gekeken, weet ik nog. Maar de brug was uit 1941. Terwijl Patrick nota bene 1941 wilde noteren in eerste instantie, maar ik wist het zeker. Dus: bij twijfel, altijd nog een keer kijken. En niet veel later, bij CP4243 waar 19 stond op een blauw kaartje achter op een boom, las ik kennelijk 10 af. Niet meer doen! Iets minder op mijn scherpe blik van vroeger vertrouwen. Het zal de leeftijd zijn. Bij elkaar kostte dat 2 uur straftijd, daarin kan je een hoop CP’s doublechecken.

Afstanden en peilingen: We hadden dit keer meer peilingen fout dan anders. En afstanden. Bij 4 CP’s zaten we er naast, en ik denk dat dat te voorkomen was geweest. Ook omdat het error-prone punten waren, zoals de lantaarnpalen in Vorden bij CP4234 en CP4240. De eerste daar van was een gegeven afstand. Daar stonden meerdere palen, dus flinke kans op een vals CP. Je kan niet overal 2 keer meten, maar hier was wel duidelijk dat het de bedoeling was het lastig te maken. Ook al was de afstand in voet gegeven, en een voet is 30,4 cm wat al snel als 1/3 meter wordt geïnterpreteerd. Maar met de afstand tussen de palen zou het ook weer niet onmogelijk moeten zijn. (Slechts iets minder dan de helft van de teams had het overigens goed.)

Is 100 meter dertig voet, of is honderd voet 30 meter?

De tweede was een peiling vanaf een punt een paar honderd meter verderop, en 1° fout is op 100 m afstand al 1,75 m mis, en toen ik eerdaags de huidige declinatie ter plekke verifieerde bleek die ongeveer 4° graden te bedragen, een meter of 10 bij deze peiling. Toch hadden we ook daar geen fout hoeven maken. We hebben nog wel een omgekeerde peiling gemaakt vanaf de paal naar de muziekkiosk. Tenzij de gegeven peiling zelf al niet klopte en de juiste paal verder van de werkelijke peiling stond dan de juiste. Dat überhaupt maar 1 team het goed had geeft te denken…

Verder pakten we bij CP9 een valse: ook een peiling, dwars door het bos, en dan is de afstand altijd lastiger te bepalen dan de koers. Omdat we daar geen kaart hadden, alleen een oleaat, en CP9 een van de bonus-punten was die niet aan de lijn lagen, was er behalve de schaal van de oleaat geen enkele andere referentie of mogelijkheid tot een check. Toch fout, net als 2/3 van de teams. En ik had het andere kaartje nog wel zien hangen!

En ten slotte peilden we vanaf CP49 de koers naar CP45, kwamen ook een stukje van de hoek van de bosrand uit, maar vonden een CP achterop een verkeersbord vlakbij en bedachten niet dat dat dus niet goed was. Ook hier noteerde maar 1 team het juiste CP. Het klinkt allemaal niet eenvoudig, en toch moet het de volgende keer met minder fouten, door ieder van ons te laten peilen en passen te tellen, niet te snel tevreden te zijn, altijd terug te meten als dat kan, goed op te letten of er ergens een vals CP hangt en dan nog een keer te bepalen welke het is. Want bij 8 van de 17 peilingen hangt een valse, weten we achteraf. En van de in totaal 19 valse CP’s die er waren opgehangen, vonden(!) wij er 7, waarvan 5 peilingen of afstanden. Dat is dus laag hangend fruit de volgende keer: doe alle peilingen 2 keer, dat kost misschien een half uur extra tijdens de hele wedstrijd, maar zou 5x60 strafminuten schelen.

Een peiling wordt al gauw lastig als je het punt waar je heen moet niet kan zien. Terug-peilen of je goed zit lukt dan ook niet.

Afwijkende kaarten: Het is altijd lastig als een oude kaart wordt gebruikt. Je weet dan eigenlijk zeker dat er een addertje onder het gras zit, dat iets lijkt te zijn wat het vroeger was, maar niet meer klopt. En al helemaal als het geen oude kaart lijkt, maar er toch ergens een datum staat. Topo kaarten van 30 jaar geleden lijken qua stijl nogal sterk op de huidige, je ziet het niet direct. Meestal staat er dan ergens klein in een hoekje een datum vermeld. Toch moet je ergens op navigeren als je een oude kaart gebruikt. Je gaat dan af op features die er op staan en ook in het echt te herkennen zijn, zoals een hoek van een bos. Die hoek was er ook, bij CP38, maar niet meer waar die kennelijk vroeger was. En ook niet op de recente kaart trouwens. Maar wel in het echt. Hoe ga je om met tegenstrijdige informatie? Het punt dat we noteerden lag wel verder van de ‘ronde zuidzijde’ van de akker net ten westen van het pad. Maar als je bedenkt dat de MWR met GPS wordt uitgezet, en de CP coördinaten worden gebuikt voor het maken van de kaarten, niet de realiteit zoals de deelnemer die ervaart, moet je de volgende keer altijd afstanden en koersen laten prevaleren boven vormen op de kaart en in het echt. Zo wordt dit spelletje gespeeld.

Zowel op de oude (midden) als recente kaart (links) loop het bos minder ver door dan in het echt (luchtfoto rechts). Wij pakten het (valse) CP op de hoek van het bos, zoals aangegeven op de kaart. Maar de locatie was niet goed.
Hier zaten we inderdaad niet goed.

Dat het bij CP58 nou net weer andersom lijkt, daar hing het CP op de hoek van het bos op de kaart, en dat was daar dan weer wél overeenkomstig met de werkelijkheid, doet er niet aan af dat we dat CP fout hadden. Dat dat door de vermoeidheid kwam hoort ook bij het spel. Toch stom.

Ervaring: Het einde van de één na laatste etappe was een beetje suf: we peilden vanaf CP46, kwamen net naast het huisje uit waar de kaartwissel plaats vond (CP51), zagen bij het huisje zelf niet direct een kaartje hangen, en noteerden dus wat later CP53 bleek te zijn. Het scheelde een tiental meter. Maar ja, we hadden kunnen weten van eerdere edities dat het CP kaartje aan het eind van een etappe meestal maar een paar meter van plek van de kaartwissel hangt, dus hadden we iets langer moeten zoeken. De meerderheid deed dit trouwens wel gewoon goed.

Peiling van CP46 naar CP51. Wij pakten CP53.

Routekeuzes: We hadden niet veel betere keuzes kunnen maken. Rustig lezen bij de eerste etappe en plannen op basis van wat logica had kilometers gescheeld. En bij andere omwegen was dat vooral vanwege ontbrekende informatie of gedateerde kaarten, zodat soms gegokt moest worden; en we hadden niet altijd geluk. Een paar extra kilometers maakten we vanwege slordig lezen van het roadbook, en aanwijzingen vergeten. Maar dat overkomt de beste. Nog een tip: als je terug moet naar een vorig punt, pak dan dezelfde route als heen, dat voorkomt verrassingen (en achtertuinen met hond).

Rating

En dan nu antwoord op de laatste vraag: de tips en tops. Na zelf de N8-run georganiseerd te hebben denken we hier wel over mee te kunnen praten.

😊 Etappe 1 zonder kaart was erg leuk opgezet. Achteraf zit er best wat logica in de punten. De verwarring die het in eerste instantie oplevert is een uitdaging die echt karakteristiek is voor de Midwinterrun. Dit soort dingen zijn altijd leuk, verrassend, en origineel. Top! Jammer dat het voordeel oplevert voor wie bekend is in Vorden, maar ja, we kent dat nou?

☹ Het is wel een minpuntje dat je soms moest gokken. Of er ergens een brug is CP66 (omdat een oude kaart is gegeven of een stuk op de kaart wit is gemaakt), of een CP aan de ene of aan de andere kant van een beek ligt (CP24), en waar het eind van de etappe gaat zijn (CP51). Prima als het lastig te achterhalen is, maar ik vind het leuker als je je achteraf voor de kop kan slaan dat je een stukje informatie over het hoofd gezien hebt, dan dat het pech of geluk blijkt.

Zou daar een brug zijn bij CP24, of hangt het CP echt midden op het water? We moesten gokken, maar volgens de boer was de zuidoever makkelijker lopen. Gelukkig hing daar ook het CP…
…wat op de officiele achteraf-kaart wel duidelijk was.

😊De memorisatieopdracht die bij het station hing, met bovendien 3 vergelijkbare kaarten die je moest zien te identificeren, was mooi bedacht. Goed te doen en uitdagend tegelijk. Voor herhaling vatbaar. Ook de oleaat was een leuk element. Met passen tellen goed te doen, er van uit gaand dat de route overal de paden zou volgen.

☹ Iets minder was het misschien dat de route over een natuurbegraafplaats liep en er peilingen naar bonus-punten in zaten waarbij je -omdat het en oleaat was- niet wist dat daar eventueel vanaf een ander punt een pad heen liep, waardoor je alleen maar vanaf een bocht in de oleaat een peiling kon maken. En díe koers liep misschien wel dwars door het bos: ongewenst lijkt me. Maar goed, de gedachte bij een natuurbegraafplaats is ook een beetje dat je de natuur op zijn beloop laat, inclusief passerende rechtoplopende zoogdieren met een grote hersenpan en een kompas.

😊 Het CP op het eilandje was leuk. Als het minder koud was, of het 10 jaar terug was geweest, was ik er gewoon doorheen gelopen. Jammer alleen dat het pal na een kaartwissel met deadline was waardoor alle teams tegelijk de surfplank wilden gebruiken om het nummer te checken op het eiland en er daardoor een wachtrij van 10 minuten ontstond.

😊 De paar opdrachten waarbij de locaties van bonuspunten te bepalen waren aan de hand van snijpunten, van peilingen met gegeven hoeken, of van cirkels met gegeven afstanden, vormden een welkome afwisseling van het toch wel ietwat irritante coördinaten intekenen (dat mag ook, maar graag met mate). Voordeel van peilingen is dat de rek van het papier er niet toe doet, en als je 3 afstanden krijgt middelt ook daar de fout wel uit. Of zoals in dit geval de kaartschaal was gegeven aan de hand van de afstand tussen twee punten op dezelfde kaart: dan is het altijd goed.

Iets minder elegant is het als de hoek tussen twee richtingen of tangenten erg klein wordt, omdat dan de fout in het bepaalde snijpunt al snel opblaast. De organisatie kan dat in elk geval deels goedmaken door daar geen valse CP’s in de omgeving op te hangen.

Lastig, zo’n snijpunt van elkaar rakende cirkels. Haaks is nauwkeuriger. Gelukkig hing er geen vals CP.

☹ Sommige stukjes liep men twee keer (en niet omdat je vergeten was een opdracht te noteren), zoals van en naar de vogelkijkhut CP39/CP72. Of was het de bedoeling om daarvandaan dwars door de Baaksche Beek te gaan? Ik denk dat minstens 1 team (volgens Strava) dat deed. Da’s dan wel weer leuk. Maar hij leek niet echt doorwaadbaar, toen we eerder langs dat zelfde watertje liepen. Ik had er niet op gegokt dat dat kon zonder kopje onder te gaan.

Toch was twee keer het zelfde punt gebruiken met het zelfde CP kaartje ook wel een beetje flauw; of niet, als je het toevallig op een kladje had genoteerd, maar dat was dan weer een geluksfactor. Bovendien nodigde dat CP uit om over privé terrein te lopen of af te snijden door een natuurgebiedje. Zou ik als organisatie altijd proberen te voorkomen, óf daar een roadblock leggen.

Één vals CP hing wel heel dicht bij het juiste. Ik zou bij zo’n punt toch op zijn minst een aanwijzing in het roadbook plaatsen waar het juiste CP hangt. Als iemand dan het valse pakt kan je dan nog uitleggen waarom dat niet goed was.

☹ Er waren een paar mijns inziens iets té lastige peilingen. Als daar dan ook nog een vals CP hangt, heel vlakbij, wordt het een loterij. Het is heel moeilijk om een CP op werkelijk de juiste afstand en koers te leggen, zeker als je dat per GPS probeert te bepalen. Om dat te kunnen doen moet je het eigenlijk met een lang lint in het veld nameten. Er mag geen discussie over bestaan of zo’n punt goed hangt. En als er dan ook geen directe zichtlijn is zodat je kan terug-peilen, of normaal terrein onderweg zodat je nauwkeurig passen kan tellen, is het eigenlijk niet meer leuk. Zoals CP51 dat erg dichtbij CP53 hing. Door een extra hint te geven voor de positie van het juiste CP kaartje is dit trouwens goed op te lossen.

😊 Dat er soms een witte vlek op de kaart staat, om te forceren dat je ook echt in het veld koers peilt en passen telt, is dan weer wel aardig. Als is de combinatie van een roadblock en een witte vlek bijzonder ongelukkig gekozen.

Als je alles smileys hier boven bij elkaar telt kan er maar één conclusie zijn: we zijn er volgend jaar weer bij!

WOR 11: ToverKOLder en heksensoep

Want als er niks mis zou gaan, viel er ook niks te beleven. En we hebben weer de nodige foutjes gemaakt, dus dat succes is binnen. Heerlijk lopen klungelen door de regen, en menigmaal ook dóór de regen. Irrigatie is irritatie, als de akker een kaart is, en de gewas – nou ja, daar kom je wel achter als je verder leest. De soep was bruin en waterig. KOL de club van orga’s. Ergo de titel.

“Sprookjes”

Kei sterk thema weer dit jaar, waar van alles aan opgehangen kón worden, en dus werd, of het nou als een tang op het spreekwoordelijke varken sloeg, of het hardste houd sneed, of we er met open ogen (over die bril trouwens later meer) in tuinden, of dat we het niet minder spreekwoordelijke varkentje in een helder moment dachten te wassen maar een driedubbele bodem zochten waar slechts een dubbele was waardoor het badwater alsnog wegstroomde: Sprookjes, dit jaar van Grimm (terug naar het thema van het begin van deze zin), waar het vorig jaar nog de Bijbel was. En date thema werd -in positieve zin- uitstekend uitgemolken, net zoals de wolken -in negatieve zin- de rest van de dag.

Als je er nu geen hout meer van snapt, is dat precies het juiste gevoel dat ik probeer over te brengen. En gezien de sterke competitie deze WOR is dat gevoel, en dat ik dat gevoel al vaker mijn WOR verslagen heb laten doorspekken, niet aan dovemansoren besteed. Pieken doen de bezoekerscijfers van mijn blogsite de week voor elke WOR volgens de webtellers, als iedereen weer even zijn mindset slijpt. Dat nota bene het debuterende team waar ik vorige week even mee was gaan lunchen om ze het verschil tussen een palet en een pallet uit te leggen, figuurlijk dan, en op scherp te zetten voor wat er verwacht kon worden aan onverwachte wendingen, op een plek boven ons zou eindigen zegt denk ik wel genoeg. Arrogant ook, van mij, om te suggereren dat het daar aan zou liggen, dat ik wel zou weten hoe het moet, in theorie, maar dat in de praktijk niet waar zou maken. Dus laat ik daar verder niks over zeggen. Alles hierboven, trouwens, dat heb ik niet gezegd. En hier onder ook niet: niks van waar. Alleen die regen, dat is geen sprookje.

Zaterdagmorgen, negen uur, aanmelden als team 2, bij een tafel waarop uiteraard niet louter voor de sier de aanwijzingen voor CP37 liggen, in de vorm van 3 sprookjesboeken; maar dat weet nog niemand. Hadden we ze toch beter doorgelezen, maar omdat er zoveel sprookjes zijn, en zoveel verschillende vertellingen, zal dit ook wel overdadige informatie zijn. Stond vast in opgetekend dat Roodkapje eerst bloemen liep te plukken, voordat de Wolf haar vertelde dat dieper in het bos mooiere bloemen groeiden. Als je denk dat het de wolf was die haar überhaupt op de bloemen wees en ze daarna pas aan het rauzen sloeg, kom je bedrogen uit, en een paar honderd meter te ver naar het westen, bij de Moppersmurf.

De Wolf, ook als zo’n dingetje. Tijdens de pre-briefings (ik ga er van uit dat de lezer eerdere van mijn WOR relazen kent en weet wat WOR pre-breefings zijn; zo niet, lees dan wat eerdere WOR-sprookjes door) werd regelmatig gerept over Jan Geerard de Boze Wolf, mij telkens in verwondering achterlatend, zelfs toen Ferdy mij verzekerde dat “elke gelijkenis met bestaande personen” zoals altijd “geheel op toeval berustte”. Ik vond het maar niks. Ook Connie de Heks kwam me bekend voor, trouwens. Vossen zijn tenminste nog sluw. Wolven hebben alleen grote tanden.

Terug naar de zaterdagmorgen. Deze keer voor het eerst voorafgaand aan de start een bril opgezet. Mooi dingetje. Gekocht bij http://www.o-crew.com, met zonder glazen, wat goed van pas kwam, want zo konden er ook geen regendruppels op blijven zitten. Behalve dan op het bril-deel-op-sterkte, dat dan weer nodig was om de details van de kaart te zien. Het was niet helemaal ideaal, maar beter dan zonder, al met al. Das had ik die al voor de start opgezet.

Het lekkere aan de tijd voor de start is dat alles nog kan lopen zoals je hoopt. Niets vergeten, spulletjes gepakt, kopje koffie er bij, en niets om je druk om te maken want je weet nog niets. Tot de eerste opdracht komt. Team splitsen zich op, in “zij die het donker niet vrezen” en zij die iets zijn wat ik niet helemaal versta, maar wat weldra duidelijk zal worden. Wat volgt is de meest hilarische start van een WOR to nu toe: 50 deelnemers met een boodschappentas over hun hoofd moeten op de tast, of op het gehoor eigenlijk, hun teammaat vinden die een tevoren afgesproken dier imiteert. En zo staat de parking vol met 50 m/v die om het hardst blaffen, kraaien, knorren, loeien, en wat al niet meer. Het duurt een minuut of zo, maar leuk is het zeker. Daarna begint het echte werk, na de pre-proloog.

De proloog is een stukje oriënteren, in het zelfde bosje als 3 jaar geleden. En ook toen leek het recht-toe-recht-aan, maar bleken er allemaal vogelhuisjes te hangen die aan het eind van de dag weer een essentiële rol speelden, maar wat je dan nog niet wist. Dus hadden we beter moeten weten toen er behalve wat CP’s ook plaatjes met sprookjesfiguren hingen. Maar vanwege de regen, een kaart die we dadelijk in zouden moeten leveren omdat die tevens antwoordenblad was, gewoon de nodige tijdsdruk, en onwetendheid over wat we dan wel met die plaatjes zouden moeten doen, eventueel, noteerden we wat krabbels, maar niet genoeg om er aan het eind voordeel van te hebben. Tja.

Het doel van de proloog was in elk geval geslaagd, de teams kwamen gespreid terug bij de start voor de echte race, zodat het geen polonaise werd. Haastig alles doornemen, een overzicht opbouwen van de kaarten, overlap, volgorde, bijzonderheden. Het viel niet direct op dat twee ogenschijnlijke kopieën, toch op een essentieel punt verschilden. We nemen altijd de dubbele kaarten mee, maar dit keer dus niet, per ongeluk.

Sprookjesparade

Vanaf hier wordt het een beetje een opsomming, met de verschillende groepjes CP’s aan elkaar geregen. Toch leest dat wel het lekkerst, denk ik.

CP1: 7 geitjes (7 locaties aangegeven op de kaart) zoeken, en de opgegeten geitjes noteren. Die in de klok, voor de sprookjeskenners, telt dus niet mee. Enige complicatie was dat een ander geitje onbedoeld ontbrak, maar dat was voor alle teams het zelfde.

CP2: makkelijk. CP3 t/m 10 ook, om en om een punt op de kaart alwaar een projectie hing naar het volgende punt. Met als extra hulpmiddel dat de oneven CP’s voorzien waren van een foto overeenkomend met de partner van de even CP’s, en als je door had dat Amalia niet bij Willem Alexander hoorde, liep je een paar meter verder naar de juiste locatie, en met Maxima. Omdat dit stukje bos vol greppels en bermen lag was het ook nog best makkelijk oriënteren.

CP11 t/m 13, leuk bedacht. Bol-pijl aanwijzingen met een Pinokkio met lange neus dienden niet opgevolgd te worden, de rest wel. Na 1 foute splitsing was dat wel duidelijk. Alleen de Pinokkio op het eind zorgde voor twijfel, en een fout genoteerd CP. Hier hing een vogelhuisje dat tevens het hoofd van P. vormde (wisten we uit de briefings). De boom waar aan had een CP kaartje, de neus van P. ook een. Ik voelde nog aan de neus, een zeskantige boutkop, maar die kwam er niet uit. Dat hij wat los zat zou wel toeval zijn. Omdat we hier toch al een discussie hadden of het juiste CP de boom of de juist neus was heb ik verder niet nagedacht of neusgepeuterd of er toch nog iets bijzonders met die neus bleek te zijn. Scheen die er achteraf uit te kunnen schuiven, en dan kwam er nog een derde, naar later bleek het juiste CP nummer tevoorschijn, maar ik denk dat ook al was dat gelukt, ik had geredeneerd dat een lange neus van Pinokkio niets anders dan een leugen kon zijn, en hadden we toch het nummer op het puntje genoteerd. Wie weet. Maar dit was dus ons eerste valse CP.

CP14 t/m 18 was gewoon peilingen maken, telkens weer een nieuwe aanwijzing, onderweg een paar CP’s passerend. Een keer een foute peiling, gewoon omdat de naald twee kanten heeft, en ik niet goed keek door de regendruppels heen. Maar dat was nog redelijk snel gecorrigeerd. Soms kan je beter maar niet al te eigenwijs zijn, en kijken wat de meerderheid van de andere teams doet. Aan het eind weer een vogelhuisje met koekjes er in, gelijk het peperkoekhuisje uit het sprookje van Hans en Grietje.

CP19 – 20: eenvoudig. Net als CP21 t/m 24, in principe, ware het niet dat ik de vakjes op de kaart waarvan we de in het roadbook aangeduide hoekpunten moesten bezoeken iets ruimer interpreteerde dan bedoeld was. Dat op de oorspronkelijke IOF kaart een geel en een groen vakje had gestaan, dat in de zwart-wit print die wij kregen beide even grijs was, had me natuurlijk niet van de wijs moeten brengen en ik had gewoon de omheining moeten zien, die getekend was. Het was ongetwijfeld deels de bedoeling ons te misleiden, want op precies de plek waar ik die verwachtte hing een CP, maar dat was dus niet de juiste plek. Een dubbele check in het veld had geholpen, maar ik had tevoren, droog, binnen, aan het begin van de etappe een rondje op de kaart gezet, en nu was het nog slechts de uitvoering daar van; dus waarom zouden we twijfelen? We waren toch op de plek van het rondje op de kaart?

Dit was dus niet goed. Iets te snel geredeneerd.
Dit was de bedoeling, en dan staat 23 dus verkeerd.

Klungelsmurf

CP25 t/m 33 leverden aanvankelijk lichte paniek op, toen we ontdekten dat die ene kaart -de kopie, dachten we- niet in de rugzak zat maar nog bij de start van de etappe lag. Hierop stonden namelijk de locaties van de Smurfen, die we aan de hand van hun namen bij de juiste CP’s moesten noteren, maar zonder kaart was het zoeken naar een speld in een hooiberg. Gelukkig kwam er vrij snel een ander team aangelopen dat zo vriendelijk was ons te laten meekijken op de kaart. te laten lopen. Als dank heb ik maar extra hard helpen zoeken. Zonder team 13 was het een dure vergissing geweest. Dank jullie wel!

CP35, het drakennest, was eigenlijk te makkelijk te vinden om waar te zijn. Misschien ter compensatie voor wat daarna kwam.

CP36 hing behangen met plaatjes die het verhaal van Roodkapje vertelden, elk met een cijfer. In de juiste volgorde vormden die het coördinaat voor CP37. Maar dat was nog niet eenvoudig. Twee huisjes (welke is van Roodkapje en welke van oma?), Roodkapje die bloemen plukt, en Roodkapje met een wolf die haar naar de bloemen toe wijst, een jager die naar binnen gaat, of komt hij juist naar buiten? Bracht die niet Roodkapje het bos in? Of was dat in Sneeuwwitje? En wat was nou het oorspronkelijke sprookje, en wat was de verdisneyficeerde variant? Uiteindelijk stonden we niet bij een wolf te zoeken naar CP37, maar bij een Smurf. Dat was niet goed, natuurlijk, maar het punt dat we later, na nog een check en een andere volgorde van het verhaal vonden, bleek ook niet goed. Typisch geval van weten dát iets niet klopt, maar niet weten wát, en vervolgens niet meer exact op de kaart kijken omdat je niet zeker weet welk alternatief met zekerheid het juiste is. Zorgvuldigheid…. voor de derde keer vandaag ging het daar op mis. Want ook dit was een vals CP, dat we noteerden.

Alleen nog CP38 en 39, de laatste simpel, de eerste ook niet lastig, maar toch twijfelden we. Bij het punt op de kaart stond een tafel vol tafelgerei, waarvan een tweede van elk onderdeel in het bos er naast zou hangen. Goed onthouden, de juiste dingen vinden (die lepel met een getal was een vals item, want lag niet op de tafel), dat viel nog mee. Maar moesten we nou twee keer een 6 tellen bij een boom waar zowel een bord als een beker aan hingen? Beide onderdelen hadden immers 6 als nummer. Of telde deze 6 maar 1 keer omdat het dezelfde boom was? De laatste redenering was juist; klinkt nu logisch, maar logischerwijs niet als het regent, wat het deed.

Het schiet lekker op

Doorweekt terug in de zaal van de start, waar een schietproef plaats had alvorens we de kaarten voor de volgende etappe kregen. De schietproef ging goed (met een afgezaagde fietspomp kurken schieten, net als een paar jaar terug bij de Kattevennen), maar dat leverde weer een nieuw dilemma: we mochten een ander team 10 strafminuten geven. Da’s onaardig! Maar ja, anderen zouden ons vast ook strafminuten geven, want doorgaans eindigen we niet onderaan; ook al verzinnen we elk jaar een andere teamnaam, we zijn niet onbekend. De vraag is wie we het meest strategisch op een achterstand kunnen zetten, want het maakt wellicht nèt genoeg uit voor die ene plek. Als de winnaar van vorig jaar weer zo goed is als toen, heeft het geen zin om ze een oor van 10 minuten aan te naaien, dat maakt dan niet het verschil met onze score. Maar de anders teams om ons heen zijn óók allemaal aardige mensen, dat gun je ze ook niet. En een team in de achterhoede nog eens 10 minuten extra bestraffen, da’s ook niks. Toch blijft het een wedstrijd. Achteraf, ja, achteraf, had het wel een plek kunnen schelen, als we dat ene team dat ik de afgelopen week nog met tips had overladen een tiental extra minuutjes hadden gegund. Nah.

Véél te lang hebben we naar de kaarten van de 2e etappe gekeken, want ook dat was eigenlijk gewoon een kwestie van doen. Niets te plannen, de volgorde van het roadbook was de meest logische, maar misschien was het vanwege de regen dat we ons nu wel extra zorgvuldig voorbereidden.

Marsipulami

CP41 t/m 48 waren niet lastig, maar ook niet heel eenvoudig, vooral doordat we weer eens te moeilijk dachten. Rebussen onderweg met hints voor elk volgend punt, dat was niet moeilijk, maar toch. Een aanwijzing “een onafscheidelijk duo”, een rebus die zegt “Sinterklaas en Zwarte piet”, en dan Suske en Wiske tegenkomen. Ja, ook een “Sint met Piet”, maar die zijn toch niet zo onafscheidelijk, want de ene blijft op zijn paard op het dak terwijl de andere door de schoorsteen zakt. En toch, omdat we op weg naar dat punt zwart-gele lintjes moesten volgen, verwachtte ik dat het enige juiste punt een door Dennie Christian bezongen onafscheidelijke Marsipulami zou moeten zijn, dus zochten we nog een paar minuten langer, tot we het opgaven en toch de Sint’s getal noteerden. Nee, het zou allemaal wel niet zo moeilijk zijn. Dat was het uiteindelijk wel, want het laatste punt van deze route, de Zwarte Reus, die aan het “eind van de draad” zou hangen, was niet de afbeelding van Muhammad Ali, maar een poppetje dat we dus over het hoofd zagen, waar de draad kennelijk iets eerder ophield dan het hek. Geen haar op ons hoofd bedacht dat we juist daar een vals CP noteerden. Gelukkig wel het laatste foutje van de dag.

Oeps, nu verraad ik het, nu hoef je niet verder te lezen. Tenzij je wilt weten hoe de overige punten dienden te worden uitgevoerd.

CP49, een slingerende lijn volgen, leverde de verwachte instinkers op. Links van de lijn zouden CP’s hangen, en die hingen er ook, maar rechts hingen uiteraard een paar valse. Een klein knikje in de lijn zorgde voor wat extra speur-meters aanvankelijk, omdat ik dacht dat je daar dan in en uit zou moeten gaan, en zo achter een boom nog een extra punt vinden, maar dat bleek er niet bij te horen. Te ver doorlopen was ook niet goed, daar hing een CP dat er uiteraard niet bij hoorde.

CP53 t/m 56 was in principe gewoon een kwestie van goed oriënteren. CP56 bleek te ontbreken, maar dat was wel de start van de kwezelsroute. Aanvankelijk even over deze ezel heengelezen, zodat we aan den lijve ondervonden dat 270 graden tegengesteld is aan de oostelijke richting, waardoor dus ook CP57 verdwenen bleek. Maar omdat meer teams het zelfde constateerden gingen we snel verder.

CP58 markeerde het begin van een stukje spoorzoeken, met kaartjes met wolvenpotenafdrukken en een vossenspoor, van elkaar te onderscheiden, maar ik liet me vooral in verwarring brengen doordat de pootafdrukjes in tegengestelde richting leken te wijzen. Zouden we dan juist de andere kant op moeten lopen? Het bleek allemaal niet zo moeilijk; wij dáchten gewoon te moeilijk. Aan het eind van het vossenspoor hing de mededeling dat dat een vossenspoor was, wat nauwelijks vertraging leverde want het andere, juiste, spoor hadden we ook de hele tijd zien lopen. Het bijzonderste was het terrein, met twee meter hoge aarden bulten tussen even diepe kuilen. Hoe komt dat hier?

CP60 en 61 waren weer makkelijk. Behalve dat het noteren van wat makkelijk lijkt nog wel eens mis gaat.

CP62, of eigenlijk CP63 kostte nog wat extra tijd. Hier hing, volgens het roadbook precies tussen CP62 en CP64, een CP met een heks, maar omdat we een kaartje Gonnie vonden (waar de afstand niet juist was) en het toch echt Connie was in de briefing, vonden we het kaartje met Julia dat wel op de juiste afstand hing, niet goed genoeg om te noteren, en zochten we ruim 5 minuten tevergeefs naar het derde kaartje. Tot we besloten dat de bezem die bij Julia hing toch wel een overduidelijke aanwijzing was dat we goed zaten. Niemand zei dat er een we hier überhaupt met een Connie te maken hadden.

CP65 t/m 71 was weer een kwestie van goed kaartlezen en een luchtfoto bestuderen. Enige lastige was dat in een natte kaarthoes een donkere zwart-wit afdruk van een luchtfoto toch wel erg weinig contrast heeft, en ik meende dat CP71 meer in de hoek van de open plek moest hangen. Nu, thuis, onder goed licht is wel duidelijk dat waar een paar andere teams, en wij uiteindelijk ook, zochten, de aangegeven plek was. Maar omdat het volgende CP72 een omgekeerde peiling was ten opzichte van CP71 vond ik het ook nog wel aannemelijk dat het punt dat we vonden, omdat ik het zelf daar niet direct verwacht had, een valse CP72 was, en het geprojecteerde CP72 dus het juiste CP71, waardoor CP72 in werkelijkheid nog wat verder hing. We hebben daar even gezocht, maar toen toch besloten dat het allemaal wel klopte zoals het was.

Vonden we nou 71 in de cirkel en was de peiling naar 72 de juiste? Of was onze 71 vals en een peiling de andere kant op, terwijl 72 71 was en 72 nog verder naar het noordwesten hing?

CP74 t/m CP76 verliep prima. Ook omdat we direct zagen dat de vetgedrukte letters RA, RD en LD, verstopt in een recept voor ‘heksensoep’, de richting aangaven. Lopen we nu echt twee keer het zelfde pad? Jawel, maar zonder dat te volgen hadden we zeker niet zeker geweten dat we twee keer het zelfde CP moesten noteren onderweg. Dát vanuit de leunstoel uitvogelen had vast meer tijd gekost dan gewoon die meters rennen en noteren.

CP78 was nog een doordenkertje: de briefing vermeldde dat 1 mijl 5 meter zou zijn. Zeven passen met 7-mijlslaarzen, de afstand vanaf CP77, kwam daarmee op 245 meter. Alleen de omrekening naar cm met de schaal van de kaart, daarvoor had ik terug naar school gemogen, want we hadden een kleine corrigerende tik van een ander team nodig om niet op de verkeerde plek te zoeken.

CP79 en CP80 waren weer eenvoudig. En eigenlijk ook CP81 t/m 84. Een gespiegelde kaart, om de één of andere reden was dat simpeler dan gedacht. Lees hardop wat je moet gaan doen om telkens bij het volgende punt uit te komen, en vervang in je hoofd links door rechts. Meer dan dat is het niet. Daar zullen anderen anders over denken.

Bijna nog CP86 overgeslagen, op weg naar de finish. Die geen finish was maar de start van de epiloog. Hier mochten we zowaar splitsen, maar onder het mom van samen-uit-samen-thuis, lieten we dat mogelijke voordeeltje liggen en deden ook de laatste 4 CP’s als team. Er had zelfs meer tijdwinst in gezeten als we tijdens de proloog wat zorgvuldiger hadden genoteerd waar de sprookjes-kaarten hadden gehangen, want precies die nummers werden in de epiloog verlangd. Drie getallen hadden we genoteerd ons watervaste notitievel, maar niet waar ze hingen, en dus liepen we ze allemaal nog een keer af. Zoveel tijd kostte dat nou ook weer niet.

Bijna klaar…. maar je weet het nooit bij de WOR, er kan altijd nog een verrassing volgen. En dat deed het ook. Bij CP61 had ik wat anders genoteerd dan Erwin. Een kans van 99% dat één van beide getallen juist was. Maar zeker geen 50% voor elk van beide, en 0% voor beide tegelijk. Dus een waarschijnlijke extra straftijd van 30/2=15 minuten. Gelukkig ging het om bijna het meest dichtstbijzijnde punt en naar schatting nog geen sprintje van 10 minuten; dus gegarandeerd een waarschijnlijkheid van 20 minuten winst. Een no-brainer: lopen! Ik denk dat geen van de teams zo hard gesprint heeft de hele dag. Kapot! Maar wel het juiste genoteerd nu, en bleek dat wat we anders bij toeval opschreven fout was geweest, dus hebben we ruim 20 minuten gewonnen.

Bij de uitslag was al snel bekend dat we met 3 fouten in de eerste etappe, en 20 wellicht tactisch uitgedeelde strafpunten van de schietproef van een ander team. Maar er kon nog best wat zijn gebeurd in de tweede etappe. Zouden we daar juist meer of minder dan gemiddeld fouten hebben gemaakt? We waren ook niet als snelste binnen, met de extra excursie naar CP61.

Nawoord

Deze schatting bleek aardig te kloppen: een 6e plek over all. Vier foutjes (het had met 2 gekund), toch allemaal uit een onverwachte hoek. Iets zorgvuldiger ten uitvoer, de volgende keer, is geen onterecht advies aan onszelf:

  • Die neus van Pinokkio, die los zit, dat kan geen toeval zijn, laten we nog wat beter voelen.
  • De hoeken van de velden, zou het zo makkelijk zijn? De kaart is een indicatie, de omschrijving slaat op de werkelijkheid, dus altijd kijken in het veld.
  • Dat het coördinaat van Roodkapje in eerste instantie niet klopte, wil niet zeggen dat elk alternatief in tweede instantie goed is. Oost was twijfelachtig, maar noord niet.
  • Altijd goed kijken (en lezen) als je iets tot “het eind” moet volgen, dat is een klassieke fout die we vast al eerder hebben gemaakt.

Dus er valt nog genoeg te verbeteren, op naar de volgende keer. Want het was weer geweldig leuk.

Altijd leuk om even te kijken waar het goed en fout ging bij de diverse teams. Meestal zijn wij heel gemiddeld, in die zin dat wat we niet goed hebben, door de meerderheid eveneens fout wordt genoteerd. Inderdaad, Pinokkio (63% fout), veld C (65%), Roodkapje (51%), en de Zwarte Reus (75%). Daar staat tegenover dat we CP19 (35%; ), CP38 (33%; tafelgerei), CP63 (36%; de heks met de bezemsteel), CP78 (35%; de 7-mijls laarzen), kennelijk ook foutgevoelige CP’s, wél goed noteerden.

Wat ook best opvallend is is dat 12 van de 51 teams alle punten hadden bezocht (denk ik). De route was iets korter dan anders, want meestal is maar een handje vol teams snel genoeg om overal langs te gaan. Nou ja, wij liepen 35,7 km. Het had ook in 28,6 km gekund laat team De Dwaallichtjes zien, door niet de doorgang in het hek te missen, Roodkapje in 1 keer goed te doen, de Smurfen wat slimmer te zoeken, de juiste heks voorbij te lopen, een maatje kleinere 7-mijlslaarzen aan te trekken, de nummers van de proloog te onthouden zodat je daar niet meer langs hoeft, en CP61 meteen in 1 keer goed te noteren.

Gemiddeld sloegen de teams 20% van de CP’s over, terwijl de CP’s gemiddeld door 82% van de teams werden bezocht. Gemiddeld had men 11% fout, en de CP’s werden gemiddeld voor 9% fout genoteerd. Bij 23 van de 90 CP’s hing (vermoedelijk) ook een vals CP kaartje. Dat is bij 26% van de CP’s. Het was dus zeker de moeite waard overal wat achter te zoeken. Maar ja, om dat nou bij alle CP’s te doen, zoals wij vaak deden, dat kost ook weer veel tijd.

Het blijft een prachtig spel. Wel regen of geen zon, het maakt niet uit, dit is het leukste oriëntatiefeestje van het jaar.

Midwinterrun 2022

Dit is een braindump. Het is nu anderhalve maand later, dus ik moet nog flink graven in de grijze cellen om deze dag weer boven water te krijgen. En tegelijkertijd kan ik vrij veel nog letterlijk voor me zien. Ik zou zo weer de zelfde route kunnen lopen, zonder kaart. Althans, dat denk ik. Het zou wel een grappige test zijn om dat ook te proberen. Een Midwinterrun vergeet je niet zomaar. Dat is altijd een feest.

Gewaagd, korte broek in de winter?

Het ene jaar zijn we te laat, het andere jaar is de tank onderweg er heen bijna leeg, maar dit jaar is er niets mis met onze aankomst. Het lijkt er eerder op dat we te vroeg zijn, en nog even moeten kleumen in de auto. Want de start is nog behoorlijk Covid-proof georganiseerd: geen gezellige hutje-mutje-koffie-met-cake in een schuur om de pre-start-stress nog wat op te voeren door te kijken naar en zelf mee te doen aan het in allerijl in de ren-rugzak proppen van geodriehoeken, rekenmachines, energierepen, en watervaste pennen. Maar de half overdekte briefing, maakt dat het net niet al te koud is. De lucht van versgezaagd vuren verraadt dat hier wellicht een maand geleden nog geen dak stond. Het is fris vandaag, er staat wind, maar het is geen keihard winterweer. Dat maakt het niet makkelijker om te beslissen wat aan te doen, want je weet eigenlijk dat het in de loop van de dag nog wel eens kan veranderen, zowel plus als min. Ik ga in korte broek, voor het plus-geval, en Patrick rekent op min, in het lang. Dan weet altijd minstens het halve team de eindstreep te halen.

Logiquiz

Wat je ook altijd weet is dat je nooit weet wat je te wachten staat. Dat het ver gaat zijn, weer een hele dag lopen, dat er blauwe kaartjes gezocht moeten worden, dat die meestal wel ongeveer op de juiste plek hangen, dat er altijd een paar weg kunnen zijn, of toch op een andere plek hangen, dat weet je ook. Maar het is knap hoe de organisatie, Chickenpower, elke keer weer iets onverwachts weet te presenteren als openingsopdracht.

Dit keer is het onverwachte een envelop met maar 1 enkele kaart er in. Waar een heleboel punten op staan, dat dan weer wel. Maar de meeste zonder enige CP aanduiding. Meer punten zijn het in elk geval dan in het roadbook vermeld staan. “Kom, het zal wel een score-loop zijn”, denken we, en we gaan onverdroten op weg naar dichtstbijzijnde punt. Vervolgens vinden we daar inderdaad een CP-kaartje. Ik roep het nummer naar Patrick. Maar waar moet hij het noteren? (Hij hanteert vandaag het roadbook en noteert de nummers.) Dit punt heeft geen CP waar het bij hoort, het is er gewoon.

En dan pas lezen we verder. De 16 CP’s van deze eerste etappe vormen een soort logiquiz. En we concluderen dan ook dat we niet langs alle punten hoeven te lopen. Ter plaatse staan we een minuut of tien te puzzelen en bepalen een strategie. Terwijl de eerste teams die bij de start direct aan het puzzelen zijn geslagen in plaats van er als chicken zonder kop vandoor te gaan, aan komen lopen, gaan wij door naar het volgende punt waar iets te vinden zou moeten zijn. Als je de koppositie hebt moet je die vasthouden, toch?

Desalniettemin verloopt het stroef. Van enkele CP’s was de afstand gegeven tot een bepaald ander CP. Klinkt simpel: liniaal pakken en meten. Maar het scheelt maar één mm op de kaart of het een juist of verkeerd punt is; dat is wat 20 cm papier doet (het heet hygroexpansie) als het 0,5% rekt omdat het van 30% naar 80% luchtvochtigheid gaat, van binnen in een droge envelop naar buiten in een mistig bos. Dus als de papieren kaart ook maar een beetje vochtig wordt klopt de schaal niet meer helemaal en zit je er gauw naast. Hadden we toch maar warm en droog bij de start onze punten bepaald zoals de rest deed… We lopen 10 minuten te zoeken waar niets te vinden is.

Ook is er een puntje dat volgens de kaart op een smalle strook heide zou moeten liggen. We zoeken daar met nog een aantal teams. Het is een wonder dat we het CP vinden, want het hangt helemaal niet op de strook hei; het zal qua coördinaten wel kloppen, maar niet qua kenmerken op de kaart. En dat hadden we eigenlijk ook wel kunnen weten, hoewel meestal dat soort grappen alleen voorkomt met een kaart waarop expliciet een oudere datum gedrukt staat.

Het een-na-laatste punt van de etappe is ook een groepsgebeuren. Iedereen is er van overtuigd dat het hier ergens te vinden moet zijn, want er zijn wel 10 andere team hier. Dit was de andere optie 1307 meter vanaf CP125, dat punt waarbij de vochtige kaart ons parten speelde. Dat zij twee punten, volgens ons. Maar helaas blijkt dat niet te kloppen (leren we achteraf). Ik denk dat we wel 10 minuten hebben lopen zoeken, ook omdat de andere teams hier liepen in dezelfde overtuiging. Maar er was niet eens een vals CP kaartje. Een team heeft het juiste nummer gevonden, vermoedelijk elders.

Gratis tijd

De volgende etappe is een puzzel op zich. We krijgen wat gratis tijd om naar het daaropvolgende punt te lopen. De tijd wordt namelijk opgenomen, en van de eindtijd afgetrokken, en dan weer bij de deadlines opgeteld. Maar je mag er ook weer niet te lang over doen, op straffe van uitsluiting. Het is prima te doen, een mooie gelegenheid om even op adem te komen.

Want daarna gaat het weer vol van start. De opdracht is een punt te vinden op een topo kaartje zonder noord-lijnen, met de extra moeilijkheid het startpunt, waar we staan, niet op de kaart staat. Strategie? Doe maar wat! Maar kijk goed of je iets ziet dat op de kaart kan staan. En dat lukt best aardig, want we zien twee open stroken in het bos, en ergens twee paadjes die parallel vlak bij elkaar uit komen. En op beide kruispunten een blauw kaartje, en dus minstens één vals CP; dan moeten we wel goed zitten.

Vanaf daar is het een klein stukje naar het punt (de blauwe cirkel) waar we (als eerste team dat daar aankomt) een stapel kaarten krijgen, voor het volgende stuk van de route.

Puzzelen

De bekende puzzel volgt: het zoeken naar hoe de kaarten aansluiten en wat de beste route langs de volgende punten gaat zijn. En dan maar het plan afwerken. Soms is het wat meer zoeken, soms wat minder. Her en der een peiling met een afstand en een koers. Dat zijn de lastigste. De beste tactiek is meestal afhankelijk van de gevraagde afstand (onder de 100 meter kan je beter gewoon het kompas gebruiken en passen tellen), en de beschikbaarheid van een kaart (als je langere afstanden probeert ‘te tellen’ zit je er gauw naast op ruw terrein). Ik had nog speciaal mijn kompas gekalibreerd, thuis, in de straat, om een systematische fout van bijna 4 graden weg te werken. Maar soms is het bijna onmogelijk om het goed te doen, zoals bij CP26a dat een behoorlijk lange peiling is vanaf CP24, in een richting die van de kaart af gaat, over een bochtig pad. De afstand met passen tellen geeft een fout van 5-10% procent, wat dus een meter of 50 fout kan zijn op een peiling van 500 meter. Een graad fout betekent dat je 10 meter naast zit. En met een enigszins bochtig pad is dat ook niet te doen. Dit is dus prijsschieten, en als we dan ook nog een CP vinden waar we het ongeveer verwachten, is snel een vals genoteerd. Gelukkig bleek dit achteraf het juiste te zijn, maar overtuigend was het niet. En juist waar we wel redelijk overtuigd waren, een kortere peiling met weliswaar nul komma nul zicht en een route tussen dichte dennen door, maar toch zorgvuldig uitgevoerd, hebben we een valse te pakken gehad: CP25. Achteraf zou dat heel goed kunnen verklaren waarom we de volgende peiling, naar CP26, zoveel moeite hebben. Die vinden we uiteindelijk, maar niet helemaal waar we verwacht hadden. Logisch, als je het verkeerde uitgangspunt (het valse CP25) hebt genomen. Persoonlijk vind ik dat minder elegant, om fouten met valse CP’s te laten stapelen. Je kan het ook omdraaien, en zeggen dat we dan CP25 maar vanaf het uiteindelijk gevonden CP26 hadden moeten double checken. Maar zo werkt het niet.

Een punt verderop komt een onaangename verrassing. Lijkt het. CP36a wordt omschreven bij CP27, maar ligt ergens waar we en half uur terug waren. Moeten we helemaal op en neer? Gelukkig blijkt dat bij het aan elkaar passen van de volgende kaarten de route een lus maakt, en we vanzelf hier in de buurt zullen komen.

Het gaat dus goed. We hebben 1 punt niet kunnen vinden, maar verder lijkt alles correct. Misschien vanwege enige overmoed, of juist gehaast doordat er een paar andere teams aansluiten, maken we een foutje.

Dit was de gebruikte kaart. Het pad dat er nu loopt een stukje oostelijker. We namen ten onrechte aan dat ons pad overeenkwam met dat op de kaart.
Veel teams noteerden “13”, wat aan een slagboom hing 50 meter westelijk.

Een kruispunt op een (overduidelijk) oude kaart ligt niet meer waar het lag, en we noteren een vals nummer waar nu een splitsing ligt. Kan gebeuren. Hadden we beter moeten checken. Maar zoals gezegd herinner ik me dat we toen wat onrustig liepen te lopen. Misschien omdat we al voelden aankomen dat we CP31 niet zouden vinden? Ik ben er van overtuigd dat het kaartje weg was of op de verkeerde plek hing. Maar we zullen het nooit weten.

Wat ik me ook herinner is dat de vermoeidheid begon toe te slaan. En dat er een lang stuk lopen kwam, met her en der wat reliëf. En dat het puur geluk was dat ik een blok hout ondersteboven schopte waar een CP kaartje onder bleek te liggen. Hoogst ongebruikelijk. Wat dan ook een rol speelt is dat we CP36a, waarvoor we dachten zo’n gigantisch stuk terug te moeten lopen, niet konden vinden. Toch verkeerd genoteerd? Even terug om het kaartje te checken was in elk geval geen optie. Maar gezien de uitslag, waar niemand, op vreemd genoeg 1 team na, hem niet kon vinden terwijl dit toch echt op de route lag, zal hij wel op gegeven moment weg zijn geweest. Of ergens anders dan vermeld hebben gehangen. Je weet het niet. De “6” die er op moet hebben gestaan is overigens wel een aantal keer gevonden als “vals” CP20, in het begin van etappe 3. Dus ik denk dat hij er toen nog wel degelijk hing, maar daarna is verdwenen.

Hoogtekrabbels

Maar met veel meters in de benen en enigszins murw mochten we weer ervaren hoe de mensen bij het Kadaster over hoogtelijnen denken: niet, ze denken er niet over na. Ze zien dat het wat omhoog gaat, en tekenen vrolijke driehoekjes op de kaart. Dat er iets van glooiing is, voor het idee. Je moet niet verwachten dat het overeenkomt met het werkelijke reliëf, maar het staat verder wel interessant. En wat me dan nog het meest verbaast is dat er dwars door die ‘suggestie van vorm’ ook nog echte hoogtelijnen lopen. Maar elke ambitie om die twee op zich vergelijkbare concepten met elkaar in overeenstemming te brengen lijkt te ontbreken. Alsof je op een weerkaartje isothermen in °C en °F tekent, en dat die elkaar dan ergens snijden! Om een lang verhaal kort te maken: we zoeken een CP tussen twee heuvelruggen in, maar het blijkt op de top te liggen. Wat een wonder dat we het vervolgens vinden!

Isohypsen: de gele lijnen (topo kaart), de zwarte driehoekjes (dezelfde topo kaart!), en de gekleurde achtergrond (AHN3) lijken van verschillende planeten te komen, maar de paden en percelen komen wel overeen.
En zo ziet het er in het echt uit, als je het goed tekent.

Deel 2

Het vorige stuk mag met recht het eerste deel van de tocht heten. Gekenmerkt door relatieve eenzaamheid in het bos. Want het tweede deel is daarentegen lekker druk. Dat komt door de opzet: drie verschillende kaarten op het zelfde terrein. Een luchtfoto, een topo-kaart, en een AHN3 Lidar scan.

We beginnen met de luchtfoto, wat op zich makkelijk zou moeten zijn. Maar dat valt tegen, of juist omdat het zo makkelijk lijkt worden we iets te laconiek. Een vals nummer wordt genoteerd bij CP50. En even later kunnen we een CP in het geheel niet vinden. Wel een overduidelijk vals kaartje, maar ondanks 2 keer opnieuw peilen en passen tellen vanaf CP48 lukt het niet. We blijken niet de enigen. Maar toch is dit altijd leuk oriënteren, want zo’n luchtfoto is meestal redelijk recent en klopt goed. Hooguit staat hij op zijn kop en is er geen schaal vermeld, maar dat wordt gecompenseerd door alle overige details.

MWR22 10 (29/01/2022)

Dan komt de topo-kaart. Al snel blijkt dat niet alleen het reliëf met een de Franse slag is getekend, ook de overgangen van bos naar duin en hei zijn op zijn best een artist-impression te noemen. Of de rupsbandvoertuigen van ons leger dat hier zo nu en dan komt oefenen hebben een half bos spoorloos doen verdwijnen. Ongetwijfeld is dit onderdeel van de uitdaging. Als we CP58 niet fout zouden hebben zou er niks aan zijn. Ik vermoed overigens dat we hier eerst het juiste getal noteerden, maar omdat dat naar mijn mening te ver van de bosrand hing hebben we een beter passend, maar score-technisch minder juist nummer opgeschreven. Pech.

Tenslotte komt een AHN kaart. Heerlijk. AHN wordt elke 5 jaar vernieuwd, en je ziet er werkelijk alles op. De laser scant in de winter door de kale bomen heen, en zelfs dennen verstoren het beeld niet noemenswaardig. De enige hindernis vormen de markers op de kaart die de CP locaties aangeven, en het zicht op de kaart belemmeren. Nou ja, als dat het ergste is… Toch lijkt het eenvoudiger dan het is. Want maken een fout, zal achteraf blijken. Noteerden we een vals CP? Dat was dan min of meer bewust. Op de plek die de marker op de kaart aangeeft kunnen we niets vinden. Onze fout? Want 6 andere teams hebben hem wel gespot. Vlakbij hangt een ander CP kaartje, dat we ook al zagen hangen bij de vorige deel-etappe. Maar ja, niet waar de kaart aangeeft. In de overtuiging dat de organisatie een foutje heeft gemaakt, noteren we dat.

Het westelijke punt levert wat problemen op omdat we het kaartje daar niet vinden, maar even verderop wel eentje.

De uitslag leidt tot een verrassende ontknoping: het juiste antwoord bleek wel genoteerd op de backup-lijst op mijn pols, maar 44 is kennelijk ten gevolge van miscommunicatie 64 geworden.

Laatste loodjes, tactisch verlengen

Dan zit het er bijna op, al komt er nog een grande finale. Er rest nog een uur, en 3 kaarten, met in totaal 15 CP’s. Goed voor 7½ uur wedstrijdtijd, als je het zo bekijkt. Een duidelijk gevalletje ‘straftijd=bonustijd’, want als we er anderhalf keer zo lang over doen en dus een half uur uitlopen kost dat misschien wel 1½  uur straftijd (de klok loopt drie keer zo snel na de deadline), maar levert 2½ uur aan CP-punten op, dus winnen we er netto alsnog een uur mee. De kortste route is snel bepaald, alleen is het jammer dat iemand precies dat wat wij wilden doen met een hek dacht te voorkomen. We hebben een paar principes, maar dat je niet door een kale akker waar het mais al geoogst is of door een leeg weiland zonder vee zou mogen lopen hoort daar niet bij. Daar hoort dan weer wel bij dat je bordjes ‘natuurreservaat, niet betreden’ respecteert, dus dat doen we. Als je vanaf de andere kant komend alsnog zonder zo’n bordje te passeren aan de achterkant van dat zelfde hek kan uitkomen, dan werkt dat natuurlijk niet heel stimulerend voor een volgende keer, maar voor nu hebben we een schoon geweten als we, schijnbaar tegen de richting in, een aantal andere teams tegenkomen.

Rood is een “open” hek. Er omheen loopt een pad.

Toch is het nu wel echt zwaar aan het worden. Het eten is bijna op, het water blijkt precies goed ingeschat, maar blaren en andere ongemakken drukken de pret. We zijn nog net fris genoeg van geest om de twee valse nummers bij CP87 te negeren, om met een kleine overschrijding van slechts 8 minuten de finishlijn te passeren, en op de valreep het nummer op het CP-kaartje achterop de zaagmachine (?!) te noteren. Hoe kom je er op?

Prima geregeld: een hotdog en een sportdrankje om zittend in de achterbak op te peuzelen bij het verkleden. En om de uitslag af te wachten. Want dat is leuk: er is heel snel gerekend, de tussen-antwoorden zijn al in de loop van de dag genoteerd, en niet veel later mogen we het eremetaal bij wijze van spreken in ontvangst nemen. Ondanks de niet-gevonden en vals genoteerde CP’s hebben we toch gewonnen. Maar ik denk vooral terug aan weer een erg goed opgezette en verrassende race. Elk jaar gaat het niveau omhoog, en we mogen blij zijn dat we dat weten bij te houden.

Achteraf

Ik kan het nooit laten om achteraf nog eens naar de score te kijken, en ik ben altijd benieuwd welke fouten we hebben gemaakt. Om het volgend jaar nog beter te doen? Nee, meer om de puzzelstukjes op hun plek te laten vallen, en een excuus te verzinnen voor verkeert genoteerde getallen en niet gespotte blauwe kaartjes. Dus lees vooral niet verder; wat nu volgt is meer voor mijzelf.

CP137: We hadden wat beter moeten meten, en gewoon even kijken of er een kaartje hing op het andere punt dat op 1307 meter van CP125 hing. We kamen er (achteraf) pal langs gelopen.

Was dit de 17 van CP137, die we op de verkeerde plek zochten, of was het CP40, dat later onder een houtblok was beland?

CP25: Dit was een peiling, een lastige, bijna niet te doen zonder GPS; die zou de volgende keer weer fout kunnen gaan, als er een vals CP zou hangen.

CP29: Op oude kaarten moet je bedacht zijn op gewijzigde situaties. Ten onrechte namen we aan dat het rechte pad op de kaart nu wat bochtiger was geworden, maar het was een heel nieuw pad.

CP31: We zijn er nog steeds van overtuigd dat die niet op de juiste plek hing, of dat de juiste was verdwenen. We hebben het kaartje “13” wel zien hangen maar uiteraard niet genoteerd.

CP36a: Opvallend genoeg is deze door 1 team wel gevonden. Petje af!

CP46: Dit CP was klaarblijkelijk verdwenen.

CP50: Hier hebben we ons, op de luchtfoto, vergist in de (parallelle) paden en een vals CP genoteerd. Toen we daar bij de volgende deel-etappe op de topo-kaart weer langs kwamen was dat ook wel duidelijk, maar toen hadden we de vorige controlestrook al ingeleverd.

CP58: Hier hebben we meerdere valse CP’s gezien, maar we hebben ons vergist in de afstand van grens van het bos en het zand. Het juiste CP hing meer op de top van de heuvel, denk ik.

CP69: Verkeerd doorgegeven of opgeschreven.

Laat ik me dit keer eens niet uitlaten over strategieën en statistieken aan de hand van de score-tabel. Maar het is wel eens aardig om te kijken naar de verkeerd genoteerde nummers. Dan valt op dat er (vermoedelijk) best veel schrijffouten worden gemaakt. 56 wordt 65, en omgekeerd; 45 wordt 46, 69 wordt 67, 26 wordt 25, en 44 wordt 64. Zonde. Maar iedereen maakt kennelijk dergelijke fouten.

Wij een paar CP’s hing duidelijk een valse: CP20 (6), CP24 (73), CP25 (35), CP29 (73), CP51 werd vaak voor CP43 aangezien, CP50 (21), CP58 (1), bovendien werd vaak CP69 als CP58 genoteerd (terwijl er nota bene “CP69” op stond), CP74 (49; hier moest je de priktang gebruiken, niet het CP nummer van CP49 noteren), CP75 (41; weer de priktang gebruiken), CP80 (2), en ten slotte CP87 (63). Er zijn dus aardig wat valse CP’s geplaatst, en misschien nog wel meer dan ik zo heb kunnen vinden.

Volgens het boekje: MWR’20

Perfect

2020: een Chickenpower Midwinterrun volgens het boekje. Alle CP’s hingen op de juiste plek, alles klopte, het zat perfect in elkaar. Of hadden wij onze dag, en liep het gewoon gesmeerd? Liepen wij gesmeerd? Ik kan niet zeggen dat we als team geen ervaring hebben. Na de laatste paar Midwinterruns zou het eigenlijk wel gek zijn als we niet zouden winnen. Alhoewel… Ik schrijf nu al 6 jaar een uitgebreid verhaal, waarvan 5 keer als winnaar, en je zou zeggen dat de andere deelnemers nu hebben kunnen lezen hoe je -in theorie althans- bovenop het podium terechtkomt. Maar helaas, de nummer 2 zat 2½ uur achter ons, en de #3 ruim 7 uur. Ik zal dit jaar wat tips geven, zodat de spanning de volgende keer weer te snijden is. Los van de vraag of 2½ uur eigenlijk niet best spannend is.

Was het dat dan niet? Natuurlijk wel. Elk jaar worden we bij de start verrast door een nieuw element. En er wordt telkens aan de opzet gesleuteld, en dat is leuk. Dit jaar, om te voorkomen dat sommige teams zoals vorig jaar de kaart van het gebied alvast uit hun hoofd zouden kunnen leren, was de startlocatie nog onbekend tot 6:45 op de ochtend van de race. Vanaf dat tijdstip kon je op carpoolplek Stroe de aanwijzingen ophalen over de werkelijke startlocatie: een taveerne in Elspeet. Maar dan?

Proloog

Na het startschot, om 8:30, dat is voorafgegaan door een reeks flauwe en minder flauwe opmerkingen over teams en teamnamen, kunnen we nog niet aan etappe 1 beginnen: eerst een “proloog”. Om het veld uit elkaar te trekken. Verward gaat iedereen op pad, want er hangen op de op de kaart aangegeven locaties geen blauwe CP-nummers. Wat dan wel? Dat zullen we later horen. Maar de regel is: “zodra je de proloog beëindigt kan je niet meer terug”. Dus eerst de vragen, dan de antwoorden, dat gaat nu even niet.

Ik kan bijzonder slecht tegen dit soort opdrachten. Ik wil een kaart die klopt met punten die kloppen, en weten wat ik daar moet doen. En juist daarom is dit leuk; uit m’n comfort zone. Iets anders, improviseren, twijfelen, onzekerheid, en dóórgaan. Dus we komen uit bij een liggende boomstam naast een rood-wit lint, en verderop nog een boom die in drieën is gezaagd, en ook twee badkuipen, eentje met een groene bal er in en een andere met een blauwe. Wat zouden ze vragen? Of moeten we misschien close-up foto’s herkennen straks? Of de oriëntatie bepalen van een kaartje met objecten, of luisteren naar een geluid? Op een volgend punt staat een benzinepomp, met een theehuis met huisnummer, een lantaarnpaal, de prijs van diesel, een paar keien, diverse putdeksels en wat paaltjes langs de weg. Verderop een fietsknooppuntenbord, meerdere lantaarnpalen, verkeersborden, bankjes, en nog meer paaltjes. En zo gaat het 7 punten lang door. We noteren alles, vermoedelijk veel te veel, maar vermoedelijk ook nèt niet dat waar het om gaat. Op goed geluk melden we ons voor de afsluiting van de proloog. Dat kan op 2 plekken op de kaart: midden in het centrum, of bij de startlocatie, die ook weer dichtbij de eerste punten van etappe 1 ligt. Één ding is zeker: we kunnen niet meer terug om wat te checken.

Wij noteerden het nummer van de lantaarnpaal bij de pijl, en das een andere dan die bij “1224”.

Gelukkig hebben we bijna alles opgeschreven wat gevraagd wordt, behalve het aantal ‘diamantpaaltjes’ bij het één na laatste punt. Het blijkt een meerkeuze-quiz, met 4 opties per vraag, en fout-gokken kost 60 strafminuten, dus met ¾ kans op het verkeerde antwoord is dat niet verstandig. Dan is niets invullen met de zekerheid van 30 strafpunten de verstandigste keuze. Je ziet aan de uitslag achteraf dat meer teams die verstandige keuze maakten; of ze zijn helemaal niet op een aantal punten geweest, dat kan ook. De scores lopen gigantisch uiteen, kan je zien, met sommige teams die niets goed hadden, maar wel 5 fout, tot anderen die voor de zekerheid maar 7 keer niets invulden. Wij sloegen 1 vraag over, en noteerden twee keer een fout antwoord. Dat is niet veel beter. Bij de omgezaagde bomen stond geen “1” of “2” als antwoord (was dat stapeltje van drie stammetjes dan niet gewoon 1 boom, en deed het überhaupt mee?) dus zou het wel 4 zijn. Maar kennelijk was die ene boom ofwel te ver van het punt op de kaart (lastig, zonder referentiepunten), of die was omgewaaid en niet omgezaagd. Geen idee. We twijfelden daar al, dus kan het goed fout zijn geweest. En op een ander punt noteerden we het nummer van een andere lantaarnpaal dan bedoeld was: niet “3” maar “2. Achteraf stond het punt op de (oude) kaart inderdaad tegenover het westelijkste gebouw dat er toen stond, en nu stonden er wat meer, nieuwere, gebouwen, waardoor we ons lieten misleiden. Dat was een prima opdracht, hoewel maar 2 van de 24 teams dit goed hadden; tricky vraag, maar het klopte wel. En zo gaan we, zonder het te weten, met 2½ uur aan strafminuten de eigenlijke race in.

Overigens, toen we de start verlieten kregen we behalve de oncomfortabele memorisatieopdracht nóg een verrassing mee: een ei. Rauw. Breekbaar. “Heb je later nodig, goed bewaren.” Dat deden we dus maar, tussen reservekledingstukken in ons rugzakje. Tot zo ver lijkt die nog heel.

Etappe 1

Normaal gesproken is onze tactiek: alles intekenen op de kaart, zodra je die krijgt. Om twee redenen. Ten eerste wil je niet achteraf ontdekken dat CP10 -dat zou zomaar kunnen- tussen punten CP2 en CP3 lag, terwijl je al bij CP9 een heel stuk verderop bent. En ten tweede is het tactischer bij het zoeken naar CP’s om achter andere teams aan te lopen dan hen de weg te wijzen. Dus dat doen we nu ook, maar we zijn desalniettemin als eersten weg na de proloog. Richting de oorspronkelijke start, want dat lijkt de kortste route te vormen langs alle CP’s. Hoewel er ook aanwijzingen voor de nog te bepalen locatie van andere CP’s onderweg gevonden worden, zodat je nooit weet of het handig is wat je doet of niet. Maar het blijkt allemaal redelijk goed uit te komen.

Punten liggen precies waar we ze verwachten. De kaarten zijn soms overduidelijk niet meer accuraat, maar er staat dan ook op dat ze over de datum zijn, en afgaand op wat nog wel klopt, weten we de valse van de juiste CP’s te onderscheiden. Er is verteld dat punten op de kaart 15 meter mogen afwijken, en ingetekende punten, of opdrachten met peilingen vanaf andere locaties, wel 30 meter. En als we een vals CP tegenkomen bij een azimut-loopje is dat meestal een punt dat op een meter of honderd ligt van het referentiepunt, terwijl het juiste CP op iets van 130 meter zou moeten hangen. Wat dan ook doorgaans klopt. Het valt ook op dat het valse CP -als dat er hangt- vaak direct in het zicht hangt, en het juiste juist aan de achterkant van een boom. Maar het blijft een kwestie van goed kijken, nauwkeurig peilen, en (gekalibreerde) passen tellen.

“Goed peilen”, dat is wel een dingetje overigens. Twee weken geleden, bij de Woudlopersrun, ging het daar twee keer op mis, wat ons een podiumplaats kostte. Telkens peilde ik 5-10 graden te ver naar rechts. Nou dacht ik dat ik dat juist had opgelost door de magneet (wie verzint zo iets) van mijn waterzak-slangetje af te halen, omdat dat het aardmagnetisch veld verstoorde. Maar kennelijk was dat niet voldoende. Nu verdacht ik mijn pen, die ik aan mijn mouw vast had gespeld. Maar mijn kompas (handig ding om magneetvelden te meten) reageerde hier totaal niet op, toen ik het uitprobeerde de avond tevoren. Of wacht: wat is dat? Hij reageert wel. Maar niet op mijn pen. Blijkt vervolgens dat de veiligheidsspelden aan het elastiek aan de pen de boosdoener zijn. Zo zie je maar weer. Het komt heel nauw met de uitrusting. Maar nu, tijdens een testje met full gear, komt een proef-peiling van mijn eigen straat precies goed uit, en ben ik klaar voor de MWR. Tip!

Terug naar etappe 1, die vlekkeloos verloopt. Op één foutje na: we worstelen in de haast wat met inmeten en uitrekenen. Tot drie keer toe tekenen we CP1 op de verkeerde plek. Uiteindelijk, moe van het rekenen en intypen op de calculator, beredeneren we waar die zou moeten liggen met wat hoofdsommetjes, en warempel, we komen mooi uit op een kruispunt. Daar hangt een blauw kaartje, we noteren het nummer en rennen verder. Dat blijkt dus achteraf een vals CP te zijn. Slordig van ons.

Niet dat we dat dan doorhebben, uiteraard, en terwijl we constateren dat het allemaal juist heel soepel en vlot verloopt, komen we bij een punt “onder maaiveld”. Een buis onder het pad, en daar bovenop een delegatie van de organisatie die foto’s staat te maken. Hier zal dus wel iets te doen zijn. Het ei halen we tevoorschijn. Ergens komt een blacklight vandaan, en op het ei blijkt een RD coördinaat te staan. Dáár was dat dus voor nodig. Leuk gevonden. Gelukkig is het nog heel, en anders was het puzzelen om de cijfertjes op de scherven van de eierschaal in de juiste volgorde te krijgen. Of gewoon achter een ander team aanlopen, mocht dat niet lukken, want hier staan we niet als enige. Leuk weetje overigens: de onzichtbare UV inkt wordt zichtbaar onder invloed van warm zuur mensenzweet.

  

Etappe 2

Tot zo ver etappe 1. De tweede is korter. Een rondje door een bos, met als voornaamste uitdaging dat er nogal wat gekapt is, dan wel dichtgegroeid. Maar zonder één enkele fout, en zonder lang zoeken naar de diverse punten, keren we terug. Zijn we al halverwege? Dat kan toch haast niet?

Even lijkt het een korte race te worden, maar dan constateren we dat we de enveloppe voor etappe 4 hebben gekregen in plaats van die van 3, en wisselen deze om.

Etappe 3

Dit wordt een puzzeltje, zoals we dat gewend zijn van team ChickenPower: een aantal nieuwere en oudere kaarten, luchtfoto’s, AHN kaarten, fragmentjes, en witte plekken. Probeer het maar aan elkaar te passen. Het noorden is niet altijd “boven”. En de schaal is niet altijd gelijk. Maar door gewoon goed te kijken waar wegen doorlopen, waar grid-lijnen met coördinaten met gelijke nummers zijn, en waar vormen overeenkomen, passen we alles rap aan elkaar. Nu nog even 4 locaties intekenen, en we kunnen op pad. Het intekenen gaat een stuk makkelijker als je met een snack op een bankje zit dan al lopend, dus dat doen we doorgaans indien mogelijk in een comfortabele houding. Fijn dat het niet regent vandaag.

Ook bij deze etappe vinden we eigenlijk alles onmiddellijk. Soms na eerst een vals CP gezien te hebben, maar telkens herkennen we dat ook als zodanig. Denken we. En ook weer zonder fouten komen we aan bij de start van de laatste etappe. Daar lukt het ons echter voor de eerste keer vandaag niet om het blauwe kaartje te spotten. Wel 10 minuten lang keren we het bos binnenstebuiten, figuurlijk dan, voordat de organisatie ter plaatse met de mede-organisatie belt, en er achter komt dat het CP nog niet is opgehangen. We krijgen het getal dan maar mondeling. Er blijkt ergens een klein misverstand en akkefietje met de boswachter te zijn; de reden dat we -achteraf- geen 30 punten met CP21 scoren.

Etappe 4

Door het foutje met de enveloppen weten we al wel dat dat een lange wordt, althans, met veel punten. Ze blijken wel relatief dicht bij elkaar te hangen. Allereerst belanden we weer in Elspeet, bij een boerderijtje dat er een eeuw geleden al stond, getekend op een kaart van toen. De wegen kloppen nog aardig, dus dat is niet moeilijk. De volgende punten hangen in een mooi oud, open bos, en ook daar laten we ons niet foppen door valse CP’s die op foute afstanden en hoeken van hun referentiepunt hangen. Geen probleem meer, na de experimenten met mijn kompas en het verwijderen van desoriënterend ijzerwerk. Even is er wat twijfel, als we CP45, waar we niet vanuit het noorden heen mogen lopen, dan maar vanuit het oosten benaderen, wat niet in mindere mate op een erf lijkt. Maar goed, het kaartje hangt er, dus het zal wel kloppen. Nog een paar kaartjes hangen op minder voor de hand liggende plaatsen, zoals CP44 dat behalve wij maar 5 andere teams weten te spotten, maar desalniettemin kost het telkens weinig tijd om vals van echt te onderscheiden.

We lopen nog een keer door het centrum van Elspeet, door achterommetjes en steegjes, en de uitdaging is meer om de kortste route te vinden via een kaart die die doorgangetjes niet kent. Één foutje maken we nog, bij CP57. Dat staat getekend op een AHN reliëf afbeelding, in het verlengde van een steegje. Op de afbeelding stopt het steegje, en het CP ligt iets verder aan het noordelijke eind van een andere steeg. We lopen om een schuurtje heen, en vinden het gezochte steegje, met aan het eind inderdaad het CP. Tot zo ver lijkt er niets aan de hand. We lopen terug het steegje uit naar het zuiden, maar dat lijkt niet naar CP59 te leiden, dus keren we om. Nu blijkt het zojuist doodlopend gewaande steegje alsnog dóór te lopen, wat alleen maar goed uitkomt, want we moeten verder. Maar helaas, dat betekent wel dat het een ander steegje is dan gedacht, en dus ook dat het een ander CP was: een vals CP dat wij noteerden. Maar dat zijn we dan allang vergeten en we zijn blij dat we de route naar ons volgende punt hebben gevonden.

Overigens, wat een goede aanpak was, was dat we bij het begin van deze vierde etappe een lijst hebben gemaakt met de checkpoints in de volgorde waarin we ze willen doen. Want die is niet monotoon oplopend. Alles ligt door elkaar. Ja, je kan ze wel in numerieke volgorde aflopen, maar dan kom je op een flink groter aantal kilometers uit. Ik zie op Strava dat één team dat ook geprobeerd heeft, maar dat heeft ze niet op het podium gebracht. Integendeel.

We beseffen dat we er bijna zijn. Nog een paar punten. Een leuke vondst is het CP dat bij een tokkelbaan hangt. De omschrijving luidt dat “het checkmarkt maximaal 52 meter in richting 274° te vinden” is. Inderdaad zakt het schoteltje aan de kabel omlaag, en dus hangt het een stuk verderop. Leuk bedacht. Een projectie vanaf daar, naar een ander CP, is nog even lastig. Een dicht stuk bos ontneemt het zicht en hindert de loop, zodat we ergens uitkomen waar we een vals CP verwachten. Maar een tweede keer op en neer lopen naar de tokkelbaan, leert dat ons oorspronkelijke punt toch klopt. We checken niet meer of er op diezelfde koers vanaf het omlaag gegleden schoteltje een vals CP hangt. Vast wel…

Nog twee punten te gaan. Overal hangen ook valse punten, en overal zijn die overduidelijk vals. Maar wat ons nog wel het meest in twijfel brengt is de tijd. Een Midwinterrun hoort achterlijk ver te zijn, veel lang te duren, pas te eindigen als het al schemert, zoveel punten te hebben dat je de deadline wel moet passeren om ze allemaal te scoren, en pas te finishen als je het punt van uitputting al lang en breed gepasseerd bent. Wat is hier mis? Het is pas 15:29 als we ons laatste antwoordenformulier inleveren. Hier komt vast nog een epiloog achteraan, die we niet hadden voorzien. Maar helaas, het zit er echt alweer op. Dit was het voor vandaag. We kunnen ontspannen, met een vers getapt biertje.

Nou ja, ontspannen… de juiste strategie zou dit jaar wel eens heel anders kunnen uitpakken. Want nu er tijd genoeg is zijn er vast nog veel meer teams die alle punten hebben gevonden, en er hoeft er maar eentje te zijn die een fout minder heeft gemaakt dan wij, en hooguit 59 minuten later binnenkomt, die daarmee beter scoort. Het zou zo maar kunnen, denken we. Dus is het nog behoorlijk spannend, terwijl langzaam alle deelnemers binnendruppelen en tenslotte het bami- en nasi-buffet wordt aangeroerd. (Dat niet alle eieren overigens de tocht hebben overleefd is dan wel duidelijk, gezien de hoeveelheid Foeyonghai.)

De spanning neemt langzaam af bij het voorlezen van de uitslag, want “C.V. Vanachternaarvorenenvanlinksnaarrechts” (C.V. staat voor Checkpoint Vinders) wordt maar niet genoemd, en dus kan dat niet veel slechts betekenen. Tenslotte blijken we toch geen foutje te veel te hebben gemaakt, en ook geen punt te weinig gevonden. En zijn we voor de zoveelste keer op rij ongeslagen uit de strijd gekomen.

Dik tevreden. Slechts twee foutjes tijdens het oriënteren is toch geen slechte score. Weliswaar de twee waarvan we op dat moment geen idee hadden dat we die niet goed hadden, maar toch… En de twee foute antwoorden bij de proloog, daar kan je over twisten, maar dat was ook best een lastig -en dus leuk- onderdeel.

Anders

Toch was het een andere Midwinterrun dan anders.

Allereerst waren de regels wat anders. De strafpunten voor het overschrijden van de deadlines waren immens: 6 minuten straf per minuut te laat. Dat betekent dat tactisch nog een paar extra punten pakken ten koste van enige straftijd eigenlijk niet loonde. De race stopt wat stipter. Maar ik vond dat het finishen in het donker, of op zijn minst in de schemer, wel iets heeft, en eigenlijk wel bij een MWR hoort. Het gevoel dat je alleen door een verlaten landschap rent,en nog loopt af te zien terwijl iedereen binnen zit bij een warm vuurtje…

Daarmee was de race ook een stuk korter. Want in de beperktere tijd (waren we niet ooit tot 17:30 op pad?) kan je ook minder afstand afleggen. Geen 56 km dit jaar. Bijna 20 km minder. We hebben een stuk minder diep hoeven gaan.

En ergens vind ik dat ook wel een beetje jammer. Er horen dingen mis te gaan, we horen te twijfelen of we wel het juiste punt hebben. Er hoort een aanzwellende tijdsnood te zijn op het eind, de angst de absolute deadline niet te halen, en de opwinding om toch nog dat ene extra CP mee te pakken, terwijl het eigenlijk niet meer kan. Maar dat het dan toch nog lukt…

Begrijp me niet verkeerd: ik schreef voorgaande keren dat het onmenselijk ver was, onmogelijke opdrachten, onbruikbare kaarten. Maar, hé, het is de Midwinterrun. Dat hóórt zo. Dat was gewoon de klaagzang van een afgematte deelnemer, geen aanklacht tegen de run. Wat is er nou fijner dan enorm afzien en het er dan tóch nog goed afbrengen?

Tijd

Tijd is altijd relatief bij de MWR. Al varieert dat ook nog wel van jaar tot jaar. Een verschil van 2½ uur tussen twee teams komt neer op:

  • 5 gemiste CP’s, die elk 30 minuten zouden opleveren
  • 2,5 valse CP’s of andere fouten, die elk 60 strafminuten kosten
  • 25 extra CP’s vinden in die 150 minuten extra lopen (met gemiddeld 10 CP’s per uur), als die er zouden zijn geweest
  • 25 minuten over de laatste deadline heen gaan
  • 7:30 minuut over de eerste en alle volgende deadlines heen gaan

Die twee-en-een-half uur stelt dus weinig voor, en als we 3 foutjes meer hadden gemaakt, was deze voorsprong als sneeuw voor de zon verdwenen. Gelukkig maakten we maar 2 fouten op de hele race, afgezien van de proloog, maar dat zou dan dus een ruime verdubbeling zijn geweest, en toch scheelt het niet veel. Aan de andere kant: als er meer CP’s waren geweest en we dus niet zo vroeg klaar hadden hoeven zijn, hadden we zoveel extra punten kunnen vinden dat de voorsprong ruimschoots verdubbeld was. En dus kan je zeggen dat de uitslag best sterk afhangt van de opzet van de wedstrijd: of er tijd is om alle punten te doen, of niet.

En dus was het zaak vooral geen fouten te maken, en ondertussen veel CP’s af te gaan. Maar dat is natuurlijk een open deur. Toch was dat eerste deze race wel belangrijker dan anders. Waarbij het lastige is dat je dat tevoren niet weet, omdat bij de start, of eigenlijk tot aanvang van de laatste etappe, niet bekend is hoeveel punten en kilometers er nog gaan komen. Dus wat dat betreft is het gokken. Het blijft een mix van snel lopen, niet te lang bezig zijn per CP, en geen fouten maken.

Maar net als bij een marathon, waar blijkt uit de statistiek dat het klopt dat de betere lopers een constant tempo aanhouden, en dat als je een contant tempo weet aan te houden, je beter loopt, zo kan je hier ook kijken naar wat de betere teams doen, om zelf ook beter te worden.

Het eerste dat opvalt is dat tijd er niet toe doet. Nou ja, nauwelijks. Dat had ik al eerder genoemd, maar je ziet het onder aan de tabel: het verschil in zuivere tijd tussen alle teams is veel minder dan het verschil in de totaal-scores. Het onderscheid wordt gemaakt in het aantal juiste CP’s.

Dus regel 1: gebruik alle tijd die je hebt. Maar voorkom dat je over tussentijdse deadlines gaat. De teams die deze limieten aantikten eindigden redelijk achteraan, want met de 6:1 strafregel (en effectief 20:1 als je alle deadlines daarmee overschrijdt) gaat dat heel hard.

Verder zie je, in de onderste vijf rijen van de tabel, dat vrij veel teams, op de voorste paar na, veel van de speciale punten laten liggen. Dat is zonde. Die liggen vaak op de route tussen de punten die al op de kaart staan. Het kost vaak niet zo veel werk om ze op de kaart te zetten. Oefen er thuis een keer mee. Pak een kaart van vorig jaar en ga er mee aan de slag. Een beetje routine helpt. En zo snel maak je er geen fout mee. Het aantal fouten in de punten die al op de kaart stonden is 5,3%, tegen 3,9% voor de te maken projecties. Soms heb je daar helemaal geen kaart voor nodig, en kan je gewoon in het veld door passen te tellen en een azimut te schieten het punt bepalen. Van de veldopdrachten, meestal peilingen over 100-150 meter, gaat ook maar 8,6% fout. Coördinaten intekenen daarentegen is met 19% wel een foutgevoelige discipline. Kennelijk. Maar dan nog is 19% × 60 strafminuten nog twee keer beter dan (100% – 19% = 81%) × 30 strafminuten. Nóg beter is natuurlijk het in één keer goed te doen.

Regel 2: schat in welke specials op de route liggen, en teken die op de kaart. En sla de veldopdrachten (peilingen) niet over. Laat eerder een paar verder weg gelegen punten liggen. En bedenk dat je bij het intekenen en uitrekenen weer uitrust om daarna extra hard te kunnen lopen.

Regel 3: maak geen fouten. Je ziet heel duidelijk een trend in de tabel, de teams die relatief minder fouten maken eindigen hoger. Vaak bezoeken ze meer punten, en waar gehakt wordt vallen spaanders, dus wellicht ook meer fouten in absolute zin, maar relatief is het foutpercentage lager. Een manier om minder fouten te maken is bedacht zijn op de valse CP’s. Die hangen typisch meer in het zicht, en op plekken waar het voor de hand ligt een vergissing te begaan. Zoals bij een azimut in het veld, waar we dikwijls na 100 meter de juiste koers gelopen te hebben, een vals CP vonden, terwijl het juiste op 130 meter zou moeten hangen. Of op twee verschillende hoekpunten van een kruising, waarbij het stipje op de kaart duidelijk één van de twee aanwijst. Of een bosrand met twee hoeken, waarbij de eerste die je tegenkomt niet de juiste is.

Oriënteren

Maar de beste tip voor wie dit leest en volgend jaar weer mee wil doen: leer beter oriënteren! De loopsnelheid, daar ligt het niet aan. Dat heb ik wel gezien aan al die andere fitte lopers. En we waren ook niet als snelste klaar met intekenen bij het begin van de etappes. Maar we hadden kennelijk wel de snelste routes en liepen overal meteen goed heen. En dat heet oriënteren. Ik hoorde ooit iemand praten over “die valsspelers, die tijdens het lopen kaartlezen zonder stil te staan”. Precies, dat moet je leren. Dat helpt.

En typisch verder kijken dan je neus lang is. Vooral als overduidelijk is dat de kaart niet meer klopt met de werkelijkheid. Ga dan af op wat nog wel overeenkomt. Vergeet niet dat de organisatie bij de voorbereiding het terrein afspeurt naar instinkers; dat zou ik ook doen als ik zo’n wedstrijd zou organiseren. De meeste valse CP’s vonden we ook. Altijd goed om te beseffen dat je goed zit, als je weet dat je niet fout zit. Op CP1 na, dan.

      

Wil je een keer je oriëntatieskills trainen, kom dan eens naar een oriëntatieloopwedstrijd van de NOLB in Nederland of OV in België. De kaarten zijn dan typisch perfect en up-to-date, en de punten zijn 3 keer gecontroleerd, dus daar zal het dan niet aan liggen.

Maar ik moet zeggen, dit jaar was de Midwinterrun ook van hoge kwaliteit, en klopten alle CP’s. En dat is knap, voor zoveel posten in combinatie met het beschikbare kaartmateriaal.

Miwditnerurn Teewduiznedengetnien

Waarin het Klompen Oriëntatie Team Zuid de weg kwijt raakt, weer terugvindt, door het oog van de naald kruipt, minder blauw ziet op straat, de sambal niet kan vinden, en toch wint.

[2013] [2014] [2015] [2016] [2018] [WOR] [Orienteering Challenges]

Aftellen tot de briefing en de start.

Opwinding over wat weer een top-dag lijkt te gaan worden -de weersvoorspellingen worden alsmaar droger en warmen en helderder- houdt me de halve nacht uit mijn slaap. Alles staat klaar om een vliegende start te maken, alleen het knopje van de wekker staat kennelijk in de verkeerde stand, zodat ik me een half uur verslaap. Als er dan ook nog maar voor 15 km benzine in de tank blijkt te zitten, én alle pompstations in Eindhoven vóór zevenen dicht blijken, is de race al begonnen voordat de start nog maar in zicht is. Krap tien minuten voor het startschot arriveren we uiteindelijk in Leersum, of althans bij de kampeerboerderij waar de start en finish van deze voor mij 6e Chickenpower Midwinterrun zullen zijn. Iedereen zit al in de startblokken, mét een kop koffie.

Zomaar een CP.

Bij de briefing worden steevast een paar vervallen CP’s voorgelezen, bijzondere regels aangekondigd, en extra opdrachten gegeven (“zoek ergens in de 2500 ha die jullie vandaag op een onbekende route van 50 km gaan doorkruisen een ANWB paddenstoel met nummer 21043”). Dan zijn er nog 5 minuten om allemaal tegelijk naar de WC te gaan, en uiteindelijk om 8:30 gaan we op pad. Of we krijgen althans een kaart met de route. Of eigenlijk: we krijgen 4 halve kaarten en vage luchtfoto’s met een aantal punten waarbij het halve team de ene punten niet binnen 10 meter mag naderen en het andere team de andere niet. Zoek het maar uit.

De opzet van etappe 1 is niet meteen duidelijk.

10 minuten zijn we bezig te begrijpen wat de bedoeling is en een plan te smeden, taken te verdelen, en op pad te gaan. De eerste punten liggen ongeveer op één route, dus daar lopen we min of meer samen langs, zonder dat de ene te dicht bij de CP’s van de ander komt. De kaarten en luchtfoto’s vullen elkaar aan zodat we elkaar toch nodig hebben tussendoor. Terloops zien we tot onze verrassing alvast paddenstoel 21043 staan (maar wat het coördinaat daarvan is denken we later wel uit te vogelen).

Eigenlijk was ik van plan dit verhaal in stukjes te hakken, die door elkaar te husselen, en in een willekeurige volgorde op deze pagina te plaatsen. Misschien met nummertjes er bij, om het nog een beetje vindbaar te maken, maar ik elk geven een puzzelopdracht er van te maken zodat de lezer -jij dus- even het zelfde gevoel krijgt als wij deze dag: wat nu, waar moeten we heen, welke kaart lopen we op, waar past de volgende kaart hier aan vast, wat is de slimste post om hierna te zoeken? Maar ja, dan was je vast al na drie alinea’s afgehaakt. Lees dus lekker chronologisch verder…

De rode lijn is het roadblock waar we niet over mogen tijdens etappe 1. Bij het CP op het schiereiland krijgt Patrick de opdracht een punt ten noorden van deze lijn te zoeken. En dus loopt hij met mij mee, want ik moet toch al 3 punten ten noorden van het water bezoeken.

De route van Patrick lijkt korter op de kaart, tot hij onderweg een aanwijzing krijgt voor een te projecteren punt, dat zich op de andere oever van een ven bevindt, en belangrijker: aan de andere kant van een roadblock, een verboden-te-passeren lijn. We lopen samen óm, want ik moet ook aan de andere kant zijn. (Bij de epiloog blijkt dat de teams die het roadblock wel overstaken alsnog geen strafpunten krijgen, en wij voor niets 1,5 km om liepen.) Het is lastig oriënteren om een kruispunt te vinden midden in een bos op een luchtfoto waar paden eigenlijk niet zichtbaar op zijn, maar met passen en meten en passen meten lukt het. Patrick heeft de luxe van een kaart, en is daarmee een stuk eerder op ons rendez-vous. We overleggen even en plannen het vervolg, voordat onze wegen zich daar weer scheiden, en ik zoek een CP dat niet op de kaart staat. Nou ja, het CP staat eigenlijk wel op de kaart, maar de kaart zelf staat er niet op. Of het is een onontgonnen stukje Nederland dat aan het Kadastrale Alziend Oog en Google Streetview is ontsnapt, óf het is op slinkse wijze door een van de PowerChickens verdoezeld met digitale tipp-ex. In dat laatste geval hadden ze beter het stukje kaart nog even kunnen behouden tijdens het ophangen van het CP-kaartje, want dat hangt volstrekt verkeerd, bij een kruispunt 300 meter verderop. Zes andere teams lopen ook ruim 5 minuten te zoeken naar iets dat er niet is. Niet daar.

Wat bij de groene pijl zou moeten hangen vind ik uiteindelijk bij de rode, 350 m verderop.

Ik besluit het op te geven, loop richting Patrick die al die tijd op ons rendez-vous staat te wachten, noteer daar het CP nummer dat waarschijnlijk had moeten hangen waar ik nét was, en help hem dan een punt te vinden dat hij niet zag; dat vinden we uiteindelijk op de juiste plek. Samen gaan we naar een volgend punt van hem. Even dachten we dat het achteraf handiger was geweest om ieder voor zich te zoeken en pas op het eind van deze etappe elkaar weer te ontmoeten, maar met de tussentijdse onvindbaarheden is het achterhoofd is het maar goed dat we soms even samenwerken, kaarten combineren, overleggen en bovenal elkaars voortgang kennen. Een peiling die volgt leidt echter weer tot niets. Of hebben we de peiling op het CP-kaartje verkeerd gelezen? We noteerden “136 m 134”, maar daar is helemaal niets te vinden. Veel te lang zoeken we tot ik uiteindelijk mijn volgende punt opzoek, met de info over waar we de volgende kaart gaan krijgen: weer een donkere luchtfoto. Maar ik herken nog nét dat ik bij een meertje moet zijn; onderweg er heen nog een CP, en Patrick moet er ook nog 1, dus we besluiten dat hij ook naar het meertje komt om etappe 1 met één niet-gevonden, en één vals CP af te sluiten. Saillant detail: dat punt dat we niet vonden, vond maar 1/5e van alle teams, en 80% noteert daar nota bene een vals CP. Het valse CP dat we noteerden werd ook door 2/3e van de andere teams voor echt aangezien. Uitgerekend het punt dat hij (wij samen eigenlijk) niet vond zal wel verwijzen naar wat ongetwijfeld het gezamenlijke eindpunt van deze etappe is. Met de deadline inmiddels achter ons is het hoog tijd dat de rest van de dag aan gaat breken. Maar deze eerste etappe verliep allerminst vlekkeloos. En we zijn de deadline 27 minuten gepasseerd. Geen goed begin. En haast maken de rest van de tocht om tijd in te lopen heeft eigenlijk altijd een averechts effect, want dan maak je fouten.

Intekenen van het merendeel van etape 2 kost veel tijd. Met verkleumde vingers en verkrampte hurken gaan we na drie kwartier weer op pad. Ik trek een zakje pinda’s open terwijl ik me afvraag waarom we zo lang bezig zijn geweest, en dan nog niet eens de hele route hebben gepland. De antwoorden die boven komen borrelen zijn

  • Omdat de kaarten niet allemaal aan elkaar aansluiten.
  • Omdat  niet direct van alle grid lijnen te zien is bij welke coördinatenstelsels ze horen en we dit via aangrenzende kaarten moeten afleiden.
  • Omdat de volgorde van de punten in het roadbook niet direct overeenkomt met de kortste of snelste route, en het dus een hele puzzel is om zonder om te lopen overal langs te gaan.
  • Omdat het niet zo lekker tekenen is, gehurkt in de wind en de kou.
  • Omdat nog niet van elk punt bekend is waar het ligt, en we eerst gegevens in het veld moeten ophalen.

Maar iedereen zit met dezelfde handicaps, en dat blijkt ook wel uit de einduitslag als je ziet dat veel van de puntjes die net wat extra voorbereiding of denkwerk vergen überhaupt nauwelijks zijn bezocht. Wij gaan voor goud, dus pakken alles mee. Denken we.

Rond het punt dat we projecteren vanaf CP15 zoeken we een minuut of tien zonder het CP te vinden.

We lopen weer wat in en passeren een paar teams, vinden CP’s, en voeren een extra opdracht uit: een peiling. Eerst met kompas en gekalibreerde passen tellen, dan, als we niets vinden, met geodriehoek een kaart. We komen precies uit waar we peilend en tellen waren geland, en zoeken daar rond omheen verder. Net als 5 andere teams. Gezamenlijk beslissen we na een minuut of tien dat de post er niet (meer) hangt of niet daar hangt. Dit is al de tweede schier eindeloze zoektocht die we zonder succes afbreken. Een enorme flap vakantieparkplattegrond gebruiken we precies één keer om een CP te lokaliseren, de rest gaat op de topo kaart. Afwisselend zelf ingetekende punten en vooraf geprinte punten. Allemaal vinden we ze direct. Vooral de CP’s die op logische plekken hangen, bomen op de hoek van een kruising, zijn aangenaam, want logisch. Die “ergens op een bosrand in een flauwe bocht” zijn minder onze favoriet, vooral omdat we dan zijn overgeleverd aan de willekeur van wie ze heeft opgehangen. Daarom ook is bij een IOF oriëntatieloop de eis dat een post op een op de kaart en in het veld herkenbaar punt moet staan. Dat kan een letterlijk punt zijn, zoals een voorwerp, maar ook een kruising van lijnkenmerken, een hoek, uiteinde of een scherpe bocht, . En als hij op of bij een reliëfvorm staat, dan moet dat opnieuw een herkenbare, in de postomschrijving gespecificeerde, plek zijn, zoals een top, een duidelijke flank of voet met een gespecificeerde windrichting er bij. Zo weet je altijd waar precies je moet zoeken, als je eenmaal op de juiste plek bent. Maar vandaag gelden er geen IOF regels: soms staat de C voor speld, en de P voor hooiberg (en een enkele keer zelfs andersom). Maar voorlopig zitten we weer onszelf dwars, door punten over het hoofd te zien omdat we niet altijd de verschillend geschaalde kaarten aan elkaar weten te passen, met een aantal extra meters als gevolg. Dát is wél leuk.

Zoals je ziet zijn we best wel vaak de Amerongse Berg over gelopen. Niet heel effectief. Het zal door de hoogte komen.

Door dan maar wat harder te lopen lopen we dat wel weer in. Het is dan ook heel rustig wat andere teams betreft als we bij het “wagenwiel” naast de Amerongse Berg aankomen. Het klimmen heeft zijn tol geëist, en de benen voelen moe. Energy Bar er in en hopen dat die door de zwaartekracht naar de juiste ledematen zakt, want de spijsvertering delft het onderspit als het om de energieverdeling gaat, en de hersens krijgen wat extra’s toebedeeld om ons via de snelste route naar de diverse punten te loodsen. Het is een soort puntenwolk die niet direct een kortste route kent, en bovendien proberen we zo min mogelijk hoogtelijnen te kruisen. Je zal er maar over één struikelen… Berg op, bocht om, breed pad kruisen, vierde pad -voor de open plek- links: één…twee…drie…open plek. Zou die brandgang het vierde pad zijn? Het lijkt meer het weerbarstige spoor van een bomenrooier te zijn. We volgen het over de juiste afstand, maar vinden geen CP. Dan maar richting top van de heuvel, waar volgens het kaartje iets herkenbaars zou moeten staan, om een peiling te maken. Maar op de flank loopt een pad in een mooie glooiende kromme lijn, en dat is niet wat er op de kaart staat. Hier klopt iets niet. We zoeken nog wat in de rondte, maar vinden geen CP. Heroriënteren betekent hier op zoek gaan naar een pad dat duidelijk wel matcht met de kaart. Vanaf daar gaan we verder met de volgende CP’s want die vinden we wel, op een cirkel rond het topje, die kennelijk van ná de publicatiedatum van de kaart is. En na een rondje gelopen te hebben, met wat genoteerde nummers, komen we uit waar we net ook waren, maar nu zien we wel het blauwe kaartje achter een boom. Klaar! Op naar een volgend CP, dat in het dal ligt, maar niet voordat we onderweg nog een vals, maar ook juist CP nummer vinden. Uiteraard noteren we het laatste.

Bij CP 61 zijn we eindelijk uit het hooggebergte afgedaald, staand onderaan de heuvelrug aan de rand van een weiland, en de concentratie erytropoëtine is weer naar dusdanig normale waardes gezakt dat we normaal kunnen denken. Of het is gewoon dat onze oren “plop” hebben gezegd? Want ineens horen we een kwartje vallen: we hebben wat aanwijzingen gemist bij puntjes waar we net, hoog vlakbij de top van de de berg, waren. Een snelle berekening: 3 CP’s gemist, 3 x 30 minuten misgelopen, anderhalf uur de tijd om 1 km extra te lopen en terloops de Amerongse Berg nog een keer op te klimmen. Moet lukken. Op dat moment gaan we er nog van uit dat we alles binnen de tijdslimiet lopen, en 1 minuut dus één minuut is.

Achteraf gezien was de 2e beklimming van de Amerongse Berg en het Wagenwiel niet zo tactisch. Want omdat we daarmee twee deadlines overschrijden kost het per klok-minuut niet 1 maar 3 score-minuten. En dan leveren de 25 minuten die we hebben besteed voor 3 CP’s nog maar een kwartiertje op. Bijna niet de moeite. In een race met meerdere deadlines is elke minuut aan het begin van de dag erg kostbaar, omdat die meervoudig meetelt. Tenzij je gewoon binnen de deadlines blijft. Omdat je nooit weet wat er allemaal nog gaat komen bij de volgende kaart-posten (je hebt aan het begin van de dag geen roadbooks of kaarten van de latere etappes) blijft het één grote gok. Vorige jaren waren we immers altijd op tijd bij tussentijdse deadlines.

Best een tricky punt, CP44. Het 45° paadje lijkt op de kaart bij het CP uit te komen, maar in werkelijkheid maakt het een knikje en komt uit op het kruispunt net westelijk. Daar zochten we aanvankelijk het CP.

Mooi is het wel, daar rond de top. Oud bos. Hoge bomen, ver uit elkaar. Een oranje-bruin tapijt van herfstbladeren, goed geconserveerd door het koude weer. Genieten. Overal andere teams, die allerlei kanten op lopen. Zijn zij ook de weg kwijt door de wanorde van CP’s (en vooral hun nummering)? Of hebben ze een al dan niet strategischer volgorde gekozen? Als klap op de vuurpijl noteren we ook nog eens een vals CP: toen we over de top kwamen zagen we een CP hangen, en schreven het nummer op. Later, bij de projectie vanaf CP37 (die waar het draaien rond het wagenwiel een uur geleden begon), menen we dat die projectie ongeveer op de top uitkomt, en schrijven dan ook het eerder genoteerde nummer op. En dat blijkt fout

We dalen nog één keer af. Omlaag loopt het een lekker tempo. Laten we dwars over een weiland doorsteken. Blaffende honden bevestigen dat we goed zitten, want op de kaart staat ‘dierenasiel’. Andere teams lopen om, of slaan dit hele punt over. De deadline nadert, en dat betekent een verdichting van de teams in de ruimte. Samen met een aantal anderen stellen we vast dan een CP nummer op de verkeerde kruising hangt. Wat achteraf toch blijkt te kloppen. Maar dan kiezen zij de kortste route naar het tussenpunt, en wij besluiten nog 4 extra bestemming af te gaan. Die we allemaal moeiteloos vinden. Het gaat goed! Alleen tikt de tijd wel door. En het is altijd een vreemde gewaarwording als je net nog andere teams om je heen had, en prompt een half uur lang niemand meer ziet. Klopt dat wel?

Betrekkelijk standaard posten volgen, een ingetekend punt ligt precies waar het het verwachten, maar een ander punt, CP62, waarvoor we de gegevens, een peiling in dit geval, op CP39 vinden, is weer een leermomentje. Enerzijds omdat voor de zoveelste keer ik een stuk meer naar rechts uit kom dan Patrick, wat achteraf komt door aantrekkingskracht van de magneet die mijn drinkwaterzakslangetje o-zo-handig aan mijn rugzakje vastklikt op mijn kompas, anderzijds omdat nogmaals blijkt dat een peiling bij de Midwinterrun vaak uitkomt op een heuveltje dat op de kaart getekend staat. Terwijl we meestal koersen tot een meter of 200 peilen met een kompas en vervolgens passen tellen. Dat werkt doorgaans prima, maar vandaag even niet. Maar goed, we vinden het CP, omdat het heuveltje niet alleen op de kaart opvalt, maar ook in het echt een markant plekje is.

Een hele andere omgeving, en een hele andere opdracht. Ik vind het leuk.

Een verlaten restaurant. Of een rustige dag. Of geen barbeque-weer. Maar op de nagenoeg verlaten parking staat een MWR busje en krijgen we een opdracht voor etappe 3. Wat zou het zijn? Dat een ander team vraagt of het kan dat bij 1 punt meerdere CP nummers horen gaat het ene oor in maar het zelfde oor ook weer uit. Was het het andere oor uit gegaan, dan was het vast door mijn hoofd heen gegaan dat dat een mogelijk scenario zou zijn, dadelijk. Maar dat doet het niet, zodat we bij de foto-opdracht die volgt teleurgesteld één foto overhouden. Navraag bij een hondenbezitter die meent hier bekend te zijn levert niets op. De enige mogelijkheid waar de weg op de foto overeenkomt met de kaart blijft een gok, en een foute gok is duur. Nou ja, het zou ons 60 minuten straftijd opleveren, maar niets invullen kost ook 30. Toch besluiten we niet om er nog eens langs te lopen, want er is nog iets: we móéten binnen een uur terug zijn voor deze opdracht. Geen idee of er anders gewoon een 2 minuten penalty volgt of algehele diskwalificatie, maar al secondes aftellend arriveren we bij het busje, en het tellen stopt pas bij 3. Met de hakken over de sloot door naar de laatste etappe.

Nog twee andere teams zitten punten in te tekenen, terwijl het inmiddels flink is afgekoeld en al begint te schemeren; de rest is al op pad naar de finish. Teleurgesteld zien we dat CP71, dat we tijdens de fototocht op de kaart zagen staan en waar we (tactisch?) alvast zijn gaan kijken, blijkt te zijn vervallen. Verder is het een mieterse puzzel om de resterende kaarten aan elkaar te passen. Er is geen overlap, een luchtfoto is geroteerd, de finish staat er niet op, en er zijn verschillende coördinatensystemen door elkaar heen gebruikt, terwijl aan de lijnen niet te zien is wat bij RD behoort en wat geografische coördinaten zijn, of dat de lijn gewoon de rand van de kaart is. Intussen proberen we ook nog te schatten waar de ANWB paddenstoel ligt, uitgedrukt in een of ander coördinatensysteem. We doen een poging, maar die blijkt achteraf té onnauwkeurig te zijn omdat we geen kaart met grid van de start kunnen vinden, en we lopen ook die 60 bonusminuten mis. Hier maken we toch een strategische fout: we tekenen bijna alle punten in, bepalen de snelste route, maar rekenen niet na hoe lang dat gaat duren, en hoeveel tijd we nog hebben. Voor ons gevoel moet het nét te doen zijn, als alles mee zit.

Best een uitdaging om op deze kaart de weg te vinden. Achteraf blijkt dat CP82 op nóg een kaart stond, en eigenlijk alleen als bruggetje hoefde te dienen om de andere twee kaarten aan elkaar te koppelen. Maar desalniettemin deden we het gewoon met deze luchtfoto, best een strakke route.

Dat zit het in eerste instantie ook. Op een veel te donker afgedrukte luchtfoto die ook nog eens onder een hoek met het noorden is genomen, vinden we wonderwel onze weg én de CP’s. We weten dan nog niet dat we een vals CP hebben genoteerd middels een onderweg gevonden aanwijzing (177 m, 270°), door op 162 meter een nummertje te vinden, in plaats van die verderop bij het hek van een tennisbaan op 190 meter; al zou ik de valse ook hebben gespot, ik zou op basis van de afstand niet hebben geweten wat de juiste was (hooguit omdat je een zandduin op moest, en dat al gauw een overschatting van de afstand oplevert, zou het verste punt wel het bedoelde punt zijn). Maar dan houdt ons geluk op.

We hebben hier lang gezocht, maar niets gevonden. In totaal hebben we in de eerste etappes 2 punten niet kunnen vinden, en in de laatste 4, terwijl we wel op de juiste plek waren. Drie valse CP’s noteerden we. En 9 CP’s slaan we over vanwege tijdgebrek.

Een puntje dat we op een markant doodlopend uiteinde van een pad tekenden -dat moet wel goed zijn- ligt er niet. Snel opnieuw uitrekenen en tekenen brengt ons ergens anders, maar niet de juiste plek. We geven het op. Vanaf een volgend CP, het laatste dat we zullen vinden vandaag, maken we een peiling, weer met kompas en passen tellen, maar vinden niets. Terug, nog een keer tellen, nog een keer peilen, nog een keer de aanwijzing lezen. 10 minuten zoeken we: niets. Weer dóór naar de volgende, en intussen weer 2 CP’s gemist, omdat we tijd kwijt zijn met zoeken waardoor we een punt verderop moeten skippen, én we hier niets vinden. En ook dat volgende punt zien we niet hangen onder een boomtak. Het schemert, het is 16:50. En zoals het aangegeven staat op de kaart moet het CP een fractie noordelijk van een bosschage te vinden zijn. Wij hebben geen GPS op zak om vast te kunnen stellen dat het bos fout staat getekend op de kaart. Tenslotte zien we een CP niet hangen dat op een splitsing van paden getekend staat, maar verderop aan een boompje schijnt te hangen. En dan is de tijd om.

Er rest niets dan zo snel mogelijk terug te gaan. Elke minuut telt nu dubbel, dus lopen we ook op dubbele snelheid terug naar de finish/start. Via een kleine omweg, omdat het gebouw niet op de kaart staat, en we op ons gevoel af moeten gaan. Immers, het gejoel van de andere teams die al gearriveerd zijn is verstomd omdat iedereen zijn adem in houdt terwijl ze zich afvragen of wij wel levend het bos uit zullen komen. Of op zijn minst vóór de absolute deadline van 17:30. Anders is het einde oefening. Gaan we het halen?

Op het nippertje, als je 10 minuten een nippertje mag noemen. En op een race van 8 1/2 uur mag je dat. Anders lagen we uit de race. Wie had dat gedacht? Van een hele dag mountainbikepaadjes zonder fiets, naar 49 km rennen voor niets? Maar het was niet voor niets. Want we hadden een mooie dag lopen bosraggen door prachtige natuur, rennend puzzelen en peilen, zoeken en vinden. En bovendien zijn we nog net bínnen de tijd, en winnen we voor de 5e keer op rij (in 2017 deed ik niet mee) de Midwinterrun. Je zou kunnen zeggen dat ik me aan mijn suggestie van vorig jaar heb gehouden: zo’n voorsprong pakken in het begin dat we wat punten op het eind kunnen laten liggen, omdat de nummer 2 toen 8 “uur” achter ons is geëindigd. Dit jaar is het verschil nog maar 3:40, dus we hebben het efficiënter gedaan. Nee, als dat opzet was, was het een risicovolle -maar geslaagde gok-, want onderschat je medespelers nooit. Maar als je het verhaal leest zie je dat dat geen vooropgezet plan was, we een aantal minder scherpe foutjes hebben gemaakt, qua valse CP’s en intekenfouten, uitstekend hebben georiënteerd, maar slecht hebben gelezen en gepland. En dan toch winnen, aan het eind van dit prachtige dagje challenge-oriënteren. Dus ondanks onszelf was het weer een feestje. Na de prijsuitreiking praten we nog een tijdje na met de organisatoren van Chickenpower. Wat er allemaal komt kijken bij de organisatie, hoe je als loper ervaart wat de routelegger bedoeld heeft, wat de Midwinterrun nou zo uniek maakt, en wat er beter zou kunnen. Persoonlijk zou ik minder willen hoeven zoeken naar CP nummers, als ik op de juiste plek ben, zodat de uitdaging meer zit in het oriënteren, intekenen en projecteren, kaarten interpreteren en navigeren, en niet in het dwalen en dralen rond een kruispunt, bosrand, of groep bomen op zoek naar een blauw kaartje dat overal op, onder, in of aan kan hangen zonder dat dat wat toevoegt. Je kan zeggen: dat hoort óók bij het spel, maar dat is dan minder míjn spel. Als voorbeeld van hoe dat anders zou kunnen denk ik dan aan de aanwijzingen in het roadbook van de WOR; er zijn nog steeds foute CP’s, echter die scoor je niet door een vind-fout maar door een zoek-fout. En boven op de berg hete chocomel met slagroom en een scheut rum, lijkt me ook lekker; kan je daarna weer lekker hard afzien.

Analyse

Nog even kijken naar de statistieken:

Op zich valt het aantal gevonden valse CP’s wel mee; er zijn vooral veel punten helemaal níét gevonden.

Het is een beetje het zelfde plaatje als elk jaar: de tijd en de afstand die je loopt doen er niet toe; je moet gewoon zo veel mogelijk juiste CP nummers noteren. En laat dát nou net datgene zijn waar we goed in zijn. Met zo’n 6 minuten de tijd per CP (89 CP’s in 10 uur) kost elk punt minder tijd dan de straf voor een gemist punt, zelfs de punten in de eerste etappe (30 minuten / 5 = 7:30).

Hoezo, wat heeft de etappe er mee te maken? En in de laatste etappe telt het overschrijden van de deadline je toch juist meer dan in de eerste? Simpel: in theorie loop je een verloren minuut in etappe 1 niet meer 1. Dus als je daarmee de deadline passeert van etappe 1, en ook van etappe 2 en 4, dan telt die verloren minuut dus 1+1+2=4 keer zo zwaar. Maar dan nog is dat ene punt, mits het minder dan 7:30 heeft gekost om er heen te lopen en het te zoeken, en eventueel in te tekenen, lucratief.

Dat levert op zich wel een leuk inzicht voor de tactiek: als je in het begin van de dag een deadline zou kunnen gaan overschrijden zou je misschien wel beter een punt kunnen overslaan dan op het eind van de dag. Maar helaas heb je in het begin van de race nog geen flauw idee wat er nog gaat komen, en dus of je vervolgens alle deadlines gaat passeren, of dat je op het eind ineens tijd over blijkt te hebben. En we hebben gezien dat je beter zoveel mogelijk punten kan bezoeken ten koste van wat straftijd, dus, ook omdat de winnaar bij de Midwinterrun eigenlijk nooit tijd over houdt, is het handiger om tussentijdse deadlines nooit te overschrijden. En de laatste uitloop maximaal te benutten.

We hadden dus beter in etappe 1 wat punten kunnen laten liggen. Om nog wat meer tijd in de laatste etappe over te houden om daar meer punten te scoren. Nu weten we dat voor de volgende keer.

Het percentage gevonden CP’s per categorie (kaart, coördinaat, projectie, veldopdracht), per team.

Ook is het aardig om te zien wat de andere teams met de specials doen. Je ziet dat wij het hoogste percentage punten vonden, in elke categorie. Vooral de in te tekenen coördinaten worden overgeslagen, maar ook erg veel van de veldopdrachten. Wie een coördinaat intekent vindt dit punt overigens meestal ook. Maar het is wel apart dat de veldopdrachten voor bijna een kwart van de keren fout gaan: er wordt een vals CP genoteerd. Ligt dat aan de moeilijkheid van de opdracht -meestal een peiling over een paar 100-200 meter- of worden daar extra veel valse CP-kaartjes gehangen?

Ten slotte nog de totale route (klik op de kaart):

En het is ook leuk om op Strava een flink aantal van de routes van de deelnemers te zien en te vergelijken. Elk jaar weer zetten meer Midwinterrunners hun GPS tracks online.

The hARz -or- The Day That Started As Friday And Ended As Sunday

Start reading, and let yourself be carried away with this thrilling adventure which begun on the way back from the Midwinter Run 2018 somewhere on the motorway A50 and ended on a podium in the German town of Thale at the end of the hARz Adventure Race 2018. Whoops, now I’ve spoiled the plot. Just pretend you missed that; since, at that moment of this story, I didn’t have the faintest idea either that it would end that well.

Klik hier voor de Nederlandse versie van dit heroïsche vehaal.

the Gunshot (Sat, 4:00 AM)

Sleep drunk? No way, merely saturated with adrenaline I guess, because I didn’t really sleep. Slowly, my eyesight recovers when I am no longer staring straight into 179 night-piercing headlights around me in the starting pen, but I only see back sides of people, running up the slope of the hill. The sky is still pitch-dark at the start, and that’s why everyone starts with a sort of white electric sun on his forehead. The first lap is a vertical one, stretches about 6 km, and begins with a mass start at 4:00 AM on a Saturday morning, in the former East German town of Thale, which is still in deep sleep. It lies in the northern lowland of the Harz, but is almost swallowed by the steep ridges of the mountains, which shoot up immediateley behind the park where the start takes place.

It is always a wonderful sight, such a swarm of lights piercing the dark, dancing over a single-track which connects the numerous hairpin curves, like beads on a string. There’s no need to read the map because there’s only one way up, and if you are going for a 32-hours race, you don’t need to be in front of the rest at the start; better to distribute your energy evenly over the 240 km that have yet to come. Well, the first one we’ve had by now. But where we intended to turn right, the human caterpillar keeps the left track. We think for about ¼ of a second… and then follow the crowd. So does everyone behind us, by the way. Well, what difference does it make? Start-1-2-3-4-start, or start-4-3-2-1-start is almost the same. Not running alone has its advantages too. A moment later, we find the the first checkpoint, CP number 4.

No looking for blue labels like at the Midwinterrun, here at The hARz, but chipping with an SI, a SportIdent race-bib. That’s nice and easy, as we do not have to write down anything. On to the next point. Like ants swarming onto a pile of food, 180 Adventure Racers try to make their way to the summit. CP 1 is at the top, and along the way up there are CP 3 and CP 2.

Adventure Race

What the hell is an ‘Adventure Race’ you probably wonder? An AR is a competition which mainly consists of mountain biking and running, and possibly some canoeing, or stepping, archery, or other disciplines. The maximum time is fixed, and in most cases that’s quite long. It might be 8 hours, but also 24, 72, or 32 hours like in the case of The hARz 2018. The more CP’s you find before closing time, the higher your score. Some points are mandatory, others are optional. “Finding” is a big word, it’s not about searching, but about the road between the points. And quite often, that’s missing. Or you have to determine that for yourself. And that is what it has in common with an orienteering run: map reading and deciding for the fastest route. And when you start running out of time, you also need to determine a strategy for which points you skip, to score still as much as possible. Meanwhile, there are more rules, but you will find out about them during the course of this story. Let’s get back to the race …


We deviate from our originally planned route, because everyone is going that way. If you only have 32 hours, you do not have that long to think. That’s what we should have done in advance. That is: at 10:30 PM the day before. Well, not really the day before, since -you remember- I hadn’t slept. When we received the maps at 10:30 PM, an A1-size sheet with on both sides routes, maps, assignments, and the roadbook , we immediately started Tomtomming; and so did all other teams. In an orienteering run you get the map the moment you start, also at the WOR or MWR, but in an AR you get it just a bit earlier.

roadbook (klik voor een grotere afbeelding)

So you can already get stressed pretty much before the start. And when it comes to 240 km of routes, it’s no problem to be busy with a marker and a ruler to determine the shortest routes until 2:00 AM, when normal people sleep, and the local night-nozems on their mopeds, who were initially driving circles around our campers on the parking lot behind the abandoned steel mill of Thale, like they have been doing for the past 50 years, have gone to bed for a long time, or at least have run out of their two-stroke-fuel-with-mixing-lubrication. An then to borrow a roll of boeklon (adhesive foil for covering paper) from the camper next to us, the one of WoDi and WoUt, to seal our map. As if it would rain. Still, sleeping from 2:00 to 3:30 PM would have been quite nice. But the subcutaneous tension defeats the sleep.

Thinking… I don’t know what I’m doing here. I could just bail out. This is not obligatory. The countdown to this unfathomable adventure, which will last infinitely, which’ length is beyond comprehension, which will undoubtedly lead to all kinds of aches and injuries, this countdown has already started, but the launch can still be called off. Just like that. However, luckily I’m too much of a coward to stop now. Calmly I let this train close in on me. Instead of sheep, I count CPs. And ponder without worrying. Double espresso will not be needed to get up, as, when I open my eyes, I hear how the alarmclock begins to beep. Shoving some oatmeal in, filling water bottles, provisions and everything else, and off we go to the start.

 

That’s the dream that is no dream, that’s what goes through my mind once we passed CP1 on the top of the hill, just behind a sort of castle, some 230 meters above the start. After the other 3 CPs it is now time to descend back to the bikes that we left at the start, and thus begin with stage 2. Headlights on, on our bikes, and while we cross the town -not to return there for the next 31 hours- we take a sip from the bottle with sports drink. Because now it will go fast. The next 56 km of stage 2 will bring along 1500 meters of altitude meters. And up it goes! Steep! Lowest gear. No lower gear than that … until suddenly, the chain jumps off the wrong side of the largest blade. I come to a sudden standstill with a lot of grinding and cracking noises. We put back on the chain. Greasy hands are not an issue, but an unreliable derailleur all the more. Bad luck for me! That bastard makes noises that were not there before. And we are just on our way … only 230 km to go. Or is this already the point of return? Is that what I do secretly hope? Leaving the race via a back door, blaming the material and odds? What am I doing here? Thoughts…

How it all started

January this year, after winning the Midwinter run, Patrick gave me a lift back home to Eindhoven. And, while I was still enjoying that win, when he asked “What about a 32-hour race?” I thought “Why not?”. And, even worse, I thought that out loud. Exactly the right timing, my friend. No way back for me; but it was still 3 months away, so there was plenty of time for training, I thought. While I am good at sleeping too little, 32 hours of being awake would not be the issue.

I did some running like I always do, checked the tires of my MTB once, and did not think too much about this awful plan. But, as April 21st got closer, my changing thoughts about it followed each other in an exponential pace. It started with:

  1. Does a full weekend away from home for this race fit into my agenda?
  2. Could I stay awake and keep moving around for so long?
  3. Is this fun to do anyway?

If you are going to do something that you do not have the slightest idea about what it exactly implies, you can easily worry about not too relevant things. And because you probably realise that yourself, it even helps to relax. But that changes when you put a thermometer in there: three weeks ago Patrick and I would go cycling together. As a  training. And we would go running through the Peel area. We would start at 4:00 AM to make it quite well resemble The hARz Adventure Race; at least, the start of it. I had not cycled all winter (okay, to work, and back), and returned home with quite some saddle pain. The list of ‘issues’ had changed spontaneously.

  1. How can I avoid having to stand on my pedals after 100 km because I can not sit on my saddle anymore?
  2. What on earth do I have to take with me to keep going for 32 hours, when after six hours on two snickers, a white chocolate bar, a muesli bar and a bag of wine gums I am starving?
  3. Will I really do this in 3 weeks from now? By the way, where is the Harz actually?

You see, the worries are becoming more relevant. Staying awake does not seem to be a relevant issue anymore. And whether it’s fun? That’s also no longer a question now; we’ll just do it. But how? Maybe a soft cushion on my saddle might help a bit.
And a pile of energy-rich food. Here on the left you see my stock for the first half of the race. And the formidable super-energy cake baked by Annelot herself (because that was baked fresh the evening before we left for the race) is even missing on the picture. 250 kCal of consumable energy per hour? Seems to me like a good rule-of-thumb. A snickers or half a chocolate bar is then just enough. But a standard granola bar does not suffice. We will see. Let’s pack some extra stuff.

But, hey, let’s get back to the slope where we are now no longer standing still, while the other participants pass by. Because I am not really a good cyclist. However, I gracefully reject the towing rope that Patrick has on the back of his bike to pull me uphill; that’s below my pride. So I pedal what I can. Up, endless up. Only by the time we have to switch once more back to the lowest gear (this time very cautiously, because I do not want to risk jamming the whole transmission) I realise that we have had a nice descend in between .

Endless is relative after all

With all that mesmerizing and worrying about how I ended up in this incredible adventure, it turns out that time flies. “Endless” is just relative after all.

A path to the left, which a few hours ago (I will not say ‘last night’ because the night hasn’t ended yet) we wanted to take (looking at only the map), seems to be closed by vegetation, and so we go right, together with a few other teams. Steep down, nice rush, easy. When I step off my bike to remove a branch from my rear wheel, I suddenly smell something burning. The disc of my rear brake squealed a half circle in the flesh of my calf, because I had clamped the rear wheel between my legs to hold my bike while pulling out that branch. Of course! The energy with which I have just overcome the last hill, has flown back into that steel disc on my rear axle. And this warmth is more than enough to decompose the hair on my calves into something smelly. Do I hear someone laughing at me? I’m really not an experienced cyclist, apparently … But look at the bright side now: it’s getting light.

Light

I did a test back home. My headlight, a Chinese Cree XML-T6 from dx.com, managed to keep shining for 3 hours at its maximum brightness. I think, however, that one night is a bit longer than that. Just counting the time, and I get at 12 hours darkness during the race. So I ordered an extra batterypack. Again from China. Not so smart. It did not arrive on time in Eindhoven. Via Tinytronics.nl I buy 6 lithium cells, those huge 18650 ones (true 3400 mAh from Panasonic, instead of Trust-, Ultra-, or Fandyfire rip-off’s that say “3500 mAh”, but that don’t live up to that , not even half of it). And that worked: now I got 9 hours of light. A lot of light. I put a freezer box around it, added a voltmeter to it so I know how much power there’s left, put some cables on it, and it’s ready.

But finished it’s only the Friday morning before the race, so until then it’s a pretty high uncertainty factor and stress item on my list.

  1. Do I have enough light, and do I have it in time?
  2. Can I survive the home-build map holder when I accidentally make a head-first roll over my handle bar?
  3. How does my back survive my backpack?

Ad 2: I had -DIY-king that I am- hacked something nice: a sturdy swiveling map holder out of aluminum pipe in front of my handle bar that would not vibrate when going downhill.

Version 1.0

But it would also give not-so-nice injuries and fractures if I would tip over my handle bar.

So I modified that quickly in a flexible crumple zone, made out of aluminum strip.

Version 2.0. With crumple zone.

(The design is not quite finished yet: there is still a flexing of around 60 Hz, so it does not read so well on bumpy paths.

But with some modal analysis and some damping, I will soon come up with an optimised version 3.0.)

And Ad 3: Wednesday night before the race I went to run a bit with a backpack full of food and water, which resulted in a lower back with some scraped open blisters. Bloody thing! If that happened after 5 km, what will be left of me after running a marathon distance with it? The bottom of the backpack appears to have a somewhat sharp, hard edge, exactly where I have two hard, sharp bones. Inventiveness required. Where the recipe of Monty Python’s Flying Circus mainly boils down to making absurd combinations of two essentially normal things, the symbiosis of an item on the list with mandatory equipment for the race and a hard edge of the backpack provides the solution: I sewed my long-sleeved thermo shirt with some basic stitches onto the breathable mesh of the backpack, as a soft perspiration-permeable cushion. Two at one blow (although Wiesbaden is the home of The Valiant Little Tailor who spoke that fierce statement according to a Mr. Grimm -or was it his brother?- and which was later exaggerated as something with seven flies, is not located in de Harz), that is what I achieved, because that was how this, although redundant, but nevertheless still obligatory, warm shirt, was now utilised: as a comfort zone .

The shoes will not be an issue. I put complete trust in my pair of blue Inov-8 Roclite 305’s. Terribly robust and comfortable. A lot of grip and with my feet nicely close to the ground. Water may flow in, but out again too.

And, as H hour approaches, you see that I am mostly concerned about my equipment. Because that is what I can (or could) control. And the race itself? It will be quite a challenge, but I tell myself that you can not really train for a 32-hour race of over 240 km. Other than being a little fit, having a good sleep the days before, and being in a relaxed mood. Then I will be fine. So -how ironic- I’m tinkering and packing and fiddling and hobbying  till too late in the evenings, and therefore I have to finish some essential things only at the last moment. But, when everything is finally ready late Thursday night, I grab a beer and get an excellent night’s sleep. The last one … until Sunday night, as you will see.

“Getting in the race”

But enough dreaming for now, about light among other things. Because it is actually light now. The day is starting: it suddenly appears to be a normal race. All displaced thoughts have been replaced. My top-3 of issues is now:

  1. Do my gears keep up?
  2. Do we keep up for 29½ hours?
  3. When can we start running again? Because I want to.

We stop at the next CP under a bridge, and by bending I align my derailleur pad (just learned that it how it’s called). I’m careful not to bend it too far, because then it breaks. But as a result, I no longer shift from 2nd to 12th gear (out of 11), but just from 1 to 11. As it should be. The last noises and ticking, Patrick resolves by tuning it a bit on the handle bar. That’s 1 worry less.

The second? If we cycle on a flat section and we have a chat with another team, it turns out that they think the same. That is normal, apparently. It is that long and that far, you should not think too much about it. Just let yourself fall through it, is how they undergo it. Strange enough, that sounds like a warm bath to me in one way or another. Just like before the race my thought that 240 km in 32 hours means less than 8 km/h (and I run faster than that, let alone cycling), seemed comforting. Unnoticed, I regained all self-confidence. That is what is called “getting in the race”.

And the third point? No idea, because I am not the navigator at this moment, while on the bike; Patrick taking care of that. So in terms of our route I feel like dark in broad daylight. I did not memorize the map that well yesterday. Sleep deprivation is not the best stimulus for your memory. Suffering, on the other hand, is, because I remember very well that when the end of this stage came closer, a climb of almost 300 meters height suddenly appeared, and a moment after another one of 100. Just before the climb, organizer Winfried was enjoying the view of the exhausted teams passing by, without any regrets. On our gums we trudge uphill, but then finally our bikes can be dropped down, our water reserve replenished, the sanitary facilities filled, and a tune whistled. Because we are at TA1, which means the first transition area (and there is Winfried again). The next stage is called a hike .

Hike (Sat, 9:15 AM)

Different muscles, new strength. On my bike, my legs felt like pudding, because stage 2 ended with a climb up to the highest tip of the ski area that appeared to be there, but when you walk, apparently you use different fibers that have not acidified yet.

Funny, that only the ‘t’ as in ‘traveling’ makes the difference between here and there.

We note that there are not many other teams running here, and also that there were only a few bikes around TA1. Would we be in the forefront despite of my chain problems? Actually, that does not really matter now; there can happen a lot, and let’s first make sure we get up to halfway the race.

  1. How do we get from TA1 to the obligatory part of this route ?
  2. Did we bring enough water and food for 6 hours hiking?
  3. Should we walk or run this hike?

Looking at this top-3, things are going quite well. Those are not worries, those are solvable issues. So we whistle a tune. ♫ Along the trail we march and sing, ♬ march and sing, ♪ march and sing ♫ and thus we hurtle down the slope, via the edge of a hill in order not to lose too much altitude that we will have to climb again, along the east of the town of Sankt Andreasberg. Issue # 1 has already been solved at the TA, when the organization told us that we are in this case allowed cross the yellow road, which separates the TA from the rest of the route. Normally this is not allowed for large ( yellow and orange) roads, unless a passable section is indicated by red brackets on the map.

 This sometimes creates a puzzle out of planning the route. For example at the very last stage, but we’ll come to that later. We find a shortcut that results in fewer meters and altitude variation. Downhill and flat parts we run, uphill we walk. After the village, once in the beautiful nature reserve, the birds take over the whistling from us. It feels like we have done quite a lot already (and indeed this is the case), but it is only half past nine in the morning. It’s as if we’re having a jet lag; the watch-time differs from our perception. We overtake another team, “Wissenschaft Quedlinburg” I resolve afterwards, finished in 3rd place last year. But with their walking poles they overtake us later on when going uphill. And we change places repeatedly. Because the path is blocked by trees, we deviate somewhat from the track at some point, eventually loosing it, and a bit further than we expected we get back on the meandering forest road. And so we pass by CP10 without noticing it, just like the German team with whom we happily chat during this hike. Only 500 meters later we realise our mistake, turn around, find the CP, in an obvious place next to an unoverlookable bench; but by then three other teams have passed us. It appears to be less lonely than we thought. Wissenschaft turns around a bit later, and then their position is behind us again. The landscape is now phenomenal: a kind of high peat with pine trees, draped over hills. The clear blue sky slowly fills with veil clouds, which pleasantly dim the blistering sun. Then we arrive at a reservoir lake. Delicious cold water. (We spot Winfried again in the distance; I thought I only had a GPS logger in my backpack, but it seems like he can track us in some way.)

It looks like a scene from the Hobbit. Something with a ring of 240 km …

The landscape around the lake looks apocalyptic: bare light gray skeletons of dead pine trees border the banks. We wonder what has happened here, while eating a snickers. Later on, we walk again along a straight canal, like in the beginning of this route: the Rehberger Graben . Water from the hills is led to the lake, and via similar channels again along a number of water mills, where it used to be used as an energy source from the 17th century onward. An additional advantage of this cultural-historical artifact is that it runs particularly level. Tempo +1. Still, the pace has dropped a bit. Overwhelmed by the heat, despite applying sunscreen, and dehydrated? Would there be a restaurant there? We dream about an ice cold cola. But the building turns out to be closed and abandoned. How disappointing! But we will continue. More teams pop up here, some going in the opposite direction. Would it matter much? With three teams we head the same way, changing positions all the time. And along the way we talk about their previous adventure race experiences (which I do not have, but Patrick does). At a CP just before Sankt Andreasberg, when we are almost back at the start, there is some doubt about the correctness of the map. Another CP leads us down into a deep valley below the village. Where we then have to climb out again of course. The shape of the terrain forces us to make a considerable climb and inevitable descend. We do our best to keep a leveled track, but the last climb back up the ski slope cannot be avoided. We need some recovering when we are back in TA1, at our bikes. With – finally – the deserved cold Coke.

Rolling (Sat, 2:50 PM)

A kind of tranquility has come over us; something like “this is going well”. Which is very true when we roll down the ski hump. We float down over a kind of grass-piste, at a nice pace, quite easily. Yes, we know that after descending one has to climb. But surprisingly, climbing goes with the same ease as when we had just started. Unexpected fresh legs. I am still amazed at how well The Human Body appears to be able to recover from physical strain. The muscles for walking appeared to be undisturbed after cycling, but the bruised muscles for biking had almost completely restored after walking. I do think that the tight regime of hourly energy-bars and continuous drinking do help. But the body also clearly understands what is expected of it and cooperates loyally. Cool. The top-3 of that moment is:

  1. It is getting warmer and warmer. Are we drinking enough?
  2. We are ahead of our schedule. Does that mean that additionally we have to do the bonus stage at the end? That is quite some extra distance.
  3. Did we really choose the smartest route at stage 1, or would S-4-3-1-2-S have been shorter?

If you do not continue, there will be no end

But is this also what you, dear reader, think now? Or are you wondering if you’re not yet halfway through this story? Because occasionally it is a bit lengthy indeed. Well, I will tell you this: at this point, we are not yet halfway along the route, and not even halfway through time. It will take another five hours before we are halfway at all. In other words: the finish is still far, far away. And that’s exactly what I’m trying to convey here. So sympathize. And read on, because if you do not continue, there will be no end.

Canoeing holiday (Sat, 3:55 PM)

In the meantime we won’t win a race with commonplaces, so we continue cycling to TA2, along the water just south of the dam. We leave one of the bikes, strap the other one onto the canoe, and have our inventory checked by the organization. There is a mandatory list of attributes that we must bring, including a warm sweater (or a kind of soft pillow at the bottom of my backpack), a whistle ♫ and a break-light . We have it all, so we pass the test and are allowed to continue, so we start paddling over the lake with a light headwind. The coolness of the water feels good. It looks like a short vacation during this stage 5. Actually it is one! Who else will see all the most beautiful spots in the Harz area in only 32 hours? This is the Harz for Japanese, but without a camera. Flash.

Stage 5b is unannounced: carry canoe for 500 meters. And bring a bicycle too. And as quick as possible. But then the fun starts: from the one AR that I have ever done before, I found that the best part: the Run-Bike stage.

A bit of an explanation: with a team of 2 you go 1 route with 1 bike. Not a tandem, nor going together on the one bike; that’s not allowed. So one of the two is the leap, and has to walk. But it is leapfrog, because after a few hundred meters you suddenly find a familiar bike in the verge, you jump onto it, and pass your teammate while cycling, after which it’s your turn to throw the bike back into the verge. The challenge is not to lose each other out of sight at a junction, so continuous communication about the route is essential. I like it. We do over 15 km of his outdoor game just within 2 hours; the total climb is about 600 m. (So that’s 15+6=21 km with the 100m ↑ = 1km → rule) Sometimes cycling is no option, and Patrick – what a king! – carries the MTB up on his shoulders, or carries it over entire trees. The landscape around the lake is beautiful, and the lightning fast alternations of running and cycling keep us mentally razor-sharp.

Cycling again (Sat, 6:50 PM)

That changes quickly when we start biking again. The road uphill climbs monotonously from the lake, with almost 10% slope, along an almost 5 km long road to a top. What initially starts with having pleasant fresh legs and feeling quite awake, eventually becomes a state of half-sleep. All urgency disappears, partly under the influence of the rosy evening sun. And at the end of the climb, at the CP, with a view over the lake, we sit down on a bench for 120 seconds. Then suddenly some mental alarm goes off. We must continue! Twilight sets in, time to wake up again. We are no longer ahead of our schedule. The cards have apparently been shuffled again (and we have been playing a bit longer in the hills around the lake).

  1. Would we still have enough time left for the final bonus stage?
  2. It suddenly is getting colder; do we have enough clothes with us for a cold night? Fortunately, I still have a warm ‘cushion’ on my backpack.
  3. If we go slower than expected, do we have enough light (as in: battery charge) for the orienteering stage, which I run on a different battery pack than the one on my bike?

It takes a while before I realise that the night will not last longer if it takes us longer. Contrary to ourselves, the sun turns it rounds without getting tired. And the later we start the orienteering stage, the less battery power we will need.

But it is getting dark quickly now. Almost as quickly as we roll down the slope, chilled by the wind that evaporates the moisture on our sweaty skin. Fantastic how an eagle flies just a bit in front of us, just above the road. What huge wings, we think about him; what huge speed, he thinks about us. The next CP we find at dusk, but the one after that it’s really dark. Although it is close to a road, at least on the map, it is actually 30 meters above, on a rock. But that does not appear to be true either: this is a CP with a large Woudropers aspect. We find a bearing and distance. Peering along the needle of our compass, an increasing loud buzz arises just in front of us, which seems to come from the direction of a few red and green lights. Which in turn approach us too: they are attached to a drone, which is filming us. Does each team get their personal video afterwards, or is the camera team coincidentally on our heels? No time to think about it, because we have to go to the designated point on the other side of the valley. The bearing seems not by the least correct, but the description of our target, “Bergmannsbaude”, leaves no doubt. This stage all CP’s are located “slightly” higher than the road. What a “fun” theme (haha). So we go climbing a few dozen meters of stairs here. Back at the bikes we realise that we had better towed them up there in the first place, because the obvious continuation of our path continues from the Baude. Uphill.

Later this stage, another higher-than-high mast will follow, towering 20 stairs above the treetops. From the top of the tower (of course the SI of this CP is not below, what would you think?), we we can see in the distance  a pair of MTB headlights. That must be other teams. Who else cycles through the woods at 10:45 PM here? But they are far enough away not to make us feel rushed. Only the temperature makes us go fast, because despite a windjack, it is feeling quite cold now. The last kilometers to the start of the compass-orienteering stage pass quickly; they lead us downward, and thus we feel quite fit when we arrive at TA4.

The bag of provisions that we have handed over before the start, and that we can get here at TA4, either before or after stage 8, make us doubt for a moment what to do, because if we collect it now, we will have to carry everything while on foot during the next section. But since there is still enough food in our backpacks and on the bikes for 16 km running, we decide not to collect the bag now. Besides, at this TA there are hotdogs, cocktail nuts, crisps, peanuts, biscuits and bananas. So we stuff ourselves with an energy buffer, shoot an arrow in the bullseye of a target (special task; hitting the board saves 10 minutes of penalty), and we fill the water bags, take our compass and go. What could go wrong?

  1. We should excel at this discipline, so that puts some extra mental pressure on us. Can we cope with this extra tension on our shoulders? Oh, oh, how exciting this is!
  2. As time flies, the bonus stage is probably no longer in reach, but is the final orienteering stage still completely doable?
  3. How cold will it get during this clear-sky night?

Bearings (Sun, 0:00 AM)

While planning the routes in advance last night, apparently we were less sharp than now, because we did not notice that, according to the roadbook, a number of CPs are located near high voltage pylons. And those are usually quite accurately placed 250 meters apart. Which would make locating the checkpoints a whistle of a dime, were it not for my sightings that seemed to be always  5° too far clockwise. We appear each time too far “to the right”. That’s not too bad in the open field, where you can still see the CPs from 50 meters away thanks to the generous reflectors attached, but on the way from CP34 to CP35 it turns out to be disastrous. Look at our GPS track on the map below. Initially, we head spot on, but because it becomes quite a jungle halfway, we start following a more passable firebreak, and we arrive too far north. We follow a stream, which is shown on map in the tiny circle, in southern direction, but we find no CP. Thinking that we were already too far, we head back to the previous known point, try again, but now deliberately head a bit too far to the north, so that we know for certain that we have to follow the stream to the south. And now we succeed, albeit with half an hour delay, to score the CP. Afterwards, it is clear that we were pretty close by at the first attempt. This is clearly a thing to improve. And I still thought that we would score above average here. Bummer.

For now: first CP37, then CP36. The black dashes on the map, a railroad, are a robust stop line, so we aim for that. There is a waiting booth next to the railroad. With a reflector and an SI station. It would not …? That must be the shelter / Schutz are from CP36. Would that assignment be that transparent? That seems quite unlikely. Why would they first send us to a rather difficult point in a circle on the map (CP36) where nothing recognizable could be seen, and then direct us via a winding path (the red dotted line) to a very recognizable point on the map? Moreover: if you walk back from CP37 you would look directly at the guardhouse and in the night you can not miss the reflector that’s hanging on it. Anyone who starts looking for CP36 first has bad luck and loses a lot of time; while those who first aim for CP37 win the lottery with two fingers up their nose.

And a lottery it is at CP37 too. The CP should be near “a fallen tree”. And there are more than enough of them there. With somewhat more luck than wisdom, we find the needle in the proverbial haystack, and can go back to the start, TA4. Fast like lightning. We run the whole stretch.

Supercookies

The TA is suddenly 10 times more crowded than when we were here 3½ hours ago. Food, and food, and more food. Pasta, sausages, nuts. Everything tastes equally good. Because we are almost at ¾ of the race, with only 8½ hours to go, an amount of food equal to the 1st half would be heavily overdone. And I mean literally heavy. We brought half our ration at the start of the 1st half, and handed in half of it for the 2nd half of the race. So a hand full of bars and sweets is left behind. I will never know how the muesli-choco bars of Albert Heijn taste, and the chocolate-orange bars of Decathlon also lose it against a pack of dry sausages and the unbeatable energy cake baked by my daughter herself.

Autopilot (Sun, 3:35 AM)

More on autopilot than anything else we keep cycling towards the daylight. Occasionally sleepy, then awake again. Mainly because of the hours and hours without sleep and the endlessness. Lumbermen are no longer men with a red checkered blouse and an ax over their shoulder. No, not even with a chainsaw and a beard and a foolish hat. They sit on heavy machines that pick the trees from the ground and cut them in lumber on the spot. At least, that’s what I suspect.

Continuing is simply a matter of not stopping.

What I do know for sure is that they leave knee-deep tire tracks with a fist-deep profile of ridges that shake you through and through if you try to ride over them with your MTB, while you unsuccessfully try to keep the speed high and not to swear. The latter can not be avoided when somewhat later the map does out to be incorrect at some point. But can the map help it if someone has cut some extra roads out of this timber plantation? I would do so too, given the extortionate prices for wood at the hardware store. Money doesn’t  grow here from the trees, it is the trees!

But anyway, this gives us the chance to make up for the errors with the compass bearings, and to show off our orienteering skills, because soon we regain our route and hit the next CP, because we quickly deduce where we are, based on the contour lines on the map. What is it we do not know now?

  1. Did we make the right choice with the CP at the station? Or was it fake? It seemed just too easy. On the other hand, this is not a WOR.
  2. How will the temperature develop As long as we keep moving, is it okay, or do I have to detach my thermo shirt from my backpack and wear it?
  3. Do we keep the Sandman from our back, or will sleep overwhelm us, like it did with so many teams at TA4, who were napping against each other under their emergency blankets?

The sun is rising for the second time today. That is quite a confusing experience. Our feeling for time has completely dissolved. The recollection of the hours on this last bike stage are now more like a sort of time-lapse video in my memory. Some brief flashes of notable moments with noting in between.

Eating, till the cow comes home

Chronology is missing. We eat until the cow comes home, and drink the bottles empty. Endlessly many trees are the witnesses. I flip over when my front wheel gets stuck suddenly in the weak clay of a dam in a ditch. The wrinkle zone of my map holder on my handle bar works perfectly: the map is now in a totally bent position, but I myself do not have a scratch. We continue as if unperturbed. We make a turn at every intersection. No valley that isn’t followed by a hill. But suddenly, there is a village again. Friedrichsbrunn seems abandoned. Who would be here at a quarter past six in the morning?

Morning-O (Sun, 6:15 AM)

The answer is obvious when we report to TA5. There haven’t been many teams here yet. I guess there are twenty bikes, at most. The first team has been out on the next stage for 5 hours now, and they haven’t reported back yet, we hear from the organisation. If we take too long, it will be tight to arrive at the finish in time, let alone to do some of the bonus stage. 12:00, at noon, is the deadline. We estimate that we needed 45 minutes for the road back to Thale, to the finish in the Bergtheater. So we have exactly 5 hours left for 30 km of orienteering. I joke: that’s like a complete Woudlopers Orientation Run. But then in less time, with more elevation.

We do this on a shoestring. Carefully planned routes avoid unnecessary elevations. Walking an extra kilometer is equivalent to climbing 100 meters. Descending usually goes without penatly, if not too steep; than it may even give a speed gain. But something tells me that we do not walk on the Infinite Stairs of MC Escher, and you’ll net descend as much as you’ll climb when you end where you started: at our bikes. So there is no other option than to maintain altitude where possible. The fastest line between two points is in any case a straight line in terms of height profiles. Almost. We are doing well, points succeed each other quickly. We do not make a single mistake. And yet…

  1. Do we have enough time? We had already decided that 4 of the CPs of this stage do cost a lot of vertical distance. But it makes no sense to leave regular CPs in favor of bonus CPs. For the final score at least. But if the teams ahead of us needed at least 5 hours…?
  2. That bonus stage, there is no need to do it, if we do not even check all regular CPs. And it is not reachable anymore, given the time left. So after this stage, there is only 8 km of cycling, not 56. That’s a comforting prospect.
  3. Is 30 km running anyway not a bit too much at this stage of the race?

Because it’s me now who is doing the map reading, I remember many more details than from the bike stage. But, my dear readers, let me spare you the details. Want to hear how the caffeine gel tasted? Or the muesli-lemon bar? That there was a pebble in my shoe? That after 2 minutes we took off the windbreakers, because it suddenly became a lot warmer? That we had not met anyone since the start of this stage? That one of us at a given moment was literally sleepwalking? But that after an almost vertical descent to cross a valley with a creek that was quickly over? No, I guess you do not want to hear all of that. I’ll reel forward just as fast until it becomes exciting again.

»FFWD (Sun, 8:45 AM)

This is the time when I normally ride my bike to work, and when the better ideas of the day arise. Or rather, the subconsciously matured ideas of the night submerge to the surface of consciousness. So they do now . We start counting: 2:30 hours to go, each CP we reached in roughly 30 minutes, and we still have 3 CPs to go, and then the track back to the TA. That leaves some space for more points. If we can still make it to one of those points that we skipped in the first place because they would cost excessive altimeters, that might just fit. Provided we increase our pace a bit. But if it does not work, then we may arrive at the finish too late. Every 10 minutes after 12:00, starting at 12:01, will cost us one CP. So if we do not make it, this extra effort is wasted, and even worse, if we will only arrive at 12:11, the penalty is again larger. It’s a gamble. But it is a sensible estimate. And an exciting one! Nothing ventured, nothing gained. We decide to postpone the decision until CP50: there we’ll decide whether we first go along CP48, or directly via CP49 and CP51 to the TA.

Cool! Suddenly all sleepiness has evaporated. Suddenly no caffeine is needed. All of a sudden, a heap of energy has emerged. We are even running uphill now, crossing right through the green forest until CP50, and there we only need a few seconds to finally decide: We go for it!

While running, we sped to the north. Suddenly there are other teams there too. They come from all directions. But we ignore them. We have our own plan. I do not mention the observation that the path runs down a river. Descending means climbing too. I know that Patrick is a little less backing the decision to go for CP48 than I do. And I tell myself that we will be at the top at CP48 within half an hour. Descending and climbing more meters was not part of the plan. We go all the way, to get there quickly, and indeed, after 25 minutes the CP is checked. We hit CP49 within schedule too. But CP51 is on a summit. So one last climb, now with some other teams surrounding us. With all soured muscles it is almost impossible to scramble over the immense boulders around the top, looking for the SI unit at this CP. This is without doubt the best hidden point of the entire race. But Patrick spots it, and then it’s done. This already feels like finishing, and we still have an hour and a half left.

Yet we do not want to waste time. The interesting thing about those races is that you have no idea who your competition is at that moment, and what their position is. All those other teams that swarm around here may have checked more or fewer points. The only influence you have is to go as fast as possible yourself. And no matter how tough it seems after more than 30 hours of non-stop sporting, it is a relatively simple task. Simple is good. Nothing hurts now.

Final sprint (Sun, 10:45 AM)

Back at the TA, we quickly jump on the bikes. We head in a different direction than the other teams. We think we have found a smarter route that leads only downhill. Let them cycle the shortcut, uphill. We speed downwards. Ehhh … why does our track suddenly go up? That was not the plan!

Turns out that reading elevation lines is sometimes a bit too farfetched after 31 intense hours. Pushing the bike by hand, we conquer the last slope.  Horizontal at last. But not much later we go down again: what a speed! A last hill to the Hexentanzplatz, and roaring with effort, we climb the last obstacle. But what does it matter, we are there! We drop our bike, run into the arena shaped theater, and check our SI for the last time.
Muscle pain comes later, as we can still walk down the stairs, to the podium in depth. There is organizer Winfried again, to hand us a medal. We did it! Unimaginable. (Sunday morning 11:17)

Then everything starts to hurt. All muscles simultaneously. Especially when picking up the bike, bending over to loosen shoelaces, or getting up from a bench. But that’s an hour later, when our thirst is quenched with ein großes Weißbier, and a Pommes with maybe ein bisschen zu viel Mayo. Well, we deserved it. And there is room again for those thoughts, that thinking that never stops:

  1. Could we have scored even more points in those last 45 minutes that were left?
  2. Did we or did we not choose the best route for that last descent?
  3. Was this it? It will not be true that I ever want to do this again, I hope? Aiaiai …

Thinking about everything, feeling satisfied, and proud, about could beer, that you recover on your way, that we had no major problems, no injuries, a lot of sport drinks, endless energy bars , whether there was a false CP at that station, the whole shebang mixed together. The last thought I remember is that the sun is burning in my face, and then I realise that we are now with the camper at the base where the prize ceremony will take place, in the sun, and that we have slept for 2 hours. Slept! The first time since Friday morning! But time to get up, as there will be food in fifteen minutes. Lots. I do not get enough of it, permanently feeling hungry this event. Eagerly everyone else is filling their plates too, especially with meat. And then it’s time for the prize ceremony.

The surprise of the race

Winfried is not a man of few words when there’s a lot of audience, But indeed, one can not end a 32-hour race within half a minute, with a quick prize-giving. Once it’s time for the Pro-2, our category, a shock strikes me when “31 hours 17” is called. Didn’t we return at 11:17? That can not be true. But it is! Like stung by a bee we jump up (where that strength suddenly comes from?) and walk to the podium. A bronze medal, who would have guessed that? I enjoy it with disbelief. We finished directly behind the other Dutch Adventure team. We still owe them a roll boeklon. It was worth it!

I would love to be drinking beers in the sun for hours, to celebrate it. But the very last section is a tough one, perhaps the toughest of all: driving back home for another six hours. Let’s hope that Patrick does not ask me for joining on a 72-hour race, because this is not the moment that I can decline anything…

Epilogue

Will I do this again? Definitely. Next week? No! It is impairing. At a short orienteering race, the Wednesday after my legs give up sooner than normal. During the first days of the week after, I’m not in the mood for writing this story. But at the same time: the thought that we have accomplished this, that we can perform top-sport for 32 hours, that the body has a gigantic resilience, those things give a tremendous confidence, and thinking of our unimaginable result gives tremendous energy. This unique experience is definitely more than worth the effort.

I can not resist analyzing stage 1. And guess what? Our sequence of points was no longer than the alternative, so there was nothing wrong with that afterwards.

Try to determine the shortest route from the start along (1), (2), (3) and (4), and back to start.

And once the full result is published on the site of The hARz you can also expect an analysis of the results, teams, CPs , and stages. But at the moment I think I have written enough. That should of course not take longer than the race itself …

Do you want to stay informed of updates? Then leave your email address here on the right side, and you will receive an email if I write something new.

 

The hARz -of- De Dag Die Begon Als Vrijdag En Eindigde Als Zondag

Lees verder, en laat je meevoeren met dit zinderende avontuur, dat begon op de terugweg van de Midwinterrun 2018 ergens op de A50 en eindigde op het podium in het Duitse plaatsje Thale na afloop van The hARz Adventure Race 2018. Oeps, nou heb ik de afloop al verklapt. Maar doe maar even alsof je dat nog niet weet, want ik had ook geen flauw vermoeden dat het zo goed zou gaan, toen we hier aan begonnen.

Click here for the English version of this epic story.

the Starting Shot (za, 4:00)

Slaapdronken? Nee, zat van de adrenaline denk ik, want geslapen heb ik niet, komt het zicht langzaam terug als ik alleen nog maar achterkanten van mensen zie, de berg op rennend, en niet langer recht in 179 kneiter-felle hoofdlampen om me heen kijkend in het startvak. Want de hemel is nog pikdonker bij de start, als iedereen met een witte zon op zijn voorhoofd van start gaat. De eerste etappe is een verticale, gaat zo’n 6 km duren, en begint met een massastart om 4:00 op zaterdagmorgen, in het verder in diepe slaap gehulde voormalig Oost-Duitse stadje Thale. Het ligt in het noordelijke laagland van de Harz, maar wordt bijna verzwolgen door de steile flanken van het gebergte, die direct achter het park waar de start plaats vindt omhoog schieten.

Het is altijd mooi, zo’n zwerm lampjes die de duisternis doorsnijdt. Dansend over een single-track die de haarspeldbochten aaneen rijgt. Kaartlezen hoeft bijna niet, want er is maar 1 weg omhoog, en als je 32 uur gaat racen hoef je niet direct voorop te lopen; beter de krachten flinterdun uit te smeren over de 240 km die nog gaan komen. Nou ja, de eerste hebben we al gehad. Maar waar we dachten rechtsaf te slaan, houdt de menselijke rups het linker pad aan. We denken ¼ seconde na, en volgen. Iedereen achter ons ook trouwens. Ach, wat maakt het uit? Start-1-2-3-4-start, of start-4-3-2-1-start is bijna het zelfde. Niet in je eentje lopen heeft ook voordelen. Even later is het eerste CP, nummer 4, gevonden.

Niet zoeken naar blauwe kaartjes zoals bij de Midwinterrun bij The hARz, maar chippen met een SI, een SportIdent race-bib. Lekker makkelijk, we hoeven niets te noteren. Door naar het volgende punt. Als mieren op pad naar zoetigheid in de keuken ploeteren 180 Adventure Racers zich via inmiddels verschillende routes een weg naar boven. Boven ligt CP 1, onderweg daar heen liggen CP 3 en CP 2.

Adventure Race

‘Adventure Race’ vraag je je af, wat is dat? Een AR is een wedstrijd die voornamelijk uit mountainbiken en hardlopen bestaat, en ook wat kanoën, of steppen, boogschieten, of andere disciplines. De maximale tijd ligt vast, en is meestal behoorlijk lang. Kan 8 uur zijn, maar ook 24, 72, of 32 zoals in dit geval. Hoe meer punten je in die tijd vindt, hoe hoger de score. Sommige punten zijn verplicht, andere optioneel. ‘Vinden’ is een groot woord, het gaat niet om het zoeken, maar om de weg tussen de punten. En die is er vaak niet. Of die moet je zelf bepalen. En dat is wat het gemeen heeft met een oriëntatieloop: kaartlezen en de snelste route bepalen. En als de tijd begint te dringen, moet je ook een strategie bepalen welke punten je overslaat, om toch zo veel mogelijk te scoren. En er zijn nog meer regels, maar die kom je gaandeweg dit verhaal wel tegen. Terug naar de race…

We wijken toch van onze oorspronkelijk geplande route af, omdat iedereen zo loopt. Als je maar 32 uur hebt, heb je geen tijd om lang na te denken. Dat hadden we dan eerder moeten doen. Eerder is in dit geval: om 22:30 de vorige dag. Nou ja, ook niet echt de vorige dag, want -weet je nog- ik had niet geslapen. Toen we om 22:30 de kaart kregen, een A1-formaat flap met aan 2 kanten routes, kaartjes, opdrachten, en het roadbook, gingen we, net als alle andere teams, meteen aan het tomtommen. Bij een oriëntatieloop krijg je de kaart op het moment dat je start, bij de WOR of MWR ook, maar bij een AR krijg je die net wat eerder.

roadbook (klik voor een grotere afbeelding)

Zodat je vast lekker kan stressen voor de start. En als het om 240 km aan routes gaat is het geen enkel probleem om tot 2:00, wanneer normale mensen slapen, en de plaatselijke nacht-nozems op hun brommers, die eerst nog langs ons campertje op de parking achter de verlaten staalfabriek van Thale rondjes reden zoals ze dat 50 jaar gelden ook al deden, al lang naar bed zijn of in elk geval door hun tweetakt-met-mengsmering heen zijn, in de weer te zijn met stift en lineaal om de kortste routes te bepalen. Om daarna bij de camper naast ons, die van WoDi en WoUt, een rol boeklon te lenen en de kaart te vereewigen. Alsof het zou gaan regenen. En van 2:00 tot 3:30 slapen zou wel erg lekker zijn geweest. Maar de onderhuidse spanning wint het van slaap.

Ik weet niet zo goed waar ik aan begin. Ik kan het ook gewoon laten. Dit hoeft niet. Het aftellen tot dit onvoorstelbare avontuur, dat oneindig gaat duren, niet te bevatten ver gaat zijn, en ongetwijfeld tot allerlei pijntjes en blessures gaat leiden, is al wel gestart, maar de lancering kan nog worden afgeblazen. Just like that. Ik kan het niet bevatten. Toch ben ik gelukkig te laf om te stoppen. Ik laat de trein kalmpjes op mij af razen. In plaats van schaapjes tel ik CP’s. En peins zonder piekeren. Dubbele espresso is overbodig bij het opstaan. En klaarwakker hoor ik dan ook hoe de wekker begint te piepen. Havermout naar binnen slobberen, bidons vullen, proviand en al het andere mee, en op naar de start.

Dat is de droom die geen droom is, die nog een keer door mijn hoofd gaat als we CP1 hebben gehad op het topje van de heuvel, achter een soort burcht, 230 meter boven het startpunt. Na de andere 3 CP’s is het nu tijd om weer af te dalen naar de fietsen die nog bij de start staan, en zo aan etappe 2 te beginnen. Licht aan, we springen op de fiets, en terwijl we het stadje uit crossen, om er de komende 31 uur niet terug te keren, nemen we een slok uit de bidon met sportdrank. Want nu zal het er hard aan toe gaan. De komende 56 km van etappe 2 brengen meteen ook 1500 hoogtemeters met zich mee. En omhoog gaat het! Steil! Laagste verzet. Lager gaat niet… en ineens toch wel, de ketting schiet aan de verkeerde kant van het grootste blad af. Met een hoop geknars en gekraak kom ik tot stilstand. Ketting wordt teruggelegd. Vieze handen boeien niet, maar een onbetrouwbaar derailleur des te meer. Heb ik weer! Het kreng maakt allemaal geluiden die er eerst niet waren. En we zijn pas net onderweg… nog maar 230 km te gaan. Of is het hier, op dit punt, al over? Hoop ik daar stiekem op? De race verlaten via een achterdeur, en de schuld kunnen geven aan materiaal en overmacht? Wat doe ik hier?

Hoe het begon

Na het winnen van de Midwinterrun kon ik met Patrick, mijn race-maat, mee terug rijden naar Eindhoven. En uiteraard zat ik naast mijn stoel (ja, ik kon meerijden, dus hoefde niet naast mijn schoeisel te lopen), dus toen hij vroeg “Wat dacht je van een 32-uurs race?” dacht ik “Waarom ook niet?”. En, erger nog, dat zei ik ook. Precies de juiste timing, vriend. No way back, maar het was nog 3 maanden weg, dus tijd zat om te trainen. Of zo. Ik ben goed in te weinig slapen, dus 32 uur wakker zijn, dat zou wel lukken.

Ik rende een beetje, pompte mijn banden een keer op, en dacht er niet te veel aan. Naarmate 21 april dichterbij komt volgden de wisselende states-of-mind elkaar in exponentieel tempo op. Het begon met:

  1. Past een heel weekend weg om te racen in mijn agenda?
  2. Zou ik zo lang wakker kunnen blijven én bewegen?
  3. Is dit leuk?

Als je iets gaat doen waarvan je geen flauw benul hebt wat het precies inhoudt, kan je je prima druk maken om niet al te relevante dingen. Maar omdat je je dat zelf ook wel realiseert, is het best ontspannen. Het verandert pas als je de thermometer er eens in steekt: drie weken geleden zouden we samen een rondje gaan fietsen. En rennen, door de Peel. Ik had de hele winter niet gefietst (ja, naar mijn werk, en terug), en kwam beurs gebutst met zadelpijn thuis. Het rijtje ‘dingetjes’ was spontaan veranderd.

  1. Hoe voorkom ik dat ik na 100km op mijn trappers moet blijven staan omdat ik niet meer op mijn zadel kan zitten?
  2. Wat moet ik in ‘s hemelsnaam allemaal meenemen om het 32 uur vol te houden, als ik na 6 uur al niet genoeg heb aan twee snickers, een witte chocoladereep, een mueslireep en een zak winegums?
  3. Wat doet het weer over 3 weken? Waar ligt de Harz eigenlijk?

Je ziet, de kopzorgen worden al wat relevanter. Wakker blijven lijkt geen issue in het vooruitzicht meer. En of het leuk gaat zijn? Da’s ook geen vraag meer -het antwoord daar gelaten-; we doen het gewoon. Misschien helpt een zacht hoesje voor over mijn zadel al een stukje.

Wat er allemaal mee moet? Hier links zie je mijn mondvoorraad voor de eerste helft van de tocht. En dan heb ik de formidabele door Annelot zelf gebakken super-energie-koek er nog niet bij liggen, want die hoort natuurlijk vers te zijn. 250 kCal per uur? Lijkt me een mooie norm. Een snickers of halve chocoladereep volstaat dan net. Maar een standaard mueslireep haalt dat niet. We zullen zien.
Maar nu even terug naar die helling waar we inmiddels niet meer stilstaan, terwijl de andere deelnemers voorbij klimmen. Want ik ben geen fietser. Patrick wel, maar zijn sleepkoord gebruiken om me omhoog te laten trekken is mijn eer te na. Dus ik trap wat ik kan. Omhoog. Eindeloos lijkt het. Pas tegen de tijd dat we opnieuw moeten terugschakelen naar het laagste verzet (nu heel voorzichtig, want ik wil niet riskeren de hele transmissie bij een tweede vastloper helemaal naar zijn mallemoer te trappen) realiseer ik me dat we ook al een aardig stuk hebben gedaald tussendoor.

Eindeloos is ook maar betrekkelijk

Met al dat gedroom en gepieker over hoe ik in dit avontuur ben verzeild blijkt dat tijd toch kan vliegen. “Eindeloos” is misschien ook maar betrekkelijk.

(klik voor een grotere kaart)

Een pad linksaf waar we een paar uur geleden (ik zal niet meer ‘gisteravond’ zeggen) op de kaart in dachten te willen lijkt dichtgegroeid, en dus gaan we met een paar andere teams rechtsaf. Steil omlaag, lekker rutschen. Als ik even van mijn fiets stap op een tak uit het achterwiel te halen ruik ik ineens een brandlucht. De schijf van mijn achterrem schroeit een halve cirkel in het vlees van mijn kuit, doordat ik het achterwiel even tussen mijn benen geklemd had vanwege die tak. Natuurlijk! De energie waarmee ik net de berghelling onder me vandaan heb getrapt, is teruggevloeid in dat stalen schijfje op mijn achteras. En deze warmte is meer dan genoeg om het haar op mijn kuiten te ontleden tot iets minder welriekends. Hoor ik iemand mij uitlachen? Ik ben echt geen fietser… Maar één lichtpuntje: het wordt al licht.

Licht

Ik deed thuis een testje. Mijn hoofdlamp, een Chinese Cree XML-T6 van dx.com, bleef op maximale helderheid 3 uur branden. Volgens mij duurt een nacht langer dan dat. Even rekenen, en ik kwam uit op 12 uur duisternis tijdens de route. Ik bestelde een extra accu. Weer in China. Niet slim. Die kwam dus niet op tijd. Via Tinytronics.nl koop ik 6 lithium cellen, van die 18650 joekels (echte 3400 mAh van Panasonic, in plaats van Trust-, Ultra-, of Fandyfire rip-off’s waar wel “3500 mAh” op staat, maar waar dat bij lange na niet in zit, nog niet eens de helft). En dat werkte: 9 uur licht. Veel licht. Diepvriesdoosje er omheen, voltmetertje er in zodat ik ook weet hoeveel pep ze nog hebben, snoertje er aan, en ik zit snor.

Maar dat is pas de vrijdagochtend voor de race af, dus tot die tijd staat dat best hoog op mijn lijstje.

  1. Heb ik op tijd genoeg licht?
  2. Overleef ik mijn kaarthouder bij een koprol over het stuur?
  3. Hoe overleeft mijn rug m’n rugzak?

Ad 2: ik had -knutselkoning die ik ben- wat moois in elkaar gehackt: een lekker stevige draaibare kaarthouder van aluminium pijp vóór op mijn stuur die niet zou trillen bij het downhillen.

Versie 1.0

Maar ook best wel vieze wondjes en botbreukjes zou opleveren als ik voorover zou klappen op mijn stuur.

Dus butste ik die nog snel even om in een flexibele kreukelzone van aluminium strip waar ook nog een kaart op past.

Versie 2.0. Met kreukelzone.

(Het ontwerp is trouwens nog niet helemaal af: er zit nog een rammeltje van rond de 60 Hz in, waardoor het bij hobbelpaden niet zo lekker kaartleest.

Maar met wat modale analyses en wat demping kom ik binnenkort met een geoptimaliseerde versie 3.0.)

En Ad 3: woensdagavond tevoren was ik met een rugzak vol proviand en water een stukje gaan rennen, met als gevolg een tot bloedens opengeschuurde onderrug. Als dat al na 5 km gebeurt, wat blijft er van mij over na een marathonafstand? De onderkant van de rugzak blijkt een wat scherpe, harde rand te hebben, precies waar ik twee harde, scherpe botjes heb zitten. Inventiviteit vereist. Waar Monty Python’s Flying Circus het vooral moet hebben van absurde combinaties van normale dingen, zo levert hier de symbiose van de lijst met verplichte uitrusting en een hard randje de oplossing: ik naai onderweg in de camper naar het oosten mijn lange-mouwen thermoshirt met wat rijgsteekjes vast aan het ademende gaas van het rugzakje, als een zacht transpiratie-doorlatend kussentje. Twee vliegen in één klap (al ligt Wiesbaden, de woonplaats van het Dappere Snijdertje dat die gevleugelde uitspraak deed die later via ene meneer Grimm -of zijn broer; daar wil ik vanaf wezen- de literatuurgeschiedenis in ging als iets met zeven vliegen, niet in de Harz), dat was wat ik bereikte, want zo werd het, met dit weer overbodige, maar toch reglementair verplichte warme shirt, toch nog nuttig gebruikt: als comfort zone.

En, naarmate het uur U nadert, ziet U dat ik me vooral druk maak om de uitrusting. Omdat ik die in de hand heb (of kan hebben). En de race? Zal een hele kluif worden, maar ik houd mezelf voor dat je voor een 32-uurs wedstrijd over 240 km niet kan trainen. Beetje fit zijn, lekker uitgeslapen en lekker ontspannen aan beginnen, en dat komt wel goed.

Aan de schoenen zal het niet liggen. Ik vertrouw volledig op mijn blauwe Inov-8 Roclite 305’s. Monsterlijk lekker en robuust. Veel grip en met de voet lekker vlak op de grond. Water loopt er in maar ook weer uit.

Dus ben ik tot veel te laat in de avonden aan het knutselen en inpakken, en moeten er op het laatste moment nog wat essentiële dingen af. Lekker bezig. Maar, als alles dan donderdagavond laat eindelijk klaar is, pak ik een biertje en een uitstekende nacht slaap. De laatste…tot zondagavond, zoals zal blijken (geldt zowel voor dat biertje als de slaap).

“In de race komen”

Maar nu is het weer even klaar met dromen, en genoeg over licht. Het ís licht. De dag begint: het lijkt ineens wel een normale wedstrijd. Alle ontheemde gedachten zijn vergeten. Mijn top-3 is nu vooral actueel:

  1. Houd mijn versnelling het vol?
  2. Houden wij het nog 29½ uur vol?
  3. Wanneer mogen we weer gaan rennen? Want daar heb ik zin in.

We stoppen bij het volgende CP onder een bruggetje, en daarna buig ik mijn derailleurpad (net geleerd dat dat zo heet) recht. Niet te ver buigen, dan breekt hij. Maar dit maakt wel dat ik niet meer van 2 t/m 12 (van de 11) schakel maar gewoon van 1 t/m 11. Het laatste getik haalt Patrick er uit door wat op het stuur af te stellen. 1 zorg minder.

De tweede? Als we een vlak stuk fietsen en wat met een ander team kletsen blijkt dat zij het zelfde denken. Dat is dus normaal. Het is zo lang en zo ver, daar moet je niet te veel over nadenken. Laat je er gewoon doorheen vallen. Dat klinkt op de een of andere manier als een warm bad. Net zoals tevoren mijn gedachte dat 240 km in 32 uur minder dan 8 km/u betekent (en ik ren sneller dan dat, en wiel- al helemaal), vertrouwenwekkend scheen. Ongemerkt is al het zelfvertrouwen terug. Dat heet “in de race komen”.

En het derde puntje? Geen idee, want ik lees bij dit stuk op de fiets geen kaart; dat doet Patrick. Dus wat de route betreft tast ik op klaarlichte dag in het duister. Zo goed heb ik de kaart gisteren niet weten te memoriseren. Slaapdeprivatie is niet de beste stimulans voor het geheugen. Afzien wel, daarentegen, want ik weet nog heel goed dat toen het eind van de etappe in zicht kwam, er ineens een klim van bijna 300 meter hoogteverschil opdoemde, en even later nog eentje van 100. Net voor de klim staat organisator Winfried zonder leedvermaak te genieten van de afgepeigerde teams die passeren. Op het tandvlees ploeteren we naar boven, maar dan kan eindelijk de fiets worden neergegooid, het water bijgevuld, het porselein volgebaggerd en een wijsje worden gefloten. Want we zijn bij TA1, wat staat voor het eerste transition area (en daar is Winfried weer), en de volgende etappe heet hike.

Hike (za, 9:15)

Andere spieren, nieuwe kracht. Op de fiets voelden de benen nog als pap, want etappe 2 sloot af met een klim naar het hoogste puntje van het skigebied dat hier blijkt te liggen, maar lopend gebruik je kennelijk andere vezels die nog niet verzuurd zijn. Het valt bovendien op dat er nog niet veel andere teams lopen, en er stonden ook al zo weinig fietsen rond TA1. Zouden we ondanks kettingpech toch redelijk voorop liggen? Eigenlijk kan ons dat nu niet zo veel schelen; er kan nog zo veel gebeuren, en laten we eerst maar eens zorgen dat we de helft van de race halen.

  1. Hoe komen we vanaf TA1 bij het obligate stuk van deze route?
  2. Hebben we genoeg water en eten bij ons voor 6 uur lopen?
  3. Zouden we deze hike moeten stappen of rennen?

Naar deze top-3 kijkend, gaat alles uitstekend. Dit zijn geen zorgen, dit zijn oplosbare vragen. We fluiten niet voor niets een wijsje. ♫ De paden op de lanen in ♬ vooruit met flinke pas ♫ en zo denderen we de piste af, via een flank van een heuvel om niet te veel hoogtemeters te verliezen die we straks weer moeten klimmen, achterlangs het stadje Sankt Andreasberg. Zorg #1 is eigenlijk al weggenomen bij het TA, toen de organisatie vertelde dat we in het plaatsje zelf de gele weg, die het TA scheidt van de rest van de route, voor deze keer wel mogen kruisen. Normaal gesproken mag dat bij grote (gele en oranje) wegen niet,

tenzij het met haakjes is aangegeven. Dat maakt het plannen van de route soms best een puzzel. Bijvoorbeeld bij de allerlaatste etappe, maar dat zien we dan wel. Maar hoewel dat gisteravond bij de briefing nog voor verwarring zorgde, is deze hindernis vanuit de organisatie geslecht: de gele weg gebruiken tussen de bebouwing mag hier, al vinden we ook een shortcut die minder meters en hoogteverschil oplevert. Bergaf en vlakke stukken rennen we, bergop gaat lopend. Na het dorp, eenmaal in het prachtige natuurgebied, nemen de vogels het fluiten over. Gevoelsmatig hebben we al een heel stuk achter de rug (en dit is ook zo) maar het is nog pas half tien. Het voelt als een jetlag. We halen rennend een ander team in, “Wissenschaft Quedlinburg” zoek ik achteraf op, vorig jaar 3e. Maar met hun loopstokken wokken ze ons later weer regelmatig voorbij, bergop. Omdat het paadje versperd wordt door bomen wijken we wat af van de koers, raken het pad kwijt, en komen wat verder op de slingerende bosweg dan gedacht. Zo lopen we CP10 straal voorbij, net als het Duitse tweetal waarmee we vrolijk verder keuvelen. Pas 500 meter later realiseren we onze onoplettendheid, keren om, vinden het CP alsnog, op een overduidelijk plek naast een niet te missen bankje, maar dan zijn drie andere teams ons alweer gepasseerd. Het is hier minder eenzaam dan gedacht. Wissenschaft keert later om, en loopt dan weer achter ons. Het landschap is intussen fenomenaal: een soort hoge venen met dennenbomen, gedrapeerd over heuvels. De helder blauwe lucht vult zich langzaam met sluierbewolking, wat de zinderende zon aangenaam dimt. Dan komen we bij een stuwmeer. Heerlijk koud water. (In de verte staat Winfried, jawel. Ik heb alleen een GPS logger in mijn rugzak, maar volgens mij kan hij ons op de één of andere manier tracken.)

Het lijkt wel een scene uit de Hobbit. Iets met een ring van 240 km…

Het landschap rond het meer oogt apocalyptisch: kale lichtgrijze skeletten van dode dennenbomen omzomen de oevers. Wat is hier gebeurd, vragen we ons af terwijl we een snickers eten. Later lopen we weer langs een kaarsrecht kanaaltje, zoals ook in het begin van de route: de Rehberger Graben. Water uit de heuvels wordt naar het meer geleid, en via soortgelijke kanaaltjes weer langs een aantal watermolens, waar het vanaf de 17e eeuw werd gebruikt als energiebron. Bijkomend voordeel van dit cultuurhistorische artefact is dat het bijzonder vlak loopt. Tempo’tje +1. Toch raakt de fut er een beetje uit. Overwelmd door de warmte, ingesmeerd met zonnecrème of niet, en uitgedroogd? Ligt daar een restaurantje? Eenstemmig prevelen we “cola”. Maar de zaak blijkt dicht en verlaten. Dat valt tegen! Maar we gaan door.

Meer teams hier, sommige gaan tegen onze richting in. Maakt het veel uit? Met drie teams die wel dezelfde kant op lopen is het stuivertje wisselen. En onderweg praten we honderduit over eerdere adventure race ervaringen (die ik niet heb). Bij een CP vlak voor Sankt Andreasberg, als we bijna terug zijn, is er wat twijfel over juistheid van de kaart. Een volgend CP trekt ons een diep dal in onder het dorp. Waar we vervolgens weer uit moeten klimmen. De routepunten maken flink stijgen en dalen onvermijdelijk. We doen ons best op hoogte te blijven, maar de laatste klim de skipiste op is niet te omzeilen. Beetje bijkomen als we weer in TA1 zijn bij de fietsen. Met -eindelijk- de verdiende cola.

Rollen (za, 14:50)

(klik voor een grotere kaart)

Een soort kalmte heeft ons overmeesterd; iets van “dit loopt wel goed af”. Wat helemaal klopt als we naar beneden rollen, de ski-bult af. Over een soort gras-piste rossen we omlaag, in een flink tempo, zonder enige moeite. Dat na dalen klimmen komt weten we nu inmiddels wel. En dat klimmen, dat gaat ineens weer alsof we zojuist pas zijn gestart; onverwacht frisse benen. Ik ben nog steeds verbaasd hoe goed De Mensch zich blijkt te kunnen herstellen van een krachtinspanning. De loop-spieren bleken na het fietsen ongedeerd, maar de beurse fiets-spieren zijn weer helemaal hersteld na het lopen. Ik denk wel dat het strakke regime van uurlijks repen eten en continu drinken helpt. Maar ook het lichaam snapt kennelijk wat er van verwacht wordt en werkt coöperatief mee. Tof. De top-3 van dat moment is:

  1. Het wordt toch warmer en warmer. Drinken we genoeg?
  2. We liggen voor op schema. Betekent dat dat we op het end óók nog de bonus-etappe moeten doen? Da’s wel vér.
  3. Hadden we nou echt wel de slimste route bij etappe 1 gekozen, of was S-4-3-1-2-S korter geweest?

Als je niet verder gaat, komt er geen eind aan

Maar is dat ook wat jij, beste lezer, nu denkt? Of vraag je je af of je nou niet eindelijk eens halverwege dit verhaal bent? Want het wordt af en toe wel een beetje langdradig. Nou, ik zal je wat vertellen: we zijn hier nog eens niet halverwege de route, en ook niet halverwege de tijd. Ja zeker, het duurt nu nog vijf uur voordat we überhaupt halverwege zijn. Met andere woorden: de finish is nog eindeloos ver weg. En dat is precies wat ik hier probeer over te brengen. Dus: leef mee. En lees verder, want als je niet verder gaat, komt er geen eind aan.

Kanovakantie (za, 15:55)

Intussen winnen wij geen race met tegeltjeswijsheden, en dus rijden we hard door naar TA2, aan het water ten zuiden van de stuwdam. Één fiets wegleggen, de andere op de kano binden, en de inventaris laten checken door de organisatie. Er is namelijk een verplicht lijstje attributen dat mee moet, waaronder een warme trui (oftewel een zacht kussentje onder aan mijn rugzak), een fluitje ♫ en een break-light. Alles is aanwezig, we mogen door, en we peddelen tegen een licht windje in het meer over. De koelte van het water voelt weldadig. Het lijkt wel eventjes vakantie tijdens etappe 5. En eigenlijk is het dat ook! Wie ziet er nou in 32 uur alle mooiste plekjes van het gebied? Dit is de Harz voor Japanners, maar dan zonder camera. Flits.

Etappe 5b is onaangekondigd: 500 meter sjouwen met een kano. En een fiets. En ook nog zo snel mogelijk. En dan begint het feest: van die ene Adventure Race die ik ooit eerder heb gedaan vond ik dat het leukste onderdeel: de Run-Bike etappe.

(klik voor een grotere kaart)

Even wat uitleg: met een team van 2 leg je 1 etappe af, met één fiets. Geen tandem, en ook niet met z’n tweeën op de fiets; dat mag niet. Één van de twee is dus het haasje, en moet lopen. Maar het is wel haasje-over, want na pak-weg driehonderd meter ligt daar ineens een fiets in de berm. Daar spring je op, rutscht er vandoor, scheurt je maat een eind voorbij, waarna je de fiets weer in de berm smijt. De uitdaging is om elkaar niet bij een splitsing uit het zicht te verliezen en kwijt te raken, dus communicatie over de route is essentieel. Ik vind het leuk. We doen over 15 km buitenspelen net geen 2 uur; de totale klim is iets van 600 m. Soms gaat fietsen niet, en draagt Patrick -wat een koning!- de MTB op zijn nek omhoog, of klautert hij er mee over complete bomen heen. Het landschap rond het meer is prachtig, en de bliksemsnelle afwisselingen van rennen en fietsen houdt ons mentaal vlijmscherp.

∞ fietsen (za, 18:50)

Dát verandert snel als we weer gaan fietsen. Eentonig de berg op vanaf het meer, bijna 10% helling, bijna 5 km lang. Wat aanvankelijk begint met een aangename roes -frisse benen, weet je nog- wordt uiteindelijk een toestand van half-slaap. Alle urgentie verdwijnt, mede onder invloed van de rozig-makende avondzon. En aan het eind van de klim, bij het CP, met uitzicht over het meer, ploffen we welgeteld 120 seconden neer op een bankje. Maar dan gaat ineens de mentale wekker. We moeten door! De schemer valt, tijd om weer wakker te worden. We liggen niet meer vóór op ons schema. De kaarten zijn kennelijk opnieuw geschud (en we hebben een tikje langer in de heuvels bij het meer lopen spelen).

  1. Zouden we nog wel genoeg tijd over hebben voor de -laatste- bonusetappe?
  2. Het wordt ineens kouder; hebben we wel genoeg kleding bij ons voor de nacht? Ik heb gelukkig nog een ‘kussentje’ achter de hand.
  3. Als het langzamer gaat dan gedacht, hebben we dan wel genoeg licht (lees: accu-lading) voor de oriëntatie etappe, die ik op een aparte batterij loop die niet aan mijn fiets hangt?

Het duurt even voordat ik me realiseer dat de nacht niet langer duurt wanneer wij er langer over doen. De zon draait in tegenstelling tot wijzelf rondjes zonder moe te worden. En hoe later we aan de oriëntatie-etappe beginnen, des te minder stroom we nodig hebben.

(klik voor een grotere kaart)

Maar het wordt nu wel snel donker. Net zo snel als wij de helling af scheuren, flink afgekoeld door de rijwind die het vocht op de bezwete huid laat verdampen. Fantastisch hoe een adelaar een stukje vlak voor ons uit vliegt, schuin boven de fietsen. Wát een vleugels, denken wij over hem; wát een snelheid, denkt hij over ons. Het volgende CP vinden we nog net bij schemerlicht, maar bij het daarop volgende is het toch echt donker. Hoewel het vlak bij een weg ligt, althans, op de kaart, blijkt het 30 meter meter hoger op een rots te zijn gelegen. Maar ook dat blijkt niet te kloppen: we hebben hier een CP met een hoog Woudlopers-gehalte te pakken. We vinden een aanwijzing met een koers en afstand: een projectie. Turend langs het peilkompas doemt een steeds luider gezoem voor ons op, wat uit de richting lijkt te komen van een paar rode en groene lampjes. Die op hun beurt weer op ons af komen: ze zitten vast aan een drone, die ons even komt filmen. Krijgt elk team zijn persoonlijke video naderhand, of zit het camerateam ons toevallig op de hielen? Geen tijd om over na te denken, want we moeten naar het uitgepeilde punt op de andere flank van het dal. De peiling klopt voor geen meter, maar de beschrijving, “Bergmannsbaude”, laat geen twijfel. Deze etappe liggen alle CP’s “iets” hoger dan de weg. Wat een “leuk” thema (haha). Dus ook hier een paar tiental meter trappen op. Even later, weer beneden bij de fiets, zien we dat we die beter meteen mee omhoog hadden kunnen zeulen, want het logische vervolgpad loopt vanaf het Baude verder. En zo klimmen we voor de tweede keer de trappen op.

Later deze etappe zal nog een baas-boven-bazige zendmast volgen, met 20 trappen boven de boomtoppen uit-tronend. In de verte zien we vanaf het topje van de toren (natuurlijk hangt de SI van dit CP niet beneden, wat denk je zelf?) een paar MTB koplampen. Dat moeten wel andere teams zijn. Wie anders fietst hier om 22:45 door de bossen? Maar ze zijn ver genoeg weg om ons niet opgejaagd te laten voelen. Alleen de temperatuur maakt dat we gauw verder gaan, want ondanks een windjack is het fris hier boven. De laatste kilometers naar de start van de kompas-oriëntatie etappe vliegen voorbij; ze gaan dan ook omlaag, en we komen fit aan in TA4.


De zak proviand die we tevoren hebben ingeleverd, en hier kunnen terugkrijgen, naar keuze vóór of na etappe 8, laten we nog even voor wat die is, want anders moet de inhoud te voet mee gedragen worden op het volgende traject. Er zit nog wel genoeg voer in de rugzak en op de fiets voor de komende 16 km rennen. Bovendien is dit het TA met broodjes worst, borrelnoten, chips, tuc’s, pinda’s, koek en bananen. Dus we schranzen een energie-buffer naar binnen, schieten tussendoor een pijl in de roos van een schietschijf (scheelt weer 10 straf-minuten), en vullen de waterzakken. Kompas mee en lopen. Wat kan er mis gaan?

  1. Hier zouden we goed in moeten zijn, dus dat legt wat extra mentale druk. Kunnen we deze extra spanning die op onze schouders rust wel aan? O, o, wat spannend!
  2. De tijd vliegt, de bonus-etappe zit er wellicht niet meer in, maar lukt de oriëntatie etappe überhaupt nog wel helemaal?
  3. Wat doet de kou deze heldere nacht?

Koersen (zo, 0:00)

Bij het tevoren uitstippelen van de routes hebben we al wat voorbereiding gedaan en de kompaskoeren ingetekend, maar kennelijk waren we toen minder scherp dan nu, want het was toen niet opgevallen dat een aantal CP’s volgens hun omschrijving bij hoogspanningsmasten liggen. En die palen staan doorgaans vrij nauwkeurig op 250 meter uit elkaar. Dat maakt het een eitje, ware het niet dat ik telkens een 5° ruimere koers peil dan zou moeten. We zitten telkens te ver “naar rechts”. Da’s niet zo erg in het open veld, waar je de CP’s toch wel ziet liggen vanaf 50 meter afstand dank zij de riante reflectors, maar op weg van CP34 naar naar CP35 blijkt dat funest. Aanvankelijk lopen we er scherp op af, maar omdat het een redelijke jungle wordt halverwege en we een wat begaanbaarder brandgang volgen, komen we té noordelijk uit. We volgen een stroompje, dat op kaart staat, maar zien geen CP. Denkend dat we er al voorbij zijn lopen we maar terug naar het referentiepunt, CP34, en proberen het opnieuw, maar wijken nu met opzet wat te ver naar het noorden af, zodat we zeker weten dat we de beek naar het zuiden moeten volgen. En zo lukt het, zij het met een dik half uur vertraging, het CP te scoren. Achteraf verraadt de GPS track dat we er in eerste instantie vlak bij waren. Dit is nog wel een dingetje om te trainen. En ik dacht nog wel dat we hier bovengemiddeld zouden scoren. Dompertje.

(klik voor een grotere kaart) Je ziet ons dramatisch verkeerd lopen van CP34 naar CP35. Twee pogingen hebben we nodig.

Eerst maar CP37, en dan 36. De streepjes, een spoorlijn, zijn een robuuste stoplijn, dus daar mikken we op. Aan de spoorlijn staat een wachthokje. Met een reflector en een SI-station. Het zal toch niet…? Dat moet wel de shelter / Schutz zijn van CP36. Zou die opdracht dan zo doorzichtig zijn? Dat kan haast niet. Waarom sturen ze ons eerst naar een redelijk lastig punt in een cirkel op de kaart waar niets herkenbaars getekend is, om ons vervolgens via een slingerend pad (de rode stippellijn) naar een juist uiterst herkenbaar punt op de kaart te dirigeren? Bovendien: als je vanaf CP37 terug komt lopen kijk je pal tegen het wachthuisje aan en in de nacht kan je dan de reflector die er aan hangt niet missen. Wie eerst naar CP36 gaat lopen zoeken heeft pech en verliest veel tijd; wie eerst CP37 aandoet wint met twee vingers in de neus de loterij.

TA4, daar waar slaperigen slapen, en hongerigen hongeren -pardon- eten. Je kan er ook schieten, maar dan weer geen everzwijn. Verderop in het dorp wel Spanferkel, trouwens. Maar dan weer niet om deze tijd. Wat moet je met deze info?

Een loterij is het overigens wel bij CP37. We moeten bij een omgevallen boom zijn. En daar ligger er daar meer dan genoeg van. Met iets meer geluk dan wijsheid vinden we de speld in de spreekwoordelijke hooiberg, en kunnen dan als de wiedeweerga terug naar de start, TA4. Het hele stuk rennen we.

Het TA is ineens 10 keer drukker bevolkt dan toen we hier 3½ uur terug waren.

Superkoek

Nog wat eten, en eten, en eten. Pasta, worstjes, nootjes. Alles smaakt even lekker. Omdat we al bijna op ¾ van de wedstrijd zitten, met nog maar 8½ uur te gaan, is inladen van een hoeveelheid eten gelijk aan die van de 1e helft zwaar overdreven. En dan bedoel ik letterlijk zwaar. Dus een hand vol repen blijft achter. Zo zal ik nooit weten hoe de muesli-choco bars van AH smaken, en de choco-sinaasappel repen van Decathlon verliezen het ook van de droge worst en de onovertroffen door m’n dochter zelf gebakken energie-koek.

Autopilot (zo, 3:35)

Meer op de automatische piloot dan iets ander trappen we de uren weg tot het daglicht. Af en toe slaperig, dan weer wakker. Maar vooral murw door de uren en uren zonder slaap en de eindeloosheid. Bosbouwers zijn geen mannen meer met een rood geruite blouse en een bijl over de schouder.

Doorgaan is gewoon een kwestie van niet stoppen

Nee, ook niet met een motorzaag en een baard en een maf hoedje op. Ze zitten in loodzware machines die de bomen uit de grond plukken en ter plekke in planken zagen. Althans, dat vermoed ik. Wat ik wel zeker weet is dat ze knie-diepe bandensporen achterlaten met een vuist-diep profiel van ribbels die door merg en been gaan als je er met je MTB overheen probeert te rijden, tevergeefs proberend de snelheid hoog te houden en niet te vloeken. Dat laatste is niet te vermijden als de kaart niet blijkt te kloppen op een gegeven moment. Maar kan de kaart er wat aan doen als iemand wat extra wegen heeft gezaagd uit deze houtplantage? Zou ik ook doen, gezien de woekerprijzen voor timmerhout bij de bouwmarkt. Het geld groeit hier niet áán de bomen, het zíjn de bomen!

(klik voor een grotere kaart)

Maar enfin, dit geeft de kans weer even de misser met de kompaskoersen daarstraks goed te maken, en onze oriëntatieskills te laten zien, want weldra herpakken we de route en pakken het volgende CP als we rap weten te herleiden waar we staan aan de hand van de hoogtelijnen op de kaart. Wat we niet weten?

  1. Klopt dat CP bij het stationnetje wel? Dat ging te makkelijk. Aan de andere kant: dit is geen WOR.
  2. Wat doet de temperatuur? Zo lang we in beweging blijven gaat het wel goed, of moet ik toch mijn thermo van mijn rugzak lostrekken?
  3. Houden we Klaas Vaak achter ons, of zal de slaap ons overmeesteren, zoals zoveel teams bij TA4, die onder nood-dekens op bankjes tegen elkaar aan lagen te ronken?

De zon komt voor de tweede maal op vandaag. Dat is toch wel een verwarrende ervaring. Gevoel voor tijd is helemaal verdwenen. De herinnering aan de uren op de fiets tot aan de laatste oriëntatie etappe zitten nu meer als een time-lapse video in mijn geheugen: snelle flarden flitsen schichtig voorbij.

Vreten, tot we een ons wegen

Chronologie ontbreekt. We eten tot we een ons wegen, en drinken de bidons lichter. Eindeloos veel bomen zijn de getuigen. Ik vlieg terloops een keertje over de kop als mijn voorwiel in de slappe klei van een dammetje over een greppeltje blijft steken. De kreukelzone van mijn kaarthouder op m’n stuur werkt perfect: de kaart staat nu in een totaal verbogen stand, maar ik heb geen schrammetje. Onverstoorbaar gaan we door. Elk kruispunt gaan we een bocht om. Geen dal of er volgt wel een heuvel. Maar ineens is daar weer een plaatsje. Friedrichsbrunn ligt er verlaten bij. Wie komt hier nu om kwart over zes in de morgen?

Ochtend-O (zo, 6:15)

Het antwoord is duidelijk als we ons bij TA5 melden. Hier zijn nog niet veel teams geweest. Een twintigtal fietsen schat ik, meer niet. Één team is al 5 uur bezig met de volgende etappe, en ze zijn nog niet terug, horen we. Als wij er ook zo lang over doen wordt het krap om op tijd bij de finish aan te komen, laat staan om nog wat van de bonus etappe te kunnen doen. 12:00 is de deadline. We schatten drie kwartier nodig te hebben voor de weg terug naar Thale, naar de finish in het Bergtheater. Dus we hebben nu nog precies 5 uur de tijd voor 30 km oriëntatielopen. Ik grap: da’s een hele Woudlopers Oriëntatie Run. Maar dan in minder tijd, met meer hoogtemeters.

Dit is een kolfje naar mijn hand. Zorgvuldig geplande routes vermijden overbodige hoogtemeters. Één kilometer omlopen staat gelijk aan 100 meter stijgen. Dalen gaat doorgaans wel ongestraft, mits niet te steil; het levert zelfs snelheidswinst. Maar iets zegt me dat we niet op De Oneindige Trap van M.C. Escher lopen, en je netto even veel daalt als stijgt als je eindigt waar je begint: bij de fiets. Dus er zit niets anders op dan hoogte te houden waar het kan. De snelste lijn tussen twee punten is in elk geval qua hoogteprofiel een rechte lijn. Bijna, dan. We doen het goed, punten volgen elkaar snel op. Geen foutje maken we. En toch…

  1. Hebben we genoeg tijd? We hadden al besloten dat 4 van de CP’s van deze etappe wel héél veel hoogtemeters kosten. Maar het heeft geen zin om reguliere CP’s te laten liggen ten gunste van bonus CP’s. Voor de eindscore althans. Maar als die teams voor ons al minstens 5 uur nodig hadden…?
  2. Die bonus, die hoeft niet meer, als we toch niet alle reguliere CP’s hebben. Die kan ook niet meer, gezien de tijd. Dus hierna nog 8 km fietsen, geen 56. Dat vooruitzicht scheelt.
  3. Is 30 km hardlopen überhaupt niet een tikkeltje veel in deze fase van de wedstrijd?

Omdat ik hier weer het kaartlezen voor mijn rekening neem, weet ik me nog veel meer details te herinneren dan van de fietsetappe. Maar laat ik mijn lezers de details besparen. Wil je horen hoe de cafeïne-gel smaakte? Of de muesli-citroen reep? Waar we het over hadden? Dat er een steentje in mijn schoen zat? Dat we al na een paar minuten de windjacks uittrokken, omdat het ineens een stuk warmer was geworden? Dat we al die tijd verder niemand tegen kwamen? Dat één van ons op een gegeven moment letterlijk aan het slaapwandelen was. Maar dat dat na een bijna verticale afdaling om een vallei met een beek over te steken heel snel over was? Nee, dat wil je toch allemaal niet weten? Ik spoel even snel vooruit tot het weer spannend wordt.

»FFWD (zo, 8:45)

Dit is het tijdstip dat ik normaal gesproken op de fiets zit naar m’n werk, en de betere ideeën van de dag ontstaan. Of liever gezegd, de onderbewust gerijpte ideeën van de nacht een weg naar het oppervlak van het bewustzijn vinden. Zo ook nu. We beginnen aldus te rekenen: nog 2:30 te gaan, per CP hebben we telkens 30 minuten gelopen, en we moeten er nog 3, en dan terug naar het TA. Dat laat nog wat ruimte. Als we nou toch nog één van die punten die we in eerste instantie lieten liggen omdat die buitensporig veel extra hoogtemeters kosten zouden meepakken, dan zou dat nét passen. Mits we het tempo opvoeren. Maar als het nou niet lukt, dan komen we te laat aan. Elke 10 minuten na 12:00, te beginnen bij 12:01, kost ons een CP. Dus als we het niet halen is deze exercitie voor niets, en als het tegenzit en we komen pas om 12:11 binnen, dan zijn we zelfs duurder uit. Het is een gok. Maar wel een verstandige gok. En een spannende! Niet geschoten, altijd mis. We besluiten de beslissing nog eventjes uit te stellen tot CP50: daar zullen we kiezen of we eerst langs CP48 gaan, of direct via CP49 n CP51 naar het TA.

(klik voor een grotere kaart) CP45 t/m CP47 liggen niet vér uit elkaar, maar je struikelt er over al die onhandige hoogtelijnen, waardoor het effectief zo’n vier kilometer langer is dan het lijkt in vogelvlucht.

Cool plan! Ineens is alle slaap verdwenen. Ineens is er geen cafeïne meer nodig. Ineens is er een bak energie aangeboord en trekken we alle registers open. We rennen weer omhoog, steken dwars door het groen naar CP50, en hebben maar een paar tellen nodig om definitief te besluiten: We doen het!

In looppas spurten we naar het noorden. Ineens zijn daar ook weer andere teams. Ze komen uit alle richtingen. We negeren ze. Wij hebben ons eigen plan. Dat het pad langs een rivier omlaag loopt benoem ik maar even niet. Die daling moeten we ook weer klimmen. Ik weet dat Patrick iets minder achter de beslissing staat om CP48 mee te nemen dan ik. En ik houd mezelf voor dat we wel binnen het half uur op de top bij CP48 staan, hoewel méér meters dalen en stijgen niet in het plan zat. Alles zetten we op alles, om er snel te komen, en inderdaad, na 25 minuten is het CP gevonden. Even lang doen we over CP49. Maar CP51 ligt weer op een topje.

Nog één laatste klim, nu met overal andere teams om ons heen. Het is met alle verzuurde spieren bijna niet te doen om over de immense keien rond de top te klauteren, op zoek naar de SI-unit bij dit CP. Dit is zonder twijfel het best verstopte punt van de hele race. Maar Patrick ziet hem hangen, en dan is het klaar. Dit voelt al als finishen, en we hebben nog anderhalf uur de tijd.

Toch willen we geen tijd verliezen. Het leuke van dit soort races is dat je geen idee hebt wie op dat moment je tegenstanders zijn, en hoe die er voor staan. Al die andere teams die hier rondzwermen hebben misschien wel meer of minder punten gevonden. De enige invloed die je er op hebt is zelf zo snel mogelijk te gaan. En hoe pittig dat ook lijkt na ruim 30 uur non-stop sporten, het is een betrekkelijk simpele opdracht. Simpel is goed. Niets doet nu nog pijn.

Eindsprint (zo, 10:45)

(klik voor een grotere kaart)

Terug bij het TA. Snel op de fiets. Andere kant op dan de andere teams. Wij hebben een slimmere route gevonden, die alleen maar omlaag gaat. Laat hen maar de kortere weg fietsen, bergop. Wij rutschen omlaag. Ehhh… waarom gaat ons pad omhoog? Dat was niet de afspraak.

Blijkt dat hoogtelijnen lezen soms net wat te veel gevraagd is na 31 uur. Met de fiets aan de hand akkeren we voor de laatste keer een helling op. Ploeteren. En doorgaan. Maar niet veel later gaan we alweer naar beneden: wat een snelheid! Een laatste heuveltje over naar de Hexentanzplatz, brullend van de inspanning trappen we het asfalt onder onze wielen vandaan. Maar wat zou het, we zijn er! Fiets laten vallen, het theater in rennen, SI voor het laatst inleggen, en uitlezen.
Spierpijn komt later wel, nu kunnen we nog trap-af lopen, naar het podium in de diepte. Daar staat organisator Winfried weer, om ons eigenhandig een medaille om te hangen. Het is gelukt! On-voor-stel-baar. (zondagmorgen 11:17)

Dan doet alles pijn. Alle spieren tegelijk. Vooral bij het oprapen van de fiets, bukken om veters los te maken, opstaan van een bankje. Maar ja, we zijn dan ook alweer een uur verder, wanneer het vochttekort is aangevuld met ein großes Weißbier, en daarbij een Pommes met ein bisschen zu viel mayo. Verdiend, zou ik zeggen. Dan komen die gedachten weer, dat denken dat nooit stopt:

  1. Zouden we nou nog meer punten hebben kunnen scoren in die laatste 45 minuten?
  2. Hebben we die laatste afdaling nou wel of niet goed gekozen?
  3. Was dit het nu? Het zal toch niet waar zijn dat ik dit ooit nog een keer wil doen? Aiaiai…

Denken aan van alles, voldaan, trots, dat het best mee viel (haha), bier, dat je onderweg herstelt, dat we geen grote problemen hebben gehad, geen blessures, aan sportdrank, eindeloos veel energy bars, en of er nou een vals CP hing bij het stationnetje, stromende bergbeekjes, gevulde koeken, lammetjes, blauwe zwaailichten, de hele mikmak door elkaar. De laatste gedachte is dat de zon in mijn gezicht brandt, en dan realiseer ik me dat we inmiddels met het campertje bij het honk staan waar de prijsuitreiking weldra plaatsvindt, in het zonnetje, en dat we zomaar 2 uur geslapen hebben. De eerste sinds vrijdagmorgen! Over een kwartier is er eten. Ik krijg niet genoeg van eten, permanent honger dit event. Gretig schept iedereen zijn bord vol, vooral vlees. En dan is het zo ver, de prijsuitreiking.

De verrassing van de race

Winfried is geen man van weinig woorden als er veel mensen luisteren. Maar ja, een race van 32 uur sluit je niet in een halve minuut af met een snel prijsuitreikinkje. Als het onderdeel Pro-2, onze categorie, aan de buurt is gaat er een schok door me heen als er “31 uur 17” genoemd wordt. Waren wij niet om 11:17 binnen gekomen? Dat kan niet waar zijn. Dat is het wel. Als door een bij gestoken springen we op (waar die kracht ineens vandaan komt?) en lopen naar het podium. Een bronzen medaille, wie had dat gedacht? Vol ongeloof geniet ik er van. Direct achter het andere team Dutch Adventure geëindigd. We zijn ze nog een rol boeklon schuldig. Die was het waard!

Graag zou ik nog uren in het zonnetje hier bier drinken om het te vieren. Maar de allerallerallerlaatste etappe is een zware, misschien we de zwaarste van allemaal: nog zes uur naar huis rijden. Nu maar hopen dat Patrick me niet onderweg vraagt voor een 72-uurs wedstrijd, want dit is niet het moment dat ik daar weerstand tegen kan bieden…

Epiloog

Doe ik dit nog een keer? Vast. Volgende week? Nee! Het is slopend. Bij een kort oriëntatieloopje de woensdag er na haken de benen eerder af dan normaal. De eerste dagen van de week heb ik wel zin, maar geen fut om dit verhaal te schrijven. Maar tegelijkertijd: het idee dat we dit volbracht hebben, dat je 32 uur kan top-sporten, dat het lichaam een gigantische veerkracht heeft, dat geeft een enorm zelfvertrouwen, en denken aan ons onvoorstelbare resultaat geeft een enorme energie. Deze unieke ervaring is de moeite meer dan waard.

Ik kan het niet laten nog even naar etappe 1 te kijken. En wat blijkt? Onze volgorde was niet langer dan het alternatief, dus daar was achteraf niets mis mee.

Probeer zelf maar eens de kortste route vanaf de start langs (1), (2), (3) en (4), en terug naar start te bepalen.

En zodra de volledige uitslag op de site van The hARz staat kan je ook nog een analyse van de resultaten, teams, CP’s, en etappes verwachten. Maar op dit moment vind ik dat ik wel genoeg geschreven heb. Het moet natuurlijk niet langer duren dan de race zelf…

Wil je op de hoogte blijven van updates? Laat dan hier rechts even je email adres achter, en je krijgt mail als ik iets nieuws schrijf.

MWR2018

Gecontroleerde chaos: de MidWinterRun 2018

Anders dan anders, dat geldt toch wel elke keer opnieuw voor de Chickenpower Midwinterrun. De afstand, de start, de proloog, eigenlijk is het hele programma een verrassing. Op één dingetje na, dan (maar dat lees je op het eind).

Na een jaar overgeslagen te hebben doe ik dit jaar weer mee. In een nieuw doch beproefd team: het is weliswaar de eerste keer dat ik met Tijsbert de CPMWR loop, maar we hebben wel al vaker de WOR gelopen samen. Omdat naar het scheen de Midwinterrun wat korter was geworden, qua tijd maar ook qua afstand, zag hij het wel zitten. En ikzelf ben ook wel blij dat het geen 55+ km meer is.

Althans… Vorig jaar, hoorde ik, was het iets van 35 km: ongeveer de Woudlopers Oriëntatie Run. Da’s goed te doen. Zou het dit jaar weer zo iets zijn? Afstand is één, maar tijd is twee. Één ding is zeker: het zal minder lang duren. Want was twee jaar terug de deadline nog om 18:00, sinds vorig jaar is het 16:00 vanaf wanneer de straftijd ingaat (met maximaal 1 uur respijt en anders uitsluiting). Geen duisternis op het eind, en twee uur minder tijd, dus ongetwijfeld ook minder kilometers.

(Voor wie dit leest en het scoremechanisme niet kent: het team met de minste minuten op de klok wint de race; elke minuut na 16:00 telt dubbel. Een niet-genoteerd CP -checkpoint of controlepost- kost 30 minuten, een verkeerd genoteerd CP kost 60. En de tussentijdse deadlines, 11:00 en 14:30, kosten ook een extra minuut bij overschrijding.)

Proloog

We komen rond 7:30 aan in Lunteren waar het nog donker is. De meeste deelnemers zijn er al, en zitten zich met een kop koffie op te laden. De helft denkt te weten wat te kunnen verwachten, maar er zijn ook een aantal debutanten. Als rond 8:00 iedereen er is volgt een korte briefing. Een paar CP’s vervallen, en CP15 zit minstens 4 meter hoger dan CP14. De teams worden gesplitst. Geen verdere uitleg. De ene groep vertrekt eerst, lopend achter een Chickenpower organisator aan, de andere wacht tot ongeveer 8:35. Waar we heen gaan? Geen idee. Onderweg spotten we een bordje Gorssel. Oh. En even later bij een molen hangt Ermelo. Alweer oh. Waar slaat dit op? Wat moeten we er mee doen? Een paar straten verder hangt Borculo en ook Exel lopen we voorbij. Langzaamaan begint iedereen dingen op te schrijven. Het getal op de dichtstbijzijnde lantaarnpaal, het huisnummer er tegenover, de kleur van de markiezen van de snackbar aan de overkant, dat soort dingen. Denk ik. Ik maak een schetsje van de route die we lopen met waar ongeveer welke plaatsnaam hangt.  Na Otterlo, Vorden, en Garderen volgt Lunteren. Nou ja, dat staat op het station waar we dan pal voor staan, op het bordje staat Station. Na tien minuten arriveert de tweede groep. En dan krijgen we, om 8:55 inmiddels, de eerste opdracht en gaat het echt beginnen.

Millisecondenwerk

De eerste opdracht bevat 6 vragen, en een kaart met een tabel.

N 5 2 0 5 _ _ _ E 5 3 7 _ _ _

Als we het juiste coördinaat hebben laten zien krijgen we de rest van de opdrachten. De vragen blijken over de route te gaan, maar laten we nou net niet het aantal meters tussen Garderen en Station, en tussen Otterlo en Exel hebben uitgeteld. De rest weten we, of denken we te weten. We lopen, net als de meeste andere teams, een deel van de mysterieuze wandeling terug en gaan passen tellen om de gevraagde afstanden te bepalen. Gelukkig weten we nog waar de bordjes hangen. Maar het coördinaat dat we als antwoord hebben gevonden is fout. Nog een poging voordat we de vervolgopdracht krijgen. En elke poging kost 10 strafminuten.

Het zal wel aan de afstanden liggen. Tegels tellen dan maar, dat is nauwkeuriger. Maar ook dat klopt gewoon met de eerste schatting. Gokken we nog een keer? Elke foute gok kost weer 10 strafminuten. Terug bij de molen besluiten we dat we het bordje daar aan de oostkant passeerden, niet aan de zuidkant. Tja, dat scheelt. Niet als eerste, maar ook niet als laatste verlaten we het station. Enige vertraging, heel toepasselijk. De proloog zit er bijna op.

Afhankelijk van wat je met de gevonden cijfers doet kom je ergens anders uit. Wij checkten eerst de minst logische optie.

Maar als we dan de volgende opdracht krijgen slaat de verwarring toe: een luchtfoto van het centrum. N5205109E00537112 kan natuurlijk op verschillende manieren gelezen worden. Ndd°mm.mmm' Eddd°mm.mmm', maar ook Ndd°mm'ss.s" Eddd°mm'ss.s" of zelfs Ndd.ddddd° Eddd.ddddd° als je niet aan een eventuele decimale punt kan zien wat er bedoeld wordt. Het is natuurlijk geen UTM, RD, Lambert of Stafcoördinaten.  Notaties, notaties, notaties. Maar met één blik op de kaart is er natuurlijk maar één logische variant: Ndd°mm'ss.s" Eddd°mm'ss.s", want dat komt overeen met het grid op de kaart. Die variant gebruiken we dus niet, en we rekenen wat we interpreteren als milliminuten om in boogsecondes, om vervolgens op een compleet verkeerde plek te gaan zoeken. Nog niet helemaal wakker? ¿Más café, por favor? En waar is iedereen, trouwens?

Het is dan ook geen verrassing als we uiteindelijk op het juiste punt de haast voltallige groep overige deelnemers in en om de kiosk midden op de Lunterse dorpsbrink aantreffen, inmiddels reeds driftig bezig met de volgende opdracht. Zij wel.

Etappe 1

In de kiosk staan een aantal kaarten opgesteld, met daarop een aantal CP’s aangegeven, tussen hier en de start van etappe 2. De kaarten blijven er staan er tot 10:00, en we kunnen ze niet meenemen. Maar het is al 9:45, dus het moet in 1 keer goed gaan. Driftig maakt iedereen aantekeningen, want een kaart om deze punten op in te tekenen hebben we niet gekregen. Maar dat is ook niet nodig, we onthouden het wel, met behulp van wat globale schetsjes.

Als we voor etappe 1 een kaart hadden meegekregen, had die er zo ongeveer uitgezien.

De Koepel

Afbeeldingsresultaat voor lunteren de koepel

Het blijkt te werken, want zonder problemen vinden we ze allemaal. Niet via de allerkortste route, en bij CP8 en CP11 moeten we even zoeken. Met een ander team spreken we af elkaar in te lichten als we het CP daar vinden, maar omdat we, het blauwe kaartje eenmaal gespot, al een stuk verderop staan, er nog meer teams rondom aan het zoeken zijn, en zij nu weer net niet te zien zijn, lopen we maar door, zonder kwade opzet. Ik geloof dat ze dat niet leuk vonden. Zo gaat het soms. Er zijn nog bijna geen andere teams als we bij CP14 aankomen, het eind van deze etappe. Even wat twijfel, want ik dacht dat het CP nog vóór de plek waar de paden samen komen zou hangen, en niet onder een bankje in Uitkijktoren De Koepel, maar we wagen het er op dat dat laatste toch goed zal zijn (er schijnt overigens ook een vals CP te hangen). En nog belangrijker: CP15 vinden we bovenin de toren (die duidelijk meer dan 4 meter hoog is, dus dat klopt met de briefing), waarna we de materialen voor etappe 2 krijgen. Hoog en droog.

Etappe 2

Deel 1 van het roadbook van etappe 2.

Terwijl het elegante torentje langzaam volloopt met lopers, die allemaal in een van de vele hoekjes op de drie etages met hun kaarten in de weer gaan, beginnen ook wij te rekenen en te meten, te passen en te plannen. Verschillende kaarten, een aantal luchtfoto’s en vooral een roadbook vol coördinaten en peilingen vragen behoorlijk wat tijd om een doordacht plan op te stellen. Want terwijl 21 punten al op de kaart staan, moeten we er 6 met de hand op de juiste locatie intekenen, en zullen we voor nog eens 8 onderweg de gegevens tegenkomen, zodat we die dan pas kunnen bepalen. En de grote vraag is natuurlijk: waar zouden die ongeveer kunnen liggen, zodat we niet al te veel heen maar vooral terug moeten lopen.

De rode lijnen zijn de twee gegeven richtingen, en op het snijpunt zou CP22 liggen. Hulplijnen door CP21 en CP24 waren noodzakelijk om dit nauwkeurig te kunnen bepalen.

Heen, en toch weer weer. Het kon niet beter.

Voorbeeld: hoewel volgens het roadbook de informatie voor CP23 zich op CP21 bevindt (klinkt logisch, en omdat we daar lezen “174050 456207” ligt CP23 noordoostelijk van CP21), hebben we eerst CP24 nodig om de ligging van CP22 te bepalen. Moeten we dan weer terug? Of is de nummering gewoon arbitrair gekozen? Het blijkt het eerste: bij CP24 vinden we inderdaad twee koersen voor CP22. Die zou op 73° vanaf CP21 liggen, en op 241° van CP24, wat op zich redelijk bizar lijkt omdat de vectoren 73° en 241° slechts een hoek van 12° maken en het snijpunt daardoor al gauw enorm onnauwkeurig is (één graad fout in beide projecties en je zit er zo 30 meter naast), en dat ook nog eens uit de looprichting is, want CP25 ligt weer een eind naar het noordoosten. Maar goed, met nauwkeurig tekenen komen we een heel eind, en vinden we CP22 vrijwel direct; opmerkelijk, want het zoekgebied was toch al gauw 250 m2 groot. Ik hoop alleen niet dat met dit mazzeltje onze portie geluk voor vandaag verspeeld is.

Chaos

Sommige heuveltjes heeft het Kadaster aardig weten te treffen met hun “zwarte haaientanden”. Maar bij andere zandduinen hadden ze behoorlijk zand in hun ogen.

Via een draaihek komen we even later in een mooi ruig terrein. Het lijkt wel een natuurgebied. Er lopen zelfs (wilde?) koeien rond. We komen bij een stuk schrikdraad uit, dus lopen we maar óm de wei heen. Wat schetst onze verbazing? De koeien staan aan onze kant van het hek, buiten de wei, en we moeten er overheen springen om er úít te komen. Enfin, er volgt een lange chaotische tocht tussen punten die redelijk willekeurig over het gebied verdeeld lijken. De numerieke volgorde aanhouden is niet handig, zo veel is wel duidelijk. Al was het alleen al omdat de gegevens voor een vorig punt soms pas bij een volgend punt te vinden zijn. Maar dat geldt ook omgekeerd, zodat ‘tegen de richting in’ lopen ook geen zin heeft. Er is een kortste route te verzinnen, maar dat werkt alleen als je tevoren al alle punten kent, en dat is niet het geval. Dus we maken een schatting wat waar uit zou kunnen komen, zoals alle teams zullen moeten doen. Wij gaan met de klok mee rond. En ik denk dat onze keuze achteraf nog niet zo gek was.

Chaos op de hei. Alles wijst naar alles. Waar moeten we beginnen? Aanvankelijk weten we natuurlijk niet waar de pijlen heen wijzen. Ze geven in dit plaatje alleen aan welk punt van welk ander punt afhangt. Klik hier voor de hele kaart met de route die we liepen.

Nou ja, er zitten wel wat gekke moves tussen. Zoals ons bezoekje aan CP30. Vol overgave raggen we door het mulle zand, over spekgladde bemoste vlaktes en hellingen (en glijden meerder keren slapstick-achtig uit), en door ruige bossen. Als we op het aangeven punt CP30 op de kaart aankomen (helemaal in het noordoosten van de kaart) vinden we daar het zelfde als op CP37: niets, weer geen blauw kaartje, niets te vinden. Da’s wel erg toevallig. Zou het aan ons liggen? Of hangen er geen CP’s in deze uithoek (“Wie loopt er nou zo ver”)? We hebben ook al een tijd geen andere deelnemers meer gezien. Of hebben we per ongeluk het roadbook van 2017 gekregen?

Nee hoor. CP30 bestaat gewoon niet. Het staat alleen op de kaart getekend om als uitgangspunt voor de projectie naar CP33 te dienen, maar het staat niet als zelfstandig CP in het roadbook of op het antwoordenblad. Stom van ons; maar punten scoren zit ons in het bloed. “Maar hadden ze die truc van dat extra hulppuntje niet ook bij CP22 kunnen gebruiken om daar een wat meer haaks snijpunt te krijgen?” schiet door ons hoofd. Het ommetje langs CP30 heeft wel een kwartier gekost. En CP37, dat andere punt waar geen kaartje hing? Dat kon achteraf niemand vinden. Hebben we toch dik 10 minuten naar lopen zoeken.

Verschillende routekeuzes: paars is zoals we liepen (7,9 km in vogelvlucht), groen is de kortste route (6,5 km) van dit Traveling Salesman Problem, rood is op volgorde van CP nummer (11,6 km), geel de kortste route linksom (7,2 km) rekening houdend met de afhankelijkheden, en die is net zo lang als de cyaan route rechtsom. Het ontloopt elkaar dus allemaal niet eens zo veel.

Onderweg komen we nog meer leuke opdrachten tegen. Zoals bij CP39: “Doe alsof de hoogspanningsmast die je ziet op 243° het noorden is; dan ligt CP50 ten opzichte van CP27 op 179 meter afstand in de richting 306°”. En ergens komen we een omgekeerde projectie tegen waar de koers naar waar we dan staan wordt uitgedrukt in een richting vanaf een nog te bepalen punt. Ook is het even opletten dat de aanwijzing bij CP42 niet de koers vanaf daar naar CP46 vermeldt, maar die daar heen vanaf CP48. Maar we zijn scherp, heel scherp.

Als CP36 niet te vinden lijkt pakken we eerst CP33. En dat blijkt een uitstekend aanvalspunt voor CP36, dat we vervolgens alsnog vinden.

En soms is het ook lastig oriënteren, zoals bij CP38. Die is erg leuk geplaatst, op een soort colletje, waarvan er vlakbij nog 2 zijn die ook wel qua ligging en omgeving op het gezochte punt lijken. De verschillen zijn slechts details. Maar omdat we het juiste punt, c.q. het blauwe kaartje, niet ontdekken gaan we eerst maar naar CP33. Dat lijkt lastiger, maar blijkt eenvoudiger. Er staan geen paadjes op de kaart, maar over het algemeen hangen de CPMWR-kaartjes wel in de buurt van een paadje of kruispunt. En inderdaad, het reliëf volgend aan de hand van wat op de kaart staat, komen we er precies op uit, naast een kruispuntje. En dan, vanaf daar, blijkt het ineens heel eenvoudig om met behulp van het kompas CP38 te vinden.

Tweede deel van het roadbook van etappe 2.

Tot op dat punt aan toe blijkt -achteraf- dat we nog geen enkele fout hebben gemaakt. Nul. We moesten eens weten… Dat we tot dan toe geen fout hadden gemaakt zou goed zijn geweest voor het zelfvertrouwen. Maar de zin “tot op dat punt aan toe” in mijn verhaal betekent dat het volgend punt wel fout zou gaan. Dát hadden we moeten weten! Één kruispunt op de kaart, twee in het echt: daar klopt iets niet. Maar we vinden niets beters, en noteren het gevonden -valse- CP nummer. Ketsjing: 60 minuten straf. Schrale troost achteraf is dat maar een kwart van de teams dat punt goed heeft. Kennelijk een lastige.

CP45 vinden we terwijl we 43 zoeken. En aanvankelijk denken we ook nog dat het CP43 is.

Het is wel leuk dat we vanaf dat moment überhaupt weer andere teams zien om ons heen. Dat helpt ook om CP45 te vinden. CP45? Daarvoor moeten we eerst nog de aanwijzing bij CP42 ophalen, waar we nog helemaal niet zijn. Maar ja, dat weten we natuurlijk niet, want op de CP’s staat alleen het controlegetal, niet bij welk CP dat hoort. Maar de plek klopt niet. Meer vertwijfeling op gezichten aldaar. Toch nog verder zoeken, want we zijn op dat moment op zoek naar CP43.

Soms heeft intekenen niet zo veel zin. Als je een kompaskoers van amper honderd meter moet lopen kan je beter je kompas gebruiken en passen tellen dan een stipje op de kaart tekenen en gaan zoeken. En met die methode wagen we aldus een tweede poging. Het heeft al met al een kwartiertje extra gekost, maar we hebben nu wel het juiste CP gevonden. En het leukste is: als we later bij CP42 de aanwijzing voor de locatie van CP45 lezen, en die vervolgens intekenen, is dat exact de plek waar we dachten een vals punt voor CP43 te vinden. Laten we nou net dat valse nummer op een kladje genoteerd hebben, mocht dat ooit nog van pas komen. Twee vliegen in 1 klap! CP45 kunnen we afvinken zonder er alsnog heen te gaan.

Chaotisch verloop van etappe 2.

En zo lukt eigenlijk alles wonderwel rond Het middelpunt van Nederland (niet te verwarren met het zwaartepunt dat een flink stuk verderop ligt).

Hier lag een CP. Later zouden we er nog een vinden, op de plek waar deze pijl heen wees.

Maar intussen begint de tijd wel te dringen. Er zijn twee tussentijdse deadlines vandaag, en overschrijding er van kost 1 strafminuut per minuut. Maar we hebben uiteindelijk alle punten van de 2e etappe gevonden, op dat ene punt na dat niemand lijkt te hebben gespot. Het is erg grappig om te zien hoe alle teams, met een totaal verschillende route, deze 2e etappe hebben volbracht. Op Strava kan je de routes van wie een GPS bij zich had om de track te loggen, en deze online heeft gezet, mooi combineren. Zie hier onder:

Etappe 3

Voor de derde en laatste etappe hebben we nog anderhalf uur. Dat lijkt genoeg om de 3,5 km terug naar het station in Lunteren af te leggen, maar uiteraard zijn er nog allerlei opdrachten tussendoor. En het roadbook staat weer vol met coördinaten, peilingen, en verwijzingen tussen CP’s. We beginnen weer met intekenen. Inmiddels zijn we er achter dat het handiger is om niet de secondes van een Geografisch coördinaat om te rekenen in centimeters, en dan vanaf de, eveneens nog te bepalen nul-minuten-lijn (want de kaart toont lijnen bij arbitraire minuten, zoals N52 05'44") te meten, maar om het verschil in minuten te nemen tussen wat we zoeken en op de kaart staat, en dat met de opgemeten cm-per-minuut schaal te vermenigvuldigen. Scheelt werk en tijd. En fouten.

Roadbook van de 3e etappe.

Leuk is dat het nu behoorlijk druk is. Iedereen heeft krap-aan de etappe-deadline gehaald en zit her en der om ons heen de volgende punten en de route te bepalen. Wat me ergens ook weer verbaast, want als je naar de uitslag kijkt, zie je dat nog niet eens 1/5e van de teams de intekenpunten heeft bezocht. Kennelijk kost alleen de snelste route bepalen ook al veel tijd.

Niet als laatste gaan we op pad. Niet als enigen noteren we bij CP55 het valse CP nummer. Niet dat er niemand niet op pad gaat, maar er is wel niemand die het juiste CP55 noteert. Ook dat geeft te denken. Ik denk achteraf dat dat wat verder naar het zuiden hing. Maar ja, zoals gezegd: de tijd dringt, en dat is de oorzaak van ons 2e foutje van vandaag.

De zandafgraving in het midden is bijna dieper dan de berg die er omheen ligt hoog is. Fascinerende techniek, Lidar. Zoek eens op “AHN2” als je meer wilt zien.

Als een zwerm sprinkhanen grazen we de CP-weide af.

Met zes teams tegelijk hollen we vanaf CP56 de rimboe in naar CP57, in de zandafgraving. Braamtakken overal. Een directe koers lopen lukt voor geen meter, maar we vinden het CP wel. Op naar de volgende. Die doorsteek hadden we beter niet kunnen maken. Wat een jungle! Het is hoogst merkwaardig dat mensen kennelijk de moeite nemen om over deze wirwar van doorntakken heen te klauteren om hun huisvuil te dumpen in de natuur, maar het ligt vol met plastic en andere troep. Of was deze kuil ooit een vuilstort? Anyway, het is maar goed dat er meer teams zijn, want anders hadden we lang naar CP60 staan zoeken. Soms heb je elkaar nodig… Zij hebben weer voordeel van ons als we CP58 spotten, even later. Wat overigens niet heel relaxed gaat, want we moeten dwars over een terrein waar Jan en Alleman hun politiehonden lopen te trainen. De kuil echoot van al het geblaf, dat overal vandaan lijkt te komen. Heel apart. Hun bazen vinden ons vast weer raar: allemaal volwassen mensen die ineens uit de struiken komen hollen om er even verderop weer in te verdwijnen.

Ook de 3e etappe ziet er chaotisch uit, met alle punten die weer van andere punten afhangen.

Op veel plekken moet gepeild worden, van onder naar boven in de kuil, of omgekeerd. Zo druk zijn we in de weer, dat we bij CP64 het valse nummer noteren (15° uit de koers) en CP66 gewoon overslaan. Waarom we niet eerst naar het noorden gaan om de CP’s aldaar op te pikken? Ik denk ook iets van concentratieverlies. We hebben dan ook al bijna een Hele Marathon op de teller staan.

Goed te zien is dat we voor CP67 (bovenaan dit kaartje, onder de W van Witte Wieven) op het verkeerde punt zochten. We tekenden het RD coördinaat op de juiste plek, maar omdat er daar wat meer kruispunten te vinden waren dan de kaart liet zien, hadden we de verkeerde te pakken. Helaas hing daar een vals CP. En we waren nog wel zo blij überhaupt iets te vinden…

Maar er zijn in de bovenhoek op de kaart nog 5 CP’s, dus 150 minuten te scoren. Of gaan we de straftijd-zone in, en zijn het er maar 75 (omdat dan elke minuut zoeken dubbel telt, en dus elk CP effectief maar voor de helft)? Desalniettemin lijkt het de moeite waard, ook omdat we nog niet weten dat CP69 lastig gaat worden, en al helemaal CP67, dat we nog even snel op RD X=172736 Y=457191 moeten intekenen. In een gebied waar véél meer paden lopen dan op de kaart staan is het lastig om niet op de verkeerde plek te zoeken, en als we dan na 10 minuten iets vinden, noteren we blij ons laatste valse CP-nummer van de dag.

Terug, via het overgeslagen CP66, naar het zuiden, voor de laatste loodjes. En als een van de laatste teams, zoals je hier -wederom via Strava- kan zien. We komen niemand meer tegen het laatste half uur, tot eindelijk het eindstation in zicht komt. We zijn er! Dit was het dan…

Finish

Afbeeldingsresultaat voor station lunteren

We zijn de deadline (strategisch) gepasseerd, dus we verwachtten geen finishlint en ballonnen en juichend publiek meer, maar voor het station van Lunteren treffen we toch een onverwachte situatie aan: een keuzemoment. Er zijn twee opties.

  1. Het is voorbij. Over. Klaar. De tijd van binnenkomst is onze eindtijd (en dus krijgen we ongeveer 37 strafminuten omdat het 16:37 is).
  2. We lopen nog een extra kompaskoersenloop van 4 CP’s, vermoedelijk richting de startlocatie, en krijgen 20 minuten respijt op de deadline. Onderweg kunnen we bovendien nog 4 x 30 minuten verdienen (of verliezen, als we foute CP’s noteren; maar dat laatste gaat uiteraard niet gebeuren, we maken geen fouten).

De keuze is snel gemaakt. Stel, het kost 10 minuten extra, dan besparen we sowieso netto 20 strafminuten (2×20 omdat de deadline 20 minuten opschuift – 2×10 omdat het 10 minuten extra gaat duren voor we finishen = 20 minuten besparing), en we kunnen ook nog eens 120 bonusminuten scoren. Wie wil dat nou niet?

Het koersje van deze epiloog blijkt extreem eenvoudig, ook omdat het dezelfde route van de proloog blijkt, maar dan achterstevoren. Achterstevoren staan dan ook de in te vullen CP’s op de route, dus van 4 omlaag naar 1. Dat is de enige instinker, daar moet je even op letten. Voor de rest is het een peulenschil om de Lunterse straten te volgen via achtereenvolgens de koersen 170m@348°, 190m@278°, 249m@15°, 168m@267°, 65m@348°, 117m@36° en 152m@55°. In tien minuten verdienen we 140 punten! En we zijn bovendien eerder op de eindlocatie, want omdat de wedstrijd nog even doorloopt, doen we dit parcoursje rennend.

De uitslag

Verrassend genoeg hoeven we niet af te sluiten met een potje luchtbuksschieten bij S.V. Tyr, zoals vier jaar geleden, maar kunnen we meteen aan het bier met erwtensoep en roggebrood. Dat hebben we wel verdiend. Het begint door te dringen dat we wel eens heel hoog zouden kunnen eindigen, want het lijkt er op dat we de enigen zijn die alle CP’s hebben genoteerd. Alleen is het de vraag hoeveel valse we hebben meegepakt zonder het in de gaten te hebben. Spannend! Ik moet de rest van mijn team er van overtuigen om toch te blijven wachten op de uitslag, want Tijsbert wil al gaan. En dat wachten blijft niet onbeloond: we winnen de XVe Chickenpower Midwinterrun.  Met nota bene 7:52 uur voorsprong op het tweede team. En daarmee ben ik aangekomen op die ene factor die al die jaren niet veranderd is aan de CPMWR: de winnaars. Maar die zijn maar wat blij dat al het andere telkens weer anders is aan de MWR: het is elke keer weer een verrassing wat ons te wachten staat. En dat maakt het nou zo enorm leuk iedere keer om mee te doen.

Overpeinzingen

Het was weer een prachtige wedstrijd. Uitzonderlijk warm voor een Midwinterrun. Al moet ik zeggen dat sneeuw tijdens de race (nu twee keer meegemaakt) toch ook zijn charme heeft. En al die regen van twee jaar terug maakt die editie ook op een bepaalde manier onvergetelijk.

Al was dat snijpunt van de twee nagenoeg parallelle koersen nogal tricky, dat een CP-kaartje verdwenen is kan je de organisatie niet echt aanrekenen. En dat de kaart niet altijd klopt met de werkelijkheid, dat is onderdeel van het spel; de Topo-kaarten van het Kadaster lopen nou eenmaal een beetje achter de feiten aan en ze zijn nooit echt goed met diepte zien geweest daar. Dat weet je, daar houd je rekening mee. (Goed te weten dat bij de MWR de punten met GPS-coordinaten worden gemeten en op de kaart gezet, en dus weliswaar op de juiste plaats hangen, maar dus niet per se op de elementen die op de kaart staan; anders dan bij een IOF oriëntatieloop.) Maar al met al klopte alles dit keer buitengewoon goed.

Dat de deelnemers van statistieken houden blijkt niet alleen uit de vele lezers van deze blog (vooral in de week voor en na een WOR of MWR), maar ook uit de grafieken die bij het bekend maken van de uitslag direct werden getoond. Leuk! Dat 1/3 van de teams niet kiest voor de kompaskoersenroute op het eind bijvoorbeeld, is best opmerkelijk. En het is leuk om te zien welke CP’s wel en niet bezocht of fout genoteerd zijn.

Dat soort dingen. Het levert een levendig napraten op. Ik zal dus ook mijn duit in het zakje doen met de inmiddels bekende gekleurde uitslag-tabel.

Klik op het plaatje voor een grotere versie. Je ziet dat onze foutjes (bovenste rood-groene rij) de CP’s betreffen die wel meer teams fout noteerden. En dat de eindscore vooral wordt bepaald door de CP’s en niet door de netto tijd.

Ik ben nog benieuwd naar welke punten nou worden overgeslagen. De voorgetekende punten, daar gaan de meeste teams wel naar op zoek. Maar de specials?

Bezocht Fout
Stond in het roadbook. Maak een projectie met koersen en/of afstanden. 18 % 4 %
Stond in het roadbook. Intekenen aan de hand van coördinaten. 27 % 17 %
Gevonden in het veld. Maak een projectie met koersen en/of afstanden. 29 % 23 %
Gevonden in het veld. Intekenen aan de hand van coördinaten. 21 % 25 %

Het is allereerst opvallend hoeveel teams deze extra punten laten liggen. Driekwart van de teams slaat ze gemiddeld over. Terwijl het gaat om bijna de helft van het totaal aantal CP’s. Maar goed, bijna de helft van de teams heeft minder dan de helft van alle CP’s gevonden.

Het maken van projecties in het veld blijkt nog relatief populair. Dat komt denk ik doordat je die gewoon kan uitvoeren met kompas en passen tellen; daar komt geen kaart en gradenboog aan te pas. Want de projecties die in het roadbook staan aangegeven zijn veruit het minst populair; de geodriehoek blijkt eng. Coördinaten intekenen in het veld daarentegen blijkt een stuk minder aantrekkelijk dan wanneer ze al bij de start van een etappe zijn gegeven. Comfortabel zittend rekent ook makkelijker. En de punten die aan de hand van coördinaten in het roadbook zijn ingetekend leiden een stuk minder vaak naar een vals CP dan de punten die in het veld door middel van een projectie of koers zijn aangelopen. Maar het opvallendst is dat wie de moeite neemt om een projectie te maken aan de hand van een opdracht in het roadbook, daar kennelijk zoveel moeite voor heeft gedaan dat het ook exact klopt en gevonden wordt, want daar is uiteindelijk slechts 4% van fout.

Zwermende Midwinterrunners…

En de valse CP’s? Welke waren dat? Ik weet het niet zeker, maar aan de uitslag te zien waren het er best een aantal: ik vermoed CP 14, 19, 32, 40, 55, 62, 64 en 67. Maar het kunnen er natuurlijk veel meer geweest zijn, waar dan weer niemand in getrapt is. Van de valse CP’s die ik kan identificeren zijn er 3 normale punten (die al op de kaart stonden), 2 coördinaten uit het roadbook en 1 in het veld, en 2 projecties in het veld. Kortom, bij de specials is bijna twee keer zo vaak een vals CP in de omgeving te vinden dan bij de normale punten. Of dat klopt? Ik hoor van de mannen van Chickenpower dat bovenstaand lijstje wel zo’n beetje alle valse punten bevat. Nou ja, op 17 en 50 na. En 14 en 19 waren niet vals. Maar het aantal klopte wel ongeveer.

Voor volgend jaar

Het was tussen de 5 en 10 °C. Daarom was een korte mouwen thermo-tje en een dun  fleece daar over ruim voldoende. Ik had mijn blauwe Inov-8 Rocklite 305’s aan. Tips voor de volgende keer zijn weer de kaartroemer gebruiken, tevoren oefenen met rekenen (zeker als we weer een onregelmatig seconden-grid krijgen), aantekeningen maken onderweg (valse CP’s, gevonden opdrachten, etc.), bij het begin van de etappe alvast de volgorde noteren om niets te vergen (en niets te veel te doen; check even welke punten op de kaart niet op het antwoordenblad staan). En, ook belangrijk: water drinken. Want ik kwam weer over de eindstreep met nog bijna een liter in mijn rugzakje. Lekker nuttig. Elk uur wat eten deed ik wel, en dat was maar goed ook. Want het bleek toch bijna 48 km wat we renden, en dat doe je niet op alleen een volle buik bij de start. Nu even uitrusten tot volgend jaar.

En overwegen om dan gewoon wat punten over te slaan omdat we toch 7:51 uur kunnen laten liggen ten opzichte van de nummer twee? No way, dan zouden misschien wat missen van de ongetwijfeld wederom prachtige tocht. We wíllen overal geweest zijn.

[2013] [2014] [2015] [2016] [WOR] [Orienteering Challenges]


Kom later nog een keer terug op deze pagina als ik foto’s heb toegevoegd.

Midwinterrun 2015: 58 km op scherp

Winnen is één ding, maar uitlopen is een heel ander verhaal.

Doen we mee of niet? En met wie dit keer? Hoe gaat ons team heten? Zou het net zo ver zijn als vorig jaar, of minder? Wat zou het weer gaan doen? Nemen we jouw auto of die van mij? Zal ik 1,2 of 1,5 liter water meenemen? Wat doe ik aan? Zal ik een muesli-reep of een extra Snickers meenemen? Doen we de kaarten in één grote of in een paar kleine hoesjes? Ga ik om vijf voor zes of om tien voor zes de deur uit?

Het werd kwart voor zes, want het had gesneeuwd. Niet hier in Eindhoven, maar volgens de TV wel in de rest van het land. Dat was Goede Beslissing #1. Tevoren tanken, G.B. #2, ook door schade en IMG_8497schande, want twee jaar terug hadden we al ontdekt dat pompbediendes zaterdagmorgen voor zevenen niet werken, en we toen op de laatste druppels ternauwernood Terschuur bereikten. Maar Goede Beslissing #0 was natuurlijk dat we ons ingeschreven hadden. Want om 8:22 kwam boven de besneeuwde horizon van Ermelo aan de rand van een strak-heldere hemel een aanvankelijk ietwat waterig zonnetje tevoorschijn, dat later op de dag in zijn volle glorie het toneel van een epische tocht zou verlichten. In combinatie met de witte deken die het landschap bedekte vormde dat een lastig te weerleggen argument van de organisatie die een lijntje met boven claimde als verklaring voor het iets-té-toevallig mooie weer. Wat het ook veroorzaakt had, onder deze omstandigheden wil je natuurlijk niets anders dan dwars door de natuur raggen.

Klik op de kaart om onze route te bekijken.
Klik op de kaart om onze route te bekijken.

[Links naar MWR’13, MWR’14, WOR’12, WOR’13, WOR’15 en N8-run ’14]

Dwars door

vanhetpadje1
Niet de kortste, wel de veiligste route.

En dwars door gingen we. Soms ook raggend door de struiken, soms kruipend. En af en toe toch maar over paden. In dat opzicht is een orienteering challenge als deze anders dan een reguliere oriëntatieloop: de kaarten zijn onvolledig, beperkt, verminkt, verknipt, of ontbreken. Al dan niet met opzet. En dat betekent dat je soms, om niet van het padje te raken, of al te veel risico daar toe te lopen, volgens een sub-optimale route loopt, over gebaande paden. Gewoon, als referentie.

luchtfoto1
Luchtfoto met vooral identieke bomen. De open plek bood enige houvast.

Zoals hier naast. Op deze Top25 topografische kaart lijkt het nogal óm, maar we hadden deze topo kaart niet van dit stukje, en moesten het met een luchtfoto (links) doen, waar nauwelijks paden, alleen bomen en open plekken op stonden. Dan is twee minuten omlopen een goedkope verzekeringspremie en dus Goede Beslissing als je vervolgens het CP in één keer vindt. Dit soort overwegingen maakten we de hele tijd: kiezen we de kortste, de snelste, of veiligste route? De veiligste is vaak de snelste, en da’s wat telt. Met dat gegeven in het achterhoofd is onze gevolgde route over het algemeen zo gek nog niet.

47 < x < 58 km

CPAls wij minder ver zouden hebben willen lopen, minder ver dan de 58 km die we uiteindelijk in de benen hadden, zouden we toch 47 km onderweg zijn geweest. Dat is wat ik achteraf uitreken als ik alle foutjes in onze route er af haal. Iets meer dan de 45 km die ik ook heb horen noemen, maar dat komt natuurlijk doordat het bij elke kruising weer gokken is op welke hoek de boom staat waar het CP kaartje aan hangt. Een paar -zeg maar 57- ommetjes van 20-30 meter, is het gevolg. Waarom dan toch 58 km? Tel maar even mee:

1.7 km proloog …tot we door hadden wat precies de bedoeling was
0.6 km CP6 voordat we door hadden waar het op de luchtfoto ingetekende CP in werkelijkheid lag
5.4 km memorisatie post #2 twee keer terug geweest om te concluderen dat het CP verdwenen was
0.9 km CP33 omdat we bij CP32 beseften dat we bij CP31 de aanwijzing voor CP33 niet hadden genoteerd
0.6 km CP34 de enveloppe met (oude) kaarten vergeten bij de laatste kaartenwissel
0.6 km CP61 omdat we ons halverwege CP63 realiseerden dat we CP61 voorbij waren gelopen
9.8 km  totaal verklaarbaar omgelopen

korter
Dat rode, dat had niet gehoeven. Hoewel het natuurlijk schitterende kilometers waren, en 58 km ook wel weer een stoer verhaal is voor thuis.

Memorisatie

Al die losse teveel gelopen hectometertjes zijn natuurlijk peanuts vergeleken bij de 5½ km die we bij de memorisatie hebben verbrand. En waar we ook nog eens 40 minuten mee bezig zijn geweest, veel meer dan de 30 strafminuten die het punt simpelweg overslaan zou hebben gekost. Maar om dat te begrijpen moet je je even in onze situatie verplaatsen:

memorisatie
Over de schouder meekijkend naar de memorisatiekaart, met in het midden het gewraakte punt #2.

Memorisatie houdt in dat je uit het hoofd een route of een aantal punten moet aflopen. De kaart hangt op een vast punt (of soms op meer plaatsen, dan heet het eilandmemorisatie), en als je het niet meer weet mag je daar terugkomen om nog een keer te kijken, maar dat kost natuurlijk wel extra tijd.

Na een paar minuten hadden we -dachten we- alles wel in ons hoofd zitten. Het leek simpel, maar toen we het derde punt van de vijf op de route niet konden vinden sloeg de twijfel toe. En dan is het ontbreken van een kaart ineens een groot gemis, want verifiëren waar de fout zit is niet mogelijk. Dus gingen we maar elk nabijgelegen kruispunt af. Niet vinden zou een half uur straftijd kosten, en dan kan je beter nog 5 minuten langer zoeken. Toch? Tot het echt niet lukt. Na vijf minuten gingen we verder naar de volgende punten, die we kennelijk perfect onthouden hadden. Maar na het 5e punt gevonden te hebben dacht ik zeker te weten waar het 3e dan moest liggen. Dus gingen we terug daar heen. Weer tien minuten zoeken, alvorens naar de start van deze ronde terug te keren. Zo’n memorisatiekaart brandt toch minder makkelijk op je netvlies dan het beeld van het half ontbonden lijk dat ik twee weken eerder in het bos bij Heeze vond. Dus gingen we alsnog terug naar de start van de memorisatieronde om de lijst met alle gevonden CP’s van etappe 1 in te leveren. De verloren tijd waren we kwijt, daar was niets meer aan te doen. Of toch wel? IMG_8540Bij de schaapskooi aangekomen, waar inmiddels ook veel andere teams waren gearriveerd, keken we nog een keer op de luchtfoto. Het zag er toch zo makkelijk uit. Het was maar 5 minuten heen en terug naar het punt, dus 10 minuten lopen, en dat zou ons alsnog 30 minuten winst opleveren. Op dat moment was het een kosten-baten verhaal. Kosten: 10 minuten lopen en een minuutje zoeken, en baten: 30 minuten straftijd inhalen. Dus 19 minuten winst. Daar lopen we wel een km extra voor.

Als je zo redeneert kan je op elk niet-gevonden punt wel uren blijven zoeken, maar op dat moment was dat de simpele realiteit. Zo gezegd, zo gedaan. Alleen niet zo gevonden. Schrale troost: niemand vond dit memorisatie punt; het was er gewoon helemaal niet (meer).

Maar dat soort beslissingen: langer zoeken, of doorlopen, gokken dat ergens een doorgang is, terug of niet bij twijfel, punten al dan niet overslaan – iedereen heeft ze continue moeten nemen, de andere teams misschien nog wel meer dan wij, want wij hadden de luxe voorop te lopen en gewoon elk CP af te kunnen gaan binnen de tijd.

Hadden we dan nog langer door moeten blijven zoeken naar het ontbrekende CP? Zolang je er geen andere punten voor hoeft te laten liggen om binnen de tijdslimiet te blijven, en je het binnen minder minuten kan vinden dan de strafpunten die er tegenover staan, is blijven zoeken altijd de moeite waard. We zouden in 11 minuten wel even 30 minuten terugverdienen. Zo lijkt het.

Maar dát is niet waar. Als je na 19 minuten zoeken een CP niet gevonden krijgt is de kans dat je het dan ineens wel vindt een stuk kleiner dan wanneer je nog niet gezocht hebt. Stel, die is dan 1:10. Dan leveren die 11 minuten naar alle waarschijnlijkheid nog maar 1/10 van 30, dus 3 minuten, op. Niet doen dus!

Etappe 2

SAM_0259En ook etappe drie: ik ga ze niet punt voor punt beschrijven. Als ik er aan terugdenk trekt er een enorme diversiteit aan landschappen en situaties voorbij. Van de uitgestrekte sneeuwvlakte op de hei in het begin van route, tot de eenzaamheid van het donkere bos rond CP5 t/m CP13. Van de memorisatie op de vlakte vol fietsers en wandelaars, tot de prehistorische grafheuvels er na met sleeënde kinderen er op. En van de woonwijk waar geen uitweg uit leek, tot kasteel Oud-Groevenbeek aan het eind van een statige laan. En dan waren er nog de eindeloze polderwegen ten westen van het spoor, de hoogspanningsmasten tussen de fruitbomen en de riekende kippenschuur in het schemerdonker om tien voor zes. Elk met hun eigen emotie behorende bij deze fase van de wedstrijd.

Hightlights

De Sneeuw was natuurlijk hét kenmerk van de dag. Verblind door zoveel wit gingen we meteen de mist in bij de proloog met 6 koersen en afstanden. Na het eerste punt op 29° gevonden te hebben, las ik de koers naar het tweede, 330°, en, met de notoire instinkers van de WOR nog vers in het geheugen, bedacht ik zonder na te denken dat dat samen ongeveer 360° was, en punt 2 dus ongeveer bij de start lag, waar we net vandaan kwamen. Hadden we beter eerst alle punten kunnen uittekenen? schaduwenOf zouden de 6 koersen niet sequentieel zijn, maar als zonnestralen allemaal vanaf het startpunt, om de teams uit elkaar te trekken? Anyway, toen punt 2 niet bij de start bleek te liggen, viel het kwartje, en scoorden we punt na punt. De zigzag-route in de kortste, in plaats van de gegeven volgorde lopen had een km gescheeld, maar of we alle 6 peilingen in 5 minuten zouden hebben herberekend valt ten zeerste te betwijfelen. We hadden in elk geval als afsluiting een coördinaat gevonden, en daar gingen we heen. Ter plaatse stond Jan foto’s te maken, dus liepen we 30 meter door naar een van de andere organisatoren, met een stapel enveloppen in zijn hand. Bleek dat het niet de juiste stapel was. Door naar -ik meen- Harry die weer even verderop stond. Ook niet. De fotograaf had nu wel enveloppen, en dus ook de onze, met de kaarten voor de 1e etappe. De anderen waren -voor ons team- valse, zij het levende, CP’s.

In een fietstunnel was gelegenheid om de punten van de eerste etappe te tekenen op de kaarten. Lekker droog, als het gesneeuwd had. Tevens een intuïtief argument om veilig de N-weg over te steken. Goed gedaan.

Telkens weer was het een puzzel om de diverse kaarten aan elkaar te passen. Meestal was het wel te doen aan de hand van een enkel coördinaat aan de rand van de kaart, maar soms was het ook een kwestie van passen en meten tot we weggetjes vonden die enigszins de juiste hoek maakten, of een snijpunt leken te hebben dat dan op een andere kaart te vinden was. De juiste plek van de laatste luchtfoto vonden we na lang zoeken, maar die hadden we anders ook met de wandelrouteknooppuntenkaart in het veld bij CP63 kunnen geo-referencen, wat just in time was geweest want CP64 t/m CP66 stonden op deze luchtfoto, punten die veel andere teams maar hebben laten schieten.

Hier boven kan je zelf de kaarten naar de juiste plek slepen, om er één route van te maken. Pak een kaart met je muis en versleep hem. Pak de oost- of zuidkant of zuidoosthoek  van een kaart om hem te schalen. Je kan het geruite achtergrond-grid ook verslepen, met alle kaarten tegelijk. Als je er niet uit komt, dan kan je hier klikken voor de “oplossing”.

De memorisatie-etappe, twee jaar geleden bij de MWR nog ons sterke punt, bleek nu toch een pittige opgave, die veel tijd gekost heeft. IMG_8503Maar het blijft wel een leuk concept. Alleen eilandmemorisatie is nóg een mooier woord.

Op een gegeven moment, bij CP 23, komen we vast te zitten in een villawijk. Cul de sac klinkt chiquer. Alle wegen lopen dood. Uiteraard heeft de organisatie voor de complete route en alle denkbare varianten toestemming gevraagd, dus mét toestemming mag je ergens door. Een sneeuwruimende bewoner vertelt weliswaar dat er geen brandgang is tussen enig huis, maar hij voegt er trots aan toe dat zijn tuin wel een hek heeft aan de achterkant. En of we daar gebruik van willen maken. Voilà: toestemming. En een paar honderd meter bespaard. Goede Beslissing, zeg ik.

De tuin (en een hoop wegen en bospaadjes) leiden ons naar een speeltuin waar vrolijk gesleed wordt. Nou ja, sleeën verveelt ook op den duur, want alle kinderen willen weten wat wij nou al tien minuten lopen te zoeken. Tot we bovenop een schommel, maar verstopt  onder een dik pak sneeuw, een hoekje van een blauw CP kaartje zien. Klimmen. En natuurlijk weer netjes, onder een minstens zo dik pak sneeuw, achterlaten. 🙂

Alsof we nog niet genoeg geklauterd hebben zijn de volgende 6 punten allemaal klimtoestellen. En de opdracht luidt: noteer het hoogste CP nummer. Uitzoeken dat 34 boven 32 en 33 is geplaatst kost minder tijd dan beslissen of het zo simpel is als het lijkt of dat er nog een addertje onder de 3 meter 30 zit. Het blijkt dat we de zoveelste Goede Beslissing van de dag nemen.

kasteelDan volgt weer een prachtig stuk. Hebben we soms het gevoel dat we door een onbewoonde witte wereld rennen op zoek naar dingen waarvan geen sterveling vermoedt dat ze bestaan (de blauwe kaartjes), dan weer passeren we een kasteel met een hoop flanerend gepeupel in de tuin en mensen met hond. Erg verrassend. Zo zeer zelfs dat we even later in ons enthousiasme de opdracht bij CP 31 overslaan. We springen slootje op weg naar CP 32 maar kunnen dus weer terug. De opdracht levert CP 33 op, uiteraard aan de overkant van een watertje, maar dezelfde beek die net nog overspringbaar was blijkt op dat punt wat breder. Omlopen is voor watjes, dus tot aan de knieën worden we nat. Maar dat deert niet met een O-crew survival broek.

Is het nog ver? is de  hamvraag als we aan het eind van de 2e etappe de kaarten voor de, hopelijk, laatste krijgen. We hebben dan al bijna 41 km gelopen. Genoeg. Maar het is pas half drie, dus qua tijd zitten we op ongeveer 2/3. Als alles proportioneel gaat hebben we nog een halve marathon te gaan. Mijn laatste Snickers bewaar ik dus nog maar even. (For the record: de laatste etappe lopen we in exact 3:00 uur, en 18,0 km.) Ruim een half uur staan we te tekenen met coördinaten, te puzzelen met losse stukken kaart en te plannen met handelsreizigersproblemen en verspreide punten. En dan is er nog het railroadblock. Óver het spoor gaan was niet toegestaan ter lengte van de rode lijn.

Óver het spoor gaan was niet toegestaan ter lengte van het (rode) railroadblock.
Óver het spoor gaan was niet toegestaan ter lengte van het (rode) railroadblock. Maar over ónderdoor werd niets gezegd.

Maar over ónderdoor werd niets gezegd. We plannen in eerste instantie om via CP43, CP44, CP47 en CP46 naar het spoor te rennen en te kijken of daar misschien een tunnel is, wat op de kaart niet direct te zien is. Maar omdat we bij CP47 ontdekken dat we de kaarten van de vorige etappes hebben laten liggen, en die -wie weet- nog van pas kunnen komen, gaan we terug naar CP42, het kaarttekenpunt. Vanaf daar is ineens de route naar CP53 aantrekkelijk geworden, en dus ook CP45 en wellicht ook het nog in te tekenen CP50 waar we op CP45 de informatie voor zullen vinden.

Het blijkt uitstekend uit te pakken. Na CP50, vlak bij CP45, moeten we naar CP46. Zou er een alternatieve route zijn? Een blauw lijntje op de kaart lijkt onder het spoor door te lopen, dus waarom zouden wij dat niet kunnen? Er blijkt inderdaad een soort zinker onder het spoor door te lopen, een buis van een meter doorsnede waar het beekje door stroomt. Wij blijken er op handen en voeten ook nog bij te passen, en komen -ook al zou niemand het hebben gezien als we 30 meter verderop over de overweg zouden zijn gelopen- met een schoon geweten aan de overkant van het virtuele rode obstakel. Als dat geen Goede Beslissing was?

Dat was niet de eerste tunnel vandaag. Want direct aan de start van de laatste etappe bleek CP43 zich ook al onder het maaiveld te bevinden. Allemaal iets té toevallig dat zich daar een survivalbaantje bevond met een gat in de grond, én een van de organisatoren met een fototoestel.

SAM_0260SAM_0261SAM_0262SAM_0263

Survivalheld Patrick had het genoegen down under te mogen gaan en het CP nummer te noteren (want hij had van ons beide het donkerste shirt aan en dan zie je de vlekken niet zo).

Nagenoeg vlekkeloos verliep de rest van de etappe. Strak oriënteren, slim plannen, en stevig doorlopen. We leerden dat wanneer een CP min of meer in het midden van een perceel lag, niet aan een pad op de kaart, daar gewoon telkens een paadje heen liep. Tja, zo’n tocht als vandaag stippel je kennelijk uit op de fiets…

snijpunt
Ondanks de verwachte nauwkeurigheid van het snijpunt van hooguit een paar honderd meter, blijkt achteraf dat het punt dat we ter plaatse tekenden op de kaart dead-on was. Louter toeval. We lopen onder de hoogspanningslijn (zwarte streep met knik) door de boomgaard (veld met bolletjes), maar geven een paar meter te vroeg op.

Enthousiast, maar kennelijk ook moe, renden we CP61 voorbij, bedenkend wat er bij CP63 voor aanwijzing te vinden zou zijn die een half uur bonustijd op kon leveren. We zouden nog even nieuwsgierig moeten blijven, want we holden eerst nog even terug naar CP61. Onderweg kwamen we inmiddels ook andere teams tegen die de derde etappe in een andere volgorde liepen. Bij CP63 vonden we dat CP62, het bonuspunt, lag op het snijpunt van een koers vanuit knooppunt 35 (een fietsroutenetwerkknooppunt – red.) -daar waren we net, toen we CP61 alsnog scoorden-, en een koers vanuit Telgt, wat een gehucht 2 km noordelijker is. Dat het 30 minuten extra winst op levert is nu wel begrijpelijk, want het lijkt een bijna onmogelijke opgave. Een foutje van 1 graad -de resolutie van een geodriehoek- op 2km afstand resulteert in een fout van ±35 meter. Daar komt bij dat Telgt weliswaar klein is, maar toch, met 860 inwoners, geen punt. Op de wandelkaart op het bord waar we naast stonden was Telgt een stip zo groot als een erwt, maar dan wel een met een straal van 50 meter. Neem daar bij het gegeven dat de twee peilingen een hoek van slechts 30° met elkaar maakten, en je komt al gauw uit op een strook van 170 bij 300 meter. Kortom, de 5 hectare waar CP62 kon liggen afzoeken naar een kaartje van 50 cm², dat was nog erger dan een speld in een hooiberg. Met enig gezond boerenverstand kwamen we op een stuk of drie kandidaat-locaties, en besloten we de route van de hoogspanningslijn door de boomgaard te volgen (zie kaartje). Echter, bij de weg ten noorden daar van gekomen gaven we het op, want de kans dat ons getekende snijpunt -dat we puur indicatief veronderstelden- op de speld uitkwam achtten we nihil. Dit gebrek aan vertrouwen blijkt achteraf ongegrond, want het CP schijnt een paar meter ten noorden van de weg gehangen te hebben, exact waar we toevallig ons kruisje tekenden. Niemand vond dit punt…

Finish

IMG_8586
De winnaars hebben nóg lange lol van de tocht.

De schemer valt in, de winegums en het water raken op, en we zitten er helemaal doorheen, als we de laatste punten op een luchtfoto succesvol lokaliseren. (Later blijkt dat veel teams de hele luchtfoto niet hebben weten te lokaliseren, laat staan de punten er op.) De geur van de finish sleept ons door de laatste meters en doorntakken, en exact om 18:00 melden we ons weer bij de gastvrije Scouting-keet die vandaag start en tevens finish is.

Het zit er op. Er zijn warme douches, pannen erwtensoep, roggebrood met spek, bier, droge kleren, en blije koppen van uitgeputte maar voldane mede-deelnemers. Het was weer een prachtige race, 58 km genieten van fysieke en mentale inspanning tussen bepoedersuikerde landschappen. Laat er nou ook een bus van dat witte spul in het prijzenpakket voor de winnaars zitten, naast andere winterse lekkernij, zodat het genieten ook na de finishvlag nog een tijd doorgaat. Het was weer een epische tocht, waarvoor we de organisatoren, Team Chickenpower, hartelijk bedanken. Ze hebben wederom een heel scala oriëntatietechnieken weten te combineren met een mooie toch, prachtig weer, een uitdagende afstand, uitstekende organisatie en faciliteiten, en een aantal briljante hindernissen, zoals het railroadblock in combinatie met de zinker. MWR2015_Omap_PaalbergEen opgave als “noteer het hoogste CP nummer” neigt naar een Woudloper-opdracht. Leuk!

En wil je het nog een keer nabeleven? Dat kan op de site 2DReRun van oriënteur Jan Kocbach. Als je ook een GPS-track hebt en me die mailt kan ik die toevoegen. Wist je dat een van de terreinen waar we vandaag door kwamen soms het toneel is van een IOF oriëntatie wedstrijd?

Gekleurde vlakjes

SAM_0237Of ik weer zo’n verslag als vorig jaar ging schrijven – dat was een veel gehoorde vraag na afloop. Hier is het dan. De conclusies van de statistische analyses van vorig jaar blijven overeind, dus die hoef ik niet te herhalen, maar ik zal de gekleurde uitslagentabel weer toevoegen. De deelnemers houden immers wel van een rekensommetje en wat meetkunde, anders waagden ze zich hier niet aan.

Wat opvalt is dat de laatste etappe #3 door de meeste teams maar marginaal is bezocht. Het was dan ook best ver. Sommige teams zijn duidelijk selectief te werkt gegaan, wat ze geen windeieren heeft gelegd. Met 20 overgeslagen punten viel een 3e plaats te scoren.

Klik op de tabel om deze in leesbaar formaat te bekijken.
Klik op de tabel om deze in leesbaar formaat te bekijken.

Relatief veel punten werden verloren op de koersen tijdens de proloog. En maar ongeveer de helft van de teams bezocht (of vond) de intekenpunten. Ze geven de voorkeur aan de punten die al op de diverse kaarten waren aangegeven. En niet alleen de punten waarvoor je onderweg pas aanwijzingen kreeg werden overgeslagen, ook een flink aantal van de tevoren te bepalen coördinaten en peilingen. Opvallend genoeg is CP18, waarvoor je in het veld een projectie moest maken, en die de verkeerder kant op lag, juist wel weer vaak is bezocht. Het vinden van een nummer op een lantaarnpaal bleek extreem lastig (CP23), evenals het bepalen van het snijpunt van twee peilingen (CP30 en CP62). Een aantal teams sloeg (tactisch) de memorisatie over, en heeft dus ook geen tijd verloren met het zoeken naar het beruchte punt dat er niet was.

taartEn waar wij onze tijd aan hebben besteed? Kijkt hier naast maar. Dik 4½ uur -bijna de helft van de tijd- hebben we gerend, gemiddeld 10.7 km/h. Alles onder de 6 km/h heet “lopen”, en onder de 3 km/h heet het “stilstaan”. Dat kost overigens knap veel tijd als je het bij elkaar optelt, ongeveer 3 minuten per CP.

In kilometers hebben we ruim 86% gerend. En toch maar 78% van de tijd? Hoe kan dat? Simpel: het aantal uren dat we snelle kilometers maakten is naar verhouding minder dan dat we langzamer kilometers maakten, omdat we die kilometers sneller gingen. Denk daar maar eens over na…

 

WOR4: Het 3e avontuur!

Goed!

Geen verhaal over wat er fout ging: want bijna alles ging goed!

Wat zullen we nou krijgen? 2014 zonder WOR (da’s de Woudlopers Oriëntatie Run)? Een regelrechte ramp! Maar gelukkig duurde het in 2015 maar 9 dagen tot het zo ver was. 10 januari, 8:00, begon het feest, toen ik bij Tijsbert instapte en daarmee team Fiat Fiasco compleet maakte. Nee, niet team The Nerds Running from Hot to Her dit jaar (dat was in 2012 en 2013). Maar wel met evenveel zin in een nieuw avontuur.

De complete route zie je in mijn DOMA-archief kaart ; de losse kaarten hier kaarten. En onderaan deze pagina staat een link naar http://3drerun.worldofo.com/ waar je de route van een aantal deelnemers geanimeerd kan zien. Leuk!

14-01-2015 17-24-10
“Fiat Fiasco” heeft niets met auto’s te maken. Het staat voor Fysica In Abstractum (of Alcoholum) Tenere. Het fiasco slaat op een mislukte fiets met vier wielen en dito zadels die nooit gebouwd is. Maar dat was 25 jaar geleden.

Doorgewinterde vrienden zijn we (al was het met +13 graden °C geen winter te noemen), dus aan de samenwerking zou het niet liggen. Nergens aan eigenlijk. Het zou een geweldig project worden. Misschien een beetje conditiegebrek. Er was nog bijna een uur in de auto om Tijsbert te vertellen wat de Woudlopers in petto zouden kunnen hebben. En om een strategie te bedenken.

Maasmechelen, 9:00 : harde wind, storm bijna. Regen in de lucht. Natte straten. En een bowlingbaan. Met koffie, en langzamerhand steeds meer bosatleten in strakke pakken, gewapend met kompassen, liniaals, en watervaste pennen. Het gaat namelijk heel nat worden, denkt iedereen. Nee, koud is het niet, maar alle andere weersomstandigheden die het weercijfer tot onder de 3 laten zakken, trekken over.

9:45: De uitleg begint. Nieuwe regels, dubbelzinnige aanwijzingen, onbekende elementen. Zouden de beelden uit de Huistaak-in-Youtube-formaat op hun plek vallen? Het zou tot na tienen duren voordat de enveloppen met de kaarten open mogen gaan, en de gemoedelijke sfeer omslaat in een nerveus gelees, geteken, gemeet en gereken.

Een half uurtje later hebben we een plan. Tot in de puntjes, met alles wat we weten ingetekend op de kaarten en in het roadbook. Simpelweg omdat het 100% nat gaat worden en dan onderweg “even een stipje op een papieren kaart zetten” geen optie is. Maar dit keer is de gegeven volgorde van de checkpoints (CP’s) min of meer logisch, dus dat scheelt al een handelsreizigersprobleem (daar heb ik na mijn Sinterklaascache van afgelopen jaar ook even genoeg van). De helft van de teams blijkt al vertrokken als we opspringen en naar buiten rennen. Tactisch of sloom van ons?

Op pad

Het begint makkelijk. Tussen de eerste 2 CP’s in spotten we al meteen een valse. Ja, die zijn er ook. (Lees even het verslag van mijn 1e WOR, twee jaar geleden, waarin ik uitleg hoe zo iets in zijn werk gaat.) Maar het eerste deel van de Youtube opdracht eindigt waar een ander filmpje van een paar jaar geleden begon: ik had hier al eens aan een klassieke oriëntatieloop deelgenomen. Het blijf een indrukwekkend terrein…

Het derde, vierde en vijfde punt lijken ook al zó eenvoudig -zeg maar standaard oriëntatieposten- dat er een addertje onder het gras moet kruipen. Er volgt een peiling met vier afstanden en koersen. Maar met pen en papier bepalen we snel dat:

>> [35,45,40,350,35,270,65,165];fprintf('CP C ligt vanaf CP3 precies %0.1f meter naar het oosten en %0.1f naar het noorden!\n', ans(1:2:end)*[cos(d2r(ans(2:2:end)));sin(d2r(ans(2:2:end)))]')

CP C ligt vanaf CP3 precies 1.4 meter naar het oosten en -0.4 naar het noorden!

Vlakbij dus. Eigenlijk gewoon hetzelfde CP-bordje. Alleen, rondkijkend, blijkt er 10 meter verderop nog één te hangen. Één van de twee moet vals zijn, dus het is wel zaak de juiste te bepalen. Anders is de straf dubbel zo hoog.

Het volgende punt, CP D, is nog makkelijker. Ingetekend aan de hand van Woudlopers-coordinaten 685685-211835 lijkt het verdacht veel op een kruispunt met een CP op de hoek, en dus noteren we het CP op de hoek van het kruispunt. Amai, dat kost ons drie kwartier aan straf! Maar dat blijkt later pas bij het bekendmaken van de uitslag. Op het moment zelf, in het veld, geen haar op ons hoofd die er bij stilstaat, dus rennen we achter ons kapsel aan naar CP 4.

U ziet, ze staan wel op numerieke volgorde, maar dan in een vrolijke cijfer-letter mix waarbij de genummerde CP’s 30 strafminuten op kunnen leveren, en de geletterde 45, want die zijn speciaal, dus moeilijker. Er volgen in rap tempo drie nummers, een letter, en weer een nummer, en we zijn alweer van de kaart. Maar niet voordat we boven op de top van de Terril (bult puin uit de mijnbouwtijd) Foto540-FK7MENKBwaren geweest, daar bijna af waren geblazen, en 9 minuten verloren omdat we op de verkeerde plek zochten met een kaart uit de vorige eeuw. Dat hoort er bij. Er is iets meer bos bijgekomen, dus meenden we dat we noordelijker zaten toen we vanaf het uitzichtbultje langs de bosrand naar het westen liepen en zuidelijk van het pad zochten naar een CP dat noordelijk er van lag. Gelukkig was er tussen de vier andere teams die daar verkeerd liepen te zoeken 1 die het door had en hem wel vond. En wij even later ook…

Feest

Daarna begon het feest pas echt. De ene na de andere vondst -qua instinkers en originele opdrachten- werd gepareerd met een vondst van een CP. Meestal het juiste, zal blijken.

  • We liepen al een half uur lang rond met een lege ballon. Wat zou je met zo’n ding moeten doen? Tot je bij CP8 leest “OPBLAZEN”. Had je al die tijd het juiste controlenummer al op zak, zo bleek!
  • Als Woudlopers een punt bij een ‘standaard’ oriëntatiepost leggen is dat natuurlijk niet zo’n heel standaard punt. Dus zou CP9 niet bij een muurtje liggen, als er vlakbij niet nóg een stenen wandje was. Toch echt verschillend op de kaart, maar 1 op de 3 teams tuinde er maar mooi in.
  • Als er dan ergens een doolhof van meertjes is, kan het haast niet anders dan dat de route daar doorheen loopt. Natte voeten lijken onvermijdelijk, maar zwemmen gaat net weer wat te ver. Pas aan het eind van de route zouden we zo doorweekt zijn dat ook dat niet meer uitmaakt. Nu is het een leuke puzzel. Kennelijk maken we toch een foutje en staan ineens voor een hek. Natuurlijk, het verboden bouwterrein waarover de briefing repte. Stom, helemaal vergeten. Er omheen dan maar, en buiten de hekken om lopen we naar CP13 waar andere teams vanuit de tegenovergestelde richting arriveren. Het is dus ongeveer even lang.
  • Twijfel slaat toe als we het 7e paaltje vanaf CP13 zoeken, waar een buis in de grond moet zitten. Hoeveel buizen zouden ze verstopt hebben. Alsof we gek zijn noteren we alle informatie uit de buis bij het 6e paaltje, en even later ook die het 7e. Beide verwijzen gelukkig naar de zelfde locatie voor CP H.
  • Met het thema buizen nog vers in het geheugen, meldt CP H ons waar we CP I gaan vinden, met daar bij een foto van weer een buis met deksel. Dat kennen we nu wel. Uiteraard staan er bij CP I twee buizen, een korte en een lange, zodat we voor de zekerheid nog even naar CP H terug gaan om het te verifiëren. Volgens de uitslag had bijna de helft van de teams dat beter ook kunnen doen. En wij dan weer niet, want we hadden het al goed gegokt.
  • Onderweg langs CP15 t/m CP20 komen herinneringen aan Het Monster van Leksbergen op. Nu lichter qua licht, maar zwaarder qua natte blubberbende.
  • Bij CP20 moeten we het hek volgen tot aan CP K. Dat staat er. Maar waar heen? CP21, het daaropvolgende punt, ligt aan de andere kant van het het afgesloten terrein. Kan je daar misschien op twee manieren omheen? We besluiten de westelijk route te nemen. Onderweg vinden we achtereenvolgens aanwijzingen voor de koers en de afstand naar CP K. Maar je weet het nooit, die zouden er ook bij een noordwaarts vertrek kunnen hebben gehangen. Doen we het goed? We lopen op eieren…en door de doorntakken.
  • Bij CP21 (die op 2 kaarten staat, maar uiteraard pas op de 2e -de andere- nauwkeurig met pijl) maken we een peiling, naar een blauwe ton. Dat lijkt eenduidig, tot je ter plaatse drie dezelfde tonnen vindt met allemaal een CP L er op. Goed kaartlezen met als resultaat dat we tot nu toe, op die ene in het begin na, nog geen enkele denkfout hebben gemaakt.

Schiettent

Dan zijn we halverwege. Met een gezellig knetterend vuur in een korf worden we welkom geheten door de organisatoren, die een transformatorhuisje hebben getransformeerd tot schiettent. Zij zijn gehaaster dan wij, lijkt het, of ze proberen ons weer op weg te helpen voordat de volgende teams arriveren.

Foto720-JRNFXQEF Foto720-Y8UDM3M3
Nu is duidelijk waar de 6 loden luchtbukskogeltjes voor zijn die samen met de lege ballon in de kaartenmap zaten. Vier er van schieten een blikje omver, twee ketsen af op de muur. Maar genoeg raak kennelijk om de aanwijzingen te verdienen zonder welke CP P1 en P2 een loterij zouden blijken.

  • In een verduisterde schakelkast, die van binnen is opgeleukt met zwaai- en knipperlichten lezen we de opdracht voor CP M. neusAlle zintuigen worden benut vandaag. Maar de vraag is: wat is ajuin ook alweer? Want we moeten “het nummer op de boom het het ajuin spuitertje” vinden. Geen gelegenheid om op te zoeken dat het “een eetbare, uit laagjes bestaande bol is met een scherpe geur en pittige smaak, die in snippers of ringen gesneden wordt en warm of koud gebruikt wordt als groente of als smaakmaker in gerechten.” Wat dit is? “Een ui, zullen de meeste Nederlanders zeggen. Maar de Vlamingen zeggen ajuin. Het woord ajuin is ontleend aan het Franse oignon. Het Franse woord gaat op zijn beurt weer terug op de Latijnse vorm ūniōn. Ajuin verdrong in de 13e en 14e eeuw het Nederlandse woord look. Als benaming voor ui is look helemaal verdwenen, maar we zien het nog wel terug in woorden als knoflook en bieslook.Het woord ui is van oorsprong een Hollands-Utrechtse dialectvorm die ontstond uit de Middelnederlandse vorm uijen. Het woord uijen is weer een variant van ajuin, afkomstig uit de Brabantse, Zeeuwse en Vlaamse dialecten. Vanwege de -en aan het eind werd uijen door de sprekers na verloop van tijd als meervoudsvorm opgevat. In de 17e eeuw ontstond daarom het nieuwe enkelvoud ui. [bron]
    De geur van Ui dus. In een vak van 10×10 meter staan 10 bomen met ieder een CP. Ongewis of we zoeken naar ui, bieslook, knoflook, aluin, of zo iets, ruik ik ineens, midden tussen 2 bomen, een scherpe lucht. Komt het uit de grond als ik ergens op trap? Zo lijkt het. Het is de wind, want een boom vlakbij heeft een bordje met een “K”. Dat zullen we dan maar noteren. Of wacht, we zochten een nummer! Verder zoeken. En voilá, een boom met nog zo’n geur en een getal er op. Drie andere teams blijken verkouden, en twee noteren de K.
  • Als een speurhond die aan de peper heeft geroken, zo blijkt onze speurzin van de ajuin-ervaring helemaal van slag. Niet dat we geen CP 24 vinden, maar het blijkt een valse. Op de kaart op een open plek, noordelijk aan de voet van een neus, maar daar vinden we niets. Dus noteren we het getal midden op de neus. Zal weg goed zijn. Fout! We hadden iets verder moeten zoeken dan deze/onze neus lang is. Maar bij 70 punten een halve minuut langer zoeken voor de zekerheid, daar win je geen WOR mee, dus dit is een gecalculeerd risico, zullen we maar zeggen.
  • CP N is een open plek. Nou ja, een stukje is open, de rest is ooit begroeid geweest met ielige boompjes, die en masse zijn omgewaaid. Is dat nu open of niet? Tijsbert vindt van niet, maar ik baan me er een weg doorheen om te constateren dat ‘open’ slaat op de situatie van vóór de storm, maar ná de datum van de IOF en NGI kaarten, want nergens een ander CP te zien.
  • Dat duurt overigens een post of wat, dat we telkens moeten wisselen tussen een oude NGI kaart een een nog oudere IOF kaart. Tijd voor een kaartenhoes waar 8 bladen in passen, zonder te hoeven prutsen in de regen.

IOF ← → IGN (ga met je muis over het balkje om de kaart te wisselen)

  • Foto720-P6RM37ETRoflol. Midden in het bos staat een paspop met een kartonnen Kalasjnikov, met om zijn nek een bordje Berenjager. Dat de argeloze voorbijganger niet denkt dat hij met een heuse bordkartonnen guerillastrijder te maken heeft. Foto720-JRNFXQEFWe volgen het dierenspoor. Veel te veel pootafdrukken op bomen, dicht op elkaar -té makkelijk-. Dit moet een instinker zijn. We botsen op een levensgrote knuffel-aap aan een boom, die OE-OE-OE roept. Als we ons omdraaien zien we nog één klein, verstopt, pootafdrukje, met daar achter een beertje. Jawel, we zijn er wéér niet ingetrapt. Foto720-4JH3TNDLDe Volvo van Ferdy die een foto van ons heeft gemaakt verdwijnt net achter een heuveltje…
  • CP P1 en CP P2 zijn met de extra informatie uit de schiettent goed te doen. Anders hadden we niet geweten op welk van de vijf hoeken van het kruispunt het juiste CP hing. Onderweg van CP Q naar CP R zien we iets verdachts. Weer een buis uit de grond, met twee afgedichte openingen bovenin. Dopjes open. Niks te zien. Zaklamp pakken (die hadden we nodig volgend de verplichte paklijst, dus zou het logisch zijn die te gebruiken).  In het kijkgat schijnen. Door de andere opening kijken. Een letter! Een geocache! Daar hebben we nu niets aan. Door naar het volgende punt.
  • Steropdracht heet CP S. 6 peilingen maken vanaf het midden, zoeken, cijfers verzamelen, en warempel, het vormt een telefoonnummer. Roaming aanzetten, en een vriendelijke stem geeft ons het bijbehorende CP nummer. Eitje.
  • Dan komen we bij een trap. De aanwijzing zou boven staan. Boven staat dat de code beneden staat. Wie had dat gedacht?

Visafslag

  • Na een zoektocht bij een klaphek naar een nummer, begint de visgraat. Vis, afslag, snapt u wel? Het lijkt zo simpel. En dat vond 100% van de teams (die tot hier geraakten). Dezelfde 100 die een kruising met een mini-brinkje met 3 bomen voor 1 pad aanzagen en rechtdoor liepen en vervolgens een pad rechts lieten liggen. De juiste oplossing was linksaf te slaan bij het ‘2e pad’ van deze mini-brink en naar het zuiden te lopen. Dan was je bovendien een halve kilometer eerder bij het spoor. Wij waren dat niet.
  • Een verlaten spoorlijn. Of was hij niet verlaten? Het CP zat op een spoorbiels pal zuid van het vorige (valse) punt. Dus die was goed!

    Doordacht: Één foutje bij de W.O.R. leidt niet meteen tot een waterval aan strafpunten. Daarin onderscheiden de makers zich zeker.

    (Mooi niet! Maar ze hebben er ook voor gezorgd dat je door bij een instinker een fout te maken hierdoor ook niet automatisch bij het volgende CP nóg een fout maakt. Bijvoorbeeld door vanaf het valse CP een azimuth te leggen, want dan maak je het volgende CP automatisch ook fout, en dat is niet leuk. Zo lag er zowel zuidelijk vanaf het juiste als het valse CP een CP W met controlegetal 30.)
  • Soms weet ik het ook niet meer. Zoals bij CP X. Daar hangt een briefje op een boomstronk met opschrift “22 links”. Waarvandaan links? Dat hangt er maar net vanaf waar je vandaan komt. Maar pal daar onder hangt een pijl naar rechts. Althans, er hangt een pijl. Als ik niet weet wat links is weet ik ook niet of dat rechts is. Moet ik in de richting van de pijl kijken, en vanuit dat standpunt 22 meter linksaf gaan? We zoeken, maar daar hangt niets. Echter, 22 meter in de richting van de pijl wel. 22 meter in tegenovergestelde richting overigens ook. De ham-vraag is dan ook: wat dacht de Woudloper die dit verzon? Dan maar even logisch nadenken: “Als men direct ziet dat die pijl naar rechts wijst, dan is links de andere kant op.” En dat nummer vullen we dus in. Denk je dat het fout was?
  • Van elke fout die we maakten kan je stellen dat het ons de 1e plaats heeft gekost.

    Nee, het was goed. Maar CP 29 ging wel fout. Op de kaart een grote witte cirkel die hele kruising bedekt, zonder pijl. Maar wacht eens, in een andere hoek staat een ronde uitsnede “29” mét pijl. Die wijst naar het zuidelijke punt van de kruising. Dat nummer noteren we, maar wat we niet opmerken is dat de dennenboom-symbolen op de uitsnede gekanteld zijn, en dus ook de complete uitsnede. Instinker! En 45 minuten straftijd. Van de 60% van de deelnemers die hier überhaupt is geweest, heeft 58% het fout. We zijn dus weer in goed gezelschap, maar het kost ons wel de 1e plaats.
  • Briljant! CP Z1 mag er wezen. In het Youtube filmpje hebben we een vlaggencode ontcijferd. Iets met een “Luik 21”. En inderdaad, daar hangt een bordje met dat opschrift. Dat het niet richting Luik wijst valt niet direct op. Er naast staat een verlaten leger-object met een aantal luiken, met Romeinse cijfers er op. Laat er nou net een XXI bij zittten…
  • Even lijkt alles gesmeerd te lopen. Een niet-triviaal geplaatst CP Z2 dat we zelf ingetekend hebben wordt in no-time gespot. CP32 heeft wat complicaties, omdat er een nieuwe weg blijkt te zijn ontstaan in het bos. We snijden af, maar komen daardoor op een verwacht punt uit. Heroriënteren, en -hopla- ook gevonden.
  • Dat CP Z3 vergezeld is van een spoiler-foto lijkt wat overdreven, want we zien hem zo hangen: het bordje “Vakantiehuis Fabiola”. Maar wacht, op de foto wijst het de andere kant op. Het blijkt een ander bordje. We zijn voor geen gat te vangen.
  • Wat de dopjesroute is hadden we bij vertrek al door toen we een ketting met PET-fles dopjes bij de kaarten vonden. We noteren de volgorde, rood = rechtdoor, groen = links, blauw = rechts, en overwegen het plastic thuis te laten. Goed dat we dát niet deden. Want nu pas zien we dat we op de kruispunten waarvan de overeenkomstige dopjes van een Colson-bandje zijn voorzien, we een code moeten noteren. En die bandjes hadden we voor het gemak aanvankelijk over het hoofd gezien. Door het oog van de naald, en door de dop. Hoeveel valse posten hier verder hangen? Geen idee, maar we zien er diverse.
  • De oriëntatieposten die volgen zijn gesneden koek. Zo te zien zijn ze van een ‘gewone’ oriëntatieloop uit het verleden geleend. Niet instinkerig maar ook niet eenvoudig.

En dan zijn we er. Bijna. De kraan gaat open, het water stroomt met bakken uit de hemel. Alles wordt nat, maar dat geeft niet meer. Alleen de winegums -onze lunch- worden een beetje vies plakkerig. Maakt niet uit, we zien het eindstation al, toepasselijk aan het eind van een spoorlijn. Weliswaar niet het CC, maar we moeten ff bellen om onze eindtijd door te geven. Zouden we wel ontvangst hebben? We staan zo dicht op de GSM-mast… 15:28 wordt genoteerd. We zijn gewoon binnen de tijd binnen!

Uitslag

1,5 km lopen nog tot de bolwling. Spierpijn slaat toe. Zouden we de eersten zijn? Bij binnenkomst zit de mannelijke variant van team de Bospoezen al aan het  bier. Al drie kwartier, want dat rijmt. Zouden ze een special-opdracht meer fout hebben dan wij? Ach, wat doet het er toe? We doen mee voor de lol. Maar time flies when you’re having fun (en fruit flies like bananas), dus het feest is over voor je het weet. En dan? Als je wint heb je nog langer lol! Dus willen we winnen – omdat dat leuk is. De spanning is om te snijden. Nou ja, eigenlijk is het een gemoedelijk na-praten. Alle belevenissen komen weer bovendrijven. Met een grijns van oor tot oor vertelt iedereen waar ze denken dat ze de mist in gingen. Helemaal blij ben ik als de Leffe Blond op blijkt en er een Karmeliet Tripel voor mijn neus wordt gezet. Laat die uitslag maar komen. Als de teams van achter naar voren worden afgeroepen worden we tot en met de derde plaats niet genoemd…

Statistieken zijn interessant. Zo zie je dat best veel teams alle CP’s hebben afgelopen: 6 van de 20. En 2/3 van de team hebben 3/4 van de punten bezocht. Er zijn meer fouten gemaakt met specials dan met standaardposten. Niemand had meer dan 20% fout. Maar het laagste percentage fouten werd uitgerekend gemaakt door team Foutlopers.

Lang verhaal kort maken

Om een lang verhaal kort te maken: we hebben niet gewonnen. Balen? Nee, want alles klopte gewoon perfect: onze fouten waren gewoon echt fout. Daar was niets tegen in te brengen. En het was nog begrijpelijk ook, want gelukkig waren de fouten die we maakten ook gemaakt door 81% (CP24), 58% (CP29), 68% (CP D), en 100% (CP V) van de andere lopers. Dus we zijn niet helemaal gek. Zoals gezegd: we maakten 1 foutje te veel om te winnen. Of we hebben 18 seconde te lang gezocht per CP. Of we hadden 47 seconde sneller moeten lopen per kilometer. Dat klinkt dan weer als veel. Op de officiële site van de Woudlopers Oriëntatie Run kan je de uitslag vinden. Ik heb er nog wat kleurtjes aan toegevoegd:

‘Specials’, posten die 45 minuten straftijd opleveren. In de onderste rij zie je hoe de teams presteerden. ‘Incorrect’ is het aantal niet-juiste antwoorden, dus ook de gemiste punten. ‘Gevonden’ is het aantal CP’s waarvoor iets in ingevuld. ‘Fout’ is het aantal daarvan dat fout is, of het percentage van de fout ingevulde waardes.

De ‘standaardposten’ , de maar 30 minuten kosten bij een fout. De onderste rijen zijn weer het zelfde als in de vorige tabel. Maar interessanter zijn eigenlijk de rechter kolommen (ook die in de vorige tabel). Daar zie je welke posten het meest bezocht zijn, en welke veel fouten opleverden. Verder naar onderen worden CP’s meer overgeslagen, maar opvallend zijn daar tussendoor CP26, CP.J, CP.N en CP.S, die kennelijk uit de route lagen of te tijdrovend leken, en werden overgeslagen.
Van alle bezoekers gingen de mist in: 35% bij CP9, 44% bij CP.C, 45% bij CP.I, 50% bij Z2, 56% bij CP.O, 58% bij CP29 en CP.L, 68% bij CP.D en CP.K, 81% bij CP24, en de kroon spant CP.V, waar 100% van toeten noch blazen wist.

En dan wil ik jullie deze grafiek niet onthouden, die nogal contra-intuïtieve conclusies suggereert.

Had ik de percentages gevonden en foute CP’s, en de tijd per CP, tegen de score uitgezet, dan was er een voor de hand liggende trend te zien. Maar dit is veel leuker: Het blijkt dat als je meer tijd besteedt per post, je er minder vind (rood). De tijd gaat dus toch niet in het zoeken zitten, maar in de juist tijd er tussen. Dat de score oploopt (blauw) bij minder gevonden CP’s is triviaal. Maar het is wel bijzonder dat wie meer tijd neemt per punt, meer fouten maakt ;-). Dat verwacht je niet. Er is één duidelijk uitzondering, maar die bevestigt de regel, denk ik: de Foutlopers.

Foto540-SRWWABGTVolgend jaar weer? Zeker weten! Het was weer 28 km boordevol uitdaging onder barre omstandigheden. En het was voorbij voor we het wisten. Dus, Ferdy, Lisette, Ivo en Rob, bedankt voor dit avontuur, en begin maar vast met onnavolgbare gedachtenkronkels op de kaart zetten.

Het Roadbook:

RoadbookWOR2015_1 RoadbookWOR2015_2

Opnieuw beleven

Ook leuk: bekijk hier alle routes van de deelnemers. Zet de snelheid in [Replay Mode] op [50x], zet [AutoCenter] op [On] en klik rechtsboven op [Play]. Het duurt even voor er wat beweegt want niet iedereen begon meteen om 10:00 te lopen. Zet eventueel de [Tail] op [Max] en de [Time slider] op [On] om met de hand door de tijd te scrollen.

Ultra-orienteering: 52 km rennen op kaart en kompas – Midwinterrun 2014

Na een spannende race van 52 km wonnen we de MWR’14. Alle posten gevonden, en slechts 3 foutjes onderweg.

Extreem lang, dat was het! En evenzozeer gewonnen! Ik ben wel een beetje trots. Met een combinatie van uithoudingsvermogen, goed kaartlezen, snelheid en heel weinig fouten maken bleken we de troeven in handen te hebben. O, ja, en natuurlijk door niet onverdienstelijk te schieten, want het was een soort Biathlon. Waar ik dàt vandaan heb weet ik niet, maar het zoeken en kaartlezen beheers ik vanuit jarenlang Geocaching en ook alweer een paar jaar Oriëntatielopen, en Jeroen loopt hele marathons (en ik soms naar België), dus we hadden de juiste skills in huis. Maar het was bovenal weer een geweldig leuke ervaring!

gewonnen

Survivalteam 3e De Bosraggers 1e Menno en Ruud 2e

Na de lol en het succes van vorig jaar was al duidelijk dat team Bosraggers zich zou inschrijven voor deze Midwinterrun, zodra de datum bekend was. Zo gezegd, zo gedaan. We lazen afgelopen week nog even het verslag van de vorige editie door, spraken de dag tevoren onze tactiek af, pakten onze spullen (vol geheime slimmigheidjes, net als elk ander team), en gingen de ochtend zelf om 5:50 de deur uit, op weg naar Lunteren. Dit keer niet met een lege benzinetank en zonder ontbijt, wat vorig jaar best onhandig was, toen alle pompstations dicht bleken. Als eersten kwamen we aan, maar al snel liep het vol met nerveuze lopers, die ook nog even snel hun uitrusting op orde moesten maken.

Start

opdracht1Toen om 8:15 de briefing begon werd duidelijk dat de opzet niet veranderd was. Al gingen we niet per bus op pad, maar zouden we gewoon starten waar we toen waren. Alleen toen het echte startschot viel, en elk team zijn enveloppe met kaarten voor de dag kreeg, prijkte daarin slechts een Topo25 legenda en een half kaartje van het dorp, met een aantal opdrachten. Voordat we deze correct hadden uitgevoerd mochten we niet weg; tot na 9:00 althans, en dan kreeg je meteen 30 strafminuten er bij. Na 8 minuten hadden we de juiste oplossingen, en gingen -als eersten- op pad, om roadbook, extra aanwijzing, en kaarten te verzamelen bij de gevonden kerken van de opdracht. L1

Dat was wel een beetje een teleurstelling: geen verwarmd klaslokaaltje zoals vorig jaar, om op ons gemak de ontbrekende punten in te tekenen op de kaart aan de hand van coördinaten in RD-, UTM-, en graden-minuten-seconden-notatie, maar een vochtige stoep of een bemost bankje op het kerkhof. Bijna 25 minuten hadden we nodig om de kaarten aan elkaar te passen, de relatieve hoek en schaal te bepalen, slechts 6 coördinaten in te tekenen, en de meest tactische volgorde te bepalen, er rekening mee houdend dat we van één punt, CP4, de coördinaten pas onderweg zouden vinden, en het vast niet tussen CP3 en CP5 zou liggen op de kaart. Te lang kostte dat! Maar daar kom ik op het end nog op terug. Eerst op pad…

Etappe 1

etappe 1
Het Roadbook van etappe 1.

Maar meteen bij CP1 ging het al mis. Vijf teams -we dachten dat we snel waren- stonden al te zoeken (en soms ook punten in te tekenen op de kaart) maar niemand leek iets te kunnen vinden. Wij ook niet. Na 5 minuten opgegeven, en doorgelopen naar punt CP2. Bij CP3 vonden we de locatie van CP4, die we meteen maar intekenden op de kaart, en die inderdaad pas tussen CP13 en CP14 bleek te liggen. Bij CP5 vonden we opnieuw geen blauw kaartje. Vervelend. Toch maar goed het roadbook lezen. En wat bleek: er stond “Noteer nummer (op afstand zichtbaar)”. In tegenstelling tot de andere punten waar duidelijk “Noteer CP nummer” bij stond. En dat viel nu pas op, na 5 minuten zoeken, en, erger nog, na hier ook bij CP1 helemaal overheen gelezen te hebben. We noteerden het nummer van de kilometerpaal van de spoorlijn, en bedachten dat er bij CP1 vast ook een bord of paal met nummer had gestaan. Zouden we terug gaan? Of er later nog langs lopen? Eerst maar verder, naar CP6.

Midwinterrun 2014 - A (25/01/2014)
(klik om de hele kaart te openen)

geroteerd
Hij was dus een beetje geroteerd. Gemeen? Ach, dat kan je verwachten. (klik om de hele kaart te openen)

Langs CP6 liepen we van de kaart af. De volgende, een Google Satellite luchtfoto, stond een paar graden geroteerd ten opzichte van de vorige kaart. Gemeen, maar we hadden het snel door. Globaal hadden we hem al georiënteerd op basis van de schaduwen van de bomen. Alleen liepen we vrolijk naar het punt links onder, om pas daar te beseffen dat dat het CP12 was waarvan tijdens de briefing verteld was dat het vervallen was. Stomstomstom. Maar op zich wel een mooi plekje…

De punten er na, CP9 en consorten, schijnbaar willekeurig genummerd, gingen zonder noemenswaardige problemen, maar onze voorsprong was verspeeld. Bij CP8, een hoogspanningsmast, werden we “betrapt” door een man met een jachtgeweer: wat we daar wel niet deden. Privé terrein, verboden toegang. Maar op onze route om er te komen stond geen bordje. Het was ook niet echt de standaard route. Na wat uitleg, en het besef dat het om niet zo veel mensen ging, liet hij ons verder gaan. Maar hij was er niet blij mee, ook omdat tijdens het gesprek 5 teams her en der uit de struiken kwamen springen. Er volgde een punt, CP13, op een soort heuvel die volgens de CP8kaart ook een kuil kon zijn. Topo25 geeft niet aan wat omhoog en wat omlaag is, zoals op een echte IOF oriëntatiekaart. Het bleek een kuil. Maar de vaart zat er weer aardig in, en in no-time vonden we CP14 en CP15.

Daarna leek het ons handig om alsnog CP1 langs te gaan. Leek op dat punt maar een kilometer heen en terug – in het echt iets meer vanwege ontbrekende spoorwegovergangen en een bloemkoolwijk.

"Even" langs CP1 om 20 punten te scoren.
“Even” langs CP1 om 20 punten te scoren.

Maar 10 minuten omlopen scheelden wel 30 strafminuten. Door naar CP17 en CP16. CP17 leek er niet te zijn. Er stond een hek, maar daar binnen leek het privé terrein, en na onze eerdere ontmoeting was dat niet direct het aangewezen speelveld. Gelukkig zagen we het nabijgelegen valse CP niet, dat volgens de kaart die we achteraf te zien kregen zo dichtbij lag dat andere, juiste CP’s, even ver bleken te hangen van het punt op de kaart, en we dus ook als “vals” haddenkunnen interpreteren. Het blijft soms een beetje “fuzzy”.

Zo weet je nog niet waar je bent!
(klik om de hele kaart te openen)

Dan maar door naar CP16, dat, na verkenning, heel duidelijk binnen het zelfde hek lag. En waar we zonder artikel 461 te passeren prima konden komen. Dat wierp een ander licht op CP17, dat inderdaad binnen het hek bleek te liggen, en wel zo dat wij het ook van buiten hadden kunnen zien hangen (en lezen, mits we een verrekijker hadden gehad). Het andere team dat met on naar CP17 had gezocht -en het ook niet leek te kunnen vinden- had het wel zien hangen en was via de andere kant omgelopen. Zo zie je maar.

wij
Team Bosraggers, na afloop, met luchtbuks. Het was een echte Ultra-oriëntatie-biathlon-challenge.

Als tweede kwamen we na CP18 bij de start, waar een verrassing wachtte: de schietbaan van SV Tyr werd inderdaad gebruikt, en met 5 luchtbuks kogeltjes zouden we evenzoveel doelen raken. Lastig, met een bonkend hart en gierende hartslag, maar we bleken er goed in! Ik schoot 49 uit 50 punten, waardoor dit maar 1 strafminuut opleverde.

Etappe 2

Het intekenen van de punten van etappe 2 ging sneller dan bij de eerste etappe, want binnen 20 minuten stonden we weer buiten. Dit keer hadden we dan ook een tafel tot onze beschikking. De combinatie-coördinaten met noord in RD en oost in dd°mm’ss”s waren iets lastiger vanwege de hoek tussen de noord-zuid meridianen van de twee stelsels (0.3° voor RD, maar bijvoorbeeld ruim 3.2° voor UTM ten opzichte van het ware noorden).

De tweede etappe.
(klik om de hele kaart te openen)

etappe 2
Het Roadbook van etappe 2.

De tweede etappe leek qua uitvoering op de eerste. De punten stonden al op de meest logische volgorde, alleen CP30, waarbij niet “Staat op de kaart” staat, blijkt, na intekenen, gelijk te zijn aan CP17. We vragen het team Chickenpower, de organisatoren, maar zij kijken wat verbaasd: “Natuurlijk blijven de kaartjes op dezelfde plek hangen, maar je kan de controlenummers van etappe 1 toch niet meer opnieuw inleveren.” Vreemd. Later blijkt dat er nog een CP30 is, dat wel op de kaart staat getekend, en dat het dus twee keer gegeven is, op totaal verschillende locaties, blijkt een fout. We nemen het zekere voor het onzekere, en gaan beide plekken af, ook die waar we al eerder waren, want dat het een vergissing is en geen /uitdaging/ horen we pas na de finish. Vreemde beslissing, want dat CP17 een “8” was wisten we al, en om dan nog een keer te gaan kijken…

Voordat het zover is lopen we nog langs CP22 t/m 24, met bij ééntje een relatief eenvoudige projectie, die we op passen en kompassen uitvoeren. Dan, bij CP25, wordt het weer lastiger. Een wirwar van paadjes, en twijfel welke het is. CP26 is nog lastiger, vooral omdat hij zo makkelijk is! Het CP kaartje hangt dusdanig in het zicht dat het wel vals moet zijn, zo denken we. Bovendien lopen er meer paden dan op de kaart staan. Terug, heen, rondje maken, double-check, maar we blijven bij het in-het-oog-springende kaartje. Moest wel kloppen.

Een “after-lunch” dipje? Drie posten achter elkaar waar we flink aan het klungelen zijn geweest. Vooral omdat er meer paadjes waren (en soms minder) dan op de kaart stonden. Telkens kwamen we in eerste instantie op de goede plek, maar klopte het patroon niet met de kaart.

De heuvel op naar de toren, tweede paadje linksaf in… nee, dat klopt niet, dat loopt in een rechte lijn van de toren of, en wij moeten er eentje eerder hebben. Dit lijkt wel die stippellijn op de kaart. Doorlopen tot de splitsing, iets noordelijker, maar dat matcht niet. Dan maar het westwaartse pad volgen om te zien waar dat uitkomt. Dat lijkt het westelijke kleine paadje onder de ‘a’ van Galgenberg te zijn, maar komt niet uit op het oorspronkelijke pad de heuvel op. Uiteindelijk vinden we het CP, maar de kaart klopt hier niet. En dan blijf je twijfelen of het niet een vals CP is, want weet team ChickenPower -aha, vandaar dat CP op alle kaartjes- dat ook? En bij CP28 gebeurt iets soortgelijks. Het beoogde en gezochte pad is vanuit het westen komend niet te herkennen, staat wel op de kaart, maar pas na veel zoeken vanuit de andere richting vinden we iets pad-achtigs met een CP-kaart.

CP29
Je ziet dat we lang hebben gezocht bij de klimboom midden op de open plek, bij het CP-bollejte, voordat we bij de bosrand waar het pad in het groen verdwijnt zijn gaan kijken en het CP-kaartje vonden.

Ook CP29 zorgt voor wat vragen. Op de kaart staat het overduidelijk midden op de open heide vlakte getekend, waar een schitterende klimboom staat. We klimmen er in, vinden niets, en noteren tenslotte een CP nummer op een boom aan de rand van de vlakte? Vals? Daar moeten we later maar achter komen. Twijfelen doen we zeker. Misschien daarom wel gaan we langs het overbodige CP30 om ook dat te noteren, terwijl we niet eens weten of dat er wel zal hangen. Team CP was zich kennelijk nog niet bewust dat er iets fout was, laat staan dat wij wisten wat er dan precies niet klopte.

Doen we eerst CP32 en dan CP31? Het kan net zo goed, qua route. En dat blijkt maar goed ook, constateren we ruim drie en een half uur later als we etappe 4 lopen. Want er vlakbij ligt nog een punt dat we, vanuit zuidelijke richting komend, vast eerder hadden gezien. Maar vanuit het westen komend vinden we het juiste CP32 bij een bankje. Da’s boffen. CP31 is al vanaf meters afstand te zien, want het is weer een nummer op een mast. Een nummer dat we een paar uur later niet vergeten zijn.

CP36Daarna wordt het weer even makkelijk. Een klein beetje twijfel bij CP35 -is het nu een bult of een kuil op de kaart?- want het blauwe kaartje hangt voor ons -enigszins wantrouwig afgestelde- gevoel veel te opvallend. Maar de locatie klopt, dus het zal wel goed zijn. Maar dan gaan we de mist in. CP36 lijkt de voordeur van een grote villa met oprijlaan, waar we niet kunnen komen. Maar de aardige mensen die er wonen hebben met riante cijfers hun huisnummer op het muurtje naaste de oprit gezet. Helaas blijkt dat we het CP een seconde te snel en een paar mm te laag hebben ingetekend, en het om een heel ander huis ging. En omdat het verkeerde nummer geen vals CP was kostte het geen 45 maar meteen 60 strafminuten. 

Hoe 1 seconde overeen komt met 60 minuten…

Dit zou onze eerste van drie fouten worden. Intussen zagen we niet veel andere teams meer. Na dit punt kwam er nog eentje achter ons aan, en zagen we verderop een team in een andere richting lopen, maar voor ons in elk geval niet veel meer. Dat maakte het meteen wel weer een stuk spannender. Zouden we deze positie weten vast te houden?

Bij CP38 constateerden we rap dat een PowerBar Shot gewoon een soort winegum is en makkelijk in het verkeerde keelgat schiet als je rent, en dat we het punt verkeerd hadden ingetekend. Vanwege de klassieke fout: het verkeerde van de drie grids op de betreffende kaart gebruikt. Maar het is snel hersteld, en binnen twee minuten vinden we het CP. Alleen een ontbrekende spoorwegovergang, en vijf loden luchtbukskogeltjes, staan nog tussen ons en etappe 3.

Etappe 3

Etappe 3 bestaat uit peilen en tellen. Passen en kompassen.
(klik om de hele kaart te openen)

niet_CP43
Groen: de juiste route. Rood: onze interpretatie. Terwijl juiste vooral de afstand van het eerste been vanaf CP42 lastig te schatten was vanwege de knik in de weg, maken we de grootste fout in de koers.

Als we echter de enveloppe van etappe drie openmaken nemen we een verkeerde beslissing. Inmiddels zijn er nog een paar teams het clubhuis binnen gekomen, maar dat zorgt niet voor tijdsdruk. Integendeel. We gaan op ons gemak kijken hoe we de peilingen op de beschikbare kaarten kunnen tekenen, rekenen de schalen om, en constateren dan pas dat het uiteindelijk veldwerk wordt. Maar, dat is het gekke, dan zijn we al ruim een kwartier verder. Het heeft wel enig nut gehad: nu staan de kompaskoersen vast exact op het blad met de bol-pijl route, weten we dat sommige punten op de satellietfoto afgebeeld staan, en, omdat we de eerste peiling van 210 meter tussen clubhuis en kruispunt kennen, kunnen we mooi exact onze paslengte lopend en rennend kalibreren. En dat blijkt goed te werken. Althans, bij de eerste paar punten. Zodra de weg tijdens een been van de peiling een knik maakt klopt de schatting niet meer, en bovendien staat er een boerderij op de line-of-sight zodat ook de peiling niet goed lukt. We schatten dat we ergens uit moeten komen, maken de 2e peiling naar CP43, en vinden daar niets. Als die eerste afstand nou eens te krap was ingeschat? (En dat was ook zo.) Dan moeten we nog iets verder naar het oosten. Weldra vinden we daar een CP, en volstrekt tevreden gaan we door naar CP44  en CP45. Omdat CP44 op de luchtfoto herkenbaar is controleren we de afstand en koers daarheen niet, en zijn ons nog steeds van geen fout bewust. Achteraf is het verschil zo duidelijk op de kaart te zien dat je niet snapt dat dit mis ging, zeker omdat de koers zo veel afwijkt. Omdraaien terugpeilen vanaf het knikpunt had zeker de fout kunnen voorkomen; maar ook zelfs misschien als we vanuit CP44 terug hadden gekeken. Misschien voelden we de hete adem van de achtervolgende teams in onze nekken.

etappe 3
Het Roadbook van etappe 3.

CP45 was makkelijk, CP46 weer een lastige vanwege ontbrekend zicht, en CP47, CP48 en CP48a waren weer eenvoudig. Maar wat we wel van onze tweede fout, en de verloren tijd bij CP47, leren, is dat we dit soort peilingen nauwkeuriger moeten uitvoeren, controleren, en misschien zelfs een echte dead reckoning berekening maken op de zakjapanner. Een aandachtspuntje…

Etappe 4

Met verkleumde vingers tekenen we nog een stuk of wat CP’s in op de kaart. M’n ultralightweight tekenbord komt weer uitstekend van pas.

etappe 4
Het Roadbook van etappe 4.

Dan steekt de wind op. Het wordt koud. Bij CP49, waar we de kaarten van de vierde en laatste etappe krijgen, is wel een (prehistorische) hut, maar het is veel te donker binnen om daar te tekenen. Een half uur lang zitten we met verkleumde vingers op een houten trappetje van een kippenhok, met iets verderop inmiddels nog twee volgende teams, die ook aan het intekenen zijn. Ook dit keer weer kaarten met afwijkende schalen, verschillende coördinatensystemen, onlogische volgordes, en ontbrekende indices bij sommige gridlijnen. En dus moet er weer gerekend, geconstrueerd en gepuzzeld worden. Onheilspellend is dat er van de twee opzettelijke witte plekken op de kaart, er maar eentje een CP ingetekend krijgt. Dat kan haast niet kloppen. Double-check.

Witte plekken op de kaart. Dan kan je nog zou nauwkeurig projecteren, maar het laat niet exact zien waar je moet zijn. Een vals CP dat er 30 meter naast ligt is dan snel voor waar aangenomen.
(klik om de hele kaart te openen)

Als we klaar zijn en weer op pad gaan vertrekt het volgende team vrijwel direct ook. Samen gaan we naar het volgende, nabijgelegen, CP55, maar op weg naar CP50, dat volgens ons toch echt een logische volgende bestemming is, gaan ze een andere kant op. Vreemd. Nou ja, via kale akkers en schrikdraad komen we bij CP51, een CP onder een afdakje, en na nog wat overklimbare hekken stranden we voor een hoog hek met prikkeldraad, tussen ons en CP52. Het kan niet de bedoeling zijn dat we daar over klimmen. Toch? Fout ingetekend? Ook niet. Dan maar doorlopen. Het volgend team even verderop verdwijnt opeens linksaf, waar kennelijk toch een doorgang is. We volgen, maar zien ze niet meer. Wel vinden we CP52, via een tourniquet.

De daaropvolgende aanwijzing ligt onder paal #15. Gelukkig weten we nog welke paal #14 is, en zo kunnen we er direct heen rennen. Daar staat dat CP54 op 86 meter en 168 graden ligt. Het andere team is weer bij ons, en roept hardop “186 meter”.  Ook goed. Wat zij willen. We noteren het CP nummer op 86 meter, roepen dat dat nog lang geen 186 meter is, en gaan vrolijk met ze mee naar de plek waar niets ligt, om na een minuut te besluiten dat we “het wel weten en verder gaan”. Zij zoeken nog even door, want het CP moet daar ergens zijn, want wij weten het immers. Na CP53, een kuil, en CP56, een boom, ook makkelijk, maken we onze derde, en tevens laatste fout van de dag. Een projectie over een lange afstand, 600 meter in dit geval, levert bij een onnauwkeurigheid van 2°, wat ook niet geheel ondenkbaar is, al een miswijzing van 20 meter op. Dat lijkt niet veel, maar achteraf blijkt dat daar elke 30 meter een vals CP hing, wat dus nauwelijks meetbaar is. Wij lopen prompt tegen het meest in het oog springende blauwe kaartje in de hoek van het veld aan, en gaan blij verder.

De laatste kaart, waarop het woord “finish” prijkt: eindelijk!
(klik om de hele kaart te openen)

Nog maar een paar te gaan, en we zijn op de terugweg. Een CP op een steil pad, op de kaart halverwege een helling (dat bijna onderaan blijkt te hangen), en eentje onder een boom in een zandgeul die ontbreekt op de kaart en alleen door passen tellen gevonden wordt, zorgen voor nog wat vertraging. Maar we vinden ze uiteindelijk. Over CP61, CP60 en CP62 valt niet veel te zeggen. Maar het wordt wel donker, en daarmee zijn de CP-kaartjes steeds lastiger te vinden. CP63 zorgt voor twijfel. Waren we daar niet al geweest? Hetzelfde CP controle getal, zou dat kloppen? Is dit een soort CP30-deja-vu? Of hebben we een fout gemaakt? Het blijkt het laatste, maar deze keer, in etappe 4, moet hij wel kloppen. We zijn te uitgeput om ons er nog druk om te maken. Bij CP64 komen de zaklampen tevoorschijn. CP65 wordt onder een paaltje gevonden (zou iemand anders deze spotten?), en voor CP67 moeten we een spoorlijn en een hek passeren. Het lijkt even zoeken, maar net op dat moment gaan de spoorbomen knipperen omdat er een trein aan komt, en zo vinden we het met gemak. Het hek bij 67 gaat gewoon open, terwijl we in de verte, zo rond CP63, een hoofdlampje uit het bos zien komen. Dat is nog bijna een kilometer achter ons, maar toch voelt het als opgejaagd, zodat we het laatste stuk tot de finish weer flink doorrennen.

Finish

Midwinterrun2014_klein
Bekijk onze complete route door op de afbeelding te klikken.

En zo komen we net voor 18:00 binnen, op de valreep zonder strafminuten. Want elke minuut dat we vòòr zes uur eindigen levert punt 1 bonus, maar elke minuut ná 6 kost 2 strafpunten. Tenslotte moeten we nog een keertje schieten, maar ook dat is weer allemaal raak.

Een paar teams waren al binnen, maar al gauw verschijnen uit het donker ook de meeste andere teams. Op zich opvallend, want ook met 2 strafpunten per minuut, levert elk gevonden CP 30 punten op, en mag dus 15 minuten kosten. 67 posten in 9½ uur betekent gemiddeld 7 per uur, en dus 8½ minuut per post. In dat tempo kan je dus nog gemiddeld 13×7 = bijna 100 punten scoren in dat laatste uur.

Maar daar was het op dit tijdstip, met zoveel kilometers in de benen vast niet meer om te doen. Een heerlijke warme dampende Chinees lonkte, en frisse biertjes. En zo sloten we met zijn allen, onder het houden van stoere verhalen over onze ontberingen, nagenietend van de mooie tocht, het evenement af. Nou ja, bijna, want er volgde nog een prijsuitreiking die me nog lang zal heugen.

De uitslag

Spannend! We hadden alle posten aangedaan, en waren net voor zessen binnen. Maar dat zegt niet veel. Die paar minuten voorsprong of achterstand op het eind betekenen namelijk bijna niets. Het gaat om de strafpunten voor niet gevonden, maar vooral valse en foutieve posten. Dat maakt het verschil. Kijk maar naar de uitslag hier onder. We kwamen 13 minuten voor de #2 binnen, Menno en Ruud, maar het verschil in de score is 181 punten, ruim “drie uur”. Zo gaat dat bij een Midwinterrun. Maar dat neemt niet weg dat de andere teams er vast net zo genoten hebben als wij! Wat ook te lezen valt in de verslagen van team  Horse and Brainpower en team Survival of de Crows.

Maar om een lang verhaal kort te maken: we hebben gewonnen!

big_32416434_0_1000-602[1]
De uitslag zoals die op de site van Chickenpower werd gepubliceerd. De kolom “plek: stand” is de tijd in minuten, inclusief strafminuten, ten opzichte van de deadline van 18:00. In de kolom ET1 zit ook de score van het schieten verwerkt.
Na een paar dagen werd ook de uitslag per team en per CP gepubliceerd door ChickenPower. En dat leent zich dan weer voor wat leuke statistische beschouwingen.

Om een gevoel te krijgen voor onze fouten: het verkeerde huisnummer was stom, want ruim 80% (van de 61% die het überhaupt vond) had deze wel goed. Maar de 2e fout, CP43, werd door 91% gemaakt, en het 3e CP dat we fout hadden, was zelfs door niemand goed beantwoord. Maar goed, de meeste teams haakten dan ook ongeveer na CP50 af. CP16 en CP27 daarentegen, die meer dan de helft van de teams fout deden, hadden we goed.
Opvallend is ook dat de teams die minder CP’s wisten te bezoeken, ook nog eens relatief meer fouten maakten. Er lijkt zelfs een verband te bestaan tussen de schiet-score. Zou de hele MWR een kwestie van goede ogen zijn?

Het ligt voor de hand dat de totaalscore beter (= lager) wordt, naarmate een team meer CP’s gevonden heeft. Er zijn meer factoren, maar die lijken ondergeschikt als je het zo bekijkt.

Er is geen relatie tussen de eindtijd en het aantal gevonden punten. Maar goed, iedereen mikte op omstreeks 18:00 binnenkomen, los van of ze alle CP’s gehad hadden.

Als je echter de gemiddelde tijd uitrekent dat elk team over één CP deed, valt op dat het relatieve aantal fouten ook toeneemt. Dat is vreemd. Of is het zo dat de iets langzamere teams vooral meer tijd kwijt zijn met lopen, maar niet langer of uitgebreider zoeken? Ze zouden juist daardoor iets beter kunnen scoren. Aan de andere kant, 1 minuut langer zoeken levert misschien 1 fout minder op, maar kost wel weer een uur op de hele route. En dat is ook wat een fout ongeveer kost.

Iets soortgelijks zie je terug in de relatie tussen het aantal gevonden CP’s en het aantal fouten. Wellicht betekent minder fouten dat je beter zoekt, en daarmee dus ook meer vindt, en sneller door kan naar het volgende punt. Alleen vind ik dat een enge redenering.

Wat voor de hand ligt, maar minder doorslaggevend blijkt dan je zou verwachten, is dat wie minder fouten maakt een betere (= lagere) totaalscore behaalt. Toch is het aantal gevonden CP’s van groter belang. Een fout CP staat grofweg gelijk aan twee CP’s minder vinden of aflopen. En omdat het gemiddeld aantal fouten (2.4) dat men maakte veel kleiner is dan het gemiddeld aantal gevonden posten (40), zie je dat minder duidelijk terug in het eindresultaat.

Conclusie

Het was weer een geweldige dag en tocht. Toch heel anders dan bijvoorbeeld de WOR (zie mijn verhalen van 2012 en 2013), maar ook dan de Midwinterrun van 2013. Er zat dit keer méér in:

  • meer kilometers met name,
  • maar ook de schietopdrachten,
  • de logicaopdracht bij de start,
  • meer in te tekenen CP’s.

Maar ook minder, zoals

  • minder sneeuw (nou, zeg, dat kan je toch plannen!? – het levert zulke mooie foto’s op)
  • geen water of andere avontuurlijke hindernis (en dus ook minder stoere verhalen voor later)
  • geen memorisatie-opdracht (van de gedachte er aan werd ik wel een tikkeltje nerveus)
  • geen actie-foto’s onderweg

Maar dat houdt het afwisselend en interessant. Alleen mistenwe  sommige elementen wel een beetje, wellicht ook omdat we daar op min of meer op gerekend hadden. Eerlijk gezegd hoeven er van de kilometers volgend jaar niet méér in te zitten.

 Analyse

Ik kan het nooit laten om achteraf nog eens te bekijken hoe het ging. Daarvoor droegen we een GPS-hardloop horloge en een tracklogger, die achteraf verteld wanneer we waar hoe hoe hard liepen en hoe hoog we zaten. Tijdens het lopen heb je er niets aan, maar dat zou ook niet leuk zijn. Hiermee kan ik na afloop onze route op de diverse kaarten plotten, bijvoorbeeld met OziExplorer of Mapsource, maar ik gebruik in dit geval liever QuickRoute. Zo kan ik makkelijk de tijden van de losse deeltrajecten bekijken, en zien hoe lang we hebben lopen dralen rond elk CP. En op die manier kom ik tot het volgende overzicht:

Tijdsverdeling

Ongeveer 1/3 van de tijd hebben we gerend (meestal rond de 5’15″/km, soms 30″/km sneller of langzamer), ook 1/3 stonden we stil, en de rest was een snelheid er tussen in, ofwel wandelend, ofwel zoeken naar een CP.

tijdverdeling
Hie zie je hoeveel tijd we waarmee bezig zijn geweest. De meeste tijd hebben we bewogen, en daar het meeste van hebben we gerend, maar dat was minder dan de helft van de duur van de tocht.

In de diagram hier boven valt wel op hoe ontzettend veel tijd we kwijt waren met intekenen op de kaart. Dat is echt iets dat veel sneller moet kunnen. Twee uur zoeken klinkt veel (ik heb de tijd bepaald dat we rond de CP’s bewogen), maar met 67 posten is dat minder dan 2 minuten per punt. Soms zagen we het CP-kaartje hangen in het voorbijgaan, maar soms kostte het meer dan 5 minuten.

Tempo

Uit het de snelheidsverdeling over de tijd kan je halen dat we ongeveer 1/3 hebben stilgestaan of langzaam hebben gelopen, 1/3 met een fors temp van 5 min/km hebben gelopen, en de rest iets daar tussenin. Bij een normale oriëntatieloop sta ik tussen 6 en 9 % stil. Maar nu moest er ingetekend worden, uiteraard.

snelheidshistogram
Histogram van onze snelheid, verdeeld in intervallen van 2 minuten. Elk balkje geeft de tijd weer zolang we een snelheid binnen dat interval liepen. De grote groene zegt dat we 31% van de tijd tussen 4:00 en 6:00 min/km liepen, en de rode dat we 33% van de tijd langzamer liepen dan 28 ‘/km.

Per etappe heb ik nog eens de tijd uitgesplitst die we bezig waren met tekenen, zoeken, en lopen. En de verloren tijd vanwege “externe factoren”. Wat overblijft is de tijd dat we liepen of renden, en dat levert, met onze afstand per etappe, een gemiddelde snelheid en temp op. Dat valt, zeker in de eerste etappe, zeker niet tegen. In de derde ging het een stuk trager, maar dat kwam vooral vanwege de extra moeilijkheidsgraad. Tevoren intekenen op de kaart betekent dat je de rest van de etappe dóór kan lopen, maar juist bij de peilingen was dat niet het geval.

 etappe intekenen
(min)
zoektijd
(min)
extra vertraging afstand gelopen
(km)
tijd gelopen tempo
(min/km)
snelheid
(km/u)
 1 8+25+3 26 5 minuten praten met de jagers rond CP8 en CP13 19.1 1:49  5’37”  10.7
 2 19+1 34 3 minuten zoeken naar een dubbel CP30 15.5 1:41  6’21”  9.4
 3 18 23 6.5 0:54  8’15”  7.3
 4 29+1 23 11.8 1:23  6’48”  8.8
 totaal 1:44 1:46 52.9 5:40  6’25”  9.4

Afstand

Als ik onze afstanden vergelijk met de “snelste” route (niet in vogelvlucht, maar wat we idealiter gelopen zouden hebben), zie je dat we vooral in etappe 1 de extra kilometers hebben gemaakt, en de rest is wat kruimelwerk vanwege zoeken en verkennen.

afstandverdeling
Verdeling van de afstand die we sneller dan 8 km/u liepen, en welke we langzamer liepen. We hebben bijna een hele marathon echt gerend. En daarbij nog eens 12.2 km gelopen. Waarvan de helft schat ik in kleine rondjes rond bomen en kruispunten.

Per etappe heb ik gekeken wat we verloren hebben. Als ik daar de substantiële stukken vanaf trek houd je het kruimelwerk over. En dat is ook niet gering.

 etappe gelopen afstand snelste afstand opmerking
 1 19.1 km 13.4 km 800 meter kostte het ommetje langs CP12 dat er helemaal niet was (wat we stiekem wisten), 200 meter bij CP7, en 2.8 km als we niet nog een keer langs CP1 waren gelopen (wat ook in 2 km had gekund achteraf). Twee kilometer hebben we dus geslingerd onderweg, zoekend naar blauwe kaartjes.
 2 15.5 km 12.2 km Als de de 8 van CP30 gewoon hadden ingevuld en niet nog eens zouden zijn gaan kijken, had dat 200 meter gescheeld. En nog 300 meter op het end, als we van onze kaart af waren gelopen en de noordelijker overweg hadden genomen. De overige 2.8 km zijn dus cirkelen en zoeken geweest, naar met name CP26 en CP27, en een kilometer bij de overige punten..
 3 6.5 km 5.8 km Ruim 600 meter hebben we extra gelopen op zoek naar CP46, een been van slechts 303 meter.
 4 11.8 km 11.5 km 600 meter hadden we kunnen besparen door op weg naar CP52 over het prikkeldraadhek te klimmen. En nog 200 meter elders. Dus deze etappe was helemaal volgens PAR.
 totaal 52.9 km 42.7 km

Je kan dus stellen dat we onderweg een kilometer of 5 meer hebben gelopen dan wanneer we de locatie van de kaartjes op voorhand hadden gekend, en bijna 6 kilometer vanwege foutjes en andere beslissingen die achteraf niet nodig waren geweest. Idealiter waren 53 km er maar 42 geweest, maar ja, als je 68 minuscule blauwe kaartjes aan de achterkant van bomen zoekt waarvan je op ±15 meter nauwkeurig de locatie kent, loop je 6.5 km in rondjes van 125 meter. Dan hebben we het toch niet slecht gedaan. En het is goed om bewust van te zijn als je zo’n run uitzet, hoeveel er aan loopafstand bij komt per CP, bovenop de snelste route.

Verbeterpuntjes

Volgend jaar nog beter? Dan moeten we minder tekentijd besteden, en slimmer intekenen. Veel fouten hebben we niet gemaakt bij het tekenen, maar toch een slordigheidje dat 60 strafpunten heeft gekost. Hoeveel meer fouten als we twee keer zo snel zouden hebben gewerkt? Ergens ligt een optimum, dus we moeten vooral slimmer de punten uitzetten.

En noteren waar een standaard CP en waar iets anders gevonden moet worden. Dat had ons het debacle bij CP1 bespaard.

Verder kunnen we projecties zonder dat er een kaart bij hoort beter gewoon lopen en niet peilen. Maar wel in segmenten werken als het niet in één keer kan, en goed bijhouden of uitrekenen waar we zijn.

Een CP30 is natuurlijk zonde. Daar hadden we nooit dubbel, of eigenlijk zelf drie maal, naar hoeven zoeken.

En we moeten nog wat beter de opmerkingen briefing verwerken. Schijnt een fout die meer teams maken, overigens.

Spullen

Omdat ik vast nog een keer ga meedoen, som ik mijn inventaris van dit keer op (zodat ik volgend jaar binnen 5 minuten mijn tas kan pakken):

  • hardloop-rugzak met daar in
    • een drinkwaterzak met 1.7 liter water
    • 2 Snickers
    • 2 muesli repen van AH, m
    • PowerBar Shot (10 winegums voor de prijs van 100)
    • PowerBar Hydro Gel (een lik appestroop)
    • lineaal
    • meetlint
    • rekenmachine
    • reserve potlood, stift en geodriehoek
    • thermo deken
    • ID
    • geld
    • EHBO spul als pleisters en tape
    • toiletpapier
    • nood-poncho (voor als het ging regenen)
    • ASML windjack (voor als het ging waaien)
    • Icebreaker mutsje (voor als het ging vriezen)
    • HH thermo-handschoenen (voor als het ging sneeuwen en we sneeuwballen moesten gooien)
    • Philips 3W LED zaklamp (voor als het donker werd)
    • telefoon (voor als het later werd)
    • GPS tracklogger

    en aan de buitenkant:

    • potlood aan een touwtje
    • fluitje (aan een touwtje)
    • geodriehoek met afgevijlde hoeken (aan een touwtje)
    • watervaste stift aan een zipper
    • rekenmachientje (aan een touwtje)
    • Recta peilkompas (aan een touwtje)
    • druivensuiker
  • plastic kaarthoes, met daarin
    • lichtgewicht plankje om kaarten vlak te houden
    • kaart-roemer (beperkt functioneel, want de schaal is arbitrair)
    • klemmetje om zaakje bij elkaar te houden
    • velletje voor aantekeningen, met omrekeningen graden/minuten/seconden per meter en omgekeerd, hoek UTM vs. RD, etc.
  • Silva duimkompas
  • Hardloophorloge
  • en om aan te trekken
    • Inov-8 ROCLITE 285 schoenen (zonder spikes maar met noppen)
    • Nike lange hardloopbroek
    • Moose sokken
    • Kraft thermo shirt met lange mouwen
    • Nike tuned fleece

     

Ten slotte kan je alle kaarten van ons team vinden op mijn Digital Orienteering Map Archive. En de route langs de “juiste” CP’s kan je hier op de site van Leo Slütter bekijken. En hierna? Misschien wel de N8-run.

Midwinterrun 2013: een marathon door de sneeuw

Het was weer een avontuur! De Chicken Power Midwinterrun 2013. Nauwelijks wetende wat ons te wachten stond, maar wel met temperaturen onder nul, een gure wind en sneeuwbuien in het vooruitzicht, vertrokken we om 5:59 uit Eindhoven. Samen met mijn loopmaat voor vandaag, Jeroen, en concurrent Patrick, reden we door een donkere, maar witte, wereld, naar Terschuur, een dorpje tussen Barneveld en Amersfoort. Min zes C buiten de auto, zenuwen binnen. Toch wel. Ondanks dat ik ruim een maand geleden nog aan de W.O.R. 2 had meegedaan.

Zou dit anders zijn? Het was ook een run, er moest ook geöriënteerd worden, en we liepen ook in teams van twee. Maar het was nu ruim 15 graden kouder, er lag een pak sneeuw, er ging nog meer vallen. Van Ferdy, de ontwerper van de W.O.R., had ik begrepen dat er er minder instinkers te verwachten waren. Maar wat is minder? En ik begreep dat er veel uitgebreider kaarttekenwerk nodig was. Maar wat is meer? En wat heb je daar voor nodig?

En ik had op de website een foto zien staan van iemand die door het water moest. Brrrr. Zou dat vereist zijn? Verijst in elk geval wel, vandaag.

Zo druk waren we bezig, dat we helemaal vergaten dat de muts binnen best af kon. Het intekenen van de ontbrekende CP’s kostte ongeveer een uur.

En het bleek anders! Per bus gingen we naar de start, geen idee waar dat was, op dat moment. Er werden onderweg wat mededelingen gedaan, maar, onvoorbereid, had ik die niet opgeschreven. Waar op had dat gemoeten? Volgende keer een notitieblokje mee. Bij het verlaten van de bus kregen we een enveloppe met een zevental kaarten. In kleur! Dat viel al weer mee. En allemaal 1:25000 topografische kaarten van het kadaster. Maar wel op een andere schaal uitgeprint en afgesneden. En er was een roadbook met zestig punten, waarvan de helft ook op de kaart stond, en de andere helft zelf ingetekend moest worden aan de hand van een RD-coordinaat, een projectie, of een lengte- en breedtegraad. Er was tijd in een lokaaltje om dit aan een tafel, en vooral verwarmd, te doen.

De schaduwen van de bomen, maar ook de gegeven projectie, laten zien hoe je de foto moet draaien om het noorden boven te krijgen. Vervolgens konden we hem in de topografische kaarten inpassen.

Niet alleen kaarten werden gebruikt: ook luchtfoto’s, en zelfs een oude kaart. Dat laatste was een leuke exercitie: één punt, CP 42, was op zowel de oude als de nieuwe kaart getekend, maar CP 43 alleen op de oude. In anderhalve eeuw is er nogal wat veranderd in het landschap, maar een aantal elementen zijn ook behouden gebleven. Zo ontstond een puzzel, maar uiteindelijk wisten we vrij zeker waar CP 43 op de moderne topografische kaart te plaatsen. En na wat speurwerk bleek dat de luchtfoto, zoals snel aan de richting van de schaduwen te zien was, geroteerd was. Leuk gedaan!

nieuwe kaart → oude kaart
(ga met je muis over het balkje om de kaart te wisselen)


Een uur later waren we klaar met intekenen. Een aantal teams waren al vertrokken, een paar waren nog bezig. Hebben we het wel goed gedaan? Een foutje is snel gemaakt, als een lengte-minuut op de kaart 5,4 cm is, en een breedte minuut 8,7 cm, en er doorheen een RD raster geprint is.

CP 1, 3 en 5 waren ten opzichte van elkaar als projecties gegeven. 2, 4 en 7 moesten we memoriseren, aan de hand van een kaart die even snel bij de START getoond werd. We kwamen in eerste instantie goed uit bij 5, maar vonden toch het valse punt.

Bij CP1 volgde een verrassing: we moesten een keuze maken tussen de volgende punten op kompaskoers zoeken, of memoriseren. We kozen voor memoriseren, en zochten ondertussen de andere punten op het kompas. Maar kennelijk was het idee dat we eerst CP 2, 4, 7 zouden zoeken, en dan CP 1, 3 en 5; of omgekeerd. Alles tegelijk in één keer zoeken leek lastig, maar we wisten niet beter, en deden dat dus gewoon. Alleen CP 4 was lastig te vinden. En toch bleek dat CP4 wel klopte, maar CP5, dat we daar vòòr hadden gevonden, niet. Achteraf hadden bijna alle teams dat punt fout. En we zijn er nota bene overheen gelopen, als je de track op onze kaart bekijkt! Maar de organisatie heeft altijd gelijk. Toen wisten we ook nog niet dat een gevonden controlenummer ’23’ per definitie fout was.

Enfin, naar later zou blijken, als een van de eerste teams gingen we verder met het reguliere deel van de tocht. De sporen in de sneeuw van wezens die er eerder waren geweest waren kennelijk van konijnen, hazen en reeën…

Ik had vandaag een goede neus voor blauwe kaartjes achter bomen, want ik vond ze verrassend snel. Later op de dag zou Jeroen ze ook zo snel gaan spotten, en dat maakte dat we vrijwel overal binnen no-time verder konden rennen. Het leek er dan ook op dat er vrijwel geen valse controle nummers geplaatst waren, want nergens zagen we twee kaartjes, en vrijwel alles hing binnen 20 meter van waar we het verwachtten. Het leek dus niet nodig om naar een ander nummer te zoeken als we eenmaal iets blauws gezien hadden. Maar dat bleek later onterecht.

Intussen liepen we vooral over wegen en paden, ook omdat de route dat voorschreef. Het was vrijwel nergens veel sneller om dwars door te steken, en daarmee was verdwalen ook geen optie. Af en toe een weiland of akker gingen we diagonaal over, maar met de sneeuw en vaak oneffen ondergrond, liep dat een stuk minder. Zeker toen we nog 4’30″/km probeerden te lopen.

Onderweg keken we steeds naar de voetafdrukken in de sneeuw. Hoeveel zouden er voor ons lopen? Geen idee, maar overal leken al wel mensen te zijn geweest, op loopschoenen. Best handig, die sneeuw. Toch leek het ook regelmatig of er naar het kaartje met het controlenummer helemaal geen voetsporen liepen. Zouden zoveel teams al die CP’s hebben overgeslagen of niet kunnen vinden? Toen wisten we nog niet dat we eigenlijk op kop liepen.

Naar CP 27 hebben we toch even moeten zoeken. De schaal van de kaart eventjes verkeerd geïnterpreteerd…

Intussen kwamen we langs het Kasteel van Renswoude, Fort Daatselaar, en liepen tot vlak boven Scherpenzeel. En zochten we 10 minuten naar een CP-nummer op het enige punt waar volgens het roadbook niets hoefde te worden opgeschreven, corrigeerden we een foutief ingetekend punt dat aanvankelijk midden een in een weiland leek te liggen, maar gewoon een hoekpunt van het fort bleek te zijn, zochten naar een CP op een plek die ik in passen verkeerd had uitgemeten (als de schaal van de kaart 70% van 1:10000 is moet je niet het gebruikelijke aantal passen met 0.7 vermenigvuldigen, maar er juist door delen, waardoor het 2 keer zo ver blijkt te liggen), aten we een Snickers, en hoorden we van de organisatie die de eerste controlestrook in nam, dat we redelijk vooraan liepen. Er liepen dus nog een paar teams voor ons?

De rare slingers die we maakten zijn om de CP’s te vinden.

Òf 35, òf 36 was genoeg geweest. Maar we vonden het zo leuk, dat we ze allebei hebben bezocht.

Toen niet, bleek, maar even later wel. Want het kwam niet door de sneeuw, die ineens hevig ging vallen, maar doordat we in de bus geen duidelijke aantekeningen hadden gemaakt, dat we zowel CP 36, als CP 38 aandeden, terwijl verteld was dat die het zelfde controlenummer hadden; beide bezoeken was dus niet nodig. Wisten wij veel. Bij de tweede van de twee kwamen we achter twee andere teams uit, die toen op kop bleken te lopen. Maar ja, Jeroen zag razendsnel en ongezien het kaartje, zodat we na CP 37 weer voorop lagen.

Het scheelde maar 1 kilometer: onze locatie van CP 40, en de jusite…

Tot we CP 40 gingen zoeken, precies één RD kwadrant noordelijk van de juiste plek. Inmiddels waren we al behoorlijk moe, en hadden besloten dwars door te steken over de velden, maar wel in wandeltempo. Op zich scheelde dat niets, want je kon over dat terrein toch niet hard rennen. Maar dat helpt niets, als daar niets te vinden is. We hadden snel de fout door, maar dat was al te laat. Het zou ruim 20 minuten kosten om terug te lopen, en dat zou 30 strafminuten schelen, wat we het niet waard vonden, ook vanwege de extra inspanning.

Bij CP 50 (dat na CP 40 en 39 kwam) waren de twee teams op kop al aan het zoeken. Aan de verkeerde kant van de beek, waar wij in eerste instantie ook het CP hadden ingetekend. Maar het scheelde niet veel, en de nauwkeurigheid is beperkt, zodat we, toen de andere twee teams het inmiddels hadden opgegeven, en verder waren gelopen, alsnog aan de zuidkant het CP vonden. Hadden we mooi weer 30 strafminuten goed gemaakt.

Wat daarna volgde was een spelletje met een beek. Zouden de CP’s aan de zuid- of aan de noordkant liggen? En is er wel of geen brug? En is het diep? En breed? Geen idee hadden we, zodat we maar de kortste route naar het volgende CP namen, en wel zouden zien. Dat bleek een goede beslissing. Er was een stuw, en iets verderop een bruggetje.

We hebben behoorlijk getwijfeld, of we de noord- of de zuid-oever zouden nemen. De waarheid bleek letterlijk in het midden te liggen.

Toen namen we nog een slimme beslissing: punt 45 lag weliswaar dichterbij een logische route dan 46, maar daar zouden we de aanwijzingen voor 47 en 48 gaan vinden, en 49 lag juist weer wat verder weg. Vermoedelijk -want de punten stonden al niet allemaal in de juiste volgorde wat betreft de kortste route- zouden die 47 en 48 meer richting 45 liggen. En dat bleek helemaal te kloppen. Via een rechte lijn renden we naar 46, vonden 47 op weg naar 45, en van daar uit 48 op de route naar 49 en 51. Mooi! Enige minpuntje was dat we 48 niet direct zagen, en juist toen ik het beekje vlakbij was overgestoken om te kijken of het CP-kaartje aan de achterkant van een boom aan de oever zat, vond Jeroen een ’23’. Nietsvermoedend, en opgelucht, noteerden wij die, al hing die wat ver van het nulpunt, en gingen verder. Nog maar 10 CP’s te gaan!

De oversteekplek.

Maar er was een dilemma: zouden we voor CP 53 aan de noord- of aan de zuidzijde van de Grote Barneveldse Beek moeten zijn? Er leek geen brug in de omgeving, dus we moesten kiezen. Een volgende aanwijzing stuurde ons in elk geval terug naar een bruggetje, voor CP 52, zodat we vermoedden dat we moesten oversteken. Het CP lag volgens onze peiling op de kaart aan de zuidkant van wat een oversteekplaats voor landbouwvoertuigen en/of jeeps leek te zijn: een constructie van balken over het water aan weerszijden van een verharde bestrating op de bodem van de rivier. Maar geen CP te vinden. Bijna hadden we het opgegeven, maar na lang zoeken op de oever zagen we dat de balken ‘schoongeveegd’ waren. Er was dus iemand overheen gegaan. Zou er dan toch…?

Koud water met een laagje ijs er op is tot daar aan toe, maar een natte broek en schoenen is niet lekker met dit weer.

Als je niet om wilt lopen moet je voor paard spelen.

En er stond iemand van de organisatie met een fototoestel aan de overkant. Vast ook niet voor niets. En dus trok ik mijn schoenen, sokken en broek uit, en liep door het ijskoude water. Pijnlijkst was nog mijn scheen die ik stootte tegen een ijsschots, en de sneeuw waar ik in stond aan de overzijde, maar op de terugweg langs de andere balk vond ik het CP! Hoera! Die hadden we. Maar wat nu? Omlopen, want Jeroen stond nog droog aan de overkant, en had geen trek in een koude beek. Ach wat, we zijn toch een team? Dus ik nam hem op mijn rug en liep zo naar de noordkant. Snel schoenen weer aan, en door naar de finish. We lagen op kop!

Zo vonden we ook de laatste paar punten. Nog net op tijd zag ik dat 56 gedefinieerd werd door de koers náár 57, en niet omgekeerd, zodat we ook daar scoorden. En toen ik me even omdraaide bij het oversteken van een greppel zag ik dat er behalve een ’23’ in de buurt van CP 56 (die ik al wat slecht vond kloppen met de kaart) ook een ’29’ hing, op de juiste plek, wat ook weer 45 strafminuten scheelde. Doordat we doorstaken door het weiland naar 58 liepen we bovendien recht op dat CP af, en vonden hem zo, want vanaf de weg had hij aan de overkant van een riviertje gehangen.

Alleen gingen we vlak voor het eind nog een keer de mist in: een peiling met een stompe hoek vanaf een hectometerpaaltje op de kaart (Of had het het paaltje in het echt moeten zijn? En aan welke kan van de weg dan wel?) wekte niet mijn vertrouwen, en ook Jeroen was er wel klaar mee, zodat we voor het laatste punt aannamen dat het wel het blauwe kaartje op de deur van het gebouw dat als start en finish dienst deed zou zijn. Bijna goed. Maar dat kostte ons toch nog even 45 strafminuten extra. Maar we waren er! Als aller eersten!

Onze aankomst in het Wedstrijdcentrum.

Al met al bleken de volgende teams pas 25 minuten later aan te komen. Zouden we dan ook nog eens gewonnen hebben. Pas toen hoorden we van de ’23’s, en dat het vorig jaar ’72’ was geweest dat de valse posten kenmerkte. En drieëntwintig kwam me best bekend voor. Inderdaad hadden we twee valse posten meer gezien en genoteerd dan het team dat na ons binnen kwam, wat neerkomt op 90 strafminuten, zodat zij uiteindelijk met 66 minuten voorsprong wonnen. De score kan je hier vinden, (of hier onder).

Maar wat een geweldige race! Lang gedacht dat we ergens middenin het veld liepen (het was mijn 2e, en Jeroen’s 1e oriënteringsrun), toen wat gedeprimeerd over ons foutje van 2 km, en vermoeid door de afstand, teruggezakt in temp, maar ten slotte na de dwaze oversteek, en de kennis voorop te lopen, weer helemaal fanatiek en vol goede moed, alsof het niks was. Nou ja, qua afstand was het dan ook maar gewoon een Hele Marathon, maar dan wel door de sneeuw, met hindernissen, en zonder je hoofd te verliezen.

Dit was weer een bijzondere ervaring, en de laatste zaterdag van januari komt zeker op de kalender van 2014 te staan. Met de ervaring van deze eerste keer wordt dat vast weer een succes:

  • Er zijn wel degelijk valse punten,
  • die dan vast niet allemaal ’23’ heten.
  • De volgorde van de CP’s is niet altijd de kortste route.
  • Er kan wel eens een Adventure race-element in zitten; iets met water.
  • De CP’s zitten niet altijd exact op de juiste plek (of hoe wij die interpreteerden),
  • maar ook de kaart kan natuurlijk een beetje afwijken, en terrein kan zijn aangepast; en de CP’s moeten onzichtbaar voor derden gehangen zijn om rippen te voorkomen;
  • je moet daarom niet te lang zoeken of er op het -volgens jou- juiste punt niet toch een controlenummer hangt, meestal hangt dat er niet,
  • maar die enkele keer dat het er wel hangt -en het andere punt dus vals is- kost het wel veel strafpunten. De juiste balans tussen vertrouwen en wantrouwen is delicaat.
  • Alle zelf ingetekende punten moet je controleren: van de 20 hadden we er 4 fout in eerste instantie, en 1 daarvan zelfs niet meer op tijd gecorrigeerd.
  • Om 6:00 ‘s morgens nog even proviand bij een benzinestation kopen kan wel eens lastig worden als die allemaal nog dicht blijken.

Ten slotte heb ik, meer voor mezelf als geheugensteuntje, mijn inventaris opgesomd:

  • hardloop-rugzak
    • met drinkwaterzak
    • potlood
    • watervaste stift aan en zipper (en ook de dop, want die ben ik 5 keer verloren)
    • zaklamp
    • telefoon (voor noodgevalen)
    • fluitje (hoewel de dop van de stift ook prima bleek te werken als fluit, toen ik de sneeuw er uit blies
    • thermo deken
    • ID
    • geld
    • EHBO spul als pleisters en tape
    • vaseline tegen de kou op gezicht en handen
  • plastic kaarthoes, met daarin
    • geodriehoek
    • lichtgewicht plankje om kaarten vlak te houden
    • kaart-roemer (beperkt functioneel, want de schaal is arbitrair)
    • klemmetje om zaakje bij elkaar te houden
    • velletje voor aantekeningen
    • rekenmachine (klein)
  • Recta peilkompas
  • Silva duimkompas
  • druivesuiker
  • 6 Snickers (op de valreep)
  • en om aan te trekken
    • Inov-8 Oroc 340 schoenen (met spikes; ook ideaal om de kids op de slee door de straat te trekken zonder zelf onderuit te gaan over een ijsplaat)
    • lange hardloopbroek
    • Moose sokken (met na 42 km ook een gat)
    • thermo shirt lange + korte mouwen over elkaar heen
    • Nike tuned fleece
    • Icebreaker mutsje
    • dunne thermo handschoenen
    • ASML windjack (als reserve)

Tenslotte nog een overzichtje van de roadbooks: