Category Archives: Wedstrijd

Vooruitdenken = terugdenken

Een jaar of 2 geleden liet ik mijn schoenen staan in Lommel. Bij recreatiepark de Vossemeren. Dat was na de Lenteloop aldaar, een oriëntatiewedstrijd tussen de vakantiebungalowtjes, waarbij ik uit puur enthousiasme vergat dat ik op mijn nette schoenen na het werk was gekomen, en mijn natte (tussen de wedstrijden door viel een klein hoosbuitje) oriëntatiepantoffels aan had gehouden. Ook toen liep ik twee rondes; Lentelopen zijn kort en ik loop liever lang.

Dit keer viel het een beetje tegen. Niet het lopen – dat ging weer uitstekend – maar de uitdagendheid van de routes. Het waren een beetje standaard aesculaapjes: van links naar rechts van een denkbeeldige rechte lijn, met een voorspelbaar verloop en eigenlijk geen routekeuzes die er toe deden. Volgens mij was dat de vorige keer anders. Maar toch ben ik benieuwd naar de paar twijfelgevalletjes. Vandaar deze blog.

Ik beperk me even tot omloop 1. Via http://3drerun.worldofo.com/2d/courseplanning.php heb ik mijn kaart geupload, en een paar benen met varianten ingetekend, en zo kan je mooi de verschillen zien.

3→4

Het valt buiten beeld, maar het water loop nog een stuk naar rechts door op het kaartje hier naast. En daardoor waren er maar twee opties: omlopen en direct naar de volgende post. Op zich wel een leuke constatering dat “omlopen” nog 5 meter korter is dan meteen richting de volgende post gaan. Maar ja, 5 meter is geen wereld van verschil.

9→10

Dit lijkt niet direct veel uit te maken, maar mijn route linksom blijkt toch ruim 30 m korter dan rechtsom. Vermoedelijk omdat de paarse vogelvlucht-lijn op de kaart wat meer naar rechts lijkt te lopen ten opzichte van het bovenste meertje lijkt het of de groene route niet veel langer is, maar hier is het verschil toch wel significant.

11→12

Dacht ik hier met mijn route rechtsom meters te besparen, bleek het er maar eentje te zijn. En omdat ik vanaf de kant kwam waarvandaan ik kwam liep ik ook nog eens in eerste instantie de verkeerde kant op weg vanaf 12 richting 13.

22→23

Ten slotte is er nog maar één been de moeite waard te bespreken, en dat was dan ook de routekeuze die naderhand bij een biertje ter sprake kwam met de andere lopers: 22 naar 23. Op het eerste gezicht zouden dat nog wel de nodige meters verschil kunnen zijn, maar nameten is enigszins ontgoochelend.

Ik liep de rode route, die exact even lang blijkt als de paarse, langs de andere kant van het vennetje. Hoewel ik de donkerblauwe nog korter had ingeschat, en twijfelde of de groene niet even lang zou zijn. Maar dat blijkt dus niet het geval. Ik liep gewoon de kortste weg.

Natuurlijk moet je wel opmerken dat de afstand niet het enige criterium is of iets de snelste route zou zijn. Het terrein (zand, bos of verharde paden), reliëf (vlak asfalt of glooiende wallekanten van de vennen, maar ook de eenvoud van de route speelt een rol: of je onderweg moet kijken waar je bent of dat je gewoon als een kip zonder kop het over het pad kan raggen. Ik denk dat daarom de paarse route wint, als het om de beste keuze gaat.

Maar ja, met zo weinig meters verschil blijft het een beetje geneuzel in de marge. Het mooist vind ik het altijd als een ogenschijnlijk kortste weg flink langer blijkt dan een minder voor de hand liggend alternatief: Baanlegging met een hoog Mindf*ck gehalte.

JG-Ham : 3-1

Nee, geen uit-wedstrijd tegen FC Ham, Schinken Boys of MHMM, maar ik heb twee routes gelopen bi jde Lenteloop Ham, waarbij 1 keer 3e, en 1 keer 1e (omloop 1 resp. 2). Stevig doorgerend, toch wat kleine foutjes (goed voor bij elkaar anderhalve minuut; niet het verschil tussen een 2e en 3e plaats), maar laten we naar de routekeuzes in het “stads” gedeelte kijken.

Omloop 1

19-20

Niet veel verschil. Ik liep hier rechtsom, wat een meter of 10 scheelde. Het voordeel van de linksom variant was vermoedelijk weer dat je de post al kon zien staan van een afstand, en dat je vanaf 19 in de richting kon vertrekken waarin je toch al je neus had wijzen toen je er aankwam.

20-21

Het lijkt een vrij triviale keuze om rechtsom te gaan (A), maar toch is linksom net wat korter. Al moet je over die paar meter niet te lang nadenken, want dan loont het al niet meer. Ik koos variant (B).

21-22

Dit is een achteraf meer besproken keuze: terwijl rechtsom (B) op het eerste gezicht bijna net zo lang lijkt als (A), scheelt het ruim 60 meter in het voordeel van (A). Toch hadden -voor zover ik gehoord heb- de meeste lopers voor (B) gekozen. Maar ik niet.Leuk is dat als je het zo bekijkt, van 21 naar 22, de blauwe variant (C) allerminst logisch lijkt, terwijl bij de route 20-21 dat juist een reële variant leek om dit blokje huizen te passeren. Het is dus vaak maar hoe je het bekijkt.

24-25

Van 24 naar 25 was een no-brainer. Niet nadenken. Meer tijd kostte het om de struikjes rond het gebouw te ontwijken en de scherpe bochten te maken. Zodat wellicht een iets ruimere route op volle snelheid nog wel sneller was.

25-26

De uitdaging zat er hier vooral in om direct te zien dat post 26 in aan oostkant van het hek stond. Dat had ik niet door en liep de -op zich- kortere route rechtsom, maar kan vanwege het hek niet bij de post, waardoor mijn route met 50 meter werd verlengd, en zo 38 meter langer werd dan de groene variant.

Verder zaten er in omloop 1 niet veel bespreekbare routekeuzes.

Omloop 2

12-13

Hier bleek uiteindelijk geen keus, want het hek ten zuidoosten van het voetbalveld was dicht. Ik heb niet gevoeld, maar ik zag een slot zitten en besloot -net als vermoedelijk iedereen- eieren voor mijn geld te kiezen.

14-15

Het maakt ook hier allemaal niet heel veel uit. Ik denk dat de middelste twee routes (A) en (D) het meest voor de hand lagen. Ik heb even de tijd gehad om tussen de rode en paarse variant te twijfelen. Maar het was om het even.

15-16

Dit is wel een interessante. Als je het nameet is de rode variant (A) vele korter. Ik twijfelde tussen deze en de groene (B). De blauwe (C) leek me sowieso een omweg: eerst linksom afwijken, en dan nog eens rechtsom, dat kan nooit goed zijn. Ik koos de groene (B), achteraf met ruim 50 meter extra veruit de langste variant. Dat geeft te denken.

 

22-23

Ik koos voor variant (A), de rode. Omdat het me zowel korter (was niet zo; 30 meter langer zelfs) als sneller leek. Dat laatste kan wel kloppen, want ik kon vanaf 22 in de zelfde richting doorlopen als waarin ik aankwam, en er zaten een stuk minder bochten in. Maar (B) was achteraf denk ik net wat sneller geweest. Zo zie je maar weer dat gevoelsmatig afstanden meten niet altijd even nauwkeurig werkt.

Maar ik heb ook nog een variant van de route linksom toegevoegd (paars) met iets ruimere bochten (stel dat er geparkeerde auto’s staan) en met een extra bocht in de speeltuin bij 23, om het mulle zand te ontwijken. Dan is die ineens weer langer dan (A).

Overpeinzingen

Hoe zou je dat nou kunnen trainen? Zoals je al eerder zag bij de keuzes 20-21-22 (omloop 1) hangt het er soms van af hoe je de kaart bekijkt, en hoe een been van de route er verder uitziet. Een boogje linksom of rechtsom lijkt vaak efficiënter dan een S-bocht. En vaak lijkt het voordeliger om min of meer de vogelvlucht route te volgen, ook als slingert die weer meer dan een ruime boog er omheen. Toch zijn de routes in het plaatje links in essentie allemaal even lang.

De juiste keuze zit hem vaak in de details. Veel bochten vertraagt, maar geeft wel telkens de kans een paar meter af te snijden (in een stadse omgeving). En een paar keer een obstakel ontwijken kost weer bijna ongemerkt de nodige meters extra.

Maar vooral leuk zijn de keuzes zoals bij 21-22 (omloop 1) waar op het eerste gezicht de ene route korter lijkt, maar de andere korter blijkt. Als je dat als baanlegger goed in de vingers hebt kan je voor verrassende uitkomsten zorgen. Ik denk door vaak achteraf te kijken wat de verschillen in afstanden zijn, je als loper ook een beter gevoel kan opbouwen voor de juiste keuzes. En daarmee is http://3drerun.worldofo.com/2d/courseplanning.php niet alleen handig voor course planners, maar evenzeer voor jou en mij.

Al met al was het weer een leuke wedstrijd. Of 2 eigenlijk. Er afwisselend vanwege de combinatie bos en stad. (Zie voor het bos-gedeelte mijn Doma kaarten archief: Omloop 1 en Omloop 2).

En die “1”-tjes in de uitslagen? Toen ik binnen kwam na de eerste route waren de twee snellere jongens er nog niet, of hadden ze hun EMIT nog niet uitgelezen, dus heb ik even mogen genieten van een voorlopig prijken bovenaan de uitslag.

Een keertje winnen is ook leuk!

Paascross Baeckelandt: 7,6 km over hei en door bos, op 2e paasdag. Geen eieren te vinden in het bos (wél bij de finish overigens), maar wel 29, pardon, 28 postjes op de route van mijn omloop 2. “Omloop 2?” zul je vragen? Inderdaad, ik liep een keertje voor de afwisseling de juiste afstand voor mijn leeftijdscategorie (want meestal kies ik voor de langste route, ongeacht leeftijd), omdat Annelot mee was gekomen naar Leopoldsburg, en ze, nadat we samen ‘haar’ omloop 7 hadden gelopen, een uurtje op mijn zou wachten tijdens mijn wedstrijd.

En dat ik haar niet langer dan nodig wilde laten wachten was een goede stok achter de deur voor mij om keihard te lopen. En dat heeft me (Pasen!) geen windeieren gelegd. Want ik won! Een minuut sneller dan de nummer 2 nog wel. Hoe deed ik dat?

Geen fouten maken?

Dat zou je zeggen. Maar naar post 10 liep ik toch een beetje verloren, wat me denk ik 45 seconde kostte. Geen dramatisch verlies, maar het liet me wel weer even zien dat als ik geen goed plan had, het flink mis kon gaan.

Ik koos na 9 een richting, recht naar 10, dacht die wel te zullen vinden, maar het bos was duidelijk groener dan op de kaart, en de herkenningspunten waren niet zo evident. Dus raakte ik van de koers toen ik eenmaal het open veld had verlaten, en liep er langs. Gelukkig zag ik het kronkelpaadje en wist welke kant op ik fout zat.

Het betere plan (voor de volgende keer)? Iets westelijk aanhouden (meer naar rechts), het kronkelpaadje in bij de hoek van het hek, en nagenoeg recht op de post af lopen, met de knik in het pad als aanvalspunt.

De snelste route kiezen?

Dat zou je zeggen. Maar als ik mijn kaart rustig bekijk achteraf had ik wel her en der wat anders kunnen kiezen: vaak zag ik een paadje over het hoofd dat misschien wel een iets langere, maar meestal een snellere weg had opgeleverd. Of niet?

Een stukje meten en rekenen: over het pad zou het stuk dat ik parallel aan de gele lijn hier naast liep 480 meter zijn geweest, terwijl ik 450 meter liep door het bos. Het was dus nauwelijks korter, maar wel een stuk langzamer. Had ik de snelheid die ik op het eerste stukje waar ik wel over het pad liep had, volgehouden over de gele route, dan had ik die in 40 seconde minder gelopen dan ik deed. Omlopen was dus beter. OK, ik had iets strakker op de 1 af kunnen lopen, maar dat zijn niet de meters. Die zitten vooral in de bochtjes en slingers in mijn route door het bos, bomen en greppels ontwijkend. Niet doorsteken dus!

Zou de gele lijn hier sneller zijn geweest? Het eerste stukje, direct na post 3, had ik het hele pad niet eens overwogen. Daar had het misschien wat snelheid gescheeld. En het noordelijke stukje? Daar was mijn route denk ik sneller, vooral omdat ik zo veel nauwkeuriger op de post af liep, en dus nauwelijks hoefde te vertragen om de post te vinden.

Dit lijkt met de trage doorsteek bij post 1 in het achterhoofd misschien weer een goede alternatieve kandidaat voor een gunstige route over een langer pad. Maar de gele route is 80 meter langer. Daar liep ik op dat moment (met mijn snelheid over de stukken pad die ik volgde) ruim 20 seconde over. Precies evenveel als ik deed over het stukje heide dat de gelopen route van 10 naar 11 langer over niet-paden ging dan de gele route. Kortom, geel was hooguit even snel, maar het was geen seconde twijfelen waard. Laat ik dat nou ook niet hebben gedaan.

Ten slotte dit been, van 16 naar 17: Was de westelijke route met iets meer paadjes sneller? Gezien de rare slingers en de onderbegroeiing in het hoekje waar de grachtjes bij elkaar komen denk ik dat het niet veel sneller was, en de gele lijn is een meter of 80 langer dan mijn koers. Wat ik wel beter had kunnen doen is de bocht om het zuidelijke grachtje niet zo krap afsnijden en over de heide lopen, maar gewoon het pad (de fel groene markering) volgen. 10 meter langer, maar vanwege de hoge snelheid (heb ik net uitgerekend) wel 5 seconde sneller. Maar ja, het uitrekenen kostte me dan wel weer meer dan die 5 seconden.

Eigenlijk heb ik, behalve op weg naar post 1, nergens een mindere routekeuze gemaakt. De hele kaart kan je overigens hier vinden.

Hard lopen?

Natuurlijk, maar niet té, want wel zorgen dat ik zuurstof over hield om een plan te maken én dat uit te voeren. Toen ik halverwege het gevoel kreeg dat het betrekkelijk foutloos ging gaf dat wel de kick om maximaal door te lopen, met grote passen over de heide die volgde vanaf post 16.

Maar de mooiste actie was wel mijn sprong op volle snelheid de sloot in tussen post 26 en 27: die lagen opvallend dicht bij elkaar, met een klein blauw addertje onder het gras. Snel kijken, goed kijken: geen zwart lijntje om het oostelijke stuk van deze gracht, en dus: Passeren Toegestaan. Vieze natte voeten in deze stinksloot, maar wel een halve minuut tijdwinst.

Balans

Kortom, in vind dat ik het wel een keer verdiend heb. De juiste balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. De juiste beslissingen waar nodig, en niet twijfelen waar het er ook niet toe doet. Kom maar op met de volgende wedstrijd…

PFFFFLLRRRRFFLRLFF….pfrlut

Wat valt hier op?

A) Er zit een “O” in de titel.

B) Dit is het geluid van een leeglopende ballon.

Mooi is dat: nu is het aantal vragen verdubbeld. Maar ik zal mezelf nader toelichten: ik was het die leegliep, en het was tijdens een Oriëntatieloop. Duidelijk nu? Nog niet helemaal…

Het was de eerste warme lenteweek dit jaar, wat enigszins onwennig aanvoelde. Warmte/vochthuishouding is kennelijk een mechanisme met enige reactietijd. Dorst voorziend dronk ik al een paar bekertjes water vóór de start (bij de fysieke finish, die toevallig 50 meter verderop lag dit keer), maar na de overdrachtelijke finish móést ik -haast onverzadigbaar- wel zes bekertjes zoete thee met extra water naar binnen gieten voordat ik weer enigszins gerehydrateerd en aanspreekbaar was. Een drankpost onderweg was niet verplicht, maar wel welkom geweest.

 

Daar komt bij dat ik m’n gebruikelijke wekelijkse trainingsrondje op donderdagavond niet had laten passeren, en ik dus 14 uur voor deze wedstrijd 15 km door Eindhoven had gerend. Al met al genoeg redenen dus om me na afloop -verdiend- uitgeput te voelen. Wat niet wegneemt dat het natuurlijk jammer is dat ik ook al tijdens de race af en toe wat snelheid moest inleveren, ten gunste van de rekencapaciteit die ik nodig had voor mijn cerebrale tomtom. En ik kan mezelf niet verwijten dat ik niet alles heb gegeven op weg naar de laatste paar posten.

Dik tevreden

Kort samengevat is dat mijn eindresultaat, al zou je met een 16e plaats van de 71 lopers anders verwachten. Maar dat heeft te maken met het totaalplaatje: Ik heb gewoon heel weinig foutjes gemaakt, al zeg ik het zelf. En één hele grote (bij post 5) van ruim 4 ½ minuut. Als ik die er af haal zou ik gewoon 8e zijn; zo dicht zat de voorhoede op elkaar. Of zo goed heb ik de rest van de wedstrijd gelopen.

Post 5

Pech is iets anders dan geen geluk. Ik had beide. Al passen tellend kwam ik aanlopen vanuit het oosten. Meestal klopt dat behoorlijk nauwkeurig. Rond waar ik uit wilde komen, het greppeltje met de pijl met de (1) op de kaart hier onder, bleken talloze noord-zuid greppeltjes te lopen. Welke zou het zijn.

Post 5 kostte me 4 ½ minuut extra. Wel mooi uitzicht vanaf de jagersstoel bij de (4). Jammer dat er bij (3) ook twee boomstronken lagen (in het echt), net als bij post 5 zelf.

Al een aantal passen voorbij waar ik dacht te moeten zijn liep een wat diepere greppel. Dat zou hem wel wezen, en dus ging ik pal noord het bos in, de droge sloot volgend. Ik passeerde slootje (2), dat een beetje schuin liep. Ook dat klopte, dus ik zat goed. En vond, bij (3) op de kaart, een tweetal omgevallen dode bomen. Alweer goed. Zoeken, er omheen, er achter kijken…niets. Verderop lagen nog meer dode bomen. Ook niets. Zat ik te ver naar het noorden? Terug naar greppel (2), en weer passen tellen naar het noorden. Weer dode bomen; geen post.

 

Vervolgens zag ik de jagersstoel (4) staan, denkend dat het de westelijk van de twee zou zijn. Enige twijfel. Ik zat inmiddels toch al meer naar het oosten? Maar het zou toch niet de oostelijke van de twee zijn? Ik had toch al tijd verloren, wist niet precies waar ik was, en dus was een zeker aanvalspunt ten koste van enige tijdverlies de meest verstandige optie in deze fase van de wedstrijd. Ik rende naar de “T”, klom er op, en speurde naar de andere. Die zag ik warempel in het westen, dus ik stond op de oostelijke. Dat veranderde de zaak. Snel naar het westen rennend, afstand schattend, vond ik de gewraakte greppel. Iets opvallender dan de andere greppeltjes, maar geen wereld van verschil. Ik rende naar het zuiden, zag meerdere omgevallen bomen, en een stukje naar het oosten andere lopers die bij een anders stam zochten, dus spoedde ik me, nog steeds niet zeker van de juiste greppel, die kant op, om even later alsnog naar mijn oorspronkelijke doel terug te keren en daar waar ik vlak bij had gestaan alsnog de post te vinden.

270 seconden had ik lopen zwalken, wat me bijna 8 plaatsen zou kosten in het eindresultaat, met als gevolg een GPS track die verdraaid veel weg heeft van een ietwat beteuterd kijkend gezichtje. Heel toepasselijk helaas.

Maar ik laat me door zo iets niet uit het veld slaan. Vol frisse moed vervolgde ik de route, en maakte verder amper foutjes, waardoor ik uiterst voldaan -maar wel dorstig- de finishlijn passeerde.

Post 3 stond in de binnenkant van de zuidwest-hoek van een gestippelde salamander met 8 poten? De matrixprinter van mijn oma drukte nog duidelijker af dan de postomschrijvingen vandaag de dag.

Snelle analyse

Rappe loop. Relatief eenvoudige posten, goed doorloopbaar bos (hoewel af en toe gemene doorntakken die mij probeerden pootje te haken), en scherp in mijn hoofd, dus is veel goed gegaan (ondanks een klein foutje her en der).

Prachtig weer, overigens: de lente lijkt begonnen. En dus had ik besloten een goede start te maken, en telkens een plan klaar te hebben voor het volgende been, voordat ik bij een post ging aankomen.

Driften

Maar nu even over de foutjes. Die bestonden vooral uit kleine koers-missertjes. Een klein beetje driften qua richting kostte me meer dan luttele seconden.

Neem de route van 1 naar 2. Plan: rand van het veld opzoeken en pal in het verlengde daarvan het middel-groen doorsteken, en vervolgens rechtdoor tot aan de post lopen, die in de punt van een vanuit het noorden (let op: de kaartfragmenten zijn geheroriënteerd, dus het noorden is in dit geval links) opkomende insnijding zou liggen. 5 graden afgeweken, verlaging gevonden, maar de verkeerde. Rondkijken….post! Maar wel 20 seconde verloren.


3 naar 4: weer 15 seconde verloren. Ik had natuurlijk beter moeten kijken en gele de open plekken in het wit moeten opzoeken, met de cultuurgrens als ‘aanvalspunt‘. Door het gebouw noordelijk van 4, waar ik veel te dichtbij uitkwam, wist ik welke kant op ik fout zat.


Hier ging eigenlijk niks mis, op weg van 7 naar 8, maar het groen rond 8 was zo dicht dat toen ik eenmaal het bosje in was, de enige optie was om de open plekken die er waren te volgen. Tevoren zorgvuldiger kijken had meters kunnen schelen, maar ook seconden gekost.

Veel posten gingen vervolgens als de gesmeerde bliksem, en dus is er pas over 15-16 weer wat opmerkelijks te zeggen. Een hele minuut verlies, omdat ik meende vanaf de oversteek van het pad rechtuit door te lopen, maar onbewust naar het oosten afboog, wat juist westelijk had moeten zijn. Het had er ook wel mee te maken dat veel open terrein inmiddels dicht begroeid was (twee jaar oude dennen dicht op elkaar maken wat lichtgeel was op de kaart ineens donkergroen in het echt), en ik de kaart niet 100% vertrouwde. Maar goed. de terreinplooien kwamen waar ik liep niet helemaal overeen met de kaart. Ik zocht het ‘einde van de verlaging’ maar die kwam maar niet. Belletje rinkelde, ik zag geen pad vlakbij, en concludeerde terecht dat ik te ver oostelijk liep. Het had me meer tijd kunnen kosten.

Dit kaartje is moeilijk te interpreteren. 17-18 was kort; ik liep er gewoon voorbij, links zoekend, niet rechts kijkend. Een stukje van niks, dat dan toch, al her-oriënterend, 25 seconde kost.

26-27: Hier lijkt het tijdverlies wel mee te vallen, maar hoe korter ik door het ‘wit met groene strepen’ had gelopen, hoe minder winkelhaken er in mijn broek hadden gezeten, en hoe minder kracht het had gekost om me door deze wildernis heen te worstelen. Kompas! Te zien is dat het half-open stukje net ten noorden van 26 te verleidelijk (of juist te dicht begroeid zoals wel meer ‘gele’ plekken op deze kaart?) was en me van mijn koers af heeft getrokken, die ik daarna niet meer gecorrigeerd heb.

28-29: Volslagen gedesoriënteerd was ik even toen ik het huisje zag staan, het minieme zwarte vierkantje op de kaart dat me niet was opgevallen. Het kostte vreemd genoeg 25 seconde voordat ik het thuis had gebracht.

Hier had een iets slimmere routekeuze via het noordelijke pad me directer naar post 30 geleid. Niet dat ik niet wist waar ik was, maar paden lopen nou eenmaal sneller dan bos. Kennelijk nog onder de indruk van het gestuntel van 28-29.

35-36: Bijna thuis. Nou ja, nog 3 posten te gaan, en de vermoeidheid begon me parten te spelen. Denkend dat ik rechts van het gele veldje (dat wel weer dichtgegroeid zou zijn, vol dennetjes) liep, koerste ik vanaf de noordoost hoek van èèn veldje in noordwestelijk richting. Alleen een ander veldje dan gedacht, en daardoor net naast de post. Dat kostte me 1 minuut, schat ik zo, voordat ik door had waar het mis was gegaan en welke kant ik op moest om 36 alsnog te vinden.


Aanvalspunten

Aanvalspunten waren er op zich genoeg. Maar ik was vooral bezig met de doorloopbaarheid, want al was het het geen dicht bos, er staken toch behoorlijk wat doorntakken uit de grond, en het was soms aardig opletten om geen blesserende misstappen te maken. Dus keek ik soms meer naar beneden dan om me heen. Tegelijkertijd leek de kaart regelmatig behoorlijk recht-toe-recht-aan, zodat er weinig risico’s waren om verkeerd te lopen. Dat deed ik dan ook niet echt, maar het kost telkens wel wat tijd als ik er een stukje naast zit, meestal ten gevolge van het onderschatten van de moeilijkheid. Laten we daarom eens kijken naar mijn inschatting of een been makkelijk was en of dat in werkelijkheid ook zo bleek te zijn.

Posten waar ik volgens mijzelf tijd verloor waren 2, 4, 8, 16, 18, 27, 29 en 36. Dat klopt ook best aardig met de splits hierboven. Volgens mij had ik in totaal tussen de 4 en 5 minuten sneller kunnen zijn.

Maar  volgens diezelfde grafiek was toch vooral 11-12 een verliespost. Je kan niet zeggen dat mijn route zo beroerd was, en ik een verkeerde koers liep; het ging vooral langzaam door het dichte gebladerte en de welig tierende braampartijen. Ik vraag me dan ook af welke zevenmijlslaarzen de andere lopers hadden dat ze hier zo rap doorheen bewogen. Of ik volgde toevallig het bramenspoor, ten koste van bijna 1 minuut looptijd.

Als ik wat objectiever kijk naar de resultaten, en ze in een tabelletje zet, waarbij ik het tijdverlies (volgens de Splitsbrowser formule) uitzet tegen de geschatte moeilijkheid van de post en de achteraf beoordeelde moeilijkheid (met name de post zelf; niet de route er naartoe) krijg ik het het volgende:

Tijdverlies per post. Het post nummer staat tussen haakjes; daar onder staat het tijdverlies in seconden. Rood en geel zijn verlies, blauw-paars en groen zijn winst. Op de horizontale as heb ik de posten gegroepeerd in makkelijk, gemiddeld en moeilijk, voor zover ik dat achteraf heb ingeschat. Verticaal geldt dezelfde indeling, maar dan voor mijn inschatting tijdens het lopen.

Als ik nou kijk naar het gemiddelde tijdverlies per nonant (vakje in een 3×3 veld) krijg ik

TIJDVERLIES [s]
moeilijkheid objectief
+ ++ +++
moeilijkheid
geschat
+++ 0 -2
++ 2 -3 10
+ 1 14 9

En dan valt op dat ik gemiddeld telkens 10-15 seconde per been verlies als ik de moeilijkheidsgraad tijdens het lopen lager inschatte dan hoe ik deze (objectief?) achteraf zou beoordelen. En dat  als ik gemiddelde tot moeilijke benen correct beoordeelde ik zelfs een paar seconden won, ten opzichte van makkelijke benen. Ik kan dus prima omgaan met de moeilijke benen van de omloop, tenzij ik ze onderschat. Dat is wel een interessante constatering! Hier ga ik de volgende keer mijn voordeel mee doen…

P.S. Routes vergelijken is altijd leuk. Bijvoorbeeld het verschil tussen mijn routes en die van Patrick de Bruycker op 2DRerun.

WOR6 – Volgende keer beter

Want de W.O.R. (de Woudlopers Oriëntatie Run) wordt elk jaar nóg beter! Maar mocht je enige dubbele betekenis in de titel lezen, dan heb je dat goed gezien: zelf bakten we er een potje van. En dus kan het bij ons de volgende keer ook alleen maar beter gaan.

Overmoedig (“resultaten uit het verleden…”, je kent het wel), niet alert, onterecht kat-in-‘t-bakkie gevoel omdat we eerder hier een WOR liepen, of gewoon pech? Of hadden de andere teams mijn eerdere verhalen over vorige edities goed gelezen, en waren ze té goed voorbereid op wat ging komen? Of hadden de Woudlopers er gewoon een schepje bovenop gedaan? We hadden zelf in elk geval meer fout dan ooit. Dat we sneller dan ooit waren, en als eerste team het antwoordblad met de CP-codes inleverden aan de finish, dat mocht niet baten voor de eindklassering.

Haastige spoed…

Vorig jaar vonden we ons zelf wat traag, gingen we als één van de laatste teams weg bij de start nadat we alle routes hadden voorbereid, en had een klein beetje minder tijdverlies onderweg ons meerdere plaatsen kunnen schelen. Dus zetten we de vaart er dit jaar in, liepen al snel aan kop, en hielden die positie lange tijd vast. Maar zonder het in de gaten te hebben stapelden de foutjes zich op, in de vorm van fout gevonden of genoteerde CP’s. Wat uiteindelijk resulteerde in 11 fouten, en een 7e plaats overall. Wel snel, niet goed.

Hieperde3,14159265358979p!

Deze editie was voor ons een soort jubileum: de 5e keer dat we meededen (nou ja, de 3e keer in deze bezetting). Vandaar onze teamnaam, waarbij 3,14159265358979 zich uiteraard laat uitspreken als π. Bijkomend voordeel is dat alle CP nummers achter elkaar zich in onze teamnaam bevinden (als je maar lang genoeg zoekt). Helaas staan er ook een paar valse CP nummers tussen, maar dat valt natuurlijk direct op. Zie je ze?

3.1415926535897932384626433832795028841971693993751058209749445923078164062862089986280348253421170679821480865132823066470938446095505822317253594081284811174502841027019385211055596446229489549303819644288109756659334461284756482337867831652712019091456485669234603486104543266482133936072602491412737245870066063155881748815209209628292540917153643678925903600113305305488204665213841469519415116094330572703657595919530921861173819326117931051185480744623799627495673518857527248912279381830119491298336733624406566430860213949463952247371907021798609437027705392171762931767523846748184676694051320005681271452635608277857713427577896091736371787214684409012249534301465495853710507922796892589235420199561121290219608640344181598136297747713099605187072113499999983729780499510597317328160963185950244594553469083026425223082533446850352619311881710100031378387528865875332083814206171776691473035982etc.

Lopen

Terwijl er weeralarmen worden afgegeven, sneeuw uit de lucht valt, en het bitter koud is, vertrekken we kleumend vanuit Eindhoven naar Lummen. Maar uiteindelijk zal het aan het weer niet liggen: tijdens de race blijft het nagenoeg droog, en met de kaarten in plastic hoesjes en gewapend met watervaste pennen, zijn de drie drupjes en een halve sneeuwvlok die onderweg vallen geen issue. Ook qua kleding komt alles goed; dunne handschoentjes als extra maatregel blijkt afdoende. En het hoofd koel -maar niet té- houden, is ook geen punt. Letterlijk dan.

Want enige stress ontstaat rond de start: hebben we nou gemist wat er te doen staat, of is het nog niet verteld?

De helft van elk team stelt zich op achter een touw als startlijn, de andere helft blijft bij de kaarten die per team in een plastic zak klaarliggen staan.

Als het startschot valt, vallen er 50 ballonnen uit een boom. Wow! In alle kleuren, waaronder ook rood. En om de één of andere reden zijn precies die meer waard (volgens onderstaand filmpje).

Lichte chaos direct na het startschot.

Ik probeer er heel hard aan te denken, zo hard dat Tijsbert, die in de chaos die ontstaat naar de ballonnen rent, het wel moet voelen, en die opzet slaagt want hij pakt een rode ballon, en daarmee meteen de code van CP-Z. Dat scheelt later weer 5 minuten zoeken, al hebben we op dat moment geen idee wat we er mee moeten.

 

Ook zit er een XXL t-shirt in de kaartentas, met daarop een route in de vorm van een W, van Woudlopers, vermoedelijk. Geinig als aandenken? Laten we hem goed opbergen, want vandaag -zo weten we uit ervaring- is er niets voor niets.

Denken

Wéten is iets anders dan in de praktijk brengen. Neem nou de aanwijzingen in het Roadbook. Als er staat Hoek omheining en we noteren het CP nummer op een boom, omdat dat nou net wat beter uit lijkt te komen met de peiling die we maakten vanaf het vorige punt, is dat niet bijster slim. Ook niet als we een CP op een dijkje noteren terwijl er Tussen bermen staat in de aanwijzing. En al helemaal niet als er staat Bij deze CP mag je Maximum 50 km/uur. Hoe kunnen we dan het CP noteren buiten de bebouwde kom noteren, en niet dat aan de andere kant van de paal? Toch lukt het.

Proeven

Briljante opdrachten zijn er weer, en gelukkig voeren we daarvan ook een paar goed uit. We proeven welke boom naar mosterd smaakt, en niet naar ketchup, azijn, of slasaus. We lopen de ‘W’ vorm op het bij de start verworven t-shirt, waarbij de lijnen de koersen aangeven en het roadbook de bijbehorende afstanden vermeld. We noteren deel-coördinaten op een tiental eiken, en zijn verbaasd dat er geen valse aanwijzing op een beuk zit.

We zoeken een hele tijd naar een kleinzoon van de duizend jarige eik maar vinden hem niet, tot we het opgeven en het domein verlaten en een informatiebord (Omgevingsplan stond er op de kaart, maar dat hadden we nog niet gelinkt aan deze opdracht) vinden, waarop de kleinzoon staat aangeduid. Die we daarmee alsnog vinden.

Op zoek naar de kleinzoon van de duizendjarige eik. “Omgevingsplan” stond er niet voor niets.

We speuren naar een aantal foto’s van klimtoestellen die weer een coördinaat opleveren. Leuk te vermelden dat we bijna lastig gaan rekenen om het coördinaat in meters op de schaal van de betreffende kaart om te zetten, iets van 1:6543, maar op tijd beseffen dat het Woudlopers-grid gewoon 10 cm op papier is en de coördinaten daarin zijn aangeduid, zodat zonder berekening de decimalen tienden van een decimeter zijn. Eitje!

Zien

Vroeger was niet alles anders.

We kijken door een periscoop en zien een getal een eind verderop. Dat daar het CP hangt en dat dat dus niet het kijktoestel zelf is zien we over het hoofd; een peiling vanaf het CP bordje verderop leidt langs het juiste pad, terwijl wij langs het verkeerde -parallelle- pad vanaf de periscoop lopen, en daardoor een foute aanwijzing noteren. Dat gaat ons later opbreken, want wij zijn nu in de veronderstelling dat CP30 7 gaat zijn.

 

We gebruiken oude kaarten, maar vergelijking met de huidige kaart leert dat niet alles het zelfde is (ik heb de gekleurde route hiernaast behoorlijk moeten vervormen om de overeenkomstige vorm op de oude kaart te laten volgen).

We zoeken vanaf een toren een punt aangeduid op een foto, dat een eind verderop lijkt te liggen, maar in feite pal voor de toren ligt. Ondanks de vele verrekijkers die klaar liggen is het lastig de ‘5’ op het bordje een paar honderd meter verderop te lezen. Dat zal niet elk team lukken. Des te blijer noteren we het verkeerde cijfer.

Voelen

Fout gaat het ook bij het tellen van knikkers en steentjes in een dichtgeknoopte binnenband naast een vijvertje. We tellen ze een paar keer, met verschillende resultaten, maar beslissen dat het er 15 zijn. Knikkers × steentjes = 45 zou het NGI symbool voor een kapelletje opleveren, 54 een kerk. Rondom de vijver staan een miniatuur kapelletje, een vuurtoren, een brug, een kerk en een wegkruis, allemaal met een ander CP nummer er bij. Wij noteren de kerk, waar het de kapel had moeten zijn. Verkeerd geteld.

We lopen een stuk over een nogal donker afgedrukte luchtfoto. Houvast houdend aan wat er nog wel op te zien is, en open plekje her en der, en iets wat lijkt op een in kroeshaar gekamde scheiding, vinden we alle CP’s die er op staan.

Lastig kaartje. Navigatie via zichtbare open plekken. Je ziet: de snelheid is laag.

We hebben geluk bij een punt dat wordt aangeduid met een aantal vertrekrichtingen en afstanden. Hoewel we ons laten misleiden doordat de paden een bocht maken, en we proberen peilingen te combineren tot een totaal-vector, zonder dat we de tussenliggende punten vanwege dichte begroeiing kunnen bereiken, vinden we tocht het juiste punt, met meer geluk dan wijsheid. Als we hadden gelezen dat het vertrekrichtingen waren die waren gegeven was het meteen duidelijk geweest. Lesje geleerd.

Ruiken

Instinkers zijn er ook dit jaar. Die hebben op ons het beoogde resultaat. In dat opzicht kan je zeggen dat we ze perfect uitvoeren, en opzet van de Woudlopers helemaal slaagt.

Het cirkeltje bij 22 passer je twee keer, ja!

We volgen een lijn op een blanco kaart. Het lijkt zo makkelijk, want alle bochtjes in paden staan er op. Dat we onderweg het CP 22 op een doodlopend pad tegenkomen doet geen belletje rinkelen. En dus tellen we het getal dat we voor de tweede keer passeren onderweg niet twee keer mee voor het gevraagde totaal van de getallen, voor opdracht Q.  Stom.

Wat is een “tweede laagste getal”? We weten het nog steeds niet. Ja, wel dat het 22 is en niet 20 (na analyse van de uitslagen), maar waarom? Onderweg tussen de punten O1 en O2 komen we 5 getallen tegen, waarvan 20 het één na laagste is in waarde. 22 hangt er niet bij. Of hebben we het verkeerd onthouden. Hingen er getallen hoog en laag aan de bomen? Het blijft een raadsel.

Mooi is de opdracht bij een informatiebord bij het Lancaster monument. Een plexiglas paneel, over het infobord gelegd, laat een aantal posities open, die samen een tekst met een koers en een afstand vormen. Alleen vinden we op de aangeduide plek niets, na lang zoeken. Zowel niet bij het maken van de projectie vanaf het CP U (het bordje op de foto), als vanaf het infobord bij het monument zelf. Het hing er wel, horen we achteraf, maar kennelijk hebben we niet lang genoeg gezocht. Van ons à propos gebracht, maken we een volgende fout: we zien onder het viaduct een ‘4’ als CP30 hangen, maar noteren toch de 7 die we eerder als aanwijzing vonden bij de periscoop. Niet bedenkend dat hier toch echt een 4 hangt, en we die eerdere opdracht wel eens fout konden hebben. Zonde.

Vervolgens is het comfortabel oriënteren: een gewone IOF kaart. Dat we nog even de 9 V-symbolen (voor putten) moeten zoeken op de kaart (en vervolgens in het bos) is een fluitje van een cent. Voorspoedig vinden we alles. Op deze kaart geen fouten. Op het gewraakte CP30 na.

Blazen

Later volgen nog meer leuke contrapties. Een blaastest, waarbij een van ons op een buis bij een boom blaast, en de ander 30 meter verderop, uit een buis uit de grond een gefluit moet horen. Alleen steken er op 5 plekken buizen uit de grond. Welke is het? Omdat er nog 3 teams aan het zoeken zijn is dat snel bepaald.

Een CP op een standbeeld voldoet aan alle verwachtingen. In het filmpje zagen we waar het beeld zou staan, en aan welke kant het CP moest hangen. Dan zou er ook vast wel een vals nummer aan de andere kant hangen, en dat zou dan meer voor de hand liggen dat te noteren. En voilá!

Een leuk onderdeel is onderstaande puzzel met bolletjes op de kaart. Met een beetje fantasie is het al te doen voordat je op het betreffende punt staat, maar soms moet je ook echt ter plaatse aangekomen zijn om te zien welk stukje detailkaart daar hoort.

De noord-pijl in elke cirkel maakt het relatief makkelijk. Dit keer kunnen we de detailkaart in de cirkel telkens gebruiken om te bepalen waar in cirkel het juiste CP nummer moet hangen, aangegeven met een pijltje. Want valse hangen er ook, aan de andere kant van de kruising bijvoorbeeld. Maar ook daar trappen we niet in.

Alleen CP46 vormt een verhaal apart. De juiste aanwijzing die op koers huppeldepup en zus en zoveel meter vanaf de uiteindelijke locatie van het CP bij de periscoop hing (en die we dus gemist hadden), vermeldde het CP nummer van CP46. Hadden we die wel gevonden, dan hadden we CP46, en een ommetje van bijna anderhalve kilometer, over kunnen slaan. En daar komt nog bij dat CP46 verdwenen blijkt, maar voordat we dat hebben geaccepteerd hebben we al een kwartier tevergeefs staan zoeken met nog 4 andere teams. Zonde van de kilometers en tijd.

Een schrale troost is dat CP46 daarom maar helemaal niet wordt meegerekend in de eindscore; wat overigens de meest rechtvaardige oplossing is vanuit de organisatie.

Maar verder zal ik niets meer verklappen over de puzzels en oplossingen, want hoe meer ik schrijf op mijn weblog over opeenvolgende Woudlopers Oriëntatie Runs, hoe beter de andere teams worden. Dat blijkt dan maar weer! Niet voor niets schieten de hits op mijn weblog omhoog in de week voor de WOR. Hulde aan de winnaars (en graag gedaan)! Volgend jaar komen we terug, dat is een ding dat zeker is…

WOR 2012 2013 2015 2016 2017 … 2018

Steep learning curve @JeneverCross

De Jenevercross op de Kesselse Heide luidt het begin in van een steile leercurve. Voor 2017. Wat valt er een hoop te verbeteren aan mijn oriëntatievaardigheden! Met de kennis zit het prima, maar het in de praktijk brengen daarvan, da’s nog een dingetje.

Klinkt makkelijker dan gezegd:

  1. langzamer lopen waar nodig (in plaats van vol gas de verkeerde kant op),
  2. wat vaker op mijn kompas kijken (in het donker; ook bij een bevroren duim),
  3. plan maken voor het volgende been (voordat ik het ontbrekende plan uitvoer),
  4. aanvalspunten, aanvalspunten, aanvalspunten.

“Gewoon doen” zou het devies zijn, vanaf de zijlijn. En dat is ook wel zo, maar er is iets wat me er van weerhoudt. Of liever gezegd: ik heb sterk de neiging me vol overgave op iets anders te werpen: snelheid. Na een foutje zegt mijn hele lichaam: inhalen, die verloren tijd!

En vanaf dat moment zijn de bovenstaande regeltjes low-priority. Eerst maar eens heel hard naar die post lopen, en dan ga ik zorgen dat ik met terugwerkende kracht ook daadwerkelijk op de juiste plaats ben. Best raar eigenlijk.

Neem nou post 2. Ik vond mezelf wat traag op weg naar 1 (terwijl ik de vierde tijd had vanaf de start naar 1 volgens de splits). Dus ging ik meteen na 1 gestempeld te hebben de kant op die ik had onthouden voor 2 na een snelle blik op de kaart. De richting klopte (ik weet altijd al voor ik bij een post kom welke richting de volgende op is) maar ik had beter het paadje kunnen volgen in plaats van er 15 meter naast te lopen door de struiken. Kortom, ik overtrad regel 3: geen plan, wel rennen.

Naar post 3 was op zich goed, maar ik verprutste het bij de post. Ik liep er redelijk direct naartoe, maar verwachtte nummer 203 want de hele route had opeenvolgende controlenummers, van 201 t/m 225, behalve de derde post, die niet 203 was en ook niet 230, maar eentje minder dan dat (als strafpunt voor de verwisseling van de cijfers) en dus 229 had gekregen. (Een vaag verhaal, maar dat was het ezelsbruggetje dat ik onderweg naar de start had besproken met Ralph, die voor het gemak zijn hele postomschrijvingstrook was vergeten mee te nemen. Ik had het nummer goed onthouden, maar dacht er even niet aan toen ik naar post 3 zocht, en toen ik 229 tegenkwam besloot ik dat ik de verkeerde post had gevonden. Aiaiaiai.)

Ondanks dat het niet zo slecht liep over de bevroren heide was het toch een stuk sneller om over paadjes te lopen. In potentie had ik een een stuk kortere route kunnen lopen als ik 4 direct gevonden had, maar ik miste hem, en was uiteindelijk evenveel, zo’n 310 meter, onderweg, ten opzichte van de route over de paadjes. Maar dan was ik wel een stuk sneller geweest. Kortom: ook weer door de haast regel 3 overtreden, en dat kreeg ik dubbel en dwars terug. Maar ik had me ook niet aan regel 1 en 2 gehouden: toen het er op aankwam keek ik niet goed op mijn kompas, en week te ver naar het westen af, waardoor ik de post miste. Wellicht hadden hoogtelijntjes me kunnen helpen, en in elk geval had ik beter de weg als stoplijn kunnen kiezen, door bewust meer naar het oosten afwijken, in plaats van per ongeluk naar het zuiden.

Op dat moment kwam wel de bezinning, en besloot ik beter bewust te oriënteren. Ik lag toen al op een 17e plaats (zonder het te weten, maar wel te vermoeden).

Naar post 5 volgde ik veel paden, met een goed aanvalspunt, en naar 6 liep ik nauwkeurig op kompaskoers. Maar bij 7 ging het weer enigszins fout. Juiste richting, tot ik er bijna was. Toen vergat ik mijn kompas, raakte van de koers, zag een weg lopen maar kon op afstand niet goed de richting er van zien, en herkende meerder plekken in het bos als open plek. Lastig punt ook. Regel 4 vergeten. Puur op kompas door het donker is geen garantie om de juiste koers te volgen. Dan moet je een plan hebben. Had ik niet.

Ik heb maar eens opgeteld waarmee ik hoeveel tijd ben verloren. De genoemde regels hebben natuurlijk wat overlap, maar de uitkomst is toch wel opvallend:

  • regel 2: De meeste tijd ben ik kwijtgeraakt door niet goed op mijn kompas te kijken: bijna 4 minuten. Nou heeft dat ook te maken met een ontbrekend back-up plan, want een beetje afwijking mag niet tot het missen van de post leiden, wat je zeker kan stellen door het kiezen van goede stoplijnen en meerdere tussen-aanvalspunten in te bouwen.
  • regel 3: Het niet maken van een plan en gewoon gaan lopen kostte bijna 2 minuten. Soms kan je prima onderweg het plan vormen, want als ik bij elke post 4 seconde verlies omdat ik mijn route bepaal kost dat ook 2 minuten bij 30 posten, maar misschien had ik dan ook de kompas-fouten niet gemaakt.
  • regel 1: Dan komt het ‘de tijd nemen’ bij de post: ook bijna 2 minuten, met name aan post 3 waar ik me in het controlenummer vergiste, en 4 en 12 waar ik vlak bij de post de mist in ging door niet de tijd te nemen.
  • regel 4: En ten slotte verloor ik nog bijna 1,5 minuut door geen goed aanvalspunt te hebben. Met name bij posten 4 en 7. Denkend: “ik zie hem wel staan als ik er ben” werkt soms wel in het donker, maar is soms ook een groot risico.

Het lastige is natuurlijk dat je wel eindeloos kan gaan lopen muggenziften bij elke van de 30 benen van zo’n route, maar als dat telkens 5 seconden kost, ben je al 2½ minuut verder. En of ik daar 7½ minder mee verlies is natuurlijk nog maar de vraag. Het gaat er dus niet om om elk been deze verzekeringspremie te betalen, maar om in een oogwenk te bepalen wanneer het wel loont en wanneer niet. Stukje ervaring, en stukje routine: een snelle blik op de kaart, om te bepalen of een snelle blik voldoende is, of dat ik beter 10 seconden kan uittrekken om een listig plan te smeden. En onderweg nog een paar tripple-checks of ik met niet van de kaart heb laten brengen… Want vaak pakt het genomen risico toch wel goed uit en loop ik strak op de post of.

Maar het is wel opvallend dat ik de meeste tijd had kunnen winnen door vaker en/of beter op mijn kompas te kijken, terwijl dat iets is wat toch nauwelijks extra tijd kost onderweg. Ware het niet dat mijn duim er halverwege bijna af was gevroren door een combinatie van koude en een te strak elastiek van mijn duim-kompas, zodat ik het ding maar om een andere vinger droeg, en hij daarmee -onzichtbaar- onder in plaats van boven op mijn kaart zat. Daar moet ik toch maar iets slims voor verzinnen de volgende keer, met een pols-kompas of zo bij extreem koud weer.

Anyway, terug naar de kaarten, want daarom lezen jullie dit artikeltje, toch? We gaan naar 11. Daar heb ik last van zinsbegoocheling. Richtingszin, wel te verstaan. De familie Pouppez-de-Kettenis had een doortrapt plan in de jaren ’20 van de vorige eeuw, en trok het lijnen-raster dat de paden vastlegde scheef ten opzichte van het noorden. Om mij een eeuw later van de wijs te brengen. En het is ze nog gelukt ook. Een snelle blik op de kaart (zo een die leert dat dit een makkelijk been is en ik gewoon hard moet lopen tot aan een pad op de rand van bos en hei) was genoeg om het gevoel te geven dat ik zo’n 45° graden aan moest houden. Één hersencel vond dat dat ten opzichte van de paden was (die ik vanaf post 10 helemaal niet kon zien, natuurlijk), maar twee andere cellen dachten dat ik ten opzichte van het noorden bedoelde. Dus liep ik koers 315° tot ik een ‘lijn’ zag en corrigeerde nog wat meer naar het noorden, tot ik 45° met het pad maakte. Volgens plan. In werkelijkheid pal de verkeerde kant op. Want het was een ander pad. Ze noemen het ook wel de klassiek 90° fout. Verwarring, desoriëntatie, en onbehagen. De naald van mijn kompas leek wel vastgeplakt terwijl ik mijn lichaam in de richting die de kaart aangaf draaide. Beginnersfoutje. Dat ik even later een eiland op liep (nota bene het enige in de wijde omgeving) en er over de dezelfde route weer af moest is me vergeven.

Er volgden een paar strakke benen, recht op de post af, paden gevolgd waar dat het beste was, en posten gevonden vanaf het voorziene aanvalspunt. Ik kan het dus wel! Wellicht daardoor was ik overmoedig bij het been van 15 naar 16. Of maakte ik weer de eerdere kompasfout, met mijn 45° declinatie? Moest noornoordwest, liep noordnoordoost, en kwam op een pad. Maar een ander pad dan ik dacht. Liep tot aan een kruispunt met een bos. ¼ bos en ¾ hei, volgens de kaart. En warempel, in het echt, in het donker, zag het er ook zo uit. Kijk maar eens goed naar de kaart . Ik heb het stukje hier onder uitvergroot. Het hoekje waar ik uitkwam (rechts, met het rode bolletje) is nèt een tikkeltje asymmetrisch, en oogt in het donker, als je met een half oog om je heen kijkt en met 1½ naar de kaart, net als het hoekje linksonder in het plaatje, als het zicht beperkt is in het schijnsel van een hoofdlampje. Dus ik dacht dat ik op het westelijke kruispunt liep terwijl ik op het oostelijke stond. Doorsteken, pal noord, tot de open plek. Hé, die is iets kleiner dan gedacht. Nou ja, bos groeit ook in het donker door, toch? Ik kom zo dadelijk op een pad. Ja, inderdaad! Nu een stukje pad volgen naar het oosten, tot er een zijpad komt, en dan in het verlengde daarvan naar de open plek. Simpel. Open plek? Ja, daar! Weer kleiner dan verwacht, maar dat was die vorige ook. Het zal wel een oude kaart zijn. Maar waar ben ik? Dat zijpad was er niet, dus waarom zou de open plek dan wel kloppen? Twijfel overheerst. Een pad! Ik ben te ver. Pad volgen, oost of west? Ik gok west. Bij de splitsing van het pad -tenslotte- weet ik waar ik ben, besef ik mijn fout, en kan ik er niets anders meer aan doen, dan deze fout niet nog eens maken.

Maar ik ben er bijna. Niet bij de finish, maar bij de kaartwissel: het grote moment dat ik mijn kaart om mag keren, en met een schone lei op de achterkant kan beginnen. Maar nog ééntje dan, op deze kant, naar post 18. Op zich geen fouten, alleen lag het noorden weer 45° gedraaid, en keek ik niet vaak genoeg op mijn kompas om het te merken. Als het me 15 seconden heeft gekost is het veel, maar toch zonde van de inspanning.

De direct volgende posten gingen allemaal prima. Geen fouten, geen tijd verloren. Kijk maar op de kaart.

Tot ik van 23 naar 24 ging lopen. Het plan was pal oost te vertrekken, tot bij de paadjes, dan over de open plek, rechts aanhouden, doorsteken naar het pad, en bij de splitsing rechts, schuin het bos in naar de post. Tot zo ver niks mis: ik had een plan!

Ik zag een pad, stak over, nog een pad, en daar achter een open plek. Niet heel open, maar ja, dat was die oude kaart waar ik het al eerder over had. Maar de open plek had niet echt een rechter kant waar ik door kon, en ineens zag ik een watertje. Warempel, ik zat compleet verkeerd. Toen toch maar eens rustig naar mijn kompas gekeken. Handig dingetje, af en toe. Had ik er eerder op gekeken, dan had ik post 24 ruim een minuut eerder op mijn naam kunnen zetten.

Post 25 was een eitje, en misschien wel mede daar door, en omdat ik er bijna was, sloeg ik het maken van het plan voor 26 over, en rende weliswaar aanvankelijk de goede kant op, maar vergat het aanvalspunt te kiezen. Meerdere routes, zowel die meer noordelijk, als die meer zuidelijk, waren beter geweest, want zekerder. Alsof iemand die paarse lijn op de kaart met een kwast op de hei zou hebben geschilderd, ging ik recht op het doel af, en miste dat faliekant omdat ik eigenlijk niet wist wat ik aan het doen was. Dat kostte me 25 seconden.

Dat ik vervolgens toch nog de allersnelste tijd vanaf 26 naar de finish neerzette is een doekje tegen het bloeden.

Maar de lezer -u dus- moet nu niet denken dat het niet leuk was, om te Jenvercrossen. Vier jaar geleden, in het zelfde gebied, op dezelfde kaart was ik ook al een beetje draaierig en af en toe de koers kwijt. En over weer een jaar of vier lees ik dit stukje van mezelf en verschijn lachend aan de start. Want drie maal is scheepsrecht…

Intussen namen we er nog ééntje, praatten over wat dit voor mooi jaar zou gaan zijn, hoeveel béter wij nog konden worden, en wisselden verheugenissen uit op volgende week: de W.O.R. 2017.

Hard door nat Gerhagen

Ger-her-hagen

Op 2 november 2012 wist ik niet dat ik bijna vier jaar laten weer door dat zelfde bos zou rennen als waar ik toen een tiental geocaches (multi’s, mysteries, traditionals) zocht met de Altijd Snelle Mystery Loggers. En ook op 31 juli 2016 duurde het tot bijna de finish tot ik door had waar ik was. Althans, dat dit het zelfde bos was, en dat de start van vandaag de lunch-locatie van weleer was. Ineens viel het kwartje van de uitzichttoren. Want, in tegenstelling tot menige oriëntatieloop de laatste tijd, wist ik deze keer nagenoeg voortdurend waar ik uithing. Met andere woorden: het ging weer goed!

Omdat oriënteren voor een groot deel tussen je oren plaats vindt, en ik nogal de neiging heb tot reflecteren, gaat het soms met ups en downs. Loop ik een paar keer goed, dan vier ik de teugels wat wat techniek betreft, om de volgende keren te constateren dat ik maar beter beter stappen kan tellen, regelmatiger kompas kan gebruiken, en nauwkeuriger kaartcontact kan houden. Om vervolgens te constateren dat ik wat harder door moet lopen en minder moet treuzelen met magneetnaalden, gevouwen kaarten, en getelde passen. Nu zit ik in de fase van het betere stappen tellen, en moet ik de volgende keer dus wat beter op de naald lopen en koers houden. Zo gaat dat. Lees maar verder.

Bandit

bandit

Maar voordat je verder leest kan je ook alvast een nieuw window openen en YouTube aanslingeren, want ik heb weer eens een filmpje gemaakt. Dit keer met een geleende TomTom Bandit 4LB00, om te kijken hoe geschikt die is voor Orienteering Headcam Video’s. Hij werkt uitstekend, minstens zo goed als mijn Contour Roam, maar daarover later meer.

Wedstrijd

Het leuke van vroeg starten is dat je niet door het platgetrapte spoort in het gras van lopers vóór je rent. Maar rond post 2 was er geen gras, en in eerste instantie ook geen post. Ik zag hem niet, al zie je op de kaart hier onder dat ik er vlak langs liep.

Ik denk zelfs dat je hem op 3:40 in het filmpje al gewoon ziet staan, en ik zag hem zelf ook, maar in de veronderstelling dat ik er nog niet was (ik zocht naar een greppel die ik als aanvalspunt wilde gebruiken) besloot ik in de gauwigheid dat ik nog verder moest lopen. Vreemde beslissing, die me anderhalve minuut zou kosten. Maar ik herpakte de wedstrijd weer, en nam me voor voorlopig geen fouten meer te maken. En voor een keer kwam dat voornemen ook uit, waardoor er over de daaropvolgende posten, tot en met 9, eigenlijk niet zo veel smeuïgs te vertellen valt.

20160730_Gerhagen_07Hoewel het natuurlijk ook interessant is als alles wel volgens plan verloopt, zoals mijn route van 6 naar 7. Ik koos er voor om aan de noordkant (rechts) van de moerassen te blijven, en gebruikte het pad als stoplijn. Om vandaar uit over de langgerekte heuvel te lopen, omdat die hoog, droog, en hard was vermoedelijk, en vanaf het uiteinde op het ook naar het westelijke punten van het achterste moeras te gaan, naar de post. En dat lukte perfect.

Deze moerassen had ik ‘overleefd’ maar onderweg naar 8 stonden sommige paden compleet blank. Een paar weken terug had ik verschrikkelijke blaren overgehouden aan een paar natte voeten, en ik hoopte dat dit keer te voorkomen. Maar ja…

De route van 9 naar 10 ging overigens niet zozeer fout, als wel was het een behoorlijk lastig been. De kortste route loopt ongetwijfeld dwars door het bos, maar een vergelijking met de route van Ralph (rood) en mijn route (blauw) over de paden, laat zien dat hoewel we overall toch ongeveer even hard liepen, doorsteken hier minuten extra kostte. Ik vond het ook lastig om in te schatten hoe het ‘witte’ bos er uit zou zien, omdat tegen de paden aan al het bos ondoorzichtig ‘groen’ was, en de doorloopbaarheid dus een onverantwoorde gok inhield.02-08-2016 22-31-09Maar het spectaculairst werd het vanaf het moment dat het pad in noordoostelijke richting naar 10 liep. Het begon nog redelijk, zij het dat het pad zo onherkenbaar was dat ik er in eerste instantie voorbij rende, maar al gauw stond ik tot mijn middel in het water. Vies bruin stilstaand water. Waardoorheen rennen niet meer mogelijk was, en waarbij door het opspattende water mijn kaart nat werd, zodat ik al gauw met de kaart boven mijn hoofd verder liep, balancerend om niet om te vallen en helemaal nat te worden. Ik bedacht dat het wel interessante beelden zou opleveren voor de video.

water2Intussen was het vrijwel onmogelijk om realistisch afstand in te schatten. Er was een hele flauwe bocht in het pad te zien, maar ik wilde doorlopen tot aan de ‘greppel’ die vanaf het pad naar de post zou moeten lopen. Alleen was die greppel net zo min te onderscheiden in het compleet onder water staande bos, als de beek die links van het pad zou hebben moeten lopen. Het hele bos was een beek of greppel, en ik had geen zin om op de tast te proberen waar ik nog een meter dieper zou wegzinken. Dus liep ik door tot waar het droger werd, besloot dat ik te ver was, heroriënteerde me, en liep pal op de post af. Alleen dan na 300 meter méér zwemmen dan via de kortste route.

20160730_Gerhagen_13Een paar posten verder had ik wat beter op mijn kompas moeten kijken. 02-08-2016 22-53-27Want in plaats van door het dichte bos zo snel mogelijk naar het zuiden, naar het dichtstbijzijnde pad te lopen, week ik bijna een kwart slag af naar het westen en liep parallel aan het pad in plaats van er recht op af. Dat was natuurlijk wel een beetje jammer. Twee hele minuten ploeterde ik door ruig bos vol greppels overdwars. Om nog een beetje vaart te houden liep ik af en toe parallel aan de greppeltjes, maar daarin zat nou net de fout: ik werd hierdoor naar het westen getrokken, zonder dat ik me er bewust van was. En zo kwam ik uit op het oost-west pad, in de veronderstelling dat ik oostelijk van de splitsing liep en het voetpad kennelijk had gemist, terwijl ik in werkelijkheid een stuk naar het westen was, en waardoor ik nota bene nog veder doorrende in westelijke richting. Gelukkig had ik na 10 seconde mijn fout door en keerde alsnog om.

Een leuke routekeuze was die van 15 naar 16. Nadat ik bij 15 nog een dikke minuut had verloren door hem niet te vinden, besloot ik even flink door te lopen, en gebruik te maken van extra snelheid van de paden. Op zich had de rode route naar 16 dwars door het bos nog wel snel kunnen zijn, en er zaten ook wat stukken ‘wit’ bos tussen, maar mijn ervaringen vandaag met dit bos waren niet zo denderend, met name qua snelheid, dat het pad me beter leek. En dat bleek te kloppen, want de verloren tijd van 15 werd bij 16 bijna compleet goed gemaakt.

Wat daarna volgde was een uitstekende finale, met soms een beetje geluk. Vlak voor 20160730_Gerhagen_19de finish lag nog een doolhof aan kleine paadjes, waarbij het veel tijd had kunnen kosten als ik verkeerd was gelopen. Maar door goed kaartcontact houden en een beroep op mijn richtingsgevoel (nee, geluk was er uiteraard niet bij!) verliep dit vlekkeloos, en mocht ik naar post 19 en de finish de snelste tijd van de dag noteren, volgens de splits.

Ik ben dik tevreden. Lekker gelopen, geen blaren, een paar goede routekeuzes, en als leermomentje voor de volgende keer: kompas gebruiken.

Video

Ik heb weer eens een video gemaakt vanuit mijn perspectief. Zoals ik er wel meer heb gepost op YouTube, met een Quickroute kaart via RGMapVideo er in gemonteerd, maar dit keer met een andere camera.

De TomTom Bandit is een leuke actioncamera van TomTom, die erg geschikt is voor Oriëntatielopen, omdat hij niet alleen in breedbeeld-, maar ook in normale beeldverhouding kan filmen, zodat je niet door een brievenbus naar de struiken kijkt, maar ook nog wat boven en onder ziet. Overigens kon mijn oude Contour Roam dat ook.

Hij valt op door zijn bedieningsgemak en veelzijdigheid. Hij heeft namelijk gescheiden start- en stop-knoppen, waardoor je blind de juiste actie kan uitvoeren, en niet per ongeluk stopt als je juist wilt starten. De knoppen zijn groot genoeg, maar worden niet per abuis ingedrukt door een passerende tak (zoals bij de Contour regelmatig gebeurde). Mooi is dat je hem met de smartphone kan instellen en een live-weergave kan gebruiken om hem recht te zetten (nou zat hij toch een beetje scheef op mijn hoofd; het zou mooi zijn als je de rotatie kon locken als hij eenmaal goed staat). Maar alle opname-formaat en -kwaliteits keuzes zijn ook via het kleine LCD scherm op de Bandit zelf te maken.

De batterij hield het lang genoeg uit. Dat was toen ik hem in de winter probeerde wel anders. Toen was hij na een half uur op. Ik denk vanwege de kou. Dat zou wel een verbeterpuntje kunnen zijn. Misschien lag dat aan dit exemplaar.

De Bandit’s beeld stabilisatie is best goed, en het centrum trilt niet, maar het laat een flinke steek vallen bij het corrigeren van rotaties, en laag-frequente bewegingen. Op zich niet verwonderlijk, want je moet dan voldoende grote marges hebben om stukken beeld weg te laten zodat wat overblijft geen zwarte randen heeft. Dat heeft mijn na-bewerkte resultaat dus wel (via de deshaker plugin van VirtualDub), omdat ik wat sterkere camera-bewegingen heb met de camera aan mijn hoofd, dan waarop de Bandit rekent. Door de loop-beweging kantelt het beeld ook behoorlijk van links naar rechts, en het lijkt of er in die richting geen stabilisatie door de Bandit wordt toegepast.

tomtom-bandit-3Als de Bandit meteen een stabiel beeld zou leveren zou dat heel veel werk en tijd schelen bij het maken van orienteering videos (en een hoop misselijkheid bij het bekijken).

Verder zat hij goed vast op mijn hoofd en schudde niet. Ik had een strakke, niet-elastische band om mijn hoofd, die ik een paar keer recht trok als hij wat omhoog wandelde en iets losser kwam te zitten, maar dit lijkt wel stabieler te werken dan een elastische band. Hij ik lekker klein, en zit aan de zijkant, waar hij minder tegen objecten aan stoot dan bijvoorbeeld een GoPro die bovenop zit en veel meer uitsteekt. En daardoor totaal ongeschikt is als action camera.

Jammer is wel dat de TomTom niet, als hij aan de zijkant zit, op en neer te richten is, met de meegeleverde klemmen. Alle houders zitten in een ‘vaste’ positie en kunnen niet roteren. Dat mis ik wel.

Het geluid is niet slecht. Ik kan mezelf redelijk goed verstaan tussen al het windgeruis en gehijg door, al zou het volume iets hoger mogen.

Wil deze camera echt heel makkelijk werken voor video’s met oriëntatiekaarten, dan zou de stabilisatie ook rotatie moeten aanpakken, en liefst ook grote laagfrequente bewegingen, en zou je via een (web?) interface eigen, ingescande kaarten moeten kunnen toevoegen (na kalibreren) en splits toevoegen (of laden van een website met uitslagen). De Bandit heeft immers al een ingebouwde GPS, kan met een hartslagband praten, en heeft een wifi-interface,  dus de infrastructuur voor een complete verwerking is er al. Het wachten is op de software. Ik heb vernomen dat er misschien een aangepaste beeldstabilisatie aankomt.

Als een halve sok…

…thuis zou zijn blijven liggen, had ik er nog maar anderhalf bij me gehad. Maar ik had een hele sok thuis gelaten, dus had er maar één om aan te trekken. En vanwege het warme weer was ik op mijn Birkenstocks hier heen gereden, en had dus ook geen stadssokken op zak. VJLopen op blote voeten dus. Nou ja, wel met mijn bijna nieuwe VJ Integrator High’s om mijn enkels, maar zonder sokken er in. Dat zou wat worden.

Vol goede moed naar de start. Alweer vergeten dat ik wat vergeten was. En focus op het vertrek. Goed kijken dit keer, met als bewust-onbekwaam aandachtspunt de fijne oriëntatie; want het oriënteren op de mm2 ging de laatste keer minder fijn.

20160710_Galbergen_01De eerste posten gingen dan ook uitstekend. Tot en met been 6 liep ik nog ongeveer gelijk met de nummer 3. En als ik niet op weg naar post 7 een foutje had gemaakt, was ik als 2e bij post 14 aangekomen. Maar dat pakte dus wat anders uit.

Op de kale vlakte waar ik bij mijn 2e oriëntatieloop ooit, “Nacht Galbergen” op 11 februari 2011, ook wat verdwaalde, ging het een beetje mis. Ik dacht 7dat post 7 (zie kaartje hier naast) een boom op een open plek omringd door zand zou zijn. Een hele herkenbare post dus. Maar ik zag in het voorbijgaan niets. Open plekken zijn nooit zo heel open. Her en der groen, heuveltjes, is die boom toch een bos? Afstand schatten uit de losse pols is ook lastig. De post lag niet helemaal in het open vlak, maar in een puntig stukje tussen stukken wit bos. En ik moest eerst nog tussen wat wittigs door om er te komen. Dus, zoal je hier onder kan zien, ging ik door dat wit heen; althans, door wat ik op dat moment dacht dat ‘dat wit’ was. 20160710_Galbergen_07Aan de andere kant aangekomen begon het te dagen. Ik was te ver, en zag precies waar ik liep. Terug door het witte groen, bijna recht op de post af, die verscholen zat in een piepklein stukje donkergroen – op de kaart. Anderhalve minuut kwijt! En eigenlijk voelde ik het al aankomen. Passen tellen, de volgende keer als ik hier ben…

Daarna ging het dus weer even uitstekend. Post na post zonder enige hapering. En eigenlijk liep ik naar 15 ook niet heel verkeerd, ik had de kortste route gekozen, 10% korter dan verder naar het noorden oosten doorlopen, en 15% korter dan de zuidelijke variant. Maar ja, ik liep langs een hek tussen twee akkers, die bij nader inzien 20cm onder water bleken te staan. Natte voeten! Maar nog erger: zonder sokken, dus verder soppen met weke huid om mijn hielen heen. En, o ja, ik liep een doodlopend paadje in vanaf de verharde weg20160710_Galbergen_15, dat niet op de kaart stond.

Voor de 2e keer vandaag: passen tellen, dan was dit niet gebeurd. Je zult zeggen: zag je dat slootje dan niet, die blauwe lijn op de kaart? Dat wist ik pas toen ik het zag, maar tot die tijd was het lastig om alle details in de tuinen waar ik langs liep af te scannen; wat olijfgroen is op deze kaart was in werkelijkheid een palet van huisjes, heggetjes, schuurtjes en tuinkabouters. Goed, dat scheelde 40 sec.

20160710_Galbergen_17Weer volgden een aantal succesvolle posten. Achteraf bijna bezien perfecte routekeuzes. Hoewel ik wel iets handiger naar 17 had kunnen lopen: zonder de 90-graden fout die ik later vandaag nog een keer zou maken.

20160710_Galbergen_21Maar zo rond post 20 sloeg de zonnesteek toe. Een kort stukje doorsteken? Of zou ik omlopen over het pad? Ik voelde vermoeidheid toeslaan en koos voor traag over onderbegroeing worstelen, in plaats van extra meters. Zie hoe ik recht op de post afliep! Niet verkeerd. Met het pad als stoplijn kon het ook qua afstand niet misgaan. Maar ik miste de post, dacht dat ik te ver naar het zuiden was uitgekomen, rende naar het noorden maar vond -uiteraard, want ik was er al voorbij- niets. Anderhalve minuut terug; maar niet in de tijd, helaas.

20160710_Galbergen_22Op weg naar 22 ging iets soortgelijks mis. Ik liep naar het westen, vond een pad met een splitsing, en, wetende waar ik was, volgde ik het pad naar het zuidoosten. Maar het paadje richting de post was zo slecht zichtbaar dat ik er voorbij rende, en pas later constateerde ik dat ik veel te ver was. Passen tellen dus. En een halve minuut sparen, als ik hier over 5 jaar weer kom.

20160710_Galbergen_28Mijn route van 27 naar 28 had misschien een paar procent korter gekund. Maar het viel vooral tegen hoe dichtbegroeid het groene bos ten westen van de weilanden waar ik langs liep was. Mijn inschatting was een passeerbaar grasveld: anders hadden er wel hekken met “dubbele streepjes” omheen gestaan. Maar vanwege de paarden die er liepen besloot ik toch maar buitenom te lopen.

Inmiddels begonnen de blaren redelijk irritant te worden. Natte voeten die inmiddels een kilometer of 9 op en neer schuurden waren waren steun in de rug. Hoe ver nog?

20160710_Galbergen_29Mijn keuze naar 29 was prima. De zuidelijke route was zonder twijfel een procent of 8 korter. Ik moest snel beslissen, en het duidelijke verschil met de andere, noordelijke route voelde even alsof er een instinker onder het gras zat.

De route naar 30 ging op zijn zachtst gezegd beter dan die naar 31. Kompas gebruiken! Dat had ik beter moeten doen. Maar ik zocht naar een open plek in het bos, zag ergens zon tussen de boomtoppen doorschijnen, en rende die kant uit. Een half pad, dat zou de smalle verbreding tussen de bomen kunnen zijn. 20160710_Galbergen_31Maar toen ik vlakbij een blaffende hond uitkwam concludeerde ik dat dat vast niet het kerkhof was waar ik tegenaan zou lopen, maar de tuinen ten zuiden daar van. Terug lopen naar het noorden. Op zich niet ver, maar omdat het een soort jungle was ter plaatse wel tijdrovend. Dik 2 minuten ploeteren.

20160710_Galbergen_32Gelukkig nog niets bij de laatste blunder van de dag: dezelfde 90-graden fout als eerder vandaag, maar dan met wat meer meters meer tot gevolg. Op onterecht richtingsgevoel rende ik zonder kompas het bos uit, koos het linker pad bij de (verkeerde) splitsing, en kwam op een verharde weg uit. Die had ik ook veracht. Ik sloeg linksaf, volgens plan, maar toen de weg een bocht bleek te maken in plaats van rechtuit te lopen, meende ik dat ik verder naar het noorden zat dan ik dacht. En het duurde pas tot de volgende bocht in de weg tot ik doorhad dat het compleet de verkeerde weg was. Met mijn kompas er bij was dit niet gebeurd. Alweer!

Maar daarmee was de kous af, wat betreft gestuntel. De laatste paar posten gingen vlot en zonder tegenspoed.

racejetM’n tweede normale oriëntatieloop dit jaar (de rest waren nacht-, avond-, en sprint-loopjes) was leerzaam: ik ga weer gewoon vertrouwen op mijn kompas (net een Silva Race Jet gekocht, want mijn vorige kompas had een hardnekkige luchtbel), en getelde passen (ook dit kompas heeft weer een do-it-yourself JG-geijkt passen-tel-schaalverdeling). Dat had me dit keer veel gescheeld. Maar misschien wel het belangrijkste verbeterpuntje voor de volgende keer: twee sokken…

Hulsthulst mispost

Je kan dus in Hulst, vrijwel binnen de vestingwerken, een halve marathon lopen. Dat, en dat het zomer is geworden, bleek vorige week zaterdag, tijdens de stadssprint.
Normaal gesproken zijn dat korte wedstrijdjes, en normaal gesproken ren je dan één keer helemaal voluit, en dat is het dan. En dat dacht ik dan ook, totdat ik na afloop mijn Emit-chip uit liet lezen, en er bovenaan een NOK prijkte. Niet OK. Of mijn Emit was defect, of ik had een foutje gemaakt. De ‘punchcard’ gaf uitsluitsel: ik had een post gemist. hulstIk was er wel geweest, maar vergat te ‘stempelen’, met de volgende post al in het vizier. Net als Piet Kleine bij de Elfstedentocht van 1997. Die finishte toen als vierde. Ik liep in Hulst de 3e tijd. (De splits heb ik wat aangepast en gedaan alsof ik wel een geldige wedstrijd heb gelopen, maar da’s natuurlijk niet de officiële uitslag.)

Maar goed, fout is fout. Dus er zaten maar twee dingen op: met hangend hoofd naar huis rijden en de rest van het weekend balen, of voor straf nog een rondje lopen. Nou, dan weet ik het wel: schoenen weer aan, en gaan. De start was al afgebroken, maar alle posten zouden nog blijven staan voor een Trol clubtraining, en toen ik Peter tegenkwam met de startposten in de achterbak kon ik mijn Emit herstarten, zij het 1 km voor de echte start. Wat natuurlijk niet uitmaakt, want ik liep de 2e ronde niet voor de prijzen, maar voor mezelf.

Kort

Leuk is het alvast om deze animatie te bekijken van mijn 1e en 2e ronde.

Om een lang verhaal kort te maken: het werkte. Ook al had ik me de ‘eerste ronde’ helemaal leeg gelopen, voor mijn lange-afstand conditie was dat zeg maar een tussensprint, en redelijk fris plakte ik er nog eens 10km achteraan, toch ook weer bijna het hele stuk volle bak. Alleen toen ik voor de 2e keer bij de finish-locatie aankwam, stonden er geen posten meer, maar gelukkig kon ik Peter, die net wegreed met de finishpaaltjes in de achterbak, inhalen en uitklokken. Het resultaat: tof wedstrijdje, lekker gelopen, 1 foutje op 66 posten, 20 km stadssprint, en zowel een 3e als een 4e plek (als ze allebei hadden meegeteld).

Lang

Om een kort verhaal lang te maken: hier volgt een analyse van de beide wedstrijden.

Maar allereerst even wat context: De eerste keer was ik fris, nog niet moe, en liep of mijn leven er van afhing, met het einde van de wereld ingecalculeerd direct na de finishpost, waar ik minuten lang voor Pampus heb liggen hijgen. De tweede keer, nog geen uur na de eerste start, begon ik met beginnende spierpijn al een kilometer vóór de eigenlijke start te rennen, verbaasd dat dat nog ging. Maar goed, 20 km is normaal gesproken een ontspannen afstand voor een stukje trimmen op zondagmorgen, dus alleen het explosieve karakter van de 1e ronde speelde mee, niet de afstand. Desondanks toch een tikkeltje moe.

Daar staat tegenover dat ik de 1e ronde een paar pijnlijke foutjes maakte. Niet alleen de vergeten post, maar ook een doodlopend pad, en een klim over een stadswalletje te veel. Ik had geen zin dat een 2e keer te herhalen. Mijn route zou dus wel wat sneller zijn.

Maar aan de andere kant: ik blijf nieuwsgierig naar wat de beste keuze zou zijn, in sommige gevallen. Waar ik de eerste keer twijfelde en linksom ging, ging ik de 2e natuurlijk rechtsom, of buitenom resp. binnendoor. Overheen of onderlangs.

Maar -eerlijk is eerlijk- eerlijk is het niet. Tenminste, als mijn 2e rondje meegeteld zou hebben in de uitslag. Want wie kent het parcours nou beter dan … iemand die het net zelf gelopen heeft. Dat scheelde ruim 600 meter. Voordeel van de 2e keer. Met andere woorden: ik liep de 2e keer voor spek en bonen mee, en dat drukt het fanatisme een beetje.

Race tegen mijzelf

31-05-2016 23-00-55Niet geheel volgens plan liep ik de 2e keer op weg naar nota bene de eerste post al om, maar voor de vorm zeg ik dat dat een experiment was. 6 seconde verlies valt best mee, terwijl ik een stuk lager tempo liep. Het was dus nauwelijks langer. En ondertussen wel een simpeler route: rechtdoor tot aan de kerk. En soms is eenvoudiger eenvoudigweg sneller, omdat je minder hoeft op te letten. Wel miste ik het mooie haventje in de 2e variant; maar dat had ik die dag al vaak genoeg gezien.

31-05-2016 23-13-34Op weg van post 2 naar 3 en van 3 naar 4 maakte ik de eerste keer de grootste fouten. Eerst liep ik het steegje naar 3 voorbij, en vervolgens miste ik de 31-05-2016 23-09-23afsluiting van het steegje op de kaart en liep een doodlopende straat in. Dat kwam me duur te staan: ruim 30 seconde. Hoewel ik moet toegeven dat de paarse route-lijn wel half over het afgesloten doorgangen heen getekend stond.

31-05-2016 23-21-14Toen kreeg ik de geest, en besloot van 4 naar 5 wat te experimenteren. Al leek rechtsom sneller, ik probeerde het de tweede keer linksom. Warempel maar 1 seconde verschil, en iets van 10 meter, hooguit.

31-05-2016 23-25-07En even later links- of rechtsom de kerk lopen leek ook al min of meer om het even. Ik had bijna langer staan twijfelen wat ik zou doen. Maar achteraf zie ik dat ik weliswaar 4 seconde sneller was, maar vooral omdat ik de 70 meter die rechtsom langer was kennelijk veel harder heb gelopen. Zonde…

31-05-2016 23-28-36Of dit dan: eerste keer rechtsom (consequent), tweede keer 4 sec. sneller en 40 meter korter. Dat scheelt flink energie.

31-05-2016 23-34-30Toen volgde een lang stuk. In eerste instantie geen interessante routekeuze tot aan post 9, maar vervolgens waren er twee mogelijkheden naar 10, die op de kaart een wereld van verschil maakten. Of niet? Ik twijfelde. De noordelijke route leek iets korter, of was dat gezichtsbedrog? Achteraf heb ik het nagemeten, maar het scheelde inderdaad maar hooguit 50 meter. En de noordelijke route was de kortste. Als handicap liep ik mijn 2e rondje van 9 naar 10 met post 9 in de hand, want dat had ik zo afgesproken met Peter; scheelde hem weer een verre omweg om deze ene post op te halen. Zonder post in mijn hand was ik misschien wel de gracht overgezwommen, waar het weer er prima naar was. Alleen het zwarte lijntje rond het blauwe water op de kaart weerhield mij: het mocht niet.

31-05-2016 23-49-36Natuurlijk waren er nog wel meer verschillen -her en der liep ik een paar seconde om-  maar de verschillende routes die in afstand toch aardig overkwamen zijn opvallender. De 10 seconde verlies in het kaartje hier onder was gewoon een kleine vergissing.31-05-2016 23-54-58

Een opvallende verschilletje is nog wel de variant van 19 naar 20. De eerste keer nam ik duidelijk de kortste route, 35 meter minder. Maar ik deed er wel 15 seconde langer over, omdat die dwars door het hoge gras en dwars over de hoge stadswal leidde, terwijl de omweg door de stadspoort, onder de wal door, gelijkvloers bleef. Veel sneller!

Maar het klapstuk was de route van 25 naar 26: weer de halve stad door, met drie opties: dwars door de stad door zig-zag wegen, binnen31-05-2016 23-58-15door maar langs de stadswallen, en buitenom. Het kortste was buitenom, wat zo’n 45 meter scheelde. Daarna de route langs de wallen, en dwars door de stad was dan weer 10 meter langer. Maar ja, mijn eerste poging, binnendoor langs de wallen, kwam me duur te staan. Want toen ik bij post 26 aankwam, zag ik 27 al staan, en liep meteen door. Was ik buitenom gelopen, dan had ik echt tot aan 26 moeten lopen, en hem zeker niet gemist. Tja, zo gaan die dingen soms.

Maar goed, was het wel in één keer goed gegaan, dan was dit verhaal er een als zoveel andere geweest. Wie loopt er nou twee keer het zelfde rondje?

Kortom

Ondanks een klein puntje van aandacht een erg geslaagde wedstrijd. Dit is wel het soort oriëntatieloop waar ik van houd. Geen gezoek in het struikgewas, maar lekker snel kaartlezen. En natuurlijk fantastisch dat zo iets kan in vestingstadje als Hulst. Wat mij betreft voor herhaling vatbaar.

Leermomentjes? Een paar keer had ik 10 tot 30 meter kunnen uitsparen door een iets kortere route te kiezen. Korter is niet altijd sneller, maar zeg dat het bij 5 posten 20 meter scheelde in mijn nadeel. Dat is samen 100 meter, zo’n 25 seconde met mijn tempo. Bij de andere posten maakte het niet uit, of heb ik de kortste route gekozen. Dan mag ik dus nog geen seconde per post extra spenderen aan beter kaartlezen om dit goed te maken. Ofwel, ik zorg dat ik beter, en dus ook langer, kaartlees, zonder daar tijd mee te verliezen, ofwel, ik doe het al best aardig, en haal daar geen winst meer uit. Ik kan me beter concentreren op het voorkomen van die ene, of twee, grote fouten, door juist wat beter op de kaart te kijken. Dat levert denk ik meer op.

Enkeltje retour

Vrijdagavond, nachtoriëntatie, goed op dreef, in volle vaart van post 7 naar 8, en -hopla- daar ga ik door mijn enkel. Au! Op een pad nog wel, verstap ik me over een boomstronk of iets dergelijks. Einde verhaal.

pleisterNee, zo snel geef ik me niet gewonnen. Van 4’30″/km keldert de snelheid naar 11’/km, maar hinkelend en strompelend baan ik me een weg via post 8 naar 9. Het gaat dus nog. Niet stoppen, al ben ik vlak bij de start en finish. Ik ga door, naar post 10, die juist verderop staat. De ervaring leert dat het heilzaam is door te lopen, het meestal weer over gaat, maar in elk geval soepeler blijft dan wanneer ik meteen met het pootje omhoog ga zitten.

Drie posten later blijkt de kapotte enkel van een half jaar geleden weer retour, hoewel stukken minder erg dan toen. Ik loop de wedstrijd uit met 7’30″/km. Matig.

Liep ik de eerste helft van de wedstrijd, voor het enkel-incident, nog dwars overal doorheen op de posten af, de tweede helft volg ik de paden, omdat dat een stuk minden pijnlijk struint dan onvlakke bosvloer vol oneffenheden.

Je zou verwachten dat ik, niet meer rennend maar meer lopend, tijd zat heb om exact te oriënteren, zonder een enkel foutje. Maar dat blijk knap tegen te vallen. Mijn gevoel voor afstand is volledig van de kaart, en tot vier keer toe duik ik een heel stuk te vroeg het struikgewas in op zoek naar de volgende post. Halve huppel/hinkelpassen zijn een beroerde basis voor stappen-tellen, maar een echt goed excuus voor een perceel te vroeg afslaan is dat natuurlijk niet. 28-02-16 23-13-4928-02-16 23-15-52 28-02-16 23-10-49

En bovendien had ik een soortgelijke fout ook al gemaakt op weg van 5 naar 6, ruim voordat ik door mijn enkel ging, zodat je zou kunnen stellen dat mijn afstandsgevoel, of tellen van zijpaden in het algemeen het vandaag sowieso laat afweten.

Je kan zeggen wat je wilt, maar nachtoriëntatie blijft erg leuk. De geluiden van het bos, een relatieve eenzaamheid van de nacht, en de felle lichtjes van andere deelnemers in de verte. Jammer dat het alweer langer licht begint te worden…

Leuk weetje: paalDe kaart “De IJzeren Paal” is genoemd naar, je raadt het al: een ijzeren paal. Deze paal, opgericht in 1851, was onderdeel van de Geodetische Basis van Lommel, een drietal punten dat destijds gebruikt werd als referentie om heel België op te meten. Het is nu bekend als NGI meetpunt 17G03C1.

28-02-16 22-22-23Zoals je ziet ben ik er wel in de buurt geweest, maar net niet langs gelopen. Maar de paal staat in elk geval markant op de oriëntatiekaart.

 

Piramides, Pijpenstelen en Paardenkarren, maar wel #1!@MWRXIII

#1!@MWRXIII: dat betekent natuurlijk dat we de eerste prijs (!) wonnen bij de 13e Midwinterrun.

Op zoek naar een passende naam van deze categorie wedstrijden heb ik ooit “Orienteering Challenge” verzonnen. Want dit is geen geen gewone oriëntatieloop, en ook geen gewone trailrun. En het is méér dan iets er tussenin. Qua afstand zou ik het een Ultra-trail noemen (maar iedereen kan de route naar hartenlust inkorten), terwijl er alleen te winnen valt met flink wat Oriëntatiekunde. Juist de combinatie van die twee, plus de omstandigheden, én de extra opzettelijke moeilijkheden, dat vormt een uitdaging, een Challenge. Is het een Orienteering Challenge Trailrun, een OCT? Zo iets.

[ Midwinterrun 2013 | Midwinterrun 2014 | Midwinterrun 2015 | kaarten 2016 ]

Elementen

Donkere wolken pakten zich samen boven de weersverwachting voor zaterdag. Depressies verzamelden zich gedurende de week voor de kust, om op zaterdag met bulderend geweld en veel wind over het land te trekken. Het begin van de dag hagel en regen, later opklaringen maar wel met een flink koudere wind, om lekker langs onze natte lijven te striemen. Starten in het donker, finishen in het donker, en tussendoor 55 km koude nattigheid. Is dit leuk? Patrick en ik dachten van wel toen we ons inschreven als “Team Toemustmut”, na een lunch-run door sloten en -je raadt het al- heel veel dikke modder.

Warm aankleden, windjack er over, dat zou nog wel gaan, maar handen en voeten houd je niet droog. En waar ik nog het meest tegenop zag waren de natte kaarten en het met verkleumde vingers intekenen van punten op tot pulp vergane vodjes papier. Je kent het wel.

IMG_1723_pMaar waar ik dan weer een warm gevoel van kreeg: de andere deelnemers zouden met precies dezelfde hindernissen kampen. En dus waren het geen problemen, maar uitdagingen. Goed voorbereiden, en er het allerbeste van maken. En zaterdagmorgen was er niemand die er ook maar piekerde om binnen te blijven; iedereen zat bij de briefing te trappelen om op pad naar buiten te gaan, nadat ze hadden genoteerd dat CP46 40 meter hoger dan CP54 zat, en dat CP64 geen standaard CP controlegetal was, maar een telefoonnummer.

Tuut-tuut-tuut-tuut-tuuuuuuuut

Normaal gesproken is kort-kort-kort-kort-lang het elke-2-minuten-startsignaal bij een oriëntatieloop, maar dit keer volgde er nog een hele serie piepje. morseZo snel dat er aanvankelijk geen kaas van te maken viel. Echter, al na een paar herhalingen viel ons op dat er telkens 12 groepen van een stuk of 5 piepjes te horen waren. Morse code. 5 piepjes zijn cijfers, een paar lange, en de rest kort, of omgekeerd. 12 stuks, dat zou een RD coördinaat kunnen zijn. Op de kaart die we hadden gekregen stonden Rijksdriehoeks coördinaten, dus dat was wel aannemelijk. De eerste cijfers van oost, ’15’, waren op een gegeven moment ook als • — — — — en • • • • • te onderscheiden. We hadden beet. Toen was het makkelijk: alleen de lange piepjes per cijfer tellen, en noteren of ze voor- of achteraan kwamen, en in no time (nou ja, 10 minuten) stonden we buiten, in de regen, maar met bijna al de andere teams achter ons, op weg naar het eerste punt. IMG_1636_pDat ging goed. De proloog was in the pocket.

Weet je wat? Ik maak een soort Orienteering Challenge Trail van dit verhaal. Niet per se qua lengte, maar ik vertel niet wat we fout of goed deden. Dat haalt u, beste lezer, er zelf maar uit, tussen de regels door. Ik vertel alleen dat we 200 minuten scoorden, qua straftijden. De eerste ‘straftijd’ was het drievoud van het aantal minuten dat het kostte de morse code te ‘kraken’.

Anders

De Midwinterrun is anders dan de W.O.R. Gelukkig maar. Bij de Woudlopers kom je aardappelkanonnen tegen, tsjilpende CP’s, achteruitlopende projecties, en literaire instinkers; bij team Chickenpower wordt je verrast met Morse gecodeerde coördinaten, kaarten uit de vorige eeuw, tunnels, sloten, en -vandaag- een Pipowagen als eind van de proloog en tevens start van de race. Zo verrassend dat we er glad voorbij lopen in eerste instantie, voordat we de kaarten in ontvangst nemen. In de regen, die voorlopig niet op gaat houden, maar onder een afdakje, plannen we de eerste etappe, op de drie kaarten en twee luchtfoto’s die we zojuist kregen. Dat kost nog best wat tijd, want pas om 9:05 gaan we echt op pad, drie kwartier na het startschot. Pardon: de startpiep.

IMG_1651_p

Was het bij de W.O.R. nog handig om de CP’s op volgorde van het Roadbook af te gaan, hier kan je dat beter niet doen. 4-5-1-3-2-6-7-9-8-10 klinkt ook véééél logischer. Maar daarin schuilt ook wel een risico: waarom hebben ze deze nummering bedacht? Gewoon, om verwarring te zaaien? Zou iemand ook maar denken met de kaart in de hand dat 1-2-3-etc. korter is? Bij de Pipowagen al konden we 3, 4, 5 en 6 bepalen en in één oogopslag zien dat 1-2-3 niet de snelste route was.

route1
Zoals je ziet is 1-2-3-etc. niet de handigste route. Ik heb het later nog een keer gecheckt, maar korter dan ons traject kan het ook haast niet. Nou ja, korter kan nog wel, maar dat was in dit dichte bos niet sneller.
piramide_foto
Foto met tegenlicht? Dan zal die wel vanuit het noorden genomen zijn, want alle belangrijke foto’s vandaag zijn midden op de dag gemaakt.

Maar dat zou wel veranderen, want neem CP24, waarbij het roadbook vermeldt dat de info daarvoor bij CP23 te vinden is, en die voor CP27 bij CP26. En -maar dat weten we nu nog niet- zal in de 2e etappe voor wel 6 CP’s de informatie onderweg gegeven worden. Wat is dan tactisch? Zo komt het dat we bij CP10, waarvan de locatie overeenkomt met die waarvandaan de foto hiernaast genomen is, besluiten even van het uitzicht boven te gaan genieten (in de stromende regen). Nou moet je weten dat bij de briefing, voor de start, twee dingen verteld werden: 1) bij CP64 moeten we niet naar een bekend blauw CP bordje zoeken maar de laatste 4 cijfers van het telefoonnummer aldaar noteren, en 2) CP46 ligt 40 meter hoger dan CP54. IMG_1679_pWe weten nog niet waar deze punten liggen, maar CP46 moet wel ergens bovenop liggen, en aangezien de Pyramide van Austerlitz 36 meter hoog is (volgens Wikipedia gisteravond; altijd je huiswerk maken voor een OCT als deze) zou het heel goed kunnen dat we hier terug komen en dan boven iets moeten zoeken. IMG_1683_pStel dat deze door Auguste de Marmont met zijn leger in 1804 gebouwde bult dan niet op de route ligt, dan zijn we er nu mooi in de buurt om de CP-code alvast te noteren. Zal ik vertellen dat er boven niets te vinden was, of wil je dat later pas lezen? Anyway, we zijn er denk ik als enige team bovenop geweest.

 

Lonely at the top

…was het dus, maar opvallender is dat we sinds CP2 niemand meer gezien hebben. Wel vinden we elk CP zonder al te veel moeite (alleen CP5 lag niet helemaal waar we hem hadden ingetekend, aan de noordkant van een vijver, maar ook weer niet zo ver er vandaan dat het een valse was; of toch?), maar dat moeten de andere teams dan toch ook hebben? Midwinterrun 2016 (3/10) (30/01/2016)Dus waar blijven ze? Zouden ze niet gezien hebben dat de luchtfoto met CP4 en 6 een kwartslag gedraaid is? Of dat die van CP16 naar 17 -nog gemener- 15° gekanteld is?

verdraaid
Je moet er maar net op komen om de luchtfoto te draaien om hem ‘goed’ te leggen. Behalve dat de koers tussen de twee pijlen gegeven was zijn er nog meer trucs om het noorden te bepalen.

Dat laatste is trouwens knap listig verzonnen, want na CP17 komen we op een kaart uit 1942. (Dat zullen ze wel bedoelen met ‘Kaartdatum 1942’, hoewel dat iets heel anders is dan ‘datum van de kaart’; kaartdatum verwijst naar de ellipsoïde die is gebruikt om de toch ietwat bolle aarde op een plat vlak af te beelden, en wiens naam toevallig dikwijls een jaartal bevat, bv. ‘WGS84’.) En het leuke is nu dat de akker die daarop staat niet meer exact het zelfde is als die die er nu in het echt ligt. Hij is uitgebreid met een niet-evenwijdige strook bos zodat de rand nu wat meer noord-zuid loopt, en laat nou net de akker op die ietwat gedraaide luchtfoto evenwijdig lopen met de oude rand van de akker, zodat je al gauw denkt dat de kaart overeenkomt met de huidige situatie. Precies om die reden lopen we vanaf CP17 te ver terug richting De Hoogt en ineens klopt er niets meer van de paadjes. Op miraculeuze wijze echter vallen de stukjes op hun plaats, vinden we CP18 en CP22, gevolgd door CP19 en CP23. Alleen CP20 en CP21 hebben we nog niet, maar met in het achterhoofd dat de kaart wel een tikkeltje achter loopt, vinden we die ook, op kruispunten die er niet meer zijn. Knap, als je bedenkt dat we door een stomme fout (voor de schaal heb ik de afstand tussen de meridianen in minuten opgemeten als maar als kilometerschaal genoteerd, en dat scheelt toch ruim 15%) telkens het gevoel hebben er al te zijn maar elk punt net wat verder blijkt dan op de kaart; we geven de schuld aan de natte kou, want dan krimpt zo’n kaart zo enorm, hè.

Etappe 2?

Moe beginnen we wel te worden, hoewel we pas 16 km onderweg zijn als we onder de A12 door gaan -lekker droog eventjes- en nog anderhalve kilometer moeten tot aan de start van etappe 2. Etappe 2! Van de 2! We hebben het goed gehoord: dit jaar maar twee etappes. Als de eerste nou op 18 km uitkomt, zijn we misschien na 36 km al klaar vandaag. Dat zou dan weer een meevaller zijn.

Die afstand, dat is altijd wel een puntje. Drie jaar terug liepen we nog 42 km, het jaar er op werd het 52, en vorig jaar 58 kilometer. 2016_1e_orde_fitTrek je die trend door, dan wordt het dit jaar 67 km. Ik heb dit jaar ook voor het eerst een normale marathon gelopen, maar zó ver, dat gaat te vér. Als de Midwinterrun alleen om de afstand zou gaan, dan zou het saai worden. Van alle teams schat ik -na vorig jaar- dat wij het verst kunnen lopen, dus dan zijn we de enige die met enige waarschijnlijkheid alle CP’s kunnen scoren. Een team dat er ééntje minder loopt, moet dan een half uur sneller bij de finish zijn. Maar één CP minder, dat scheelt misschien 1 km, en dat zet niet echt zoden aan de dijk als je significant minder ver wilt lopen.  Kortom, conditie is doorslaggevend. Maar ja, snelheid ook, want ik vond dat we best doorliepen, maar toch hadden we de volle 10 uur nodig voor alle opdrachten en afstanden. Er 10 uur minder over doen? Dat scheelt 600 minuten in de score met onze uitslag. Maar daar staan 67*30 = 2010 strafpunten tegenover (want je mist alle CP’s) dus winnen lukt zo niet. Dus netto is de trend dat je beter een CP kan scoren (in 600/65 = ± 9 minuten) dan laten liggen (30 minuten). Conclusie: de winnaar moet én de conditie hebben om de afstand vol te houden, én snel genoeg zijn om binnen de tijd finishen, om daarmee alle CP’s te vinden. Niets minder dan dat. Selectief de voordeligste CP’s af gaan en dure laten liggen is alleen interessant voor het achterhoedegevecht. Ten minste, zo lang de minimale afstand langs alle CP’s nog voor het snelste team haalbaar is binnen de maximale tijd. Of zo lang de opbrengst per CP netto hoger is dan de strafminuten; met 10 strafminuten per CP, of met 20 CP’s op een route van 10 uur, wordt het strategisch een heel ander verhaal.

Oké, genoeg intermezzo; door met de race, want de tijd tikt door. We zien bij CP29 een aantrekkelijk verwarmd gebouw, maar CP27 hebben we nog niet. Dat ligt even verderop. We zijn er bijna als de aardkorst onder onze voeten wijkt, en er een gapende afgrond voor ons ligt. Een trap leidt omlaag, en zo te zien moeten we er af. Wat zou de opdracht zijn die beneden hangt? Om het controlegetal bovenaan de trap te noteren, of om het aantal treden te tellen? Wat een treden! Het zijn er veel, maar ze zijn vooral net te laag: ze kloppen niet. Maar goed, beneden hangt een CP, en een opdracht, met afstand 103 m en koers 218°: precies richting trap. Komt dat even goed uit, we moesten toch die kant op voor de 2e etappe. Op enige afstand van de ijzeren trap werkt het kompas prima, maar passen tellen op een trap om de afstand te schatten, dat gaat niet werken. Dan heb je haast wel een GPS nodig, maar dat zou valsspelen zijn. De kaart? Dat zou kunnen, maar daar staat geen schaal op, en ook geen tweetal gridlijnen, laat staan hectometerpaaltjes. Wat is de standaard afstand tussen de zwart-witte balkjes van een dubbel-spoorlijn op een TOP25 kaart? Geen idee. Enige zekere optie zou zijn de afstand tussen twee kruispunten op de kaart te meten door passen te tellen, de afstand in cm te delen door het aantal passen, dat te vermenigvuldigen met 32, mijn 2-passen per 100 meter, en te vermenigvuldigen met 103 meter voor de peiling. We schatten dat het ongeveer bovenaan de trap zal zijn, misschien nog iets daar voorbij, lopen verderop wat vruchteloos te zoeken, tot we onder de leuning van de balustrade bovenaan de trap een CP vinden. Hoera! Etappe 1 is in de pocket, nadat we het CP nummer voor de deur van Eetcafé Onder de Pannen hebben opgeschreven. Toepasselijke naam met de meteo van de dag.

Etappe 2

Binnen is het droog, warm, en krijgen we nieuwe kaarten en een nieuw roadbook, met 9 in te tekenen punten, en nog eens 6 waarvoor we onderweg de gegevens gaan vinden. Met dit weer wordt buiten tekenen een zooitje, dus we zetten alles wat we nu al kunnen doen op de kaart en plannen de snelste, dat wil zeggen de kortste veilige route. Maar soms is het gokken wat er gaat komen, want die 6 onbekende punten zouden wel eens heel ergens anders kunnen liggen, waardoor we alsnog ergens langs moeten waar we net geweest zijn, omdat we op het eerste gezicht dachten dat dat zo korter was. Ach, we hebben pech met het weer, dus we zullen verder wel geluk hebben…

Plan klaar, jas aan, rugzak om, en weer de regen in. Weer valt op dat geen enkel ander team hier is nog geweest, terwijl we bijna drie kwartier binnen hebben gezeten.

routekeuze_1
De rode route blijkt 300 m langer dan de onze, de groene.

Lang om er over na te denken hebben we niet, want het voelt koud, dus we moeten flink bewegen om het weer warm te krijgen. De gewraakte trap weer af, naar CP30, even kijken hoe diep het meer is en of we er doorheen gaan op weg naar CP31, een onverwachte brug over, een CP met een aanwijzing voor CP32 die we met kompas en door in te schatten dat alle hoogspanningsmasten wel even ver uit elkaar zullen staan, zo’n 350 meter, met gemak vinden, en voor we het weten staan we aan de noordoosthoek van het meer. Het plan was 33-37-35-34-36-39-etc. maar dat wordt 36-33-37-35-34-39-etc. nu we staan waar we zijn. Achteraf nog steeds de allerkortste route langs alle punten.

Als een CP in een Hooiberg…

kruispeiling
Een peiling met twee richtingen die niet haaks staan, maar een hoek van 50° maken is nog te doen: dat levert ‘slechts’ een extra onnauwkeurigheid van 30% op. Bij 30° is dat al 100%.

Bij de W.O.R. hebben ze een Ezelspost. Hier een speld-in-een-hooiberg-post. Het snijpunt van twee peilingen levert een locatie midden in een weide. Daar zal dan wel een koe of een ander herkenbaar voorwerp staan, zou je denken. Maar nee, die is weggelopen, en zo lopen we een minuut of wat schijnbaar naar kievitseieren te zoeken. Paadjes in omringende bossen die naar het snijpunt zouden kunnen wijzen helpen ons niet, en het is louter geluk dat Patrick hem ineens ziet, in een holletje in de grond. De helft van de teams vindt niets, en eentje schrijft iets anders op.

Dit kostte tijd, en we maken daarom vaart; we hebben zo-even al een paar andere teams gespot aan de horizon. Na een paar posten komen we weer in de bewoonde wereld, en op het dak van een kasteel hangt een CP, evenals bovenin een tokkelbaan. Hoe kom je er op? Nou, gewoon met een trap resp. elkaar een beentje geven. Een aanwijzing volgt die ons voor een dilemma plaatst: eerst dat CP ophalen met het risico dat we er later voor een ander, nog onbekend, CP, bijvoorbeeld 55 of 59, alsnog in de buurt komen (groene route hier onder, 41-43-44), of laten liggen voor later, maar dan meer meters maken (49-43-45)? We kiezen voor de eerste optie, maar het is een gok.

Tevoren wisten we nog niet waar de rode CP’s terecht zouden komen, vandaar dat we van CP42 eerst naar CP50 gingen, en dan pas CP48, want wie weet waar CP60 terecht zou komen. Eerst langs CP43 lopen vanaf CP41 was een misschien niet zo’n verstandige gok, want CP55 had natuurlijk wel eens die kant uit kunnen liggen. Daarom gingen we vanaf de spoortunnel en CP47 ook eerst naar CP51, en niet naar CP45.

Het regent weer, en de paden veranderen in snel-stromende beekjes. Het is hier dan ook behoorlijk heuvelachtig en we moeten klimmen, tegen de stroom in. Rekening met reliëf hebben we niet gehouden bij de route-planning, maar zo veel opties zijn er nou ook weer niet.

03-02-2016 00-25-28
Het kleine rode cirkeltje is het CP dat we vonden.

Dan slaat de twijfel toe en de hagel in. Het zelf-ingetekende CP44 ligt duidelijk op een Y-splitsing. Driedubbelgecheckt. Niets te vinden tussen de jeneverbessen, alleen hagelstenen. Een paar tiental meter noordelijker hangt wel een CP onder een bankje, vermoedelijk vals. Het kan ons 30 minuten opleveren, maar ook 30 kosten. Noteren we het of niet? We hebben zo goed op de juiste plek gezocht, dat langer zoeken een kleine kans van slagen heeft. 3 minuten langer, voor 10% vind-kans? 3 x 10 = 30, en dus is dat niet de moeite waard. We beslissen straks wel of we dit CP geloven of niet. Er is nu nog meer te doen. Later blijkt dat wij het enige team zijn dat dit punt überhaupt heeft weten te vinden.

Heb je hem?

En daar is hij dan: het 40-meter-hoger-dan-dat-andere-punt-CP, niet in de vorm van de Pyramide van Austerlitz, maar vermomd als uitzichttoren op een 50 meter hoge heuvel. De voet van de toren is al 40 meter hoger dan CP54, dus naar boven klimmen hoeft niet. Sterker nog, daar hangt vast en zeker een vals CP. Maar omdat we nog niets onderaan hebben gespot klimt Patrick naar boven en zoek ik beneden verder. Twee andere teams arriveren, survivalteam.nl en Lotte&Thijs, die de race met z’n vieren lopen, maar ook zij zien niet direct de blauwe 33 onder de trap hangen. Ik wel, ineens, en roep naar boven “Heb je hem?”. Patrick snap het en roept van boven dat hij hem net heeft gevonden, komt naar beneden, en terwijl de anderen nu de trap op rennen, gaan wij door naar het volgende CP. Zouden ze er in zijn getrapt? Nee, alle teams noteren hier 33 – of niets.

Een aantal posten staat zodanig verdeeld dat het zigzaggen wordt, heuvel op en heuvel af. Pittig. We maken een schitterende doorsteek van CP50 naar CP48: een stukje blind door het bos, en dan schuin inprikken op de kopse kant van een brandgang. Mooie manoeuvre, perfect uitgevoerd. We zijn zo in vorm dat we het valse CP bij 48 zien hangen en het juiste CP noteren. We zijn bijna bij CP54 als uit de omroepinstallatie schalt:

“En dan nu, als bijzonder onderdeel: de 200m paard-en-wagen uit de knie-diepe modder trekken!”

Nou ja, er staat een wat beteuterd kijkende man naast het pad, met een ongelukkig kijkend paard, en een soort wagen op vier wielen, die tot aan hun assen zijn weggezakt in zompige modder. Hij vraagt of we misschien even kunnen helpen. Tegenwerken dat we onze titel lopen te verdedigen in een race tegen de klok is geen optie; je kan zo iemand niet aan zijn lot overlaten in de stromende regen, aan de rand van the middle of nowhere. Maar er valt geen beweging in te krijgen. Voor het eerst zijn we blij ineens tegenstanders te zien, want vanuit de richting van CP54 komt het vierkoppige team van daarnet aanrennen. Ze moeten maar even helpen. Met zes man sterk komt het vehikel in beweging, en drie minuten later kan de meneer weer met zijn karretje over de zandweg rijden. En niet lang daarna kunnen wij onszelf trakteren op een snickers en een gevonden CP.

Het pad gaat weer omhoog. Steil zelfs, in een spiraal. Bovenop een markante 25 meter hoge heuvel staat een smeedijzeren hek met een mooi controlegetal dat we zoeken, en een aanwijzing voor een volgend CP. Allemaal speciaal voor ons opgehangen, want ook hier -zo blijkt later- komt verder niemand.

We maken een mooie diagonale doorsteek naar CP58, komen precies goed uit, maar een net wat te diepe sloot scheidt ons van het CP dat wel zichtbaar maar niet leesbaar aan een knotwilg op de andere oever hangt. Omlopen door een verzopen weiland is niet lekker, maar vervolgens over het asfalt van een fietspad onder de snelweg door is ook niet fijn, nu we aan zacht verende bosgrond zijn gewend.

Fore!

Een extra aanwijzing bij CP57 brengt ons op een opmerkelijk plek, maar ik moet zeggen dat het heerlijk loopt, met dikke noppen onder je schoenen over de keurig strak geschoren green van een of andere golfbaan. greenOndanks het hondenweer is er geen hond te zien, en vliegen de balletjes allerminst om onze oren. Waar een golfbaan is is bewoonde wereld, en even later staan we tussen de doorzonwoningen te zoeken naar het volgende CP, naar een fietstunnel, en naar een lantaarnpaal. In eerste instantie de verkeerde, zowel qua tunnel als lantaarnpaal, maar omdat ergens verderop een ander team naar een andere lichtmast staat te turen hebben we ons snel gecorrigeerd, zij het met 750 onnodige extra meters in de benen. Ach, dat is maar 1.4 % van de totale route. Het is overigens wel leuk dat de route zo in elkaar zit dat de lopers die minder kilometers maken en CP’s overslaan, hun laatste deel van de route weer met die van ons delen, zodat het weer als een wedstrijd aanvoelt, en niet als een eenzame ultra-trail. Al zullen ze daar niet allemáál de kilometerteller op 45 km hebben staan.

Het wiel van Damocles

Maar we zijn er nog niet. CP51 bevindt zich aan het eind van de oostelijke spaak van een parkje in de vorm van een wagenwiel -dit keer eentje die niet tot halverwege in de modder steekt-, maar omdat we daar de aanwijzing voor CP55 gaan vinden (de nummering van de punten is ook in deze etappe volstrekt arbitrair), en die wel eens heel ergens anders kan liggen omdat de organisatoren hebben bedacht dat we deze groep CP’s ten zuiden van de A12 ergens tussen CP43 en CP42 zouden doen en niet pas na CP53, hangt wat komen gaat als een Zwaard van Damocles boven ons hoofd (zie hier boven).

03-02-2016 11-21-58Zo lang als bovenstaande zin is, zo kort is het vervolg van de route, want we hebben geluk: onze gok blijkt de juiste, en de gekozen volgorde levert ook nog eens overall de allerkortste route op. Gelukkig, want we zijn moe, heel moe.

Tussen de andere teams door rennen we op onze laatste kracht naar CP61, waar een verrassing wacht: een als Morse code verklede opdracht voor CP62. Niet voor één gat te vangen hebben we de Morse tabel van de proloog nog bij ons, maar -helaas- blijkt die in een dusdanige staat van zelf-recycling dat je er uitstekend een seinsleutel van kunt papier-machéën, maar het niet meer de sleutel tot de Morse code vormt die het ooit was. Beetje nat geworden, heel raar. Wel watervast is het vel waarop we vanmorgen de piepjes en het overeenkomstige coördinaat noteerden, zodat met enig briljant reverse-engineeren ook CP62 geen geheimen meer kent. Voor ons dan, want de 4 andere teams die hier inmiddels ook zijn lopen zonder het te weten pal over CP62 heen op weg naar het daaropvolgende punt; CP62 blijkt onder een bruggetje te hangen. Zo moeilijk was deze opdracht toch niet?

Er volgt een luchtfoto, enig matig oriënteerwerk van onze kant, toch een CP, invallende schemer, en een gigantisch vakantiepark met een enorm hek er omheen. Door een slagboom gaan we aan de westkant naar binnen, in de hoop er even makkelijk aan de noordkant weer uit te komen, om zo bij CP64 te geraken. Maar een meer-dan-manshoog hek met prikkeldraad en vervaarlijke punten poogt ons de weg te versperren. Há, dat zullen we nog wel eens zien! Wat geklauter en vier minuten later staat het 1-0 voor team Toemutsmut. Dat zijn wij, en het hek heeft het nakijken.

Er gaat geen belletje rinkelen

03-02-2016 23-03-37We komen vrijwel perfect uit bij de brug naar het eiland waar de de vorige dag kennelijk de Henschotermeer Games zijn gehouden. Ook de punt van de pijl op de luchtfoto weten we te lokaliseren, maar na lang zoeken vinden we daar geen blauw CP-kaartje. We checken nog het roadbook dat vertelt dat we toch echt de CP-code moeten noteren. 12 minuten duurt te zoektocht, inmiddels in het donker bij het schijnsel van hoofd- en zaklampjes, tot we besluiten dat het niet langer mag duren met de dubbel tellende strafminuten voor finishen na 18:00. En dat is dan al over 7 minuten. Er is niets te vinden. Alleen een telefoonnummer. Maar dat schrijven we natuurlijk niet op.

Nog 1 CP te gaan, op de route naar de finish. Een klok slaat in de verte 6 keer, en wij noteren 36. Dat is goed. Elk CP nu nog binnen 15 minuten gevonden levert netto winst op. Eigenlijk mag je de hele dag hooguit 15 minuten zoeken, tenzij je weet dat je voor 18:00 binnen gaat komen; dan is 30 minuten het break-even point. Dat we finishen om 18:10 is niet te laat, maar tactisch ingecalculeerd. We aarzelen geen seconde maar rennen naar binnen en leveren onze lijst met controlenummers in.

Als we ons vel met controlenummers inleveren wordt het stil. Waarom we de CP-code van de finish zelf niet hebben ingevuld?

Was dat er dan?

En of we het telefoonnummer op het eilandje niet konden vinden?

We zochten een blauw CP-kaartje.

Ach! De briefing: “Noteer bij CP64 geen CP-nummer maar de laatste vier cijfers van het telefoonnummer”. Helemaal vergeten.

En we horen dat we ook nog een valse CP-code hebben genoteerd. En bij de start, nou ja, vóór de start, hebben het controlenummertje op de Pipowagen niet opgeschreven.

Werkelijk, geen haar op ons hoofd die er aan dacht nog vóór we een roadbook hebben gekregen controlenummers te zoeken, en zeker niet bij de finish: als we die niet gevonden hadden wáren we hier toch helemaal niet! Gelukkig overkwam 90% van de team het zelfde op het laatst, en bij de start ongeveer de helft. Maar tóch: drie jaar geleden hing er ook nog een CP aan de finish en schreven we het verkeerde op; noem dit dan maar de Ezelspost.

Maar dat van dat telefoonnummer is nog wel het allerbelabberdste. Dát hadden we moeten weten. Dit zou ons vrijwel zeker de overwinning kosten. En CP44, waar we zo twijfelden, was vast ook vals. Het was een mooie tocht, maar alles was voor niets geweest…

mid-WIN-ter run

Voor niets? Wat een onzin. Iemand zei ooit: Eerste worden is leuk voor de winnaar, voor de rest telt de tocht. Het was dan ook weer een geweldig avontuur.

Wat we beter zouden moeten doen? Vooral beter opletten. Van onze strafpunten zijn er al 110 toe te schrijven aan de vergeten CP’s bij start en finish, en dat akkevietje met het telefoonnummer.

Maar tot onze stomme verbazing blijkt het zo slecht nog niet. We worden 1e! Met maar 200 ‘punten’, de som van :

  • 20 (= 2 x 10) strafminuten
  • 30 (= 3 x 10) minuten voordat we de Morse code van de proloog ontcijferden
  • 60 (= 2 x 30) voor het vergeten te noteren van het CP bij de finish en bij de start
  • 30 minuten voor het niet noteren van het telefoonnummer van het eiland
  • 60 strafminuten ten slotte voor een vals CP: dat bovenaan de lange ijzeren trap (we moesten toch wat verderop zijn, waar we wel gekeken hadden maar niets vonden)

IMG_1775_pDus eigenlijk hebben we alles perfect gevonden, op één vals CP na (waar 1/3 van de teams in tuinde). Bij de prijsuitreiking blijkt dat het 2e team bijna 540 minuten meer heeft, oftewel 18 CP’s minder. Dat geeft te denken: kunnen we de volgende keer een veel kortere route lopen door een aantal dure punten over te slaan? Stel, we zoeken er 18 minder, dan scheelt dat met ons gemiddelde van 9 minuten per CP (voor alle teams gemiddeld ligt de gemiddelde tijd per CP eerder op 15 minuten) in totaal 2 uur en 40 minuten, en zo’n 15 km lopen.

En dan nog levert de tijdwinst 160 score-minuten voorsprong op de nummer 2. Maar dat is niet leuk! En bovendien: je weet niet wat de andere teams doen, en of je toevallig valse CP’s hebt genoteerd. Dus is ongetwijfeld onze tactiek de volgende keer weer: rennen, rennen, rennen, tot we er bij neervallen. Kilometers maken.

2017_2e_orde_fit_realistich
Extrapolaties van de geschatte kortste route in de loop der jaren.

Maar dan komt spontaan de vraag op: hoeveel kilometers zijn het volgend jaar? Je zag net de alsmaar stijgende trend, maar dit jaar liepen we 4 km minder dan vorig jaar. Alleen hadden we toen 9 km méér ómgelopen dan dit jaar, dus de route an sich was dit jaar toch weer een stukje langer. Als je dat doortrekt krijg je voor volgend jaar iets van 60 km als kortste parcours, een zorgwekkende trend.

2017_2e_orde_fit
Extrapolatie van de door ons gelopen afstand over de jaren. Volgend jaar doen we een route van ruim 60 km in minder dan 46 km. En de Cooper-test binnen de 12 minuten!

Maar je kan het ook positief benaderen: hoe langer de afstand, des te groter onze voorsprong, dus winnen we dan zeker. En als ik onze daadwerkelijke gelopen afstand extrapoleer komt er het plaatje links uit. Dus we worden steeds effectiever. Best verrassend.

Zoals elk jaar heb ik onze tijdsbesteding weer als een taartdiagram uitgewerkt. Heel verrassend is het niet, maar het gevoel dat we minder hebben lopen zoeken naar CP’s dan vorig jaar blijkt wel te kloppen. Misschien kwam dat door de sneeuw toen? Of zou de regen voor een sterkere perceptie van urgentie hebben gezorgd, vooropgesteld dat we beter zoeken of meer vinden onder stress?

03-02-2016 12-13-02
Ten opzichte van vorig jaar hebben we iets langer punten in lopen tekenen en gewandeld, evenveel gerend, en een stuk minder stilgestaan en lopen zoeken.

Uitslag

Ten slotte heb ik de uitslag nog even in 1 tabel gezet, met wat statistische gegevens er bij. Ook daar valt het één en ander op te merken:

score
(Klik op de tabel om deze uit te vergroten zodat je haar ook daadwerkelijk kan lezen.)

 

 

  • De intekenpunten zijn niet populair. Daar is minder dan de helft (44%) van de teams geweest. En voor de opdrachten die we in het veld kregen is dat nog erger: die zijn maar voor 24% uitgevoerd.
  • De eerste punten van de eerste etappe zijn het drukst bezocht. De ‘oude’ kaart was niet heel populair. Maar de meeste teams zijn wel langs de voorgedrukte CP’s gelopen.
  • De 2e etappe is door veel teams fors ingekort. De voorgedrukte punten in het westelijke deel van de route zijn door de meeste teams bezocht, evenals het noordelijke deel. Maar toch jammer dat ze soms pal over de intekenpunten zijn gelopen zonder ze te noteren.
  • Sommige valse CP’s zijn goed gelukt: CP22 op de oude kaart (38% fout),  CP28 bovenaan de ijzeren trap (33%), en CP39 in een langwerpige verlaging (41% fout).
  • Andere weer minder: CP10, CP24, CP34 CP46 en CP54; die had niemand fout.
  • Het is niet zo handig om in plaats van het controlegetal het nummer van het CP te noteren; dat is meestal niet het zelfde. Twee teams deden dat.
  • Het is wel handig om het controlegetal bij het juiste CP te noteren. Twee teams deden dat niet.
  • Bepaalde getallen laten zich graag verkeerd lezen. Beruchte paren zijn 13 en 15, 18 en 13, 16 en 19, 19 en 18, 21 en 17, en ten slotte 12 en 72. Dan weet je dat voor de volgende keer. Ik zelf zou dat nooooit fout doen.  04-02-2016 09-03-13

Meetshoven Memory

Meetshoven is een flink eind rijden vanaf Eindhoven, maar toen ik zag dat Omega een Eilandmemorisatie organiseerde was de beslissing snel genomen: er heen!

Memorisatie is eigenlijk een basistechniek voor oriëntatielopers, maar in de praktijk vergeet ik het nog wel eens, ironisch genoeg. Eigenlijk gaat het niet eens zo zeer om het memoriseren zelf maar om de achterliggende methode, die ik vaker zou moeten toepassen.

Waar gaat dit over?

Memoriseren is onthouden: je kijkt naar de kaart, en zonder daar nóg eens op te kijken loop je naar het doel, gebruik makend van wat je op de kaart hebt gezien. De truc is het versimpelen van de kaart, waardoor je je juist op de essentiële kenmerken concentreert, die onthoudt, en vervolgens de route afloopt. Zonder op de kaart te kijken, en daaruit haal je dan extra tijdwinst. Hoe? Daar kom ik straks op.

Eilandmemorisatie is een type wedstrijd waarbij de route vast ligt, althans, zo vast als bij een normale oriëntatieloop -dus met een vaste volgorde volgens de postomschrijving- maar waarbij op een paar plaatsen in het terrein, de “eilanden”, en bij de start een vaste kaart geplaatst is, die je niet mee kan nemen. Je moet dus bij de start de route onthouden, maar ook -misschien nog wel belangrijker- de locaties van de kaarten, om op terug te vallen.

20160124_Meetshoven_memorisatie
Deze kaart hing bij de start (driehoek), en op nog 2 plaatsen (vierkantjes). (klik op de kaart om deze in zijn geheel te openen)

Typisch lukt het niet de hele route in 1 keer te onthouden. Dus je gaat slimme combinaties maken van posten, en loopt tussendoor langs een van de kaarten in het veld voor een update. In dit geval waren het maar 11 posten, maar da’s toch net te veel om in een volstrekt nieuw en onbekend stuk bos in één keer te onthouden.

Dus ik koos er voor om drie posten uit mijn hoofd te doen, dan langs de kaart in het midden van de kaart te lopen, en dan de rest in 1 of 2 etappes af te maken.

hoofdrouteIk versimpelde de kaart in mijn hoofd tot ongeveer dit:

Post 1 bijna over paden, grove schatting van het aantal passen, en het laatste stukje doorsteken.

Dan verder pal zuid, pad kruisen, zuidwest tot cultuurgrens: bam!

Doorlopen tot pad, rechtsaf, bij kruising met veel paden het westelijkste pad volgen tot open plek, en dan post 3 in het hoekje van het vrijstaande bos in het midden daar van.

Tenslotte over het pad om een “verboden terrein” (met hek?) heen, tot de verre hoek schuin links achter van het weiland.

Dat ging uitstekend, tot ik vanaf post 3 op zoek ging naar de kaart, maar die niet kon vinden. Na voor mijn gevoel veel te ver te hebben gelopen, ging ik de hoek om naar het oosten, en keek ik nog eens op mijn kompas, maar constateerde verbaasd dat ik niet naar het oosten liep -wat ik dacht te doen- maar naar het zuiden. Inconsistent.

Verdwaald!

Dat is lastig. Als je verdwaald bent en ook nog eens geen kaart hebt. Terug lopen naar het vorige punt zou wel lastig worden, want ik was immers ergens anders dan waar ik dacht dat ik was. Terug naar de start lopen was wel erg sneu, dus keek ik goed om me heen. Overal andere lopers, maar kennelijk allemaal op een andere route, want iedereen die ik zag had zelf een kaart in zijn handen (en liep dus niet deze zelfde memorisatieroute). Even een kaart lenen was uit den boze, want dat is natuurlijk niet volgens het spel.

Wat ik wist was dat de kaart in een zuidoosthoek hing van een weiland. Weilanden genoeg om me heen, en ook meerdere zuidoosthoeken, maar ik wist, of dacht te weten, dat ik te ver naar het westen was gelopen, dus ik moest is oostelijke richting. En warempel! Daar hingen een paar kaarten. Het had me wel 5 minuten gekost, maar ik was gered.

27-01-2016 00-40-55Nou blijkt dat het al eerder was misgegaan, want ik was na post twee de hoek om een pad in gelopen, waarvan ik onthouden had dat het naar het westen moest leiden, maar dat naar het zuiden liep. Vreemd vond ik dat. De fout zat hem er in dat ik in mijn versimpelde kaartbeeld in m’n hoofd het diagonale pad voor het gemak recht had getrokken, en meende dat dat naar het noorden ging, zodat ik de bocht om naar het westen moest. En toen ik op weg naar post 3 het weiland in liep, dacht ik af te slaan naar het zuiden, zodat ik ná 3 verder door naar het zuiden moest op weg naar de kaart. Maar ik liep juist dóór naar het westen. Mijn kompas had me kunnen helpen, maar ook voor meer verwarring kunnen zorgen.

De volgende keer…

… Zou ik beter moeten letten op de richting, koers en kompas. Nou ja, de volgende keer was nu, want er waren nog 8 posten en een tussen-finish te gaan. Meteen mezelf her-kalibreren. Het is een tikje lastiger dan ik dacht.

Een van de dingen die ik miste was overzicht. Ik had, zoals gebruikelijk, bij het bepalen van de route van de start naar post 1 de kaart gedraaid, georiënteerd. Handig voor dat been, maar voor alle volgende benen slaat dat natuurlijk nergens op. Dat is vast voor de helft debet aan mijn 90-graden fouten rond post 3. Bovendien is het draaien van de kaart leuk als je het per been doet, om snel de beste route te vinden, en intuïtiever van koers te veranderen, maar bij memorisatie is dat van ondergeschikt belang. Misschien kan je het wel doen en per been inprenten hoe de vorm van dat deel van de route er uit ziet, en wat je links en rechts laat liggen. Maar als je een fout maakt ben je verloren en mis je al gauw elke referentie.

Probeer dus het geheel te onthouden, de route die je wilt lopen op een kaart met het noorden boven, zodat je maar één beeld op je netvlies hoeft te branden, en zorg dat je, al lopend, een gevoel houdt voor waar het noorden is en waar je jezelf op die kaart, met het noorden boven, bevindt. En je hebt natuurlijk je kompas nog, voor dat noord-gevoel.

27-01-2016 00-53-18Met dit als uitgangspunt ging ik verder. Vanaf waar ik stond (het rode vierkant met de kaart) waren posten 4 t/m 9 relatief dichtbij en op erg herkenbare plaatsen. Ik onthield hun relatieve positie, en onmiskenbare kenmerken waarmee ik ze zou kunnen vinden. Een hoek van een veld, een bocht van een sloot, afstanden tot kruispunten, en hoe ik zou lopen, gebruik makend van paden en kruispunten. En al gauw werd duidelijk dat post 10 ook wel te doen moest zijn. 11 dan ook maar? 8 posten onthouden leek net wat veel, maar het was ook wel weer aantrekkelijk. De tegenslag van het begin alweer bijna vergeten besloot ik het er op te wagen.

27-01-2016 00-39-29Tot en met post 9 ging het vlekkeloos, maar toen ik op weg was naar 10 besefte ik dat ik alleen maar een globaal gevoel voor richting had en niet zo veel inschatting van afstand. Maar ik had onthouden ik vanaf een doorgang tussen huizen naar het noorden moetst, en dat 10 dan links, en 11 verderop rechts naast het pad moest liggen. En de huizen waren door het winterse kale bos wel te zien. Weliswaar niet via de kortste, maar wel via een effectieve en snelle route kwam ik tussen de huizen uit, en toen ik een doorgang zag ging ik er in. De bedoelde doorgang leek meer op een tuin vol onkruid, zodat ik iets wat toegankelijker maar naar later bleek een oprit van een huis in rende, achter een toevallige andere loper aan die kennelijk het zelfde had gedacht. Gelukkig liep de oprit als ware het een pad door het bos in, alleen lag de post nu niet links maar rechts van het pad. Die vond ik, maar ik kon me eigenlijk niet meer herinneren na 7 andere posten waar 11 nou stond.

Maar wat ik wel wist was dat de kaartenwissel/start vlakbij was, en dus rende ik door naar het noorden, keek daar nog een keer op de kaart, en kon, met maar 1 minuut verlies, via 11 alsnog de eerste etappe afmaken. Best efficiënt, die laatste kwinkslag via de start, al zeg ik het zelf.

 

Lijnenloop

De lijnenloop, met een kaart met alleen maar zwarte lijnen (of het nou paden, sloten, greppels of wallen waren maakte niet uit), was een eitje. Op een aantal plekken kon ik gewoon een stuk afsnijden, want ik kende na de memorisatieronde het bos al aardig, sommige posten waren het zelfde als daarnet, en met koersen en afstanden was er weinig twijfel mogelijk. Dat ging dan ook super, en volgens de splits lag ik, ondanks de vertraging in het 1e deel, na de lijnenloop nipt op kop.

27-01-2016 00-28-43IOF

Het laatste stuk was een IOF kaart. Gewoon, net als altijd. Hoewel dat ook niet slecht ging ben ik daar nog wel 3 minuten verloren op de nummer 1. Maar goed, toch nog tweede geworden is zeker niet verkeerd, en bovendien was de memorisatieronde weer geweldig om te doen. Dat zou best vaker onderdeel van een wedstrijd mogen zijn, of, zoals anderhalf jaar terug, de complete wedstrijd mogen volhouden. Geef je hersens er van langs. Heerlijk!

Strategie

Toch is het laatste woord over de beste strategie nog niet gezegd. En dan bedoel ik niet het verdelen van de route in tactische en behapbare delen, want dat is natuurlijk een peulenschilletje vergeleken met het onthouden van de kaart. Enerzijds is er het versimpelen van de kaart tot slechts het minimale om foutloos te kunnen oriënteren. Maar tegelijkertijd wil je niet bij de minste of geringste afwijking van de kaart lopen en -omdat je slechts een kruimelspoor hebt opgeslagen- dat met geen mogelijkheid meer kunnen corrigeren. Dus je moet net iets meer onthouden om de route-corridor heen. Al was het alleen al om de locaties van de “eilanden”, de kaarten in het veld, te kunnen duiden.

splits
De splits van de memorisatie etappe. Ik ben de dikke blauwe lijn. Het lijkt er op dat een stuk of 4 lopers tussen post 2 en 3 op de kaart zijn gaan kijken, een handjevol tussen 3 en 4, maar de meeste tussen 6 en 7. Een stuk of 5 lopers zijn tussen 10 en 11 langs de start-kaart gelopen, of ze hebben gewoon lang naar 11 gezocht.

Ik denk dat het het beste is om je een noord-georiënteerde kaart in te prenten. En te onthouden wat je op die kaart moet doen om van punt tot punt te raken. “Pad, afslag, noordoost, sloot, volgen tot bocht, post. West tot greppel, noord, talud volgen, pad, tweede afslag links, stukje noordwest, post.” Maar altijd met een beeld van de kaart er bij. Gaat het fout, dan weet je waar je bent ten opzichte van de omgeving.

Aan de andere kant zou je, als je geen fouten maakt, ook elk been afzonderlijk kunnen inprenten, met de koers “omhoog”, en onthouden wat je links en rechts laat liggen. Dat lijkt een eenvoudiger, 1-dimensionale verzameling te onthouden kenmerken, maar omdat de context van de kaart ontbreekt, denk ik dat dat toch een zwaardere opgave voor je geheugen is. En als je zo 5 posten wilt onthouden, vergeet je al snel het zoveelste zij-paadje, waardoor je alsnog de weg kwijt raakt. Los van het feit dat het bij elke post niet intuïtief is welke kant het volgende been op georiënteerd is. Ik blijf bij mijn eerste idee: noord boven. En dat perfectioneren, zodat ik 7 of 8 posten in één keer kan doen.

Trainen

De grote vraag is natuurlijk: hoe train ik dit? Op o-training.net staan in elk geval een aantal aardige oefeningen. Thuis op de kaart van nabijgelegen bos een route tekenen en die zonder kaart rennen is een optie, maar ik geloof dat mijn oriëntatiegevoel totaal anders werkt in een bekende omgeving, waar locaties een associatie oproepen en daardoor zoveel eenvoudiger te onthouden zijn. Het moet dus een onbekende omgeving zijn waar ik de kaart nog niet van ken. En die zijn er vlakbij niet echt, dus moet ik verder van huis. Alleen, zodra je een route verzint, is die door het tekenen daarvan misschien al weer te makkelijk onthouden. Maar ja, dat is eigenlijk ook memoriseren.

  • Pak op de parkeerplaats bij een onbekend bos een stafkaart, teken er een route op, leg de kaart in de auto, ga rennen, en als je terug komt check je of je het goed hebt gedaan, eventueel achteraf met GPS-horloge.

Wellicht valt het ook vanuit de Leunstoel te trainen. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen:

  • De ene dag een route verzinnen op een willekeurige kaart (kan ook een stadsplattegrond zijn), en die een dag later tekenen. Je moet dan eigenlijk wel twee kopieën van de kaart hebben. De vraag is een beetje of de tijdschaal van een dag representatief is voor het type geheugen (korte-termijn) dat je bij een memorisatiewedstrijd gebruikt.
  • Je zou ook een route op de kaart kunnen uitdenken, en die even later als vereenvoudigde looproute kunnen tekenen op een blanco stuk papier. Kijken of je alle afslagen en essentiële terreinkenmerken nog weet. Kloppen de afstanden en richtingen nog een beetje? En hoe ziet die kaart er uit als je het een dag later probeert? Ik zie al een leuk experiment opdoemen.

Mocht je na het lezen van dit artikel meer leuke ideeën, oefeningen, strategieën of tactieken te binnen schieten, dan kan je die hier onder uiteraard posten. Sterker nog, ik nodig je van harte uit om er eens even over na te denken en een reactie achter te laten. Ik ben benieuwd.

WOR 5: Patatten knallen

Stop! Niet verder lezen!

Want dan komen jullie weer allemaal tips tegen voor volgend jaar. En ik heb de afgelopen paar jaar al al onze slimmigheden uit de doeken gedaan, tactieken besproken, en Woudlopers’ instinkers verraden, waardoor jullie zoveel beter werden, dat wij het dit jaar met een 5e plaats moesten stellen. Had ik dat dat niet gedaan, dan hadden we ongetwijfeld gewonnen…

natuurMaar daar gaat het natuurlijk niet in de eerste plaats om bij de WOR, de Woulopers Oriëntatie Run. Dit was alweer de 5e editie van dit onnavolgbare evenement. Met nóg meer inventieve constructies, zowel in het echt als op de kaart. En daarom draait het om de belevenis. Vergeet de uitslag: die is leuk als je wint. Dit was weer een volle dag oriëntatie-entertainment, inclusief voorpret en bier na.

Pang!

Het startschot klinkt. Een -tweede- “dikkopje” schiet naar de overkant van het kanaal (nadat de eerste er in is beland). Het bolletje ter grootte van een pingpongbal, maar dan wat zwaarder, landt in de bomen aan de overkant van het Kanaal Bocholt-Herentals.

Dit (het balletje) is het laatste CP van de route, oftewel, daar waar het terecht is gekomen kunnen we het laatste controlenummer vinden dat de score van de route bepaalt. Samen met nog 83 andere CP’s. worElk gemist of fout CP kost 30 strafminuten, sommige, de specials, zelfs nog een kwartier meer. Die zijn ook iets lastiger. Dit balletje hoort daar ook bij. Goed onthouden waar het is neergekomen is lastig, want direct na het startschot volgt het stressvolste deel van de dag: de route bepalen. Ieder van de 29 teams van 2 deelnemers heeft een enveloppe met een stuk of 8 kaarten gekregen, in tweevoud zelfs zodat we samen kunnen kaartlezen -wel zo leuk-, maar daarop is maar een deel van de CP’s aangegeven. Een aantal moeten we nog intekenen aan de hand van coördinaten, van aanwijzingen die we in de week tevoren hebben gekregen, en soms van gegevens die we pas onderweg gaan tegenkomen. Maar de kaarten vormen een soort slang. Ze sluiten op elkaar aan, overlappen soms gedeeltelijk, maar zijn veelal verschillend qua schaal en type, en dus is niet meteen het overzicht duidelijk. Daar moet aan gewerkt worden. We besluiten alles wat we al kunnen voorbereiden te markeren, uit te rekenen, en in te tekenen, en gaan dan op pad. plannenDe meeste teams zijn minder consciëntieus en zoeken het onderweg kennelijk wel uit, want ze zijn al in geen velden of wegen meer te bekennen.

We steken het kanaal over; er is toevallig een brug vlakbij. Eén van de Woudlopers heeft bij het startschot verklapt dat ze nog niet aan het ophangen van het laatste CP zijn toegekomen. Dat weten we, want het vloog zoëven nog boven het water. Zoeken zal niet zoveel zin hebben. Dus er valt niets te noteren, tenzij er het zelfde CP-nummer bij hangt als in het filmpje van de huistaak. Maar dat zal wel niet. Die slaan we dus over, en daar lopen we op het eind nog even langs. Kost hooguit 5 minuten extra. Toch?

Web

Het eerst volgende CP is een makkelijke, CP61 staat gewoon op de kaart. Maar dan volgt een stuk “Spinnenweb”. De legenda beschrijft de route, maar waar moeten we beginnen om bij CP57 te eindigen, en onderweg bovendien 60, 59 en 58 tegen te komen? Ik herinner me van de voorbereiding (googlemaps-googlemaps-en-nog-eens-googlemaps) dat het hier redelijk rechthoekig loop allemaal. Dus we komen uit het web bij CP60 op een pad dat haaks staat op het eerste pad vanaf CP57. En dat pad zal wel weer op de kaart staan zodat de teams die de route met de klok mee lopen verder kunnen. Het is een gok, maar we hebben geluk. We noteren een CP (is dat 60?), en even later hangt er een bordje op een zij-pad van ons pad “WOR: Dit is geen pad.”, zodat we weten dat we goed zitten. Dat is kennelijk nog onderdeel van het WEB. Even later weer een CP, dat zal dan wel 59 zijn. Rechts, rechts, links, CP58, rechts, links (kan ook niet anders), links, rechtdoor, links. (Zullen we een stukje afsnijden? Nee, toch maar niet, we bevinden ons toch al op glad ijs.) Rechts, rechts, en voilá, daar hangt een plastic spinnenweb zoals in de huistaak: CP57. Het heeft gewerkt.

13-01-2016 23-42-37
Brug in de vorm van de ‘S’, van symmetrisch. Puntsymmetrisch.

Bij CP56 is het een kaalslag van kapwerkzaamheden. Maar de CP’s schieten de grond uit: er zijn valse bij. CP56 ligt in het verlengde van het pad dat naar CP55 leidt, en zo bepalen we welke de juiste is. Minder nauwkeurig peilen en we hadden het fout gehad. CP55 en CP54 gaan van een leien dakje, en ook bij CP U hebben we gelukt. Daar hangt een foto van de vrijwel symmetrische brug waar we net overheen kwamen. Gelukkig hoeven we niet terug, want bij de tuidraad aan deze kant ligt het juiste CP: te zien aan de lichtval en de bunker in de verte aan de oever van het kanaal. En, uiteraard, hangt er bij de puntsymmetrisch identieke tui diametraal aan de overkant ook een -ander- CP.

13-01-2016 23-47-38Het volgende punt, CP53, is lastiger. Volgens de kaart op de bult tussen de drie palen, maar daar vinden we niets. Later blijkt dat het op een van de drie palen zelf hing, maar dat vonden we te ver uit het midden van de cirkel. Fair is dat dit punt voor ieder die er langs is gekomen goed is gerekend, gevonden of niet. (Om dit soort redenen, hoe dingen worden opgelost, steekt de WOR boven het maaiveld uit.)

CP52 t/m S zijn eigenlijk te eenvoudig om waar te zijn. Telkens zoeken we een addertje onder het gras. CP T is lastig als je de andere kant op loopt (“zoek T op de verbindingslijn tussen CP52 en CP53), maar verder is alles eenduidig. Bij CP S zoeken we een boom zoals op een foto is afgebeeld, maar ook die kan niet missen. Vreemd genoeg maken we bij CP50 wel een extreem stomme fout: we noteren 46 in plaats van 64. Alleen omdat het nummer op zijn kop stond? Dit zijn het soort foutjes dat niet had gehoeven. Zo lang de opdrachten maar moeilijk genoeg zijn blijven we scherp, maar als het te makkelijk wordt…

Q

Nee, da’s toch niet helemaal waar. Want bij CP Q gaan we de mist in. We hebben al meerdere CP’s gezien, op verschillende afstanden, dus dat wordt opletten. Q is de ‘Ezelspost’. Dat betekent dat we ons 2 keer aan dezelfde steen gaan stoten. Eerst 100 meter in richting 324°, dan 100 meter in de richting 144°, vervolgens 80 meter in de richting 326°, en dan achterwaarts 20 meter in de richting 326°. Eitje: de eerste twee koersen zijn tegengesteld, dus je komt weer terug bij Q, en dan lopen we ergens 80 meter heen en 20 meter terug.

Mis! Je moet niet achterwaarts met je neus in richting 326° lopen, maar je moet lopen in de richting 326°, met je neus waar je hem het liefst in steekt. Dat doen we dus fout. 80m-20m = 100m, en niet 60m. Fout nummer 2 vandaag. En het kost wat extra meters omdat we met onze alternatieve strategie een stukje terug moeten.

En of het nog niet genoeg is, tuinen we er bij het volgende CP, CP45, meteen weer in. Gaat lekker jongens. Afstand schatten is een kunst, als je over de hoog-pollige heide holt. En als je dan een verkeerde correctiefactor ten opzichte van vlak terrein hanteert, kom je verkeerd uit. Vol overtuiging noteren we 81 waar 57 had moeten staan. Alsof we het dóór hebben gaat vanaf dat moment alles op scherp. Strak passeren we elk CP, en noteren telkens het juiste nummer. CP P, dat we zelf hebben ingetekend, geeft aanvankelijk nog wat problemen omdat de liniaal kennelijk een tijdelijke offset van 1cm had, maar nu is hij weer op lengte, en dus tekenen we het punt vervolgens op de plek waar hij ook blijkt te hangen. Ik kan haast niets spannends vertellen over de volgende punten, behalve dan dat we CP37 wellicht beter later hadden kunnen doen, wanneer we bij CP16 zouden zijn aangekomen. Maar goed, zoals gezegd wilde het overzicht van de diverse kaarten vandaag niet helemaal doordringen.

Leuk bij CP38 en CP35 is dat het kaart uit 1991 blijkt, terwijl we nu in een volgende eeuw leven, en er in de tussentijd een man met een bijl langs is geweest. Wat eens bos was is nu kaal en wellicht geldt het omgekeerde ook. Dat bij het drukken van de kaart (links) bovendien de zwarte inkt net op was maakt het er ook niet makkelijker op.

Déjà-vu

Maar het volgende leuke punt bevindt zich tussen CP33 en CP32. We hebben CP N en CP M al ingetekend, maar gezien de opdracht (“CP N zit op 345° op exact 47m vanaf CP M”) kunnen we het beste eerst CP M bepalen. Dat blijkt het oostelijkste vervallen stenen bouwwerk te zijn. Iemand hoopte dat we het andere hutje zouden nemen. Want vanaf daar (uiteraard hangt er een CP bij beide hutjes) staat er zo’n beetje elke meter tussen 40m en 55m in de richting 345° een geel CP bordje. Passen tellen om de afstand op 2,5% nauwkeurig te schatten? Nah! En op diezelfde koers vanaf het oostelijke hutje -het juiste-  hangt er maar één, op inderdaad iets van 47 meter. Dat moet hem zijn. Leer mij de Woudlopers kennen.

Tot en met CP25 loopt alles eveneens gesmeerd. Tussentijds zoeken we op twee zelf-ingetekende punten (die er ook blijken te hangen, soms verdacht in het zicht) en flink aantal vaste posities op de kaart. Ook wat valse CP’s her en der, maar telkens op een aanwijsbaar verkeerde locatie. Ergens rond CP28 komen we het eerste team tegen dat met de klok mee loopt. Zouden wij ook al halverwege zijn? Geen idee hoe we er voor staan, want we hebben eerder nog niemand gezien.

14-01-2016 00-35-07Bij J moeten we een lollige Visgraat gebruiken. Maar als ik je vertel dat er binnen 15 meter een paar paadjes lopen zoals hier naast in rood geschetst, kan je je voorstellen dat het einde van deze “route” best onverwacht is. CP25 is, zoals gezegd, iets lastiger, maar vooral omdat we niet goed in het roadbook hebben gekeken, en minutenlang naar een CP nummer zoeken terwijl we het nummer op het bord van het fietsroutenetwerk moeten noteren. Tja… Intussen komen we steeds meer teams tegen, die dus ook over de helft zijn.

X1X2O, ja, X2 en X1 zijn ook niet triviaal, maar dat is onze eigen schuld. Als je de route niet in de aangegeven richting loopt mis je informatie die je eerder gekregen zou hebben, maar nu later pas krijgt. Binnen de cirkels X1 en X2 hangen namelijk vier CP nummers, op elke hoek van de kruising eentje. We noteren ze maar allemaal, zodat we later de juiste kunnen noteren en inleveren. Tot nu toe hebben we niet veel hoeven heen en weer lopen om het roadbook van achter naar voren af te werken.

Patatten

2016 01 09 WOR Lommel (212)Spoedig verdienen we deze twee ontbrekende extra aanwijzingen, als we succesvol Vlaamse friet maken. En dat is nog een hele operatie. Patat wordt gemaakt van aardappels. Niet zomaar aardappels, maar exemplaren van ten minste 5cm dikte. Die worden vervolgens met grote snelheid door een frietsnijder, een rastervormig netwerk van messen, gejast. Om het jassen te vergemakkelijken bevindt zicht vóór de snijder een royale trechter, maar om het weer te bemoeilijken wordt de aardappel van 10 meter afstand deze trechter in geschoten. knalTot zover de theorie. In de praktijk ziet dat er zo uit: (rechts). Om te schieten wordt een aardappel geladen in een frietschietpijp, die met perslucht op druk wordt gebracht. Mikken, kraan open, en vlam, de pieper wordt friet. Twee keer keurige rechte patatten, en een keer wat laffe chips, maar voldoende om een puntzak vol X’s te verdienen, zodat we X2 en X1 in retroperspectief alsnog kunnen vinden.

glasbakWe zijn nog niet klaar hier. Terwijl de vuurkorf vrolijk knettert identificeren we een harige schurk, door de juiste bril, baard, ogen, en kapsel te verzamelen, middels een stukje micro-oriëntiatie. Dit keer vinden we op die manier geen CP nummers, maar compositiefoto-onderdelen. En er is geen oriëntatiekaart, maar aanwijzingen als deze (hiernaast), die dan onherroepelijk naar de glasbak verwijzen. Of naar de dug-out, een hekje, of een Eva. Na vier aanwijzingen blijft er één harig sujet over, en de vijfde aanwijzing gebruiken we als verificatie, maar het blijkt te kloppen. Het persoonsidentificatienummer blijkt -heel toevallig- het controlegetal dat we zoeken voor CP Y.

robotfoto We eten een stuk ontbijtkoek, drinken wat uit onze rugzak, lebberen een cafeïne-jelletje naar binnen, maar zijn te ongedurig om te wachten tot onze frieten dubbel gebakken zijn, en gaan weer op pad.

Help, een slang!

DG_uitsnede
Klik hier boven om de “slang” te zien herrijzen.

In het voorfilmpje was er spraken van een spin, een dikkopje en een slang. En hier is hij dan, in de vorm van een zestal deelkaarten die schots en scheef afgedrukt staan. “Noord boven” is zóóó 2015. Maar goed, we kunnen uitstekend oriënteren, dus dit is geen enkel probleem. Het blijken recente kaarten, want wat gekapt lijkt is het ook echt. Geen fouten dan ook in deze serie. Waarom het een slang heet? Kijk maar op deze link.

Maar dan wordt het ineens andere koek, als we de normaal gekleurde kaart af lopen, en op de oro-kaart terecht komen: alleen hoogtelijnen. En dan ook nog eens in het lastigste stuk van de omgeving. Goed dat we CP37 (weet je nog?) niet ook nog hoeven te doen halverwege, want op de kaart blijven is al lastig genoeg.

Door de hoogtelijnen het reliëf niet meer zien

14-01-2016 01-39-25

14-01-2016 10-28-02
Klik hier voor de gehele kaart.

Op zich is zoveel reliëf en zoveel detail goed te doen, zou je zeggen -er valt tenminste wat te oriënteren-, maar als alles op elkaar lijkt, en vanwege de bomen het zicht ook maar beperkt is, ligt naast elke heuvel wel een kuil. En als je dan ook nog eens met een rode viltstift over de bruine hoogtelijnen hebt getekend, en -erger nog- over de dieptestreepjes die de richting van de lage kant van een hoogtelijn aangeven, dan loop je ineens naar een heuvel te zoeken terwijl je een kuil moet hebben.

Het gele streep-stip-stip lijntje is de kortste route.
Het gele streep-stip-stip lijntje is de kortste route. Maar het scheelt amper 500 meter met wat wij liepen, en is wel een stuk riskanter.

Dat kost tijd! Weer een don’t geleerd voor de volgende keer. Maar gelukkig vinden we uiteindelijk alle juiste CP’s in deze hoogtelijnenwildernis; je zou er bijna over struikelen. We zondigen even tegen de aangegeven volgorde, 18-16-17-15, maar ja, korter is korter. Achteraf zou je zeggen dat het nog korter had gekund als we de optimale route hadden gekozen, maar dat scheelt in vogelvlucht 500m, en dat is, met 6 minuten per km gemiddeld, een besparing van amper 4 minuten, terwijl het uitzoeken van de snelste route misschien nog wel langer had geduurd.

inprikken
Het was lastig geweest om zonder fouten van 14 via 37 op een andere kaart terug naar 16 te lopen.

En dan heb ik het risico dat we bij het opnieuw inprikken op de hoogtelijnen kaart zouden verdwalen of een fout maken, niet meegenomen. Kortom, het was wel goed zo.

 

 

 

Bird’s eye

Na de hoogtelijnen komen we op een luchtfoto terecht. Al doet die, in zwart-wit, nogal overjarig aan, de bomen op de luchtfoto staan er over het algemeen nog steeds, en het zand ligt er ook nog. Eigenlijk is dit nog wel makkelijker dan een IOF kaart.

Foutloos bereiken we elk punt. CP I hebben we bij de start al op de kaart getekend, en het wandelpaaltje aldaar is direct gespot.

Op-en-neer

uitkijktoren-lommel-10Tot we bij CP 8 komen. Dat is een toren van 73,7 meter hoog. We rennen enthousiast omhoog. Nou ja, de eerste 30 treden dan. Daarna wordt het lopen. Dan begint het hijgen, zuchten en steunen. En de laatste 5 trappen zijn afzien. Maar gelukkig zien we na 144 treden klimmen het CP direct hangen. Te makkelijk eigenlijk, zo in het zicht. Wat staat er in het roadbook? “Zie Infobord”. Verdorie, kunnen we weer naar beneden. Op dat bord staat een WOR-pijl bij de hoogte van de toren; boven dus, maar dat wisten we al. Omdat er ook een verrekijker bovenop staat, en we enige twijfel hadden bij CP I, of we daar wel het CP zochten of iets dat vanaf de toren te zien zou zijn, klimmen we nog een keer naar boven, maar niets dat ons op andere gedachten brengt. Weer beneden loop ik nog een keer langs het infobord, en dan valt op dat er niet uitkijktoren-lommel-0473,7 meter op staat, maar 73,5. Het CP moet dus 20cm lager dan het hoogste platform hangen. Voor de laatste keer klimmen we de 144 treden op -rennen lukt al lang niet meer- om te constateren dat er echt geen CP onder hangt. Later zal blijken dat we boven over leuning hadden moeten kijken, en dat er alsnog een CP zit, lager dan het platform, maar aan de buitenkant. Je zou kunnen stellen dat we voor niets drie keer de toren hebben beklommen, en een kwartier hebben verloren. Maar het uitzicht was prachtig.

15-01-2016 01-12-53
Waar moeten we zijn voor CP E? Zoek je mee?

Uitgeput vervolgen we de route. We stuntelen nog wat rond bij niet-bijster lastige foto-opdrachten onderweg van CP8 naar CP7, we vinden na enig zoekwerk ons CP E van een van de huistaken, we kruipen door twee tunneltjes onder de weg omdat het CP op de kaart midden boven het pad getekend staat, en we vragen ons nog eens af of we wel de snelste routervolgorde hebben gekozen. Toch kost het meer tijd om CP6 te vinden dan dat we daar over nadenken.  Iets zorgt voor tijdsdruk, want na dit succestraject maken we een paar fouten, zo zal blijken.

Tsjilp tsjilp

In de huistaak-video stond iets over vogeltjes en vooral geluiden. Een eend doet ‘kwaaak’ en een sijs zegt ‘tsjilp-tjilp-tsjilp’.vogels Dus als we op, aan, en onder bomen 10 vogeltjes met CP-nummers er bij zien, twijfelen we geen seconde om het nummer van het object dat tsjilpt te noteren. De rest van de beesten blijft stil. Denken we. Het zouden de Woudlopers niet zijn als er behalve een tsjilpende boomtak, ook een tsjilpende vogel zou zijn. En die hebben we aldus gemist.

Het volgende CP, CP5 kunnen we niet vinden. Het zou volgens het roadbook aan de “noordkant van de open plaats” moeten hangen, maar we vinden er niets. Ik weet nog steeds niet waar we hadden moeten zoeken, maar een aantal teams hebben het punt wel gevonden, dus het zal aan ons gelegen hebben.

Ten slotte volgt een stukje verzilveren van de voorbereiding. Met wat koersen en afstanden spurten we door een woonwijk, onderweg een paar CP’s noterend. De koersen vallen mooi samen met de straten, maar duidelijker wordt het nog als we de straatnaambordjes zien: die komen mooi overeen met de opdrachten in het roadbook. Het lijkt weer te makkelijk om waar te zijn, maar vergeet niet dat voor de meeste lopers dit stuk pas het begin is, en ze er dus nog in moesten komen.

Maar bij CP 1 zijn we er nog niet: de hele route zou begonnen zijn met het volgen van een dierenspoor. De muis wordt opgegeten door de kat, die door de wolf wordt verorberd, die door de jager met het ene been (weer uit het Youtube fragment) wordt geschoten. Het spoor van een jager met één been laat zich raden, ten minste, als je nog weet aan welk been de houten poot  zit. Maar dat weten we gelukkig nog. Dat de jager uiteindelijk door de beer wordt opgegeten mag de pret niet drukken. Wij moeten namelijk nog even langs CP V, het dikkopje dat bij wijze van startschot naar de overkant van het kanaal was geknald, en nu in een boom hangt. Aan de overkant, bij de finish, staan al een paar teams die klaar zijn, dus de eersten zijn wij niet. Nu maar hopen dat we niet te veel fouten hebben gemaakt. Want wat ik in dit verhaal heb beschreven als fouten, dat wisten we in het veld op het moment zelf natuurlijk niet, want anders hadden we het wel goed gedaan. Duh.

Petrus Blond

Spannend! De uitslag laat nog even op zich wachten, tot alle teams binnen zijn, en alle formulieren nagekeken, maar dat is niet erg, want er vloeit Petrus Blond uit de tap. En er is cola voor de liefhebber.

Maar dan komt de uitslag en blijkt dat we niet gewonnen hebben. Net 66 minuten te veel, of we hadden een paar foutjes minder moeten maken.

uitslag
De uitslag: er waren een paar posten die opvallend vaak fout werden uitgevoerd, zoals CP D (88%) en CP 8 (100%), maar ook CP 5 en CP Q had de meerderheid fout. Wij ook.

Ten slotte wil ik nog vermelden dat dit hele verhaal bij elkaar verzonnen is, want zo’n geweldig event, dat kan natuurlijk niet waar zijn. In elk geval klopt de richting waarin we gelopen hebben niet met het bovenstaande relaas 😉 Dus als je dit leest, vergeet alles snel, en steek er vooral niets van op voor de volgende keer. Het enige wat je hoeft te onthouden is dat wie slim is volgend jaar weer mee doet.

roadbook1
Het roadbook. De voorkant, althans.
roadbook2
En bij Woudlopers’ events moet je ook altijd naar de achterkant kijken. Het roadbook heeft er dus ook een.

Blackout@Ravels

Een bijzondere wedstrijd was het. Of “werd het”, vlak voor het eind, toen ik ineens totaal niet meer wist waar ik was. Zuurstoftekort, denk ik. Ik moest een pad kruisen, en dan even rechts de post vinden, maar ik bleef maar doorlopen, paden en kruispunten te ver. Toen midden in het bos (dacht ik) een weiland zag (echt), duurde het nog bijna een halve minuut tot ik me realiseerde waar ik uithing. Geen idee hoe ik er kwam. Nodeloze minuten verloren, maar toch werd ik nog 4e van de 22. Dat viel mee. De rest ging dan ook zeker niet onverdienstelijk. Een reconstructie:

Start

151230_Ravels_Zuid_01Samen met Roland van Loon liep ik naar de start. Twee dagen eerder waren we met een nipt verschil gefinisht, en dus zou vlak na elkaar starten niet leuk zijn, met het risico op een halve zwaan-kleef-aan loop als de voorste één foutje maakt. Optimistisch als altijd ging ik voor. Maar omdat Roland niet de minste is trapte ik meteen maar het gas diep in om een voorsprong op te bouwen. En doorsteken natuurlijk. Dit is prachtig bos. Wit: hoge dennen die ver uit elkaar staan, waar je uitstekend tussendoor kan rennen. Alleen is het kennelijk van nature nogal drassig hier, dus hebben ze om de paar meter een greppeltje gegraven, zodat het rennen een soort hink-stap-stap-stap-sprong wordt. Vermoeiend.

Even twijfel ik, nadat ik na de tweede doorsteek op het pad ben uitgekomen. “Was dit handig?” Op een lang pad uitkomen zonder hele duidelijke herkenningspunten (het ligt overal vol met ‘zwarte kruisjes’, omgevallen bomen, dus die ene valt niet echt op. Maar het bochtje in het pad wel. Vanaf daar naar het oosten, en daar moet post 1 staan. Helaas loop ik net een tikkeltje te noordelijk, en lijkt elk bosje daar sprekend op elkaar. Dus “de twee bosjes waar de post tussen staat, met even verderop een omgevallen boom”, dat plaatje komt meerdere keren voor. Ik verlies er ruim een minuut op (zie splits); maar anderen soms nog meer, want kennelijk was het ook een lastige post. Mijn voorsprong op Roland is al meteen een dikke minuut.

Snel

151230_Ravels_Zuid_03Niet uit het veld geslagen door deze slechte opening, gaan de meeste volgende posten behoorlijk goed. Van 1 naar 2 heb ik dan ook de op-één-na snelste split. De uitdaging bij veel benen is de juiste momenten te kiezen om van het pad af te gaan of het pad juist te volgen, om maximale snelheid te halen. 151230_Ravels_Zuid_09Zoals hier links op de route van 2 naar 3. Niet al het bos is hier wit, en hoewel het winter is, is veel lichtgroen bos al gauw flink vertragend. Lastig is dat je niet kan zien op de kaart welk wit bos trouwens hink-stap-stap-stap-sprong is. Dus dat kan nog wel eens tegenvallen. Maar over het algemeen is de vaart er flink in te houden. En soms blijk ter plekke dat groen op de kaart in de juiste richting ook nog best doorloopbaar is, zoals hier rechts op weg van 8 naar 9.

Geluk

06-01-2016 23-19-25Een enkele keer heb ik geluk. Niet dat ik anders steeds pech had, maar meestal oriënteerde ik op zeker. Alleen op weg naar 11 en naar 12, heb ik een wat riskante route gekozen. Hier had ik beter de route kunnen volgen die ik in groen heb aangegeven. Net zo lang, maar door overzichtelijk wit bos, en met een duidelijke stoplijn of herkenbaarder oriëntatiepunten. Maar goed, ik had geluk en het ging niet heel erg fout. Al was het niet zo snel, want ik liep respectievelijk de 6e en 7e split op deze twee benen.

151230_Ravels_Zuid_15Dan, op weg naar 15, lijkt het aanvankelijk allemaal vlekkeloos te gaan. De rij kruisjes op de kaart zij allemaal omgevallen of omgezaagde bomen, en die zijn niet te missen in dit witte bos, al ben ik al snel de tel kwijt welke welke is. Zoekend naar een zwarte stippellijn in het bos (een cultuuromslag) beland ik bijna op het pad voorbij de post. Op zich een mooie stoplijn, maar het is toch altijd jammer om eerst te ver te lopen. Ik draai me om en uit het niets komen twee snelle jongens, waarvan ik er één als Frank Buytaert herken. Die gaat mij vermoedelijk inhalen.  Op zijn best kan ik hem een stukje bijblijven. Maar nee, hij is al snel uit het zicht. Af en toe vang ik nog een glimp van hem op. Niet om daar op te oriënteren, maar het resultaat is wel dat ik weer flink de vaart er in zet.

Black-out

151230_Ravels_Zuid_18Het been van 17 naar 18 is behoorlijk lang. Ik ga voluit. De optimale route wordt ingeperkt door hekwerken en andere verboden terreinen. Het bos leent zich op zich voor doorsteken, maar het blijkt wel een erg hoog hink-stap-stap-stap-sprong gehalte te hebben. Uitputtend. Af en toe een pad moeten volgen is een welkome afwisseling.  Maar telkens niet voor lang, want dan loop ik weer te veel om. De baanlegger heeft zich optimaal uitgeleefd met de net-niet-rechte-hoeken van de percelen, en de benen precies in de juiste richting getekend, zodat je telkens gaat twijfelen wat de beste optie is.

Ik had op de kaart gekeken, en bedacht dat ik driee keer diagonaal door ging steken, en twee keer een stukje een pad volgen, tot voorbij de kruising. Kon niet mis gaan. Maar toen ik vlakbij post 18 op het laatste pad kwam, en tot aan de kruising ten noordwesten daarvan zou lopen om zo een mooi aanvalspunt te hebben, gebeurde er iets geks. Ik was het hele plan kwijt, sloeg geen achting op de kruising, en rende er pardoes voorbij. 151230_Ravels_Zuid_19Pas toen ik de noordoostelijk daarvan gelegen akker zag begon het te dagen, dat er iets niet klopte.  Een halve minuut stond ik me te verbazen waar opeens die akker midden in het bos vandaan kwam. En waar ik dan wel niet was op de kaart. Echt, ik had geen idee.

Nadat het kwartje was gevallen keerde ik om, en maakte de route af. Ik had op weg naar 18 natuurlijk beter het oostelijke pad wat langer moeten volgen, en dan bij het smalste stukje donkergroen er doorheen lopen, om zo, met de open plek en het paadje noord van 18 als referentie, een strakke tijd neer te zetten zonder risico’s te lopen, maar ik had even geen zuurstof. Of zo iets.

Wel een ervaring. Al met al een hele leuke loop, door weliswaar behoorlijk vlak -op alle greppels na- terrein, maar in een erg mooi bos. En uiteindelijk werd ik ook nog 4e, in toch best een sterk deelnemersveld. Dit was de laatste wedstrijd in 2015. Op naar 2016!

 

Kolenspoor

Ik probeer altijd een pakkende titel te verzinnen, maar dit keer was de naam van de kaart al genoeg: “Kolenspoor”.

Ik zei het toch al gisteren: morgen weer lopen. En wat gisteren morgen was is vandaag vandaag. Een kolenspoor is een spoorlijn waarover gedolven kolen worden vervoerd. Of “werden”, want mijnbouw is er niet meer hier in de buurt. Maar er loopt ook een heel spoor van kolen door België, of wat daar nu van over is: een spoor van markante bulten in het landschap, gevormd door het puin dat uit de mijnschachten is gegraven: leuk om op te oriënteren.

Als je inzoomt op zo’n Terril zie je ineens nog veel meer. Het is niet alleen maar een kegelvormige bult, maar eromheen liggen allemaal bekkens, dijken, grachten, en andere man-made reliëfvormen. Allen zo’n bult zou saai zijn -de top is omhoog-  maar die andere vormen zijn erg verrassend. Zo sta je ineens op bovenaan een 45° helling -waar je af moet zien te komen-, zo sta je onderaan een talud en vraag je je af of omlopen toch niet beter was. Verdwalen kan niet echt, maar goed de route plannen is wel een must want de verschillende keuzes maken wel een wereld van verschil. Kortom, het is een ideaal decor voor een leuke loop.

De ironie wil dat ik om 10:00 in de auto sprong, en nog niet wist waar heen. Verkleed en wel, alles bij me, en de complete VVO kalender (importeer hem in je Google calendar, Outlook, iPhone, of wat dan ook; maar daar over later meer) in mijn smartphone, maar ik wist niet waar ik heen ging, behalve dat Kolenspoor wel geinig klonk. Nog nooit geweest ook, dacht ik.

Maar toen ik dichterbij kwam, kwam het me bekender voor. Hier was ik vorig jaar ook een keer geweest, bij een 3-daagse. Die wedstrijd heette anders, toch? En ook al geen overstekende lopers  op straat (kon toeval zijn), geen rood-witte wegwijzers onderweg (kon aan mijn onorthodoxe aanvliegroute liggen), zodat ik ging twijfelen aan mijn grenzeloze vertrouwen in mijn technische kalender ge-hack. Onterecht.

Want achter de Genkse Cirstal Arena staat nog een clubhuisje. Nou ja, een behoorlijk sjijke toko, met natuurstenen vloertje, veel glas een staal. Geen plek voor een oriëntatieloop, maar gelukkig zie ik Monica en Mike zie lopen, dus ik zit goed! (Het zou ook een beetje een dompertje zijn als ik in mijn rol als oriënteur de weg naar de start al niet kon vinden). En even later kom ik collega Peter tegen (geocachecollegavriend Wout147 loop ik zoals altijd weer net mis), dus weet ik zeker dat ik goed zit.

151220_Kolenspoor_01De lengte van de introductie van dit verhaal staat in schril contrast met mijn eigen voorbereiding voor het lopen, die vooral bestond uit een half jaar niet-oriënteren, op een nacht-omloopje vorige week na dan, en een marathon in oktober. Alhoewel: door vorige week in het donker een post te missen stond ik vandaag wel op scherp. (Dat soort fouten zijn bijna nog erger dan dit voorval.) En dat heeft geholpen.

Dus ging ik verstandig maar hard op weg naar post 1 (←). Niet in een rechte lijn maar over een pad lopen is altijd goed als de route maar niet krommer is dan een banaan. (En dat heeft niets met die gele strook op de kaar te maken.) Dat ik er op het eind niet recht op af liep had meer met het dichte bos te maken en de omgevallen bomen.

Zo waren waren er nog meer posten, die ik best 151220_Kolenspoor_05strak aanliep, zodat ik bij 13 van de 29 benen de snelste was. Maar goed, ze waren soms ook wel een beetje makkelijk, zoals van 4 naar 5 (→). 151220_Kolenspoor_10

Denk niet dat het allemaal vlekkeloos ging, want waarom ik van 9 naar 10 nou per se via het noordelijke grasveldje moest lopen (←) kan ik je niet vertellen.

151220_Kolenspoor_14

Maar helemaal de weg kwijt was ik van 13 naar 14. Eerste stukje ging prima. Om de heuvel heen, pad volgen, dan op het juiste moment schuin linksaf. Maar dan, ineens, besluit ik nog een keer schuin linksaf te slaan. Zonder naar de hoogtelijnen te kijken (2 stuks nog wel, →) duik ik een talud af een kuil in, waar nog drie lopers lopen te zoeken naar Joost mag weten wat, want de post staat daar in elk geval niet. Na wat heen en weer geloop vind ik een oud hek, en via het weiland aan de zuidoost kant van het moeras, dat meer een bouwput lijkt overigens, kom ik weer een beetje in de juiste richting. Maar met ruim 4 minuten vertraging kom ik bij 14 uit. Toch jammer.

En zoals altijd na een forse fout, denk ik dat goed te kunnen gaan maken door even flink dóór te steken, dwars door bramen en brandnetels, terwijl een stukje omlopen op hoge snelheid minstens zo snel was geweest. Zo gaan die dingen.

151220_Kolenspoor_19Je zou het niet zeggen, maar mijn route van 18 naar 19 (←) blijkt wel de snelste te zijn. Misschien omdat ik wijselijk niet het meer-voor-de-hand-liggende paadje naar beneden volg, dat even later weer omhoog gaat, maar gewoon boven blijf lopen en in volle vaart over het paadje door het donkergroen op de post afloop.

Om dan naar 20 vervolgens in een andere hoek dan ik dacht de kuil uit te lopen (ik dacht die in het noordoosten te hebben, maar het bleek meer noordwest), de verkeerde koers te pakken, en heel anders uit te komen. Nou moet ik daar bij vertellen dat ik nog een halve minuut heb staan praten daar met iemand die nog veel erger de weg kwijt was, maar goed.

151220_Kolenspoor_21En mijn route van 20 naar 21 dan? (→) Een omgekeerd vraagteken weliswaar, maar toch nog de 2e tijd op dit stukje, zie ik aan de splits.

151220_Kolenspoor_25Dan gaat er even iets mis: onderweg naar 24 verstap ik me. Dit keer de rechter enkel die meegeeft. Eerder dit seizoen wat het links. Een paar honderd meter wandel ik. Sneller gaat echt niet. Desalniettemin de 3e split-tijd.

Gelukkig gaat het snel weer over en kan ik de laatste paar posten in redelijke vaart passeren. De eindsprint noteert zelfs een stevige 2’57″/km.

Kortom, ik ben weer terug! Niet alleen in het veld, maar ook online zal ik weer eens wat vaker van me laten horen.

Midwinterrun 2015: 58 km op scherp

Winnen is één ding, maar uitlopen is een heel ander verhaal.

Doen we mee of niet? En met wie dit keer? Hoe gaat ons team heten? Zou het net zo ver zijn als vorig jaar, of minder? Wat zou het weer gaan doen? Nemen we jouw auto of die van mij? Zal ik 1,2 of 1,5 liter water meenemen? Wat doe ik aan? Zal ik een muesli-reep of een extra Snickers meenemen? Doen we de kaarten in één grote of in een paar kleine hoesjes? Ga ik om vijf voor zes of om tien voor zes de deur uit?

Het werd kwart voor zes, want het had gesneeuwd. Niet hier in Eindhoven, maar volgens de TV wel in de rest van het land. Dat was Goede Beslissing #1. Tevoren tanken, G.B. #2, ook door schade en IMG_8497schande, want twee jaar terug hadden we al ontdekt dat pompbediendes zaterdagmorgen voor zevenen niet werken, en we toen op de laatste druppels ternauwernood Terschuur bereikten. Maar Goede Beslissing #0 was natuurlijk dat we ons ingeschreven hadden. Want om 8:22 kwam boven de besneeuwde horizon van Ermelo aan de rand van een strak-heldere hemel een aanvankelijk ietwat waterig zonnetje tevoorschijn, dat later op de dag in zijn volle glorie het toneel van een epische tocht zou verlichten. In combinatie met de witte deken die het landschap bedekte vormde dat een lastig te weerleggen argument van de organisatie die een lijntje met boven claimde als verklaring voor het iets-té-toevallig mooie weer. Wat het ook veroorzaakt had, onder deze omstandigheden wil je natuurlijk niets anders dan dwars door de natuur raggen.

Klik op de kaart om onze route te bekijken.
Klik op de kaart om onze route te bekijken.

[Links naar MWR’13, MWR’14, WOR’12, WOR’13, WOR’15 en N8-run ’14]

Dwars door

vanhetpadje1
Niet de kortste, wel de veiligste route.

En dwars door gingen we. Soms ook raggend door de struiken, soms kruipend. En af en toe toch maar over paden. In dat opzicht is een orienteering challenge als deze anders dan een reguliere oriëntatieloop: de kaarten zijn onvolledig, beperkt, verminkt, verknipt, of ontbreken. Al dan niet met opzet. En dat betekent dat je soms, om niet van het padje te raken, of al te veel risico daar toe te lopen, volgens een sub-optimale route loopt, over gebaande paden. Gewoon, als referentie.

luchtfoto1
Luchtfoto met vooral identieke bomen. De open plek bood enige houvast.

Zoals hier naast. Op deze Top25 topografische kaart lijkt het nogal óm, maar we hadden deze topo kaart niet van dit stukje, en moesten het met een luchtfoto (links) doen, waar nauwelijks paden, alleen bomen en open plekken op stonden. Dan is twee minuten omlopen een goedkope verzekeringspremie en dus Goede Beslissing als je vervolgens het CP in één keer vindt. Dit soort overwegingen maakten we de hele tijd: kiezen we de kortste, de snelste, of veiligste route? De veiligste is vaak de snelste, en da’s wat telt. Met dat gegeven in het achterhoofd is onze gevolgde route over het algemeen zo gek nog niet.

47 < x < 58 km

CPAls wij minder ver zouden hebben willen lopen, minder ver dan de 58 km die we uiteindelijk in de benen hadden, zouden we toch 47 km onderweg zijn geweest. Dat is wat ik achteraf uitreken als ik alle foutjes in onze route er af haal. Iets meer dan de 45 km die ik ook heb horen noemen, maar dat komt natuurlijk doordat het bij elke kruising weer gokken is op welke hoek de boom staat waar het CP kaartje aan hangt. Een paar -zeg maar 57- ommetjes van 20-30 meter, is het gevolg. Waarom dan toch 58 km? Tel maar even mee:

1.7 km proloog …tot we door hadden wat precies de bedoeling was
0.6 km CP6 voordat we door hadden waar het op de luchtfoto ingetekende CP in werkelijkheid lag
5.4 km memorisatie post #2 twee keer terug geweest om te concluderen dat het CP verdwenen was
0.9 km CP33 omdat we bij CP32 beseften dat we bij CP31 de aanwijzing voor CP33 niet hadden genoteerd
0.6 km CP34 de enveloppe met (oude) kaarten vergeten bij de laatste kaartenwissel
0.6 km CP61 omdat we ons halverwege CP63 realiseerden dat we CP61 voorbij waren gelopen
9.8 km  totaal verklaarbaar omgelopen
korter
Dat rode, dat had niet gehoeven. Hoewel het natuurlijk schitterende kilometers waren, en 58 km ook wel weer een stoer verhaal is voor thuis.

Memorisatie

Al die losse teveel gelopen hectometertjes zijn natuurlijk peanuts vergeleken bij de 5½ km die we bij de memorisatie hebben verbrand. En waar we ook nog eens 40 minuten mee bezig zijn geweest, veel meer dan de 30 strafminuten die het punt simpelweg overslaan zou hebben gekost. Maar om dat te begrijpen moet je je even in onze situatie verplaatsen:

memorisatie
Over de schouder meekijkend naar de memorisatiekaart, met in het midden het gewraakte punt #2.

Memorisatie houdt in dat je uit het hoofd een route of een aantal punten moet aflopen. De kaart hangt op een vast punt (of soms op meer plaatsen, dan heet het eilandmemorisatie), en als je het niet meer weet mag je daar terugkomen om nog een keer te kijken, maar dat kost natuurlijk wel extra tijd.

Na een paar minuten hadden we -dachten we- alles wel in ons hoofd zitten. Het leek simpel, maar toen we het derde punt van de vijf op de route niet konden vinden sloeg de twijfel toe. En dan is het ontbreken van een kaart ineens een groot gemis, want verifiëren waar de fout zit is niet mogelijk. Dus gingen we maar elk nabijgelegen kruispunt af. Niet vinden zou een half uur straftijd kosten, en dan kan je beter nog 5 minuten langer zoeken. Toch? Tot het echt niet lukt. Na vijf minuten gingen we verder naar de volgende punten, die we kennelijk perfect onthouden hadden. Maar na het 5e punt gevonden te hebben dacht ik zeker te weten waar het 3e dan moest liggen. Dus gingen we terug daar heen. Weer tien minuten zoeken, alvorens naar de start van deze ronde terug te keren. Zo’n memorisatiekaart brandt toch minder makkelijk op je netvlies dan het beeld van het half ontbonden lijk dat ik twee weken eerder in het bos bij Heeze vond. Dus gingen we alsnog terug naar de start van de memorisatieronde om de lijst met alle gevonden CP’s van etappe 1 in te leveren. De verloren tijd waren we kwijt, daar was niets meer aan te doen. Of toch wel? IMG_8540Bij de schaapskooi aangekomen, waar inmiddels ook veel andere teams waren gearriveerd, keken we nog een keer op de luchtfoto. Het zag er toch zo makkelijk uit. Het was maar 5 minuten heen en terug naar het punt, dus 10 minuten lopen, en dat zou ons alsnog 30 minuten winst opleveren. Op dat moment was het een kosten-baten verhaal. Kosten: 10 minuten lopen en een minuutje zoeken, en baten: 30 minuten straftijd inhalen. Dus 19 minuten winst. Daar lopen we wel een km extra voor.

Als je zo redeneert kan je op elk niet-gevonden punt wel uren blijven zoeken, maar op dat moment was dat de simpele realiteit. Zo gezegd, zo gedaan. Alleen niet zo gevonden. Schrale troost: niemand vond dit memorisatie punt; het was er gewoon helemaal niet (meer).

Maar dat soort beslissingen: langer zoeken, of doorlopen, gokken dat ergens een doorgang is, terug of niet bij twijfel, punten al dan niet overslaan – iedereen heeft ze continue moeten nemen, de andere teams misschien nog wel meer dan wij, want wij hadden de luxe voorop te lopen en gewoon elk CP af te kunnen gaan binnen de tijd.

Hadden we dan nog langer door moeten blijven zoeken naar het ontbrekende CP? Zolang je er geen andere punten voor hoeft te laten liggen om binnen de tijdslimiet te blijven, en je het binnen minder minuten kan vinden dan de strafpunten die er tegenover staan, is blijven zoeken altijd de moeite waard. We zouden in 11 minuten wel even 30 minuten terugverdienen. Zo lijkt het.

Maar dát is niet waar. Als je na 19 minuten zoeken een CP niet gevonden krijgt is de kans dat je het dan ineens wel vindt een stuk kleiner dan wanneer je nog niet gezocht hebt. Stel, die is dan 1:10. Dan leveren die 11 minuten naar alle waarschijnlijkheid nog maar 1/10 van 30, dus 3 minuten, op. Niet doen dus!

Etappe 2

SAM_0259En ook etappe drie: ik ga ze niet punt voor punt beschrijven. Als ik er aan terugdenk trekt er een enorme diversiteit aan landschappen en situaties voorbij. Van de uitgestrekte sneeuwvlakte op de hei in het begin van route, tot de eenzaamheid van het donkere bos rond CP5 t/m CP13. Van de memorisatie op de vlakte vol fietsers en wandelaars, tot de prehistorische grafheuvels er na met sleeënde kinderen er op. En van de woonwijk waar geen uitweg uit leek, tot kasteel Oud-Groevenbeek aan het eind van een statige laan. En dan waren er nog de eindeloze polderwegen ten westen van het spoor, de hoogspanningsmasten tussen de fruitbomen en de riekende kippenschuur in het schemerdonker om tien voor zes. Elk met hun eigen emotie behorende bij deze fase van de wedstrijd.

Hightlights

De Sneeuw was natuurlijk hét kenmerk van de dag. Verblind door zoveel wit gingen we meteen de mist in bij de proloog met 6 koersen en afstanden. Na het eerste punt op 29° gevonden te hebben, las ik de koers naar het tweede, 330°, en, met de notoire instinkers van de WOR nog vers in het geheugen, bedacht ik zonder na te denken dat dat samen ongeveer 360° was, en punt 2 dus ongeveer bij de start lag, waar we net vandaan kwamen. Hadden we beter eerst alle punten kunnen uittekenen? schaduwenOf zouden de 6 koersen niet sequentieel zijn, maar als zonnestralen allemaal vanaf het startpunt, om de teams uit elkaar te trekken? Anyway, toen punt 2 niet bij de start bleek te liggen, viel het kwartje, en scoorden we punt na punt. De zigzag-route in de kortste, in plaats van de gegeven volgorde lopen had een km gescheeld, maar of we alle 6 peilingen in 5 minuten zouden hebben herberekend valt ten zeerste te betwijfelen. We hadden in elk geval als afsluiting een coördinaat gevonden, en daar gingen we heen. Ter plaatse stond Jan foto’s te maken, dus liepen we 30 meter door naar een van de andere organisatoren, met een stapel enveloppen in zijn hand. Bleek dat het niet de juiste stapel was. Door naar -ik meen- Harry die weer even verderop stond. Ook niet. De fotograaf had nu wel enveloppen, en dus ook de onze, met de kaarten voor de 1e etappe. De anderen waren -voor ons team- valse, zij het levende, CP’s.

In een fietstunnel was gelegenheid om de punten van de eerste etappe te tekenen op de kaarten. Lekker droog, als het gesneeuwd had. Tevens een intuïtief argument om veilig de N-weg over te steken. Goed gedaan.

Telkens weer was het een puzzel om de diverse kaarten aan elkaar te passen. Meestal was het wel te doen aan de hand van een enkel coördinaat aan de rand van de kaart, maar soms was het ook een kwestie van passen en meten tot we weggetjes vonden die enigszins de juiste hoek maakten, of een snijpunt leken te hebben dat dan op een andere kaart te vinden was. De juiste plek van de laatste luchtfoto vonden we na lang zoeken, maar die hadden we anders ook met de wandelrouteknooppuntenkaart in het veld bij CP63 kunnen geo-referencen, wat just in time was geweest want CP64 t/m CP66 stonden op deze luchtfoto, punten die veel andere teams maar hebben laten schieten.

Hier boven kan je zelf de kaarten naar de juiste plek slepen, om er één route van te maken. Pak een kaart met je muis en versleep hem. Pak de oost- of zuidkant of zuidoosthoek  van een kaart om hem te schalen. Je kan het geruite achtergrond-grid ook verslepen, met alle kaarten tegelijk. Als je er niet uit komt, dan kan je hier klikken voor de “oplossing”.

De memorisatie-etappe, twee jaar geleden bij de MWR nog ons sterke punt, bleek nu toch een pittige opgave, die veel tijd gekost heeft. IMG_8503Maar het blijft wel een leuk concept. Alleen eilandmemorisatie is nóg een mooier woord.

Op een gegeven moment, bij CP 23, komen we vast te zitten in een villawijk. Cul de sac klinkt chiquer. Alle wegen lopen dood. Uiteraard heeft de organisatie voor de complete route en alle denkbare varianten toestemming gevraagd, dus mét toestemming mag je ergens door. Een sneeuwruimende bewoner vertelt weliswaar dat er geen brandgang is tussen enig huis, maar hij voegt er trots aan toe dat zijn tuin wel een hek heeft aan de achterkant. En of we daar gebruik van willen maken. Voilà: toestemming. En een paar honderd meter bespaard. Goede Beslissing, zeg ik.

De tuin (en een hoop wegen en bospaadjes) leiden ons naar een speeltuin waar vrolijk gesleed wordt. Nou ja, sleeën verveelt ook op den duur, want alle kinderen willen weten wat wij nou al tien minuten lopen te zoeken. Tot we bovenop een schommel, maar verstopt  onder een dik pak sneeuw, een hoekje van een blauw CP kaartje zien. Klimmen. En natuurlijk weer netjes, onder een minstens zo dik pak sneeuw, achterlaten. 🙂

Alsof we nog niet genoeg geklauterd hebben zijn de volgende 6 punten allemaal klimtoestellen. En de opdracht luidt: noteer het hoogste CP nummer. Uitzoeken dat 34 boven 32 en 33 is geplaatst kost minder tijd dan beslissen of het zo simpel is als het lijkt of dat er nog een addertje onder de 3 meter 30 zit. Het blijkt dat we de zoveelste Goede Beslissing van de dag nemen.

kasteelDan volgt weer een prachtig stuk. Hebben we soms het gevoel dat we door een onbewoonde witte wereld rennen op zoek naar dingen waarvan geen sterveling vermoedt dat ze bestaan (de blauwe kaartjes), dan weer passeren we een kasteel met een hoop flanerend gepeupel in de tuin en mensen met hond. Erg verrassend. Zo zeer zelfs dat we even later in ons enthousiasme de opdracht bij CP 31 overslaan. We springen slootje op weg naar CP 32 maar kunnen dus weer terug. De opdracht levert CP 33 op, uiteraard aan de overkant van een watertje, maar dezelfde beek die net nog overspringbaar was blijkt op dat punt wat breder. Omlopen is voor watjes, dus tot aan de knieën worden we nat. Maar dat deert niet met een O-crew survival broek.

Is het nog ver? is de  hamvraag als we aan het eind van de 2e etappe de kaarten voor de, hopelijk, laatste krijgen. We hebben dan al bijna 41 km gelopen. Genoeg. Maar het is pas half drie, dus qua tijd zitten we op ongeveer 2/3. Als alles proportioneel gaat hebben we nog een halve marathon te gaan. Mijn laatste Snickers bewaar ik dus nog maar even. (For the record: de laatste etappe lopen we in exact 3:00 uur, en 18,0 km.) Ruim een half uur staan we te tekenen met coördinaten, te puzzelen met losse stukken kaart en te plannen met handelsreizigersproblemen en verspreide punten. En dan is er nog het railroadblock. Óver het spoor gaan was niet toegestaan ter lengte van de rode lijn.

Óver het spoor gaan was niet toegestaan ter lengte van het (rode) railroadblock.
Óver het spoor gaan was niet toegestaan ter lengte van het (rode) railroadblock. Maar over ónderdoor werd niets gezegd.

Maar over ónderdoor werd niets gezegd. We plannen in eerste instantie om via CP43, CP44, CP47 en CP46 naar het spoor te rennen en te kijken of daar misschien een tunnel is, wat op de kaart niet direct te zien is. Maar omdat we bij CP47 ontdekken dat we de kaarten van de vorige etappes hebben laten liggen, en die -wie weet- nog van pas kunnen komen, gaan we terug naar CP42, het kaarttekenpunt. Vanaf daar is ineens de route naar CP53 aantrekkelijk geworden, en dus ook CP45 en wellicht ook het nog in te tekenen CP50 waar we op CP45 de informatie voor zullen vinden.

Het blijkt uitstekend uit te pakken. Na CP50, vlak bij CP45, moeten we naar CP46. Zou er een alternatieve route zijn? Een blauw lijntje op de kaart lijkt onder het spoor door te lopen, dus waarom zouden wij dat niet kunnen? Er blijkt inderdaad een soort zinker onder het spoor door te lopen, een buis van een meter doorsnede waar het beekje door stroomt. Wij blijken er op handen en voeten ook nog bij te passen, en komen -ook al zou niemand het hebben gezien als we 30 meter verderop over de overweg zouden zijn gelopen- met een schoon geweten aan de overkant van het virtuele rode obstakel. Als dat geen Goede Beslissing was?

Dat was niet de eerste tunnel vandaag. Want direct aan de start van de laatste etappe bleek CP43 zich ook al onder het maaiveld te bevinden. Allemaal iets té toevallig dat zich daar een survivalbaantje bevond met een gat in de grond, én een van de organisatoren met een fototoestel.

SAM_0260SAM_0261SAM_0262SAM_0263

Survivalheld Patrick had het genoegen down under te mogen gaan en het CP nummer te noteren (want hij had van ons beide het donkerste shirt aan en dan zie je de vlekken niet zo).

Nagenoeg vlekkeloos verliep de rest van de etappe. Strak oriënteren, slim plannen, en stevig doorlopen. We leerden dat wanneer een CP min of meer in het midden van een perceel lag, niet aan een pad op de kaart, daar gewoon telkens een paadje heen liep. Tja, zo’n tocht als vandaag stippel je kennelijk uit op de fiets…

snijpunt
Ondanks de verwachte nauwkeurigheid van het snijpunt van hooguit een paar honderd meter, blijkt achteraf dat het punt dat we ter plaatse tekenden op de kaart dead-on was. Louter toeval. We lopen onder de hoogspanningslijn (zwarte streep met knik) door de boomgaard (veld met bolletjes), maar geven een paar meter te vroeg op.

Enthousiast, maar kennelijk ook moe, renden we CP61 voorbij, bedenkend wat er bij CP63 voor aanwijzing te vinden zou zijn die een half uur bonustijd op kon leveren. We zouden nog even nieuwsgierig moeten blijven, want we holden eerst nog even terug naar CP61. Onderweg kwamen we inmiddels ook andere teams tegen die de derde etappe in een andere volgorde liepen. Bij CP63 vonden we dat CP62, het bonuspunt, lag op het snijpunt van een koers vanuit knooppunt 35 (een fietsroutenetwerkknooppunt – red.) -daar waren we net, toen we CP61 alsnog scoorden-, en een koers vanuit Telgt, wat een gehucht 2 km noordelijker is. Dat het 30 minuten extra winst op levert is nu wel begrijpelijk, want het lijkt een bijna onmogelijke opgave. Een foutje van 1 graad -de resolutie van een geodriehoek- op 2km afstand resulteert in een fout van ±35 meter. Daar komt bij dat Telgt weliswaar klein is, maar toch, met 860 inwoners, geen punt. Op de wandelkaart op het bord waar we naast stonden was Telgt een stip zo groot als een erwt, maar dan wel een met een straal van 50 meter. Neem daar bij het gegeven dat de twee peilingen een hoek van slechts 30° met elkaar maakten, en je komt al gauw uit op een strook van 170 bij 300 meter. Kortom, de 5 hectare waar CP62 kon liggen afzoeken naar een kaartje van 50 cm², dat was nog erger dan een speld in een hooiberg. Met enig gezond boerenverstand kwamen we op een stuk of drie kandidaat-locaties, en besloten we de route van de hoogspanningslijn door de boomgaard te volgen (zie kaartje). Echter, bij de weg ten noorden daar van gekomen gaven we het op, want de kans dat ons getekende snijpunt -dat we puur indicatief veronderstelden- op de speld uitkwam achtten we nihil. Dit gebrek aan vertrouwen blijkt achteraf ongegrond, want het CP schijnt een paar meter ten noorden van de weg gehangen te hebben, exact waar we toevallig ons kruisje tekenden. Niemand vond dit punt…

Finish

IMG_8586
De winnaars hebben nóg lange lol van de tocht.

De schemer valt in, de winegums en het water raken op, en we zitten er helemaal doorheen, als we de laatste punten op een luchtfoto succesvol lokaliseren. (Later blijkt dat veel teams de hele luchtfoto niet hebben weten te lokaliseren, laat staan de punten er op.) De geur van de finish sleept ons door de laatste meters en doorntakken, en exact om 18:00 melden we ons weer bij de gastvrije Scouting-keet die vandaag start en tevens finish is.

Het zit er op. Er zijn warme douches, pannen erwtensoep, roggebrood met spek, bier, droge kleren, en blije koppen van uitgeputte maar voldane mede-deelnemers. Het was weer een prachtige race, 58 km genieten van fysieke en mentale inspanning tussen bepoedersuikerde landschappen. Laat er nou ook een bus van dat witte spul in het prijzenpakket voor de winnaars zitten, naast andere winterse lekkernij, zodat het genieten ook na de finishvlag nog een tijd doorgaat. Het was weer een epische tocht, waarvoor we de organisatoren, Team Chickenpower, hartelijk bedanken. Ze hebben wederom een heel scala oriëntatietechnieken weten te combineren met een mooie toch, prachtig weer, een uitdagende afstand, uitstekende organisatie en faciliteiten, en een aantal briljante hindernissen, zoals het railroadblock in combinatie met de zinker. MWR2015_Omap_PaalbergEen opgave als “noteer het hoogste CP nummer” neigt naar een Woudloper-opdracht. Leuk!

En wil je het nog een keer nabeleven? Dat kan op de site 2DReRun van oriënteur Jan Kocbach. Als je ook een GPS-track hebt en me die mailt kan ik die toevoegen. Wist je dat een van de terreinen waar we vandaag door kwamen soms het toneel is van een IOF oriëntatie wedstrijd?

Gekleurde vlakjes

SAM_0237Of ik weer zo’n verslag als vorig jaar ging schrijven – dat was een veel gehoorde vraag na afloop. Hier is het dan. De conclusies van de statistische analyses van vorig jaar blijven overeind, dus die hoef ik niet te herhalen, maar ik zal de gekleurde uitslagentabel weer toevoegen. De deelnemers houden immers wel van een rekensommetje en wat meetkunde, anders waagden ze zich hier niet aan.

Wat opvalt is dat de laatste etappe #3 door de meeste teams maar marginaal is bezocht. Het was dan ook best ver. Sommige teams zijn duidelijk selectief te werkt gegaan, wat ze geen windeieren heeft gelegd. Met 20 overgeslagen punten viel een 3e plaats te scoren.

Klik op de tabel om deze in leesbaar formaat te bekijken.
Klik op de tabel om deze in leesbaar formaat te bekijken.

Relatief veel punten werden verloren op de koersen tijdens de proloog. En maar ongeveer de helft van de teams bezocht (of vond) de intekenpunten. Ze geven de voorkeur aan de punten die al op de diverse kaarten waren aangegeven. En niet alleen de punten waarvoor je onderweg pas aanwijzingen kreeg werden overgeslagen, ook een flink aantal van de tevoren te bepalen coördinaten en peilingen. Opvallend genoeg is CP18, waarvoor je in het veld een projectie moest maken, en die de verkeerder kant op lag, juist wel weer vaak is bezocht. Het vinden van een nummer op een lantaarnpaal bleek extreem lastig (CP23), evenals het bepalen van het snijpunt van twee peilingen (CP30 en CP62). Een aantal teams sloeg (tactisch) de memorisatie over, en heeft dus ook geen tijd verloren met het zoeken naar het beruchte punt dat er niet was.

taartEn waar wij onze tijd aan hebben besteed? Kijkt hier naast maar. Dik 4½ uur -bijna de helft van de tijd- hebben we gerend, gemiddeld 10.7 km/h. Alles onder de 6 km/h heet “lopen”, en onder de 3 km/h heet het “stilstaan”. Dat kost overigens knap veel tijd als je het bij elkaar optelt, ongeveer 3 minuten per CP.

In kilometers hebben we ruim 86% gerend. En toch maar 78% van de tijd? Hoe kan dat? Simpel: het aantal uren dat we snelle kilometers maakten is naar verhouding minder dan dat we langzamer kilometers maakten, omdat we die kilometers sneller gingen. Denk daar maar eens over na…

 

WOR4: Het 3e avontuur!

Goed!

Geen verhaal over wat er fout ging: want bijna alles ging goed!

Wat zullen we nou krijgen? 2014 zonder WOR (da’s de Woudlopers Oriëntatie Run)? Een regelrechte ramp! Maar gelukkig duurde het in 2015 maar 9 dagen tot het zo ver was. 10 januari, 8:00, begon het feest, toen ik bij Tijsbert instapte en daarmee team Fiat Fiasco compleet maakte. Nee, niet team The Nerds Running from Hot to Her dit jaar (dat was in 2012 en 2013). Maar wel met evenveel zin in een nieuw avontuur.

De complete route zie je in mijn DOMA-archief kaart ; de losse kaarten hier kaarten. En onderaan deze pagina staat een link naar http://3drerun.worldofo.com/ waar je de route van een aantal deelnemers geanimeerd kan zien. Leuk!
14-01-2015 17-24-10
“Fiat Fiasco” heeft niets met auto’s te maken. Het staat voor Fysica In Abstractum (of Alcoholum) Tenere. Het fiasco slaat op een mislukte fiets met vier wielen en dito zadels die nooit gebouwd is. Maar dat was 25 jaar geleden.

Doorgewinterde vrienden zijn we (al was het met +13 graden °C geen winter te noemen), dus aan de samenwerking zou het niet liggen. Nergens aan eigenlijk. Het zou een geweldig project worden. Misschien een beetje conditiegebrek. Er was nog bijna een uur in de auto om Tijsbert te vertellen wat de Woudlopers in petto zouden kunnen hebben. En om een strategie te bedenken.

Maasmechelen, 9:00 : harde wind, storm bijna. Regen in de lucht. Natte straten. En een bowlingbaan. Met koffie, en langzamerhand steeds meer bosatleten in strakke pakken, gewapend met kompassen, liniaals, en watervaste pennen. Het gaat namelijk heel nat worden, denkt iedereen. Nee, koud is het niet, maar alle andere weersomstandigheden die het weercijfer tot onder de 3 laten zakken, trekken over.

9:45: De uitleg begint. Nieuwe regels, dubbelzinnige aanwijzingen, onbekende elementen. Zouden de beelden uit de Huistaak-in-Youtube-formaat op hun plek vallen? Het zou tot na tienen duren voordat de enveloppen met de kaarten open mogen gaan, en de gemoedelijke sfeer omslaat in een nerveus gelees, geteken, gemeet en gereken.

Een half uurtje later hebben we een plan. Tot in de puntjes, met alles wat we weten ingetekend op de kaarten en in het roadbook. Simpelweg omdat het 100% nat gaat worden en dan onderweg “even een stipje op een papieren kaart zetten” geen optie is. Maar dit keer is de gegeven volgorde van de checkpoints (CP’s) min of meer logisch, dus dat scheelt al een handelsreizigersprobleem (daar heb ik na mijn Sinterklaascache van afgelopen jaar ook even genoeg van). De helft van de teams blijkt al vertrokken als we opspringen en naar buiten rennen. Tactisch of sloom van ons?

Op pad

Het begint makkelijk. Tussen de eerste 2 CP’s in spotten we al meteen een valse. Ja, die zijn er ook. (Lees even het verslag van mijn 1e WOR, twee jaar geleden, waarin ik uitleg hoe zo iets in zijn werk gaat.) Maar het eerste deel van de Youtube opdracht eindigt waar een ander filmpje van een paar jaar geleden begon: ik had hier al eens aan een klassieke oriëntatieloop deelgenomen. Het blijf een indrukwekkend terrein…

Het derde, vierde en vijfde punt lijken ook al zó eenvoudig -zeg maar standaard oriëntatieposten- dat er een addertje onder het gras moet kruipen. Er volgt een peiling met vier afstanden en koersen. Maar met pen en papier bepalen we snel dat:

>> [35,45,40,350,35,270,65,165];fprintf('CP C ligt vanaf CP3 precies %0.1f meter naar het oosten en %0.1f naar het noorden!\n', ans(1:2:end)*[cos(d2r(ans(2:2:end)));sin(d2r(ans(2:2:end)))]')

CP C ligt vanaf CP3 precies 1.4 meter naar het oosten en -0.4 naar het noorden!

Vlakbij dus. Eigenlijk gewoon hetzelfde CP-bordje. Alleen, rondkijkend, blijkt er 10 meter verderop nog één te hangen. Één van de twee moet vals zijn, dus het is wel zaak de juiste te bepalen. Anders is de straf dubbel zo hoog.

Het volgende punt, CP D, is nog makkelijker. Ingetekend aan de hand van Woudlopers-coordinaten 685685-211835 lijkt het verdacht veel op een kruispunt met een CP op de hoek, en dus noteren we het CP op de hoek van het kruispunt. Amai, dat kost ons drie kwartier aan straf! Maar dat blijkt later pas bij het bekendmaken van de uitslag. Op het moment zelf, in het veld, geen haar op ons hoofd die er bij stilstaat, dus rennen we achter ons kapsel aan naar CP 4.

U ziet, ze staan wel op numerieke volgorde, maar dan in een vrolijke cijfer-letter mix waarbij de genummerde CP’s 30 strafminuten op kunnen leveren, en de geletterde 45, want die zijn speciaal, dus moeilijker. Er volgen in rap tempo drie nummers, een letter, en weer een nummer, en we zijn alweer van de kaart. Maar niet voordat we boven op de top van de Terril (bult puin uit de mijnbouwtijd) Foto540-FK7MENKBwaren geweest, daar bijna af waren geblazen, en 9 minuten verloren omdat we op de verkeerde plek zochten met een kaart uit de vorige eeuw. Dat hoort er bij. Er is iets meer bos bijgekomen, dus meenden we dat we noordelijker zaten toen we vanaf het uitzichtbultje langs de bosrand naar het westen liepen en zuidelijk van het pad zochten naar een CP dat noordelijk er van lag. Gelukkig was er tussen de vier andere teams die daar verkeerd liepen te zoeken 1 die het door had en hem wel vond. En wij even later ook…

Feest

Daarna begon het feest pas echt. De ene na de andere vondst -qua instinkers en originele opdrachten- werd gepareerd met een vondst van een CP. Meestal het juiste, zal blijken.

  • We liepen al een half uur lang rond met een lege ballon. Wat zou je met zo’n ding moeten doen? Tot je bij CP8 leest “OPBLAZEN”. Had je al die tijd het juiste controlenummer al op zak, zo bleek!
  • Als Woudlopers een punt bij een ‘standaard’ oriëntatiepost leggen is dat natuurlijk niet zo’n heel standaard punt. Dus zou CP9 niet bij een muurtje liggen, als er vlakbij niet nóg een stenen wandje was. Toch echt verschillend op de kaart, maar 1 op de 3 teams tuinde er maar mooi in.
  • Als er dan ergens een doolhof van meertjes is, kan het haast niet anders dan dat de route daar doorheen loopt. Natte voeten lijken onvermijdelijk, maar zwemmen gaat net weer wat te ver. Pas aan het eind van de route zouden we zo doorweekt zijn dat ook dat niet meer uitmaakt. Nu is het een leuke puzzel. Kennelijk maken we toch een foutje en staan ineens voor een hek. Natuurlijk, het verboden bouwterrein waarover de briefing repte. Stom, helemaal vergeten. Er omheen dan maar, en buiten de hekken om lopen we naar CP13 waar andere teams vanuit de tegenovergestelde richting arriveren. Het is dus ongeveer even lang.
  • Twijfel slaat toe als we het 7e paaltje vanaf CP13 zoeken, waar een buis in de grond moet zitten. Hoeveel buizen zouden ze verstopt hebben. Alsof we gek zijn noteren we alle informatie uit de buis bij het 6e paaltje, en even later ook die het 7e. Beide verwijzen gelukkig naar de zelfde locatie voor CP H.
  • Met het thema buizen nog vers in het geheugen, meldt CP H ons waar we CP I gaan vinden, met daar bij een foto van weer een buis met deksel. Dat kennen we nu wel. Uiteraard staan er bij CP I twee buizen, een korte en een lange, zodat we voor de zekerheid nog even naar CP H terug gaan om het te verifiëren. Volgens de uitslag had bijna de helft van de teams dat beter ook kunnen doen. En wij dan weer niet, want we hadden het al goed gegokt.
  • Onderweg langs CP15 t/m CP20 komen herinneringen aan Het Monster van Leksbergen op. Nu lichter qua licht, maar zwaarder qua natte blubberbende.
  • Bij CP20 moeten we het hek volgen tot aan CP K. Dat staat er. Maar waar heen? CP21, het daaropvolgende punt, ligt aan de andere kant van het het afgesloten terrein. Kan je daar misschien op twee manieren omheen? We besluiten de westelijk route te nemen. Onderweg vinden we achtereenvolgens aanwijzingen voor de koers en de afstand naar CP K. Maar je weet het nooit, die zouden er ook bij een noordwaarts vertrek kunnen hebben gehangen. Doen we het goed? We lopen op eieren…en door de doorntakken.
  • Bij CP21 (die op 2 kaarten staat, maar uiteraard pas op de 2e -de andere- nauwkeurig met pijl) maken we een peiling, naar een blauwe ton. Dat lijkt eenduidig, tot je ter plaatse drie dezelfde tonnen vindt met allemaal een CP L er op. Goed kaartlezen met als resultaat dat we tot nu toe, op die ene in het begin na, nog geen enkele denkfout hebben gemaakt.

Schiettent

Dan zijn we halverwege. Met een gezellig knetterend vuur in een korf worden we welkom geheten door de organisatoren, die een transformatorhuisje hebben getransformeerd tot schiettent. Zij zijn gehaaster dan wij, lijkt het, of ze proberen ons weer op weg te helpen voordat de volgende teams arriveren.

Foto720-JRNFXQEF Foto720-Y8UDM3M3
Nu is duidelijk waar de 6 loden luchtbukskogeltjes voor zijn die samen met de lege ballon in de kaartenmap zaten. Vier er van schieten een blikje omver, twee ketsen af op de muur. Maar genoeg raak kennelijk om de aanwijzingen te verdienen zonder welke CP P1 en P2 een loterij zouden blijken.

  • In een verduisterde schakelkast, die van binnen is opgeleukt met zwaai- en knipperlichten lezen we de opdracht voor CP M. neusAlle zintuigen worden benut vandaag. Maar de vraag is: wat is ajuin ook alweer? Want we moeten “het nummer op de boom het het ajuin spuitertje” vinden. Geen gelegenheid om op te zoeken dat het “een eetbare, uit laagjes bestaande bol is met een scherpe geur en pittige smaak, die in snippers of ringen gesneden wordt en warm of koud gebruikt wordt als groente of als smaakmaker in gerechten.” Wat dit is? “Een ui, zullen de meeste Nederlanders zeggen. Maar de Vlamingen zeggen ajuin. Het woord ajuin is ontleend aan het Franse oignon. Het Franse woord gaat op zijn beurt weer terug op de Latijnse vorm ūniōn. Ajuin verdrong in de 13e en 14e eeuw het Nederlandse woord look. Als benaming voor ui is look helemaal verdwenen, maar we zien het nog wel terug in woorden als knoflook en bieslook.Het woord ui is van oorsprong een Hollands-Utrechtse dialectvorm die ontstond uit de Middelnederlandse vorm uijen. Het woord uijen is weer een variant van ajuin, afkomstig uit de Brabantse, Zeeuwse en Vlaamse dialecten. Vanwege de -en aan het eind werd uijen door de sprekers na verloop van tijd als meervoudsvorm opgevat. In de 17e eeuw ontstond daarom het nieuwe enkelvoud ui. [bron]
    De geur van Ui dus. In een vak van 10×10 meter staan 10 bomen met ieder een CP. Ongewis of we zoeken naar ui, bieslook, knoflook, aluin, of zo iets, ruik ik ineens, midden tussen 2 bomen, een scherpe lucht. Komt het uit de grond als ik ergens op trap? Zo lijkt het. Het is de wind, want een boom vlakbij heeft een bordje met een “K”. Dat zullen we dan maar noteren. Of wacht, we zochten een nummer! Verder zoeken. En voilá, een boom met nog zo’n geur en een getal er op. Drie andere teams blijken verkouden, en twee noteren de K.
  • Als een speurhond die aan de peper heeft geroken, zo blijkt onze speurzin van de ajuin-ervaring helemaal van slag. Niet dat we geen CP 24 vinden, maar het blijkt een valse. Op de kaart op een open plek, noordelijk aan de voet van een neus, maar daar vinden we niets. Dus noteren we het getal midden op de neus. Zal weg goed zijn. Fout! We hadden iets verder moeten zoeken dan deze/onze neus lang is. Maar bij 70 punten een halve minuut langer zoeken voor de zekerheid, daar win je geen WOR mee, dus dit is een gecalculeerd risico, zullen we maar zeggen.
  • CP N is een open plek. Nou ja, een stukje is open, de rest is ooit begroeid geweest met ielige boompjes, die en masse zijn omgewaaid. Is dat nu open of niet? Tijsbert vindt van niet, maar ik baan me er een weg doorheen om te constateren dat ‘open’ slaat op de situatie van vóór de storm, maar ná de datum van de IOF en NGI kaarten, want nergens een ander CP te zien.
  • Dat duurt overigens een post of wat, dat we telkens moeten wisselen tussen een oude NGI kaart een een nog oudere IOF kaart. Tijd voor een kaartenhoes waar 8 bladen in passen, zonder te hoeven prutsen in de regen.

IOF ← → IGN (ga met je muis over het balkje om de kaart te wisselen)

  • Foto720-P6RM37ETRoflol. Midden in het bos staat een paspop met een kartonnen Kalasjnikov, met om zijn nek een bordje Berenjager. Dat de argeloze voorbijganger niet denkt dat hij met een heuse bordkartonnen guerillastrijder te maken heeft. Foto720-JRNFXQEFWe volgen het dierenspoor. Veel te veel pootafdrukken op bomen, dicht op elkaar -té makkelijk-. Dit moet een instinker zijn. We botsen op een levensgrote knuffel-aap aan een boom, die OE-OE-OE roept. Als we ons omdraaien zien we nog één klein, verstopt, pootafdrukje, met daar achter een beertje. Jawel, we zijn er wéér niet ingetrapt. Foto720-4JH3TNDLDe Volvo van Ferdy die een foto van ons heeft gemaakt verdwijnt net achter een heuveltje…
  • CP P1 en CP P2 zijn met de extra informatie uit de schiettent goed te doen. Anders hadden we niet geweten op welk van de vijf hoeken van het kruispunt het juiste CP hing. Onderweg van CP Q naar CP R zien we iets verdachts. Weer een buis uit de grond, met twee afgedichte openingen bovenin. Dopjes open. Niks te zien. Zaklamp pakken (die hadden we nodig volgend de verplichte paklijst, dus zou het logisch zijn die te gebruiken).  In het kijkgat schijnen. Door de andere opening kijken. Een letter! Een geocache! Daar hebben we nu niets aan. Door naar het volgende punt.
  • Steropdracht heet CP S. 6 peilingen maken vanaf het midden, zoeken, cijfers verzamelen, en warempel, het vormt een telefoonnummer. Roaming aanzetten, en een vriendelijke stem geeft ons het bijbehorende CP nummer. Eitje.
  • Dan komen we bij een trap. De aanwijzing zou boven staan. Boven staat dat de code beneden staat. Wie had dat gedacht?

Visafslag

  • Na een zoektocht bij een klaphek naar een nummer, begint de visgraat. Vis, afslag, snapt u wel? Het lijkt zo simpel. En dat vond 100% van de teams (die tot hier geraakten). Dezelfde 100 die een kruising met een mini-brinkje met 3 bomen voor 1 pad aanzagen en rechtdoor liepen en vervolgens een pad rechts lieten liggen. De juiste oplossing was linksaf te slaan bij het ‘2e pad’ van deze mini-brink en naar het zuiden te lopen. Dan was je bovendien een halve kilometer eerder bij het spoor. Wij waren dat niet.
  • Een verlaten spoorlijn. Of was hij niet verlaten? Het CP zat op een spoorbiels pal zuid van het vorige (valse) punt. Dus die was goed!

    Doordacht: Één foutje bij de W.O.R. leidt niet meteen tot een waterval aan strafpunten. Daarin onderscheiden de makers zich zeker.

    (Mooi niet! Maar ze hebben er ook voor gezorgd dat je door bij een instinker een fout te maken hierdoor ook niet automatisch bij het volgende CP nóg een fout maakt. Bijvoorbeeld door vanaf het valse CP een azimuth te leggen, want dan maak je het volgende CP automatisch ook fout, en dat is niet leuk. Zo lag er zowel zuidelijk vanaf het juiste als het valse CP een CP W met controlegetal 30.)
  • Soms weet ik het ook niet meer. Zoals bij CP X. Daar hangt een briefje op een boomstronk met opschrift “22 links”. Waarvandaan links? Dat hangt er maar net vanaf waar je vandaan komt. Maar pal daar onder hangt een pijl naar rechts. Althans, er hangt een pijl. Als ik niet weet wat links is weet ik ook niet of dat rechts is. Moet ik in de richting van de pijl kijken, en vanuit dat standpunt 22 meter linksaf gaan? We zoeken, maar daar hangt niets. Echter, 22 meter in de richting van de pijl wel. 22 meter in tegenovergestelde richting overigens ook. De ham-vraag is dan ook: wat dacht de Woudloper die dit verzon? Dan maar even logisch nadenken: “Als men direct ziet dat die pijl naar rechts wijst, dan is links de andere kant op.” En dat nummer vullen we dus in. Denk je dat het fout was?
  • Van elke fout die we maakten kan je stellen dat het ons de 1e plaats heeft gekost.

    Nee, het was goed. Maar CP 29 ging wel fout. Op de kaart een grote witte cirkel die hele kruising bedekt, zonder pijl. Maar wacht eens, in een andere hoek staat een ronde uitsnede “29” mét pijl. Die wijst naar het zuidelijke punt van de kruising. Dat nummer noteren we, maar wat we niet opmerken is dat de dennenboom-symbolen op de uitsnede gekanteld zijn, en dus ook de complete uitsnede. Instinker! En 45 minuten straftijd. Van de 60% van de deelnemers die hier überhaupt is geweest, heeft 58% het fout. We zijn dus weer in goed gezelschap, maar het kost ons wel de 1e plaats.
  • Briljant! CP Z1 mag er wezen. In het Youtube filmpje hebben we een vlaggencode ontcijferd. Iets met een “Luik 21”. En inderdaad, daar hangt een bordje met dat opschrift. Dat het niet richting Luik wijst valt niet direct op. Er naast staat een verlaten leger-object met een aantal luiken, met Romeinse cijfers er op. Laat er nou net een XXI bij zittten…
  • Even lijkt alles gesmeerd te lopen. Een niet-triviaal geplaatst CP Z2 dat we zelf ingetekend hebben wordt in no-time gespot. CP32 heeft wat complicaties, omdat er een nieuwe weg blijkt te zijn ontstaan in het bos. We snijden af, maar komen daardoor op een verwacht punt uit. Heroriënteren, en -hopla- ook gevonden.
  • Dat CP Z3 vergezeld is van een spoiler-foto lijkt wat overdreven, want we zien hem zo hangen: het bordje “Vakantiehuis Fabiola”. Maar wacht, op de foto wijst het de andere kant op. Het blijkt een ander bordje. We zijn voor geen gat te vangen.
  • Wat de dopjesroute is hadden we bij vertrek al door toen we een ketting met PET-fles dopjes bij de kaarten vonden. We noteren de volgorde, rood = rechtdoor, groen = links, blauw = rechts, en overwegen het plastic thuis te laten. Goed dat we dát niet deden. Want nu pas zien we dat we op de kruispunten waarvan de overeenkomstige dopjes van een Colson-bandje zijn voorzien, we een code moeten noteren. En die bandjes hadden we voor het gemak aanvankelijk over het hoofd gezien. Door het oog van de naald, en door de dop. Hoeveel valse posten hier verder hangen? Geen idee, maar we zien er diverse.
  • De oriëntatieposten die volgen zijn gesneden koek. Zo te zien zijn ze van een ‘gewone’ oriëntatieloop uit het verleden geleend. Niet instinkerig maar ook niet eenvoudig.

En dan zijn we er. Bijna. De kraan gaat open, het water stroomt met bakken uit de hemel. Alles wordt nat, maar dat geeft niet meer. Alleen de winegums -onze lunch- worden een beetje vies plakkerig. Maakt niet uit, we zien het eindstation al, toepasselijk aan het eind van een spoorlijn. Weliswaar niet het CC, maar we moeten ff bellen om onze eindtijd door te geven. Zouden we wel ontvangst hebben? We staan zo dicht op de GSM-mast… 15:28 wordt genoteerd. We zijn gewoon binnen de tijd binnen!

Uitslag

1,5 km lopen nog tot de bolwling. Spierpijn slaat toe. Zouden we de eersten zijn? Bij binnenkomst zit de mannelijke variant van team de Bospoezen al aan het  bier. Al drie kwartier, want dat rijmt. Zouden ze een special-opdracht meer fout hebben dan wij? Ach, wat doet het er toe? We doen mee voor de lol. Maar time flies when you’re having fun (en fruit flies like bananas), dus het feest is over voor je het weet. En dan? Als je wint heb je nog langer lol! Dus willen we winnen – omdat dat leuk is. De spanning is om te snijden. Nou ja, eigenlijk is het een gemoedelijk na-praten. Alle belevenissen komen weer bovendrijven. Met een grijns van oor tot oor vertelt iedereen waar ze denken dat ze de mist in gingen. Helemaal blij ben ik als de Leffe Blond op blijkt en er een Karmeliet Tripel voor mijn neus wordt gezet. Laat die uitslag maar komen. Als de teams van achter naar voren worden afgeroepen worden we tot en met de derde plaats niet genoemd…

Statistieken zijn interessant. Zo zie je dat best veel teams alle CP’s hebben afgelopen: 6 van de 20. En 2/3 van de team hebben 3/4 van de punten bezocht. Er zijn meer fouten gemaakt met specials dan met standaardposten. Niemand had meer dan 20% fout. Maar het laagste percentage fouten werd uitgerekend gemaakt door team Foutlopers.

Lang verhaal kort maken

Om een lang verhaal kort te maken: we hebben niet gewonnen. Balen? Nee, want alles klopte gewoon perfect: onze fouten waren gewoon echt fout. Daar was niets tegen in te brengen. En het was nog begrijpelijk ook, want gelukkig waren de fouten die we maakten ook gemaakt door 81% (CP24), 58% (CP29), 68% (CP D), en 100% (CP V) van de andere lopers. Dus we zijn niet helemaal gek. Zoals gezegd: we maakten 1 foutje te veel om te winnen. Of we hebben 18 seconde te lang gezocht per CP. Of we hadden 47 seconde sneller moeten lopen per kilometer. Dat klinkt dan weer als veel. Op de officiële site van de Woudlopers Oriëntatie Run kan je de uitslag vinden. Ik heb er nog wat kleurtjes aan toegevoegd:

‘Specials’, posten die 45 minuten straftijd opleveren. In de onderste rij zie je hoe de teams presteerden. ‘Incorrect’ is het aantal niet-juiste antwoorden, dus ook de gemiste punten. ‘Gevonden’ is het aantal CP’s waarvoor iets in ingevuld. ‘Fout’ is het aantal daarvan dat fout is, of het percentage van de fout ingevulde waardes.
De ‘standaardposten’ , de maar 30 minuten kosten bij een fout. De onderste rijen zijn weer het zelfde als in de vorige tabel. Maar interessanter zijn eigenlijk de rechter kolommen (ook die in de vorige tabel). Daar zie je welke posten het meest bezocht zijn, en welke veel fouten opleverden. Verder naar onderen worden CP’s meer overgeslagen, maar opvallend zijn daar tussendoor CP26, CP.J, CP.N en CP.S, die kennelijk uit de route lagen of te tijdrovend leken, en werden overgeslagen.
Van alle bezoekers gingen de mist in: 35% bij CP9, 44% bij CP.C, 45% bij CP.I, 50% bij Z2, 56% bij CP.O, 58% bij CP29 en CP.L, 68% bij CP.D en CP.K, 81% bij CP24, en de kroon spant CP.V, waar 100% van toeten noch blazen wist.

En dan wil ik jullie deze grafiek niet onthouden, die nogal contra-intuïtieve conclusies suggereert.

Had ik de percentages gevonden en foute CP’s, en de tijd per CP, tegen de score uitgezet, dan was er een voor de hand liggende trend te zien. Maar dit is veel leuker: Het blijkt dat als je meer tijd besteedt per post, je er minder vind (rood). De tijd gaat dus toch niet in het zoeken zitten, maar in de juist tijd er tussen. Dat de score oploopt (blauw) bij minder gevonden CP’s is triviaal. Maar het is wel bijzonder dat wie meer tijd neemt per punt, meer fouten maakt ;-). Dat verwacht je niet. Er is één duidelijk uitzondering, maar die bevestigt de regel, denk ik: de Foutlopers.

Foto540-SRWWABGTVolgend jaar weer? Zeker weten! Het was weer 28 km boordevol uitdaging onder barre omstandigheden. En het was voorbij voor we het wisten. Dus, Ferdy, Lisette, Ivo en Rob, bedankt voor dit avontuur, en begin maar vast met onnavolgbare gedachtenkronkels op de kaart zetten.

Het Roadbook:

RoadbookWOR2015_1 RoadbookWOR2015_2

Opnieuw beleven

Ook leuk: bekijk hier alle routes van de deelnemers. Zet de snelheid in [Replay Mode] op [50x], zet [AutoCenter] op [On] en klik rechtsboven op [Play]. Het duurt even voor er wat beweegt want niet iedereen begon meteen om 10:00 te lopen. Zet eventueel de [Tail] op [Max] en de [Time slider] op [On] om met de hand door de tijd te scrollen.

Rust, Richting en Regelmaat

…had ik vandaag niet, maar daar schortte het wel aan. Althans, bij de Jenevercross vanavond. Want ik heb wat af lopen blunderen. En toch, toch was het weer erg leuk!

Maar eerst even wat huishoudelijke informatie: mijn blog-kanaal is natuurlijk weer veel te lang stil geweest. 22 oktober was de laatste post van van het laatste jaar. Daar komt dit jaar verandering in. Niet dat de trouwe lezer meteen elke dag een uurtje vrij moet maken om oriëntatie- en andere spinsels te lezen, maar wie weet óm de dag? Er gebeurt voldoenden, als ik me tenminste niet alleen tot oriëntatieverslagen beperk. Dus: voortaan meer interessants wat mij bezig houdt op deze blog. Want ik doe natuurlijk alleen maar interessante dingen 😉

Terug naar de Jenevercross van 2 januari. Vanmorgen kreeg ik zin om te rennen, en vanavond stond ik dus aan de start. Iedereen was alweer binnen, leek het, dus rappa-rappa inschrijven, de MAMIL-suit aan (middle aged men in lycra), beenkappen om tegen de doorntakken, hoofdlamp op de kop, kompas om de duim, en vlug naar de start. Snel even rekken, licht uit, batterij leeg, andere accu aangesloten, en op pad. Waar was ik? In Zoersel, het gemeentepark, maar op de kaart was het niet direct duidelijk. Snel de kaart omdraaien, want het was een twee-zijdig exemplaar en ik keek naar de route van de 2e helft (voor de 3e helft is geen kaart nodig).

En daar ging het dus al mist. De RUST was er niet. Om 19:15 thuis, erwtensoep en griesmeelpudding maken, en om 19:40 in de auto zitten om nog voor 21:00 te kunnen starten is geen Zen-aanloopje op een hyper-geconcentreerd nachtloopje. Nee, das stress waardoor je met een volle kop aan de wedstrijd beging. Les 1: niet doen. Wel deelnemen natuurlijk, maar met een leeg hoofd dat alleen bezig is met oriënteren -en de routine van kaartlezen-voor-de-volgende-en-daaropvolgende-post waar het kan. RUST.

Dus liep ik te veel een slag in het rond, je juiste kant op, maar niet exact de juiste RICHTING. Les 2: zorg dat je plan klaar is voordat je het moet toepassen. De route doordacht bepalen, zodat je telkens meteen de juiste koers loopt. Volgende keer ga ik daar op trainen. 0 fouten. Nul. Hooguit wat vertraging. En als dat er in zit, dan pas versnellen. (Ik heb mijzelf dit eerder horen voornemen, maar dit keer is het Nieuwjaar.)

En die REGELMAAT? Dat betekent natuurlijk dat ik regelmatiger ga lopen. Als in: vaker. Vaker een oriënatieloop, want dan wordt ik vanzelf beter. Ik moet toch ook eens een NK kunnen winnen, al loop ik meestal in België. En als ik nou regelmatiger 4’33” per km zou lopen, zoals vanavond van post 14 naar 15, dan zou dat nog moeten lukken ook.

Proost, op het nieuwe jaar! Ik ga deze 3 voornemens laten uitkomen. Dat dacht ik bij het acheroverslaan van het traditionele jenevertje bij de finish. Het was weer een mooi evenement.

Alfa Trailrun als bèta

Nooit verwacht dat ik als 8e zou eindigen!

Afgelopen zondag was het zomer. Als het mijn eerste trailrun zou zijn geweest, of als het niet zo’n temperatuurtje was, zou ik niet hebben geweten wat ik aan moest trekken, maar dit keer was het overduidelijk: een luchtig singletje. AlfabokDe avond tevoren was het nog wat frisjes, toen ik mijn startnummer alvast op kwam halen, en trok ik bij wijze van voorbereiding op wat ging komen een Alfa Bokje open. Schijnt goed voor je te zijn na het sporten. Dat geloof ik graag; en weet zo’n bier veel, of nu de 18e of 19e oktober is…

Maar het was niet mijn eerste trailrun: het was mijn 2e. Na de Pietersbeartrail, een maand geleden. Logo-TrailRun-250x200pixToen had ik ineens de smaak te pakken gekregen. Er is ook iets bijzonders mee, wat ik nog niet helemaal doorgrond heb. Ik loop een keer of twee per jaar een halve marathon, en dat is doorgaans een hele onderneming. Daar moet je voor trainen, in vorm zijn, klaar voor maken, en dan anderhalf uur pieken. Dat soort dingen. Een trailrun daarentegen, daar ga je gewoon heen. Je schrijft je in voor een iets langere afstand dan comfortabel klinkt, neemt een rugzakje water of een klein flesje sportdrank mee, stopt een hand winegums in je broekzak, en gaat tussen de andere lopers staan, tot iemand een verhaaltje houdt over het parcours, en je gaat rennen. Startschot? Men roept ‘succes’ naar elkaar, en gaat op pad. In het begin is het wat druk, dus zeg je tegen je buurman: ‘lekker, even warm lopen’.

start
De start, pal voor de Alfa brouwerij. Lekker kleinschalig. Alfa pils is genummerd; de lopers ook. Ik sta ergens achteraan, maar dat maakte niets uit. Best motiverend om alleen maar mensen in te halen onderweg. Op eentje na, dan.

En met dat idee, die wat nonchalante en ontspannen insteek, voel je je onoverwinnelijk. Tijd doet er niet toe, en afstand is een kwestie van gewoon blijven lopen, dan gaan de kilometers vanzelf onder je door. Ja, toch? OK, bij de Pietersbeartrail waren de laatste 5 kilometers wel loodzwaar, maar dat was omdat het de laatste 5 waren. Zo waren de laatste 5 nu ook zwaar. Maar toch anders, want ik had me ergens bij neergelegd.

Onvoorbereid?

Alfa Trail Thull 2014-69-BorderMaker
Foto: Yvonne Silverentand

Was ik dan onvoorbereid? Nee, dat zeker niet. Ik kende de route. Van de kaart (want ik houd van kaarten lezen), die ik tevoren best goed bekeken had. Zo goed dat ik, hoewel ik hem had uitgeprint en geplastificeerd meegenomen, er niet op heb hoeven kijken. Dat kwam omdat ik tevoren nieuwsgierig was of er toevallig geocaches op het parcours lagen. GeocacheLogo[1]Het bleken er twee, letterlijk een meter van het pad, dus onderweg ben ik 2 keer een halve minuut gestopt om een briefje met mijn nickname JGeo en de datum in Boom trilogie #3 en Bokkerijders ‘Kasteel Terborgh’ te stoppen. ‘Grapjas’ noemde trailrunvriend Erik me toen hij dat hoorde :).

En ik had dus ook de route in mijn GPS-horloge geladen, mijn onovertroffen Garmin Forerunner 305 die routes, tracks, waypoints, én virtuele partners begrijpt. Mooi veelzijdig ding; zo maken ze ze niet meer.

Maar ook had ik een nieuw drankgordeltje aangeschaft, want ik wist dat er onderweg 2 verzorgingsposten zouden staan met grofweg 10 km tussen-afstand. Dus mijn waterrugzak met 2 liter koelvloeistof was overbodig, en hoefde niet op mijn zweterige rug te hangen. Ik kon gewoon onderweg drie keer 0.2 liter opdrinken, die ik bij de 2 posten bijvulde, en daar bovendien twee bekertjes vocht naar binnen gieten. Dat zou voldoende blijken.

Keep it simple. Gewoon gaan rennen, en wel zien.

En ik was de avond tevoren, vanuit een vakantieparkje vlakbij -in Vijlen- mijn startnummer gaan halen, zodat ik de 19e gewoon op het laatste moment aan kon komen rijden en á la minute starten. Relaxed!

De trail zelf

Flink wat hoogtemeters zouden er zijn. Knap waren de beboste heuvels in de omgeving aan elkaar geregen tot een cascade van klimmen en dalen voer onverharde paadjes. Soms was er een kort stukje asfalt onder mijn schoenen, maar gelukkig altijd met nog een laagje klei tussen de noppen van mijn Inov-8 Rocklites.

Direct na de start ging het omhoog, langs weilanden, een heuvel op en het bos in. Ik was achteraan gestart, en het was een feest om alleen maar mensen in te halen. Dieselmotor aan, en ophoog. Kort daarna kwamen we het bos weer uit, omlaag door het hoge gras, en ik zag een heuvel verderop de koplopers alweer stijgen. Grappig. Ik had geleerd in te houden bij het dalen, maar dat was toch lastig. Het gaat zo lekker, omlaag. Nog een heuvel over, dan een stukje verharde weg, en weer een zandpad. Daar staat een anti-fietsen-hekje, waar ik, nog top-fit, overheen huppel. Ha!

Het is nog behoorlijk druk op het parcours, maar toch kijk ik even op mijn GPS, waar de volgende bocht heen gaat. Rechtsaf, zo te zien, bij een smalle waterloop, waar een oversteek van betonblokken in ligt. Maar als ik met het groepje waar ik dan tussen loop de oever aan de overkant op ren, komen er ook lopers van links, die kennelijk óm zijn gelopen. Stond niet op de kaart, en ook geen wegwijzers gezien die zo liepen, maar het voelt wel alsof we een stukje afsnijden. Iets knaagt.

De daaropvolgende kilometers hebben afwisselend een weids en dorps karakter. Over holle wegen, door hoog gras aan flanken van weiden, en door de straten van Puth. Een bewoner ziet, zittend voor een kroegje in de zon, onder het genot van een ochtend-biertje alle inspanning voorbij trekken. Bij de drankpost vul ik mijn water aan, en eet een stukje chocola. Nieuwsgierig naar het vervolg ga ik gauw weer verder.

Alfa Trail Thull 2014-68-BorderMakerGevoelsmatig moeten we nu gaan dalen, tot aan Munstergeleen, maar er komen nog evenveel meters omhoog als omlaag, lijkt het. Het ene bos uit -of: af; want de bossen liggen hier op heuvels-, wordt gevolgd door een klim aan de andere kant van de overgestoken weg omhoog, het volgende bos in. Het voelt als vermoeiend, maar het hoort er bij, en in dit tempo moet je goed op letten waar je je voeten neerzet, dus er is genoeg afleiding. Ik trakteer mezelf op een paar winegums.

Dan zie ik op mijn horloge een klein schatkistje naderen, en herinner me de hint: ‘aan het eind van de bomenhaag’. Die omschrijving materialiseert zich al gauw, en onder wat houtjes vind ik een plastic doosje waarin ik snel een briefje stop bij wijze van log. Wie net nog naast me liep loopt nu 100 meter voor me. Dat kostte een halve minuut, maar ik heb alvast iets gescoord vandaag.

Het hoogteprofiel. Veel korte klimmetjes, halverwege een diep dal, gevolgd door een achtbaan van pieken en dalen.

Als ik bij een weg kom, moet dit wel het laagste punt zijn van de route. Afstandsgewijs ben ik over de helft; de positieve hoogtemeters gaan nu komen. Maar eerst is er riant tijd om snelheid te maken op het glooiende pad langs de Geleenbeek. (Wat een originele naam, vast genoemd naar een plaats in Limburg. Beek?) Die loopt verderop ook langs de Alfa brouwerij, maar onze route is wat onstuimiger dan de lieflijke beekloop. Maar voor het zo ver is, staat daar de 2e en laatste drankpost. Sportdrank bijvullen en drinken, en een groepje van 6 lopers passeren. Best effectief. Maar dan loop ik wel ineens met een compleet leeg pad voor me.

pixelsEr hangen plastic lintjes (zoals naar de start van een oriëntatieloop), en soms een pijl, maar dikwijls moet ik toch even goed kijken. Af en toe ren ik op goed geluk een kant op, hoewel geholpen door het lijntje op mijn horloge. De kaart was ook goed geweest. Soms zie ik een eind verderop een lintje, en later pas een pijl vlakbij. Ik had zomaar een stuk af kunnen snijden, maar altijd blijkt mijn route ook die die zo bedoeld is, gelukkig. Een scherp blik kan zomaar een stekelig geweten opleveren. Maar ik zou ook zomaar het spoor bijster kunnen raken.

alfatrail_animation
Het zuidwestelijke stukje van de route, in vogelvlucht. Wat een achtbaan!

Het lijkt soms een beetje een oriëntatieloop, zo. Dat het reliëf me als een rollercoaster op en neer en heen en weer slingert, vergeet ik terloops als ik probeer het kruimelspoor van plastic lintjes en pijlen te volgen, geholpen door mijn digitale kaart. Soms onder boomstammen door, soms er overheen, dan weer verticaal omlaag een diepe insnijding in, en even later mezelf aan boomwortels omhoog trekkend een steile flank op.

Tot het bos ineens ophoudt. Niemand voor me, niemand achter me, en een heel lang pad langs een beek. Waar is iedereen? In de verte zie ik nog net iemand een bocht om gaan, maar een andere kant op dan ik verwacht. Niet linksaf, bergop, wat op mijn kaartje staat, maar een beetje rechts aanhoudend. Even later log ik op dat punt nog een 2e cache, zoek een pijl of lint de heuvel op, maar constateer dat die er niet hangen, en dat vast bij de speech vooraf is verteld dat er wat gewijzigd is in het parcours. Niet gehoord, ik stond ergens achteraan. Rechtdoor dan maar. En als ik goed kijk zie ik heel in de verte nog meer lopers langs het water gaan.

DSC_0434-6_small
Foto: John Parren

Die gaan we inhalen! Doordat we inmiddels weer in de bewoonde wereld zijn lijkt het of de finish nabij moet zijn. Er klinkt iets Schlager-ish in de verte uit de richting van de brouwerij. De laatste meters. Ik vergeet de route op de kaart. Een verkeersregelaar (een van de velen, die het verkeer voor de lopers tegenhouden; uitstekend geregeld!) stuurt me echter weer bergop, achter de kerk van Schinnen. Maar met die hoogtemeters heb ik het inmiddels wel een beetje gehad. Zware benen, terwijl alles daar boven nog best verder wil. Raar eigenlijk, alsof die beenspieren ineens de dienst uit maken. En méér nog als het, na een stukje dalen, wéér omhoog gaat. Als ik wist dat er nog tien klimmetjes kwamen was dit een eitje, maar omdat ik zojuist op de kaart zag dat het er nog maar twee waren, waren ze ineens zwaar. Slaat dat ergens op? Dat kan niet aan mijn benen liggen, maar aan mijn hoofd.

Maar goed, met nog een loper een stukje voor me, commandeer ik de onderhelft nog even door te zetten. En voor ik het weet is ook de laatste top bereikt, en gaat het alleen nog maar bergaf, zo, tot over de finishlijn.

Wat schets mijn verbazing, achteraf, de volgende dag? Ik ben nota bene 8e geworden van de 95 lopers in mijn leeftijdscategorie! Dat ik had ik echt niet verwacht. Misschien had ik die twee geocaches onderweg toch moeten laten liggen om met het groepje dat 3½ minuut voor me finishte aan te haken. Dan had ik wel wat harder gelopen. Of is dat nou net niet het idee van een trailrun? Is dat weer de ½marathonloper in mij die spreekt?

finish
Blij over de finish. Wat een mooie route! Dat ging best makkelijk. Tijd voor bier en chips. En die waren er!

En de Bèta in de titel? Simpel: de afstand was ongeveer 10·e. In deze prachtige omgeving is een natuurlijke logaritme niet misplaatst. Net zo min als bij dit weer Alfa Lentebok.