Category Archives: Materiaal

Hard door nat Gerhagen

Ger-her-hagen

Op 2 november 2012 wist ik niet dat ik bijna vier jaar laten weer door dat zelfde bos zou rennen als waar ik toen een tiental geocaches (multi’s, mysteries, traditionals) zocht met de Altijd Snelle Mystery Loggers. En ook op 31 juli 2016 duurde het tot bijna de finish tot ik door had waar ik was. Althans, dat dit het zelfde bos was, en dat de start van vandaag de lunch-locatie van weleer was. Ineens viel het kwartje van de uitzichttoren. Want, in tegenstelling tot menige oriëntatieloop de laatste tijd, wist ik deze keer nagenoeg voortdurend waar ik uithing. Met andere woorden: het ging weer goed!

Omdat oriënteren voor een groot deel tussen je oren plaats vindt, en ik nogal de neiging heb tot reflecteren, gaat het soms met ups en downs. Loop ik een paar keer goed, dan vier ik de teugels wat wat techniek betreft, om de volgende keren te constateren dat ik maar beter beter stappen kan tellen, regelmatiger kompas kan gebruiken, en nauwkeuriger kaartcontact kan houden. Om vervolgens te constateren dat ik wat harder door moet lopen en minder moet treuzelen met magneetnaalden, gevouwen kaarten, en getelde passen. Nu zit ik in de fase van het betere stappen tellen, en moet ik de volgende keer dus wat beter op de naald lopen en koers houden. Zo gaat dat. Lees maar verder.

Bandit

bandit

Maar voordat je verder leest kan je ook alvast een nieuw window openen en YouTube aanslingeren, want ik heb weer eens een filmpje gemaakt. Dit keer met een geleende TomTom Bandit 4LB00, om te kijken hoe geschikt die is voor Orienteering Headcam Video’s. Hij werkt uitstekend, minstens zo goed als mijn Contour Roam, maar daarover later meer.

Wedstrijd

Het leuke van vroeg starten is dat je niet door het platgetrapte spoort in het gras van lopers vóór je rent. Maar rond post 2 was er geen gras, en in eerste instantie ook geen post. Ik zag hem niet, al zie je op de kaart hier onder dat ik er vlak langs liep.

Ik denk zelfs dat je hem op 3:40 in het filmpje al gewoon ziet staan, en ik zag hem zelf ook, maar in de veronderstelling dat ik er nog niet was (ik zocht naar een greppel die ik als aanvalspunt wilde gebruiken) besloot ik in de gauwigheid dat ik nog verder moest lopen. Vreemde beslissing, die me anderhalve minuut zou kosten. Maar ik herpakte de wedstrijd weer, en nam me voor voorlopig geen fouten meer te maken. En voor een keer kwam dat voornemen ook uit, waardoor er over de daaropvolgende posten, tot en met 9, eigenlijk niet zo veel smeuïgs te vertellen valt.

20160730_Gerhagen_07Hoewel het natuurlijk ook interessant is als alles wel volgens plan verloopt, zoals mijn route van 6 naar 7. Ik koos er voor om aan de noordkant (rechts) van de moerassen te blijven, en gebruikte het pad als stoplijn. Om vandaar uit over de langgerekte heuvel te lopen, omdat die hoog, droog, en hard was vermoedelijk, en vanaf het uiteinde op het ook naar het westelijke punten van het achterste moeras te gaan, naar de post. En dat lukte perfect.

Deze moerassen had ik ‘overleefd’ maar onderweg naar 8 stonden sommige paden compleet blank. Een paar weken terug had ik verschrikkelijke blaren overgehouden aan een paar natte voeten, en ik hoopte dat dit keer te voorkomen. Maar ja…

De route van 9 naar 10 ging overigens niet zozeer fout, als wel was het een behoorlijk lastig been. De kortste route loopt ongetwijfeld dwars door het bos, maar een vergelijking met de route van Ralph (rood) en mijn route (blauw) over de paden, laat zien dat hoewel we overall toch ongeveer even hard liepen, doorsteken hier minuten extra kostte. Ik vond het ook lastig om in te schatten hoe het ‘witte’ bos er uit zou zien, omdat tegen de paden aan al het bos ondoorzichtig ‘groen’ was, en de doorloopbaarheid dus een onverantwoorde gok inhield.02-08-2016 22-31-09Maar het spectaculairst werd het vanaf het moment dat het pad in noordoostelijke richting naar 10 liep. Het begon nog redelijk, zij het dat het pad zo onherkenbaar was dat ik er in eerste instantie voorbij rende, maar al gauw stond ik tot mijn middel in het water. Vies bruin stilstaand water. Waardoorheen rennen niet meer mogelijk was, en waarbij door het opspattende water mijn kaart nat werd, zodat ik al gauw met de kaart boven mijn hoofd verder liep, balancerend om niet om te vallen en helemaal nat te worden. Ik bedacht dat het wel interessante beelden zou opleveren voor de video.

water2Intussen was het vrijwel onmogelijk om realistisch afstand in te schatten. Er was een hele flauwe bocht in het pad te zien, maar ik wilde doorlopen tot aan de ‘greppel’ die vanaf het pad naar de post zou moeten lopen. Alleen was die greppel net zo min te onderscheiden in het compleet onder water staande bos, als de beek die links van het pad zou hebben moeten lopen. Het hele bos was een beek of greppel, en ik had geen zin om op de tast te proberen waar ik nog een meter dieper zou wegzinken. Dus liep ik door tot waar het droger werd, besloot dat ik te ver was, heroriënteerde me, en liep pal op de post af. Alleen dan na 300 meter méér zwemmen dan via de kortste route.

20160730_Gerhagen_13Een paar posten verder had ik wat beter op mijn kompas moeten kijken. 02-08-2016 22-53-27Want in plaats van door het dichte bos zo snel mogelijk naar het zuiden, naar het dichtstbijzijnde pad te lopen, week ik bijna een kwart slag af naar het westen en liep parallel aan het pad in plaats van er recht op af. Dat was natuurlijk wel een beetje jammer. Twee hele minuten ploeterde ik door ruig bos vol greppels overdwars. Om nog een beetje vaart te houden liep ik af en toe parallel aan de greppeltjes, maar daarin zat nou net de fout: ik werd hierdoor naar het westen getrokken, zonder dat ik me er bewust van was. En zo kwam ik uit op het oost-west pad, in de veronderstelling dat ik oostelijk van de splitsing liep en het voetpad kennelijk had gemist, terwijl ik in werkelijkheid een stuk naar het westen was, en waardoor ik nota bene nog veder doorrende in westelijke richting. Gelukkig had ik na 10 seconde mijn fout door en keerde alsnog om.

Een leuke routekeuze was die van 15 naar 16. Nadat ik bij 15 nog een dikke minuut had verloren door hem niet te vinden, besloot ik even flink door te lopen, en gebruik te maken van extra snelheid van de paden. Op zich had de rode route naar 16 dwars door het bos nog wel snel kunnen zijn, en er zaten ook wat stukken ‘wit’ bos tussen, maar mijn ervaringen vandaag met dit bos waren niet zo denderend, met name qua snelheid, dat het pad me beter leek. En dat bleek te kloppen, want de verloren tijd van 15 werd bij 16 bijna compleet goed gemaakt.

Wat daarna volgde was een uitstekende finale, met soms een beetje geluk. Vlak voor 20160730_Gerhagen_19de finish lag nog een doolhof aan kleine paadjes, waarbij het veel tijd had kunnen kosten als ik verkeerd was gelopen. Maar door goed kaartcontact houden en een beroep op mijn richtingsgevoel (nee, geluk was er uiteraard niet bij!) verliep dit vlekkeloos, en mocht ik naar post 19 en de finish de snelste tijd van de dag noteren, volgens de splits.

Ik ben dik tevreden. Lekker gelopen, geen blaren, een paar goede routekeuzes, en als leermomentje voor de volgende keer: kompas gebruiken.

Video

Ik heb weer eens een video gemaakt vanuit mijn perspectief. Zoals ik er wel meer heb gepost op YouTube, met een Quickroute kaart via RGMapVideo er in gemonteerd, maar dit keer met een andere camera.

De TomTom Bandit is een leuke actioncamera van TomTom, die erg geschikt is voor Oriëntatielopen, omdat hij niet alleen in breedbeeld-, maar ook in normale beeldverhouding kan filmen, zodat je niet door een brievenbus naar de struiken kijkt, maar ook nog wat boven en onder ziet. Overigens kon mijn oude Contour Roam dat ook.

Hij valt op door zijn bedieningsgemak en veelzijdigheid. Hij heeft namelijk gescheiden start- en stop-knoppen, waardoor je blind de juiste actie kan uitvoeren, en niet per ongeluk stopt als je juist wilt starten. De knoppen zijn groot genoeg, maar worden niet per abuis ingedrukt door een passerende tak (zoals bij de Contour regelmatig gebeurde). Mooi is dat je hem met de smartphone kan instellen en een live-weergave kan gebruiken om hem recht te zetten (nou zat hij toch een beetje scheef op mijn hoofd; het zou mooi zijn als je de rotatie kon locken als hij eenmaal goed staat). Maar alle opname-formaat en -kwaliteits keuzes zijn ook via het kleine LCD scherm op de Bandit zelf te maken.

De batterij hield het lang genoeg uit. Dat was toen ik hem in de winter probeerde wel anders. Toen was hij na een half uur op. Ik denk vanwege de kou. Dat zou wel een verbeterpuntje kunnen zijn. Misschien lag dat aan dit exemplaar.

De Bandit’s beeld stabilisatie is best goed, en het centrum trilt niet, maar het laat een flinke steek vallen bij het corrigeren van rotaties, en laag-frequente bewegingen. Op zich niet verwonderlijk, want je moet dan voldoende grote marges hebben om stukken beeld weg te laten zodat wat overblijft geen zwarte randen heeft. Dat heeft mijn na-bewerkte resultaat dus wel (via de deshaker plugin van VirtualDub), omdat ik wat sterkere camera-bewegingen heb met de camera aan mijn hoofd, dan waarop de Bandit rekent. Door de loop-beweging kantelt het beeld ook behoorlijk van links naar rechts, en het lijkt of er in die richting geen stabilisatie door de Bandit wordt toegepast.

tomtom-bandit-3Als de Bandit meteen een stabiel beeld zou leveren zou dat heel veel werk en tijd schelen bij het maken van orienteering videos (en een hoop misselijkheid bij het bekijken).

Verder zat hij goed vast op mijn hoofd en schudde niet. Ik had een strakke, niet-elastische band om mijn hoofd, die ik een paar keer recht trok als hij wat omhoog wandelde en iets losser kwam te zitten, maar dit lijkt wel stabieler te werken dan een elastische band. Hij ik lekker klein, en zit aan de zijkant, waar hij minder tegen objecten aan stoot dan bijvoorbeeld een GoPro die bovenop zit en veel meer uitsteekt. En daardoor totaal ongeschikt is als action camera.

Jammer is wel dat de TomTom niet, als hij aan de zijkant zit, op en neer te richten is, met de meegeleverde klemmen. Alle houders zitten in een ‘vaste’ positie en kunnen niet roteren. Dat mis ik wel.

Het geluid is niet slecht. Ik kan mezelf redelijk goed verstaan tussen al het windgeruis en gehijg door, al zou het volume iets hoger mogen.

Wil deze camera echt heel makkelijk werken voor video’s met oriëntatiekaarten, dan zou de stabilisatie ook rotatie moeten aanpakken, en liefst ook grote laagfrequente bewegingen, en zou je via een (web?) interface eigen, ingescande kaarten moeten kunnen toevoegen (na kalibreren) en splits toevoegen (of laden van een website met uitslagen). De Bandit heeft immers al een ingebouwde GPS, kan met een hartslagband praten, en heeft een wifi-interface,  dus de infrastructuur voor een complete verwerking is er al. Het wachten is op de software. Ik heb vernomen dat er misschien een aangepaste beeldstabilisatie aankomt.

New shoes!

 

 

 

 

 

 

I bought a new pair of shoes: the Inov-8 RocLite 285. For orienteering and for street-running. Not that the old ones were worn, but they didn’t fit all the terrains I use to cross.

Most orienteering races, I run my pair of Inov-8 Oroc 340’s (346.6 kilometers on the odometer, right now), that I bought April 1st 2012. But the steel spikes are not the best base on asphalt or other pavement.

 

On the other hand, the soft, flat, smooth sole of my marathon shoes, the Saucony Men ProGrid Triumph 8, are not the best option for off-road racing. So I needed something in between, suitable for paved roads, and anything else. With a lot of grip, but without feeling the individual studs when running on paved roads. With a low heel, but some damping; although I prefer little damping on the road for the direct feeling. A light shoe for long distances, but with some stability for my ankles.

Length web-browsing, review reading, running-mate consulting, and fitting, pointed in the direction of the Inov-8 RocLite series. Other options had been the TrailRoc 255 and the X-Talon 190. I tried them in the O-Crew “shop”, and decided that the size should be ½ bigger than my Oroc’s (although they were the same brand).

Next thing was to try them out in the field. The first meters on them ever became the first of 15000, during the Genneperparkenloop. The result was a pair of blisters, but hey, what do you expect if you try your new shoes on a fast 15k with sharp turns and some mud? The running itself went perfect, that day.

I was doubting whether to wear them during the Midwinterrun, and the Woudlopers Oriëntatierun. But I didn’t. Afraid to make the flashy red fabric dirty? No, I guess I just stuck to what I was used to, my good old Orocs. But last Friday, I ran the night orienteering run in Genk on them, to my complete satisfaction, and last Sunday, I ran, through the fresh snow, through the forests and over the hay around Leenderheide.

This last run was a good combination of paved and unpaved roads, fresh and compact snow, and loose sand and mud. On most terrain, the grip was perfect; only on hard, compacted, snow, I felt minimal sliding back, but no loss of control. I got the feeling there that the Orocs would have performed better there, but I did not compare them at that moment, under the same circumstances.

Furthermore, I noticed that the open structure of the upper shoe easily lets in water (melted snow), and I heard that the same would happen in dry sand. But I suppose my feet would have gotten wet anyway after running through 5 cm of fresh snow for 1.5 hours.

On the other hand, on the paved roads, back in the cite towards home, they behaved pretty well. The roads were wet, with slush-puppy substance on them, and the grip was excellent. The soles are a bit stiffer than my road-running shoes, but still comfortable enough to sustain for a longer period (and it is a good way to exercise the recoil in my calves).

So, my conclusion so far is that I made the right choice, to find a balance between on- and off-road shoes. And I guess that I will use them quite a lot for training, when I first have to conquer the asphalt, before I reach the wilderness. But for sprint-orienteering, they could be my favorite too. We’ll see. They’re a good excuse anyway to create some more elephant-trails

De Noordpool is een zuidpool!

Waarom werkte mijn kompas gisteren niet? Een mogelijke verklaring…

In de categorie kip-ei problemen, komt bij mij regelmatig de vraag naar boven of de Noordpool een noordpool is of een zuidpool.

Een magneet bestaat (vrijwel altijd) uit een noord- en een zuidpool. 220px-VFPt_cylindrical_magnet_thumb.svg[1]Knip je hem in tweeën, dan ontstaan er twee magneten met ieder op zijn beurt weer een noord- en een zuidpool. Een kompasnaald heeft ook een magneetje in zich (dikwijls er onder bevestigd). Dat magneetje heeft dus ook en zuid- en noordpool.

Mijn vraag is eigenlijk of de noord- of de zuidpool van dat magneetje naar de noordpool wijst.

Immers, tegengestelde polen trekken elkaar aan. Dus een magnetische noordpool trekt een magnetische zuidpool aan. Als de Noordpool een noordpool is wijst dus de zuidpool van de magneet in het kompas naar het noorden.

Wat zoekwerk leert: de magnetische noordpool van een magneet wijst naar het Noorden. Deze kant van de magneet in een kompas is dus in de richting van de N bevestigd, het dikwijls rode deel van de naald. De Noorpool is dus een magnetische zuidpool.

Geen wonder dat mijn kompas gisteren in de war was, want dat was voor mij ook wel even slikken.

De vraag blijft welke lolbroek in het Nederlands “zuidpool” met een Z heeft geschreven, terwijl zowel vanuit het Oosten als het Westen de Z een N is.

Confronterend nadeel van een camera op je hoofd…

Dat is natuurlijk pijnlijk: zien dat je iets wel gezien hebt maar niet gekeken (als in: gehoord maar niet geluisterd). Het is me overkomen. Ik wist niet wat ik zag toen ik laatst mijn headcam video van 19 januari, op de kaart Pijnven noord, aan het bekijken was. Ik herinner me dat ik daar bij post 2 hopeloos lang heb lopen zoeken. Ik was niet verdwaald, ik wist precies waar ik was, maar ik zag de wit-oranje postzak niet. En dan ga je zoeken, want misschien staat hij verkeerd. Of zit ik er zelf net naast. Wel een minuut of 3:20 heb ik rondjes gelopen. Je kan het op de kaart goed zien: Quickroute. Ik kwam van uit het oosten aanlopen, sneed een stukje af, en zo te zien, vlak voordat ik bij de post was, draaide ik naar links. Om dan te gaan rondfladderen. En uiteindelijk, nadat vanuit de tegenovergestelde richting naar de post was gelopen, zag ik de vlag. Tot zo ver het acceptabele stuk van het verhaal.

Maar kijk nu eens naar het onderstaande fragment:

Ik loop op de post af, in mijn ooghoek is hij even zichtbaar, rechts in beeld, wanneer het filmpje even stop, en ik loop er stomweg voorbij! Wat een blunder! Een beetje Sven Kramer die op de Olympische Spelen van 2010 de verkeerde baan nam. Alleen dan zonder coach die ik de schuld kan geven.En weer was het de camera die het pijnlijk hard vastlegde.

Dus nu dient de vraag zich aan: film ik de volgende keer weer, of laat ik het hier bij? Nou ja, de rest maakt het toch wel de moeite waard om terug te kijken.

De Bulten van Vierveld

Pittig, zo’n berg. Dat ben ik niet gewend. Af en toe een zandhoop, dat ken ik wel, maar dit was andere koek. Maar daarom niet minder leuk!

Bovendien heb ik naar eigen zeggen en in alle bescheidenheid fantastisch gelopen. Slechts 1’35” achter de nummer vier, en daarmee 7e, en 12’57” achter de nummer 1. Da’s niet verkeerd, op een totaal van 66’58”. Maar ik heb dan ook geen noemenswaardige fouten gemaakt, behalve dat ik dacht dat over de top van de berg sneller was dan er omheen, onderweg van 15 naar 16.

Wel een hoop werk, zo’n orienteringsloop. Het begint natuurlijk bij de kalender, waar je een wedstrijd in de buurt uitzoekt, vervolgens een carpool-afspraak maken, kijken of er nog geocaches onderweg of in de buurt liggen, spullen pakken, GPS-en opladen, nieuwe schaalverdeling op mijn duimkompas plakken (1:10000 volgens de website, maar het was 1 april, dus bij de start bleek ik 1:7500 te moeten hebben; puntje jammer), route plannen, kijken of er omleidingen zijn (of niet), en vroeg opstaan. Vervolgens naar de start rijden, inschrijven, een euro op zak steken voor toegang tot het domein, postomschrijving meenemen, verkleden, hartslagband om doen, trui uittrekken (geniaal, Hans, anders was het veel te heet geweest), en camera op mijn hoofd zetten.

Klaar? Bijna. Eerst naar de start lopen, stukje warmdraaien, GPS-logger resetten, wachten tot de start vrij is, kaart pakken, camera starten, GPS starten, EMIT inleggen, en gaan.

Waarom is de start (het driehoekje op de kaart) altijd een eindje voorbij de eerste EMIT die de tijd registreert? En staat er op dat punt weer geen EMIT?

Waar heen? Dat staat op de kaart. Maar het is altijd even zoeken waar ik ben, en wat waar is. Telkens vraag ik me weer af waarom de start niet de start is, maar het een x-aantal meters lopen is naar het driehoekje op de kaart, terwijl daar geen EMIT-control staat. Gevoel voor de schaal krijgen is ook zo iets. En het terrein? Is het droog of zacht? Is zand mul of zijn paden in het voordeel? Woekert hier braam, brandnetel of prikkeldraad?

Veel meer hoef je tijdens de wedstrijd zelf niet te doen, behalve zo hard mogelijk gaan over de snelste route. En direct de posten vinden. En niet vallen, geen attributen verliezen, geen takken in je oog krijgen, geen fouten maken, goed risico’s inschatten, en genieten van de natuur die op volle snelheid aan je voorbijtrekt.

Tot je aan de finish komt. Even nog een eindsprint met Hans er uit persen, en dan uithijgen, GPS-horloge stoppen, camera uitzetten, teruglopen, EMIT uit laten lezen, uitslagen bekijken, biertje kopen, douchen en verkleden, nog een trappist, napraten, routes vergelijken, vrienden maken, leren. En passant een paar schoenen kopen bij A3, en een achteruitkijkspiegel-O-post-zak.

Thuis pak je je tas uit, gooit je spullen in de was, opent de Splitsbrowser pagina van het event, slaat de .csv file op voor later, copieert de regel met splits, leest je GPS uit met TraingCenter of GPSbabel, combineert met een Matlab scriptje de .tcx of .gpx file met de splits-regel zodat de tussentijden er in komen te staan, scant de kaart, combineert beide in Quickroute, calibreert de kaart, speelt wat met de instellingen, uploadt het resultaat naar je DOMA-server, laad de GPS-en op voor de volgende keer, sluit je camera aan, zet de .mov files op je PC, exporteert de route-gegevens uit Quickroute, past de RGMapVideo .ini files aan, synchroniseert de GPS- en film starttijden, start de conversie, en wacht 1 dag tot het resultaat af is. Intussen haal je die ene teek uit je lijf die mee is gelift, zet tijd, afstand, en hartslag op Attackpoint, en drinkt nog wat om de vochtbalans te herstellen. Maar daarna heb je ook wat:

En nog een dag later ben je er achter hoe je het filmpje, èn het geluid, op 4x de snelheid kan afspelen zodat het nog leuk te bekijken is.

Leermomenten

Ook vandaag heb ik weer het een en ander geleerd, ondanks dat, of misschien juist omdat, het behoorlijk goed ging.

  • Op hoogtelijnen letten: de punten waar ik veel tijd verloor waren dit keer niet bij het zoeken naar posten, maar op het gebruik van de hoogteverschillen onderweg. Beter op de kaart kijken kost tijd, maar verdient zich terug als ik had gezien dat van 16 naar 17 een pad weliswaar om leek, maar op dezelfde hoogte als de post uitkwam. Of op weg naar 16 had een ommetje om de top me hoogtemeters en steile flanken gescheeld. Om op de kaart, maar sneller in tijd. En op weg naar 15 had ik beter in het bos, maar op hoogte kunnen blijven, dan omhoog lopen naar het pad, en weer dalen naar de post. Of op weg van 5 naar 6 had de helling me direct naar de post kunnen leiden. Opletten dus! Maar goed, dit was mijn eerst loop met echt reliëf.
  • Niet laten afleiden door het moois in de natuur, maar focus op de route en het terrein.
  • Laat je opjutten door andere lopers, dat houdt de vaart er in. Maar alleen als je zeker weet dat je goed loopt.
  • Goed schoeisel kan helpen, zeker op heuvels als deze.
  • Conditie blijft belangrijk, vooral aan het eind, en bergop. Hoe train je dat in Eindhoven? Gebouw 8 op-en-neer?
  • Wat is mijn stijgsnelheid? Kan ik beter slalommen bergop (en af?!) of is de kortste route de snelste? Er zal wel een omslagpunt zijn (zo las ik ooit in the Scientific Journal of Orienteering).
  • Blijf vooruit lezen. Deed ik dit keer meestal wel, maar het moet gewoon routine worden.
  • Waarom staan de controls altijd andersom met hoe ik met mijn EMIT aan kom lopen? Anders vastpakken?
  • Prikkeldraad kan je overheen of onderdoor, als dat mag van de kaart. Dus niet te lang over nadenken, gewoon gaan.
  • Zorg dat als je een camera draagt, die goed zit en niet constant rammelt. Dat geeft zo’n onrustig beeld achteraf.
  • Een specifieke schaalverdeling op het kompas is leuk, maar dan moet de schaal wel kloppen. Een in-‘t-veld-verwisselbare-schaal zou idealer zijn. Maar mijn superlijm-op-duim-schaal op mijn andere hand bewees des te meer diensten.

Toch ben ik dik tevreden. Op naar de volgende O-loop!

Hackerdehack

Herken je dit? Je hebt een GPS track, van een tracklogger (in .gpx formaat) of van je Garmin horloge (in .tcx formaat), maar er zitten geen splits in, omdat je niet bij elke post op het knopje hebt gedrukt. En de club gebruikt niet Winsplits in combinatie met die ene specifieke server waar Quickroute mee praat, dus je kan de splits niet automatisch in Quickroute krijgen.

Herkenbaar? Je zult handmatig de tijden in moeten voeren, door op de juiste plaatsen op de kaart te klikken.

Of je schrijft een klein programmatje in Matlab (of gebruikt mijn code) om de .tcx files te voorzien van de splits die je eenvoudig van de Slitsbrowser pagina haalt (de regel in de Results Table met jouw naam er voor; copy – paste).

Heb je geen Garmin .tcx file, maar een generieke .gpx file van een tracklogger, maak er dan eerst een .tcx file van met GPSbabel.
gpsbabel -t -i gpx -f dit_track_bestand.gpx -o gtrnctr,course=0 -F het_nieuwe_bestand.tcx

En zo heb ik bijvoorbeeld deze kaart van Hamont gemaakt, met de controls direct op de juiste plek.

Er zit een slimmigheidje in de functie om te detecteren hoeveel tijdverschil er tussen de GPS gegevens zit en de start. Mocht dat niet werken, knip dan handmatig tevoren het stuk van de track tot vlak voor de start, en vlak na de finish af.

Mochten ze in QuickRoute het inladen van SplitsBrowser files ondersteuen, dan zal het wel op het QuickRoute Forum te lezen zijn. En dat is wellicht ook de plaats om om deze feature te vragen. Hoe meer mensen het hier over hebben, hoe groter de kans.

function splits2tcx(in_file,splits)
% om een extra neutralisatie-post in mee te nemen die niet in de splits zat, voeg een
% +0:17 (of andere tijd) toe op de plaats. 
 
% gpsbabel = 'c:\localdata\bin\gpsbabel\gpsbabel.exe'
 
% CHECK various splits strings
 
force_tcx_conversion = 1; % force gpsbabel to convert tcx to tcx (to fix for example Android Garmin Uploader files)
if nargin support for %s files not yet implemented.\n',fe);
    end
    if nok
        error('err-> conversion to .tcx file failed');
    else
        fprintf('done.\n'); % JHH
    end
end
 
fprintf('** acquiring splits **\n');
if nargin0) % absolute times
    if splits(1)~=splits(end)
        warning('I expected the total time (1st data point) to be equal to the finish time (last data point). Netralized leg compensation?');
    end
    splittimes = [0 splits(2:end)];
else % relative times
    splittimes = [0 cumsum(splits)];
end
 
fprintf('** using split times: "%s" **\n',reshape(strvcat(m2ms(splittimes'/60,1)',' '),1,[]));
 
fprintf('** reading tcx file: "%s" **\n',tcx_file);
t = []; tp = [];
d = []; dp = [];
ll = []; lp = [];
 
[fid,err] = fopen(tcx_file,'r');
if fid failed opening file "%s" for reading, with error: %s',tcx_file,err);
end
 
arm = 0;
while ~feof(fid)
    l = fgetl(fid);
    hms = sscanf(l,'%*[^&lt;]<time>%*[^T]T%d:%d:%dZ</time>');
    if ~isempty(hms)
        t(max(length(d),size(ll,1))+1) = [60*60 60 1]*hms;
        tp(max(length(d),size(ll,1))+1) = ftell(fid);
        arm = 1;
    else
        dm = sscanf(l,'%*[^&lt;]%f');
        if arm &amp;&amp; ~isempty(dm)
            d(length(t)) = dm;
            dp(length(t)) = ftell(fid);
            if length(d)&gt;length(t)
                l
            elseif length(d)&lt;length(t)
                l
            end
            arm = 0;
        else
            la = sscanf(l,'%*[^&lt;]%f');
            if arm &amp;&amp; ~isempty(la)
                ll(length(t),1) = la;
                lp(length(t)) = ftell(fid);
            else
                lo = sscanf(l,'%*[^&lt;]%f');
                if arm &amp;&amp; ~isempty(lo)
                    ll(length(t),2) = lo;
                else
                    ls = sscanf(l,'%*[^&lt;]');
                    if ~isempty(ls)
                        arm = 0;
                    end
                end
            end
        end
    end
end
if arm % last timepoint has no location or distance
    if ~isempty(d)
        t = t(1:length(d));
    elseif ~isempty(ll)
        t = t(1:size(ll,1));
    end
end
 
findmin = inline('min(find(a(:)==min(a(:))))','a');
if ~isempty(d)
    fprintf('%d timestamps; %d distances; %d splits; %d gaps\n',length(t),length(d),length(find(diff(t)==0)),length(find(diff(t)&gt;1)));
else
    fprintf('%d timestamps; %d distances; %d splits; %d gaps\n',length(t),length(ll),length(find(diff(t)==0)),length(find(diff(t)&gt;1)));
end
lapsplit = find(diff(t)==0);
t(lapsplit) = [];
ll(lapsplit,:) = [];
if ~isempty(d)
    d(lapsplit) = [];
    dd = diff(d);
else
    [x,y] = deg2utm(ll(:,1),ll(:,2));
    dd = sqrt(sum(diff([x y]).^2,2));
end
 
dd = dd(:).';
 
if 1
    %%
    dt = diff(t);
    if any(dt&gt;1)
        fprintf('missing track-points at: \n%s',sprintf('%d:%02d : %d [s]\n',[round(m2ms((t(find(diff(t)&gt;1))-t(1))/60)).';dt(dt&gt;1)]));
        %         if any(diff(t)&gt;2)
        %             error('only solves single missing points');
        %         end
        for ii = fliplr(find(dt&gt;1))
            dd(1:end+dt(ii)-1) = [dd(1:ii-1) repmat(dd(ii)/dt(ii),1,dt(ii)) dd(ii+1:end)];
        end
        t = t(1):t(end);
        %         t1(cumsum([1 (diff(t)&gt;1)+1])) = t;
        %         d1(cumsum([1 (diff(t)&gt;1)+1])) = dd;
        %         d1(find(~t1))   = d1(find(~t1)-1)/2;
        %         d1(find(~t1)-1) = d1(find(~t1));
        %         t1(~t1) = t1(find(~t1)-1);
    end
 
%     comb = repmat(round(splittimes),2,1)+repmat([1:2]',1,length(splittimes));
%     window(comb(:)) = 1;
%     xc = xcorr(window,dd);
%     those = length(xc)-length(dd)-[0:length(dd)-splittimes(end)];
%     xcdt = detrend(xc(those),'linear',ceil(length(those)/2));
%     %plot(xcdt)
%     offset = findmin(xcdt);
%     figure(12345);
%     s1=subplot(211);plot(dd);line(offset,0,'marker','o','color','r');line(offset+splittimes,0,'marker','s','color','g');
%     s2=subplot(212);plot(xc(those));line(offset,xc(those(offset)),'marker','o','color','r');
%     set(s2,'xlim',get(s1,'xlim'));
    %%
    m = 2;
    comb = repmat(round(splittimes),m,1)+repmat([1:m]',1,length(splittimes));
    window = [];
    window(comb(:)) = 1;
    if length(window)&gt;length(dd)
        dd = [zeros(1,2*(length(window)-length(dd))) dd zeros(1,2*(length(window)-length(dd)))];
    end
    xc = xcorr(window,dd);
    those = length(xc)-length(dd)-[0:length(dd)-splittimes(end)];
    xcdt = detrend(xc(those),'linear',ceil(length(those)/2));
    %plot(xcdt)
    offset = findmin(xcdt)+floor(m/2)
    figure(12345);
    s1=subplot(2,4,1:4);plot(dd*3600/1000);line(offset,0,'marker','o','color','r');line(offset+splittimes,0,'marker','s','color','g');
    s2=subplot(2,4,5:6);plot([1:length(those)],xc(those));line(offset-floor(m/2),xc(those(offset-floor(m/2))),'marker','o','color','r');
    n = 20;
    x=reshape(offset+repmat(0*splittimes(:)',2*n+2,1)+repmat([-n:n nan]',1,length(splittimes)),1,[]);
    y=reshape(offset+repmat(splittimes(:)',2*n+2,1)+repmat([-n:n nan]',1,length(splittimes)),1,[]);
    s3=subplot(2,4,[7 8]);plot(x,dd(min(max(y,1),length(dd))));line(offset,0,'marker','s','color','r');
    %%
else
    %%
    [b,a] = butter(2,0.9);
    dd = filtfilt(b,a,dd);
    for ii = 1:(t(end)-t(1))-splittimes(end)+1
        td(ii) = 0;
        ti = ii+(1:splittimes(end))-1;
        for jj = 1:length(splittimes)
            deze(jj) = findmin(abs((t(ti)-t(1))-splittimes(jj)));
            td(ii) = td(ii)+dd(deze(jj));
        end
    end
    offset = t(max(find(abs(td)==min(abs(td)))))-t(1);
    %%
end
 
s = sprintf('Estimated offset of GPS (nr of seconds the GPS was started before the splittimer): %0.1f [s]',offset);
fprintf('%s\n',s);
 
new_offset = inputdlg(strvcat(s,'Keep this value, or enter a different offset (based on the graphs):'),'Corect estimated offset',1,{sprintf('%0.1f',offset)});
drawnow;
if ~isempty(new_offset{1}), 
    if isempty(str2num(new_offset{1}))
        error('err-&gt; invalid value: "%s"',new_offset{1});
    end
    offset = str2num(new_offset{1});
    s3=subplot(2,4,[7 8]);
    line(offset,0,'marker','s','color','m');
end
 
 
t_sync = t-t(1)-offset;
for jj = 1:length(splittimes)
    splittimes_sync(jj) = t_sync(findmin(abs(t_sync-splittimes(jj))));
end
splittimes_abs = splittimes_sync+t(1)+offset;
 
fprintf('** finished reading tcx file **\n');
 
frewind(fid);
[fp,fn,fe] = fileparts(in_file);
outfile = fullfile(fp,[fn '_splits.tcx']);
fprintf('** writing output file: "%s" **\n',outfile);
fod = fopen(outfile,'w');
[fod,err] = fopen(outfile,'w');
if fod failed opening file "%s" for writing, with error: %s',outfile,err);
end
 
distance_offset = 0;
 
phase = 0;
% phases:
% 0 header
% 1 first track header, until first point to be included
% 2 first trackpoints being included
% 3 other trackpoints being included
% 4 buffering last point of current lap
% 5 obsolete lap header
% 6 last trackpoint writing
% 7 trackpoints after last trackpoint
% 8 trailer
 
trackpointbuffer = {};
lap = 0;
while ~feof(fid)
    l = fgets(fid);
 
    if phase==0
        lp = sscanf(l,'%*[^&lt;]&lt;Lap%s'); % StartTime=%s');
        if ~isempty(lp) &amp;&amp; phase==0
            phase = 1;
            % do not parse from here
        end
    else
        lp = sscanf(l,'%*[^&lt;]%c');
        if ~isempty(lp) &amp;&amp; phase&gt;0
            phase = 8;
            % do parse trailer from here
        else
            lp = sscanf(l,'%*[^&lt;]&lt;Creator%s'); if ~isempty(lp) &amp;&amp; phase&gt;0
                phase = 8;
                % do parse trailer from here
            end
        end
    end
 
    if any(phase==[2 3 4])
        lp = sscanf(l,'%*[^&lt;]%c');
        if ~isempty(lp)
            if any(phase==[2 3]) % not if phase is 4, since then already a lap was included here
                phase = 5;
                % do not parse from here, until next lap started
            elseif phase==4 % buffered, but continue including lap
                phase = 3; % continue writing; lap is OK here
                trackpointbuffer = {};
                lap = lap+1;
            end
        end
    end
 
    laptext = [0 0];
 
    if any(phase==[4 5 6])
        lp = sscanf(l,'%*[^&lt;]%c');
        if ~isempty(lp)
            if phase==6
                % last point passed, no output anymore except trailer
                phase = 7;
                fprintf(fod,l);
                l = '';
                laptext = [0 1];
            elseif phase==4
                % copying last trackpoint for new track
                % inlude lap split
                fprintf(fod,l);
                laptext = [1 1]; % implicitly include trackpointbuffer
            elseif phase==5
                % skip first trackpoint after lap, since it is identical
                phase = 3;
                l = '';
            end
        end
    end
 
    hms = sscanf(l,'%*[^&lt;]<time>%*[^T]T%d:%d:%dZ</time>');
    if ~isempty(hms)
        timestr = sscanf(l,'%*[^&lt;]<time>%[^Z]Z</time>');
        if [60*60 60 1]*hms&gt;=splittimes_abs(1) &amp;&amp; phase=splittimes_abs(end) &amp;&amp; phase=splittimes_abs(lap+1) &amp;&amp; phase%f');
        if ~isempty(lp)
            if phase==2
                distance_offset = lp;
            end
            l = sprintf('            %0.7f\n',lp-distance_offset);
        end
    end
 
    if laptext(2)
        fprintf(fod,'         \n');
        fprintf(fod,'       \n');
    end
    if laptext(1)
        lap = lap+1;
        fprintf(fod,'       \n',timestr);
        fprintf(fod,'         %0.7f\n',diff(splittimes_abs(lap+[0:1])));
        fprintf(fod,'         Active\n');
        fprintf(fod,'         Manual\n');
        fprintf(fod,'         \n');
        fprintf(fod,'           \n');
    end
    if phase==4
        if all(laptext)
            fprintf(fod,'%s',trackpointbuffer{:});
            trackpointbuffer = {};
            phase = 3;
        else
            trackpointbuffer{end+1} = l;
        end
    end
 
    if any(phase==[0 2 3 4 6 8])
        fprintf(fod,'%s',l);
    end
 
end
fclose(fod);
fclose(fid);
fclose('all');
 
fprintf('** finished successfully: splits were included in tcx file **\n');
 
 
 
 
function times = readtimes(in)
times = [];
offset = 0;
for ii = 1:length(in)
    this = sscanf(in{ii},'%d%*[.:]%d%*[.:]%d');
    if length(this)==2
        if in{ii}(1)=='+'
            offset = offset+[60 1]*this;
            times(end+1) = times(end)+offset;
        else
            times(end+1) = [60 1]*this+offset;
        end
    elseif length(this)==3
        if in{ii}(1)=='+'
            offset = offset+[60*60 60 1]*this;
            times(end+1) = times(end)+offset;
        else
            times(end+1) = [60*60 60 1]*this+offset;
        end
    end
end
 
 
% function strs = split(str,sep,include,num)
% % SPLIT - split a string in substrings by separator
% matches = [1 strfind(str,sep)+1 length(str)+2];
% for ii = 1:length(matches)-1
%     strs{ii} = str(matches(ii)+(ii&gt;1)*(size(sep,2)-1):matches(ii+1)-2);
% end
 
 
 
function  [x,y,utmzone] = deg2utm(Lat,Lon)
% -------------------------------------------------------------------------
% [x,y,utmzone] = deg2utm(Lat,Lon)
%
% Description: Function to convert lat/lon vectors into UTM coordinates (WGS84).
% Some code has been extracted from UTM.m function by Gabriel Ruiz Martinez.
%
% Inputs:
%    Lat: Latitude vector.   Degrees.  +ddd.ddddd  WGS84
%    Lon: Longitude vector.  Degrees.  +ddd.ddddd  WGS84
%
% Outputs:
%    x, y , utmzone.   See example
%
% Example 1:
%    Lat=[40.3154333; 46.283900; 37.577833; 28.645650; 38.855550; 25.061783];
%    Lon=[-3.4857166; 7.8012333; -119.95525; -17.759533; -94.7990166; 121.640266];
%    [x,y,utmzone] = deg2utm(Lat,Lon);
%    fprintf('%7.0f ',x)
%       458731  407653  239027  230253  343898  362850
%    fprintf('%7.0f ',y)
%      4462881 5126290 4163083 3171843 4302285 2772478
%    utmzone =
%       30 T
%       32 T
%       11 S
%       28 R
%       15 S
%       51 R
%
% Example 2: If you have Lat/Lon coordinates in Degrees, Minutes and Seconds
%    LatDMS=[40 18 55.56; 46 17 2.04];
%    LonDMS=[-3 29  8.58;  7 48 4.44];
%    Lat=dms2deg(mat2dms(LatDMS)); %convert into degrees
%    Lon=dms2deg(mat2dms(LonDMS)); %convert into degrees
%    [x,y,utmzone] = deg2utm(Lat,Lon)
%
% Author: 
%   Rafael Palacios
%   Universidad Pontificia Comillas
%   Madrid, Spain
% Version: Apr/06, Jun/06, Aug/06, Aug/06
% Aug/06: fixed a problem (found by Rodolphe Dewarrat) related to southern 
%    hemisphere coordinates. 
% Aug/06: corrected m-Lint warnings
%-------------------------------------------------------------------------
 
% Argument checking
%
error(nargchk(2, 2, nargin));  %2 arguments required
n1=length(Lat);
n2=length(Lon);
if (n1~=n2)
   error('Lat and Lon vectors should have the same length');
end
 
 
% Memory pre-allocation
%
x=zeros(n1,1);
y=zeros(n1,1);
utmzone(n1,:)='60 X';
 
% Main Loop
%
for i=1:n1
   la=Lat(i);
   lo=Lon(i);
 
   sa = 6378137.000000 ; sb = 6356752.314245;
 
   %e = ( ( ( sa ^ 2 ) - ( sb ^ 2 ) ) ^ 0.5 ) / sa;
   e2 = ( ( ( sa ^ 2 ) - ( sb ^ 2 ) ) ^ 0.5 ) / sb;
   e2cuadrada = e2 ^ 2;
   c = ( sa ^ 2 ) / sb;
   %alpha = ( sa - sb ) / sa;             %f
   %ablandamiento = 1 / alpha;   % 1/f
 
   lat = la * ( pi / 180 );
   lon = lo * ( pi / 180 );
 
   Huso = fix( ( lo / 6 ) + 31);
   S = ( ( Huso * 6 ) - 183 );
   deltaS = lon - ( S * ( pi / 180 ) );
 
   if (la&lt;-72), Letra='C';
   elseif (la&lt;-64), Letra='D';
   elseif (la&lt;-56), Letra='E';
   elseif (la&lt;-48), Letra='F';
   elseif (la&lt;-40), Letra='G';
   elseif (la&lt;-32), Letra='H';
   elseif (la&lt;-24), Letra='J';
   elseif (la&lt;-16), Letra='K';
   elseif (la&lt;-8), Letra='L';
   elseif (la&lt;0), Letra='M';
   elseif (la&lt;8), Letra='N';
   elseif (la&lt;16), Letra='P';
   elseif (la&lt;24), Letra='Q';
   elseif (la&lt;32), Letra='R';
   elseif (la&lt;40), Letra='S';
   elseif (la&lt;48), Letra='T';
   elseif (la&lt;56), Letra='U';
   elseif (la&lt;64), Letra='V';
   elseif (la&lt;72), Letra='W';
   else Letra='X';
   end
 
   a = cos(lat) * sin(deltaS);
   epsilon = 0.5 * log( ( 1 +  a) / ( 1 - a ) );
   nu = atan( tan(lat) / cos(deltaS) ) - lat;
   v = ( c / ( ( 1 + ( e2cuadrada * ( cos(lat) ) ^ 2 ) ) ) ^ 0.5 ) * 0.9996;
   ta = ( e2cuadrada / 2 ) * epsilon ^ 2 * ( cos(lat) ) ^ 2;
   a1 = sin( 2 * lat );
   a2 = a1 * ( cos(lat) ) ^ 2;
   j2 = lat + ( a1 / 2 );
   j4 = ( ( 3 * j2 ) + a2 ) / 4;
   j6 = ( ( 5 * j4 ) + ( a2 * ( cos(lat) ) ^ 2) ) / 3;
   alfa = ( 3 / 4 ) * e2cuadrada;
   beta = ( 5 / 3 ) * alfa ^ 2;
   gama = ( 35 / 27 ) * alfa ^ 3;
   Bm = 0.9996 * c * ( lat - alfa * j2 + beta * j4 - gama * j6 );
   xx = epsilon * v * ( 1 + ( ta / 3 ) ) + 500000;
   yy = nu * v * ( 1 + ta ) + Bm;
 
   if (yy&lt;0)
       yy=9999999+yy;
   end
 
   x(i)=xx;
   y(i)=yy;
   utmzone(i,:)=sprintf('%02d %c',Huso,Letra);
end
 
 
 
 
function ms = m2ms(m,textout)
% min to min:sec
% if second argument is true, then text is output
 
if nargin1 &amp;&amp; ~~textout)
    if any(ms(:,1)&gt;=60)
        f = '%d:%02d';
        hms = [floor(ms(:,1)/60) mod(ms,60)];
    else
        f = '%02d';
        hms = ms;
    end
    if any(abs(m*60-round(m*60))&gt;1e-3)
        f = [f ':%06.3f'];
    else
        f = [f ':%02.0f'];
    end
    if ~nargout
        fprintf([f '\n'],hms.');
        clear ms;
    else
        ms = num2str(hms,f);
    end
end

Wie weet maak in nog een keer een .exe file hier van, of een online tool zodat je op mijn website jouw gpx/tcx files van splits kan voorzien. Laat hier onder, als commentaar, opmerkingen, wensen of suggesties achter. Mocht je handig zijn met Perl, PHP, Python, of zo, dan kan je wellicht deze, op zich redelijke simpele, code herschrijven.

Nacht-OL in Ham, waar ze “handboeken” schrijven

N.B. De linkjes naar de filmpjes naast de filmprojector icons zijn links naar mijn eigen server, en een stuk trager dan de YouTube frames.

Op http://hamok.be/techniek/orientatielopen/ staat alles wat je wilt weten (met dank aan Luc Cloostermans, weet ik nu *).  Wat ik niet wist was dat het bos in Ham behoorlijk vol staat. Met bomen (duh), maar ook doorntakken (inmiddels zonder bramen maar met stekels), kreupelhout, en bijzonder veel dunnen stammetjes. Ook op de witte stukken kaart. En des te groener was ik zelf na afloop, mijn armen, benen, en zelfs op mijn hoofd. Groen voelde ik me ook, want ik heb toch een paar behoorlijke beginnersfouten gemaakt.

Foutjes

Kijk maar eens naar deze kaartjes. Vooral de route van 1 naar 2 was erg slordig. Ik zou nu, als ik toch eenmaal op de verharde weg was beland, die hebben gevolgd, en het pad rechtstreeks naar post 2 hebben gekozen. Waarom ik dat niet deed, en ging dolen, weet ik niet. Ik kwam onderweg Thomas van der Kleij tegen, en dacht dat hij al van 2 vandaan kwam. Dus ging ik de kant op waar hij uit kwam. Fout!

Zie hier het filmfragment:

En dan het stuk van 22 naar 23! Ik ben gewoon over de post heengelopen, volgens mijn GPS, en ben vervolgens gaan dolen. Nou ja, op zich verstandig om een referentie te zoeken, maar waarom ik nou helemaal een rondje heb gemaakt?

De hele route kan je hier zijn, in mijn Quickroute archief.

Als ik naar de splits kijk ging het nog niet zo slecht. Kon beter, maar ik ben niet ontevreden. Het beste wat ik kan doen is de balans opmaken, en er van leren. Want ik ben niet heel overdreven tevreden over mijzelf. Vermoedelijk had ik verwacht dat met mijn nieuwe hoofdlampje het lopen vanzelf zou gaan.

Leermomenten

Drie dingen gingen mis:

  • het niet vinden van punten (door te grote risico’s nemen op de verkeerde momenten),
  • minder optimale routekeuzes (door niet goed genoeg op de kaart te kijken), en
  • tijdverlies door stilstaan om op de kaart te kijken, deze te plooien, veters te strikken, hoofdlampje her aan te sluiten, en te zoeken waar ik ook alweer was op de kaart.

Wat doe ik er aan? Er zit wat tegenstrijdigs in. Enerzijds maak ik wat foutjes die toe te schrijven zijn aan het niet-de-tijd-nemen om goed op de kaart te kijken, om de juiste, snelste danwel veiligste, route te kiezen (en juist de afweging tussen die twee vergt goed kaart kijken). Anderzijds moet het sneller, minder tijd kaartlezen en harder lopen. Want Quickroute is onverbiddelijk: 25% van mijn tijd heb ik langzamer dan 15 min/km gelopen, geschuifeld of stil gestaan. Niet goed. En dat kwam niet doordat het af en toe behoorlijk glad was.

  • Stress is niet goed. Het gevoel dat ik door moet lopen, ook als ik even niet weet waar heen, moet onderdrukt worden! Beter dan stilstaan? Niet die keer dat ik lijnrecht de verkeerde kant op van de post rende. Gelukkig maar 30 meter.
  • Kaartlezen tijdens het lopen, dat zou tijd schelen. Ik heb een GPS track van Ralph Kurt gezien. Die gaat maar door. Ooit vertelde hij me dat hij geoefend heeft door de krant te lezen tijdens het joggen. Moet ik ook maar eens gaan doen.
  • Terrein inschatten is een vak. Meer dan eens bleek “wit” bos door doorntakken en talloze jonge stammen onbegaanbaar, en was “groen” bos prima doorloopbaar op begane grond niveau. Dat had ik na een paar keer mijn neus stoten toch moeten weten. Gaat doorsteken vaker fout dan goed? Pak dan in het vervolg de paden. Meer dan 40% om is het zelden, en meestal 20% sneller. Als je voor dat tijdverlies wel de zekerheid hebt de post te vinden is het geen slechte deal.
  • Ik moet gedisciplineerder mijn kaart vasthouden. Niet steeds overpakken naar de andere hand, en mijn vinger, de punt van het kompas, de nul van mijn schaal, wat dan ook, op de juiste plek houden. Zodat ik direct, bij een blik op de kaart, zie waar ik ben. Misschien moet mijn schaaltje van het kompas, zodat die het zicht niet beperkt.
  • De Verkeerslichten Methode gebruiken om op het juiste moment vol gas te geven als het niet kritisch is om mijn positie op de kaart exact te volgen. En zorgvuldig te werk gaan als het lastig wordt. Ook al komt een gokje vaak wel goed, als het mis gaat kost het veel tijd.

Materiaal

En ik heb nog wat opmerkingen over mijn gebruikte materiaal. Dat overigens steeds meer wordt, in aantal. (Het begon zo mooi, mijn eerste OL vorig jaar, met alleen een kompas en wat kleren, en een zaklamp. Maar inmiddels heb ik een duimkompas, een GPS-horloge, een hartslagband, een hoofdlamp, een accu, een GPS-tracker, een passen-schaalverdeling, een headcam, scheenbeschermers, een postomschrijvinghoesje, en een fluitje. Wat een ballast!)

  • De schaalverdeling die ik op mijn kompas heb mijn geplakt, uitgemeten in passen ik gemiddeld terrein, zit in de weg. Ik merk dat ik af en toe mijn kaart van hand wissel omdat hij onder m’n kompas niet handig leest. Toch een andere schaal? Hij is ook wel weer handig. Hier moet ik maar weer eens mee experimenteren.
  • Hoofdlampje is top. Veel licht, dimmen is onzin, hoe meer licht hoe beter, en hij strooit  bovendien veel rest-licht in het rond, wat ideaal is om het pad pal voor je neus te zien, takken die je moet ontwijken over 0.2 s, en de kaart te lezen zonder jezelf te verblinden. Maar het is wel onhandig dat onderweg drie keer mijn stekkertje door een tak uit de accu werd getrokken, zodat ik plotsklaps in het stik-donker stond. Een knoop in het snoer, rondom de interconnectie, is de oplossing, maar niet elegant. Volgende keer snoer onder mijn shirt, of iets met tape of klittenband.
  • Die accu (4×18650 Li-ion = 4400 mAh) is een blok aan het been. Of aan het heuptasje. Dat alle kanten op slingert. Niet fijn. Nog een 2e generatie houder voor verzinnen. Heb ik mooi weer wat te doen.
  • De elastische hoofdband waaraan zowel mijn lampje als mijn camera hangen, ziet wat strak. Volgende keer koop ik 1 cm meer elastiek. Tja, met €0,40 naar de fourniturenzaak in de wijk fietsen is misschien wat optimistisch geweest.
  • Het is niet zo handig als je camera voortijdig uit gaat. Tape-je over de schakelaar? Of gewoon reageren als het piep-piep-ik-ga-uit toontje klinkt?

Headcam video

Ik had mijn Contour Roam weer meegenomen. Helaas ging hij 8 minuten voor de finish uit toen ik tegen een boom liep. Gevoeld, knop leek nog aan, maar dat bleek niet zo te zijn. Jammer. Ik ga nog kijken of een nacht-video bruikbaar is, of of ik RGmapVideo aan ga slingeren.

Een stukje camerawerk in het donker:

Bier

Erg leuk nog een biertje gedronken na afloop. Gezellige kerels van Hamok (bijna hebben ze een Hamok-softshell aangesmeerd -mooi spul, daar niet van, maar eerst maar eens een KOVZ kloffie aanschaffen-) en KOL die graag wilden dat ik met een te hoog promillage naar huis reed. En daar hoorde ik dat er van het O-handboek ook een papieren off-line versie bestaat. En dat sommige woorden in het Vlaams iets heel anders betekenen dan in het Nederlands 🙂

Attackpoint

De grote vraag is of ik genoeg discipline heb om na elk stukje hardlopen de gegevens in te voeren op Attackpoint, maar het is een mooi streven.

Ik kende de site al wel langer, maar werd geprikkeld door een mail van A3, gisteren:

Beste KOVZers,

Er wordt de laatste maanden door een redelijke groep lopers dankbaar gebruik gemaakt van de inspanningen van Peter. Of te wel, er wordt flink getraind. En dan hoor ik ook nog eens dat een steeds grotere groep KOVZers aan looptraining doet. Hartstikke goed natuurlijk, zo gaan de prestaties lekker vooruit.

Een volgende stap is het registreren van je trainingen, attackpoint (een online gratis trainingslogboek) is daar een goed hulpmiddel voor. Ik hoor een aantal mensen al denken ‘wat is daar nou het nut van’? Dat kan meer omvattend zijn dan je denkt, hieronder een paar van de vele voordelen:

  • Je kunt als je een b.v. blessure oploopt terug kijken wat je anders/meer hebt gedaan dan normaal. Dat geeft je een handvat voor de toekomst (rustiger opbouwen)
  • Je kunt als je uitstekend in vorm raakt terug kijken hoe je dat gefikst hebt en dat in een volgend seizoen nog eens over doen.
  • Het is soms voor jezelf een motivatie om toch te gaan trainen.
  • Het kan voor anderen een voorbeeld/stimulans/motivatie zijn om ook te trainen.
  • Je kunt reageren op een log van andere lopers en ze een hart onder de riem steken of je bewondering uitspreken.
  • Als je ook nog eens aanmeld bij de KOVZ en NOLB groep en kijkt wat en hoe anderen het doen is het ook nog eens saamhorigheids bevorderend, lekker voor onze vereniging.
  • en nog veel meer…………kijken dus.

Waar kun je je aanmelden? http://www.attackpoint.org Je kunt daar al je gegevens invoeren en vergeet niet om ook lid te worden van de KOVZ groep!! (een aantal KOVZers zijn al actief maar hebben zich nog niet bij onze groep aangemeld) Benieuwd wie zich al wel in de KOVZ groep hebben gemeld? Meld je snel aan, ook als je alleen af en toe een wedstrijdje loopt en alleen maar de KOVZ trainingen af en toe meeloopt.

O-groeten,
Adrie.

Twee maanden later: Inmiddels heb ik vrijwel alles wat ik sneller gelopen heb dan stapvoets, sinds oktober vorig jaar, in Attachpoint gezet. En ik houd het nog steeds bij. Het is inderdaad motiverend om weer een paar kilometers en uren te kunnen noteren. Alsof het lopen een 2e nut heeft, behalve dan een vluchtige vermoeiing en wat langer blijvende conditieverbetering. Alsof je een geocache logt, zo iets. Maar dan minder nutteloos.

Met andere woorden: ik ben verkocht.

Mijn geheime wapen…

Vandaag kwam mijn geheime wapen binnen: een T6 Smooth Crown Water Resistant XML-T6 3-Mode 1200-Lumen White LED Bike Light with Battery Pack Set. Geeft een enorme bult licht. Ongelooflijk. En verblindend. Op de fiets in elk gevel goed te gebruiken, maar hij moet zich in de oriëntatie-praktijk nog bewijzen.

My new secret weapon is so secret, it can hardly be used (without dazzling myself).

Een paar eerste bevindingen:

  • Er komt heel veel licht uit. Zo veel dat toen ik hem vergelijk met mijn Philips lampje, ik eerst dacht dat die laatste het niet deed, want ik zag geen bundel. Ik was kennelijk wat verblind, en de Cree XML-T6 deed de spot van de 3W Luxeon verbleken.
  • Ik heb geen idee of er 1200 lumen uit komt. Ik lees overal dat het minder is. Meten is lastig, maar met de datasheet in de hand en een stroommeter komen we vast een heel eind. Er gaat 1.87 [A] door de LED zelf heen, als hij op maximale sterkte brandt. Gedimd is dat nog maar 0.9 [A], waarbij de stroom op 50 [Hz], met een duty cycle van ~50% wordt gemoduleerd. De datasheet zegt dat er iets van 235% “relative flux” uit komt, bij 1.9 [A], en 125% bij 0.9 [A].

    Er komt maar 660 lumen uit, tegen 1200 volgens spec. Nog steeds een boel licht, en, wat verwacht je, voor 35 Euro?

    Dat is dan ten opzichte van de 700 [mA] waarbij de nominale opbrengst wordt gegeven, wat, uitgaande van een Cool White type, overeenkomt met 280 [lumen]. Kortom, 350 [lumen] in gedimde toestand, en 660 [lumen] op maximaal vermogen. Ik vind het genoeg, maar het is niet de 1200 Lumen die op de doos staat.
  • De batterijen moeten eerst opladen. De lader is voor US-stopcontacten, dus ik heb er maar een Euro-stekker aan gesoldeerd. Lijkt een “domme” lader, maar er zit een LED op die na verloop van tijd van rood naar groen kleurt, dus ik vermoed dat hij toch de lading stopt als de Li-ion accu’s vol zijn. Duurt een paar uur.
  • De constructie van de lamp is behoorlijk stevig. Alles is van massief aluminium gemaakt, en in de juiste vorm gedraaid. Dit is goed voor de koeling.
  • De lamp zelf lijkt redelijk waterproof, al is de rubber O-ring in de behuizing gescheurd doordat hij er niet voorzichtig in is gezet. Maar de batterijen zijn met wat krimpfolie bijeen gehouden, en aan het uiteinde zit karton. Niet echt waterbestendig, dus. Eens kijken of ik wat kan afdichten met tape. Ik ga er niet mee zwemmen…
  • Gelukkig maakte ik, voordat ik hem aansloot op de accu’s, de behuizing van de lamp open. Midden tussen de printbanen van de elektronica lag een braam van aluminium. Een restje van de draaibank, vermoedelijk, maar wel een potentiële kortsluiting en daarmee vroegtijdig einde van de lamp.
  • Hij kent 3 standen: aan op volle sterkte, gedimd (iets van 50%), en knipperend (9 Hz). Op zich lastig dat je door alle standen heen moet klikken. Ik zou het handiger vinden als één keer klikken de lamp aan zou zetten, en zou schakelen tussen 100% en 50%, en weer terug, en je met 2 keer achter elkaar klikken de lamp uit zou zetten. De flikker-mode is volstrekt nutteloos.
  • De bundel is behoorlijk scherp en smal, maar volgens mij wel prima bruikbaar. Er is een aardige spill om de centrale bundel heen, zodat je ook de grond voor je kan zien. Mooier zou een horizontaal afgeplatte bundel zijn, maar dat is denk ik wat te veel gevraagd.
  • Er zit een lampje achterop, dat voor zover ik kan zien altijd rood+groen brandt. Ik heb nog geen indicatie ontdekt voor de status van de batterij.
  • De hoofdband die er bij zit is véél te krap. Op de wijdste stand knelt hij nog. Ik denk dat Chinese hoofden wat kleiner zijn, of de hoofdband is gewoon een unique selling-point en er is verder totaal niet functioneel over nagedacht.
  • Als ik hem met de bijgeleverde hoofdband op mijn hoofd zet, voor zo ver dat lukt, staat hij eigenlijk iets te laag afgesteld, en wijst richting grond. Hij kan wel verder omlaag, maar niet omhoog. Een aanpassing is eigenlijk wel nodig.
  • Het snoer van lamp naar batterij-unit is lang genoeg om de laatste in mijn heuptasje op mijn rug te bevestigen, en de eerste op mijn hoofd, dus da’s prima.
  • Op de fiets, aan het stuur gemonteerd (met bijgeleverde rubber snaar, zakt de lamp omlaag als ik over een hobbel rijd. Daar moet nog wat stroef rubber tussen; een stukje binnenband of zo iets.
  • Binnenin zat niet alles goed aangedraaid. Dat helpt natuurlijk niet voor de temperatuur huishouding. Daarom heb ik alles strak aangedraaid, nadat ik koelpasta tussen de delen had gesmeerd.
  • De uitlijning van de LED en de parabool reflector was niet zo perfect. Dat was eenvoudig te verhelpen door hem voorzichtig open en dicht te schroeven.
  • De rubber O-ring tussen het voorste venster en de behuizing is fluoriserend, en gloeit ná in het donker. Fancy, maar je hebt er weinig aan.

Er valt nog het één en ander aan te tweaken, dus ik kan weer lekker aan de slag:

  • De 3-modes aanpassen en eventueel dimbaar maken. Binnenin zit een geregelde voeding. Het lijkt er op dat een Atmel 24C02N wordt gebruikt voor de programmering, hoewel dat een Eeprom is volgens het spec-blad. Ik moet nog eens goed uitzoeken hoe het werkt. Als ik er een ATtiny13 in kan zetten kan ik hem maken zoals ik wil. We gaan het zien.
  • Een helderheids-instelling met een schakelaar aan het draadje maken, zodat ik niet naar mijn hoofd hoef te grijpen om de lichtsterkte in te stellen.
  • Focus: als ik de positie van de parabool spiegel ten opzichte van de LED in kan stellen kan ik de focussering een beetje aanpassen, en indien gewenst de bundel breder maken. Kost wel wat licht, want de parabool kan alleen verder van de LED, en dus ga ik licht verliezen dat achter de parabool langs valt.

Maar al met al is het een felle lamp voor relatief weinig geld. Ik moet hem nog een keer met een Led Lenser H14-R vergelijken.

Eindelijk weer een nacht-OL

Eindelijk weer eens een nacht-OL gelopen. Leuk dat het was! Een stuk beter dan vorige week, ging het, en dat scheelt. Eigenlijk maar een enkele kleine foutjes gemaakt, maar allemaal acceptabel. Niet echt vanwege verkeerde route-keuzes.

Het begon met wat twijfels. Ik had met Ralph afgesproken om mee te rijden, maar ik voelde me verre van lekker. Niet alleen omdat ik wat te zwaar gelunched had. Maar, niet zeuren, was het devies, en als ik eenmaal aan het lopen ben ligt mijn focus helemaal daar op.

Koud was het wel, dus met een thermo, een sport-fleece, en een ASML-windjack, op pad. Geem moment heb ik het, al lopend, koud gehad, maar warm ook niet. Opvallend was dat mijn jack wel helemaal nat was aan de binnenkant na afloop, dus genoeg is er wel gezweet. En wat ik aan had was precies goed.

Materiaal

Even was ik zenuwachtig of ik wel de juiste spullen bij me had. Kleding bleek OK. Had ik een bril tegen de uitstekende takken op moeten doen? Vermoedelijk was die meteen beslagen in de mist. Overdag maar eens proberen. Maar belangrijker in het donker, hoe kan het ook anders, is het licht.

Een hoofdlampje leek me handig voor het lezen van de kaart. Fel genoeg om mee te kijken waar ik liep was dat lampje van Xenos, van 3 euro, niet. Maar met de mist gaf het toch een hinderlijke waas voor mijn ogen, dus verplaatste ik het lampje van mijn voorhoofd naar mijn hals. Maar daar bleek het niet handig, want de bundel scheen meer op mijn borst dan op de kaart. Volgende keer zal ik hem aan moeten passen zodat hij meer naar voren schijnt; zo kan een kaart-lamp wel heel handig zijn.

Want mijn andere lamp, een Philips SFL7380, met een 3W Luxeon LED, die normaal iets van 60 lumen geeft bij 3.8V voeding, doet het op 3 lithium batterijen toch een stuk krachtiger, met een voeding van zo’n 4.8V. Zo fel dat je verblind bent als je direct op de kaart schijnt. Maar om mijn weg te vinden was hij zeker niet verkeerd. Alleen heb je geen handen vrij om kaart te lezen. En zit hij de EMIT in de weg, die ik ook in de niet-kaart-en-kompas hand heb. Da’s alles. Maar het heeft zo wel zijn voordelen:

  • In de mist is een lamp verder van je ogen een stuk aangenamer, want je kijkt niet tegen de reflectie van de verstrooiing van de bundel aan.
  • Je kan makkelijk heen en weer schijnen, op zoek naar een reflectie van een post. Sneller dan je met je hoofd kan draaien.
  • Als je een reflector zoekt kan je altijd nog de zaklamp bij je ogen in de buurt houden, om een betere reflectie te krijgen.
  • Je kan de bundel naast de kaart richten; met een hoofdlamp schijnt die altijd waar je kijkt.

Kortom, een zaklamp is zo gek nog niet. Maar toch ga ik het eens proberen met een hoofdlampje, zodra de made-in-China Cree XM-L T6 die ik een maand geleden besteld heb, binnen is. 12oo lumen! Als ik de specs moet geloven.

Donker is makkelijk

Je kan hier leuk zien hoe mijn route zich verhield tot die van de anderen. Zo zie je dat ik naar post 2 en 20 bijzonder langzaam was, want iedereen was sneller, maar op weg naar 6, 10, en 11 weer relatief snel (de andere lijntjes liggen onder mij). Posten 6, 10, 11, 12, en 18 waren lastig, maar heb ik zo te zien best snel gevonden.

En dat meen ik serieus. Net als ik autorijden in het donker aangenaam vind, omdat je alleen ziet wat je moet zien, zie je bij een OL in het donker ook bepaalde details makkelijker, zoals de reflector op de post. Het gaat dus meer om het plannen van de route, dan het zoeken naar de posten zelf, en volgens mij is dat ook meer het idee achter orientatielopen.

Aan de andere kant, je kan wel makkelijk achter anderen aanlopen. Volgens mij zie je ook in de splits-grafieken, dat er meer groepjes ontstaan: kijk maar eens naar de “Race graph” in de Splitsbrowser. Vooral het zoeken naar de post. Opeens zie je een lampje in de verte stilstaan, omlaag richten, en plotseling omdraaien en weglopen. Aha, daar moet je dus zijn. Ralph vertelde me dat hij vroeger vaak zelfs zijn lamp uit deed vlak bij de post, en pas weer aan als hij weer weg was, om anderen niet te veel te helpen. Is het flauw, om hier gebruik van te maken? Welnee, iedereen zou het doen. Maar eenmaal in een groepje bij elkaar raak je de volgers niet zo makkelijk weer kwijt. Ben je slecht in zoeken, dan heb je voordeel, maar vind je makkelijker de posten dan anderen, dan werkt het tegen je.

Kaart

(klik op de kaart om naar een grotere kaart te gaan)

Ik ga niet de hele route in detail beschrijven, en mijn beslispuntjes uitleggen. Kijk zelf maar naar de kaart van mijn route. Er zijn wel een paar punten waar ik wat sneller had kunnen zijn. De route naar 1, de vergissing bij 2, de omweg naar 4, klein foutje bij 9, en net na 15, en het zoeken naar 17. Verder ging alles redelijk ideaal.

Het eerste stuk was even wennen. Vooral aan de mist. Geklungel met mijn lampjes, te weinig handen, en een gevoel van tijdsdruk waardoor het eigenlijk wat minder efficiënt werd.

Daarna ging alles eigenlijk heel soepel. Niet alleen ik maakte gebruik van andere lampen, anderen hebben duidelijk profijt gehad van mijn af-en-toe snelle post-vondsten. Vaak bleek het sneller om over de paden te lopen, behalve dan het lange stuk naar post 4, waar we (dat stuk kwam ik Ralph tegen, en we liepen even hard) denk ik beter door kunnen steken naar de open plek net oostelijk van het pad. Het was immers goed doorloopbaar bos (volgens de kaart).

Ondanks de lampen om me heen overal zelf gezocht, behalve op weg naar 12. Daar liep zo’n kluit lopers om me heen, dat iedereen achter de voorste aan rende. Leek wel veilig. Achteraf was het westelijke pad denk ik toch te beste optie geweest, alleen riskant hoe ver je moest doorlopen voordat je het oostwaarts het bos in moest naar de post.

Maar wat me vooral opviel was de vele tijd die ik stilstond. Als ik gemiddeld tussen de 4,5 en 7,5 min/km loop, en het gemiddelde over de hele loop op bijna 12 min/km uitkomt, dan sta ik de halve tijd stil. En bij de posten heb ik 21 minuten binnen de 45 meter van het punt gedraald, wat ook vooral kaartlezen is. Kortom, als ik wat wil verbeteren, zal ik, behalve beter kaartlezen, vooral korter moeten kaartlezen. Dat kan nog een uitdaging worden. Een handiger lampje is één, maar lezen tijdens het lopen, en minder vaak lezen -beter onthouden- is nog belangrijker.

20% van de tijd stond ik de kaart te lezen. En even lang liep ik langzamer. Daar valt nog een hoop te verbeteren.

Ik denk dat vooral daar veel te halen valt. Dat wordt dus een aandachtspuntje voor de volgende keer.

GPS trackloggertje kwijt

Mijn ene GPS-tracker heb ik uitgeleend (de iGotU; die ligt al een half jaar in Den Haag) en de andere ligt ergens op de Oostelbeerscheheide. Hij weet waar hij is – ik niet. Verloren onderweg. Zonde. Het was wel mijn favoriete, de Qstarz BT-1000X. Wat doe je er aan? Ik heb zoveel rare routes gelopen tijdens de OL daar, en ben op plekken geweest die ik me niet meer kan herinneren (omdat ik niet wist waar ik precies was), dat ik hem nooit meer terug kan vinden. Bovendien was de helft van het terrein bedekt met losse herfstbladeren, en de andere bestond uit los zand, zodat hij ongetwijfeld ergens onder ligt.  De enige oplossing is een nieuwe bestellen. Bij www.snelwebshop.nl dan maar weer?

Zo gezegd, zo gedaan. Want het is toch wel erg leuk om je route achteraf te kunnen bekijken.

Vergeet-me-niet-jes

Werktuigbouwers bedoelen hier mee standaardformules om stijfheden van elementen uit te rekenen, mensen-met-groene-vingers duiden er blauwe bloemetjes mee aan, maar het kan ook slaan op feitjes die je gewoon moet kennen. En bij Oriëntatielopen zou ik de symbolen voor de locaties van controle-posten zo noemen.

Maar omdat ik nog vrij nieuw ben in dit spel heb ik een Handig Lijstje ® (niet te verwarren met de Handige Kaartjes® die ik voor Geocaching gebruik) gemaakt met alle bekende tekentjes. Het is wat sneu als je naar een kuil zoekt als je een heuveltje moet hebben. Dus (of het mag of niet weet ik niet) neem ik in credit-card formaat mee wat ik eigenlijk uit mijn hoofd zou meten weten. En -mooi meegenomen- ken ik na het stoeien met de lay-out bij het maken van de kaartjes, alle tekentjes toch wel van buiten.

Zo zien ze er uit (klik op het plaatje om dit als PDF file te downloaden):

handig is ook de schaalverdeling aan de rand, in 32 passen per 100m, op een schaal van 1:5000, 1:7500, 1:10000 en 1:15000.

Naderhand heb ik de kaartjes even door de lamineerder gehaald (ooit 15 euro bij Aldi), zodat er een handig, robuust, waterproof resultaat ontstond.

Uiteraard heb ik de symbolen van de diverse sites met postomschrijvingen gehaald. Als het goed is zijn ze overal het zelfde. Alleen verschilde de Nederlandse vertaling nog her en der.

“GPSshoudertasjemetklittenbandelastiek”

in uitgeklapte toestandHet klinkt eenvoudiger dan het is: neem een stuk elastiek, naai er klittenband op, en verder een zakje van gaas en nog wat elastiek er omheen, stop er een GPS-tracklogger in, en gaan.

Het concept is leuk, het resultaat volgens mij ook, alleen blijkt het bedienen van een naaimachine lastiger dan gedacht, vooral als je door iets te veel lagen tegelijk heen wilt naaien. Het ding hapte steeds 20 draden tegelijk rond de onderspoel. close-up

En het bleek niet zo eenvoudig om een soort zakje van gaas te maken, en dat van binnen uit aan het elastiek te naaien. Maar uiteindelijk is het gelukt.

in gebruik

Zie hier het resultaat: een elastische schouderband om een GPS in te dragen, zodat de ontvangst, en daarmee de nauwkeurigheid van de resultaat track, stukken nauwkeuriger is, zo is me gebleken, dan wanneer ik hem in mijn broek of een heuptasje draag.

Om te voorkomen dat hij de hele tijd heen en weer schuift over mijn arm heb ik aan de onderkant vier lijntjes rubbercement getrokken. Dat is een soort bandenplak-uit-een-tube die ze bij de kampeer/bergsportzaak verkopen om campingmatrassen te repareren als ze lekken. Het levert een flexibele rubber randje dat op de stof blijft liggen, en lekker stroef is. Maar misschien kan het ook met transparante siliconenkit, wat een stuk goedkoper is.

Ervaring: Het komt nog best kritisch hoe strak je hem doet. Hij is dan wel elastisch, maar als je niet wilt dat hij schuift zal hij toch een zekere strakheid moeten hebben. Maar niet te strak, want dan krijg je een tintelende hand en/of arm omdat de bloedsomloop wordt gehinderd.

GPS trackers vallen tegen

Vandaag heb ik eens mijn beide GPS trackers vergeleken. Nou, dat is beroerd. De ene geeft nog een slechtere tracklog weer dan de andere. Maar beide zijn ze niet om over naar huis te schrijven. Ik ga het een volgende keer eens vergelijken met mijn Garmin eTrex Vista HCx. Ook daar zit een Sirfstar-III chipset in, net als in de i-gotU, volgens mij heeft die een stuk minder afwijking. Het kan natuurlijk ook komen door de plek waar ik de trackers draag: in mijn heuptasje. Maar ja, hoe monteer je ze op je hoofd?

Twee GPS trackers

Twee GPS trackers zijn binnengekomen. Ik was op zoek gegaan naar een manier om achteraf mijn route te bekijken, en mijn normale GPS, met scherm en topografische kaart, dat kan natuurlijk niet bij een orientatieloop. Maar deze apparaatjes, ter grootte van een luciferdoosje, zonder scherm en met slechts een knop en een paar LED’s, dat mag wel. Ter vergelijking, de Qstarz BT-Q1000XT eXtreme Travel Recorder, met een MTK II Chipset, en de i-gotU GT-600 Travel-/Photo Sports logger met een iets oudere SiRFIII chipset . Binnenkort een review over de resultaten en prestaties van de beide dingen.