Tag Archives: trailrun

The hARz -of- De Dag Die Begon Als Vrijdag En Eindigde Als Zondag

Lees verder, en laat je meevoeren met dit zinderende avontuur, dat begon op de terugweg van de Midwinterrun 2018 ergens op de A50 en eindigde op het podium in het Duitse plaatsje Thale na afloop van The hARz Adventure Race 2018. Oeps, nou heb ik de afloop al verklapt. Maar doe maar even alsof je dat nog niet weet, want ik had ook geen flauw vermoeden dat het zo goed zou gaan, toen we hier aan begonnen.

the Starting Shot (za, 4:00)

Slaapdronken? Nee, zat van de adrenaline denk ik, want geslapen heb ik niet, komt het zicht langzaam terug als ik alleen nog maar achterkanten van mensen zie, de berg op rennend, en niet langer recht in 179 kneiter-felle hoofdlampen om me heen kijkend in het startvak. Want de hemel is nog pikdonker bij de start, als iedereen met een witte zon op zijn voorhoofd van start gaat. De eerste etappe is een verticale, gaat zo’n 6 km duren, en begint met een massastart om 4:00 op zaterdagmorgen, in het verder in diepe slaap gehulde voormalig Oost-Duitse stadje Thale. Het ligt in het noordelijke laagland van de Harz, maar wordt bijna verzwolgen door de steile flanken van het gebergte, die direct achter het park waar de start plaats vindt omhoog schieten.

Het is altijd mooi, zo’n zwerm lampjes die de duisternis doorsnijdt. Dansend over een single-track die de haarspeldbochten aaneen rijgt. Kaartlezen hoeft bijna niet, want er is maar 1 weg omhoog, en als je 32 uur gaat racen hoef je niet direct voorop te lopen; beter de krachten flinterdun uit te smeren over de 240 km die nog gaan komen. Nou ja, de eerste hebben we al gehad. Maar waar we dachten rechtsaf te slaan, houdt de menselijke rups het linker pad aan. We denken ¼ seconde na, en volgen. Iedereen achter ons ook trouwens. Ach, wat maakt het uit? Start-1-2-3-4-start, of start-4-3-2-1-start is bijna het zelfde. Niet in je eentje lopen heeft ook voordelen. Even later is het eerste CP, nummer 4, gevonden.

Niet zoeken naar blauwe kaartjes zoals bij de Midwinterrun bij The hARz, maar chippen met een SI, een SportIdent race-bib. Lekker makkelijk, we hoeven niets te noteren. Door naar het volgende punt. Als mieren op pad naar zoetigheid in de keuken ploeteren 180 Adventure Racers zich via inmiddels verschillende routes een weg naar boven. Boven ligt CP 1, onderweg daar heen liggen CP 3 en CP 2.

Adventure Race

‘Adventure Race’ vraag je je af, wat is dat? Een AR is een wedstrijd die voornamelijk uit mountainbiken en hardlopen bestaat, en ook wat kanoën, of steppen, boogschieten, of andere disciplines. De maximale tijd ligt vast, en is meestal behoorlijk lang. Kan 8 uur zijn, maar ook 24, 72, of 32 zoals in dit geval. Hoe meer punten je in die tijd vindt, hoe hoger de score. Sommige punten zijn verplicht, andere optioneel. ‘Vinden’ is een groot woord, het gaat niet om het zoeken, maar om de weg tussen de punten. En die is er vaak niet. Of die moet je zelf bepalen. En dat is wat het gemeen heeft met een oriëntatieloop: kaartlezen en de snelste route bepalen. En als de tijd begint te dringen, moet je ook een strategie bepalen welke punten je overslaat, om toch zo veel mogelijk te scoren. En er zijn nog meer regels, maar die kom je gaandeweg dit verhaal wel tegen. Terug naar de race…

We wijken toch van onze oorspronkelijk geplande route af, omdat iedereen zo loopt. Als je maar 32 uur hebt, heb je geen tijd om lang na te denken. Dat hadden we dan eerder moeten doen. Eerder is in dit geval: om 22:30 de vorige dag. Nou ja, ook niet echt de vorige dag, want -weet je nog- ik had niet geslapen. Toen we om 22:30 de kaart kregen, een A1-formaat flap met aan 2 kanten routes, kaartjes, opdrachten, en het roadbook, gingen we, net als alle andere teams, meteen aan het tomtommen. Bij een oriëntatieloop krijg je de kaart op het moment dat je start, bij de WOR of MWR ook, maar bij een AR krijg je die net wat eerder.

roadbook (klik voor een grotere afbeelding)

Zodat je vast lekker kan stressen voor de start. En als het om 240 km aan routes gaat is het geen enkel probleem om tot 2:00, wanneer normale mensen slapen, en de plaatselijke nacht-nozems op hun brommers, die eerst nog langs ons campertje op de parking achter de verlaten staalfabriek van Thale rondjes reden zoals ze dat 50 jaar gelden ook al deden, al lang naar bed zijn of in elk geval door hun tweetakt-met-mengsmering heen zijn, in de weer te zijn met stift en lineaal om de kortste routes te bepalen. Om daarna bij de camper naast ons, die van WoDi en WoUt, een rol boeklon te lenen en de kaart te vereewigen. Alsof het zou gaan regenen. En van 2:00 tot 3:30 slapen zou wel erg lekker zijn geweest. Maar de onderhuidse spanning wint het van slaap.

Ik weet niet zo goed waar ik aan begin. Ik kan het ook gewoon laten. Dit hoeft niet. Het aftellen tot dit onvoorstelbare avontuur, dat oneindig gaat duren, niet te bevatten ver gaat zijn, en ongetwijfeld tot allerlei pijntjes en blessures gaat leiden, is al wel gestart, maar de lancering kan nog worden afgeblazen. Just like that. Ik kan het niet bevatten. Toch ben ik gelukkig te laf om te stoppen. Ik laat de trein kalmpjes op mij af razen. In plaats van schaapjes tel ik CP’s. En peins zonder piekeren. Dubbele espresso is overbodig bij het opstaan. En klaarwakker hoor ik dan ook hoe de wekker begint te piepen. Havermout naar binnen slobberen, bidons vullen, proviand en al het andere mee, en op naar de start.

Dat is de droom die geen droom is, die nog een keer door mijn hoofd gaat als we CP1 hebben gehad op het topje van de heuvel, achter een soort burcht, 230 meter boven het startpunt. Na de andere 3 CP’s is het nu tijd om weer af te dalen naar de fietsen die nog bij de start staan, en zo aan etappe 2 te beginnen. Licht aan, we springen op de fiets, en terwijl we het stadje uit crossen, om er de komende 31 uur niet terug te keren, nemen we een slok uit de bidon met sportdrank. Want nu zal het er hard aan toe gaan. De komende 56 km van etappe 2 brengen meteen ook 1500 hoogtemeters met zich mee. En omhoog gaat het! Steil! Laagste verzet. Lager gaat niet… en ineens toch wel, de ketting schiet aan de verkeerde kant van het grootste blad af. Met een hoop geknars en gekraak kom ik tot stilstand. Ketting wordt teruggelegd. Vieze handen boeien niet, maar een onbetrouwbaar derailleur des te meer. Heb ik weer! Het kreng maakt allemaal geluiden die er eerst niet waren. En we zijn pas net onderweg… nog maar 230 km te gaan. Of is het hier, op dit punt, al over? Hoop ik daar stiekem op? De race verlaten via een achterdeur, en de schuld kunnen geven aan materiaal en overmacht? Wat doe ik hier?

Hoe het begon

Na het winnen van de Midwinterrun kon ik met Patrick, mijn race-maat, mee terug rijden naar Eindhoven. En uiteraard zat ik naast mijn stoel (ja, ik kon meerijden, dus hoefde niet naast mijn schoeisel te lopen), dus toen hij vroeg “Wat dacht je van een 32-uurs race?” dacht ik “Waarom ook niet?”. En, erger nog, dat zei ik ook. Precies de juiste timing, vriend. No way back, maar het was nog 3 maanden weg, dus tijd zat om te trainen. Of zo. Ik ben goed in te weinig slapen, dus 32 uur wakker zijn, dat zou wel lukken.

Ik rende een beetje, pompte mijn banden een keer op, en dacht er niet te veel aan. Naarmate 21 april dichterbij komt volgden de wisselende states-of-mind elkaar in exponentieel tempo op. Het begon met:

  1. Past een heel weekend weg om te racen in mijn agenda?
  2. Zou ik zo lang wakker kunnen blijven én bewegen?
  3. Is dit leuk?

Als je iets gaat doen waarvan je geen flauw benul hebt wat het precies inhoudt, kan je je prima druk maken om niet al te relevante dingen. Maar omdat je je dat zelf ook wel realiseert, is het best ontspannen. Het verandert pas als je de thermometer er eens in steekt: drie weken geleden zouden we samen een rondje gaan fietsen. En rennen, door de Peel. Ik had de hele winter niet gefietst (ja, naar mijn werk, en terug), en kwam beurs gebutst met zadelpijn thuis. Het rijtje ‘dingetjes’ was spontaan veranderd.

  1. Hoe voorkom ik dat ik na 100km op mijn trappers moet blijven staan omdat ik niet meer op mijn zadel kan zitten?
  2. Wat moet ik in ‘s hemelsnaam allemaal meenemen om het 32 uur vol te houden, als ik na 6 uur al niet genoeg heb aan twee snickers, een witte chocoladereep, een mueslireep en een zak winegums?
  3. Wat doet het weer over 3 weken? Waar ligt de Harz eigenlijk?

Je ziet, de kopzorgen worden al wat relevanter. Wakker blijven lijkt geen issue in het vooruitzicht meer. En of het leuk gaat zijn? Da’s ook geen vraag meer -het antwoord daar gelaten-; we doen het gewoon. Misschien helpt een zacht hoesje voor over mijn zadel al een stukje.

Wat er allemaal mee moet? Hier links zie je mijn mondvoorraad voor de eerste helft van de tocht. En dan heb ik de formidabele door Annelot zelf gebakken super-energie-koek er nog niet bij liggen, want die hoort natuurlijk vers te zijn. 250 kCal per uur? Lijkt me een mooie norm. Een snickers of halve chocoladereep volstaat dan net. Maar een standaard mueslireep haalt dat niet. We zullen zien.
Maar nu even terug naar die helling waar we inmiddels niet meer stilstaan, terwijl de andere deelnemers voorbij klimmen. Want ik ben geen fietser. Patrick wel, maar zijn sleepkoord gebruiken om me omhoog te laten trekken is mijn eer te na. Dus ik trap wat ik kan. Omhoog. Eindeloos lijkt het. Pas tegen de tijd dat we opnieuw moeten terugschakelen naar het laagste verzet (nu heel voorzichtig, want ik wil niet riskeren de hele transmissie bij een tweede vastloper helemaal naar zijn mallemoer te trappen) realiseer ik me dat we ook al een aardig stuk hebben gedaald tussendoor.

Eindeloos is ook maar betrekkelijk

Met al dat gedroom en gepieker over hoe ik in dit avontuur ben verzeild blijkt dat tijd toch kan vliegen. “Eindeloos” is misschien ook maar betrekkelijk.

(klik voor een grotere kaart)

Een pad linksaf waar we een paar uur geleden (ik zal niet meer ‘gisteravond’ zeggen) op de kaart in dachten te willen lijkt dichtgegroeid, en dus gaan we met een paar andere teams rechtsaf. Steil omlaag, lekker rutschen. Als ik even van mijn fiets stap op een tak uit het achterwiel te halen ruik ik ineens een brandlucht. De schijf van mijn achterrem schroeit een halve cirkel in het vlees van mijn kuit, doordat ik het achterwiel even tussen mijn benen geklemd had vanwege die tak. Natuurlijk! De energie waarmee ik net de berghelling onder me vandaan heb getrapt, is teruggevloeid in dat stalen schijfje op mijn achteras. En deze warmte is meer dan genoeg om het haar op mijn kuiten te ontleden tot iets minder welriekends. Hoor ik iemand mij uitlachen? Ik ben echt geen fietser… Maar één lichtpuntje: het wordt al licht.

Licht

Ik deed thuis een testje. Mijn hoofdlamp, een Chinese Cree XML-T6 van dx.com, bleef op maximale helderheid 3 uur branden. Volgens mij duurt een nacht langer dan dat. Even rekenen, en ik kwam uit op 12 uur duisternis tijdens de route. Ik bestelde een extra accu. Weer in China. Niet slim. Die kwam dus niet op tijd. Via Tinytronics.nl koop ik 6 lithium cellen, van die 18650 joekels (echte 3400 mAh van Panasonic, in plaats van Trust-, Ultra-, of Fandyfire rip-off’s waar wel “3500 mAh” op staat, maar waar dat bij lange na niet in zit, nog niet eens de helft). En dat werkte: 9 uur licht. Veel licht. Diepvriesdoosje er omheen, voltmetertje er in zodat ik ook weet hoeveel pep ze nog hebben, snoertje er aan, en ik zit snor.

Maar dat is pas de vrijdagochtend voor de race af, dus tot die tijd staat dat best hoog op mijn lijstje.

  1. Heb ik op tijd genoeg licht?
  2. Overleef ik mijn kaarthouder bij een koprol over het stuur?
  3. Hoe overleeft mijn rug m’n rugzak?

Ad 2: ik had -knutselkoning die ik ben- wat moois in elkaar gehackt: een lekker stevige draaibare kaarthouder van aluminium pijp vóór op mijn stuur die niet zou trillen bij het downhillen.

Versie 1.0

Maar ook best wel vieze wondjes en botbreukjes zou opleveren als ik voorover zou klappen op mijn stuur.

Dus butste ik die nog snel even om in een flexibele kreukelzone van aluminium strip waar ook nog een kaart op past.

Versie 2.0. Met kreukelzone.

(Het ontwerp is trouwens nog niet helemaal af: er zit nog een rammeltje van rond de 60 Hz in, waardoor het bij hobbelpaden niet zo lekker kaartleest.

Maar met wat modale analyses en wat demping kom ik binnenkort met een geoptimaliseerde versie 3.0.)

En Ad 3: woensdagavond tevoren was ik met een rugzak vol proviand en water een stukje gaan rennen, met als gevolg een tot bloedens opengeschuurde onderrug. Als dat al na 5 km gebeurt, wat blijft er van mij over na een marathonafstand? De onderkant van de rugzak blijkt een wat scherpe, harde rand te hebben, precies waar ik twee harde, scherpe botjes heb zitten. Inventiviteit vereist. Waar Monty Python’s Flying Circus het vooral moet hebben van absurde combinaties van normale dingen, zo levert hier de symbiose van de lijst met verplichte uitrusting en een hard randje de oplossing: ik naai onderweg in de camper naar het oosten mijn lange-mouwen thermoshirt met wat rijgsteekjes vast aan het ademende gaas van het rugzakje, als een zacht transpiratie-doorlatend kussentje. Twee vliegen in één klap (al ligt Wiesbaden, de woonplaats van het Dappere Snijdertje dat die gevleugelde uitspraak deed die later via ene meneer Grimm -of zijn broer; daar wil ik vanaf wezen- de literatuurgeschiedenis in ging als iets met zeven vliegen, niet in de Harz), dat was wat ik bereikte, want zo werd het, met dit weer overbodige, maar toch reglementair verplichte warme shirt, toch nog nuttig gebruikt: als comfort zone.

En, naarmate het uur U nadert, ziet U dat ik me vooral druk maak om de uitrusting. Omdat ik die in de hand heb (of kan hebben). En de race? Zal een hele kluif worden, maar ik houd mezelf voor dat je voor een 32-uurs wedstrijd over 240 km niet kan trainen. Beetje fit zijn, lekker uitgeslapen en lekker ontspannen aan beginnen, en dat komt wel goed.

Aan de schoenen zal het niet liggen. Ik vertrouw volledig op mijn blauwe Inov-8 Roclite 305’s. Monsterlijk lekker en robuust. Veel grip en met de voet lekker vlak op de grond. Water loopt er in maar ook weer uit.

Dus ben ik tot veel te laat in de avonden aan het knutselen en inpakken, en moeten er op het laatste moment nog wat essentiële dingen af. Lekker bezig. Maar, als alles dan donderdagavond laat eindelijk klaar is, pak ik een biertje en een uitstekende nacht slaap. De laatste…tot zondagavond, zoals zal blijken (geldt zowel voor dat biertje als de slaap).

“In de race komen”

Maar nu is het weer even klaar met dromen, en genoeg over licht. Het ís licht. De dag begint: het lijkt ineens wel een normale wedstrijd. Alle ontheemde gedachten zijn vergeten. Mijn top-3 is nu vooral actueel:

  1. Houd mijn versnelling het vol?
  2. Houden wij het nog 29½ uur vol?
  3. Wanneer mogen we weer gaan rennen? Want daar heb ik zin in.

We stoppen bij het volgende CP onder een bruggetje, en daarna buig ik mijn derailleurpad (net geleerd dat dat zo heet) recht. Niet te ver buigen, dan breekt hij. Maar dit maakt wel dat ik niet meer van 2 t/m 12 (van de 11) schakel maar gewoon van 1 t/m 11. Het laatste getik haalt Patrick er uit door wat op het stuur af te stellen. 1 zorg minder.

De tweede? Als we een vlak stuk fietsen en wat met een ander team kletsen blijkt dat zij het zelfde denken. Dat is dus normaal. Het is zo lang en zo ver, daar moet je niet te veel over nadenken. Laat je er gewoon doorheen vallen. Dat klinkt op de een of andere manier als een warm bad. Net zoals tevoren mijn gedachte dat 240 km in 32 uur minder dan 8 km/u betekent (en ik ren sneller dan dat, en wiel- al helemaal), vertrouwenwekkend scheen. Ongemerkt is al het zelfvertrouwen terug. Dat heet “in de race komen”.

En het derde puntje? Geen idee, want ik lees bij dit stuk op de fiets geen kaart; dat doet Patrick. Dus wat de route betreft tast ik op klaarlichte dag in het duister. Zo goed heb ik de kaart gisteren niet weten te memoriseren. Slaapdeprivatie is niet de beste stimulans voor het geheugen. Afzien wel, daarentegen, want ik weet nog heel goed dat toen het eind van de etappe in zicht kwam, er ineens een klim van bijna 300 meter hoogteverschil opdoemde, en even later nog eentje van 100. Net voor de klim staat organisator Winfried zonder leedvermaak te genieten van de afgepeigerde teams die passeren. Op het tandvlees ploeteren we naar boven, maar dan kan eindelijk de fiets worden neergegooid, het water bijgevuld, het porselein volgebaggerd en een wijsje worden gefloten. Want we zijn bij TA1, wat staat voor het eerste transition area (en daar is Winfried weer), en de volgende etappe heet hike.

Hike (za, 9:15)

Andere spieren, nieuwe kracht. Op de fiets voelden de benen nog als pap, want etappe 2 sloot af met een klim naar het hoogste puntje van het skigebied dat hier blijkt te liggen, maar lopend gebruik je kennelijk andere vezels die nog niet verzuurd zijn. Het valt bovendien op dat er nog niet veel andere teams lopen, en er stonden ook al zo weinig fietsen rond TA1. Zouden we ondanks kettingpech toch redelijk voorop liggen? Eigenlijk kan ons dat nu niet zo veel schelen; er kan nog zo veel gebeuren, en laten we eerst maar eens zorgen dat we de helft van de race halen.

  1. Hoe komen we vanaf TA1 bij het obligate stuk van deze route?
  2. Hebben we genoeg water en eten bij ons voor 6 uur lopen?
  3. Zouden we deze hike moeten stappen of rennen?

Naar deze top-3 kijkend, gaat alles uitstekend. Dit zijn geen zorgen, dit zijn oplosbare vragen. We fluiten niet voor niets een wijsje. ♫ De paden op de lanen in ♬ vooruit met flinke pas ♫ en zo denderen we de piste af, via een flank van een heuvel om niet te veel hoogtemeters te verliezen die we straks weer moeten klimmen, achterlangs het stadje Sankt Andreasberg. Zorg #1 is eigenlijk al weggenomen bij het TA, toen de organisatie vertelde dat we in het plaatsje zelf de gele weg, die het TA scheidt van de rest van de route, voor deze keer wel mogen kruisen. Normaal gesproken mag dat bij grote (gele en oranje) wegen niet,

tenzij het met haakjes is aangegeven. Dat maakt het plannen van de route soms best een puzzel. Bijvoorbeeld bij de allerlaatste etappe, maar dat zien we dan wel. Maar hoewel dat gisteravond bij de briefing nog voor verwarring zorgde, is deze hindernis vanuit de organisatie geslecht: de gele weg gebruiken tussen de bebouwing mag hier, al vinden we ook een shortcut die minder meters en hoogteverschil oplevert. Bergaf en vlakke stukken rennen we, bergop gaat lopend. Na het dorp, eenmaal in het prachtige natuurgebied, nemen de vogels het fluiten over. Gevoelsmatig hebben we al een heel stuk achter de rug (en dit is ook zo) maar het is nog pas half tien. Het voelt als een jetlag. We halen rennend een ander team in, “Wissenschaft Quedlinburg” zoek ik achteraf op, vorig jaar 3e. Maar met hun loopstokken wokken ze ons later weer regelmatig voorbij, bergop. Omdat het paadje versperd wordt door bomen wijken we wat af van de koers, raken het pad kwijt, en komen wat verder op de slingerende bosweg dan gedacht. Zo lopen we CP10 straal voorbij, net als het Duitse tweetal waarmee we vrolijk verder keuvelen. Pas 500 meter later realiseren we onze onoplettendheid, keren om, vinden het CP alsnog, op een overduidelijk plek naast een niet te missen bankje, maar dan zijn drie andere teams ons alweer gepasseerd. Het is hier minder eenzaam dan gedacht. Wissenschaft keert later om, en loopt dan weer achter ons. Het landschap is intussen fenomenaal: een soort hoge venen met dennenbomen, gedrapeerd over heuvels. De helder blauwe lucht vult zich langzaam met sluierbewolking, wat de zinderende zon aangenaam dimt. Dan komen we bij een stuwmeer. Heerlijk koud water. (In de verte staat Winfried, jawel. Ik heb alleen een GPS logger in mijn rugzak, maar volgens mij kan hij ons op de één of andere manier tracken.)

Het lijkt wel een scene uit de Hobbit. Iets met een ring van 240 km…

Het landschap rond het meer oogt apocalyptisch: kale lichtgrijze skeletten van dode dennenbomen omzomen de oevers. Wat is hier gebeurd, vragen we ons af terwijl we een snickers eten. Later lopen we weer langs een kaarsrecht kanaaltje, zoals ook in het begin van de route: de Rehberger Graben. Water uit de heuvels wordt naar het meer geleid, en via soortgelijke kanaaltjes weer langs een aantal watermolens, waar het vanaf de 17e eeuw werd gebruikt als energiebron. Bijkomend voordeel van dit cultuurhistorische artefact is dat het bijzonder vlak loopt. Tempo’tje +1. Toch raakt de fut er een beetje uit. Overwelmd door de warmte, ingesmeerd met zonnecrème of niet, en uitgedroogd? Ligt daar een restaurantje? Eenstemmig prevelen we “cola”. Maar de zaak blijkt dicht en verlaten. Dat valt tegen! Maar we gaan door.

Meer teams hier, sommige gaan tegen onze richting in. Maakt het veel uit? Met drie teams die wel dezelfde kant op lopen is het stuivertje wisselen. En onderweg praten we honderduit over eerdere adventure race ervaringen (die ik niet heb). Bij een CP vlak voor Sankt Andreasberg, als we bijna terug zijn, is er wat twijfel over juistheid van de kaart. Een volgend CP trekt ons een diep dal in onder het dorp. Waar we vervolgens weer uit moeten klimmen. De routepunten maken flink stijgen en dalen onvermijdelijk. We doen ons best op hoogte te blijven, maar de laatste klim de skipiste op is niet te omzeilen. Beetje bijkomen als we weer in TA1 zijn bij de fietsen. Met -eindelijk- de verdiende cola.

Rollen (za, 14:50)

(klik voor een grotere kaart)

Een soort kalmte heeft ons overmeesterd; iets van “dit loopt wel goed af”. Wat helemaal klopt als we naar beneden rollen, de ski-bult af. Over een soort gras-piste rossen we omlaag, in een flink tempo, zonder enige moeite. Dat na dalen klimmen komt weten we nu inmiddels wel. En dat klimmen, dat gaat ineens weer alsof we zojuist pas zijn gestart; onverwacht frisse benen. Ik ben nog steeds verbaasd hoe goed De Mensch zich blijkt te kunnen herstellen van een krachtinspanning. De loop-spieren bleken na het fietsen ongedeerd, maar de beurse fiets-spieren zijn weer helemaal hersteld na het lopen. Ik denk wel dat het strakke regime van uurlijks repen eten en continu drinken helpt. Maar ook het lichaam snapt kennelijk wat er van verwacht wordt en werkt coöperatief mee. Tof. De top-3 van dat moment is:

  1. Het wordt toch warmer en warmer. Drinken we genoeg?
  2. We liggen voor op schema. Betekent dat dat we op het end óók nog de bonus-etappe moeten doen? Da’s wel vér.
  3. Hadden we nou echt wel de slimste route bij etappe 1 gekozen, of was S-4-3-1-2-S korter geweest?

Als je niet verder gaat, komt er geen eind aan

Maar is dat ook wat jij, beste lezer, nu denkt? Of vraag je je af of je nou niet eindelijk eens halverwege dit verhaal bent? Want het wordt af en toe wel een beetje langdradig. Nou, ik zal je wat vertellen: we zijn hier nog eens niet halverwege de route, en ook niet halverwege de tijd. Ja zeker, het duurt nu nog vijf uur voordat we überhaupt halverwege zijn. Met andere woorden: de finish is nog eindeloos ver weg. En dat is precies wat ik hier probeer over te brengen. Dus: leef mee. En lees verder, want als je niet verder gaat, komt er geen eind aan.

Kanovakantie (za, 15:55)

Intussen winnen wij geen race met tegeltjeswijsheden, en dus rijden we hard door naar TA2, aan het water ten zuiden van de stuwdam. Één fiets wegleggen, de andere op de kano binden, en de inventaris laten checken door de organisatie. Er is namelijk een verplicht lijstje attributen dat mee moet, waaronder een warme trui (oftewel een zacht kussentje onder aan mijn rugzak), een fluitje ♫ en een break-light. Alles is aanwezig, we mogen door, en we peddelen tegen een licht windje in het meer over. De koelte van het water voelt weldadig. Het lijkt wel eventjes vakantie tijdens etappe 5. En eigenlijk is het dat ook! Wie ziet er nou in 32 uur alle mooiste plekjes van het gebied? Dit is de Harz voor Japanners, maar dan zonder camera. Flits.

Etappe 5b is onaangekondigd: 500 meter sjouwen met een kano. En een fiets. En ook nog zo snel mogelijk. En dan begint het feest: van die ene Adventure Race die ik ooit eerder heb gedaan vond ik dat het leukste onderdeel: de Run-Bike etappe.

(klik voor een grotere kaart)

Even wat uitleg: met een team van 2 leg je 1 etappe af, met één fiets. Geen tandem, en ook niet met z’n tweeën op de fiets; dat mag niet. Één van de twee is dus het haasje, en moet lopen. Maar het is wel haasje-over, want na pak-weg driehonderd meter ligt daar ineens een fiets in de berm. Daar spring je op, rutscht er vandoor, scheurt je maat een eind voorbij, waarna je de fiets weer in de berm smijt. De uitdaging is om elkaar niet bij een splitsing uit het zicht te verliezen en kwijt te raken, dus communicatie over de route is essentieel. Ik vind het leuk. We doen over 15 km buitenspelen net geen 2 uur; de totale klim is iets van 600 m. Soms gaat fietsen niet, en draagt Patrick -wat een koning!- de MTB op zijn nek omhoog, of klautert hij er mee over complete bomen heen. Het landschap rond het meer is prachtig, en de bliksemsnelle afwisselingen van rennen en fietsen houdt ons mentaal vlijmscherp.

∞ fietsen (za, 18:50)

Dát verandert snel als we weer gaan fietsen. Eentonig de berg op vanaf het meer, bijna 10% helling, bijna 5 km lang. Wat aanvankelijk begint met een aangename roes -frisse benen, weet je nog- wordt uiteindelijk een toestand van half-slaap. Alle urgentie verdwijnt, mede onder invloed van de rozig-makende avondzon. En aan het eind van de klim, bij het CP, met uitzicht over het meer, ploffen we welgeteld 120 seconden neer op een bankje. Maar dan gaat ineens de mentale wekker. We moeten door! De schemer valt, tijd om weer wakker te worden. We liggen niet meer vóór op ons schema. De kaarten zijn kennelijk opnieuw geschud (en we hebben een tikje langer in de heuvels bij het meer lopen spelen).

  1. Zouden we nog wel genoeg tijd over hebben voor de -laatste- bonusetappe?
  2. Het wordt ineens kouder; hebben we wel genoeg kleding bij ons voor de nacht? Ik heb gelukkig nog een ‘kussentje’ achter de hand.
  3. Als het langzamer gaat dan gedacht, hebben we dan wel genoeg licht (lees: accu-lading) voor de oriëntatie etappe, die ik op een aparte batterij loop die niet aan mijn fiets hangt?

Het duurt even voordat ik me realiseer dat de nacht niet langer duurt wanneer wij er langer over doen. De zon draait in tegenstelling tot wijzelf rondjes zonder moe te worden. En hoe later we aan de oriëntatie-etappe beginnen, des te minder stroom we nodig hebben.

(klik voor een grotere kaart)

Maar het wordt nu wel snel donker. Net zo snel als wij de helling af scheuren, flink afgekoeld door de rijwind die het vocht op de bezwete huid laat verdampen. Fantastisch hoe een adelaar een stukje vlak voor ons uit vliegt, schuin boven de fietsen. Wát een vleugels, denken wij over hem; wát een snelheid, denkt hij over ons. Het volgende CP vinden we nog net bij schemerlicht, maar bij het daarop volgende is het toch echt donker. Hoewel het vlak bij een weg ligt, althans, op de kaart, blijkt het 30 meter meter hoger op een rots te zijn gelegen. Maar ook dat blijkt niet te kloppen: we hebben hier een CP met een hoog Woudlopers-gehalte te pakken. We vinden een aanwijzing met een koers en afstand: een projectie. Turend langs het peilkompas doemt een steeds luider gezoem voor ons op, wat uit de richting lijkt te komen van een paar rode en groene lampjes. Die op hun beurt weer op ons af komen: ze zitten vast aan een drone, die ons even komt filmen. Krijgt elk team zijn persoonlijke video naderhand, of zit het camerateam ons toevallig op de hielen? Geen tijd om over na te denken, want we moeten naar het uitgepeilde punt op de andere flank van het dal. De peiling klopt voor geen meter, maar de beschrijving, “Bergmannsbaude”, laat geen twijfel. Deze etappe liggen alle CP’s “iets” hoger dan de weg. Wat een “leuk” thema (haha). Dus ook hier een paar tiental meter trappen op. Even later, weer beneden bij de fiets, zien we dat we die beter meteen mee omhoog hadden kunnen zeulen, want het logische vervolgpad loopt vanaf het Baude verder. En zo klimmen we voor de tweede keer de trappen op.

Later deze etappe zal nog een baas-boven-bazige zendmast volgen, met 20 trappen boven de boomtoppen uit-tronend. In de verte zien we vanaf het topje van de toren (natuurlijk hangt de SI van dit CP niet beneden, wat denk je zelf?) een paar MTB koplampen. Dat moeten wel andere teams zijn. Wie anders fietst hier om 22:45 door de bossen? Maar ze zijn ver genoeg weg om ons niet opgejaagd te laten voelen. Alleen de temperatuur maakt dat we gauw verder gaan, want ondanks een windjack is het fris hier boven. De laatste kilometers naar de start van de kompas-oriëntatie etappe vliegen voorbij; ze gaan dan ook omlaag, en we komen fit aan in TA4.


De zak proviand die we tevoren hebben ingeleverd, en hier kunnen terugkrijgen, naar keuze vóór of na etappe 8, laten we nog even voor wat die is, want anders moet de inhoud te voet mee gedragen worden op het volgende traject. Er zit nog wel genoeg voer in de rugzak en op de fiets voor de komende 16 km rennen. Bovendien is dit het TA met broodjes worst, borrelnoten, chips, tuc’s, pinda’s, koek en bananen. Dus we schranzen een energie-buffer naar binnen, schieten tussendoor een pijl in de roos van een schietschijf (scheelt weer 10 straf-minuten), en vullen de waterzakken. Kompas mee en lopen. Wat kan er mis gaan?

  1. Hier zouden we goed in moeten zijn, dus dat legt wat extra mentale druk. Kunnen we deze extra spanning die op onze schouders rust wel aan? O, o, wat spannend!
  2. De tijd vliegt, de bonus-etappe zit er wellicht niet meer in, maar lukt de oriëntatie etappe überhaupt nog wel helemaal?
  3. Wat doet de kou deze heldere nacht?

Koersen (zo, 0:00)

Bij het tevoren uitstippelen van de routes hebben we al wat voorbereiding gedaan en de kompaskoeren ingetekend, maar kennelijk waren we toen minder scherp dan nu, want het was toen niet opgevallen dat een aantal CP’s volgens hun omschrijving bij hoogspanningsmasten liggen. En die palen staan doorgaans vrij nauwkeurig op 250 meter uit elkaar. Dat maakt het een eitje, ware het niet dat ik telkens een 5° ruimere koers peil dan zou moeten. We zitten telkens te ver “naar rechts”. Da’s niet zo erg in het open veld, waar je de CP’s toch wel ziet liggen vanaf 50 meter afstand dank zij de riante reflectors, maar op weg van CP34 naar naar CP35 blijkt dat funest. Aanvankelijk lopen we er scherp op af, maar omdat het een redelijke jungle wordt halverwege en we een wat begaanbaarder brandgang volgen, komen we té noordelijk uit. We volgen een stroompje, dat op kaart staat, maar zien geen CP. Denkend dat we er al voorbij zijn lopen we maar terug naar het referentiepunt, CP34, en proberen het opnieuw, maar wijken nu met opzet wat te ver naar het noorden af, zodat we zeker weten dat we de beek naar het zuiden moeten volgen. En zo lukt het, zij het met een dik half uur vertraging, het CP te scoren. Achteraf verraadt de GPS track dat we er in eerste instantie vlak bij waren. Dit is nog wel een dingetje om te trainen. En ik dacht nog wel dat we hier bovengemiddeld zouden scoren. Dompertje.

(klik voor een grotere kaart) Je ziet ons dramatisch verkeerd lopen van CP34 naar CP35. Twee pogingen hebben we nodig.

Eerst maar CP37, en dan 36. De streepjes, een spoorlijn, zijn een robuuste stoplijn, dus daar mikken we op. Aan de spoorlijn staat een wachthokje. Met een reflector en een SI-station. Het zal toch niet…? Dat moet wel de shelter / Schutz zijn van CP36. Zou die opdracht dan zo doorzichtig zijn? Dat kan haast niet. Waarom sturen ze ons eerst naar een redelijk lastig punt in een cirkel op de kaart waar niets herkenbaars getekend is, om ons vervolgens via een slingerend pad (de rode stippellijn) naar een juist uiterst herkenbaar punt op de kaart te dirigeren? Bovendien: als je vanaf CP37 terug komt lopen kijk je pal tegen het wachthuisje aan en in de nacht kan je dan de reflector die er aan hangt niet missen. Wie eerst naar CP36 gaat lopen zoeken heeft pech en verliest veel tijd; wie eerst CP37 aandoet wint met twee vingers in de neus de loterij.

TA4, daar waar slaperigen slapen, en hongerigen hongeren -pardon- eten. Je kan er ook schieten, maar dan weer geen everzwijn. Verderop in het dorp wel Spanferkel, trouwens. Maar dan weer niet om deze tijd. Wat moet je met deze info?

Een loterij is het overigens wel bij CP37. We moeten bij een omgevallen boom zijn. En daar ligger er daar meer dan genoeg van. Met iets meer geluk dan wijsheid vinden we de speld in de spreekwoordelijke hooiberg, en kunnen dan als de wiedeweerga terug naar de start, TA4. Het hele stuk rennen we.

Het TA is ineens 10 keer drukker bevolkt dan toen we hier 3½ uur terug waren.

Superkoek

Nog wat eten, en eten, en eten. Pasta, worstjes, nootjes. Alles smaakt even lekker. Omdat we al bijna op ¾ van de wedstrijd zitten, met nog maar 8½ uur te gaan, is inladen van een hoeveelheid eten gelijk aan die van de 1e helft zwaar overdreven. En dan bedoel ik letterlijk zwaar. Dus een hand vol repen blijft achter. Zo zal ik nooit weten hoe de muesli-choco bars van AH smaken, en de choco-sinaasappel repen van Decathlon verliezen het ook van de droge worst en de onovertroffen door m’n dochter zelf gebakken energie-koek.

Autopilot (zo, 3:35)

Meer op de automatische piloot dan iets ander trappen we de uren weg tot het daglicht. Af en toe slaperig, dan weer wakker. Maar vooral murw door de uren en uren zonder slaap en de eindeloosheid. Bosbouwers zijn geen mannen meer met een rood geruite blouse en een bijl over de schouder.

Doorgaan is gewoon een kwestie van niet stoppen

Nee, ook niet met een motorzaag en een baard en een maf hoedje op. Ze zitten in loodzware machines die de bomen uit de grond plukken en ter plekke in planken zagen. Althans, dat vermoed ik. Wat ik wel zeker weet is dat ze knie-diepe bandensporen achterlaten met een vuist-diep profiel van ribbels die door merg en been gaan als je er met je MTB overheen probeert te rijden, tevergeefs proberend de snelheid hoog te houden en niet te vloeken. Dat laatste is niet te vermijden als de kaart niet blijkt te kloppen op een gegeven moment. Maar kan de kaart er wat aan doen als iemand wat extra wegen heeft gezaagd uit deze houtplantage? Zou ik ook doen, gezien de woekerprijzen voor timmerhout bij de bouwmarkt. Het geld groeit hier niet áán de bomen, het zíjn de bomen!

(klik voor een grotere kaart)

Maar enfin, dit geeft de kans weer even de misser met de kompaskoersen daarstraks goed te maken, en onze oriëntatieskills te laten zien, want weldra herpakken we de route en pakken het volgende CP als we rap weten te herleiden waar we staan aan de hand van de hoogtelijnen op de kaart. Wat we niet weten?

  1. Klopt dat CP bij het stationnetje wel? Dat ging te makkelijk. Aan de andere kant: dit is geen WOR.
  2. Wat doet de temperatuur? Zo lang we in beweging blijven gaat het wel goed, of moet ik toch mijn thermo van mijn rugzak lostrekken?
  3. Houden we Klaas Vaak achter ons, of zal de slaap ons overmeesteren, zoals zoveel teams bij TA4, die onder nood-dekens op bankjes tegen elkaar aan lagen te ronken?

De zon komt voor de tweede maal op vandaag. Dat is toch wel een verwarrende ervaring. Gevoel voor tijd is helemaal verdwenen. De herinnering aan de uren op de fiets tot aan de laatste oriëntatie etappe zitten nu meer als een time-lapse video in mijn geheugen: snelle flarden flitsen schichtig voorbij.

Vreten, tot we een ons wegen

Chronologie ontbreekt. We eten tot we een ons wegen, en drinken de bidons lichter. Eindeloos veel bomen zijn de getuigen. Ik vlieg terloops een keertje over de kop als mijn voorwiel in de slappe klei van een dammetje over een greppeltje blijft steken. De kreukelzone van mijn kaarthouder op m’n stuur werkt perfect: de kaart staat nu in een totaal verbogen stand, maar ik heb geen schrammetje. Onverstoorbaar gaan we door. Elk kruispunt gaan we een bocht om. Geen dal of er volgt wel een heuvel. Maar ineens is daar weer een plaatsje. Friedrichsbrunn ligt er verlaten bij. Wie komt hier nu om kwart over zes in de morgen?

Ochtend-O (zo, 6:15)

Het antwoord is duidelijk als we ons bij TA5 melden. Hier zijn nog niet veel teams geweest. Een twintigtal fietsen schat ik, meer niet. Één team is al 5 uur bezig met de volgende etappe, en ze zijn nog niet terug, horen we. Als wij er ook zo lang over doen wordt het krap om op tijd bij de finish aan te komen, laat staan om nog wat van de bonus etappe te kunnen doen. 12:00 is de deadline. We schatten drie kwartier nodig te hebben voor de weg terug naar Thale, naar de finish in het Bergtheater. Dus we hebben nu nog precies 5 uur de tijd voor 30 km oriëntatielopen. Ik grap: da’s een hele Woudlopers Oriëntatie Run. Maar dan in minder tijd, met meer hoogtemeters.

Dit is een kolfje naar mijn hand. Zorgvuldig geplande routes vermijden overbodige hoogtemeters. Één kilometer omlopen staat gelijk aan 100 meter stijgen. Dalen gaat doorgaans wel ongestraft, mits niet te steil; het levert zelfs snelheidswinst. Maar iets zegt me dat we niet op De Oneindige Trap van M.C. Escher lopen, en je netto even veel daalt als stijgt als je eindigt waar je begint: bij de fiets. Dus er zit niets anders op dan hoogte te houden waar het kan. De snelste lijn tussen twee punten is in elk geval qua hoogteprofiel een rechte lijn. Bijna, dan. We doen het goed, punten volgen elkaar snel op. Geen foutje maken we. En toch…

  1. Hebben we genoeg tijd? We hadden al besloten dat 4 van de CP’s van deze etappe wel héél veel hoogtemeters kosten. Maar het heeft geen zin om reguliere CP’s te laten liggen ten gunste van bonus CP’s. Voor de eindscore althans. Maar als die teams voor ons al minstens 5 uur nodig hadden…?
  2. Die bonus, die hoeft niet meer, als we toch niet alle reguliere CP’s hebben. Die kan ook niet meer, gezien de tijd. Dus hierna nog 8 km fietsen, geen 56. Dat vooruitzicht scheelt.
  3. Is 30 km hardlopen überhaupt niet een tikkeltje veel in deze fase van de wedstrijd?

Omdat ik hier weer het kaartlezen voor mijn rekening neem, weet ik me nog veel meer details te herinneren dan van de fietsetappe. Maar laat ik mijn lezers de details besparen. Wil je horen hoe de cafeïne-gel smaakte? Of de muesli-citroen reep? Waar we het over hadden? Dat er een steentje in mijn schoen zat? Dat we al na een paar minuten de windjacks uittrokken, omdat het ineens een stuk warmer was geworden? Dat we al die tijd verder niemand tegen kwamen? Dat één van ons op een gegeven moment letterlijk aan het slaapwandelen was. Maar dat dat na een bijna verticale afdaling om een vallei met een beek over te steken heel snel over was? Nee, dat wil je toch allemaal niet weten? Ik spoel even snel vooruit tot het weer spannend wordt.

»FFWD (zo, 8:45)

Dit is het tijdstip dat ik normaal gesproken op de fiets zit naar m’n werk, en de betere ideeën van de dag ontstaan. Of liever gezegd, de onderbewust gerijpte ideeën van de nacht een weg naar het oppervlak van het bewustzijn vinden. Zo ook nu. We beginnen aldus te rekenen: nog 2:30 te gaan, per CP hebben we telkens 30 minuten gelopen, en we moeten er nog 3, en dan terug naar het TA. Dat laat nog wat ruimte. Als we nou toch nog één van die punten die we in eerste instantie lieten liggen omdat die buitensporig veel extra hoogtemeters kosten zouden meepakken, dan zou dat nét passen. Mits we het tempo opvoeren. Maar als het nou niet lukt, dan komen we te laat aan. Elke 10 minuten na 12:00, te beginnen bij 12:01, kost ons een CP. Dus als we het niet halen is deze exercitie voor niets, en als het tegenzit en we komen pas om 12:11 binnen, dan zijn we zelfs duurder uit. Het is een gok. Maar wel een verstandige gok. En een spannende! Niet geschoten, altijd mis. We besluiten de beslissing nog eventjes uit te stellen tot CP50: daar zullen we kiezen of we eerst langs CP48 gaan, of direct via CP49 n CP51 naar het TA.

(klik voor een grotere kaart) CP45 t/m CP47 liggen niet vér uit elkaar, maar je struikelt er over al die onhandige hoogtelijnen, waardoor het effectief zo’n vier kilometer langer is dan het lijkt in vogelvlucht.

Cool plan! Ineens is alle slaap verdwenen. Ineens is er geen cafeïne meer nodig. Ineens is er een bak energie aangeboord en trekken we alle registers open. We rennen weer omhoog, steken dwars door het groen naar CP50, en hebben maar een paar tellen nodig om definitief te besluiten: We doen het!

In looppas spurten we naar het noorden. Ineens zijn daar ook weer andere teams. Ze komen uit alle richtingen. We negeren ze. Wij hebben ons eigen plan. Dat het pad langs een rivier omlaag loopt benoem ik maar even niet. Die daling moeten we ook weer klimmen. Ik weet dat Patrick iets minder achter de beslissing staat om CP48 mee te nemen dan ik. En ik houd mezelf voor dat we wel binnen het half uur op de top bij CP48 staan, hoewel méér meters dalen en stijgen niet in het plan zat. Alles zetten we op alles, om er snel te komen, en inderdaad, na 25 minuten is het CP gevonden. Even lang doen we over CP49. Maar CP51 ligt weer op een topje.

Nog één laatste klim, nu met overal andere teams om ons heen. Het is met alle verzuurde spieren bijna niet te doen om over de immense keien rond de top te klauteren, op zoek naar de SI-unit bij dit CP. Dit is zonder twijfel het best verstopte punt van de hele race. Maar Patrick ziet hem hangen, en dan is het klaar. Dit voelt al als finishen, en we hebben nog anderhalf uur de tijd.

Toch willen we geen tijd verliezen. Het leuke van dit soort races is dat je geen idee hebt wie op dat moment je tegenstanders zijn, en hoe die er voor staan. Al die andere teams die hier rondzwermen hebben misschien wel meer of minder punten gevonden. De enige invloed die je er op hebt is zelf zo snel mogelijk te gaan. En hoe pittig dat ook lijkt na ruim 30 uur non-stop sporten, het is een betrekkelijk simpele opdracht. Simpel is goed. Niets doet nu nog pijn.

Eindsprint (zo, 10:45)

(klik voor een grotere kaart)

Terug bij het TA. Snel op de fiets. Andere kant op dan de andere teams. Wij hebben een slimmere route gevonden, die alleen maar omlaag gaat. Laat hen maar de kortere weg fietsen, bergop. Wij rutschen omlaag. Ehhh… waarom gaat ons pad omhoog? Dat was niet de afspraak.

Blijkt dat hoogtelijnen lezen soms net wat te veel gevraagd is na 31 uur. Met de fiets aan de hand akkeren we voor de laatste keer een helling op. Ploeteren. En doorgaan. Maar niet veel later gaan we alweer naar beneden: wat een snelheid! Een laatste heuveltje over naar de Hexentanzplatz, brullend van de inspanning trappen we het asfalt onder onze wielen vandaan. Maar wat zou het, we zijn er! Fiets laten vallen, het theater in rennen, SI voor het laatst inleggen, en uitlezen.
Spierpijn komt later wel, nu kunnen we nog trap-af lopen, naar het podium in de diepte. Daar staat organisator Winfried weer, om ons eigenhandig een medaille om te hangen. Het is gelukt! On-voor-stel-baar. (zondagmorgen 11:17)

Dan doet alles pijn. Alle spieren tegelijk. Vooral bij het oprapen van de fiets, bukken om veters los te maken, opstaan van een bankje. Maar ja, we zijn dan ook alweer een uur verder, wanneer het vochttekort is aangevuld met ein großes Weißbier, en daarbij een Pommes met ein bisschen zu viel mayo. Verdiend, zou ik zeggen. Dan komen die gedachten weer, dat denken dat nooit stopt:

  1. Zouden we nou nog meer punten hebben kunnen scoren in die laatste 45 minuten?
  2. Hebben we die laatste afdaling nou wel of niet goed gekozen?
  3. Was dit het nu? Het zal toch niet waar zijn dat ik dit ooit nog een keer wil doen? Aiaiai…

Denken aan van alles, voldaan, trots, dat het best mee viel (haha), bier, dat je onderweg herstelt, dat we geen grote problemen hebben gehad, geen blessures, aan sportdrank, eindeloos veel energy bars, en of er nou een vals CP hing bij het stationnetje, stromende bergbeekjes, gevulde koeken, lammetjes, blauwe zwaailichten, de hele mikmak door elkaar. De laatste gedachte is dat de zon in mijn gezicht brandt, en dan realiseer ik me dat we inmiddels met het campertje bij het honk staan waar de prijsuitreiking weldra plaatsvindt, in het zonnetje, en dat we zomaar 2 uur geslapen hebben. De eerste sinds vrijdagmorgen! Over een kwartier is er eten. Ik krijg niet genoeg van eten, permanent honger dit event. Gretig schept iedereen zijn bord vol, vooral vlees. En dan is het zo ver, de prijsuitreiking.

De verrassing van de race

Winfried is geen man van weinig woorden als er veel mensen luisteren. Maar ja, een race van 32 uur sluit je niet in een halve minuut af met een snel prijsuitreikinkje. Als het onderdeel Pro-2, onze categorie, aan de buurt is gaat er een schok door me heen als er “31 uur 17” genoemd wordt. Waren wij niet om 11:17 binnen gekomen? Dat kan niet waar zijn. Dat is het wel. Als door een bij gestoken springen we op (waar die kracht ineens vandaan komt?) en lopen naar het podium. Een bronzen medaille, wie had dat gedacht? Vol ongeloof geniet ik er van. Direct achter het andere team Dutch Adventure geëindigd. We zijn ze nog een rol boeklon schuldig. Die was het waard!

Graag zou ik nog uren in het zonnetje hier bier drinken om het te vieren. Maar de allerallerallerlaatste etappe is een zware, misschien we de zwaarste van allemaal: nog zes uur naar huis rijden. Nu maar hopen dat Patrick me niet onderweg vraagt voor een 72-uurs wedstrijd, want dit is niet het moment dat ik daar weerstand tegen kan bieden…

Epiloog

Doe ik dit nog een keer? Vast. Volgende week? Nee! Het is slopend. Bij een kort oriëntatieloopje de woensdag er na haken de benen eerder af dan normaal. De eerste dagen van de week heb ik wel zin, maar geen fut om dit verhaal te schrijven. Maar tegelijkertijd: het idee dat we dit volbracht hebben, dat je 32 uur kan top-sporten, dat het lichaam een gigantische veerkracht heeft, dat geeft een enorm zelfvertrouwen, en denken aan ons onvoorstelbare resultaat geeft een enorme energie. Deze unieke ervaring is de moeite meer dan waard.

Ik kan het niet laten nog even naar etappe 1 te kijken. En wat blijkt? Onze volgorde was niet langer dan het alternatief, dus daar was achteraf niets mis mee.

Probeer zelf maar eens de kortste route vanaf de start langs (1), (2), (3) en (4), en terug naar start te bepalen.

En zodra de volledige uitslag op de site van The hARz staat kan je ook nog een analyse van de resultaten, teams, CP’s, en etappes verwachten. Maar op dit moment vind ik dat ik wel genoeg geschreven heb. Het moet natuurlijk niet langer duren dan de race zelf…

Wil je op de hoogte blijven van updates? Laat dan hier rechts even je email adres achter, en je krijgt mail als ik iets nieuws schrijf.

Alfa Trailrun als bèta

Nooit verwacht dat ik als 8e zou eindigen!

Afgelopen zondag was het zomer. Als het mijn eerste trailrun zou zijn geweest, of als het niet zo’n temperatuurtje was, zou ik niet hebben geweten wat ik aan moest trekken, maar dit keer was het overduidelijk: een luchtig singletje. AlfabokDe avond tevoren was het nog wat frisjes, toen ik mijn startnummer alvast op kwam halen, en trok ik bij wijze van voorbereiding op wat ging komen een Alfa Bokje open. Schijnt goed voor je te zijn na het sporten. Dat geloof ik graag; en weet zo’n bier veel, of nu de 18e of 19e oktober is…

Maar het was niet mijn eerste trailrun: het was mijn 2e. Na de Pietersbeartrail, een maand geleden. Logo-TrailRun-250x200pixToen had ik ineens de smaak te pakken gekregen. Er is ook iets bijzonders mee, wat ik nog niet helemaal doorgrond heb. Ik loop een keer of twee per jaar een halve marathon, en dat is doorgaans een hele onderneming. Daar moet je voor trainen, in vorm zijn, klaar voor maken, en dan anderhalf uur pieken. Dat soort dingen. Een trailrun daarentegen, daar ga je gewoon heen. Je schrijft je in voor een iets langere afstand dan comfortabel klinkt, neemt een rugzakje water of een klein flesje sportdrank mee, stopt een hand winegums in je broekzak, en gaat tussen de andere lopers staan, tot iemand een verhaaltje houdt over het parcours, en je gaat rennen. Startschot? Men roept ‘succes’ naar elkaar, en gaat op pad. In het begin is het wat druk, dus zeg je tegen je buurman: ‘lekker, even warm lopen’.

start
De start, pal voor de Alfa brouwerij. Lekker kleinschalig. Alfa pils is genummerd; de lopers ook. Ik sta ergens achteraan, maar dat maakte niets uit. Best motiverend om alleen maar mensen in te halen onderweg. Op eentje na, dan.

En met dat idee, die wat nonchalante en ontspannen insteek, voel je je onoverwinnelijk. Tijd doet er niet toe, en afstand is een kwestie van gewoon blijven lopen, dan gaan de kilometers vanzelf onder je door. Ja, toch? OK, bij de Pietersbeartrail waren de laatste 5 kilometers wel loodzwaar, maar dat was omdat het de laatste 5 waren. Zo waren de laatste 5 nu ook zwaar. Maar toch anders, want ik had me ergens bij neergelegd.

Onvoorbereid?

Alfa Trail Thull 2014-69-BorderMaker
Foto: Yvonne Silverentand

Was ik dan onvoorbereid? Nee, dat zeker niet. Ik kende de route. Van de kaart (want ik houd van kaarten lezen), die ik tevoren best goed bekeken had. Zo goed dat ik, hoewel ik hem had uitgeprint en geplastificeerd meegenomen, er niet op heb hoeven kijken. Dat kwam omdat ik tevoren nieuwsgierig was of er toevallig geocaches op het parcours lagen. GeocacheLogo[1]Het bleken er twee, letterlijk een meter van het pad, dus onderweg ben ik 2 keer een halve minuut gestopt om een briefje met mijn nickname JGeo en de datum in Boom trilogie #3 en Bokkerijders ‘Kasteel Terborgh’ te stoppen. ‘Grapjas’ noemde trailrunvriend Erik me toen hij dat hoorde :).

En ik had dus ook de route in mijn GPS-horloge geladen, mijn onovertroffen Garmin Forerunner 305 die routes, tracks, waypoints, én virtuele partners begrijpt. Mooi veelzijdig ding; zo maken ze ze niet meer.

Maar ook had ik een nieuw drankgordeltje aangeschaft, want ik wist dat er onderweg 2 verzorgingsposten zouden staan met grofweg 10 km tussen-afstand. Dus mijn waterrugzak met 2 liter koelvloeistof was overbodig, en hoefde niet op mijn zweterige rug te hangen. Ik kon gewoon onderweg drie keer 0.2 liter opdrinken, die ik bij de 2 posten bijvulde, en daar bovendien twee bekertjes vocht naar binnen gieten. Dat zou voldoende blijken.

Keep it simple. Gewoon gaan rennen, en wel zien.

En ik was de avond tevoren, vanuit een vakantieparkje vlakbij -in Vijlen- mijn startnummer gaan halen, zodat ik de 19e gewoon op het laatste moment aan kon komen rijden en á la minute starten. Relaxed!

De trail zelf

Flink wat hoogtemeters zouden er zijn. Knap waren de beboste heuvels in de omgeving aan elkaar geregen tot een cascade van klimmen en dalen voer onverharde paadjes. Soms was er een kort stukje asfalt onder mijn schoenen, maar gelukkig altijd met nog een laagje klei tussen de noppen van mijn Inov-8 Rocklites.

Direct na de start ging het omhoog, langs weilanden, een heuvel op en het bos in. Ik was achteraan gestart, en het was een feest om alleen maar mensen in te halen. Dieselmotor aan, en ophoog. Kort daarna kwamen we het bos weer uit, omlaag door het hoge gras, en ik zag een heuvel verderop de koplopers alweer stijgen. Grappig. Ik had geleerd in te houden bij het dalen, maar dat was toch lastig. Het gaat zo lekker, omlaag. Nog een heuvel over, dan een stukje verharde weg, en weer een zandpad. Daar staat een anti-fietsen-hekje, waar ik, nog top-fit, overheen huppel. Ha!

Het is nog behoorlijk druk op het parcours, maar toch kijk ik even op mijn GPS, waar de volgende bocht heen gaat. Rechtsaf, zo te zien, bij een smalle waterloop, waar een oversteek van betonblokken in ligt. Maar als ik met het groepje waar ik dan tussen loop de oever aan de overkant op ren, komen er ook lopers van links, die kennelijk óm zijn gelopen. Stond niet op de kaart, en ook geen wegwijzers gezien die zo liepen, maar het voelt wel alsof we een stukje afsnijden. Iets knaagt.

De daaropvolgende kilometers hebben afwisselend een weids en dorps karakter. Over holle wegen, door hoog gras aan flanken van weiden, en door de straten van Puth. Een bewoner ziet, zittend voor een kroegje in de zon, onder het genot van een ochtend-biertje alle inspanning voorbij trekken. Bij de drankpost vul ik mijn water aan, en eet een stukje chocola. Nieuwsgierig naar het vervolg ga ik gauw weer verder.

Alfa Trail Thull 2014-68-BorderMakerGevoelsmatig moeten we nu gaan dalen, tot aan Munstergeleen, maar er komen nog evenveel meters omhoog als omlaag, lijkt het. Het ene bos uit -of: af; want de bossen liggen hier op heuvels-, wordt gevolgd door een klim aan de andere kant van de overgestoken weg omhoog, het volgende bos in. Het voelt als vermoeiend, maar het hoort er bij, en in dit tempo moet je goed op letten waar je je voeten neerzet, dus er is genoeg afleiding. Ik trakteer mezelf op een paar winegums.

Dan zie ik op mijn horloge een klein schatkistje naderen, en herinner me de hint: ‘aan het eind van de bomenhaag’. Die omschrijving materialiseert zich al gauw, en onder wat houtjes vind ik een plastic doosje waarin ik snel een briefje stop bij wijze van log. Wie net nog naast me liep loopt nu 100 meter voor me. Dat kostte een halve minuut, maar ik heb alvast iets gescoord vandaag.

Het hoogteprofiel. Veel korte klimmetjes, halverwege een diep dal, gevolgd door een achtbaan van pieken en dalen.

Als ik bij een weg kom, moet dit wel het laagste punt zijn van de route. Afstandsgewijs ben ik over de helft; de positieve hoogtemeters gaan nu komen. Maar eerst is er riant tijd om snelheid te maken op het glooiende pad langs de Geleenbeek. (Wat een originele naam, vast genoemd naar een plaats in Limburg. Beek?) Die loopt verderop ook langs de Alfa brouwerij, maar onze route is wat onstuimiger dan de lieflijke beekloop. Maar voor het zo ver is, staat daar de 2e en laatste drankpost. Sportdrank bijvullen en drinken, en een groepje van 6 lopers passeren. Best effectief. Maar dan loop ik wel ineens met een compleet leeg pad voor me.

pixelsEr hangen plastic lintjes (zoals naar de start van een oriëntatieloop), en soms een pijl, maar dikwijls moet ik toch even goed kijken. Af en toe ren ik op goed geluk een kant op, hoewel geholpen door het lijntje op mijn horloge. De kaart was ook goed geweest. Soms zie ik een eind verderop een lintje, en later pas een pijl vlakbij. Ik had zomaar een stuk af kunnen snijden, maar altijd blijkt mijn route ook die die zo bedoeld is, gelukkig. Een scherp blik kan zomaar een stekelig geweten opleveren. Maar ik zou ook zomaar het spoor bijster kunnen raken.

alfatrail_animation
Het zuidwestelijke stukje van de route, in vogelvlucht. Wat een achtbaan!

Het lijkt soms een beetje een oriëntatieloop, zo. Dat het reliëf me als een rollercoaster op en neer en heen en weer slingert, vergeet ik terloops als ik probeer het kruimelspoor van plastic lintjes en pijlen te volgen, geholpen door mijn digitale kaart. Soms onder boomstammen door, soms er overheen, dan weer verticaal omlaag een diepe insnijding in, en even later mezelf aan boomwortels omhoog trekkend een steile flank op.

Tot het bos ineens ophoudt. Niemand voor me, niemand achter me, en een heel lang pad langs een beek. Waar is iedereen? In de verte zie ik nog net iemand een bocht om gaan, maar een andere kant op dan ik verwacht. Niet linksaf, bergop, wat op mijn kaartje staat, maar een beetje rechts aanhoudend. Even later log ik op dat punt nog een 2e cache, zoek een pijl of lint de heuvel op, maar constateer dat die er niet hangen, en dat vast bij de speech vooraf is verteld dat er wat gewijzigd is in het parcours. Niet gehoord, ik stond ergens achteraan. Rechtdoor dan maar. En als ik goed kijk zie ik heel in de verte nog meer lopers langs het water gaan.

DSC_0434-6_small
Foto: John Parren

Die gaan we inhalen! Doordat we inmiddels weer in de bewoonde wereld zijn lijkt het of de finish nabij moet zijn. Er klinkt iets Schlager-ish in de verte uit de richting van de brouwerij. De laatste meters. Ik vergeet de route op de kaart. Een verkeersregelaar (een van de velen, die het verkeer voor de lopers tegenhouden; uitstekend geregeld!) stuurt me echter weer bergop, achter de kerk van Schinnen. Maar met die hoogtemeters heb ik het inmiddels wel een beetje gehad. Zware benen, terwijl alles daar boven nog best verder wil. Raar eigenlijk, alsof die beenspieren ineens de dienst uit maken. En méér nog als het, na een stukje dalen, wéér omhoog gaat. Als ik wist dat er nog tien klimmetjes kwamen was dit een eitje, maar omdat ik zojuist op de kaart zag dat het er nog maar twee waren, waren ze ineens zwaar. Slaat dat ergens op? Dat kan niet aan mijn benen liggen, maar aan mijn hoofd.

Maar goed, met nog een loper een stukje voor me, commandeer ik de onderhelft nog even door te zetten. En voor ik het weet is ook de laatste top bereikt, en gaat het alleen nog maar bergaf, zo, tot over de finishlijn.

Wat schets mijn verbazing, achteraf, de volgende dag? Ik ben nota bene 8e geworden van de 95 lopers in mijn leeftijdscategorie! Dat ik had ik echt niet verwacht. Misschien had ik die twee geocaches onderweg toch moeten laten liggen om met het groepje dat 3½ minuut voor me finishte aan te haken. Dan had ik wel wat harder gelopen. Of is dat nou net niet het idee van een trailrun? Is dat weer de ½marathonloper in mij die spreekt?

finish
Blij over de finish. Wat een mooie route! Dat ging best makkelijk. Tijd voor bier en chips. En die waren er!

En de Bèta in de titel? Simpel: de afstand was ongeveer 10·e. In deze prachtige omgeving is een natuurlijke logaritme niet misplaatst. Net zo min als bij dit weer Alfa Lentebok.

St. Pietersbergtrailrunning – soms even zoeken

Ruim een week geleden liep ik mijn eerste Trailrun. (Ik zeg bewust eerste, want ik voel dat er meer gaan komen). Een Trailrun is een oriëntatieloop zonder routekeuzes, en zonder dat je van de paden af gaat. Zonder kaart en zonder posten, behalve de start en finish. En de drank- en etensposten, dan. Of, het is een hardloopwedstrijdje zonder verharde wegen en fanfare langs het parcours. Zonder alles. Maar dat maakt het niet niks.

Nee, zeker niet. Ik vond het geweldig! Dit ga ik zeker nog een keer doen. Het afzien smaakt naar meer. Terwijl ik over de weg een halve marathon wel voldoende vind, geeft de 32 km die ik dit keer heb afgelegd bij deze Trailrun me het gevoel dat het de volgende keer langer en zwaarder moet. Liefst met steile klauterpartijen, modderige glibberpaadjes, wilde rivieren, en duister nachtzicht. (Of ga ik daarom volgende week al de N8-run lopen?) De uitdaging vormt de motivatie, niet de tijd of de snelheid. Met het voornemen deze monsterlijke afstand, 32 km, en de hoogtemeters, 750 in totaal, ten minste uit te lopen, had ik geen snelheidsdoel. En juist daarom voelde het heel ontspannen. Tegelijkertijd, omdat het mijn eerste Trailrun was, en ik geen idee had wat me fysiek te wachten stond, was er een zekere spanning. Of opwinding kan ik beter zeggen. Hartslag 120 bij de start duidt toch op enige  adrenaline.

Why?

Hoe kom je er bij om te gaan Trailrunnen? Nou ja, hoe kom ik er bij? Ik had er al wel eens van gehoord (van een dame die me bij de Linschotenloop voorbij kwam racen en vroeg waarom ik met een rugzak op rende en of dat was omdat ik trailrunde; van de eigenaar van Scarabee in Valkenswaard waar ik voor de grap ging kijken of ze ook Inov-8 verkochten; van deelnemers aan de Woudlopers Orienteering Run die verbolgen waren over het feit dat die Oriënteurs gewoon blijven rennen tijdens het kaartlezen), maar de druppel was dat ik, toen buurtbewoner Erik aan “mijn” High Tech Campus Orienteering Run (HTC-O-Run) had meegendaan, had beloofd dat ik een keer “zijn” sport, Trailrunning, zou proberen. En het leek me sowieso best een mooie variant van rennen. De St. Pietersberg, dat leek me wel wat. Daar was ik eerder in de  buurt geweest, voor Cave Cache Kanne. Zou het 9 of 18 km worden? Nee, meteen 32, niet zeuren. Een maandje voor de ½ marathon van Eindhoven, dat was meteen een mooie training. Zo gezegd, zo gedaan.

St. Pietersbeartrail

Zo heette de loop officieel. Naar de organisator (die een voormalig collega blijkt te zijn) met een beer in zijn naam. Enigszins voorbereid, met een rugzakje waarin die morgen een liter water en wat winegums waren gegaan, en een paar benen met daar in twee weken terug 27 kilometers Malpie en Groote Heide, trokken we gedrieën, Erik, Erwin, en ik, maar Maastricht om vlak voor de ENCI-fabriek te parkeren. Een kilometertje lopen naar de start, op een nogal bijzondere plek: met aan de ene kant een voor Nederlandse begrippen forse berg, en aan de andere een naar internationale maatstaven diepe put: de Mergelgroeve. Het publiek was ook bijzonder uitgedost. Loopt men er bij een gemiddeld straathardloopevenement nogal eentonig bij, hier had iedereen een andere combinatie van rugzak, petje, bandana, vest, terreinschoenen, singlet, bermuda, jack, shirt, zonnebril, op of aan. Trailrunners bereiden zich allemaal anders voor. Waarschijnlijk was ik de enige die een kaart van de route had meegenomen (op een iets te kleine schaal zou blijken).

24-09-2014 15-28-29De start was spectaculair. Na een speech van de organisator en het startschot, rende iedereen, gefilmd door een drone die boven het parcours zweefde, meteen al heuvelopwaarts, in een behoorlijk tempo. Of stonden we zo ver vooraan? Als dit de trend was qua snelheid zou het nog een barre tocht worden. Terwijl het pad smaller werd, rekte het lint lopers uit. Inhalen ging niet meer, maar ik merkte dat ik vooral bergaf harder ging dan de rest, en bergop langzamer. Dat leek me energetisch gunstig. Ervaring had ik daar niet mee, trouwens. Maar voor ik het wist waren we bovenop de eerste berg, bijna het hoogste punt van de route. En daarna ging het in een noodtempo omlaag, en ook heel ver omlaag, want de volgende bestemming was de bodem van de mergelgroeve.

Ook dat was een aparte belevenis. Tussen de kolossale uithollingen in de berg, over gesteente zo wit als beton (zou je hier vast komen te zitten als het gaat regenen?), liep het parcours, als een pad over een vreemde planeet.

Her en der stonden enorme graafmachines en voertuigen, en daar tussen liep een lint van nietige mensjes, die dit allemaal op eigen kracht trotseerden. Nou ja, geholpen door kamelenbulten sportdrank op hun rug en off-road schoenen onder hun voeten.

24-09-2014 14-51-13

Zou de ervaren Trailrunner bij het afdalen herstellen voor de volgende klim?

De euforie ging weer een beetje liggen toen ik weer omhoog moest, de groeve uit. Iedereen die ik omlaag voorbij was gerend liep me tijdens de klim van 80 meter weer voorbij. Zou de ervaren Trailrunner bij het afdalen herstellen voor de volgende klim? Kennelijk. Zou ik dat ook kunnen? Wat dat betreft deed loopmaatje Erwin het beter: schudde ik hem bij het dalen van me af, bij het klimmen kwam hij weer bij. 24-09-2014 15-32-15En onder de streep leek dat wel sneller, want na de klim de Louwerberg op naar de Apostelhoeve, liet hij mij achter zich. Tot ik hem met een banaan weer tegenkwam bij de daar op volgende etenspost.

Intussen waren we al op 1/3 van het parcours, was de haast er wat uit, en stabiliseerde het tempo. Dit was het stuk van de route om meters te maken, en hoogtemeters. Nog niet moe, maar met een stabiel tempo, liepen we omhoog en omlaag. Veel korte klimmetjes en dalingen, over de flanken van het Jekerdal. Toen volgde, na het oversteken van het Albertkanaal, een stevige klim, de slingerende Zusserdel op. En daar begon het zwaar te worden, net op het moment dat de weg afvlakte een soort hoogvlakte op. Moe. De vaart was er wat uit. En we waren op de helft.

24-09-2014 15-35-22Net toen de weg weer een stuk omlaag liep, en het tempo weer wat omhoog was gegaan, sloeg er lichte paniek toe. “Hier in!” riep iemand. En inderdaad, bijna was ik met nog een paar lopers een klaphek waar aan een pijltje hing voorbij gelopen. Als het hek dicht had gestaan hadden we de pijl gemist, maar een wandelaar vanuit de tegengestelde richting deed het hek net op tijd open. Erwin was er al voorbij gelopen en zou pas 200 meter verderop ontdekken dat hij terug moest. Maar dat bleek pas een half uur later toen hij mij ingehaalde, want ik dacht dat hij nog steeds voor me liep. Dat was het eerste oriëntatiemoment. Een kilometer of twee verderop eindigde een pad op een verharde weg, maar zonder pijl hoe verder te gaan. Toen kwam mijn meegebrachte kaart van pas en wees mij en het groepje lopers waar ik me tussen bevond de goede kant op. Werd het toch nog een O-Trail (wat iets heel anders is dan een Trail-O)?

O-Trailrunning, misschien wel een leuk nieuw concept!

Even later werd het echt zwaar, toen het pad bijna verticaal omhoog ging, en rennen echt niet meer lukte. Druivensuikertje er in, maar de benen wilden niet meer. Gelukkig had iedereen het hier zwaar, maar bovenaan de helling liep ik toch alleen verder. Tot Erwin me weer had ingehaald. Samen liepen we verder tot aan de 2e en laatste verzorgingspost. Chocola, koeken en cola! En even stilstaan. Heerlijk!

24-09-2014 15-23-05Het was nog te ver (ruim 10 km), om een eindsprint in te zetten. Het nu volgende stuk, het kanaal over en langs de oever heel lang rechtuit over een min of meer vlak parcours, was echt een kwestie van verstand op nul zetten, om niet moe te worden. Alleen kreeg ik last van spierpijn in mijn rug en middenrif, vermoedelijk van de laatste afdaling. En zere voeten. En nog meer vermoeidheid. Maar ja, ik wist tevoren dat het niet makkelijk ging worden.

Met verzuurde benen was daar ineens, onvermijdelijk, weer een helling. Omhoog. Rennen leek niet meer te lukken. Dan maar met flinke grote passen, de berg op. Niet stoppen. Nooit. Tot ik plotseling weer de drone hoorde zoemen in de lucht. Voor de camera dan toch maar weer een stukje rennen. En dat ging zowaar best goed. Blijven rennen dus. Kennelijk was ik weer voldoende hersteld. En het was nog maar 5 km tot aan de finish. Bij een halve marathon zou dat nog een heel eind zijn, maar vandaag leek het of ik tussen de bomen door de eindstreep al zag, met al 27 km in de benen, en nog maar 15% te gaan.

Oké, er kwamen nog wat steigende meters, maar het leeuwendeel was achter de kiezen. 24-09-2014 15-43-50En dat maakte het ineens weer een stuk beter te behappen. Niet in volle vaart, maar toch weer in draf ging ik verder. Beetje op en neer, heen en weer, zo afwisselend dat ik geen idee had waar ik precies was, maar ik wist wel dat er nog een topje ging komen. Allée, wat is dat nu? Een steile klim waar ik hem nog niet had verwacht? Kaart er bij gepakt. Dit is nog niet de top. En de klim was ook niet eindeloos, maar ik zag links van me een grenspaal, en dus liep ik nog niet naar het noorden maar naar het westen, volgens de kaart. Ineens besefte ik me dat ik geen kompas bij me had, zoals bij een oriëntatieloop. Maar goed, het hing vol met bordjes bearsports.nl dus ik zat nog goed, als ze tenminste op dit deel van het parcours waar we al eerder maar dan in een andere richting waren gepasseerd, de bordjes hadden verhangen de juiste kant op. (Ik had nog voldoende brainpower om me af te vragen wat een logistieke klus het zou zijn om alle lopers hier op het juiste moment de juiste kant op te dirigeren, want ik had vandaag vooral mijn benen verzuurd maar nog niet mijn hersenen.)

De top

Er volgde nog een steile klim, bijna recht omhoog. Wat voor spektakel zou dit in de regen zijn geweest? Dan zouden mijn Inov-8 Rocklites zich echt van hun beste kant hebben kunnen laten zien. Camera er weer bij, maar dit maal mijn eigen headcam. Voor de laatste klim. De allerlaatste? Euforisch huppelde ik naar de top. Dat was het. Nou ja, nog een klein stukje.

Ik had kunnen weten, als ik op de kaart gekeken had, dat er nog een klein omweggetje bij kwam. Maar dat had ik niet. Toch was het geen tegenslag, want ik had er weer zin in. In flink tempo naar beneden, maar toen het weer omhoog ging kreeg ik kramp. Nooit eerder gehad. Was dat het nu? De pijn waar anderen, veelal fietsers, het over hebben? Geen idee, want voordat ik er erg in had was het al weer over, toen het pad afboog en wat steiler omhoog ging zodat mijn kuiten vanzelf gerekt werden. Wat kon er nog mis gaan?

Niets. Het ging gewoon goed. De allerallerlaatste klim bijna helemaal in looppas omhoog, en daarna, met verstand op nul, omlaag naar de finish. Lijken de laatste hectometers meestal loodzwaar, hier gingen ze bergafwaarts, en toen ik de laatste bocht uit kwam hoorde ik de speaker bij de finish Erwin’s naam roepen. Zo ver bleek ik dus niet achterop geraakt. Extreem voldaan ging ik over de finishlijn. Dit was het dus! Mijn eerste Trailrun. ¾ van het lopersveld had ik achter me gelaten. Wie had dat gedacht? En eigenlijk kon me dat helemaal niet schelen, want het ging me om uitlopen, niet om tijd.

Kapot

He-le-maal stuk. Dat was ik wel. Nog nooit heb ik een hele marathon gelopen, maar dat zou zo iets moeten zijn qua inspanning, denk ik. Dorst! De ene na de andere sportdrank goot ik naar binnen – ik bleef dorst houden. Repen en koeken at ik – ik bleef me suf voelen. Brak, zo voelde het, als een stevige kater (zonder hoofdpijn). Maar mijn hoofd neerleggen om een tukje te doen voelde niet als een goed plan. Wat versuft zat ik er bij. Gedachten kwamen op halve snelheid, en gingen des te vlugger weer heen. Weinig zuurstof daar boven. Niet het goede moment om aan mijn blog te beginnen -al kon dat ook niet daar ter plaatse- maar ook niet het meest geanimeerde gezelschap op dat moment om over deze belevenis na te praten, anders dan in oertermen als Poeh!, Zwaar!, Hèhè, Manmanman en Pffffffff. Wel enorme zin in een bak zoute frieten, trouwens!

Maar, even later, toen we naar de auto liepen, kwam ik weer bij mijn positieven. “Dit nooit meer”, zei ik tegen mijn loopvrienden. Maar ik wist dat ik dat niet meende, en dat zei ik er dan meteen ook maar achteraan. Ja, je moet wel realistisch blijven…

Video

Ik heb zelf wat stukjes gefilmd, met mijn Contour Roam camera’tje, waarmee ik dikwijls mijn Orienteringsloopjes film. Ik denk niet dat ik er een RGMapVideo van ga maken. En de beelden halen het niet bij de “officiële video” van het evenement. Dus die kan je maar beter gaan bekijken in plaats van mijn footage:

Materiaal

Trailrunning, wat heb je daar voor nodig? Geen kompas (bijvoorbeeld geen Silva 6 Jet Spectra), geen kaart (bijvoorbeeld geen OpenTopoMap), geen hoofdlamp, maar wel:

  • Inov-8 Rocklite 285‘s in het rood. Lekkere lichte schoenen, met veel profiel, zonder spikes, weinig vering (wat sommige mensen ten onrechte demping plachten te noemen), en een lage hak zodat ze heel stabiel lopen. Ik heb er ook al eens de Midwinterrun op gewonnen. Alleen op asfalt voelen ze wat hard aan en zou ik iets meer vering 25-09-2014 23-37-19willen.
  • Een ultra-goedkoop Kalenji rugzakje met een 2 liter waterzak (maar met maar 1 liter er in), en wat winegums, een muesli-reep, beetje druivensuiker, en toch maar wel een kaart van de route.
  • Sokken van A3 (O-Crew), kort strak hardloopbroekje (met 2 pijpen, speciaal voor trailrunning volgens Decathlon), ASML hardloopsinglet voor extra nauwkeurigheid, en meer had ik niet aan.
  • Mijn trouwe Garmin Forerunner 305 HRM. En op mijn hoofd een Contour Roam camera en wat opgevoerd onderbroekenelastiek.

Maar ik moet zeggen dat de verzorging onderweg uitstekend was. Water, sportdrank, cola, koeken, chocola, bananen, etc. Dus een klein waterflesje voor onderweg was ook prima geweest. Volgende keer ga ik niet meer mijn liter Eindhovens kraanwater uitlaten op de Pietersberg en de helft weer mee naar huis nemen. Zonde van de moeite.

MapSweatBrains of MudSweatTrails?

Goeie vraag. Beide, is het juiste antwoord. Want al is Oriëntatielopen mijn favoriete sport, Trailrunning is toch ook wel bijzonder leuk. Soms is het ook wel lekker om zonder Map door het Sweat te gaan en je Brain te ontzien door een keer op de Trails te blijven. De Mud komt de volgende keer wel (met een knipoog naar een bekende website).

Al laat het me niet los om het concept O-Trail eens wat verder uit te werken. Een soort MTB-O, maar dan MST-O, met geen 5 posten per km, maar 5 km per post. Trailrunning met je verstand op 100. Wie weet…