Category Archives: Wedstrijd

Erg lekker gerend [Nationale 2, 2011]

Voor het eerst ging ik naar een O-loop met de insteek een leuke tijd neer te zetten. In het begin was het vinden van controle-post 2 het hoogste doel (en vond ik zelfs de laatste), later om vooral veel kilometers te maken (zo leek het af en toe), maar dit keer leek een snelle tijd me een leuk streven. Ik had het idee dat ik daar wel aan toe was. En uit de vorige keren was mijn ervaring dat dat vooral zou lukken als ik geen fouten zou maken. Ja, die kaarten en analyses zijn er niet voor niets.

Even terug naar mijn eerdere ervaringen:

  • de meeste tijd ging verloren bij het niet-vinden, of voorbij lopen van een post
  • één keer ben ik na een post de verkeerde kant uit gegaan (90 graden fout)
  • soms kwam ik halverwege een leg een obstakel tegen, dat ik over het hoofd had gezien; omlopen was het resultaat
  • vaak kostte het direct na de controle-post wat tijd om de volgende route te bepalen
  • mijn keuze tussen paden volgen en doorsteken was niet altijd optimaal, achteraf

Kan je beter kaartlezen op een vlak recht pad, en wellicht wat snelheid verliezen, of kan je beter even wandelen op een stuk waar je toch al niet maximaal snel ging?

Samengevat: anticiperen en risico’s inschatten. Dat eerste is een kwestie van discipline, niet lui zijn, blijven vooruit denken, voorbereid zijn op wat er straks komen gaat. Onderweg vroeg ik me wel af: kan je beter kaartlezen op een vlak recht pad, en wellicht wat snelheid verliezen, of kan je beter even wandelen op een stuk waar je toch al niet maximaal snel ging? Wat kost minder tijd?

Maar het belangrijkste was in mijn geval het vermijden van fouten. Het blijft natuurlijk een afweging tussen een veilige, zekere route, en de kortste route. Maar omdat die toch niet altijd het snelste is, is paden volgen soms zo gek niet. Immers, het terrein bij een doorsteek is vaak wat trager dan het pad er omheen; maar hoeveel scheelt het? Alleen merk ik dat ik af en toe, vooral na een fout, als was het om wat goed te maken, extra risico’s neem. En laat dat in het verleden nou altijd zijn geweest bij die posten die ik voorbij ben gelopen. Gokken is zelden verstandig.

Beter een paar procent verliezen ten opzichte van de kortste route, dan minuten door een niet-gevonden post.

Waarbij ik moet opmerken dat bij deze loop, met 1 minuut tussen de starters, wel zo’n dichtheid van mensen bij de posten opleverde, dat het niet vinden van het vlaggetje nooit lang zou duren. Maar goed, mijn insteek was deze keer beter een paar procent verliezen ten opzichte van de kortste route, dan minuten door een niet-gevonden post. Zo!

Tijd om van start te gaan. Ik heb voor het gemak de kaart hier onder in stukjes geknipt. En als je er met je muis overheen gaat kan je klikken en een link volgen naar dat betreffende stuk kaart. En in die deelkaarten heb ik weer her en der commentaar toegevoegd. Het is wat werk, maar dan heb je ook wat.

Het was een drukte van jewelste bij de start. Zo iets had ik nog niet eerder meegemaakt. En soort tent waar de voor en achterkant uit waren gewaaid was het starttunneltje, er voor stond iemand die de renners opriep als ze aan de beurt waren (er werd met tussenpozen van 1 minuut gestart), en er achter 10 bakken met kaarten, en start-emit-control-posts. Eenmaal door het tentjes begon het te kriebelen. Nog 1 minuut wachten, maar officieel mocht je de kaart nog niet pakken. Alléé, op pad, met een honderd meter tot de echte start, maar ja, dat was geen emit-reader, dus de tijd liep al. Bovendien was het eerste stuk nogal bochtig en heuvelachtig, tussen twee rood-witte linten door, dus tijd om kaart te lezen was er niet. Maar goed, eerst maar eens het toch-wel-dichte-bos uit zien te komen, met nogal onregelmatig terrein. Het leek of overal lopers waren, die allemaal een andere kant uit gingen. Wie weet was dat ook wel zo.
Een beetje week ik af, maar ik had bedacht dat ik bij de bocht van de weg uit wilde komen, zodat ik kon tellen het hoeveelste pad ik reachtsaf in zou moeten, aan de andere kant van de weg. Post 1 was binnen, en nummer 2 was niet ver. Door de open plek te volgen kon ik ook die snel vinden. Maar toen liep ik even fout. 90 graden bijna. En omdat ik niet meer zeker was van mijn plaats op de weg, liep ik maar door tot een herkenbaar punt. Veel te ver zuidelijk voor de kortste route. En bovendien had ik mezelf een heuvelrug extra in de maag gesplitst. Maar gelukkig was post 3 weer makkelijk te vinden. Het pad naar 4 kende ik nog van 2 jaar geleden, toen ik hier een geocache liep. Onderweg kwam ik een aardige Belg tegen met wie ik naar de start was gewandeld. Hij kon overigens wel hard rennen, dus lang heb ik hem niet bijgehouden. Post 4 lag wat vreemd. Veiligst was door te lopen tot voorbij de post, het pad te volgen, en dan in de bocht even noordelijk te gaan. Mijn haas was al verder, en ik dacht dat hij de post voorbij was gelopen. Even twijfelde of ik hier wel het bos in moest gaan, en hij niet gewoon gelijk zou hebben, maar ik was een keer eigenwijs, en ging zoeken waar het mij het best leek.

Dit was een verraderlijk bos en baan!

En warempel, daar stond de rood-witte vlag. Weer terug op het pad zag ik hem ook het bos uit komen, een meter of 50 verderop. Kennelijk stond daar ook een post, en liep hij een andere omloop. De rest van de loop zou ik alle nummers controleren waar ik mijn Emit op zou leggen: dit was een verraderlijk bos en baan.

Na post 4 volgde een heel lang been naar 5, met grote stukken dicht en donker bos. Ik nam me voor dat snelheid belangrijker was dan afstand, en zocht naar de kortste paden. Het eeste pad, echter, bleek ongeveer 1,60 [m] hoog, en ik ben zelf 1,94 [m], dus krom en bukkend rende ik er doorheen. Verderop waren luide knallen te horen van de schietclub, en dat zou de rest van de morgen een referentiepunt blijven, hoorbaar over het hele parcours. En deel van de route had ik overigens best door kunnen steken, want daar lag wit bos, maar het ging nu eenmaal wel lekker snel over de weg, en er stond een drankpost op de kaart, dus intuïtief nam ik aan dat ik daar wel langs zou moeten. Ik ben wel trots dat ik vervolgens in een rechte lijn naar 5 tussen de zandverstuivingen door liep, wellicht nog sneller dan over de mulle zandpaden.

Post 6 was niet moeilijk te vinden. Nou ja, de post op zich wel, maar de kluwe mensen er omheen niet. Het was wel zo druk dat je overal lopers zag, en met een beetje oog voor manier van lopen zie je wie van een post vandaan draaft, en wie doolt op zoek naar de vlag. 7 was weer niet eenvoudig, maar ik had geluk. Of ik was in vorm. Des te beter.

Ik vraag me wel eens af wat vermoeiender is: een stuk sprinten over vlakke paden, of even lang, op lagere snelheid, door het bos akkeren.

De weg naar 8 was een omweg. Maar ja, lichtgroen bos, een bijna haakse route, dat levert niet veel op. Vanwaar ik het brede pad aan de rand van de vlakte overstak, tot aan post 8, was het 21o [m]. Over de paden 360 [m]. Ik zou dus 40% uitsparen, maar zou het over de paden niet meer dan 40% sneller lopen dan door lichtgroen bos? Ik vraag me wel eens af wat vermoeiender is: een stuk sprinten over vlakke paden, of even lang, op lagere snelheid, door het bos akkeren. In elk geval was er geen twijfel mogelijk over de route van 8 vandaan, naar 9: paden volgen, bij de drankpost verkeerd lopen, omkeren, juiste pad in, en op zoek naar Emit de Kikker. Terwijl ik tussen het witte bos door liep zag ik daar alle greppels liggen, en was wel duidelijk dat je hier niet door wilt steken: een hordenloopparcours. Net zo’n hindernisbaan was de route van 9 naar 10: geen pad dat je juiste kant op liep, en een donkergroenstrook over de volle breedte. Leuk gevonden, beste baanlegger! Mijn overwegingen: niet dat hele donkergroene stuk; niet door de greppels dus eerst op de paden blijven; de brede medium-groene strook passeren waar die smal is; schuin doorsteken in het witte bos daar achter. Hoogtelijnen heb ik maar niet op gelet, want ik had geen idee wat hoog en wat laag was.

Logisch, maar de aanblik van die kris-kras door het bos, maar vooral door elkaar rennende mensen had een hoog Monty Python gehalte.

Onderweg kwam ik vreemd genoeg allemaal mensen tegen die helemaal niet mijn kant op leken te moeten. Logisch, maar de aanblik van die kris-kras door het bos, maar vooral door elkaar rennende mensen had een hoog Monty Python gehalte. De weg naar 11 was weer makkelijk, met kompas, en de stukken dicht bos waar ik langs kon rennen. 12 snel gevonden, en 13 dankzij een concentratie lopers rond de post.
De weg naar 14 was wederom een mooi stukje puzzelen, met lijntjes, vlakjes, met elk een eigen gewicht. Stukje doorsteken, paadje volgen, dwars door het bos, beetje marge om zekerheid tot vinden in te bouwen, en vooral passen tellen. De weg naar 15 was ook leuk: was ik hier niet al eerder geweest? Maar nu recht door, het zand in. Weer leken me de paden hier trager, vanwege mul zand, dan er tussendoor. In elk geval stond de post me al ruim tevoren toe te lachen, boven alles uit.

Maar nu zou een kleine misrekening volgen: de route tussen 15 en 16. Op de kaart leek het alsof er veel open plekken zaten tussen het groene doolhof. Maar dat werd ruimschoots teniet gedaan door het ondoordringbare dennenbos er tussenin. Handen voor de ogen, armen voor mijn gezicht, en soms achterwaarts tussen de prikkende takken door. Om dan maar af te wachten waar ik uit zou komen. Ik weet vrijwel zeker dat omlopen toch echt sneller was geweest. Maar soms word je gretig, en trekt de post als een magneet.

De weg naar 17 was ook bijzonder. Ik liep een stukje achter iemand die net wat sneller 16 had gevonden. Hij liep iets harder, maar ik hoopte hem te passeren door een hoekje lichtgroen af te snijden. Echter, toen ik bos weer uit kwam zag ik hem nergens meer. Vermoedelijk heeft hij een van de paden door het zand genomen, want hij liep ook in mijn omloop, dus had het zelfde doel. Nu achteraf zie ik dat daar ook best wat paden liepen. Ik volgde echter het grote pad aan de rand van het bos. Toch, onterecht volgens mij, besloot ik daar van af te gaan wijken en door te steken over de vlakte. Terwijl iets verderop een prima bospad liep. Vreemde beslissing. Met al het reliëf en het mulle zand was het al zwaar genoeg. Maar 17 werd wel direct gevonden, wat me euforisch maakte.

Zo kwam het dat ik ook in een rechte lijn naar 18 wilde: ik kon even alles. Pittig was dat wel, maar ja, ik moest anyway ergens door het bos. Omlopen was 40% verder, bos liep 35% langzamer, het zou er om hebben gespand. En het deed er ook niet veel toe, want op weg naar 19 maakte ik wat forse fouten, die me meer tijd kostten. Even 90° de verkeerde kant, en dat scheelt zo een halve minuut.

Toen kwam post 20. Nou ja, ik moest er wel zelf heen. Hier zouden vele wegen naar Rome gaan leiden, zo zag het er uit. Ik besloot een van de eerder paden te pakken; afslaan kon altijd nog. Alleen kwam de T-splitsing maar niet. Klopte de kaart wel? Of was ik toch ergens anders? Maar ineens was ik ergens wat niet kon missen: een driesprong met schuine hoeken. Ik was nog dichter bij de post dan ik verwacht had! Mooi! Hiervandaan verder werd het makkelijk. Gelukkig maar, want ik begon aardig moe te worden. Of het was de hars uit de bomen waardoor mijn schoenen aan de grond leken te plakken, maar het ging stroef, heel stroef. Toch, omdat overal om me heen anderen liepen, die vanuit alle hoeken en gaten van het bos leken te komen, op weg naar dezelfde finish, kon ik gemotiveerd blijven. Maar toch wel minder scherp. Als ik op de splitsbrowser kijk heb ik hier, tussen de laatste vier, vijf posten, vrij veel tijd verloren, terwijl mijn routes toch niet zo slecht leken. Geen fouten gemaakt, maar ik merk wel dat vermoeidheid betekent dat je ook minder scherp tussen de bomen door manouvreert. En dat kost ook snelheid.

Tusen de bomen: eigenlijk is dat een soort micro-oriënteren, zonder kaart. En je moet des te sneller denken.

Wellicht weer een les: als je moe wordt, kies dan eerder voor een pad dan een bos.

Puffend, hijgend, zwetend kwam ik aan bij de finish. Maar wat was het lekker! Ik had echt het gevoel dat ik alles wat ik had had gegeven, en bovendien: dat ik nergens een grote fout had gemaakt. Niet alle keuzes waren optimaal, maar ik heb op geen post lang hoeven zoeken, en verdwaald ben ik ook niet. Het gaat de goede kant op!

De uitslagen kan je bekijken via de bekende SplitsBrowser. Ik liep hier in categorie 3.

En natuurlijk heb ik weer een kaart gemaakt met mijn gelopen route, zowel in QuickRoute, als in RouteGadget. Het zou leuk zijn als meer lopers hun gelopen route op de kaart zouden tekenen, via RouteGadget, of hun GPS track zouden uploaden.

Maar dan heb ik eigenlijk ook de route-data met coördinaten van controle-posten nodig van de organisatoren. Je ziet dat in het buitenland wel veel, maar hier in de omgeving is dat nog niet ze gebruikelijk. Ik heb het TROL gevraagd, maar kennelijk vonden ze het geen goed plan, of niet de moeite. Ik denk dat ik het eens probeer bij een wedstrijd van KOVZ, waar ik zelf lid van ben.

Mijn 5e officiele OL alweer! [Lenteloop Hoge Mouw noord]

Het begint een verslaving te worden. Ook omdat het niet alleen op lopen aankomt, maar ook op kaartlezen, denken, kijken, alert zijn, multi-tasking, noem maar op. En daardoor heb ik het idee dat het altijd beter kan. Maar goed, toch weer de nodige foutjes gemaakt, wat op de kaart goed te zien is. Om er ook nu weer wat van te leren volgt hier een verslag:

Een beetje onzeker start ik de route. Het gestel werkt al een paar dagen niet mee, en ik vroeg me die middag af of rennen nu verstandig is. Maar het is wel erg leuk, en dat haalt me over de streep. De startstreep, wel te verstaan. Lichte paniek nog als bij de inschrijving mijn geld op blijkt, en de dichtstbijzijnde Mr Cash een paar kilometer verderop, terwijl de zanderige holle weg naar het starthonk stoft als een gek als je er overheen rijdt, terwijl ook nog eens alle lopers er passeren op weg naar de start. En ik bij het parkeren haast vast kom te zitten op een boomstronk die onder het gras verstopt blijkt te zitten. Anyway, ik ga rennen.
Het bos blijkt weer heel anders dan gedacht: het zit vol struiken, halve paadjes, omgevallen bomen, en vooral kleine hekjes met ijzer- of prikkeldraad. Bovendien zijn er veel particuliere perceeltjes waar je niet doorheen kan, en het is me niet duidelijk wat op de kaart een toegankelijk, en wat een verboden hek is. Er staat heel veel detail op de kaart, maar er zijn nog meer details in het echt, wat het aanvankelijk lastig maakt de belangrijke features te onderscheiden. Ik loop dan ook een paar keer een pad te ver.
Zo kom ik op een weg, verwacht niet dat ik al zo snel van de kaart ben gelopen, loop veel te ver door, en kan weer een heel eind terug. De volgende post, 3, ook redelijk uitgementen in paslengtes, blijkt weer verder van het pad dan gedacht, en hier wordt ik door twee man gepasseerd, terwijl ik nog wat onnozel rondkijk. Ik kan vervolgens wel, of ik wil of niet, aanhaken bij de twee, die redelijk doeltreffend het groen doorkruisen. Ik heb gelezen dat ik mijn eigen loop moet lopen, maar iemand voor je werkt toch als een magneet.
Een paar posten gaan soepel, maar ik moet zeggen dat, als je de kaart meedraait met je eigen positie, je al snel het overzicht van de complete route kwijt bent, en het een beetje korte-termijn denken wordt. De koers naar het hierna-volgende punt wil nog wel lukken, maar het grote plaatje raakt zoek. Ik vraag me af of een kompas met een draaibare plaat voor mijn niet geschikter is.
Enfin, de route naar 10 en 11, waar ik goed moet opletten, want hier ga ik nog een 2e keer komen, gaan soepel. Op weg naar 12, dwars door het veld, schiet ook goed op, al blijkt dat de distels en brandnetels behoorlijk door mijn lange broek heen kunnen prikken. Branderige onder- en bovenbenen zijn het gevolg. Maar gelukkig zijn de vier daarop volgende posten erg snel gespot. Op weg naar 17 en 18 loop ik voor mijn gevoel hopeloos om, maar als ik nu op de kaart kijk was dat, gezien de grilligheid van het terrein, nog niet zo verkeerd. Als ik een stukje over de weg loop maak ik wel veel snelheid. Ook de tocht naar 19, en later doorstekend naar 20, gaan mooi. In elk geval volgens mijn GPS tracker, want voor mijn gevoel liep ik toch wel aardig te zoeken.
Moe sprint ik naar 21, 22, en 23, maar op weg naar 24 zakt de concentratie in. Ik heb het pad genomen, maar dat lijkt toch wel aardig om. Mijn tijd, volgens de splits-browser (die overigens hier een andere posten nummering aangeeft) was niet echt sterk. Aan de andere kant: ik heb hem wel gevonden. 25 was daarna een eitje, boven op de top. Maar dat was meteen de valkuil. Ik stond boven en dacht dat alles vanaf hier omlaag zou gaan. Zonder goed te kijken liep ik over een rug verder, heuvel op, heuvel af, door dalen en over toppen, terwijl er, hemelsbreed wellicht iets om, een genivelleerd pad liep, iets ten zuiden. En dat waarschijnlijk minuten had gescheeld. Ik heb me hier echt op het terrein verkeken.
Op weg naar 27 ging dan wel weer snel, maar 28 en de finish kwamen maar langzaam in zicht. Ik weet niet waar het aan lag, maar de fut was er een beetje uit. Of kwam het door het ietwat dichtere bos en moet ik niet klagen?
Onder de streep was het weer een hele leuke loop. Zie de link hier voor de SplitsBrowser uitslagen (ik liep hier in categorie 1). Nu, tijdens het schrijven, beleef ik hem als het ware nog een keer. Belgisch Biertje na afloop (pils was op, wat jammer nou), beetje nagepraat, en nog een paar caches gelogd die op kruipafstand lagen van de start; dan kan je ze toch niet laten liggen; als je al zoveel gevonden hebt zit je in een zeker ritme…

Een loop vlak bij huis, nou ja, bij Son [NC3, Bestse Bossen]

Ik neem Sander mee, een vriend/collega/roeimaatje. Hij heeft vroeger wel eens een soort orientatieloop gedaan tijdens een familiedagje, georganiseerd door een oom; maar die oom blijkt niet de minste te zijn, want Monica kent hem nog van toen. Het is heerlijk weer, en het is Moederdag. Ideaal!
Alleen is het in de auto op weg er heen even schrikken: iets vergeten. Wel een schaalverdeling op mijn nagel geplakt, lange broek gekocht, schone sokken mee, kaart bekeken, bijna alles voorbereid, alleen een niet onbelangrijk detail ligt nog op de keukentafel: mijn duimkompas. Gelukkig heeft Sander een 2e bij zich…
We gaan van start. Ik een minuut voor Sander uit, ieder voor zich. Ik ben wat verbaasd dat de start een lint heeft: nu ben ik toch nog niet verdwaald? Even later ga ik op zoek naar de 1e post, maar dat blijkt alleen een startvlag te zijn. Emitten hoeft niet, kennelijk. Kan ik meteen door naar de volgende. Ook loopt er een lang touw of lint over de grond, maar ik heb (nog) geen idee waar dat voor dient.
Kennlijk zorgt het vergeten kompas toch voor wat onzekerheid, want ik volg in eerste instantie vooral paden. Ik had, hier wel een paar honder meter kunnen besparen door waar mogelijk door te steken door witte, open stukken bos. Maar goed, de eerste 4 posten worden dan ook zonder zoeken gevonden, en dat is ook veel waard. Bij post 5 ga ik de mist in. Ik sla een pad te vroeg af, wat puur een kwestie is van concentratie. Wel heb ik snel de fout door, maar 2 man die ik net had ingehaald zijn me inmiddels gepasseerd. Post 6 besluit ik via de kortste route te zoeken, maar hier is het onderscheid tussen open en iets-minder-open bos zo marginaal, dat mijn aanvalsroute minder succesvol blijkt, maar zoveel tijd kost dat nu ook weer niet.
Onderweg naar 7, een heel lange been, gaat alles heel voorspoedig. Nog net zie ik een shortcut op de kaart, en het had wellicht nog korter gekund, maar de post wordt in elk geval direct gevonden. Als ik nou maar even had stilgestaan en op mijn kompas gekeken op weg naar 8… Eerst loop ik de verkeerde kant op, oost in plaats van zuid, vind een pad dat ik niet verwacht, herorienteer, en zie vervolgens een beekje over het hoofd. Dat kost me kostbare tijd! Nou blijkt wel dat iedereen ongeveer dit beekje mist, maar toch.
Hierna gaat het weer van een leien dakje: rechte lijnen waar het open is, af en toe een pad, niet te lang zoeken, en onderweg naar 12 het mulle zand onder de hoogspanningsmasten ontweken, omdat dat alleen maar vertraagt. Al had ik achteraf, zo blijkt, van 10 naar 11 het zelfde beekje, dat daar kennelijk een stuk smaller is, wel kunnen oversteken, wat fors gescheeld had. Post 12 is lastig te vinden, gezien het aantal mensen dat door de struiken struint, maar ik zie hem zo! Net als 13.
Maar dan slaat de vermoeidheid toe: Post 14 loop ik voorbij, en daar moet ik fors cirkelen om hem te vinden (kennelijk van de koers geraakt door het dichte struikgewas aan de rand van de open strook), en 15 gaat al helemaal de mist in. Ik zie wit op de kaart aan voor een open plek en geel voor weet ik wat. In elk geval denk ik niet na. Ook herorienteren blijkt op dit stukje lastig. Gelukkig roept iemand “HIER!” en zo weet ik de post toch te vinden.
Niet via de kortste, maar wel de zekerste route, ga ik naar 16. Zo blijkt wel dat je andere beslissingen neemt naar gelang het succes waarmee de vorige posten werden gevonden.
16, 17, en de finish zijn simpel, al verstap ik me op een omgevallen boom, wat een joekel van een blaar oplevert. Maar ik ben er! Het is gelukt! Mijn eerste overdag-orientatieloop! Best een uitdaging, in het licht!

Mijn tweede OL alweer, en uiteraard in het donker [Nacht Galbergen]

Nacht Galbergen heette deze “omloop”. Ik was best laat, maar dat deerde niet. Want bij de start was het droog. Er kwam al wat mist opzetten, waardoor de bundel van mijn zaklamp zich mooi aftekende door het bos. Niet handiger, wel gunstiger dan met een hoofdlamp qua strooilicht in je blikveld.
De eerste post liet zich makkelijk vinden, hoewel het wel duidelijk was dat dit gebied door de overmaat aan paadjes, zowel in het echt als op de kaart, lastiger zou worden dan bij mijn vuurdoop twee weken eerder. De volgende post was ook goed te doen, al vond ik die niet met de kaart, maar op richtingsgevoel, geholpen door een krachtige LED -en verse batterijen- en een goede reflector op de post. Het was vooral de kunst de kortste route over het fijnmazige netwerk van paadjes te vinden. Terwijl ik toch vooral over lijnen op de kaart liep, leek het of links en rechts lichtbundels dwars door het bos me voorbij snelden. Hoe doen ze dat toch zo snel tussen al die takken door? Zo veel ervaring had ik nog niet.
Weer volgden een paar posten die goed te vinden waren. Ik had een schaalverdeling gemaakt, met mijn gecalibreerde paslengte op 1:5, 10 en 15 duizend, maar deze kaart vroeg om 1:7500. Gelukkig de helft van 1:15000, en door 2 delen lukt ook al rennend. En dat werkte verbazingwekkend nauwkeurig. Alleen was het touwtje waarmee de schaal om mijn pols hing te kort, zodat ik hem niet makkelijk kon gebruiken tegelijk met de kaart. De volgende keer draag ik versie 2.0, aan een elastiekje.
Maar toen kwamen er drie posten die weliswaar dicht bij elkaar lagen, maar toch uiterst goed verstopt waren tussen het verduisterde groen. De ene na de andere loper schoot me voorbij, en duizelig bleef ik achter, tot het kompas me redde. Nu een paar lagen benen, waarvan een dwars door een verboden terrein. Linksom of rechtsom leek niet uit te maken, maar mijn keus vroeg wel om een doorsteek door een ander, openbaar perceel. En daar ging het mis, waardoor ik anders uitkwam dan gedacht. En, me daar nog niet van bewust, koos ik bij de volgende kruising de weg rechtsaf, in de vooronderstelling dat ik al een pad verder was. Een huis links, dat klopte met de kaart. Maar ook en rechts, en die zou er niet moeten zijn. Zou ik dan toch verdwaald zijn? Het kompas er bij, wat me, met de gevonden bebouwing, weer helemaal anders op de kaart zette. Herorienteren dan maar. Nauwkeurig peilen van de wegen die op het kruispunt uitkwamen (een stratenboek was handiger geweest, want ze hadden gewoon namen), leverde maar één oplossing op de kaart op. Dat moest het zijn!
In volle sprint naar het volgende punt, alsof ik vijf minuten goed kon maken door flink te versnellen. Dat is het leuke: de tijdsdruk motiveert tot hard lopen om de tijd van het zoeken te compenseren, en de energie die dat kost zet weer tot het zoeken van de snelste route. Twee hersenhelften, waarvan de ene op zeker wilde spelen en paden aanhouden, en de andere de verloren tijd wilde inlopen door overal dwars doorheen te schichten, moesten het onderling uitvechten. Het resultaat bleek niet altijd voorspelbaar. De mist werd intussen nog wat dichter. Toch vond ik de daarop volgende paar posten onverwacht snel.
Bijna was ik bij de finish, toen het toch nog even lastig werd. Nog slechts 3 posten, verdeeld over een zandvlakte, voor mijn gevoel zonder veel referentie in het terrein, te gaan. Door de mist was de aanvankelijk zo behulpzame hoogspanningsleiding, die boven een fors deel van het bos hing, niet meer te zien, en het verschil tussen een eenzaam bosje en de bosrand was alleen waar te nemen door tot vlak er bij te lopen. Dan maar even door naar twee markante gebouwen die achter de post lagen; midden van de muur zoeken, loodrecht daar op, meten, passen tellen, en mijn tenen stootten ineens tegen de post – zo vond ik de twee-na-laatste. Met de kiezen op elkaar scheurde ik naar de laatste twee, waarna de finish me met een rode knipperende LED afvlagde. Hoera! Alles gevonden!
Niet echt de snelste tijd, maar wel weer erg veel plezier gehad! De Leffe heb ik moeten laten staan, want ik was met de auto, maar ik heb nog een hele tijd staan napraten met een aantal andere lopers, in de 3e helft. Erg gezellig en leerzaam.

Mijn eerste OL, ‘s nachts! [Nacht OL Einderheide]

Maar met ervaringen met als titel Nacht der Nachten, Georidders by Night, Batteries not Included, King of Kings, Waardeloos, en 666 (google er eens naar), leek me dat geen probleem. Hoewel, dat was allemaal met een GPS en reserve batterijen, en met minstens drie man sterk. Dit zou wat anders worden. Spannend!
Om niet geheel onbeslagen ten ijs te komen surfte ik de diverse sites over orientatielopen af, en merkte al gauw dat de legenda van de gebruikte kaarten anders was dan wat ik van stafkaarten kende. Een handig zelf-geplastificeerd kaartje met een OL-legenda -je moet iets aan voorbereiding doen om je zelfvertrouwen hoog te houden- bleek, eenmaal in Riethoven aangekomen, op de keukentafel te liggen. Maar ter plekke viel het mystery-gehalte gelukkig best mee, en werden me de handvol gebruikte symbolen uitgelegd. Toch wel wat overweldigd door alle professioneel ogende uitrustingen om me heen, van bouwlampen op het hoofd, tot scheenbeschermers, en kompassen als 6e vinger aan een hand, startte ik, weliswaar in de juiste richting, maar met een gevoel voor afstand dat op wandeltempo gebaseerd was, zodat ik de eerste paar afslagen prompt voorbij liep. Er gingen zomaar geen 100 maar slechts 60 passen in een hectometer. Schiet op zich lekker op, tot je ontdekt dat je de helft weer terug kan; telt de ruimte tussen die twee bomen ook als pad? Volgens de kaart kennelijk wel. 1:10000 is echt heel groot!
Maar na een paar posten gevonden te hebben zat de schik er goed in, en voor ik het wist stond ik hijgend, maar stuiterend van enthousiasme bij de finish. Dat halverwege mijn zaklamp er mee op was gehouden, en slechts mijn hoofdlampje dat ik normaal gebruik om nog wat te lezen in de tent de ontbrekende reflectoren verlichtte deed er niet toe: kwestie van wennen aan het donker, en veel wortels eten. Dit smaakte naar meer!
Ik heb nog wat nagepraat, en besloot die week nog lid te worden van KOVZ, want dit zou zeker niet bij een eenmalig rondje door een donker bos rennen blijven. Twee weken later reed ik door de regen naar Mol.
Hier kan je de uitslagen zien in een uiterst mooi gemaakte viewer: .
En hier de route: