Achterlopen (ook een sport?)

Ik loop wat achter. Ingehaald door mezelf, en toch voelt het niet als voorop. Maar ik ga het goed maken. Boven aan deze pagina staat terwijl ik aan het typen ben:29-12-2013 21-24-32 Het lijkt wel het uitzetten van een oriëntatieloop, maar dat is het niet. Ik ga even alle verhaaltjes typen die ik niet heb geschreven dit jaar. In vogelvlucht. Een soort jaaroverzicht, vanaf de zomer.
Want het jaar begon ik gewoon met een verslagje van de Sylvester, waar ik een keer eerste werd, de Jenevercross (die zijn naam eer aan deed bij de finish), de Genneperparkenloop vlak bij huis, en een lang verhaal over de Midwinterrun. Lange vehalen zijn leuk, ook om te schrijven, maar ik wil mezelf daarna altijd weer overtreffen, en nog meer en leuker schrijven, wat de drempel om er aan te beginnen hoger maakt, met als gevolg op een gegeven moment een writers block. Dat moet je niet hebben.

Tussendoor wat niemendalletjes over draaiende Aardes en onlogische polen, nieuwe schoenen en  fouten in SI splits. Maar verder gewoon verslagjes van nachtomlopen (en * en **), trainingen, dag- en avondomlopen. Bijzonderheden waren mijn ervaringen van mijn eerste baanlegging en kaartcorrectie, publieke excuses voor een verkeerd geplaatste post bij de driedaagse, en het uitgebreide verslag van de WOR3. Maar dan heb je het wel zo’n beetje gehad.

Als je dan echter in mijn digitale kaarten archief van dit jaar kijkt, zie je dat er veel meer gelopen werd, dan geblogd.

Zo was er de ROM (day 2) in maart, waar ik nog twee headcam videos van heb gemaakt, op normale snelheid, en 10x versneld. Samen toch 250 keer bekeken tot nu toe. Ik herinner me vooral de lengte van de loop, die des te groter leek omdat je bij de kaartwissel voor een tweede keer de start passeerde. En het meertje dat links- dan wel rechtsom gepasseerd kon worden.

Militaire wedstrijden zijn altijd handig te plannen. Geen conflicten met hockeywedstrijden, zwemlessen, en andere familiaire vrijetijdsbestedingen, maar gewoon een kwestie van de Outlook agenda volplannen en een paar vakantie-uren opnemen. Ik had mijn camera-tje weer meegenomen, maar die bleek in de foto- en niet de film-stand te staan. Schitterende plaatjes, van De Zwarte Weg, maar verder niet zo bruikbaar. Het blijft een leuk gebied om te lopen, met veel afwisseling, enorme open vlaktes, en oude loopgraven. Als ik naar de kaart kijk ging het behoorlijk goed, alleen elke 11e post maakte ik een flinke fout. Misschien had ik nog harder kunnen lopen, en ik denk dat er soms iets betere routekeuzes te maken waren geweest, maar over het algemeen was ik goed in vorm.

Een van mijn laatste lopen voor de zomer was de eerste avond van onze club-3-daagse, De 3-Daagse van Brabant. Een mooi evenement, maar helaas had ik last van een opkomende blessure aan mijn knie en heup die doorzette. Fysio er bij, voorzichtig trainen, maar het leek hardnekkig. Tijdens de zomervakantie in de Oostenrijkse Alpen veel gelopen, en wonderwel hersteld. Ik trok de conclusie dat het voornamelijk werd veroorzaakt door niet-lopen. Of te licht. Juist het bikkelwerk in de bergen deed mij goed. En het was juist ontstaan toen ik half april en mei weinig had georiënteerd.  Les 1: vaak rennen, en hard ook, en alles komt goed. Mooie les. Houd ik me graag aan.

Na de zomervakantie vloog ik voor een paar weken naar San Diego. Werk. Ik mailde de San Diego Orienteering Club nog of daar wat te oriënteren viel, maar helaas was er in de na-zomer niet veel te doen. Het werd dus vooral golfsurfen en rondjes rond het hotel rennen, onderweg een paar geocaches oppikkend.

Toen ik terug kwam viel ik met de neus in de boter: vlak naast mijn werk werd dag 1 van de 3-daagse van Limburg georganiseerd. Op de fiets er heen, en terug, en tussendoor de oriëntatie-draad weer op kunnen pikken en en passant een paaltje branden (dat betekent: een 1e plek lopen; ja, in categorie LD en niet H40, ik weet het, maar toch…) Ik ging snel, en maakte weinig fouten. Concentratie, kennelijk, al was mijn jet-lag voor mijn gevoel nog niet over. Maar dit was de eerste loop na het herstel van mijn knieblessure. En die ging helemaal goed, dus dat smaakte naar meer.

Anderhalve week later ging ik naar een zomerwedstrijd, net over de grens. Ook een heel leuk terrein, waar ik al eerder was geweest. Eén post van toen herinnerde ik me nog, een post midden op een dijkje in een moeras. Dat bleek nu post 1 te zijn, en prompt liep ik er voorbij, alvorens alsnog natte voeten te halen. De rest was veel heuveltjes beklimmen, van verlaten opslagplaatsen, en door dicht gegroeide plukken gewas rennen. Ik herinner me dat halverwege Yannick Michiels, de Belgische nummer 1, mee voorbij kwam. Ik dacht hem wel even bij te kunnen houden, maar wat een ongelooflijke snelheid weet hij te bereiken door dat ruwe terrein. Het leek wel als of ik probeerde al hordenlopend een rennend hert bij te houden. Net voor het donker werd bereikte ik de finish. Een paar foutjes gemaakt, die op deze relatief korte loop relatief veel tijd hadden gekost.

De laatste loop voordat ik weer naar San Diego zou vertrekken was een klassieker, in de zin dat ik daar vorig jaar ook was geweest rond dezelfde tijd. Toen was het, met dik 35 graden, de warmste dag van het jaar, en bleek ik, misschien mede daardoor, de snelste op omloop 1. Niet alleen in mijn eigen leeftijdscategorie. Dit keer ging het wat minder, vooral vanwege een paar joekels van fouten. Opvallend was dat ik die in eerste instantie vooral maakte als ik achter iemand anders of net er voor liep; met andere woorden, als ik wat extra spanning voelde. Kennelijk ben ik wat minder stress bestendig, iets om aan te werken.

Weer terug in Nederland begon het trainen voor de Halve Marathon van Eindhoven, een jaarlijks terugkerende happening. Vorig jaar had ik daar 1:27 gelopen, en nu moest ik natuurlijk sneller. Maar alle business trips hielpen daar niet bij, met weinig tijd om te trainen, vermoeiende reizen, en andere dingen die aandacht vroegen. Om toch wat kilometers te maken besloot ik 2 etappes van de Rik Thys Wisselbeker voor mijn rekening te nemen. Twee borstnummer monteerde ik op mijn shirt, die met het losmaken van één veiligheidsspeld omklapten zodra ik voor de eerste keer de finish/start passeerde. Men kon er wel om lachen. Helaas snapte de score software er niets van dat er twee Jan-Gerards waren met verschillende EMITs, zodat ik nu 01:50 over 1 ronde gedaan leek te hebben, en 1 keer did not finish achter mijn naam kreeg; ik had me beter als Jan en als Gerard kunnen laten registreren. Maar ja, het was wel leuk.

Toen volgde de ½ Marathon. Met een keelontsteking op komst en zonder al te veel trainen lukte het niet onder de 1:30 te komen, maar ik bleef wel onder de 1:33:47, waar ik eigenlijk dik tevreden mee was. Basisconditie.

Een week later was er weer een militaire wedstrijd. Een terrein dat ik nog niet kende, en als ik nu de kaart weer zie valt op hoe open het was, alhoewel ik in mijn herinnering toch nog aardig wat door bos heb gelopen. Er zaten een paar hele zware stukken tussen, met schijnbaar vlak open terrein, maar tussen de pollen heide kuilen vol water van ruim een meter diep. Ik heb tot twee keer toe onverwachts tot aan mijn middel in de de modder gestaan. Achteraf best mooi, maar wel enorm zwaar als je daar juist snelheid wilde maken, en op handen en voeten ploeterend naar de volgende post beweegt. Ik heb achteraf op mijn gemak routes op de kaart getekend, in groen, en die mee gescand. Opvallend dat ik in meer dan de helft van de gevallen iets anders gedaan zou hebben dan ik gedaan heb. Soms zijn de verschillen marginaal, soms meer dan dat. Het tekenen kostte me alleen, denk ik, ruim 10 minuten. Als je dan bedenkt dat ik er ongeveer 65 minuten over liep, en doorgaans gemiddeld 6-8 % van mijn tijd stil blijk te staan volgens m’n GPS, wat neer komt op 5 minuten kaartlezen, had ik die 5 minuten extra moeten compenseren door betere routekeuzes.  En dat denk ik dat het hier niet had gescheeld, want ik heb dit keer eigenlijk geen grote fouten gemaakt. De routekeuzes waren dus vooral ‘iets korter’ of ‘iets sneller’, maar niet heel veel beter. Het is natuurlijk de vraag of dat altijd op gaat. Ik ga dit eens verder analyseren een volgende keer.

Enkele dagen later, weer een loop, in de buurt, in vergelijkbaar terrein, en bijna net zo nat. Toch een hele andere loop. Niet militair, en behoorlijk ander soort post-plaatsingen. Zo zie je maar weer hoeveel persoonlijks een baanlegger in verwerkt. Maar wat ook scheelt was mijn eigen concentratie, die duidelijk lager was. Opvallend veel fouten, zeker in het begin. Wel waren er veel interessante benen, waar de beste route ook niet op het eerste gezicht duidelijk was. Als ik er een hele pagina aan zou hebben gewijd zou ik uitgebreider naar de Splits hebben gekeken. Iets wat me opviel was dat ik op het eind nog wat over had voor een eindsprint, maar daar eigenlijk pas na de laatste post aan begon. Zou ik dat ook een post eerder kunnen doen? Als ik nou eens elke keer één post meer vóór het eind ga versnellen? Zou best veel schelen, en klinkt te doen. Goed voornemen.

De week daar na deed ik dat dan ook, maar dat ging niet zo goed als gehoopt. Ik liep bij de één-na-laaste post prompt naar de verkeerde vlag. De rest ging redelijk voorspoedig, alhoewel er ook een paar grove blunders waren. Ik liep hard, laten we het daar op houden, maar de eerste 10 posten duurde het tot ik me voornam de daarop volgende perfect uit te voeren. Toch was het weer zo leuk dat ik niet beter thuis had kunnen blijven.

Twee dagen later was de Valkenloop, in Varkenswaard. Totaal ongepland en dito voorbereid ging ik er heen, met loopmaatje Erwin. Het grootste deel liepen we samen, in het begin aanhakend bij een groepje dat onder de anderhalf uur leek te willen lopen. Te snel gestart? Ik dacht het wel, in eerste instantie, maar als we later zouden hebben willen versnellen was dat vast niet gelukt. Nu hadden we die 20 seconden voorsprong in de pocket, halverwege. Het liep daarna wel wat terug, maar ook weer niet zo heel hard. Op het end kreeg ik het gevoel dat 1:30 te doen zou kunnen zijn, maar ik wist niet precies hoe ver het nog was. En dan op de valreep 1:30:13 lopen, is best een prestatie!

Voorsprong/achterstand ten opzichte van een anderhalf uur loper; ik heb de laatste 100 meter (25 seconden) nog 5 seconden goedgemaakt, maar dat had ik een minuut eerder moeten doen.

396449-lego-mindstorms-ev3Intussen speelden er nog een aantal andere activiteiten in m’n vrije tijd. Ik had voor mijn verjaardag een doos Lego Mindstorms gekregen, die natuurlijk op alle mogelijke manieren uitgeprobeerd moest worden. En voila, er was geen tijd meer om te bloggen. Zeker toen een maand later mijn werkgever een wedstrijd uitschreef, de Techno Challenge 2013, waarvoor we met een team van 8 man een robot moesten ontwikkelen, ontwerpen, bouwen, en programmeren die de uitweg uit een doolhof van spiegels, hoekjes, klapdeurtjes, en glazen wanden kon vinden, en vervolgens ballen verzamelen om die in de juiste doelen te schieten, en dat binnen een bepaalde tijd. Met nog 11 teams als tegenstanders, die eveneens met uiterst creatieve maar ook totaal verschillende oplossingen kwamen, werd onze The 8-Team bot de winnaar.

gripper_animation_smalldeploy_arm_small

sensor_arm_smallDaar zijn wat avonden knutselen in gaan zitten. Maar het resultaat mocht er zijn. En bovendien heb ik er veel van geleerd: hoe je met de Mindstorms software iets functioneels bouwt, hoe studless Lego Technic werkt (in tegenstelling tot de oude vertrouwde balken met gaten èn noppen die ik van vroeger kende), maar vooral hoe een team van 8 over-enthousiaste techneuten functioneert.

31-12-2013 00-16-06Dat was in dezelfde maand dat de 2e Codebreakers.eu competitie werd gehouden. Twee jaar geleden had ons team een finaleplaats weten te bemachtigen. Dit keer verliepen de zeven avondvullende rondes van zenuwslopend decoderen nog voorspoediger, en de avond voor de Techno Challenge wonnen we de finale van Codebreakers met bijna 24 uur voorsprong -zou later blijken- op het 2e team. We waren het nog niet verleerd! Het leuke was dat er gebruik was gemaakt van weliswaar simpele, maar tegelijkertijd relatief onbekende encryptie technieken, zodat er geen kant-en-klare off- of online tooltjes bestonden om ze te kraken. Nu maar wachten op  een telefoontje van de AIVD. Of de NOLB? Want het was natuurlijk een kwestie van de kortste route naar de oplossing vinden. En bewandelen.

pakpapier21En direct daarop volgde de race tegen de klok om mijn jaarlijkse Sinterklaascache te verzinnen. Was het vier jaar terug een rijmend gedicht, drie jaar terug een ‘kleurplaat‘ van Amerigo, twee jaar terug een serie gekleurde cadeaus, en vorig jaar een serie pakjesavondgedichten (die soms ook over oriëntatielopen gingen), dit jaar werd het een eenvoudige knutselopgave: een pakje dat ingepakt moest worden. Maar uiteraard had ik de randvoorwaarden zo gekozen dat dat maar op één manier kon, en dat pas dan de cijfers van het eindcoördinaat te lezen waren. Het bleek nog niet zo makkelijk. Om op te lossen, maar ook niet om het te verzinnen.

achelse_kluis_blond_[1]Ten slotte stond er nog een voornemen open, om dit jaar, in 2013, rennend van huis uit België aan te tikken. Hashtag #aantiktrail was geboren, en werd nog waar gemaakt ook. Zondag 22 december liep ik met Erwin naar de Achelse Kluis, tikte het hek van het klooster aan, en rende naar huis terug. Dik 30 km aan een stuk, over een schitterende route. Via Varkenswaard, over de Malpie heen, en langs de Hasselvennen (hebben die iets met Pluk van de Petteflet te maken?) door het Leenderbos en langs de Grote Heide terug. Zou er ooit nog een marathon in het verschiet liggen?

Maar in dezelfde periode waren er ook nog een paar oriëntatielopen, zoals de nacht OL in de Congobossen. Uiterst ongeconcentreerd liep ik weliswaar niet in zeven sloten tegelijk, maar wel in één (net als vorig jaar), zocht geruime tijd naar diverse posten, en werd ingehaald door wandelaars. Typisch een kwestie van nacht-oriënteren op dag-tempo. Dat gaat toch niet goed bij mij. Er zijn er die dat kunnen, maar ik moet me kennelijk toch wat inhouden. Eén van de dingen die ik verkeerd doe is dat ik dikwijls, vanwege beperkt zicht, op kompas ga lopen, zonder daarbij exact te peilen, en de naald in de gaten te houden. Zonder goed aan de hand van het terrein te her-calibreren is precies peilen een must. En daar komt bij dat in het donker het lopen op een in-de-verte gepeild punt niet mogelijk is, zodat je al snel aanzienlijk gaat driften. Het gevolg is dat ik vaak posten miste, wat ontaardde in zoeken. Verstandiger lijkt het om in de regel paden of andere lijnkenmerken te volgen, tenzij er duidelijke opvanglijnen zijn. En om nog zekerder aanvalspunten te kiezen, ook al betekent dat soms meer meters. Maar dat verdient zich uiteindelijk terug in tijd, en waarschijnlijk ook in afstand. Voor de volgende keer…

Ook was er in november de KOVZ Klompen OL. Ik had weer een presentatie voor nieuwsgierige collega’s gehouden in de week tevoren, en er verschenen dan ook 8 man (en vrouw) van ASML aan de start. Ik startte zelf vrij vroeg, zodat ik ook nog zelf bij de startpost kon helpen naderhand. Er liepen zo vroeg nog geen cacherspaadjes tussen de posten, maar ik liep redelijk als een streep, het eerste stuk. Tot ik bij een post kwam die tussen twee heuveltjes stond, maar net wat noordelijker dan ik verwachtte. Zou die verkeerd staan? Het zou kunnen, want de voorlopers waren nog niet terug toen ik was vertrokken. Goed kijken, een markering met het -volgens mij- juiste nummer aangebracht, en verder gelopen. Maar 31 meter verderop stond nog een post, en dat was wel de juiste, en bovendien op de juiste plek. Markering weer verwijderd, en, met een paar minuten vertraging, mijn race vervolgd. Toptijd zat er al niet meer in, maar het was onze eigen loop, als club, dus vond ik dat wel verantwoord. Even later ging ik door mijn enkel, maar na een paar minuten wandelen, ging het weer gewoon, en scheurde ik verder. Zeer afwisselend terrein, nu weer zandvlaktes, dan weer heide, dan weer bos. En moeras her en der. Maar ook veel mul zand met heuvels, wat het behoorlijk inspannend maakte. Dit was wel een van de mooiere lopen van het jaar. Dat vond een klein vliegtuigje ook, want bijna bij elke post kwam die over mee heen vliegen. Moet een maf gezicht zijn, om her en der mensen kris-kras door het veld te zien rennen, ogenschijnlijk zonder patroon.

Twee weken terug ten slotte was er weer een nachtloop, de door Yannick Michiels en mede-studenten uitgezette  Thomas More stads-sprint door Turnhout. Onder begeleiding van de bassen van de Red Bull DJ die pal naast de start stond om de boel op te luisteren, racete ik weg, en vergat prompt mijn hoofdlamp aan te doen. De daaropvolgende posten gingen zo snel, dat ik de neutralisatieposten amper opmerkte, en in sprint tempo het park in rende, waarop ik volkomen ging dwalen omdat mijn gevoel voor afstand ineens niet meer klopte. Wie had deze wildernis hier ineens verwacht? Toen ik even later ook nog een brug ontdekte die niet op de kaart stond (hoewel bij de start wel was aangekondigd, maar door mij niet opgemerkt), raakte ik redelijk van de kaart. Concentratie en snelheid zijn complementair. Je kan je zuurstof maar één keer inzetten. Maar ik zou de volgende keer niet langzamer gaan lopen, dus moet ik maar wat aan de concentratie en alertheid doen. Zou snel routeplannen te trainen zijn? Ook dat moet ik maar eens gaan proberen. Ik heb wel wat ideeën.

En er was natuurlijk nog een laatste training van het jaar, met een kaart in kerst-stemming. Geen posten, maar blanco plekken op de kaart. Aanvalspunt kiezen, en peilen. Niet altijd even makkelijk, want ons mooie Bestse Bos was her en der stevig door de houthakkers onder handen genomen. Soms herkende je het niet terug, maar dikwijls was het vooral ondoorloopbaar. Wel een goede training. Toch moet ik eens nagaan welke trainingsvorm specifiek aansluit bij de fouten die ik typisch maak.

De 2e dag van de Sylvester, ten slotte, die heeft al zijn eigen blogpagina gekregen. Misschien maak ik van de headcam video nog een YouTube filmpje, met mee-bewegende kaart. Al was ik dit keer niet zo vaak de bulten op-en-neer gerend als de vorige keer. Toch blijft het leuk om naar te kijken. Maar ik heb even genoeg geschreven om daar ook weer een hele analyse van te maken.

Beste-oliebol-van-Noord-Holland-koopt-u-in-Hoorn[1]Rest me nog een paar van mijn voornemens voor 2014 op te sommen. Als ik dat niet doe heb ik ook niks om me aan te houden. Dus het komen jaar ga ik

  • mijn weblog beter bijhouden (anders ben ik weer twee avonden aan het schrijven om de achterstand in te halen)
  • nu toch echt die workshop digitaal oriënteren houden, over het analyseren van GPS tracks en de bijbehorende software, etc.
  • mijzelf trainen in het vooraf uit m’n hoofd leren van alle controlenummers van de posten onderweg, met het Major System; en daarna ook de postomschrijvingen memoriseren
  • meer #aantiktrails verzinnen (en gaan lopen natuurlijk)
  • een keertje trailrunnen om te zien hoe dat is (en natuurlijk al die trailrunners overtuigen dat dat zóóóó 2013 is, en dat oriëntatielopen de nieuwe sport is)
  • sowieso eens serieus aan de slag gaan met werving, de doelgroepenquete uitwerken, en iets doen met buitensport- en hardloopzaken in de omgeving
  • de oriëntatieloop op de HTC plannen, kaart tekenen, en omlopen ontwerpen
  • mij o-games hoekje op deze site uitbreiden
  • en een praktische training verzinnen het zoeken naar de kortste route op een kaart te versnellen en te verbeteren

Kortom, ik kom 2014 wel door, en er gaat weer een hoop gebeuren. Reken daar maar op.

2 thoughts on “Achterlopen (ook een sport?)

  1. Ik mis nog “zo af en toe wat tijd vrij maken om met een paar collega’s te gaan cachen, overdag dan wel ‘s nachts.” 😉 en “in 2014 weer meedoen voor de volgende Codebreaker-challenge”. Of kan dat allemaal best wel tussen de bedrijven door? 😉

    Hoop dat je heel je 2014-lijstje kan realiseren en anders … moet er gewoon wat te wensen overblijven.

  2. Komt er in 2014 weer een codebreakers.eu? Ik dacht dat Szymon om het twee jaar zijn sleutels kwijtraakte…
    Maar je hebt gelijk: ik zal in ’14 zeker af en toe tijd maken om met vrienden te gaan cachen. Dat heb ik het afgelopen jaar te weinig gedaan.

Leave a Reply

Your email address will not be published.