Category Archives: Verhaal

Leunstoelorientatie

Voorlopig even niet oriënteren. Niet omdat ik niet wil of niet kan, maar het komt er niet van. Niks beurse kuiten of rotte knieën, luchtbellen in mijn kompas of andere schamele smoezen. Maar puur tijdgebrek op zondagmorgens, een gebrek aan oriëntatielopen op de kalender op vrijdag- of woensdagavond (de nachtlopen zijn gestopt en de avondlopen nog niet begonnen). En de militairen houden zich ook even op de vlakte.

Wat doe ik dan?

  • Zelf door het bos gaan rennen, tevoren een kompaskoers dobbelen en zo goed mogelijk op het lijntje blijven. Hoewel enige planning wel helpt om niet al te veel daken en snelwegen over te hoeven.
  • Oriënteren vanuit de leunstoel: ik kan natuurlijk elke avond Catching Features gaan spelen, of Suuuuuntusimilatori.
  • Bloggen over oriënteren. Maar als je niet loopt is schrijven ook minder boeiend.
  • ‘Gewoon hardlopen’ om wel in vorm te blijven.
  • Willekeurige purperen cirkels op de kaart van en rond Eindhoven tekenen en gewoon gaan rennen.
  • Naar ‘Stiphout’ om wat Belgische Bieren in te slaan voor het na-de-wedstijd-gevoel. Er stond gisteren een Westvleteren XII is het schap. Toen nog wel…

Maar ik denk dat de beste oefening is aan de kaart van de High Tech Campus te werken. Want op 9 juli 2014 houden we daar een Urban Orienteering Run, een beetje een mix van een sprint met ook wat langere stukken er tussen. Het wordt een reguliere wedstrijd, maar ook rekening houdend met beginners die het voor de eerste keer doen. Met reglementaire omlopen, maar ook met twee of drie omlopen die eenvoudig beginnen en langzaam in moeilijkheid opbouwen, voor de debutanten. Met korte benen, maar ook een paar langere, want veel beginners zullen van huis uit gewend zijn langere stukken op verharde paden te lopen. Kortom, voor elk wat wils. Met leuke verrassingen in het parcours. En uitdagingen.

Dus ook al zul je me de komende maand niet vaak bij een wedstrijd zien, ik ben er wel degelijk mee bezig. Houd mijn blog maar in de gaten.

 

Ultra-orienteering: 52 km rennen op kaart en kompas – Midwinterrun 2014

Na een spannende race van 52 km wonnen we de MWR’14. Alle posten gevonden, en slechts 3 foutjes onderweg.

Extreem lang, dat was het! En evenzozeer gewonnen! Ik ben wel een beetje trots. Met een combinatie van uithoudingsvermogen, goed kaartlezen, snelheid en heel weinig fouten maken bleken we de troeven in handen te hebben. O, ja, en natuurlijk door niet onverdienstelijk te schieten, want het was een soort Biathlon. Waar ik dàt vandaan heb weet ik niet, maar het zoeken en kaartlezen beheers ik vanuit jarenlang Geocaching en ook alweer een paar jaar Oriëntatielopen, en Jeroen loopt hele marathons (en ik soms naar België), dus we hadden de juiste skills in huis. Maar het was bovenal weer een geweldig leuke ervaring!

gewonnen

Survivalteam 3e De Bosraggers 1e Menno en Ruud 2e

Na de lol en het succes van vorig jaar was al duidelijk dat team Bosraggers zich zou inschrijven voor deze Midwinterrun, zodra de datum bekend was. Zo gezegd, zo gedaan. We lazen afgelopen week nog even het verslag van de vorige editie door, spraken de dag tevoren onze tactiek af, pakten onze spullen (vol geheime slimmigheidjes, net als elk ander team), en gingen de ochtend zelf om 5:50 de deur uit, op weg naar Lunteren. Dit keer niet met een lege benzinetank en zonder ontbijt, wat vorig jaar best onhandig was, toen alle pompstations dicht bleken. Als eersten kwamen we aan, maar al snel liep het vol met nerveuze lopers, die ook nog even snel hun uitrusting op orde moesten maken.

Start

opdracht1Toen om 8:15 de briefing begon werd duidelijk dat de opzet niet veranderd was. Al gingen we niet per bus op pad, maar zouden we gewoon starten waar we toen waren. Alleen toen het echte startschot viel, en elk team zijn enveloppe met kaarten voor de dag kreeg, prijkte daarin slechts een Topo25 legenda en een half kaartje van het dorp, met een aantal opdrachten. Voordat we deze correct hadden uitgevoerd mochten we niet weg; tot na 9:00 althans, en dan kreeg je meteen 30 strafminuten er bij. Na 8 minuten hadden we de juiste oplossingen, en gingen -als eersten- op pad, om roadbook, extra aanwijzing, en kaarten te verzamelen bij de gevonden kerken van de opdracht. L1

Dat was wel een beetje een teleurstelling: geen verwarmd klaslokaaltje zoals vorig jaar, om op ons gemak de ontbrekende punten in te tekenen op de kaart aan de hand van coördinaten in RD-, UTM-, en graden-minuten-seconden-notatie, maar een vochtige stoep of een bemost bankje op het kerkhof. Bijna 25 minuten hadden we nodig om de kaarten aan elkaar te passen, de relatieve hoek en schaal te bepalen, slechts 6 coördinaten in te tekenen, en de meest tactische volgorde te bepalen, er rekening mee houdend dat we van één punt, CP4, de coördinaten pas onderweg zouden vinden, en het vast niet tussen CP3 en CP5 zou liggen op de kaart. Te lang kostte dat! Maar daar kom ik op het end nog op terug. Eerst op pad…

Etappe 1

etappe 1
Het Roadbook van etappe 1.

Maar meteen bij CP1 ging het al mis. Vijf teams -we dachten dat we snel waren- stonden al te zoeken (en soms ook punten in te tekenen op de kaart) maar niemand leek iets te kunnen vinden. Wij ook niet. Na 5 minuten opgegeven, en doorgelopen naar punt CP2. Bij CP3 vonden we de locatie van CP4, die we meteen maar intekenden op de kaart, en die inderdaad pas tussen CP13 en CP14 bleek te liggen. Bij CP5 vonden we opnieuw geen blauw kaartje. Vervelend. Toch maar goed het roadbook lezen. En wat bleek: er stond “Noteer nummer (op afstand zichtbaar)”. In tegenstelling tot de andere punten waar duidelijk “Noteer CP nummer” bij stond. En dat viel nu pas op, na 5 minuten zoeken, en, erger nog, na hier ook bij CP1 helemaal overheen gelezen te hebben. We noteerden het nummer van de kilometerpaal van de spoorlijn, en bedachten dat er bij CP1 vast ook een bord of paal met nummer had gestaan. Zouden we terug gaan? Of er later nog langs lopen? Eerst maar verder, naar CP6.

Midwinterrun 2014 - A (25/01/2014)
(klik om de hele kaart te openen)
geroteerd
Hij was dus een beetje geroteerd. Gemeen? Ach, dat kan je verwachten. (klik om de hele kaart te openen)

Langs CP6 liepen we van de kaart af. De volgende, een Google Satellite luchtfoto, stond een paar graden geroteerd ten opzichte van de vorige kaart. Gemeen, maar we hadden het snel door. Globaal hadden we hem al georiënteerd op basis van de schaduwen van de bomen. Alleen liepen we vrolijk naar het punt links onder, om pas daar te beseffen dat dat het CP12 was waarvan tijdens de briefing verteld was dat het vervallen was. Stomstomstom. Maar op zich wel een mooi plekje…

De punten er na, CP9 en consorten, schijnbaar willekeurig genummerd, gingen zonder noemenswaardige problemen, maar onze voorsprong was verspeeld. Bij CP8, een hoogspanningsmast, werden we “betrapt” door een man met een jachtgeweer: wat we daar wel niet deden. Privé terrein, verboden toegang. Maar op onze route om er te komen stond geen bordje. Het was ook niet echt de standaard route. Na wat uitleg, en het besef dat het om niet zo veel mensen ging, liet hij ons verder gaan. Maar hij was er niet blij mee, ook omdat tijdens het gesprek 5 teams her en der uit de struiken kwamen springen. Er volgde een punt, CP13, op een soort heuvel die volgens de CP8kaart ook een kuil kon zijn. Topo25 geeft niet aan wat omhoog en wat omlaag is, zoals op een echte IOF oriëntatiekaart. Het bleek een kuil. Maar de vaart zat er weer aardig in, en in no-time vonden we CP14 en CP15.

Daarna leek het ons handig om alsnog CP1 langs te gaan. Leek op dat punt maar een kilometer heen en terug – in het echt iets meer vanwege ontbrekende spoorwegovergangen en een bloemkoolwijk.

"Even" langs CP1 om 20 punten te scoren.
“Even” langs CP1 om 20 punten te scoren.

Maar 10 minuten omlopen scheelden wel 30 strafminuten. Door naar CP17 en CP16. CP17 leek er niet te zijn. Er stond een hek, maar daar binnen leek het privé terrein, en na onze eerdere ontmoeting was dat niet direct het aangewezen speelveld. Gelukkig zagen we het nabijgelegen valse CP niet, dat volgens de kaart die we achteraf te zien kregen zo dichtbij lag dat andere, juiste CP’s, even ver bleken te hangen van het punt op de kaart, en we dus ook als “vals” haddenkunnen interpreteren. Het blijft soms een beetje “fuzzy”.

Zo weet je nog niet waar je bent!
(klik om de hele kaart te openen)

Dan maar door naar CP16, dat, na verkenning, heel duidelijk binnen het zelfde hek lag. En waar we zonder artikel 461 te passeren prima konden komen. Dat wierp een ander licht op CP17, dat inderdaad binnen het hek bleek te liggen, en wel zo dat wij het ook van buiten hadden kunnen zien hangen (en lezen, mits we een verrekijker hadden gehad). Het andere team dat met on naar CP17 had gezocht -en het ook niet leek te kunnen vinden- had het wel zien hangen en was via de andere kant omgelopen. Zo zie je maar.

wij
Team Bosraggers, na afloop, met luchtbuks. Het was een echte Ultra-oriëntatie-biathlon-challenge.

Als tweede kwamen we na CP18 bij de start, waar een verrassing wachtte: de schietbaan van SV Tyr werd inderdaad gebruikt, en met 5 luchtbuks kogeltjes zouden we evenzoveel doelen raken. Lastig, met een bonkend hart en gierende hartslag, maar we bleken er goed in! Ik schoot 49 uit 50 punten, waardoor dit maar 1 strafminuut opleverde.

Etappe 2

Het intekenen van de punten van etappe 2 ging sneller dan bij de eerste etappe, want binnen 20 minuten stonden we weer buiten. Dit keer hadden we dan ook een tafel tot onze beschikking. De combinatie-coördinaten met noord in RD en oost in dd°mm’ss”s waren iets lastiger vanwege de hoek tussen de noord-zuid meridianen van de twee stelsels (0.3° voor RD, maar bijvoorbeeld ruim 3.2° voor UTM ten opzichte van het ware noorden).

De tweede etappe.
(klik om de hele kaart te openen)
etappe 2
Het Roadbook van etappe 2.

De tweede etappe leek qua uitvoering op de eerste. De punten stonden al op de meest logische volgorde, alleen CP30, waarbij niet “Staat op de kaart” staat, blijkt, na intekenen, gelijk te zijn aan CP17. We vragen het team Chickenpower, de organisatoren, maar zij kijken wat verbaasd: “Natuurlijk blijven de kaartjes op dezelfde plek hangen, maar je kan de controlenummers van etappe 1 toch niet meer opnieuw inleveren.” Vreemd. Later blijkt dat er nog een CP30 is, dat wel op de kaart staat getekend, en dat het dus twee keer gegeven is, op totaal verschillende locaties, blijkt een fout. We nemen het zekere voor het onzekere, en gaan beide plekken af, ook die waar we al eerder waren, want dat het een vergissing is en geen /uitdaging/ horen we pas na de finish. Vreemde beslissing, want dat CP17 een “8” was wisten we al, en om dan nog een keer te gaan kijken…

Voordat het zover is lopen we nog langs CP22 t/m 24, met bij ééntje een relatief eenvoudige projectie, die we op passen en kompassen uitvoeren. Dan, bij CP25, wordt het weer lastiger. Een wirwar van paadjes, en twijfel welke het is. CP26 is nog lastiger, vooral omdat hij zo makkelijk is! Het CP kaartje hangt dusdanig in het zicht dat het wel vals moet zijn, zo denken we. Bovendien lopen er meer paden dan op de kaart staan. Terug, heen, rondje maken, double-check, maar we blijven bij het in-het-oog-springende kaartje. Moest wel kloppen.

Een “after-lunch” dipje? Drie posten achter elkaar waar we flink aan het klungelen zijn geweest. Vooral omdat er meer paadjes waren (en soms minder) dan op de kaart stonden. Telkens kwamen we in eerste instantie op de goede plek, maar klopte het patroon niet met de kaart.

De heuvel op naar de toren, tweede paadje linksaf in… nee, dat klopt niet, dat loopt in een rechte lijn van de toren of, en wij moeten er eentje eerder hebben. Dit lijkt wel die stippellijn op de kaart. Doorlopen tot de splitsing, iets noordelijker, maar dat matcht niet. Dan maar het westwaartse pad volgen om te zien waar dat uitkomt. Dat lijkt het westelijke kleine paadje onder de ‘a’ van Galgenberg te zijn, maar komt niet uit op het oorspronkelijke pad de heuvel op. Uiteindelijk vinden we het CP, maar de kaart klopt hier niet. En dan blijf je twijfelen of het niet een vals CP is, want weet team ChickenPower -aha, vandaar dat CP op alle kaartjes- dat ook? En bij CP28 gebeurt iets soortgelijks. Het beoogde en gezochte pad is vanuit het westen komend niet te herkennen, staat wel op de kaart, maar pas na veel zoeken vanuit de andere richting vinden we iets pad-achtigs met een CP-kaart.

CP29
Je ziet dat we lang hebben gezocht bij de klimboom midden op de open plek, bij het CP-bollejte, voordat we bij de bosrand waar het pad in het groen verdwijnt zijn gaan kijken en het CP-kaartje vonden.

Ook CP29 zorgt voor wat vragen. Op de kaart staat het overduidelijk midden op de open heide vlakte getekend, waar een schitterende klimboom staat. We klimmen er in, vinden niets, en noteren tenslotte een CP nummer op een boom aan de rand van de vlakte? Vals? Daar moeten we later maar achter komen. Twijfelen doen we zeker. Misschien daarom wel gaan we langs het overbodige CP30 om ook dat te noteren, terwijl we niet eens weten of dat er wel zal hangen. Team CP was zich kennelijk nog niet bewust dat er iets fout was, laat staan dat wij wisten wat er dan precies niet klopte.

Doen we eerst CP32 en dan CP31? Het kan net zo goed, qua route. En dat blijkt maar goed ook, constateren we ruim drie en een half uur later als we etappe 4 lopen. Want er vlakbij ligt nog een punt dat we, vanuit zuidelijke richting komend, vast eerder hadden gezien. Maar vanuit het westen komend vinden we het juiste CP32 bij een bankje. Da’s boffen. CP31 is al vanaf meters afstand te zien, want het is weer een nummer op een mast. Een nummer dat we een paar uur later niet vergeten zijn.

CP36Daarna wordt het weer even makkelijk. Een klein beetje twijfel bij CP35 -is het nu een bult of een kuil op de kaart?- want het blauwe kaartje hangt voor ons -enigszins wantrouwig afgestelde- gevoel veel te opvallend. Maar de locatie klopt, dus het zal wel goed zijn. Maar dan gaan we de mist in. CP36 lijkt de voordeur van een grote villa met oprijlaan, waar we niet kunnen komen. Maar de aardige mensen die er wonen hebben met riante cijfers hun huisnummer op het muurtje naaste de oprit gezet. Helaas blijkt dat we het CP een seconde te snel en een paar mm te laag hebben ingetekend, en het om een heel ander huis ging. En omdat het verkeerde nummer geen vals CP was kostte het geen 45 maar meteen 60 strafminuten. 

Hoe 1 seconde overeen komt met 60 minuten…

Dit zou onze eerste van drie fouten worden. Intussen zagen we niet veel andere teams meer. Na dit punt kwam er nog eentje achter ons aan, en zagen we verderop een team in een andere richting lopen, maar voor ons in elk geval niet veel meer. Dat maakte het meteen wel weer een stuk spannender. Zouden we deze positie weten vast te houden?

Bij CP38 constateerden we rap dat een PowerBar Shot gewoon een soort winegum is en makkelijk in het verkeerde keelgat schiet als je rent, en dat we het punt verkeerd hadden ingetekend. Vanwege de klassieke fout: het verkeerde van de drie grids op de betreffende kaart gebruikt. Maar het is snel hersteld, en binnen twee minuten vinden we het CP. Alleen een ontbrekende spoorwegovergang, en vijf loden luchtbukskogeltjes, staan nog tussen ons en etappe 3.

Etappe 3

Etappe 3 bestaat uit peilen en tellen. Passen en kompassen.
(klik om de hele kaart te openen)
niet_CP43
Groen: de juiste route. Rood: onze interpretatie. Terwijl juiste vooral de afstand van het eerste been vanaf CP42 lastig te schatten was vanwege de knik in de weg, maken we de grootste fout in de koers.

Als we echter de enveloppe van etappe drie openmaken nemen we een verkeerde beslissing. Inmiddels zijn er nog een paar teams het clubhuis binnen gekomen, maar dat zorgt niet voor tijdsdruk. Integendeel. We gaan op ons gemak kijken hoe we de peilingen op de beschikbare kaarten kunnen tekenen, rekenen de schalen om, en constateren dan pas dat het uiteindelijk veldwerk wordt. Maar, dat is het gekke, dan zijn we al ruim een kwartier verder. Het heeft wel enig nut gehad: nu staan de kompaskoersen vast exact op het blad met de bol-pijl route, weten we dat sommige punten op de satellietfoto afgebeeld staan, en, omdat we de eerste peiling van 210 meter tussen clubhuis en kruispunt kennen, kunnen we mooi exact onze paslengte lopend en rennend kalibreren. En dat blijkt goed te werken. Althans, bij de eerste paar punten. Zodra de weg tijdens een been van de peiling een knik maakt klopt de schatting niet meer, en bovendien staat er een boerderij op de line-of-sight zodat ook de peiling niet goed lukt. We schatten dat we ergens uit moeten komen, maken de 2e peiling naar CP43, en vinden daar niets. Als die eerste afstand nou eens te krap was ingeschat? (En dat was ook zo.) Dan moeten we nog iets verder naar het oosten. Weldra vinden we daar een CP, en volstrekt tevreden gaan we door naar CP44  en CP45. Omdat CP44 op de luchtfoto herkenbaar is controleren we de afstand en koers daarheen niet, en zijn ons nog steeds van geen fout bewust. Achteraf is het verschil zo duidelijk op de kaart te zien dat je niet snapt dat dit mis ging, zeker omdat de koers zo veel afwijkt. Omdraaien terugpeilen vanaf het knikpunt had zeker de fout kunnen voorkomen; maar ook zelfs misschien als we vanuit CP44 terug hadden gekeken. Misschien voelden we de hete adem van de achtervolgende teams in onze nekken.

etappe 3
Het Roadbook van etappe 3.

CP45 was makkelijk, CP46 weer een lastige vanwege ontbrekend zicht, en CP47, CP48 en CP48a waren weer eenvoudig. Maar wat we wel van onze tweede fout, en de verloren tijd bij CP47, leren, is dat we dit soort peilingen nauwkeuriger moeten uitvoeren, controleren, en misschien zelfs een echte dead reckoning berekening maken op de zakjapanner. Een aandachtspuntje…

Etappe 4

Met verkleumde vingers tekenen we nog een stuk of wat CP’s in op de kaart. M’n ultralightweight tekenbord komt weer uitstekend van pas.
etappe 4
Het Roadbook van etappe 4.

Dan steekt de wind op. Het wordt koud. Bij CP49, waar we de kaarten van de vierde en laatste etappe krijgen, is wel een (prehistorische) hut, maar het is veel te donker binnen om daar te tekenen. Een half uur lang zitten we met verkleumde vingers op een houten trappetje van een kippenhok, met iets verderop inmiddels nog twee volgende teams, die ook aan het intekenen zijn. Ook dit keer weer kaarten met afwijkende schalen, verschillende coördinatensystemen, onlogische volgordes, en ontbrekende indices bij sommige gridlijnen. En dus moet er weer gerekend, geconstrueerd en gepuzzeld worden. Onheilspellend is dat er van de twee opzettelijke witte plekken op de kaart, er maar eentje een CP ingetekend krijgt. Dat kan haast niet kloppen. Double-check.

Witte plekken op de kaart. Dan kan je nog zou nauwkeurig projecteren, maar het laat niet exact zien waar je moet zijn. Een vals CP dat er 30 meter naast ligt is dan snel voor waar aangenomen.
(klik om de hele kaart te openen)

Als we klaar zijn en weer op pad gaan vertrekt het volgende team vrijwel direct ook. Samen gaan we naar het volgende, nabijgelegen, CP55, maar op weg naar CP50, dat volgens ons toch echt een logische volgende bestemming is, gaan ze een andere kant op. Vreemd. Nou ja, via kale akkers en schrikdraad komen we bij CP51, een CP onder een afdakje, en na nog wat overklimbare hekken stranden we voor een hoog hek met prikkeldraad, tussen ons en CP52. Het kan niet de bedoeling zijn dat we daar over klimmen. Toch? Fout ingetekend? Ook niet. Dan maar doorlopen. Het volgend team even verderop verdwijnt opeens linksaf, waar kennelijk toch een doorgang is. We volgen, maar zien ze niet meer. Wel vinden we CP52, via een tourniquet.

De daaropvolgende aanwijzing ligt onder paal #15. Gelukkig weten we nog welke paal #14 is, en zo kunnen we er direct heen rennen. Daar staat dat CP54 op 86 meter en 168 graden ligt. Het andere team is weer bij ons, en roept hardop “186 meter”.  Ook goed. Wat zij willen. We noteren het CP nummer op 86 meter, roepen dat dat nog lang geen 186 meter is, en gaan vrolijk met ze mee naar de plek waar niets ligt, om na een minuut te besluiten dat we “het wel weten en verder gaan”. Zij zoeken nog even door, want het CP moet daar ergens zijn, want wij weten het immers. Na CP53, een kuil, en CP56, een boom, ook makkelijk, maken we onze derde, en tevens laatste fout van de dag. Een projectie over een lange afstand, 600 meter in dit geval, levert bij een onnauwkeurigheid van 2°, wat ook niet geheel ondenkbaar is, al een miswijzing van 20 meter op. Dat lijkt niet veel, maar achteraf blijkt dat daar elke 30 meter een vals CP hing, wat dus nauwelijks meetbaar is. Wij lopen prompt tegen het meest in het oog springende blauwe kaartje in de hoek van het veld aan, en gaan blij verder.

De laatste kaart, waarop het woord “finish” prijkt: eindelijk!
(klik om de hele kaart te openen)

Nog maar een paar te gaan, en we zijn op de terugweg. Een CP op een steil pad, op de kaart halverwege een helling (dat bijna onderaan blijkt te hangen), en eentje onder een boom in een zandgeul die ontbreekt op de kaart en alleen door passen tellen gevonden wordt, zorgen voor nog wat vertraging. Maar we vinden ze uiteindelijk. Over CP61, CP60 en CP62 valt niet veel te zeggen. Maar het wordt wel donker, en daarmee zijn de CP-kaartjes steeds lastiger te vinden. CP63 zorgt voor twijfel. Waren we daar niet al geweest? Hetzelfde CP controle getal, zou dat kloppen? Is dit een soort CP30-deja-vu? Of hebben we een fout gemaakt? Het blijkt het laatste, maar deze keer, in etappe 4, moet hij wel kloppen. We zijn te uitgeput om ons er nog druk om te maken. Bij CP64 komen de zaklampen tevoorschijn. CP65 wordt onder een paaltje gevonden (zou iemand anders deze spotten?), en voor CP67 moeten we een spoorlijn en een hek passeren. Het lijkt even zoeken, maar net op dat moment gaan de spoorbomen knipperen omdat er een trein aan komt, en zo vinden we het met gemak. Het hek bij 67 gaat gewoon open, terwijl we in de verte, zo rond CP63, een hoofdlampje uit het bos zien komen. Dat is nog bijna een kilometer achter ons, maar toch voelt het als opgejaagd, zodat we het laatste stuk tot de finish weer flink doorrennen.

Finish

Midwinterrun2014_klein
Bekijk onze complete route door op de afbeelding te klikken.

En zo komen we net voor 18:00 binnen, op de valreep zonder strafminuten. Want elke minuut dat we vòòr zes uur eindigen levert punt 1 bonus, maar elke minuut ná 6 kost 2 strafpunten. Tenslotte moeten we nog een keertje schieten, maar ook dat is weer allemaal raak.

Een paar teams waren al binnen, maar al gauw verschijnen uit het donker ook de meeste andere teams. Op zich opvallend, want ook met 2 strafpunten per minuut, levert elk gevonden CP 30 punten op, en mag dus 15 minuten kosten. 67 posten in 9½ uur betekent gemiddeld 7 per uur, en dus 8½ minuut per post. In dat tempo kan je dus nog gemiddeld 13×7 = bijna 100 punten scoren in dat laatste uur.

Maar daar was het op dit tijdstip, met zoveel kilometers in de benen vast niet meer om te doen. Een heerlijke warme dampende Chinees lonkte, en frisse biertjes. En zo sloten we met zijn allen, onder het houden van stoere verhalen over onze ontberingen, nagenietend van de mooie tocht, het evenement af. Nou ja, bijna, want er volgde nog een prijsuitreiking die me nog lang zal heugen.

De uitslag

Spannend! We hadden alle posten aangedaan, en waren net voor zessen binnen. Maar dat zegt niet veel. Die paar minuten voorsprong of achterstand op het eind betekenen namelijk bijna niets. Het gaat om de strafpunten voor niet gevonden, maar vooral valse en foutieve posten. Dat maakt het verschil. Kijk maar naar de uitslag hier onder. We kwamen 13 minuten voor de #2 binnen, Menno en Ruud, maar het verschil in de score is 181 punten, ruim “drie uur”. Zo gaat dat bij een Midwinterrun. Maar dat neemt niet weg dat de andere teams er vast net zo genoten hebben als wij! Wat ook te lezen valt in de verslagen van team  Horse and Brainpower en team Survival of de Crows.

Maar om een lang verhaal kort te maken: we hebben gewonnen!

big_32416434_0_1000-602[1]
De uitslag zoals die op de site van Chickenpower werd gepubliceerd. De kolom “plek: stand” is de tijd in minuten, inclusief strafminuten, ten opzichte van de deadline van 18:00. In de kolom ET1 zit ook de score van het schieten verwerkt.
Na een paar dagen werd ook de uitslag per team en per CP gepubliceerd door ChickenPower. En dat leent zich dan weer voor wat leuke statistische beschouwingen.

Om een gevoel te krijgen voor onze fouten: het verkeerde huisnummer was stom, want ruim 80% (van de 61% die het überhaupt vond) had deze wel goed. Maar de 2e fout, CP43, werd door 91% gemaakt, en het 3e CP dat we fout hadden, was zelfs door niemand goed beantwoord. Maar goed, de meeste teams haakten dan ook ongeveer na CP50 af. CP16 en CP27 daarentegen, die meer dan de helft van de teams fout deden, hadden we goed.
Opvallend is ook dat de teams die minder CP’s wisten te bezoeken, ook nog eens relatief meer fouten maakten. Er lijkt zelfs een verband te bestaan tussen de schiet-score. Zou de hele MWR een kwestie van goede ogen zijn?
Het ligt voor de hand dat de totaalscore beter (= lager) wordt, naarmate een team meer CP’s gevonden heeft. Er zijn meer factoren, maar die lijken ondergeschikt als je het zo bekijkt.
Er is geen relatie tussen de eindtijd en het aantal gevonden punten. Maar goed, iedereen mikte op omstreeks 18:00 binnenkomen, los van of ze alle CP’s gehad hadden.
Als je echter de gemiddelde tijd uitrekent dat elk team over één CP deed, valt op dat het relatieve aantal fouten ook toeneemt. Dat is vreemd. Of is het zo dat de iets langzamere teams vooral meer tijd kwijt zijn met lopen, maar niet langer of uitgebreider zoeken? Ze zouden juist daardoor iets beter kunnen scoren. Aan de andere kant, 1 minuut langer zoeken levert misschien 1 fout minder op, maar kost wel weer een uur op de hele route. En dat is ook wat een fout ongeveer kost.
Iets soortgelijks zie je terug in de relatie tussen het aantal gevonden CP’s en het aantal fouten. Wellicht betekent minder fouten dat je beter zoekt, en daarmee dus ook meer vindt, en sneller door kan naar het volgende punt. Alleen vind ik dat een enge redenering.
Wat voor de hand ligt, maar minder doorslaggevend blijkt dan je zou verwachten, is dat wie minder fouten maakt een betere (= lagere) totaalscore behaalt. Toch is het aantal gevonden CP’s van groter belang. Een fout CP staat grofweg gelijk aan twee CP’s minder vinden of aflopen. En omdat het gemiddeld aantal fouten (2.4) dat men maakte veel kleiner is dan het gemiddeld aantal gevonden posten (40), zie je dat minder duidelijk terug in het eindresultaat.

Conclusie

Het was weer een geweldige dag en tocht. Toch heel anders dan bijvoorbeeld de WOR (zie mijn verhalen van 2012 en 2013), maar ook dan de Midwinterrun van 2013. Er zat dit keer méér in:

  • meer kilometers met name,
  • maar ook de schietopdrachten,
  • de logicaopdracht bij de start,
  • meer in te tekenen CP’s.

Maar ook minder, zoals

  • minder sneeuw (nou, zeg, dat kan je toch plannen!? – het levert zulke mooie foto’s op)
  • geen water of andere avontuurlijke hindernis (en dus ook minder stoere verhalen voor later)
  • geen memorisatie-opdracht (van de gedachte er aan werd ik wel een tikkeltje nerveus)
  • geen actie-foto’s onderweg

Maar dat houdt het afwisselend en interessant. Alleen mistenwe  sommige elementen wel een beetje, wellicht ook omdat we daar op min of meer op gerekend hadden. Eerlijk gezegd hoeven er van de kilometers volgend jaar niet méér in te zitten.

 Analyse

Ik kan het nooit laten om achteraf nog eens te bekijken hoe het ging. Daarvoor droegen we een GPS-hardloop horloge en een tracklogger, die achteraf verteld wanneer we waar hoe hoe hard liepen en hoe hoog we zaten. Tijdens het lopen heb je er niets aan, maar dat zou ook niet leuk zijn. Hiermee kan ik na afloop onze route op de diverse kaarten plotten, bijvoorbeeld met OziExplorer of Mapsource, maar ik gebruik in dit geval liever QuickRoute. Zo kan ik makkelijk de tijden van de losse deeltrajecten bekijken, en zien hoe lang we hebben lopen dralen rond elk CP. En op die manier kom ik tot het volgende overzicht:

Tijdsverdeling

Ongeveer 1/3 van de tijd hebben we gerend (meestal rond de 5’15″/km, soms 30″/km sneller of langzamer), ook 1/3 stonden we stil, en de rest was een snelheid er tussen in, ofwel wandelend, ofwel zoeken naar een CP.

tijdverdeling
Hie zie je hoeveel tijd we waarmee bezig zijn geweest. De meeste tijd hebben we bewogen, en daar het meeste van hebben we gerend, maar dat was minder dan de helft van de duur van de tocht.

In de diagram hier boven valt wel op hoe ontzettend veel tijd we kwijt waren met intekenen op de kaart. Dat is echt iets dat veel sneller moet kunnen. Twee uur zoeken klinkt veel (ik heb de tijd bepaald dat we rond de CP’s bewogen), maar met 67 posten is dat minder dan 2 minuten per punt. Soms zagen we het CP-kaartje hangen in het voorbijgaan, maar soms kostte het meer dan 5 minuten.

Tempo

Uit het de snelheidsverdeling over de tijd kan je halen dat we ongeveer 1/3 hebben stilgestaan of langzaam hebben gelopen, 1/3 met een fors temp van 5 min/km hebben gelopen, en de rest iets daar tussenin. Bij een normale oriëntatieloop sta ik tussen 6 en 9 % stil. Maar nu moest er ingetekend worden, uiteraard.

snelheidshistogram
Histogram van onze snelheid, verdeeld in intervallen van 2 minuten. Elk balkje geeft de tijd weer zolang we een snelheid binnen dat interval liepen. De grote groene zegt dat we 31% van de tijd tussen 4:00 en 6:00 min/km liepen, en de rode dat we 33% van de tijd langzamer liepen dan 28 ‘/km.

Per etappe heb ik nog eens de tijd uitgesplitst die we bezig waren met tekenen, zoeken, en lopen. En de verloren tijd vanwege “externe factoren”. Wat overblijft is de tijd dat we liepen of renden, en dat levert, met onze afstand per etappe, een gemiddelde snelheid en temp op. Dat valt, zeker in de eerste etappe, zeker niet tegen. In de derde ging het een stuk trager, maar dat kwam vooral vanwege de extra moeilijkheidsgraad. Tevoren intekenen op de kaart betekent dat je de rest van de etappe dóór kan lopen, maar juist bij de peilingen was dat niet het geval.

 etappe intekenen
(min)
zoektijd
(min)
extra vertraging afstand gelopen
(km)
tijd gelopen tempo
(min/km)
snelheid
(km/u)
 1 8+25+3 26 5 minuten praten met de jagers rond CP8 en CP13 19.1 1:49  5’37”  10.7
 2 19+1 34 3 minuten zoeken naar een dubbel CP30 15.5 1:41  6’21”  9.4
 3 18 23 6.5 0:54  8’15”  7.3
 4 29+1 23 11.8 1:23  6’48”  8.8
 totaal 1:44 1:46 52.9 5:40  6’25”  9.4

Afstand

Als ik onze afstanden vergelijk met de “snelste” route (niet in vogelvlucht, maar wat we idealiter gelopen zouden hebben), zie je dat we vooral in etappe 1 de extra kilometers hebben gemaakt, en de rest is wat kruimelwerk vanwege zoeken en verkennen.

afstandverdeling
Verdeling van de afstand die we sneller dan 8 km/u liepen, en welke we langzamer liepen. We hebben bijna een hele marathon echt gerend. En daarbij nog eens 12.2 km gelopen. Waarvan de helft schat ik in kleine rondjes rond bomen en kruispunten.

Per etappe heb ik gekeken wat we verloren hebben. Als ik daar de substantiële stukken vanaf trek houd je het kruimelwerk over. En dat is ook niet gering.

 etappe gelopen afstand snelste afstand opmerking
 1 19.1 km 13.4 km 800 meter kostte het ommetje langs CP12 dat er helemaal niet was (wat we stiekem wisten), 200 meter bij CP7, en 2.8 km als we niet nog een keer langs CP1 waren gelopen (wat ook in 2 km had gekund achteraf). Twee kilometer hebben we dus geslingerd onderweg, zoekend naar blauwe kaartjes.
 2 15.5 km 12.2 km Als de de 8 van CP30 gewoon hadden ingevuld en niet nog eens zouden zijn gaan kijken, had dat 200 meter gescheeld. En nog 300 meter op het end, als we van onze kaart af waren gelopen en de noordelijker overweg hadden genomen. De overige 2.8 km zijn dus cirkelen en zoeken geweest, naar met name CP26 en CP27, en een kilometer bij de overige punten..
 3 6.5 km 5.8 km Ruim 600 meter hebben we extra gelopen op zoek naar CP46, een been van slechts 303 meter.
 4 11.8 km 11.5 km 600 meter hadden we kunnen besparen door op weg naar CP52 over het prikkeldraadhek te klimmen. En nog 200 meter elders. Dus deze etappe was helemaal volgens PAR.
 totaal 52.9 km 42.7 km

Je kan dus stellen dat we onderweg een kilometer of 5 meer hebben gelopen dan wanneer we de locatie van de kaartjes op voorhand hadden gekend, en bijna 6 kilometer vanwege foutjes en andere beslissingen die achteraf niet nodig waren geweest. Idealiter waren 53 km er maar 42 geweest, maar ja, als je 68 minuscule blauwe kaartjes aan de achterkant van bomen zoekt waarvan je op ±15 meter nauwkeurig de locatie kent, loop je 6.5 km in rondjes van 125 meter. Dan hebben we het toch niet slecht gedaan. En het is goed om bewust van te zijn als je zo’n run uitzet, hoeveel er aan loopafstand bij komt per CP, bovenop de snelste route.

Verbeterpuntjes

Volgend jaar nog beter? Dan moeten we minder tekentijd besteden, en slimmer intekenen. Veel fouten hebben we niet gemaakt bij het tekenen, maar toch een slordigheidje dat 60 strafpunten heeft gekost. Hoeveel meer fouten als we twee keer zo snel zouden hebben gewerkt? Ergens ligt een optimum, dus we moeten vooral slimmer de punten uitzetten.

En noteren waar een standaard CP en waar iets anders gevonden moet worden. Dat had ons het debacle bij CP1 bespaard.

Verder kunnen we projecties zonder dat er een kaart bij hoort beter gewoon lopen en niet peilen. Maar wel in segmenten werken als het niet in één keer kan, en goed bijhouden of uitrekenen waar we zijn.

Een CP30 is natuurlijk zonde. Daar hadden we nooit dubbel, of eigenlijk zelf drie maal, naar hoeven zoeken.

En we moeten nog wat beter de opmerkingen briefing verwerken. Schijnt een fout die meer teams maken, overigens.

Spullen

Omdat ik vast nog een keer ga meedoen, som ik mijn inventaris van dit keer op (zodat ik volgend jaar binnen 5 minuten mijn tas kan pakken):

  • hardloop-rugzak met daar in
    • een drinkwaterzak met 1.7 liter water
    • 2 Snickers
    • 2 muesli repen van AH, m
    • PowerBar Shot (10 winegums voor de prijs van 100)
    • PowerBar Hydro Gel (een lik appestroop)
    • lineaal
    • meetlint
    • rekenmachine
    • reserve potlood, stift en geodriehoek
    • thermo deken
    • ID
    • geld
    • EHBO spul als pleisters en tape
    • toiletpapier
    • nood-poncho (voor als het ging regenen)
    • ASML windjack (voor als het ging waaien)
    • Icebreaker mutsje (voor als het ging vriezen)
    • HH thermo-handschoenen (voor als het ging sneeuwen en we sneeuwballen moesten gooien)
    • Philips 3W LED zaklamp (voor als het donker werd)
    • telefoon (voor als het later werd)
    • GPS tracklogger

    en aan de buitenkant:

    • potlood aan een touwtje
    • fluitje (aan een touwtje)
    • geodriehoek met afgevijlde hoeken (aan een touwtje)
    • watervaste stift aan een zipper
    • rekenmachientje (aan een touwtje)
    • Recta peilkompas (aan een touwtje)
    • druivensuiker
  • plastic kaarthoes, met daarin
    • lichtgewicht plankje om kaarten vlak te houden
    • kaart-roemer (beperkt functioneel, want de schaal is arbitrair)
    • klemmetje om zaakje bij elkaar te houden
    • velletje voor aantekeningen, met omrekeningen graden/minuten/seconden per meter en omgekeerd, hoek UTM vs. RD, etc.
  • Silva duimkompas
  • Hardloophorloge
  • en om aan te trekken
    • Inov-8 ROCLITE 285 schoenen (zonder spikes maar met noppen)
    • Nike lange hardloopbroek
    • Moose sokken
    • Kraft thermo shirt met lange mouwen
    • Nike tuned fleece

     

Ten slotte kan je alle kaarten van ons team vinden op mijn Digital Orienteering Map Archive. En de route langs de “juiste” CP’s kan je hier op de site van Leo Slütter bekijken. En hierna? Misschien wel de N8-run.

Achterlopen (ook een sport?)

Ik loop wat achter. Ingehaald door mezelf, en toch voelt het niet als voorop. Maar ik ga het goed maken. Boven aan deze pagina staat terwijl ik aan het typen ben:29-12-2013 21-24-32 Het lijkt wel het uitzetten van een oriëntatieloop, maar dat is het niet. Ik ga even alle verhaaltjes typen die ik niet heb geschreven dit jaar. In vogelvlucht. Een soort jaaroverzicht, vanaf de zomer.
Want het jaar begon ik gewoon met een verslagje van de Sylvester, waar ik een keer eerste werd, de Jenevercross (die zijn naam eer aan deed bij de finish), de Genneperparkenloop vlak bij huis, en een lang verhaal over de Midwinterrun. Lange vehalen zijn leuk, ook om te schrijven, maar ik wil mezelf daarna altijd weer overtreffen, en nog meer en leuker schrijven, wat de drempel om er aan te beginnen hoger maakt, met als gevolg op een gegeven moment een writers block. Dat moet je niet hebben.

Tussendoor wat niemendalletjes over draaiende Aardes en onlogische polen, nieuwe schoenen en  fouten in SI splits. Maar verder gewoon verslagjes van nachtomlopen (en * en **), trainingen, dag- en avondomlopen. Bijzonderheden waren mijn ervaringen van mijn eerste baanlegging en kaartcorrectie, publieke excuses voor een verkeerd geplaatste post bij de driedaagse, en het uitgebreide verslag van de WOR3. Maar dan heb je het wel zo’n beetje gehad.

Als je dan echter in mijn digitale kaarten archief van dit jaar kijkt, zie je dat er veel meer gelopen werd, dan geblogd.

Zo was er de ROM (day 2) in maart, waar ik nog twee headcam videos van heb gemaakt, op normale snelheid, en 10x versneld. Samen toch 250 keer bekeken tot nu toe. Ik herinner me vooral de lengte van de loop, die des te groter leek omdat je bij de kaartwissel voor een tweede keer de start passeerde. En het meertje dat links- dan wel rechtsom gepasseerd kon worden.

Militaire wedstrijden zijn altijd handig te plannen. Geen conflicten met hockeywedstrijden, zwemlessen, en andere familiaire vrijetijdsbestedingen, maar gewoon een kwestie van de Outlook agenda volplannen en een paar vakantie-uren opnemen. Ik had mijn camera-tje weer meegenomen, maar die bleek in de foto- en niet de film-stand te staan. Schitterende plaatjes, van De Zwarte Weg, maar verder niet zo bruikbaar. Het blijft een leuk gebied om te lopen, met veel afwisseling, enorme open vlaktes, en oude loopgraven. Als ik naar de kaart kijk ging het behoorlijk goed, alleen elke 11e post maakte ik een flinke fout. Misschien had ik nog harder kunnen lopen, en ik denk dat er soms iets betere routekeuzes te maken waren geweest, maar over het algemeen was ik goed in vorm.

Een van mijn laatste lopen voor de zomer was de eerste avond van onze club-3-daagse, De 3-Daagse van Brabant. Een mooi evenement, maar helaas had ik last van een opkomende blessure aan mijn knie en heup die doorzette. Fysio er bij, voorzichtig trainen, maar het leek hardnekkig. Tijdens de zomervakantie in de Oostenrijkse Alpen veel gelopen, en wonderwel hersteld. Ik trok de conclusie dat het voornamelijk werd veroorzaakt door niet-lopen. Of te licht. Juist het bikkelwerk in de bergen deed mij goed. En het was juist ontstaan toen ik half april en mei weinig had georiënteerd.  Les 1: vaak rennen, en hard ook, en alles komt goed. Mooie les. Houd ik me graag aan.

Na de zomervakantie vloog ik voor een paar weken naar San Diego. Werk. Ik mailde de San Diego Orienteering Club nog of daar wat te oriënteren viel, maar helaas was er in de na-zomer niet veel te doen. Het werd dus vooral golfsurfen en rondjes rond het hotel rennen, onderweg een paar geocaches oppikkend.

Toen ik terug kwam viel ik met de neus in de boter: vlak naast mijn werk werd dag 1 van de 3-daagse van Limburg georganiseerd. Op de fiets er heen, en terug, en tussendoor de oriëntatie-draad weer op kunnen pikken en en passant een paaltje branden (dat betekent: een 1e plek lopen; ja, in categorie LD en niet H40, ik weet het, maar toch…) Ik ging snel, en maakte weinig fouten. Concentratie, kennelijk, al was mijn jet-lag voor mijn gevoel nog niet over. Maar dit was de eerste loop na het herstel van mijn knieblessure. En die ging helemaal goed, dus dat smaakte naar meer.

Anderhalve week later ging ik naar een zomerwedstrijd, net over de grens. Ook een heel leuk terrein, waar ik al eerder was geweest. Eén post van toen herinnerde ik me nog, een post midden op een dijkje in een moeras. Dat bleek nu post 1 te zijn, en prompt liep ik er voorbij, alvorens alsnog natte voeten te halen. De rest was veel heuveltjes beklimmen, van verlaten opslagplaatsen, en door dicht gegroeide plukken gewas rennen. Ik herinner me dat halverwege Yannick Michiels, de Belgische nummer 1, mee voorbij kwam. Ik dacht hem wel even bij te kunnen houden, maar wat een ongelooflijke snelheid weet hij te bereiken door dat ruwe terrein. Het leek wel als of ik probeerde al hordenlopend een rennend hert bij te houden. Net voor het donker werd bereikte ik de finish. Een paar foutjes gemaakt, die op deze relatief korte loop relatief veel tijd hadden gekost.

De laatste loop voordat ik weer naar San Diego zou vertrekken was een klassieker, in de zin dat ik daar vorig jaar ook was geweest rond dezelfde tijd. Toen was het, met dik 35 graden, de warmste dag van het jaar, en bleek ik, misschien mede daardoor, de snelste op omloop 1. Niet alleen in mijn eigen leeftijdscategorie. Dit keer ging het wat minder, vooral vanwege een paar joekels van fouten. Opvallend was dat ik die in eerste instantie vooral maakte als ik achter iemand anders of net er voor liep; met andere woorden, als ik wat extra spanning voelde. Kennelijk ben ik wat minder stress bestendig, iets om aan te werken.

Weer terug in Nederland begon het trainen voor de Halve Marathon van Eindhoven, een jaarlijks terugkerende happening. Vorig jaar had ik daar 1:27 gelopen, en nu moest ik natuurlijk sneller. Maar alle business trips hielpen daar niet bij, met weinig tijd om te trainen, vermoeiende reizen, en andere dingen die aandacht vroegen. Om toch wat kilometers te maken besloot ik 2 etappes van de Rik Thys Wisselbeker voor mijn rekening te nemen. Twee borstnummer monteerde ik op mijn shirt, die met het losmaken van één veiligheidsspeld omklapten zodra ik voor de eerste keer de finish/start passeerde. Men kon er wel om lachen. Helaas snapte de score software er niets van dat er twee Jan-Gerards waren met verschillende EMITs, zodat ik nu 01:50 over 1 ronde gedaan leek te hebben, en 1 keer did not finish achter mijn naam kreeg; ik had me beter als Jan en als Gerard kunnen laten registreren. Maar ja, het was wel leuk.

Toen volgde de ½ Marathon. Met een keelontsteking op komst en zonder al te veel trainen lukte het niet onder de 1:30 te komen, maar ik bleef wel onder de 1:33:47, waar ik eigenlijk dik tevreden mee was. Basisconditie.

Een week later was er weer een militaire wedstrijd. Een terrein dat ik nog niet kende, en als ik nu de kaart weer zie valt op hoe open het was, alhoewel ik in mijn herinnering toch nog aardig wat door bos heb gelopen. Er zaten een paar hele zware stukken tussen, met schijnbaar vlak open terrein, maar tussen de pollen heide kuilen vol water van ruim een meter diep. Ik heb tot twee keer toe onverwachts tot aan mijn middel in de de modder gestaan. Achteraf best mooi, maar wel enorm zwaar als je daar juist snelheid wilde maken, en op handen en voeten ploeterend naar de volgende post beweegt. Ik heb achteraf op mijn gemak routes op de kaart getekend, in groen, en die mee gescand. Opvallend dat ik in meer dan de helft van de gevallen iets anders gedaan zou hebben dan ik gedaan heb. Soms zijn de verschillen marginaal, soms meer dan dat. Het tekenen kostte me alleen, denk ik, ruim 10 minuten. Als je dan bedenkt dat ik er ongeveer 65 minuten over liep, en doorgaans gemiddeld 6-8 % van mijn tijd stil blijk te staan volgens m’n GPS, wat neer komt op 5 minuten kaartlezen, had ik die 5 minuten extra moeten compenseren door betere routekeuzes.  En dat denk ik dat het hier niet had gescheeld, want ik heb dit keer eigenlijk geen grote fouten gemaakt. De routekeuzes waren dus vooral ‘iets korter’ of ‘iets sneller’, maar niet heel veel beter. Het is natuurlijk de vraag of dat altijd op gaat. Ik ga dit eens verder analyseren een volgende keer.

Enkele dagen later, weer een loop, in de buurt, in vergelijkbaar terrein, en bijna net zo nat. Toch een hele andere loop. Niet militair, en behoorlijk ander soort post-plaatsingen. Zo zie je maar weer hoeveel persoonlijks een baanlegger in verwerkt. Maar wat ook scheelt was mijn eigen concentratie, die duidelijk lager was. Opvallend veel fouten, zeker in het begin. Wel waren er veel interessante benen, waar de beste route ook niet op het eerste gezicht duidelijk was. Als ik er een hele pagina aan zou hebben gewijd zou ik uitgebreider naar de Splits hebben gekeken. Iets wat me opviel was dat ik op het eind nog wat over had voor een eindsprint, maar daar eigenlijk pas na de laatste post aan begon. Zou ik dat ook een post eerder kunnen doen? Als ik nou eens elke keer één post meer vóór het eind ga versnellen? Zou best veel schelen, en klinkt te doen. Goed voornemen.

De week daar na deed ik dat dan ook, maar dat ging niet zo goed als gehoopt. Ik liep bij de één-na-laaste post prompt naar de verkeerde vlag. De rest ging redelijk voorspoedig, alhoewel er ook een paar grove blunders waren. Ik liep hard, laten we het daar op houden, maar de eerste 10 posten duurde het tot ik me voornam de daarop volgende perfect uit te voeren. Toch was het weer zo leuk dat ik niet beter thuis had kunnen blijven.

Twee dagen later was de Valkenloop, in Varkenswaard. Totaal ongepland en dito voorbereid ging ik er heen, met loopmaatje Erwin. Het grootste deel liepen we samen, in het begin aanhakend bij een groepje dat onder de anderhalf uur leek te willen lopen. Te snel gestart? Ik dacht het wel, in eerste instantie, maar als we later zouden hebben willen versnellen was dat vast niet gelukt. Nu hadden we die 20 seconden voorsprong in de pocket, halverwege. Het liep daarna wel wat terug, maar ook weer niet zo heel hard. Op het end kreeg ik het gevoel dat 1:30 te doen zou kunnen zijn, maar ik wist niet precies hoe ver het nog was. En dan op de valreep 1:30:13 lopen, is best een prestatie!

Voorsprong/achterstand ten opzichte van een anderhalf uur loper; ik heb de laatste 100 meter (25 seconden) nog 5 seconden goedgemaakt, maar dat had ik een minuut eerder moeten doen.

396449-lego-mindstorms-ev3Intussen speelden er nog een aantal andere activiteiten in m’n vrije tijd. Ik had voor mijn verjaardag een doos Lego Mindstorms gekregen, die natuurlijk op alle mogelijke manieren uitgeprobeerd moest worden. En voila, er was geen tijd meer om te bloggen. Zeker toen een maand later mijn werkgever een wedstrijd uitschreef, de Techno Challenge 2013, waarvoor we met een team van 8 man een robot moesten ontwikkelen, ontwerpen, bouwen, en programmeren die de uitweg uit een doolhof van spiegels, hoekjes, klapdeurtjes, en glazen wanden kon vinden, en vervolgens ballen verzamelen om die in de juiste doelen te schieten, en dat binnen een bepaalde tijd. Met nog 11 teams als tegenstanders, die eveneens met uiterst creatieve maar ook totaal verschillende oplossingen kwamen, werd onze The 8-Team bot de winnaar.

gripper_animation_smalldeploy_arm_small

sensor_arm_smallDaar zijn wat avonden knutselen in gaan zitten. Maar het resultaat mocht er zijn. En bovendien heb ik er veel van geleerd: hoe je met de Mindstorms software iets functioneels bouwt, hoe studless Lego Technic werkt (in tegenstelling tot de oude vertrouwde balken met gaten èn noppen die ik van vroeger kende), maar vooral hoe een team van 8 over-enthousiaste techneuten functioneert.

31-12-2013 00-16-06Dat was in dezelfde maand dat de 2e Codebreakers.eu competitie werd gehouden. Twee jaar geleden had ons team een finaleplaats weten te bemachtigen. Dit keer verliepen de zeven avondvullende rondes van zenuwslopend decoderen nog voorspoediger, en de avond voor de Techno Challenge wonnen we de finale van Codebreakers met bijna 24 uur voorsprong -zou later blijken- op het 2e team. We waren het nog niet verleerd! Het leuke was dat er gebruik was gemaakt van weliswaar simpele, maar tegelijkertijd relatief onbekende encryptie technieken, zodat er geen kant-en-klare off- of online tooltjes bestonden om ze te kraken. Nu maar wachten op  een telefoontje van de AIVD. Of de NOLB? Want het was natuurlijk een kwestie van de kortste route naar de oplossing vinden. En bewandelen.

pakpapier21En direct daarop volgde de race tegen de klok om mijn jaarlijkse Sinterklaascache te verzinnen. Was het vier jaar terug een rijmend gedicht, drie jaar terug een ‘kleurplaat‘ van Amerigo, twee jaar terug een serie gekleurde cadeaus, en vorig jaar een serie pakjesavondgedichten (die soms ook over oriëntatielopen gingen), dit jaar werd het een eenvoudige knutselopgave: een pakje dat ingepakt moest worden. Maar uiteraard had ik de randvoorwaarden zo gekozen dat dat maar op één manier kon, en dat pas dan de cijfers van het eindcoördinaat te lezen waren. Het bleek nog niet zo makkelijk. Om op te lossen, maar ook niet om het te verzinnen.

achelse_kluis_blond_[1]Ten slotte stond er nog een voornemen open, om dit jaar, in 2013, rennend van huis uit België aan te tikken. Hashtag #aantiktrail was geboren, en werd nog waar gemaakt ook. Zondag 22 december liep ik met Erwin naar de Achelse Kluis, tikte het hek van het klooster aan, en rende naar huis terug. Dik 30 km aan een stuk, over een schitterende route. Via Varkenswaard, over de Malpie heen, en langs de Hasselvennen (hebben die iets met Pluk van de Petteflet te maken?) door het Leenderbos en langs de Grote Heide terug. Zou er ooit nog een marathon in het verschiet liggen?

Maar in dezelfde periode waren er ook nog een paar oriëntatielopen, zoals de nacht OL in de Congobossen. Uiterst ongeconcentreerd liep ik weliswaar niet in zeven sloten tegelijk, maar wel in één (net als vorig jaar), zocht geruime tijd naar diverse posten, en werd ingehaald door wandelaars. Typisch een kwestie van nacht-oriënteren op dag-tempo. Dat gaat toch niet goed bij mij. Er zijn er die dat kunnen, maar ik moet me kennelijk toch wat inhouden. Eén van de dingen die ik verkeerd doe is dat ik dikwijls, vanwege beperkt zicht, op kompas ga lopen, zonder daarbij exact te peilen, en de naald in de gaten te houden. Zonder goed aan de hand van het terrein te her-calibreren is precies peilen een must. En daar komt bij dat in het donker het lopen op een in-de-verte gepeild punt niet mogelijk is, zodat je al snel aanzienlijk gaat driften. Het gevolg is dat ik vaak posten miste, wat ontaardde in zoeken. Verstandiger lijkt het om in de regel paden of andere lijnkenmerken te volgen, tenzij er duidelijke opvanglijnen zijn. En om nog zekerder aanvalspunten te kiezen, ook al betekent dat soms meer meters. Maar dat verdient zich uiteindelijk terug in tijd, en waarschijnlijk ook in afstand. Voor de volgende keer…

Ook was er in november de KOVZ Klompen OL. Ik had weer een presentatie voor nieuwsgierige collega’s gehouden in de week tevoren, en er verschenen dan ook 8 man (en vrouw) van ASML aan de start. Ik startte zelf vrij vroeg, zodat ik ook nog zelf bij de startpost kon helpen naderhand. Er liepen zo vroeg nog geen cacherspaadjes tussen de posten, maar ik liep redelijk als een streep, het eerste stuk. Tot ik bij een post kwam die tussen twee heuveltjes stond, maar net wat noordelijker dan ik verwachtte. Zou die verkeerd staan? Het zou kunnen, want de voorlopers waren nog niet terug toen ik was vertrokken. Goed kijken, een markering met het -volgens mij- juiste nummer aangebracht, en verder gelopen. Maar 31 meter verderop stond nog een post, en dat was wel de juiste, en bovendien op de juiste plek. Markering weer verwijderd, en, met een paar minuten vertraging, mijn race vervolgd. Toptijd zat er al niet meer in, maar het was onze eigen loop, als club, dus vond ik dat wel verantwoord. Even later ging ik door mijn enkel, maar na een paar minuten wandelen, ging het weer gewoon, en scheurde ik verder. Zeer afwisselend terrein, nu weer zandvlaktes, dan weer heide, dan weer bos. En moeras her en der. Maar ook veel mul zand met heuvels, wat het behoorlijk inspannend maakte. Dit was wel een van de mooiere lopen van het jaar. Dat vond een klein vliegtuigje ook, want bijna bij elke post kwam die over mee heen vliegen. Moet een maf gezicht zijn, om her en der mensen kris-kras door het veld te zien rennen, ogenschijnlijk zonder patroon.

Twee weken terug ten slotte was er weer een nachtloop, de door Yannick Michiels en mede-studenten uitgezette  Thomas More stads-sprint door Turnhout. Onder begeleiding van de bassen van de Red Bull DJ die pal naast de start stond om de boel op te luisteren, racete ik weg, en vergat prompt mijn hoofdlamp aan te doen. De daaropvolgende posten gingen zo snel, dat ik de neutralisatieposten amper opmerkte, en in sprint tempo het park in rende, waarop ik volkomen ging dwalen omdat mijn gevoel voor afstand ineens niet meer klopte. Wie had deze wildernis hier ineens verwacht? Toen ik even later ook nog een brug ontdekte die niet op de kaart stond (hoewel bij de start wel was aangekondigd, maar door mij niet opgemerkt), raakte ik redelijk van de kaart. Concentratie en snelheid zijn complementair. Je kan je zuurstof maar één keer inzetten. Maar ik zou de volgende keer niet langzamer gaan lopen, dus moet ik maar wat aan de concentratie en alertheid doen. Zou snel routeplannen te trainen zijn? Ook dat moet ik maar eens gaan proberen. Ik heb wel wat ideeën.

En er was natuurlijk nog een laatste training van het jaar, met een kaart in kerst-stemming. Geen posten, maar blanco plekken op de kaart. Aanvalspunt kiezen, en peilen. Niet altijd even makkelijk, want ons mooie Bestse Bos was her en der stevig door de houthakkers onder handen genomen. Soms herkende je het niet terug, maar dikwijls was het vooral ondoorloopbaar. Wel een goede training. Toch moet ik eens nagaan welke trainingsvorm specifiek aansluit bij de fouten die ik typisch maak.

De 2e dag van de Sylvester, ten slotte, die heeft al zijn eigen blogpagina gekregen. Misschien maak ik van de headcam video nog een YouTube filmpje, met mee-bewegende kaart. Al was ik dit keer niet zo vaak de bulten op-en-neer gerend als de vorige keer. Toch blijft het leuk om naar te kijken. Maar ik heb even genoeg geschreven om daar ook weer een hele analyse van te maken.

Beste-oliebol-van-Noord-Holland-koopt-u-in-Hoorn[1]Rest me nog een paar van mijn voornemens voor 2014 op te sommen. Als ik dat niet doe heb ik ook niks om me aan te houden. Dus het komen jaar ga ik

  • mijn weblog beter bijhouden (anders ben ik weer twee avonden aan het schrijven om de achterstand in te halen)
  • nu toch echt die workshop digitaal oriënteren houden, over het analyseren van GPS tracks en de bijbehorende software, etc.
  • mijzelf trainen in het vooraf uit m’n hoofd leren van alle controlenummers van de posten onderweg, met het Major System; en daarna ook de postomschrijvingen memoriseren
  • meer #aantiktrails verzinnen (en gaan lopen natuurlijk)
  • een keertje trailrunnen om te zien hoe dat is (en natuurlijk al die trailrunners overtuigen dat dat zóóóó 2013 is, en dat oriëntatielopen de nieuwe sport is)
  • sowieso eens serieus aan de slag gaan met werving, de doelgroepenquete uitwerken, en iets doen met buitensport- en hardloopzaken in de omgeving
  • de oriëntatieloop op de HTC plannen, kaart tekenen, en omlopen ontwerpen
  • mij o-games hoekje op deze site uitbreiden
  • en een praktische training verzinnen het zoeken naar de kortste route op een kaart te versnellen en te verbeteren

Kortom, ik kom 2014 wel door, en er gaat weer een hoop gebeuren. Reken daar maar op.

WOR3: wéér zo iets leuks!

Foto550-3XFJGCXW[1]Zaterdag 14 december ’13 liep ik samen met Mini voor de 2e keer de Woudlopers Orienteering Run, de WOR. Ondanks pittige tegenstanders in de mixed categorie werden we, ook tot onzer eigen verbazing, weer 1e. En nog opmerkelijker: overall scoren we de 2e plaats, voor menig heren team. Kortom, ons plannetje heeft gewerkt. En dat was: gewoon rustig alles goed doen. Bijna geen fouten, tactisch over de tijdslimiet gaan, en genieten. En dat alles lukte. Foto’s zie je hier. Rennen op het op puntje van je stoel. Dat is een Orienteering Run. Althans, als de Woudlopers hem organiseren. Weken voorpret, verheugen en voorbereiden zijn het gevolg. Zodra de datum bekend was heb ik meteen de hele dag uit de familie-kalender in de keuken geknipt om te voorkomen dat er ook maar iets anders tussen zou komen. Na de editie van vorig jaar (zie voor het verslag van de WOR2 mijn weblog) zijn we namelijk verknocht.

wor3_jg_p
De route van ons, “The Nerds Running from Hot to Her” (Mini en mijzelf), vergeleken met die van “PAIN” (Patrick de Bruycker en Inga Lehmann). Tot CP57 is het stuivertje wisselen, maar dan gaan wij terug om X4 te zoeken, en zij verder. We finishen opvallend genoeg met evenveel tijdverschil als deze actie gekost heeft.

De kunst is Uitgeslapen aan de start verschijnen, en toch alle Huistaken gemaakt, alle attributen gepakt, en alle kaarten in de omgeving mentaal ingeprent te hebben. En vast een gezellig biertje te drinken, want dat hoort a) bij het event, en b) komen we traditioneel de avond tevoren met het hele team bij elkaar om tijdens de loop niet eindeloos bij te hoeven praten. Want daar is geen tijd voor.

Eerst denken...
Geen tijd te verliezen! En dus eerst even rustig alles goed doorlezen.

Zodra het startschot gegeven wordt met een “En dan mogen nu de enveloppen opengemaakt worden…” gaat de tijd lopen, en de adrenaline stromen. Wat des te interessanter is, omdat je eigenlijk eerst even rustig de kaarten moet doornemen, op volgorde leggen, en alle bijzonderheden inprenten. Even als voorbeeld: Het ontbrekende, witte, stuk rechtsboven op deze kaart [link] in het begin, vorig jaar, hadden we ook op [deze] of [deze] kunnen zien staan, en zo zien dat er een meertje lag, waar je omheen kon. Maar ongeveer als laatste lopen we naar buiten, het klaslokaal waar we de briefing kregen, uit. Goed voorbereid dus. Thuis ook al met Google Streetview de watertoren op het terrein opgezocht. Wat kon ons gebeuren? Niets. Dat bleek, althans, voorlopig. De

watertoren
De schaduw verraadt de watertoren.

18-12-2013 12-13-56eerste 20 van de 97 opdrachten verliepen vlekkeloos. Dat was vorig jaar wel wat anders, toen de eerste meteen letterlijk de prullenmand in kon. Het is bijna jammer dat ik daar dan niets over kan schrijven. Nou ja, ik zal mijn best doen. En aan de hand van de kaarten die ik weer dankzij Quickroute en mijn Garmin Forerunner 305 heb gemaakt, is dat niet zo moeilijk.

18-12-2013 16-50-45
Klik op het overzichtskaartje om het kaarten archief te openen.

Het begon met een kaartje van het voormalige klooster, een recht-toe-recht-aan routebeschrijving (weliswaar in het Frans en achterwaarts gespeld), en posten op een kaart. Maar even later volgt een opdracht met een visgraattraject,  een omgekeerde routebeschrijving naar waar we al staan (die je natuurlijk ook in de juiste volgorde kan volgen, maar omgekeerd is uitdagender en korter), en een memorisatieopdracht. Gelukkig valt op de foto van iets onder een tunnel een klein getal op, dat er vast niet voor niets op staat. En dat blijkt, want dat iets hangt 8 keer in de tunnel, met op elk iets een ander controlenummer. Die was in de pocket. Inmiddels hebben we het gevoel dat veel teams achter ons lopen, maar het kan ook best andersom zijn. We raken er niet van van de kaart. fotozoekenEen foto-opdracht laat ons bomen herkennen, en dat doen we redelijk efficiënt, al verwachten we toch ergens in te stinken. Maar even later gaat het dan toch fout. Mini zegt nog “er staat DIKKE BOOM, is dat deze wel?”, maar ik ben eigenwijs, of zie geen andere door het bos, meet de omtrek op, doe die maal 20, en ga zoveel meter verderop een ander controlegetal vinden. Gelukkig hangt dat op dezelfde boom als we zouden hebben gevonden als we de omtrek van de juiste hadden genomen. Briljant! Zie maar eens twee bomen te vinden die evenveel meters uit elkaar staan als het verschil van hun diameter maal π gedeeld door 20. Dat lukt alleen Ferdy en kornuiten. Iets later, op weer een volgende kaart, slaat enige twijfel toe. We zoeken een een controlepost die “—20 meter” stroomopwaarts hangt, op de linkeroever. Is dat een min? Of zijn dat er drie? Moeten we dan stroomafwaarts? Daar ligt niets. Maar wel blijkt er zowel een nummer -stroomopwaarts- op de linker als de rechter oever te hangen. Was daar niet iets mee? Half Parijs heet niet voor niets Rive Gauche, en daar zal niet afwisselend het ene, danwel het andere stadsdeel mee bedoeld worden, afhankelijk van waar je heen loopt. De benaming is dus vast, maar welke is welke? Is de mensheid op zee ontstaan en stroomopwaarts gelopen, en heet dus de stroomopwaarts gezien de linker oever links? Of is de benaming pas ontstaan toen we van links en rechts spraken, geletterd waren geworden, en tevens lui zodat we ons met de stroom mee lieten voeren op ons vlot? Klinkt plausibeler, en na vandaag zal ik nooit meer vergeten dat dat de juiste redenering was.Foto550-OL6DZ3QF[1] Wel missen we een volgende post, #41, waar we eerst op de juiste plek staan, maar dan toch een ander nummer noteren omdat we het pad waar we op lopen niet op de kaart herkennen. Maar wel het talud dat er op staat, en de post kiezen die daar het dichtst bij staat. Lastig. Als je tevoren zou weten welke van de 97 controlenummers je fout zou noteren zou je er wel langer bij stil staan, maar als je 97 keer 2 minuten langer kijkt kom je niet voor donker thuis. natte voetenEr volgt nog een leuk stukje, waar we lintjes volgen en aanwijzingen verzamelen. Een interpretatiefout kan ons 2 maal 30 punten kosten, door een paar posten om te wisselen, maar die fout maken we niet. Even later is het tijd voor natte voeten: dwars door het moeras, tussen tokkelbanen en touwbruggen, die we overigens rechts laten liggen. Hier lopen we inmiddels weer tussen een aantal andere -snelle- teams. Het gaat goed. Iets verderop weer een leuk concept: posten met pijlen maar er staat niet welke welke is. Behalve dan teksten als “CP53 is de meest noordelijke”, “CP56 ligt op de lijn van CP52 naar CP54” en ga zo maar door. Snel ontcijferen, en vervolgens opzoeken, de volgorde maakt niet uit, maar de kortste is vast de snelste. Buiten adem vinden we het laatste punt, CP54, uit de serie, rennen door naar CP57 die weer eenvoudig lijkt, en lezen daar (pas) dat huistaak X4 volgt. Intekenen, en gaan, het lijkt simpel. Zie de kaart hier onder, het potloodstreepje. Maar nee, wacht!

Rechts de welke-is-welke posten, en links de eerste peiling van X4, en onze route terug naar de peiling tov CP56.
Rechts de welke-is-welke posten, en links de eerste peiling van X4, en onze route terug naar de peiling tov CP56.

De huistaken waren opdrachten die we thuis al konden voorbereiden, en die een offset, of projectie opleverden ten opzichte van een, thuis nog onbekend, punt. Huistaak X4 gaf een offset ten opzichte van CP56, waar we 7 minuten geleden stonden. Stom! Niet goed vooruit gelezen. Doordat we meteen de fout bij ons zelf legden dachten we er niet aan dat de opdracht wel eens fout kon zijn, ondanks dat X4 pas na CP57 in het roadbook stond vermeld. En dus liepen we terug, gingen zoeken in de achtertuinen waar we ten opzichte van CP56 uitkwamen, vonden niets, en keerden moedeloos terug naar CP57. X4 zouden we overslaan. Er waren verder geen deelnemers te zien. Iedereen was ons voor. Foto550-F4N8CBCQ[1]Achteraf bleek dat het dus een foutje was. Hoeveel teams zijn teruggegaan weet ik niet, maar 9 van de 21 hadden hem uiteindelijk wel goed. En wij hadden hem ook kunnen hebben, als we na CP57 alsnog langs het aanvankelijk berekende punt waren gelopen. Ach ja, dat hoort er bij. 19 minuten had het ons gekost. Met de straftijd*3 regel hadden we er 15 aan mogen besteden. Weer kwamen we langs het klooster, de startlocatie. Gelukkig waren daar nog een paar teams, maar het leeuwendeel was vast al veel verder. Hier begon het 2e deel van de tocht, en we waren precies 3 uur onderweg.

Vertrouwde O kaart.
Allen het zwarte inktpatroon deed het nog…

Er volgden een foto-opdacht (Woudlopers met pijlen volgen), een gewone oriëntatie kaart (gesneden koek, met greppels en kuilen), een daar-trappen-wij-niet-in instinker aan de linkerkant van een pad dat je achterwaarts diende af te lopen, een kaart met lauter paden, een slang (met een echte gespleten tong), en een Oro-kaart, waar alleen hoogtelijnen op stonden. Die laatste was nog knap lastig, omdat de vorm in grote lijnen herkenbaar was, maar op kleine schaal niet heel specifiek.

Slang, maar daar hoef je je natuurlijk niet aan te houden, als je ziet dat de paden soms kaarsrecht zijn, en je weet hoe groot je paslengte is..
Lastig stuk van 23 naar 24. Maar 26 deden we fout.

Het kostte een paar minuten, tot we CP24 hadden gevonden. CP25 was vervolgens een eitje, en CP26 ook, dachten we, maar die bleek achteraf fout. De holle weg omlaag de neus van de heuvel af was niet de geul die op de kaart stond. En dat verklaarde ook waarom CP27 zo veel verder lag dan we dachten. Lastig dingetje. Hierna kwamen we in een stroomversnelling. Peilingen en afstanden zijn makkelijk; ik ken mijn passen. Maar we werden wel moe. Een stuk ploeteren door de doorntakken, die er vanuit de lucht lang niet zo stekelig uitzagen, vergde zijn tol. Het kostte niet alleen tijd. Maar al met al schoot het toch lekker op, en we liepen weer volop tussen de andere teams, wat een stuk minder eenzaam voelde. Intussen dachten we dat we nog steeds alles goed deden, of dachten dat we dat deden, en zo keek ik ondoordacht door een buis, noteerde het nummer (dat op 30m afstand te zien was, en niet op 15m), maar vergat te lezen dat er ook een kijkrichting was, en uiteraard was er een ander nummer te vinden als je andersom door de buis keek. Die Woudlopers! Dit zou onze 4e fout van de dag worden. doorntakkenDe opdrachten hierna waren allemaal toch wat lastiger dan die tijdens de afgelopen anderhalf uur. Misschien met opzet, want op dit punt van de route zou iedereen wel moe zijn. Al lopend een RD-achtig coördinaat omzetten naar een ongebruikelijk geschaalde kaart is niet eenvoudig. En toch moest dat, en diverse projecties maken,  in de laatste paar opdrachten van de route, meerdere keren. Eentje ging er fout, op het pleintje tegenover het kerkhof, waar we voor het gemak voor een koerst van 45° diagonaal het plantsoen overstaken in plaats van de exacte koers te nemen, wat dan weer een paar meter, en 45 strafminuten scheelde. Twee van de slordige foutjes op het eind minder, en we waren nr. 1 geweest! lusjeNiet veel later kwamen we in het zicht van het klooster. Zouden we het laatste lusje overslaan en gewoon terug gaan? Ik keek Mini aan. Het antwoord was duidelijk. Natuurlijk niet! Hier lagen nog 165 punten te verdienen, en het zou misschien een kwartiertje extra kosten. Als de nood aan de man is gaat alles voorspoedig. We vonden alles, en nog rap ook, en kwamen moe maar voldaan het zaaltje binnen, waar iedereen alvast aan de Trappist zat, na te praten en na te genieten van de geweldige tocht. Het was dan ook weer fantastisch weer geweest, en de Woudlopers hadden ons met talloze uitdagende opdrachten en spannende routes flink bezig gehouden. Foto550-3AOSYBLY[1] De prijsuitreiking was spannend, en even dachten we dat we gediskwalificeerd waren, want we werden maar niet opgenoemd. Tot de nummer 2 bekend werd, en wij dat bleken te zijn. Ongelooflijk, maar waar. Dat vormde toch wel de kroon op een uiterst geslaagde dag. Ik houd altijd wel van een beetje statistiek, op basis van de uitslag.uitslag

  • Vorig jaar waren we het laatste team dat binnen kwam. Nu volgden er nog 3.
  • Het snelste team was 43 minuten voor de eindtijd binnen, terwijl wij daar 25 minuten overheen gingen. Dat scheelt een dik uur.
  • De 20 minuten die we kwijt waren om terug te gaan en X4 te zoeken waren de punten die het op had geleverd als we X4 gevonden hadden niet waard. Want het had ons immers 60 strafpunten gescheeld, en hooguit 45 bonus opgeleverd. Verkeerde beslissing.
  • Maar de 15 minuten, en dus 45 punten straftijd, die we aan CP61, X7, X8 en X9 besteedden, hebben ons netto 165-45=120 punten opgeleverd.
  • Twee teams hadden minder dan onze 3 standaard posten fout (of gemist). Maar niemand had alles goed. De overige teams hadden er 6 of meer niet goed.
  • Niet goed waren CP39, de dikke boom op zekere afstand van de kruising, die 29% fout had, CP41, een boom aan een talud, waar 81% de mist in ging, en CP26, een put bovenaan een helling, die 76% fout had. CP61, die 76% fout had, hadden we wonderwel goed. Kortom, onze fouten waren niet uit de lucht komen vallen.
  • 2 specials hadden we niet goed: J, de buis, waar we verkeerd om doorheen keken was door 81% fout beantwoord, en O, de projectie vanaf de ingang van het kerkhof, was voor 76% een instinker. Dat we X4 niet goed hadden zie ik door de vingers, want de opgave klopte daar niet (en 57% had hem dan ook fout).
  • Mooi dat we X en X7 goed hadden, welke beide voor 91% van de lopers te lastig bleken. 18 van de 35 specials werd door minder dan de helft goed beantwoord. Ze waren over het algemeen dus niet eenvoudig. Dan is twee foutjes best acceptabel.
PaperArtist_2013-12-22_01-15-19
De grote fles 7 PK bier die we hebben gewonnen hebben we dezelfde avond nog soldaat gemaakt. En dat smaakte! Hadden we ook wel een beetje verdiend vonden we zelf.

Hergedefinieerd

Hergedefinieerd word je als Oriënteringsloper door zelf een kaart te maken. ‘t Blijkt meer dan een blik achter de schermen: het is alsof je een wedstrijd compleet binnenstebuiten keert.

Inleiding

Toen Peter mij een maand of drie geleden vroeg om de kaart te maken voor de NC3 op de Grote Heide zuid, kreeg ik een kleur van trots. Ik oriënteer pas 2 jaar, en -al gaat het me zeker niet slecht af- heb niet buitensporig veel ervaring. Maar deze eervolle opdracht nam ik graag aan.

Wat volgde was mezelf twee maanden lang voornemen om “morgen” op pad te gaan, af en toe hardlopen op Grote Heide, en ten slotte twee weken heel hard werken, vele uren op de hei (en in het bos voor zover dat er nog staat), en vaker dan me lief was nachtwerk achter de computer.

Het resultaat was een herziene kaart, en 7 leuke omlopen, al zeg ik het zelf.

Ik ben blij om alle positieve reacties te horen. Eerlijk, er is geen negatieve bij geweest. Eén opmerking was er over een pad dat niet op de kaart stond, maar dat was alles.

Al doende heb ik veel geleerd over de andere kant van de kaart: het perspectief van de kaarttekenaar die op papier tracht te zetten wat hij denkt dat de loper verwacht te zien. En over het leggen van banen met benen die stuk voor stuk tot onvermijdelijke routekeuzes zullen leiden. Wat zijn baanleggers toch schurken! Heerlijk!

Al met al een uiterst waardevolle ervaring, die ik iedereen aan kan raden. Met de juiste begeleiding dan, want zonder hulp van Peter en Adrie was het een regelrechte mislukking geworden. In het verslag hier onder zal ik proberen wat dieper in te gaan op wat ik geleerd heb.

Nuttig

Om succesvol oriënteringsloper te zijn hoef je geen banen gelegd, of een kaart getekend te hebben, maar het helpt wel. Het is niet als de ik persoon in Zen en de Kunst van het Motoronderhoud, (Robert Pirsig, 1974), die meent dat een motorrijder die niet weet hoe de techniek van het ding functioneert vroeg of laat hopeloos verloren strandt. Dat je moet weten, begrijpen hoe het ding werkt om er mee om te kunnen gaan. Anders is het rijden niet echt. En dat maakt dat er twee soorten motorrijders zijn. Zo zijn er ook twee soorten oriënteringslopers: zij die een kaart hebben gemaakt, en zij die dat niet hebben.

Nee, zo zwart-wit is dit natuurlijk niet. Maar het maken van een kaart leert je wel vanuit een ander perspectief te kijken waardoor wat er op de kaart staat in een ander licht komt te staan. En het leggen van een baan leert je op zijn beurt op een heel andere manier naar diezelfde kaart te kijken. Als je snapt, doorziet, hoe je je eigen banen hebt gelegd, zie je ook veel sneller hoe je ze het best beloopt. Trek dat door naar andermans banen, en je hebt de heilige graal van het oriënteren in handen.

Maar laten we ook weer niet overdrijven. De werkelijkheid die de kaart beschrijft is immers ook te aanschouwen zonder benul van het ontstaan van die kaart. En de benen van de baan zijn heel ondubbelzinnig de verbinding tussen telkens twee punten in het terrein. En wat daar tussenin op de kaart ligt is voor iedereen te zien (mits die kaart klopt). Doorzie je snel de juiste route, dan ben je er.

Bovendien geldt de eerste opmerking misschien nog wel sterker de andere kant op: het maken van een kaart leert je niet lopen, maar leert het lopen van een oriënteringsloop (en dat hebben we allemaal wel eens gedaan) je hoe je een kaart maakt, en wat je wel en niet tekent. En snap je hooguit als kaartmakende loper wat de tekortkomingen van een kaart zijn, en aan welke subjectiviteit de totstandkoming onderhevig is. Maar aan de andere kant, leert dat je wel de waarde van termen als perspectief, interpretatie, omstandigheden en relativiteit te betrekken op het lezen van de kaart. Je weet wat te tekenen als je weet wat je als loper wilt zien, maar als loper snap je dat je desondanks keuzes moet maken als je wilt tekenen wat je ziet. En er dus geen uniek juiste kaart is. Maar daarover straks meer.

Werkwijze

Kaart hertekenen

Ik ben begonnen met een bestaande kaart, oorspronkelijk uit 2005. Die heb ik uitgeprint, en ik ben 3 keer vrijblijvend het gebied doorgerend, op zoek naar de grote verschillen, die veel aandacht qua hertekenen zouden vergen, en naar mooie benen en geschikte locaties voor posten.

Het was al snel duidelijk dat het bijwerken van de kaart niet slechts een kwestie was van een lijntje hier en daar, omdat ruim een kwart van het terrein ofwel gekapt was, ofwel open was en nu dichtgegroeid. Waar het toen ruw open was (lichtgeel), blijken nu dichte bossen met dennenboompjes te staan (donkergroen), en witte bossen van toen zijn nu gekapt tot heide met losse bomen, plukjes bos, en grasveldjes. Vennen zijn drooggevallen, moerassen uitgegraven, en dode bomen van toen zijn vervallen tot stof, terwijl andere markante objecten zijn ontstaan. Bij het tekenen blijken er zelfs hoogtelijnen gegroeid te zijn, die er eerst nog niet waren.

Tijd om echt op pad te gaan. Ik heb een aantal gereedschappen geprobeerd. Zo tekende ik op polyestercalquepapier, of op print-outs (in Ocad’s draft mode) van de kaarten op 1:5000 schaal. Met stiften in O-kaart kleuren, of met grijs vulpotlood. Probeerde ik mijn aantekeningen te onthouden, schreef ze in de kantlijn, of op losse vellen kladpapier.

Het beste beviel het om met vulpotlood op calque te tekenen, geplakt over de uitgeprinte bestaande bestaande kaart, met daar onder een A4-tje van plastic golfkarton als stevige ondergrond: licht, waterproof, en stijf. Er ontstond een eigen codering van terreinkleuren en symboliek. Ik zette nummers op de kaart waar meer uitleg vereist was, en schreef in de kantlijn wat de nummers betekenden. Gebruik van verschillende kleuren potloden (ik heb ook vulpotloden in rood, groen en blauw) is toch niet zo praktisch. Waar laat je ze? Gewoon grijs vulpotlood, dat bovendien makkelijk gumt, leek het beste te voldoen. Misschien zijn meerdere verschillende kleuren handig als je met een nog blanco kaart begint.

Wel erg handig zijn een plaatkompas en een schaalverdeling van mijn wandelpassen op de gebruikte kaart. Dat werkt verbluffend nauwkeurig. Wandelpassen blijken een stuk minder afhankelijk van het terrein dan renpassen. Gum is ook praktisch onmisbaar. Het lukt met of zonder calque, maar calque maakt het wel makkelijk om bij het digitaliseren een overzicht van de wijzigingen te krijgen. Wat direct op de kaart is getekend zie je sneller over het hoofd. Wel lastig is het om aan te geven wat moet verdwijnen op de kaart, en tegelijkertijd te tekenen wat er voor in de plaats moet komen, zonder dat het achteraf een onleesbaar zooitje wordt. Misschien moet ik daarvoor mijn tweede kleur potlood/pen gebruiken?

Vervolgens kreeg ik handigheid met Ocad, ook omdat ik Peter een aantal hidden features zag gebruiken, die het leven wel heel erg veraangenamen. Of dat ook allemaal kan in OpenOrienteeringMapper moet nog blijken. En contouren in te voeren blijkt een los touch-tablet met pen wel handig. Om verschillende versies van de kaart te vergelijken is ImageMagick’s compare.exe een handigheidje: plak twee bitmaps van kaarten op dezelfde schaal over elkaar heen, en het verschil licht duidelijk op. Zo kan je ook bijvoorbeeld kleine verschuivingen in routes opsporen.

Ik had gelukkig een bestaande kaart beschikbaar als uitgangspunt. Ik kan me voorstellen dat anders luchtfoto’s en hoogtekaarten veel kunnen helpen, al zijn ze niet altijd up-to-date. Je dient dan ook verschillende bronnen te vergelijken, zoals Google’s, Yahoo’s, en Bing’s satelliet foto’s, op zoek naar de meest recente en bruikbare. Zijn er als vliegers met een camera er onder om snel vanuit de lucht het bos te inspecteren? Of kent iemand toevallig een luchtfotograaf?

Dilemma: beloopbaar of herkenbaar?

Één van mijn dilemma’s bij het tekenen is: teken ik wat te zien is om te herkennen waar je bent, of om de route te plannen tussen de posten? Ligt de focus op het aangeven van de beloopbaarheid of de herkenbaarheid?

Voor punt- of lijnkenmerken op de kaart valt het probleem nog wel mee (afgezien van dat ene stukje bos dat gescheiden wordt van het pad door achtereenvolgens een meter gras, een berm, een slootje, een aarden wal, een hoog hek, een meter ruw open met stukjes onderbegroeiing en en randje dicht bos; en dat alles samen nog geen 10 meter breed -het moest verboden worden-).

Maar bij grotere oppervlakken wordt het lastig. Is een strook dichter bos aan de rand van een wit bos groen van kleur omdat je, als je er staat, ziet dat het anders is dan de rest van het perceel, en je je daarmee kan oriënteren? Of laat je het wit omdat het groene plukjes van hooguit een paar meter breed zijn en je dus tussen die plukjes door op volle snelheid kunt blijven rennen? In de praktijk zal het er van afhangen of je dit specifieke voorbeeld slechts passeert op weg naar een post verderop, of dat je het getekende groen zult gebruiken om een naastgelegen post te lokaliseren. Met andere woorden: of je er grof of fijn loopt te oriënteren. Maar ja, dat is weer voor iedereen en voor elke omloop anders. Terwijl de kaart universeel hoort te zijn, niet voor een specifieke post, route, of persoon.

Is het een goed uitgangspunt dat je tekent wat er  op de (schaal van de) kaart past, en er ook nog een beetje overzichtelijk uit ziet?

Het meeste moeite had ik duidelijk me:

  • kleur van bos (wit – lichtgroen – middelgroen – donkergroen)
  • wel of geen onderbegroeiing (en zelfs daar zijn twee dichtheden voor)
  • ruw-open met bomen, of wit bos danwel ruw open met wat minder dichte onderbegroeiing; het lijkt allemaal in elkaar over te lopen
  • ruw open (lichtgeel) of grasland (geel)
  • ter plaatse is heide en gras duidelijk te onderscheiden; maar beide zijn op de kaart ruw open; ik zou er desalniettemin een stippellijntje als cultuurgrens tussen kunnen tekenen

Opvallend is trouwens dat “open met verspreide bomen” wit is met gele stippen, terwijl “ruw-open met verspreide bomen” dan weer licht-geel is met witte stippen; is dat logisch? De details kan je in de IOF specificatie vinden.

Waarbij soms het jaargetijde ook een rol speelt. En hoe meer detail, hoe sneller de kaart veroudert. Als beginnend baanlegger ga je toch op zoek naar criteria , zoals:

  • een minimale grootte van oppervlakjes met afwijkend terreinkenmerk (16 mm2 lees ik)
  • alleen stukken met herkenbare overgangen (cultuurgrenzen)
  • gewoon één kleur per perceel?
  • kleur van bos alleen voor beloopbaarheid, niet voor oriëntatie gebruiken?
  • en anders alleen aangeven als je er ook een stippellijn (voor cultuurgrens) omheen kan tekenen?
  • is een criterium dat al wat je tekent ook voor het plaatsen van een post te gebruiken is, en anders niet getekend moet worden?

Op een 1:5000 uitdraai van de kaart om onderweg op te tekenen kan je veel meer kwijt dan praktischer wijze op een schaal 1:10000 leesbaar is. Maar ik ben toch geneigd alles wat te zien is op de kaart te tekenen. Daar moet ik nog een balans in vinden. Te veel tekenen maakt de kaart onleesbaar; te weinig levert minder plekken voor posten op, die immers alleen bij herkenbare plaatsen op de kaart gezet mogen worden. Meer ervaring helpt hier een evenwichtige keuze te maken.

Ten slotte bedenk ik dat ik eigenlijk al het water in had gemoeten om te peilen hoe diep het was, en of je er door kon. En niet voor niets…

Banen leggen

Na het bijwerken van de kaart kwam het uitzetten van de routes. Of eigenlijk begon dat al eerder, want tijdens het veldwerk ben ik al menig mooi puntje voor een postzak tegengekomen. Mooie plekken, unieke plekken, plekken om bijzondere stukjes van het terrein te laten zien, en herkenbare -maar op het eerste gezicht onvindbare- plekken. Toen ik er ruim honderd had leek dat wel voldoende. Meer dan. Hoewel later zou blijken dat ik toch nog wat extra plekjes nodig had, om benen te leggen die evenwichtige routekeuzes afdwongen. Baanleggen en terrein verkennen was dus een iteratief proces.

Daar komt bij dat de Grote Heide eigenlijk best een groot terrein terrein is, en dan hebben we het alleen nog maar over de Grote Heide Zuid. Alleen de langste omloop kon het van boven tot onder omvatten. Helaas paste niet het gehele gebied op één A4-tje, zodat we het Veeven in het noorden hebben moeten weglaten in de routes, al was dat zo mooi. (Ik pleit bij deze voor de aanschaf van een mobiele A3 printer, zodat ook van grotere gebieden op de dag van de wedstrijd ter plekke kaarten bij-geprint kunnen worden.)

Het gebied is groot, maar toch waren er zones die ik moest vermijden. Er lagen een aantal pas-ingezaaide akkers, privé terreinen, weides met paarden, en een kampeergebied van de lokale scouting. Magenta arceren is natuurlijk een optie, maar je moet de lopers ook niet uitdagen: de banen moesten er dus ruim omheen, of júíst tussendoor geleid worden, want de rand van een akker is al gauw sneller dan het omringende bos te belopen.

Ondanks alle randvoorwaarden vind ik dat ik er in geslaagd ben een aantal leuke en bijzondere benen te tekenen. En die weer met even interessante benen -qua routekeuzes- te verbinden.

12 was geen moeilijke post, maar de weg er heen vanaf 11 was niet gemakkelijk. De ideale route was niet meteen duidelijk. En dat was terug te zien in de splits.
Voor de route van 18 naar 19 waren twee droge en een natte beslissing mogelijk.

Het streven om het afwisselend te houden, in lengte van de opeenvolgende benen, in terrein, in moeilijkheidsgraad, en in koers, maakte het een hele puzzel. En met één omloop was ik er niet: er moesten er 7 komen, rekening houdend met de eisen voor lengte en moeilijkheidsgraad van de verschillende omlopen. Ik schat dat de eerste omloop me 3 uur kostte om te ontwerpen, en de daaropvolgende telkens ongeveer een uur. Kan sneller, maar dan is meer ervaring vereist.

Het uit de knoop houden van de route en voorkomen dat lijnen postcirkels zouden doorsnijden was nog best een opgave. De butterflies waren een oplossing. Probeer dan ook nog eens scherpe hoeken in een route te vermijden, en te voorkomen dat verschillende omlopen dezelfde benen in verschillende richtingen belopen, en je hebt een puzzel!

 

Een ogenschijnlijk simpel been dat in de praktijk best pittig bleek.
Een piepklein mini-eilandje. Gewoon, omdat het kan.

Ten slotte heb ik de te belopen delen van de kaart extra gecheckt. Dáár moest de kaart gewoon exact kloppen. Paden, kleur bos, onderbegroeiing, etc. Maar met alle routekeuzevrijheid was de te belopen zône nogal breed, en ik zal niet de enige zijn die ooit verdwaald is en daar door op stukken van de kaart kwam waar geen baanlegger ooit op gerekend had. Het gebied buiten de banen moet dus ook een beetje kloppen (of helemaal weggelaten worden, want iets dat er wel op de kaart maar niet is is het echt, is erger dan iets dat niet getekend is).

Analyse

Kijkend naar de splits (op Splitsbrowser pagina; kies voor de weergave van Percent behind) vallen een aantal benen op, waar, gezien de spreiding op de relatieve tijden, nogal verschillende routekeuzes zijn gemaakt. Dat zijn de benen die geslaagd zijn, qua legging. Want een been 7→8 in omloop 2, of 11→12 in omloop 3 (plaatje hier onder), dat is niet waar de lopers zich op onderscheiden.

Juist de benen waar veel verschil in relatieve tijd ziet (behalve dan de hele korte stukjes waarop een klein absoluut verschil relatief hard meetelt), die zijn gelukt.

Ik ben heel benieuwd hoeveel lopers bij omlopen 1, 2 en 5 door het ven zijn gelopen in het westen van de kaart, net boven het fietsviaduct. In omloop 1 zijn er mensen die er meer dan 4 keer zo lang over deden van post 18 naar 19. Ik denk dat de snelsten door het water zijn gegaan. Hoewel dat zo’n groot verschil ook weer niet echt kan verklaren.


Conclusie

Ik moet zeker ook Peter bedanken voor alle hulp en opmerkingen bij het ontwerpen van de banen. Mijn eerste poging heeft gelukkig bijna niemand gezien, maar ik kreeg het al snel redelijk door. Al valt er nog veel te leren. En van Adrie heb ik nog van alles geleerd over het tekenen van de kaart. Ik zal zeker nog een paar keer met hem, Peter of anderen mee moeten gaan om het echt in de vingers te krijgen. En ook het leggen van banen zou ik niet durven zonder dat iemand ze goed checkt. Maar ik heb al heel veel geleerd, al zeg ik het zelf.

Een volgende keer dat ik een kaart teken trek ik er meer tijd voor uit. Het is gewoon heel veel werk. Er moeten slimmere manieren zijn dan alles twee keer vastleggen: eerst op papier of calque, en dan digitaal. Zou een tablet (met daar op Momap, of een toekomstige port van OpenOrienteeringMapper naar Android, of een aangepaste OpenStreetmap editor) werken? Of rondrennen met een camera op mijn hoofd en achteraf thuis pas tekenen? Of kan je handiger meten, met een GPS en een DGPS ontvanger bijvoorbeeld, of een laser-afstandsmeter.  Er zijn meer mensen die hier over piekeren. De apparaten bestaan, maar wat kost het? Het aanbod op Marktplaats is nog wat karig.

En een volgende keer dat ik een baan leg maak ik meer tijd vrij om na afloop met de lopers te evalueren, te vragen wat ze nou precies leuk vonden, wat saaie benen waren, en welke keuzes ze hebben gemaakt. En of ze me doorzien hebben. Ik ben heel benieuwd, en daarom nodig ik jou, lezer, van harte uit jouw commentaar en opbouwende kritiek hier onder toe te voegen.

Je hebt fouten en je hebt fouten…

Sorry!

Soms, bewust van een risico dat je neemt, gaat er iets mis. Je wist dat het kon gebeuren, had weloverwogen een beslissing genomen op basis van verwachte kansen, maar de wind kromp toch in de vlaag terwijl je aan het zeilen was, of je zag de post op het kleine heuveltje toch niet zo snel staan en had beter via het pad aan kunnen komen lopen dan dwars over de hei. Eigen schuld, je weet het, je zal de volgende keer meer op zeker spelen, en ondertussen gewoon doorgaan.

Maar soms maak je een fout die je niet zag aankomen, en zelfs op dat moment ook niet opmerkt, totdat je er (veel) later mee wordt geconfronteerd. Totaal overvallen door de vergissing, niet bewust van enig risico, onachtzaamheid, of onregelmatigheid, schrik je als van een donderslag bij heldere hemel.

Dat laatste overkwam me vandaag. De donderslag dan; de fout was gisteren al gemaakt. Het was niet dat ik bij het uitlezen van mijn EMIT ontdekte een verkeerde post gecheckt te hebben (wat me twee keer eerder overkomen is), en ook niet dat ik mijn GPS-logger onderweg verloren had (wat me één keer eerder overkomen is); het was veel erger:

Ik had een post op de verkeerde plek gezet. Waardoor een aantal lopers hem niet kon vinden, en in eerste instantie gedeclasseerd werd. Onvergeeflijk.

Ik was zaterdagochtend vroeg gaan helpen met plaatsen van 17 van de controle-EMITs voor de 2e dag omlopen voor de KOVZ 3 Daagse van Brabant. Er zaten lastige bij, waar ik het vooraf geplaatste lintje niet direct vond; of waar ik twee keer checkte of het lintje wel hing waar volgens mij de post op de kaart stond. Alles klopte. En ik controleerde overal twee keer of het nummer van de EMIT wel juist was, en de postzak goed vast hing.

Tot aan de laatste die ik ging zetten. Aan de rand van de onderbegroeiïng, op de flank van het relïef, bij een duidelijke omgevallen boom. Ik was er kennelijk zo van overtuigd dat dit de plek was, vooral de vanuit de wijde omgeving te ziene markante resten van de omgevallen boom, dat ik helemaal niet meer het lintje heb gecheckt. Zo opvallend vond ik hem dat ik de post er zelfs achter heb gezet. Als je op de aangeduide plek staat moet je de post kunnen zien, en anders niet per se. Alleen de aangegeven plek moet duidelijk te vinden zijn.

Dat had ik beter niet kunnen doen: als hij er voor had gestaan had men hem wel gezien, althans, was de kans een stuk groter geweest, en de fout minder pijnlijk. Maar dat is natuurlijk niet waar het om gaat: hij stond op de verkeerde plek. En een omgevallen dode boom is geen boomstronk. (Wat is dan wel het symbool voor een dode omgevallen boom? Of voor een houtwal, zo’n langgerekte berg takken en stammen, door mensen gemaakt, en ook erg markant?) Maar het stomste was dat ik helemaal niet naar het lintje heb gezocht. Terwijl dat toch het makkelijkst was geweest, en zekerheid had gegeven dat iemand (met meer ervaring) de juiste plek had gevonden. Waarom ik niet heb gezocht? Omdat ik zo overtuigd was van mijn locatie, en geen enkel vermoeden had dat het niet zou kloppen. Maar dat is geen excuus; en dat is er ook niet. Louter een verklaring.

Duizendmaal excuses

Ik wil me dan ook verontschuldigen. Gelukkig kon de uitslag gecorrigeerd worden, door de twee benen, van en naar de misplaatste post, uit de tijdrekening voor de uitslag te verwijderen, zodat de verloren tijd voor iedereen niet meetelt. Dat is dan weer een groot voordeel van de elektronische tijdsregistratie met EMITs, met een klok in de loper-unit, waardoor alle tijden altijd kloppen, en niet afhankelijk zijn van synchronisatie van de klok in de controle units, zoals bij een ander veelgebruikt systeem.

“Failure is not an option”

Wat ik er van geleerd heb moge duidelijk zijn: altijd de posten bij het lintje plaatsen, tenzij dat overduidelijk verkeerd hangt. En dan nog alleen na overleg met de baanlegger, want de lintjes worden weggehangen én door iemand gecontroleerd, dus dat is al 2 tegen 1.

  1. ga naar de juiste locatie op de kaart
  2. zoek (en vind) het lintje
  3. check of je bij de juiste post staat
  4. check of de locatie van het lintje klopt met de postomschrijving
  5. plaats de post op een geschikte plek die aan voldoet aan alles
  6. verifieer het post-nummer (EMIT)
  7. verifieer of de postzak goed hangt en er niet af kan vallen

Maar vooral: neem de tijd, want alles moet voor 110% kloppen. Failure is not an option.

New shoes!

 

 

 

 

 

 

I bought a new pair of shoes: the Inov-8 RocLite 285. For orienteering and for street-running. Not that the old ones were worn, but they didn’t fit all the terrains I use to cross.

Most orienteering races, I run my pair of Inov-8 Oroc 340’s (346.6 kilometers on the odometer, right now), that I bought April 1st 2012. But the steel spikes are not the best base on asphalt or other pavement.

 

On the other hand, the soft, flat, smooth sole of my marathon shoes, the Saucony Men ProGrid Triumph 8, are not the best option for off-road racing. So I needed something in between, suitable for paved roads, and anything else. With a lot of grip, but without feeling the individual studs when running on paved roads. With a low heel, but some damping; although I prefer little damping on the road for the direct feeling. A light shoe for long distances, but with some stability for my ankles.

Length web-browsing, review reading, running-mate consulting, and fitting, pointed in the direction of the Inov-8 RocLite series. Other options had been the TrailRoc 255 and the X-Talon 190. I tried them in the O-Crew “shop”, and decided that the size should be ½ bigger than my Oroc’s (although they were the same brand).

Next thing was to try them out in the field. The first meters on them ever became the first of 15000, during the Genneperparkenloop. The result was a pair of blisters, but hey, what do you expect if you try your new shoes on a fast 15k with sharp turns and some mud? The running itself went perfect, that day.

I was doubting whether to wear them during the Midwinterrun, and the Woudlopers Oriëntatierun. But I didn’t. Afraid to make the flashy red fabric dirty? No, I guess I just stuck to what I was used to, my good old Orocs. But last Friday, I ran the night orienteering run in Genk on them, to my complete satisfaction, and last Sunday, I ran, through the fresh snow, through the forests and over the hay around Leenderheide.

This last run was a good combination of paved and unpaved roads, fresh and compact snow, and loose sand and mud. On most terrain, the grip was perfect; only on hard, compacted, snow, I felt minimal sliding back, but no loss of control. I got the feeling there that the Orocs would have performed better there, but I did not compare them at that moment, under the same circumstances.

Furthermore, I noticed that the open structure of the upper shoe easily lets in water (melted snow), and I heard that the same would happen in dry sand. But I suppose my feet would have gotten wet anyway after running through 5 cm of fresh snow for 1.5 hours.

On the other hand, on the paved roads, back in the cite towards home, they behaved pretty well. The roads were wet, with slush-puppy substance on them, and the grip was excellent. The soles are a bit stiffer than my road-running shoes, but still comfortable enough to sustain for a longer period (and it is a good way to exercise the recoil in my calves).

So, my conclusion so far is that I made the right choice, to find a balance between on- and off-road shoes. And I guess that I will use them quite a lot for training, when I first have to conquer the asphalt, before I reach the wilderness. But for sprint-orienteering, they could be my favorite too. We’ll see. They’re a good excuse anyway to create some more elephant-trails

Mijn 2e O-verjaardag: Aqua View

Twee jaar geleden liep ik mijn eerste Oriëntatieloop! Nota bene ook in het donker.  En dit is dus mijn 2e O-verjaardag. Wat een sport!

De uitslag van mijn eerste oriëntatieloop ooit.

Intussen ben ik 31 “omlopen” verder, en een stuk ervarener (los van het feit dat mijn naam is gewijzigd, ik een nationaliteit heb gekregen, ik 5 jaar ouder ben geworden, en een club heb). Wat heet: ik ben nu ruim twee keer zo snel. Liep ik toen nog over paden, nu rag ik dwars door het bos. Liep ik toen prompt verkeerd toen ik een keer niet over een paadje ging, nu weet ik wel beter… of toch niet.

...en dit was twee jaar later.

Kijk eens naar mijn kaart. Wat doe ik daar nou, op weg van 6 naar 7? Een stukje sightseeing? In het donker? Er gebeurde iets heel geks in mijn hoofd, vermoedelijke omdat ik terug dacht aan die keer twee jaar geleden, en ik dat gevoel van verdwalen weer wilde oproepen. Vast.

Nee, ik was er niet helemaal bij. Ik liep naar 6, beetje om, maar laten we het maar op “een veilige aanvalspunt keuze” houden. Dacht toen dat ik bij 7 liep (een stuk noordelijker), met al die parallelle greppels, en daar vond ik, iets ten zuiden van het pad, een post. Dat bleek er eentje van de achterkant van de kaart te zijn, maar, zonder het nummer te checken, ging ik vrolijk, en een klein beetje gehaast, op weg naar het zuiden, naar waar ik meende 6 te gaan vinden. Dat 6 voor 7 kwam vergat ik gemakshalve. Ik weet zeker dat ik de kaart niet ondersteboven hield, maar de tafel van 1 kennelijk wel. Even later vond ik een open plek, daar in het zuiden. “Ben ik al zo ver? Dan ben ik 6 al voorbij!” In het minder begaanbare terrein, en vanwege een nogal afwijkende koers, was mijn gevoel voor afstand wat ontregeld. (1:4500 is ook zooooo’n moeilijke schaal.)

Gelukkig vond ik 6, maar toen pas zag ik dat daarna 7, in het noorden van de kaart, kwam. Een geluk bij een ongeluk, want voor het zelfde geld was ik doorgelopen naar 8, en had heel 7 gemist. Alleen had ik nog steeds niet door dat die eerdere post, die ik voor 7, tussen het donker groen met de greppels, had aangezien, helemaal niet de 7 was die ik moest hebben. Mijn richtingsgevoel, dat het kennelijk nog wel deed, stuurde me naar het noordoosten. En zo belandde ik bij een post die ook helemaal nog niet bij mijn route hoorde.

Achterkant kaart, controle strook, nummer zoeken, en ja, ik kon herleiden waar ik liep. Terug naar het westen, greppels tellen, en als een speer het bos in, op zoek naar de echte 7. Intussen had ik van 5 naar 6 een recordtijd neergezet: de langste, ruim 3,5 keer langer dan de snelste loper. En ook mijn ommetje van 6 naar 7 bleek niet om over naar huis te schrijven.

Ik heb altijd de neiging om -voor straf- na het maken van een fout enorm te gaan doorsteken om de verloren tijd in te halen. En ook nu baande ik me een weg tussen de ondoordringbare bomen door. En weer snap ik dat achteraf, want ik herinnerde me dat ik, toen ik de eerste keer in de buurt van 7 dacht te zijn (wat dus 6 was), best aardig door het bos kon lopen. Nu was het alsof ik me een weg dwars door de stapel kerstbomen die bij de supermarkt in december tegen de gevel staan probeerde te banen.

Met deze kerstgedachte in mijn hoofd nam mijn oriëntatievermogen weer eens met mij de vrije loop. Toen ik bij A aankwam (in het kaartje links) dacht ik het iets zuidelijker pad te bewandelen. Dat dat ineens op leek te houden deerde niet, ik vond een kruispunt (wat C bleek te zijn, maar ik voor B aan zag) en sloeg rechtsaf. “Zo’n kompasnaald is ook maar van ijzer”, moet ik gedacht hebben, en ik rende vrolijk een meter of honderd door, tot hij wel erg hardnekkig de andere kant op bleef wijzen. Het mag een wonder heten dat ik 8 vond. 9 liep ik vervolgens maar 10% voorbij, wat aardig klopt met de kaartschaal 1:4500 die ik telkens als 1:5000 las.

Maar gelukkig, een half uur ervaring is iets om op te bouwen, en 10, 11, 12, en helemaal 13 gingen verdraaid goed. Die laatste, en later ook 17, 21, en 23 zou ik als een van de snelsten belopen. De kaart werd omgedraaid, en het leek weer van voor af aan te beginnen (de nummers herstartten ook weer bij 1, wat dus eigenlijk 13 was). Zelfde hoek van het bos, als in het begin, maar, vanwege de duisternis, de sneeuw die er inmiddels bij was gevallen, en de kaart die als maar meedraaide, een totaal nieuwe ervaring. En ook het stemmetje in mijn hoofd “J-G, nu ga je het gewoon wel heel goed doen, zonder fouten”, gaf er een andere dimensie aan.

Op weg van 16 naar 17 zat Jeremy Genar me op de hielen, en dat zorgde voor de nodige peper op bepaalde plaatsen waardoor ik heel hard ging… en daarna heel hard naar de verkeerde post rende. Ik herinner me nog dat ik het vreemd vond dat hij boven het meertje langs liep. Ik zou wel even doorsteken, wat, ondanks het groene bos rond 5 best opschoot. En als ik vervolgens naar 6 was gelopen, was dat ook helemaal niet zo gek geweest, maar in het donker lijkt een 6 net een 9 -het is maar hoe je het bekijkt- en Jeremy was langs de noordkant gelopen (wat naar 9 nog minder onlogisch was dan naar 6), dus koerste ik ook op 9 af. Die vond ik, en, zoals ook in de 1e helft, kwam voor mij na 9 8.

Net op tijd, nou ja, ik was al halverwege het dennbomen-tegen-de-supermarkt-bos, viel het kwartje, en kreeg ik door dat je een 8 weliswaar ongestraft kan omkeren, maar een 6 niet. Hop, terug naar 6. En daarna naar 7. Ik vond dat donkergroene stukje bos waar ik omheen moest iets minder leuk, maar herinnerde me kennelijk niet dat ik daar een half uur geleden al dwars doorheen was gelopen; toen meende ik immers veel noordelijker op de kaart te lopen. Op zoek dus naar 7, dezelfde zeven die ik eerder ook al voor een 7 -een andere- had aangezien. Vond ik hem warempel! En 8, die had ik ook al eerder ontmoet. Waarna ik gelukkig de supermarkt meed, op weg naar een nummer 9, die, hoe kan het ook anders, ook al eerder mijn pad had gekruist.

Was ik net lekker logisch via de zuidkant naar een post gelopen waar ik niets moest zijn, nu liep  ik maar voor de afwisseling via de noordkant naar mijn zuidelijke bestemming. Je moet wel consequent blijven!

Maar kennelijk had ik mijn fout op tijd door, want -zo werkt dat bij mij, zoals je weet- ben ik vanaf dat moment voor straf alleen nog maar gaan doorsteken, op weg naar de finish. Die ik overigens, zonder verdere omwegen vond, maar uiteraard, en volgens de Splitsbrowser, niet in de snelste tijd.

Om één en ander goed te maken ben ik hier na nog even omloop 2 gaan doen. Dat was een stuk minder ver dan omloop 1 overnieuw, en dus heel verstandig, zeker omdat ik daarna nog de posten zou gaan binnenhalen.

Ik kijk in elk geval terug op weer een bijzondere, en onvergetelijke, nachtoriëntatieloop. Waarbij het een verrassend leuk gebied bleek te zijn met eindeloze mogelijkheden, die ik ook ten volste benut heb.

Als je vraagt wat ik geleerd heb deze keer?

  • Eerst denken, dan gaan rennen.
  • Blijf koel in je hoofd, ook als het 5 graden vriest en er sneeuw uit de lucht valt. Want van strafwerk ga je niet harder, laat staan sneller.
  • Twee jaar ervaring betekent nog niet dat je uit de losse pols kan oriënteren zonder postnummers te checken en bij te houden waar je bent.
  • In het donker zijn paden dikwijls sneller. Dat had ik twee jaar geleden al prima begrepen.
  • Het blijft een ontzettend leuk spelletje! Dit ga ik nog jaren volhouden: er valt nog genoeg te verbeteren.

Midwinterrun 2013: een marathon door de sneeuw

Het was weer een avontuur! De Chicken Power Midwinterrun 2013. Nauwelijks wetende wat ons te wachten stond, maar wel met temperaturen onder nul, een gure wind en sneeuwbuien in het vooruitzicht, vertrokken we om 5:59 uit Eindhoven. Samen met mijn loopmaat voor vandaag, Jeroen, en concurrent Patrick, reden we door een donkere, maar witte, wereld, naar Terschuur, een dorpje tussen Barneveld en Amersfoort. Min zes C buiten de auto, zenuwen binnen. Toch wel. Ondanks dat ik ruim een maand geleden nog aan de W.O.R. 2 had meegedaan.

Zou dit anders zijn? Het was ook een run, er moest ook geöriënteerd worden, en we liepen ook in teams van twee. Maar het was nu ruim 15 graden kouder, er lag een pak sneeuw, er ging nog meer vallen. Van Ferdy, de ontwerper van de W.O.R., had ik begrepen dat er er minder instinkers te verwachten waren. Maar wat is minder? En ik begreep dat er veel uitgebreider kaarttekenwerk nodig was. Maar wat is meer? En wat heb je daar voor nodig?

En ik had op de website een foto zien staan van iemand die door het water moest. Brrrr. Zou dat vereist zijn? Verijst in elk geval wel, vandaag.

Zo druk waren we bezig, dat we helemaal vergaten dat de muts binnen best af kon. Het intekenen van de ontbrekende CP’s kostte ongeveer een uur.

En het bleek anders! Per bus gingen we naar de start, geen idee waar dat was, op dat moment. Er werden onderweg wat mededelingen gedaan, maar, onvoorbereid, had ik die niet opgeschreven. Waar op had dat gemoeten? Volgende keer een notitieblokje mee. Bij het verlaten van de bus kregen we een enveloppe met een zevental kaarten. In kleur! Dat viel al weer mee. En allemaal 1:25000 topografische kaarten van het kadaster. Maar wel op een andere schaal uitgeprint en afgesneden. En er was een roadbook met zestig punten, waarvan de helft ook op de kaart stond, en de andere helft zelf ingetekend moest worden aan de hand van een RD-coordinaat, een projectie, of een lengte- en breedtegraad. Er was tijd in een lokaaltje om dit aan een tafel, en vooral verwarmd, te doen.

De schaduwen van de bomen, maar ook de gegeven projectie, laten zien hoe je de foto moet draaien om het noorden boven te krijgen. Vervolgens konden we hem in de topografische kaarten inpassen.

Niet alleen kaarten werden gebruikt: ook luchtfoto’s, en zelfs een oude kaart. Dat laatste was een leuke exercitie: één punt, CP 42, was op zowel de oude als de nieuwe kaart getekend, maar CP 43 alleen op de oude. In anderhalve eeuw is er nogal wat veranderd in het landschap, maar een aantal elementen zijn ook behouden gebleven. Zo ontstond een puzzel, maar uiteindelijk wisten we vrij zeker waar CP 43 op de moderne topografische kaart te plaatsen. En na wat speurwerk bleek dat de luchtfoto, zoals snel aan de richting van de schaduwen te zien was, geroteerd was. Leuk gedaan!

nieuwe kaart → oude kaart
(ga met je muis over het balkje om de kaart te wisselen)


Een uur later waren we klaar met intekenen. Een aantal teams waren al vertrokken, een paar waren nog bezig. Hebben we het wel goed gedaan? Een foutje is snel gemaakt, als een lengte-minuut op de kaart 5,4 cm is, en een breedte minuut 8,7 cm, en er doorheen een RD raster geprint is.

CP 1, 3 en 5 waren ten opzichte van elkaar als projecties gegeven. 2, 4 en 7 moesten we memoriseren, aan de hand van een kaart die even snel bij de START getoond werd. We kwamen in eerste instantie goed uit bij 5, maar vonden toch het valse punt.

Bij CP1 volgde een verrassing: we moesten een keuze maken tussen de volgende punten op kompaskoers zoeken, of memoriseren. We kozen voor memoriseren, en zochten ondertussen de andere punten op het kompas. Maar kennelijk was het idee dat we eerst CP 2, 4, 7 zouden zoeken, en dan CP 1, 3 en 5; of omgekeerd. Alles tegelijk in één keer zoeken leek lastig, maar we wisten niet beter, en deden dat dus gewoon. Alleen CP 4 was lastig te vinden. En toch bleek dat CP4 wel klopte, maar CP5, dat we daar vòòr hadden gevonden, niet. Achteraf hadden bijna alle teams dat punt fout. En we zijn er nota bene overheen gelopen, als je de track op onze kaart bekijkt! Maar de organisatie heeft altijd gelijk. Toen wisten we ook nog niet dat een gevonden controlenummer ’23’ per definitie fout was.

Enfin, naar later zou blijken, als een van de eerste teams gingen we verder met het reguliere deel van de tocht. De sporen in de sneeuw van wezens die er eerder waren geweest waren kennelijk van konijnen, hazen en reeën…

Ik had vandaag een goede neus voor blauwe kaartjes achter bomen, want ik vond ze verrassend snel. Later op de dag zou Jeroen ze ook zo snel gaan spotten, en dat maakte dat we vrijwel overal binnen no-time verder konden rennen. Het leek er dan ook op dat er vrijwel geen valse controle nummers geplaatst waren, want nergens zagen we twee kaartjes, en vrijwel alles hing binnen 20 meter van waar we het verwachtten. Het leek dus niet nodig om naar een ander nummer te zoeken als we eenmaal iets blauws gezien hadden. Maar dat bleek later onterecht.

Intussen liepen we vooral over wegen en paden, ook omdat de route dat voorschreef. Het was vrijwel nergens veel sneller om dwars door te steken, en daarmee was verdwalen ook geen optie. Af en toe een weiland of akker gingen we diagonaal over, maar met de sneeuw en vaak oneffen ondergrond, liep dat een stuk minder. Zeker toen we nog 4’30″/km probeerden te lopen.

Onderweg keken we steeds naar de voetafdrukken in de sneeuw. Hoeveel zouden er voor ons lopen? Geen idee, maar overal leken al wel mensen te zijn geweest, op loopschoenen. Best handig, die sneeuw. Toch leek het ook regelmatig of er naar het kaartje met het controlenummer helemaal geen voetsporen liepen. Zouden zoveel teams al die CP’s hebben overgeslagen of niet kunnen vinden? Toen wisten we nog niet dat we eigenlijk op kop liepen.

Naar CP 27 hebben we toch even moeten zoeken. De schaal van de kaart eventjes verkeerd geïnterpreteerd…

Intussen kwamen we langs het Kasteel van Renswoude, Fort Daatselaar, en liepen tot vlak boven Scherpenzeel. En zochten we 10 minuten naar een CP-nummer op het enige punt waar volgens het roadbook niets hoefde te worden opgeschreven, corrigeerden we een foutief ingetekend punt dat aanvankelijk midden een in een weiland leek te liggen, maar gewoon een hoekpunt van het fort bleek te zijn, zochten naar een CP op een plek die ik in passen verkeerd had uitgemeten (als de schaal van de kaart 70% van 1:10000 is moet je niet het gebruikelijke aantal passen met 0.7 vermenigvuldigen, maar er juist door delen, waardoor het 2 keer zo ver blijkt te liggen), aten we een Snickers, en hoorden we van de organisatie die de eerste controlestrook in nam, dat we redelijk vooraan liepen. Er liepen dus nog een paar teams voor ons?

De rare slingers die we maakten zijn om de CP’s te vinden.
Òf 35, òf 36 was genoeg geweest. Maar we vonden het zo leuk, dat we ze allebei hebben bezocht.

Toen niet, bleek, maar even later wel. Want het kwam niet door de sneeuw, die ineens hevig ging vallen, maar doordat we in de bus geen duidelijke aantekeningen hadden gemaakt, dat we zowel CP 36, als CP 38 aandeden, terwijl verteld was dat die het zelfde controlenummer hadden; beide bezoeken was dus niet nodig. Wisten wij veel. Bij de tweede van de twee kwamen we achter twee andere teams uit, die toen op kop bleken te lopen. Maar ja, Jeroen zag razendsnel en ongezien het kaartje, zodat we na CP 37 weer voorop lagen.

Het scheelde maar 1 kilometer: onze locatie van CP 40, en de jusite…

Tot we CP 40 gingen zoeken, precies één RD kwadrant noordelijk van de juiste plek. Inmiddels waren we al behoorlijk moe, en hadden besloten dwars door te steken over de velden, maar wel in wandeltempo. Op zich scheelde dat niets, want je kon over dat terrein toch niet hard rennen. Maar dat helpt niets, als daar niets te vinden is. We hadden snel de fout door, maar dat was al te laat. Het zou ruim 20 minuten kosten om terug te lopen, en dat zou 30 strafminuten schelen, wat we het niet waard vonden, ook vanwege de extra inspanning.

Bij CP 50 (dat na CP 40 en 39 kwam) waren de twee teams op kop al aan het zoeken. Aan de verkeerde kant van de beek, waar wij in eerste instantie ook het CP hadden ingetekend. Maar het scheelde niet veel, en de nauwkeurigheid is beperkt, zodat we, toen de andere twee teams het inmiddels hadden opgegeven, en verder waren gelopen, alsnog aan de zuidkant het CP vonden. Hadden we mooi weer 30 strafminuten goed gemaakt.

Wat daarna volgde was een spelletje met een beek. Zouden de CP’s aan de zuid- of aan de noordkant liggen? En is er wel of geen brug? En is het diep? En breed? Geen idee hadden we, zodat we maar de kortste route naar het volgende CP namen, en wel zouden zien. Dat bleek een goede beslissing. Er was een stuw, en iets verderop een bruggetje.

We hebben behoorlijk getwijfeld, of we de noord- of de zuid-oever zouden nemen. De waarheid bleek letterlijk in het midden te liggen.

Toen namen we nog een slimme beslissing: punt 45 lag weliswaar dichterbij een logische route dan 46, maar daar zouden we de aanwijzingen voor 47 en 48 gaan vinden, en 49 lag juist weer wat verder weg. Vermoedelijk -want de punten stonden al niet allemaal in de juiste volgorde wat betreft de kortste route- zouden die 47 en 48 meer richting 45 liggen. En dat bleek helemaal te kloppen. Via een rechte lijn renden we naar 46, vonden 47 op weg naar 45, en van daar uit 48 op de route naar 49 en 51. Mooi! Enige minpuntje was dat we 48 niet direct zagen, en juist toen ik het beekje vlakbij was overgestoken om te kijken of het CP-kaartje aan de achterkant van een boom aan de oever zat, vond Jeroen een ’23’. Nietsvermoedend, en opgelucht, noteerden wij die, al hing die wat ver van het nulpunt, en gingen verder. Nog maar 10 CP’s te gaan!

De oversteekplek.

Maar er was een dilemma: zouden we voor CP 53 aan de noord- of aan de zuidzijde van de Grote Barneveldse Beek moeten zijn? Er leek geen brug in de omgeving, dus we moesten kiezen. Een volgende aanwijzing stuurde ons in elk geval terug naar een bruggetje, voor CP 52, zodat we vermoedden dat we moesten oversteken. Het CP lag volgens onze peiling op de kaart aan de zuidkant van wat een oversteekplaats voor landbouwvoertuigen en/of jeeps leek te zijn: een constructie van balken over het water aan weerszijden van een verharde bestrating op de bodem van de rivier. Maar geen CP te vinden. Bijna hadden we het opgegeven, maar na lang zoeken op de oever zagen we dat de balken ‘schoongeveegd’ waren. Er was dus iemand overheen gegaan. Zou er dan toch…?

Koud water met een laagje ijs er op is tot daar aan toe, maar een natte broek en schoenen is niet lekker met dit weer.
Als je niet om wilt lopen moet je voor paard spelen.

En er stond iemand van de organisatie met een fototoestel aan de overkant. Vast ook niet voor niets. En dus trok ik mijn schoenen, sokken en broek uit, en liep door het ijskoude water. Pijnlijkst was nog mijn scheen die ik stootte tegen een ijsschots, en de sneeuw waar ik in stond aan de overzijde, maar op de terugweg langs de andere balk vond ik het CP! Hoera! Die hadden we. Maar wat nu? Omlopen, want Jeroen stond nog droog aan de overkant, en had geen trek in een koude beek. Ach wat, we zijn toch een team? Dus ik nam hem op mijn rug en liep zo naar de noordkant. Snel schoenen weer aan, en door naar de finish. We lagen op kop!

Zo vonden we ook de laatste paar punten. Nog net op tijd zag ik dat 56 gedefinieerd werd door de koers náár 57, en niet omgekeerd, zodat we ook daar scoorden. En toen ik me even omdraaide bij het oversteken van een greppel zag ik dat er behalve een ’23’ in de buurt van CP 56 (die ik al wat slecht vond kloppen met de kaart) ook een ’29’ hing, op de juiste plek, wat ook weer 45 strafminuten scheelde. Doordat we doorstaken door het weiland naar 58 liepen we bovendien recht op dat CP af, en vonden hem zo, want vanaf de weg had hij aan de overkant van een riviertje gehangen.

Alleen gingen we vlak voor het eind nog een keer de mist in: een peiling met een stompe hoek vanaf een hectometerpaaltje op de kaart (Of had het het paaltje in het echt moeten zijn? En aan welke kan van de weg dan wel?) wekte niet mijn vertrouwen, en ook Jeroen was er wel klaar mee, zodat we voor het laatste punt aannamen dat het wel het blauwe kaartje op de deur van het gebouw dat als start en finish dienst deed zou zijn. Bijna goed. Maar dat kostte ons toch nog even 45 strafminuten extra. Maar we waren er! Als aller eersten!

Onze aankomst in het Wedstrijdcentrum.

Al met al bleken de volgende teams pas 25 minuten later aan te komen. Zouden we dan ook nog eens gewonnen hebben. Pas toen hoorden we van de ’23’s, en dat het vorig jaar ’72’ was geweest dat de valse posten kenmerkte. En drieëntwintig kwam me best bekend voor. Inderdaad hadden we twee valse posten meer gezien en genoteerd dan het team dat na ons binnen kwam, wat neerkomt op 90 strafminuten, zodat zij uiteindelijk met 66 minuten voorsprong wonnen. De score kan je hier vinden, (of hier onder).

Maar wat een geweldige race! Lang gedacht dat we ergens middenin het veld liepen (het was mijn 2e, en Jeroen’s 1e oriënteringsrun), toen wat gedeprimeerd over ons foutje van 2 km, en vermoeid door de afstand, teruggezakt in temp, maar ten slotte na de dwaze oversteek, en de kennis voorop te lopen, weer helemaal fanatiek en vol goede moed, alsof het niks was. Nou ja, qua afstand was het dan ook maar gewoon een Hele Marathon, maar dan wel door de sneeuw, met hindernissen, en zonder je hoofd te verliezen.

Dit was weer een bijzondere ervaring, en de laatste zaterdag van januari komt zeker op de kalender van 2014 te staan. Met de ervaring van deze eerste keer wordt dat vast weer een succes:

  • Er zijn wel degelijk valse punten,
  • die dan vast niet allemaal ’23’ heten.
  • De volgorde van de CP’s is niet altijd de kortste route.
  • Er kan wel eens een Adventure race-element in zitten; iets met water.
  • De CP’s zitten niet altijd exact op de juiste plek (of hoe wij die interpreteerden),
  • maar ook de kaart kan natuurlijk een beetje afwijken, en terrein kan zijn aangepast; en de CP’s moeten onzichtbaar voor derden gehangen zijn om rippen te voorkomen;
  • je moet daarom niet te lang zoeken of er op het -volgens jou- juiste punt niet toch een controlenummer hangt, meestal hangt dat er niet,
  • maar die enkele keer dat het er wel hangt -en het andere punt dus vals is- kost het wel veel strafpunten. De juiste balans tussen vertrouwen en wantrouwen is delicaat.
  • Alle zelf ingetekende punten moet je controleren: van de 20 hadden we er 4 fout in eerste instantie, en 1 daarvan zelfs niet meer op tijd gecorrigeerd.
  • Om 6:00 ‘s morgens nog even proviand bij een benzinestation kopen kan wel eens lastig worden als die allemaal nog dicht blijken.

Ten slotte heb ik, meer voor mezelf als geheugensteuntje, mijn inventaris opgesomd:

  • hardloop-rugzak
    • met drinkwaterzak
    • potlood
    • watervaste stift aan en zipper (en ook de dop, want die ben ik 5 keer verloren)
    • zaklamp
    • telefoon (voor noodgevalen)
    • fluitje (hoewel de dop van de stift ook prima bleek te werken als fluit, toen ik de sneeuw er uit blies
    • thermo deken
    • ID
    • geld
    • EHBO spul als pleisters en tape
    • vaseline tegen de kou op gezicht en handen
  • plastic kaarthoes, met daarin
    • geodriehoek
    • lichtgewicht plankje om kaarten vlak te houden
    • kaart-roemer (beperkt functioneel, want de schaal is arbitrair)
    • klemmetje om zaakje bij elkaar te houden
    • velletje voor aantekeningen
    • rekenmachine (klein)
  • Recta peilkompas
  • Silva duimkompas
  • druivesuiker
  • 6 Snickers (op de valreep)
  • en om aan te trekken
    • Inov-8 Oroc 340 schoenen (met spikes; ook ideaal om de kids op de slee door de straat te trekken zonder zelf onderuit te gaan over een ijsplaat)
    • lange hardloopbroek
    • Moose sokken (met na 42 km ook een gat)
    • thermo shirt lange + korte mouwen over elkaar heen
    • Nike tuned fleece
    • Icebreaker mutsje
    • dunne thermo handschoenen
    • ASML windjack (als reserve)

Tenslotte nog een overzichtje van de roadbooks:

Woudlopers Oriëntatie Run 2012

Het Oriëntatiehoogtepunt van het jaar!

Echt een must voor iedereen die 30 km wil rennen en verdwalen. Of niet, maar dan wel in

En, hebben we gewonnen?

zeven puzzel-sloten tegelijk wil lopen. Want, met kaart en kompas in één hand, had je de andere nodig om je neus dicht te houden vanwege de instinkers (en die waren er volop: één route, 77 controlepunten, en meer dan 120 in het veld).

Continue reading Woudlopers Oriëntatie Run 2012

Yes! Bijna twee minuten onder de 1:30:00 gedoken!

Morgen schrijf ik hier nog meer bij. Maar nu is het welletjes.

Even heel kort: vandaag 221e (van de 6963) geworden in de halve marathon van Eindhoven. Zie de uitslagen. En mijn doel was onder de 1:30, dus da’s gelukt. Ging erg lekker tot de laatste kilometer. Bij 1:23:05 ging ik de 20 km-lijn over (met gemiddeld 4’09″/km), maar die laatste 1098 meter duurden 5’06” (en dus tempo-tje 4:39). Verzuring? Ja! Wat doe ik er aan? Dat mag jij zeggen.

Zou ik toch hebben moeten trainen op volle snelheid op 21 kilometer? Of nog meer drinken onderweg? Of meer druivensuiker eten tijdens het lopen? Of toch wat steviger lunchen? Geen idee. Maar dat kan wel beter de volgende keer.

Eén ding intrigeert me: zou mijn lichaam hebben beseft dat ik in de laatste kilometer zat, en, de finish ruikend, besloten hebben dat er verzuurd mocht worden, of was gewoon bij 20 km toevallig de brandstof op? Want ik ben niet gaan versnellen of anders gaan lopen, voordat ik gedwongen werd wat te vertragen.

Je ziet dat er ook een apart verband bestaat met mijn hartslag. Die loopt aanvankelijk op naar een redelijk constant niveau van 173 [bpm]. Tot de 15 kilometer. Daarna zakt de snelheid een heel klein beetje in (want mijn voorsprong loop een klein beetje terug), maar de hartslag neemt vanaf daar gestaag toe tot 188 [bpm]. En tenslotte, in de laatste anderhalve kilometer, loopt hij op tot 185 (niet te zien in de grafiek, omdat bij 20 km mijn horloge stopte), terwijl de snelheid terugloopt. Dat is dus het punt geweest waarop ik echt ging verzuren en de energie op was.

Maar toch ben ik heel tevreden. Kennelijk ben ik tot het uiterste gegaan, want meer zat er echt niet in. En als ik in het begin trager had gelopen, bijvoorbeeld 4’16″/km, had ik op het eind fysiek nog iets over gehad, maar vast niet genoeg om een sprint te trekken en van de 1:30:00 toch nog 1:28:11 te maken. En als ik harder had gelopen, was ik eerder stuk gegaan, en had ik misschien niet kunnen blijven rennen. Kortom, ik heb de tank leeg gereden, maar de streep nog net gehaald. Net de openingsscene van Cars 1.

Ik ga hier nog meer schrijven over hoe ik mijn GPS horloge heb gebruikt, en tips daar voor. Komt nog…

Nog twee dagen, en tikkeltje nerveus…

Over twee dagen is het weer zo ver: dik 21 km hollen. Op zich heeft het weinig met oriënteren te maken, maar toch blog ik er over. Want het houdt me behoorlijk bezig.

Vorig jaar had ik me eigenlijk voorgenomen om eens onder de 1:30:00 te duiken. Dat is toch een magische grens. Met 1:31:20 was ik ooit, jaren terug, wel in de buurt geweest, maar dat is het toch net niet. Maar ja, er ging iets mis met de kilometeraanduiding langs het parcours, juist nu ik zonder GPS liep, en wel op een strak schema. Maar dat kan je hier lezen. Op zich was het resultaat helemaal niet slecht, met 1:30:49. Maar toch…

Dit jaar dus er onder. En zonder risico dat ik net naast mijn persoonlijke goud -want dat is het- grijp. Bovendien zei laatst iemand na een training (nou ja, niet zomaar iemand; het waren Mostafa Nechchadi en Jos van den Broek die de ASML-lopers coachten dit jaar) dat ik wel 1:25:00 kon lopen. Nou lijkt me dat wel erg rap, maar het zette me aan het denken, met als gevolg dat ik er in ging geloven. En daar begint het allemaal mee: als je denkt dat het je lukt ben je al halverwege.

Niet helemaal top-fit de week begonnen, raakte ik weer wat aan het twijfelen, maar ik heb genoeg getraind, dus daar kan het niet aan liggen. Maar toch, als het gevoel niet helemaal wil, dan moet het maar met het verstand. Slim lopen.

Slim lopen

Wat is dat, slim lopen? Ik heb wat tips, wijsheden, analyses, en onzin opgezocht op internet, maar wat je overal tegenkomt is de term negative-split. Dat houdt in dat je vooral niet te snel start, wellicht onder je gemiddelde streefsnelheid, en halverwege gaat versnellen. Kan je mooi de 1e helft de spieren opwarmen en een beetje soepel maken, de snelle suikervoorraad een beetje sparen, in de wedstrijd komen. Bovendien wordt je de 2e helft geholpen door de vrijgekomen endorfines, is het een mentale opsteker al die te-vroeg-gepiekte lopers in te halen, en lonkt de finish. En veel records zijn zo gebroken, schijnt. Kortom, en dat zeggen vele ervaren websites in nog veel meer worden, is het een bewezen tactiek. Maar je moet het wel kunnen.

Analyse van de trend van lopers, snelle links en trage rechts, laat zien dat de beste lopers gemiddeld 5% sneller lopen op het eind dan in het begin. De langzame daarentegen doen, in nog veel sterkere mate, het tegenovergestelde. Ze zijn zo langzaam, ten dele, omdat ze te snel gestart zijn.

Daartegenover staat de flat-pace of even-effort strategie: gewoon het hele stuk overal constant lopen, in snelheid, of beter nog, in vermogen (dus bergop wat inhouden). En eigenlijk, zo lees ik tussen de regels door, is dat nog beter. Want als je, in geval van een te sterke negative-split, dus eigenlijk in het begin te traag ging, en veel over hield op het eind, had je beter toen al iets harder kunnen lopen.

Er zal een balans zijn. Iets sneller op het eind klinkt aannemelijk, gegeven dat je uit de situatie extra energie kan halen: de endorfines en het psychologisch voordeel. Minder vermoeide benen in de 2e helft klinkt fijn, maar als je al 200 meter voor had gelopen had je net iets minder hoeven versnellen. Dus da’s relatief.

Ik zie die flat-pace wel zitten. Als ik 4’16″/km kan lopen red ik de 1:30:00. Maar ik ben er van overtuigd dat ik dat kan. Om 1:28:00 te lopen scheelt maar 10″/km, wat zonder pijn haalbaar lijkt. Dus dat ga ik doen. En halverwege kijk ik wat er verder nog in zit. Loopt het lekker, dan versnel ik van 4’10″/km naar 4’05″/km, en finish in 1:27:00. Lukt dat niet, dan ben ik dik tevreden met 1:28:00. En als het echt tegen zit, dan moet ik toch zeker een 4’22″/km vol kunnen houden om nog binnen 1:29:59 binnen te komen. En dan nog, ben ik tevreden. Maar niet met 1:30:01!

Hoe?

1: Een solide plan: ik heb de tijden maar weer eens berekend, met de drie scenario’s waar ik van uit ga. Starten op 4’10″/km, en halverwege kijken of het ±2 minuten ten opzichte van 1:28:00 wordt. Maar ik ga uit van een min.

21 88 -1.00 -2.00 2.00 90
/km 04’10” 04’05” 03’59” 04’22” 04’16”
/h 14.384 14.719 15.069 13.759 14.065
1 0:04:10 0:04:10 0:04:10 0:04:10 0:04:16
2 0:08:21 0:08:21 0:08:21 0:08:21 0:08:32
3 0:12:31 0:12:31 0:12:31 0:12:31 0:12:48
4 0:16:41 0:16:41 0:16:41 0:16:41 0:17:04
5 0:20:51 0:20:51 0:20:51 0:20:51 0:21:20
6 0:25:02 0:25:02 0:25:02 0:25:02 0:25:36
7 0:29:12 0:29:12 0:29:12 0:29:12 0:29:52
8 0:33:22 0:33:22 0:33:22 0:33:22 0:34:08
9 0:37:32 0:37:32 0:37:32 0:37:32 0:38:24
10 0:41:43 0:41:43 0:41:43 0:41:43 0:42:40
10.5 0:44:00 0:44:00 0:44:00 0:44:00 0:45:00
11 0:45:53 0:45:50 0:45:48 0:45:58 0:46:56
12 0:50:03 0:49:55 0:49:47 0:50:20 0:51:12
13 0:54:14 0:54:00 0:53:46 0:54:41 0:55:27
14 0:58:24 0:58:04 0:57:45 0:59:03 0:59:43
15 1:02:34 1:02:09 1:01:43 1:03:25 1:03:59
16 1:06:44 1:06:13 1:05:42 1:07:46 1:08:15
17 1:10:55 1:10:18 1:09:41 1:12:08 1:12:31
18 1:15:05 1:14:23 1:13:40 1:16:30 1:16:47
19 1:19:15 1:18:27 1:17:39 1:20:51 1:21:03
20 1:23:25 1:22:32 1:21:38 1:25:13 1:25:19
21 1:27:36 1:26:36 1:25:37 1:29:35 1:29:35
21 1:28:00 1:27:00 1:26:00 1:30:00 1:30:00

Dit tabelletje ga ik uitprinten en plastificeren, en op de een of andere manier, bijvoorbeeld, zoals ik normaal gesproken ook mijn postomschrijvingen meeneem bij het Oriënteren, om mijn arm.

2: Daarbij neem ik dit keer mijn GPS-horloge mee, een Garmin Forerunner 305. Oud beestje, dat alles kan. Op de foto links, van vorig jaar, zie je om mijn linker bovenarm nog de Qstarz BT-Q1000XT zitten. Erg geschikt om je track te loggen, ook bij Oriënteringswedstrijden waar een GPS met display verboden is, maar zonder hartslagmeter, en, in dit geval belangrijker, zonder display van mijn afstands- en tijd informatie.

Op GPSies.com heb ik nauwkeurig het parcours uitgezet, daar een .crs (course) file van gemaakt, en die wat verbeterd. GPSies.com kan namelijk niet nauwkeurig je gewenste eindtijd verwerken (en rond wat raar af), en zet de tussentijdse kilometerpunten op hoeken van de straat, die misschien wel een halve kilometer van het echte punt af liggen. Daar heb je dus helemaal niets aan. Maar om een route te tekenen doet deze site het best aardig. En die route heb ik twee weken terug al verkend. Wat je hier(route), hier(parcourswijziging) en hier(YouTube) kan bekijken.

Vervolgens heb ik weer wat in elkaar geklust om deze .crs file te corrigeren met mijn gewenste tijd. Ik voeg punten toe op elke hele km, en overal waar de afstand tussen bestaande punten van de track groter is dan 300 meter. En ook tijden bij die afstanden, zodat mijn GPS weet hoe laat ik daar moet zijn. Een voorbeeld file voor 1:28:00 kan je hier downloaden. Ik ga nog iets maken dat jij, de lezer, je eigen tijd in kan vullen en je dan de juiste track krijgt. Maar dat is voor het moment mosterd na de maaltijd.

Het leuke is vervolgens dat mijn GPS horloge een soort virtual runner laat zien, die mijn streeftijd loopt, met mijzelf daar een klein stukje voor (hoop ik). Zodat ik me helemaal op het lopen kan concentreren, en de timing, mijn flat-pace, negative-split, of wat dan ook, om mijn pols wordt bijgehouden. Easy. Relaxed.

3: Vrienden. Heel belangrijk. Met dezelfde motivatie, ervaring en streeftijd. En, nog belangrijker, familie langs het parcours. Op 3 km voor de finish levert het ‘Papa!’ van Seger en Annelot me zeker 20 seconde tijdwinst op.

Kortom, het kan niet meer stuk. Wat er ook gebeurt.

Ontbijtloop Eindhoven 2012 (voor de Halve Marathon)

Goed nieuws! Eindhoven krijgt toch een nieuw parcours voor de (halve) marathon dit jaar. Dat was wat ik vanmorgen van Ad van Gent vernam, PR-man van de marathon organisatie.

Het verschil is niet groot (de nieuwe route is maar 25 meter langer), maar het is toch goed het even te weten: op de markt gaan we niet meer de hoek van het Muziekgebouw Frits Philips in, door de Jan van Lieshoutstraat, en dan diagonaal over het Catharinaplein, maar dwars over de Markt, naar de Jan van Hooffstraat, en via de Rechtestraat, voor de Catharinakerk langs, het Stratumseind op. Voordeel is dat je niet over de “drempel” op de Markt hoeft, en niet over het gravel-veldje dat Catharinaplein heet. Prima dus.

 

 

 

Verder gaan ze de kaart die op de officiële site staat aanpassen en corrigeren. Zodat het parcours niet meer over de Bilderdijklaan lijkt te lopen, maar door de Jan Smitzlaan.

En ook de afstanden die fout ingetekend staan op de overzichtskaart worden ofwel verwijderd, ofwel gecorrigeerd. En anders kan je altijd nog naar mijn zelfgemaakte kaartjes kijken.

Nou ja, niet te lang zeuren, gewoon rennen. Kijk daarom op YouTube naar mijn headcam video van de Parcoursverkenning: op normale snelheid of 10 x versneld.

Het klopt! De halve lijkt inderdaad 21097,5 meter…

Morgen de Halve proeflopen. Om alvast te checken of het parcours een beetje klopt heb ik het maar eens op RunnerMaps en GPSies ingetekend. Dan kan je heel mooi de totale afstand meten. En wat blijkt: het komt inderdaad aardig uit. Wat niet wegneemt dat ik wat heb moeten schuiven met de start en finish, en wat bochtjes al dan niet scherper of ruimer moest nemen. Meer eerder het eerste dan het laatste.

De resultaten kan je via deze links op Runnermaps en GPSies zien. Of zelfs via deze QR-tag. Handig is de optie om de route vervolgens naar je GPS horloge te sturen, en daarbij jou streeftijd in te vullen. Start je die route (“course”) dan bij het lopen, dan kan je zelfs zien hoeveel je voor of achter loopt ten opzichte van een virtuele loper die precies loopt zoals je gepland had.

En het is heel motiverend, kan ik je uit eigen ervaring vertellen, om dat fictieve poppetje tientallen of honderden meters achter je te laten.

Maar ik moet nog wel wat dingen proberen. Zo wil hij nog wel eens gekke dingen doen als je niet helemaal op het zelfde punt start. Of wanneer je van een geplande route afwijkt (wat bij een wedstrijd niet heel waarschijnlijk is). En hoe hij met weggevallen signalen om gaat (zoals bij het passeren van tunnels). Maar ook wat er gebeurt als je, zoals morgen, niet bij de start start maar ergens anders op de ronde. We zullen zien. In elk geval is het handiger dit te bekijken dan pas over twee weken, als het tijd is voor het echte werk.

Maar goed, even terug naar het getekende parcours. Één ding is zeker: de route op de officiële site klopt niet. Net als vorig jaar trouwens. De route gaat niet over de Bilderdijklaan maar over de Jan Smitzlaan. Op zijn zachts gezegd heel lullig, als er 300 meter voor de finish ineens 190 meter bij blijkt te komen. Maar, net als vorig jaar overigens, kloppen op de officiële kaart de tussen-afstanden totaal niet. Vergelijk deze kaart van marathoneindhoven.nl maar eens met deze op GPSies. En nu maar hopen dat de mensen die de borden langs het parcours neerzetten ook mijn weblog lezen, anders kan je maar beter een eigen kaart meenemen.

Oriënteringslopen of Oriëntatielopen?

PlOts bOtste Ondergetekende Onlangs Onverwacht Op Onderstaande Overweging:

Is het Oriënteringslopen of Oriëntatielopen?

Ik dacht altijd het eerste, maar ik kwam een flyer tegen, ik denk van de NOLB, waarop in rood-witte sierletters Oriënteringslopen staat. Prompt heb ik de titel van mijn weblog aangepast. Toch zat het nog niet lekker. Ik heb deze vraag dus maar op het I-OL.nl forum gepost. Er ontstond meteen een discussie. Nu, een paar maanden later, is deze wel uitgedenderd.

Koen schrijft:

Nederland gebruikt oriënteringslopen, België oriëntatielopen. Zelf geef ik ook de voorkeur aan de tweede. […]

Oriëntering zie ik vooral bij Defensie, geen idee waar die verschillen ooit ontstaan zijn!

In het Engels is het duidelijk; daar heet het orienteering (wat ook makkelijker typt, zonder ümlaut). Maar ook in Zweden en Noorwegen heet het orientering, zij het met één “e”. Op zich klinkt het dan logisch als het Nederlandse woord in navolging daarvan “oriëntering” zou zijn.

Maar ja, een woord is een woord, en het kan vele oorsprongen hebben. (Zo zal het je verbazen -dat deed het mij althans- waar de uitdrukking “dat is toch baanleggerij van lik-me-vestje” vandaan komt.) Misschien moeten we het daar zoeken.

Clemens schrijft:

In de beginjaren van de NOLB heeft het oriëntatielopen geheten. Ik ben geen specialist maar als ik het me goed herinner is oriëntatielopen niet correct Nederlands en heeft iemand uit de beginjaren van de NOLB dit destijds gewijzigd. OL is afgeleid van het werkwoord oriënteren.

Dat geeft houvast. Er is maar één werkwoord oriënteren. Maar tegelijkertijd zijn er wel twee zelfstandig (of zijn het zelfstandige?) naamwoorden  aan verbonden: oriëntatie en oriëntering. Dat maakt het lastig. En als je er dan weer een werkwoord van maakt door er -lopen achter te plakken, heb je dus twee mogelijkheden, oriënteringslopen en oriëntatielopen.

Als je de diverse online woordenboeken er op na sla (een mooi overzicht van diverse bronnen krijg je via www.encyclo.nl voor orientering en orientatie), zie je beide woorden oriëntering en oriëntatie voorkomen, maar net als op de site van de Nederlandse Taalunie, komt wel oriëntatieloop voor, maar niet oriënteringsloop. Terwijl de NOLB nu juist officieel de “Nederlandse Oriënteringsloop Bond” heet (en toch beide woorden op haar site regelmatig voorkomen, net als bij de andere verenigingen, trouwens).

De betekenis van de woorden oriëntering en oriëntatie is echter een beetje verschillend, volgens de woordenboeken:

  • oriëntering is het draaien of richten van iets, een rotatie uitvoeren (bijvoorbeeld het oriënteren van de kaart mbv. een kompas tov. het landschap); het zich-oriënteren; dus het doen
  • oriëntatie is het vermogen tot plaatsbepaling ten opzichte van de omgeving; de plaatsbepaling; het georiënteerd zijn

Maar heel duidelijk is het onderscheid niet. Beide woorden kunnen op zowel de relatieve plaatsbepaling, als de relatieve richting slaan. Zou het verschil dan zitten in de betekenis uitgang van het woord? Andere woorden die een vergelijkbare -tatie/-tering variant kennen zijn:

  • argumentatie/argumentering
  • facilitatie/facilitering
  • fragmentatie/fragmentering
  • implementatie/implementering
  • interpretatie/interpretering
  • limitatie/limitering
  • reglementatie/reglementering

Echter, deze hebben allemaal in beide gevallen dezelfde betekenis, waarbij moet worden opgemerkt dat de -tatie variant verreweg het meeste voorkomt. Een paar woorden hebben echter een verschillende betekenis afhankelijk van de uitgang:

In meer of mindere mate kan je hier, net als in orientatie/orientering, een zijn en een doen in zien. Maar het blijft een grijs gebied. Het helpt dus niet erg om naar andere woord-uitgangen te kijken.

Als je het zo leest doen we aan oriëntering, we bepalen onze plaats, en onderweg doen we af en toe aan oriëntering van de kaart of ons zelf. Dat laatste dan bij de minder bedrevenen (waaronder ik zelf) veelal stilstaand, waardoor oriënteringslopen dan even wat minder voorkomt (maar daar wordt aan gewerkt).

Het doel is daarentegen wel de oriëntatie van onszelf. Als je het goed doet ben je niet aan het oriënteren, maar houd je de oriëntatie van start tot de finish vast. En gaat het behalve om kunnen hardlopen ook om het vermogen tot plaatsbepaling: oriëntatie.

Oriëntatie is meer de essentie van de sport dan oriëntering.

Pragmatisch kan je stellen dat het er om gaat dat men weet wat er bedoeld wordt. En ik denk, net als Alfred op het forum, dat het Nederlandse oriënt/erings/atie/lopen al een stuk eenduidiger is dan het Engelse orienteering (zonder lopen). Dus waar hebben we het over? We mogen toch zelf bepalen hoe het heet wat we doen?

Het moois is nog Walters observatie:

Op Vlaams niveau (VVO) spreken we over “Vlaams Verbond voor Oriënteringssporten” terwijl dit op het nationale niveau (BVOS) “Belgisch Verbond voor Oriëntatiesporten” is.

In België hebben ze dus gewoon officieel de keus! Of promoveer je van oriëntatie- naar oriënteringsloper zodra je op nationaal niveau gaat presteren? Is oriëntering die zwarte band onder de oriëntatie?

Ten slotte kan je je afvragen wat wij als lopers nou eigenlijk zijn: Oriënteerders, Oriëntatielopers, Oriënteringslopers of Oriënteurs? Ik houd het bij Oriënteurs. Gewoon, omdat ik dat een mooi woord vind. En omdat het korter is dan hic-qui-scit-accedere-ad-propositum.

Stress op de Oostappense Heide

Gejeremiëer KaartHeadcam Video op YouTubeSplitsbrowser

Het heeft even geduurd voordat ik mijn blogje over de laatste loop op de Oostappense Heide had bijgewerkt, maar dat heeft een reden. En die is onderdeel van het verhaal. Was ik meteen gaan typen, dan was het een klaagzang geworden.

Want het ging niet lekker, dacht ik. Tot ik de Splits zag, en opviel dat ik de eerste helft tussen plaats afwisselend tussen plaats 3 en 6 liep. Helemaal niet verkeerd, bij 24 lopers!

De Splits waren echter nog niet meteen beschikbaar, zodat ik twee dagen in mineur was. Door een last-minute update van omloop 1 waren de Ocad file, de Helga file, de postomschrijving, de kaart, en de gelopen route niet meer helemaal het zelfde. En dan raakt de PC van de wap, zodat de online-uitslagen van omloop 1 niet meer werkten. Wat wel werkt is de gecorrigeerde Splitsbrowser file op mijn eigen servertje; en daar werd ik weer blij van. Nou ja, ten dele.

Wat niet werkte was mijn hoofd. In de 2e helft van de koers. Twee aanleidingen, één redenen:

  • Ik raakte in de war omdat de postnummers in ‘t veld niet klopten met de postomschrijving. En ging tot twee keer terug (zie ook het wedstrijdverslag). Gebrek aan concentratie was het gevolg.
  • Ik onderschatte de posten die ik de dag er voor zelf had uitgezet, en liep juist dáár verkeerd. Terwijl ik daar het gevoel had dat ik het juist goed moest doen. Frustratie en onzekerheid volgden.

Stress

En de reden dat het niet lekker liep was toen stress. Een effect waar je wel vaker over leest, en de reden waarom je altijd moet zorgen dat je gegarandeerd de 1e post probleemloos vindt (lees Luc Cloostermans). Maar de 9e en 19e zijn dus ook cruciaal, zo blijkt.

Stress? Ja, een gevoel dat ik haast heb. Tijd gebrek. Klinkt triviaal, in een wedstrijd, en ook is een dosis spanning essentieel. Maar niet als dat tot een te sterk gevoel leidt dat je iets hebt goed te maken, te compenseren. Door bijvoorbeeld stukjes af te snijden.

Afsnijden om het afsnijden, niet omdat het sneller is.

Juist omdat je dat toch al moet doen, als het sneller is ten minste, in een O-loop, kan je alleen maar meer afsnijden als dat extra risico inhoudt. Of je gaat afsnijden om het afsnijden, niet omdat het sneller is. En niet op de kaart kijken, omdat je gokt “dat het wel klopt”, en niet-kijken ietwat tijd scheelt. Of kaartcontact verliezen, omdat je denkt straks wel weer te herkennen waar je bent. En dat alles omdat je tijd in wilt halen. Of er althans een piepklein kansje is dat het tijd scheelt.

 

Niet doen, dus! Niet in de stress schieten. En zorgen dat, als dat gebeurt -en dat zal toch wel, want dat verander je niet zo maar-, je er wijs mee omgaat. Dus ondanks de spanning, tijd blijven nemen voor dingen die je anders ook zou doen. Je kan niet inlopen door de juiste route te verwaarlozen. Hooguit door harder te rennen waar dat kan (wat dan weer zuurstof en dus scherpte kost – dus het kan ook tegen je werken). En misschien door verstandige risico’s te nemen. Maar daarin zit hem juist de crux: schat je de risico’s wel goed in als je gestressed bent?

Ik denk het niet. Ik denk dat ik, onder druk, juist even voor rust moet kiezen, niet door langzamer te gaan, maar door op zeker te spelen. Die verloren tijd is jammer, maar loop ik niet meer in. Als ik er niet nog meer tijd door verlies is dat de grootste winst. En het is vaak al twijfelachtig of doorsteken tijd oplevert; dan kan ik beter even flink doorlopen op het pad, en zo een gegarandeerd aanvalspunt voor de volgende post benutten.

Tot zo ver de verbeterpuntjes van deze loop. Hoe ging het in het veld?

De wedstrijd

Het eenvoudigst is gewoon deze Headcam video te bekijken. Want ik heb weer met een camera op mijn hoofd gelopen. En dit is het resultaat van een Contour Roam, een Garmin Foretrex 305, Quickroute, RGMapVideo, en een halve dag rekentijd. Oordeel zelf.

Leg 1 ging er meteen fel tegenaan: 4’22″/km. En leg 2, dwars overal doorheen, was met 5’34″/km ook niet slecht. Leg 3 liep ik wat te ver, vreemd genoeg, nadat ik er aanvankelijk recht op af was gelopen. Leg 5 en 6 verdeed ik wat tijd met kaartlezen.

En bij leg 7 had ik veel beter het pad kunnen nemen, maar, ietwat overmoedig, ging ik door het veld met 1 meter hoog gras. Op het been naar 8 liep ik eerst achter Frank Buytaert, denk ik, aan, maar dat hiel ik toch niet vol. Daarna kwam het lange been naar 9, dat met 5’45″/km nog best rap ging, maar met 34.1% extra afgelegde afstand ten opzichte van de rechte lijn, was het geen geweldige prestatie; het was ook de 16e tijd in de splits. Hier begon ik toch al wat stomme dingen te doen, en hield geen goed kaartcontact. Ik meende al te weten waar de post stond, en dat ging dus fout.

Vanaf dat moment gingen dingen minder goed. Naar 10 viel nog mee, maar naar 11 toe kon ik de post niet goed vinden, en ging te vroeg al vertragen. Beter had ik het pad en de weg kunnen volgen. Legs 12 en 13 waren op zich goed, en ook redelijk snel, maar bij post 13 raakte ik in verwarring. Het post-nummer klopte niet, en ik heb bijna een minuut stilgestaan, speurend naar een andere heuvel met vlag, en kijkend op de kaart mijn positie toch echt wel klopte. Tot andere lopers aankwamen, en opmerkten dat er een post ontbrak in de nummering en alles 1 regel wat opgeschoven. Die laatste opmerking bleef bij mij niet hangen.

Legs 14 t/m 17 gingen weer aardig, maar post 18 had ik de dag tevoren weer zelf neergezet, en dus kon ik hem niet meer vinden. Zou ik hem te goed verstopt hebben? Ik denk dat ik hem gewoon heb onderschat. Leg 19 ging het fout. Een groot aantal lopers liep zo’n beetje samen van 18 naar 19, wat voor extra snelheid zorgde, maar ik ontdekte bij 19 opnieuw dat de nummering niet klopte. In plaats van in te zien dat dat voor alle laatste posten gold, ging ik er van uit dat de anderen het fout hadden, ik me mee had laten nemen naar de verkeerde post, en mijn post 19 elders stond. Zou dit dan al 20 zijn?

Pas na 5 minuten zoeken en dwalen was ik er zeker van dat deze 19 toch de juiste was. Maar toen was de vaart er al uit. Met 8’51″/km naar 20. En ook de route naar 21 was belabberd. Ik verloor kaartcontact, vertelde me bij het bijhouden van de paden die ik was gekruisd, telde geen passen meer, en concludeerde voortijdig dat ik door het donkergroene bos liep, terwijl het het groen-gearceerde perceel was. Waardoor ik na een doorsteek bij 22 belandde, in plaats van 21. De nummering was wel weer juist, maar dit was toch niet de bedoeling. Dus herorienteren, en op weg naar de echte 21. De 22 terugvinden was daarna eenvoudig, op een stuk prikkeldraad na.

Met wat goed te maken, ging ik op tempo 4’58” op weg naar post 23. Dat kostte me echter zoveel extra zuurstof en hartslag, dat m’n routekeuze naar 24 op zijn zachtst gezegd belabberd was. En naar 26 raakte ik van slag van iemand die nogal opgewonden stond te roepen dat de post verkeerd stond, waardoor ik ook ging zoeken. Hij stond gewoon 30 meter verderop, net als op de kaart. Het eindsprintje over de laatste 70 meter naar de finish kon niet veel meer goed maken.

Maar als ik uit de leermomenten mijn conclusies trek, en hier de volgende keer ook wat mee doe, was het een zeer productieve race.

 

Met magnetisch kompas naar Polen

Naar noord- of zuid-Polen, vraag je je af? Naar midden Polen gaat de reis; naar Poznan om precies te zijn. Als een van de de twee teams van finalisten mogen we de laatste ronde in Poznan zelf spelen: //codebreakers.eu/.

Ik heb nog gekeken of daar toevallig de komende dagen een O-loop gehouden wordt, maar helaas. Het blijft bij Geocaches loggen, voor zover er gezocht gaat worden. En codes kraken, de reden waarvoor we naar Polen gaan. Maar ik neem voor de zekerheid toch maar mijn kompas mee.

Confronterend nadeel van een camera op je hoofd…

Dat is natuurlijk pijnlijk: zien dat je iets wel gezien hebt maar niet gekeken (als in: gehoord maar niet geluisterd). Het is me overkomen. Ik wist niet wat ik zag toen ik laatst mijn headcam video van 19 januari, op de kaart Pijnven noord, aan het bekijken was. Ik herinner me dat ik daar bij post 2 hopeloos lang heb lopen zoeken. Ik was niet verdwaald, ik wist precies waar ik was, maar ik zag de wit-oranje postzak niet. En dan ga je zoeken, want misschien staat hij verkeerd. Of zit ik er zelf net naast. Wel een minuut of 3:20 heb ik rondjes gelopen. Je kan het op de kaart goed zien: Quickroute. Ik kwam van uit het oosten aanlopen, sneed een stukje af, en zo te zien, vlak voordat ik bij de post was, draaide ik naar links. Om dan te gaan rondfladderen. En uiteindelijk, nadat vanuit de tegenovergestelde richting naar de post was gelopen, zag ik de vlag. Tot zo ver het acceptabele stuk van het verhaal.

Maar kijk nu eens naar het onderstaande fragment:

Ik loop op de post af, in mijn ooghoek is hij even zichtbaar, rechts in beeld, wanneer het filmpje even stop, en ik loop er stomweg voorbij! Wat een blunder! Een beetje Sven Kramer die op de Olympische Spelen van 2010 de verkeerde baan nam. Alleen dan zonder coach die ik de schuld kan geven.En weer was het de camera die het pijnlijk hard vastlegde.

Dus nu dient de vraag zich aan: film ik de volgende keer weer, of laat ik het hier bij? Nou ja, de rest maakt het toch wel de moeite waard om terug te kijken.

Rennen in de nacht

Nee, het was geen nacht-OL. Helaas, want die zijn erg leuk. Maar jammergenoeg worden ze niet zo vaak georganiseerd op nachten dat ik kan. 3/2 in Postel (28 min.) ben ik aan het skiën, of zijn ze toch wat ver van huis, 10/2 (68 min.) in Halen, 17/2 in Ham (53 min.), 24/2 bij Westerlo (58 min.), 2/3 bij Grobbendonk (51 min.), en dan 19/10 bij Herentals (49 min.), 9/11 bij Aarschot (78 min.), 23/11 bij Balen (43 min.), 30/11 bij Retie (27 min.), en ten slotte 7/12 bij Hechtel (39 min.). Nou ja, je moet er wat voor over hebben, dus alles binnen het uur denk ik toch even over na.

Maar goed, waar het om ging, is dat ik gisteravond weer 15 km ben gaan rennen in het donker. Mijn hoofdlampje ligt nog op de knutseltafel, en is nog niet klaar om mee te nemen, dus ik heb het bij straatverlichtte straten gehouden, en een zaklampje meegenomen. Motivatie was dat ik die dag een cache moest loggen, om mijn kalender vol te krijgen. Mooie gelegenheid, en het feit dat je een doel hebt helpt wel in het donker.

Toch heeft het ook wel wat, vooral omdat je het gevoel hebt dat de wereld van jou alleen is. Je ziet vrijwel niemand in de stad, en te voet kan je ook gaan staan en gaan waar je wilt. Je hebt altijd vervoer bij je, als het ware.

15 km is inmiddels een fluitje van een cent. Op het eind viel er nog best wat te versnellen, terwijl ik al gemiddeld 4:25/km liep. Wat ik dan weer weet dankzij mijn “nieuwe” Garmin Forerunner 305, een heel oud model GPS, maar nog wel een waar je zo’n beetje alles mee kan. Ik kwam er zelfs achter dat ik zelf waypoint symbolen kon aanmaken en naar de GPS sturen. Handig!

Leukste stukje van de route was nog wel de atletiekbaan waar ik op terecht was gekomen. Ik wilde een stukje doorsteken langs de sportvelden ten noorden van de TU/e, en stond ineens op een rode (voor zover dat in het donker te zien was) rubberen 400-meter baan. Uiteraard even een sprintje getrokken, om naar rechts af te buigen, en het hek weer uit te lopen.

Helpen op de Boshoverheide

Na een jaar lang leuk meegelopen te hebben op de organisatie-, baanleg-, inschrijf-, en postinhaalinspanningen van anderen, leek het me een mooi moment om zelf ook eens wat handen uit de mouwen te steken. En dat in combinatie met zelf meelopen, leek me een mooie combi, voor een voldaan, tevreden, en uitgeput gevoel.

Tevreden

Voldaan en uitgeput was ik, tevreden iets minder. Laat ik over dat laatste beginnen, dan hebben we dat gehad.Een klein beetje fout gelopen... Hoe kan ik nou ontevreden zijn? Schitterend weer, mooie baanlegging, afwisselende gebied waar ik nog niet eerder was geweest (om te rennen; een Geocache had ik er al wel eens gevonden), ik kon starten voor de meute, dus nog geen paadjes en lekker zelf zoeken, kortom, geen vuiltje aan de lucht. Maar dan merk je dat slaapgebrek duidelijk zijn weerslag heeft op de concentratie en alertheid. Vooral dat laatste. Fysiek merk ik daar weinig van, maar ik word er wat gemakzuchtig van in mijn hoofd, wat zich uit in minder goed kaartlezen (wel kaartkijken, maar niet zien), vergeten vooruit te lezen, risico’s te nemen waar het niet verstandig is, en soms gewoon verkeerde beslissingen nemen. Kan gebeuren aan het eind van de loop, als je moe bent en minder zuurstof/suiker hebt, maar niet op weg naar post 5. En toen gebeurde wat je hier boven ziet: helemaal fout gelopen, wat ik op het kompas al ruim had kunnen zien aankomen, maar dat pas doorhebben als er een auto blijkt te rijden dwars door het zand; of liever gezegd, de weg liep waar ik hem niet verwachtte, en ik zat zelf 500 meter van de kaart. Een “37 graden fout”. Ooit van gehoord?

En even later ging het weer mis. Terwijl ik me net steevast had voorgenomen geen Nog een moeilijk momentje.onverantwoorde risico’s meer te nemen, liep ik op weg naar post 9 wat plompverloren het bos in, beetje op kompas, terwijl het terrein geen rechte lijn toeliet. Dat ging fout. De post pal voorbij gelopen, nog een keer terug, rondje er omheen, vanaf de andere kant geprobeerd, weer terug, nogmaals vanaf de noordelijke kant, en eindelijk, bij een boom die me best bekend voorkwam, vond ik de vlag.

Verder ben ik wel redelijk tevreden, want verder geen fouten gemaakt. Die eerste 10 minuten, en daarna nog eens 13 minuten verloren, betekent dat ik in plaats van 1:10 ook 47 minuten had kunnen lopen. En dat zou best een mooie tijd geweest zin, 5 minuten achter de snelste. Dus eigenlijk heb ik het bijzonder goed gedaan (behalve die twee momenten dat ik heb lopen snurken).

Wat me wel opviel was dat het toch wat extra energie gaf toen ik wat lopers om me heen begon te zien. Dat is toch wel een prikkel die je harder doet lopen dan je al deed, ook al gaan ze naar hele andere posten dan jij zelf. Kijk maar in de grafiek hier onder, waar op 2/3 van de route mijn harsslag toch wel significant omhoog gaat (en ik ook minder stop, zo te zien).hartslag

Voldaan!

Dat ben ik zeker. Goed gevoel om ook eens wat terug gedaan te hebben voor de O-community. Ik was wat zenuwachtig voor mijn eerste keer achter Helga, (de PC waarop de uitslagen- en inschrijvingen software draait), waar ik nog nooit mee gewerkt had, maar ik kon stoelen op een leven lang ervaring met onvoorspelbare software en kennis van bits. Vrij snel had ik door hoe het werkte, zeker omdat Lieke me een stoomcursus gaf en in alle bijzondere situaties (gemiste posten, verkeerde EMIT nummers, ontbrekende lopers, andere omloopkeuzes, etc.) een uitweg wist. Onder de indruk was ik van de software toen die ook plaatjes van de backup-kaartjes kon laten zien al meteen al toonde welke putjes vermoedelijk zouden ontbreken; wat zonder uitzondering ook zo was, want sommige lopers missen echt glashard een post.

Daarna nog 11 posten ingehaald, wat best wat acrobatiek vergt, als je met inmiddels 8 postzakken en evenveel EMIT’s-op-paaltjes onder je armen op een spiegelglad stuk mossig zand belandt, en, zoals in een tekenfilm, je benen alle kanten op zwiepen voordat je hard onderuit gaat. Komisch. Als ik het niet zelf was geweest. Inmiddels was het ook begonnen te regenen.

Uitgeput

Uitgeput was ik wel, aan het eind van de dag. Niet dat de doos met kaarten die ik naar de start had meegenomen (en waarmee ik in eerste instantie een kilometer de verkeerde kant

Je kan netjes de spoorwegovergang volgen. Dat heb ik niet gedaan (maar ik sta dan ook niet op de foto).

op was gelopen, wat, als ik definitief verdwaald was, een acuut probleem voor deze Sylvester-dag had opgeleverd) zo zwaar was, maar de combinatie van zelf meedoen, een paar keer flink fout lopen en gefrustreerd raken, en vervolgens een stress-test ondergaan met 350 lopers die allemaal staan te dringen om hun EMIT uit te lezen en waarvan een op de tien iets bijzonders heeft terwijl je met een volkomen vreemd software-pakket zit te worstelen en toch op dat moment het aanspreekpunt bent van de hele organisatie, dat vergt wat. Het posten inhalen was een welkome ontspanning (waarbij ik terloops nog even een Geocache vond die toch op de route lag). Maar uitgeput raken is helemaal niet erg; zelfs lekker zo nu en dan. Een goed excuus om uitgebreid bier te gaan drinken in Utrecht met een vriend die voor twee jaar naar India gaat.

Uitslagen

Het worden steeds meer links: Allereerst de officiële Splits, in Splitsbrowser. Vervolgens er mijn eigen kaart die ik in Quickroute heb gemaakt en naar mijn eigen DOMA site heb ge-upload. En dan is er nog de Routegadget kaart: een verhaal apart.

Het leek me leuk als het gebruik van Routegadget, een online-tool waarop iedereen (met internet) zijn route kan intekenen of via een GPS-track kan uploaden, meer gebruikt zou worden. Pas dan wordt het zinvol en kan je verschillende lopers met elkaar vergelijken. Dus wilde ik het makkelijk maken, alle uitslagen live, op de dag zelf, ter plekke, op een laptop zetten, zodat men meteen na afloop zijn route kon intekenen. Maar dat liep toch niet zo soepel. Terwijl ik zelf ook achter de inschrijftafel zat had ik natuurlijk geen tijd om te helpen uit te liggen hoe Routegadget werkt. En om te vertellen wat de bedoeling überhaupt van die laptop daar was. Weer wat geleerd voor de volgende keer:

  • Als je zo iets doet, zorg dat je de tijd hebt om uit te leggen wat de bedoeling is.
  • Zorg dat de uitslagen direct vanuit de EMIT-PC op de Routegadget laptop staan, want wie zijn uitslag heeft komt niet meer terug.
  • Zet een paar connectors neer, voor de diverse GPS-toestellen, zodat meteen de tracks kunnen worden ingelezen. En maak een paar scriptjes die via GPSbabel meteen de juiste selectie maken van alle datapunten.
  • Op zich kan iedereen zijn route intekenen; wie hem heeft gelopen heeft zelf toch al de kaart. En zou die ook kunnen doorgeven aan iemand die nog moet starten. Maar zorg dat anderen die nog moeten lopen de kaart op het scherm niet kunnen zien, om het niet te makkelijk te maken.